U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2020, het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2020 en het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, dat deze Vlaamse Regering resoluut kiest voor meer middelen voor het welzijnsbeleid heeft onze fractieleider in zijn algemene tussenkomst al duidelijk naar voren gebracht. Terecht, want we kunnen maar een warm en zorgzaam Vlaanderen zijn als we daarin voluit de kaart van zorg voor kwetsbare mensen en mensen met een zorgnood trekken. Met een budget dat stijgt van 12,6 miljard euro in 2019 naar 14,6 miljard euro is Welzijn samen met Onderwijs de sterkste stijger. In tijden van budgettaire krapte is dat geen evidentie.

De volgende jaren wordt het uitbreidingsbeleid dat de vorige jaren is ingezet nog versterkt. Rekening houdend met de indexatie wordt er deze legislatuur niet minder dan 1 miljard euro bijkomend geïnvesteerd in het beleidsdomein Welzijn. Met de middelen die worden uitgetrokken worden de wegen die de vorige legislatuur werden ingegaan, verder begaan. De fundamenten van het welzijnsbeleid blijven overeind. Vermaatschappelijking van zorg, een nabij en aanklampend zorgbeleid, de zelfbeschikking van de gebruiker en een zorgaanbod op maat blijven de rode draad.

Er werden de voorbije legislatuur belangrijke beslissingen genomen en grote werven gestart. Die krijgen steeds meer vorm. Denk aan de persoonsvolgende financiering en het groeipakket. Dat alles vraagt uiteraard om bijkomende middelen. Gezien de grote noden en de moeilijke budgettaire omstandigheden moet elke euro goed besteed worden en dat vraagt efficiëntieoefeningen. Ja, ook binnen het beleidsdomein Welzijn zelf worden die gevraagd. Dat is nooit een gemakkelijke oefening. We weten hoe iedereen op het terrein zich elke dag weer heel hard inzet. Voorzieningen en de mensen die er werken willen echt wel mee het verschil maken. Ik wil dan ook uitdrukkelijk mijn respect uitspreken voor hen en hen vertrouwen geven. Aanzie de vragen om structuren tegen het licht te houden niet als een blijk van wantrouwen, maar integendeel als een uitnodiging om samen te zoeken hoe we, onder meer door meer samenwerking, kunnen zorgen dat we binnen de voorziene budgetten zoveel mogelijk mensen de nodige zorg kunnen geven. Vandaar ook mijn vraag om samen met de sector te bekijken hoe de nodige besparingen het best kunnen worden geconcretiseerd en met welke voorstellen de werking zo efficiënt mogelijk kan worden georganiseerd, en dit terwijl het werk werkbaar blijft en het aanbod voldoende en kwalitatief. De minister heeft daar deze morgen al toezeggingen over gedaan.

De volgende periode komt het erop aan om de middelen zo goed mogelijk in te zetten, zodat elke euro ten goede komt van de mensen met een zorgnood. Beperkte middelen vragen ook om keuzes. Want hoezeer we het ook zouden willen, alle zorgnoden lenigen is helaas niet mogelijk. Ik denk dat we met de beleidsnota Welzijn ook de juiste keuzes maken.

We zetten ook niet enkel en alleen in op bijkomende capaciteit, maar ook op andere maatregelen die op het terrein verschil maken. Ik verwijs hierbij naar de maximalisatie van de capaciteit in de kinderopvang. Door onder bepaalde voorwaarden meer kinderen te laten opvangen dan het aantal waarvoor crèches vergund zijn, creëren we op een relatief eenvoudige manier meer plaatsen en meer flexibiliteit voor de ouders.

Een ander voorbeeld dat ik in de verf wil zetten, is het beter betaalbaar maken van de factuur van een woonzorgcentrum. Het zorgbudget van ouderen die in een woonzorgcentrum verblijven, zal gebaseerd zijn op het inkomen en niet op de zorggraad. Voor mensen met een laag inkomen zal dat een groot verschil maken. Het gaat naar schatting om niet minder dan 27.000 op de 31.000 mensen die momenteel zo’n zorgbudget krijgen en in een wooncentrum wonen.

Tot slot wijs ik ook graag op de successen van het groeipakket. Het groeipakket omvat sociale toeslagen voor hen die het financieel moeilijk hebben. Zo vervult het groeipakket ook een rol in de strijd tegen kinderarmoede. Daarnaast is ook al gewezen op de vele bijkomende participatietoeslagen en schooltoeslagen door onder meer de automatische rechtentoekenning.

Ik ben ook tevreden te kunnen vaststellen dat er wordt geïnvesteerd in nabijheid. Door bijvoorbeeld te investeren in buddytrajecten en buurtprojecten komt het beleid dichter bij de burger. Nabijheid werkt en is ook een belangrijk ingrediënt voor een succesvol armoedebeleid.

Collega’s, met de berichten van de voorbije dagen over besparingen, verdween het grote pakket extra middelen naar de achtergrond, maar ze zijn er wel: 2 miljard extra, waarvan 1 miljard euro voor nieuw beleid. En we zullen ze goed gebruiken, elke euro, om kwetsbare mensen de nodige zorg te geven en Vlaanderen verder uit te bouwen als dé zorgzame regio bij uitstek! Wees daarvan maar overtuigd. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Schryvers, u hebt verklaard dat de Vlaamse Regering met betrekking tot het beleidsdomein Welzijn de juiste keuzes maakt. Sta me toe het daarmee grondig oneens te zijn. Zoals de zaken nu staan, bespaart de Vlaamse Regering nog steeds op seksuele gezondheid, bij Sensoa en bij de vertrouwenscentra voor kindermisbruik. Dat vind ik niet de juiste keuzes.

U hebt ook verklaard dat de organisaties een uitnodiging hebben gekregen om samen te bespreken hoe de besparingen zullen worden gerealiseerd. Ik vind dat een heel wrange uitspraak.

U hebt verklaard dat de minister al toegevingen heeft gedaan. Ik heb net de agenda van de ministerraad bekeken. Het welzijnsbeleid staat daar niet op. Ik herhaal nog eens wat ik tot in den treure zal herhalen, namelijk dat de door de Vlaamse Regering besliste besparingen van kracht blijven. Het staat zo in de begroting en er is voor die organisaties niets teruggedraaid.

Ik heb een fundamenteel probleem. In 2018 hebben de diensten ondersteuningsplan 3461 individuele zorgplannen opgesteld. Het heeft bijna 5 miljoen euro gekost om die mensen naar de wachtlijsten te leiden. Het enige signaal dat de Vlaamse overheid die mensen nu kan geven, is dat ze in categorie 1, 2 of 3 zullen zitten en dat ze zullen moeten blijven wachten. De fundamentele vraag is welke boodschap de Vlaamse Regering die mensen geeft.

Mevrouw Goeman, ik hoop dat u naar heel mijn betoog hebt geluisterd. U was hier deze voormiddag en u hebt van zich laten horen, maar ik weet niet of u zelf naar alles hebt geluisterd. Ik heb verklaard dat ook in het beleidsdomein Welzijn wordt bespaard. Dat is zo. We zoeken efficiëntieoefeningen. De minister heeft uitdrukkelijk gezegd dat met die organisaties overleg pleegt. Met de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s), bijvoorbeeld, gebeurt dit op dit ogenblik. U hebt dat blijkbaar niet gehoord, maar dat is wel degelijk zo.

Als ik het over de juiste keuzes heb, heb ik het over de besteding van het bijkomend budget, over de manier waarop het uitbreidingsbeleid zal worden uitgerold en over andere inhoudelijke beslissingen die worden genomen. Die beslissingen zullen niet enkel een uitbreiding van capaciteit inhouden, maar zullen het werk in de zorgsector werkbaarder maken, in de kinderopvang voor meer flexibiliteit voor ouders zorgen en voor een betere betaalbaarheid zorgen voor zij die zorg nodig hebben. Voor ons zijn dat wel degelijk de juiste keuzes.

Mevrouw De Martelaer, we hebben die discussie natuurlijk gevoerd naar aanleiding van de beleidsnota en van het Vlaams regeerakkoord. U bent niet gebleven tijdens de discussie over het Vlaams regeerakkoord. We hadden het er toen over kunnen hebben. In het Vlaams regeerakkoord staat op welke wijze we, ook voor personen met een handicap, invulling aan die budgetten zullen geven. Dat moet natuurlijk nog verder worden geconcretiseerd. We zullen nagaan op welke termijn we iedereen die in prioriteitengroep 1 terechtkomt zorgzekerheid kunnen bieden. Dat staat wel degelijk in het Vlaams regeerakkoord, maar u was er niet toen die discussie werd gevoerd.

Mevrouw Schryvers, dit is natuurlijk een begrotingsbespreking. Het is goed dat toezeggingen worden gedaan en dat er overleg is, maar de realiteit is dat die besparingen vandaag nog altijd in de begroting staan. We zullen amendementen indienen. We hopen dat ze zullen worden goedgekeurd, want met toezeggingen en overleg kopen die organisaties morgen niets. De realiteit is dat ze op 1 januari 2020 mensen in vooropzeg moeten plaatsen. Dat lijkt me voor de werking van al die organisaties een bijzonder slechte zaak.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Voorzitter, ik wil toch even repliceren op een aantal opmerkingen en antwoorden geven op de vragen die hier zijn gesteld. Er is uit verschillende bijbels geciteerd en volgens de bijbel van CD&V zou de komende vijf jaar 600 miljoen euro in Welzijn worden geïnvesteerd. Dat stond in ons verkiezingsprogramma. In totaal zal het 1,2 miljard euro zijn, buiten de investeringen.

Mevrouw Van den Bossche, u hebt het gehad over jeugdhulp. We moeten daar niet in karikaturen over spreken, en dat hebt u, voor alle duidelijkheid, ook niet gedaan. De problemen en uitdagingen in de jeugdhulp zijn groot. Vijf jaar geleden werd 400 miljoen euro geïnvesteerd in de jeugdhulp, nu 530 miljoen euro. Er wordt de volgende jaren 60 miljoen euro plus 30 miljoen euro beslist beleid, dus in totaal 90 miljoen euro, bijkomend geïnvesteerd.

Er is kritiek geuit op de indexsprong in de kinderbijslag voor het derde kind. Dat is geen maatregel die wij met plezier hebben genomen, absoluut niet, maar als we die nemen, dan is het onder andere om daar prioriteit aan te geven. Ik had gehoopt dat u daarin een bondgenoot zou zijn en dat u zou hebben gezien dat dit een belangrijke uitdaging is voor de volgende jaren. Hetzelfde geldt voor de investeringen in bijkomende capaciteit voor kinderopvang.

Er is ook gesproken over de wachtlijsten voor mensen met een beperking. Ik heb daarnet al gezegd dat die wachtlijst is gedaald en dus niet gestegen. We zullen twee dingen doen: daar bijkomend geld in stoppen en maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat we de automatische rechtentoekenning kunnen garanderen aan wie daar recht op heeft. Intussen moeten we op korte termijn ook werken aan de afbouw van die wachtlijsten. Mevrouw Vandecasteele, als u het hebt over Mattheus, dan moeten we ervoor zorgen dat ook in Welzijn, in de sector van mensen met een handicap, het mattheuseffect niet gaat spelen.

Er is ook gesproken over de wachtlijsten. Wel, laat ons kijken waar we over vijf jaar staan met de wachtlijsten in de ouderenzorg, met de maatregelen die we nemen. Laat ons kijken waar we staan met de wachtlijsten in de kinderopvang, met de maatregelen die we nemen. Laat ons daar eens kijken waar we zullen staan met al die budgetten die we de komende vijf jaar willen voorzien. Dat debat wil ik absoluut graag met jullie aangaan. Want als we daarin investeren, dan is het om ervoor te zorgen dat we daar verder aan kunnen werken.

Mevrouw Schryvers heeft er al op gewezen: armoede bevat vele factoren. De automatische rechtentoekenning lijkt vanzelfsprekend maar zorgt ervoor, zoals collega Crevits al heeft gezegd, dat vandaag 40.000 kinderen een schooltoelage hebben die ze vorig jaar en de jaren voordien niet hadden. Dat moet ook gefinancierd worden.

Wat de sociale toeslagen betreft, moet er 65 miljoen euro meer worden uitgetrokken, en dat zullen we ook doen.

Maar we moeten ook doelgerichter gaan werken. Want ondanks de maatregelen die worden genomen, zien we aan de ene kant te weinig effect op armoede en kinderarmoede en aan de andere kant dat bepaalde zaken vandaag onvoldoende goed werken. We moeten dan ook, zoals mevrouw Schryvers al zei, inzetten op onder andere buddywerking en buurtgerichte werking. We zullen dat doen en we zullen daar bijkomende middelen in investeren.

Wat de CAW’s betreft, zullen we, zoals ik daarstraks heb gezegd, milderende maatregelen nemen om de overgang voor 2020 aan te passen. Dat zullen we doen, dat is een engagement dat we hebben genomen, en daarover plegen we ook overleg met de CAW’s. Dus: maak de mensen op het terrein daarvoor niet bang.

Ten slotte, mevrouw Vandecasteele heeft geciteerd uit de Bijbel, maar ze is hier nu niet, ze is naar de betogers. Mattheus heeft ooit ook gezegd: “Bid en u zal gegeven worden.” Ik heb gebeden maar ik heb niets gekregen. Mattheus zei ook: “Zoek en u zal vinden.” Wel, wij hebben bij de onderhandelingen gezocht en we hebben 570 miljoen euro gevonden. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

We hebben de voorbije weken gezocht en we hebben 600 miljoen euro extra gevonden om het beslist beleid te financieren. We hebben vorige week gezocht en we hebben 1,3 miljoen euro gevonden om verder te investeren in de preventieve gezondheidszorg. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

En dat, beste collega’s, heb ik kunnen doen door solidariteit te vragen aan de ministers van de andere departementen. Want 85 procent van die 2 miljard euro, waarover we daarstraks spraken, komt inderdaad van de andere departementen. Het is heel gemakkelijk om te vragen waarom er op cultuur wordt bespaard, waarom de woonbonus verdwijnt, waarom die maatregel wordt genomen en waarom er niet meer op een ander vlak wordt geïnvesteerd. Wel, dat is omdat Welzijn een van de prioriteiten bij de regeringsonderhandelingen en bij deze begrotingsopmaak was, en dat zal de volgende vijf jaar ook zo blijven. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

U zegt dat u het debat wilt voeren en wilt kijken waar we over een tijd met de wachtlijsten ouderzorg en kinderopvang staan. Ik mag aannemen dat dat debat ook over de wachtlijsten personen met een handicap, jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg mag gaan, dat u belooft dat u daar voor een kentering zult zorgen en dat wij daarover dan op dat moment heel eerlijk met elkaar de balans zullen opmaken? Wij denken op basis van de cijfers die er nu liggen, dat u voor die drie specifieke domeinen – jeugdhulp, personen met een handicap en geestelijke gezondheidszorg – eigenlijk in minder extra middelen voorziet dan er nodig zijn om te vermijden dat de aangroei van die wachtlijsten nog groter wordt. Wij kunnen ons altijd vergissen, maar wij hebben wat cijfers bij ons die ons toch enigszins bezorgd maken en we zijn daar niet alleen in. Het Rekenhof is dat ook, maar goed, ik wilde er zeker van zijn dat u die aspecten over de wachtlijsten toch ook zou meenemen.

Ik heb op een vraag nog geen antwoord gekregen, misschien omdat u dat nog niet hebt. Hebt u eventueel al goed nieuws voor de vertrouwenscentra kindermishandeling?

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik wil daar wel heel concreet op antwoorden, want die vraag is inderdaad gesteld. Wij hebben 1,3 miljoen euro die we daar kunnen aan geven, samen met het groeibeleid dat in de regering is beslist – die 4 miljoen euro die in de begroting staat en die we daarvoor kunnen aanwenden. Dat betekent dat naast de Zelfmoordlijn en het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP), ook het VAD kan worden vrijgesteld, en dat we voor het luik geestelijke gezondheidszorg het Vlaams Instituut Gezond Leven kunnen vrijstellen. We zullen dat ook doen. Nadat de Vlaamse Regering vrijdag voor die 1,3 miljoen euro het aval had gegeven, heb ik de administratie gevraagd om een voorstel te doen om alles wat met preventieve gezondheid heef te maken vrij te stellen. Daar valt dus ook de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) onder, Eetexpert, het Vlaams Instituut Mondgezondheid, Free Clinic, De Sleutel en het Centrum voor Kankeropsporing onder. Daarnaast zijn er nog mogelijkheden voor andere organisaties en dat zal ik de volgende weken rustig bekijken.

Ik heb het VK waar u naar verwezen hebt, mevrouw Van Den Bossche, gisteren ook al ontvangen. We hebben samengezeten en dat zullen we de volgende periode bekijken.

De heer De Meester heeft het woord.

Mevrouw Vandecasteele is naar de betoging om naar de mensen te gaan luisteren die de impact van uw besparingsbeleid ondervinden, minister Beke. U zou misschien ook beter naar die mensen gaan luisteren, dan zou u hier niet die wereldvreemde uitspraken doen.

Minister Beke kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn.

Daarom hebben wij de schorsing gevraagd, voorzitter.

Nee, er wordt hier niet geschorst omdat er buiten een betoging is. (Opmerkingen van Tom De Meester)

Mijnheer De Meester, als ik even mag. Wij zullen hier niet schorsen omdat er buiten mensen staan te betogen. De mensen zijn welkom op de publiekstribune, ik zie hier een aantal mensen die al de hele dag heel braaf en stil op de publiekstribune zitten. Als de mensen geïnteresseerd zijn om naar de minister en de regering te komen luisteren, dan komen ze gewoon op de publiekstribune zitten, maar wij gaan niet naar buiten.

Nu krijgt u kort het woord. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Beke, als u Mattheus 7:7 citeert, dan moet u misschien ook Mattheus 7:15 citeren. Want daarin staat: “Wacht u voor de valse profeten, mensen die tot u komen in schaapskleren, maar van binnen roofzuchtige wolven zijn.” (Rumoer)

En u kunt hier wel beweren dat u de redder bent van iedereen die op de wachtlijst staat, maar de feiten zijn de feiten: u bespaart op de meest kwetsbaren in deze samenleving.

Collega’s, dit onderwerp is afgerond.

Internationaal Vlaanderen

We gaan over naar het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen.

De heer Slagmulder heeft het woord.

Voorzitter, geachte minister, geachte collega's, op het vlak van buitenlands beleid heeft deze Vlaamse Regering zeker en vast een aantal ambitieuze doelstellingen, maar toch blijft het Vlaams Belang kritisch. In de eerste strategische doelstelling wordt de klemtoon gelegd op de verhouding tussen Vlaanderen en de Europese Unie. De kostprijs van de EU wordt daar echter onderbelicht.

Het thema van de kostprijs van de EU is de jongste jaren in heel wat Europese landen onderwerp geweest van een fel politiek en publiek debat, maar in Vlaanderen blijft het voorlopig nog steeds onder de radar. Hier wordt vaak beweerd dat de EU voor Vlaanderen meer opbrengt dan ze kost. Van de 28 lidstaten zijn er 12 die meer bijdragen dan ze ontvangen, waarvan België er een is. Dat wordt ook in de beleidsnota Buitenlands Beleid aangegeven. Maar de EU kent geen regio's en geeft dus niet aan of ook Vlaanderen een nettobetaler is, en zo ja in welke mate. Het Vlaams Belang heeft echter tijdens de bespreking in de commissie al aangegeven dat Vlaanderen binnen de Europese Unie volgens cijfers van enkele jaren geleden netto zo'n 2,2 miljard euro bijdraagt aan de EU. Dat is 339 euro per Vlaming. Van de 500 miljoen Europeanen betaalde niemand meer dan de Vlamingen.

Voor het Vlaams Belang is het duidelijk: de regeringspartijen moeten het dossier van de financiering van de EU op tafel gooien. Zo kan men tot een rechtvaardigere verdeling komen door, net als bijvoorbeeld voor Denemarken en Ierland, een korting te bedingen. We vroegen in de commissie trouwens aan de minister-president of hij hiertoe bereid was. 

In 2024 zit België de Raad van de Europese Unie voor en in dit kader wordt er een visiedocument ‘Vlaanderen en de Europese Unie 2024’ opgemaakt. Het Vlaams Belang vraagt alvast dat hierin de nodige aandacht wordt gegeven aan de subsidiariteit en de financiering binnen de Europese Unie.

Collega's, in de beleidsnota staat dat Vlaanderen ervoor ijvert dat deelstaten in de EU die op een democratisch legitieme manier onafhankelijk worden, via een verkorte procedure lid van de Europese Unie kunnen worden, als ze dat verkiezen. Dat is uiteraard iets wat we toejuichen, maar het had heel wat ambitieuzer geklonken indien daar ook een verwijzing naar Vlaanderen zelf had gestaan. Helaas.

De ambitie om samen met Nederland het gebruik van het Nederlands binnen de EU-instellingen te verdedigen, is op dat vlak wél duidelijk en juichen wij toe. Het Vlaams Belang ondersteunt alvast de initiatieven van de Vlaamse Regering om Vlaanderen sterker te profileren in het buitenland door de Vlaamse diplomatie verder te professionaliseren.

Als we het over internationale en Europese mensenrechtenverdragen hebben, valt het op dat het in Europa oorverdovend stil kan zijn. Er wordt heel snel met de vinger gewezen naar landen als Polen en Hongarije, maar wanneer Spanje Catalaanse politici achter slot en grendel steekt vanwege hun onafhankelijkheidsstreven, blijft een Europese veroordeling uit. In het kader van de strategische doelstelling rond mensenrechten is het alvast positief dat dit ook wordt verwoord in de beleidsnota.

Als het gaat over mensenrechten wordt er ook terecht verwezen naar het verdedigen van alle mogelijke rechten. We blijven op onze honger zitten wat betreft de houding van de Vlaamse Regering ten aanzien van de islamisering in de Europese steden. Dat is een tendens die, zeker in sommige wijken in de grootsteden, een reëel gevaar inhoudt voor het vrijwaren van onze mensenrechten. Waarom werd dit aandachtspunt niet opgenomen in de beleidsnota?

Collega's, als sociale en volksnationale partij zijn wij voorstander van solidariteit met volkeren in moeilijke omstandigheden. Financiering moet in de eerste plaats wel de zelfredzaamheid bevorderen.

In het licht van de toenemende armoede in eigen land en het beperkte budgettaire kader zijn wij echter genoodzaakt om keuzes te maken. Ontwikkelingshulp moet wat het Vlaams Belang betreft, afhankelijk worden gemaakt van de bereidheid tot terugname van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen. Landen die hun staatsburgers niet willen terugnemen, kunnen wat ons betreft geen aanspraak maken op ontwikkelingshulp, ook niet vanuit Vlaanderen.

Toerisme is en blijft in Vlaanderen een economisch belangrijke en groeiende sector. Vlaanderen bezit onmiskenbaar heel wat toeristische troeven. In vergelijking met vorige legislaturen, toen er met impulsprogramma’s werd gewerkt, gaan er nu heel wat minder middelen naar het kusttoerisme, zowel promotioneel als infrastructureel. Dat beleid zal worden verdergezet door deze regering. Wat onze Vlaamse kust betreft, vinden wij dit als Vlaams Belang alvast geen goede zaak. Wat gaat deze regering trouwens doen aan de verdere verfransing van de Vlaamse kust, ook op toeristisch vlak? Op deze vraag hebben we in de commissie geen antwoord gekregen. Binnen Toerisme moet onze kust alleszins steeds gepromoot worden als Vlaamse kust. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega's, ik ga hier niet voorlezen uit een boekje, niet uit de Bijbel en al zeker niet uit het utopische boek Das Kapital van Karl Marx en nog minder uit het Rode Boekje van Mao. Weg van de utopie, terug naar de realiteit.

Deze regering investeert voluit in een ambitieus en coherent internationaal beleid in het belang van onze burgers en onze bedrijven. Hierin zal de regering in mijn fractie een trouwe partner vinden. Er staat ons de komende tijd wel wat te wachten op het vlak van buitenlandse zaken. Ik neem u graag mee in enkele dossiers die op ons afkomen en waar deze regering, en vooral onze minister-president, Vlaanderen op de internationale kaart zal kunnen zetten.

Sta me toe om te beginnen met een internationaal thema dat zich eerder intrafederaal situeert: de befaamde samenwerkingsakkoorden. Deze zijn institutioneel niet meer up-to-date. Zo hinderen zij de goede werking van het buitenlands beleid van Vlaanderen. Minister-president, ik weet dat uw regering zich, net zoals de Federale Regering en de vorige Vlaamse Regering, zal inzetten om die samenwerkingsakkoorden aan te passen aan de institutionele realiteit en aan de grondwet, zodat uw regering eindelijk federaal een doorbraak kan realiseren om deze achterhaalde samenwerkingsakkoorden te heronderhandelen. Ik weet dat ook de meeste fracties in dit halfrond u alvast zullen steunen.

Over naar enkele Europese dossiers. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Green Deal van Europees Commissaris Frans Timmermans, het grote plan van de commissie om Europa klimaatneutraal te maken tegen 2050. Het wordt een zaak om realisme in het debat te krijgen. De hemel op aarde beloven, is gemakkelijk, maar zonder onderbouwde cijfers ben je gewoon luchtkastelen aan het bouwen.

Een tweede groot dossier – en we hebben het er in de plenaire vergadering maar ook in de commissie al bijzonder veel over gehad – is natuurlijk de brexit. Excuses voor iedereen die aan brexitmoeheid lijdt, maar ik kan niet anders dan dit thema blijven aankaarten, omdat het een impact heeft op onze bedrijven, op onze studenten, op onze burgers die naar het Verenigd Koninkrijk gaan om te wonen, te werken of te bezoeken, en de bedrijven die handel drijven met het Verenigd Koninkrijk.

Zoals gisteren besproken in de plenaire vergadering, komt de brexit met de overwinning van de Conservative Party in een stroomversnelling. Mijn oproep is nu: ‘Get Brexit done, Boris’ en zorg snel voor een ambitieus partnerschap tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU27. ‘Never waste a good crisis’. Handel is bij uitstek een van de domeinen waar we met de Britten zo snel mogelijk tot een deal moeten komen. Maar als open en exportgerichte economie reikt onze Vlaamse ondernemingsblik ook verder.

Verschillende handels- en investeringsakkoorden die eraan zitten te komen, creëren kansen voor onze bedrijven, voor onze exporteurs en ook voor onze havens. Ik denk dan in eerste instantie aan het handelsakkoord met de Mercosur-landen, de douane-unie tussen vier Zuid-Amerikaanse landen. Gelukkig is Venezuela daaruit verdreven, terecht. Ik ben ervan overtuigd dat deze regering mee zal proberen te wegen op deze onderhandelingen zodat we een akkoord kunnen vinden met die Mercosur-landen, maar dat we ook een vrijhandelsakkoord kunnen vinden met Australië, en zelfs met China, om ervoor te zorgen dat er steeds goede akkoorden uit de bus komen in het belang van onze burgers, in het belang van onze ondernemingen en om welvaart te creëren voor onze burgers.

Collega's, de ontwikkelingen in de internationale politiek gaan razendsnel en de Europese Unie moet ook volgen. Hoe zal en hoe moet de Europese Unie er bijvoorbeeld uitzien na de brexit? We verliezen eigenlijk een bondgenoot die op onze eurorealistische lijn zit. Mijn partij zal die lijn alvast stevig verdedigen in de aanloop naar de zogenaamde conferentie over de toekomst van Europa. We zijn dan ook tevreden dat deze regering kiest voor een Europese Unie die gebaseerd is op subsidiariteit, een Europese Unie die gebouwd is van onderuit, met respect voor nationale, regionale en deelstaatbevoegdheden. Het gaat om Europese samenwerking van onderuit, omdat Vlaanderen daar wel bij vaart; geen opgelegd bureaucratisch centralisme, maar samenwerking waarbij er wel degelijk oog is voor onze Vlaamse identiteit, onze eigenheid, onze economie, net zoals we aandacht moeten hebben voor die verschillende andere identiteiten en economieën die er in Europa bestaan. Die eigenheid binnen Europa ligt ons bijzonder na aan het hart.

‘In varietate concordia’ is het EU-motto. Tegelijkertijd benadruk ik dan ook dat er vandaag een positief arrest is van het Europese Hof van Justitie, waarbij gezegd is dat de gevangenen die verkozen zijn in het Europees Parlement, immuniteit moeten hebben. Wij hopen dan ook dat zij uit democratisch oogpunt snel hun zetel in het Europees Parlement kunnen opnemen. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA)

Collega, ik heb niet de ambitie om het debat van de commissie over te doen. We hebben daar goed van gedachten gewisseld. Maar ik wil toch twee inconsistenties aanklagen. U start uw pleidooi met te zeggen dat u gaat voor een ambitieus en coherent Vlaams beleid. Dan zijn er toch twee dingen waar ik het een beetje lastig mee heb. We zitten hier met een aantal partijen die zich regelmatig van dezelfde boutades bedienen: ‘ons Vlaanderen kan niet het OCMW van de hele wereld zijn’ en ‘we moeten de problemen oplossen in de landen van herkomst en fundamenteel de grondoorzaken van migratie aanpakken’.

Dan staat het natuurlijk een klein beetje als een tang op een varken dat er ongeveer 2 miljoen euro wordt bespaard op ontwikkelingssamenwerking. Dat is niet alleen op projecten hier die gaan over het draagvlak. Er wordt ook 1,2 miljoen euro bespaard op projecten voor ontwikkelingssamenwerking, waarin wij de afgelopen decennia stilaan een goede traditie aan het opbouwen waren binnen Vlaanderen. We onderschrijven in de beleidsnota de doelstelling om naar 0,7 procent te gaan, maar dat blijkt toch geen echt volledig gedragen ambitie.

Over een tweede zaak hebben we het gisteren al gehad. Als het gaat over de brexit, vind ik het echt zorgwekkend dat wij blijkbaar al onze eieren in de mand van Europa leggen, dat we denken dat we daar het meest fantastische akkoord ooit zullen hebben, dat er niet in structurele middelen wordt voorzien, maar ook dat er in 2019 in middelen werd voorzien, het jaar dat er uiteindelijk geen brexit geweest is, en dat er in 2020, wanneer die brexit er uiteindelijk komt, niet meer in middelen wordt voorzien, en we daarop dus meer dan 1 miljoen euro gaan besparen. Het blijft voor mij toch een klein beetje vreemd op welke manier dat past in die coherente, ambitieuze en vooruitziende internationale visie van Vlaanderen.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijnheer Vanlouwe, u als Vlaams-nationalist spreekt over de EU en u gebruikt woorden als ‘subsidiariteit’ en ‘het moet van onderuit gebouwd worden’. Maar de EU die nu bestaat, is helemaal niet van onderuit gebouwd. Die is opgelegd van bovenaf. Er is nooit iets aan de bevolkingen gevraagd in Europa. Waar het wel is gevraagd, hebben de bevolkingen gezegd: neen. Men heeft die referenda genegeerd. Als u meent wat u zegt – democratie, van onderuit, subsidiariteit –, dan zou u moeten pleiten om de EU terug af te breken en opnieuw van nul te beginnen, zodat de volkeren, de landen zelf kunnen beslissen of ze opnieuw in een dergelijk project willen stappen.

Als Vlaams-nationalist moet u dat helder bekijken en moet u een pleidooi houden voor een ander Europa, niet voor de huidige Europese Unie, want die is niet democratisch, die is supranationaal. Dat heeft niets met samenwerking te maken en is totaal in tegenstrijd met een Vlaams, onafhankelijk Vlaanderen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik dank de collega’s.

Ik denk dat er geen enkele tegenstrijdigheid is. Wat eigenlijk vooral het probleem is inzake ontwikkelingssamenwerking, is dat dat nog steeds een versnipperd beleid is. U zult zich onder meer herinneren dat met het Lambermontakkoord onder meer werd gezegd dat men de ontwikkelingssamenwerking zou oplijsten, om die dan over te hevelen naar de deelstaten. Er stond zelfs een datum in die bijzondere wet, die mee werd goedgekeurd door onder meer de groenen. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Nu zijn we zoveel jaar verder, ongeveer vijftien jaar, en nog steeds is daaraan geen uitvoering gegeven. Als dit onderdeel van de bijzondere wet was uitgevoerd, dan hadden wij inderdaad een veel ambitieuzer ontwikkelingsbeleid kunnen voeren, maar u hebt dat steeds tegengewerkt. U was daar geen voorstander van.

U zult het regeerakkoord hebben gelezen. Wij willen tegelijkertijd dat er inderdaad een heroriëntering komt van de partnerlanden, met de drie landen in zuidelijk Afrika. Zuid-Afrika wenst geen ontwikkelingsland meer te zijn en we gaan dat inderdaad heroriënteren. Ik weet dat het kabinet van de minister-president daar volop op zal inzetten. We zullen ons heroriënteren, meer naar landen in noordelijk Afrika, landen die goed samenwerken op het vlak van de strijd tegen illegale migratie en mensensmokkel. Voor ons is het inderdaad belangrijk dat daar stabiele structuren zijn en dat het geld daar op een goede manier wordt geïnvesteerd. Ik ben ervan overtuigd dat we met de partnerlanden die we nu hebben, ook nuttig hebben geïnvesteerd. Ik ben projecten in Zuid-Afrika gaan bezoeken – we hebben daar scholen bezocht –, die efficiënt worden bestuurd. We moeten dat echter blijven evalueren en we moeten ook durven aan te passen en te heroriënteren naar andere landen die misschien even interessant kunnen zijn. Dat is inderdaad waar deze meerderheid werk van zal maken.

Willen wij de Europese Unie afbreken? Neen, de EU wensen wij niet af te breken. Willen wij een betere Europese Unie? Zeker. Wij willen een Europese Unie die van onderuit is opgebouwd. Vorige week hebben we eigenlijk reeds het voorbeeld gegeven. Wij als deelstaatparlement – maar we staan op hetzelfde niveau als een nationaal parlement – willen in rechtstreekse dialoog gaan. Wij hebben van hieruit onze eisen gesteld ten aanzien van de Europese Commissie en die is verplicht om daarmee rekening te houden. Ze zal moeten antwoorden op onze eisen in verband met brexit. U zegt natuurlijk: ‘We stappen uit de Europese Unie, de Europese Unie is waarschijnlijk slecht.’ Neen, de Europese Unie kan beter. Daarom zijn wij eurorealistisch. U bent anti-Europees, eurokritisch. (Opmerkingen van Sam Van Rooy)

Ik denk dat we moeten werken aan de verdieping van die interne markt. Vlaanderen is centraal gelegen in Europa. We voeren bijzonder veel uit naar onze buurlanden, naar andere landen in de Europese Unie, en dat moeten we versterken. Dan moeten we er inderdaad voor zorgen dat Europa niet te bureaucratisch, te centralistisch is en dat er rekening wordt gehouden met de lidstaten en hun deelstaten. Als Vlaanderen zijn we op onze domeinen eigenlijk een volwaardige lidstaat. Daar moeten we op blijven inzetten. Vorige week hebben we al een voorbeeld gegeven ter zake. Het zou goed zijn als we hier in dit Vlaams Parlement ook in de toekomst diverse EU-commissarissen zouden uitnodigen, waaronder misschien de nieuwe EU-commissarissen. Als we spreken over een nieuw vrijhandelsverdrag, zal het nodig zijn dat die EU-commissaris hierheen komt. Dát is subsidiariteit: rechtstreeks in contact komen met de Europese Commissie en ervoor zorgen dat de bevoegdheden worden uitgeoefend door het niveau dat het best geschikt is om die bevoegdheden uit te oefenen. Soms zal dat inderdaad de EU zijn, als het gaat over die interne markt. Soms zullen dat veeleer de deelstaten, de lidstaten zijn. Wij zijn daar voorstanders van. Het zal uiteindelijk aan die conferentie zijn die zal beslissen over de toekomst van Europa. Daar zal uiteraard worden bekeken of de Unie meer centralistisch wordt dan wel of er meer wordt gekeken naar macht voor de Europese Raad. Dan hoop ik dat ook vanuit onze regering wordt aangegeven welke richting Europa volgens ons uit moet.

Cultuur, Jeugd, Sport en Media

We beginnen met het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media. De collega’s die buiten bij de cultuurmensen staan, kunnen misschien naar binnen komen om te luisteren. Het is maar een suggestie.

Waar zitten ze? (Opmerkingen)

Ik heb geen specifieke fractie geviseerd. In het algemeen vind ik dat hier bijzonder weinig volk zit, voor alle debatten die er al zijn geweest over Cultuur. Maar bon, dat is mijn persoonlijke mening.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Hoeft het nog gezegd, de begrotingskeuzes van de regering hebben de voorbije weken aanleiding gegeven tot verhitte debatten in de media, de politiek maar ook in de ruimere samenleving. Ook over het belang van kunst en cultuur in onze samenleving en de politieke keuzes in het cultuurbeleid liepen de gemoederen hoog op. We hebben begrip voor de oprechte bezorgdheid van de mensen die professioneel, als amateur of als vrijwilliger actief zijn in de ruime cultuursector. Het is immers niet de eerste besparingsronde die ze moeten verwerken, en deze komt dan nog eens midden in een lopend cultuurseizoen waarvoor alle contracten al afgesloten zijn en er dus amper marge is om nog in te grijpen.

Maar we hebben ook begrip voor deze Vlaamse Regering, die haar begroting op orde wil houden om een antwoord te kunnen bieden op de uitdagingen in onze samenleving. We betreuren echter dat u, minister-president Jambon, onvoldoende de tijd hebt kunnen nemen om vooraf overleg te plegen met de cultuursector. Dan had u misschien andere keuzes gemaakt of hadden uw keuzes meer draagvlak gehad en had het luide protest vanuit de cultuursector misschien vermeden kunnen worden.

We zijn daarom tevreden dat u na de aankondiging van de cultuurbesparingen wel de hand hebt uitgestoken naar de cultuursector en met hen in overleg bent gegaan over de mogelijkheden om de besparingen bij te sturen. We begrijpen en steunen uw beslissing om de overgebleven 3,4 miljoen euro voor de projectsubsidies van het Kunstendecreet allemaal toe te kennen in de eerste ronde, waarvoor al 307 aanvragen werden ingediend nog voor de besparingen werden bekendgemaakt.

Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Ten eerste wacht u een bijzonder moeilijke beslissing om voor 15 januari een beslissing te nemen op basis van het advies van de beoordelingscommissies want: “Met het volledige bedrag voor projectsubsidies in 2020, kunnen in deze eerste ronde maximaal 18 procent van de aanvragen gehonoreerd worden.” Zo schrijven de voorzitters van de beoordelingscommissies. U zult dus moeten motiveren waarom 40 procent van de projectaanvragen die als ‘zeer goed’ werden beoordeeld toch geen steun krijgen en 60 procent wel. Een ranking hebben de commissies ook niet opgesteld. Dat maakt uw opdracht niet eenvoudiger zonder het principe van gelijke behandeling van de dossiers te schenden.

Ten tweede vragen we u om duidelijkheid te brengen over welk budget er zal zijn voor de tweede ronde in maart. U beloofde wel om zodra er budgettaire ruimte is in het voorjaar bij de budgetcontrole deze middelen prioritair te besteden aan de projectsubsidies. We steunen deze belofte en hopen dat u effectief middelen vindt, maar indien u, in het slechtste geval, geen middelen vindt, wat ons zou verbazen, dan heeft het geen zin om professionele kunstenaars en kunstenorganisaties aanvragen te laten uitwerken en te laten indienen. Begrijp ons niet verkeerd: het zou bijzonder jammer zijn als er in 2020 géén tweede ronde komt. Maar met valse hoop is niemand gebaat. We willen u daarom oproepen om de sector respectvol te behandelen en snel duidelijkheid te scheppen zodat iedereen weet waar men aan toe is.

Ten slotte moeten we dringend een grondig debat voeren over de rol van de projectsubsidies in het kunstenveld. Deze projectsubsidies zijn immers het labo van de kunstensector en op innovatiebeleid kun je niet ongestraft blijven besparen. De projectsubsidiepot is immers al jaren ontoereikend en daardoor daalt het aantal projecten dat subsidies krijgt elk jaar. De beoordelingscommissies verwoorden het in hun brief als volgt: “De als ‘zeer goed’ beoordeelde projecten vormen de humuslaag van waaruit de rest van het veld (grote instellingen, structureel gesubsidieerde organisaties, internationale partners...) het voedsel haalt om te kunnen excelleren en wij vragen dan ook om deze zo maximaal mogelijk te honoreren.” En ook over de verhouding tussen meerjarige structurele subsidies en de projectsubsidies in het Kunstendecreet moeten we een fundamenteel debat voeren.

CD&V pleit al jaren om te streven om minstens 10 procent van het budget voor de uitvoering van het Kunstendecreet beschikbaar te houden voor de projectsubsidies. Men heeft dat ooit bijna gehaald. Die projectmiddelen zijn immers de innovatiemiddelen in de kunsten, nodig om te experimenteren, te excelleren en te schitteren in het buitenland. Het is het unieke samenspel van onze goed gespreide en professionele organisaties in het Kunstendecreet en de zuurstof en vernieuwing die komt uit de projecten, die net onze kunstensector zo uniek en excellent maakt. Ook nieuwe generaties van toptalenten hebben recht op deze kansen, zoals we trouwens afgesproken hebben in het regeerakkoord.

We roepen de minister op om in voorbereiding van zijn strategische visienota Kunsten hierover een grondig debat te voeren met de sectororganisatie Overleg Kunstenorganisaties (oKo) en de nieuwe Adviescommissie Kunsten. Ook de landschapstekening van het Kunstenpunt biedt interessante stof tot nadenken. De Vlaamse overheid moet een betrouwbare partner zijn voor de kunstensector die nood heeft aan een stabiele financiering om zijn engagementen tegenover het Vlaamse en internationale publiek na te komen. (Applaus bij CD&V, Groen en sp.a)

Mevrouw Segers heeft het woord.

Hartelijk dank, collega Brouwers. U hebt echt op een bijzonder heldere en scherpe manier de penibele situatie waarin de cultuursector zich bevindt, perfect geduid.

Collega Segers, alle mensen die nu het woord hebben gevraagd, zijn mensen die ook op de sprekerslijst staan. U moet het nu gewoon kort houden.

Ja, ik ga het heel kort houden en een heel concrete vraag stellen die aansluit bij een van de punten die collega Brouwers gemaakt heeft, namelijk het voornemen van de minister-president om bij de projectsubsidies maar liefst 5 miljoen euro weg te halen. U geeft terecht aan dat dat het laboratorium van de cultuursector is. Innovatie is cruciaal, innovatie in cultuur is ook cruciaal voor wetenschappelijke innovatie.

Minister-president, u hebt zich geëngageerd om dat bij te stellen in een tweede ronde. Ik zou alleen graag willen weten, na de vele gesprekken die u ondertussen al gevoerd hebt met de sector, met hoeveel geld u dat gaat bijstellen en of u ons kunt verzekeren dat u dat geld niet gaat weghalen bij het budget van kunsten of cultuur. 

De heer Meremans heeft het woord.

Ik zou de collega erop willen wijzen dat ministerswerk collegiaal is. Beslissingen die zij nemen, zijn ook collegiaal genomen door de ministers samen. Ik wil daar toch even op wijzen. In de vorige legislatuur heeft minister Gatz ook een aantal besluiten moeten nemen, ook beslissingen tot besparingen. Wij hebben toen minister Gatz ook gesteund in die moeilijke beslissingen. Minister Gatz heeft toen gezegd dat hij ging proberen tegen het einde van de rit een aantal zaken te verschuiven, een aantal zaken toe te rijden. Ik denk dat de minister van Cultuur dat ook heeft toegezegd in de commissie. Ik heb me daartoe ook geëngageerd, mevrouw Brouwers. Maar u moet ook alles vermelden. Ik ben het met u eens dat die projectsubsidies belangrijk zijn, maar – we moeten elkaar in dit geval dan ook geen ‘Liesbeth’ noemen – die projectsubsidies zijn ook niet louter voor startende kunstenaars, dat hoeft ook niet voor mij. Maar in de voorbije legislatuur zijn projectsubsidies ook vaak gegeven onder druk van bepaalde regio’s, onder druk van bepaalde zaken. Ik wil die tegen het licht houden, maar ik wil het Kunstendecreet nog een tweede maal tegen het licht houden. Dat staat ook in het regeerakkoord. Onder de Vlaamse kunstinstellingen heb je nog een hele zone organisaties die om de vijf jaar met de schrik zitten over het budget dat ze gaan hebben. We moeten er werk van maken om die meer financiële zekerheid te geven. Daarover wil ik wel degelijk met de collega’s van de commissie het debat voeren en op zoek gaan naar een langetermijnoplossing.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Ik wil heel duidelijk mijn antwoord op vanochtend geven. Ik heb het al zo dikwijls gevraagd. De kunstensector heeft ook recht op innovatie en onderzoek. Er is 250 miljoen euro voorzien voor de andere sector. Waarom kunnen die twee dingen niet gekoppeld worden, en bij uitbreiding cultuur en onderwijs, cultuur en welzijn, cultuur en kansarmoede, cultuur en werk en innovatie? Als je dat allemaal samentelt, is er een massa geld voor een fantastisch geïntegreerd cultuurbeleid. Maar nu eerst het antwoord op die vraag.

De heer De Meester heeft het woord.

Voorzitter, ik heb twee zeer concrete korte vragen voor mevrouw Brouwers. Ten eerste, u zegt zeer terecht dat deze besparingen op Cultuur geen draagvlak hebben, niet in dit parlement, niet bij de kunstenaars, niet in de samenleving. Mag ik er dan van uitgaan dat u, consequent als u bent, straks ook tegen die besparing zult stemmen?

Ten tweede zegt u zeer terecht dat het niet opgelost is met 3,4 miljoen euro, zelfs niet voor de eerste ronde. Want om alle ‘zeer goed’-dossiers te honoreren, is er 4,4 miljoen euro nodig. Om alle positief beoordeelde dossiers te honoreren, is er 8,5 miljoen euro nodig. Ik heb een concrete vraag. Zult u straks ons amendement steunen om voor die eerste ronde 8,5 miljoen euro vrij te maken?

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik ga herhalen wat ik al gezegd heb, maar eerst wil ik nog op iets terugkomen, omdat iedereen blijkbaar met dezelfde dringende vraag zit op dit moment: wat gaat de minister van Cultuur doen met betrekking tot de tweede ronde? Kunt u daar wat meer duidelijkheid over scheppen?

Over de rest van de vragen die collega Meremans terecht stelt, hebben we in het regeerakkoord afspraken gemaakt. Ik denk dat we daarvoor voor een stuk het antwoord zullen moeten zoeken in de visienota Kunsten, die we binnen enkele maanden verwachten en waarover we dan in de commissie hopelijk een goed debat kunnen voeren.

Wat de vragen van onze communistische collega’s betreft: zo werkt dat hier natuurlijk niet, ik zeg u dat eerlijk.

Hoe werkt het dan wel?

Ik zal u uitleggen hoe het werkt. We hebben antwoorden gekregen van de minister-president in de commissie. Hij heeft gezegd: ‘Ik ga prioritair middelen zoeken om dat probleem op te lossen.’ We weten alleen nog niet goed hoe hij dat gaat aanpakken. Gaan de middelen er zijn? Ik vraag daar duidelijkheid over. Ik ga zijn antwoord daaromtrent van straks afwachten. Uw amendementen heb ik nog niet grondig kunnen bekijken. Ik vraag me altijd af: waar gaat u het geld dan wel halen? We zijn hier al een hele dag bezig over de grote noden in onder andere Welzijn. Onderwijs moet zelfs nog aan bod komen. We moeten ook zien waar u het geld haalt. Bij elk amendement wil ik zien waar u het geld haalt. Voor de rest denk ik dat we die debatten moeten voeren in functie van de antwoorden die de minister-president straks hopelijk zal geven en de visienota die nog komt. Maar uw amendementen goedkeuren: ik denk het niet. Zo werkt het niet. Ik vind dat je dat niet doet, op die manier werken, zonder duidelijk te zeggen waar u dan de middelen haalt. Daar doe ik niet aan mee. Van de multinationals?

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter. Collega Meremans, u verwijst naar de besparing die de vorige legislatuur is doorgevoerd door minister Gatz. De mantra was toen ook: ‘snoeien om te bloeien’. Dat is ook gelukt: na vijf jaar kunnen we effectief zeggen dat de cultuursector over meer middelen beschikte, ook dankzij de aanvullende financiering. Ik wil daar ook nog eens een lans voor breken, het is heel belangrijk dat we daar verder op inzetten. Er is een heel groot verschil tussen de aanvullende financiering en de alternatieve financiering. Aanvullende financiering, daar moeten we voor blijven gaan. Er ligt een volledig actieplan voor u klaar, minister, u hoeft het enkel nog uit te rollen.

Minister Gatz heeft ook altijd de middelen voor projectsubsidies, wanneer hij maar kon, verhoogd. Waarom deed hij dat? Omdat dat natuurlijk de humus is van het hele ecosysteem. We hebben het in de commissie ook al gezegd, minister-president: ik denk dat het niet zo verstandig was om zo hard te besparen, die 60 procent. Maar u hebt een hand uitgestoken. U hebt letterlijk gezegd “great minds think alike” op mijn voorstel om de eerste ronde al volledig ter beschikking te stellen en bij de budgetcontrole te gaan zoeken naar die extra middelen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat die extra middelen niet komen uit de pot van het Kunstendecreet alleen, want dan zal er enkel een verschuiving zijn van structurele middelen naar projecten. Ik denk dat het belangrijk is om eventueel te kunnen kijken naar extra middelen. We zullen even lief moeten kijken naar de andere collega’s in de Vlaamse Regering. Kan dit niet, dan moet er gekeken worden naar de algemene cultuurbegroting, waar er volgens mij nog wel mogelijkheden zijn – ik heb het al aangehaald in de commissie – eventueel op de FoCI-begroting (Fonds Culturele Infrastructuur).

Ten slotte: ik denk dat het absoluut nodig is, collega’s, dat we een wijziging van het Kunstendecreet bekijken. In het regeerakkoord staat dat we een zogenaamde tussencategorie zullen invoeren. Ik noem ze altijd de ‘too-big-to-fails’.

Ik zou hierbij willen vragen dat we daar snel mee starten, collega’s. Vanaf januari moeten we starten met hoorzittingen om samen met de sector te komen tot een nieuwe architectuur van het Kunstendecreet waarin er effectief meer middelen gaan naar projecten, eventueel een verschuiving naar structurele. Moeten structurele organisaties nog vijf jaar ondersteund worden? Kunnen we niet gaan naar vier jaar? Opsplitsing in twee jaar?

Ik word een beetje technisch, maar laat ons snel starten met de wijziging van het Kunstendecreet. Laat ons absoluut die lans breken voor die 60 procent en voor middelen voor die projecten. Nogmaals, het is onze humus waar absoluut heel veel middelen in gestoken moeten worden. (Applaus bij Open Vld, CD&V en Groen)

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Ik wil heel even blijven stilstaan bij die tussencategorie. Ik begrijp de oproep van de collega’s Meremans en D’Hose. We moeten dat inderdaad in de commissie gaan bekijken en binnen die visienota oplossingen zoeken. We moeten er echter wel voor waken – dat wil ik hier heel duidelijk zeggen – dat we daardoor die druk op die projectsubsidies niet nog meer vergroten, want daar zijn de noden vandaag ook al heel groot. Ik ben heel blij met de uitgestoken hand van de minister-president in de commissie Cultuur, waarmee hij de oproep positief beantwoordde om in de tweede ronde te kijken naar nieuwe middelen die vrijkomen. Ik zou dat heel graag vandaag opnieuw gehoord hebben.

Ik heb u tijdens de begrotingsbespreking, minister-president, horen vertellen over het belang van die grote kunstinstellingen voor innovatie en voor de kansen voor nieuwe kunstenaars. Ik heb u toen gevraagd of u vindt dat die projectsubsidies daar speciaal voor zijn. U hebt ‘ja’ geantwoord. Ik ben heel benieuwd wat u in de tweede ronde kunt doen voor die projectsubsidies.

Voorzitter, collega’s, met alle respect, ik begrijp het niet meer. Ik ben de draad kwijt. Ik zal u zeggen waarom. Zit u eigenlijk samen in één meerderheid? (Applaus bij de oppositie)

Hebt u eigenlijk het budget dat u vandaag voorlegt, samen onderhandeld? Ik kan niet meer volgen.

Mevrouw Brouwers, met alle respect, en alle anderen die zijn tussengekomen: normaal gezien is het zo dat wanneer de meerderheid hier in het halfrond verschijnt, alles is afgeklopt. En wat doet u nu? U trekt het gewoon in twijfel. Ik steun u in uw twijfel, maar er is dus inzake Cultuur geen meerderheid meer in dit parlement. U hebt uzelf nu totaal uit elkaar gespeeld. U hebt u uit elkaar gespeeld. U bent het blijkbaar niet eens! U vraagt zelfs aan de minister-president – nu moet ik hem nog verdedigen ook – of hij eens kan antwoorden op uw financiële vragen. Qua absurd theater kan dat tellen! (Applaus bij Groen)

Ik wou net dezelfde opmerking maken als de heer Rzoska.

Dat is dan meteen gebeurd.

Ik heb een vraag voor de heer Meremans.

Neen. Die kunt u straks stellen als de heer Meremans hier vooraan staat. 

Natuurlijk is de regering een en ondeelbaar, en de meerderheid ook. (Gelach)

Maar daar gaat het hier niet om. (Gelach)

Er zijn afspraken gemaakt: we besparen. Die 6 procent besparen we op de meeste domeinen, Cultuur valt daaronder. Op een bepaald moment maakt de minister van Cultuur dan een persoonlijke keuze rond die 6 procent. (Opmerkingen. Rumoer)

Ja. Jawel. Minister-president, u hebt op een bepaald moment als minister uw verantwoordelijkheid genomen, en we hebben in de krant moeten vernemen dat er plots 60 procent bespaard moest worden op de projectsubsidies. (Opmerkingen. Rumoer)

Dat zal wel binnen de regering beslist zijn tussen al de cijfers die we hier vandaag bespreken. Is het dan abnormaal dat mensen van de meerderheid dat ook een zeer zware besparing vinden, en daar vragen over beginnen te stellen in de commissie aan hem? Hij heeft dan op een bepaald moment gezegd: ja, ik ga prioritair middelen zoeken om dat bij te passen. Daarmee zeggen wij: dit is goed, dit is een uitgestoken hand. 

Mijn enige vraag is nog vandaag: hoe gaat dat nu lopen met die tweede ronde? Zijn we nu zeker dat die extra middelen er komen? Of zegt u dat er geen tweede ronde komt? Er moet duidelijkheid komen, gewoon uit respect voor die mensen.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, collega’s, op de inhoudelijke en technische vragen zal ik ingaan op het einde.

Mevrouw Brouwers, puur technisch, we hebben inderdaad een globale begroting afgesproken met waar de besparingen zouden zijn.

En dan is er in de schoot van de regering afgesproken dat, als ministers binnen hun vakgebied de algemene besparingslijn aanhouden, ze intern verschuivingen kunnen doen, mits consensus binnen de regering. Al die wijzigingen die ik doorgevoerd heb – en dat is inderdaad niet de kaasschaafmethode van zes procent, maar de variatie die we daarop aangebracht hebben – is gevalideerd in de regering, door alle drie de partijen. Ik vond dat ik dat technisch toch even moest rechtzetten. (Applaus bij de N-VA)

Uiteraard is dat op een bepaald moment afgeklopt in de regering. Dat weten wij ook. Maar wij moeten dat heel specifieke bedrag dan vernemen via de pers. Want dat is natuurlijk ondergesneeuwd. Dat zijn massa’s cijfers. Doe de begroting hier open. Ik kan mij voorstellen dat niet elke minister voor 100 procent die kleine details weet van elke collega. (Rumoer)

Cultuur is uw bevoegdheid. U maakt die keuze, net zoals collega Dalle een keuze heeft gemaakt om bij Jeugd iets anders te doen. En dat wordt gerespecteerd onder elkaar in een regering. Maar wij mogen als parlementsleden toch ook nog onze zeg hebben? Wij moeten dat hier wel goedkeuren vanavond. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Het spijt mij. Wij zijn het parlement. De wetgevende macht is iets anders dan de uitvoerende. Voilà. (Rumoer)

De eensgezindheid is duidelijk ver te zoeken in de meerderheid. Gaat het niet over de besparingen op het parlement zelf, waar ze geen eensgezindheid over vinden, dan gaat het wel over de cultuurbesparingen.

Mevrouw D'Hose, u vroeg daarnet aan de minister om op andere domeinen ook geld te gaan zoeken voor die tweede ronde voor de projectsubsidies. Maar als ik het mij goed herinner, heeft onze minister-president in de commissie duidelijk gesteld dat hij wel geld wou zoeken binnen de kunstensector, maar niet bij de andere ministers. Ik vraag me dus af wat u hier vraagt of voorstelt. Is dat dan wel doorgesproken? Is hier eigenlijk iets doorgesproken in de meerderheid? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega Brusselmans, ik begrijp dat de cultuursector nieuw is voor u, dus ik zal het u even duidelijk maken. Binnen de cultuursector heb je het Kunstendecreet en daarnaast ook meerdere andere decreten en infrastructuurdecreten. Mijn vraag aan de minister-president is om het niet te gaan zoeken binnen het kunstenverhaal, maar om naar het bredere cultuurverhaal te gaan kijken. Kunsten en cultuur, collega Brusselmans, dat is niet hetzelfde. Maar ik wil u daar absoluut eens bijles over geven, als u even tijd hebt. (Applaus bij Open Vld)

Mijnheer Jambon, heb ik u hier nu horen zeggen dat de oplossing voor die tweede ronde is dat er geld moet worden verschoven binnen het kunstenbudget? In de commissie Cultuur hebt u geïnsinueerd dat er extra geld zou kunnen komen van buiten het kunstenbudget. Daar wil ik zeer graag een duidelijk antwoord op.

Mevrouw Brouwers, u zegt zeer terecht dat het de regering is die over deze besparing heeft beslist. En wij zijn het parlement. Maar neem dan verdomme uw verantwoordelijkheid als parlementslid en stem die besparingen straks weg. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Mijnheer Dalle, u was erbij op die ministerraad. U was erbij op het moment dat die projectsubsidies zo straf zijn gereduceerd. Hoe hebt u dat kunnen goedkeuren? Dat is op de regering blijkbaar toch ook goedgekeurd door uw partij. Zat CD&V te slapen? Waren die cijfers te overweldigend? Was dat allemaal te veel en is dat per ongeluk gebeurd? Wat is daar precies gebeurd in hoofde van CD&V? Als ik uw parlementsleden hoor, kan dat echt niet iets zijn waar u achter stond. Hoe is dat kunnen gebeuren?

Mevrouw Brouwers, ik voel echt bij heel wat parlementsleden uit de meerderheid dat hier geen draagvlak voor is. Ik wil een oproep doen. Ik snap dat u niet de hele begroting zult wegstemmen en dat het moeilijk is om een amendement uit de oppositie te steunen. Maar kunnen we schorsen? Kunnen we samen zitten? Kunnen we tot een amendement komen om iets te vinden waarbij we het er met meerderheid en oppositie samen over eens worden dat de besparing op die projectsubsidies ongedaan gemaakt wordt, en we kunnen bekijken waar we het halen en hoe we het toen? Kan dat een akkoord zijn? (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Voorzitter, ik wil kort reageren op de tussenkomst van mevrouw Brouwers en vooral op die van mevrouw D’Hose. Collega Brouwers, u hebt zich vastgereden met uw tussenkomst en u hebt blootgelegd dat wat Cultuur betreft, er geen eensgezindheid is binnen deze regering. Dat zal alleen maar verergeren naarmate de federale regeringsvorming al dan niet vordert en er een nieuwe coalitiepartner zal zitten in de Vlaamse Regering.

Mevrouw D’Hose, ik wist dat de arrogantie en het dedain bij Open Vld heel groot was. Met u erbij is dat nog groter geworden. (Rumoer)

Ik vind het niet kunnen dat u een jonge collega op die manier aanspreekt en ik zal u ook een lesje leren. (Rumoer)

U zult straks een mail krijgen met de correctie van hetgeen u hebt gezegd. U hebt wel degelijk gezegd dat u middelen wilt zoeken in andere beleidsdomeinen, niet alleen in Cultuur maar ook in andere beleidsdomeinen. U hebt zelfs gezegd aan de minister dat u mooi in de ogen van de andere ministers zult kijken. Spel de heer Brusselmans hier dus niet de les! (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik wil graag de oproep van mevrouw Meuleman ondersteunen om even te schorsen. We hebben in de commissie Cultuur een heel intense bespreking gehouden. Daarbij werd al duidelijk dat er geen meerderheid is in deze Vlaamse Regering inzake de visie op Cultuur en het beleid dat de regering wil voeren. We hebben amendementen ingediend om de besparingen op de projectsubsidies en het sociaal-cultureel werk terug te schroeven. We hebben daar middelen tegenover gezet, namelijk een besparing op de ministeriële kabinetten. Die amendementen zijn even bekeken, maar helaas weggestemd.

De onenigheid in de Vlaamse Regering en in de meerderheid in het parlement – en inderdaad, mevrouw Brouwers, we zitten hier in het parlement – is alleen maar groter geworden sinds de bespreking in de commissie. Ik zou de collega's heel graag willen oproepen om even samen te zitten en te kijken hoe we samen amendementen kunnen indienen waarover consensus bestaat. (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Collega's en mevrouw Segers in het bijzonder, ik weet niet hoe laat u verwacht had thuis te zijn, maar we zitten hier nog wel enkele uren. Ik ga dit debat niet schorsen. Ik geef gewoon het woord aan de volgende spreker en nadien kunt u gezellig met z'n allen gaan samenzitten wat mij betreft.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik dacht hier in een theater terecht te komen, maar ik ben duidelijk op een ijsbaan terechtgekomen. Het slibbert van hier naar daar en dat geeft mij de gelegenheid om de ijsbaan te verkennen aan de onderkant. Over één aspect voelen we al duidelijk dat een en ander niet helemaal op elkaar is afgestemd, maar er komt er nog een tweede.

1970, Gaston Eyskens, de eerste staatshervorming. Cultuur was het eerste domein dat Vlaanderen autonoom verwierf. Het moet toch wel zijn dat cultuur in die periode ongelooflijk belangrijk was. Net vijftig jaar later is het toch opmerkelijk dat net de minister-president van een partij die zichzelf dan ook nog als Vlaams definieert, zo weinig lijkt te geven om een innovatief en creatief cultuurbeleid. Dan bedoel ik niet alleen de forse besparingen die u doorvoerde, want dat doet uw regering ook op de andere domeinen. Ik bedoel dan dat u minstens de indruk wekt dat de manier waarop het beleid de voorbije decennia cultuur ondersteunde, niet belangrijk is en niet goed werd uitgevoerd. Ik ga even naar een liberaal staatsman, een zekere Thorbecke, die zei – geschreven met dubbele 'e' en dubbele 'a' –: "De regering is geen oordeelaar van wetenschap en kunst.”

Cultuur is wat mensen produceren en toevoegen. Het onderscheidt ons van de natuur – als groene mag ik dat zeggen. Historisch gezien is kunst, als onderdeel van cultuur, altijd, in welk tijdvak dan ook, ondersteund door diegenen die de macht hadden. Ik denk aan Albrecht en Isabella, die Rubens betaalden, of aan gegoede burgers als Louis Minard, die in Gent een mooie schouwburg liet bouwen. Iets verder heeft de arbeidersbeweging Vooruit gebouwd. De arbeiders stimuleerden elkaar om een gebouw voor zichzelf te hebben. Ik zwijg dan nog over de katholieke zuil, die overal te lande zogenaamde parochiezalen uit de grond heeft gestampt.

Dit brengt me bij een civiel perspectief anno 2020 en tot de essentie van de zaak. Dit civiel perspectief is nog steeds het vertrekpunt van, bijvoorbeeld, het decreet houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Het gaat om een sociaal middenveld van onafhankelijke organisaties, groepen en bewegingen waarin burgers uitdrukken waar ze met de samenleving naartoe willen. Ze doen dat vrijwillig en op eigen initiatief. Ze verenigen zich rond waarden of ambities die ze belangrijk vinden, rond overtuigingen die ze delen en rond maatschappelijke ambities die ze willen realiseren.

Minister-president, dat systeem en dat civiel perspectief worden hier met de voeten getreden. Het systeem van inspraak en participatie gooit uw beleid, onder het mom van het primaat van de politiek, zonder verpinken overboord.

Mijnheer Pelckmans, mag u worden onderbroken?

Voor applaus wel, maar voor vragen straks. (Gelach. Applaus bij Groen)

Minister-president, u wilt niet langer dat burgers zelf uitdrukken waar ze met de samenleving naartoe willen. U wilt dat zelf bepalen. Het wantrouwen ten aanzien van de samenleving, de kunstenaars en de cultuurwerkers is gigantisch. U demonstreert dat helaas doorheen heel uw cultuurbeleid.

Wat de kunsten betreft, hebt u niet enkel fors op projectsubsidies bespaard. U maakt de facto een einde aan het adagium van Thorbecke: “De regering is geen oordeelaar van wetenschap en kunst.” Hij bedoelde dat de overheid cultuur en kunst moet ondersteunen, maar niet moet bepalen wat die kunstenaars precies moeten doen. Dit betekent niet dat de overheid zomaar eender welke kunst moet subsidiëren. Het is uiteraard legitiem en terecht dat er kwaliteitseisen zijn. Daarvoor hebben we echter decennialang goedwerkende adviescommissies gehad die de politiek goed konden adviseren. Ook die werking wilt u drastisch beknotten. Niet langer zullen de onafhankelijke experts in de adviescommissies de kwaliteit van producten beoordelen. U eigent zich die beoordeling zelf toe. Ik verwijs naar de projectsubsidies. U zult niet anders kunnen dan zelf keizer-koster te spelen. We hebben in de eenentwintigste eeuw een nieuwe keizer-koster en zijn naam is minister-president Jambon.

Diezelfde tendens zien we helaas in uw visie op de media en in het ongelooflijke wantrouwen tegenover de VRT. Onder het mom van het primaat van de politiek wilt u meer politieke greep op de inhoudelijke invulling van de zender krijgen. Dat de Vlaamse Regering daarnaast ook de vorig jaar geïnstalleerde ondersteuning van onafhankelijke online media en van onderzoeksjournalistiek meteen weer afschaft, is niet meteen een teken dat u kritische stemmen in de samenleving wilt ondersteunen.

U voert een beleid dat niet de kunsten, maar vooral uw eigen Vlaamse Regering moet doen uitstralen. Ondertussen versmacht u de kunstenaars, maakt u het sociaal-cultureel middenveld verdacht en muilkorft u kritische journalisten.

We komen terug boven water. Ik heb, in alle eerlijkheid, de voorbije weken maar al te dikwijls ondervonden dat een aantal leden van uw coalitiepartners CD&V en Open Vld het hier bijzonder moeilijk mee hebben. U hebt het net kunnen ondervinden.

Dit is niet het cultuurbeleid waar Groen voor staat. Groen gaat voor een oprechte dialoog met het veld en een onvoorwaardelijk geloof in de kracht van de kunsten, waarbij cultuurwerkers en artiesten centraal staan. Ik herhaal nog eens de woorden van onze liberale vriend Thorbecke: “De regering is geen oordeelaar van wetenschap en kunst.” (Applaus bij Groen)

Mijnheer Pelckmans, blijft u maar gerust staan.

Dit is een spreekgestoelte, geen preekstoel, dat is iets anders. (Rumoer bij Groen, sp.a en de PVDA)

U draagt wel al een zwart hemd. (Rumoer bij Groen, sp.a en de PVDA)

Ik dacht dat u het zou hebben over wat er fout is, over wat u anders zou doen maar neen, u houdt een historische beschouwing. U doet dat volgens mij omdat u ook geen oplossing of alternatieven hebt. Dat denk ik echt. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Het is een beetje zoals optreden – u hebt dat ook al gezien – in de Volksbühne in Berlijn, waarbij een deel van het publiek weg is, een deel blijft zitten, en een deel enthousiast juicht en een ander deel boe roept.

U zegt dat wij tegen het middenveld en tegen participatie zijn, dat we journalisten de mond willen snoeren. Orban is een eitje in vergelijking met ons. Maar toon nu eens aan op basis waarvan wij mensen de mond snoeren. En begin niet over die beoordelingscommissies, want het is verdorie de Federatie Sociaal-Cultureel Werk zelf die bij ons is geweest met kritiek op die commissies. Zij kwamen niet voor onze broodjes want die zijn niet zo goed, en ook niet voor onze koffie. Zij kwamen bij ons opdat wij daar iets aan zouden doen. Vraag het maar aan de heer Caron, die kent u ongetwijfeld ook.

Het klopt dat die commissies belangrijk zijn maar volgens mijn oordeel moet een minister twee dingen doen. De minister moet kijken naar die beoordelingscommissies want die zijn belangrijk, maar hij moet ook de andere kant beluisteren. Dat is de reden, mijnheer Pelckmans, waarom sp.a en de N-VA destijds geen voorstander waren van de oprichting van een muziekfonds en om alles te verfondsen. We kunnen dat geld aan die commissies geven en hen laten beslissen. Maar neen, de politiek moet ook de verantwoordelijkheid nemen. De vorige minister, Sven Gatz, heeft ook een aantal keren afgeweken van de beoordelingscommissies. Hij mag dat maar hij moet het wel motiveren. Hou dus op met dat riedeltje dat de politiek alles naar zich toetrekt. Uiteraard moet de politiek keuzes maken, daarvoor worden wij ook betaald. Anders kan men ons gewoon afschaffen, en moet men maar met één persoon werken die beslist, of moet men alles aan die commissies geven.

Waar staat geschreven dat wij het middenveld zullen uitschakelen en dat we geen participatie meer willen? Waar staat dat? De teksten graag. (Applaus bij de N-VA)

De heer De Meester heeft het woord.

Mijnheer Meremans, begrijpend lezen is toch echt uw sterkste kant niet. U blijft maar zeggen dat wij geen enkel alternatief hebben voor die besparingen en dat wij niet zeggen waar wij het geld willen halen. Ik raad u aan om even parlementair stuk nummer 12 te nemen, dat ligt voor uw neus, en door te bladeren naar amendement nummer 46. Daarin staat waar wij het geld willen halen. Het betreft 7,2 miljoen euro aan bijkomende middelen afkomstig van een in te voeren besparing van 60 procent op de dotaties aan politieke partijen en de werkingstoelagen aan de fracties. 7,2 miljoen euro, elk jaar opnieuw. Alstublieft, mijnheer Meremans. (Applaus bij de PVDA)

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Mijnheer Pelckmans en collega’s van sp.a, u hebt het hier de hele tijd over die zogenaamde samenhang die er niet zou zijn binnen Cultuur. Ik wil even duidelijk maken dat wij pal achter de minister-president en zijn uitgestoken hand naar de cultuursector staan. Minister-president, ik droom nog bijna van het zinnetje dat u hebt uitgesproken: “Great minds think alike”. Ik vond het fantastisch dat u dat hebt gezegd.

Nu moet ik misschien even schorsen. (Gelach)

Dat betekende dat u op zoek wilde gaan naar extra middelen. Collega’s van het Vlaams Belang, minister Diependaele zei vanochtend nog dat een begroting onvoorspelbaar is. Misschien zijn er de komende maanden wat meer middelen. En als dat zo is, zouden we het heel fijn vinden dat die naar Cultuur gaan.

Als dat zo is, dan zouden wij heel graag hebben dat het naar Cultuur gaat. Is dat niet zo, dan vragen wij dat die middelen binnen de cultuurbegroting worden gezocht. Ik hoop dat het nu voor eens en voor altijd duidelijk is wat wij daarmee bedoelen. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Goeman heef het woord.

U staat pal achter de minister-president, maar dat betekent dat u ook pal achter die besparing van 4 miljoen euro op de culturele organisaties staat en 5 miljoen euro besparing op de projectsubsidies.

Mijnheer Meremans, wij hebben het daarnet gezegd, en ik herhaal het graag nog eens: wij willen wel op een constructieve manier aan politiek doen en wij hebben wel een alternatief voorgelegd. 15 procent besparen op de kabinetten, dat is goed voor 5,5 miljoen euro, en we willen ook op FIT nog eens 3,8 miljoen euro besparen. Daarmee klopt de rekening voor Cultuur weer helemaal en kunnen de besparingen worden teruggedraaid. Wij rekenen dus op iedereen die een groot probleem heeft met de onverantwoorde besparingen die vandaag in de cultuursector worden doorgevoerd om onze amendementen straks te steunen. (Applaus bij sp.a)

De heer Pelckmans heeft het woord.

U zult niet goedgezind zijn, mijnheer Meremans, maar ik ga terug in de tijd. We gaan namelijk naar 2009, naar de start van de eerste Zweedse Vlaamse Regering in de samenstelling N-VA, CD&V en Open Vld.

Nee, dat was sp.a in plaats van Open Vld.

Sorry, sp.a, sinds dan heeft Cultuur een aandeel van 1,97 procent in de begroting. Anno vandaag, met de besparingen, zitten we op nog amper 1 procent van de hele Vlaamse begroting, en dat voor een sector waarmee we in het buitenland willen excelleren. In die periode zijn organisaties zoals Vormingplus 44 procent verloren, gemiddelde verenigingen 27,8 procent en amateurkunstenorganisaties 23 procent. Er dan zijn er 60 procent besparingen op de projectsubsidies. We zitten in De Warmste Week, dames en heren. Sinds 2009 hebt u de verwarming van heel die sector langzaam maar zeker zo dichtgedraaid dat die op vriesstand staat. Ik ken de sector goed, ik heb er lang in gewerkt. Dat zijn allemaal mensen die op zo’n moment supercreatief worden, dat hebben ze ook gedaan. Ze zijn, bij wijze van spreken, overal wollen truien gaan halen en hebben sjaals aangedaan, ze hebben eigen middelen ontwikkeld, en zelfs die wilt u nog afnemen. Ik vind dit een radicale schande, en dan nog zeggen dat u met cultuur in het buitenland wilt excelleren, is helemaal van de gekke.

Nog even over de vraag van de heer Meremans. Als je tot aan de mededeling over de besparing totaal niet met de sector overlegt, zelfs nog geen cultuurkabinet hebt en helemaal op eigen houtje die beslissingen neemt, dan krijg je natuurlijk een gigantisch wantrouwen vanuit de sector. Dat is iets wat je helemaal zelf hebt gezocht.

Dan nog iets over het feit dat er helemaal geen geld zou zijn. Dames en heren, hoe vaak moet ik het nog zeggen? Weet u waar ik dat gevonden heb over minister Eyskens en 1970? In ons nieuw Vlaams Museum, daar ben ik gisteren langsgeweest. Dat is hier beneden in het Vlaams Parlement, dat is ons Bezoekerscentrum. Dat is voor mij het nieuw Vlaams Museum, daar hoeft u geen geld meer voor te zoeken. Dat geld kunt u echt wel ergens anders gaan halen. U wilt voor een alternatieve Unia nog eens geld op tafel leggen, voor een alternatieve justitie…

Ik ben een zeur, ik weet het, maar waarom kunnen die innovatieve middelen niet naar de cultuursector gaan? Er is 4 miljoen euro voor de kunstensector nodig, eigenlijk 15 procent als je het correct wilt doen. Als je echt beleid wilt voeren, dan voer je dat in een integraal beleid samen uit. Dan moet je met minister Crevits maar eens gaan samenzitten. Ze is er nu niet, maar dat lijkt me een heel sympathieke dame. Als er van die 250 miljoen euro niet een paar miljoen euro afkunnen voor Cultuur, dan begrijp ik dit integrale beleid niet. (Applaus bij Groen en sp.a )

De heer Meremans heeft het woord.

Mijnheer Pelckmans, ik kan ook sympathiek zijn als ik wil.

U zegt: ‘besparingen, besparingen’. Weet u hoeveel het nominaal budget voor Cultuur in 2019 is?

Dat weet ik niet uit het hoofd.

Ik zal het u zeggen: 483 miljoen euro. Dat is in de commissie gezegd. Weet u wat het cultuurbudget voor 2020 is, nominaal en door de administratie afgeleverd? Weet u het?

Ik weet het niet uit het hoofd.

483 miljoen euro. Zo’n hakbijl wil ik geregeld tegenkomen, hoor. Dat is het eerste wat ik wil zeggen.

Maar u hebt wel een punt. Als je kijkt naar de inflatie: de waarde van 1 euro vijf jaar geleden en nu, is verschillend. Daar kom je op ongeveer 1,9 procent. Daarmee ben ik het eens.

Voorzitter, ik zal er straks in mijn toelichting op alluderen. Er zijn wel degelijk investeringen. Sommige sectoren werden ondergefinancierd en daarvoor maken we inhaalbewegingen. Maar u hebt niet geantwoord op mijn vraag. Ik herhaal. En ik neem dat wel ernstig. Want eerst zegt u dat ik discrimineer. Nu is het al zo dat ik iedereen monddood wil maken. Ik pik dat niet zomaar. Ik kom verdorie zelf uit de sociaal-culturele sector. Dus u moet mij niets wijsmaken.

Ik vraag het u nog eens: in welke documenten staat dat wij het middenveld niet meer laten participeren, dat wij niet meer luisteren naar die mensen, dat we niet meer luisteren naar de commissie? Waar staat dat geschreven? Geef mij die teksten. Dat is mijn tweede vraag.

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Meremans, u kunt blijven doorduwen. Maar ik heb gewoon vastgesteld – en ik weet dat dat voor u een zeer ongemakkelijke waarheid is – dat uw coalitiepartner CD&V toch een heel ander geluid heeft laten horen. Open Vld aanvankelijk ook, maar nu misschien ietwat minder.

Collega’s, ik hoop dat het resultaat van het debat is dat wat deze week gebeurd is rond preventie, ook kan gebeuren rond cultuur. Die sector vraagt niet monsterachtig veel geld om de nodige innovatie te kunnen doorvoeren. Laat ons gewoon kijken vanwaar het kan komen.

En mijnheer Meremans, u kunt blijven proberen om mijn collega Pelckmans zo veel mogelijk te onderbreken. Maar ik stel gewoon vast dat er misschien wel een deal te sluiten valt met CD&V en Open Vld om dit ook ongedaan te maken. (Applaus bij Groen en sp.a)

Kijk, die nominatieve cijfers zijn belangrijk. Maar zeker zo belangrijk is wat de waarde is van die 1 procent. Het gaat maar om 1 procent van heel het budget Vlaanderen dat we aan cultuur willen besteden. Dat is zeker zo belangrijk. (Opmerkingen)

Laat mij alstublieft uitspreken.

Twee, ik begrijp het niet: vroeger hing de commissie zo hard samen rond dezelfde thema’s en konden wij samenwerken, nu worden wij helemaal uit elkaar gespeeld. Ik ben heel open en heel blij. Ik heb nogal wat kennis van de sector. Ik heb er dertig jaar in gewerkt. Ik wil absoluut mijn kennis ter beschikking stellen van de commissie en grondig nadenken over een aantal formules. Maar dat wil ik absoluut onder één voorwaarde en dat is dat we die cultuursector eindelijk eens uit zijn isolement halen. En daarvoor moet ik de minister-president wel feliciteren. Door die sector helemaal achteraan te zetten, met een laat gekozen minister, is dat een soort isolement. Cultuur heeft kracht, ongelooflijke kracht. En daar kun je op inzetten, samen met de collega’s van Onderwijs, samen met de collega’s van Welzijn. Doe dat dan ook alstublieft. Daar zit massa’s geld, als je samenwerkt en co-creaties opzet.

We hebben al een goed debat gevoerd, minister-president, samen met Onderwijs en Cultuur, onder andere over de leesbevordering. Ik denk zelfs dat we elkaar daarin al hebben gevonden. Ik ben er heel graag toe bereid om daarin verder te gaan.

Maar fundamenteel, over de middelen en een aantal keuzes die werden gemaakt, voel ik mij nog altijd op de ijsbaan staan. (Applaus bij Groen)

De heer Meremans heeft het woord, heel kort.

Ik verwijs naar wat ik in de commissie heb gezegd. Ik verwijs naar wat ik hier heel kort geleden heb gezegd. Wat hebben we gezegd in de commissie betreffende die projectsubsidies? Dat we inderdaad op zoek willen gaan naar oplossingen. Ik heb mij daartoe ook geëngageerd. Dat is niet nieuw, ik heb dat al een maand geleden gezegd. Maar we moeten ook kijken naar wat het doel is van die projectsubsidies. Het moet zuurstof geven aan die sector. Dat is allemaal al gezegd. Ik weet dus niet waarom u dat nu allemaal komt zeggen, alsof wij de slechte wolven zijn, die helemaal niet voor cultuur zijn. Stop met die framing! Stop met die framing, in godsnaam! Het begint inderdaad wat afgezaagd te worden. En laat ons potverdorie in de commissie samen aan dat Kunstendecreet werken. (Applaus bij de N-VA) 

Hebt u daar nog iets aan toe te voegen?

Er is een spreekwoord dat zegt: ‘Van al diegenen die niets te zeggen hebben, zijn zij die zwijgen het aangenaamst.’ Ik zal er dus vandoor gaan. (Applaus bij Groen)

Mevrouw Segers heeft het woord.

Wat een ongelooflijk fijn en belangrijk debat. Eindelijk: cultuur in het hart van dit parlement. Het is echt een heel belangrijk moment dat we samen beleven. Ik hoop dat we straks ook in alle collegialiteit, met alle fracties, kunnen zorgen dat we de cultuursector tegemoetkomen en dat we de ongelooflijke onrust die er nu al wekenlang is, kunnen wegnemen. De mensen die hier vandaag opnieuw zitten, de vele mensen buiten, het koor dat ons straks te wachten staat, getuigen ervan hoe belangrijk cultuur is voor alle Vlamingen en hoe het leeft. Wij moeten vandaag – en we hebben deze kans vandaag – met oppositie en meerderheid samen tegemoetkomen aan de verzuchtingen van die sector. (Applaus van sp.a, Groen en de PVDA)

Cultuur sterker en welvarender maken, Vlaanderen sterker, welvarender en socialer maken: dat stelt de Vlaamse Regering voorop in haar regeerakkoord. Een Vlaanderen dat schittert, waar iedereen meekan en zich betrokken voelt: hoe ernstig is dat voornemen van de Vlaamse Regering wanneer er uitgerekend wordt beknibbeld op cultuur, op sport, op jeugdwerking? Domeinen die ons over generaties, achtergrond en religie heen met elkaar verbinden, sectoren die ons helpen uitgroeien tot mondige, geïnformeerde en kritische burgers, zoals een pluriforme en kwaliteitsvolle pers en een sterke openbare omroep, worden kapot bespaard.

Kunst en cultuur moeten voor deze Vlaamse Regering vooral dienen als vehikels voor het definiëren en verheerlijken van de Vlaamse identiteit. En dus worden keuzes gemaakt. Ja, er worden keuzes gemaakt. Er wordt de kaart getrokken van de grote instellingen, van erfgoed, van de bakstenen ten koste van de humus van het brede kunst- en culturele veld zoals innovatie in de kunsten, zoals het sociaal-cultureel werk, zoals participatiecultuur en educatie. De gevolgen daarvan zullen binnen enkele dagen te voelen zijn: een schaarser aanbod, hogere ticketprijzen, ja hier en daar zelfs ontslagen. Daarmee proberen de cultuurhuizen de zoveelste besparing het hoofd te bieden, want het is de zoveelste besparing sinds 2009. Centen om aanstormend talent, naast een gedecimeerde projectsubsidiepot, nog een kans te geven, zijn er niet meer. En dat is zo problematisch want de innovatie, dankzij de projectsubsidies, wordt opgepikt door de kunstorganisaties en kunstinstellingen en sijpelt door naar de amateurkunsten en het sociaal-culturele veld, naar een brede toegankelijke cultuur zoals musicals en andere producties van pakweg Studio 100, maar ook naar televisiefictie en film. Zonder innovaties in die visionaire kunstenaars haalt ook de populaire cultuur dat niveau niet.

Collega Brouwers, ik wil u daarom echt feliciteren met uw moed. Ik wil u echt feliciteren om te zeggen waarop het staat. Ik zou collega D’Hose en collega Meremans graag oproepen om met hun fracties straks samen te zitten. We hebben amendementen ingediend in de commissie en zullen ze ook hier voorleggen, waarin we wel degelijk een compensatie hebben gevonden, namelijk besparing op de kabinetten. Maar u kunt andere voorstellen doen. We kunnen samen nagaan of we de projectmiddelen die zo vitaal zijn, alvast kunnen redden. Daarmee redden we jonge, beginnende mensen en studenten aan de kunsthogescholen die hier al wekenlang betogen. Wij maken momenteel hun dromen kapot. Laat ons samenzitten om hun dromen te redden. Ik roep u daartoe op.

Ik wil het ook hebben over de VRT en het medialandschap. Het kan niet dat het voortaan alleen de taak van de openbare omroep zal zijn om cultuur tot bij de mensen te brengen. De VRT heeft na een dieet van besparingen – min 29,5 miljoen euro de voorbije vijf jaar – nog eens 36 miljoen euro te verwerken.

Men mag gerust ambitieuze eisen stellen aan een openbare omroep. De VRT heeft een voorbeeldrol op heel veel vlakken en vervult die met glans. Beste collega's, de VRT is bij de beste leerlingen van de klas in Europa inzake prijs-kwaliteitverhouding. 41 euro, dat is wat de Vlaming betaalt voor de VRT. Dat is ongeveer de helft van wat bijvoorbeeld in de Scandinavische landen betaald wordt per hoofd. De VRT hoort bij de beste leerlingen van Europa en ze speelt haar rol met glans. Ze neemt het voortouw op vlak van innovatie en is een katalysator voor het mediaveld.

Maar, collega's, daar moet een correct financieel kader tegenover staan. De 36 miljoen euro besparingen de komende vijf jaar is gewoon niet ernstig. Ik zie een openbare omroep die op alle vlakken het verschil wil maken en dat ook doet. Dat bleek ook nog eens uit een onderzoek dat vanmorgen gepubliceerd is, het DIAMOND-onderzoek. De VRT heeft met haar verschillende platformen een prominente plaats in de nieuwsconsumptie van Vlamingen en een cruciaal belang voor de diversiteit van hun nieuwsconsumptie. De VRT speelt op die manier een cruciale rol in onze democratie, maar geeft ook al jaren aan dat de middelen waarover ze kan beschikken niet toereikend zijn.

Beste collega's, ik zal afsluiten met nog eens dezelfde warme oproep te doen. Het is duidelijk dat er vanavond geen meerderheid is in een visie op cultuur. Ik wil allemaal samen bekijken hoe we kunnen tegemoetkomen aan de culturele sector en hun verzuchtingen, zoals ze die vandaag en de voorbije weken hebben geuit. (Applaus bij de sp.a, Groen en de PVDA)

De heer Van De Wauwer heeft het woord.

Collega Segers, we werken al een tijdje in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media op een heel constructieve manier samen, meerderheid en oppositie. Ik vind het mooi dat u opnieuw een oproep doet aan ons, maar wij gaan ons als meerderheid ook niet uit elkaar laten spelen. We hebben die meerderheid ook niet gebroken. Laat me duidelijk zijn over wat we hier gezegd hebben over die besparing van 6 procent, generiek, dus ook op Cultuur. Dat is niet fijn, maar die gaan we wel overal verdedigen. Ik heb gezegd dat wij als CD&V-parlementsleden, zoals collega Brouwers ook heeft gezegd, een andere keuze zouden hebben gemaakt wat betreft de 60 procent besparing op de projectsubsidies. Het enige wat wij hier vandaag gevraagd hebben aan de minister-president was of hij kon bevestigen dat hij de volledige pot van 3,3 miljoen euro in de eerste ronde wilde toewijzen, of, indien dat het geval is, er nog een tweede ronde doorgaat in maart en of, als er dan middelen zijn vrijgekomen, dat die in dat geval prioritair voor de projectsubsidies worden ingezet. We wachten op het antwoord. De minister-president zal zijn repliek nog geven. Maar als het antwoord daarop positief is, dan zijn wij gerustgesteld en dan is de 60 procent besparing op de projectsubsidies nog geen eindpunt. Als er middelen vrijkomen, zal dat ervoor zorgen dat we niet tot 60 procent moeten besparen. Ik kijk heel erg uit naar het antwoord van de minister-president. Maar neen, we laten ons als meerderheid niet uit elkaar spelen.

Beste collega, ik heb zonet dezelfde vraag aan minister-president Jambon gesteld, maar ik ben er niet gerust in. Het antwoord dat hij in de commissie heeft gegeven, was hoogst verontrustend. Hij heeft gezegd tegen collega D’Hose dat haar voorstel om de volledige 2,3 miljoen euro te gebruiken voor de eerste ronde, oké was en dat hij voor een tweede ronde zou bekijken waar hij extra middelen zou kunnen vinden. Maar hij heeft wel heel duidelijk gezegd dat hij ze zal vinden binnen het budget Kunsten in de eerste plaats en Cultuur in de tweede plaats. Ik wil er de notulen gerust nog eens op nalezen, maar dat heeft de minister-president wel heel duidelijk gezegd. Ik kijk dus ook uit naar het antwoord van de minister-president. Ik hoop dat hij straks met een bevredigend antwoord komt, want de cultuursector die zich zo verenigd heeft getoond, laat zich niet uit elkaar spelen zoals de meerderheid hier vandaag, zo lijkt het toch wel een beetje. (Applaus bij sp.a, Groen en PVDA)

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Mevrouw Segers, ik zou graag reageren op wat u hebt gezegd over de openbare omroep. Ik denk dat we het belang van de openbare omroep beiden onderkennen en dat we daar eigenlijk hetzelfde over denken, namelijk dat we een slagkrachtige, sterke openbare omroep absoluut nodig hebben in een sterk medialandschap. Dat is in elk geval de doelstelling van deze regering.

Het is echter wel belangrijk om ter zake de juiste cijfers te hanteren. U hebt een aantal cijfers in de mond genomen die niet stroken met de realiteit van onze begroting. Om heel concreet te zijn: in de begroting 2020 plannen we een punctuele besparing op de VRT van 2,4 miljoen euro. Dat is 0,9 procent van de dotatie, die iets meer dan 260 miljoen euro bedraagt. Als je kijkt naar de totale inkomsten van de VRT, want de VRT is natuurlijk niet alleen afhankelijk van een overheidsdotatie, maar heeft ook een aantal private inkomsten, dan evolueren die inkomsten van de VRT van 460 miljoen euro dit jaar naar 464 miljoen euro volgend jaar. Hier wordt dus de indruk gewekt dat er een kaalslag komt van onze openbare omroep. Niets is minder waar. Ja, ook de openbare omroep moet een stuk besparen, maar op een realistische manier. Men zal in elk geval nog kunnen rekenen op een sterke en kwaliteitsvolle openbare omroep. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Dalle, ik hoor u zeer graag zeggen dat u ook gelooft in het belang van een slagkrachtige, sterke openbare omroep. Het regeerakkoord heeft het over een nog slankere openbare omroep. Wel, de VRT heeft de afgelopen jaren inspanningen te over gedaan. Er is al zeer zwaar bespaard. Het vet is allang van de soep. Het bedrag van de subsidies wordt met 12 miljoen euro verminderd, maar u weet evengoed dat de VRT zelf heeft berekend dat, door het niet-indexeren van de werkingsmiddelen, maar ook – en dat is nog niet ter sprake gekomen – door het verder plafonneren van de reclame-inkomsten, haar vleugels wel degelijk zullen worden geknipt. De VRT komt zelf tot een bedrag tussen 36 en 40 miljoen euro. Dat hele plaatje, dát moeten we volledig in rekening nemen.

Minister, u zegt ook dat een sterke openbare omroep belangrijk is in een globaal medialandschap dat ook bestaat uit private spelers. U deelt ook mijn bezorgdheid en die van de collega’s dat we vandaag leven in een bijzonder geconcentreerd medialandschap, waar er nog maar enkele groepen over zijn. In dat geconcentreerde medialandschap is de diversiteit van stemmen in het debat bijzonder belangrijk. Dan hebben we het over kleine media-initiatieven zoals Doorbraak, Apache en DeWereldMorgen of zoals Charlie Magazine, dat deze week aankondigde te moeten stoppen.

Die kleine, onafhankelijke media vinden wij dus belangrijk. In de voorbije legislatuur hebben we kamerbreed een resolutie goedgekeurd om die onafhankelijke media-initiatieven verder te ondersteunen. Minister, wat doet u? U hebt het Vlaams Journalistiek Fonds (VJF) geschrapt, een klein fonds, met beperkte middelen, maar wel een fonds dat journalisten de kans geeft om die stukken te maken die ze in de grote mediabedrijven niet kunnen maken. Ook dat is voor ons een onbegrijpelijke keuze. Als we willen dat onze democratie sterk blijft, als we die sterk willen maken, dan moeten we net daarin heel veel investeren, net als in Mediawijs. Voor de goede orde geef ik u opnieuw complimenten voor het feit dat u ook zo sterk gelooft in mediawijsheid. Dat kunnen wij ook alleen maar beamen. De strijd tegen fake news zullen we echter niet winnen door alleen in te zetten op mediawijsheid. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer De Meester heeft het woord.

Minister Dalle, u bent natuurlijk nieuw als minister, maar ik zou u toch willen adviseren om eerlijk uit te komen voor het beleid dat u voert, in plaats van hier te doen alsof er bij de VRT gewoon niet wordt bespaard, alsof dat eigenlijk geen echte impact heeft. Sinds 2007 zijn er bij de VRT al 600 mensen verdwenen. Nu zullen er opnieuw 250 mensen moeten afvloeien. En u beweert hier dat dat geen impact heeft? Zitten die mensen daar dan vandaag met hun vingers te draaien of zo? Is het dat wat u beweert? De VRT is al kapot bespaard en het is nu al de meest efficiënte openbare omroep van Europa. Toch is het voor u niet genoeg. U wilt toch dat wij excelleren in Europa? Wel, we excelleren! De VRT is bij de besten van Europa. Volstaat dat niet? Moet het met nog minder geld?

Het gaat trouwens niet alleen over besparingen. Het gaat ook over die ideologische aanval van deze regering op de VRT. Daar moeten we het ook over hebben, over de zogenaamde ideologische diversiteit die de VRT moet respecteren. Alsof die journalisten dat vandaag al niet doen. (Gelach)

Jullie lachen ermee, collega’s. Maar hoe durven jullie eigenlijk?

Alsof de journalisten hun metier niet kennen en alsof ze niet in volle onafhankelijkheid weloverwogen beslissingen nemen en rekening houden met de diversiteit in ons politiek en ideologisch landschap. Natuurlijk doen zij dat wel. Maar de verborgen agenda, collega’s, is – en minister-president Jambon heeft het letterlijk gezegd – dat links te veel aan bod komt in verhouding met zijn maatschappelijke relevantie. Er moeten dus meer rechtse stemmen aan bod komen. Wel, mijnheer Jambon, wat er in onze samenleving relevant is en wat niet, ‘da gade gij nie bepalen’! (Applaus bij de PVDA en Groen)

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijnheer van de PVDA, Tom De Meester, als u eens een aantal maanden de gasten zou turven die in de programma’s van de VRT worden opgevoerd, zou u onmiddellijk weten hoe laat het is. (Opmerkingen van Katia Segers)

Mensen van een linkse, politiek correcte strekking, met name op het vlak van immigratie, van islam, ook over de Europese Unie en over van alles en nog wat, over allerlei thema’s, over het klimaat bijvoorbeeld ook, die mensen zijn oververtegenwoordigd. U vindt dat natuurlijk fijn. Groen en sp.a zullen dat ook fijn vinden. Maar wij en ik denk ook de N-VA, zo heb ik het toch begrepen, vinden dat niet fijn. U zou dat ook niet fijn moeten vinden, want u bent tot nader order een vrij kleine partij en u zou eerlijkheid en oprechtheid in het aan bod laten komen van diverse meningen moeten toejuichen. U zou dat moeten toejuichen, want dat komt op termijn ook uzelf ten goede.

Mevrouw D’Hose heeft het woord.

Collega De Meester, ik ben een slechte slaper. We hebben de afgelopen drie avonden gedebatteerd en de degens gekruist in de Gentse gemeenteraad. Daardoor moest ik vannacht aan u denken. (Rumoer. Opmerkingen van de voorzitter)

Ik moest vooral denken aan uw tussenkomsten en die van uw fractie. Het is nooit genoeg. Ik ben eens gaan grasduinen in de afgelopen maanden. U herhaalt constant hetzelfde riedeltje, dat het nooit genoeg is. Ik denk bijvoorbeeld aan het actuadebat over het Vlaamse Energie en Klimaatplan: ‘We moeten de energiefactuur verlagen.’ Het actuadebat over de uitrol van de elektrische bussen: ‘Dringende aankoop van elektrische bussen nodig.’ Het actuadebat over de toekomst van De Lijn: ‘De Lijn is kapot bespaard.’ Actuele vraag over de sociale gevolgen van de lage-emissiezone (LEZ): een pleidooi voor gratis openbaar vervoer. Actuele vraag over de VRT: ‘De VRT is ondergefinancierd.’ Ook in de commissies gaat datzelfde riedeltje voort: ‘Onderwijs heeft meer publieke middelen nodig.’ Welzijn: ‘1 miljard euro meer publieke middelen.’ Wonen: ‘Meer publieke middelen.’

Lieve collega De Meester, zeg mij eens waar wij al die extra middelen vandaan zullen halen zonder terecht te komen op een economisch kerkhof en zonder in de portemonnee te zitten van de hardwerkende Vlaming. (Applaus bij de meerderheid)

‘It is the duty of the opposition to oppose.’ Dat is absoluut zo en daar heb ik alle begrip voor, maar zorg nu alstublieft eens voor een coherent verhaal, want dat ballonnetje zullen we toch iedere keer doorprikken. (Applaus bij Open Vld)

De heer De Meester heeft het woord.

Lieve collega D’Hose…

U kunt straks samen gaan eten. Spaghetti in de cafetaria.

U probeert hier natuurlijk het schip zodanig te overladen tot het zinkt, maar ik wil even terug naar het debat, naar waar het hier over gaat: de cultuursubsidies. U moet niet doen alsof ik hier oppositie voer om de oppositie. Ik herhaal dat ik een zeer concreet en sluitend gefinancierd amendement heb ingediend. Om een volwaardige subsidieronde voor Cultuur te kunnen hebben, hebben we geld nodig en weet u, mevrouw D’Hose, dat geld is er! Wij stellen namelijk voor – en ik kan het niet genoeg herhalen – om dat geld te halen bij de dotaties van de partijen. Mocht iedere partij solidair zijn en als iedereen moet besparen, laat ons dan eens bij onszelf beginnen. Mevrouw D’Hose, ik kaats de bal terug. Bent u bereid om dit zeer concrete amendement, voor 7,2 miljoen euro per jaar, te steunen, ja of neen?

De heer Meremans heeft het woord.

Over wat de heer De Meester aanhaalde over de neutraliteit, de hoogste graad van objectiviteit en dergelijke, diversiteit van stemmen, wil ik gewoon meegeven dat de VRT het vlaggenschip moet zijn voor elke kijker, dat die kijker dat kan nemen als maatstaf voor nieuws en wat dan ook.  Ik heb het dan niet enkel over Het Journaal of Terzake, ik heb het ook over andere programma’s, die je zou kunnen klasseren onder infotainment. Is dat kritiek? Het is een bezorgdheid die we meenemen. Stel u voor: als de bevolking geen waarde meer zou hechten aan de nieuwswaarde, de juistheid en de diversiteit van stemmen binnen het mediagebeuren, binnen een openbare omroep, is het hek van de dam. Het is een enorm hoog democratisch goed, mijnheer De Meester, en wij hebben dat daar ingeschreven uit een oprechte bezorgdheid voor de democratie. Daar kunt u toch niet tegen zijn. (Applaus bij de N-VA)

Minister Dalle heeft het woord.

Minister Benjamin Dalle

Collega Segers had een aantal vragen, over het Vlaams Journalistiek Fonds bijvoorbeeld. Wij hebben die discussie in de commissie heel uitdrukkelijk gevoerd. We blijven natuurlijk investeren in kwaliteitsvolle journalistiek, onder meer via de Vlaamse Vereniging van Journalisten en het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek. Dat zijn ook belangrijke elementen.

Wat de VRT betreft heb ik natuurlijk nooit gezegd dat er al niet heel wat besparingen geweest zijn. We zijn effectief geëvolueerd van een bedrijf van 2600 naar 2000 medewerkers: dat is inderdaad een serieuze ‘effort’ geweest. Als je nu naar de begroting 2020 kijkt, gaat het wel degelijk over 2,4 miljoen euro, ook een stuk niet-indexering, en in perspectief 2024 over 12 miljoen euro. De andere bedragen waarnaar u verwijst, mevrouw Segers, zijn geen besparingen van deze regering. In elk geval is het normaal dat ook de openbare omroep een stukje moet bijdragen aan die besparingen, en dat zal op een goede manier gebeuren, in overleg met de openbare omroep, ook in het kader van de onderhandelingen over de beheersovereenkomst. Daarbij zijn naakte ontslagen zeker niet het perspectief van deze regering, maar wel een politiek van niet-vervanging zoals men nu ook kent.

Tot slot nog een element dat hier ook al herhaaldelijk aan bod gekomen is, namelijk politieke beïnvloeding van de openbare omroep. Laat ons daar heel duidelijk over zijn. De VRT is een openbare omroep, geen staatszender. Dat betekent dat de neutraliteit belangrijk is, dat de VRT de hoogste standaarden van neutraliteit moet respecteren. Maar het is ook belangrijk te preciseren wat dat dan wil betekenen. Dat wil zeggen dat er onafhankelijkheid moet zijn van die openbare dienst, dat er onpartijdigheid moet zijn, maar dat wil ook zeggen dat er autonomie van de redacties moet zijn. Dat betekent dat ik als minister van Media niet bepaal wat de inhoud van programma’s is, dat ik ook niet bepaal wat geprogrammeerd wordt bij de VRT. Dat is het standpunt van de regering, het is heel belangrijk om dat te preciseren.

Wel is het van belang dat we in het raam van de beheersovereenkomst – die onderhandeling starten we begin volgend jaar – duidelijke afspraken maken over de doelstellingen die we samen willen realiseren. Dat lijkt me ook normaal. Als we nog steeds meer dan 260 miljoen euro als dotatie geven aan de VRT, is het ook normaal dat de grootste aandeelhouder, dat de enige aandeelhouder ook een aantal vragen stelt en dat dat heel sterk verduidelijkt moet worden.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister Dalle, in verband met de besparingen hebt u de cijfers herhaald die ikzelf heb gegeven: 12 miljoen euro op het einde van de legislatuur. De berekening van de VRT zelf, met alles in rekening genomen, komt op 36 miljoen euro, variërend tot 41 miljoen. Dat is een grote hap uit wat er nog maar overblijft van een budget waar geen vet meer op de soep zit. U hebt kennisgenomen van het protest; niet alleen van de mensen van de vakbonden van de VRT, maar ook van de grote actie ‘Iedereen VRT’ die twee weken geleden aan uw kabinet is opgezet en die een groot succes was. Er waren heel veel mensen: kijkers, maar ook mensen die werken bij de VRT, en die hebben aangegeven dat ze zeer bezorgd zijn. Maar u hebt ook kennisgenomen van de bezorgdheid die de heer Lembrechts zelf geuit heeft. Hij heeft gezegd: “Jullie stellen aan ons terecht hoge eisen, hoge verwachtingen, op zeer veel vlakken, maar we gaan dit niet kunnen houden binnen dit budgettair kader.” Ik wil u dus oproepen om in de komende legislatuur te bekijken hoe u een aantal zaken kunt rechttrekken.

Met betrekking tot uw laatste opmerking over de neutraliteit van de VRT: minister, u weet dat ik u volmondig steun wanneer u zegt dat het niet aan ons, de politiek, is om te bepalen welke redactionele keuzes onze openbare omroep maakt. Beste collega’s, daar moeten we vooral ver weg van blijven. Ik steun u volmondig in uw positie daarover. Ik hoop dan ook dat het grote aantal vragen in de commissie over die of andere keuzes van de VRT tot het verleden mag behoren.

Collega Meremans, ik wil uw geruststellen in uw bezorgdheid. Lees het onderzoeksrapport van DIAMOND dat vandaag verschenen is, waarin aangegeven wordt dat de rol van de VRT inzake het aanbieden van divers nieuws ongelooflijk belangrijk is en blijft voor de Vlaming, via al haar kanalen. Dus de VRT moet de kans krijgen om zowel op radio als op televisie en online, zonder daarin beknot te worden, haar rol als belangrijkste nieuwsproducent voor alle Vlamingen op een kwalitatieve, onafhankelijke manier te kunnen blijven garanderen. Ze doet dat, ze kan dat, en we moeten ervoor zorgen dat ze dat kan blijven doen.

De heer De Meester heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter. Er was een tijd, collega’s, dat de Vlaamse strijd een cultuurstrijd was, gedragen door schrijvers, door componisten en door beeldende kunstenaars. Die kunstenaars, mijnheer Jambon, draaien zich vandaag om in hun graf, want u bespaart op cultuur en u bespaart 60 procent op de projectsubsidies. Het beste antwoord daarop, minister-president, is echt niet mijn tussenkomst vandaag. Het beste antwoord daarop, dat zijn de vele cultuurliefhebbers die overal te lande en te velde, in heel Vlaanderen, van de Westhoek tot in Brasschaat, op het podium kruipen van de cultuurinstellingen om de theatermakers en andere artiesten te steunen in hun protest tegen die besparingen. Dat is het beste antwoord. De kunstenaars die hier vandaag in de publiekstribune zitten en die hier nu voor het parlement aan het betogen zijn, dat is het beste antwoord op uw besparingen.

Straks gaat u natuurlijk zeggen, mijnheer Jambon, in uw repliek, dat het eigenlijk allemaal opgelost is, want dat u al het geld dat voor 2020 was voorzien in januari aan de projectmiddelen zult toekennen. Dat zult u straks zeggen. Maar dat is fake news.

Dat is om drie redenen verkeerd. Ten eerste: er zit maar 3,3 miljoen euro in de pot. Daar zult u dus niet ver mee springen, want uw eigen beoordelingscommissie heeft voor 8,5 miljoen euro projecten positief geadviseerd, waarvan 4,4 miljoen euro voor projecten met de beoordeling ‘zeer goed’. Dat is de beste beoordeling, dat is excelleren. Wel, nu moet u mij eens uitleggen hoe u met 3,3 miljoen euro voor 4,4 miljoen euro aan ‘zeer goed’-projecten kunt financieren. De collega’s van CD&V in de regering zullen zeggen: Jezus kon dat wel volgens de bijbel. Hij kon met twee broden en drie vissen iedereen te eten geven. (Opmerkingen) Of met vijf vissen. Gelukkig hebben we bijbelvaste ministers in de Vlaamse Regering.

Ten tweede, collega’s, gaat het natuurlijk niet alleen over die projectsubsidies. Het gaat ook over die 6 procent besparingen in heel de sector, op alle cultuurhuizen. Dat heeft een grote impact. De prijs van de tickets bij de KVS verhoogt met 10 procent. Bij jeugdtheater BRONKS wordt een derde van de middelen voor kunsteducatie geschrapt. Er verdwijnen jobs bij de cultuurhuizen. Jonge cultuurhuizen krijgen minder kansen. Dat is het cultuurbeleid, mijnheer Jambon, dat u hier vandaag aan het voeren bent. En dan zegt u dat Vlaanderen moet excelleren? Wel, investeer dan in kunst en investeer dan in cultuur!

Ten derde, collega’s, het gaat niet alleen om besparingen. De kunstenaars buiten zeggen: ‘Dit is geen besparing, dit is censuur.’

Luc Tuymans, een van onze grootste levende beeldende kunstenaars, zegt dat. Ze hebben gelijk, want wat staat er in uw bestuursakkoord? Kunst en cultuur “moeten het uithangbord worden van de grootsheid die Vlaanderen in zich draagt.” Veel nationalistischer moet het voor mij niet worden.

Maar we hoeven natuurlijk juist niets, minister-president. Waarom zouden kunst en cultuur zich moeten inpassen in een Vlaams-nationalistische separatistische agenda? ‘Da gade gij toch ni bepalen’? Kunst moet vrij zijn. Kunst mag kritisch en tegendraads zijn. Kunst mag de samenleving een spiegel voorhouden. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Ik denk niet dat u het woord hebt.

Mevrouw Brouwers, u zegt dan: ‘Toon mij waar we het geld moeten halen. Wij horen niet één concreet voorstel van de oppositie.’ Ik heb er net een gegeven. Als we 60 procent besparen op de dotaties aan de partijen en de werkingsmiddelen voor de fracties, dan hebben we jaarlijks recurrent 7,2 miljoen euro.

Een tweede voorstel, mevrouw Brouwers – ik ben in een constructieve bui, voorzitter –, is om de uittredingsvergoedingen voor de politici van dit parlement te schrappen. Als u dan toch op Cultuur wilt besparen, waarom besparen we dan niet op de cultuur van de zelfbediening in het parlement? (Applaus bij de PVDA. Rumoer)

Als we dat doen, collega’s, komt er 9 miljoen euro vrij. Dan is uw probleem van de tweede ronde opgelost, mevrouw Brouwers.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik heb een vraag voor u, mijnheer De Meester. Ik heb hier alle amendementen waar uw naam op staat. Weet u hoeveel extra geld u vraagt voor Onderwijs?

U zult het mij ongetwijfeld zeggen.

U hebt het ingediend, u zult het wel weten.

Ik heb hier niet alle amendementen bij me. Zeg het maar.

Weet u hoeveel extra geld u vraagt voor Welzijn?

U zult mij dat onmiddellijk kunnen zeggen.

Dat is heel pijnlijk. U dient amendementen in waarvan u niet eens weet wat ze kosten. Op Onderwijs vraagt u 63 miljoen euro en op Welzijn 21 miljoen euro. Voor die amendementen, die u ook mee hebt ingediend, brengt u 0 euro in. 0 euro! Het pleidooi dat u hier houdt en waar u zogezegd een dekking voor hebt, is enkel voor Cultuur.

Mijn vraag is heel concreet. Hieruit kan ik alleen maar concluderen dat u voor de galerij van Onderwijs en Welzijn samen bijna 100 miljoen euro brengt, maar niet kunt zeggen waar u 1 euro zou halen. Spreek dus even met uw collega’s af wat u nu wilt. Misschien moeten we even schorsen zodat u uw eigen amendementen kunt bekijken en ten minste weet wat u eigenlijk indient. (Applaus bij de meerderheid en het Vlaams Belang)

Dat is niet slecht geprobeerd, mijnheer Daniëls. (Gelach)

U probeert in te breken met uw punt over Onderwijs in het debat over Cultuur. Als u een antwoord vraagt... (Rumoer)

Geen paniek, collega's. Moesten we nu eens die 96 miljoen euro die we aan die energieverslindende multinationals geven uit het Klimaatfonds? (Rumoer)

96 miljoen euro geven we daaraan. (Rumoer)

U zegt dat de kunstenaars die hierboven zitten subsidieslurpers zijn, wel die multinationals die uit het Klimaatfonds 96 miljoen euro slurpen, dat zijn de grote subsidieslurpers. (Applaus bij de PVDA)

Mijnheer Daniëls, u hebt niet geantwoord op mijn vraag of op mijn zeer concrete voorstel in het amendement over Cultuur om dat geld te halen uit de partijdotaties. Dat is 7,2 miljoen euro per jaar en dan spreken we niet meer over besparingen op projectmiddelen. Bent u daar voor, mijnheer Daniëls, ja of nee?

U stelt vragen, maar ik ga u eerst nog een andere vraag stellen die de collega's van Open Vld daarstraks al gesteld hebben. 

Ik woon in het Waasland. Veel mensen daar werken in die energieverslindende multinationals.

Hoeveel mensen werken daar? Hoeveel brengen die bedrijven direct en indirect binnen om überhaupt nog dingen te kunnen uitdelen?

En zegt u het nu eens voor uw partij. Wat is het nu? Is het alleen Cultuur? Zijn Welzijn en Onderwijs gewoon voor de galerij? Want daar brengt u niets voor in. Uw collega De Witte zal het graag horen. Stop dan met te zeggen ‘in Welzijn dit’ en ‘in Onderwijs dat’. Stop er gewoon mee. U bent niet geloofwaardig. ‘I’m very sorry’.

Ik heb daarnet al moeten wijzen op het gebrek aan kennis van begrijpend lezen in het parlement, maar u kunt blijkbaar ook niet begrijpend luisteren. Ik heb net gezegd, mijnheer Daniëls, dat we 96 miljoen euro uit het Klimaatfonds aan energieverslindende multinationals geven. En u zegt dat ik geen enkel antwoord geef op uw vraag. Dat is het antwoord op uw vraag waar wij dat geld willen halen. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Uiteraard moeten niet al die mensen buiten. Denkt u nu echt, in alle oprechtheid, dat die grote winstgevende multinationals Vlaanderen zullen verlaten, omdat wij dat geld van het Klimaatfonds afpakken? (Rumoer)

Ik heb het vanmorgen al gezegd. Ik heb het als eerste spreker in de namiddag, toen er nog heel weinig volk was, ook naar voren gebracht. Ik zal het nog een derde keer herhalen.

Ik was er, mijnheer Muyters. Ik heb naar u geluisterd.

U hebt geluisterd, maar u hebt het waarschijnlijk niet helemaal begrepen. Wat Europa toelaat, is carbon leakage geven aan bedrijven. Als wij dat niet doen en Duitsland, Nederland, Frankrijk en Luxemburg doen het wel, dan zullen die bedrijven wellicht niet wegtrekken – dat denk ik ook niet –, maar zullen ze minder investering in innovatie of in de toekomst. Dat is een van de elementen die voor die grote multinationals zullen meetellen in de concurrentiepositie tussen landen, om te kiezen waar ze investeringen doen. Als ze minder investeren bij ons, zullen we minder werkgelegenheid hebben bij ons. Dat betekent minder belastingen die we kunnen innen op de mensen die werken en minder socialezekerheidsbijdragen. Dan zullen we minder taart hebben om te verdelen. U verdeelt de taart, maar u neemt wel de bakker weg. (Applaus bij de meerderheid)

Het is zeer juist, mijnheer Muyters, dat dat mag van Europa, bedrijven subsidiëren en multinationals geld geven uit het Klimaatfonds. Dat mag. Maar dan heb ik ook een vraag voor u: cultuur subsidiëren, mag dat ook van Europa? Dan zou u dat beter doen, mijnheer Muyters.

Maar natuurlijk, en dat doen we ook. Dat blijven we doen. Laat ons nu duidelijk zijn.

U bespaart.

We besparen ook op bedrijven. We besparen op de doelgroepkorting, op de RSZ-korting (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid) voor bedrijven. We besparen op de kmo-subsidie voor bedrijven. (Opmerkingen van Tom De Meester)

Wilt u nu ook wachten? Ik word daar zenuwachtig van. U zegt wanneer ik moet afronden. Ik dacht dat het de voorzitter is die zegt wanneer ik moet afronden. U doet de hele tijd teken dat ik moet afronden. Misschien kan dat in Zuid-Korea, maar hier is het de voorzitter die bepaalt. (Rumoer)

Noord-Korea, denk ik.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Mijnheer De Meester, ik ben blij dat u en uw collega’s weer in de vergadering zitten. Bij de start van het debat over Cultuur waren jullie nog buiten aan het betogen. Jullie zaten niet in het parlement op het moment dat het debat moest worden gevoerd. Er moesten filmpjes gemaakt worden voor op de sociale media. Wel, dat is populistisch. En uw oproep hier om de partijdotaties volledig te gebruiken voor Cultuur, dat is evenzeer populistisch.

Een democratie mag geld kosten. Democratische instellingen mogen ook geld kosten. We kijken voor die besparingen ook naar onszelf, naar de werking van de fracties, de werking van de parlementen. Er zal zelfs gesproken worden over ons loon. Dat is allemaal goed. Maar als je die partijsubsidies volledig wegneemt en gaat investeren in Cultuur, dan word je als partij afhankelijk. Dat zijn Amerikaanse toestanden. Die grote multinationals, uw grote vijanden, daar worden we dan afhankelijk van voor de financiering van onze partijen. Democratie mag ook iets kosten. En stop alsjeblieft met dat populistische gedoe. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld en Groen)

Ik zal kort twee dingen als antwoord geven. Ten eerste, ik was bij het begin van dit cultuurdebat aanwezig in het parlement. Ik heb het hele debat bijgewoond. Ik zou dus graag hebben dat u uw woorden terugtrekt. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik sprak niet over u, maar over uw collega's.

Ik ben aan het woord, collega. U mag die woorden straks terugtrekken, maar niet nu. Straks. Voorzitter?

Ja, u hebt het woord.

Ten tweede, collega, heb ik helemaal niet gezegd dat we alle dotaties zullen afschaffen. Dat is pas populisme. Ik heb gezegd min 60 procent. Ik denk eerlijk gezegd dat er dan nog voldoende middelen overblijven, zeker als je weet dat al deze partijen ook nog eens federaal gefinancierd worden. Ik denk dat min 60 procent toch redelijk is. U bespaart wel 60 procent op de cultuursubsidies, verdorie! (Rumoer)

Neen, u bespaart geen 60 procent op de projectmiddelen? (Rumoer)

Voilà, daar hebben we het over. Ik stel voor om de 60 procent besparingen op de projectmiddelen ongedaan te maken en in plaats daarvan 60 procent te besparen op onze dotaties. Is dat geen goed voorstel, collega’s?

Ik wil nog een kleine aanvulling geven, omdat er redelijk wat wordt gezegd over die steun voor emissiekosten. Daarbij worden trouwens heel wat begrippen door elkaar worden gehaspeld. Gelukkig zijn er slimme mensen die daarover nadenken, zoals milieueconoom Johan Albrecht van de UGent die zegt: “In internationale bedrijven zoals ArcelorMittal en  ExxonMobil gaan miljarden rond. Ik betwijfel of de Vlaamse klimaatsteun voor hen echt een kwestie van leven of dood is. Misschien kan de regering haar geld beter aan iets anders uitgeven.” Ik kan die econoom zeker bijtreden. Hij heeft er verstand van, meer dan ik waarschijnlijk. Hij zegt heel duidelijk dat de steun die jullie geven helemaal niet uitmaakt om die bedrijven hier te houden. Het is gewoon een cadeautje, de spreekwoordelijke zak geld.

Als het gaat over die dotaties moeten de cijfers wel juist zijn. Niemand heeft hier gezegd dat wij alle dotaties willen afschaffen. Niemand heeft hier gezegd dat we naar Amerikaanse toestanden willen. De partijen die in dit parlement zitten, passeren twee keer langs de kassa: een keer in het federaal parlement en een keer in Vlaams Parlement. En samen – nog los van de provincies, minister-president – behoren de Vlaamse en Belgische partijen tot de best gefinancierde, meest gesubsidieerde van West-Europa. Dan lijkt het mij niet meer dan logisch dat op het moment dat we zulke zware besparingen vragen van de bevolking, we een stukje afdoen van de Vlaamse dotaties, van die 13 miljoen euro op de in totaal 40 miljoen euro die we krijgen. Als we zeggen dat de projectmiddelen het met 60 procent minder kunnen doen, dan kunnen we het ook doen met 60 procent minder van de subsidies die wij hier krijgen. Dat lijkt me een heel goed voorstel om de wil van CD&V en Open Vld om de projectsubsidies op peil te houden, mogelijk te maken.

Mijnheer De Meester en mijnheer D'Haese, ik begin dat hier grondig beu te worden. Deze ochtend gingen jullie alle besparingen oplossen door de F-35’s te schrappen. Na intern spoedoverleg is dat collectief door uw fractie teruggetrokken. Nu zal de carbon leakage alles oplossen en dan weer de dotaties. We moeten ideologisch keihard van mening kunnen verschillen en dit parlement is het huis om daarover van mening te verschillen, maar laat het ons doen met een beetje ernst voor onze stiel, voor ons beroep, voor ons voorrecht om mensen te mogen vertegenwoordigen. Ik denk dat de mensen die hier in het publiek zitten, niet zijn gekomen voor een showtje van een kleutertuin waarin gezegd wordt dat we het met de vliegers financieren en dan met dit dat en dan met dat dat. Wees alstublieft een beetje ernstig in uw voorstellen. Anders zou ik zeggen: ga terug naar uw plaats, studeer en luister vooral. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Ronse, ik wil daar kort op reageren, want dit is niet ernstig. U zegt dat we ons gedragen als kleuter in een kleutertuin. We dienen hier echter zeer concrete amendementen in. Ze liggen op uw tafel. We zorgen voor een sluitende financiering. Ons amendement in verband met de cultuursubsidies is sluitend gefinancierd met het voorstel dat net is uitgelegd. Hoe wilt u dan dat het Vlaams Parlement werkt, behalve met concrete amendementen en concrete financiering? Leg me dan uit hoe u het wel wilt.

Mijnheer De Meester, ik heb me tijdens mijn betoog bewust enkel toegespitst op de besparingen op het Kunstendecreet en dan vooral op de besparingen van 60 procent voor de projectsubsidies. U hebt amendementen ingediend en dat is uw goed recht. Ik ga er echter van uit dat de minister-president niet heeft gelogen.

Minister-president, u hebt in de commissie heel duidelijk gezegd dat u, zodra u binnen uw budget ergens ruimte ziet, dat geld prioritair aan de projectsubsidies zou toewijzen. Over andere budgetten hebt u het niet gehad. Daar is nogal wat commotie rond ontstaan, maar mijn enige vraag is wanneer daar duidelijkheid over komt. Ik vraag dit uit respect voor de mensen die vandaag weer hebben betoogd.

We moeten nu beslissen met betrekking tot de lopende ronde. Dat moet tegen 15 januari 2020 gebeuren. Ik heb uitgelegd dat dit heel moeilijk is. De volgende indieningsdatum is 15 maart 2020. Er zouden al bewegingen zijn in KIOSK. Er zouden al mensen opnieuw projectaanvragen indienen. We moeten die mensen respecteren. Ik vraag u dan ook of hier snel duidelijkheid over kan komen. Ik weet immers dat de begrotingscontrole misschien wat later komt. Kunt u daar straks meer over zeggen? Mijn enige vraag is of u, uit respect voor de sector, daar wat meer over kunt zeggen. Ik vraag u hier zo snel mogelijk duidelijkheid over te verschaffen, maar dat hoeft niet vandaag. Ik geloof u op uw woord indien u stelt dat u prioriteit wilt geven aan een verhoging van de projectsubsidies.

Mijnheer De Meester, uw voorstellen zijn voorstellen van Het Simplisties Verbond. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer De Meester, ik wil een technische opmerking maken. U hebt daarnet staan kelen dat we het geld maar moeten halen uit de subsidies voor carbon leakage, zoals u het noemt. Dat geld komt echter uit het Vlaams Klimaatfonds. We mogen dat niet zomaar aan Welzijn, Cultuur of Onderwijs besteden. Dat is een technische bemerking.

Mijnheer D’Haese, het is hypocriet hier een amendement in te dienen om een deel van de partijdotaties af te houden. Ik heb hier een artikel van 5 april 2019 voor me. U hebt tijdens de vorige legislatuur veel misbaar gemaakt omdat u 1,6 miljoen te weinig federale dotatie zou hebben gekregen. Uw partij heeft dat geld uiteindelijk gekregen. Het federaal parlement heeft begin april 2019 een motie goedgekeurd om PVDA-PTB 1,6 miljoen euro toe te kennen. Het is hypocriet hier nu te vertellen dat de anderen allemaal graaiers zijn. Dat klopt niet. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld en Vlaams Belang)

Mijnheer Sintobin heeft het woord.

Mijnheer De Meester, ik wil toch ook het woord nemen. Het is uw volste recht amendementen in te dienen en het hier over misbruiken en te hoge partijdotaties te hebben. Misschien zullen we daar straks een debat over hebben. Ik denk dat iedereen in het Vlaams Parlement bereid is over de partijdotaties en andere zaken met betrekking tot de werking van het Vlaams Parlement te debatteren. We moeten dit echter op een ernstige wijze doen en hier niet zomaar een amendement indienen om de partijdotatie met 60 procent te verminderen.

Weet u trouwens hoe die partijdotaties er zijn gekomen? Ik denk dat sp.a nog goed op de hoogte is. De heer Tobback zal het ongetwijfeld nog weten. De partijdotaties zijn er gekomen na het Agusta-schandaal. Toen zijn de dotaties er gekomen. Weet u wat het gevolg zal zijn indien we de partijdotaties met 60 procent verminderen? Van mij mag ook het 70 of 80 procent zijn.

Dan zullen bepaalde politiek partijen, net als in het verleden, hun middelen halen bij de door u verfoeide multinationals. Daar heeft de heer Muyters gelijk in. U kunt beslissen om die multinationals niet meer te subsidiëren en ze weg te jagen naar het buitenland. En dan gaat u in de industriezone in Gent pamfletjes uitdelen tegen die multinationals. De heer Vande Reyde heeft het al een aantal keren gezegd, maar het lijkt erop alsof het nog niet goed is doorgedrongen, dat u in dat opzicht hyprociet bent wat multinationals betreft. U wilt ze weg, u bent ertegen maar intussen spendeert u tienduizenden euro’s belastinggeld op Facebook, een van de grootste multinationals op deze wereld. Van hypocrisie gesproken. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Voorzitter, het valt toch op hoeveel commotie ons voorstel veroorzaakt om 60 procent te besparen op de partijdotaties. Maar 60 procent besparen op projectsubsidies is voor de meerderheidspartijen geen probleem. Dat is een vaststelling.

Mevrouw Brouwers, ik wil nog antwoorden want dit is eigenlijk een cultuurdebat, we moeten ons niet laten afleiden van de kern van de zaak. Ik steun uw vraag aan minister-president Jambon om eindelijk duidelijk te maken hoe hij dat zal oplossen in die eerste en tweede ronde. Ik ben het niet met u eens dat het geld bij Cultuur moet worden gevonden. Dan krijgen we immers een verschuiving binnen Cultuur en wordt de schaarste van de middelen gewoon herverdeeld. Ik wil dat er extra middelen komen voor Cultuur.

Mevrouw Brouwers, stel dat er bij de begrotingscontrole geld uit de lucht valt, dan zal dat wellicht niet meer zijn dan 1 of 2 miljoen euro. Maar dan zitten we toch nog altijd met een enorme besparing. We komen van 8,5 miljoen euro en het jaar voordien zaten we aan 10 à 11 miljoen euro. Nu gaat het nog over 3 miljoen euro.

Mevrouw Brouwers, wanneer we willen investeren in cultuur, dan moet er een echte volwaardige ronde komen. Dan spreken we over een bedrag in de grootteorde van 10 à 11 miljoen euro en niet over het kleingeld waar minister-president Jambon het bij de begrotingscontrole in maart nog over zal hebben.

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Mijnheer De Meester, ik hoor het u wel graag zeggen dat dit een cultuurdebat is. En ik begrijp u, want ik heb u ook niet te vaak gezien in de commissie toen het ging over onder andere Jeugd, maar dit is niet alleen een cultuurdebat, het gaat hier over meer dan alleen Cultuur. Ik denk dat we dat een beetje aan het vergeten zijn.

We hebben een ontzettend ambitieus jeugdbeleid dat heel snel schakelt en waarin de afgelopen weken al is aangetoond hoe snel er geschakeld kan worden, wanneer daar nood aan is. Maar in de grotere hetze rond het cultuurdebat – en Cultuur verdient dat, begrijp me niet verkeerd –, mag toch ook even aangestipt worden dat die commissie veel meer omvat dan enkel Cultuur en dat de rest ook wat tijd verdient in dit debat. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Mevrouw Perdaens, ik ben blij dat u dit aanraakt en mij de opportuniteit geeft om mee in dit debat te springen. Ik stel vast dat dit zeer breed wordt gedragen in dit halfrond.

We hebben daarover stevig van gedachten gewisseld in de commissie en dat is de afgelopen tijd wat minder ‘in the picture’ gekomen, maar ik denk dat de jeugdsector en de cultuursector hier bondgenoten zijn. Zij zijn beide slachtoffers en geen nieuwe slachtoffers. Op Cultuur wordt de volgende jaren miljoenen euro’s bespaard. Gedurende vijftien jaren al nemen de middelen voor Cultuur en Jeugd af. Onze jeugdwerksector wordt Europees en mondiaal de hemel in geprezen omdat die uniek zou zijn. Ons jeugdwerkleven waar we in het verleden wellicht allemaal ooit actief in zijn geweest en waarin we een maatschappelijk engagement hebben ontdekt, wordt opnieuw verder op droog zaad gezet. Al vijftien jaar dalen de middelen. U hebt geen enkele reden om fier te zijn op het bilan van deze regering en op de voorliggende begroting. U zou daarover beschaamd moeten zijn. (Applaus bij Groen)

Voorzitter, dit is een nieuw debat. Als u dat wilt openen, is dat voor mij goed. We kunnen het ook hebben over de besparingen in de jeugdsector.

Dat is een terechte opmerking, maar u hebt geen spreektijd meer. Het is aan de parlementsleden en de fracties zelf om bij de inschrijving van hun sprekers de accenten te leggen waarover ze willen spreken. Als er geen vragen meer zijn voor de heer De Meester, geef ik graag het woord aan de heer Meremans.

Dit is een boeiend debat, misschien is het nu tijd voor een ‘Kumbaya-moment’. Ik zal mijn best doen.

Ik zal het kort houden omdat er verschillende sprekers al een aantal elementen hebben aangehaald, vooral over Cultuur en het Kunstendecreet. Dat is een belangrijk onderdeel, maar je hebt natuurlijk nog andere onderdelen. Ik denk aan literaire creaties, audiovisuele producties, erfgoed. Dat is hier jammer genoeg nog niet te berde gebracht. Ik zal in dit debat toch wat correcties proberen aan te brengen.

In elk geval nemen Cultuur, Jeugd en Sport een belangrijke plaats in onze samenleving in. De domeinen dragen bij tot de opbouw van het gemeenschapsleven in Vlaanderen, maar er zijn natuurlijk ook diverse uitdagingen en evoluties. De Vlaamse Regering, en wij uiteraard ook, erkennen het belang van deze sectoren en we geven hen ook de nodige ondersteuning, ondanks wat er de voorbije weken en ook daarnet beweerd is. Deze regering investeert wel degelijk in Cultuur, Jeugd, Sport en Media, maar er zijn inderdaad ook besparingen, net zoals in andere domeinen.

Laat ons starten met Cultuur. Dat is belangrijk voor ons. We willen met het cultuurbeleid naar een kwalitatief, divers en toegankelijk cultuurlandschap streven, en naar een sterke wisselwerking tussen het Vlaamse en internationale beleidsniveau.

Ik wil toch nog even zeggen dat er 483 miljoen euro, nominaal en door de administratie afgeklopt, naar het totaalbudget voor Cultuur gaat. Met andere woorden: dat daalt nominaal niet en dit ondanks generieke besparingen. Kom straks niet praten over hakbijlen en andere toestanden, dat klopt gewoon niet. De bijkomende middelen gaan grotendeels naar nieuwe beleidsimpulsen. In wat zullen wij investeren? In zuurstof voor het cultureel erfgoed, want die sector is al jaren ondergefinancierd. We zijn in de vorige legislatuur onder minister Gatz een inhaalbeweging begonnen en we gaan daarmee verder. De injectie bedraagt volgend jaar 2 miljoen euro. Er is een urgente financiële injectie voor de culturele infrastructuur. Zijn dat stenen? Ja, dat zijn stenen, maar je hebt potverdorie die stenen nodig om kritisch theater te brengen. Tenzij je dat ergens in een garage gaat doen, en dat lijkt me niet ideaal.

We stimuleren ook audiovisuele producties en literaire creaties. Waarom doen we dat? We zijn samen met Nederland gastland geweest op de Frankfurter Buchmesse. Dat was een geweldig succes, ook dankzij curator Bart Moeyaert. We zullen dat doortrekken. We voorzien ook in 15 miljoen euro voor investeringen in culturele topinfrastructuur. Het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKU) gaat niet over oude meesters, hé. Dat gaat niet over Antoon van Dyck. Dat gaat over actuele hedendaagse meesters. Als wij onze hedendaagse kunstenaars en meesters hoog in het vaandel voeren, moeten we daar ook een onderkomen voor hebben om hen te tonen. Vandaar ook de investeringen in het M HKU, het Kaaitheater en het operagebouw van Opera Gent.

Beleid voeren is keuzes maken. Ik besef wel dat je kunt debatteren over de keuzes, maar niet over het feit dat je keuzes moet maken.

Wij ondersteunen dan ook de intentie van de minister-president om in de loop van het jaar verder op zoek te gaan naar middelen voor de kunstensector en specifiek voor die projectsubsidies, net zoals we dat bij minister Gatz hebben gedaan. Maar voor onze fractie moet de voorwaarde voor die projectsubsidies wel zijn dat dat gaat naar diegenen die zuurstof brengen in de sector. Gaat dat over startende kunstenaars? Voor een deel wel. Maar het kunnen ook kunstenaars zijn die al jaren bezig zijn. Maar het moet wel degelijk een meerwaarde opbrengen. Het mag niet zo zijn dat we dat gebruiken als vangnet voor organisaties die uit de structurele subsidies gevallen zijn.

Wat Media betreft, komen er investeringen in mediageletterdheid en mediawijsheid. Dat is een duidelijk accent van de minister van Media. Voor ‘Nieuws in de Klas’, toch ook een belangrijk project in het kader van de leesbevordering, investeren we 1 miljoen euro. Het komende jaar komen er enkele grote dossiers op tafel, zoals de nieuwe beheersovereenkomst van de VRT, de omzetting van de Europese richtlijn 5G enzovoort.

Het totale beleidskrediet voor Jeugd bedraagt 52,231 miljoen euro. De algemene besparing van 6 procent is voor de basiswerking van het jeugdwerk gehalveerd tot 3 procent.

Ten slotte, Sport. Minister Weyts bouwt voort op het uitstekende beleid van zijn voorganger, minister Muyters. Dat zien we in de cijfers rond sportparticipatie. Er worden duidelijke politieke keuzes gemaakt, ook voor Sport. Een bescheiden besparing, maar ook extra investeringen, zoals 10 miljoen euro voor de voorbereiding van de Olympische Spelen en 10 miljoen euro om de sportcentra van Sport Vlaanderen tot excellentie te brengen.

Voorzitter, ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Maar ik zie dat mijn tijd hier is afgerond.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Mijnheer Meremans, ik ben blij dat u ook Sport aanhaalt en dat de minister van Sport net is binnengekomen. Het gaat hier al de hele tijd over Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

Minister, ik heb een vraag over het domein Sport. In de commissie hebben wij ook vragen gesteld in verband met de begroting. Wij hebben nog geen antwoord gekregen over een aantal keuzes die u zou maken, omdat u nog overleg zou plegen met de sector, wat wij uiteraard steeds een positieve zaak vinden.

Minister, wordt die generieke besparing van 6 procent ook toegepast op alle subsidies die vanuit Sport Vlaanderen zullen worden toegekend? Daarop hebben wij vooralsnog geen antwoord gekregen en ik vind het toch belangrijk om over die informatie te beschikken tijdens dit begrotingsdebat.

De heer Pelckmans heeft het woord.

Voorzitter, ik kom nog even terug op de stenen. De keuze is uiteraard gemaakt. Wij zijn zeker niet tegen stenen. Maar stenen moeten wel worden betaald. U hebt deze ochtend van uw collega Muyters gehoord dat er een heel ernstige opmerking was vanuit het Rekenhof, namelijk dat men met 95 miljoen euro onmogelijk én het M KHA, én het Kaaitheater, én de Bourla Schouwburg én de Opera – en zo kan ik nog een hele tijd doorgaan –, kan dekken. Dat zijn dus een soort van valse cheques die wij opofferen om te zeggen dat we toch aan een goed cultuurbeleid doen en liever in stenen investeren dan in die 1 procent cultuur voor de mensen.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Puur technisch is dat hoe een begroting in elkaar zit: met een betaalagenda. Niet al die projecten zullen in één jaar tijd worden opgeleverd. Dus niet al die facturen zullen in één jaar tijd moeten worden betaald. Maar we leggen dit geld daarvoor al vast. En naarmate die werken vorderen, die plannen gefinaliseerd of meer concreet worden, zitten we bij de volgende legislatuur en dan is dat niet meer onze begroting. Dat zal geleidelijk aan gebeuren. We hebben betaalagenda’s om te bekijken hoeveel geld we daarvoor moeten opzijzetten. Dat zal geen probleem zijn.

De heer Anaf heeft het woord.

Collega Meremans, u haalde ook de besparingen in de jeugdsector aan. En u had het over enkele voorstellen: 3 procent, 6 procent. En het leek alsof u dat nog vond meevallen.

Collega Vaneeckhout heeft het er daarnet ook al over gehad. Er is iets wrangs aan die besparingen in de jeugdsector. Bij de begrotingsopmaak 2018 – ik was hier toen nog niet, ú wel – is er door alle partijen, meerderheid en oppositie, gezegd: ‘Na alle besparingen die er de voorbije jaren al gebeurd zijn in de jeugdsector, zit heel die sector écht op zijn limiet. En dus is het belangrijk dat we daarin 2 miljoen euro extra investeren.’

En nu moet het juist lukken dat 2 miljoen euro 6 procent betekent. In 2018 heeft heel het parlement dus gezegd dat die 2 miljoen euro absoluut noodzakelijk is om de jeugdsector niet te laten doodbloeden. En nu wordt die opnieuw weggehaald. En ik vraag me af hoe u dat kunt uitleggen. Want u hebt dat hier twee jaar geleden mee gesteund. Hoe kunt u dat nu uitleggen zonder te zeggen dat de jeugdsector effectief doodbloedt? (Applaus bij Groen en sp.a)

Mevrouw Perdaens heeft het woord.

Ik vind het ontzettend interessant dat het nu, na meer dan anderhalf uur, dan wel over Jeugd kan gaan. Collega Anaf en collega Vaneeckhout, zoals de voorzitter zei bepalen de sprekers en hun fracties zelf op welke onderdelen zij de nadruk leggen. Blijkbaar waren de besparingen in Jeugd voor jullie niet belangrijk genoeg om opgenomen te worden in de spreektijd, maar is het wel belangrijk genoeg om nu aan te halen. (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

Sorry mijnheer Vaneeckhout, maar collega Pelckmans heeft het ook niet aangehaald.  Wat ik wel mis van collega  Pelckmans, zijn die zeven bladzijden waarmee hij een paar weken geleden stond te wapperen. Ik heb ze intussen al twee keer opgevraagd, maar nog steeds niet gekregen. Ik zit ook nog steeds daarop te wachten.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik wil hier kort op reageren. Collega Anaf, we hebben dat besproken in de commissie. Het is uiteraard niet fijn voor het jeugdwerk dat ook zij worden geconfronteerd met besparingen. U weet dat wij een opdracht hebben om een begroting bij elkaar te krijgen en dat alle sectoren en bevoegdheden hun uitdagingen hebben voorgelegd gekregen. De minister heeft, in overleg met de regering en met de minister-president, ervoor proberen te zorgen dat de besparingen voor de jeugdsector zo minimaal mogelijk zijn. Is dat een uitdaging voor de jeugdsector? Ja, dat is een uitdaging. Ik heb begrepen dat de minister, in overleg met de jeugdsector, zal nagaan hoe zij het best een toekomst kunnen uitbouwen.

Wij gaan die uitdaging samen aan en ik hoop dat dit ook vanuit een positief oogpunt kan worden bekeken zodat we, in overleg met hen, verder een sterke toekomst kunnen uitbouwen.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voor alle duidelijkheid: wat het sportbeleid betreft, komen er wel wat middelen bij. Er is 55 miljoen euro voor bovenlokale sportinfrastructuur, er is 10 miljoen euro voor topsportinfrastructuur, er is nog eens 10 miljoen euro voor de sportcentra in eigen beheer en er is 10 miljoen euro voor topsportbeleid over de volledige regeerperiode. Dat zijn dus veel extra middelen. We zijn vanzelfsprekend ook onderhevig aan de 6 procent besparingen die we moeten doorvoeren in de subsidies. Het gaat over een beperkt bedrag, namelijk 2,5 miljoen euro. Ik doe dat niet lineair, maar er zijn vele beneficiënten. Ik kan nu geen details geven, maar voor de sportfederaties gaat het bijvoorbeeld over een besparing van ongeveer 4,5 procent. Het is wel gepondereerd. Er zijn verschillende beneficiënten waarbij de ene meer en de andere iets minder zal moeten.

Mevrouw Lambrecht heeft het woord.

Minister, ik wil kort iets zeggen over sport want er is niet veel tijd. U somt op wat er bijkomt, maar u kunt wel melden – en dat is toch ernstig vind ik – dat er serieus wordt bespaard op Sport voor Allen dat honderden en duizenden vrijwilligers zal raken. Wij zijn het daarmee niet eens.

Minister Ben Weyts

Ik heb net de toelichting gegeven, twee minuten geleden. Ik heb geschetst wat er bijkomt en wat er afgaat, namelijk 2,5 miljoen euro. Dat kun je inderdaad relateren aan wat er bijkomt. Ik kan het nog eens herhalen: 55 miljoen euro voor bovenlokale sportinfrastructuur, 10 miljoen euro voor topsport, 10 miljoen euro voor sportcentra en nog eens 10 miljoen euro. Zoals gezegd, zijn we ook getroffen door de besparing van 6 procent en dat is 2,5 miljoen euro. In het licht van alles wat er bijkomt, is dat betrekkelijk relatief.

Nog kort twee zaken. Ik ben verheugd dat wij in mijn eigen stad subsidies voor verenigingen gaan verhogen. We gaan een infrastructuurfonds voor verenigingen maken. Dat kunnen we enkel doen omdat de Vlaamse overheid het Gemeentefonds laat stijgen met 3,5 procent.

Dat kan ook door het feit dat deze Vlaamse Regering tussengekomen is in de responsabiliseringsuitgaven wat betreft de pensioenen. We geven dus ook geld aan onze steden en gemeenten. Ze zijn in vrijheid om daarmee te doen wat ze willen. Maar ook daar kunnen zij aan sport-, cultuur- en jeugdbeleid doen in die basiswerking.

Het allerlaatste wat ik wil zeggen is dat het goed is dat we over cultuur eens clashen, dat is belangrijk. Het is goed dat er eens wat harde standpunten worden ingenomen. Dat is allemaal belangrijk. Maar daarna moet er ook worden gebouwd. Ik geef dat ook mee. Je kunt niet met een geweer in de loopgracht blijven zitten. Op een gegeven moment moet je proberen tot een overeenkomst te komen. Ik denk dat we ook in onze commissie die taak hebben. Het is de traditie van een commissie Cultuur om boven partijgrenzen te werken. Wij zijn daar alleszins toe bereid en ik verneem van de anderen dat ze dat eveneens zijn. Dus laten we er werk van maken, zeker wat betreft de uitwerking van de wijzigingen aan het Kunstendecreet. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Brusselmans heeft het woord.

Collega's, ik zal u moeten teleurstellen want ik ga het ook alleen hebben over Cultuur. Vijf minuten is te kort om het grondig over alles te kunnen hebben.

Minister-president, toen ik uw beleidsnota en de begrotingstabel inzake Cultuur las, dan was ik oprecht tevreden. Ik heb u dat al enkele keren verteld. Maar na al dat ongemakkelijk gedraai en gekibbel binnen de coalitie, waardoor er van veel speerpunten van uw nota niet veel overblijft, zal het u niet verbazen dat mijn tevredenheid allang onder nul is gezakt.

Ik wil eerst en vooral stellen dat wij als Vlaams Belang geen problemen hebben met de besparingen op het cultuurdomein an sich in budgettair krappe tijden. Dat er geen grote goudpot aan het einde van de regenboog staat, zoals in de sprookjes van collega Vandaele, dat moet u ons niet vertellen. Maar goed beleid wordt getypeerd door goede, gerichte, gedurfde maar rechtvaardige keuzes. En dat is nu net het tegenovergestelde van een gemakkelijkheidsoplossing als een kaasschaafmethode, als een generieke besparing. Want door die methode te hanteren, beste collega's, bespaart men bijvoorbeeld ook op het Vlaamse GebarenCentrum. En niet alleen op het centrum: door de generieke besparing op sociaal-cultureel werk bespaart u ook nog eens 6 procent op de toelage voor de Vlaamse Gebarentaal. Dus stop uzelf niet weg achter correcties van minister Beke. U bespaart wel degelijk op onze mensen met een handicap. En u kunt echt wel andere keuzes maken, maar daar is moed voor nodig.

Om op de vraag van minister Diependaele in te gaan om constructieve kritiek te geven, wil ik u gerust wel wat alternatieven voorstellen om op te besparen. Onder sociaal-cultureel werk valt ook sociaal-cultureel volwassenenwerk. Sta mij toe om even een korte oplijsting mee te geven van welke verenigingen zoal gretig met hun handen in de belastingspot van de Vlaming zitten te roeren: de Unie van Turkse Verenigingen, goed voor 293.000 euro, de Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims, 193.000 euro, de Unie der Turkse Islamitische Culturele Verenigingen van België, 342.000 euro, de Federatie van Marokkaanse Verenigingen, 348.000 euro, de Federatie van Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties, 230.000 euro. Beste collega's, ik zou zo nog even kunnen doorgaan.

Minister-president, als u dus geld tekortkomt, dan weet u het vanaf nu te vinden. Met uw beloofde decreetswijziging inzake dat sociaal-cultureel werk had u al heel wat kunnen oplossen. Als u concrete, duidelijke subsidievoorwaarden had toegevoegd en die ook streng had toegepast, dan was het eindelijk gedaan met het subsidiëren van migrantenorganisaties die hier enkel islamitisch conflict importeren en de integratie vooral belemmeren.

Er is wel degelijk ook een weg rond heel die procedure die hier door de linkerzijde wordt gebruikt om dat decreet te fnuiken. Wij zullen in de nabije toekomst daarvoor een concreet voorstel op tafel leggen.

Minister, voor eens en altijd, antwoord nu eens op mijn vraag. Noem mij eens één vereniging die volgens u segregeert en bij wie dus de subsidiekraan moet worden toegedraaid. En stop met u te verstoppen achter schriftelijke verslagen enzovoort, want het wordt gewoon potsierlijk. U antwoord nooit op die vraag, niet in de commissie, ook niet hier vandaag. Ik vraag het u nogmaals: over wie gaat dat dan? Geef mij één voorbeeld. Wie?

Maar zoals ik al zei, om een voorbeeld te geven, daar is moed voor nodig, moed die u ook niet had toen het ging over de projectsubsidies. U belooft mensen nu weer mooie dingen door al het geld in de eerste ronde ter beschikking te stellen, maar ja, wat dan? Ofwel maakt u bij de tweede ronde wel extra geld vrij, zoals mevrouw D’Hose ook zei, van andere beleidsdomeinen, en slaat u opnieuw een mal figuur, ofwel gaat u bij die tweede ronde aan al die mensen moeten zeggen dat er eigenlijk toch geen geld meer is, en dan zadelt u die mensen op met een nog groter probleem dan ze nu al hebben.

Naast moed van uzelf hebt u natuurlijk ook moedige partners nodig. We hebben samen een meerderheid in de commissie, dus laat eens zien aan de bevolking dat u het echt goed meent, en dan zullen wij u ook steunen. Minister-president, aan u dus de keuze: gaan we besparen op gebarentaal en het dovenfonds, op onze eigen mensen, of gaan we besparen op migrantenorganisaties en mensen die onterecht teren op het belastinggeld van een ander? Als u kiest voor dat tweede, dan kunt u misschien rekenen op een wisselmeerderheid, en als u die nodig hebt, dan kunt u hier plaatsnemen en dan zullen we daar eens over spreken.

Collega D’Hose, tot slot, ik wil ingaan op uw aanbod. Ik leer zeer graag bij. Ik denk dat we ook nog iets van elkaar zouden kunnen leren. Ik zou bijvoorbeeld willen zeggen dat ik u misschien een lesje nederigheid kan leren, maar ik ben ervan overtuigd dat de kiezer dat wel zal doen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik heb geen vragen aan de collega van het Vlaams Belang. Collega Meremans, ik wil even terugkomen op de laatste zin die u daarnet uitsprak. U zei dat het tijd is om uit de loopgraven te kruipen. Begrijp ik dan goed dat u samen met de collega’s van de meerderheid nu bereid bent om onze amendementen om de projectsubsidies terug te schroeven, te steunen? Dat zou mij bijzonder verheugen. Het zou fijn zijn, mochten we dit moment kunnen grijpen om tegemoet te komen aan de verzuchtingen van de cultuursector. Als dat zo is, dan nodig ik u nu graag uit om samen te zitten en te bekijken hoe we ons amendement kunnen...

Mevrouw Segers, dat punt hebt u nu al vijf keer gemaakt. Mijnheer Meremans, u mag daar heel kort op antwoorden. U hoeft dat niet.

Ik wil concreet horen of hij bereid is.

Ik wil graag iets met u gaan drinken, maar dan praten we wel over iets anders, natuurlijk. Ik wil het echter gerust doen. Wat ik bedoel, is het volgende. We hebben de vorige keer ook, in 2013 als ik het me goed herinner, het Kunstendecreet aangepast. Als ik het me goed herinner, hebben we dat bijna unaniem gedaan. Dat werd kamerbreed gedragen. Dat is eigenlijk mijn oproep. Als we nog grondige wijzigingen doen aan het Kunstendecreet, zoals ik heb aangehaald, zoals mevrouw D’Hose heeft aangehaald, dan moeten we dat grondig doen, die langetermijnfinanciering en ook hoe we met die projectsubsidies verder gaan, dus de reglementering daarrond, wat we daarmee beogen. Dat moeten we doen in de schoot van de commissie. Dat moet in de loop van het jaar gebeuren. We gaan daar niet te lang mee wachten. We gaan dat ook wel doen. Ik ben zeker bereid om daar wars van partijgrenzen over na te denken. Dat hebben we trouwens in het verleden ook al gedaan. Dat is eigenlijk de oproep, die ik behoud.

Met die loopgraven wou ik ook het volgende zeggen. Er zijn dingen gezegd aan alle kanten. Het is natuurlijk gemakkelijk om iets zwart-wit te zien, maar daar zijn natuurlijk vele tinten grijs bij. Ik heb daarmee willen zeggen dat we nu moeten proberen iets op te bouwen en te zien hoe we een aantal maatregelen kunnen nemen in functie van de cultuur. Ik wil u daar zeker bij betrekken, voor mij geen enkel probleem.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, dank u voor het rijke en pittige debat. We hebben het al grotendeels in de commissie gevoerd, maar het is natuurlijk goed om het vandaag eens over te doen. Laat mij duidelijk zijn wat de algemene besparingsmaatregelen van de regering betreft, voornamelijk op het overheidsapparaat, en de 6 procent op de subsidies over alle beleidsdomeinen heen: die zaken zijn ook wat Cultuur betreft onwrikbaar. Dat is onderhandeld en afgeklopt in de regering. Daarover bestaat het politiek akkoord. Daar komen we in deze begroting niet op terug.

Ik heb in de commissie gezegd – en ik herhaal het hier zeer duidelijk – dat we keuzes hebben gemaakt om voor die 6 procent binnen Cultuur niet de kaasschaafmethode toe te passen. Wij doen dat beredeneerd. Ik ben bereid om met de sector in overleg te treden, om te bekijken of we die ponderering op een andere manier moeten doen. We hebben daarover al een eerste gesprek gehad. Die gesprekken zullen worden voortgezet en ze kunnen bij wijze van spreken worden afgerond voor de eerstvolgende begrotingscyclus.

In de commissie Cultuur heb ik het ook over de projectsubsidies gehad en ik herhaal het hier. Wanneer wij beleidsruimte krijgen binnen het budget voor Cultuur, wil dat zeggen dat wij bij iedere begrotingscorrectie en ook daarna bij iedere opstelling van een nieuwe begroting zullen bekijken of er nieuwe middelen binnen Cultuur zijn. Dat is geen verschuiving van middelen van elders naar Cultuur. Neen, als we, door het goede begrotingsbeleid dat we voeren, beleidsruimte krijgen binnen Cultuur, dan ben ik bereid om daarmee prioritair de projectsubsidiepot op te bouwen.

Ik versta zeer goed de vraag en de opmerking van mevrouw Brouwers. Die is op technisch vlak compleet terecht. Ik begrijp dat de oppositie overal spellekes wil zien, maar mevrouw Brouwers stelde een terecht vraag. Wat is de vraag? We zijn het inderdaad eens geworden dat we de 3,4 miljoen euro die er is voor de projectsubsidies gaan alloceren aan de eerste ronde. Waarom? Die dossiers zijn ingediend. We gaan ze niet volledig kunnen subsidiëren, maar we kunnen dat budget daarnaartoe laten gaan. Welk probleem stelt zich? En dan versta ik de opmerking van mevrouw Brouwers zeer goed. Het probleem stelt zich dat we pas een begrotingscontrole doen in maart en dat de sector opnieuw dossiers begint op te maken vanaf 15 januari, bij wijze van spreken. Zo zou het kunnen dat we de sector eventueel overtollig werk laten doen. Ik ben mij daar goed van bewust. Als we een tweede ronde lanceren op basis van een budgetherziening in maart, is dat niet goed. Ik ga dus de sector inlichten in de loop van januari over hoe ze dat kan aanpakken. Om hen geen overtollig werk te laten doen en om niet bij wijze van spreken iets te laten lanceren wat je na de begrotingscontrole niet meer onder controle hebt.

We kunnen andere methodieken toepassen om in dezen de planlast voor de sector te verminderen. De vraag van mevrouw Brouwers was heel terecht. We gaan hem heel concreet invullen in de loop van januari, om de betrokken sector geen nodeloos werk te laten doen.

Dat geldt natuurlijk niet alleen voor de eerstvolgende begrotingscontrole. Dat geldt bij iedere nieuwe opstelling van begroting en begrotingscontrole. Wij zullen telkens stelselmatig bekijken of we de projectpot kunnen aanvullen.

Mijnheer Pelckmans, ik wil heel graag de door u uitgestoken hand aannemen. We hebben dat al een aantal keren in de commissie gedaan. U hebt inderdaad ook een zeer groot hart voor cultuur. U hebt kennis. Natuurlijk moeten we dan kunnen samenwerken in die commissie. Ik zeg u heel formeel dat ik op geen enkele wijze wantrouwen heb tegen wat dan ook in de sector. Op geen enkele wijze. Er zijn kunstvormen die ik persoonlijk meer waardeer dan andere, maar dat geldt voor iedereen. Maar wantrouwen tegen de sector, tegen welke geleding in de sector dan ook: daarop zult u mij niet kunnen betrappen. Wij moeten natuurlijk wel beleidsbeslissingen nemen, maar die zijn zeker en vast niet op wantrouwen gebaseerd. Ik ben het volledig eens met uw liberale vriend die zegt dat de regering geen “oordeelaar” is van kunst. Daarom hebben we al de commissies ingesteld en daarom hebben we al die ‘checks and balances’ in het cultuurbeleid ingeschreven. Daarover ben ik het me u eens.

Mijnheer Pelckmans, ik moet u wel corrigeren over de 1 procent voor Cultuur, maar dat is ook technisch. De vergelijkingsbasis die u neemt, is eigenlijk verschillend. Sinds het 1,92 procent was, zijn er natuurlijk in de Vlaamse begroting een hoop bevoegdheden bij gekomen, de zesde staatshervorming bijvoorbeeld. Ik zal niet zeggen dat die 1,92 procent op dezelfde vergelijkingsbasis niet wat achteruitgegaan is, maar het is zeker geen halvering, want de noemer is veel groter geworden. Vandaar moeten we die zaken correct zetten. Maar de hand die u uitgestoken hebt om samen na te denken en gestalte te geven aan het cultuurbeleid, wil ik trouwens met alle andere leden van de regering graag aanvaarden.

Ten slotte, mijnheer Brusselmans, ik kan tegen u ook alleen maar herhalen wat ik in de commissie gezegd heb: wij viseren met de aanpassing aan het sociaal-cultureel werk niemand. Op dit moment viseer ik niemand. We zeggen wel wat we in de toekomst nog gaan subsidiëren en wat niet meer. Het zal de beoordelingscommissie zijn die op basis van die criteria naar alle verenigingen gaat kijken. Wij zullen dan kennis nemen van die rapporten en navenant beslissingen nemen. Onze taak als overheid is de criteria zo neerzetten dat ze in het verlengde van ons beleid liggen en dat zullen we toepassen. Op dit moment heb ik geen lijst van verenigingen die ik viseer. Dat zou er nog moeten bij komen! (Applaus bij de meerderheid)

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister-president, het lijkt mij toch altijd de logica zelve dat u een maatregel neemt, omdat er iets fout is in de maatschappij. U neemt deze maatregel, omdat u ongetwijfeld voorbeelden kent waar iets aan gedaan moet worden. Ik denk dat wij alle twee even goed weten over welke verenigingen we hier spreken, maar dat u het gewoon niet durft te zeggen, omdat u niet mag of bang bent van uw coalitiepartners. Daar gaat het hier over.

Collega’s, mag ik vragen om het echt kort te zijn? Ik denk dat ik echt wel heel veel tijd gegund heb aan dit debat.

De heer De Meester heeft het woord.

Voorzitter, ik zal zeer kort zijn, maar er is één vraag waar minister-president Jambon niet op geantwoord heeft, namelijk hoe hij het probleem van de eerste subsidieronde gaat oplossen. Hij zegt terecht dat hij met de 3,4 miljoen euro die in de pot zit niet volledig alle aanvragen zal kunnen honoreren. Maar dat is zeer zacht uitgedrukt. De beoordelingscommissie heeft namelijk voor 8,5 miljoen euro aan projecten positief beoordeeld. Alleen al de ‘zeer goed’-aanvragen, de projectaanvragen die een uitmuntende beoordeling gekregen hebben, zijn goed voor 4,4 miljoen euro. Dus, minister-president, hoe gaat u dat oplossen in januari?

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Met volharding en wijsheid gaan we dat oplossen, mijnheer De Meester.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik heb drie korte vragen. De eerste sluit aan bij collega De Meester. Minister-president, u zegt dat u de extra middelen binnen het cultuurbudget gaat zoeken en op een efficiënte manier. Mijn vraag is hoe dit concreet zal gebeuren, ten koste van welke begrotingsposten? In een context waar er nu al 6 procent wordt bespaard, hoe gaat u dat concreet oplossen?

Ten tweede was er de terechte opmerking van collega Brouwers over de dossiers die nu voorbereid worden. U zegt dat u daarover helder gaat communiceren met de sector. Wat zal uw boodschap zijn? Zal uw boodschap zijn om geen dossiers in te dienen, omdat er tot aan de begrotingscontrole geen middelen zijn?

Ten derde onderschrijft u de leuze van Thorbecke dat de overheid niet moet oordelen over kunst en cultuur. Ook wij vinden dat. Maar dat was wel een van de belangrijkste bepalingen in dat nieuwe decreet over sociaal-cultureel werk, dat het primaat van de politiek terugkwam. (Applaus bij sp.a)

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Collega Brusselmans, u hebt gesproken aan het spreekgestoelte alsof de etnisch-culturele organisaties de importeurs zouden zijn van polarisatie en van haat. De grootste importeurs van polarisatie die ik hier vandaag gezien heb zijn van uw fractie, een aantal van uw collega’s daar.

De meeste van die etnisch-culturele organisaties leveren fantastisch werk en dragen bij tot de integratie van de nieuwkomers hier in Vlaanderen. Er zijn er inderdaad misschien een aantal die niet zo’n goed werk leveren wat het verbinden betreft. Zij zullen uit de boot vallen. Niet omdat wij dat beslissen, niet omdat gij dat beslist. Da gade gij nie bepalen. Dat gaat de minister-president niet bepalen. Dat ga ik niet bepalen. Dat gaan die visitatiecommissies bepalen. Zij gaan alle organisaties opzoeken, een verslag en een beoordeling opmaken, en op basis daarvan zal de regering beslissen. Dat is een advies opgesteld door experten. (Applaus bij CD&V)

Ik stel voor dat we nog eens apart afspreken om het te hebben over die cijfers, want dat is een heel ingewikkelde oefening. Ik kan u verzekeren dat ze technisch goed in elkaar zit. Ze is door een oud-strijder in elkaar gezet. Ik nodig u uit, u zult me gelijk moeten geven.

Ten tweede wil ik een bezorgdheid meegeven waarover we het nog niet gehad hebben. Er zijn brieven geschreven door voorzitters van beoordelingscommissies, die in heel dit verhaal van superbelang zijn. Ik vraag me af, na deze discussie en na alles wat we gehoord hebben, wie er eigenlijk nog wil gaan zetelen in zo’n beoordelingscommissie, zeker nadat wij op 25 september met alle leden van de commissie, toen nog onder leiding van cultuurminister ad interim, mevrouw Peeters, uitdrukkelijk gevraagd hebben om tegen de volgende ronde die procedures voor die commissieleden heel duidelijk en helder te maken. Ik heb het gevoel dat dat niet gebeurd is. Buiten dan enkel die afschaffing van de ranking werden er geen bijkomende instructies gegeven. Dat vind ik eigenlijk heel kwalijk. Maar ik wil constructief eindigen: ik roep u op om daar ook grondig werk van te maken, want u gaat op den duur geen enkele expert meer vinden die zich hiervoor voor een appel en een ei ter beschikking wil stellen.

Mevrouw Meuleman, ik heb dit debat ongeveer twee uur laten duren. Uw fractie is al verschillende keren tussengekomen. Ik ga echt niet meer toestaan dat u het woord neemt. Het laatste woord is aan de minister-president.

Minister-president Jan Jambon

Een heel kort antwoord op mevrouw Segers. Ik heb al uw vragen in mijn repliek concreet beantwoord. Ik stel voor dat u het verslag naleest als u het niet begrepen hebt.

Dames en heren, we schorsen de vergadering.

– De vergadering wordt geschorst om 20.09 uur.

– De vergadering wordt hervat om 21.15 uur.

Werk en Sociale Economie

Dames en heren, we hervatten de vergadering.

We bespreken nu het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.

Mevrouw El Kaouakibi heeft het woord.

Goedenavond allemaal. We gaan eraan beginnen. Deze regering wil ambitieus zijn, streven naar excellentie. Dat kan natuurlijk alleen maar als onze arbeidsmarkt ook in topconditie is. Want werk is uiteraard de motor van welvaart en de beste garantie tegen armoede, de snelste weg richting integratie voor nieuwkomers en uiteraard ook de eerste deur waar onze jongeren doorheen moeten om op eigen benen te staan.

Daarvoor hebben we een arbeidsmarkt in topconditie nodig. Dat is vandaag nog niet het geval. Alleen al in Antwerpen zijn er 13.000 neet-jongeren, jongeren at risk, zonder job. Twee op de drie vrouwen met migratieroots hebben geen job. 25 procent van de hoogopgeleide Belgen met migratieroots zit zonder job. Dat zijn talenten die verloren gaan, keer op keer, terwijl we meer dan ooit iedereen aan boord nodig hebben.

Business as usual zal niet meer volstaan. Werken moet opnieuw aantrekkelijker worden, met twee concrete maatregelen. Over die jobbonus is al veel gezegd, om die laagste lonen op te krikken. Uiteraard is er ook de toekenning van rechten op basis van het inkomen in plaats van het statuut, want het kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn, collega’s, dat iemand die werkt, op het einde van de rit minder overhoudt dan iemand die niet werkt.

Het is dan aan VDAB om mensen aan de slag te helpen, niet door alles naar zich toe te trekken maar door de rol op zich te nemen van regisseur, van spelverdeler. Door te luisteren en samen te werken met lokale besturen, naar expertise en naar specifieke noden van dat lokaal ecosysteem. Door af te stappen op lokale, sociale ondernemers, mensen op het veld, die de vinger aan de pols hebben. Dat is heel belangrijk. Maak gebruik van de kennis van die lokale changemakers en inclusiviteitsexperten. Zij weten als geen ander hoe je die ruwe, onbenutte, soms genegeerde diamanten moet laten schitteren.

Maar dat kan natuurlijk, beste mensen, enkel als we dat ondernemerschap echt verwelkomen. Daarom ben ik een groot voorstander van de inzet op social impact bonds, op de samenwerking tussen lokaal bestuur, sociale ondernemers en investeerders en uiteraard diezelfde VDAB. Doen we dat? Dan gaan we erop vooruit. Dan boeken we resultaten, krijgen we iedereen mee, iedereen aan boord.

We mogen – neen we moeten – daarbij meer vragen van iedereen. We moeten verlangen dat mensen de kansen grijpen die er zijn. Maar dat kan enkel als die kansen zelf geen lege beloftes zijn. Dat zicht op die betere toekomst mogen we nooit belemmeren door onoverkomelijke muren. Laat me heel duidelijk zijn, collega’s, het verlies van al die talenten, daar is niets relatiefs aan, dat schaadt onze arbeidsmarkt absoluut. Dat schaadt onze samenleving absoluut.

Mensen die in hokjes worden gestoken, blijven met een wrange nasmaak achter. Die vooroordelen, die zijn hardnekkig, omdat ze al zo lang meegaan. Kijk maar naar Amazon, het grote techbedrijf, dat artificial intelligence wil gebruiken om vacatures in te vullen op basis van gegevens van mensen die ze in het verleden hebben aangeworven.

Wat zei die computer? ‘Je hebt geen vrouwen nodig. Computer says no.' Op die technologie zetten ook instanties zoals VDAB in, op de technologie die zegt: ‘Wil je een job? Computer says no.’

En wat haalt het dan uit voor een jong meisje om aan een STEM-richting (Science, Technology, Engineering, Mathematics) te beginnen? Wat haalt het dan uit om als 57-jarige een bijscholing te starten? Wat haalt het dan uit om als jonge man uit Borgerhout achter managementvacatures aan te gaan? Wat haalt het uit als die computer zegt: ‘Jij? Jij komt er niet in.' Bitter weinig.

Dat is maar één voorbeeld. Uiteraard ben ik fan van technologie, maar ik wil dat die altijd wenselijk en menselijk is. Eerst de mens, dan de technologie. Eerst de ethiek, dan de code. Ik wilde alleen maar aantonen dat we constant op onze hoede moeten zijn als we iedereen dezelfde kansen willen bieden, iedereen dezelfde toegang willen geven tot de arbeidsmarkt. Enkel dan krijgen we een arbeidsmarkt in topconditie. Enkel dan komt die excellentie waar we naar streven dichterbij.

Meer van hetzelfde, meer status-quo, dat is niet goed genoeg. We moeten veel beter. Het enige dat zal zorgen voor excellentie, is wat mij betreft al die partners en actoren samen. All-in. (Applaus bij Open Vld, de N-VA en sp.a)

De heer Ronse heeft het woord.

Ik ben blij dat het moment aangebroken is om het over werk te hebben, want we hebben hier al heel wat geanimeerde debatten gehad en eigenlijk zijn die allemaal te herleiden tot dit debat. Werk, het arbeidsmarktbeleid, dat is het momentum, de sfeer, de context, waar de taart die we willen bakken effectief gebakken wordt. Als het gaat over investeringen in Cultuur, in Welzijn, noem maar op, dan zijn die maar mogelijk door het feit dat mensen risico nemen, dat ze investeren in iets, in hun passie, in hun creativiteit, dat ze een onderneming opstarten, en mensen kansen geven via werk.

Er is op Vlaams niveau in de vorige legislatuur al een serieuze omwenteling geweest in ons arbeidsmarktbeleid. Ook deze legislatuur zijn we hyper-hyperambitieus op dat vlak.

Laat me één oproep doen aan heel het halfrond. Laat ons op Vlaams niveau van het thema werk geen ideologisch thema maken. Laat ons daar van links tot rechts, met alle fracties, een consensus over hebben. Onze ambitie is namelijk om 120.000 jobs te creëren, en niet zomaar 120.000 jobs. Het moeten jobs zijn die werkbaar zijn. We hebben vastgesteld met de werkbaarheidsmonitor dat er op het vlak van werkbaar werk nog werk aan de winkel is.

We hebben vastgesteld dat nogal wat mensen zich niet zien doorwerken tot hun vijfenzestigste of zelfs tot hun zestigste, mensen die met psychologische stress en noem maar op zitten. We hebben iets unieks in Vlaanderen: we zijn de enige regio ter wereld waar een minister erin geslaagd is om vakbonden en werkgevers samen te krijgen en 34 actiepunten vast te leggen over hoe we dat werk werkbaarder kunnen maken, hoe we kunnen investeren in mensen om ervoor te zorgen dat die met veel meer plezier, energie en overgave naar het werk zullen gaan. Dat is voor onze fractie werf nummer één om in deze legislatuur kordaat aan te pakken. Dat actieplan is nu van kracht. Laat dat nu lopen en laat ons daarop vertrouwen.

Werf nummer twee is een werf die zeer zorgzaam door mijn collega Allessia wordt opgevolgd. Dat is het punt van levenslang leren. Als we de OESO-rapporten zien rond levenslang leren op Vlaams niveau, dan is dat niet goed. We moeten van jobzekerheid naar werkzekerheid gaan. Waar men vroeger startte in een job en die deed tot aan het pensioen, is dat nu een heel andere context. We moeten die leercultuur gaan versterken. Daar zijn in de vorige legislatuur ook hervormingen rond gebeurd. Ik denk aan het Guldensporenakkoord. Maar we hebben op dat vlak nog forse stappen te gaan. We kijken ernaar uit om over de partijgrenzen heen op een slimme manier wervende zaken te gaan uitwerken.

Werf nummer drie is een werkwoord: verleiden. We gaan met zijn allen mensen die vandaag inactief zijn, moeten verleiden om opnieuw aan de slag te gaan. Er zijn vandaag veel te veel mensen die inactief zijn, terwijl ze eigenlijk wel actief kunnen zijn. Ik was bijzonder getroffen door een enquête van Securex, die aangaf dat 22 procent – dat is een op de vijf – van de mensen die meer dan een jaar langdurig ziek zijn, zeggen dat ze eigenlijk wel hadden kunnen werken, mits een andere context, mits een ander kader, misschien bij een andere werkgever, aangepast werk, noem maar op. Daar hebben we dus nog zo veel mogelijkheden om mensen meer actief te krijgen.

En dat is belangrijk. Ik las gisteren in De Tijd een artikel waarin de Nationale Bank zei dat de groei iets trager zal zijn, maar dat Vlaanderen desondanks taai is en dat de terugval minder hard zal zijn dan in andere regio’s, zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk. Maar ze zeggen ook dat de grootste trigger voor een vertraging van onze conjunctuur net die arbeidskrapte is. En een vertraging van onze conjunctuur betekent minder middelen voor cultuur, voor wachtlijsten en noem maar op. Het is nu dus het moment om zonder taboes en zonder ideologische complexen na te gaan hoe we – weliswaar binnen een beperkt kader, want de echte hefbomen op dat vlak zitten federaal – op slimme, voluntaristische en innovatieve manieren mensen kunnen verleiden om opnieuw te gaan werken. Ik zag hier al moties op tafel liggen van ‘laat ze met rust’ en ‘doe daar niets mee’. We moeten af van dat mantra. We moeten werken opnieuw kamerbreed als iets positiefs zien. Herinner u dat de laatste vijf jaar de lonen van de mensen er overal op vooruit zijn gegaan.

Laat ons er nu alstublieft werk van maken dat mensen met veel meer plezier gaan werken, dat ze er meer voor open staan om levenslang te leren, en dat wie inactief is, goesting krijgt en opnieuw gedreven is om weer te gaan werken. Als we in die drie dingen slagen, collega’s, hebben we zeer goed gewerkt. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik wil eerst en vooral de regering feliciteren met de ambitie om de werkzaamheidsgraad te willen opvijzelen tot 80 procent, op voorwaarde dat het een goede job is, een werkbare job, een job die loont, en een job die een goede combinatie van werk en gezin mogelijk maakt.

Ik heb één heel concrete vraag. Collega Ronse juicht die ambitie uiteraard toe, maar ik heb nu al een bijstelling van die ambitie kunnen vaststellen naar de creatie van 120.000 extra jobs. Maar dat komt maar overeen met 78,5 procent werkzaamheidsgraad. Waarom is die ambitie nog voor we goed en wel uit de startblokken zijn geschoten, al teruggeschroefd?

Die ambitie is nooit teruggeschroefd. We hebben altijd gezegd, op het moment dat het regeerakkoord gemaakt is, dat die 80 procent een streefcijfer was, een ambitie, en dat we in deze legislatuur willen gaan voor 120.000 extra ingevulde jobs.

Als we 80 procent kunnen halen, dan zou dat fantastisch zijn, maar dat is een streefcijfer, dat is onze wensdroom. Als we kunnen gaan naar 78,5 procent, dan zijn we al zeer gelukkig en dan zijn we een fantastisch voorbeeld in de klas, en zeker als we dat kunnen doen met onze beperkte Vlaamse bevoegdheden.

Ik heb onlangs een schriftelijke vraag aan minister Crevits gesteld over het aantal langdurig zieken dat we kunnen activeren via onze vrijblijvende samenwerking tussen het RIZIV en VDAB. Op jaarbasis zijn dat ongeveer 4100 mensen die begeleid worden. Weet u dat bijna een derde van die mensen na een jaar begeleiding effectief uitstroomt naar werk. Maar er zijn bijna 400.000 langdurig zieken in België. Mocht er een federaal kader bestaan dat ons op een minder vrijblijvende manier toelaat om die mensen te activeren, niet alleen bij de eigen werkgever maar ook bij andere werkgevers, dan zou ons dat vleugels geven en dan zouden we sneller richting die 80 procent kunnen gaan. Ik nodig dus alle partijen die misschien op het federale niveau een rol zullen spelen uit om daar dat kader zeker aan te passen. Als u daar een partner in bent, dan zullen we de komende vijf jaar zeer goed overeenkomen.

Ik hoor hier de ambitie om op het federale niveau een belangrijke rol te spelen. Als die rol erin bestaat om inderdaad jobs te creëren, dan zult u in sp.a een bondgenoot vinden. Maar het gaat natuurlijk over Vlaamse jobs en het instrumentarium dat we in dit Vlaams Parlement te onzer beschikking hebben. Als ik het daarnet had over een goeie combinatie van werk en gezin, dan is een van de eerste elementen om bijvoorbeeld eenoudergezinnen en huismoeders naar de jobmarkt te begeleiden, betaalbare en flexibele kinderopvang. En daarin wordt op dit moment te weinig geïnvesteerd.

Als je extra jobs wil creëren, dan ga je vooral moeten focussen. U hebt gekozen voor die jobbonus, wat voor mensen netto meer in de pocket betekent. Daar zijn we uiteraard niet tegen, maar de doelgroepenmaatregelen die er nog zijn – en waarop overigens wordt bespaard –, moeten worden ingezet op de doelgroepen die het verst van de arbeidsmarkt staan. Een element – mevrouw El Kaouakibi haalde het ook al aan – is dat er heel veel mensen met diverse roots nog altijd worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, moedwillig of minder moedwillig. Dus, wil deze regering werk maken van een systeem dat sluitend is, dat praktijktesten invoert? In heel veel steden en gemeenten gaat men daarmee van start, onder andere in het Antwerpen van uw goede vriend, burgemeester Bart De Wever. Ik zou de Vlaamse Regering willen oproepen om daar werk van te maken. (Applaus bij sp.a)

Wat betreft de doelgroepenkorting zult u heel blij zijn als we samen nog eens een lezing doen van het regeerakkoord, want we doen net wat u zegt. We zorgen ervoor dat die niet enkel blind is. Vroeger gold ze vanaf 55 jaar en voor laag- en middengeschoolde jongeren. We maken die korting nu een stuk slimmer en gaan naar een individuele doelgroepenkorting. Er zijn ook mensen die nog geen 55 jaar zijn en die niet laag- of middengeschoold of jongere zijn en die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. We gaan samen met de sociale partners, met werkgevers en werknemers naar een slimme doelgroepenkorting. Individuele korting bestaat nog nergens. Ook daar zijn we echt pionier. Ik hoop dat we daar kamerbreed iets deftigs in elkaar kunnen steken.

Wat antidiscriminatie betreft, zult u in onze fractie een zeer grote partner vinden, een zeer voluntaristische partner om daaraan te werken. Herinner u de man die telkens 10 euro zal stoppen in ons varkentje op de fractie en wiens naam ik nu niet meer zal noemen omdat hij anders geen 10 euroflappen meer zal hebben: hij is Monica De Coninck opgevolgd toen de dienstencheques werden overgeheveld naar Vlaanderen. Het eerste wat hij heeft gedaan, is antidiscriminatie aanpakken in de dienstenchequessector. Wat zei Monica De Coninck? Wij kunnen daar moeilijk iets aan doen. Dat is niet gemakkelijk. Wat heeft Muyters gedaan? Hij heeft gezegd: Beste sector, – o shit, 10 euro – we gaan samen kijken om een onafhankelijk bureau aan te stellen die testen uitvoert. Wanneer een klant een zeer discriminerende vraag heeft over de poetsvrouw die niet een bepaalde kleur mag hebben, niet een bepaalde leeftijd mag hebben of niet dit of dat, dan wordt dat doorgestuurd naar dat bureau. Dat bureau zet daar de inspectie op. Dat kan zelfs leiden tot gerechtelijke procedures. En dat werkt.

We hebben vorig jaar gezien hoeveel overtredingen er op dat vlak helaas nog zijn. Die overtredingen zullen worden aangepakt. Dat is de eerste keer. We zijn op dat vlak uniek en we zijn pioniers. We zijn ook bevoegd voor de controle op de arbeidsbemiddeling. Ook daar doen we dat.

Mevrouw Gennez, als het om antidiscriminatie gaat, halen we op het Vlaams niveau het maximale uit onze bevoegdheden. De inspecteurs krijgen de taak hier fors op te controleren. Zij zijn op dat vlak zeer voluntaristisch. Ik denk dat we u daarmee zeer tevreden maken.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, ik wil nog even aanvullen. Gisteren hebben de werkgevers een pact gesloten. Er is een afspraak gemaakt waar ook Unia bij betrokken is. Er wordt werk gemaakt van meer diversiteit op de werkvloer. Op zich is dit een fantastisch initiatief. Het is niet de bedoeling te straffen, maar tot een ‘mind shift’ te komen. De bedrijven beseffen dat ze alle mensen op de werkvloer nodig hebben. Het feit dat ze nu de handen in elkaar slaan om daar echt werk van te maken, toont aan dat het besef er zeker is. Dit heeft me wat vertrouwen ingeboezemd.

Mevrouw Gennez, ik heb een paar weken geleden verklaard dat we dit samen zullen aanpakken. We moeten niet straffen, maar iedereen proberen te sensibiliseren om hier werk van te maken. Er is veel werk. Er is een grote arbeidskrapte. Dit is het moment om die sprong te maken en we zien dat dit ook effectief gebeurt. Ik vind dat een goede zaak.

Mevrouw El Kaouakibi, u hebt het gehad over wat we doen ten aanzien van mensen met een heel grote afstand tot de arbeidsmarkt. De afschaffing van de doelgroepenkorting is een besparing, maar die maatregel was niet efficiënt. Een gedeelte ervan gaat naar een jobbonus die we voor de allerlaagste lonen geven. Dat is een zeer goede zaak, maar er zijn ook nog middelen die we willen inzetten voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. We wachten niet tot we de effecten zien. We hebben ondertussen al miljoenen euro’s geïnvesteerd om mensen met een heel grote afstand tot de arbeidsmarkt een coach te geven en op individuele basis te kijken hoe we ze aan het werk kunnen zetten. VDAB heeft ook coaches of bemiddelaars die zoeken hoe ze een perfecte match kunnen vinden. Artificiële intelligentie wordt ingezet om na te gaan wat het beste profiel van mensen voor bedrijven is. Er beweegt heel wat op het terrein en dat heeft natuurlijk deels te maken met de toestand op de arbeidsmarkt. Er zijn veel mensen nodig, maar ik denk dat we kunnen besluiten dat er nu veel inspanningen worden geleverd. Ik ben zeker van plan die inspanningen voort te zetten.

Minister, ik zou willen suggereren om het beleid inzake de doelgroepenkorting erg af te stemmen op de daling van de loonkosten enerzijds en om een competentieversterking anderzijds. U wilt een heel grote groep non-actieven, 700.000 mensen, verleiden en we zullen vooral op het levenslang leren moeten inzetten. Op dat vlak scoort Vlaanderen echter nog altijd erg slecht.

Tot slot wil ik nog aankaarten dat VDAB fors moet besparen. Daar zullen 419 mensen moeten afvloeien, terwijl VDAB wel bijkomende taken krijgt op het vlak van regie, als actor en inzake de begeleiding en coaching van lokale besturen. Het wordt moeilijk het werkbaar werk te organiseren, als de arbeidsmarktregisseur zelf al een probleem met werkbaar werk heeft. Er zijn bij VDAB veel burn-outs en er is ook veel ziekteverzuim. Daarbovenop moet VDAB ook nog eens fors inleveren. Ik wil dan ook vragen om, naast een hervorming van VDAB, gradueel in te zetten op personeel en op omkadering om al die mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt naar werk te begeleiden.

Dat hoeft niet ideologisch te zijn. U kent onze bezwaren bij de gemeenschapsdienst. Indien iets niet werkt en aantoonbaar in andere regio’s geen positieve effecten heeft, is het beter om daar het hoofd niet over te breken en daar geen middelen in te investeren.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, ik ontken niet dat VDAB ook een stuk moet besparen. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Het is maar opdat u zou horen wat ik zeg, mijnheer Tobback, uit beleefdheid misschien. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Ja, het is uw schuld, dat weet ik, maar ze luisteren toch naar u. Dat is nu echt de schuld van de sossen. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Mijnheer Tobback, het is niet alleen de schuld van de sossen, maar zelfs die van den Tobback. De oppersos, zoals de minister-president zegt, en ik ga daarmee akkoord.

Is het oppersos of moppersos? (Gelach. Applaus)

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Wat was de vraag alweer?

Het ging over de besparingen bij VDAB.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Gennez, ik ontken niet dat ook VDAB een stuk moet besparen. Wat ik echter heel positief vind – en ik hoop dat vele andere organisaties die ook moeten besparen naar dit voorbeeld kijken –, is dat de raad van bestuur van VDAB samen met de sociale partners een toekomstplan maakt dat rekening houdt met de besparingen en dat het management van VDAB bekijkt hoe de personeelsvermindering kan plaatsvinden zonder dat er wordt geraakt aan die dienstverlening, aan de bemiddelaars en aan de coaches van de werkzoekenden. Ik heb de garantie gekregen dat dit het pad is dat men wil volgen. Intussen is het voor de organisatie een wake-upcall om elke euro Vlaams geld die wordt uitgegeven, heel goed in te zetten en na te gaan of er niet op een aantal plaatsen een efficiëntieoefening kan gebeuren.

Als we kijken naar het totale budget, dan zien we dat VDAB honderden miljoen euro’s Vlaams geld krijgt om een goed werkgelegenheidsbeleid te voeren. Zowel de raad van bestuur als het management zijn zeer goed bezig om deze operatie zo goed mogelijk te laten verlopen en de dienstverlening zeker niet in het gedrang te brengen en ze zelfs te verbeteren.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik vind het altijd ongelofelijk interessant dat iedereen iets te zeggen heeft over VDAB en er ook vaak kritiek op heeft. Nochtans blijkt uit een internationale vergelijking en de Europese onderzoeken over de werking van VDAB dat VDAB wordt aangespoord om zo verder te doen. De minister zegt dat wordt onderzocht hoe de dienstverlening nog beter kan. We mogen echter ook wel eens fier zijn op VDAB. Mevrouw Gennez, ik daag u uit om de vergelijking te maken met het buitenland. Dat is heel wat minder dat wat onze VDAB doet.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Is het een goed boek, mijnheer Tobback?

Ik vind het wel relevant voor het debat.

Ik weet niet wat u aan het lezen bent.

Als u het echt wil weten, voorzitter, Capital et idéologie van Thomas Piketty. Het is zijn laatste boek en het is beter dan zijn eerste.

Concentreer u daar maar op. (Gelach. Applaus)

Het is ver gekomen, als zelfs Bruno Tobback zich met ideologie gaat bezighouden.

Minister, ik zal iets vertellen over werk en ik begin met een bloemetje te werpen naar uw voorganger, Philippe Muyters die erin geslaagd is met zijn beleid de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen naar een recordhoogte van 74,8 procent te tillen.

Dat is een record voor Vlaanderen, maar geen bloemetjes zonder pot natuurlijk, minister. Deze regering kijkt naar boven, ze kijkt naar Scandinavië. Daar moeten we vaststellen dat de werkzaamheidsgraad nog hoger ligt, in de richting van 80 procent. Dat is inderdaad de ambitie, mevrouw Gennez, die deze regering zich heeft gesteld en waarbij we verder bouwen op het beleid van minister Muyters om uiteindelijk in de richting van 80 procent te evolueren.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik ben het helemaal met u eens, natuurlijk. Het was ook nooit de ambitie om minder te doen. U herinnert zich dat de doelstelling voor 2020 op een werkzaamheidsgraad van 76 procent stond. Dat was zeer uitdagend en we hebben dat vóór 2020 gehaald. Dat was mijn deel van de job, maar ik ben het er helemaal mee eens dat we verder moeten gaan. We moeten naar 80 procent gaan, met 120.000 nieuwe jobs in deze legislatuur. Mijn werk was in elk geval niet het einde van het werk.

Het is zeker niet het einde van het werk. Uw opvolger, minister Crevits, heeft nog heel wat werk op de plank. Ze moet die 120.000 extra jobs creëren, maar niet alleen dat. We staan de volgende 10 jaar ook voor recordjaren als het over het vervangen van mensen gaat die uit de arbeidsmarkt stappen. De babyboomgeneratie, die de pensioenleeftijd nadert, zorgt ervoor dat we de volgende jaren 100.000 extra mensen nodig hebben op onze arbeidsmarkt. Bij het begin van de vorige legislatuur waren er nog ongeveer 10 werkzoekenden per vacature of iets minder, 9,3 per vacature. Intussen zitten we op 4 niet-werkende werkzoekenden per vacature.

In mijn regio, Oost- en West-Vlaanderen, is er geen werkgever die niet schreeuwt om gemotiveerde en gekwalificeerde arbeidskrachten en het is onze verdomde plicht om hen daarbij te helpen.

We moeten daarbij buiten de geijkte paden kijken. We zijn recordhouders als het over de tewerkstelling van de groep van 25- tot 50-jarigen gaat. Als we daar eenmaal boven kijken, naar de 55-plussers, moeten we vaststellen dat we een stuk minder goed scoren. Mensen met een handicap, kortgeschoolden, mensen die buiten de Europese Unie zijn geboren, zijn allemaal groepen die niet voldoende aan de bak komen op onze arbeidsmarkt. Het is bovendien een enorme uitdaging om een heel grote groep van niet-beroepsactieven bij onze arbeidsmarkt te betrekken. 694.000 Vlamingen tussen de 18 en 64 jaar zijn op dit moment helemaal niet actief op de arbeidsmarkt, terwijl ook daar bijzonder veel talent tussen zit.

We hebben een VDAB in topvorm nodig. Mevrouw Gennez verwees er al naar: er wordt inderdaad bespaard op VDAB, maar een ‘lean and mean’ VDAB kan wel degelijk deze uitdaging aan, als de dienst ook in partnerschap gaat werken, met sociale ondernemers, zoals mevrouw El Kaouakibi net zei, met de welzijnssector, met de inburgeringsactoren, met de sociale partners en met de onderwijswereld. Enkel zo’n partnerschapsmodel kan effectief verandering brengen op onze arbeidsmarkt, en we hebben verandering nodig. Als je naar de taalachterstand kijkt van tienduizenden werkzoekenden in Vlaanderen, dan moeten we niet een, maar meerdere tandjes bijsteken. VDAB organiseert te weinig en te weinig kwaliteitsvolle taalopleidingen met zijn partners en daar wil deze regering werk van maken, om er ook voor te zorgen dat die taalachterstand niet alleen bij werkzoekenden wordt weggewerkt, maar ook bij mensen die al aan de slag zijn.

Er ligt ook een heel grote uitdaging bij mensen die te snel uit onze arbeidsmarkt treden. De SWT’ers (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag) zijn hier al heel vaak het voorwerp geweest van debat. Het is onze plicht om die mensen een passend aanbod te doen, zodat ze de goesting, de motivatie hebben om ook langer aan de slag te blijven. De heer Ronse verwees er al naar. We hebben een leger arbeidsongeschikten bij het RIZIV (Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering) waarbij ook bijzonder veel talent geparkeerd staat. Talent dat we nodig hebben op onze arbeidsmarkt en dat we moeten kunnen betrekken op die arbeidsmarkt.

Die arbeidsmarkt is volop in transitie. Vandaag stond er nog in De Tijd dat we een groot probleem  hebben als het over de productiviteit van onze economie gaat. Productiviteit komt er pas dankzij geschoolde, gekwalificeerde mensen. Vlaanderen heeft een competentieoffensief nodig. Meer levenslang leren is een prioriteit voor deze regering. We rekenen erop, minister, dat u daar werk van zult maken, net als van het aantrekkelijker maken van werk door de jobbonus, die ervoor moet zorgen dat mensen netto extra overhouden. Dat is een bijzonder sociale maatregel die bovendien ook extra mensen op de markt zal brengen, net als de bijkomende investering in kinderopvang. Deze regering voorziet extra middelen, niet alleen voor meer kinderopvang, maar ook voor een flexibelere kinderopvang. Ook dat is een bijzonder belangrijke maatregel om mensen op de arbeidsmarkt te brengen en om arbeid met een gezin te kunnen combineren.

Minister, een derde belangrijke prioriteit voor onze fractie is alles wat sociale economie betreft. Elk talent telt en de ondernemingen uit de sociale economie, de ondernemingen die actief willen worden in de sociale economie, via individueel maatwerk, kunnen daar voor een oplossing zorgen. Zij kunnen ervoor zorgen dat mensen, elk op hun eigen manier, hun talent kunnen laten renderen voor onze economie en onze arbeidsmarkt. Ook daar rekenen we erop dat u er werk van zult maken. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Ik heb één heel concrete vraag rond werkbaar werk, mijnheer Bothuyne. U verwees ernaar. En u had het ook heel expliciet over de welzijnssector. Laat nu de welzijnssector en het onderwijs de twee sectoren zijn waarin werkbaar werk heel erg onder druk staat. Op onze arbeidsmarkt ziet nog slechts één werknemer op twee zijn job als leefbaar, als werkbaar. In die sectoren ligt dat nog lager.

Het toeval wil nu dat die daling van het aantal werkbare jobs in die twee heel specifieke sectoren dateert van 2014. Toen is de eerste Zweedse coalitie aangetreden. De laatste tien jaar is dat werkbaar werk dus achteruitgegaan, terwijl het de tien jaar daarvoor vooruitging. Mijn vraag is heel concreet: denkt u niet dat de zware besparingen die de sectoren Welzijn en Onderwijs te verwerken kregen, mee verantwoordelijk zijn voor die dalende jobkwaliteit in toch twee vitale sectoren waarop de Vlaamse Regering alle impact heeft? (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Mevrouw Gennez, nu stelt u mij toch enigszins teleur, zeker omdat u als eminent lid van de commissie Onderwijs toch zou moeten weten dat er nooit een regering is geweest die zoveel heeft geïnvesteerd in Onderwijs als de vorige regering. En ook deze regering heeft heel wat plannen om op dat vlak stappen vooruit te zetten.

Wat u misschien vergeet, is dat de sectoren die u noemt, zowel de welzijnssector als het Onderwijs, net die twee sectoren zijn waar de vergrijzing het snelst en het hardst toeslaat. En dat heeft uiteraard een impact op de manier waarop de mensen aan de slag kunnen zijn en blijven in die sector. We zullen die problemen ook niet ontkennen. Uiteraard zijn er problemen inzake werkbaarheid in Vlaanderen. En uiteraard manifesteren die zich ook in Onderwijs en in Welzijn. En die hebben heel direct te maken met de populatie van de mensen die actief zijn in die sector en de vergrijzing die zich daar versneld manifesteert.

De vorige Vlaamse Regering heeft een werkbaarheidsakkoord afgesloten met de sociale partners. En u bij uitstek zou toch het sociaal overleg moeten toejuichen, respecteren en ondersteunen. Ik stel voor dat we werk maken van de uitvoering van dat akkoord en op die manier oplossingen aanreiken aan de mensen in die sectoren en ook in vele andere sectoren.

De heer Ongena heeft het woord.

Mevrouw Gennez, u probeert een link te leggen tussen de Zweedse regering en de dalende cijfers van de werkbaarheid. Nochtans moet u het niet zo ver zoeken. Het heeft gewoon te maken met de krapte op onze arbeidsmarkt, die de voorbije jaren enorm is toegenomen. We hebben het debat daarover al uitvoerig gevoerd in de commissie. Het is die krapte die ervoor zorgt dat er extra druk komt op de weinige – te weinig – mensen die nog aan de slag zijn. Daardoor krijg je natuurlijk een probleem van werkbaarheid, burn-outs en ziektes. We moeten dat zeker aanpakken. We moeten die werkbaarheid aanpakken. We hebben de werkbaarheidscheques. De minister heeft aangekondigd dat die worden verlengd. Dat is een heel goede zaak.

Maar we moeten natuurlijk ook de fond van het probleem aanpakken. En dat is de arbeidsmarktkrapte. Daarom beloont deze regering werken beter, met de jobbonus. Daarom zullen mensen die werk zoeken, beter worden geactiveerd. Daarom ook zullen we een grote pool van niet-actieven aanboren. Op die manier willen we ervoor zorgen dat we die vele openstaande vacatures ingevuld krijgen, dat er meer mensen aan de slag gaan en dat er minder druk komt op de mensen die vandaag werken. Dat is de enige juiste structurele manier om dat aan te pakken.

Minister Muyters heeft het woord.

In het overleg dat is gebeurd rond werkbaar werk, zijn we tot 34 acties gekomen. Het goede is dat er daarbij verschillende ministers werden betrokken en dat er verschillende onderwerpen werden behandeld. Het was dus niet beperkt tot de minister van Werk of de minister van Economie. Ook de minister van Welzijn en de minister van Mobiliteit werden betrokken, met heel concrete acties en verantwoordelijkheden in de uitvoering. Het was een moeilijk werk, maar iedereen werd erbij betrokken. Ik hoop dat bijvoorbeeld het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV), dat niet heeft ondertekend, nu toch de stappen zal zetten om het akkoord in realiteit waar te maken.

De bespreking van dit beleidsdomein is afgerond.

Omgeving

We gaan over naar het beleidsdomein Omgeving.

De heer Pieters heeft het woord.

Collega's, je eigen levensstijl aanpassen voor het klimaat, is nobel. Dat verwacht u misschien niet van ons, maar met een gedragsverandering kun je je uitstoot wel temperen, maar nooit tot nul reduceren. Je woning goed isoleren, is niet alleen goed voor ons milieu maar ook voor onze portemonnee. Je kunt ook energiezuinige apparaten kopen en minder vliegen. Kiezen voor koolstofarme alternatieven, is beslist nuttig en levert ons mogelijk andere voordelen op. De ongemakkelijke waarheid is dat individuele gedragswijzigingen maar een bescheiden impact hebben.

Om energie te besparen, is veel energie nodig. We kunnen moeilijk ongeschoren levende schapen in een spouw of onder een dak steken, want alles wat je doet, kost energie. Hoe we deze benodigde energie opwekken, is een ander paar mouwen. Onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen om deze energie op te wekken, is enerverend. Natuurlijk is het verstandig om het gebruik van fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen en zo duurzaam mogelijk te leven vanwege ethische overwegingen en slinkende voorraden.

Wij delen met de meesten onder jullie een groot geloof in de technologische evolutie in de strijd tegen schadelijke uitstoot. Onderzoek en ontwikkeling is een deel van onze economie, en daar kunnen we wereldwijd anderen mee helpen om daar het milieu, het comfort en de gezondheid te verbeteren.

Voor de rest gaat het over ons milieu, onze lucht, onze gezondheid, maar ook over onze factuur. Kosten moeten kunnen worden terugverdiend, en best op een termijn korter dan de afbetaling van het investeringskrediet. Kosten die uitgespaard worden, mogen echter niet teniet worden gedaan door stijgende energieprijzen. Energie is zoals drinkbaar water, een basisrecht.

Verplichtingen helpen niet om draagkracht te creëren, maar daarover heb ik het dadelijk nog. Onder andere de verplichte aankoop van een auto met een lagere uitstootnorm voor de LEZ-omgevingen (lage-emissiezone) is voor ons een brug te ver. Sensibiliseren moet, kosten verhogen niet.

Om te voldoen aan al onze energienoden, zullen we moeten diversifiëren in ons aanbod aan energieproductiemiddelen. Het energiebeleid mag alleen nog worden bepaald door de rendabiliteit van de energiebronnen, de kostprijs van de energie voor de eindgebruiker, de belasting op het milieu en de betrouwbaarheid en onze energie-onafhankelijkheid van het buitenland.

Onze minister voor Energie en Klimaat beklemtoont dat sinds 2005 de koolstofuitstoot is gedaald met 5 procent in 14 jaar, en dat het nu zou moeten afnemen met 35 procent tegen 2030. Er zijn collega's in dit halfrond die vinden dat België het voortouw moet nemen en voor min 55 procent moet gaan tegen 2030. Niet langer dan deze week deed de federale premier Wilmès na de Europese top nog de uitspraak van het level playing field, het gelijk oversteken. We hebben het er in de commissie ook vaak over gehad. In de wereldwijde klimaatinspanningen bevinden we ons in een wereld van ‘niet gelijk oversteken’ wegens dubbeltelling, en daar zijn we het niet mee eens. 

Een ander symbool is het bomendebat: vierduizend extra bomen deze legislatuur. Versta mij niet verkeerd: ik ben een grote liefhebber van bomen, maar ik ben geen bomenknuffelaar. Nieuwe boompjes kopen en planten op 1 meter afstand van elkaar, heeft weinig nut. Het gaat dan vooral om boompjes afkomstig uit voormalige Oostbloklanden, die nog eens vijf jaar nodig hebben om van de overplanting te herstellen, boompjes van vijf jaar oud die al meer aan CO2-uitstoot hebben gegenereerd dan ze kunnen opnemen in de tien jaar nadien.

Geef het bos de tijd en de ruimte en laat het uitdijen. Dat is veel gezonder, goedkoper en efficiënter dan de populistische praat van de klimaatfanaten.

De minister heeft het voortdurend over draagvlak, en ze heeft gelijk. Ik heb dat in de commissie ook al een paar keer aangehaald. Ikzelf ben ook een stuk van dat draagvlak. Ikzelf heb een verbouwing uitgevoerd en heb moeten vaststellen dat dit loont aan besparingen in verwarming. De subsidie helpt natuurlijk voor een groot deel. Ik heb dit wel kunnen doen met een parlementaire vergoeding. Dat scheelt natuurlijk. Mensen een renovatiekrediet aanpraten met 0 procent rente is een ezel een wortel voorhouden. Je moet eerst een kapitaalsaflossing of een eigen inbreng aankunnen, en dat is voor heel wat gezinnen een groot probleem. Het gaat om gezinnen die een dergelijk huis kunnen aankopen waar een renovatie hoognodig is, maar met minder comfort en gezondheidsproblemen van dien. De afgeschafte woonbonus is ook al geen hulp.

Praten over klimaat is een zaak, actie ondernemen, is iets anders. Tien jaar geleden reeds heeft het Vlaams Belang een decreetswijziging kunnen laten doorvoeren in verband met het verleggen van de rooilijn met 14 centimeter. Op die manier kunnen oude gevels goedkoper worden geïsoleerd met een hogere efficiëntie en volgens een lagere norm, want de volledige gevel kan worden geïsoleerd zonder die volledig te moeten afbreken. Op dergelijke acties willen we de minister beoordelen en afrekenen, niet zozeer op het opstellen van rapporten en beleidsnota's. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, minister, collega's, we hebben het vandaag al een paar keer gehoord: de Vlaamse Regering straalt ambitie uit om van Vlaanderen een competitieve en innovatieve regio te maken – een Vlaanderen waar mensen en bedrijven zich kunnen ontwikkelen en kunnen groeien. Maar tegelijk voelt elk van u in zijn thuisbasis, in zijn omgeving, familie, buurt of vereniging …

Collega Daniëls, alstublieft, ik hoor u tot hier praten en ik ga niet navertellen wat u gezegd hebt. Alstublieft een klein beetje rust in dit parlement. U mag gesprekken voeren, maar doe dat dan in het Koffiehuis. Het is echt ontzettend vervelend voor de spreker en voor mezelf als je hier de hele dag vooraan moet zitten.

Mijnheer Van den Heuvel, gaat u vooral verder.

Voorzitter, dank u wel voor uw terechte tussenkomst waarbij u de onderwijsexpert terechtwijst.

Ik was aan het vertellen dat we een competitieve innovatieve regio willen zijn, maar dat we tegelijkertijd ook aanvoelen in onze thuisbasis, in onze buurt, in onze gemeente en in onze familie dat er een groeiend draagvlak voor is dat die vooruitgang niet ten koste van alles kan gaan, maar dat die toekomst op een duurzame manier moet worden georganiseerd.

We willen een sterk Vlaanderen, een Vlaanderen dat groeit en ambitieus is, maar ook een Vlaanderen dat duurzaam en zorgzaam omgaat met de omgeving. Of het nu op het platteland is of in de stad, jong of oud, de Vlaming vraagt ons om in te zetten op de maatschappelijke uitdagingen die gepaard gaan met een ambitieus groeipad, om in te zetten op het behoud van open ruimte, ruimte voor bijkomende bossen, landbouw en natuur, om in te zetten op proper water en gezonde lucht, om in te zetten op een emissievrije mobiliteit. Het plan dat we deze regeerperiode voor Vlaanderen uitzetten, biedt antwoorden op deze uitdagingen, niet met mooie woorden, niet met ballonnetjes, niet met grote dromen maar met concrete maatregelen, met een haalbare en betaalbare visie op de toekomst. Dit parlement schaarde zich in de voorbije regeerperiode kamerbreed achter de doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), met duidelijke doelstellingen om de inname van open ruimte stop te zetten en de verharding van Vlaanderen definitief een halt toe te roepen.

Deze regering gaat verder op het pad van een decretale verankering van de bouwshift. Vanaf 2040 nemen we geen extra open ruimte meer in. Dat doen we niet door een harde betonstop, waar sommigen hier graag van dromen, maar wel door een slimme en doordachte bouwshift. Onze bouwsector heeft intussen goed begrepen dat we uiteraard nog nieuwe woningen, kantoren, scholen en andere voorzieningen zullen blijven bouwen en ontwikkelen, maar wel op de juiste manier, op een kwalitatieve manier, op een zuinige manier, op een energiezuinige manier en met het volle kwaliteitsrendement van de ruimte. De uitstekende ontwerpers en architecten die we in Vlaanderen hebben, zijn klaar voor deze uitdaging.

Wanneer zou worden beslist dat welbepaalde percelen toch beter niet meer worden aangesneden, bijvoorbeeld omdat ze overstromingsgevoelig zijn, dan zullen we de eigenaar vergoeden. Daar heeft deze regering, en ook onze partij, zich bij de opmaak van het Instrumentendecreet altijd garant voor gesteld. Dat doen we vandaag, en dat zullen we ook morgen, denk ik, minister, steeds blijven doen.

Ook over hoe we die open ruimte een invulling willen geven, stellen we een duidelijke en ambitieuze visie voorop. Op het vlak van natuur zijn een aantal zeer concrete doelstellingen geformuleerd. Minister, we hebben vandaag nog gehoord dat de biodiversiteit in Vlaanderen, meer bepaald in Limburg, erop vooruitgaat, want we mogen een nieuwe wolf verwelkomen in het mooie Oudsbergen van onze dynamische collega Lode. Ik heb al gehoord dat u een gepaste naam hebt gekozen, namelijk Noël, of Noëlla, want het is nog even afwachten of het om een wijfje of een mannetje gaat.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Collega, we zijn natuurlijk ook heel blij dat de wolf terug gespot is, maar vandaag is ook het rapport over de natuurindicatoren opnieuw gelanceerd, voor 2019, en die resultaten zijn niet zo rooskleurig. Ja, we hebben hopelijk terug een wolf in Vlaanderen, maar de toestand van de natuur is er niet op verbeterd. De Vlaamse Regering heeft nu een aantal intenties, maar zult u er daarmee voor zorgen dat we echt grote stappen vooruit zetten met betrekking tot die toestand van de natuur? De plannen die nu in het regeerakkoord staan, zijn immers eigenlijk business as usual.

Mevrouw Schauvliege, ik denk dat het duidelijk is dat in het regeerakkoord concrete doelstellingen staan. Dat is de ambitie van deze regering. U kent ze: 10.000 hectare extra bos, waarvan bijna de helft in deze legislatuur, en 20.000 hectare extra natuur. Ik weet dat u zult zeggen dat dat er al enkele jaren in staat, maar ik ben ervan overtuigd dat dit de volgende jaren heel concreet gaat gebeuren. Ik ben ook toch wel blij dat in het Vlaamse regeerakkoord staat dat de lokale besturen daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Ik ben ervan overtuigd dat dat zal gebeuren. Ik voel ook in mijn omgeving aan dat heel wat gemeentebesturen klaar zijn om die handschoen op te nemen. Het Bomencharter is daar een heel mooi voorbeeld van. De volgende jaren gaan we op dat vlak toch wel stappen vooruit zetten.

Ik zei daarnet dat we ook inzake de open ruimte een ambitieuze invulling willen geven, waaronder die extra hectaren bos, die extra hectaren bijkomende natuur onder natuurbeheer. Ik ben ervan overtuigd dat we met een kamerbrede meerderheid samen die doelstellingen zullen realiseren.

We zijn ons er terdege van bewust dat je zo’n ambitieuze bouwshift en natuurdoelstellingen niet alleen realiseert. Dat lukt alleen, zoals ik daarnet zei, samen met verenigingen, met burgers, met bedrijven en niet het minst ook met lokale besturen. De steden en gemeenten zijn in deze uitdaging onze sterkste partners. We moeten hen maximaal daarbij ondersteunen, ook financieel. Het nieuwe openruimtefonds geeft een echte waardering aan de gemeenten die niet alleen inzetten op bijkomende woningen of bedrijven, maar dagelijks zorg dragen voor onze kostbare open ruimte, ruimte voor landbouw, ruimte voor natuur, ruimte voor bossen en biodiversiteit.

We hebben het vorige week al uitgebreid gehad over de Vlaamse bijdrage aan de klimaatambities. Ik moet daar niet verder op ingaan. Ik ben heel blij dat er een nationaal klimaatplan is gekomen. Ik hoop echt dat we de volgende jaren van die -35 procent concreet werk zullen kunnen maken. Dat is een ambitieuze doelstelling. We moeten de volgende tien jaar vier keer meer CO2-reductie verwezenlijken dan de voorbije tien jaar. Dat kan tellen. Dat kan alleen lukken als we allemaal aan hetzelfde zeel trekken. Hetzelfde geldt voor de hernieuwbare energie. Draagvlak creëren is daar het ordewoord. We moeten dat samen doen met de lokale besturen, met coöperatieven. En we moeten daar ook de buurtbewoners bij betrekken.

Voorzitter, ik wil nog op twee zaken de focus leggen. Er is vooreerst het actieplan ‘Droogte en wateroverlast’. Dat is klaar. We moeten daarop inzetten. Minister, ik hoop echt dat we dit plan consequent kunnen uitvoeren en dat we de juiste maatregelen in de stroomgebiedbeheersplannen opnemen. En twee: geef alstublieft voldoende middelen aan het asbestvrij maken van Vlaanderen.

Tot slot denk ik dat we in het omgevingsbeleid voor heel grote uitdagingen staan: van klimaat en CO2-reductie tot het beschermen van de open ruimte. Draagvlak is daarbij nodig. We moeten niet alleen wachten op dat draagvlak, we moeten ook samen aan dat draagvlak werken. Dat is een uitdaging voor ons allemaal. Ik hoop dat we op dat vlak allemaal samen stappen voorwaarts kunnen zetten. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Danen heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, ik hoor u graag zeggen dat er voor asbestverwijdering voldoende middelen moeten worden vrijgemaakt. Maar u gaat zo dadelijk een begroting goedkeuren waarin relatief weinig middelen daarvoor zijn opgenomen. Wat bedoelt u dan als u dat zegt? Ik vind het een beetje een vreemde vraag. Ik ben ervan overtuigd dat als we Vlaanderen asbestveilig willen maken, er veel meer middelen nodig zijn.

Ik geef een voorbeeld. Momenteel hebben duizend scholen een aanvraag gedaan om hun school asbestveilig te maken. Met die paar miljoen euro, met alle respect, waarin nu voorzien is, zullen we er helemaal niet komen. Wat gaat u doen om die uitdaging toch aan te gaan?

Mijnheer Danen, ik heb een duidelijke oproep gedaan om aan deze Vlaamse Regering te zeggen dat dit voor mijn fractie een heel belangrijk item is. Ook in het Vlaams klimaatplan staat duidelijk dat we een dubbele win kunnen doen, een win-win dus, door daken beter te isoleren en ze meteen asbestvrij te maken. Op dat vlak moeten er extra middelen worden gevonden. Ik ben er zeker van dat de regering daar de volgende weken en maanden ook een prioriteit van zal maken. Dat is in ieder geval samen met u ook voor onze fractie een prioriteit.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Mijnheer Danen, bedankt voor uw vraag over asbest. Wij vinden het ook heel belangrijk dat we daarin blijven investeren. In het verleden is er al heel wat gedaan. Collega Crevits kan daarover tussenkomen. Tijdens de onderhandelingen zijn we overeengekomen dat we in extra budgetten voorzien. Nu is er 1,5 miljoen euro. De komende jaren komt er 3 miljoen euro. Zeer belangrijk in de bespreking van het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) is dat we zijn overeengekomen dat we in 18 miljoen euro per jaar extra voorzien, boven op die 1,5 en 3 miljoen euro. We zullen de daken asbestvrij maken en tegelijk ook investeren in stevige dakisolatie. Er wordt nog in 18 miljoen euro extra voorzien.

We gaan dat natuurlijk prioritair inzetten daar waar er heel veel kwetsbaarheid is, bijvoorbeeld de scholen, waarnaar u ook verwijst. Dat is een heel mooi pakket. Ik hoop dan ook met de opmaak van de asbestdatabank een goed overzicht te krijgen. Dat moeten we goed bijhouden. Er zijn dus bijkomende middelen. Het had misschien nog meer kunnen zijn, maar er zijn ook Onderwijs, Welzijn, klimaat, Cultuur enzovoort. Daar ging het debat al over. Maar dit is toch al heel wat voorwaarts: nog eens 18 miljoen euro extra per jaar de komende jaren boven op de extra’s waarin we al hadden voorzien.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil gewoon kort aansluiten, collega Danen, omdat collega Joke Schauvliege en ik in de vorige legislatuur een heel project opgezet hebben om scholen te sensibiliseren, dat ze prioritair in asbestverwijdering moesten investeren wanneer ze investeringen deden. U hebt mij indertijd nog een vraag gesteld – het zit nog fris in mijn hoofd – om te zeggen dat er onvoldoende op ingegaan werd. We zitten nu eindelijk in een context waarbij scholen dat effectief prioritair vinden en dossiers indienen. U hebt net gehoord dat dat voor onze partij een belangrijke prioriteit is en collega Demir heeft hetzelfde gezegd. Er worden ook middelen vrijgemaakt, maar het allerbelangrijkste is voor mij dat de sensibiliteit rond asbest nu absoluut bestaat. Dat moeten we zo houden. Het is absoluut onaanvaardbaar dat iemand een school verbouwt waar er asbest is en dat dat door niet-professionele mensen verwijderd zou worden of dat men er niet aan denkt om dat oordeelkundig te doen. Ik zou het dus als iets positiefs willen beschouwen dat er zoveel aanvragen zijn. Het was jaren geleden immers absoluut een context die niet denkbaar was en nu bestaat die wel.

De heer Pieters heeft het woord.

Minister, u hebt het over vergunde bedrijven die zoiets moeten doen. Als dat grote werken zijn, moeten die aanbesteed worden wegens het bedrag, soms ook internationaal. Als u een tegemoetkoming verleent, is dat dan alleen voor het materiaal? Is dat voor de vernieuwing naderhand? Omwille van het draagvlak moet er bij asbest ook navenant gehandeld worden bij de beoordeling of het toezicht. Als men gewoon met een grijper de asbestplaten eraf haalt, zijn ze er natuurlijk ook vanaf en kan men naderhand een nieuw dak leggen, maar dat is niet de bedoeling. Er moet evenzeer oordeelkundig mee omgesprongen worden. Het draagvlak moet zijn dat het een gezondheidsrisico is. Daar moet navenant mee omgegaan worden. 

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik denk dat dit ook geen probleem mag zijn. Als we spreken over openbare gebouwen, moeten die aanbestedingen gebeuren en moet de inhoud zodanig zijn dat alles perfect veilig en volgens de gezondheidsregels en alle andere regels uitgevoerd wordt. Er zal dus niet zomaar een kraan komen die eventjes een dak komt wegplukken, dat moet echt gecoördineerd gebeuren. Ik zie daar dus geen probleem.

De heer Danen heeft het woord.

We zijn daar in de vorige legislatuur mee aan de slag gegaan, we hebben dat onder de aandacht gebracht en het is dankzij de samenwerking tussen oppositie en meerderheid dat er nu wat ‘awareness’ is rond het probleem. Maar ik hoop dat, als de noden groter blijken te zijn dan wat uw budget kan lenigen en er potjes vrijkomen – want nu en dan gebeurt dat –, die potjes dan prioritair gebruikt worden voor asbestverwijdering in scholen. Want als er duizend aanvragen zijn, is het niet aanvaardbaar dat een school jaren moet wachten voor ze dat werk kan uitvoeren. Dat is mijn oproep en ik wil graag mijn hand uitreiken om daaraan mee te werken. (Applaus bij Groen)

De heer Pieters heeft het woord.

Toen ik het daarnet over vergunde bedrijven had, moet er bij de lokale overheid ook het draagvlak zijn dat er een handhaving, een controle, is op de verwijdering. Want een vergunde firma haalt dit vaak uit geldgewin snel weg. Daarom ook bij de lokale besturen een draagvlak voor de opvolging en de handhaving. 

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega Pieters, ik denk wel dat de sensibilisering ook op dat vlak gewerkt heeft. Ik stel vast dat de sociale controle bijzonder groot is en dat er heel snel langs alle kanten alarmbellen afgaan, als er ergens werken gebeuren, waardoor je als lokale overheid kunt ingrijpen en werken onmiddellijk kunt stilleggen.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Ik wil nog even terugkomen op wat de heer Pieters zei. Uiteraard gaat het ook over volksgezondheid. Zulke dingen worden gecontroleerd. Er bestaat ook een asbest- en sloopinventaris en uiteraard zal er ook worden gehandhaafd. Ik weet niet of u een particulier dossier voor ogen hebt, maar ik kan u verzekeren dat daar wel streng op wordt toegezien.

Collega Danen, ik wil de hand uitsteken. Wij zullen met de regering, als er nog extra geld gevonden kan worden, extra middelen steken in die asbestverwijdering. Wij vinden dat heel belangrijk. Het gaat over onze gezondheid. Het gaat over volksgezondheid, zeker op scholen. Als we dan tegelijkertijd die daken ook kunnen isoleren, denk ik dat dat een plus-plus is, zowel qua uitstoot als qua volksgezondheid. Daarom hebben we nu die 18 miljoen euro in het kader van dat klimaatplan goedgekeurd. Ik denk dat dat een concrete en goede maatregel is. Ik zal de komende jaren ook mijn best doen, mochten er extra middelen zijn, om die daar naartoe te laten gaan.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Collega’s, ik moet eerlijk bekennen dat ik niet altijd en niet voor alles een fan ben van Europa. Maar als je al vele jaren het milieu- en natuurbeleid volgt, weet je dat Europa – en het Europese beleid – ons op dat vlak enorm heeft geholpen om vooruitgang te boeken.

Met haar New Green Deal zet de Europese Commissie ook nu de toon. In het besef dat klimaatmaatregelen zich opdringen en het klimaat niet wacht, kiest Europa voor de weg vooruit, waarbij men zich niet laat verlammen door angst, waarbij men zich niet focust op mogelijke bedreigingen, maar integendeel kijkt naar opportuniteiten en de kansen die er voor ons liggen. Die Europese Green Deal beoogt het welzijn van onze mensen te verbeteren. Als Europa klimaatneutraal wordt en we onze natuurlijke omgeving beschermen, dan is dat goed voor onze mensen, goed voor onze planeet en ook goed voor onze economie. Daarvoor hoeft niemand achter te blijven. De deal zal mensenlevens, dieren en planten beschermen door de vervuiling terug te dringen, zal bedrijven helpen om mondiaal toonaangevend te worden op het gebied van schone producten en technologieën, zal zich inzetten voor een rechtvaardige en inclusieve transitie. De Europese Green Deal is met andere woorden de nieuwe groeistrategie. Dit plan zal ons helpen om zowel de uitstoot terug te dringen als werkgelegenheid te scheppen.

En het is Europa menens. De Europese investeringsbank kondigde dit jaar aan haar investeringen in fossiele brandstoffen af te bouwen. Zo komt er elk jaar 100 miljard euro vrij om in duurzame projecten te investeren. Daarnaast creëert de Europese Commissie een groen transitiefonds om landen die nog zwaar afhangen van bijvoorbeeld steenkool te helpen met nog eens 100 miljard euro. Alles wijst er dus op dat de komende decennia grote geldstromen definitief worden verlegd. De strijd tegen klimaatverandering en de strijd voor groene energie worden de komende tien tot twintig jaar grote nieuwe markten.

De Europese Commissie wil ook de klimaatneutraliteit in 2050 in een Europese klimaatwet gieten. Daarmee heeft Europa wat wordt gezien als noodzakelijk voor een succesvol klimaatbeleid: een duidelijke visie met een wervend project; een wetgevend kader dat rechtszekerheid biedt op langere termijn zodat iedereen weet waar hij aan toe is; een heroriëntering van de middelen zodat die het project ondersteunen en niet tegenwerken en een engagement om dit ook waar te maken.

Collega’s, ook in Vlaanderen zijn er velen die vragen om ons in te schrijven in zo’n positief en enthousiasmerend, stimulerend en vooral toekomstgericht project. En dan heb ik het niet over milieuverenigingen of andere ngo’s, ook niet over al die wetenschappers die al lang zeggen dat het vijf voor twaalf is of vijf over twaalf, maar vandaag gaat het meer en meer en vooral over economen en ondernemers. Zij vragen om eindelijk de schroom te laten vallen en volop de uitdaging aan te gaan. Hun voornaamste argument is dat we anders dreigen economisch de boot te missen. Wie proactief in duurzaamheid investeert, oogst concurrentievoordeel. Economische lessen leren nu eenmaal dat zij die achterlopen bij grote veranderingen, daar vroeg of laat de prijs voor betalen.

Collega’s, wat doet dan deze Vlaamse Regering? Ze legt een plan voor waarin zeker een aantal goede aanzetten zitten, een aantal goede maatregelen, maar dat op heel wat vlakken tekortschiet. Over de doelstelling zegt minister Demir dat het heel moeilijk zal worden om die 35 procent reductie te realiseren. Ze verwijst daarbij naar het huidige beleid, dat ons tussen 2005 en 2018 slechts 5 procent reductie heeft opgeleverd.

En, eerlijk gezegd, ik kan haar daar goed in begrijpen, maar dan zou je verwachten dat deze regering een plan neerlegt dat het over een andere boeg gooit en dat inziet dat het beleid niet volstaat en we andere dingen moeten doen. Daar is dan weer niks van te merken. De maatregelen in het klimaatplan – en het zijn er heel veel – zullen de CO2-uitstoot maar met mondjesmaat verminderen en de doelstellingen, vrezen velen, zullen we niet halen.

Ook budgettair is voor dat klimaatbeleid weinig voorzien. De SERV raamt de voorziene middelen op 5 tot 15 procent van wat echt nodig is en zegt dat we jaarlijks meer dan 400 miljoen euro dreigen uit te geven aan de aankoop van emissierechten en boetes. Dat is een spijtige zaak. Dat is het bilan van het ecorealisme van deze en de vorige regering.

Er is bij vele mensen nu toch wel een grote ontgoocheling over wat voorligt, maar we moeten vooruit en we moeten dat samen doen. Ik herhaal het voorstel, in de eerste plaats van collega Rzoska van deze morgen, om een intendant aan te stellen, iemand die boven iedereen heen een proces van overleg in gang kan zetten. Dit gaat over een heel complex probleem, een probleem waar we nog vele jaren mee bezig zullen zijn en waarover we dus echt een grondig, maatschappelijk overleg met alle actoren nodig hebben. Overleg bijvoorbeeld met klimaattafels, maar dan eerder op de manier zoals Nederland het heeft aangepakt. Er is in Vlaanderen enorm veel expertise en kennis die we kunnen inschakelen. Er is een enorm engagement bij heel velen om daaraan bij te dragen. Heel velen hebben al aangeboden dat we hun kennis mogen gebruiken en dat ze bereid zijn om mee te denken en te werken. Dit is ook een oproep, collega’s, om er allemaal samen aan te werken. We moeten nu vooruit. We moeten de maatregelen aanvatten. We moeten ze monitoren. We moeten zorgen, als het niet volstaat, dat we snel bijsturen.

Minister, op de allereerste commissievergadering zei u, toen we het over het klimaat hadden, dat u een dochtertje hebt en  dat u niet graag zou hebben dat ze over tien jaar zou zeggen: ‘Mama, u was toch minister. U hebt het niet goed aangepakt. U hebt nagelaten om hier een antwoord op te geven.’ Dat heeft mij toen geraakt. Ik denk misschien al eerder aan kleinkinderen, maar iedereen, heel velen hier in deze zaal hebben dezelfde bezorgdheid. Ik hoop dat we allemaal de ernst inzien en samen de inspanningen blijven doen om uiteindelijk die doelstelling, ook de doelstelling voor 2050, te realiseren. (Applaus bij Groen en de PVDA)

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijnheer Steenwegen, ik hoor het u graag zeggen: Europa is in dezen ons lichtend voorbeeld. Europa vraagt inderdaad om 100 miljard euro per jaar te spenderen. Europa vraagt van ons ook een inspanning van 35 procent – al weet iedereen dat de technische kostenefficiëntie 25 procent is of zelfs minder. Kunt u mij dan eens uitleggen hoe Europa dat allemaal zal betalen?

Europa is voor u het lichtend voorbeeld, maar u zegt niet hoe u dat gaat invullen. In ons plan staan er 350 concrete maatregelen.

Europa zou zich volgens mij moeten bezighouden met de fiscale begrotingsregels aan te passen, zodat energie-investering in gebouwen op een ordentelijke begrotingsmanier kan gebeuren. Met andere woorden, we hebben een concrete aanpak en u pleit voor 100 miljard euro per jaar of om nog hoger te gaan dan die 35 procent. Hoe gaat u dat betalen?

Mijnheer Gryffroy, op dat tweede punt kan ik u volgen. Wij zijn er ook voorstander van dat er nagedacht wordt over strategische investeringen, dat die kunnen gebeuren, en dat de Europese regels daaromtrent versoepeld worden.

Als u het hebt over budget, weet u hoeveel Europa jaarlijks betaalt voor de invoer van fossiele brandstoffen? Ik zal het u zeggen: meer dan 200 miljard euro per jaar. Dat is mijn antwoord aan u. (Applaus bij Groen) 

De heer Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega’s, de aarde warmt op, het klimaat verandert, de gevolgen zijn vandaag zichtbaar. Kijk maar naar de bosbranden en de aanhoudende hitte in Australië. Kijk naar de frequentie van de hittegolven die we hier in eigen land gehad hebben. De aanpak van de klimaatverandering is dan ook een van de grote uitdagingen van de komende decennia. Dat betekent, collega’s, dat we onze uitstoot drastisch naar beneden moeten halen en dat we ons moeten aanpassen aan de gevolgen. Die aanpak gaat hand in hand met de energietransitie.

Met het Vlaamse Energie- en Klimaatplan heeft de Vlaamse Regering daarvoor een traject uitgestippeld voor de komende tien jaar. Daarin gaan we voor 35 procent emissiereductie in de niet-ETS-sectoren (emissions trading scheme) in 2030 ten opzichte van 2005. Dat is heel ambitieus. Dat zeggen niet alleen de partijen uit de meerderheid, maar ook bijvoorbeeld de SERV, waarin zowel werkgevers als werknemers zitten.

Het is ook belangrijk om de zaken juist te stellen. Wallonië gaat in zijn bijdrage voor 37 procent reductie, Vlaanderen voor 35 procent, waar we op dit moment op 32,6 procent komen via de berekeningen, en Brussel gaat voor 38 procent reële reductie. Maar die 35 procent voor Vlaanderen is in absolute termen van CO2- en verbruiksbesparingen natuurlijk veel hoger, want we tellen veel meer inwoners, hebben een grotere bevolkingsdichtheid, meer elektro-intensieve industrie, en bijgevolg finaal dubbel zo veel energieverbruik als in Wallonië. Vlaanderen loopt dus niet achter op andere gewesten, collega’s.

Vooral op het vlak van gebouwen en transport zullen heel zware inspanningen moeten worden gedaan. De juiste beleidskeuzes, het betrekken van private partners en het creëren van nieuwe businessmodellen zullen hier de transitie mee vorm moeten geven. En los van de doelstellingen en de percentages, waar sommigen het liefst over praten, moet het vooral over maatregelen gaan. Hoe gaan we wat doen? Welke instrumenten gaan en kunnen we inzetten?

Collega’s, het Vlaamse plan en de beleidsnota’s Klimaat en Energie omvatten ambitieuze, maar haalbare maatregelen om in alle sectoren bijkomend emissies te reduceren en te vergroenen. Ik denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van renovaties van woongebouwen na notariële overdracht en het verplichten van renovaties van niet-woongebouwen, het inzetten op sloop en heropbouw via fiscale instrumenten, minder voertuigkilometers en meer zero-emissievervoer, de aanpak van methaanuitstoot in de landbouw via beter voedermanagement, het versterken en verbreden van de EBO’s (energiebeleidsovereenkomsten) en de mini-EBO’s in de industrie, en tot slot ook het feit dat we inzetten op een duurzaam verhaal, waarbij we afval steeds meer als een grondstof zien.

Mijnheer Tommelein, we hebben in de vorige legislatuur een paar keer het debat gehad over de energierenovatie van woningen. U hebt toen ten voeten uit verdedigd dat u er voorstander van was om bij een overdracht van een residentiële woning de mensen te verplichten om binnen de vijf jaar drie van de zes energiezuinige maatregelen te laten nemen. Nu komt u hier doodleuk zeggen dat u het omgekeerde wilt doen. Ik begrijp dat eerlijk gezegd niet.

Mijnheer Daenen, ik heb vijf jaar, of toch een groot stuk daarvan, met u gediscussieerd. Het woord ‘verplichten’ stond nooit in mijn woordenboek.

Neen, mijnheer Danen. U hebt niet goed opgelet.

Er waren maatregelen. Ik heb altijd verwezen naar de woningpas. En ik heb altijd gezegd dat dat wel vanzelf ging komen. Ik heb nooit een verplichting ingevoerd. Ik heb gezegd dat er een aantal maatregelen waren die moesten worden genomen na notariële overdracht, maar ik heb nooit het woord ‘verplichten’ in de mond genomen. Dat weet ik 100 procent zeker, mijnheer Danen.

En waarom weet ik dat? Omdat er discussies over zijn geweest dat ik het woord ‘verplichten’ nooit heb willen gebruiken. U hebt dus niet goed opgelet.

Dan wordt het een welles-nietesdiscussie. Ik ga me er niet aan wagen, maar ik weet wel 100 procent zeker dat voormalig minister-president Bourgeois dat wel meermaals in de mond heeft genomen.

Wat er ook van zij, ik vind het jammer dat de maatregel die toen door iedereen werd bejubeld, nu wordt opgeheven en wordt vervangen door stimuleren en verleiden, iets wat we jarenlang hebben geprobeerd. Net omdat het de energierenovatiegraad niet omhoogtrok, is er iets anders geprobeerd. Nu wordt dat weer afgeschaft en gaan we terug naar oude recepten. Dat vind ik bijzonder jammer. Ik heb niet de illusie dat we dat hier vandaag nog kunnen aanpassen, maar ik zou u wel willen vragen om het na een jaar te evalueren en om desgevallend terug te gaan naar de vorige, veel betere maatregel.

Mijnheer Danen, ik ben geen minister meer. De minister zit daar.

U bent inderdaad geen minister meer, maar binnenkort als partijvoorzitter bent u de baas van de ministers, mijnheer Tommelein. Ik neem aan dat u daar toch enige impact op zult hebben. (Gelach)

Ik heb net als de heer Danen hetzelfde gehoord bij de vorige regering, namelijk dat er een renovatieverplichting zou zijn binnen x-aantal jaren na verkoop. Er wordt trouwens ook door deze regering vaak genoeg gezegd dat ze dat bewust opzettelijk afgeschaft heeft. Het bestond dus blijkbaar zonder dat u het wist, ook al was u de bevoegde minister, want anders is een van uw beide – ofwel de huidige regering, ofwel de vorige regering –verhaaltjes aan het vertellen die niet kloppen.

Maar wat mij nog veel meer interesseert, is wat ik uw fractieleider deze namiddag heb horen zeggen. De heer Schiltz heeft daarnet met heel veel vuur uitgelegd dat we die verplichting niet mogen opleggen omdat die bij de verkoop van een woning zal zorgen voor een minderprijs. En dus is dat kapitaalvernietiging, want de koper zal er rekening mee houden dat hij zal moeten renoveren en dus wordt de woning minder waard. Hij zei dat liberalen niet aan kapitaalvernietiging willen doen.

Ik vond dat wel heel opvallend, want vijf minuten later was hij aan het uitleggen dat de afschaffing van de woonbonus een goeie maatregel is omdat die de prijs van de woningen naar beneden zal halen. Met andere woorden: ook daar zal een maatregel van de Vlaamse Regering de verkoper een mindere prijs opleveren, want de woonbonus wordt niet meer meegerekend in wat de kopers willen geven. Ik ben daar, voor alle duidelijkheid voor, maar in het ene geval is het kapitaalvernietiging en in het andere geval is het de woningprijzen naar beneden halen. Er klopt ergens iets niet.

Zou het gewoon kunnen dat de woonbonus volgens u als liberaal een aanvaardbare kapitaalvernietiging is in hoofde van de eigenaar van de woning omdat ze de kas van de regering geld opbrengt en dat de renovatieplicht niet aanvaardbaar is – niet als gevolg van de kapitaalvernietiging – omdat dat klimaatbeleid is en omdat u daar geen inspanningen voor wilt vragen aan woningeigenaars, ook niet op het moment dat ze willen verkopen? Ik kan dat gerust geloven, maar zeg dat dan gewoon en hang daar geen flauwe verhaaltjes rond op. (Applaus bij sp.a en Groen )

Minister Matthias Diependaele

Ik geef een kort lesje micro-economie. Er is een verschil tussen het feit dat je een element dat de woonprijzen omhoogduwt, weghaalt – dat doen we met de woonbonus waarbij we een prijsopdrijvend effect weghalen – en het feit dat je een extra verplichting oplegt zodat de waarde van een woning vermindert. Dat is een groot verschil. Door het schrappen van de woonbonus gaan we een prijsstijging tegen. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Jawel, door het opleggen van een extra verplichting wordt de huidige waarde naar beneden gehaald.

Minister, wat u verkondigt, is onzin. Dat is pure onzin. We kunnen daar als advocaten onder elkaar een mooie discussie over houden, maar het recht om een woning te verkopen onder de normen van een modern huis en onder wat maatschappelijk aanvaardbaar en wenselijk is, is natuurlijk ook een mogelijkheid om de prijs omhoog te drijven. U kunt het in de twee richtingen bekijken, maar het effect is hetzelfde.

U bent wel bereid om een maatregel te nemen die voor de verkoper nadelig zal zijn op het moment van de verkoop, als die de kas van de Vlaamse Regering kan spijzen, namelijk door de woonbonus af te schaffen.

Minister, u bent niet bereid van de eigenaar en verkoper van een woning hetzelfde te vragen als het erop neerkomt te garanderen dat de woning zal worden aangepast en voor komende generaties comfortabel zal zijn en haar waarde zal behouden. U bent niet bereid dat te doen. U hangt nu allerlei macro- en micro-economische verhalen op. Wat u hebt uitgelegd, slaat in elk geval nergens op. (Applaus bij sp.a)

Het zal allicht zo zijn dat de prijs van woningen die, zeker aan de onderkant van de markt, nu te duur worden verkocht, zal dalen. Ik vind dat goed. Jonge gezinnen kunnen die woningen kopen en geld overhouden om, zeker met een energielening, die woningen te renoveren. Zo krijgen we een opstuwend effect en krijgen we betere woningen. De renovatiegraad neemt toe en we krijgen een klimaat waarin renoveren hip is. Dat is wat we willen bereiken en daar moeten we naartoe gaan.

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mijnheer Tobback, de afschaffing van de woonbonus heeft altijd in uw partijprogramma gestaan. Ik weet dus eigenlijk niet waarvoor u hier nu pleit. Wat renovaties betreft, is er nog zoiets als vrijheid. We moeten de renovatie niet aan de verkoper opleggen. De koper moet dat kunnen doen zoals hij dat wil. Hij moet het huis kunnen inrichten zoals hij het wil. Als we dat aan de verkoper opleggen, moet de koper een huis kopen zoals de vorige eigenaar het heeft gepland. Wij zijn voor vrijheid.

Dat is net de maatregel die is afgeschaft.

Mevrouw Van Volcem, ik zal zo kort mogelijk proberen het nog eens uit te leggen, want ik heb de indruk dat u noch mijn voorstellen, noch uw eigen beslissingen goed hebt begrepen. Dat is een beetje jammer in deze discussie.

Ik ben niet tegen de afschaffing van de woonbonus. Ik pleit er ook niet voor de woonbonus opnieuw in te voeren, maar wel om de middelen te gebruiken om mensen effectief gemakkelijker toegang tot een woning te geven. Ik heb al meermaals gesteld dat die maatregel op zich niet genoeg is, maar ik ben niet tegen het principe.

Hoewel u hier tijdens de vorige legislatuur zat, hebt u niet goed begrepen dat de vorige Vlaamse Regering niet heeft beslist dat de verkoper moet renoveren. Ik heb ook niet voorgesteld de verkoper tot renovatie te dwingen. De beslissing van de vorige Vlaamse Regering, die minister-president Bourgeois hier met handen en voeten heeft uitgelegd, is dat de koper binnen een termijn van vijf jaar na de verkoop minstens een aantal van een hele reeks maatregelen moest nemen. Dat is toen beslist, maar u weet dat blijkbaar niet meer of u had het, aan uw uitleg te horen, toen niet goed begrepen.

Nu is er beslist om dat niet meer te doen, niet omdat de koper dan vrij is, maar omdat de verkoper het recht behoudt een ongeïsoleerde, oncomfortabele, energie-inefficiënte en vanuit maatschappelijk en klimaatoogpunt onwenselijke woning te blijven bewonen en er ook de volle prijs voor te krijgen. U bent niet bereid om de verkoper in het belang van de samenleving een inspanning te vragen, namelijk te accepteren dat als hij een krot onder de prijs verkoopt het ook onder de prijs zal worden verkocht, en dat we de koper daarmee zullen confronteren. Dat lijkt me nogal logisch. Het is jammer dat die maatregel is afgeschaft. Het is ook jammer dat u niet eens wist dat u die maatregel had genomen, maar dat is uw probleem. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Pieters heeft het woord.

Voorzitter, nu wil ik toch ook wel eens weten hoe het juist zit.

Mijnheer Tommelein, u hebt gezegd dat u dat niet wilt verplichten, maar dat een woning aan een aantal voorwaarden moet voldoen.

Minister, u hebt gezegd dat de verplichting er is om na vijf jaar te renoveren.

Is de verplichting er nu wel of niet om binnen vijf jaar na de aankoop verplicht te renoveren indien een huis niet aan die zes voorwaarden voldoet?

Minister Zuhal Demir

Dit is een zeer interessant debat met verschillende meningen, maar ik wil even duidelijk het standpunt van de Vlaamse Regering naar voren schuiven. De Vlaamse overheid zal het goede voorbeeld geven. We zullen de gebouwen van de Vlaamse overheid renoveren en energieneutraal maken. Met betrekking tot de rest van het patrimonium, de residentiële woningen, leggen we geen verplichte renovatie op. Dat is de keuze van de Vlaamse Regering. We doen dat niet, maar we zullen renovaties wel stimuleren.

Hoe zullen we dat stimuleren? We zullen mensen die een woning hebben gekocht of geërfd en deze binnen de vijf jaar bijna energieneutraal renoveren, een renteloze lening toekennen. Zij kunnen een bedrag lenen tot 30.000 euro om hun huis bijna energieneutraal te renoveren. Daarvoor wordt 100 miljoen euro uitgetrokken en die rente wordt ingeschreven op onze begroting.

Daarnaast bestaan er allerhande premies, zowel energiepremies als renovatiepremies. De bedoeling is om daar de volgende jaren een geheel van te maken, zodat we die zeer gericht kunnen besteden. Verder zijn er ook nog de verlaagde registratierechten voor mensen die energetisch verbouwen. Het is een pakket van maatregelen die mensen de kans geven om te genieten van een renteloze lening, wanneer zij binnen de vijf jaar energieneutraal willen renoveren. Niemand wordt verplicht, maar wij zetten wel alles op alles om effectief over te gaan tot renovatie. We doen dat voor het comfort van de bewoners en voor de energiefactuur.

De heer Pieters krijgt eerst het woord en vervolgens de heer Tommelein, die hier aan het flexi-jobben is achter mij.

Minister, dit is niet echt een verduidelijking. U hebt het eerst over een energieneutrale woning en dan over een bijna-energieneutrale (BEN) woning. Welke classificatie geeft u het dan? E33, E35 of E40?

U plakt daar een bedrag op van 30.000 euro. Iemand met minder financiële mogelijkheden die een dergelijk huis koopt, zal dat zelfs met 0 procent rente nog niet kunnen renoveren.  Met 30.000 euro kan dat huis niet worden omgevormd tot een energieneutrale woning; dat is te weinig. Met wat u naar voren schuift, lukt het niet.

Minister Zuhal Demir

U zegt dat dit niet zal lukken, maar ik ben Madame Soleil niet. Wij hebben een pakket maatregelen en zullen alles op alles zetten om dat te stimuleren. Het is geen verplichting, maar we voorzien wel in heel wat maatregelen om mensen ertoe aan te zetten hun huis bijna-energieneutraal te renoveren. Voor overheidsgebouwen is het wel een verplichting, omdat we daar het goede voorbeeld willen geven.

Er wordt ook ingezet op energie-efficiëntie als uitgangsprincipe, met minder uitstoot als gevolg, en op hernieuwbare energie om de geproduceerde kilowatt maximaal te vergroenen: windenergie, zonne-energie, warmtepompen enzovoort.

Collega’s, er is nog een gat dat moet worden opgevuld wanneer we de 35-procentdoelstelling willen behalen. We mikken daarvoor op flankerend beleid op federaal niveau. Denk aan de vergroening van de bedrijfswagens, aan technologische innovatie en – ook heel belangrijk – aan de circulaire economie.

Om onze doelstelling te bereiken zal iedereen zijn steentje moeten bijdragen en dat zal niet vanzelf gaan. De overheid moet daarvoor een draagvlak creëren, ik heb dat ook voor hernieuwbare energie gedaan. De overheid moet daarbij ook zelf het goede voorbeeld geven, zelf gebouwen renoveren en investeren in hernieuwbare energie. Deze regering zal dat ook doen.

We zullen lokale besturen, burgers en bedrijven daar blijvend bij moeten betrekken via dialoog, communicatie en participatie. We zullen de zaken goed moeten uitleggen, financiële stimulansen moeten geven en moeten ontzorgen. De recent opgerichte energiehuizen zullen die taken mee vervullen, klimaattafels op lokaal niveau kunnen de stakeholders samenbrengen.

Burgers en bedrijven betrekken betekent hun ook instrumenten geven. Een daarvan is de digitale meter. De uitrol daarvan is nu volop bezig en dat stemt me uiteraard heel tevreden. Het zal u ook niet verbazen dat ik tevreden ben dat er een duidelijke regeling voor prosumenten is gevonden. De digitale meter laat toe dat de consument in het energiemodel van de toekomst een belangrijke rol zal krijgen, zelf energie zal opwekken en verzilveren, delen met de wijk, verbruiken op gunstige momenten enzovoort. Daar gaan we naartoe.

Ik hoop dat de uitrol mogelijk nog versneld kan worden zodat de businessmodellen om de digitale meter slim te maken, zich volop kunnen ontwikkelen.

Collega’s, de Vlaamse Regering heeft haar plan klaar, en gisteren werd het nationale plan afgeklopt waarmee we nu op tijd naar Europa kunnen gaan. Het is nu nog wachten op de langetermijnstrategie 2050, want dat is eigenlijk al overmorgen. Daarvoor moeten we een goed traject uitstippelen. Het is het jaar waarop Europa mikt om klimaatneutraal te worden, het is Europa menens, dat kunnen we aflezen uit de grote plannen van de Green Deal. Natuurlijk zullen die plannen geconcretiseerd moeten worden, net zoals dat ook met de Vlaamse plannen moet gebeuren.

Dames en heren, minister, met Open Vld staan wij als partij alleszins klaar om hieraan mee te werken. Wij zien dit als een positieve uitdaging, die kansen oplevert voor onze bedrijven, met nieuwe verdienmodellen, jobcreatie en technologieën die we naar andere landen kunnen exporteren. We willen daar samen met de minister aan werken. U kunt op ons rekenen. Wij zijn uw partner in het energie- en klimaatbeleid van Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Anaf heeft het woord.

Bij de presentatie van uw beleidsnota’s over klimaat en Energie sprak u drie doelstellingen uit. U wilt ambitieus zijn, u belooft om de koopkracht van de gezinnen te zullen bewaken en u zegt dat u de ondernemingen concurrentieel wilt houden. Dat klonk goed, maar collega’s, na het lezen van de beleidsnota en de begroting, en na de bespreking in de commissie, bleef van dat hoopvolle gevoel helaas niet veel meer over. Op zich niet getreurd, want u kreeg een herkansing bij het uitwerken van het definitieve VEKP. En na een naar eigen zeggen lastige discussie en ook wat extra rekenwerk, ook in het weekend, kwam u vorige maandag naar buiten met dat nieuwe plan, dat VEKP. U sprak opnieuw over een ambitieus en dit keer ook een haalbaar en betaalbaar plan. U leek er dus alle vertrouwen in te hebben en kon met een gerust gemoed naar Madrid gaan planepoolen. Helaas, collega’s, opnieuw bleek al snel dat u zich misrekent had op elk vlak. De doelstellingen werden niet alleen naar beneden bijgesteld, tot onder het Europees ambitieniveau, uw plan werd ook al snel afgedaan als onhaalbaar en onbetaalbaar met de voorziene middelen. Dat het World Wildlife Fund (WWF), Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu (BBL), 11.11.11 en Natuurpunt niet meteen razend enthousiast zouden zijn over uw plannen, had u waarschijnlijk zelf wel ingeschat, maar ook PwC en de SERV moesten vaststellen dat uw plan allesbehalve ambitieus, haalbaar en betaalbaar is.

Minister, u bent dus allerminst ambitieus. Dat vertaalt zich ook in uw tweede doelstelling. U zegt dat u de koopkracht van de gezinnen wilt bewaken, maar uw ambitie beperkt er zich toe dat u zult bewaken dat de energiefactuur niet mag stijgen door middel van Vlaams beleid. Minister, collega’s van de meerderheid, laat ons eerlijk zijn met elkaar: dat is qua ambitie toch nogal pover. De energiefactuur mag niet stijgen door middel van Vlaams beleid. Nochtans benadrukten alle meerderheidspartijen, zowel voor als na de verkiezingen, dat het dringend tijd werd dat al die openbaredienstverplichtingen uit de factuur zouden worden gehaald zodat de factuur eindelijk naar beneden zou kunnen gaan. Terwijl u eerder al probeerde aan te tonen dat het op zich nog wel meevalt met de energiefactuur, kunnen we toch niet anders dan vaststellen dat die factuur voor steeds meer mensen een heel groot probleem vormt. De elektriciteitsfactuur steeg in Vlaanderen met 26 procent ten opzichte van 2015. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de energiearmoede in Vlaanderen piekt, momenteel tot net geen 16 procent van de gezinnen. Bijna 16 procent van de Vlaamse gezinnen, dat is bijna 1 op 6, heeft te maken met energiearmoede.

Dus gewoon erover waken dat de energiefactuur niet mag stijgen door Vlaams beleid, is een heel povere ambitie.

Mag u worden onderbroken, collega Anaf?

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

De collega verwees naar mij in verband met de energiefactuur. Het regeerakkoord, de wil van de Vlaamse Regering is daar heel duidelijk over. Wat de Vlaamse component betreft, de component waarvoor wij verantwoordelijk zijn, is het de bedoeling om die factuur niet verder te laten stijgen. Ik heb u in de commissie meermaals gezegd dat ik samen met u vaststel dat de energiefactuur inderdaad te hoog is. Maar u weet ook hoe dat komt. Dat heeft te maken met de oversubsidiëring in de hernieuwbare energie. Dat zit allemaal in die elektriciteitsfactuur. Ik heb u ook gezegd dat we die schuldenberg zullen moeten blijven afbetalen tot 2030. Wij hebben in het nieuwe Vlaams Energie- en Klimaatplan nieuwe doelstellingen over hernieuwbare energie. We zullen de oversubsidiëring die er in het verleden was – daar weet u alles van, denk ik – aanpakken. Ik zal alles op alles zetten om er, samen met de regering, samen met de collega’s, voor te zorgen dat die energiefactuur, die inderdaad te hoog is – dat beaam ik dus – niet verder stijgt.

Want u en sommige collega’s hier pleiten voor zeer ambitieuze klimaatdoelstellingen. Tja, iemand zal dat betalen. Daarom heb ik ook steeds gezegd dat het haalbaar en betaalbaar moet zijn. Het is echt niet de bedoeling dat er opnieuw allerhande kosten in die energiefactuur worden gebracht. Ik heb u in de commissie ook gezegd dat er zo weinig mogelijk afsluitingen mogen zijn, zowel wat energie als wat water betreft. We moeten er echt over waken dat er zo weinig mogelijk waterafsluitingen zijn. Oké, in het geval van fraude en misbruik is dat een andere kwestie. Maar in andere gevallen zullen we alles op alles zetten om dat tot een minimum te beperken. Ik heb daarover al een aantal gesprekken gevoerd met waterbedrijven. De komende jaren zullen we ook werk maken van een energiearmoedeplan, dat ik samen met het waterplan zal integreren. Want het is belangrijk dat de kwetsbare doelgroepen hun energiefactuur effectief kunnen betalen.

Maar ik vind het ook heel jammer voor de Vlaming dat die schuldenberg er is via die hernieuwbare energie. Er is 20 miljard euro naar die hernieuwbare energie gegaan – u zult dat wel bevestigen. Ik vind dat jammer. Wij zullen dat niet doen. Wij zullen die oversubsidiëring aannemen, maar dat zit allemaal in die energiefactuur.

Wat de federale component betreft, doe ik een oproep aan alle collega’s hier. Ik weet niet wie van jullie deel zal uitmaken van die Federale Regering. Maar we moeten er ook in die Federale Regering voor zorgen dat de federale component niet zal stijgen. Want dat zal zich vertalen in de energiefactuur die maandelijks in de brievenbussen van al die gezinnen terechtkomt.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijnheer Anaf, ik vind het wat cynisch dat u nu een opmerking maakt over de openbaredienstverplichtingen die in de factuur zitten, terwijl de architect daarvan wel uw partij was. Het was uw partij, toen die de minister van Energie leverde, die dat systeem heeft ingebouwd. En nu proberen we dat er inderdaad op alle mogelijke manier uit te halen. We spreken dan over honderden miljoenen euro’s.

En dan moet je eerlijk zijn. Als je die honderden miljoenen euro’s uit de factuur wilt halen, dan moeten die op een andere manier worden betaald. Dan moeten die wellicht worden betaald door de begroting. Maar dan moet je nagaan of je daarvoor wel voldoende inkomsten hebt in je begroting. Want de waslijst over de hele dag is heel lang: Welzijn, Onderwijs enzovoort. Wij hebben ernaar gestreefd om te zeggen: neen, we zullen ervoor zorgen dat de Vlaamse component niet meer stijgt. En we halen er ook zaken uit, zoals de openbaredienstverplichting. En dan zegt men: ‘Och, 10 miljoen euro.’ Tot het concreet wordt, dan zullen de steden en gemeenten zeggen: ‘Oei, moeten wij nu plots die factuur betalen?’ En dan komt er ook protest vanuit de gemeenten en steden. We moeten daar dus consequent in zijn. We halen er kleine stukjes uit. Maar begin nu niet te toeteren dat die 300 of 400 miljoen euro eruit moet worden gehaald, want de begroting kan dat niet betalen.

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, u zegt dat u vast van plan bent om de factuur voor de gezinnen, toch de Vlaamse component, niet verder te laten stijgen. Uw partij had nochtans tijdens de verkiezingscampagne beloofd om de factuur te laten dalen. U breekt dus uw verkiezingsbelofte.

Ik vraag me ook af waarom de factuur voor de gezinnen stabiel blijft en waarom u belooft om de factuur voor de bedrijven te laten dalen. Voor hen voert u een zeer concrete maatregel in, namelijk de energienorm die de energieprijs moet vastklikken aan het gemiddelde van de buurlanden. Waarom doet u dat ook niet voor de gezinnen?

Meneer Gryffroy, we slepen inderdaad een schuldenberg van de groenestroomcertificaten mee tot 2030. Het is geen natuurramp, maar het gevolg van politiek beleid. Uw partij heeft evengoed boter op het hoofd. Het is niet sp.a die het systeem heeft ingevoerd. Neen, het is veel vroeger ingevoerd, onder Kris Peters als ik me goed herinner. Uw partij zat toen in de regering en de schuldenberg is beginnen te ontsporen onder Energieminister Crevits en daarna onder minister Van den Bossche. (Rumoer)

We gaan hier niet het bilan van het verleden maken. (Opmerkingen)

Collega’s, ik weet dat een linkse oppositie lastig is, maar probeer een beetje te luisteren. Ik heb een zeer concreet voorstel. Waarom doen wij geen audit naar die overgesubsidieerde industriële zonneplantages? Iedereen weet dat de plantages van bijvoorbeeld Fernand Huts en andere commerciële bedrijven woekerwinsten maken. Voer een externe audit uit en beslis dan om die oversubsidiëring af te ronden.

Minister, wij kunnen daar dus wel degelijk iets aan doen. Wij zijn niet verplicht om achterover te leunen en te wachten tot 2030. We kunnen daar nu op ingrijpen als we daar de politieke moed voor hebben.

Minister, u sprak over het energie-armoedeplan. Voor alle duidelijkheid: dat is er, maar ik zou u willen vragen om dat samen met water te onderzoeken. We hebben er al een paar keer over gesproken.

Collega Anaf en ikzelf – en hij zal het misschien seffens zelf zeggen –, gaan een motie indienen rond het afsluiten van water. Wat in de motie staat, hebt u net zelf gezegd, dus ik reken erop dat u de motie zult steunen. We zeggen dat we waterafsluitingen gaan verbieden, behalve als het gaat om zware fraude of in veiligheidssituaties, net zoals water-link dat nu al doet. Zij zijn op dat vlak ons grote voorbeeld.

Minister, ik vind dat er al genoeg gestudeerd is over energie-armoede. De Universitaire Stichting voor Armoedebestrijding (USAB) heeft studies gemaakt, het Rekenhof heeft vorig jaar een rapport gemaakt, de Koning Boudewijnstichting maakt er ieder jaar rapporten over. Ik denk dat we weten waar het schoentje knelt als het gaat over energie-armoede. Ik zou u willen vragen om een paar medewerkers een paar weken zaken te laten analyseren. Er zijn een aantal knelpunten zoals informatiedoorstroming, kwetsbare gezinnen die moeilijk worden bereikt, maar ook energiescans die geen vervolg kennen. We weten waar het schoentje knelt. Pak dus de handschoen op, maak er werk van, en wij zullen uw eerste partner zijn om de energie-armoede te verminderen. (Applaus bij Groen)

Collega Anaf, ik vind het fijn dat u zegt dat de energiefactuur te hoog is, maar wie heeft die oversubsidiëring van alternatieve energie ingevoerd? Wie heeft onze grootste energieproducent van België verkocht aan het buitenland? Trouwens, diezelfde producent is nu ook de grootste producent van alternatieve energie en dus ook de grootste krijger van die oversubsidiëring. Wie heeft dat allemaal gedaan? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega's van de meerderheid en vooral collega Gryffroy, minister, het zijn wel jullie die zowel voor als na de verkiezingen hebben gezegd dat die openbaredienstverplichtingen uit de factuur zouden moeten worden gehaald. Het kan omdat het een politieke keuze is. Het is geen natuurwet dat je de kosten voor hernieuwbare energie in de factuur moet doorrekenen. Het kan inderdaad ook in de begroting. Wij hebben die beloftes niet gemaakt; jullie hebben dat gedaan. Het is dus aan jullie om te bepalen hoe ze ook effectief uit de factuur kunnen worden gehaald.

Wat het verleden betreft, hebben wij als socialisten bij mijn weten helaas nog nooit een absolute meerderheid gehaald. Zowel de N-VA als CD&V hebben steeds mee in de regering gezeten, op het moment trouwens dat ook de afbouw van de subsidies gebeurd is. Ik herinner me zelfs nog een artikel uit 2005 toen minister Van den Bossche effectief die subsidies aan het afbouwen was, en Open Vld en Groen op dat moment zeiden dat het geen goed idee was om het op die manier aan te pakken; het zou heel de sector lamleggen. Collega's, laat het verleden rusten, laat ons nu kijken naar wat we nu kunnen doen. Nu kunnen we een aantal dingen uit die factuur halen om het voor de mensen opnieuw betaalbaar te maken. Ik denk dat dat cruciaal is. (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Ik zal de avondpret niet verstoren maar ik stel voor, als we de volgende keer samenzitten met de regulator, dat we er even dieper op ingaan. In het vorige regeerakkoord was er inderdaad sprake van een Vlaamse energiebijdrage. Dan moet je de keuze maken op welke energiedrager. Dan zijn we gefopt door het feit dat we in een federale staat leven waarin het federale niveau met kilowattuur werkt en dat we enkel maar op kilowattuur kunnen werken en omgekeerd. Dat is een heel technische discussie. Ik ga er niet verder op in maar we moeten die eens ten gronde voeren. We hebben inderdaad met de meerderheidspartijen tijdens de onderhandelingen met Excelfiles heel nauwkeurig berekend wat de mogelijkheden zijn en wat niet. We zijn tot de conclusie gekomen dat het beste wat we kunnen doen is zorgen dat de factuur niet meer stijgt voor de Vlaamse component. Ik denk dat we daar goed in slagen.

Collega De Meester, het is inderdaad het gemakkelijkste als je het altijd hebt over de Katoen Natie. Binnen vijf jaar krijgt hij geen certificaten meer omdat zijn contract afloopt. Wel, ik zou u voorstellen: doe het, verbreek zijn contract, roep de advocaten samen! Maar ik wil liever die certificaten aan Katoennatie betalen dan al die advocaten te moeten betalen!

Voorzitter, het ging over energie-armoede. Ik heb het gehad over de energiefactuur die een cruciaal element is om de energie-armoede te kunnen doen afnemen. U kunt natuurlijk de factuur rechtstreeks doen dalen, daar hebben we het net over gehad, maar ook onrechtstreeks. We hebben daarstraks het debat al een stukje gevoerd en ik ga het niet helemaal herhalen. Maar van de manieren om die factuur onrechtstreeks naar beneden te doen gaan, zegt onder andere de SERV dat alle maatregelen die worden voorgesteld niet werken voor die kwetsbare groep.

Renteloze energieleningen en verhoogde premies zijn immers geen oplossingen voor die lage-inkomensgroepen, omdat ze ofwel de investering niet kunnen voorfinancieren zodat premies niets uithalen, ofwel een al zo hoge leninglast hebben dat zelfs een renteloze lening er gewoon niet meer bij kan. Dat zijn dus geen oplossingen voor kwetsbare gezinnen. En, collega's, dat is nochtans echt cruciaal omdat het net die gezinnen zijn die er echt baat bij hebben dat hun huis geïsoleerd wordt, omdat het net zij zijn die er echt het meeste belang bij hebben dat hun energiefactuur naar beneden gaat, omdat voor hen elke euro telt om het einde van de maand te halen.

Minister, u spreekt ook altijd over draagvlak voor de klimaatmaatregelen. Wel, daar zit uw draagvlak. Ook daarom is het cruciaal dat we oplossingen vinden voor dit probleem, zodat iedereen mee kan in deze klimaataanpassing.

Collega Danen heeft het ook al gehad over de waterfactuur. Inderdaad, we hebben er al een aantal discussies over gehad. Minister, u hebt zich geëngageerd om de waterfactuur grondig te gaan herbekijken. Ik ben daar heel erg blij om en heb heel hoge verwachtingen ten aanzien van u op dat vlak, omdat ook in de vorige legislatuur mijn fractie steeds gezegd heeft dat vooral dat vast recht op een onrechtvaardige manier verdeeld is. Ik hoop dat daar aanpassingen aan kunnen gebeuren. Wij dagen u en ook de collega's van de meerderheid echt uit. In de commissie is er al een aantal keren een grote consensus geweest over het feit dat eigenlijk niemand zou mogen worden afgesloten van zo'n elementaire basisbehoefte als water. Collega Danen en ik hebben een motie ingediend die straks ter stemming wordt voorgelegd. Ik hoop effectief dat jullie de daad bij het woord zullen voegen.

Voorzitter, ik rond af. Het is hoog tijd om het ambitieniveau van zowel klimaatbeleid als energiebeleid bij te stellen in de juiste richting. Een versnelling hoger schakelen is absoluut noodzakelijk om de boot niet te missen en de meest kwetsbare gezinnen te ondersteunen waar ze het het hardst nodig hebben, en hen mee te krijgen in het klimaatverhaal. Zorg er dus voor dat er duidelijkere en striktere doelstellingen komen. Maak energie uit hernieuwbare bronnen aantrekkelijker en maak deze doelstellingen haalbaarder door er de komende legislatuur de nodige middelen en mensen tegenover te stellen. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, een kleine vraag aan u. Voor de duidelijkheid, gaat het nu over een digitale watermeter of gaat het over een slimme watermeter? Dat is een wezenlijk verschil. Bij de digitale is dat gewoon de weergave. Een slimme watermeter wordt van elders aangestuurd.

Minister Zuhal Demir

Een slimme digitale meter.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Collega’s, om er toch geen enkele twijfel over te laten bestaan: het klimaat, daar moeten we zorg voor dragen. De klimaatdiscussie is echter niet enkel een discussie over CO2 of de opwarming van de aarde of een stijging van de zeespiegel. Het is voor ons vooral een debat over hoe je op een haalbare en betaalbare manier zo veel mogelijk op energie, materialen en grondstoffen kunt besparen. Zo maak je je minder afhankelijk van die grondstoffen, die altijd maar schaarser en duurder worden, en bovendien meestal komen uit instabiele regio’s. We werken dus vooral op energie-efficiëntie, met concrete maatregelen. In het concept van de Trias Energetica is dat ook zeer logisch: elk kilowattuur dat je niet gebruikt, is het meest goedkope en het meest groene kilowattuur. Je bepaalt dus eerst een hoeveelheid kilowatturen die je nodig hebt voor je woning of productieproces. Daarna ga je bekijken hoe je die kilowatturen op de meest duurzame en betaalbare manier kunt produceren. We nemen die maatregelen waarover eensgezindheid bestaat en waarvan de uitvoering de welvaart in Vlaanderen niet afbreekt, die ons Vlaanderen inderdaad niet herleiden tot een economisch kerkhof. Wij doen niet mee aan het rondtoeteren van altijd maar hogere doelstellingen zonder enige realiteitszin. We doen echter ook niet mee aan een verhaal waarbij de problemen volledig worden ontkend.

Inderdaad, Vlaanderen is slechts verantwoordelijk voor zo’n 0,2 procent van de uitstoot, maar uiteraard moet ook Vlaanderen zijn deel doen. Inderdaad, de N-VA heeft altijd gezegd dat we geen dingen willen beloven die we niet kunnen waarmaken, maar wat we beloven, moeten we ook doen, en liefst iets meer dan wat we hebben beloofd. Daarom ook dat ik hier, als voorbeeld, eens opsom wat er in het goedgekeurde definitieve VEKP zit en niet in het ontwerp van VEKP zat. Laten we het eens hebben over wat we meer hebben voorzien in plaats van altijd te discussiëren over datgene waarin we zogenaamd niet zouden hebben voorzien.

We werken daarbij meer dan in het verleden op energiebesparing, meer dan op de productie van groene energie. De voorbije tien à twintig jaar hebben we trouwens ongeveer 20 miljard euro in productie geïnvesteerd, waarvan ongeveer 14 miljard euro in zonnepanelen, en slechts 1 miljard euro in energie-efficiëntie. Dus enkele voorbeelden van nieuwe maatregelen.

Niet alleen overheidsgebouwen, zoals scholen en kantoren, moeten aan strenge isolatienormen voldoen, maar ook de volledige tertiaire sector. De Lijn koopt vanaf 2020 nog enkel bussen die geen CO2 uitstoten. De Lijn rijdt uitstootvrij in stadscentra vanaf 2025. Vanaf 2021 worden meer vervuilende wagens duurder. Vanaf 2021 koopt de Vlaamse overheid geen personenwagens meer met enkel een klassieke verbrandingsmotor. De doelstelling energie-efficiëntie wordt verbreed. De verplichte renovatie bij eigendomsoverdracht in de tertiaire sector is wél van kracht. Vanaf 2021 kunnen bestaande stookolieketels niet meer worden vervangen als er aardgas in de straat aanwezig is. Vanaf 2021 laten we in grote verkavelingen en grote appartementen geen warmteproductie met enkel aardgas meer toe. Energiebeleidsovereenkomsten worden verbreed en verdiept. Ik verklaar me nader: we spreken niet alleen over energie, maar ook over waterbeleid binnen het bedrijf, circulaire economie en transport, en tegelijk willen we meer bedrijven betrekken, dus ook de middelgrote ondernemingen, door middel van een verplichte audit en de uitvoering van rendabele maatregelen, en de kleine ondernemingen, door middel van het opstellen van een energiebalans en de uitvoering van no-regretmaatregelen. Voor de vele kleinere bedrijven, die misschien niet de grootste energieverbruikers zijn, maar waar in de totaliteit wel veel mensen werken, willen we ook starten met demonstratieprojecten, projecten die binnen een sector een voorbeeld kunnen zijn voor andere bedrijven in diezelfde sector. Zo heb je een lerend netwerk.

En ja, dit is ook een boodschap aan de werkgeversfederaties: roep niet alleen in de media dat Vlaanderen ambitieuzer moet zijn, maar laten we aan tafel zitten, en overstijg de interne tegenstellingen binnen de diverse federaties, bij zowel de federaties van verbruikers groot en klein als de federaties van de ontwikkelaars en producenten van bijvoorbeeld hernieuwbare energie. Laten we samen een concreet haalbaar plan uitwerken.

Dit zijn heel wat voorbeelden die in het definitieve VEKP staan maar niet in het ontwerp van het VEKP. We hebben er dus weggelaten, maar we hebben er ook toegevoegd.

Doen we niets? Neen. Kunnen we meer? Ja. Want we hebben ambitie, en daar gaan we de komende jaren aan werken met een pak concrete maatregelen die haalbaar en betaalbaar moeten zijn. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Mieke Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, onze open ruimte behouden en herstellen, willen we allemaal. Dat staat in het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en dat staat eigenlijk ook in het Vlaams regeerakkoord en in de beleidsnota Omgeving.

Ons verspreid wonen, leven en werken kost ons echt stukken van mensen. Een studie van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) van het voorjaar berekende het verschil tussen wonen in de kernen en wonen in het openruimtegebied. Daaruit bleek dat we zeven keer meer infrastructuur nodig hadden en twee keer meer mobiliteit, en dat we vierenhalf keer meer ruimte in beslag namen. Als we met andere woorden tegen 2040 0 hectare ruimtebeslag innemen, brengt ons dat jaarlijks 1,7 miljard euro op.

Een goed openruimtebeleid levert niet alleen financiële voordelen op. Het zorgt ook voor een betere levenskwaliteit, een aangename omgeving, meer plek voor biodiversiteit, een plek waar water kan infiltreren, waarmee we dus overstromingen kunnen voorkomen, ruimte voor landschapsontwikkeling, recreatie, enzovoort. Dat zijn dus niets dan voordelen.

Om dat te kunnen bereiken, hebben we een actieve sturing nodig via instrumenten en investeringen. Zonder die instrumenten en investeringen zal zo’n openruimtebeleid niet mogelijk zijn. Ik stel drie dingen vast.

Ten eerste: de betonstop, waarover collega Van den Heuvel het had, de bouwshift dus, is een mager beestje. U stelt mooie doelen voorop. Ik heb ze daarnet opgesomd. Wij streven die doelen ook na. In de commissie heb ik aangedrongen om een tussentijdse doelstelling op te nemen. Dat werd ook toegezegd: de tussentijdse doelstelling om tegen 2024 op 3 hectare ruimtebeslag te komen. Dat is heel belangrijk om te kunnen controleren of we effectief vooruitgang boeken. Om dat te bereiken, moeten we tegen 2024 meer dan 10.000 hectare openruimtegebied herbestemmen. In de beleidsnota van de minister en ook in de financiële middelen die daarvoor voorzien zijn, is er amper ruimte voor 600 hectare. Nog geen tiende van de doelstelling die we zouden moeten halen, is opgenomen in de beleidsnota. En er zijn bovendien nog niet voldoende middelen voor voorzien.

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Wij hebben het in de commissie vaak gehad over de doelstelling van 10.000 hectare extra bos, 4000 hectare in deze legislatuur. U zegt altijd dat ik daar de middelen niet voor heb. Ik ben altijd heel vriendelijk geweest. Ik zal vriendelijk blijven, mevrouw Schauvliege. Ik zal dat toch proberen, want dit is een doelstelling die mij na aan het hart ligt. Ik heb gezegd dat wij dat gaan realiseren. U vindt dat misschien niet tof, maar we gaan dat doen.

Ik heb ook eens gekeken naar uw programma.

Wat zeggen wij in ons regeerakkoord en in onze beleidsnota? Wij voorzien voor de hele legislatuur in 60 miljoen euro voor extra bos en 37,5 miljoen euro voor extra natuur. Dat gaat hier dus over een budget van 97,5 miljoen, en dan moet u weten dat ik een week geleden nog 10 miljoen euro extra heb kunnen vinden die we gaan gebruiken om bos te kopen. We gaan ook niet alles zelf kopen, er zijn heel wat private eigenaars, er zijn ook lokale besturen die dat mee gaan realiseren. Wij hebben dus de middelen.

Nu heb ik eens gekeken naar uw programma, het programma van Groen, en dat is altijd interessant, want u had ook een doelstelling in het verkiezingsprogramma: paKt 2030. U zegt daar dat er een extra investeringsbudget van 25 miljoen euro per jaar nodig is. U zegt dat u 10 miljoen euro op Natuur neemt. Als je 10 miljoen euro op Natuur neemt voor deze legislatuur, kom je uit op 50 miljoen euro. Wij voorzien in 97,5 miljoen euro: dubbel zoveel. En u komt mij vertellen dat wij er niet in gaan slagen om die doelstelling te halen met het dubbele van het budget. Bovendien zegt u ook dat u die 10 miljoen op het eigen budget, op Natuur neemt, en de resterende 15 miljoen euro moet dan maar van andere departementen komen. Ik ben dan wel nieuwsgierig van welk departement, want voor Welzijn moet er extra geld zijn, voor Onderwijs, voor Cultuur moet er extra geld zijn.

Mevrouw Schauvliege, u moet toch wel eens goed nadenken over wat dat wil zeggen: 97,5 miljoen euro extra die we gaan investeren in deze legislatuur in extra bos. U voorziet veel minder in uw eigen verkiezingsprogramma en nu komt u tegen mij zeggen dat we die doelstelling niet gaan halen. Ik zou toch graag de hand reiken. Ik denk dat het een doelstelling is die we samen kunnen realiseren. De samenleving is daar ook klaar voor. Ik denk dat iedereen die extra natuur en extra bossen ook wil. Laten we dus stoppen met al die negativiteit. Dit is nu eens iets positiefs. Ik denk dat u dit ook echt positief moet onthalen, want wij voorzien in meer middelen, meer geld dan u in uw verkiezingsprogramma. In plaats van hier altijd een boompje op te zetten, gaat u beter buiten wat bomen planten. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Minister, ik heb berekend hoeveel hectare we bijkomend zouden moeten herbestemmen voor de doelstelling die u naar voren schuift en waarrond vanmorgen nog gezegd is dat we mooie sprookjes hebben en echt stappen vooruit gaan zetten. Dat is 10.000 hectare. U hebt middelen voor 600 hectare. In ons programma zijn die middelen anders berekend dan hoe jullie het hier voorzien. Jullie gaan via het Instrumentendecreet ervoor zorgen dat de factuur opgedreven wordt, waardoor er echt wel meer middelen nodig zijn om effectief die compensatie en planschade te kunnen betalen. U kunt met moeite die 600 hectare herbestemmen.

Wij zijn blij dat u al beloofd hebt om een tussentijdse doelstelling – tegen 2024 3 hectare ruimtebeslag bereiken – op te nemen, maar we zijn ervan overtuigd dat het onmogelijk is om met de middelen die nu op tafel liggen, die doelstelling te bereiken. Vorige week heeft de heer Vandaele gezegd dat jullie de betonstop omgekeerd hebben naar een bouwshift omdat er geen draagvlak is. Ik spreek dat echt tegen. Op een recente vastgoedbeurs in Gent bijvoorbeeld is er een aantal weken geleden een bevraging geweest bij vastgoedprofessionals en men heeft gevraagd of ze achter de betonstop stonden. Het antwoord was dat 70 procent van de aanwezigen dat echt wel zag zitten. Dat de milieubeweging en de landbouwers voor het behouden van de open ruimte zijn, is evident.

Maar ook deze mensen zagen dat echt wel zitten. Met andere woorden, het verhaal dat we in de plaats van naar een betonstop naar een bouwstop moeten gaan, omdat er geen draagvlak is, is helemaal niet waar.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Collega, ik ben echt wel verbaasd over een aantal uitspraken. Over wat de minister aanhaalt, werkt u met twee maten en twee gewichten: voor de verkiezingen, in uw eigen verkiezingsprogramma, en nu na de verkiezingen, bij de beoordeling van het regeerakkoord. Ik heb u dat ook al uitgelegd in de commissie. En ook daar hebt u dat niet weerlegd, collega.

In het verhaal dat u aanhaalt, dat die 10.000 hectare nog zou moeten worden herbestemd om effectief die bossen te kunnen planten, denk ik dat u een serieuze denkfout maakt, collega. Het is juist dat de bestemming om effectief te kunnen bebossen, inderdaad een heel belangrijk element is, omdat je anders ook je ruimtelijke ordening niet meer kunt sturen. Maar het klopt niet dat er vandaag nergens nog bestemmingen zijn die eventueel wel bebost zouden kunnen worden. U maakt daar dus een fundamentele berekeningsfout. En wat nog het ergst is, wat me nog het meest verbaast, is dat u in dezen zegt: via het Instrumentendecreet wordt de prijs nog wat opgedreven. U bent het er dus blijkbaar helemaal niet mee eens dat diegenen die hier vandaag door getroffen zouden worden, een correcte vergoeding zouden krijgen om een bestemmingswijziging te kunnen realiseren. Wel, daar val ik helemaal van achterover. Ik denk dat het fundamenteel is dat de overheid in dezen het eigendomsrecht respecteert en dus ook de bestemmingen, als die omgezet worden, op een correcte manier vergoedt. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Mevrouw Rombouts, ik heb het op dit moment niet over bebossing. Ik heb het over het bereiken van de betonstop. Dat is het open houden van de open ruimte, en dat is niet hetzelfde als bebossen. (Opmerkingen van Tinne Rombouts)

Neen, u haalt het allemaal door elkaar. Als we tegen 2024 tot slechts 3 hectare ruimtebeslag willen komen, moeten we 10.000 hectare open ruimte houden en herbestemmen. Dat is niet allemaal bebossen. Dat is een ander verhaal.

De bebossingsdoelstelling, die 4000 hectare bijkomend bos deze legislatuur, dat is een goede doelstelling. Dat juichen wij toe. In het regeerakkoord staat heel duidelijk te lezen dat men daar eigenlijk niet wil herbestemmen, maar er zal een deel herbestemd moeten worden om te komen tot die 4000 hectare bijkomend bos. Anders lukt dat nooit.

Daarnaast zult u ook middelen moeten voorzien – er zijn al een aantal middelen voorzien, maar niet voldoende – om aan die 4000 hectare te komen. U verwijst dan naar het Boscompensatiefonds, dat heel duidelijk in het regeerakkoord en in de beleidsnota staat. U voorziet middelen: 4 miljoen euro in 2020 en 5 miljoen euro voor het bereiken van natuur in natuurbeheer, maar eigenlijk hebt u 30 miljoen euro nodig om die bosuitbreiding te kunnen doen. En dan verwijst de heer Vandaele heel duidelijk naar het Boscompensatiefonds. Mijn boodschap is: die middelen dienen om wat gekapt is, opnieuw aan te planten, niet om aan bosuitbreiding te doen. Ik begrijp dus niet hoe u die bosuitbreiding zult realiseren, als u daar ook de middelen uit het Boscompensatiefonds voor nodig hebt of verhandelbare bebossingsrechten, want daar wordt ook over gesproken. Ook dat laatste kan enkel gebruikt worden als er al ontbost is. Daar blijft een status quo.

Mevrouw Schauvliege, ik heb uw tijd telkens stopgezet als u onderbroken werd. U zit nu al een minuut over tijd. Nog een laatste statement. 

Mijn laatste statement is dat we slechts aan bosuitbreiding kunnen werken als we ook onze waardevolle bossen beschermen en op dit moment wordt daarvoor geen enkele incentive voorzien. Europa zal ons boetes opleggen als we dat niet doen. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Minister Demir heeft het woord.

Minister Zuhal Demir

Collega Schauvliege, u verwijst naar het Boscompensatiefonds. Ik wil daar heel duidelijk over zijn, want dat is heel belangrijk: dat staat los van de bosuitbreidingsdoelstellingen. Ik wil dat nog eens benadrukken. Want de middelen van dat fonds worden ingezet om compensatiebossen aan te leggen. Dat is dus in het kader van verplichte boscompensatie bij ontbossing.

De budgetten waar ik het over had, gaan over extra bos. Dat is onze doelstelling die we met ons allen willen halen, niet alleen wij maar ook de lokale besturen en de bosgroepen. Ik heb gezien dat BOS+ vandaag heeft gecommuniceerd. Zoals reeds gezegd heb ik de voorbije weken nog een extra impuls gegeven van 10 miljoen euro voor de aankoop van natuur- en bosgebied. Ik zal de komende jaren waar ik middelen vind, deze richting natuur laten gaan.

Minister, we hebben jaarlijks 30 miljoen euro nodig om die 4000 hectare bos op het einde van deze legislatuur te bereiken. Dat is heel duidelijk. Ik heb in de commissie gevraagd waar die middelen vandaan zouden komen. Toen was uw antwoord: ‘we gaan de middelen inzetten uit het Boscompensatiefonds om dat gat toe te rijden en we gaan werken met verhandelbare bebossingsrechten’.

Als dat nodig is, kom je niet aan een bosuitbreiding. Dat is natuurlijk iets anders dan uw watergevoelige openruimtegebieden omzetten. Dat zijn drie verschillende verhalen: één het openruimtebeleid, twee de bebossing en drie de bescherming van de waardevolle bossen. Dat zijn de drie insteken die we op dit niveau moeten doen. Dat zijn drie verschillende budgetten.

Dan komen nu de drie sprekers die het over Wonen zullen hebben.

De heer Coenegrachts heeft het woord.

Voorzitter, in 2050, de heer Tommelein heeft het daarstraks ‘overmorgen’ genoemd, zal er een miljoen Vlamingen meer zijn dan vandaag. Tegelijkertijd zal het aantal personen per gezin dalen, en het aantal alleenstaande ouders en kinderloze singles stijgen. Nodeloos te zeggen dat er voor ons woonbeleid heel wat uitdagingen voor de deur staan. Deze regering heeft doorheen al deze uitdagingen één ambitie: iedereen, maar dan ook iedereen, een kwalitatieve woning bieden.

Dat kan via sociale woningen. We zetten in op meer en betere sociale woningen. We herbekijken de structuren van de sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) en verhuurkantoren (SVK’s) om nog efficiënter te werken en nog meer mensen aan een kwalitatieve woning te helpen. We kijken daarvoor ook naar de private markt. We beschouwen hen als partner in onze ambitie, het is een en-enverhaal. We zijn daarom blij met de maatregelen die lokale besturen stimuleren om in te zetten op conformiteitsattesten om samen met hen de strijd tegen huisjesmelkers nog verder te voeren. Malafide verhuurders moeten eruit.

Verder zal de minister onderzoeken of het systeem van huursubsidie en -premie kan worden uitgebreid. Dat is voor ons een belangrijk element omdat het de zwakke huurder op de markt in staat stelt om ook een goede woning te huren. Het is ook een manier om de wachtlijsten in de sociale woningsector te bestrijden. Ons doel is niet om mensen aan een sociale woning te helpen maar aan een goede woning. Het maakt niet uit welke kleur de kat heeft, als ze maar muizen vangt.

Een eigen woning verwerven, blijft – naast een job hebben natuurlijk – de beste sociale bescherming. We nemen maatregelen om de woonzekerheid te garanderen, onder andere door in te zetten op de uitbreiding van de verzekering Gewaarborgd Wonen. We kijken ook naar nieuwe woonvormen. De veranderende samenleving vereist een veranderend woonaanbod. Voor sommige gezinssituaties zijn kleinere en dus soms goedkopere woningen of wooneenheden met gezamenlijke faciliteiten interessantere opties dan een grote alleenstaande villa met tuin.

Het is nodig dat we daarmee blijven experimenteren. Collega De Vroe heeft daar in de vorige legislatuur heel wat initiatieven rond genomen. We gaan dat blijven doen om te zorgen dat iedereen op maat en naar eigen noden in zijn of haar woning kan wonen en die inrichten. Ook dat is inzetten op kwalitatief en betaalbaar wonen.

Minister, wij gaan samen voor meer kwalitatieve woningen in meer diverse vormen. Daar gaan we de volgende jaren samen aan werken. Wij steunen daarom uw beleid en uw begroting met veel plezier. En ik hoop binnen de tijd gebleven te zijn, voorzitter. (Applaus bij de meerderheid)

U bent fantastisch binnen de tijd gebleven, collega Coenegrachts. U had nog twee minuten over. U bent een voorbeeld.

De heer Veys heeft het woord.

Wat is de taak van een overheid in het woonbeleid? Dat is heel simpel. Dat staat in de Belgische Grondwet en in de Vlaamse Wooncode. Iedereen heeft recht op wonen, de beschikking over een aangepaste woning van goede kwaliteit in een behoorlijke woonomgeving, tegen een betaalbare prijs, die de woonzekerheid bevordert. De vraag is nu of we dat weersspiegeld zien in dit beleid. Ik vrees ervoor. Ik vrees dat de kwetsbare mensen in Vlaanderen de dupe zijn van het Vlaamse woonbeleid, terwijl ze net de focus zouden moeten zijn.

We hebben het deze ochtend al over de woonbonus gehad. Ik zou graag op de kwetsbaren focussen, met name de mensen op de private huurmarkt, in de sociale huur, en de meest kwetsbaren van allemaal, de dak- en de thuislozen.

In het regeerakkoord voelen we nogal snel de temperatuur. We kijken inderdaad naar het Noorden. Het is kil. Het is streng voor de meest kwetsbaren en het is mild voor zij die het al goed hebben en eigenlijk nog bitter weinig hulp nodig hebben. De minister is dan ook zeer streng voor de zwakken en de kwetsbaren, maar laat zijn tanden toch niet zien aan de projectontwikkelaars en de makelaars. Integendeel, er worden hun fiscale voordelen gegeven, er wordt ingezet op SVK Pro, terwijl uit de proefomgeving blijkt dat dat niet de heilige graal is om het woonprobleem op te lossen. En op de private huurmarkt zien we heel weinig acties die de kwaliteit echt zullen verbeteren.

4,8 miljard euro, dat is wat de minister tot nu toe in iedere commissievergadering en in vrijwel iedere plenaire vergadering heeft gezegd. Dat is het budget dat wordt ingezet om sociale woningen te bouwen en te renoveren. Dat is veel. Maar dat is niet genoeg. In de sociale huur staan er meer dan 150.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. Dat zou de derde grootste stad van Vlaanderen kunnen zijn.

Kijken we naar het Noorden, dan zien we heel duidelijk wat de opdracht zou moeten zijn voor Vlaanderen. Wij hebben 6 procent sociale woningen. Ik overloop even de buurlanden. Frankrijk18 procent, het grote gidsland, Nederland 30 procent; in Scandinavië, het echte Noorden, varieert het tussen 15 en 20 procent. Een ambitieus bouwprogramma, dat is wat er nodig is, een ambitieus bouwprogramma met de einder in zicht, een echt plan. In de jaren 70 werden tot 10.000 woningen per jaar gebouwd in België. Voor de komende legislatuur waren het er eerst 25.000 op de website van CD&V, dan werden het er 14.257, dan waren het er 12.000. Ondertussen weten we het niet zeker. Het zakt zienderogen.

De minister zei twee weken geleden in de plenaire vergadering dat er geschat ongeveer 40 procent naar renovatie zou gaan. Dat betekent dat er eigenlijk maar 2,5 miljard euro naar nieuwbouw gaat. Dat is minder dan de 2,8 miljard euro die de vorige minister van Wonen investeerde. Voor ons in dat niet genoeg. Voor ons is het duidelijk dat dat weinig zal oplossen.

Maar laat ons kijken naar de meest kwetsbaren, want ook daar zien we dat het in de plaats van degelijke Housing Firstprojecten op te zetten, ‘umbrella first’ is. Ik heb zowel de minister van Welzijn als de minister van Wonen bevraagd, en zij moeten eens samen zitten. Ik kan alleen maar hopen dat dat snel gebeurt. Want de meest kwetsbaren, collega’s, die kun je iedere dag zien. Voor de collega’s die met de metro komen: metrostation Madou, de gang onder de ring, daar zie je ze al. In de laatste tien jaar is het aantal daklozen in Brussel verdubbeld.

Ik was blij dat de heer Coenegrachts daarnet Deng Xiaoping citeerde. Ik heb ook een citaat bij: “You can easily judge the character of a man by how he treats those who can do nothing for him.” Dat geldt ook voor een regering. Wat doe je voor de meest kwetsbaren, voor zij die niets te bieden hebben, maar die wel hulp nodig hebben? Er zijn ongeveer 12 daklozen per 10.000 Vlamingen, 7500. Kijken we naar het Noorden, dan kun je het oplossen. In Finland bestaat dakloosheid niet meer. Ze hebben geïnvesteerd, ze hebben visie gehad, ze hebben ambitie gehad en ze hebben een project gedaan.

Deze regering kan dat ook, maar ik zie het vandaag niet. Ik zie het echt niet, integendeel. De regering maakt er vooral werk van om het moeilijker te maken om uit de dakloosheid te geraken. De lokale binding wordt verstrengd, net terwijl de meest kwetsbare mensen zeer mobiel zijn. Wie zal er trouwens in een rijke gemeente zoals Sint-Martens-Latem of Brasschaat een private woning, die daar nogal duur is, vijf jaar huren om een sociale woning te kunnen krijgen? Vrijwel niemand. Het motief is dan ook heel duidelijk, en de minister-president zei dat ook zelf in de ad-hoccommissie: mensen die hier nieuw toekomen en snel een woning krijgen of voorrang krijgen, dat zal de Vlaming niet meer zien. Hij zou net moeten strijden tegen dat beeld dat wordt neergezet, want het klopt niet. Die voorrang is niet absoluut.

– Joke Schauvliege, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Er wordt van Housing First gesproken, maar dat is niet de echte Housing First. De begeleiding moet aanvaard worden, terwijl een echt Housing Firstproject net onconditioneel en onvoorwaardelijk is. Sterker nog, er wordt bespaard op daklozen, 5 miljoen op de CAW's, en dat zou zogezegd geen effect hebben op de terreinwerking. Wat zien we? De daklozenopvang in Gent werd al gesloten.

De poort naar dakloosheid wordt wagenwijd opengezet vanaf januari 2023. Dan wil deze regering het puntensysteem van de SVK’s afschaffen en ze laten fusioneren met de SHM’s. Dat wil zeggen: focus op structuren en geen focus op bakstenen plaatsen. We willen dan ook graag onze bezorgdheid daarover uiten. Toewijzen op woonnood zal nodig blijven. De politiek moet voor oplossingen zorgen en er moet ook een oplossing zijn, want waar moeten anders de zwaksten naartoe, waar moeten de dak- en thuislozen naartoe, waar moeten de kwetsbare mensen zonder lokale binding naartoe? Ik heb daar nog altijd geen antwoord op gekregen, minister. Ik zou dat graag vandaag krijgen. (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Voorzitter, ik wilde mijn tussenkomst ophangen aan een sprookje, maar aangezien alle kindjes al slapen en alle overdag werkende Vlamingen waarschijnlijk ook, zal ik mijn tussenkomst sec houden en me beperken tot wat in mijn ogen de prioriteiten uit uw beleidsnota zijn.

De woningmarkt staat voor belangrijke uitdagingen, dat heeft de heer Coenegrachts zonet ook al geschetst. Het aantal huishoudens blijft stijgen en zal blijven stijgen. Het aantal eenoudergezinnen, eenpersoonshuishoudens en koppels zonder kinderen zal blijven toenemen. Bovendien stijgen ook de prijzen op de woningmarkt en stijgen de bouwkosten. Dat zijn vele uitdagingen.

U bouwt verder op een beleid dat door uw voorgangster – ik ging bijna zeggen ‘wijlen’ minister Homans (Gelach) –, gewezen minister Homans, is uitgezet en u versterkt dat met eigen accenten. De algemene woningkwaliteit moet nog worden aangescherpt, niet alleen op de private markt – via uw beleid inzake verplichte conformiteitsattesten zult u dat doen –, maar ook op de sociale woningmarkt. Woningkwaliteitsinstrumenten worden meer proactief en meer resultaatgericht ingezet om het woningpatrimonium op te waarderen. Handhaving staat of valt met controles. Daar ligt de klemtoon op. Het is belangrijk dat er voldoende en goed opgeleide woningcontroleurs zullen komen, ook bij ontvoogde gemeenten, zoals mijn eigen stad. Het is zeer positief dat u die ondersteuning zult bieden.

Zoals gezegd, zal de Vlaamse Regering ook fors blijven investeren in sociale woningen, maar ligt de klemtoon wel op renovatie en duurzaamheid.

We willen 12.500 nieuwe sociale woningen bouwen en 12.000 bestaande sociale woningen renoveren. Veel gemeenten hebben het bindend sociaal objectief (BSO) al bereikt. De regierol van de gemeenten zal worden versterkt. Wie het bindend sociaal objectief al heeft bereikt, zal op basis van de reeds bestaande woonbeleidsconvenant van de Vlaamse overheid verdere financiering kunnen krijgen.

Op het vlak van de sociale woningbouw zijn er enkele goede maatregelen en een belangrijk punt voor mijn partij is de lokale binding. Het wonen in eigen gemeente en ook het sociaal wonen in eigen gemeente versterkt het sociaal weefsel en verhoogt de betrokkenheid. Het komt ook het draagvlak ten goede en dat is noodzakelijk als het over sociaal wonen gaat.

De taalkennisvereiste wordt eindelijk naar het niveau A2 opgetrokken. Dit minimum is absoluut nodig om te kunnen communiceren met de buren, de verhuurder, de sociale verhuurder of de SHM, al is het maar om de rechten en plichten ter zake te kennen.

Het is belangrijk te vermelden dat de absolute voorrangsregel betreffende de rationele bezetting na gezinshereniging wordt opgeheven. Het zal sommigen hier misschien weinig zeggen, maar vanuit mijn verleden als federaal volksvertegenwoordiger weet ik dat dit een heel belangrijk punt is. Het ongenoegen wordt vergroot door mensen die door gezinshereniging in Vlaanderen zijn aangekomen en de wachtlijsten voor sociale woningen doorkruisen. Het noodzakelijke draagvlak moet worden vergroot en dit is echt een belangrijke maatregel.

We willen inzetten op wie het echt nodig heeft. Er gaan enorm veel Vlaamse subsidies naar de sociale woningen en de tussenkomst in de huurprijzen is goed voor vele miljoenen en miljarden euro’s. We moeten ervoor zorgen dat de sociale woningen gaan naar wie het echt nodig heeft.

De middelentoets, die eigenlijk evident is voor de toekenning van een leefloon, zal eindelijk worden ingezet om sociale woningen toe te kennen. Er moet worden nagegaan of iemand voor een sociale woning in aanmerking komt. Zoals al is  gezegd, moet elke vorm van fraude en dus ook van domiciliefraude worden uitgesloten. We werken samen met publieke en private partners om de middelentoets uit te voeren en de eigendomsvoorwaarde, de vraag of iemand al dan niet eigendommen in het buitenland heeft, te controleren en, waar nodig, te sanctioneren.

Dit zijn alleen positieve maatregelen. De Vlaamse Regering kan ten volle op onze steun en medewerking rekenen om een zo goed mogelijk privaat en sociaal woonbeleid te realiseren. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister, hebt u er al zicht op wat het zou kosten om alles door publieke en private partners te laten controleren? Ik zal dit tot vervelens toe blijven zeggen, tot ik het in de realiteit kan zien. Ik geloof niet dat u het werkelijk kan verwezenlijken iedereen door privédetectives te laten controleren.

Mevrouw Smeyers, u bent in uw lange opsomming nog iets vergeten, namelijk dat de Vlaamse Regering de huurprijzen voor sociale woningen verhoogt. De impact daarvan wordt stilaan zeer duidelijk.

Ik heb hier een brief bij me van een zekere Rudy uit Landen. Het is lastig als ik de verhalen vertel van de mensen die de impact van deze maatregelen ondergaan. Rudy schrijft het volgende: “Ik kreeg vandaag een brief van de sociale huurmaatschappij over de nieuwe huurprijs vanaf 1 januari, opgelegd door de Vlaamse Regering. Dit is schandalig. De huurprijs gaat van 392 euro naar 564,77 euro.” Dat is 172,77 euro opslag.

En hoe komt dat? Die persoon heeft een zoon die voor 66 procent gehandicapt is en zijn inkomen wordt erbij geteld. Dat is wat uw regering doet. U zei vanmorgen dat dit een marktprijs is, maar het gaat erover dat u het inkomen van gehandicapte kinderen meetelt, waardoor mensen meer betalen. En daar bespaart u op.

Mevrouw Smeyers, u zegt dat er 12.500 sociale woningen zouden bijkomen. Hoe zult u dat doen? Tijdens de vorige legislatuur zijn er netto 7000 bijgekomen. Er is minder geld, heeft de heer Veys net uitgelegd, en u zult er meer bouwen. Hoe zult u dat doen? Ik wil toch wel eens zien hoe u met minder geld meer sociale woningen zult bouwen.

Minister Diependaele, als u echt iets wilt doen aan de wachtlijsten, zult u fors moeten investeren in de bouw van bijkomende sociale woningen. En dan zullen het er meer moeten zijn dan 7000 per jaar. Ik heb u tijdens commissievergaderingen al meermaals proberen duidelijk te maken, maar het is me tot nu toe nog niet gelukt, dat er 153.000 mensen op de wachtlijst staan. Aan een tempo van 7000 per legislatuur mag u zelf uitrekenen hoelang het zal duren om die wachtlijsten weggewerkt te krijgen. 

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Mevrouw Smeyers, u zegt dat u en uw partij ongelofelijk trots zijn op die nieuwe maatregel van lokale binding, op het feit dat mensen vijf jaar in een bepaalde gemeente of stad moeten wonen voor zij een sociale woning toegewezen krijgen.

Dat is een maatregel bij uitstek die ikzelf en mijn fractie ongelofelijk betreuren. Ten eerste is die maatregel hyperasociaal want daarmee creëert u concurrentie aan de onderkant van de samenleving. U steekt daarbij de kop in het zand voor de echte problemen, namelijk het immense gebrek aan sociale woningen.

Ten tweede vind ik het menselijk verwerpelijk om een dergelijke regel in te voeren.

Ten derde vraag ik me af of u die maatregel wel doordacht hebt. Deze regel is natuurlijk niet alleen van toepassing voor nieuwkomers maar voor alle Vlamingen. Wat met Vlamingen die veranderen van werk? Met Vlamingen die scheiden en daardoor moeten verhuizen? Zullen zij ook vijf jaar moeten wachten? Hebt u daarover nagedacht?

En dan is er ook de vraag waarom die mensen op een wachtlijst terechtkomen en waarom zij nood hebben aan een sociale woning. Dat is omdat zij beperkte financiële middelen hebben. Als zij minstens vijf jaar moeten wachten dan zullen zij naar de private huurmarkt gaan. Een van de problemen op die private markt zijn de wanbetalingen. En de slachtoffers van de wanbetalingen zijn de huurders maar ook de verhuurders. U zult met deze maatregel nog meer wanbetalingen creëren op die huurmarkt, u zult het de verhuurders nog moeilijker maken op die huurmarkt. En wat zal de verhuurder doen? Die zal de huurmarkt verlaten, wat dan leidt tot nog meer problemen. Wat u daar aan betaalbaarheid zult oplossen, zie ik echt niet. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Parys heeft het woord.

Mevrouw Moerenhout, ik heb een heel korte vraag voor u, u die deel uitmaakt van de coalitie in het stadbestuur van Leuven. U zegt dat de lokale binding een bijzonder asociale maatregel is. Wel, mevrouw Moerenhout, ik zou eens nagaan wat het toewijzingsreglement is voor sociale huurwoningen in Leuven: met een lokale bindingverplichting.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Veys, ons sociaal woonbeleid heeft twee grote doelstellingen. We willen een eerlijk en correct systeem. En daarvoor, mijnheer De Meester, hebben we die nieuwe huurprijsberekening waar ik straks nog op terugkom. Daarnaast willen we er vooral voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen die recht hebben op een sociale woning, er ook een kunnen krijgen. Dat is mijn grootste bezorgdheid.

U hebt op een bepaald moment gezegd dat het opvalt dat ik naar het noorden kijk, waar een kil beleid wordt gevoerd, terwijl u vervolgens zelf heel wat voorbeelden geeft van noordelijke landen die het op het vlak van sociale huisvesting beter doen dan wij. Wij nemen daar inderdaad een voorbeeld aan en dat is ook de reden waarom wij gigantisch veel investeren in die sociale woningen. Of dat in renovatie of nieuwbouw zal zijn en wat de juiste aantallen zijn, kan ik u niet meedelen, omdat de sociale huisvestingsmaatschappijen zelf beslissen of er meer winst kan worden geboekt met renovatie of nieuwbouw.

Wat het Housing Firstproject betreft, zullen we werk maken van het overleg met minister Beke.

We hebben trouwens nog maar deze week beslist dat de verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen extra middelen bijkrijgen. De rationalisatie van het sociale verhuurterrein is een maatregel waar we inderdaad nog heel veel werk aan hebben. Dat is een structuur die op poten moet worden gezet, maar ik denk dat er hier weinig mensen zijn die zullen betwijfelen dat het voor de lokale autonomie belangrijk is – en de heer De Loor heeft deze middag nog gezegd hoe belangrijk dat is – dat we die rol aan de lokale besturen geven. Dan moeten we inderdaad in de structuren ingrijpen. Dat is natuurlijk om de lokale besturen een betere mogelijkheid te geven om dat sociale woonbeleid te organiseren.

We bouwen inderdaad verder op het beleid van minister Homans. Mevrouw Moerenhout, er is een heel duidelijke uitspraak van het Grondwettelijk Hof over een regelgeving die minister Homans heeft ingezet, en ik ben daar bijzonder trots op. U moet dat arrest echt eens lezen, want het Grondwettelijk Hof gaat veel verder dan wat er eigenlijk gevraagd is geweest. Het bevestigt zeer uitdrukkelijk dat de maatregelen die we nemen door ook van die sociale huurders een bijdrage te vragen – in dit geval het leren van de taal – wel degelijk het samenleven in die sociale woonwijken verbeteren. Zelfs de veiligheid wordt erdoor verhoogd.

Ik begrijp die opmerking over de lokale binding niet goed. Die lokale binding, door onder andere ook het wonen in eigen streek, is er net op gericht om mensen die het vaak financieel moeilijk hebben te helpen om in hun eigen streek een woning te kopen of daar te blijven wonen of te huren of wat dan ook. Dat is net om die mensen te helpen. Daar gaat het over. Het gaat hier over mensen die vaak niet meer de financiële middelen hebben om in hun eigen streek te blijven wonen, terwijl ze dat wel willen. Daarom voeren we dat in. U komt hier zeggen dat dat asociaal is. Het is net het tegenovergestelde. Het Grond- en Pandendecreet is net daarom vernietigd geweest, want het Grondwettelijk Hof heeft gezegd dat er onvoldoende binding of sociale afweging was. Er werd te weinig naar de inkomens van die mensen gekeken. Dat moeten we nu invoeren om dat te realiseren.

– Liesbeth Homans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Minister Matthias Diependaele

U mag die vraag over fraude zo vaak stellen als u wilt, mijnheer Brusselmans, maar ik heb al drie keer in de commissie en al twee keer in de plenaire gezegd, dat het de sociale huisvestingsmaatschappijen zijn die zullen kijken of er aanwijzingen zijn van fraude. Dat werkt nu al. We hebben het voorbeeld in Antwerpen en in Hamme. Daar lopen al verschillende procedures, en u weet dat er al verschillende uitspraken zijn geweest waarbij de huisvestingsmaatschappijen keer op keer gelijk hebben gekregen. Er moet al een zekere aanwijzing zijn, maar daarover zullen de sociale huisvestingsmaatschappijen zelf kunnen beslissen.

Wat is nu de concrete kostprijs? Een eerste onderzoek kost 1500 euro. Wil men een grondiger onderzoek, dan komt dat in totaal op 3500 euro. Als we het voorbeeld nemen van de uitspraak van vorige week – ik denk dat dat in Antwerpen was met het Turkse koppel dat blijkbaar bouwgronden en appartementen in Turkije bezat – dan gaat het over een bedrag van minstens 10.000 euro dat men terugvordert. Daarmee is dat onderzoek drie maal gedekt geweest. We krijgen van sociale huisvestingsmaatschappijen ook de aanmoediging om dat systeem zo snel mogelijk in te voeren, want er zijn wel degelijk heel wat sociale huisvestingsmaatschappijen die daarin geïnteresseerd zijn.

Mijnheer De Meester, ik heb dit nog al eens gezegd over die sociale huurprijzen. We voeren dit door om te zorgen dat we de mensen die nu op die wachtlijsten staan, beter kunnen helpen. Op die wachtlijst, mijnheer De Meester, staan er ook mensen met een handicap. We hebben er inderdaad nu voor gezorgd dat alle inkomens in die huurprijsberekening worden meegerekend, ook de inkomensvervangingen. Het gaat hier voor alle duidelijkheid niet over het persoonsondersteunend budget (POB), maar over inkomensvervangende uitkeringen. Die worden inderdaad meegerekend, en dat lijkt me maar logisch ook, want, nogmaals, er staan ook mensen met een handicap op die wachtlijst. Ook die mensen willen we kunnen helpen.

Ik denk dat ik hiermee in sneltreinvaart alle vragen heb beantwoord.

Mevrouw Smeyers, u wenste dat ik heen was gegaan, maar helaas, ik ben er nog. U hebt het woord. Ik heb begrepen dat het een lapsus was.

Het was een lapsus, en ik zal mijn persoonlijke gevoelens voor u nog wel eens op een ander moment tonen. Ik ga daar nu mijn minuten niet aan spenderen.

Ik zou eerder graag reageren op wat collega’s Moerenhout en De Meester hebben gezegd.

Mijnheer De Meester, u verwijst natuurlijk naar de meest extreme voorbeelden als het gaat over die wijziging in huurprijsberekening. Ik stoef heel weinig over mezelf, maar laat ik nu net die materie goed kennen en mij daar al erg in hebben verdiept. Ik ken de situatie op de woonmarkt in Aalst heel goed. Wij hebben daar vooralsnog verschillende huisvestingsmaatschappijen op ons grondgebied. Ik heb navraag gedaan: in 90 procent van de gevallen daalt de huurprijs. (Opmerkingen van Tom De Meester)

Het is weer niet waar. Maar inderdaad, in andere gevallen stijgt het. En de relatieve stijging is natuurlijk groot, want de grote verschillen komen door het hebben van verschillende inkomens in één huisgezin. Doordat er meerdere meerderjarigen in één gezin wonen en er verschillende inkomens kunnen worden gegenereerd, stijgen in sommige gevallen de huurprijzen en stijgen die wel relatief veel. Met cijfers kun je alles bewijzen. Maar geloof mij, in de huisvestingsmaatschappijen waar ík al te rade ben gegaan, hebben ze mij objectief kunnen aantonen dat in vele gevallen de huurprijzen niet verschillen en zelfs dalen.

Nogmaals, enkele weken geleden is er hierover al een debat geweest. In een beleid waar heel veel middelen, heel veel miljoenen naartoe gaan, Sociale Huisvesting, is het toch logisch dat je van een sociale huurder iets meer vraagt, als het inkomen van die sociale huurders ook hoger is?

Mevrouw Moerenhout, u zegt dat wij onze kop in het zand steken. Maar ik vrees dat jullie partijen, de linkse partijen, helaas al veel te lang, al jaren, jullie kop in het zand steken voor de realiteit. Maatregelen zoals het versterken van de lokale binding moeten noodzakelijk worden genomen, net om dat draagvlak wat betreft sociaal wonen – en dat draagvlak ís nodig, want sociaal wonen ís nodig – te vergroten.

En de heer Parys heeft het bij het rechte eind wanneer hij zegt: ‘Kijk eens in hoeveel steden de regeling inzake lokale binding al veel scherper is dan de huidige regeling.’ Leuven is daarvan het beste voorbeeld. Wie steekt hier dus eigenlijk zijn kop in het zand? (Applaus bij de N-VA)

De heer De Meester heeft het woord.

Mevrouw Smeyers, u noemt dat een extreem voorbeeld. Ik vind het ook extreem dat mensen met een gehandicapte zoon plots 172 euro moeten bij betalen, maar het is wel het beleid van deze regering die daarvoor zorgt. Ik verzin die verhalen niet. Dat is hoe het echt gebeurt, in de echte samenleving. U hebt verschillende huisvestingsmaatschappijen bezocht en zegt dat de prijs in 90 procent van de gevallen daalt. Dan moet de realiteit in de rest van Oost-Vlaanderen helemaal anders zijn. Want in de huisvestingsmaatschappijen die ík ken en waarover ík informatie heb, zijn er prijsstijgingen in 60 tot 80 procent van de gevallen. En natuurlijk gaat dat dikwijls niet over zoveel geld. We hebben het er al over gehad, minister Diependaele, zowel in de commissie als in plenaire vergadering. Het gaat soms slechts over 50 of 60 euro, maar voor de mensen, de kwetsbare gezinnen die in die situatie zitten, is dat veel geld.  Daarover gaat het natuurlijk. U moet dat niet zomaar weglachen, alsof dat bijna geen prijsstijging is. Voor die mensen is dat hard. En ik krijg zeer veel kwade,  verontwaardigde mails van mensen die in paniek zijn en zich afvragen hoe ze dat moeten doen.

Minister, ik heb nog een bijkomende vraag voor u, want u hebt iets gezegd dat mij bijzonder intrigeert. U hebt gezegd: ‘We zullen daarmee de mensen op de wachtlijsten helpen.’ Maar bent u dan van plan om de mensen meer te doen betalen? Of zult u die mensen uit hun sociale woning zetten? Hoe moet ik dat precies zien? 

De heer Brusselmans heeft het woord.

Welja, ik doe het eigenlijk niet zo graag, maar ik moet in dezen de heer De Meester toch grotendeels gelijk geven. Ik heb afgelopen weekend ook enkele huizen en sociale woningen bezocht, in Stekene, en heb gesproken met ongeruste gezinnen die vaak tot zelfs 200 euro meer moeten betalen per maand. Het water staat die mensen al aan de lippen en u gooit dat er nu nog extra bij. De uitleg is dan inderdaad dat het voor de wachtlijsten is. Wel, ik nodig u uit, minister, om eens met mij mee te gaan naar diezelfde gezinnen en dat daar uit te leggen. Ik denk niet dat dat in goede aarde zal vallen.

De heer De Meester haalt ook aan dat de wachtlijsten op deze manier niet zullen worden weggewerkt. Ook daarin heeft hij deels gelijk, alleen is het zo dat het bijbouwen van nieuwe sociale woningen geen wondermiddel is zolang we armoede blijven importeren natuurlijk. Als we kijken naar grootsteden zoals Antwerpen, waar meer dan 50 procent van de sociale woningen bevolkt zijn door vreemdelingen, dan zit daar het probleem. Mijnheer De Meester, ik vrees dat als u minister van Wonen zou zijn, de wachtlijsten nog veel langer zouden zijn, want u zou onze grenzen nog meer openzetten en nog meer van die armoede importeren. Laat ons daar dus redelijk in blijven. (Applaus bij het Vlaams Belang)

We hebben al veel sprookjes gehoord vandaag, maar er zijn ook fabeltjes, meneer Brusselmans. Het mag echt eens gedaan zijn met die framing. 15 procent van de sociale huurders zijn niet-Belgen, 10 procent zijn niet-Europees. (Opmerking van Filip Brusselmans)

Ja, op Vlaams niveau. Het is hier het Vlaams parlement en niet de gemeenteraad. Dat cijfer blijft constant. Ik zie op de sociale media welke framing u gebruikt, maar het klopt niet wat u zegt. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, ik ben ervan overtuigd dat de wachtlijst even lang is als het aantal sociale woningen dat er is. Ik begrijp dat u uw spierballen wilt laten rollen en dat controle op de sociale huurders goed overkomt, maar het zal nooit genoeg zijn om de wachtlijsten op te lossen. Daarvoor is er beton nodig, zijn er stenen nodig en gaan we een tandje moeten bijsteken. Ik denk dat u dat ook wel goed beseft.

De huurprijsregelingen variëren van SHM tot SHM. Ook bij ons zijn er drastische stijgingen en het zijn schrijnende verhalen. Ik begrijp dat de huurprijsberekening moest worden herzien, maar nu worden inkomens en tegemoetkomingen van mensen met een handicap meegerekend die onder de armoedegrens liggen. Ik heb al een oproep voor een gedachtewisseling gedaan. Laat ons toch eens goed nagaan wat het algemeen beeld is, maar Kerstmis is voor die mensen  al verbrod.

Ik heb ook nog altijd geen antwoord op mijn vraag. Als het puntensysteem van de SVK’s eenmaal is afgeschaft, waar moeten de daklozen dan heen?

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Brusselmans, ik had al schrik dat u het met mij eens was. Ik had het niet goed begrepen en dacht dat ik iets verkeerd had gezegd.

Mijnheer De Meester en mijnheer Brusselmans, het is zo dat, als er al extra inkomsten zijn – want dat is niet gezegd –, de hogere huurprijzen bij de huisvestingsmaatschappij blijven. Ik heb er geen zicht op, want ik kan het niet zien per huisvestingsmaatschappij. Dat is wat ik bedoel als ik zeg dat het teruggaat naar het oplossen van de wachtlijsten. Zij gebruiken het geld natuurlijk om extra leningen aan te gaan en om extra te investeren in bouw of renovatie van sociale woningen. Dat is de logica zelve.

Mijnheer Veys, ik ben het helemaal eens met u dat we meer beton nodig hebben. U hebt mij ook nooit horen zeggen dat we de volledige wachtlijsten zullen kunnen wegwerken, dat zeker niet. Maar met 4,2 miljard euro kunnen we, los van de gewestelijke sociale correctie (GSC), wel degelijk heel wat aanpakken.

Er is de vraag naar een algemeen beeld, maar nog eens: ik heb dat niet. Ik heb het hier of in de commissie al eens uitgelegd. Wij hebben als overheid – en ik vind dat maar goed ook – geen zicht op de individuele huurprijzen van sociale huurders. De sociale huisvestingsmaatschappijen hebben die uiteraard wel. Ik denk dat we wel een beeld kunnen krijgen van wat het geweest is voor heel Vlaanderen, maar het zal een paar maanden duren om dat uit te tekenen. Als daar vraag naar is, moeten we dat in de commissie bespreken.

Minister, de vraag is natuurlijk waarom u de impactanalyse niet op voorhand hebt gemaakt. Je hoort nu de verhalen van de mensen die een week voor Kerstmis de factuur in hun bus krijgen en in paniek zijn. De vorige regering heeft die maatregel totaal ondoordacht doorgevoerd en had natuurlijk eerst een impactanalyse moeten doen om na te gaan wat het effect is op de sociale situatie en op de factuur van die mensen. Dat had u moet doen.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer De Meester, ik heb het net gezegd. Wij hebben geen zicht op de individuele huurprijzen. Wat de vorige minister van Wonen heeft gedaan, is een eerlijk en correct systeem opstellen voor het berekenen van de huurprijzen. Dat is er nu en ik zal het systeem ook ten volle verdedigen, want volgens mij zit het ook eerlijk en correct in elkaar. Het klopt.

Dat is dan overgemaakt aan de sociale huisvestingsmaatschappijen en zij hebben dat toegepast. Bijvoorbeeld een van de zaken is dat we de inkomens van inwonenden ook hebben meegenomen. Wij weten op voorhand niet hoeveel dat inkomen is van die mensen die inwonend zijn, dus wij konden dat niet doen. Het enige wat we wel met zekerheid konden doen – en dat is wat er ook gebeurd is –, is een eerlijk en correct systeem doorsturen naar die sociale woningmaatschappijen. Zij passen dat nu toe en nu kunnen wij achteraf gaan kijken wat daar precies, op macroniveau natuurlijk, het gevolg van geweest is.

Mobiliteit en Openbare Werken

Collega's, we gaan over naar het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. Hierover hebben we al heel veel gezegd tijdens de actualiteitsdebatten.

De heer D'Haese heeft het woord.

Voorzitter, ik begrijp dat u er even erg naar uitkijk als ikzelf.

We gaan geen debat voeren over het geheel van De Lijn, dat hebben we inderdaad al vaak gedaan. Ik zal een tussenkomst houden over het budget van De Lijn. Minister, als ik me niet vergis stijgt het exploitatiebudget van De Lijn volgend jaar met 2 miljoen euro. U doet er 2 miljoen euro bij. Daarnaast voert u ook een indexering door van allerlei verschillende factoren van ongeveer 1,5 miljoen euro. Dat klopt, hè. Dat is samen 3,5 miljoen euro die er volgend jaar bij komt.

Ik was nog eens naar die cijfers aan het kijken, en plots viel mij iets op, namelijk dat enkel en alleen om het budget van De Lijn te indexeren volgend jaar, dus om te zorgen dat De Lijn evenveel budget heeft om de dingen te doen die ze vandaag moet doen, aan een minimum inflatie van 1 procent, je minstens 8,6 miljoen euro nodig hebt. Dat is niet om extra dingen te kunnen doen, niet om nieuwe dienstverlening te kunnen aanbieden, niet om zaken te kunnen verbeteren of extra chauffeurs aan te nemen, maar gewoon om te doen wat ze nu al deed. Het gat tussen 8,5 en 3,5 is 5 miljoen euro die De Lijn volgend jaar minder zou hebben om dezelfde dienstverlening te doen als ze dit jaar heeft gedaan, of eigenlijk in vele gevallen vooral niet doet. Dus is mijn vraag waarop De Lijn volgens u nog verder moet besparen. Moeten de passagiers binnenkort zelf achter het stuur zitten of zo? Hoe moet ze dat gat dichten?

In het regeerakkoord staat dat De Lijn verder moet uitgroeien tot een voorbeeld inzake modern, hoogwaardig en betrouwbaar openbaar vervoer. U hebt het vandaag al over woorden en daden gehad, met of zonder Bijbelcitaten. Maar door De Lijn niet voldoende middelen te geven om zelfs maar de inflatie op te vangen, zullen we natuurlijk die doelstellingen niet realiseren. Jullie gaan gewoon op dezelfde weg verder. Zo gaan we niet bij een modern, hoogwaardig en betrouwbaar openbaar vervoer komen, vrees ik. De Lijn is vandaag niet modern. De Lijn is vandaag jammer genoeg niet hoogwaardig en al helemaal niet betrouwbaar. Het is stilletjesaan een verrassing als je bus op tijd komt. Dus is het nodig om te bekijken hoe we De Lijn er weer bovenop kunnen helpen. We hebben daarvoor al heel veel maatregelen hier besproken, maar ik denk dat een heel belangrijke het budget is. Want als je ziet hoe de afgelopen jaren met een dalend budget de dienstverlening is geëvolueerd, dan kan je niet anders dan erkennen dat er een link is tussen die twee.

Goed, nu moet ik even een zijsprongetje maken, waarvoor mijn excuses. Ik moet het over iets helemaal anders hebben. Collega Daniëls, die er jammer genoeg niet is...

Wees blij!

Ja, ja. Hou het stil, hou het stil! Maar ik moet het er even over hebben omdat hij mijn collega De Meester daarnet een beetje in verwarring heeft gebracht. (Koen Daniëls komt het halfrond binnen. Gelach. Applaus)

Uw gebeden zijn aanhoord!

Mijnheer Daniels, u hebt daarnet mijn collega De Meester een beetje in verwarring gebracht. (Opmerkingen)

Neen, het is nog beter! Pas op, je gaat lachen. Mijnheer Daniëls, u hebt daarnet gezegd dat de PVDA amendementen heeft ingediend voor 63 miljoen euro op Onderwijs en voor 21 miljoen euro op Welzijn. Dan hebt u gezegd dat 23 miljoen euro plus 21 miljoen euro bijna 100 miljoen euro is. Daar kan zelfs de heer Muyters niet aan tippen qua rekencapaciteiten.

Het wordt echter nog gekker. Wij hebben immers geen amendement ingediend voor 63 miljoen euro op Onderwijs. Mijnheer Daniëls, wij hebben een amendement ingediend voor 21 miljoen euro. In het amendement staat dat bedrag drie keer opgeschreven: een keer bij het begrotingsartikel, een keer bij het subtotaal voor het inhoudelijk structuurelement en een keer bij het totaal per beleidsdomein. U zou dat moeten weten. U zit hier al vijf jaar langer dan ik. U hebt echter gewoon met drie vermenigvuldigd: niet 21 maar 63 miljoen euro.

Net hetzelfde voor Welzijn. U zegt dat wij een amendement voor 21 miljoen euro hebben ingediend voor Welzijn. Dat klopt niet! Het is 7 miljoen euro. U hebt dat opnieuw verdrievoudigd.

Collega Daniëls, ik kan u dus geruststellen. Wij hebben het niet over die hoge bedragen hier. Over Welzijn zijn wij heel duidelijk geweest: wij gaan niet mee in dat besparingskader dat jullie jezelf hebben opgelegd. Wij hebben die taxshift, waardoor er 820 miljoen euro moet worden gezocht, niet uitgevoerd. Voor Onderwijs hebben wij ook duidelijke amendementen ingediend, ten belope van die 21 miljoen euro. Collega De Witte zal dat straks toelichten. Door het gegoochel met cijfers is collega De Meester dus een beetje in de war geraakt, en daardoor heeft hij zich vergist wat de financiering voor Onderwijs betreft. Voor Onderwijs hebben we een ander financieringsopzicht, dat collega De Witte straks zal toelichten. Het geld uit het Klimaatfonds kan uiteraard niet naar Onderwijs gaan. Daar had minister Diependaele groot gelijk in. Het geld voor het Klimaatfonds willen we inzetten voor klimaatbeleid, namelijk voor De Lijn.

Ons voorstel, en we hebben daar een amendement voor ingediend, is een zuurstoffonds te creëren voor De Lijn van 93 miljoen euro, met geld dat op dit moment zou gaan naar het betalen van energiefacturen van bedrijven die dat helemaal niet nodig hebben. Daar hebben we het al tot in den treure over gehad. 93 miljoen euro om de ticketprijzen te kunnen doen dalen, het aanbod uit te breiden, de arbeidsvoorwaarden van het personeel te verbeteren en ervoor te zorgen dat er opnieuw genoeg chauffeurs zijn op onze bussen en trams. We nemen daarmee 93 miljoen euro weg van subsidies aan die bedrijven, maar we hebben hier daarnet allemaal al gezegd dat dat fileprobleem een heel groot probleem is. Ik denk dus dat deze investering in openbaar vervoer, om mensen uit de wagen te kunnen halen en ze te kunnen verleiden om het openbaar vervoer te nemen, onze economie alleen maar ten goede zal komen en dus ook die bedrijven.

Vandaar dus een constructief voorstel: stop die subsidies om de energiefactuur van grote multinationals te betalen, zeker als ze enorm vervuilend zijn, en investeer dat geld in een zuurstoffonds voor De Lijn. En een oproep aan de heer Daniëls: in het vervolg beter lezen. (Applaus bij de PVDA)

Ik zie niemand die u nog durft te onderbreken. De heer Daniëls is zelfs heel stil.

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, ministers, collega’s, er staat hier mooi op mijn blad dat de spoorbonden vandaag staakten, maar gelet op het uur moet ik eigenlijk zeggen dat gisteren staakten. Gisteren beseften wij allemaal nog meer dan op andere dagen, denk ik, dat een vlotte mobiliteit in Vlaanderen een enorme uitdaging is. Dat is ook het uitgangspunt van het beleid van deze en de vorige Vlaamse regeringen. De uitdagingen inzake mobiliteit waar we in deze bestuursperiode voor staan, zijn zowel maatschappelijk als economisch bijzonder urgent. Minister, we kunnen wel zeggen dat de mobiliteitsdruk in Vlaanderen gigantisch is. De voorbije jaren heeft uw voorganger, minister Weyts, al tal van maatregelen genomen, projecten gestart en voorbereidend werk gedaan om daar een passend antwoord op te bieden. Onze N-VA-fractie is verheugd dat u dit beleid de komende jaren enthousiast zult voortzetten.

Collega’s, deze regering plant volgens mij terecht forse investeringen om burgers en bedrijven op goed uitgeruste mobipunten en op overslagterminals, voor die bedrijven dan, vlot te laten schakelen tussen verschillende vervoermiddelen. Een groener en efficiënter openbaar vervoer, het is hier al veel gezegd, en de fiets moeten de Vlamingen een weg uit de file kunnen bieden. Ten laatste in 2025 mogen de kernen van de grote steden enkel nog emissievrij worden bediend. De rest van Vlaanderen volgt dan uiterlijk in 2035. Met een gegarandeerde dienstverlening, wat belangrijk is op dagen als gisteren, extra aanbod en meer stiptheid wilt u zorgen voor een betrouwbaarder openbaar vervoer en dat is ook broodnodig. Met de verdubbeling van de investeringen in fietspaden, met een groeipad van 150 miljoen euro naar 300 miljoen euro maakt u van de fiets nog meer een volwaardig alternatief voor de wagen, zeker – het moet ook worden gezegd – als u er de komende jaren in slaagt om de gevaarlijke punten voor fietsers in een gestaag tempo weg te werken.

Collega’s laat mij toe hier nog heel snel enkele zaken te benadrukken.

Ten eerste is er de basisbereikbaarheid. Dat woord is de laatste maanden en jaren al heel veel gebruikt. Deze legislatuur zullen we dat concreet uitrollen op het terrein. De vervoerregio’s zullen daarbij een essentiële rol spelen. De Vlaamse overheid gelooft heel sterk en heel terecht in sterke steden en gemeenten. Zij kunnen mee de regie bepalen van de mobiliteit in hun regio. Zij kunnen beter en sneller inspelen op lokale vragen, en samen met de Vlaamse overheid de combimobiliteit organiseren. We kunnen dan ook enkel tevreden zijn dat deze Vlaamse Regering extra middelen uittrekt voor de exploitatie van De Lijn, collega D’Haese, en voor vervoer op maat.

Er is 2 miljoen euro meer aan exploitatiemiddelen in 2020. Dat bedrag loopt op tot 10 miljoen euro extra in 2024. Voor vervoer op maat – busjes, mindermobielencentrales, taxi’s of andere vervoersmiddelen – is er een zeer fors groeipad van extra budget voorzien, boven op het huidige budget: 6 miljoen euro extra volgend jaar, tot op kruissnelheid 31 miljoen euro op het einde van deze legislatuur. Dat is in totaal toch bijna 100 miljoen euro extra om de Vlamingen, ook de Vlamingen die wonen in meer landelijke gebieden, basisbereikbaarheid te garanderen.

Collega’s, een ambitieuze modal shift kan ook niet zonder binnenvaart. De collega’s die mij kennen van de vorige legislatuur, weten dat dit mijn stokpaardje is. Investeren in binnenvaart is cruciaal willen we meer goederentransport van onze wegen halen. Minister, de verdere uitvoering van het Seine-Scheldeproject en de verdere optimalisatie van het Albertkanaal zijn de grote budgettaire uitdagingen op dat vlak. Minister, mag ik u in dat kader om een gunst vragen? Gelet op uw woonplaats en afkomst is het niet geheel onlogisch dat u het verhogen en de capaciteit op het Albertkanaal een zeer warm hart toedraagt. Dat is ook terecht. Maar ik wil u, in het belang van de havens van Zeebrugge en Gent, van de engagementen in het Europese Seine-Scheldeproject en van de talloze internationaal ijzersterke bedrijven in Vlaanderen, en zeer specifiek ook in West-Vlaanderen, met aandrang vragen om ook de geplande binnenvaartinvesteringen rond Brugge en op de Leie, op het Kanaal Bossuit-Kortrijk en op het Kanaal Roeselare-Leie onverkort uit te voeren. Ik wil het in de u bekende woorden zeggen: gewoon doen! Ik ga daar in elk geval blijven op aandringen.

Dank u zeer voor uw aandacht op dit bijzonder laat tijdstip. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Collega Maertens, ik hoor u heel graag zeggen dat de uitdagingen op het vlak van mobiliteit heel erg groot zijn. Vandaag zijn de problemen, zeker op het vlak van de files, alleen maar toegenomen. U zegt dat de vorige minister van Mobiliteit, Weyts, enorme inspanningen heeft geleverd. Maar de realiteit is dat op vijf jaar tijd de files met 20 procent zijn toegenomen, en dat we alsmaar langer en op alsmaar meer plaatsen stilstaan. Dat komt doordat de vorige regering geen duidelijke duurzame keuzes durfde te maken. We moeten volop durven in te zetten op duurzame vervoersmodi als we die files effectief willen aanpakken.

Het en-enbeleid – én inzetten op wegen én inzetten op vrachtwagens én inzetten op openbaar vervoer én op fietsen én op het spoor én op water én op lucht – en uiteindelijk niet durven te kiezen: het is de afgelopen vijf jaar bewezen dat die recepten niet werken. We stellen spijtig genoeg vast dat vandaag deze regering datzelfde en-enbeleid voert en de duurzame keuzes nog steeds niet durft te maken. Het heel jammere is bovendien de enige echte keuze die wel wordt gemaakt: dat wel wordt bespaard op een van de mogelijke alternatieven voor de wagen, namelijk het openbaar vervoer. Door dat soort keuzes te maken, die niet of averechts werken, gaan we de fileproblemen nooit oplossen en blijven we stilstaan en de lucht en de longen van onze kinderen vervuilen. Dat is voor ons onaanvaardbaar.

Mevrouw Robeyns, ik weet niet of u mij goed hebt verstaan. Misschien is mijn West-Vlaamse tongval een klein probleem voor u. Ik zal het nog eens herhalen. De investeringen in De Lijn gaan omhoog. Ik heb dat heel duidelijk gezegd. Vervoer krijgt op kruissnelheid 31 miljoen euro bij, in totaal bijna 100 miljoen euro – Ik dacht 91 miljoen euro, als ik het heel snel bereken. Ook de exploitatiemiddelen bij De Lijn stijgen. Ook dat probleem probeert deze regering aan te pakken.

U vergeet ook dat de middelen voor het fietsbeleid – die kunnen voor iedereen nooit hoog genoeg zijn – onder de vorige regering, onder minister Weyts al tot een recordhoogte van 150 miljoen euro gegaan zijn. Nu gaat deze regering die middelen nog eens verdubbelen tot 300 miljoen euro.

Hetzelfde geldt voor de investeringen in ons wegennet, wat ook belangrijk is voor de doorstroming van iedereen die de wagen moet nemen. We zullen meer dan ooit investeren in infrastructuur voor de wagen, heel terecht ook voor de wagen – wij maken bewust die keuze, voor de wagen, de fiets en het openbaar vervoer. Ik hoop dan dat we over afzienbare tijd betere resultaten kunnen voorleggen, ik reken daarop. Wat kan Vlaanderen meer doen dan investeren, investeren en nog eens investeren? Ik weet het ook niet meer, ik hoop dat we daar echt een serieuze shift kunnen bewerkstelligen.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik heb gewoon een vraag. Ik snap dat veel collega’s het debat niet helemaal bijwonen en hiernaast zitten, maar dat maakt onwaarschijnlijk veel lawaai. Is er een mogelijkheid om hun te vragen het iets rustiger te houden? Ik zit daar vlak naast, en ik neem aan dat dat voor de ministers ook niet aangenaam is. Het is echt niet om vervelend te doen, hoor.

Ik vind dat ook. De onthaalmedewerker is het al verschillende keren gaan vragen, maar het heeft weinig succes. Ze gaan het nog eens zeggen, misschien helpt het nu wel.

De heer Verheyden heeft het woord.

Collega’s, onze Vlaamse samenleving staat voor grote uitdagingen. Mobiliteit en openbare werken zijn daarbij van heel groot belang. Een vlotte mobiliteit en een goed uitgebouwd vervoersnet zijn broodnodig met het oog op de verdere economische ontwikkeling van Vlaanderen enerzijds, en het verbeteren van de leefbaarheid anderzijds. Daarnaast vallen er in het verkeer nog te veel dodelijke slachtoffers. De minister stelt dat dit onaanvaardbaar is, ze staat daar niet alleen in.

Wij menen dat we die uitdagingen enkel aankunnen indien we investeren in technologische ontwikkelingen, technologie die ook ten dienste moet staan van de infrastructuurwerken. Er staan nogal wat werken op het lijstje: de uitbouw van onze zeehavens, het waterwegennet, de uitbouw van veilige fietsinfrastructuur, investeringen in De Lijn, de werken rond Oosterweel en de ring rond Brussel, het zijn er maar een paar. Voor al die investeringen valt wat te zeggen. We sluiten ons aan bij de opmerking rond de maatschappelijke en economische urgentie van dit alles. De vraag is echter of de 635 miljoen euro aan extra investeringen – en pas op, dat is niet niks – zullen volstaan. Van Oosterweel is men dan nog niet zeker of men dit buiten de begroting zal kunnen houden.

De beleidsnota oogt op het eerste gezicht heel mooi en bijzonder ambitieus. Maar wat zal ervan gerealiseerd worden? Want tegelijkertijd blijft die nota ook bijzonder vaag over hoe men dit alles zal verwezenlijken. Alles staat of valt met de beschikbare budgetten. En hoe men het draait of keert, deze regering is een arme regering die ook de nadruk heeft gelegd op besparen.

De focus van het investeringsbeleid voor personenvervoer ligt op het woon-werk- en het woon-schoolverkeer, en dat is een goede keuze. Combimobiliteit, modal shift, mobipunten, vervoersregio’s zijn instrumenten waar heel veel van wordt verwacht. We erkennen dat dit nuttige instrumenten kunnen zijn, maar dan dient men er in de eerste plaats voor te zorgen dat het openbaar vervoer deftig functioneert. Dat is al een uitdaging op zich. We mogen ook de blijvende belangrijke rol van de auto in het geheel niet vergeten. Collega’s, de auto wegpesten ten voordele van het openbaar vervoer is niet de oplossing. Indien men combimobiliteit en de modal shift wil laten slagen en de drang om de eigen wagen te gebruiken wil verminderen, is een comfortabel, stipt en veilig openbaar vervoer met vlotte aansluitingen op andere vervoersmodi, noodzakelijk. De afstemming tussen De Lijn en de NMBS kan veel beter. Er is verbetering, maar we staan nog ver van het ideale.

Combimobiliteit en mobipunten vereisen infrastructuur. Het is veelzeggend dat de minister voor de realisatie ervan ook naar de vervoersregio’s kijkt. Maar het is afwachten of ook hier de budgetten die zij ter beschikking zullen hebben, voldoende zullen zijn om de verlanglijstjes en de nodige infrastructuur te realiseren.

We vrezen dat de spades nog niet direct in de grond zullen steken.

Er wordt inderdaad in ruim 31 miljoen euro extra voorzien voor het vervoer op maat. Maar hoeveel elk van de vervoersregio’s van die koek zullen krijgen, is nog niet geweten. Men heeft zelfs geen idee wanneer de eerste mobipunten gerealiseerd zullen worden. Er wordt veel verwacht van de vervoersregio’s en we hopen dat die verwachtingen niet té hoog zullen zijn.

Pas op, collega’s, de opzet van de vervoersregio’s is goed: lokale besturen de kans geven om in overleg binnen de eigen regio mobiliteitsproblemen aan te pakken. Onze fractie heeft er alle vertrouwen in dat de lokale besturen dat ook met de nodige gedrevenheid zullen aanpakken. Maar zoals gezegd, ook hier staat of valt er weer veel met de budgetten. Bovendien is de echte start van de vervoersregio’s ondertussen al een jaar uitgesteld. Kunt u de terughoudendheid van de lokale gebruikersverenigingen begrijpen? Wij wel.

Collega’s, indien we onze economische competitiviteit willen beschermen, dienen we naast de uitbouw van het goederentransport over water en het spoor ook te investeren in het structurele onderhoud van onze wegen. Een optimale doorstroming van ons auto- en vrachtverkeer moet daarbij voorop staan.

We moeten in dat kader ook de nodige voorzieningen hebben voor het logistieke wegvervoer dat niet op andere modi kan overschakelen. Zo moeten er voldoende, goed uitgeruste en beveiligde snelwegparkings voor vrachtwagens uitgebouwd worden. Kilometerheffingen mogen geen molensteen rond de nek van onze transporteurs zijn, maar ook geen belemmering voor onze pendelaars die dagelijks naar onze Vlaamse hoofdstad pendelen. We rekenen er dan ook op dat deze regering de belangen van de Vlaamse pendelaars zal verdedigen, wanneer het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zou beslissen om een kilometerheffing in te voeren.

Collega’s, ik ga afronden. We erkennen dat de mobiliteitsuitdagingen de komende jaren groot zijn. Onze fractie zal dan ook op een opbouwende maar kritische manier het beleid de komende jaren opvolgen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Ceyssens heeft het woord.

Beste collega’s, hoe we ons een weg uit het mobiliteitsvraagstuk banen, is een zaak van ons allemaal. Meer en meer mensen kiezen ervoor om zich duurzaam te verplaatsen, het juiste vervoersmiddel te kiezen afhankelijk van de verplaatsing die ze maken: de fiets en het openbaar vervoer als het kan, de auto als het moet. Wij, collega’s, hebben de plicht om het zo gemakkelijk mogelijk te maken om voor duurzame alternatieven te kiezen. Vandaag kunnen we immers nog onvoldoende kwaliteit bieden.

Deze regering, collega’s, zal daarom de investeringen in mobiliteit optrekken. De vorige legislatuur hebt u ons consequent Koning Fiets op de voorgrond zien plaatsen. We hebben daartoe zelfs een conceptnota fiets ingediend. We zijn dan ook bijzonder tevreden dat de fiets en de fietser een prominente plaats krijgen in de beleidsnota van de minister. Meer zelfs: het budget voor fietsinfrastructuur wordt deze legislatuur opgetrokken, via een steil groeipad, naar 300 miljoen euro op jaarbasis. Onze fractie hoopt dat dit bedrag zo snel mogelijk bereikt wordt.

Collega’s, budgetten alleen volstaan echter niet. Willen we een versnelling hoger schakelen in het uitbouwen van kwaliteitsvolle, brede, veilige en goed verlichte fietsinfrastructuur, dan moet de realisatiegraad naar omhoog. Want veilig fietsen is meer fietsen.

Minister, we zijn tevreden dat u werk wilt maken van kortere doorlooptijden van de procedures, dat u het Fietsfonds wilt uitbreiden, dat u kruispunten veiliger wilt maken door vierkant groen uit te rollen en dat u de fietsongevallen een extra wegingsfactor toekent bij de berekening van de gevaarlijke punten. We zijn tevreden dat u het lichtplan van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) zult aanpassen zodat fietspaden voldoende verlicht worden, dat u de doorstroming voor fietsers zult verbeteren via actieve detectiesystemen, dat u gaat voor een gebiedsdekkend systeem van fietsdeelsystemen en dat u het fietsdeelabonnement van Blue-bike zult opnemen in het abonnement van De Lijn.

We zijn tevreden dat u het projectteam binnen het beleidsdomein MOW zult reorganiseren met het oog op het versnellen van de realisaties op het terrein, en last but not least, iets wat we al herhaaldelijk aangehaald hebben, dat u sneller wilt overgaan tot gerechtelijke onteigeningen wanneer de aanleg van fietspaden door een of meerdere eigenaars wordt geblokkeerd.

Collega’s, deze legislatuur wacht ons een grote uitdaging om ons openbaar vervoer vlot te trekken. Het moet aantrekkelijker en de stiptheid en betrouwbaarheid moeten beter. Er moet een nieuwe beheersovereenkomst gesloten worden met De Lijn en we zijn tevreden dat de regering zich engageert om meer ambitieuze en meetbare kritische prestatie-indicatoren op te nemen. Er gaat heel wat belastinggeld naar De Lijn en daar mag een performante dienstverlening tegenover staan. Er zal een benchmark worden uitgevoerd en wij hopen met onze fractie dat De Lijn deze met glans doorstaat, zodat het interne operatorschap kan worden toegewezen voor de komende tien jaar en de rust binnen de organisatie kan weerkeren. Dan kan iedereen weer focussen op de essentie: stipte bussen en trams.

Deze legislatuur moet de basisbereikbaarheid worden uitgerold. Die moet ons openbaar vervoer efficiënter maken. De bus zal niet meer van dorpskern naar dorpskern rijden, met soms maar twee of drie passagiers, maar zal deel uitmaken van een gelaagd netwerk dat aansluit op en complementair is aan het treinnetwerk, via een kernnetwerk, een aanvullend netwerk en vervoer op maat, en dat is alleszins de laatste schakel.

Dat is het vernieuwende in het systeem: door het vervoer op maat, door de ‘last mile’ te differentiëren, moeten we erin slagen ons vervoer efficiënter te maken; door ervoor te zorgen dat er rechte, vlotte en goedgevulde buslijnen zijn. We zijn dan ook bijzonder blij dat het budget voor vervoer op maat verdubbeld wordt in deze legislatuur, tot 59 miljoen euro.

Minister, we zijn blij dat u het STOP-principe (stappen, trappen, openbaar vervoer, personenwagens) onderschrijft. Er is niets zo duurzaam als stappen en trappen, maar jammer genoeg is ook niemand zo kwetsbaar als stappers en trappers. Jammer genoeg hebben we ondanks al onze inspanningen elk jaar nog 300 verkeersdoden en 3000 zwaargewonden. Dat zijn wat ons betreft nog altijd 3300 slachtoffers te veel.

Voor onze fractie is het dan ook een absolute prioriteit dat wie zich in het verkeer begeeft, dit veilig kan doen, door een veilige schoolomgeving en via een veilige weg van en naar school. Wij zijn bijzonder tevreden met de mogelijkheid die de Vlaamse Regering wil creëren om de pakkans voor snelheidsovertreders te vergroten door de lokale besturen de mogelijkheid te geven om GAS-boetes (gemeentelijke administratieve sancties) uit te schrijven voor beperkte snelheidsovertredingen in zone 30 en 50, waardoor we de handhaving op kunnen drijven.

Ik heb het al gezegd, minister, maar ik zeg het graag twee keer, omdat ik het in de vorige legislatuur zo vaak heb gezegd: wij zijn bijzonder blij dat er een extra weging komt voor de fietsongevallen, omdat daar een duidelijke onderregistratie was. Die wordt nu weggewerkt.

We rijden de auto niet in de gracht. Voor bepaalde verplaatsingen blijft de auto de beste vervoersoplossing en vandaag slepen een aantal omvangrijke infrastructuurprojecten te lang aan. We moeten dus de procedures nog eens tegen het licht houden. We staan achter de verdere uitbouw van spitsstroken om de files op korte termijn op te vangen. Op langere termijn moeten we dan inzetten op een slimmere weginfrastructuur. Vlaanderen staat nog maar in zijn kinderschoenen op het vlak van digitalisering en automatisering. Daar moeten we een versnelling hoger schakelen, met meer dynamische verkeerslichten en -borden en door te werken met ‘floating car data (FCD)’.

Mobiliteit, minister, moeten we voor iedereen kunnen garanderen. Mobiel zijn, is een voorwaarde om er letterlijk en figuurlijk te geraken. Wij zijn blij dat er een masterplan toegankelijkheid zal worden uitgewerkt voor het openbaar vervoer. Wij kunnen ons in dit beleid vinden, minister. Wij zijn bijzonder blij met de extra budgettaire inspanningen die gebeuren voor het fietsen in Vlaanderen. Op dat vlak hebt u onze volle steun. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Keulen heeft het woord.

Het is op dit uur misschien een beetje een anticlimax, maar politiek begint en eindigt altijd met wiskunde. Minister, wij hebben gisteren het GIP, het geïntegreerde investeringsprogramma van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) gekregen. Dan praten we over een indicatief programma. Dat is ook niet tot achter de komma afgeklopt. Maar we spraken daar over een bedrag van zegge en schrijve 1,7 miljard euro. Men zegt altijd: ‘Put your money where your mouth is.’ Uw departement is een absoluut groeidepartement. En het is uiteindelijk maar met centen dat je beleid kunt concretiseren. Wat niet in de begroting staat, bestaat niet. Dus wat dat betreft, denk ik dat er genoeg eten en drinken in zit voor de komende vijf jaar om MOW in Vlaanderen van aanzien te doen veranderen. Want dit is heel veel geld, en dus zijn er ook heel veel mogelijkheden.

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Dank u wel, collega’s, voor de tussenkomsten.

Mijnheer D’Haese, ik had natuurlijk niets anders verwacht. Ik ga uw woorden toch even herhalen. U zegt dat De Lijn niet modern en niet betrouwbaar is. Ik wil zo ver niet gaan. Dat zijn uw woorden, zoals ik ze alleszins genoteerd heb. U roept dan op om een zuurstoffonds te maken. Ik ben er niet zozeer voorstander van om weer maar eens een nieuw fonds te maken, waar dan eenmalig een aantal middelen in worden opgenomen. Ik denk dat dat weinig baat bijbrengt.

De heer Maertens heeft de extra middelen die naar De Lijn gaan, al duidelijk gekaderd. Ik wil het toch nog maar eens herhalen: er komt in de exploitatie 10 miljoen euro bij voor De Lijn in deze legislatuur. Ook bij ‘Vervoer op maat’ is er een groeipad van 31 miljoen euro in deze legislatuur. Kortom, er worden heel wat extra middelen geïnvesteerd in De Lijn. De heer Keulen heeft al verwezen naar het ontwerp-GIP, dat werd meegedeeld aan de commissieleden. Voor De Lijn gaat dat om een bedrag van niet minder dan 157 miljoen euro aan extra investeringen.

Jullie hebben gehoord dat vorige week het lastenboek werd goedgekeurd voor de bestelling van tweehonderd emissievrije bussen voor De Lijn. Ik kan u ook nog meegeven dat vandaag ook de leidraad werd goedgekeurd voor de bestelling van het volgende pakket aan emissievrije bussen, een pakket van negenhonderd bussen, om ten volle een antwoord te kunnen bieden op de doelstellingen zoals ze in het regeerakkoord en de beleidsnota zijn opgenomen, namelijk om tegen 2025 al emissievrij te zijn in de kernen van onze steden en tegen 2035 in heel Vlaanderen.

Dat geeft aan dat wij wel degelijk volop investeren in De Lijn. Maar zoals een aantal collega’s hier al gezegd hebben: het kan niet louter en alleen met middelen. Het moet uiteraard ook in dienstverlening zijn. Wat dat betreft, mag de reiziger inderdaad rekenen op een goede service, op een goede timing, op een betrouwbare en performante dienstverlening. Dat is iets waar De Lijn in eerste instantie zelf aan moet werken. U weet dat De Lijn sinds 2017 in een heel veranderingsproces heeft gezeten. Dat veranderingsproces zal begin volgend jaar zijn einde kennen.

Ik hoop dat we dan inderdaad een performant overheidsbedrijf hebben.

Volgend jaar zal de benchmarkstudie er zijn, waar de heer Ceyssens al naar verwees. Ik denk dat iedereen er wel vertrouwen in heeft en hoopt dat De Lijn deze vergelijkende studie met andere soortgelijke openbaarvervoersinstellingen zal kunnen doorstaan, maar dan zal ze moeten zorgen voor stiptheid, comfort en dergelijke meer.

Mijnheer D'Haese, u zegt dat er meer middelen zijn om chauffeurs te kunnen aanwerven, maar u maakt een fundamentele fout. Het tekort aan chauffeurs had helemaal niets te maken met de middelen in het exploitatiebudget van De Lijn, integendeel. Dat heeft te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en met de vergrijzing van het personeelsbestand van De Lijn. Die krapte is voor dit jaar zo goed als volledig weggewerkt. Men heeft niet minder dan 570 nieuwe chauffeurs kunnen aanwerven. Men is daar goed aan het bijbenen.

Mijnheer Maertens, ik wil u zeker geruststellen dat ik ook de belangen van West-Vlaanderen mee ter harte zal nemen, maar niet alleen van West-Vlaanderen. (Applaus. Opmerkingen)

Ik doe dat voor heel Vlaanderen. Het Albertkanaal, de Seine-Schelde, de Leie zijn mee opgenomen in het ontwerp van GIP. Ik heb niet onmiddellijk de intentie om dat te schrappen. Dat is alleszins mee opgenomen, alsook de waterbus waarnaar u verwees.

Als de gegarandeerde dienstverlening niet spontaan kan door de partners binnen De Lijn, dan zullen we daar ook werk van moeten maken om er zo voor te zorgen dat er wel degelijk service is.

Mevrouw Robeyns, u zegt niet te kiezen voor een en-enbeleid. Ik geloof wel degelijk dat we naar een multimodaal Vlaanderen moeten gaan en dat we wel moeten inzetten op dat en-enbeleid. De auto wegdenken, zeker in perifere gebieden, is zo goed als onmogelijk. De auto heeft nog altijd zijn functie, maar dat neemt niet weg dat we naar het multimodale verhaal moeten gaan, dat we moeten inzetten op duurzaamheid. De duurzame vervoersmiddelen zijn sowieso in opmars. Vijf jaar geleden sprak bijna niemand over een speedpedelec, terwijl het vandaag een zeer belangrijk aandeel uitmaakt van het woon-werkverkeer. Met de talrijke investeringen die nog op til staan inzake fietsverbindingen en fietssnelwegen kunnen de duurzame vervoersmiddelen alleen nog maar een grotere groei krijgen Ik denk aan te voet, de fiets, de speedpedelec, de elektrische fiets en alle deelvormen van mobiliteit, maar ook aan het openbaar vervoer, taxidiensten en dergelijke. Wat dat betreft gaan we volop inzetten op onze mobipunten, waarvoor het uitvoeringsbesluit in de loop van 2020 zal volgen en waarvan we dan zo snel mogelijk werk zullen maken.

Een aantal leden heeft ook gewezen op de vervoerregio's en de lokale besturen. Ik geloof echt in het bottom-upverhaal waarin de lokale besturen zeker de meest gerede partij zijn om te bepalen wat er aan extra investeringen nodig zijn en hoe het openbaar vervoer en alle andere vervoerstrajecten het beste kunnen worden geregeld. Ze doen dat samen met de vervoerregio's. We moeten daar alles op alles zetten. De heer Verheyden zei dat het met een jaar uitgesteld is. Ik maak daar toch altijd enig voorbehoud bij, want het is nog altijd de bedoeling dat we de vervoersplannen tegen de zomer van 2020 zullen hebben om er dan tegen 12 december 2021 volop mee te kunnen starten in de diverse vervoerregio's.

Mijnheer Ceyssens, ik zal niet in herhaling vallen. U hebt terecht het belang van de zwakke weggebruiker en van de verkeersveiligheid tout court onder de aandacht gebracht. Het is zeer belangrijk dat we met betrekking tot onze gevaarlijke punten een factor of een zwaarder gewicht voor zwakke weggebruikers hebben toegekend. Hierdoor is het aantal gevaarlijke punten in absolute cijfers toegenomen, wat ons ertoe noopt de gekregen middelen op een zeer performante en adequate wijze in te zetten. We moeten er zo snel mogelijk voor zorgen dat heel wat van die gevaarlijke punten en conflictsituaties kunnen worden weggewerkt.

Ik heb in de commissie al verklaard dat grotere infrastructuurwerken soms nodig zijn, maar dat heel wat soms kan worden opgelost met een aantal kleine ingrepen en met een aantal quick wins. We zien de lokale besturen op dit vlak als zeer belangrijke partners. We moeten ook werken aan efficiëntiewinsten in de administratieve procedures.

De handhaving is uiteraard ook zeer belangrijk. We zullen snel werk maken van de zone 30, de zone 50 en de GAS-boetes, zodat de lokale besturen zelf een belangrijke troef hebben inzake de handhaving en de verhoging van de pakkans.

Ik denk dat ik aan de vragen en bekommernissen ben tegemoet gekomen. Ik dank iedereen voor de steun en de bijdragen. Ik denk dat we er allemaal een goed beleid van kunnen maken en ervoor kunnen zorgen dat we in Vlaanderen allemaal in beweging blijven. Ik heb echter begrepen dat er nog bijkomende vragen zijn. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, u hebt zeer uitvoerig geantwoord. De bijkomende vragen kunnen dan ook maar zeer kort zijn.

De heer D’Haese heeft het woord.

Minister, ik houd het zeer kort. Ik heb in het begin al gesteld dat ik niet alle discussies opnieuw wil voeren. Ik heb maar één enkele vraag gesteld. Volgend jaar wordt in 3,4 miljoen euro meer voorzien, maar er is 8,6 miljoen euro nodig om de exploitatie in 2020 op peil te houden. Ik had het niet over de hele legislatuur. Er is 5 miljoen euro meer nodig om het budget op peil te houden. Hoe denkt u dat De Lijn haar dienstverlening in orde kan krijgen indien De Lijn opnieuw 5 miljoen euro verliest? Dat is een heel concrete vraag, waarop we volgens mij nog geen antwoord hebben gekregen.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer D’Haese, ik zal heel kort zijn. De Lijn krijgt voor de exploitatie 2 miljoen euro meer. Ik houd ook rekening met het vervoer op maat en met de andere middelen. Ik weet niet welke berekeningen u hebt gemaakt, maar ik heb al meerdere rare uitspraken van u gehoord, en ik denk dat ik deze uitspraak daar ook onder mag catalogeren. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik heb, voor alle duidelijkheid, gesteld dat de vorige minister van Mobiliteit gedurende vijf jaar een en-enbeleid heeft gevoerd. Het resultaat is dat de files met 20 procent zijn toegenomen. Het is dus bewezen dat het en-enbeleid niet werkt. Iedereen zegt terecht dat de reiziger bedachtzaam een keuze moet maken voor het vervoersmiddel dat hij wil gebruiken. De wagen zal, voor alle duidelijkheid, een belangrijk vervoersmiddel blijven. We moeten de wagen niet in de gracht rijden. Indien iemand bedachtzaam een keuze wil kunnen maken, moet er ook een kwaliteitsvolle en betrouwbare keuze zijn. Dat geldt voor de fiets en voor het openbaar vervoer. Om die achterstand in te halen, moet u hier expliciet in investeren. Het en-enbeleid betekent dat die keuze niet wordt gemaakt. Dat is wat ik heb gezegd. (Applaus bij sp.a)

We zijn het erover eens dat ons openbaar vervoer beter moet worden, maar we zijn het niet eens over de manier waarop dat moet gebeuren. We kunnen met betrekking tot elk probleem vinden dat we er wat geld tegenaan kunnen gooien en dat het dan wel opgelost zal zijn. Wat De Lijn betreft, geloof ik daar niet in.

We hebben in het verleden geïnvesteerd in bussen die van bestemming tot bestemming reden, vaak langs plaatsen waar veel minder vraag was. Wat kost een hele bus met twee of drie mensen in wel niet? Het systeem om het openbaar vervoer op peil te krijgen, is het systeem waarmee we tijdens de vorige legislatuur zijn begonnen, namelijk de basisbereikbaarheid. Zo kunnen we zorgen voor een gradatie van verplaatsingen.

Uiteraard zal de reiziger dan een keer moeten overstappen maar dan krijgen we snelle en comfortabele verbindingen. Mijnheer D’Haese, dan moet u niet alleen kijken naar het budget voor De Lijn maar ook naar het vervoer op maat, waar we 31 miljoen euro per maand in investeren.

Ik heb geluisterd naar de opmerking van mevrouw Robeyns. Als we die files in de afgelopen vijf jaar hebben zien toenemen, dan heeft dat bijna alles te maken met de gestegen conjunctuur, en wij Limburgers kunnen dat weten. Eind 2014 werd Ford Genk gesloten en raakten duizenden mensen hun job kwijt. Vijf jaar laten zijn er meer Limburgers dan ooit aan het werk, ook mensen die zich verplaatsen over die wegen. Als we dus zaken met elkaar vergelijken, moeten we dat niet statisch doen maar moet ook het conjuncturele verhaal in rekening worden gebracht.

Landbouw en Visserij

We gaan over tot het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Het is blijkbaar een traditie geworden om landbouw te bespreken in de late uurtjes, wat hier en daar gepaard gaat met wat gezucht en geblaas. Toch wil ik hier een lans breken voor onze Vlaamse land- en tuinbouw en visserijsector.

Het gaat om een sector die vol ambitie, innovatie en ondernemerschap zit. Het is met dat kwaliteitsverhaal dat we ver buiten de grenzen van Vlaanderen scoren.

Er zijn nog wel wat uitdagingen op het vlak van land- en tuinbouw: rendabiliteit, extreme weersomstandigheden, instroom van nieuw bloed in de sector, het bewaken van de internationale competitiviteit zonder in te boeten op kwaliteit en duurzaamheid, het respecteren van dierenwelzijn zonder onszelf uit de markt te prijzen, de brexit en de gevolgen voor de visserijsector. En zo kan ik nog even doorgaan.

Minister, u zou kunnen veronderstellen dat ik een beetje pessimistisch ben maar dat is niet geval, ik sta hier met heel wat positiviteit en dat heb ik tijdens de bespreking van de beleidsnota in de commissie al gezegd.  Woorden zijn natuurlijk gratis en ik ben dan ook echt tevreden dat die ambities worden weerspiegeld in de correcte begrotingskeuzes.

Vlaamse land- en tuinbouwproducten behoren tot de wereldtop op het vlak van kwaliteit en voedselveiligheid en dat is een gevolg van vakmanschap, onderzoek en innovatie. Het is onze ambitie om die positie van Vlaanderen te behouden en verder te versterken.

We moeten ons er wel van bewust zijn, collega’s, dat Landbouw op begrotingsvlak een raar beestje is. In dit geval komt een belangrijk deel van de centen uit Europa. Dat is natuurlijk geen hemels manna dat zomaar uit de lucht valt. Ons land draagt meer bij dan het terugkrijgt aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Dat zal er na 2021 niet op beteren nu we de krijtlijnen van het vernieuwde GLB zien. De daling op de inkomenssteun en vooral het aanzienlijke percentage dat we dreigen te moeten inleveren voor plattelandsontwikkeling zal op het terrein voelbaar zijn. Ik stel wel met enige tevredenheid vast dat uw begroting die uitdagingen erkent en probeert in de mate van het mogelijke te remediëren. Hoe het er exact zal uitzien, zal tijdens deze legislatuur moeten blijken.

Maar een miljardenbedrag valt niet een op een te compenseren wanneer ook Vlaanderen op de centen moet letten. Onze landbouwers zouden daarover kunnen klagen en eisen dat we hen ontzien maar dat ligt niet in hun aard. Er is een landbouwspreekwoord: ‘zaaien naar de zak’ of, wat er niet is, kun je niet uitgeven.

Het is een kwalijke gewoonte in de politiek om bij gebrek aan actie steeds te verwijzen naar een ander beleidsniveau, maar in dit geval is dat terecht want heel wat keuzes van Europa hebben een fundamentele impact op de Vlaamse land- en tuinbouw en de visserijsector. De financiële vernieuwing van het GLB is dan ook een cruciaal moment, ook om kansen te benutten.

We rekenen er uiteraard op, minister, dat u daar onze Vlaamse sector door dik en dun zult verdedigen en het onderste uit de kan zult halen. U kunt daarvoor uiteraard ook op de N-VA rekenen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Dochy heeft het woord.

Het Vlaamse regeerakkoord erkent heel uitdrukkelijk het belang van de economische waarde van onze land- en tuinbouwsector en de agro-voedingscluster. Een sector die jaarlijks 1,5 miljard euro investeert, die 135.000 mensen tewerkstelt, die een omzet draait van meer dan 61 miljard euro en die een handelsoverschot creëert van meer dan 6,5 miljard euro.

De agrocluster staat voor een verdere verdieping op het vlak van duurzaamheid, maar er zijn ook belangrijke opportuniteiten in het kader van een mogelijke verbreding. Dit betekent dat ondernemers die hun activiteiten willen verbreden ook een correct juridisch of rechtszeker kader moeten krijgen.

Land- en tuinbouwers zijn ook vandaag per definitie ondernemers. Ondernemers zijn per definitie mensen die weten om te gaan met risico’s. In de primaire sector is het begrip risico soms wel zeer breed te interpreteren. De impact van een Ruslandboycot op de marktsituatie in bijvoorbeeld de hardfruitsector is typerend. Of er is het effect van een plotse uitbraak van een virus, de H3N1-vogelgriep, die al dan niet als hoogpathogeen wordt erkend, een wild zwijn met varkenspest in Wallonië of de invloed van extreme weersomstandigheden met verschillende zeer droge jaren na elkaar, voorafgegaan door een zeer nat jaar. Wat kan de overheid dan doen? De overheid kan een stuk remediëren, maar vooral faciliteren. De uitbouw van een brede weersverzekering als alternatief voor de rampenschade is vandaag een feit, maar moet nog ingang vinden. De behandeling van het advies van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) met betrekking tot de uitzonderlijke droogte van 2019, die normaal aanleiding kan geven tot de erkenning van een landbouwramp oude stijl, wekt ook natuurlijk de aandacht. De inspanning van Vlaanderen om tegemoet te komen aan de schadelijders van de vogelgriep, waarbij we blij zijn dat daarvoor blijkbaar een extra bijdrage van 1,7 miljoen euro wordt voorzien, is natuurlijk een belangrijk element.

Belangrijk in dezen is ook dat er een engagement bestaat om een grondige analyse te maken om in de toekomst de sandwich te voorkomen die vandaag tussen het federale, het Europese, het Vlaamse beleid en het Sanitair Fonds bestaat. De overheid is een belangrijke partner van de sector door de inspanningen die de regering via internationale contacten en handelsmissies doet om de export te promoten.

Naast heel wat algemene uitdagingen, definieer ik drie belangrijke speerpunten voor het volgende jaar. Er moet ten eerste een aanpassing van de pachtwetgeving komen. Die moet de toegang tot de grond voor vooral jonge landbouwers verbeteren. We pleiten voor een pachtwet die de rechtszekerheid voor de eigenaar en pachter verbetert.

Ten tweede, de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de positie van Vlaanderen, de opmaak van een eigen strategisch plan en de mate waarin we erin slagen de landbouwers de mogelijkheid te bieden om hun positie te versterken in de keten en een evenwicht te vinden tussen de maatschappelijke verwachtingen en de economische leefbaarheid van onze bedrijven.

Ten derde, de oplossing van de mestproblematiek en de mate waarin de landbouwsector zijn potentieel om mee de oplossing te zijn voor de klimaatproblematiek ook kan vermarkten. De sector zelf doet reeds heel wat inspanningen. Dat bewijzen de cijfers. Maar ook die inspanningen dienen te worden voortgezet.

Beste collega’s, ik besluit met een klein stuk aandacht voor onze visserijsector, ook een heel belangrijke sector. Het is een economisch belangrijke sector: 68 commerciële vaartuigen, 22.000 ton vis die aan land wordt gebracht. Het is een sector die, meer dan om het even welke andere, gevoelig is voor de gevolgen van de brexit. En wij rekenen natuurlijk op onze Vlaamse overheid, de Vlaamse minister, de minister-president, om ook op dat vlak te pleiten voor een goede oplossing voor een duurzame sector, een duurzame oplossing in de brexit. En natuurlijk willen we ook de sector zelf verduurzamen. We weten dat ook onze minister van Landbouw ondertussen een hart heeft voor de visserij, na haar Visserijtop van maandag laatstleden. Ze was tijdens de commissie fris als een vis, na een nachtelijke vergadering. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Vaneeckhout heeft het woord.

Voorzitter, ik wil heel kort aansluiten. Het is niet omdat het 1 uur ’s ochtends is dat we niet meer oplettend moeten zijn.

Minister, u weet hoe bezorgd ik ben over onze visserijsector. We delen die bezorgdheid omdat we uit dezelfde kustprovincie komen.

Ik wil nog even van de gelegenheid gebruikmaken om alle mensen die aanwezig zijn in deze plenaire vergadering, er extra op te wijzen dat de brexit echt een dodelijke impact kan hebben op onze sector, indien we dat niet tijdig aanpakken, ook budgettair. Indien nodig, moeten we voldoende transitiemiddelen voorzien, ook op Vlaams niveau. Dat sluit aan bij eerdere discussies. Maar ik maak van de gelegenheid gebruik om dat nog eens aan te stippen. (Applaus bij Groen)

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Vaneeckhout, ik dank u voor uw tussenkomst. Ik ben oprecht blij dat u zo’n hart hebt voor de visserij. Ik zou het echt fantastisch vinden mocht Groen overal in Europa zo’n fan zijn van onze vissers en van het geven van voldoende sterke visquota aan onze vissers. Want een visser die niet kan vissen, die vist naast het net. En dat is ook dodelijk voor de sector. Maar we werken er samen aan.

Dit beleidsdomein is afgehandeld.

Onderwijs en Vorming

Collega’s, we behandelen nu het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Goedenacht, collega’s.

Er is blijkbaar een prijs voor de kortste tussenkomst, hoor ik hier op de banken zeggen.

Minister, collega’s, u zult begrijpen dat ik met de deur in huis val, met een van de punten die ik absoluut belangrijk vind en blijvend onder de aandacht wil brengen, een punt dat ook heel belangrijk is voor het totale onderwijsveld en voor onze leerlingen: het nijpend lerarentekort, de toekomst.

We kennen de cijfers al geruime tijd. We hebben er al heel veel over gepraat in de commissie. Tegen 2024 moeten er elk jaar maar liefst zesduizend leerkrachten extra aan de slag gaan. Alleen zo kunnen we het lerarentekort doen verdwijnen en vermijden we schrijnende toestanden zoals in Nederland, waar men scholen moet sluiten, waar de leerkrachten op straat komen, waar er grote paniek is. Dergelijke toestanden willen wij in Vlaanderen niet tegenkomen. En gelukkig zijn we nog niet zover. Maar wachten is geen optie. We moeten in gang schieten.

En hoewel de signalen die we krijgen van onze directeurs, zowel bij de start van het schooljaar als op heden, niet mis te verstaan zijn, wordt het steeds moeilijker om vervangende leerkrachten te vinden.

Het zijn niet enkel deze signalen uit het werkveld die alarmerend zijn, ook de cijfers die we al enkele keren in de commissie hebben besproken en die ik heb opgevraagd, moeten het licht toch op rood zetten. Er zijn steeds minder leerkrachten met het juiste diploma, zowel in het secundair onderwijs als in het basisonderwijs. Ook die cijfers heeft onze fractie al diverse keren in de commissie naar voren gebracht om er de aandacht op te vestigen.

Enkele weken geleden hebben we een stevig actualiteitsdebat gevoerd naar aanleiding van de PISA-resultaten en de steeds maar dalende resultaten voor bijvoorbeeld Nederlands en Frans. De vraag die tijdens deze discussie naar voren kwam, was of de lat van de eindtermen niet te laag ligt. Wel, bij het zien van deze cijfers vragen wij ons ook af of het probleem ook niet ergens anders ligt. Hoe kunnen wij nu verwachten dat onze leerlingen excelleren – want dat woord komt in het beleidsplan vaak naar voren – als we zien dat de scholen er niet meer in slagen om de juiste leerkrachten met het gepaste diploma voor de klas te zetten, dat er te veel vakken worden gegeven door leerkrachten die niet voor het vak zijn opgeleid, dat een jongere leerkracht ook een ander vak moet geven dan waarvoor hij heeft gestudeerd?

Ook de problematiek van de gepensioneerde leerkrachten hebben we diverse keren aan bod laten komen. Het was een goed initiatief van voormalig minister Crevits, maar het kan toch op lange termijn niet de bedoeling zijn dat we moeten terugvallen op gepensioneerde leerkrachten.

Collega's, ik heb niet de tijd om alle punten aan te brengen, maar ik wil het toch kort hebben over de besparingen in het secundair onderwijs, waar we het vanmorgen ook al over hebben gehad. We moeten daar aandacht voor hebben. Een recurrente besparing van 20 miljoen euro per jaar, 100 miljoen euro na vijf jaar, dat is een groot probleem. De secundaire scholen liggen er wakker van en zijn ongerust. We moeten heel vlug een standpunt innemen zodat ook die mensen hun werk op een goede manier kunnen doen. Minister-president Jambon heeft gezegd dat het secundair onderwijs meer middelen heeft gekregen. Dat is niet waar, want in de vorige legislatuur is er ook bespaard in het secundair onderwijs. Er nu de botte bijl in zetten, zal voor veel onrust en problemen zorgen de volgende jaren, en dat kan absoluut niet de bedoeling zijn.

Minister, wees niet ongerust. Wij zullen de volgende jaren met onze fractie constructief oppositie voeren. We hebben dat de vorige vijf jaar ook gedaan, dat kan voormalig minister Crevits bevestigen. We hebben voorstellen ingediend, wij hebben plannen ingediend, wij hebben actieplannen ingediend. Ik doe nog eens een oproep: haal de plannen die wij de vorige legislatuur hebben ingediend, eens onder het stof vandaan, want daar staan voor het basisonderwijs heel wat constructieve voorstellen in die kunnen worden uitgevoerd. In het kader van het lerarendebat deden wij heel wat constructieve voorstellen die u kunt meenemen om de job van leerkracht op alle niveaus aantrekkelijker te maken. Wij reiken u de hand om dat op een goede manier te doen, maar wij hopen dat ook u klaar bent om er de volgende jaren hard in te vliegen, geen tijd meer te verliezen en vooral grote stappen te zetten voor het onderwijs. Dat is nog altijd het belangrijkste voor onze kinderen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer De Witte heeft het woord.

Collega's, het is al erg dat deze regering knipt in de voorziene budgetten voor Onderwijs, maar het is des te erger dat ze hier komt zeggen dat het onderwijs de grote winnaar is van deze begroting. De dag is begonnen met fabeltjes en hij eindigt met fabeltjes, van de meerderheid welteverstaan.

Minister, ik weet dat u mij niet gelooft, dus geef ik hier enkele reacties uit het werkveld van mensen die u misschien wel gelooft. Ik heb deze voormiddag al de rectoren van de KU Leuven, de UGent en de UHasselt geciteerd. Zij zeggen, samengevat: ‘De universiteiten worden verarmd in de financiering per student. De maatregel is eenmalig, maar de gevolgen zijn blijvend, want het bedrag per student zakt voor altijd.’ Dat zegt Luc De Schepper. U spreekt over ‘minder meer’, maar er zijn niet ‘minder meer’ studenten, er zijn veel meer studenten. (Minister Ben Weyts houdt een papier omhoog met de tekst: “+ 362 miljoen”)

Ik heb het door. U mag seffens antwoorden. (Applaus bij de N-VA)

Aan de UGent alleen al zijn er de afgelopen 8 jaar 11.000 studenten meer. Dat is niet ‘minder meer’, dat is veel meer. U knipt in het hoger onderwijs 228 miljoen euro weg uit de decretaal vastgestelde groeipaden. De katholieke koepel berekende dat het secundair onderwijs de laatste 10 jaar 14 procent aan koopkracht heeft verloren door indexatie die is stopgezet en door besparingen. En dat zal verder oplopen. 40 procent van de werkingsmiddelen wordt niet geïndexeerd. Ook in het secundair onderwijs komen er een pak studenten bij, 50.000, en u vermindert de voorziene groeipaden. U snijdt volgend jaar 20 miljoen euro weg en tegen 2024 100 miljoen euro. Het gevolg is dat de schoolfactuur zal stijgen. Opnieuw, dat zeg ik niet, dat zegt Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs. Het is misschien geen toeval dat deze regering resoluut weigert de maximumfactuur in te voeren voor het secundair onderwijs.

Dan zijn er de begeleidingsdiensten. We hebben er gisteren naar verwezen. Pedagogische begeleidingsdiensten moeten boven op de 6 procent besparing op hun werkingsmiddelen nog eens 650.000 euro besparen in 2020. Samen met de CLB's is dat 11 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur. 150 pedagogische begeleiders verliezen hun job. Dat is 1 op de 3. Het gevolg van die beslissing: scholen gaan ondersteuning en expertise moeten kopen op de markt. Welke scholen kunnen dat? De rijkste scholen. Wie valt uit de boot? De armste scholen.

Ik eindig bij het basisonderwijs. Er komt 100 miljoen euro bij. Daarmee komen we tegemoet aan de hoogste noden en dat is goed. Maar ook hier zijn de noden hoog. En u verlaagt nog even de leerplicht. Van klasjes met gemiddeld 25 kleutertjes gaan we nu naar klasjes met gemiddeld 24 kleutertjes. Wauw! Bovendien zal er voor het beloofde loopbaanpact niet veel geld overblijven.

Collega's, ik besluit. Ik heb het al een paar keer gezegd: de afgelopen tien jaar is het aantal leerlingen in Vlaanderen met 10 procent gestegen, maar de middelen die wij investeren in onderwijs zijn met 7 procent gedaald in percentage van de Vlaamse welvaart. Wat hier op tafel ligt, zal dat niet rechttrekken. Ik heb de vragen gesteld in de commissie. U hebt geantwoord dat de cijfers kloppen. Met wat hier op tafel ligt, gaat u dat niet rechttrekken, integendeel. Op het einde van de rit zal het onderwijs evenveel moeten besparen als er bij komt – opnieuw, dat zijn niet mijn woorden, wel die van Lieven Boeve van het katholiek onderwijs –, terwijl het aantal leerlingen en studenten stijgt. Heel het regeerakkoord legt de nadruk op innovatie, maar de motor achter die innovatie, excellent onderwijs, sputtert. De universiteiten met hun wetenschappelijk onderzoek treft u het hardst.

Collega's, de mensen uit het werkveld zeggen zelf dat de facturen in het secundair en hoger onderwijs zullen stijgen door dit beleid. We weten wat dat betekent. In plaats van excellent onderwijs voor iedereen, krijgen we excellent onderwijs voor een kleine groep, namelijk de scholen en leerlingen die dat nog kunnen betalen.

De scholen worden duurder, de universiteiten worden duurder, en zij die het nog kunnen betalen, die krijgen excellent onderwijs. Wel, beste collega’s, dat heeft een naam. Dat heet ‘eliteonderwijs’, en dat is niet onze visie. (Applaus bij de PVDA)

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Mijnheer De Witte, ik wil gewoon een fout rechtzetten die u hebt aangegeven bij alle besparingen. U hebt daarbij het CLB genoemd. Het is niet bij de CLB’s dat er wordt bespaard. Wij besparen 11 miljoen euro bij de pedagogische begeleidingsdiensten en bij de permanente ondersteuningscellen van de CLB’s, maar niet bij de CLB’s zelf. Integendeel, voor de omkadering van de CLB’s komt er 2,6 miljoen euro bij in de komende jaren. Aan die besparing koppelen wij ook een hervorming. We gaan de pedagogische begeleidingsdiensten en ook de CLB’s en de ondersteuningsnetwerken hervormen en stimuleren om samen te werken, en wij hopen op die manier dat iedereen daar sterker uit zal komen. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Krekels, het kan zijn dat u dat hoopt, maar wat antwoordt u dan aan het werkveld? Als u dat wenst, kan ik nog een paar andere citaten geven, want twee weken geleden heeft De Morgen een peiling gedaan bij het werkveld over die besparingen op de pedagogische begeleiding. Men heeft aan de sector gevraagd wat die daarvan vindt. Karin Heremans, de directeur van het Koninklijk Atheneum Antwerpen, zegt dat dat “dramatisch” is voor onze scholen. Karen Dobbelaere, coördinerend directeur van het stedelijke onderwijs in Gent zegt dat het aantal pedagogische begeleiders verminderen voor hen een groot probleem zal worden, en dat ze meer ondersteuning nodig hebben, niet minder. Deze regering schrapt een op drie pedagogische begeleiders. Een op drie. We hebben vorige week of twee weken geleden de PISA-resultaten gezien. De kwaliteit gaat achteruit. Uiteraard is dat een belangrijke factor om die kwaliteit op te krikken, en dat vind ik een foute beslissing.

Ik wil nog even kort reageren wat die pedagogische begeleidingsdiensten betreft. Ik denk dat de minister het in het verleden ook al heeft aangegeven tijdens de gesprekken in de commissie: er zijn twee audits geweest bij de pedagogische begeleiding, die hebben aangegeven dat het efficiënter kan en efficiënter moet. Het is op die manier dat wij hen nu inderdaad misschien een beetje wakker schudden, dat geven we toe, om te zien hoe ze dat nu efficiënter kunnen aanpakken. Waarom zich niet specialiseren in bepaalde zaken? Er is ook het CLB, er zijn ook de ondersteuningsnetwerken, er is de pedagogische begeleiding. Speel op elkaar in, vul elkaar aan en probeer op die manier efficiënter om te gaan met de middelen die er zijn.

Ik denk dat ik het heb gezegd: het resultaat, en dat zegt het werkveld zelf, is dat zij ondersteuning, expertise zullen moeten kopen op de markt. Voor goede, sterke scholen zal dat geen probleem zijn, maar voor scholen met weinig middelen zal dat uiteraard wel een probleem zijn. We gaan op die manier naar een onderwijs met twee snelheden, en dat lijkt mij niet de juiste keuze.

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik denk dat veel mensen bereid zijn bij te leggen voor een cadeau als u het echt kort houdt. (Gelach)

Eigenlijk iedereen, denk ik. Wie niet? (Opmerkingen van Jeremie Vaneeckhout)

U bent gewoon een gierigaard.

Toch één fan in de zaal.

Collega’s, ik moet beginnen met me te verontschuldigen omdat ik, zoals een aantal collega’s, mijn ouderlijke verantwoordelijkheid vanavond niet heb genomen en niet aanwezig was bij het oudercontact van mijn kinderen. Dat is immers iets dat we natuurlijk wel vragen van ouders: dat ze ook bijdragen tot de opvoeding.

Collega’s, dit is een luxedebat: 362 miljoen euro extra voor Onderwijs. Alle voorgaande debatten gingen erover waar zou worden bespaard, waar er minder is, en hier moeten we het dus hebben over het verdelen van wat meer is. Dat is toch geweldig, het verdelen van 362 miljoen euro extra. De N-VA-fractie is blij dat een groot stuk daarvan gaat naar onderwijskwaliteit, met 3 miljoen euro voor Nederlandse taaltrajecten en 67 miljoen euro op het einde van de legislatuur. Men sprak over de werkingsmiddelen voor het basisonderwijs en stelde dat zij het met minder zullen moeten doen. Neen, 71,9 miljoen euro méér. Voor extra kinderverzorgsters, voor het kleuteronderwijs is er 7,7 miljoen euro méér. En we kunnen zo doorgaan.

Collega’s, we moeten ervoor zorgen dat die middelen en mensen in de klas en de school zijn. Dat is cruciaal. Wie zou beweren dat we niet bezig zijn met het lerarentekort, liegt. Maar dat hangt natuurlijk samen met het feit dat die leerkrachten zeggen dat ze niet meer tot lesgeven komen.

Zo komen we bij een belangrijk onderdeel, dat we in deze legislatuur willen aanpassen: het M-decreet. Als het gaat over de werkzaamheidsgraad bij leerkrachten, komt daar direct achter dat het niet meer lukt met het M-decreet. Dat gaan we aanpakken, samen met de planlast.

Collega’s, ik kreeg vandaag nog van een leerkracht een tabel voor één onderdeel van één vak. Hij moet bij elk onderdeel scoren bij elke leerling. Als hij dertig leerlingen had, betekent dat dat hij per toets negenhonderd punten moet scoren. Collega’s, dit is planlast. Maar dit zit niet in die 362 miljoen euro. Dat komt niet van hier, dat komt van elders. En dat moeten we aanpakken.

Collega’s, die goede begeleiding is absoluut nodig, niet alleen voor kinderen die extra zorg nodig hebben omdat ze iets niet aankunnen, maar ook voor de hoogbegaafden. Gisteren, eergisteren ondertussen, had collega Krekels daar nog een vraag over.

Het aanpakken van het capaciteitstekort. Collega’s, stenen betogen en stemmen niet. Ik weet dat dat voor een aantal collega’s heel belangrijk is, en dat die stenen dus niet belangrijk zijn, tot het moment dat die kinderen geen plaats meer hebben. Het Inschrijvingsdecreet gaat over het verdelen van schaarste. Dus zet deze regering, net zoals de vorige, verder in op capaciteit, met 500 miljoen euro.

Het laatste punt gaat over onze instellingen van hoger onderwijs. Klopt het dat we kliks overslaan bij de universiteiten? Ja! In 2021 en 2023, dat is waar. Maar gaan we in de hogescholen iets doen aan die onderwijsbelastingseenheden (OBE’s)? Ja! Daarover hoor ik u niets zeggen. Dat vind ik frappant. Gaan we iets doen aan die lange studieduur? Ja! Want die kost ook geld,voor de student en voor de docent.

Beste collega’s, ik denk dat we op dit uur kunnen afsluiten. (Applaus)

Dat wordt betalen, collega’s!

Heel eenvoudig: 362 miljoen euro extra. Dank u wel, regering! Dank u wel, meerderheid! Wij gaan voor kwalitatief en excellent onderwijs. (Applaus bij de meerderheid)

Collega Daniëls, u hebt nog 1 minuut en 8 seconden over. We zullen straks allemaal met 10 euro moeten afkomen. Dat is het waard. Dat is toch mijn persoonlijke overtuiging.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Goedenavond, of goedenacht, iedereen.

Collega’s, Onderwijs is de belangrijkste uitgavenpost van de Vlaamse Regering. 12,4 miljard euro voor 2020 is geen gering bedrag. Minister, Onderwijs is een exclusieve Vlaamse bevoegdheid. Daar zijn we heel blij mee. Daar is heel veel communautaire strijd rond gevoerd. Ik ben van mening dat wat we zelf doen, we echt wel beter moeten doen. De PISA-resultaten die een paar weken geleden bekend werden gemaakt, bewijzen op dit moment het tegendeel. Dat is jammer.

Mijnheer Daniëls, ik wil u niet uitdagen, maar ik wil toch iets zeggen over de besparingen binnen Onderwijs. Ik ben heel blij dat er meer middelen worden uitgetrokken voor het lager en het kleuteronderwijs, maar de niet-indexering van 40 procent van de werkingsmiddelen voor het secundair onderwijs is toch wel een besparing. Zeker doordat u aan de scholen vraagt om aan kostenbeheersing te doen en de kosten niet door te rekenen aan de ouders, wordt het natuurlijk moeilijk als zij moeten besparen op hun werkingsmiddelen.

Een ander groot probleem van ons onderwijs is het lerarentekort. Bijna de helft van de leerkrachten secundair onderwijs stopt binnen de eerste vijf jaar met lesgeven. Dat is een geweldig probleem. U maakt 10 miljoen euro vrij voor een lerarenloopbaanpact. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. We kunnen alleen maar hopen dat het er dit keer effectief zal komen en dat we niet stranden in opnieuw ellenlange discussies.

Mijn collega Slagmulder heeft de cijfers over het geweld tegen leerkrachten opgevraagd. Dat geweld neemt steeds grotere proporties aan. We moeten dat onderzoeken. Het geweld tegen leerkrachten zal ook wel een van de oorzaken zijn van het lerarentekort.

Het derde punt is de infrastructuur. In de commissie leerden we dat in 2013 56 procent van de schoolgebouwen in goede staat was. Dat wil zeggen dat 44 procent van de gebouwen in slechte staat was. U maakt daar in 2020 ook extra geld voor vrij – 5,7 miljoen euro – maar ik vrees dat dat niet voldoende zal zijn om de hoge nood die er op het terrein is, te lenigen.

Ik wil nog iets zeggen over de taaltesten. We zijn er grote voorstander van dat u die gaat ontwikkelen en implementeren, en de taalintegratietrajecten daaraan gaat koppelen. U zegt dat zo’n taalintegratietraject een taalbadjaar kan worden, maar u zit daar niet volledig op dezelfde lijn met de meerderheid. Wij vragen ons af wat dat in de praktijk concreet zal betekenen.

Het vijfde punt is het M-decreet. We zijn blij dat dat op de schop gaat, want dat was een verkapte besparing: meer kinderen met zorgnoden in het gewone onderwijs zonder dat daar middelen tegenover stonden. Wij zijn van mening dat de schaarse middelen voor kinderen met een beperking beter geconcentreerd zouden worden in scholen voor bijzonder onderwijs.

Mijn laatste punt is het hoger onderwijs en het volwassenenonderwijs. Het is niet uw bevoegdheid, maar dat de subsidie van die kmo-portefeuille verminderd wordt, is jammer. Vlaanderen scoort immers heel slecht op levenslang leren, en net in Vlaanderen zijn veel mensen tewerkgesteld in de kmo’s en die portefeuille wordt vaak gebruikt om aan bijscholing te doen. Wat het hoger onderwijs betreft, gaat u het aandeel anderstalige bachelors van 6 naar 9 procent optrekken. Dat vind ik jammer voor een minister die zo inzet op Nederlands. We moeten trots zijn op onze Nederlandse taal als wetenschapstaal. Bovendien zijn die anderstalige bachelors niet altijd van even goede kwaliteit, heb ik mogen vernemen.

De conclusie, minister, is dat ik het met u eens ben over wat u over het geld zei. We hebben met de PISA-resultaten ook gezien dat het ingezette aandeel niet rechtstreeks in verhouding staat tot de resultaten. We moeten er dus niet alleen geld tegenaan gooien, we hebben echt een kentering nodig, we moeten opnieuw meer inzetten op kennis in plaats van alleen op welbevinden. Sociale gelijkheid is belangrijk, maar sociale gelijkheid mag leerwinst niet in de weg staan. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

Toen minister Weyts in de commissie Onderwijs de begroting toelichtte, had hij een tabel bij. Hij schetste het beeld van de evolutie en de stijging van het onderwijsbudget per leerling in de periode 2014-2019. Vergeef het ons, want de CD&V-fractie zag dit eerst als een collegiale pluim naar de voorgangster, naar minister Crevits. Maar minister Weyts wou natuurlijk ook een andere boodschap geven, hij wou aantonen dat het budget voor Onderwijs in de voorbije decennia altijd gestegen is. Dat is nu ook het geval. We hebben het al voldoende gezien: 362 miljoen euro in 2020, dat is duidelijk. Wij weten dat die continue stijging eigenlijk het gevolg is van de open-endgroeipaden. Collega’s, dit is heel uniek, in andere domeinen en in andere landen zien we dit niet. Wij weten ook dat als er in budgettair krappe tijden nieuwe impulsen gezocht worden in het onderwijs, we ook op een andere manier moeten besparen of groeipaden milderen. Hoewel Onderwijs hier maximaal van gespaard wordt, zagen we dit ook in 2009 en 2014.

Collega’s, wij zijn ook bezorgd over de bijkomende uitdaging en we weten ook dat dat niet evident zal zijn. We hopen ook dat de verdere concretiseringen in samenspraak met het onderwijsveld en de sociale partners tot zeer werkbare initiatieven zullen leiden.

Maar laten we de krachten bundelen, collega’s, om alle middelen die eraan komen ook in de komende jaren zo doelgericht mogelijk in te zetten. Laten we vooral ook een onderwijssprong maken. Want 2000 was een magisch jaar, de sprong naar een volgende eeuw. Van 2019 naar 2020 is ook een speciaal jaar, denk ik dan. We kunnen opnieuw een sprong maken, een sprong die CD&V samen met alle leerlingen wil maken, met grote zorg voor de kwaliteit van ons onderwijs, op weg naar een grotere leerwinst.

De grootste sprong voorwaarts, collega’s, maken we door te investeren in het onderwijsniveau waar dat het best rendeert: in het kleuter- en het basisonderwijs. In de vorige legislatuur was dat goed voor 70 miljoen euro, nu voorzien we in een groeipad tot 2024 van 100 miljoen euro. Meer handen in de kleuterklas en een betere administratieve, pedagogische en beleidsondersteuning voor de directies in de basisscholen zullen daar de tastbare gevolgen van zijn.

Minister, we hebben de ambitie om de SES-middelen (socio-economische status) en de GOK-middelen (gelijke onderwijskansen) nog meer doelgericht in te zetten. Ik herhaal heel graag mijn voorstel dat ik ook deed in de commissie, om in te gaan op het aanbod van de               Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), waarin er gevraagd wordt om een grondig conceptueel debat te voeren.

Want, collega’s, is de schoolloopbaan van een Vlaams kind niet nog al te vaak een ongelijke tienkamp? Los van gelijke talenten en inzet, weten we dat sommige kinderen minder kans hebben om hoger, verder, sneller te presteren dan gelijkwaardige leeftijdgenootjes. Waarom? Omdat ze extra horden moeten nemen, omdat ze over minder materiaal beschikken, omdat ze misschien minder kunnen trainen.

Wij met CD&V geloven in elk geval dat het verschil ook kan worden gemaakt door  ouders aan te sporen om deel te nemen aan levenslang leren en hoger onderwijs, aan centra voor basiseducatie en volwassenonderwijs.

Onze leerkrachten zijn echte tienkampers. We hebben een sterk team van leerkrachten nodig om de doelen die in het onderwijs gesteld worden te kunnen behalen. Om nieuwe en sterke leerkrachten aan te trekken, moeten we het lerarenberoep ook aantrekkelijk maken. Dit kan door aanvangsbegeleiding, door ondersteuning van jonge leerkrachten, door het samenwerken met leerkrachten en door lerarenplatforms goed te ondersteunen.

Er werd in middelen voorzien voor het lerarenpact, die oplopen tot 100 miljoen euro in 2024. We zijn ervan overtuigd dat de bestemming van de middelen ook zal gebeuren in samenspraak met het onderwijsveld en de sociale partners.

Collega’s, laten we vooral allemaal ons best doen om ervoor te zorgen dat iedereen die zich inzet voor het mooiste beroep, namelijk leerkracht, ondersteund wordt door ons allemaal.

CD&V vindt het ook belangrijk dat elke ouder zijn kind kan sturen naar de school van zijn keuze. We moeten erop toezien dat de capaciteitsprojecten zo vlug mogelijk gerealiseerd worden, vooral in het secundair onderwijs. We zorgen ervoor dat elke school ook een toplocatie wordt, want dat zet aan tot topprestaties.

Tot slot, collega’s, bij dezen denk ik dat het duidelijk is dat wij met CD&V ook de onderwijsbegroting willen steunen en dat we samen met de minister willen werken aan die springplank voor onze toekomst, op naar 2020, 2030 en volgende! Dank je wel. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Collega’s, we hebben hier inderdaad twee weken geleden een debat gevoerd over de PISA-resultaten. De heer Daniëls heeft heel duidelijk gezegd dat we die absoluut niet moeten relativeren. We hebben dat ook niet gedaan. We zijn hem daarin gevolgd. Inderdaad, we moeten daar lessen en conclusies uit trekken. Die lessen zijn de volgende. Onze groep van toppresteerders moet weer groter worden. Daar ben ik het helemaal mee eens. Onze groep van laagpresteerders, die groter geworden is, willen we weer verkleinen. We willen iedereen mee.

We willen de leesvaardigheid en het leesplezier doen toenemen. Daar zijn we het absoluut mee eens. Wat voor mijn partij, en voor andere partijen in dit parlement, belangrijk is, is dat de sociale kloof gedicht moet worden. Het feit dat je afkomst bepaalt hoe je het gaat doen op school, is iets waar we aan willen werken. We willen werken aan die gelijke onderwijskansen.

Minister, dat is wat we moeten doen.

De vraag is hoe we dat gaan doen. U hebt een aantal suggesties gedaan in uw beleidsnota die we zeker kunnen volgen. Bijvoorbeeld, inzetten op taal. Dat is prima. Taal is cruciaal als je mee wilt in het onderwijs en als je later mee wilt in de maatschappij. Welke middelen hebt u daarvoor, minister? Gaat u dat doen – dat is ook mijn vraag aan u, mevrouw Vandromme – met de SES-middelen? Moeten die SES-middelen daar volledig aan worden besteed? Minister, ik hoop van niet. Die middelen voor gelijkeonderwijskansen zijn te belangrijk, ze moeten daarvoor worden ingezet. Dat is mijn eerste punt.

We moeten heel erg jong beginnen. Achterstand wordt al opgelopen vóór kindjes de kleuterklas binnentreden. Ze komen binnen met een veel kleinere woordenschat dan kinderen die opgroeien in een rijke taalomgeving en een welgesteld gezin. Minister, u gaat daar iets aan doen, dat is waar. Er is in de vorige legislatuur al vastgelegd dat de werkingsmiddelen voor de kleutertjes eindelijk gelijkgetrokken zullen worden met het lager onderwijs. Dat kost 72 miljoen euro, minister.

U hebt 100 miljoen euro – dat is zogezegd de investering in het basisonderwijs – opzijgezet voor het basisonderwijs. U wilt ook nog meer kinderverzorgsters in het kleuteronderwijs. 100 miljoen euro min 72 miljoen euro voor die werkingsmiddelen, min de middelen voor die kinderverzorgsters, en daarmee is het geld voor de versterking van het basisonderwijs op. Wat gaat u doen met de directeurs die toch echt ondersteund moeten worden? Wat gaat u doen om de klassen kleiner te maken? Wat gaat u doen om meer handen in de klas te krijgen? Om te zorgen voor het basisonderwijs? Dat zijn allemaal heel grote en terechte vragen van het basisonderwijs die ook in het plan basisonderwijs van de sociale partners stonden en waar u, met de middelen die u hebt vrijgemaakt, veel te weinig antwoord op zult kunnen bieden. Jong beginnen, ja, maar ik zie niet hoe u dat gaat doen met deze begroting.

We kijken inderdaad tegen een enorm lerarentekort aan. We moeten iets doen. Die leerkrachten zijn cruciaal als we ons onderwijs willen optillen en succes willen boeken. Opnieuw, hoe gaat u dat doen? U spreekt over zijinstromers. De heer Schiltz zei dat dat allemaal maatregelen zijn die niets kosten. Dat is niet waar. Als we zijinstromers willen in het onderwijs én we willen de mensen die al in het onderwijs staan, vergoeden, dan zou dat 300 miljoen euro kosten. Dat is twee legislaturen geleden berekend. U voorziet in 100 miljoen euro voor het loopbaandebat.

Hoe gaat u dat doen? Hoe gaat u uw leerkrachten professionaliseren? Hoe gaat u zorgen voor de broodnodige aanvangsbegeleiding? Want veel leerkrachten verlaten het onderwijs voor ze er vijf jaar gewerkt hebben. Hoe gaat u zorgen voor werkbaar werk met die 100 miljoen euro? Ik zie het niet zeer goed.

Dat zijn dus veel te beperkte investeringen. U financiert via verschuivingen binnen Onderwijs zelf. U bespaart 100 miljoen euro op het secundair onderwijs, maar hoe? Dat zijn afspraken die nog moeten worden gemaakt blijkbaar. U zegt zo’n beetje: ‘we zullen het secundair onderwijs een ledemaat moeten amputeren, maar geen nood, u mag zelf kiezen welk.’ Dat is heel pijnlijk voor het secundair onderwijs, en ook heel moeilijk, want ook zij zitten op hun tandvlees.

U gaat 11 miljoen euro besparen op de pedagogische begeleidingsdiensten. Die zien dat ook totaal niet zitten. Dat betekent 150 ontslagen. Leg eens uit hoe we meer handen in de klas krijgen met zulke harde besparingen. U hebt hen gevraagd om een engagementsverklaring te ondertekenen om in te zetten op begrijpend lezen. Ze hebben geweigerd om dat te doen omdat ze dat niet kunnen garanderen binnen dat beperkt budget. Minister, is dat ondertussen al geregeld? Zijn zij bereid om die engagementsverklaring inzake het begrijpend lezen te tekenen? Hebben ze die al getekend? Of zeggen ze: ‘nee, dit lukt niet binnen de huidige besparingen’? Dat zou bijzonder jammer zijn.

Om het verhaal van die investeringen toch te doorprikken: als we alles aftrekken, die stijgingen die er zijn voor de lonen en de extra leerlingen die erbij komen, zijn er voor 250 miljoen euro beleidsimpulsen en voor 319 miljoen euro besparingen. Dat betekent een besparing van 69 miljoen euro. Dat betekent eigenlijk geen nieuwe beleidsimpulsen voor Onderwijs. En Onderwijs, dat is de belangrijkste grondstof voor dit land, zoals u steeds zegt. Deze onderwijsbegroting is dus geen begroting waar wij achter kunnen staan. Wij geven u met onze fractie een magere 6, minister. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

De heer De Gucht heeft het woord.

Voorzitter, ik dacht te beginnen over de verschillen tussen de inrichtende machten en de gevolgen daarvan, of over het belang van neutraal onderwijs en dergelijke meer, maar gezien het late uur zal ik dat niet doen. Ik hoop dat debat dan ook binnenkort te voeren. Dit is een tussenkomst over de begroting.

Investeren in onderwijs, is investeren in de toekomst. Dat wordt wel meer gezegd, maar het is inderdaad zo. De cijfers liegen er niet om. Er gaan wel degelijk meer middelen naar onderwijs. Deze legislatuur wordt 3 miljard euro extra voorzien. Het onderwijsbudget voor volgend jaar stijgt netto met 362 miljoen euro, heb ik net gelezen op het mapje van de minister. Er gaat meer dan 71 miljoen euro extra naar het kleuteronderwijs. We zorgen zo voor meer helpende handen in de klas. Onze fractie heeft altijd al gehamerd op het belang van kleuteronderwijs. We zijn dan ook tevreden dat nu eindelijk ook in de nodige ondersteuning wordt voorzien.

We staan voor grote uitdagingen. Twee weken geleden nog maar toonden de PISA-analyses van 2018 aan dat het niveau van leesvaardigheid en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid van onze 15-jarigen verder daalt. Het actualiteitsdebat dat wij daarover hielden, maakte duidelijk dat we die signalen meer dan ooit ernstig moeten nemen. Zowel de regeringsverklaring als de beleidsnota Onderwijs anticipeerde daarop. Het belang van kennisoverdracht zal opnieuw in de verf worden gezet, en we zorgen er ook voor dat de onderwijsmiddelen prioritair worden ingezet waarvoor ze bedoeld zijn: op de klasvloer en in de school. Zo kunnen we de onderwijskwaliteit opnieuw bevorderen. Maar ook talenonderwijs is belangrijk. We hebben daar ook al meerdere debatten over gevoerd. De Nederlandse taalkennis en taalvaardigheid is een van de voorwaarden om tot betere PISA-resultaten te komen, vandaar dat er ook middelen worden vrijgemaakt om taaltrajecten uit te bouwen.

We moeten niet enkel in het secundair onderwijs aan de onderwijskwaliteit sleutelen. Een stevige basis wordt, zoals reeds gezegd, gelegd in de kleuterklas. Als een van de maatregelen om voor een kentering in de PISA-resultaten te zorgen, pleit ik voor een verdere verlaging van de leerplichtleeftijd. Vanaf 1 september 2020 start de leerplichtleeftijd in het jaar dat het kind 5 wordt, dus vanaf de derde kleuterklas. Hoewel de kleuterparticipatie in ons land al vrij hoog ligt, zouden we de leerplichtleeftijd eigenlijk moeten verlagen naar 2,5 jaar. Zo zorgen we ervoor dat kinderen die thuis onvoldoende Nederlands gebruiken, reeds in de kleuterschool Nederlands leren en zo het lager onderwijs zonder taalachterstand kunnen starten. Ik hoop dan ook, minister, dat ik daarvoor een medestander in u kan vinden.

Collega’s, de lat hoog en de drempel laag, dat moet het credo zijn. Onderwijs moet uitdagen, innoveren en inspireren, maar laat niemand achter. We stellen alles in het werk om de onderwijskwaliteit te verhogen. De afgelopen jaren werden er al inspanningen geleverd, onder meer door de hervorming van de lerarenopleidingen en door te starten met de actualisatie van de eindtermen. Al die initiatieven vertalen zich echter niet onmiddellijk in meetbare resultaten. Laten we daarom geduld hebben, maar tegelijk ook inzetten op een eigen systeem van leerwinstmeting. Daardoor kunnen we veel korter op de bal spelen. Netoverschrijdende proeven zullen de kwaliteit van ons lager en secundair onderwijs beter kunnen monitoren en indien nodig kunnen bijsturen. Door dat systeem kunnen we inzetten op de beste begeleiding voor elke leerling, wat zijn of haar talenten ook zijn. We zien niet enkel dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk is komen te staan, maar ook dat we op korte termijn met andere fundamentele problemen worden geconfronteerd, vooral dan op het vlak van lerarentekorten en capaciteit.

Tijdens de afgelopen legislatuur werden al enkele eerste en noodzakelijke stappen gezet en deze meerderheid trekt deze lijn nu resoluut verder. Er kan geen sterk onderwijs zijn zonder sterke leerkrachten. Leerkrachten moeten weer tot hun kernopdrachten komen, met name het lesgeven zelf. We verminderen de planlast en maken het lerarenberoep aantrekkelijker.

Collega’s, de leerlingen, studenten, het onderwijspersoneel en de samenleving in haar geheel verdienen een ambitieus onderwijsbeleid. Onderwijs dat ervoor zorgt dat jonge mensen hun talenten kunnen ontwikkelen en ontplooien. Onderwijs dat van jongeren competente en volwaardige burgers maakt. Onderwijs dat hen emancipeert en ontvoogdt. Om het met de woorden van de Amerikaanse mensenrechtenactivist William E.B. Du Bois te zeggen: Onderwijs moet niet alleen opleiden voor het werk, het moet opleiden voor het leven. Laten we daar samen onze schouders onder zetten en de beschikbare middelen verstandig en efficiënt gebruiken. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Weyts heeft het woord

Minister Ben Weyts

Voorzitter, binnen Onderwijs hebben we budgettair toch wel enig comfort. Terwijl we in andere beleidsdomeinen het debat hebben gevoerd over dalende budgetten, voeren we hier het debat over stijgende budgetten. De kritiek van de oppositie is dat de budgetten nog niet genoeg stijgen. Iedereen is wel enigszins tevreden over het gegeven dat de budgetten stijgen met 362 miljoen euro, alleen al volgend jaar.

Hoe hebben we dat kunnen realiseren? Enerzijds maakt deze regering een duidelijke keuze voor en zet ze in op het belang van onderwijs. Anderzijds is er een claim op meer middelen uit de pot van algemene middelen en worden er vanzelfsprekend keuzes gemaakt. Als je vaststelt dat er efficiëntiewinsten te rapen vallen, dan is het onze verdomde plicht als goede huisvader om die effectief te boeken. Als je vaststelt dat er tweemaal een negatieve audit is geweest, dat het Rekenhof en anderen erop wijzen dat er efficiëntiewinsten te boeken vallen, bijvoorbeeld op het vlak van de pedagogische begeleidingsdiensten, dan moeten we die verantwoordelijkheid opnemen. We hebben dat ook effectief gedaan. Dat wil zeggen dat we door die optelsom netto 362 miljoen euro extra kunnen investeren. Netto betekent meeruitgaven min besparingen.

Er zijn concrete vragen gesteld, maar ik zal niet het hele debat uit de commissie hernemen. Als het gaat over SES-middelen en GOK-middelen, dan willen we evident dat die middelen gespendeerd worden aan hetgeen waarvoor ze bestemd zijn. Ook daarbij werden door een audit van het Rekenhof vragen gesteld.

Voor de focus op taal hebben we volgend jaar al in extra middelen voorzien. We starten met 3 miljoen euro en dat wordt een opstap in het kader van taalintegratie naar 12 miljoen in 2021, om dan verder door te groeien naar 20 miljoen euro recurrente middelen. Dat lijkt mij essentieel.

We hebben middelen. Die discussie is afgerond. We hebben dus middelen en nu moeten we kijken naar de wil. Ik ben dan heel blij dat we in de nasleep van de PISA-resultaten ook het engagement hebben van de koepels om mee te werken aan de ambitie om de onderwijskwaliteit te verhogen. Er zijn daarbij drie speerpunten in ons beleid: focus op taal, zorgen dat we onszelf een spiegel voorhouden door netoverschrijdende en Vlaanderenbrede proeven te houden, en het aanscherpen van de eindtermen, waarmee we de lat dus hoger leggen.

Ik denk dat we goed gestart zijn. We hebben de middelen en de wil om de lat hoger te leggen in het onderwijsveld. We nemen heel graag de hand aan van diegenen die ons de hand hebben gereikt op het vlak van de gedeelde ambities. Ik denk dat we met z'n allen wel vooruit kunnen raken. (Applaus bij de meerderheid)

Economie, Wetenschap en Innovatie

Dan komen we nu tot het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, onze economie doet het goed en houdt goed stand in de EU. Vlaanderen heeft echter een kleine en open economie. We moeten dus alert blijven. We hebben niet alles zelf in de hand. Tal van uitdagingen, zoals het energievraagstuk, de vergrijzing, de krapte op de arbeidsmarkt, de brexit en de digitale en technologische ontwikkelingen komen op ons af.

De Vlaamse Regering bouwt voort op de werven die voormalig minister Muyters is gestart. Dankzij wat in het Vlaams regeerakkoord is bepaald, zal de Vlaamse Regering vooral weer investeren. De lat ligt hoog en dus is het alle hens aan dek. Vlaanderen moet een innovatieleider worden en heeft de ambitie tot de top 5 van de kennisregio’s in de EU te behoren. Tegen het eind van de legislatuur moet minimaal 3 procent van het bbp aan onderzoek en ontwikkeling worden besteed. We investeren in een gunstig en constructief ondernemersklimaat. Vlaanderen omarmt de digitalisering en de innovatie. We initiëren de transitie naar een circulaire economie. De competitiviteit en de rechtszekerheid moeten worden gegarandeerd. Productiviteitsgroei is de basis van welvaartscreatie en competitiviteit. We willen een beleid op basis van feiten en cijfers. De subsidiestromen worden in kaart gebracht. Om jobs in kaart te brengen, moet de impact van investeringen in onderzoek en ontwikkeling worden gemeten. Tot slot willen we de burgers meer betrekken en het draagvlak voor wetenschap en innovatie vergroten.

Het economisch en maatschappelijk landschap verandert. Digitale technologieën, zoals het gebruik van big data, het internet of things en artificiële intelligentie hertekenen de industriële productie en de dienstverlening. Dit biedt opportuniteiten, maar er zijn ook tal van uitdagingen. Vlaanderen kan niet achterblijven. Om mee te kunnen en onze positie te versterken, moeten we zelfs versnellen.

Vlaanderen is het land van ondernemers. Gedreven ondernemers zijn de steunpilaren van de bloeiende, weerbare en robuuste economie. We staan garant voor een ondernemersvriendelijk beleid. De overheid moet een duidelijke, zekere, eenvoudige en stimulerende omgeving creëren. Daarbij moet bottom-up worden gewerkt. We ondersteunen ondernemingen actief doorheen iedere levensfase. Drempels moeten worden weggenomen en risico’s moeten worden beperkt.

Vlaanderen beschikt over tal van beleidsinstrumenten om ondernemers te ondersteunen en te versterken. De digitalisering biedt kansen om procedures te vereenvoudigen, betutteling tegen te gaan en administratieve rompslomp te beperken. De subsidies worden creatiever ingezet en de middelen worden geheroriënteerd. Zo heroriënteren we, bijvoorbeeld, meer economische steun naar innovatiesteun.

We moeten zelfbewust en veerkrachtig steeds uitgaan van ons eigen kunnen, onze creativiteit, ons vernuft en onze inventiviteit. We moeten met onze bescheiden middelen blijvend een voortrekkersrol vervullen voor innovatie, digitale transformatie en technologie. Innovatie en wetenschap zijn voor ons de motor voor meer welvaart en welzijn. Ze zijn cruciaal om oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen aan te reiken.

We leggen de klemtoon op een aantal principes. Excellentie is het eerste uitgangspunt. We moeten de verkokering tegengaan en inzetten op samenwerking over de disciplines heen. De speerpuntclusters zijn daar een goed voorbeeld van. Het aandeel van de industrie in de financiering moet een stijgende trend kennen. We moeten excellente projecten ondersteunen die er zonder die steun nooit zouden zijn.

De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de hervorming van de structuren en de procedures. Nu komt het erop aan daar goed gebruik van te maken. Onderzoek en ontwikkeling moeten ook een aantoonbare impact en return hebben. Onze investeringen moeten een maximaal effect hebben. Er is nog een hiaat in het overheidsinstrumentarium ten aanzien van onderzoek en ontwikkeling, namelijk de ondersteuning om een doorstart te maken en door te groeien. Dat moet worden aangepakt.

Als kleine regio kan Vlaanderen groot zijn en grenzen verleggen. Vlaanderen staat gekend om zijn werkijver, innovatiekracht en technologische vooruitgang. We mogen terecht trots zijn op wat we al hebben bereikt. Ook in de hedendaagse digitale wereld en data-economie kunnen we grenzen verleggen. Vlaanderen is vol zelfvertrouwen om de uitdagingen aan te gaan. We hebben tal van troeven om hoopvol naar de toekomst te kijken en uit te blinken. Dat komt niet vanzelf. Het vergt een inspanning van iedereen en vooral ook durf om vernieuwend te zijn, onszelf in vraag te stellen en innovatieve oplossingen aan te reiken. (Applaus bij de N-VA)

De heer Vanryckeghem heeft het woord.

Voorzitter, leden van de Vlaamse Regering, collega’s, de plannen van de Vlaamse Regering op het vlak van economie, wetenschap en innovatie bulken van de ambitie. Met een totaalbudget van ongeveer 1,78 miljard euro blijft de Vlaamse Regering een verhaal brengen van sterke investeringen in onze ondernemers en onderzoekers. Maar dat verhaal heeft natuurlijk nood aan een vernieuwde invulling; het tegendeel zou verbazen in een domein als innovatie en economie.

Het meest sprekende voorbeeld van die vernieuwing is het model van innovatiesteun dat een grondige update krijgt. We evolueren naar een missiegedreven innovatiebeleid. Dat betekent dat men met een geïntegreerde innovatieagenda maatschappelijke uitdagingen actief het hoofd wil bieden. Dat gaat zowel om de grote globale uitdagingen die bijvoorbeeld met klimaatverandering gepaard gaan, als om meer lokale bezorgdheden waarmee verenigingen en burgers dagelijks geconfronteerd worden.

Minister, met het model van de ‘quadruple helix’, waarmee niet alleen onderzoekers, ondernemers en overheid maar ook burgers participeren in het innovatiebeleid, hijsen we iedereen aan boord om onze samenleving innovatiegericht te maken en mee te werken aan oplossingen van morgen. Innovatie als motor voor onze productiviteit en groei is echter niet enkel een kwestie van modellen, maar ook van centen. Het is daarom hoopgevend dat u 10 miljoen euro extra aan investeringen vrijmaakt voor onderzoeksinfrastructuur en 20 miljoen euro nieuwe beleidsmiddelen voor onderzoek en ontwikkeling. Over de hele legislatuur levert dat de mooie som van 195 miljoen aan investeringen in infrastructuur voor onderzoek en ontwikkeling op, alsook 250 miljoen recurrente beleidsmiddelen in 2024.

Met een combinatie van een vernieuwd innovatiemodel en de nodige financiële middelen geeft de regering alvast aan hoe ze de ambitieuze doelstelling om tot de top vijf van meest innovatieve regio’s van Europa te behoren, zal waarmaken.

In de beleidsnota worden zes transversale strategische doelstellingen opgesomd die uw beleid gestalte zullen geven. De tijd ontbreekt om deze allemaal uitvoerig te bespreken, ik zal dan ook de doelstelling kiezen die me het meest aan het hart ligt: het lokaal ondernemerschap laten bloeien.

E-commerce heeft ons als consumenten enorme voordelen opgeleverd op het vlak van toegankelijkheid van producten, maar het is geen geheim dat veel van onze handelaars moeite ondervinden met deze concurrentie. Ik ben blij dat u de keuze maakt om onze ondernemingen te wapenen door ook hen de digitale tools te bieden om de consument op een gemakkelijke manier te bereiken, maar tegelijk wilt inzetten op de Unique Selling Point (USP) van onze ondernemers. De naam van het beestje durft al eens te wijzigen, van levendige over bedrijvige tot zelfs bruisende kernen.

Maar de essentie is natuurlijk dat onze handel in de kernen ingebed is in een ruimer geheel van diensten, gaande van horeca over shopping tot cultuur. Ik kijk dan ook bijzonder uit naar uw strategieën om lokaal kopen in de verf te zetten. De winkelhieren-campagne van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO), met als sluitstuk de verkiezingen van ‘winkelhieren’ als woord van het jaar, maakt alvast duidelijk dat er bij onze ondernemers een grote vraag is naar ondersteuning. Ik reken daarvoor alvast ook op de aangekondigde inspanningen om een Europese koploper te worden op het vlak van slimme regio’s. Vlaanderen moet hier echt aan de kar trekken en lokale overheden overtuigen om eindelijk de sprong te maken naar slimme toepassingen waarmee ze hun beleid, waaronder uiteraard het handelsbeleid, meer kunnen afstemmen op de verzamelde data.

Zonder kwaliteitsvolle data blijft het vechten met de handen gebonden, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat u alvast de handen uit de mouwen zult steken en hier snel werk van zult maken.

Daarnaast begrijpen we uiteraard de keuze om de besparingen binnen Economie, Wetenschap en Innovatie op de economische subsidies te plaatsen en zo weinig mogelijk op onderzoek en innovatie. We begrijpen dan ook dat een omvangrijk instrument zoals de kmo-portefeuille een deel van de lasten moet dragen, maar de kmo-portefeuille blijft met een budget van 40 miljoen euro in 2020 een belangrijk instrument voor het aanmoedigen van kmo’s om bijscholing of extern advies in te kopen.

Met de aangekondigde maatregelen keren we terug naar de enveloppe van 2014-2015. Het is en blijft de visie dat competenties een cruciale factor zijn voor het succes van een klein of jong bedrijf. U maakt de keuze om hier sterk op te blijven inzetten en om de kleinste bedrijven een extra duwtje te blijven geven.

Er komt meer selectiviteit in de onderwerpen die kunnen worden gesteund. Bedoeling is om bedrijfseconomisch niet relevante zaken actief te weren.

Ik ben ervan overtuigd dat kleine bedrijven steeds beter de weg vinden naar innovatiesteun, iets waarop u niet zult besparen, minister. Het is daarnaast ook belangrijk om naar andere belangrijke budgetlijnen te kijken, specifiek voor kleine bedrijven waarin u niet bespaart, met 30 miljoen euro voor het ondernemerschap, 12,5 miljoen euro voor de kmo-groeisubsidie en 10 miljoen euro voor de hinderpremie voor lokale ondernemers die zich moeten aanpassen door openbare werken.

Bedankt, minister, voor uw sterk werk en uw ambitie binnen het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI). We zijn daarin dan ook graag uw partner. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Minister, ik heb deze week iets gehoord over uw man. Uw man kan verschrikkelijk goed koken. U zei dat op de radio. Ik vond dat geweldig interessant en u vertelde over de dingen die hij tijdens de kerstdagen zou klaarmaken. Ik moet eerlijk zeggen dat het water mij in de mond liep. Dat is exact hetzelfde gevoel dat ik krijg als ik naar uw toekomstige plannen voor de economie van Vlaanderen kijk. Ik ben er zeker van dat u de perfecte kok zult zijn, net als uw man, om de economische taart te bakken die de toekomst, de welvaart van Vlaanderen, zal veiligstellen. Ja, een mooie metafoor. (Applaus bij de meerderheid)

Net als een goede kok, durft u daarbij keuzes te maken. U zet volop in op onderzoek en ontwikkeling. Er gaat de volgende jaren meer dan 250 miljoen euro naar innovatie, dat is geweldig veel geld. Met die middelen zullen we eindelijk in de buurt van 1 procent komen, die fameuze 1 procentnorm. Misschien bereiken we hem zelfs, maar we komen alleszins in de buurt. Dat is fantastisch. Ik heb de voorbije jaren enorm veel ondernemers gezien, kleine bedrijven, grote bedrijven, ondernemers in de zorg, en die hameren allemaal op hetzelfde, namelijk op het belang van innovatie. Als je dat als economie niet doet, dan blijf je stilstaan. Dat is ontzettend belangrijk.

En we hebben echt fantastische bedrijven, bedrijven die in heel veel verschillende domeinen in de Champions League spelen. Dat is echt geweldig en we moeten dat verder stimuleren. Luister vooral niet, minister, naar de supporters en soms zelfs de hooligans aan de zijlijn, zoals de heer D’Haese, die constant beweren dat de bedrijven niets bijdragen en dat de bedrijven er alleen zijn om cadeaus te ontvangen. Dat is dus niet waar. Kijk naar eender welke lokale begroting. U zult zien dat de bedrijven het meest bijdragen. De Bel-20-bedrijven droegen de voorbije jaren 8 miljard euro bij aan belastingen. Zeg niet dat bedrijven geen belastingen betalen, dat ondernemers niets bijdragen. Dat is pertinent onwaar.

Ik denk dat er al een ding is – en daarmee zal ik afronden om eventueel toch in aanmerking te komen voor de prijs –, dat u de volgende jaren enorm moet stimuleren en dat is lokaal ondernemerschap. Lokaal ondernemerschap is het bindmiddel in die sterke taart die u zult moeten bakken. Net zoals ik weet u dat lokale ondernemers het moeilijk hebben. Ze zijn ook zoveel meer dan de producten, de schoenen, de kleren, de machines, die we van hen kopen. Lokale ondernemers zorgen voor het leven in de stad, voor de kerstverlichting, voor de sponsoring van de Chirofuif. Zij zijn echt enorm belangrijk voor het sociaal weefsel van onze economie. We moeten dat de volgende jaren volop stimuleren en u weet net zoals ik dat zij het moeilijk hebben.

Onze kmo’s kreunen onder de internationale handelsoorlogen, onder de arbeidskrapte, onder de nog steeds hoge loonlasten. Onze lokale winkels zien elk jaar 8 miljard euro aan winkelomzet verloren gaan aan het buitenland. Die gaat naar buitenlandse webshops. En ik heb niets tegen webshops, ook niet tegen buitenlandse – ik koop daar ook soms dingen op –, maar ik heb wel iets tegen buitenlandse webshops die op een oneerlijke manier concurreren met onze lokale ondernemers. Dat moeten we stoppen en we moeten zorgen dat lokale ondernemers volop gestimuleerd worden in hun fygitale ontwikkeling. Fygitaal is de combinatie van fysiek en digitaal.

En als u erin slaagt om de bindkracht van lokaal ondernemerschap sterker te maken, dan ben ik er zeker van dat de welvaart van de economie verzekerd is in Vlaanderen. Op basis van deze kleine ode, kunt u er zeker van zijn dat onze fractie u daarin volop zal ondersteunen.

Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.