U bent hier

De heer De Gucht heeft het woord.

Voorzitter, minister, mijn allerbeste wensen voor het komende jaar, ook voor de rest van mijn collega’s trouwens.

Minister, het ligt decretaal vast dat er minimum 28 uur les moet worden gegeven. In de realiteit wordt er over het algemeen 32 uur lesgegeven. We hebben kunnen lezen dat er op de onderhandelingstafel met de koepels een voorstel tot afwijking van die 28 uur zou hebben gelegen, namelijk een vermindering met een uur.

Wij zijn daar geen voorstander van maar wij zijn ook blij dat we hebben kunnen vernemen, minister, dat u dat ook een slecht idee vindt, meer nog dat u er zelfs tegen bent. Dan is de vraag natuurlijk vanwaar die kwakkel komt. Komt die van een kabinet, wat ik betwijfel, of komt die van de mensen waarmee u aan de onderhandelingstafel zat om de druk op te voeren? Ik denk aan het verleden waarbij bepaalde onderwijsverstrekkers geopperd hebben om een uur Nederlands te schrappen, maar op dat moment zijn we allemaal terecht in onze wiek geschoten.

Minister, kunt u enige duidelijkheid geven? Wanneer gaat u de plannen over het secundair onderwijs voorleggen om de onduidelijkheid die er vandaag is, de wereld uit te helpen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Ik zal het voor alle duidelijkheid nog eens herhalen: er komen voor Onderwijs middelen bij. Alleen al volgend jaar spreken we over een toename van het budget met 362 miljoen euro en dat is op zich goed nieuws.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er extra middelen voor Onderwijs komen? Enerzijds gebeurt dit door een claim te doen op de begrotingspot en te zeggen dat een groter stuk van de taart naar het onderwijs moet gaan. Dat hebben we binnengehaald. Anderzijds gebeurt dit ook door binnen het onderwijsveld soms een efficiëntieoefening te doen, zoals bijvoorbeeld in het secundair onderwijs. Gelet op de sterke financiering die daar momenteel is, ook in verhouding tot de andere onderwijsniveaus, gaan we het groeipad milderen. Er komen ook extra middelen bij voor het secundair onderwijs, maar in plaats dat er aan het einde van de rit een toename van de middelen is met 521 miljoen euro, zal het maar een toename zijn met 421 miljoen euro. Opnieuw, dit is veel extra geld.

Hoe gaan we die beperking van dat groeipad realiseren? Dat zal gebeuren in dialoog met de onderwijspartners. Ik had trouwens in de commissie in mijn powerpoint opgenomen –maar ik had het niet toegelicht omdat ik het te futiel vond om mondeling toe te lichten – dat er een hele panoplie aan suggesties ter zake is om die efficiëntie-oefening te realiseren. Op die powerpoint stonden een achttal voorstellen en eentje daarvan was een lesuur minder. Vanzelfsprekend ben ik daar absoluut tegen, want wij willen net de lat hoger leggen. Wij zijn net bezorgd over de kwaliteit van ons onderwijs. Wij vinden – en ik hoop wij allen – dat een uur minder net zou leiden tot een afname van de kwaliteit, terwijl we de kwaliteit net willen doen toenemen.

Wat gaan we dan wel doen? Geef me daarvoor nog enige tijd. Ik hoop daarmee rond te zijn tegen eind maart ongeveer. Ik schuif daarvoor vanzelfsprekend aan de tafel met de onderwijspartners, de vakbonden en de koepels om te zien hoe we die efficiëntie-oefening wel degelijk kunnen realiseren. Laat een ding duidelijk zijn: wat daar voor mij niet toe behoort, is een uur minder.

Dat verheugt mij enorm. Als we kijken naar de uitdagingen, de resultaten van PISA en naar efficiëntiewinsten, dan is de realiteit dat door een uur te schrappen er geen efficiëntiewinsten geboekt zullen worden. Dat is gewoon de realiteit.

Minister, ik heb voor alle duidelijkheid niet het woord ‘besparingen’ in de mond genomen. Het gaat over efficiëntiewinsten. Met de meerderheid staan we daar duidelijk voor. Er komt 362 miljoen euro bij, maar sommige mensen interpreteren cijfers op een andere manier.

Het is ook belangrijk dat er een duidelijk signaal wordt gegeven aan de onderwijsverstrekkers dat we willen inzetten op onderwijs en dat we geen zin hebben in politieke spelletjes waarbij kwakkels naar voren komen. We strijden allemaal voor een goed onderwijs dat de toekomst van onze kinderen en onze toekomst in het algemeen, economisch en sociaal, veiligstelt.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, tegen 2020 moet er al 20 miljoen euro worden bespaard en moet er dus 20 miljoen euro worden gezocht. Op de totale legislatuur is dat 100 miljoen euro in het secundair onderwijs. We hebben ons met Groen altijd verzet tegen die besparing, want het is wel degelijk een besparing in het secundair onderwijs. Er is geen marge meer. Die mensen zitten al op hun tandvlees.

Er circuleren maatregelen, zoals een uur minder les of minder administratieve of logistieke ondersteuning. Dat zijn allemaal maatregelen die ofwel de kwaliteit, ofwel het welzijn en de werkdruk van leerkrachten absoluut niet ten goede zullen komen.

Minister, dit lijkt mij een heel moeilijke oefening. Welke maatregelen ziet u die de kwaliteit, het welzijn en de werkdruk niet hypothekeren en aantasten? Kunt u voorbeelden geven die u op de onderhandelingstafel zult leggen, want ik zie ze niet?

De heer Brouns heeft het woord.

Ik ben blij verrast dat de minister positief heeft geantwoord en de ongerustheid heeft weggenomen. Ook voor ons is de verbetering van de onderwijskwaliteit een absolute topprioriteit die we nogmaals graag onderstrepen. Het kan geenszins de bedoeling zijn dat we lesuren verminderen. Nooit kan het op de kap van de leerlingen gebeuren dat we efficiëntiewinsten zoeken. Daar was noch in het regeerakkoord, noch in de beleidsnota sprake van. U hebt dat vandaag bekrachtigd.

Ik denk wel dat we er allemaal, en de scholen in het bijzonder, belang bij hebben om zo snel mogelijk met concrete voorstellen te komen. Die duidelijkheid moet in overleg met de onderwijsverstrekkers zo snel mogelijk worden geboden. Het is goed als u daar een timing op zou kunnen zetten.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Voorzitter, zeker in het licht van de stijgende leerlingenaantallen zal een besparing met 20 miljoen euro moeilijk zijn. Ook al mag het woord niet vallen, het gaat hier wel om een besparing.

Minister, ik heb u horen zeggen dat dit tegen eind maart 2020 moet gebeuren. Dat lijkt me redelijk laat. De scholen hebben nood aan duidelijkheid en dit moet tegen 1 september 2020 duidelijk zijn. Ik wil er dan ook op aandringen hier snel werk van te maken.

Ik wil u ook vragen in hoeverre de commissie Onderwijs hierbij zal worden betrokken. Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Meuleman. Welke concrete ideeën hebt u om de besparingen in het secundair onderwijs door te voeren?

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het nogmaals scheppen van die duidelijkheid. Het verbaast ons als fractie dat dit maar blijft zweven, terwijl het as such niet meer aan de orde is om sterk in het lesurenpakket in te grijpen. Het is goed dat u met de vakbonden en de onderwijsverstrekkers onderhandelt. Vanuit onze kant willen we meegeven dat in het Vlaams regeerakkoord is opgenomen dat de middelen voornamelijk in de klas en in de school moeten zitten. We denken dat dergelijke initiatieven ook moeten worden bekeken.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Minister, u zult besparen bij het secundair onderwijs. Tegen 1 september 2020 moeten de secundaire scholen 20 miljoen euro vinden. Dat is een pijnlijke zaak. Hoe moeten ze dat bolwerken met leerlingenaantallen die blijven stijgen? Wat een nog pijnlijker zaak is, is dat u daar nu een portie onduidelijkheid bovenop hebt gelegd. We hebben in de krant gelezen dat de idee van een lesuur minder op tafel is gelegd. Vervolgens hebt u dat ontkend. Dat u dat hebt geopperd, betekent volgens u niet dat u dat een goed idee vindt. Ik vind dat een rare werkwijze.

De grote vraag is echter wat dan wel moet gebeuren. U blijft maar zeggen dat u dit met de sociale partners zult bespreken. Dat is prima, maar dat neemt niet weg dat u zelf ook ideeën moet hebben. Wat is uw visie? Hoe zullen we dit doen zonder de kwaliteit van ons onderwijs in het gedrang te brengen? (Applaus bij sp.a)

De heer De Witte heeft het woord.

Minister, ik herinner me de begrotingsdiscussies. U zat hier toen met een bordje. Er zou voor het onderwijs 362 miljoen euro bijkomen. We zijn drie weken verder en opnieuw trekken mensen uit het werkveld aan de alarmbel. Dat is niet de eerste keer. Ze moeten 20 miljoen euro besparen. Dat is 20 miljoen euro in 2020, 40 miljoen euro in 2021, 60 miljoen euro in 2022, 80 miljoen euro in 2023 en 100 miljoen euro in 2024. In totaal gaat het om 300 miljoen euro.

U hebt net verklaard dat dit zeker niet zult doen door in de lesuren te knippen. Bovendien sluit ik me aan bij de vorige sprekers. Er komen gedurende die periode 50.000 leerlingen bij, wat hier altijd wordt vergeten. U wilt niet knippen in de lesuren, maar mijn vrees is dat de factuur voor de ouders dan zal stijgen. De koepels hebben al verklaard dat ze niet veel andere mogelijkheden zien dan de factuur voor de ouders te laten stijgen.

Minister, mijn vraag is of u kunt garanderen dat de factuur niet zal stijgen. Zo ja, kunt u dan eindelijk ook de maximumfactuur voor het secundair onderwijs invoeren?

Minister Ben Weyts

De verenigde oppositie ter linker- en rechterzijde vraagt me hoe ik die efficiëntiemaatregelen wil doorvoeren. De oppositie ziet ze niet, maar ik zie ze wel. Ik zal die maatregelen bespreken met de sociale partners en met de mensen uit het onderwijsveld.

De oppositie moet weten wat ze wil. Ik kan het verwijt krijgen dat ik het onderwijs voor voldongen feiten plaats in plaats van in dialoog te gaan. Dat zal ik net doen. Ik zal in dialoog gaan met de onderwijspartners. Ik zal die efficiëntieoefening in dialoog met hen bespreken. Ik denk dat dit de meest productieve weg is, in plaats van hier te decreteren hoe het zal zijn. Dan zou de oppositie als eerste rechtstaan om het een schande te noemen en te zeggen dat ik het onderwijs het mes op de keel zet door vanop de kansel te decreteren hoe het moet gebeuren. Dat zal ik niet doen. Ik zal in dialoog treden en ik denk dat heel wat partijen voorstander van een dialoog zijn. Ik zal dat doen en dat lijkt me de meest productieve weg om hiervoor te zorgen. Er komt 362 miljoen euro bij, maar tegelijkertijd moeten we een efficiëntieoefening maken daar waar het kan. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik denk dat het inderdaad belangrijk is die dialoog te voeren. U hebt aangegeven dat u die dialoog zult voeren en dat lijkt me ook de meest logische zaak. Maar er heerst inderdaad ongerustheid, en ik denk dat die bij dezen is weggenomen, of dat hoop ik tenminste. Maar ik denk dat we de werkzaamheden in de commissie zo snel mogelijk moeten verderzetten, om hierover van gedachten te kunnen wisselen. Ik hoop dan ook dat we die datum – eind maart – kunnen halen. Ik kijk ernaar uit om dat met u en met de andere commissieleden te bespreken. Ik dank u. (Applaus bij Open Vld)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.