U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, op 20 december 2019 keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van Onderwijsdecreet XXX goed. Artikel 96 daarvan stipuleert dat het aandeel anderstalige vakken in de bacheloropleidingen zou kunnen stijgen van 18,33 procent, zoals dat vandaag is, naar 50 procent. Maar een aantal dagen later repte u zich om in de media te verklaren dat dat toch helemaal niet de bedoeling was, met een soort van vreemde uitleg dat dat toch al goedgekeurd was om naar de Raad van State te sturen, maar dat het debat eigenlijk nog niet gesloten was.

Eerlijk gezegd, minister, vind ik dat toch een heel bizarre manier van werken. Ten eerste omdat u op die manier opnieuw onrust zaait in het onderwijsveld door zo onduidelijk te zijn, en dat is het laatste waar ons onderwijs nood aan heeft. Ten tweede is ondertussen ook gebleken dat alvast de rectoren van de KU Leuven en van de UGent helemaal geen vragende partij zijn voor dat soort verhoging. We hebben vorige week in een hoorzitting de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) gehoord. Die zei heel duidelijk dat voor hen 50 procent helemaal niet nodig is en dat we inderdaad beducht moeten zijn voor een voortschrijdende verengelsing van ons onderwijs en op zoek moeten naar een goed evenwicht tussen andere talen en het Nederlands, want we moeten in ieder geval ook het Nederlands blijven koesteren als een belangrijke onderwijstaal. Daar kan onze fractie zich alleen maar volmondig bij aansluiten.

Minister, mijn vraag is heel simpel. Hebt u eigenlijk overleg gepleegd met het hoger onderwijs voor u dat voorontwerp van decreet hebt ingediend? (Applaus bij sp.a)

De heer Slagmulder heeft het woord.

Minister, de Vlaamse Regering heeft inderdaad op de ministerraad van 20 december 2019 beslist om het maximumpercentage anderstalige vakken binnen de Nederlandstalige bacheloropleiding op te trekken van 18,33 procent naar maximum 50 procent. Dat komt nog eens boven op de verhoging van het quotum Engelstalige bacheloropleidingen van 6 naar 9 procent. Door deze maatregel kan dus de helft van de Nederlandstalige bacheloropleiding in het Engels gegeven worden. Met andere woorden, de deuren worden opengezet voor een ontnederlandsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

Minister, deze beslissing staat nochtans nergens in het regeerakkoord en wordt ook nergens vermeld in uw beleidsbrief. Ik vrees dat u door meer verengelsing de democratisering van ons hoger onderwijs in het gedrang zult brengen, en dat ook de kwaliteit van het onderwijs eronder zal lijden. De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) en een aantal professoren, onder wie Bart Maddens, hebben hierover al hun bezorgdheden in de krant De Standaard geuit.

Een verengelsing zou trouwens ook ten koste gaan van de leerprestaties van sociaal-economisch zwakkeren, want die kunnen zich wellicht geen bijlessen Engels veroorloven, of van bijvoorbeeld studenten die intelligent genoeg zijn en zeer goed in hun vak zijn, maar daarom nog geen talenknobbel hebben. Deze Vlaamse Regering stuurt hiermee alleszins een totaal verkeerd signaal uit alsof het Nederlands geen volwaardige instructietaal zou zijn binnen de academische wereld. Hierdoor is inderdaad heel wat verwarring ontstaan. Daarom mijn vraag aan u, minister: hoe zit het nu eigenlijk met deze maatregel? Hoe reageert u op de bezorgdheden van de professoren en de studenten? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Er zullen inderdaad nog wel even wat onduidelijkheid en discussies zijn – dat lijkt me evident – zolang de Vlaamse Regering geen beslissing ter zake heeft genomen. U moet weten dat in heel de procedure heel wat overlegd en gediscussieerd moet worden met onder andere de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), SYNTRA Vlaanderen, de Vlaamse Toezichtcommissie, het personeel, de werkgevers, de koepels en de netten, de vertegenwoordigers van de universiteiten en de hogescholen. Dat is intussen allemaal gestart en vandaar is er ook wel wat discussie. We zullen half februari met een beslissing van de Vlaamse Regering komen en op grond daarvan zullen we een advies vragen aan de Raad van State. Dan komt dat terug naar de Vlaamse Regering. Er is dus nog een hele weg te gaan, en ongetwijfeld is er dus nog veel discussie.

Sommige universiteiten, maar vooral de hogescholen, zijn vragende partij om het mogelijk te maken dat alle opleidingen voor minstens de helft in de andere taal dan het Nederlands kunnen worden gegeven. Dat is hun standpunt, niet het mijne. Ik zal mijn standpunt in heel die discussie verdedigen. Ik begrijp dat u dat standpunt onderschrijft, dat is prima. ‘The proof of the pudding is in the eating’ en ‘the eating’ is de beslissing door de Vlaamse Regering. Die zit eraan te komen, maar dat zal na al die discussies zijn die nog moeten plaatsvinden. Mijn standpunt is, denk ik, in dezen altijd duidelijk.

Minister, het is natuurlijk niet de eerste keer dat u een piste lanceert waarop u daarna terugkomt. Ik zou toch een warme oproep willen doen om uw manier daarin te veranderen, want dat is echt iets waar in het onderwijsveld niemand bij gebaat is. Ik denk dat de piste van het overleg wel het juiste antwoord is, daarom heb ik u natuurlijk ook die vraag gesteld. Ik denk ook dat de hoger onderwijsinstellingen zelf hun huiswerk moeten maken. Het standpunt van een aantal universiteiten hebben we nu al gehoord, maar de hogescholen moeten eerst zelf eens nadenken over welke opleidingen en met welk argument ze een deel ervan in het Engels zouden willen aanbieden, om zo tot een gedragen standpunt te komen.

Natuurlijk zijn we ook voor een verdere internationalisering. Ik denk dat het belangrijk is dat ons hoger onderwijs ook internationaal aantrekkelijk blijft, maar laat ons daarin niet doorschieten, want ook ik denk dat de democratisering van ons onderwijs daar absoluut niet bij gebaat is. Niet iedereen is even sterk in het Engels, en zeker kinderen die daar van thuis uit niet in ondersteund worden, zien daardoor hun onderwijskansen gehypothekeerd worden. Dat is zeker een aandachtspunt dat moet worden meegenomen in de discussie. (Applaus bij sp.a)

U hebt met uw antwoord de bezorgdheid zeker niet weggenomen. Waarom zouden die bacheloropleidingen in godsnaam moeten gaan verengelsen? Toch niet omdat er een aantal invloedrijke lobbyisten zijn die het gemunt hebben op extra inkomsten en prestigewinst voor hun universiteit of hogeschool doordat ze op die manier meer buitenlandse studenten proberen aan te trekken? Als deze maatregel er uiteindelijk toch zou komen, dan is het louter een kwestie van tijd voor het Nederlands volstrekt marginaal wordt in het Vlaamse hoger onderwijs.

Minister, uw partij de N-VA zit al jaren mee in de Vlaamse Regering en heeft trouwens toegelaten dat de taalregeling in het hoger onderwijs eerder al werd versoepeld. Dat kan best wel tellen voor een Vlaams-nationalistische partij. Eigenlijk is dat een regelrechte schande.

Minister, vandaar mijn bijkomende vraag. Is het niet beter om de zaken om te draaien en om initiatieven te nemen die het Nederlands als volwaardige academische taal maximaal promoten en bevorderen? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Warnez heeft het woord.

Minister, wij staan uiteraard achter de afspraak in het regeerakkoord om het aandeel anderstalige bacheloropleidingen op te trekken tot 9 procent. Dat is een duidelijke vraag vanuit het veld. Maar het is belangrijk om hier even aan te stippen dat daartegenover ook altijd Nederlandstalige opleidingen staan. Geen enkele student is dus verplicht om het Engelstalige programma te volgen. Het voorontwerp van decreet vult het regeerakkoord aan. Het kiest voor verdere versoepeling. Het debat daarover in de media is open en dat is goed. Maar het toont dat er verschillende stemmen zijn.

Minister, ik hoor u graag zeggen: ‘The proof of the pudding is in the eating’. Ik hoop dus dat u met definitieve uitspraken wacht tot ‘the eating’ hier is, in het Vlaams Parlement zelf.

Minister, als u hier het voorstel voorlegt, wilt u dan eerst nog het gesprek voeren met het onderwijsveld? En wilt u dan ook bijzondere aandacht hebben voor de adviezen van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), maar ook voor de resultaten van het Vlaams Onderhandelingscomité voor het Hoger Onderwijs?

De heer De Gucht heeft het woord.

Wat wij hebben afgesproken in het regeerakkoord is een goede zaak om de eenvoudige reden dat als wij met ons hoger onderwijs internationaal op niveau willen blijven, taal daarin wel degelijk een belangrijke rol speelt. Dat is ook zo voor de uitwisseling van professoren. Men moet niet beweren dat dat met lobbyisten te maken heeft en dat op die manier naar voren brengen. De wetenschappelijke taal van het Nederlands gaat niet verloren door ons open te stellen voor de wereld en door in het hoger onderwijs in te zetten op die taal. Als bepaalde mensen daar constant op een – en nu ga ik het woord toch gebruiken – dogmatische manier mee omgaan, ondergraven zij de kansen die je hebt via het hoger onderwijs op samenwerkingen met andere universiteiten wereldwijd. Blijf gerust op uw eiland, maar maak daar alstublieft niet van dat de rest van het hoger onderwijs daaronder lijdt. (Applaus bij de meerderheid en Groen)

De heer Bex heeft het woord.

Collega De Gucht heeft zijn kalmte niet lang kunnen bewaren. Ik zal proberen dat wel te doen.

Er zijn argumenten voor een breder anderstalig aanbod aan onze hogescholen en universiteiten. Ik denk aan de betere voorbereiding van onze studenten op een steeds mondialere arbeidsmarkt. Het kan ons hoger onderwijs en de Vlaamse arbeidsmarkt aantrekkelijker maken voor buitenlands talent. Uiteraard moet het gebruik van andere talen in Nederlandstalige opleidingen een duidelijke meerwaarde bieden en mag de democratisering van het hoger onderwijs niet in het gedrang komen.

In dit halfrond zijn sommigen bang voor een doorgeslagen verengelsing naar Nederlands voorbeeld. Het moet toch duidelijk zijn dat zoiets niet aan de orde is en dat dat nooit een optie kan zijn. Het exclusief gebruik van Engels in ons hoger onderwijs ligt vandaag nog onder de 5 procent. Laat ons dus geen problemen maken waar er geen zijn. Laat ons vooral nuchter naar de feiten kijken.

Wij zijn heel tevreden dat de verhoging van anderstalige bacheloropleidingen naar 9 procent er komt, in overeenstemming met het regeerakkoord. Minister, we vinden wel dat u een bijzonder rare manier van werken hanteert. We zijn blij met het overleg. Maar overweegt u een monitoringsysteem, eens het wordt toegelaten om verder te gaan met anderstalige opleidingen, om er toezicht op te houden dat het Nederlands op een correcte manier wordt gebruikt?

De heer De Witte heeft het woord.

Ik sluit mij aan bij de bezorgdheid van mevrouw Goeman. Meertaligheid is een troef, daar zijn wij het helemaal mee eens, mijnheer De Gucht. Maar als de klepel te ver doorslaat, is er toch een probleem. De term ‘democratisering van het hoger onderwijs’ is net gevallen. We stellen vast dat die democratisering achteruitgaat. Eind jaren negentig kwam één op drie van de afgestudeerden uit een gezin met laaggeschoolde ouders. Nu is dat nog één op vijf. We gaan achteruit.

Ik las in de krant dat professor Hendrik Vos zegt dat als zijn opleiding in het Engels was geweest, hij wellicht niet had kunnen slagen. Ik pleit dus voor een evenwicht daarin. Ons hoger onderwijs moet in het Nederlands blijven. Dat is het toegankelijkst. Er mogen vakken zijn in het Engels. Wij onderschrijven de regel van één op drie, zoals het nu is. Minister, wij vragen u dus om dat zo te houden.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, de geschiedenis heeft haar rechten. De huidige taalregeling is eigenlijk vooral ingegeven vanuit een kwalitatieve democratisering enerzijds, en vanuit een streven om het Nederlands als wetenschapstaal te behouden anderzijds. Ik denk dat dat in Vlaanderen belangrijk is.

Minister, ik heb dan ook twee heel concrete vragen voor u. Ten eerste: gaat u inzetten op een evaluatie van het huidige aanbod, zijnde de taalbegeleidingsmaatregelen, en hun afstemming op het afnemend veld? Ten tweede: hoe zult u omgaan met die zogenaamde spookopleidingen en spookvakken? Want die leiden natuurlijk tot de percentages die er vandaag zijn. De vraag is: zitten er überhaupt studenten in die opleidingen? Laat ons dat eerst bekijken, voor we verdergaan in het mogelijk maken van nog meer anderstalige opleidingen.

Minister Ben Weyts

Dit debat en de interessante tussenkomsten tonen aan dat de discussie nog wel een tijdje zal duren, en dat die over verschillende grenzen heen gaat. Een procedure voor een finale beslissing van de Vlaamse Regering zal dus nog wel even op zich laten wachten. Ik heb gewoon mijn standpunt duidelijk gemaakt, en het was zinvol dat ook de rest van het plenum dat bij deze heeft gedaan.

Wat de vraag rond de monitoring van het huidige aanbod betreft: er is inderdaad een evaluatie gaande, in overleg met de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA). En zoals in het regeerakkoord staat vermeld, willen we daarbij toch ook aandacht hebben voor die zogenaamde spookopleidingen. Het is namelijk zo dat, wanneer een anderstalige opleiding wordt georganiseerd, die ook altijd een Nederlandstalig equivalent moet hebben. En in sommige gevallen bestaat er grote twijfel over dat Nederlandstalige equivalent; soms lijkt dat iets minderwaardigs, iets dat voor de show wordt aangeboden, omdat het moet. Het academisch personeel dat iets hoger wordt aangeschreven, wordt daarbij gereserveerd voor die anderstalige opleiding. Het is dan aan de anderen om die Nederlandstalige opleiding te organiseren, voor zover die daadwerkelijk wordt georganiseerd. Maar ook daarover zijn we in gesprek met VLIR en VLHORA. Zo kunnen we daar paal en perk aan stellen, mocht zich dat voordoen.

Ik sluit graag af met wat huiswerk voor de minister van Onderwijs. Ten eerste, wees duidelijk in uw standpunten, minister. Pleeg eerst overleg voordat u daarover communiceert, en zorg voor een evenwicht tussen anderstalige vakken en Nederlandstalige. Het Nederlands moet wat ons betreft ook een belangrijke plaats blijven behouden als onderwijstaal in ons hoger onderwijs. Daar hoef ik u niet van te overtuigen. Dit is ook en vooral in het belang van de democratisering van ons hoger onderwijs. (Applaus bij sp.a)

Volgens het Vlaams Belang moeten alle Vlamingen het recht hebben om een volledige academische opleiding in hun eigen taal te kunnen volgen. Een andere taal dan het Nederlands kan enkel wanneer dit een duidelijk aantoonbare meerwaarde biedt.

Ik betreur alleszins dat de allereerste Vlaams-nationalistische minister van Onderwijs, die zogezegd wil inzetten op het promoten van de Vlaamse identiteit, blijkbaar zelf vergeten is welke strijd er in het verleden werd gevoerd om universitair onderwijs in het Nederlands te verkrijgen in plaats van in het Frans.

Minister, ik roep u dan ook op om deze maatregel met zekerheid en definitief naar de prullenmand te verwijzen. Vlaanderen heeft nood aan kwaliteitsvol hoger onderwijs, waarbij het Nederlands niet op een stiefmoederlijke manier mag worden behandeld. Voor het Vlaams Belang is het Nederlands een volwaardige academische onderwijstaal. En dat moet in de toekomst ook zo blijven. Ik dank u. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.