U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2020, het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2020 en het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

De heer Muyters, verslaggever, heeft het woord.

Collega's, er wordt mij de eer gegund om een verslag te brengen van de besprekingen in de commissie Financiën en Begroting. Ik kan niet anders dan hiervoor wat minuten te gebruiken. Ik begin met een inleiding.

In de commissie is naar voren gebracht dat vanaf de begroting 2020 de begrotingsdocumenten worden opgesteld conform de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën. Op 8 en 10 oktober was er in de commissie ad hoc al een gedachtewisseling geweest over de krachtlijnen van de Vlaamse begroting. We hebben op 8 november zo goed als alle begrotingsdocumenten gekregen, wat op zich een huzarenstukje kan worden genoemd. Ook de begrotingsaanpassing 2019 is in dezelfde periode afgehandeld. De commissie heeft op 12, 19 en 26 november en op 3 en 10 december vergaderd. We hebben alle stukken die voorlagen, besproken met de betrokken ministers.

Ik breng graag verslag van de verschillende vergaderingen. Op 12 november hebben we een toelichting gekregen van minister Matthias Diependaele. Als hoofdlijnen heeft hij naar voren gebracht dat er een verhoging is van het investeringsritme van de Vlaamse overheid van 1,65 miljard euro extra investeringen, maar ook dat er een investeringscapaciteit wordt gecreëerd bij de lokale besturen. Hij heeft een overzicht gegeven van de extra investeringen tijdens deze legislatuur. Hij heeft ook uitgelegd dat die extra investeringen in het begin van de legislatuur wat lager zijn omdat zulke investeringen realiseren, tijd vergt. Zo worden in 2020 nog veel investeringen uitgevoerd die in gang zijn gezet door de vorige regering. De minister gaf als voorbeeld Mobiliteit en Openbare Werken, waar in totaal 635 miljoen euro extra wordt geïnvesteerd gedurende deze zittingsperiode. De aannemers zijn dit jaar ook nog bezig met de investeringen waartoe de vorige regering heeft beslist. Boven op de investeringen die al genoemd zijn, is er nog 550 miljoen euro voorzien voor nieuwe beleidsruimte. Die middelen gaan onder andere naar Fiscaliteit, een Warm Vlaanderen, Excelleren en Omgeving.

De minister geeft ook aan waarom 2020 een moeilijk begrotingsjaar is. Ten eerste is er de genoemde afrekening van de Financieringswet. Door de terugval van de economische groei is er 272 miljoen euro minder ontvangsten. Ten tweede is er de federale taxshift die in 2020 alleen al 271,9 miljoen euro minder ontvangsten met zich meebrengt. Als je het totaal van de taxshift in 2020 berekent, dan is de kostprijs 800 miljoen euro. Daarnaast zijn er een aantal collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) op kruissnelheid gekomen, wat 173,2 miljoen euro extra kost. De hervorming van de woonfiscaliteit heeft tot gevolg dat de registratierechten nu al verlaagd worden, terwijl de afschaffing van de woonbonus pas in de toekomst een tegengewicht zal bieden, en kost daardoor 140 miljoen euro extra. Het gevolg van dat alles zou zijn dat er 857,7 miljoen euro moet worden opgevangen. Het tekort op de begroting bedraagt dan 431 miljoen euro en er is een negatief vorderingssaldo van 622,858 miljoen euro.

De minister haalt nog aan dat Oosterweel buiten de begrotingsdoelstellingen wordt gehouden. Hij gaat dan wat dieper in op de manier waarop die netto beleidsruimte met bijna 554 miljoen wordt ingevuld in 2020. Voor de verlaging van de registratierechten is dat 140 miljoen euro en voor Warm Vlaanderen is dat 112 miljoen euro. Er gaat 76,5 miljoen euro naar Welzijn, onder andere voor extra plaatsen voor personen met een handicap, maar ook voor betaalbare ouderenzorg en kinderopvang. Er gaat 23 miljoen euro extra naar Wonen, 12 miljoen euro naar Justitie en voor Excelleren is er al 79,7 miljoen euro extra voorzien. Voor de lokale besturen wordt 170 miljoen euro extra ingezet, onder andere met de overname van een deel van de responsabiliseringsbijdrage, maar ook de financiering van de open ruimte en het groeiritme van het Gemeentefonds met 3,5 procent moet je daar nog bovenop rekenen. De minister zegt dat er voor Mobiliteit 13,2 miljoen euro extra wordt uitgegeven en voor Omgeving 25,8 miljoen euro. Er is nog een restcategorie met de domeinen Buitenland, Cultuur, Toerisme, Sport en Dierenwelzijn.

Op de vergadering van 19 november lichtte de minister zijn beleidsnota toe. We hebben het dan in eerste instantie gehad over de fiscale beleidsdomeinen met de woonfiscaliteit, de afschaffing van de woonbonus en de verlaging van het verkooprecht. We hebben het gehad over de verkeersfiscaliteit, over de erf- en schenkbelastingen, met de dubbellegaten en de vriendenerfenis, en over specifieke Vlaamse belastingverminderingen, de wijzigingen in de dienstenchequeregeling en de jobbonus.

Ik wil de conclusie van de beleidsnota nog meegeven. De minister concludeert dat Vlaanderen de ambitie moet hebben om zijn begroting op orde te hebben en daarom worden de nodige hervormingen doorgevoerd, zegt hij, niet om te besparen, maar omdat de overheid de plicht heeft om zichzelf en haar beleidsmaatregelen voortdurend in vraag te stellen: haalt men vandaag nog de doelstellingen met het beleid van gisteren? De woonbonus is daar een goed voorbeeld van. Het doel is uiteindelijk om geld vrij te maken om te investeren in de toekomst.

Er werd die dag ook nog een toelichting gegeven over de meerjarenraming 2019-2024. De minister legde ons uit hoe de ontvangsten zijn opgesteld en hoe de verdeling over de uitgaven is. Hij bracht ook de nieuwe recurrente beleidsimpulsen beter in beeld met de extra investeringen, met de hoeveelheid geld die naar de lokale besturen gaat, maar ook met investeringen in Onderwijs en Vorming, Welzijn, Onderzoek en Ontwikkeling en Mobiliteit.

De minister sloot af met een woordje over de schuld. Het laatste onderdeel over de meerjarenraming ging over die schuld. Hij toonde een tabel over de toename van de geconsolideerde schuld tot 58 procent ten opzichte van de ontvangsten van de Vlaamse Gemeenschap. Daarmee blijven wij volgens de minister onder de vastgestelde norm van 65 procent.

Daarna volgt een bespreking van de meerjarenraming. Collega Van dermeersch informeert daarbij naar het aandeel van Justitie. De minister antwoordt dat die middelen onder het beleidsdomein Welzijn te vinden zijn. Collega Rzoska stelt verschillen vast tussen de cijfers bij ongewijzigd beleid in de algemene toelichting en de presentatie van 19 november. Hij zegt ook de indruk te hebben dat de regering soms uitgaat van de voor haar meest gunstige positie en pleit voor helderheid. Ook andere collega’s van de commissie komen nog tussen.

Dan ga ik over naar de vergadering van 26 november. Daar wil ik wat langer blijven stilstaan, omdat dat gaat over het verslag van het Rekenhof, dat door raadsheer Jan Debucquoy naar voren wordt gebracht. Het Rekenhof stelt dat het basisprincipe van gezonde openbare financiën het volgende is: niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Als men toch meer ontvangt dan uitgeeft, is het niet de bedoeling om overschotten op te potten, maar wel om die in te zetten voor nieuw beleid of terug te geven aan de mensen. Als men meer uitgeeft dan er binnenkomt, moet men de moed hebben om bijkomende ontvangsten te zoeken, zegt de raadsheer. Als men minder ontvangsten wenst, moet men de moed hebben om te besparen in de uitgaven. Het Rekenhof is geen groot voorstander van schuldopbouw, want daarmee sluist men de factuur door naar de volgende generatie. Het Rekenhof stelt ook begrip te hebben voor de omstandigheden waarin de voorliggende begroting tot stand kwam.

Dan komen we meer tot de inhoud. Als we naar het vorderingensaldo kijken, blijkt dat er geen evenwicht zal zijn de komende jaren. De raadsheer toont ook de actuele cijfers met betrekking tot de geconsolideerde schuld. Hij bevestigt dat de schuld blijft stijgen, zij het met respect voor de schuldnorm. De enige aanbeveling van het Rekenhof daarover is dat men budgettaire meevallers, zoals een betere groei dan geraamd, zou gebruiken voor schuldafbouw. Het Rekenhof is zich er ook van bewust dat de schuld relatief is, omdat een groot deel slaat op vermarktbare activa, in het bijzonder de leningen van de sociale huisvesting.

We hebben het dan ook nog gehad over het verstrengde Europese toezicht. Het Rekenhof heeft ook een aantal positieve elementen weergegeven inzake de begroting. Het noemt als goede punten dat de meerjarenraming sneller is ingediend en dat het voor het eerst is dat dat gebeurt. Positief is ook dat er heel wat transparantie wordt geboden, ook over het meerjarentraject van de besparingen. De ontvangsten uit de Bijzondere Financieringswet en de gewestelijke belastingen worden volgens de raadsheer correct en voorzichtig geraamd. Ook positief is de opstap naar een prestatiebegroting. Een stap vooruit is eveneens de betere koppeling van de beleidsinformatie.

De commissie heeft het dan over een iets meer technische zaak, de overflow.

Hoewel het begrotingsdocument in zijn geheel als heel transparant kan worden beschouwd, schuift het Rekenhof toch een aantal aandachtspunten naar voren. Om te beginnen moet duidelijker worden gedefinieerd welke uitgaven of basisallocaties vallen onder Onderzoek en Ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor de evolutie over de jaren heen van de overheidsinvesteringen, maar daarover wordt met de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) een oefening uitgewerkt, samen met de administratie Begroting. Verder wordt in de begroting Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) minder toelichting gegeven bij de investeringen dan in die van steden en gemeenten. Daarom pleit het Rekenhof ervoor dat het geïntegreerd investeringsprogramma gelijktijdig met de begroting bij het parlement zou worden ingediend.

Wat de uitgaven betreft, kijkt het Rekenhof altijd na of er voldoende kredieten zijn voor de verplichte uitgaven. Vergeleken met de voorgaande jaren heeft het deze keer weinig opmerkingen, behoudens twee aandachtspunten.

Het eerste aandachtspunt betreft het beleidsdomein Welzijn, met de raming van de kredieten voor het persoonsvolgend budget (PVB) gelet op de groeiende instroom van begunstigden in het kader van de automatische toekenning, met het onvoldoende betaalkrediet voor de reeds vastgelegde investeringssubsidies in het kader van de klassieke financiering van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA), met de ontbrekende kredieten in het groeipakket voor regularisaties, en met het ontbreken van het krediet in de kinderopvang voor de gelijkschakeling van de inkomensgerelateerde opvangplaatsen, waarvoor men nochtans in 36,6 miljoen euro zou voorzien over zes jaar.

Het tweede aandachtspunt van het Rekenhof is de culturele infrastructuur. Het gaat om de reeds genomen engagementen voor de vernieuwing van de cultuurhuizen. De optelling van de reeds genomen verbintenissen en geplande beleidskredieten komt niet overeen met de meerjarenraming. Het Rekenhof stelt dat dat uitgeklaard moet worden.

De minister reageert op het rapport van het Rekenhof. Hij belooft of geeft in elk geval de intentie weer om grondig rekening te houden met de opmerkingen van het Rekenhof. Hij stelt vast, samen met een aantal leden van de commissie, dat het Rekenhof mild is in zijn beoordeling en zegt dat de begroting kan worden gezien als zeer sterk. Hij betreurt dan ook dat sommigen gewagen van een valse begroting. Verder stelt de minister vast dat het Rekenhof bevestigt dat de regering de juiste parameters gebruikt. De regering blijft er volgens hem van overtuigd dat Oosterweel buiten de begrotingsdoelstelling kan worden gehouden. Anderzijds is het niet haar intentie om de investering buiten het saldo te houden. We kennen de argumentatie daaromtrent. De minister haalt nog aan dat de Europese Investeringsbank 1 miljard euro leent, wat de erkenning impliceert dat het om een cruciale investering gaat.

Volgens de minister is de Vlaamse schuld slechts voor een zeer klein deel te wijten aan meer uitgeven dan er binnenkomt. Dat is een paar keer gebeurd, maar het grootste deel van de Vlaamse overheidsschuld komt voort uit investeringen. Als voorbeeld vermeldt hij de machtigingen voor sociale woningen.

In de bespreking heeft collega Rzoska het over de overflow, de fiscale regularisatie die veel minder opbrengt dan verwacht, en de analyse van de extra geldstroom naar steden en gemeenten. Daar vindt hij het verslag van het Rekenhof interessant. Het Rekenhof pleit voor een integratie in het decreet Gemeentefonds. Er wordt gevraagd of het parlement op het Rekenhof een beroep kan doen om dat verder te objectiveren. De heer Rzoska stelt in verband met Oosterweel vast dat de vordering enorm fluctueert.

Collega Rousseau heeft het over de onderbenutting. Hij vraagt hoeveel middelen volgens het Rekenhof bijkomend nodig zijn in het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) om de verwachte instroom via automatische toekenning op te vangen. Hij heeft het ook over hoe de begroting rekening moet houden met de verre toekomst.

Volgens collega Van dermeersch zou er een heel grote hervorming nodig zijn. Zij vindt daarover weinig terug. Zij spreekt ook over de risico’s van de harde brexit en de schuldengroei, die meer tot voorzichtigheid zouden moeten nopen.

Collega Schiltz en ikzelf komen ook nog tussen, waarna de replieken van de raadsheer van het Rekenhof volgen.

Met betrekking tot de overflow haal ik enkel zijn conclusie aan. Tot op heden is bekend dat die overflow correct berekend is. Wat de mildheid betreft, zegt het Rekenhof dat het altijd streng maar eerlijk en correct is. Wat de impact van Oosterweel op het vorderingssaldo betreft, wijst de raadsheer erop dat de voortgang van een dergelijk complex werk in een dichtbevolkt gebied moeilijk is in te schatten omdat er voortdurend hinderpalen opduiken en dat de fluctuaties louter en alleen te maken hebben met al te optimistische inschattingen in het verleden. De methodiek zelf is onveranderd, verzekert hij, en de nieuwe einddatum van 2030 lijkt hem realistisch. Over de onderbenutting zegt de raadsheer dat met de vorige minister van Financiën en Begroting een methodologie is afgesproken. Daarbij mag rekening worden gehouden met een hogere onderbenutting van de kredieten voor nieuw beleid. Het Rekenhof stelt voor 2020 vast dat er 130 miljoen euro bij komt en schuift als aandachtspunt naar voren om de komende jaren de berekening van de onderbenutting consistent te houden. Wat betreft de meerjarenraming heeft het Rekenhof geen opmerkingen over de middelen, die volgens de raadsheer voorzichtig en correct geraamd worden.

De hoofdopmerking over de budgettaire gevolgen van de automatische toekenning van het persoonsgebonden budget betreft de kwaliteit van de toelichting en hij stelde voor om het uit te klaren tegen de begrotingsaanpassing, iets wat gisteren uiteindelijk ook voorgesteld is bij de motie. In de groeiraming van het Planbureau wordt wel degelijk rekening gehouden met een harde brexit. Ook de groeivertraging in China zit in de economische parameters.

Ook de minister antwoordt op de gegeven opmerkingen. Hij deelt de frustratie van collega Rzoska over de fluctuerende Oosterweelcijfers. Wanneer de facturen gaan binnenkomen, is altijd een inschatting, stelt hij. Hij bevestigt de berekening van de onderbenutting waarbij gekeken wordt naar de laatste drie jaar, maar zegt toch dat er in het begin van de bestuursperiode meer nieuw beleid is waardoor er een grotere onderbenutting is.

Over de automatische rentetoekenning in het VAPH zegt hij dat er ongeveer 80 miljoen euro extra nodig zou zijn, maar er is ook een uitstroom ter waarde van 40 miljoen euro, onder meer door overlijdens. Daaraan komt de inschrijving van een krediet van 40 miljoen euro voor nieuw beleid dan tegemoet.

Collega Van Rompuy heeft het nog over de overkapping van de Oosterweel voor 109 miljoen euro, waar de raadsheer van het Rekenhof antwoordt dat dat een historisch compromis tussen de actiegroepen, de stad, de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) en de Vlaamse Regering is, en dat er in 2020 ruim 100 miljoen euro in dit fonds beschikbaar zal zijn. Collega Van Rompuy spreekt ook nog over het feit dat de middelen pas op het moment dat ze uitgegeven worden als zodanig in de begroting verwerkt worden.

Dan krijgen we de voortzetting van de begrotingsbesprekingen. Collega Van Peteghem heeft het over de jobbonus, waar hij stelt dat de KU Leuven een berekening gemaakt heeft waar men niet op 350 miljoen euro voor de jobbonus uitkomt, maar op 170 of 180 miljoen euro. De collega heeft het ook over de bestfriendsregeling en vraagt of een goed doel ook geen goede vriend zou kunnen zijn. Hij vraagt ook of bij de onroerende voorheffing het voordeel van de kinderlast niet verdeeld kan worden over co-ouders, wat geen financiële impact heeft.

Collega Van dermeersch heeft het onder meer over het feit dat ze erbij blijft dat voor de afbouw van de federale schuld een structureel plan nodig is.

Collega Rzoska heeft het moeilijk om de forfaitaire verhoging van de onderbenutting te beoordelen. Hij heeft ook vragen bij de aangekondigde subsidiedatabank en vooral wat daar juist mee moet gebeuren, en gaat ook dieper in op de verkeersfiscaliteit. Hij zegt ook dat het erop lijkt dat de minister met de optimalisatie van de extra investeringsmiddelen die verkeersfiscaliteit wil binnenhalen via de kilometerheffing op de vrachtwagens.

Collega Schiltz vraagt een toelichting bij de 10,3 miljoen euro extra inkomsten uit terugverdieneffecten voor de verhoging van de werkzaamheidsgraad.

Collega Van Rompuy heeft het over de investeringsnorm en de subsidiedatabank, waar hij vooral vraagt of die ook naar de privacywetgeving voldoende zekerheid biedt.

Collega Rousseau wil weten voor hoeveel gemeenten Vlaanderen de heffing op verkrotting en ongeschikte woningen int. Hij heeft het over de belasting op spelen en wedden en vraagt of de minister ook bereid is om de grondslag en de inning fundamenteel te hervormen. Hij heeft het onder meer ook over de onderbenutting.

Ikzelf heb het dan nog gehad over de verkeersbelasting, over het groeipakket en over de automatische toepassing van de vrijstelling van onroerende voorheffing voor sportinfrastructuur.

Collega Coel pleit ervoor dat er een samenwerking komt tussen de regering en het parlement bij de uitwerking van de prestatiebegroting. Hij heeft ook een aandachtspunt voor het streven naar ontkokering van de administratie.

Collega Smeyers geeft een suggestie mee over het bijsturen van het topstukkenbeleid. Vandaag is er een mogelijkheid om aan de erfbelasting te voldoen door kunstcollecties te schenken, maar die wordt slechts beperkt gebruikt. Zij doet daar een voorstel over. Ze heeft het ook over het reeds genoemde voorstel van de vzw’s als beste vriend, maar vraagt om geen nieuwe achterpoorten te creëren. 

Ze signaleert ook dat het nuttig zou zijn om een verplichte registratie te doen van om het even welk testament. Ten slotte vindt ze het voorstel om bij echtscheiding het voordeel van fiscaal co-ouderschap ook te verdelen bij de onroerende voorheffing en niet alleen in de personenbelasting, een goede suggestie van de collega.

De minister repliceert over de jobbonus dat het de bedoeling is van de Vlaamse Regering om effectief 350 miljoen euro uit te trekken. Over de goede doelen als de bestfriendsregeling wijst de minister erop dat de afschaffing van de duolegaten niet tot doel heeft het schenken en vererven naar goede doelen tegen te gaan, maar wel het perverse effect dat verbonden is aan de huidige regeling. Hij zegt dat zal worden bekeken met hoeveel het tarief om te vererven naar goede doelen zou kunnen worden verlaagd.

Hij erkent het probleem van de verdeling van het voordeel van de kinderlast ten aanzien van de onroerende voorheffing bij co-ouderschap.

Dan repliceert de minister op opmerkingen van collega Van dermeersch over de groei- en inflatievooruitzichten.

De minister reageert ook op Björn Rzoska. Hij zegt dat voor het onderbenuttingspercentage beter een cyclus bekeken zou worden, en of dat daar bij de start van een regering niet verder gegaan kan worden.

Op de verkeersbelasting gaat hij veel dieper in. Ik stel echter voor dat jullie dat lezen in het verslag.

Hij reageert op collega Peter Van Rompuy over de subsidiedatabank, die vooral moet toelaten om per ontvanger in kaart te brengen welke subsidies worden toegekend.

Hij heeft het ook over de leegstandsheffing en over de belasting op spelen en weddenschappen, waar hij op vraag van collega Rousseau wil ingaan op een aanpak ten gronde. Hij duidt er wel op dat er een samenspraak moet zijn tussen de verschillende gewesten.

De kritiek van collega Smeyers over het topstukkenbeleid noemt hij terecht.

Dan zijn er nog slotbeschouwingen van mezelf en collega Rzoska. De eerste slotbeschouwing van mezelf is dat de begrotingsopmaak een sterk werkstuk is, zo hebben we kunnen begrijpen uit wat het Rekenhof naar voren heeft gebracht. Ik spreek ook vanuit mijn fractie de bewondering uit voor de 1,6 miljard extra investeringen en de extra middelen die ter beschikking staan van de steden en gemeenten. Ik zeg ook dat de N-VA-fractie blij is dat de begrotingsdiscipline niet wordt losgelaten. Ik haal nog een aantal punctuele zaken aan. Afsluitend feliciteer ik de minister, zijn ploeg en zijn administratie en de hele Vlaamse Regering.

Collega Rzoska vindt dat hij zijn beschouwingen het best reserveert voor het plenaire debat, maar vond het toch nodig om het positieve verhaal dat ikzelf bracht, wat te counteren. “In 2020 alleen al”, zegt hij “bespaart de huidige regeringsploeg immers al meer dan ze terug investeert. Het gaat daarbij over zo’n 700 miljoen euro.” Hij zegt ook dat de huidige begrotingsdiscussie hem het gevoel heeft opnieuw in 2014 beland te zijn. Ook toen waren er namelijk contextuele gegevens, zoals de slechte economische toestand, een federale taxshift en de op stapel staande fiscale hervormingen.

In het verlengde herinnert hij eraan dat de huidige minister van Financiën in zijn vorige functie de overtuiging uitsprak dat de te nemen maatregelen ertoe zouden leiden dat men er in 2019 budgettair veel beter aan toe zou zijn, wat dus duidelijk niet het geval is, stelt hij.

Wat de investeringen betreft, vraagt hij om een zicht te krijgen op de investeringen in de vorige legislatuur. Hij heeft een antwoord gekregen van de minister dat er in totaal 2,2 miljard euro geïnvesteerd zou zijn. De vooropgestelde 1,6 miljard euro tussen 2019 tot 2024, is dus minder dan in de vorige regering, stelt hij.

Hij stelt ook vast dat er behoorlijk wat besparingen worden doorgevoerd. Een en ander komt trouwens goed overeen met de eerste besparingstabel van Zweeds I, zoals hij het noemt. Hij vernoemt daarbij de ‘tabel-Algoed’, die retrospectief gezien heel sterk overeenkomt met de besparingen die in de afgelopen legislatuur werden doorgevoerd.

Hij stelde ook nog een aantal vragen aan de minister rond de verkeersbelasting en ten slotte over de participatie in Ethias.

Daarop volgde de slotrepliek van minister Diependaele. Hij was het niet eens met de vergelijking van collega Rzoska tussen de voorliggende begroting en die van 2014. Door een aantal accidenten moest de meerjarenraming voor 2020 vrij plots neerwaarts worden bijgesteld: de economische groei, de inflatieverwachtingen en de taxshift. Maar op zich wordt de begroting door dit alles niet fundamenteel aangetast, wat in 2014 wél het geval was. Toen was er de zesde staatshervorming, die een impact van 2 miljard euro had. De impact van een en ander was toen dus veel groter. Het verschil ten gronde met de voorliggende begroting, is dat er nu keuzes gemaakt worden.

De minister ziet drie grote lijnen doorheen heel de begroting. Vooreerst is het een kwestie van gezond boerenverstand om niet meer uit te geven dan er binnenkomt. Ten tweede is er de moed om te hervormen door het eigen beleid in vraag te stellen, met als voorbeeld de woonbonus. Ten derde is er de durf om te investeren in de toekomst. Voor de minister is het duidelijk dat het investeringspeil van de Vlaamse overheid omhoog moet.

Er volgde een dankwoord aan het Rekenhof door commissievoorzitter Jos Lantmeeters.

Op de vergadering van 3 december zal ik niet dieper ingaan. We hebben dan de beleidsnota van minister-president Jambon behandeld inzake Algemeen Regeringsbeleid, ICT en Facilitair Management en de beleidsnota van minister Demir inzake Justitie en Handhaving. Aangezien de andere beleidsnota’s hier vanop het spreekgestoelte niet worden toegelicht, zou ik dat ook willen overslaan.

Zo kom ik bij de laatste bespreking, die van 10 december, waar de laatste vragen- en antwoordenronde met minister Diependaele gehouden werd. Björn Rzoska had opnieuw een vraag over de inkomsten uit de kilometerheffing op vrachtwagens en de ratio achter de tariefaanpassing en de Werkvennootschap. Hij stelde dat de Werkvennootschap via btw-recuperatie vanaf 2022 kan rekenen op 75 miljoen euro per jaar. De vraag was wat er met die extra middelen gedaan zou worden.

Collega Van dermeersch had het over de responsabiliseringsbijdrage en het effect daarvan op de stad Antwerpen. Ze vroeg of het klopt dat de Raad van State daarin een bevoegdheidsprobleem zag.

Collega Vande Reyde had het eveneens over de responsabiliseringsbijdrage. Die loopt tot 2024. Hij vroeg of er een engagement was om de bijdrage na 2025 voort te zetten.

Minister Diependaele antwoordde uitgebreid betreffende de kilometerheffing en de responsabiliseringsbijdrage. Op de opmerking van de Raad van State zei hij dat aan de federale bevoegdheid om aan de aansluiting op het pensioenstelsel, een bijdrageplicht of een berekeningswijze op te leggen niet geraakt zou worden. Ze waren dus binnen de bevoegdheid gebleven die de Vlaamse Regering heeft. Hij stelde dat er geen einddatum voorzien was voor het gedeeltelijk overnemen van de respobijdrage.

We hebben nog kennisgenomen van de verslagen van de vakcommissies en een artikelsgewijze bespreking gehouden, met ook een debat over de verschillende voorstellen en amendementen van sp.a. Die kan men allemaal terugvinden. Ik ben er trouwens van overtuigd dat die vandaag opnieuw aan bod komen. Ik zou hier mijn tussenkomst willen beëindigen. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen, sp.a en de PVDA)

Zijn er verslaggevers van het ontwerp van programmadecreet bij de begroting 2020 die het woord vragen? Dat hoeft niet, voor alle duidelijkheid, maar het mag wel. (Neen)

Dan geef ik graag het woord aan de heer Vandaele. Of wilde u nog iets zeggen, minister Diependaele?

Minister Matthias Diependaele

Voorzitter, ik zou twee technische correcties willen vragen in het ontwerp van decreet houdende de uitgavenbegroting 2020. De artikelen 31 en 33 op pagina 43 en 44 zijn identiek. Artikel 33 mag dus geschrapt worden. En op pagina 181, bij ‘Titel III. Aflossing schuld’, wordt tweemaal ‘VAK’ gebruikt. De tweede keer moet dat ‘VEK’ zijn. Dat zijn twee kleine typfoutjes, die puur technisch gecorrigeerd kunnen worden, zonder amendement.

Is het parlement het daarmee eens? (Instemming)

De heer Vandaele heeft het woord.

Collega, u hebt vijftien minuten het woord. Mag u onderbroken worden?

Liever niet, voorzitter. Nadien is er alle tijd voor een gezellig debat.

Collega’s, we naderen het einde van het jaar. Donkere avonden, lange nachten, een periode van weemoed… (Gelach)

… waarin de fantasie wordt geprikkeld en fictieve personages hun opwachting maken: Sinterklaas, de Kerstman, bebaarde mannen die zomaar geschenkjes en snoep uitdelen. Dat komt alleen in sprookjes voor. En zelfs als je weet dat Sinterklaas niet bestaat, vind je het nog altijd leuk om te doen alsof je het wel gelooft, zodat je die cadeautjes toch nog krijgt.

Sommige partijen, collega’s, blijken nog in Sinterklaas en in sprookjes te geloven. Het is niet de stijl van de N-VA om sprookjes te vertellen. Dat is ook niet de stijl van de beleidsnota’s of van de budgetten die hier voorliggen. Wij geloven niet in sprookjes, maar we kunnen er wel lessen uit trekken.

Onze minister-president vergelijken met een varken, kan oneerbiedig klinken, maar ik ga het toch doen. We kennen het verhaal van de drie biggetjes. Het ene bouwt zijn huis in stro, het andere in hout, het derde in steen. Welnu, onze minister-president heeft een en ander gemeen met dat derde varkentje. Het eerste huis, in stro, is weliswaar zeer ecologisch en goed geïsoleerd, collega Rzoska, maar de wolf blaast het gewoon weg. Het tweede, in hout, is al iets steviger, maar je moet er wel bomen voor kappen. En vandaag brengt het hout meer op als je er pellets van maakt om er zogezegde groene energie mee te stoken dan als je er planken van zou maken. Dat is dus ook geen duurzame oplossing. De derde optie is die van onze minister-president: een stenen huis, collega’s, uiteraard conform het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), met een beperkt ruimtebeslag, zo weinig mogelijk verharding, niet in woonuitbreidingsgebied en al zeker niet in signaalgebied. Maar het is een stevig huis. En dat huis, collega’s, is het huis waar deze Vlaamse meerderheid voor kiest.

We kijken welke noden de bewoners van dat huis hebben en we investeren daarin: in Welzijn, in Onderwijs, in Onderzoek en Ontwikkeling. De middelen die daarvoor nodig zijn, worden niet verzameld via belastingverhoging, maar in de eerste plaats door besparingen bij de overheid zelf. De mensen die het huis hebben gebouwd, de mensen die werken en ondernemen, die willen we belonen en stimuleren. Ook in de sprookjes wordt wie hard werkt, beloond – soms na de nodige miserie, maar toch.

Mijnheer Vandaele, sorry dat ik u onderbreek.

Collega Goeman, het is niet de bedoeling dat hier medewerkers in de zaal binnenkomen. (Opmerkingen)

Ja, excuseer, mevrouw, maar het mag niet. (Opmerkingen)

Oké, u hebt toestemming gevraagd, maar het mag niet. Toch nog een prettige dag.

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, ik krijg ongetwijfeld wat seconden bij van u.

Ook in de sprookjes wordt, zoals ik zei, wie hard werkt, beloond, soms na de nodige miserie. Denk aan Assepoester, die in de schaduw van haar luie halfzus – u herinnert zich dat – en opgejaagd door haar boze stiefmoeder, minister Crevits, de vuile werkjes moet opknappen. (Gelach)

Maar ze eindigt toch maar mooi in de armen van de knappe prins, collega’s. En ook het sympathieke dochtertje in het sprookje van Vrouw Holle is naarstig en wordt uiteindelijk met goud besprenkeld. We moeten dus belonen wie werkt en dat willen we ook doen. We willen zo veel mogelijk mensen aan de slag. Vandaag is bijna 75 procent van de mensen tussen 20 en 64 aan het werk; we hopen aan 78 procent te raken. Het is onze ambitie om 120.000 Vlamingen extra aan het werk te krijgen.

Een aantal factoren om ons verhaal te doen slagen, hebben we helaas niet zelf in de hand, bijvoorbeeld wat op het federale niveau gebeurt. De Vlaamse doelstellingen zijn alleen maar haalbaar als de federale overheid in dezelfde geest werkt en het Vlaamse activeringsbeleid ondersteunt, niet tegenwerkt.

En ook wat in het buitenland gebeurt, hebben we niet in de hand. Ik geef – het is al vaker gezegd – het voorbeeld van de brexit. Vlaanderen wordt na Ierland economisch het hardst getroffen van de 27 overblijvende EU-lidstaten. Het Verenigd Koninkrijk is onze vierde belangrijkste exportmarkt met ongeveer 9 procent van onze export. In het slechtste geval, met een harde brexit, verliest Vlaanderen 2,6 procent van het bnp, goed voor 28.000 jobs. Mijn eigen provincie West-Vlaanderen wordt het hardst getroffen met 11.000 verloren jobs bij een harde brexit.

Door dat soort zaken die wij niet in de hand hebben, ligt voor het eerst in vele jaren een begroting voor met een klein tekort in 2020. Even maar, want in 2021 knopen we weer aan met de traditie van begrotingsevenwicht en daarmee is Vlaanderen andermaal de beste leerling in de Belgische klas. De vorige regeringen droegen de Vlaamse financiën in uitstekende staat over aan deze regering. Denk aan het sprookje ‘Sesam, open u’. Vlaanderen herkent zich in de arme broer die uit de berg met munten en juwelen enkel haalt wat hij echt nodig heeft, niet meer. Dit in tegenstelling tot zijn rijke en hebzuchtige broer, die de hele berg leegrooft. Neen, onze Vlaamse Regering heeft de traditie om de berg niet leeg te halen en voor de derde keer op rij treedt een Vlaamse Regering aan die in het begin van de regeerperiode budgettaire tegenvallers recht moet trekken en op het einde een sterke begroting in evenwicht doorgeeft. De eerste keer was een N-VA’er minister van Begroting, Philippe Muyters. Ik noem zijn naam omdat elke keer als zijn naam hier in het halfrond wordt genoemd, hij 10 euro in ons spaarvarken op de fractie steekt voor het goede doel. Philippe Muyters dus. (Gelach)

De tweede keer was een N-VA’er minister-president. Met hem hebben we geen afspraak over het spaarvarken. Deze regeerperiode is zowel de minister-president als de minister van Financiën een N-VA’er. Nu moet het dus zeker lukken. De minister van Financiën is natuurlijk nog piepjong, maar hij kan tellen als de beste.

De regering maakt ruimte voor investeringen. Jazeker, er zijn fiscale ingrepen zoals de woonbonus en plezierig zijn die niet, maar wie alle fiscale maatregelen naast elkaar legt, ziet dat de Vlaamse Regering de komende jaren eigenlijk meer teruggeeft dan ze afneemt. We willen werken lonend maken. De jobbonus is goed voor een totale belastingverlaging van 1,3 miljard startend vanaf 2021. Er zijn de verlaagde registratierechten ter waarde van 140 miljoen euro in 2020 en 700 miljoen over de regeerperiode. Alles samen meer dan 2 miljard aan belastingverlagingen, waarvan twee derde gericht is op werken lonend maken. Vergeten we toch niet dat Vlaanderen ook een federale taxshift mee financiert. De totale kost daarvan beloopt voor de Vlaamse schatkist in 2020 meer dan 800 miljoen euro.

Over de hele periode van vijf jaar is er 2,5 miljard voor nieuw beleid. We komen op kruissnelheid: 350 miljoen voor de jobbonus en 140 miljoen voor de verlaging van de registratierechten. Op dezelfde wijze gaan we in stappen naar 250 miljoen voor onderzoek en ontwikkeling en 250 miljoen voor Onderwijs. Bovenop de lopende investeringen wordt in cumulatieve cijfers voor 1,65 miljard extra geïnvesteerd, uiteraard gespreid: 635 miljoen voor Mobiliteit en Openbare Werken, 500 miljoen voor scholenbouw, 195 miljoen voor infrastructuur op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, 95 miljoen voor culturele topinfrastructuur, 80 miljoen om de wachtlijsten onroerend erfgoed te verkleinen, 60 miljoen voor ziekenhuizen, 55 miljoen voor topsport enzovoort.

Collega's, we hebben de voorbije jaren meer verantwoordelijkheid gegeven aan de lokale besturen. Daarom gaan we die gemeenten nu ook extra ondersteunen. De lokale besturen krijgen er over vijf jaar samen ongeveer 1,5 miljard bij. Op kruissnelheid gaat het in 2024 om 414 miljoen per jaar. Het Gemeentefonds blijft met 3,5 procent per jaar aangroeien, maar daarnaast neemt de Vlaamse overheid de helft over van wat de lokale besturen voor hun contractuele ambtenaren betalen aan de federale overheid – de respobijdrage – en is er ondersteuning voor de lokale besturen die de open ruimte bewaren.

Zoals de zeven dwergen Sneeuwwitje liefdevol in hun huisje of paddenstoel opnamen, blijven ook wij gastvrij. We vragen van onze gasten, de nieuwkomers, wel een grotere inspanning op het vlak van inburgering en kennis van het Nederlands.

Het Vlaams regeerakkoord kiest duidelijk voor een sterker sociaal beleid. Dat blijkt ook uit de middelen die daarnaartoe gaan. De volgende jaren zullen we 550 miljoen euro in welzijn investeren. Dat omvat onder andere 270 miljoen euro voor personen met een handicap, 140 miljoen euro voor ouderenzorg, 60 miljoen euro voor jeugdhulp en 58 miljoen euro voor kinderopvang. Daarmee is het welzijnsbudget opnieuw de sterkste groeier. Dat is belangrijk. Het welzijnsbudget stijgt in totaal van 13 miljard euro tot 15 miljard euro. Dat zijn sprookjesachtige bedragen, maar het zijn geen sprookjes.

In sprookjes vinden we trouwens weinig sporen van sociaal gedrag. Het is meestal hardvochtigheid troef. Alleen Roodkapje kan op een zekere sociale ingesteldheid en menslievendheid worden betrapt. Zij brengt een mand met lekkers naar haar eenzame grootmoeder, maar ze verpest die goede daad wel meteen door haar onverantwoordelijk gedrag. Ze mag van haar moeder niet door het bos, maar ze doet dat toch, om bloemetjes te plukken. Zich geen zier aantrekkend van de instandhoudingsdoelstellingen pleegt ze een aanslag op fauna en flora en ze wordt dan ook bestraft door de wolf.

De Vlaamse Regering heeft gelukkig meer oog voor natuur en milieu dan Roodkapje. In het beleidsdomein Omgeving investeren we in 20.000 hectare meer natuur onder beheer om de signaalgebieden en de waterzieke gronden te vrijwaren. We investeren in 10.000 hectare bos, waarvan minstens 4000 hectare in de loop van deze regeerperiode wordt gerealiseerd.

Vorige week hebben we hier over het klimaatbeleid gedebatteerd. Ondertussen hebben de verschillende overheden van dit land een akkoord bereikt over een Belgisch Energie- en Klimaatplan. Het Vlaams plan, waarover we vorige week uitvoerig hebben gesproken, is haalbaar voor onze burgers en voor onze bedrijven.

De minister van Dierenwelzijn zet de inspanningen voort die hij tijdens de vorige legislatuur, samen met het Vlaams Parlement, heeft geleverd. Als partij steunen we hem hier natuurlijk in. In die sprookjes is van dierenwelzijn eigenlijk geen sprake. De wolf wordt levend de buik opengesneden en met stenen volgepropt. Het onverdoofd slachten is een weldaad in vergelijking met de barbaarse praktijken in de sprookjes.

Als het er in een sprookje om spant, komen de kabouters meestal ter hulp. Zo is het bij Sneeuwwitje en de twee koningskinderen. Hier gebeurt dat niet en nu de heer Peumans met pensioen is, zal het zeker niet meer gebeuren. Toverfeeën die pompoenen in koetsen veranderen, zoals bij Assepoester, of stro in gouddraad veranderen, zoals bij Repelsteeltje, vertonen zich hier ook niet. Als we in dit halfrond al feeën hebben, is hun toverkunst in elk geval beperkt. We moeten onze problemen als politici zelf oplossen.

We doen dat ook. In het onderwijs investeren we 500 miljoen voor scholenbouw en 250 miljoen euro voor de werking van het onderwijs, ook van het hoger onderwijs. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Hans en Grietje moesten tijdens de schooluren niet aan dat peperkoeken huisje zitten knabbelen. Zij hadden op de schoolbanken moeten zitten en de Vlaamse Regering zal ervoor zorgen dat de omstandigheden in het onderwijs beter worden, ook voor de leerkrachten.

Het is de keuze van deze meerderheid geweest de mensen geen sprookjes te vertellen en geen rad voor de ogen te draaien, maar keuzes te maken en uit te leggen waarom de keuzes op die manier zijn gemaakt. Als N-VA-fractie gaan we natuurlijk akkoord met de beleidslijnen, met de budgetten die daarbij horen en met de fundamenten die voor de komende jaren zijn gelegd.

Mijn collega’s van de N-VA-fractie zullen in de loop van de dag, en de dag is nog lang, elk op zijn of haar terrein, dieper ingaan op de thema’s.

De heer Sintobin heeft het woord.

Mevrouw Van dermeersch zal straks onze algemene uiteenzetting houden maar ik wil toch ook even reageren.

Mijnheer Vandaele, van dit parlement wordt soms gezegd dat het een kleuterparlement is en ik moet zeggen dat ik daar na uw betoog ook van overtuigd ben. Ik geloof, net als u, niet in sprookjes maar als ik een figuur uit de sprookjeswereld moet kiezen om u te typeren, dan is het de boze wolf. U gelooft niet in sprookjes maar ik heb de indruk dat u samen met de meerderheid en andere collega’s de afgelopen jaren niet in een sprookjeswereld maar op een andere planeet hebben geleefd. Tijdens de campagnes hebt u ongetwijfeld ook met mensen gesproken en hebt u kunnen vaststellen dat de facturen voor kinderopvang, voor elektriciteit, voor water, voor ziekenhuisopname, voor rusthuizen enzovoort zijn gestegen. En nu komt u hier opnieuw, net als tijdens de vorige legislatuur, een goednieuwsshow verkopen en zegt u dat u ook mee hebt betaald voor de taxshift. U weet nochtans net zo goed als ik wat die taxshift op jaarbasis betekent voor mensen met een laag inkomen, namelijk niet zo veel.

Er waren dus alleen gestegen facturen waardoor steeds meer gezinnen onder de armoedegrens terechtkomen en worstelen om de eindjes aan elkaar te knopen. Hebt u dan geen zicht op de realiteit of is dat volgens u de waarheid niet? En denkt u dat met enkele kleine maatregelen die mensen nu plots wel voldoende middelen zullen hebben om de eindjes aan elkaar te knopen? U hebt wel geld voor inburgering en integratie en voor tal van andere zaken. We zullen het straks, en mevrouw Goeman heeft gelijk, nog hebben over alle besparingen binnen Welzijn. Voor een aantal zaken die niets te maken hebben met Welzijn, worden enorm veel middelen uitgetrokken. Gisteren was er nog een typisch voorbeeld met mijn goede vriend, de heer Bart Somers, inzake het integratieplatform. Het ging over 250.000 euro.

Mijnheer Sintobin, u bent vrij om te zeggen wat u wilt, maar kunt u nu alstublieft repliceren op wat de heer Vandaele heeft gezegd? U bent nu over gisteren bezig.

Bij dezen is het debat afgebroken.

De afspraak in het Bureau was dat er vanop de banken kort zou worden tussengekomen.

Mijn punt is dat u blijkbaar wel in een sprookjeswereld leeft en niet in de realiteit.

Voorzitter, ik heb nog een laatste punt. Voor een Vlaams-nationale partij is het bijzonder erg dat er bij deze regering geen enkele sprake is van enige communautaire ambitie terwijl daar in het vorige regeerakkoord toch nog iets over in stond.

Voorzitter, ik kan natuurlijk repliceren op wat de heer Sintobin zegt, maar die zaken zijn al zo vaak herhaald.

Wordt er niets gedaan voor mensen met een klein inkomen? Jawel. De jobbonus wil er net voor zorgen dat het lonend wordt dat mensen effectief gaan werken. Het is de bedoeling om de mensen uit de laagste looncategorieën een extra duw geven.

Welzijn is, alweer, de grootste groeier van 13 naar 15 miljard euro, en terecht. In de kinderopvang komen er extra plaatsen en in de zorg komen er extra handen aan het bed. Het gaat over 550 miljoen euro voor Welzijn: 270 miljoen euro voor mensen met een handicap, 140 miljoen euro voor ouderenzorg, 60 miljoen euro voor jeugdhulp, 58 miljoen euro voor kinderopvang. Als u dat allemaal niet wilt zien, kan ik daar natuurlijk weinig aan doen.

U wilt ook opnieuw iets zeggen over inburgering. U vindt dat daar veel te veel geld naartoe gaat, zo begrijp ik het. Wij vragen met deze regering wel dat iemand die inburgert ietsje in dat hele proces zal bijdragen, maar anderzijds denk ik dat we er toch allemaal belang bij hebben en dat we het belangrijk vinden dat mensen die hier komen en aan de voorwaarden beantwoorden, effectief inburgeren, en dat ze deel uitmaken van onze samenleving en de taal zullen leren. Wat ons betreft, mogen daar ook wat middelen aan besteed worden.

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, ik denk dat uw humor behoorlijk misplaatst is. Uw begroting is inderdaad geen sprookje. Uw begroting is een harde realiteit voor heel wat mensen hierbuiten. Tot daar uw sprookje.

U kijkt natuurlijk naar alle positieve cijfers in uw begroting, maar u vergeet om alle besparingen op te lijsten. Ik heb ze hier voor mij liggen. Dat is gewoon een tabel van minister Diependaele. Er wordt in 2020 meer dan 700 miljoen euro bespaard, waarbij u groeipaden mildert, ook in de zorg. Groeipaden worden gemilderd. In het onderwijs worden werkingsmiddelen niet geïndexeerd. Dat loopt op tot meer dan 100 miljoen euro in 2024. Ik bedoel dat je niet kunt zeggen dat deze Vlaamse Regering in de juiste dingen investeert. Daar staat een heel zware besparing tegenover. Mensen begrijpen dat niet, en terecht. Mensen zijn boos, en ook terecht. Ze hebben de afgelopen vijf jaar van uw partij, van uw Vlaamse Regering, al eens hetzelfde gehoord. Nu gaan we wat snoeien, dan wordt het binnenkort beter en in 2019 zijn we erdoor, maar nu staan we eigenlijk voor vijf jaar van hetzelfde beleid. Er wordt opnieuw zwaar bespaard.

Die 564 miljoen euro in de zorg erken ik, die staat gewoon in de tabellen. Maar heb dan ook de guts om te zeggen dat u 300 miljoen euro, en zelfs iets meer, bespaart in de zorg. Dat is niet zomaar iets wat je niet voelt. Daar hebben we deze week toch de illustratie van gezien, of niet? Dan werd het duidelijk wat uw beleid met mensen op het terrein doet.

Dus ja, mijnheer Vandaele, uw Vlaamse begroting is geen sprookje. (Applaus bij Groen en de PVDA)

De heer Vandaele heeft het woord.

Waarom ik hier het beeld van de sprookjes gebruik, is omdat sommigen hier allerlei fantastische, grootse plannen naar voren schuiven zonder daar middelen naast te zetten. Dat is de mensen een rad voor de ogen draaien. Dat is ervan uitgaan, mijnheer Rzoska, dat mensen nog in sprookjes geloven, en dat willen wij dus echt niet.

Wat hier voorligt, zijn concrete plannen, die inderdaad becijferd zijn en inderdaad niet altijd even plezierig zijn, maar wel met de slotsom dat de begroting in evenwicht is, zonder lasten voor de toekomst, zonder leningen waarmee onze kinderen en kleinkinderen worden opgezadeld. Dat is deze begroting. Dit is heel realistisch, en we blijven daarachter staan. (Applaus bij de meerderheid)

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, ik kan mij ook niet van de indruk ontdoen dat u en uw regering in een sprookjeswereld leven. Dat heeft misschien iets te maken met de discussie die we hier gisteren hebben gehad over de lonen die aan parlementsleden en ministers worden toegekend. Dat heeft misschien te maken met de sprookjeswereld waarin u leeft. Maar over de gevolgen van al de besparingen hebt u hier vijftien minuten lang met geen woord gerept. Vijftien minuten is trouwens ook tijd genoeg om het hier over de besparingen te hebben. Daar gaat het met geen woord over, terwijl de gevolgen niets met sprookjes te maken hebben. De mensen over wie het gaat, zitten hier in de tribune. De mensen over wie het gaat, komen straks op straat. De mensen over wie het gaat, zijn diegenen die tien, vijftien jaar wachten op hun budget voor bijvoorbeeld kinderen met een handicap.

Waarin ik u wel volg, is dat er inderdaad sprake is van sinterklaaspolitiek. We hebben het vandaag nog in de krant gezet: sinterklaaspolitiek naar bijvoorbeeld vervuilende multinationals.

De vijf multinationals in ons land die het meeste vervuilen, een vijfde van de totale uitstoot van broeikasgassen – dat moet u, als klimaatspecialist, bijzonder veel pijn aan het hart doen –, krijgen 10 miljoen euro klimaatgeld om hun energiefactuur te betalen. Daar is het blijkbaar elke dag Sinterklaas. Díé keuzes maken jullie wel.

En ten slotte is er één sprookje waarover u het niet hebt gehad, dat van de keizer zonder kleren. Deze regering, mijnheer Vandaele, is een keizer zonder kleren. U kunt proberen uw besparingen te verzwijgen, maar ze passeren niet, mijnheer Vandaele. Er heeft nog nooit zo veel volk aan de deuren van het parlement gestaan om te zeggen dat uw beleid niet passeert. Jullie hebben nog nooit zo weinig steun gehad in de samenleving voor jullie beleid. Het passeert niet. Deze regering is een keizer zonder kleren. En het wordt tijd dat jullie dat doorhebben en die besparingen intrekken. (Applaus bij Groen en de PVDA)

Collega, u hebt het opnieuw over de welzijnssector. U hebt het over de wachtlijsten voor personen met een handicap. Ook dat is al heel vaak aan bod gekomen. Ik herhaal het nog eens: er komt 270 miljoen euro extra voor personen met een handicap. Is daarmee alles opgelost? Dat is hier ook al gezegd. Neen, dat is niet opgelost. Die wachtlijsten zullen niet weg zijn. Ook met een veelvoud aan middelen zullen die niet weg zijn. Maar dit is toch een heel concrete stap om die wachtlijsten in te korten. En zo zien we dat er op heel veel terreinen heel concrete stappen worden gezet.

U hebt het natuurlijk ook weer over de middelen die naar bedrijven gaan, de fameuze  carbon leakage. We kunnen daarover blijven discussiëren. Maar u kent de filosofie. U weet dat, als wij onze bedrijven zo zwaar belasten, zulke sterke voorwaarden opleggen, in dit geval op vlak van milieu, zij zullen zeggen: ‘Salut en de kost. Wij gaan onze vestigingen ergens anders neerzetten, waar die voorwaarden minder streng zijn.’ En dan heb je twee gevolgen voor Vlaanderen. Eén, er gaat werkgelegenheid verloren. Ik denk toch niet dat uw kiespubliek en de mensen hier in de zaal waarnaar u verwijst, het leuk vinden dat er  jobs verloren gaan. Ik denk niet dat dat de bedoeling is. Dus dat is de eerste bedoeling: als die bedrijven hier blijven, gaan die jobs niet verloren. En twee, als je die bedrijven laat vertrekken naar continenten waar de normen lager liggen, dan doe je ook het milieu geen plezier, collega. Want nettowinst voor het milieu heb je niet. Integendeel, je gaat erop achteruit. Je gaat erop achteruit wat de werkgelegenheid hier bij ons betreft. En ook het milieu gaat erop achteruit. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Mijnheer D'Haese, u mag hier heel kort op reageren.

Ik geef graag twee korte punten van reactie. Mijnheer Vandaele, die vijf multinationals waarover ik het had – ik las daar vanmorgen over in de krant – maken 10 miljard euro winst en betalen daarop – houd u vast – 4,2 procent belastingen. 4,2 procent! Dat is een cadeau van 2,7 miljard euro. Kom mij niet zeggen dat die gasten kapotbelast worden en dat jullie die moeten ondersteunen met nog eens 10 miljoen euro extra die eigenlijk zou moeten dienen voor klimaatbeleid.

Twee, wat de wachtlijsten in de zorg betreft, kunt u rond die cijfers zoveel rondjes draaien als u wilt. Maar jullie hebben tijdens de campagne beloofd dat jullie de wachtlijsten zouden wegwerken, dat jullie die wachtlijsten zouden terugdringen.

Terugdringen, dat gebeurt ook.

Nee, mijnheer Vandaele. Alle cijfers zijn heel duidelijk. (Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

Ú bent niet aan het woord, ík ben aan het woord, mijnheer Vandaele.

Ík bepaal wie er aan het woord is.

Ik denk dat er een reglement is dat zegt dat ik aan het woord ben en mijnheer Vandaele...

Mijnheer D’Haese, ik had u ook gevraagd om heel kort te zijn.

Ik maak mijn punt, voorzitter. Alle cijfers zijn bijzonder duidelijk: met de beperkte investeringen die jullie maken in de wachtlijsten, zullen die wachtlijsten aangroeien. Aangroeien! Niet worden teruggedrongen, niet worden weggewerkt. Maar aangroeien aan een tempo waarbij er binnen vijf jaar tweeduizend mensen meer op die wachtlijst staan. Dat zeggen alle cijfers. U moet hier dus niet komen vertellen dat u uw verkiezingsbeloftes nakomt. U breekt ze en blijft ze breken. U bent een keizer zonder kleren. (Applaus bij de PVDA)

Mijnheer Gryffroy, u krijgt het woord, maar u moet zich beperken tot een reactie op wat de heer D’Haese hier heeft gezegd.

En ik heb ook een vraag voor de heer D’Haese.

Ja, ja, maar begin er dan aan.

Ja, chef! Goedemorgen! (Gelach)

Mijnheer D’Haese, u spreekt over miljarden en procenten winst. Maar kunt u dan ook duidelijk maken hoeveel mensen die vijf bedrijven tewerkstellen, direct en indirect, hoeveel bedrijfsvoorheffing en sociale lasten ze betalen voor die medewerkers en hoeveel andere belastingen ze betalen? Kunt u die cijfers dan ook eens opsommen?

Mijnheer Vandaele, het lijkt mij duidelijk dat deze begroting allerminst sprookjesachtig is. Ik denk dat de mensen buiten alle besparingen serieus zullen voelen.

En wat mij nog het meeste stoort, is dat jullie de mensen eigenlijk ook fabeltjes aan het wijsmaken zijn. U begon uw tussenkomst met een verwijzing naar de huizen van de drie biggetjes en het belang van solide woningen. Ik denk dat nog heel veel Vlamingen een baksteen in de maag hebben.

Maar u moet me dan toch eens uitleggen hoe u denkt met die zogenaamde woondeal wonen morgen betaalbaarder te maken. In Brussel, zo weten we ondertussen, heeft het afschaffen van de woonbonus de prijzen helemaal niet doen dalen. De realiteit is dat een jong gezin dat morgen een huis van 250.000 euro koopt, in totaal ongeveer 33.000 euro zal moeten opleggen. Wat is daar betaalbaar aan?

Het tweede fabeltje is de wachtlijsten terugdringen. De realiteit zal inderdaad zijn dat de wachtlijsten aan het eind van de legislatuur alleen nog maar langer zijn.

Ik hoorde u ook zeggen dat u zult investeren in het onderwijs. Dat geldt dan in ieder geval al niet voor het secundair onderwijs of het hoger onderwijs. U mag dan wel zeggen dat u niet in sprookjes gelooft, maar u verwacht duidelijk wel dat onze leerkrachten kunnen toveren, want iedereen moet excelleren. Sta me toe dat ik dat bijzonder cynisch vind. (Applaus bij sp.a)

Mevrouw van der Vloet heeft het woord.

Ik wil eerst nog even reageren op de tussenkomst van collega D’Haese. Volgens mij kunt u niet goed lezen, want wij hebben niet gezegd dat wij de wachtlijsten in de zorg zullen wegwerken; wij hebben altijd gesproken over terugdringen. Dat is een groot verschil. Vorige legislatuur en ook deze legislatuur geven wij enorm veel geld aan personen met een beperking. Wij willen dat het gaat naar de mensen en minder naar de structuren. U hebt blijkbaar een glazen bol die ik graag zou willen lenen. U zegt dat de wachtlijsten zullen stijgen, ook de andere collega heeft dit gezegd. Ik weet niet waar u dit vandaan haalt. In de vorige legislatuur hebben we daar hard aan gewerkt en hebben we enorm veel mensen geholpen. Ik zou die glazen bol van u dus eens graag willen lenen om te zien hoe het komt dat u al weet dat de wachtlijsten zullen stijgen en wij er nog geen zicht op hebben. (Applaus bij de N-VA)

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik wil het ook over de wachtlijsten in de zorgsector hebben. Ik wil daar geen polemiek rond creëren of politieke spelletjes rond spelen, want het is te belangrijk. Het gaat over mensen. Het feit is dat er 270 miljoen euro extra is voor mensen met een beperking. Is dat genoeg om alle wachtlijsten weg te werken? Neen, dat is duidelijk niet zo. Is dat een habbekrats? Ook niet. Mevrouw Goeman, u moet eerlijk zijn. Hoeveel is er bij gekomen onder de laatste regering waar de sp.a deel van uitmaakte? Tijdens die legislatuur is er 145 miljoen euro bij gekomen. Dat is net iets meer dan de helft. Kom dus niet zeggen dat 270 miljoen euro extra geen inspanning is. Voor mij persoonlijk mocht er ook meer bij komen, maar we moeten naar de realiteit kijken. Er gaat jaarlijks ongeveer twee miljard euro naar mensen met een beperking. Dat is een derde meer dan zes jaar geleden. Ondertussen zijn de wachtlijsten inderdaad aangegroeid. Wat wil dat zeggen? Dat wil zeggen dat we niet alleen naar budgetten moeten kijken, maar ook naar het systeem. We moeten het systeem durven te hervormen, en dat is wat deze regering doet. Er gaat minder naar organisatiekosten, meer naar de zorg. Er gaat meer naar sociaal ondernemerschap. Dat wil zeggen dat mensen die zorg willen aanbieden, die enthousiast zijn om op een innovatieve manier zorg aan mensen te geven, meer kansen krijgen, minder regels moeten volgen en meer ruimte hebben om zorg te bieden. Er zijn in Vlaanderen enorm veel initiatieven. Er zijn zorgkoppels, ouderschapsverbanden, die schreeuwen om minder regels zodat ze kunnen doen waar ze goed in zijn: zorg bieden op maat voor mensen die het echt nodig hebben. Dat zijn de hervormingen die we moeten doen en ik ben blij dat de regering eindelijk die keuzes maakt.

Ik hoop echt samen met u dat we de budgetten nog verder kunnen verhogen, misschien de komende jaren, misschien daarna – ik ben er stellig van overtuigd dat we dat ooit moeten doen –, maar het systeem hervormen is minstens even belangrijk. Laat ons, oppositie en meerderheid, daarover misschien eens een pact sluiten om het samen te doen in plaats van altijd politieke spelletjes te spelen over wie meer of minder krijgt. Dit is te belangrijk. Het gaat over mensen die het echt nodig hebben. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Goeman, ik wil even ingaan op de woonbonus. Een van de kranten heeft in haar weekendeditie een zeer groot panel met zeer verschillende mensen uit verschillende hoeken samengebracht om de effecten van de woonbonus te bespreken. Er was een eenvormige conclusie van alle specialisten die aan die rondetafel deelnamen dat op middellange termijn – en dat is vijf jaar voor dat panel – het prijsdempend effect van het afschaffen van de woonbonus 5 procent zou zijn. Op korte termijn kan hij een effect hebben, maar op middellange en lange termijn heeft hij een zeer positief effect op de woonmarkt. Dat mag ook wel eens worden gezegd. (Applaus bij de N-VA)

Wat de prijsdempende effecten van de woonbonus betreft, dat zullen we inderdaad moeten zien, maar dat verandert voor ons niets aan de realiteit dat gezinnen die een woning van 250.000 euro kopen, 33.000 euro extra moeten betalen. Daar is geen belastingkorting op.

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Hoe komen wij erbij dat de wachtlijsten gaan aangroeien? Ik neem het voorbeeld jeugdzorg. De afscheidnemend topambtenaar heeft dat zelf gezegd. Hij zegt dat wanneer de regering iets wil doen, de jeugdzorg beter wil maken en de wachtlijst terugdringen, zij daar 300 miljoen euro voor nodig heeft. Er is 60 miljoen euro extra voor voorzien. Dat zijn niet zomaar gedachten die in ons opkomen, dat is ook niet zomaar een doelstelling om alles wat deze regering doet negatief te kaderen. Wij maken ons oprecht zorgen. Jaar na jaar wachten er meer kinderen, nu al 7200, op jeugdzorg en het budget waarin wordt voorzien, is volgens de topman een vijfde van het benodigde budget. Dat is waarom wij dat zeggen.

Idem voor personen met een beperking. Ja, er is in een budget voorzien, maar dat is net genoeg om ervoor te zorgen dat mensen automatisch dat budget krijgen in een grote crisissituatie, waarbij bijvoorbeeld de mantelzorger, de moeder van een persoon met een handicap overlijdt. Ook wordt voldaan aan de minimale decretale verplichtingen. Maar alles wat u extra wilt doen, zal er enkel komen als u geld wegneemt van andere mensen met een beperking die het met minder zullen moeten doen om het te geven aan iemand nieuw. Dat is gewoon een feit. Daarom weten wij dat die wachtlijsten ofwel niet gaan dalen, zoals in jeugdzorg, of gelijk zullen blijven, zoals bij personen met een handicap, omdat u elders geld wegneemt.

Een laatste domein waar wij dezelfde zorg hebben, is geestelijke gezondheidszorg, mensen met een fragiliteit op dat vlak. Centra zoals de jongerenadviescentra (JAC’s), waar jongeren met problemen terechtkunnen, de centra geestelijke gezondheidszorg (cgg’s), waar je op een betaalbare manier een gesprek met een psycholoog kunt hebben, moeten mensen ontslaan. Jullie zeggen dan dat jullie besparen op structuren. Dat is een structuur: een cgg, een JAC, een centrum algemeen welzijnswerk (CAW). Dat zijn structuren, maar die zijn er omdat ze mensen tewerkstellen die mensen helpen. Ze doen niet veel geld op aan werkingsmiddelen, vooral het personeel is daar aan zet. Zorgen voor mensen vraagt ook mensen. Op die mensen besparen jullie en dat zorgt ervoor dat minder mensen die zorg zullen krijgen. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister Matthias Diependaele

Ik ben absoluut fan van een goed debat. Collega Goeman heeft een beetje de aanzet gegeven van een typisch debat dat we waarschijnlijk vandaag de hele dag zullen hebben: de oppositie die vooral probeert om deze begroting zo negatief, zo zurig – vol kommer en kwel – mogelijk voor te stellen. Jullie slagen daar jammer genoeg ook heel goed in. Maar ik verzet mij ten gronde, fundamenteel, tegen dat beeld. Dit is geen besparingsbegroting. Het is ook geen besparingsregering. Wij hebben in de commissie zeer duidelijk kunnen aangeven welke keuzes we maken en dat zijn wel degelijk keuzes om te investeren in de toekomst. Collega Muyters heeft het daarjuist heel goed aangegeven in zijn verslag: er zitten drie rode draden doorheen deze begroting. Dat is eerst en vooral het pure gezonde boerenverstand. Dat is het feit dat wij geen schulden doorschuiven naar toekomstige generaties. Iedereen hier die andere keuzes wil maken, mag dan ook uitleggen van waar hij dat geld zal halen, want een euro kun je maar een keer uitgeven! (Applaus bij de meerderheid)

We zijn ons er heel goed van bewust dat die noden er wel degelijk zijn, maar geef dan ook aan waar je dat geld gaat halen. Wij hebben die oefening gemaakt met deze begroting en die cijfers liegen niet. U gaat hier heel de dag uw best doen om te doen alsof die begroting grote kommer en kwel is. U hebt dat de vorige vijf jaar ook gedaan. Maar de cijfers liegen niet. Zowel de vorige vijf jaar als deze begroting geven heel duidelijk aan dat wij kiezen om te investeren in Vlaanderen en dat we op het einde van de rit meer geld uitgeven en meer geld investeren in Vlaanderen!

Dat gaat onder meer over Welzijn. Ja, er wordt op bepaalde zaken bij Welzijn bespaard, maar tegen het einde van de rit geven de cijfers nu duidelijk aan dat er een pak meer zal worden geïnvesteerd, ook voor het wegwerken van de wachtlijsten voor personen met een handicap, ook bij ouderenzorg, bij integrale jeugdhulp, bij kinderopvang en ga zo maar door. Er zal op het einde van de rit meer in geïnvesteerd worden dan nu het geval is, en dit kan ik zeggen voor alle beleidsdomeinen die voorliggen. Ik verzet mij dus ten gronde tegen dat idee.

Nog één puntje, nog een extraatje. Mevrouw Goeman, wat de woonbonus betreft: daarover is het debat bijzonder oneerlijk, en ik vind het zeer jammer dat dat op die manier wordt uitgespeeld. Het is zeer duidelijk dat de woonbonus een negatief effect heeft op de huizenprijzen, in die zin dat het een opwaartse druk op de huizenprijzen zet. Diverse studies geven dat aan. Collega Muyters heeft ernaar verwezen. Dat gaat vierkant in tegen de bedoeling van elke regering van de jongste vijftien jaar, namelijk jonge gezinnen aan een nieuwe woning helpen. Wel, die woonbonus doet nu net het omgekeerde. U geeft een zeer mooi voorbeeld. Ik hoop dat u er eens meer over hebt nagedacht. Mensen die vandaag een huis kopen voor 250.000 euro, betalen een gemiddelde rente van 1,65 procent. Dat betekent een rentelast op twintig jaar van ongeveer 43.000 euro. In 2005 is die woonbonus begonnen. Toen stond de rente op ongeveer 5 procent. Weet u wat de rentelast was op twintig jaar die men toen betaalde voor een woning van 250.000 euro? 142.000 euro. Dat is 100.000 euro meer dan diezelfde mensen vandaag moeten lenen voor hetzelfde bedrag. Dat betekent dus dat het voordeel dat je vandaag hebt door die lage rente, drie keer zo groot is dan de woonbonus ooit aan voordeel heeft gegeven. Nu lijkt me dus het perfecte moment om die woonbonus af te schaffen. Waarom? Omdat die woonbonus op dit moment 1,5 miljard euro kost.

Jullie geven hier allemaal aan dat er in Welzijn, Onderwijs, Wonen gigantische noden zijn in Vlaanderen. Wel, wij hebben de moed om aan te geven vanwaar dat geld moet komen. Dat is onder andere van die woonbonus. Op lange termijn wordt dat anderhalf miljard euro. Mevrouw Goeman, ik zou graag hebben dat jullie die cijfers eens bekijken voor jullie daar uitspraken over doen. Mochten we daar niks aan doen, dan zou dat cijfer nog zestien jaar lang oplopen – want u weet dat een hypothecaire lening tot dertig jaar kan lopen – tot tussen 2,6 en 2,9 miljard euro. Als u die woonbonus wilt houden, leg dan nu eens uit waar u die kleine 3 miljard euro zou gaan halen! (Applaus bij de meerderheid)

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega’s, ik heb hier in het voorbije debat heel wat fake news gehoord over Welzijn. Ten eerste, het aantal mensen die op de wachtlijst staan, is de voorbije jaren gedaald. Niet gestegen, maar gedaald. We komen van 21.685 mensen in 2008. Vandaag zitten we aan 15.000 mensen. Dát is de realiteit. Het aantal mensen die een ondersteuning hebben gekregen, is de voorbije jaren gestegen. Niet gedaald, maar gestegen, en fenomenaal gestegen. In 2008 ging het over 37.800 mensen, in 2017 over 57.000 mensen. Dat zijn er meer dan 20.000 mensen bij die daar zijn geholpen.

Het budget is, zoals de collega heeft gezegd, op tien jaar tijd met 1 miljard euro gestegen, en we gaan dat blijven doen stijgen. Er is dus geïnvesteerd in Welzijn. Ik heb daarstraks horen zeggen dat de vorige regering 2 miljard euro bij de mensen is gaan halen. De vorige regering heeft 2 miljard euro geïnvesteerd in Welzijn. Het budget voor Welzijn is onder de vorige regering gestegen met 2 miljard euro. Deze regering zal het budget opnieuw doen stijgen met 2 miljard euro. Ook daar heb ik heel wat dingen over gehoord die totaal van de pot gerukt zijn. Ik heb gehoord dat men heeft gezegd dat die stijging met 2 miljard euro puur over indexeringen gaat, niet over extra beleid. Dat klopt niet! Daar zit voor 1,1 miljard euro aan indexeringen in. (Opmerkingen van Bjorn Rzoska)

En daar zit voor 1,2 miljard euro aan nieuw beleid in.

Er is een tweede onwaarheid. Ze werd me hier daarnet opnieuw voor de voeten gegooid. Men zegt dat de 550 miljoen euro waarvan ik zeg dat die er zal komen, eigenlijk voor beslist beleid is, niet voor nieuw beleid. Klopt niet! Opnieuw een onwaarheid. Wij gaan voor 550 miljoen euro aan nieuw beleid doen en voor 600 miljoen euro beslist beleid uitvoeren. Dat betekent heel concreet dat we dus de komende vijf jaar, los van die indexeringen, voor 1,2 miljard euro aan nieuw beleid zullen doen voor de mensen.

Men zegt dat het zal gaan over 60 miljoen euro in de jeugdhulp. Neen, alles samen zal het gaan over 90 miljoen euro in de jeugdhulp. Men zegt dat het zal gaan over 270 miljoen euro voor de mensen met een beperking. Neen, het zal alles samen 295 miljoen euro zijn. Het zal niet gaan over 100 miljoen euro in de ouderenzorg. Het zal gaan, in een Vlaanderen dat meer vergrijst dan andere regio’s, over 280 miljoen euro voor mensen in woonzorgcentra, om de betaalbaarheid van hun facturen in de toekomst onder controle te houden. Het zal niet gaan over 58 miljoen euro in de kinderopvang, maar over meer dan 60 miljoen euro in de kinderopvang. En ik kan zo verdergaan. Stop dus met te zeggen dat het ene gewoon dient om het andere te betalen, want dat is niet juist.

U kunt zeggen dat het meer moet zijn, daar heb ik geen enkel probleem mee en daar kunnen we een debat over houden. Ik hoor collega Freya Van den Bossche zeggen dat er in totaal alleen al in de jeugdhulp zoveel geld nodig is. Als je op alle zorgvragen op alle terreinen een antwoord zou willen geven, heb ik gelezen en gehoord, zou je 4 miljard euro nodig hebben. Maar daarnet heb ik de oppositie ook horen zeggen dat je niets mag vragen aan de mensen. Waar moeten we het dan in godsnaam halen? (Applaus bij de meerderheid en de regering)

Waar moeten we het dan in godsnaam halen? We zouden kunnen zeggen dat we het moeten halen bij de zorgverzekering. Ik heb dat eens uitgerekend. Als ik 4 miljard euro moet halen bij de zorgverzekering, dan moet u de moed hebben om te zeggen dat de 53 euro die we vandaag vragen aan de mensen 1000 euro per persoon moet worden. Dan moet u de moed hebben om dat aan de mensen te vertellen. Maar u hebt die moed niet. Ik heb in de commissie gevraagd waar ik het geld dan moet halen. Weet u wat het antwoord was van de oppositie? ‘U moet maar geen F-35’s kopen.’ Wel, als dat het antwoord is, dan zijn we snel uitgepraat. Ik ga mij niet uitspreken over de vraag of wij F-35’s moeten kopen of niet. Alleen, dit parlement beslist daar niet over. En zelfs als er geen zouden gekocht worden, betekent dat geen euro extra voor het welzijnsbeleid. Dus, stop met de mensen daar blaasjes over wijs te maken! (Applaus bij de meerderheid en de regering)

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, u zegt dat de wachtlijsten zijn gedaald. Dat is echt niet zo voor jongeren. Dat zijn cijfers van uw eigen administratie. Die wachtlijsten zijn vorig jaar opnieuw met 6 procent toegenomen, de zoveelste stijging op rij.

Ik heb ook gezegd dat er geld bij komt. Ik heb een bedrag genoemd en ik heb gezegd dat het veel te weinig is om die wachtlijsten substantieel te doen dalen. Dat is wat Stefaan Van Mulders zegt, afscheidnemend topambtenaar van het departement. Dat is zo. Als volgens het rapport van het Rekenhof vier op de tien jongeren geen hulp krijgen in een acute crisissituatie, omdat de crisisnetwerken zijn dichtgeslibd, dan is dat zo. Het Rekenhof zegt dat. Ik heb geen reden om hier foute cijfers naar voren te schuiven. Het enige wat ik wil, is dat daar iets aan gebeurt.

U hebt natuurlijk wel gelijk. Het geld groeit niet aan de bomen, er moeten keuzes worden gemaakt. Maar mij valt toch het vuur op waarmee deze regering soms strijdt om geld te investeren in stenen. Denk aan de debatten die wij houden over het verbreden van autostrades. Dan weet ik dat er geld is. Het gaat erom welke keuzes er worden gemaakt.

U hebt geld, dat klopt. Van mij moet u geen nieuwe belastingen heffen. Het voorstel van mijn fractie was trouwens dat u dat, mocht u dat ooit doen, moet doen op die verslavende gokspellen. We hebben het niet gehad over gevechtsvliegtuigen. Dat is voor een ander parlement. Voor mij gaat het over de keuzes die u maakt. Deze regering investeert liever in stenen dan in mensen. Ik geloof niet dat dat uw keuze zou zijn, als u op uw eentje zou kunnen beslissen over het geld, maar dat is wel waar deze regering op heeft afgeklopt en dat is voor ons bijzonder teleurstellend. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik heb een aantal puntjes.

Ten eerste wordt ons verweten dat wij hier een politiek spelletje spelen over wie meer en wie minder krijgt. Dat politiek spelletje heeft een heel geleerde naam: het heet ‘begrotingsbespreking’. Dat gaat net over de vraag ‘Wie krijgt er meer en wie krijgt er minder?’. Ik hoop dat we dat hier vandaag rustig kunnen doen, zonder elkaar met verwijten om de oren te slaan. (Gelach. Rumoer. Applaus bij de meerderheid)

Beste ministers en beste collega’s, wij mogen uiteraard kritiek hebben op de inhoud, over wie er meer krijgt en wie minder. Dat is wat ik doe. Maar over hoe we het zeggen, dat is iets helemaal anders.

Ten tweede blijft de meerderheid in de sprookjeswereld zitten en gelooft zij dat wij glazen bollen nodig hebben om te zien hoe de wachtlijsten zullen evolueren. Maar je hebt daar geen glazen bol voor nodig, echt niet. Het volstaat om te luisteren naar het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. Ik weet niet of u dat kent, dat is het VAPH, en zij hebben berekend … (Opmerkingen bij Open Vld en de N-VA)

Collega’s, zij hebben berekend dat je zelfs met 300 miljoen euro investeringen in die zorg, in die wachtlijsten, de groei nog niet kunt afremmen. Dat is wat het VAPH zegt, dat heeft met een glazen bol niets te maken. Kom ons dus niet vertellen dat jullie de wachtlijsten gaan terugdringen met minder dan dat budget. Kom ons dat hier niet vertellen. Het is jullie verkiezingsbelofte, jullie hebben gezegd dat jullie dat zouden doen, dan moeten jullie nu niet afkomen en zeggen dat jullie die verkiezingsbelofte nakomen, want dat is niet zo. Dat we het systeem moeten hervormen, kan allemaal goed zijn. Jullie hebben net het hele systeem hervormd, en de wachtlijsten blijken alleen maar sneller aan te groeien. Dus misschien is het een vraag van te evalueren wat jullie allemaal doen.

Minister Diependaele, ‘geen besparingsbegroting’, ik zei het daarnet al: ga dat buiten eens uitleggen, ga dat eens uitleggen aan die jonge kunstenaars die binnenkort geen projectsubsidies meer kunnen aanvragen, ga dat eens uitleggen aan het inloopcentrum voor daklozen dat in Gent gesloten wordt door de besparingen op de CAW’s, ga dat eens uitleggen aan de sociale werkers die binnenkort geen of veel minder ondersteuning kunnen krijgen dankzij de besparingen op het steunpunt Mens en Samenleving (SAM), enzovoort. Ga dat eens uitleggen, dat heeft met sprookjes niets te maken. Als u zegt dat dit geen besparingsregering is, mag u dat voor mij gerust gaan uitleggen aan al die mensen waarop bespaard wordt, aan al die mensen die vandaag hun job verliezen, aan al die mensen die binnenkort meer gaan moeten betalen om minder te krijgen. Want dat gezond boerenverstand van jullie heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat de wachtlijsten voor personen met een handicap en de wachtlijsten voor de sociale woningen geëxplodeerd zijn en dat de kinderarmoede verdubbeld is. Dat is het gezond boerenverstand van deze regering! En het gezond boerenverstand van deze regering had er bijna voor gezorgd dat we zouden besparen op zelfmoordpreventie. Dat was blijkbaar het gezond boerenverstand van deze regering, en ik ben ongelooflijk blij dat het verzet buiten het parlement dat nog heeft kunnen keren. Ik ben heel blij dat ze jullie nog een beetje echt gezond boerenverstand hebben kunnen bijbrengen.

Als het ten slotte gaat over de financiering, hebt u al een keer of twintig herhaald dat de oppositie alleen maar zegt dat de F-35’s afgeschaft moeten worden. Ik weet niet wie dat gezegd heeft, wij alleszins niet. (Opmerkingen. Gelach. Applaus bij de meerderheid)

Of misschien wel? Toch wel? Excuseer. Maar we hebben nog een veel beter idee.

Geef ik het woord aan minister Diependaele, of wilt u nog voortgaan, mijnheer D’Haese?

Dat was een lapsus, waarvoor excuses. Gelukkig zijn er hier in het parlement nog die hun fouten durven toegeven, dat zou deze regering ook mooi uitkomen. (Opmerkingen bij de meerderheid)

Het punt dat ik wil maken, is dat jullie zelf het kader gecreëerd hebben waarin je eeuwig moet besparen op die zorg. Vroeger zat de jeugdzorg, de zorg voor personen met een handicap en de ouderenzorg in de federale pot van de sociale zekerheid, een goed gefinancierde pot van de sociale zekerheid. Jullie hebben in de vijfde en zesde staatshervorming beslist om dat eruit te halen en naar Vlaanderen te halen, uit die pot van de sociale zekerheid en richting een financiering met een vaste bijdrage per persoon – eerst 25 euro, nu 52 of 53 euro. Jullie hebben het kader van die besparingen gecreëerd en ondertussen de federale kassa leeggehaald. Want u zegt dat jullie 4 miljard euro nodig hebben, maar dat is nu exact het bedrag waarmee die taxshift federaal niet gefinancierd is. Dat is nu exact – minister Diependaele heeft het zelf al gezegd – waardoor jullie hier in Vlaanderen 820 miljoen euro minder hebben om uit te geven, dankzij de taxshift die jullie zelf gestemd hebben op federaal niveau – want hier zitten heel wat federale ministers. Jullie creëren dus zelf het kader voor eeuwige besparingen in de zorg, jullie creëren zelf de eeuwige tekorten, en dan komen jullie aan ons zeggen waar wij het geld uit de zakken van de mensen zouden moeten kloppen om dat soort wanbeleid recht te zetten. Wij gaan dat niet doen. Jullie hebben een slecht systeem gecreëerd. Je moet een sterke sociale zekerheid hebben zodat je die zorg perfect kunt betalen. Al die noordelijke gidslanden waar jullie naar verwijzen, Nederland en de Scandinavische landen, geven een veel groter deel van hun rijkdom uit aan zorg, een veel groter deel dan wij hier. Kijk naar boven, stop met die federale sociale zekerheid onderuit te halen en investeer in de zorg.

We zijn in de 21e eeuw. We zijn in het jaar 2019, bijna 2020, en jullie komen ons hier vertellen dat we de zorg voor personen met een handicap, de zorg voor ouderen en de zorg voor jongeren met problemen, niet kunnen garanderen in het vierde rijkste land ter wereld. Ik kan dat niet begrijpen. Het lijkt me dat het jullie zijn, die in een sprookjeswereld leven. (Applaus bij de PVDA)

Mijnheer D’Haese, u hebt de vrijheid om over gelijk welk onderwerp te spreken tijdens deze algemene ronde, maar zo dadelijk komt het onderwerp Welzijn nog uitgebreid aan bod. Dus ik zou aan iedereen, niet alleen aan collega D’Haese maar aan alle collega’s, willen vragen om het algemeen te houden. Ik kan jullie natuurlijk niet het recht ontnemen om gewoon over een thema te beginnen, maar al die thema’s komen straks nog aan bod.

De heer Dewinter heeft het woord.

Voorzitter, ik ga me niet uitspreken over de inhoud. Daar is per fractie een woordvoerder of een fractieleider voor. Daar is ook een algemeen debat voor, waar iedereen vijftien minuten krijgt en daarna wordt er per thema gedebatteerd. Ik stel alleen maar vast dat de kleinste partij, met het kleinst aantal kiezers in dit halfrond, dit debat probeert te monopoliseren en naar haar hand te zetten, in plaats van haar beurt af te wachten, zoals dat in een normaal, beschaafd debat het geval is. Laten we per fractieleider debatteren, luisteren naar wat de ministers te zeggen hebben, en de interventies van de heer D’Haese tot een minimum beperken en hem de tijd geven die hem toekomt; als kleinste partij met het kleinst aantal kiezers in dit halfrond is dat minder dan al de rest.

Mijnheer Dewinter, voor alle duidelijkheid: we zijn hier inderdaad in het Vlaams Parlement… (Opmerkingen van Filip Dewinter)

Mag ik even uitspreken? Er zijn hier geen afspraken gemaakt, mijnheer Dewinter. (Opmerkingen van Filip Dewinter)

Alstublieft, zeg, ik ga seffens mijn hamer bovenhalen, want die ligt hier. Dat wilt u niet meemaken. (Rumoer. Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Collega’s, we zijn hier in het Vlaams Parlement. We hebben in het Uitgebreid Bureau bekeken of we een maximale spreektijd vanop de banken moesten opleggen. Het antwoord was ‘neen’. Collega D’Haese heeft dus inderdaad het recht om hier zijn woord te voeren.

Wij houden ons aan de afspraken.

U krijgt dat recht ook. U mag dat ook. Als u uw vinger opsteekt, zult u het woord krijgen. Als u nu niet wilt tussenkomen, is dat uw volste recht, maar als andere fracties dat wel willen doen, dan mogen ze dat. (Opmerkingen van Anke Van dermeersch)

Mijnheer Sintobin, u wilt tussenkomen? U hebt het woord.

Ik wil niet tussenkomen over dit punt, maar u zei daarnet bij het begin, toen ik als eerste tussenkwam, dat ik het kort moest houden en dat er niet gedebatteerd werd over deelthema’s, dat het over algemene zaken moest gaan. (Opmerkingen van de voorzitter)

Dat is voor mij geen probleem, maar dan kunnen we beter voor vanavond ook al een kamer boeken, collega D’Haese.

Ik heb niet gezegd ‘deelthema’s’.

Voorzitter, laten we stoppen met het debat over het debat te voeren en verder debatteren over de inhoud. (Applaus)

Voilà.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Voorzitter, ik vind mijn idee om de PVDA en het Vlaams Belang naast elkaar te zetten in de koepelzaal, nog altijd een goed idee. (Applaus en rumoer)

Mevrouw Van den Bossche, ik ben zeer blij dat u de uitspraak in de mond dat wij in stenen investeren. U geeft daarbij natuurlijk alleen het voorbeeld van autosnelwegen en dergelijke, maar we doen wel meer dan dat. Dat is exact waar het de laatste decennia verkeerd is gelopen. Ik ben er zeer trots op dat we inderdaad investeren in stenen. U hebt enige tijd geleden misschien de reportage gezien over een stad waar uw partij heel wat verantwoordelijkheid gedragen heeft, over wonen in Gent, met de schimmels in de sociale woningen, met sociale woningen die helemaal niet meer aan de basiskwaliteitsvereisten voldeden. Wel, dat is onder andere omdat er de laatste jaren, onder andere onder impuls van uw partij, te weinig geïnvesteerd werd in stenen. Dat willen we net keren. We moeten dat investeringspeil in Vlaanderen omhoog trekken en niet alleen door te investeren in sociale woningen, waar we 4,2 miljard aan spenderen. Dat is ongeveer het dubbele van het bedrag toen u minister was. We gaan ook investeren in ziekenhuizen, we gaan ook investeren in schoolgebouwen enzovoort. We gaan effectief een inhaalbeweging moeten maken, als het gaat over investeren in stenen. Daar ben ik absoluut trots op.

Mijnheer D’Haese, u daagt me uit om dat uit te leggen. Wel, ik heb er geen enkel probleem mee om dat uit te leggen, ook niet tegenover de mensen in de tribune, want ik vind dat we iets moeten doen aan die sociale woningen, dat we die moeten renoveren en dat we nieuwe moeten bouwen om de mensen die op de wachtlijst staan, ook een woning te geven. En dat geld moet van ergens komen.

Ik vind dat we iets moeten doen aan die rusthuisfactuur, waarvan we nu gaan zorgen dat die draagbaarder wordt voor de mensen. Dan vind ik dat dat geld ergens vandaan moet komen.

We willen die wachtlijsten terugdringen. Dat geld moet ergens vandaan komen.

Dat wil ik aan iedereen die daar een probleem mee heeft, gaan uitleggen. Ik heb alle begrip voor het feit dat die besparingen – hoe we die keuze maken, van waar dat geld komt – niet altijd evident zijn. Ik durf wel absoluut de verdediging opnemen voor de keuzes die we maken met dat geld, en dat is wel degelijk om opnieuw te investeren in die Vlaming, in die noden die er in Vlaanderen zijn. Ik heb geen enkele moeite om dat te gaan uitleggen.

Nog één klein punt, mevrouw Van den Bossche: u hebt verwezen naar de belasting op spelen en weddenschappen. Ik heb dat grondig uitgelegd in de commissie. U hebt daar een amendement op ingediend. Het spijt me verschrikkelijk, met alle respect – en we kunnen daar gerust eens op doorgaan –, maar dat is een zeer zeer zeer onverstandig amendement. Vandaag gaat het over automatische spelen en weddenschappen. Er staat ingeschreven dat de belasting wordt geheven op de plaats waar de server staat, want dat gebeurt natuurlijk allemaal via internet. We hebben een aanknopingspunt nodig om die belasting te kunnen heffen en dat aanknopingspunt is de plaats van die server.

Als we morgen die belasting zo hard zouden doen stijgen – waar ik op zich niet weigerachtig tegenover sta, want ik zie zeker de problemen inzake gokverslaving –, zou dat betekenen dat die mensen die server heel gemakkelijk opheffen en langs de andere kant van de taalgrens zouden gaan zetten. Daar hebben we voorlopig, puur juridisch, nog geen oplossing voor. Als u die wel hebt, laat ons gaan samenzitten, want ik wil er zeker over nadenken. Dat amendement vandaag doorvoeren is echter geen goed idee.

We hebben in ons regeerakkoord gezet dat we die belasting ook gaan doen stijgen, maar we moeten dat in overleg doen met het Waalse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, omdat we anders naar een nulopbrengst gaan, wat totaal het tegenovergestelde is van wat we willen bereiken. (Applaus bij de N-VA)

Voorzitter, ik had nog vragen van de collega’s genoteerd, maar tot mijn grote vreugde heeft de regering daar grotendeels op geantwoord en veel beter dan ik het ooit zou kunnen doen.

Mijn beeld van de sprookjes viel wat slecht bij de collega’s. U vond dat niet leuk. Maar het vervolg van het debat heeft wel aangetoond dat dat beeld standhoudt, zeker als ik naar u luister, collega D’Haese. Ik begrijp het niet meer. Minister Beke geeft gedetailleerde cijfers over de wachtlijsten. Hij geeft aan dat die niet zijn gegroeid en u blijft gewoon doorgaan op het elan van die “exponentiële stijging!”. Dat is natuurlijk geen ernstig debat. Dat is inderdaad de mensen een rad voor de ogen draaien. Dat is inderdaad ervan uitgaan dat je de mensen sprookjes kunt wijsmaken.

Een paar zaken zijn misschien nog niet beantwoord. Mevrouw Goeman, inzake de woonbonus heeft minister Diependaele uitvoerig en zeer correct geantwoord. Hij heeft gezegd dat er in de vorige legislatuur al 4 miljard euro is geïnvesteerd in de sociale woningen, 4,2 miljard euro om precies te zijn. We gaan daarop door. Dat staat ook in deze beleidsteksten.

Wat nog niet gezegd is, is dat deze regering en waarschijnlijk ook dit parlement het fameuze decreet dat het wonen in eigen streek regelt, ook opnieuw gaat proberen recht te trekken. Het is toch een belangrijk instrument.

Mevrouw Goeman, u zegt ook dat er geen investeringen zijn in het secundair onderwijs. Ja, daar is wel een reden voor. Als ik het goed heb, is dat omdat de vorige regering juist wel behoorlijk heeft geïnvesteerd in het secundair onderwijs en nu de keuze heeft gemaakt om wat bij te benen in het basisonderwijs. U zegt: ‘Er wordt niet geïnvesteerd in het hoger onderwijs.’ Ah nee? En wat dan met de nieuwe opleidingen in het hoger onderwijs? Wat dan met de gigantische investeringen in infrastructuur voor het hoger onderwijs? Wat met de 250 miljoen euro die in onderzoek en ontwikkeling, wat toch dicht aanleunt bij het onderwijsverhaal, wordt geïnvesteerd?

Voorzitter, dat waren een aantal elementen die ik ter aanvulling wilde geven.

Voorzitter, collega, inzake de wachtlijsten kunt u discussiëren of het nu over 14.000, 15.000 of 16.000 mensen gaat. Dat doet er niet toe. We weten wel één zaak: dat mensen die geparkeerd staan op die wachtlijsten – en ik zeg ‘geparkeerd’ – dat die daar vijftien jaar op geparkeerd staan.

Twee, we hebben ook een wachtlijst die niet zichtbaar is. Er zijn heel veel mensen met een lichte beperking die RTH-punten (rechtstreeks toegankelijke hulp) zouden kunnen inzetten, maar er is geen enkele voorziening meer die die punten zou kunnen geven. Dat is dus een wachtlijst die niet opgenomen is in de officiële statistieken, maar die in de praktijk wel bestaat.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Collega Vandaele, ik hoor u dus eigenlijk herhalen wat ook minister-president Jambon al gezegd heeft: dat ons secundair onderwijs overgefinancierd is. Ik ga dat hier tot in den treure blijven herhalen.

Dat heb ik niet gezegd.

U zegt: ‘Er is de vorige keer een inspanning gebeurd, en nu gaan we de groeipaden milderen.’ Dat komt er in de praktijk op neer dat er veertigduizend studenten bij komen en dat ze het daar met dezelfde middelen zullen moeten redden. U moet mij eens uitleggen hoe ze dat moeten doen. Idem voor het hoger onderwijs. Het is niet dat daar niet in wordt geïnvesteerd, maar de kliks worden overgeslagen en er gaan studenten bij komen. En ik stel vandaag al vast dat docenten niet meer weten van welk hout pijlen te maken.

Mevrouw Jans, wou u nog tussenkomen?

Ik wou eigenlijk al een hele tijd tussenkomen, voorzitter.

Maar niet over Welzijn, alstublieft.

Sta mij toe, voorzitter. Er zijn al bijzonder veel tussenkomsten geweest. Ik heb daarnaar geluisterd. De regering heeft ook geantwoord.

Ik hoor hier heel veel dingen vertellen die gewoon onjuist zijn. Sta me toe daar toch even op te willen tussenkomen. Gisteren heeft collega Goeman ­– en dat is haar goed recht – stukken laten opvragen en heeft ze haar ongenoegen geuit omdat ze niet wist waar de exacte beslissing was genomen over het terugschroeven van een besparing van 5122 euro. Dat was gisteren hier onderdeel van het debat. Vandaag wordt hier gedaan alsof een investering van honderden miljoenen euro’s allemaal niets voorstelt.

De heer D’Haese zegt dat we het systeem hervormd hebben. We hebben niet zomaar een systeem hervormd. We hebben ervoor gezorgd dat mensen met een handicap niet twee uur op een bus moeten zitten naar een voorziening aan de andere kant van de provincie, waar ze verplicht een voltijdse plek moeten pakken – alles of niets. We hebben ervoor gezorgd dat ze zorg op maat kunnen inkopen, met een assistent, deeltijdse opvang, misschien hier een dag. Ze kunnen kijken hoe ze dat kunnen organiseren. En dat dat nogal wat meer mensen en meer doelgroepen aanspreekt, dat is nogal wiedes. Dat meer mensen zich aangesproken voelen door dat systeem, dat laat ons niet in een kramp schieten, maar dat maakt duidelijk dat deze hervorming nodig was.

Collega Vande Reyde heeft al verwezen naar de 270 miljoen euro boven op de 2 miljard euro die het Vlaams Agentschap jaarlijks ontvangt. Ik vind het ook heel goed, mijnheer D’Haese, dat u heel wat boeiende dingen ontdekt, maar dit parlement bestaat uit heel wat betrokken parlementsleden. Ik moet zeggen dat er binnen alle partijen mensen zijn die hun best doen om dat te volgen. Vaak gebruikt u een toon die ik bijzonder jammer vind en waaruit een groot disrespect blijkt voor de mensen in dit parlement die heel hard hun best doen om de thema’s op een goede manier naar voren te brengen. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Van den Bossche en haar fractie proberen hier aan te tonen dat we niets investeren in Welzijn. Wij doen meer en doen dat ook zeer gericht. Als het gaat over de dam tegen kwetsbaarheid en armoede, het groeipakket, doen wij voor de meest kwetsbaren daar meer dan ooit tevoren. Als het gaat over de grootste kopzorg van de senioren, hoe ze het rusthuis gaan betalen: daar investeren wij honderden miljoenen euro’s in. Kom dus niet af met te zeggen dat we alleen in bakstenen investeren. Deze regering heeft geknokt voor budgetten. Deze regering heeft gekozen voor budgetten, zeer gericht op de meest kwetsbaren. En ik steun minister Beke – het zou er nog aan mankeren – dat je duidelijk moet maken waar je dat geld haalt. Het alternatief is gegeven. Kies nu ook maar eens wat jullie doen in die oppositie en in welke stijl jullie die welzijnssector willen bejegenen. (Applaus bij de meerderheid)

Voorzitter, om af te sluiten, richt ik mij toch nog één keer tot collega Goeman.

Ik heb niet gezegd dat het secundair onderwijs overgefinancierd is, ik heb dat niet gezegd. Onderwijs – en ik denk dat de meeste collega’s het daarmee eens zullen zijn – kan nooit overgefinancierd zijn. Welzijn kan voor mijn part ook nooit overgefinancierd zijn, zelfs Leefmilieu niet. Wat ik wel gezegd heb, is dat er in de vorige legislatuur een bijzondere klemtoon is gelegd op het secundair onderwijs, en dat die klemtoon nu op andere onderwijsniveaus ligt: kleuteronderwijs, lager onderwijs. Dat is wat ik gezegd heb. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

U hebt twintig minuten spreektijd, mevrouw Van dermeersch. Mag u onderbroken worden?

Voorzitter, ik zou liever niet onderbroken worden. Ik wil een alternatieve visie voorstellen op de begroting en dat heeft een vloeiende opbouw nodig.

Voorzitter, leden van de regering, dames en heren, ik ben niet van plan om hier sprookjes te komen vertellen over Hansje en Grietje. Ik wil hier de harde realiteit aan de kaak stellen van Jan en Maria, een zelfstandige, een alleenstaande moeder of een hulpbehoevende bejaarde die zich bovendien nog eenzaam voelt. Ik wil hier aan de kaak stellen dat zij zullen lijden onder de besparingen, de verdere schuldopbouw en de verkeerde keuzes. Ik zal u ook een alternatief voorstellen en zeggen welke keuzes er wel gemaakt zouden moeten worden.

De cijfers liegen niet. 680.000 Vlamingen leven in armoede, zegt de armoede-indicator. Volgens Kind en Gezin groeit een op zeven kinderen op in armoede. De wachtlijsten voor sociale woningen groeien aan en het aantal mensen dat aanschuift bij de voedselbanken groeit ook aan. Er vroegen 160.000 mensen voedselpakketten aan volgens het jaarverslag van de Voedselbanken. Ook het aantal leefloners stijgt tot meer dan 41.000 en ondertussen staan er – er is inderdaad een daling van 21.000 naar 15.000 – nog steeds 15.000 mensen met een handicap op de wachtlijst voor een persoonsvolgend budget. Voor drie op vier ouderen volstaat het pensioen zelfs niet meer om de gemiddelde rusthuisfactuur te betalen. Die rusthuisfactuur is trouwens zeer duur aan het worden en zou ongeveer gemiddeld 1700 euro per maand bedragen. Dat allemaal in een periode van hoogconjunctuur die we nu afsluiten, want daar komt nu echt wel een einde aan.

– Nadia Sminate, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Ondertussen denkt deze regering inderdaad nog om Sinterklaas te moeten spelen voor alle vreemdelingen die hier aanspoelen. Terwijl de wachtlijsten aangroeien – en daar is al heel veel over gezegd hier – en de regering niet over de middelen beschikt om onze eigen mensen, onze eigen behoeftigen te helpen in Vlaanderen, kunnen immigranten die hier aankomen de komende vijf jaar, vanaf dag één, aanspraak maken op kinderbijslag. De N-VA beloofde inderdaad om een wachttijd van zes maanden in te voeren, maar van die belofte is niets in huis gekomen.

Links schreeuwt hier moord en brand over viermaal 90 euro die aan de migranten wordt aangerekend voor de huidige inburgeringstrajecten, terwijl de kost nog geen 10 procent bedraagt van de totale kost van zo’n inburgeringstraject. Dat kost maar liefst 4600 euro. Die factuur wordt nog steeds integraal doorgeschoven naar de belastingbetaler. Vlaanderen blijft op die manier ook het land van onbegrensde mogelijkheden voor buitenlandse gelukzoekers allerhande. De boodschap van de kiezer op 26 mei was blijkbaar niet luid genoeg, want ik vind in die begroting nog altijd zulke dingen terug.

Vorige week bleek zelfs dat een moskee in Leuven, waarin opgeroepen wordt om ongehoorzame vrouwen met een stok te slaan, voor de minister van Inburgering en Gelijke Kansen gerust verder gesubsidieerd kan worden, want ze staan nog altijd in het lijstje met subsidies. Overigens zal onder deze regering het aantal betoelaagde moskeeën ook fors toenemen. Nu al kosten die moskeeën in Vlaanderen de belastingbetaler per legislatuur ongeveer 4,6 miljoen euro. Er wordt vanaf nu enkel een wachtperiode van 4 jaar ingevoerd voor de erkenning en betoelaging van nieuwe geloofsgemeenschappen, maar de 47 moskeeën die al een aanvraag hadden ingediend voor 1 juli 2019 komen er vanaf met een verkorte wachtperiode van een jaar. Er komen tientallen nieuwe betoelaagde moskeeën bij in de volgende jaren.

In plaats van de islam hier met open armen te ontvangen en te subsidiëren, moeten we durven te erkennen dat de islam haaks staat op iedere vorm van inburgeringsbeleid, waar ook nog eens heel veel geld in wordt gestopt. De islam is de belangrijkste rem op integratie van de hier verblijvende niet-Europese vreemdelingen. Daarom moet het aantal subsidies voor moskeeën afgeschaft worden, moet het aantal moskeeën teruggedrongen worden en de erkenning van de islam dringend ingetrokken worden.

De immigratie kost Vlaanderen pakken geld, of het nu in het inburgeringsbeleid is, het welzijnsbeleid, het tewerkstellingsbeleid of het onderwijs. Hoeveel dat nu precies is, dat is tot onze grote verbazing nog altijd niet juist berekend, niet op federaal niveau en niet op Vlaams niveau. Men heeft er nog altijd niet de moed voor gehad om exact te berekenen wat de kostprijs van immigratie wel is op al die vlakken.

Als Vlaams Belang vragen wij al jaren die kostprijs. We weten natuurlijk waarom die berekening niet wordt gemaakt. Transparantie in het beleid is blijkbaar niet gewenst als het om het immigratietaboe gaat. Ondertussen keurt het federaal parlement zelfs een resolutie goed die de Federale Regering in lopende zaken vraagt België te laten aanbieden een deel van de geredde migranten op te vangen. Dat is trouwens gebeurd met de bereidwillige hulp van CD&V, een partij die in de Vlaamse Regering zit. Alsof onze samenleving niet nog niet genoeg kreunt onder de immigratiedruk, stuurt de Federale Regering nog een uitnodiging de wereld in. Ons land, dat al met het hoogste aantal asielzoekers van heel de EU kampt, zou best nog wat meer gelukzoekers kunnen opvangen. Het geld is op. Er moet een migratiestop komen.

Bij het aantreden van deze Vlaamse Regering is de indruk gewekt dat dit een Vlaamse Regering zou zijn die het zou opnemen voor de werkende, productieve Vlaming en voor de middenklasse, die het door allerlei besparingen de voorbije jaren vaak moeilijk kreeg. De Vlaamse Regering zou ook opnieuw de rechten met de plichten in overeenstemming brengen. Dat klonk allemaal heel mooi, maar van die ambitie heb ik in deze begroting niet veel teruggevonden, met uitzondering van de realisatie van de jobbonus. Dat is goed om het inkomen op te krikken van de werkenden die voor een bescheiden inkomen moeten werken. Verder moet ik vaststellen dat de Vlaamse Regering de middenklasse voor een groot gedeelte in de steek laat. Door middel van besparingen moet de middenklasse opnieuw de geldschieter van het regeringsbeleid zijn. De middenklasse krijgt een nieuwe reeks maatregelen over zich heen die het leven fors duurder zullen maken.

Over de afschaffing van de woonbonus is hier al veel gezegd. Door de afschaffing van deze belastingvermindering maakt de Vlaamse Regering het jonge gezinnen die een woning willen aanschaffen, financieel heel wat moeilijker. De Vlaamse Regering kan met cijfers goochelen zo veel ze wil, maar als aan het einde van de woonbonus een berekening wordt gemaakt, zal dit uitdraaien op een belasting in het voordeel van de Vlaamse Regering die verkeerde keuzes maakt.

Ook de niet-indexering van de kinderbijslagen is een verandering die jonge gezinnen zullen voelen. Verschillende regeringsmaatregelen zullen verdere kosten betekenen voor de middenklasse. Een voorbeeld zijn de almaar hogere normen voor wie een woning wil bouwen. Die woning wordt fors duurder indien allerlei eisen inzake milieutechnische infrastructuur worden gesteld. De recente goedkeuring van het Vlaams Energie- en Klimaatplan verplicht de renovatie van pas aangekochte woningen. Dat zijn allemaal kosten die in de loop der jaren stijgen voor jonge gezinnen en voor de middenklasse.

De Vlaamse Regering stimuleert de invoering van lage-emissiezones (LEZ’s) in onze steden en gemeenten. Dit verplicht heel veel Vlamingen de kosten te maken van de aankoop van een nieuwe en duurdere wagen. Volgens de Vlaamse Automobilistenbond (VAB), die dit heeft berekend, zullen vanaf 1 januari 2020 maar liefst 620.000 Vlaamse wagens niet meer in de LEZ’s van Antwerpen en Gent mogen rondrijden, tenzij ze ervoor betalen. Wie voor een dag- of jaarpas dokt, mag daar ineens wel rondrijden. Ik vind dat op die manier niet kunnen.

Minister Demir, de noodzakelijke koerswijziging met betrekking tot immigratie, inburgering en multiculturalisme die de Vlaamse Regering niet wil realiseren, wil ze wel realiseren met betrekking tot het energie- en klimaatbeleid. U hebt bij de federale overheid op tafel geklopt om te eisen dat bedrijven enkel nog leasewagens kunnen aftrekken die geen CO2 uitstoten.

Dit brengt me bij het Vlaams Energie- en Klimaatplan, dat een heel hoge kostprijs heeft. Het grootste gedeelte van die kostprijs zullen de Vlaamse huishoudens en bedrijven moeten ophoesten. De Vlaming mag zich de komende jaren warm maken voor een nieuwe reeks pestmaatregelen en facturen zoals we ze in het verleden al hebben gekend.

Indien het van de Vlaamse Regering afhangt, moet de Vlaming ook 15 procent minder met de auto rijden. Terwijl het met het aanbod en de kwaliteit van het openbaar vervoer totaal de foute richting uitgaat, blijft die modal shift maar opduiken. We hebben hier de voorbije maanden al een paar debatten moeten voeren over de kwaliteit die, bijvoorbeeld, De Lijn aanbiedt.

Beste leden van de regering, jullie voeren heel veel besparingen door, nieuwe maatregelen worden immers gefinancierd door het schrappen van uitgaven. Ik vind dat er niet zo heel veel lijn zit in die besparingen. Er wordt beknibbeld op groeipaden allerhande maar veel moed en eendracht binnen de regering zijn daar niet voor nodig.

Ik begrijp wel dat het budgettair krappe tijden zijn en dat er dan bespaard moet worden. Ik heb geen probleem met besparingen maar wel met de manier waarop. Er worden verkeerde keuzes gemaakt, en waar er geen keuzes worden gemaakt, wordt er uiteindelijk autoritair lineair bespaard. We zouden eigenlijk een fundamenteel ander beleid willen zien. En als er dan wordt bespaard, en er wordt eerst bespaard op de cultuur- en kunstensector, dan vind ik dat aannemelijk. Besparingen op andere levensnoodzakelijke zaken zoals men die aanvankelijk wilde doen op zelfmoordpreventie, alcohol- en drugspreventie, ziektepreventie kunnen al helemaal niet, en dat hebt u gelukkig tijdig ingezien, minister Beke. U hebt blijkbaar 1,3 miljoen euro extra vrijgemaakt voor die preventie. Dat mildert de besparingen voor alcohol- en drugspreventie, het expertisecentrum en het Vlaams Instituut Gezond Leven.

En dan vraag ik me af waarom er dan wel 230.000 euro is voor het platform diversiteit. Dat is exact wat ik bedoel met het maken van de verkeerde keuzes. Hetzelfde geldt voor allerhande multiculturele en diversiteitsinitiatieven en projecten waarop niet wordt bespaard. En dat is wat ik wil aantonen met foute keuzes die worden gemaakt: dat geld kan veel beter worden geïnvesteerd om die cijfers, minister Diependaele, die niet liegen en waar ik het aan het begin van mijn uiteenzetting over had, weg te werken.

Leden van de regering en in het bijzonder van de N-VA, dit alles is niet waar de Vlaming voor heeft gekozen op 26 mei, u weet dat heel goed: de Vlaming koos voor een ander en beter beleid en niet voor een beleid dat het leven voor de middenklasse opnieuw duurder maakt, wel voor een beleid dat opnieuw duidelijk maakt dat onze sociale voorzieningen er in de eerste plaats moeten zijn voor onze eigen mensen. Het zou de logica moeten zijn dat immigranten hier eerst bijdragen aan ons sociaal systeem voor ze een beroep kunnen doen op onze sociale voorzieningen maar daar is in de verste verte geen sprake van in deze begroting.

– Liesbeth Homans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Eenzelfde gebrek aan moed zien we ten aanzien van de historische klucht die België heet. Of het nu gaat om zorg, mobiliteit of klimaat, de waanzinnige situatie met versnipperde bevoegdheden werkt inefficiënt beleid en zelfs verspilling in de hand.

Terwijl België in 2022 dreigt te worden geconfronteerd met een begrotingstekort van maar liefst 22 miljard euro en ook Vlaanderen moet vechten tegen een begrotingstekort, heeft Nederland een begrotingsoverschot van 2 procent van het bruto binnenlands product. Dat komt overeen met een overschot van 12 miljard euro. Minister, ik hoop dat u die begroting opnieuw op het rechte pad krijgt tegen 2021, zoals u hebt beloofd. Wij zouden in Vlaanderen ook een overschot kunnen realiseren indien wij een structureel schuldenopschoningsplan zouden uitwerken.

België sleurt Vlaanderen mee in dat financiële moeras, en deze coalitie zwijgt op het communautaire vlak. Dat heeft wellicht te maken met de gretigheid van sommigen om deel te nemen aan het beleid op federaal niveau. Ik hoop dat dat niet het geval is. Minister-president Jambon, het zou toch goed zijn als u deze regering op het communautaire vlak wat meer op de kaart zou zetten, want voorlopig klopt u uw voorganger, voormalig minister-president Bourgeois, in het bijna niets doen. Ik vind geen deftig communautair luik terug in het regeerprogramma, noch in de vooruitzichten die met deze begroting worden vooropgesteld.

Minister-president, u zei onlangs in een interview: “Ik heb nog geen enkele opiniepeiling gezien waarin een splitsing van het land gesteund wordt door meer dan 50 procent van de Vlamingen.” Deze regering gaat graag naar Catalonië en Vlaanderen spiegelt zich daar ook graag aan. Het wordt tijd dat Vlaanderen een beetje meer Catalonië wordt. U bent daar onlangs nog geweest om de Catalaanse separatisten een hart onder de riem te steken. In hetzelfde interview verklaarde u over Catalonië dat daar bij de bevolking wel een draagvlak bestaat.

Wel, minister-president Jambon, een draagvlak ontstaat niet vanzelf. U moet dat draagvlak mee creëren, en dat is een oproep aan u. Het is een taak voor uw regering en zeker voor u als N-VA-minister-president om dat draagvlak mee te creëren, en we zullen u daar in steunen.

Beste collega’s, u hoort het al: ik stel vast dat er een heel aantal maatregelen genomen worden en keuzes worden gemaakt waarin ik mij niet kan vinden. Ik zou een heel ander soort begroting voorgelegd willen zien. Ik stel vast dat deze regering momenteel paniekvoetbal speelt, zeker wat de bevoegdheden van minister Beke betreft, wanneer u plotseling wel geld vindt nadat u hoort dat er te veel commentaar is. Ik denk dat u paniekvoetbal speelt en dat u bestuurt zonder kompas, en dat kan beter. Dat heeft te maken met het gebrek aan cohesie in deze regering. Ik heb het al gezegd: de federale regeringsvorming zal daarin wel een rol spelen. Vooral Open Vld heeft daar, met minister Somers op kop, een zeer onbetrouwbare rol in gespeeld, als u het mij vraagt. Het feit dan de N-VA en Open Vld elkaar hier naar het leven staan omdat het op het federaal vlak blijkbaar helemaal niet botert, straalt af op deze meerderheid, minister Somers, en Vlaanderen verdient beter. Daarom zal het Vlaams Belang deze begroting niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Mevrouw Van dermeersch, ik hoor u heel wat kritiek geven op ons Vlaams inburgeringsbeleid. Voor mij is dat een verhaal van rechten en plichten. Dat moet een evenwichtig verhaal zijn. Voor mij wordt het in uw betoog niet helemaal duidelijk of u het kunt appreciëren dat wij de drempel tot de toetreding tot onze Vlaamse samenleving verhoogd hebben. In ruil staan daar natuurlijk een aantal rechten tegenover. Het is mij niet duidelijk of u dat stuk van ons inburgeringsbeleid apprecieert. Ik heb dus een aantal vragen voor u.

Vindt u het een goede zaak dat mensen, die hun voeten vegen aan het leren van onze Nederlandse taal, gesanctioneerd zullen worden? Vindt u het normaal dat wij van mensen vragen dat ze op z’n minst een basisgesprek kunnen voeren met hun buren en dat wij niet alleen verwachten dat zij begrijpen wat er wordt gezegd, maar dat ook kunnen zeggen? Vindt u het normaal dat wij van nieuwkomers vragen dat zij zich vrijwel onmiddellijk bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) inschrijven en dat ze op die manier werk zoeken? Dat is volgens mij, samen met de kennis van het Nederlands, een van de beste garanties om deel uit te maken van onze samenleving. Op die vragen zou ik van u graag een antwoord willen. Als u daar ja op zegt, dan onderschrijft u ons Vlaams inburgeringsbeleid. Als u daar nee op zegt, dan denk ik dat u aan struisvogelpolitiek doet en dat u op de een of andere manier ontkent dat er in onze samenleving nieuwkomers zijn en dat die er altijd zullen zijn. Dan zegt u eigenlijk dat we niet in die mensen moeten investeren en dan zegt u eigenlijk dat we niet in onze Vlaamse samenleving moeten investeren. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Sminate, ik kom uit Antwerpen. Antwerpen is een havenstad. Wij hebben al bezoekers en immigranten sinds de eeuwigheid, sinds wij bestaan. Ze komen van over alle zeeën via de Schelde naar Antwerpen, dus nieuwe mensen zijn welkom.

Maar als ik dan zie hoeveel mensen het moeilijk hebben en in armoede leven in onze samenleving, hoeveel mensen het generaties lang moeilijk hebben, van wie de voorouders hebben bijgedragen aan onze samenleving, en dat zij niet de middelen krijgen die ze verdienen, dan is dat heel spijtig. Want deze begroting geeft hun die niet en maakt verkeerde keuzes. Als ik zie dat mensen gesteund worden met enorm grote budgetten – want een inburgeringstraject kost ongeveer 4600 euro – en dat die dan betaald moeten worden met deze begroting en het belastinggeld van de Vlaming, dan denk ik dat dat niet correct is. Er moet inderdaad een inburgeringsbeleid gevoerd worden, er moeten inderdaad rechten en plichten aan elkaar verbonden worden, en daar kunnen de N-VA en het Vlaams Belang elkaar zeker in vinden.

Maar met de slechts vier maal 90 euro responsabilisering die ze moeten bijdragen, zullen we er niet raken. Het kost 4600 euro. Als ik zou verhuizen naar een bepaald land – al zou ik niet weten welk, want ik woon graag in Vlaanderen – waar men een andere taal spreekt, dan moet ik die taal leren. Dan moet men er daar niet voor opdraaien dat ik die taal moet leren, dat ik moet inburgeren, dat ik moet weten hoe mijn huisvuil wordt opgehaald. Dat moet ik zelf doen en dat wíl ik dan ook graag doen, omdat ik deel wil uitmaken van de samenleving waarnaar ik verhuis en waar ik mijn geluk wil beproeven.

Het is dus niet meer dan normaal dat die 4600 euro, dat alle kosten, gedragen worden door de mensen die zich hier willen integreren, inburgeren in onze samenleving, die Vlaming onder de Vlamingen willen worden. Maar het mag niet op de kap van een begroting en op die manier eigenlijk op de kap van mensen die op wachtlijsten staan, die in armoede leven. Dat kan absoluut niet.

Mevrouw Sminate, ik denk dat de N-VA en het Vlaams Belang heel veel verbindende aspecten hebben en dat wij zeker tot een overeenkomst zouden kunnen komen. Ik heb het al gezegd tegen minister-president Jambon: ook op communautair vlak kunnen wij elkaar wel vinden. Wij zouden veel andere keuzes kunnen voorleggen in een begroting. Waar er nu geen keuzes werden gemaakt en waar er autoritair lineair is bespaard, zouden wij die keuzes hebben kunnen voorleggen. Ik denk dat u inderdaad veel beter een beroep zou doen op het Vlaams Belang om die begroting en dat regeringsbeleid op poten te zetten, in plaats van op een onbetrouwbare partner als Open Vld. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Van Rompuy heeft het woord.

Mag u worden onderbroken? (Opmerkingen van Peter Van Rompuy)

Liever niet? Oké, dat is goed.

Collega’s, een jaar geleden stond in de meerjarenbegroting dat we zouden kunnen genieten van 1 miljard euro overschot tegen 2024. Door de economische achteruitgang is die bijna helemaal weggesmolten en als je gecumuleerd kijkt, kijken we zelfs aan tegen een tekort van 600 miljoen euro. Dat hebben we vooral te danken aan de handelsoorlogen die het afgelopen jaar werden gevoerd en aan de brexit.

Deze regering heeft terecht de beslissing genomen om dat tekort zo snel mogelijk weg te werken. We gaan volgend jaar naar een tekort van 433 miljoen euro om in 2021 terug aan te knopen met een begroting in evenwicht, net zoals dat het geval was in de jaren 2017, 2018 en 2019. Deze regering schuift geen facturen door naar de volgende generatie, want de tekorten van vandaag zijn natuurlijk de lasten voor de jonge gezinnen van morgen. Dat willen we niet. Belangrijk daarbij is dat we de keuze hebben gemaakt om het belastingpeil niet te laten stijgen, maar integendeel, de komende jaren lichtjes te laten dalen.

Naast een begroting in evenwicht, zal deze regering natuurlijk investeren. En aangezien we de lasten niet verhogen, kunnen we niet anders dan budgetten verschuiven, de groei afremmen en besparen. Daarbij vragen we van iedereen een inspanning. De besparingen gebeuren in de eerste plaats op de overheid zelf. Tegen 2024 zullen er 1400 ambtenaren minder zijn. Verder worden de besparingen gespreid over instellingen, bedrijven, subsidiestromen, burgers enzovoort. Zoals we allemaal wel beseffen, zullen besparingen nooit op gejuich worden onthaald. Nooit. Dat weten we maar al te goed. Stilstaan is voor ons echter geen optie. Elke euro die de overheid uitgeeft, moeten we twee keer omdraaien, om er zeker van te zijn dat hij goed wordt besteed. Ook dat zijn wij verplicht aan de belastingbetaler.

De laatste tijd hebben we in de media veel gelezen over de besparingen. Over de geplande investeringen, die nochtans groter zijn dan de besparingen, lezen we jammer genoeg veel minder. Voor zowel Onderwijs als Welzijn stijgen de budgetten met meer dan 2 miljard euro tegen 2024. Dat zijn de sterkste stijgers van deze begroting. En neen, dat is geen vestzak-broekzakoperatie. Dat is het niet. Voor Welzijn zijn er besparingen van ongeveer 300 miljoen euro, maar de nieuwe investeringen stijgen de komende jaren naar 1,2 miljard euro, boven op de indexeringen, zoals de minister daarnet terecht heeft gezegd.

Wat betekenen concreet die nieuwe investeringen voor de mensen? De eerste prioriteit voor mijn partij zijn de jonge gezinnen. Dit schooljaar al krijgen 40.000 gezinnen een schooltoeslag door automatische toekenning van de rechten in het Groeipakket. Dat zijn 40.000 gezinnen die 100 tot 200 euro extra krijgen. Dat Groeipakket blijft de komende jaren ook groeien. We doen er maar liefst 129 miljoen euro bij. Het is en blijft een belangrijk instrument in de strijd tegen de kinderarmoede. Daarop wordt niet bespaard; daar wordt net in geïnvesteerd.

In de kinderopvang investeren we 60 miljoen euro. Daarmee creëren we de volgende jaren duizenden extra plaatsen in de gesubsidieerde kinderopvang. Ik heb eens berekend dat het voor een gezin met drie kinderen, van wie eentje in de kinderopvang zit, op een jaar tijd 2295 euro voordeel oplevert als je je kind niet in een private opvang, maar wel in een gesubsidieerde opvang plaatst. Wij willen de jonge gezinnen helpen op het moment dat ze het het meeste nodig hebben.

De grootste budgetstijging gaat naar mensen met een handicap: 300 miljoen euro extra tegen 2024. We hebben het er hier net al uitgebreid over gehad. Op drie legislaturen tijd zal het totaalbudget verdubbelen van 1 miljard euro naar 2 miljard euro in 2024.

De derde prioriteit is de ouderenzorg, waar we 280 miljoen euro investeren. We kiezen daarbij vooral voor betaalbaarheid. We willen het systeem, waarbij ouderen met een hoge zorgzwaarte die naar een woonzorg gaan en daarvoor 400 euro extra krijgen boven op hun pensioen, verder uitbreiden. We gaan daarop zeker inzetten zodat mensen die hun leven lang hard hebben gewerkt, meer zekerheid hebben dat ze op hun oude dag kunnen genieten van kwaliteitsvolle zorg.

Collega's, naast Welzijn zijn er in de samenleving ook andere noden die moeten worden gelenigd. Deze regering wil zich natuurlijk inzetten om werken meer lonend te maken. We gaan dat gefocust en gecibleerd doen op de lage lonen. Daarom zal minister Crevits vanaf 2021 340 miljoen euro investeren in de sociale jobbonus. Dat betekent tot 600 euro extra koopkracht per jaar, en een op de drie werkenden in Vlaanderen zal daarvan kunnen genieten. Dat komt boven op de taxshift die een middenklasgezin ondertussen 1200 euro per jaar oplevert en waar de Vlaamse Regering substantieel toe bijdraagt. De Nationale Bank heeft deze week nog berekend dat de koopkracht tot 2022 verder zal blijven stijgen met 5 procent. De inspanningen van deze en de vorige regering op dat vlak werpen hun vruchten af. Nooit waren er in Vlaanderen meer mensen aan de slag dan nu, nooit was de werkloosheid in 30 jaar lager dan vandaag: amper 5 procent. Ook de komende jaren wil Vlaanderen 120.000 Vlamingen extra aan de slag krijgen, want werk is nog altijd de beste garantie tegen armoede en voor een solide sociale zekerheid.

In totaal zal de Vlaamse Regering deze legislatuur 1,6 miljard euro investeren. 635 miljoen euro gaat naar mobiliteit, waarmee onder andere het bedrag voor fietspaden maal drie zal gaan. Er gaat 500 miljoen euro naar scholenbouw, 195 miljoen euro naar onderzoek en onderzoeksinfrastructuur. Tegen 2024 willen we daarmee de 3 procentnorm halen die we nooit gehaald hebben op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, maar die we deze legislatuur kunnen waarmaken.

Last but nog least investeert deze regering maar liefst gecumuleerd 1,5 miljard euro in de lokale besturen. 1,5 miljard euro wordt geïnvesteerd op het terrein, dicht bij de mensen, ook in landelijk gebied. Dat is een vraag die wij hebben gehonoreerd. Van die 1,5 miljard euro gaat er 124 miljoen euro specifiek naar gemeenten met veel open ruimte.

Kortom, deze begroting maakt drie belangrijke ambities van CD&V waar: we maken werken meer lonend, in het bijzonder voor de lage lonen; de grootste investering gaat naar Welzijn en vooral naar de ondersteuning van jonge gezinnen, ouderen en personen met een handicap; en vanaf 2021 – wat ik persoonlijk belangrijk vind – is de begroting terug in evenwicht. Daarom zal CD&V deze begroting steunen. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Mijnheer Van Rompuy, ik zal het debat over onderwijs hier niet voeren, ik zal straks uitvoerig mijn punt maken. Maar ik vind het een beetje te rooskleurig dat u zegt dat het geen vestzak-broekzakpolitiek is als u het hebt over investeringen in het onderwijs. Inderdaad, ten aanzien van het basisonderwijs zijn er een aantal inspanningen gedaan. Ik heb dat in de commissie ook zeer positief benaderd. Met minister Crevits hebben we de vorige legislatuur veel zaken uitgewerkt op het gebied van basisonderwijs die nu eindelijk afgerond zijn. We hebben er ook nota's voor ingediend. Maar in het secundair onderwijs wordt op vijf jaar tijd recurrent elk jaar 20 miljoen euro bespaard. Dat gaat over 100 miljoen euro in vijf jaar tijd. Stel dat er niet zou worden bespaard en je vergelijkt 2019 met 2025, dan spreken we van 300 miljoen euro. Het hoger onderwijs zal op vijf jaar tijd 229 miljoen euro moeten besparen. Ik heb het dan nog niet over de pedagogische begeleidingsdiensten en de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's), die tegen 2024 recurrent 11 miljoen euro zullen moeten besparen. Als u dat geen vestzak-broekzakpolitiek noemt, dan vind ik dat een klein beetje te rooskleurig voorgesteld. Ik zal straks, wanneer het debat over onderwijs in volle hevigheid zal losbarsten, mijn punt nog wat uitgebreider maken. (Applaus bij sp.a)

De heer De Witte heeft het woord.

Voorzitter, dank u wel. Wat betreft het hoger onderwijs wil ik even verwijzen naar wat de rectoren zelf zeggen over die besparingen. U zegt dat wij de feiten verdraaien, maar wat zegt bijvoorbeeld de rector van de Universiteit Hasselt, Luc De Schepper? Dat de universiteiten relatief worden verarmd in de financiering per student. De maatregel is eenmalig, de gevolgen zijn blijvend. “Het bedrag per student zakt voor altijd.” Luc Sels van de KU Leuven: “(...) bij de huidige financiering wordt het steeds moeilijker om de reële kosten van onderwijs en onderzoek te dekken. Misschien zullen we dan op een bepaald ogenblik een bijdrageverhoging aan de studenten moeten vragen (...)” Rik Van de Walle, rector van de UGent: “Het bekt goed, dat ‘minder meer’, maar wat betekent dat concreet?” Hij heeft dat berekend voor de UGent, en dat is toch indrukwekkend: 700.000 euro minder aan werkingsmiddelen, jaarlijks en cumulatief door de niet-indexering. Door de kliks krijgt de UGent vanaf 2021 jaarlijks 5 miljoen euro minder en vanaf 2023 jaarlijks 10 miljoen euro minder dan de decretaal vooropgestelde bedragen en door het overslaan van de opstappen in de onderzoeksfinanciering 24 miljoen euro minder dan voorzien, tussen nu en 2024.

Tot slot, de UGent en tal van andere universiteiten krijgen er een aantal masteropleidingen bij die uit de hogescholen komen. Daar komen studenten bij. Er was een groeipad voorzien om dat te kunnen trekken tot 2023. Daar wordt in geknipt, opnieuw 4,8 miljoen euro minder. Minister Diependaele zegt: ‘Van 100 naar 108 in plaats van naar 110, dat is iets anders dan van 100 naar 95.’ Dat klopt, minister, u hebt gelijk. Maar u vergeet ook wel iets: er komen ook heel veel studenten bij. Bijvoorbeeld alleen de UGent gaat de laatste acht jaar van 35.000 naar 46.000 studenten. Dat is meer dan 10.000 studenten erbij. We zullen dat niet kunnen dekken met een beetje meer of met minder meer, dat zijn veel meer studenten erbij. Ook die 10.000 studenten hebben toch recht op goed onderwijs. Mijn collega zei het net: 229 miljoen euro wordt weggeknipt. Ik vind het echt kort door de bocht dat u blijft herhalen dat het gaat over besparingen en investeringen. Neen, in ons hoger onderwijs wordt bespaard ten aanzien van de noden die er zijn. (Applaus bij de PVDA)

Voorzitter, ik zie twee collega's die niet kunnen wachten om hun tussenkomst over onderwijs nu al te brengen. Het is hun in ieder geval gegund. Ik zal kort antwoorden. Ik heb in mijn toespraak al gezegd dat er 500 miljoen euro extra – extra! – gaat naar scholenbouw. 500 miljoen euro! Er is zonet gezegd dat er 250 miljoen euro extra gaat naar onderzoek en ontwikkeling.

Binnen Onderwijs verlegt men de focus naar de allerjongsten. Dat is een keuze die wij als CD&V hebben gevraagd en die is gemaakt in dit regeerakkoord. De basisschool, de kinderverzorgsters en dergelijke meer: daar gaan we wel degelijk meer op inzetten. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, mag u worden onderbroken?

Ik houd altijd van een stevig debat, dus ik mag worden onderbroken. Dit is een begrotingsdebát.

Minister-president, wat een valste start hebt u genomen met deze Vlaamse Regering. Herinner u de voorbije vier maanden, en de voorbije zomer: vier maanden rondjes draaien en aanpappen met uw vrienden van het Vlaams Belang. Uw voorzitter pakte half augustus uit met een Vlaams-nationalistische startnota en vernederde eigenlijk uw toekomstige coalitiepartners.

Vervolgens hebt u zelf ook een valse start genomen. Er was het incident met betrekking tot de cijfers in de regeerverklaring, uw misprijzen voor dit parlement toen u liet weten dat u de cijfers wel had, maar, en ik citeer letterlijk, “als de oppositie ze vraagt neig ik ze niet te geven”. Er was uw uitval met de inmiddels canonieke woorden “da gade gij nie bepalen”.

Vervolgens volgde een oorlogsverklaring aan de hele culturele sector. Als nieuwbakken minister van Cultuur zette u fors het mes in de projectsubsidies: 60 procent minder. Een bewuste provocatie, waardoor u met voorbedachten rade heel de culturele sector tegen u in het harnas joeg. Was het niet uw voorzitter die in zijn boek over identiteit deze cultuuroorlog aankondigde, met als ultieme doel het N-VA-denken over identiteit, een ‘pensée unique’, hard door te duwen.

Hoe inclusief u met deze Vlaamse Regering naar de samenleving kijkt, toonde uw voorstel om vooral etnisch-culturele verenigingen te muilkorven. Met dit initiatief werd duidelijk dat uw ingrepen met deze Vlaamse Regering zéér ideologisch bepaald zijn.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, gewoon feitelijk, als we het hebben over de mono-etnische verenigingen, moet u de volledige zin lezen. Er staat bij: “die segregatie in de hand werken”. Dat is een wezenlijk verschil. Met mono-etnische verenigingen die mee willen helpen gestalte te geven aan inburgering, is er geen enkel probleem. Mono-etnische verenigingen die niet willen meehelpen aan inburgering, die aan segregatie doen, mogen zich wat mij betreft verenigen, maar die zullen niet kunnen rekenen op Vlaamse subsidies, omdat dat haaks staat op ons beleid. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Brusselmans heeft het woord.

Minister-president, blijkbaar bestaat er nog altijd heel veel onduidelijkheid over welke verenigingen u nu eigenlijk bedoelt. Kunt u mij nu dus, voor eens en voor altijd, eens één voorbeeld geven van wat zo’n vereniging volgens u is die segregeert en waarvoor u dus de subsidiekraan wilt toedraaien?

Minister-president Jan Jambon

U zetelt in de commissie Cultuur. U kunt mij altijd ondervragen in de commissie Cultuur. Dat is daar het geëigende platform voor. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

U hebt dat trouwens al gedaan, en ik heb u daar al op geantwoord! Ik verwijs dus naar het schriftelijke verslag.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Minister-president, er is het feit dat hier een nieuw voorstel van decreet inzake sociaal-cultureel werk werd voorgelegd, waarin inderdaad wordt bepaald als prioritair criterium dat etnische-culturele verenigingen worden uitgesloten die aanzetten tot segregatie. Dat dat mogelijk een grond van discriminatie inhoudt, bewijst het feit dat u dit niet hebt durven in te dienen als een ontwerp van decreet van de regering, want dan had u een advies van de Raad van State nodig gehad. Ook geeft een vernietigend advies van de Strategische Adviesraad precies aan dat het mogelijk discriminerend is, in strijd met het Cultuurpact en mogelijk in strijd met enkele bepalingen van onze Grondwet. Dat onze motie hier is aangenomen, ontvankelijk is verklaard en begin januari in Kamer en Senaat zal worden besproken, bewijst dat er wel degelijk een grond van discriminatie is in dat voorstel van decreet. (Applaus bij sp.a en Groen. Rumoer)

De heer Meremans heeft het woord.

Voor alle duidelijkheid ga ik het eerst en vooral zeggen zoals het is.

Mevrouw Segers, 75 procent van dit parlement, ik herhaal, 75 procent van dit parlement ging dat voorstel van decreet steunen. Dat klopt hé? Wat hebt u gedaan? U hebt de alarmbelprocedure opgestart. Ik wou nog een alarmbelletje voor uw kerstdag meebrengen, om af en toe te rinkelen wanneer u niet akkoord bent. Wat is er gebeurd? U zegt dat u dat gaat wegtrekken van het Vlaams Parlement. Cultuur is een Vlaamse bevoegdheid. Dit parlement is ontstaan uit de Vlaamse Cultuurraad. U negeert compleet de geschiedenis. Maar goed. Laat ons een kat een kat noemen. U hoopt dat de cavalerie uit het Zuiden u ter hulp zal komen. Dat is de realiteit, laat ons eerlijk zijn.

En ik wil eventjes zeggen dat het ontvankelijk is verklaard bij staking der stemmen. U weet wat dat betekent, staking der stemmen. Dat betekent dat er geen eensgezindheid was bij die voorzitters van het parlement. En wie waren dat? De voorzitter van dit parlement, de voorzitter van de Kamer, de voorzitter van de Regering van de Franstalige Gemeenschap en de voorzitter van de Senaat. Nu blijkt efkens dat die mensen fifty-fifty behoren tot een verschillende taalrol en dat er een staking der stemmen was. Daarom is het ontvankelijk verklaard! Bij staking der stemmen! Ik kijk uit naar de debatten, en ik kijk uit naar de senatoren die vroeger andere gewaden droegen. Die doen over die Vlaamse bevoegdheid andere uitspraken, naar hun oordeel. Want u trekt met uw linkse oppositie een Vlaamse bevoegdheid weg naar het federale niveau, naar de Franstaligen. Shame on you! Dit is de negatie van dit parlement! U moest zich schamen! (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Segers, vroeger zetelden er mensen, Vlaamsgezinde politici, ook daar in dat halfrond. Die zouden zich allemaal moeten schamen. Ik vind het werkelijk onbehoorlijk. Maar goed, we gaan het debat voeren. We zullen het daar zien.

Mevrouw Segers, ik ben vooral kwaad – niet omdat u het doet, al ben ik daar voor een stuk ook kwaad om – omdat u zegt dat wij zouden discrimineren. U zegt dat 75 procent van dit Vlaams Parlement mensen zijn die bewust willen discrimineren. Ik vind dat heel zware uitspraken. Ik vind dat heel zware uitspraken.

Nogmaals: het gaat over drie zinnen. Wat vragen wij? Ik ga het nog eens uitleggen. Wat vragen wij? Wij vragen van elke organisatie – wie het ook moge zijn en van welke origine of van welke oorsprong die organisatie ook moge zijn – niets meer en niets minder dan dat ze zich zouden openstellen, en dat ze niet zouden terugplooien op de eigen etniciteit of op zichzelf. Probeer u gewoon open te stellen naar andere mensen. Ik heb dat in diverse programma’s uitgelegd. Leg me nu voor eens en altijd uit en leg uit aan de burger, aan de kiezer, wat daar nu discriminerend aan is. Dat is juist een uitgestoken hand om te zeggen: laat ons nu eens werken aan die inclusieve samenleving. Maar dat wilt u niet. U wilt blijkbaar geen inclusieve samenleving. Dat moet ik toch veronderstellen? Met andere woorden, u kunt inderdaad die alarmprocedure doen, en er zullen er waarschijnlijk nog volgen. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik vind het werkelijk erg dat de emanatie van dit Vlaams Parlement, de bevolking, de Vlaamse bevolking, voor een stuk wordt uitgelachen in haar gezicht.  

Kunnen we dit debat straks voeren bij de bespreking van het luik Cultuur?

Ik zou toch die hamer eens gebruiken.

U denkt dat ik er geen heb. (Gelach)

Ik heb er zelfs twee.

De heer D’Haese heeft het woord.

Ik snap niet dat we deze discussie hier nog voeren. Dat voorstel van decreet ligt in de vuilnisbak. Dat is geblokkeerd.

De vuilnisbak in de Senaat en de Kamer. (Rumoer)

We zullen in dit parlement eens iets doen over metaforen.

Dit voorstel van decreet is afgevoerd. Het zal er de komende vijf jaar niet meer doorkomen. Ik snap niet waarom mijnheer Meremans het hier opnieuw zo vurig moet verdedigen. De argumenten waarom er verschillende mogelijkheden van discriminatie in zaten, zijn glashelder. Mijnheer Meremans, dat heeft niets te maken met het oproepen van een Franstalige cavalerie. Dat heeft te maken met uw reglement, dat u hier hebt goedgekeurd en dat zegt dat wanneer decreten dreigen in te gaan tegen de Grondwet, wij dat naar een hoger niveau moeten tillen. Dat is een zeer goed reglement. Ik ben zeer blij dat we die procedure hebben kunnen opstarten en dat we op die manier dit voorstel van decreet hebben kunnen blokkeren. (Rumoer)

Ik stel voor dat we de discussie over de begroting voortzetten. Dat voorstel van decreet heeft daar niets mee te maken.

Mijnheer D’Haese, dat is een zeer goed idee, maar ik stel dan vast dat u de Senaat en de Kamer een hoger niveau vindt dan dit parlement.

Collega Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, ik ga toch even reageren op collega Meremans. Voor alle duidelijkheid: ik vind de andere parlementen geen hoger niveau, we staan op gelijke voet, laat me dat om te beginnen zeggen.

Mijnheer Meremans, ik voel mij eigenlijk in zeer goed gezelschap wanneer we met de linkse oppositie dat voorstel van decreet in een alarmbelprocedure getrokken hebben. Het was wijlen Maurits Coppieters die op 22 juni 1976 de alarmbel gebruikte om de verdeling van culturele subsidies op de tafel te leggen in andere parlementen. Die andere parlementen  – u weet dat zeer goed – gaan niet debatteren over hoe wij de middelen verdelen, die gaan de toetsing doen rond discriminatie, een toetsing die u niet aandurfde. Als trotse progressieve cultuurflamingant weet ik zelf dat discriminatie van minderheden een zeer gevaarlijk terrein is om op te lopen. In die zin heeft wijlen Maurits Coppieters hier wel degelijk in de voorloper van dit huis de alarmbelprocedure gebruikt. Ik voel mij in zeer goed gezelschap. (Applaus bij Groen en sp.a)

De heer Meremans heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, in het jaar waarover u spreekt, was er nog geen Vlaams Parlement. Er was geen Vlaams Parlement! Dit parlement is een jong parlement, dus u haalt iets aan uit het verleden, in een totaal andere situatie. Mijnheer Rzoska, ik waardeer u, zeker en vast, maar ik moet toegeven dat u mij ook ontgoocheld hebt, dat u meegelopen hebt met de anderen en dat u blijkbaar dit parlement toch de kracht en de zeggenschap wilt ontzeggen.

Dat is duidelijk, mijnheer Meremans.

De heer Rzoska heeft het woord.

Dat is inderdaad duidelijk.

Minister-president, de generieke besparingen, de korting van 6 procent op alle subsidies, het niet-indexeren van heel wat werkingsmiddelen – we zien dat toch in de tabellen, dat kun je niet ontkennen –, het milderen van groeipaden, dat zijn geen sprookjes. We moeten daar toch niet flauw over doen. Daar komt een beeld uit van een kil en hardvochtig beleid. Ik kan de tabellen van minister Diependaele, zowel uit de documenten van de begrotingsopmaak 2020 als uit de meerjarenraming, hier allemaal op tafel leggen. 

Minister Diependaele, voor u zegt dat u toch ook investeert: ik kom daar nog toe. Ik zie immers ook een aantal dingen in die begroting zitten die ik ook wil onderschrijven.

Maar, minister-president, door de manier waarop u hier tewerk bent gegaan, vooral met de cultuursector en in tweede instantie met de zorgsector, is het Vlaams Parlement de afgelopen maanden meteen een belegerde vesting geworden. In enkele weken tijd had u inderdaad het beeld over uzelf opgeroepen: kil en hardvochtig. Een regering die lak heeft aan overleg met het middenveld, die zweert bij het primaat van de politiek en die binnen de kortste keren ook een kloof sloeg tussen u, de democratie, en burgers en verenigingen. De vertrouwensbreuk buiten dit huis met uw regering is bijzonder groot – ik hoop dat u dat beseft.

Tot slot vond ik het trieste hoogtepunt de beslissing van uw regering om de Europese klimaatdoelstellingen gewoon naast u neer te leggen en in mijn ogen – en niet enkel in mijn ogen, maar ook in de ogen van heel wat specialisten – de facto het Klimaatakkoord van Parijs te verlaten. Dat was in mijn ogen een gemiste kans. Ik ben niet de enige die dat zegt. Dit weekend staat in De Tijd een zeer boeiend artikel met werkgevers – werkgevers! – die wel degelijk bezig zijn met die omslag naar een duurzame Vlaamse economie, die wel degelijk van uw klimaat- en energieplan zeggen dat het een gemiste kans is en die zeggen dat men Vlaanderen en de Vlaamse economie klaar moet maken voor die stap, en dat daarin opportuniteiten zitten, en geen bedreigingen. Ik vind het erg voor u, minister-president, zeker als Vlaams-nationalist, dat u eigenlijk moet rekenen op andere gewesten en op het federale niveau om uw doelstellingen te halen. We hadden zelf veel beter kunnen doen. Ik had van u een stuk meer Vlaamse trots verwacht, zoals ik vorige week ook gezegd heb.

Terwijl u zich hier enkele weken geleden nog sterk maakte dat de federale onderhandelingen geen impact zouden hebben op uw ploeg, is het deze week in dit parlement zeer duidelijk geworden dat die federale onderhandelingen wel degelijk ook hier binnenvallen en hier wel degelijk de sfeer bepalen, nu al. U hebt dan wel een regeerakkoord van driehonderd pagina’s als houvast, maar het leidt nu al tot fel uiteenlopende interpretaties en discussies.

Hoedje af voor de minister van Samenleven, die in mijn ogen uitmunt in een creatieve lectuur van de regeringsteksten en die wel degelijk de grenzen opzoekt van het regeerakkoord, waarin ik hem ook steun. Maar de sfeer van wantrouwen overheerst. U wantrouwt de burgers, het middenveld en uiteraard de oppositie. Maar u wantrouwt sinds deze week vooral elkaar.

In deze context dit budget bekijken, daarover zeg ik: een valse start. Ook uw budget is eigenlijk een valse start. ‘Snoeien om te bloeien’, dat was het motto van uw voorganger, minister-president Geert Bourgeois. En hij heeft, als ik de cijfers bekijk, die belofte onvoldoende kunnen waarmaken. Het bewijs is er vandaag. U staat hier met hetzelfde riedeltje. We gaan met de Vlaamse begroting dus vijf jaar terug in de tijd. Zelfs uw minister van Welzijn gebruikte deze week de zin ‘we snoeien om te groeien’. Tot aan de verkiezingen in mei – en ik heb het nog eens nagekeken: tot op 26 mei – was er in alle campagnes van de meerderheidspartijen de riedel ‘rozengeur en maneschijn’. Er zou geld op overschot zijn voor nieuw beleid in de volgende legislatuur, namelijk 1 miljard euro. 1 miljard euro! Tot op 26 mei. Op 27 mei verschijnt een rapport van uw eigen administratie, het Departement Financiën en Begroting, waarin heel dat beeld gewoon aan diggelen wordt geslagen. En ja, dat voelen de mensen hierbuiten.

En waar komt u dan volgend jaar uit? In uw eigen verbloemend taalgebruik komt u uit bij – en dat is een citaat uit de slide van collega Diependaele – een “licht tekort” van ongeveer 620 miljoen euro. Dat is het vorderingensaldo. Ik heb het niet over de evenwichtsdoelstellingen – want ik weet wat er gaat volgen. Voor Europa telt maar één ding en dat is het vorderingensaldo. En dat ligt eigenlijk onder de streep.

De heer Muyters heeft het woord.

Ik heb gewoon een vraag aan collega Rzoska. Hoe noemt u dan het tekort van 500 miljoen op 5 miljard in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering? Ik zou dat zeker niet ‘licht’ noemen.

Dat is interessant. Gaan we vandaag ook de Brusselse begroting op tafel leggen? Ik wil dat wel hoor, maar dan vraag ik een schorsing om die begroting eerst goed te bekijken en dan wil ik u gerust van antwoord dienen.

Ik begrijp, mijnheer Rzoska, dat dat voor u heel moeilijk is, want u komt hier tegenspreken dat het een licht tekort is, terwijl er in een regering waar u zelf deel van uitmaakt, een tekort is van 500 miljoen op 5 miljard en dat terwijl u daar de touwtjes zelf in handen hebt. Daar kan dat allemaal, maar hier zou het niet licht zijn? Dat zijn twee maten en twee gewichten, mijnheer Rzoska. (Applaus bij de N-VA)

Maar ik begrijp ten volle dat u dat debat het liefst niet voert.

Toch wel. Ik wil dat gerust aangaan. Want dit “lichte tekort” staat op de slides van collega Diependaele. Ik vind dat eigenlijk, na vijf jaar besparen tussen 2014 en 2019 geen ‘licht tekort’, zeker niet omdat je tot op 26 mei volhoudt: de volgende jaren hebben we 1 miljard euro nieuw te besteden beleidsruimte. Dat vind ik dan eigenlijk geen ‘licht tekort’. (Applaus bij Groen)

En hoe noemt u dan het tekort in Brussel, waar u deel uitmaakt van de regering? Hoe noemt u dat?

Ik zou opletten met die uitspraak, want er zijn hier een aantal collega’s in de zaal van politieke partijen die daar ook verantwoordelijkheid hebben gedragen. U wijst dus voor een stuk naar uw coalitiepartners. (Opmerkingen)

Neen, ik zeg dat niet. Het is collega Diependaele die op zijn eigen slides heeft gesproken van een “licht tekort”. Ik vind dat geen licht tekort, na vijf jaar hard besparen.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, dat is van de pot gerukt, laat ons eerlijk zijn.

Het jaar na de begroting, een minstens even belangrijk moment, maken we de rekening van wat we het vorige jaar allemaal hebben uitgegeven en binnen gekregen en zetten we dat af tegen de begroting die we twee jaar voordien hebben goedgekeurd. U weet zeer goed dat, als we op dat moment met een overschot zitten van 300 à 400 miljoen euro, wat de laatste jaren verschillende keren voorviel, dat exact met die term wordt aangegeven. Daar gaat het om. Bij ons ging het op die slide trouwens over 435 miljoen euro en niet over de 600 miljoen euro waar u naar verwijst, want dat is inclusief Oosterweel. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Ik verwijs naar die 435 miljoen euro en dat is dan inderdaad een licht tekort in vergelijking met wat we de voorbije jaren gedaan hebben. Ik zeg het u uit het hoofd, want ik heb de documenten niet bij. In 2019 zouden we door de afrekening van de autonomiefactor met een tekort van meer dan 1 miljard euro gezeten moeten hebben. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

En we gaan ergens eindigen rond 600 miljoen euro volgens de laatste prognoses. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Dat is een verschil van meer dan 400 miljoen euro.

Dat is een inschatting die je niet zomaar kunt maken. U weet waaraan dat ligt, want we hebben die discussie al verschillende keren gehad. In 2016 hebben we plots gemerkt in berekeningen dat we enkele honderden miljoenen in positief zaten. Wat was daar de reden van? Er waren meer mensen met een groot vermogen overleden. Dat kan ik niet voorspellen. De minister van Begroting kan dat niet voorspellen. Dat zijn plusjes en minnetjes die voortdurend voorkomen.

Wat is nu de reden geweest? Er zijn er verschillende. Naar 2020 gaan we in vergelijking met vroegere vooruitzichten die werden gemaakt, toch negatief. Dat komt door de slechte economische groei. Ik kan dat niet voorspellen. Ik kan het tweetgedrag van Trump niet voorspellen, mijnheer Rzoska, maar dat is wel min of meer meegerekend. De handelsoorlog met China is meegerekend. Ik kan de brexit, wat er gebeurt in het Hoger- of Lagerhuis in Groot-Brittannië, niet voorspellen, maar dat is meegerekend. Die plusjes en minnetjes kun je in een begroting niet zomaar meenemen, maar daarvan hangen wel die honderden miljoenen verschil af in onze Vlaamse begroting. Dat hier nu komen voorstellen als foute keuzes of fouten van de regering, dat is gewoon oneerlijk, en u weet dat zeer goed.

Wat is de meest gehoorde opmerking van de oppositie aan het Rekenhof? Weet u het nog? Het werd net aangehaald door de verslaggever. Het was heel duidelijk: ‘Het Rekenhof is mild geweest.’ Neen, het Rekenhof is niet mild geweest; het is correct geweest. Dat is ook iets wat je van de oppositie zou mogen verwachten, maar wat hier absoluut niet wordt getoond. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, een licht tekort vind ik het niet na vijf jaar besparing. Ik kan er ook niet aan doen dat uw eigen Departement Financiën en Begroting op 27 mei met een rapport kwam dat helemaal haaks stond op de laatste meerjarenraming die we hadden gezien. Die laatste meerjarenraming – u was toen fractieleider – hebt u ook gezien in de commissie. Ik herinner me dat we toen naar elkaar hebben gekeken. De volgende jaren, tot 2024, zou er 1 miljard euro beleidsruimte bij komen. Ik heb daar toen al heel wat reserves bij geplaatst, maar dat was nefast voor de feestvreugde. Ik was nefast voor de feestvreugde, want we gingen eens wat zien in de volgende vijf jaar.

U hebt het toen zelf gezegd als fractieleider. Ik heb uw woorden nog eens bekeken. U hebt de besparingen in 2014 verdedigd en beargumenteerd. U was ervan overtuigd dat Vlaanderen er veel beter zou voorstaan in 2019.

Ik moet zeggen, het valt me tegen, en het valt niet enkel mij tegen. Die besparingen, die tabel-al-goed, heb ik ook nog eens bekeken. Die 2,2 miljard euro besparingen over de vorige vijf jaar zijn wel degelijk gerealiseerd. De investeringen die daartegenover staan, – dat haal ik uit een vraag van de heer Schiltz –, bedragen ongeveer 2,2 miljard euro in harde investeringen vorig jaar. Dat is zelfs beter dan wat u vandaag op tafel legt en dan maak ik nog abstractie van het nieuwe beleid. Het gaat over harde investeringen van 2,2 miljard euro tegenover 1,65 miljard euro nu, terwijl u opnieuw van heel wat mensen een inspanning vraagt die tegen 2024 tot iets meer dan 2 miljard euro gaat oplopen. Als ik het nieuwe beleid er nog bij tel, doen we zelfs minder dan in de vorige vijf jaar.

Ik vind dat niet serieus voor een regering die uit een besparing komt, opnieuw naar de mensen stapt en zegt: ‘In de vorige vijf jaar hebt u afgezien, maar we gaan nu nog eens wat dieper duwen, want we zijn er nog niet.’ (Applaus bij Groen)

Minister Matthias Diependaele

We zullen daarover van mening blijven verschillen, mijnheer Rzoska. Ik blijf wel degelijk bij de woorden die ik toen gezegd heb. Dat is dat we nu inderdaad deels de vruchten plukken van het beleid van de vorige regering. We gaan nu inderdaad keuzes maken om op bepaalde plaatsen geld te gaan halen en op andere plaatsen te investeren. U focust natuurlijk op dat hard duwen en hardvochtig beleid, maar u zegt niet waar dat geld naartoe gaat.

We gaan 1,65 miljard euro investeren in schoolgebouwen, in Welzijn, in ziekenhuisinfrastructuur en ga zo maar door. Met 1,4 miljard euro gaan we onze lokale besturen ondersteunen. Er gaat 2 miljard euro extra naar Welzijn, 2 miljard euro extra naar Onderwijs, 55 miljoen euro naar Sport, 80 miljoen euro naar Onroerend Erfgoed, 4,2 miljard euro, met leningsmachtigingen, naar sociale woningen, 250 miljoen euro naar onderzoek en ontwikkeling. Tel die extra’s op bij wat we in de vorige legislatuur hebben gedaan. We hebben daar een zeer duidelijke slide van getoond in de commissie. We hebben zeer duidelijk aangegeven wat we dankzij de vorige legislatuur hebben opgebouwd. Dat is onder andere de 0,5 miljard euro per jaar recurrent meer bij Welzijn. Wij gaan daar de komende vijf jaar nog eens 2 miljard euro boven op leggen. Dat gaan we daar extra in investeren. Wat betreft de investeringen die gedaan zijn in sociale woningen, hebben we zeer duidelijk aangegeven wat we de voorbije jaren gedaan hebben. De komende jaren houden we dat investeringspeil op niveau. We hebben de voorbije vijf jaar ook een half miljard euro extra per jaar geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. We houden dat niet alleen aan, we gaan daar tegen 2024 ook nog eens 250 miljoen euro per jaar boven op leggen. Dat betekent dat we in 2024, vergeleken met 2014, 750 miljoen euro extra per jaar geven aan onderzoek en ontwikkeling.

Ik begrijp dat besparen, waar we het geld gaan halen, geen leuke boodschap is. Ik heb daar alle begrip voor. Maar ik heb alle lef en goesting om die keuzes die wij hier maken, wel degelijk te verdedigen. Want op lange termijn zijn dit de juiste keuzes. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

Minister, we gaan elkaar inderdaad niet overtuigen, om de heel eenvoudige reden dat u zeer veel op een hoop gooit. Ik probeer het wat te verhelderen. Je hebt harde investeringen. Je hebt nieuwe beleidsimpulsen. (Opmerkingen van minister Matthias Diependaele)

Dat is niet waar. Ik heb hier uw tabellen liggen, vanaf pagina 17 in uw begroting. Ik heb hier alle punctuele maatregelen die u neemt en alle milderingen van groeipaden die u doet. Die zitten hier allemaal in. Ik kan die toch wel lezen? (Opmerkingen van minister Matthias Diependaele)

Maar die Excel-tabellen wilt u ons niet geven. Ik moet het dan doen met wat ik in het parlement krijg. In 2020 bespaart u meer – dat hebt u trouwens ook toegegeven, ik kan het niet anders interpreteren – dan u gaat investeren: ‘We besparen 726 miljoen euro’. U knikt van neen? ‘Begrotingsmaatregelen in duizend euro. Impact op het vorderingensaldo. Totaal: 726 miljoen euro.’ Komaan. Als we helder willen discuteren, dan moeten we discuteren over de cijfers die u in de commissie hebt gegeven. (Applaus bij Groen)

Minister Matthias Diependaele

U hebt gelijk, mijnheer Rzoska. We moeten inderdaad over cijfers spreken. Dan zal ik hier heel de tabel van de extra uitgaven ook voorlezen. Want daar gaat het natuurlijk om. Ik erken dat we op bepaalde plaatsen geld gaan halen, maar u belicht alleen dat. Ik zeg dat wij met deze regering keuzes maken. Dat betekent dat je ergens geld gaat halen, maar dat we de komende jaren, zeker in meerjarig perspectief, een pak geld meer uitgeven dan we gaan halen. Bij woonfiscaliteit, vanaf volgend jaar: 140 miljoen euro door de verlaging van de registratierechten. Bij de lokale besturen: 1,4 miljard euro cumulatief. Dat loopt op naar 2024. Per jaar is dat ongeveer 402 miljoen euro die we in 2024 extra gaan geven. Ik heb hier ook heel de tabel. Iedereen kan ze bekijken.

Iedereen, ook de mensen in de tribune, is vrij om zelf het rekensommetje te maken. En je kunt niet anders, de cijfers liegen niet: tegen het einde van de rit, zeker tegen 2024, gaan we een pak meer geld investeren in de Vlamingen dan we nu vragen om bij te dragen. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

Collega Diependaele, we zullen de volgende jaren tijd genoeg hebben om al die tabellen te kruisen. Ik heb er mij ook al mee geamuseerd hoe bepaalde bedragen, bijvoorbeeld de kilometerheffing voor vrachtwagens, in verschillende documenten anders wordt uitgelegd. U hebt mij daar een antwoord op gegeven, een antwoord waar ik deels mee kan leven. Maar laat ons alstublieft ook wel een heldere discussie voeren over die cijfers.

U hebt mij onderbroken. Dat mag, want ik houd van debat. Al een geluk dat ik onderbroken werd, of anders lag iedereen hier al in slaap. (Opmerkingen. Gelach)

Allez, allemaal weer wakker.

Nu onderschat u uzelf, mijnheer Rzoska. (Opmerkingen)

Ik wou niet te veel cijfers gebruiken, want ik weet dat cijfers gebruiken, dan weer andere cijfers oplevert. (Opmerkingen)

Dat is inderdaad democratie. Maar laat ons eerlijk zijn. U onderbreekt mij. Ik kom nog tot een aantal positieve punten. Bijvoorbeeld wat u doorschuift naar lokale besturen: ik weet ook dat in Vlaanderen 60 procent van de investeringen gebeurt door de lokale besturen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik in mijn eigen gemeenteraad de meerderheid heb opgejaagd door te zeggen dat ze zoveel extra krijgt en te vragen wat ze daarmee zal doen. Ik ontken dat niet. Ik ontken evenmin een aantal groeipaden, investeringen en nieuw beleid. Maar goed, ik kom daar nog toe. Ik hoop dat we het debat dan nog eens kunnen aangaan. Ik ben daartoe bereid.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, ik ben blij dat u ernaar verwijst. We zullen in de komende jaren die discussie nog kunnen voeren. Voor alle duidelijkheid: het is geen verwijt dat ik u maak, maar de voorbije tien jaar heb ik elk jaar de oppositie ons horen verwijten dat het een valse begroting was, dat we onszelf ‘reken je rijk’ speelden, dat er lucht in zat, en wat dan ook. Maar elk jaar wanneer we de rekeningen maakten van het jaar daarvoor en gingen kijken of de rekeningen klopten met de begroting, dan was de oppositie – behalve uzelf – in geen velden of wegen te bespeuren. Dan daagde men zelfs niet op in de commissie. Trouwens, journalisten geven daar dan ook geen aandacht aan. Jarenlang hebben we in dit parlement het verwijt gekregen dat we met een valse begroting zaten en dat we wel zouden zien, maar op het moment dat we het zagen en dat de kritiek van de oppositie helemaal niet klopte, daagde de oppositie zelfs niet op. Ik hoop dat dit tijdens deze legislatuur eens anders is en dan zullen we elkaar recht in de ogen kunnen kijken om effectief af te rekenen hoe we het hebben gedaan. (Applaus bij de N-VA)

De heer Schiltz heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, ik begrijp eigenlijk niet goed welk politiek punt u hier probeert te maken. U verwijt de vorige regering dat ze fors heeft bespaard om beleidsruimte bij te maken en dat die beleidsruimte tegenvalt. Er zijn daarvoor een aantal elementen aangehaald en we hebben dat ook in de commissie bediscussieerd. Er is ook de doorrekening van de taxshift, waarover hier heel wat te doen is. Nu hebben we een uitgangspositie die minder positief is dan we hadden verwacht. U zegt dat wij de mensen pijn hebben gedaan en bespaard om ruimte te vinden, maar dat die ruimte niet genoeg is en dat we het nu nog eens doen. Stel u voor dat we vorige keer niet hadden bespaard! Dan hadden we met deze tegenvallende conjunctuur geen tekort van 500 miljoen euro om dicht te fietsen in de eerste jaren, maar dan was dat 1,5 of 2,5 miljard euro geweest. Wat hadden we dan gedaan? U zegt dat we bespaard hebben om te investeren. We hebben geïnvesteerd, en nu doen we hetzelfde. Dat klopt, maar we besparen niet twee keer op hetzelfde. Als u door de begrotingsdocumenten gaat, dan ziet u dat de entiteiten waarvan we besparingen vragen – de fameuze 6 procent – entiteiten zijn die vorige keer nog niet hebben bespaard. Het is dus niet dubbelop.

Bovendien, als u in die besparingen gaat kijken, dan zijn er veel discussies of die verschuivingen correct, terecht of effectief zijn. Dat is het politieke debat. Uw punt is dat we vorige keer bespaard hebben om beleidsruimte vrij te maken en dat er minder vrij is dan verwacht, met een tekort door externe omstandigheden. Stel dat we niet hadden bespaard, dan hadden we nu een krater van bijna federale omvang. Dat kan toch ook niet de bedoeling geweest zijn.

Mijnheer Schiltz, we hebben vijf jaar geleden de discussie gevoerd of er een alternatief was voor wat u deed. Ik heb hier toen lang gestaan en behoorlijk wat verwijten gekregen over het feit dat ik een alternatief op tafel had gelegd dat niet realistisch was, want wij hadden een tragere manier om op het einde van de legislatuur terug aan te knopen bij een begrotingsevenwicht. Ik stel vast dat wat wij toen voorstelden, u nu al in het eerste jaar doet. U gaat al uit van een tekort. Daarna probeert u terug aan te sluiten bij het evenwicht. Ik wil die discussie van vijf jaar geleden nog eens opnieuw doen, maar wij hebben toen een alternatief op tafel gelegd dat wel degelijk doorgerekend was om het op een andere manier te doen. Dat alternatief is er volgens mij nu ook. Als u mij nog even de tijd geeft, dan kom ik daar ook toe.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Mijnheer Schiltz, ik denk dat ik u niet goed heb begrepen. U zegt dat er nu 6 procent wordt bespaard op sectoren die in de voorbije legislatuur niet hebben moeten besparen. Waar haalt u dat? De culturele sector heeft de voorbije vijf jaar onder minister Gatz heel veel moeten besparen. Die besparingen zijn niet recht gesteld. Nog een ander voorbeeld: onze VRT. We zullen het er straks ook over hebben. Gedurende de duur van de beheersovereenkomst 2016-2020 is er 29,5 miljoen bespaard. Nu wordt er nog eens 36 miljoen euro op bespaard. Waar haalt u het om te zeggen dat de sectoren die nu 6 procent moeten besparen, dat tijdens de voorbije legislatuur niet hebben moeten doen? (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, u haalt een terecht punt aan. We hebben vijf jaar geleden gediscussieerd over het alternatief dat uw partij op tafel heeft gelegd. We hebben toen heel duidelijk gesteld waarom we dat niet wilden doen. Het ging om de schuldopbouw. Uw voorstel omvatte een groot gedeelte aan schuldopbouw. U wilde trager naar het evenwicht gaan, maar dat betekent dat gedurende al die jaren met meer tekorten ook de schuld zou worden opgebouwd. Dat proberen wij niet te doen.

Omdat we natuurlijk altijd een afweging moeten maken, zullen we dat volgend jaar wel doen. Het systeem van de Bijzondere Financieringswet, die voor de afrekening van de Belgische rekeningen zorgt, leidt er nu eenmaal toe dat we in 2020 een zeer zware afrekening krijgen. De negatieve impact van de economische groei is er nu eenmaal. Het Federaal Planbureau heeft dat vastgesteld. Die impact krijgen we vooral te verwerken in 2020 en niet in 2019, hoewel de economische groei dit jaar ook al wat slechter was. Nadien loopt het weer wat egaler.

We moeten de keuze maken. We kunnen ervoor kiezen om dat bedrag van 435 miljoen euro op een jaar volledig te besparen. Dat kan perfect en dat brengt ons in evenwicht, maar wij hebben ervoor gekozen naar de noden in Vlaanderen op langere termijn en naar de huidige budgettaire situatie te kijken. Die combinatie leidt tot het huidig besparingspad. Ik vind dat dit meevalt, maar het belangrijkste is de investeringslijn die we daarnaast kunnen plaatsen. Op langere termijn zetten we hier een zeer stevig investeringspad naast en dat lijkt me de perfecte keuze.

We doen dat met een minimale schuldopbouw. In 2020 gaan we enkel met die 435 miljoen euro in het rood. Er bestaan ook andere systemen waarin we de schuld kunnen blijven opbouwen. Onze schuld zal trouwens sowieso stijgen. We zullen 4,2 miljard euro in sociale woningen investeren en dat wordt ook meegerekend. Ik kan me echter niet voorstellen dat iemand daar problemen mee heeft.

Mijnheer Rzoska, dit is een heel technische discussie. Ik weet niet of dit hier de plaats is om dat allemaal te bespreken.

Minister Diependaele, ik denk het niet. We hebben de discussie over de Bijzondere Financieringswet en over de manier waarop we hiermee moeten omgaan al eens gevoerd. Indien we dit debat openen, zal het ons ver leiden. Ik probeer verder te gaan en een volgend punt te maken.

Minister Beke, minister Weyts, voor een punt waar ik last mee heb, kijk ik vooral naar jullie. Jullie proberen eigenlijk wat jullie besparen tegenover de volumestijging van de middelen in de begroting te plaatsen. Het lijkt me nogal logisch. Indien het in de begroting voor 2020 over 45 miljard euro gaat, zal die begroting in 2024 een doorgerekend volume van 50 miljard euro hebben. Als al die kredieten in dezelfde parameters zitten, zullen er meer middelen zijn. Dat stoort me.

Minister Beke, uw verweer hiertegen klinkt hol en zelfs fake. U ziet de budgetten stijgen vanwege de parameters. U blaast dat op en verklaart dat u in 2024 1,2 miljard euro zult hebben. U hebt die berekening daarnet zelf gemaakt. Ik heb de slides die u gisteren tijdens de persconferentie hebt gebruikt eens nagekeken. Het gaat om 600 miljoen euro voor beleid waarover uw voorganger, voormalig minister Vandeurzen, heeft beslist. Ik vind het raar dat u zichzelf op de borst klopt en stelt dat u 1,2 miljard euro hebt. In uw tabellen en op uw slides staat dat het om 564 miljoen euro gaat. Dat is het bedrag dat u tegen 2024 oplopend aan Zorg zult uitgeven. Dat is het correcte cijfer en ik neem het u zelfs niet kwalijk dat u dat cijfer gisteren tot 570 miljoen euro hebt afgerond. Ik vind uw besparingen terug in de mindering van de groeipaden en in punctuele zaken die er aankomen. We komen zelfs bij iets minder uit, namelijk 314 miljoen euro. Dat is wat u tot 2024 zult besparen. Heb dan toch de ‘guts’, het lef, om te verklaren dat de Vlaamse Regering tijdens deze beleidsperiode 564 miljoen euro meer zal uitgeven, maar ook 320 miljoen euro zal weghalen. Ik moet eerlijk zeggen dat het u de afgelopen dagen ontbrak aan de moed die een politicus moet hebben om de genomen beslissingen te verdedigen. (Applaus bij Groen)

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Excuseer, mijnheer Rzoska, maar ik vind dat u hier een heel vreemde voorstelling van zaken geeft. Tijdens de vorige legislatuur zijn enorme transities gestart en er is inderdaad nog heel wat beslist beleid dat nog moet worden uitgevoerd. Dat iets beslist is, betekent niet dat het ook is uitgevoerd of dat de mensen er al van kunnen genieten. Om beleid uit te voeren, zijn middelen nodig. Dat wisten we en dat gaan we nu ook doen.

Het gaat over vijfduizend mensen die in de bijkomende plaatsen die worden gecreëerd, bijvoorbeeld in een woonzorgcentrum, zullen kunnen worden opgenomen. Idem dito in de sector van personen met een handicap. Alle mensen die via automatische rechtentoekenning zullen kunnen genieten van een budget, hadden dat niet tijdens de vorige legislatuur. Doe dus niet alsof dat beslist of uitgevoerd beleid was, dat zijn allemaal bijkomende mensen die de nodige zorg zullen krijgen tijdens deze legislatuur. Daarnaast is in de begroting in nog bijkomende middelen voorzien. (Applaus bij de meerderheid)

Ik heb zeer goed geluisterd en ik heb zeer goed gelezen wat er de afgelopen dagen is verschenen. Ik heb alle tabellen de afgelopen weken zeer goed bekeken en ik vind het jammer dat een minister die op een bepaald moment wordt aangepakt als gevolg van een besparing, zichzelf opblaast en het budget van zijn voorganger dat eigenlijk al was beslist, en de toename in de begroting van 45 naar 55 miljard euro meeneemt, en dan zegt dat hij investeert, terwijl hij eigenlijk ook bespaart.

Vrijdag is tijdens de vergadering van de Vlaamse Regering een getekend besluit genomen waarin op papier, zwart op wit, die besparingen duidelijk worden. En dan ging het niet alleen over zelfmoordpreventie maar over heel wat meer. En plots kwam er van allerlei kanten reactie over wat er gebeurt als men daarin begint te hakken. Want het gaat inderdaad niet over structuren, het gaat over projecten en over mensen in belangrijke sectoren. En toen was er paniek. Het is heel goed dat deze Vlaamse Regering heeft ingezien dat ze een stap te ver was gegaan en die beslissing heeft teruggedraaid.

Collega’s van de Vlaamse Regering, ik hoop dat jullie ook oog hebben voor een aantal andere in mijn ogen te draconische besparingen, 60 procent op projectsubsidies, waarin veel te hard wordt gesneden. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Ik herhaal nogmaals wat ik ook in mijn slides heb gezet: ik heb nooit ontkend dat we voor 317 miljoen euro mildering in de groeipaden of besparingen zouden doorvoeren. Maar dat doen we wel om deze legislatuur 1,2 miljard euro nieuw beleid voor kwetsbare mensen mogelijk te maken. Dat is één stap achteruit om er vier vooruit te kunnen zetten. Dat is wat we doen.

En we doen twee zaken. We zorgen voor extra geld, maar daarnaast bekijken we hoe we met de beschikbare en nieuwe middelen die we de volgende vijf jaar zullen uittrekken, meer mensen kunnen helpen. Dat betekent ook dat er hervormingen zullen moeten komen. Er was daarnet onder meer sprake van de CAR’s en de cgg’s. Wij zeggen inderdaad dat die zullen moeten samenwerken. Zij krijgen ook de volgende jaren nog middelen maar ze zullen ook moeten samenwerken.

Ik heb contact gehad met het Centrum ter Preventie van Zelfdoding en hun gevraagd wat naast geld, de grote uitdagingen zijn. Ook daar wil ik trouwens even de puntjes op de i zetten: in 2019 is de vaste dotatie van dat centrum gestegen van 900.000 euro naar 1,3 miljoen euro. Dat is een stijging van 40 procent. De andere grote uitdaging van het centrum is meer samenwerking, omdat nu ook de hulpverleners, zij die laagdrempelige hulp en gespecialiseerde hulp willen organiseren of die willen doorverwijzen, door het bos de bomen niet meer zien. Die twee uitdagingen, extra geld en hervormingen, moeten de volgende jaren worden aangegaan.

Wat u hebt gezegd, mijnheer Rzoska, klopt echter niet, en dat is wat ik met die cijfers en slides wilde aantonen. Het klopt niet dat we nieuwe investeringen betalen met indexeringen. Het gaat over 1,2 miljard euro aan nieuw beleid de volgende jaren. Het klopt ook niet dat dit beslist beleid is. Die 570 miljoen euro komt boven op het besliste beleid. Op zich is het natuurlijk niet zo moeilijk om beleid te beslissen.

‘The proof of the pudding is in the eating’. Dat betekent dat op het ogenblik dat je dat beslist beleid wilt gaan uitvoeren, je daar dan de euro’s en centen moet naast leggen. Dat is wat we de voorbije periode hebben gedaan om ervoor te zorgen dat we wat we hebben afgesproken, ook kunnen waarmaken. 

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik vind het een legitiem standpunt als u zegt dat er daar te veel is bespaard en dat het daar wat minder zou mogen zijn, mijnheer Rzoska, maar ik ga er dan ook van uit dat u ook kunt aangeven waar we geen extra geld moeten aan geven. Gaan we minder sociale woningen bouwen? Gaan we minder bijdragen aan de rusthuisfactuur? Gaan we dan toch  niet extra investeren in het basisonderwijs? Als u effectief vindt dat er op bepaalde plaatsen minder bespaard moet worden, geef dan ook aan waarin er minder geïnvesteerd moet worden. Want die twee hangen natuurlijk samen. Ik hoor het graag.

Ik zal deze vraag parkeren tot op het einde van mijn betoog, waar ik zal zeggen hoe wij het zouden doen, als wij op uw banken zaten.

Het debat rond Onderwijs en de besparingen die daar eerst worden uitgevoerd om daarna te kunnen investeren, zal voor deze middag zijn, maar ook daarbij hebben we een minister gezien die op een gegeven moment op de radio zelfs verklaarde dat hij 3 miljard euro aan investeringsimpulsen in zijn beleid had zitten. Ik heb ze gezocht en ze zitten er niet in. We kunnen deze middag de cijfers bekijken, maar minister Weyts, ook u roep ik op om wat hygiëne in het debat rond de cijfers te hebben, zodat we weten waarover we discussiëren, want u maakt het ons soms niet makkelijk met de mist die u spuit.

Het stuk over de zorg en de wachtlijsten hebben we uitgebreid besproken, daar ga ik niet dieper op in. Ik vermoed dat daar deze middag nog wel een debat over zal zijn.

Waar ik wel op wil focussen, is alles wat te maken heeft met armoede. Wat ik vreemd vind, minister-president, is dat de vorige Vlaamse Regering ten minste nog de ‘guts’ had om ergens een doelstelling voorop te stellen. Deze Vlaamse Regering stelt vandaag zelfs geen doelstelling meer voorop. Het is niet omdat je geen doelstelling hebt, dat het probleem van de baan is. Toch zie ik dat Vlaanderen ook op het vlak van kinderarmoede – en de cijfers zijn hier net gevallen – blijft hangen. Het zou niet mogen zijn dat in een welvarende regio zoals die van ons 1 op de 7 kinderen, dat zijn 150.000 kinderen, op dit moment in armoede leeft. Ik had gehoopt, minister Beke, dat we daarvoor toch ten minste die kinderbijslag gerichter zouden inzetten, maar ik stel vast dat er ook in die kinderbijslag een besparing zit. Dat begrijp ik niet. Die besparing loopt op tot iets boven de 100 miljoen euro in 2024. Een welvarend Vlaanderen, waar we toch allemaal van uitgaan en waarin we toch allemaal leven, moet niet op kinderen en op de kinderbijslag besparen.  

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

De kinderbijslag zal de volgende jaren, tot in 2024, een kleine 400 miljoen euro groeien. Als we die indexering weglaten en geen appelen met peren willen vergelijken, dan zal de kinderbijslag, het nieuwe groeipakket, 129 miljoen euro extra groeien. Dat is buiten die indexering. U spreekt over kinderarmoede. Daar gaat het nieuwe groeipakket natuurlijk wel op in. Tussen 2020 en 2024 trekken we 65 miljoen euro extra uit voor sociale toeslagen om kinderen die in kwetsbare gezinnen opgroeien verder te ondersteunen. 65 miljoen euro. 

Dat ontken ik ook niet. Ik heb de cijfers in uw tabellen teruggevonden, maar we zitten met een huizenhoog probleem, waarvan we intussen al vijftien jaar zeggen – alle voorgaande regeringen hebben dat ook gedaan – dat we het moeten oplossen. Als je naar de cijfers kijkt, stel ik echter vast dat we blijven hangen. Ik zou het graag hebben dat deze Vlaamse Regering een doelstelling vooropstelt, zodat we ten minste weten of het beleid dat u voert effectief is en waar u wilt raken. Rond kinderarmoede – en ik heb nodeloos gezocht in het Vlaams regeerakkoord en in de cijfers – zie ik wel een budget vrijkomen, maar het is een budget – daarover zijn we het toch eens – dat veel, veel en veel te klein is om het probleem structureel aan te pakken. Ik had gehoopt om daarin de volgende jaren toch stappen vooruit te zetten, want de afgelopen vijf jaar was er een standstill. We zijn stil blijven staan. En de budgetten die u nu vrijmaakt, zijn in mijn ogen opnieuw een druppel op een hete plaat. 

En ik zou in 2024 niet graag opnieuw moeten vaststellen dat we mensen in een kwetsbare positie, die allerlei dingen ondernemen om daar ook uit te geraken – want heel wat van die mensen proberen dat wel degelijk –, niet het nodige duwtje in de rug geven. We moeten het probleem inderdaad tackelen. (Applaus bij Groen)

Minister Hilde Crevits

Collega Rzoska, de problematiek van de kinderarmoede raakt mij ook heel fel. U weet dat ook. In het verleden hebben we er al vaak debatten over gevoerd.

Maar je krijgt dat niet opgelost met één beleidsmaatregel. Het is iets waarvoor elke minister, binnen zijn of haar bevoegdheidsdomein, een grote inspanning moet leveren. Ik zal dat ook doen in het beleidsdomein Werk. Als we nu coaches aanstellen om mensen in een heel kwetsbare positie een-op-een te begeleiden naar werk, dan is dat om mensen uit de armoede te halen. Ik hoop dat u ook oog hebt voor die maatregelen.

Minister Hilde Crevits

Een beleid inzake armoede gaat niet alleen over budgetten. Het gaat ook over hefbomen zoeken, over mensen zoeken en ondersteunen die een steentje kunnen bijdragen om mensen in armoede te helpen.

Ik wil hier één maatregel aanhalen waarop ik ontzettend fier ben, waarmee ik ontzettend blij ben. Samen met voormalig minister Jo Vandeurzen heb ik er tijdens de vorige legislatuur voor gezorgd dat de kinderbijslag en de studiebeurzen in één pakket kwamen. Weet u wat daarvan het effect is, collega Rzoska? 40.000 kinderen extra, van ouders die niet wisten dat ze recht hadden op een studiebeurs, hebben dit schooljaar een studiebeurs gekregen. 40.000 kinderen! Dus kom hier niet zeggen dat we niets doen! (Applaus bij de meerderheid)

Minister Crevits, ik heb er geen probleem mee om dat ook te erkennen.

Minister Hilde Crevits

Wel, u mag dat hier ook eens zeggen. Kom niet altijd zeggen dat we niets doen. Het zit in veel kleine dingen. En 100 euro schooltoelage kan voor mensen een wereld van verschil maken om kwaliteit te geven in de opvoeding. Erken dat dan ook! (Applaus bij de meerderheid)

Dat weet ik. Ja. U liet mij niet uitspreken, maar ik wil dat gerust erkennen. Maar u zult het ook met mij eens zijn, aangezien de problematiek u na aan het hart ligt, dat we nog heel wat stappen vooruit zullen moeten zetten om het probleem te tackelen. En op dat vlak had ik toch gehoopt dat u en uw collega’s de moed zouden hebben gehad om te zeggen: ‘Waar willen we staan in 2024?’

En uiteraard steunen we die automatische toekenning. We zijn daar ook altijd voorstander van geweest. We proberen die automatische toekenning er nu trouwens ook door te krijgen op lokale niveaus, in heel wat gemeenten.

Ik kom bij de woonbonus, voorzitter. Mijn tijd wordt niet altijd stilgezet.

Jawel, ik heb u al veel bijgegeven.

Het loopt hier nochtans achteruit. Maar goed, ik ben er toch bijna.

Ik zal u eerlijk zeggen: ook Groen wilde die woonbonus laten uitdoven. We steken dat niet onder stoelen of banken. En ik ben het eens met de analyse die u maakt. Als je alle wetenschappelijke studies van de afgelopen jaren bekijkt, dan jaagt die woonbonus de prijzen op de woonmarkt inderdaad de hoogte in. We zijn ook voor het verlagen van die registratierechten. Maar dan hadden we het wel op een andere manier gedaan. Dan hadden we wél gekeken naar de meest kwetsbaren op die woonmarkt. En dan hadden we wél een hervorming gedaan van die woonbonus, maar ook van die registratierechten, om vooral de mensen die een bescheiden woning willen kopen of huren, extra te ondersteunen.

Als ik nu kijk naar de impact van die maatregel en hoe hij is doorgevoerd, dan valt het voordeel vooral bij degenen met de grootste portemonnee. Een sociale regering zou daarvoor oog hebben gehad, om dat op die manier te hervormen. (Applaus bij Groen en sp.a)

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, wij hebben inderdaad een andere keuze gemaakt. We hebben ervoor gekozen om energetische renovaties aan te moedigen. Daar zou u misschien ook eens over moeten nadenken.

Wat die kwetsbare gezinnen betreft, gaat het eerst en vooral meestal over jonge gezinnen. En alle jonge gezinnen hebben het heel moeilijk om die start te nemen. Dat is voor iedereen moeilijk. Maar voor de gezinnen waarvan het inkomen effectief nóg lager ligt, bestaan er al heel wat maatregelen. We hebben sociale leningen die ervoor zorgen dat je tot 100 procent van je lening kunt aangaan tegen een zeer lage rentevoet. En ik vergis me, het kan zelfs voor meer dan 100 procent. Want je kunt ook de notariskosten en registratierechten lenen, wat niet kan op de private financiële markt. Er bestaat daarvoor dus meer dan voldoende ondersteuning. En voor mensen die nadien willen renoveren, bestaan er renovatiepremies en dergelijke. Die instrumenten bestaan.

Wij hebben er inderdaad voor gekozen om die voor iedereen te verlagen, omdat we denken dat die registratierechten nog extra voordelen hebben, met name richting klimaat. Als je ervoor zorgt dat het gemakkelijker is om te verhuizen, zijn mensen gemakkelijker geneigd om dichter bij hun werk te gaan wonen. Daarom denken we dat iedereen er voordeel bij heeft dat we dat verlagen.

6 procent is het reguliere tarief. Maar als je binnen de vijf jaar een energetische renovatie doorvoert, ga je naar 5 procent. We hebben daar dus rekening gehouden met het klimaat.

Er bestaan heel wat instrumenten voor die kwetsbare gezinnen. Als ik u goed heb gehoord, loopt de keuze die u zou maken ongeveer gelijk met de keuze die wij hebben gemaakt.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik hoor u spreken over energetische renovatie. Ik vind het nogal straf dat u net dat voorbeeld gebruikt, want jullie hebben nu net maatregelen genomen waarvan alle deskundigen zeggen dat het geen goede maatregelen zijn. Ik weet niet of u het zich herinnert, maar de vorige regering heeft gezegd dat bij een overdracht van een woning – het sleutelmoment waarop een renovatie het meest aangewezen is – drie van de zes maatregelen om de woning energetisch beter te maken, verplicht moeten worden doorgevoerd binnen de vijf jaar. Jullie zeiden toen dat het tal van positieve effecten had: een milderend effect op de prijs van slechte woningen, het woningenpatrimonium zou versneld worden gerenoveerd en er zou een sfeer gecreëerd worden waarbij renoveren hip werd. Deze regering schaft dat gewoon af en stelt een aantal andere maatregelen in de plaats die veel slechter zijn. Ik heb nog geen enkele deskundige gehoord die dat een goede maatregel vindt. Ik zou u willen vragen om ofwel dat voorbeeld niet meer te gebruiken, ofwel om die maatregel terug te schroeven naar de maatregel van de vorige regering, die ook een aantal goede dingen heeft gedaan. (Applaus bij Groen)

Ik wil me kort aansluiten bij de opmerking over het feit dat de woondeal intrinsiek asociaal is, want wij vinden dat ook. Wat betekent de beslissing om de registratierechten van 7 naar 6 procent te brengen? Het betekent dat mensen die een dikke woning kunnen kopen, morgen meer korting zullen krijgen dan mensen die een bescheiden woning moeten kopen. Leg mij nu eens uit wat jullie daar eerlijk aan vinden? (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister Matthias Diependaele

Ik ken het verschil niet tussen een dikke woning en een magere woning, maar als u het over de prijs hebt …

Ik ga eerst reageren op de heer Danen. Ik ben heel blij met uw tussenkomst, want u hebt exact aangetoond wat eigenlijk een cruciaal onderdeel is van het debat, namelijk de tegenstelling tussen de heer Rzoska, die vraagt om iets te doen voor de kwetsbare gezinnen, en u die vraagt om eigenlijk een zeer dure maatregel in te voeren voor het klimaat met als eerste slachtoffer net die kwetsbare gezinnen. (Opmerkingen)

Jawel, exact dat. Exact dat. (Applaus bij de meerderheid)

Dat bewijst nog maar eens dat je rijk moet zijn om groen te zijn. (Gelach. Applaus)

Het is prachtig geïllustreerd. Wat u vraagt, is dat we alle gezinnen de verplichting gaan opleggen om binnen de vijf jaar hun woning te renoveren. Wat denkt u dat zo'n energetische renovatie kost? (Opmerkingen van Johan Danen)

Neen, de microfoon is niet kapot. Ik heb hem uitgezet. Collega Danen, u krijgt het woord als ik het u geef. Vandaar dat uw microfoon uit stond, maar bij dezen staat hij aan.

Mijnheer Diependaele, ik ga proberen om het rustig uit te leggen. Wat had jullie regering een paar jaar geleden beslist? Jullie regering. Dat voor mensen die een woning kochten of een woning kregen bij overdracht door erfenis of door een andere reden, er op dat moment een verplichting was om drie van de zes energetische maatregelen te nemen. Het ging er niet over om mensen die in een woning woonden, te verplichten om binnen de vijf jaar iets te doen. Daar ging het helemaal niet over. Het moment waarop zoiets kan, is bij een overdracht. Jullie waren ervan overtuigd – en jullie hebben ons ervan overtuigd – dat het een goede maatregel was. Dus, iedereen was het ermee eens, ook alle deskundigen.

Deze regering schrapt dat en doet iets anders. Deze regering gaat de mensen wat leningen geven aan 0 procent, maar iemand die kwetsbaar is en niet kapitaalkrachtig, gaat ook geen lening aan 0 procent krijgen. De maatregelen die jullie in de plaats stellen, zijn veel slechter dan de maatregelen die er waren. Ik wil mijn hand uitsteken en ik wil u vragen om het terug te draaien omdat dat alleen maar voordelen heeft.

Nogmaals, ik begrijp het niet: vorig jaar verdedigden jullie iets wat ik nu ook steun en verdedig, maar u zegt nu iets helemaal anders. Ik begrijp het echt niet meer. (Applaus bij Groen)

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik ben er bijna door ontroerd hoe collega Danen en collega Rzoska de vorige regering blijkbaar een fantastische regering vonden. Het is voortschrijdend inzicht. Ik ben daar blij om.

Collega Danen, ik ga ervan uit dat datzelfde voortschrijdend inzicht ook bij deze maatregel van toepassing zal zijn. In tegenstelling tot wat u vertelt, voorzien wij voor iedereen die straks bij eigendomsoverdracht een nieuw te renoveren woning in handen krijgt, een bijzonder aantrekkelijk ondersteuningspakket met inderdaad een uitgebreide renteloze lening. Dat zorgt ervoor dat mensen die het geld niet hebben, toch kunnen renoveren. En met de verwarmingskosten die ze daarmee uitsparen, kunnen ze de lening afbetalen.

Tegelijk voorzien we een hoger pakket aan premies. In het verleden waren er fracties die de premies wilden verminderen, nu worden ze opgetrokken. Tenslotte zorgen we voor een uitgebreid pakket aan ondersteuning en ontzorging, voor mensen die het niet zien zitten om zelf die renovatie in handen te nemen. Zij zullen straks de middelen en de ondersteuning krijgen om dat effectief te gaan doen.

Een dergelijk actief en stimulerend beleid hier komen afbranden, vind ik bijzonder jammer voor het klimaat en voor uw engagement daarvoor.

Ik wil de collega's eraan herinneren dat we het debat over Omgeving en dergelijke straks nog zullen voeren.

De heer Schiltz heeft het woord.

Dit legt natuurlijk ook een ideologisch verschil bloot tussen de partijen die de meerderheid vormen en de oppositie. Wij kiezen er inderdaad voor om meer te focussen op investeringskracht, op mensen die zich willen inzetten, die hun handen willen uitsteken, die het vermogen dat ze hebben kunnen opbouwen, willen inschakelen om goed te doen, ook voor hun portemonnee maar ook voor het klimaat.

Collega's, onderschat het niet: als je vandaag een verplichting oplegt om zwaar te investeren bij overdracht, wat denkt u dan dat er gebeurt met de waarde van die huizen? Je verkoopt een huis voor een bepaald bedrag maar ondertussen moet de koper wel een batterij aan maatregelen nemen. Wanneer een jong gezin met moeite een huis kan kopen, en daarbovenop al een factuur ziet komen van tienduizenden euro's, wat doet dat dan met die prijs? Dan kopen ze dat huis niet. Dan zeggen ze dat de prijs naar beneden moet, want ze kunnen niet meer betalen. Het opleggen van forse renovatieverplichtingen bij overdracht zal ervoor zorgen dat je aan kapitaalsvernietiging doet, dat de mobiliteit in de verkoop van huizen daalt, dat er minder huizen op de markt zullen komen en dat er dus een vertraging zal optreden, ook in de renovatiegraad. De heer Bothuyne heeft het terecht aangehaald. Dat is niet alleen zo voor de investering in huizen. Wij zorgen ervoor dat meer mensen de mogelijkheid krijgen om zich te verbeteren, dat meer mensen de mogelijkheden krijgen om zichzelf, het klimaat en de maatschappij te verbeteren. Dat is niet alleen voor huizen zo, wij doen dat op tal van beleidsdomeinen. Minder geld naar vastgeroeste structuren, minder het opgestoken vingertje, minder verplichten, maar er meer voor zorgen dat er een breder draagvlak ontstaat, onder andere ook voor het klimaat. Wij geloven in de ondernemingskracht van bedrijven en van mensen en niet in een overheid die alles beter weet en ‘en passant’ ook nog eens welvaart vernietigt.

De heer Anaf heeft het woord.

Ik hoor hier toch een aantal rare dingen. De collega's waren gisteren en eergisteren toch ook in de commissies waar het rapport van de SERV werd voorgesteld en waar we uitgebreid over hebben gedebatteerd? Ik hoor hier verdedigen dat door de maatregelen die er worden genomen, veel meer mensen, ook kwetsbare mensen, zullen mee kunnen met het klimaatbeleid en hun huis zullen kunnen renoveren. Wel, het rapport van de SERV was daar vernietigend over. Alle maatregelen die in dit regeerakkoord staan en in de beleidsnota die daarop focussen, focussen op de verkeerde mensen. Het gaat zowel over de renteloze leningen als al die andere verschillende maatregelen zoals dat noodkoopfonds. De mensen die het echt moeilijk hebben, die in energiearmoede zitten, hebben niet de financiële middelen om daarin te investeren. Die kunnen ook geen aanspraak maken op de premies want ze hebben het budget niet om die investering te kunnen doen. Ook met die renteloze leningen zijn ze niets, want ze hebben vaak al een hele hoge leninglast. Dat kunnen ze er gewoon niet bij nemen. We moeten dus op zoek naar andere maatregelen. Als er een ideologisch verschil is, mijnheer Schiltz, tussen ons en de regering, dan is het dat wij wel vinden dat iedereen mee moet kunnen in onze maatschappij. Dat is het grote verschil. (Applaus bij sp.a en Groen)

Ik begrijp het echt niet meer hoor, collega Schiltz en collega Bothuyne. Jullie voeren oppositie tegen iets wat ik verdedig, wat jullie vorig jaar ingevoerd hebben en nu weer afgeschaft hebben. Ik vind dat heel absurd.

Maar ik wil dit nog zeggen. De voorbije jaren is er constant geïnvesteerd in premies in ontzorging, om mensen te verleiden om hun woning te renoveren. We stellen vast dat de renovatiegraad niet stijgt. Net daarom heeft jullie regering twee jaar geleden ingevoerd dat mensen bij een overdracht een verplichting kregen om binnen de vijf jaar een aantal zaken te doen. Daar was toen iedereen het over eens, ook alle deskundigen, de sociale partners en de SERV. Iedereen vond dat een fantastische maatregel. Jullie schaffen die af en voeren iets anders in waarvan niemand zegt dat het goed is omdat net de kwetsbaren het niet aankunnen.

Mijnheer Schiltz, wat gebeurt er met woningen als je een verplichting oplegt bij overdracht? Weet u wat er gebeurt? Het zal zo zijn dat er een dempend effect komt op de slechte woningen aan de onderkant van de markt. Die zullen goedkoper worden. Misschien jammer voor de verkopers, maar de kopers, de jonge gezinnen, gaan er wel bij varen, en die zullen geld hebben om én de woning te kopen én om een renovatie te doen. Dat zal er gebeuren. (Applaus bij Groen en sp.a)

Mijnheer Danen, ik vind het toch wel heel curieus dat de kwetsbare gezinnen voor u de gezinnen en de mensen zijn die huizen kunnen kopen. Dat zijn mensen die huizen huren, en ik dacht niet dat deze regering de energievoorwaarden voor de huurhuizen heeft verlaagd, integendeel. Collega’s, ik herhaal het opnieuw, hetzelfde ook bij de woonbonus, bij de registratierechten: deze regering kiest ervoor om mensen meer toegang te geven tot een beter leven, tot meer welvaart. Wij kiezen ervoor om mensen uit de armoede te halen, om mensen meer te laten overhouden zodat ze zelf de handen uit de mouwen kunnen steken.

Mijnheer D’Haese, daarjuist stelde u in uw pleidooi dat het een schande is dat we zo veel geld spenderen aan een taxshift, aan het verhogen van de laagste inkomens. Schandalig! Neen, je moet de mensen arm houden, je moet de mensen afhankelijk houden, en dan een spilzieke en geldverkwistende overheid houden die alles voor iedereen zal organiseren en alles voor iedereen verplicht. (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Neen, dat is exact de breuklijn die we trekken tussen u en ons. Wij kiezen er opnieuw voor om mensen te motiveren, te stimuleren en ook soms te verplichten, ja. Maar eerlijk gezegd, als men hier een debat voert over kwetsbare mensen en het dan heeft over de verwerving van huizen, dan denk ik dat heel weinig kwetsbare mensen een huis kunnen kopen. Het is precies voor kwetsbare mensen, mensen die 1500 euro of 1700 euro verdienen, die het minimum verdienen, dat we een jobbonus inzetten. Het is zo dat we ervoor zorgen dat er sociale mobiliteit, dat er financiële mobiliteit kan ontstaan, ook voor de huizenmarkt, ook voor de mensen die het een beetje beter hebben. Mobiliteit is een cruciaal woord bij welvaartscreatie. Wij doen niet aan welvaartsvernietiging. Wij doen aan welvaartscreatie. (Applaus bij Open Vld)

Mijnheer Schiltz, als het gaat over de verwerving van woningen heb ik niet gesproken over kwetsbare gezinnen. Ik heb gesproken over jónge gezinnen. Lees het er maar op na. Ik stel vast dat u aan de kant staat van verkopers van slechte woningen, die duur kunnen worden verkocht. Ik sta aan de andere kant. Ik sta aan de kant van de jonge gezinnen die woningen willen kopen en renoveren. Dat is het verschil tussen uw partij en die van ons. (Applaus bij Groen en sp.a)

Als het gaat over een spilzieke overheid, dan was mijn kritiek dat de taxshift die jullie federaal hebben doorgevoerd, met een aantal ministers die hier mee aan tafel zitten, niet is gefinancierd. Dat is het grote probleem. Die is voor 3,6 miljard euro niet gefinancierd. Jullie hebben onwaarschijnlijk grote putten gegraven. Dan komen jullie mij hier verwijten dat wij putten graven, terwijl jullie de afgelopen jaren, de afgelopen tientallen jaren mee die regeringen hebben gevormd. Mijnheer Schiltz, ik heb niet in de regeringen gezeten die die staatsschuld hebben opgebouwd. Mijnheer Schiltz, ik heb niet in de regeringen gezeten die de putten hebben gegraven. Steek dus eens de hand in eigen boezem en vraagt u zich eens af of die taxshift echt niet in de eerste plaats naar de gezinnen, maar naar die grote multinationals gaat. (Rumoer)

Maar lees de cijfers erop na! Lees de cijfers erop na, collega’s, alstublieft zeg!

Als jullie opkomen voor de kwetsbare huurders, waar zijn dan de maatregelen om die huurmarkt te versterken en om mensen meer toegang te geven op die huurmarkt? Waar zijn die maatregelen?

Mijnheer Diependaele, als jullie opkomen voor kwetsbare huurders, waarom gaan jullie dan de huurprijzen van sociale woningen verhogen, en mensen 400, 500 euro meer per maand laten betalen voor sociale woningen? (Rumoer)

Dat is een maatregel die trouwens ingaat over twee weken, en de mensen weten nu nog niet hoeveel huur ze over twee weken zullen moeten betalen. Als jullie kwetsbare huurders willen versterken, waarom nemen jullie dan geen maatregelen om dat te doen, en nemen jullie maatregelen die exact het tegenovergestelde effect hebben? (Applaus bij de PVDA en Groen)

De heer Ronse heeft het woord.

Misschien toch een klein lesje voor collega D’Haese over de taxshift. Hij zegt dat die gaten in de begroting slaat. Mijnheer D’Haese, als duizenden, duizenden mensen dankzij de taxshift, en dat is door diverse studies bewezen, werk hebben, welke impact heeft dat dan op de begroting? Een, minder uitkeringen. Twee, die mensen betalen socialezekerheidsbijdragen, die mensen betalen belastingen. Ik denk dus dat u echt wel nog eens opnieuw in uw studieboeken moet gaan bekijken hoe een overheid wordt gefinancierd. Volgens ons is dat niet door geld uit kapitaal en wie werkt te blijven zuigen, maar net door stimuli te geven zodat mensen gaan werken. Leer dus uw les! (Applaus bij de N-VA)

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer D’Haese, de taxshift heeft ertoe geleid dat de laagste inkomens 140 euro per maand netto erbij kregen en dat er gemiddeld 100 euro per maand bij kwam. Dat heeft de taxshift geleerd.

De taxshift heeft mij nog een tweede ding geleerd. Wanneer we op federaal niveau de personenbelasting verlagen, dan worden de Vlamingen, de Walen en de Brusselaars daar beter van, maar de Vlaamse staatskas wordt daar slechter van. Die Financieringswet moet dus aangepast worden.

Ten derde, u hebt inderdaad nooit in een regering gezeten en ik hoop dat dat zo blijft. (Applaus bij de meerderheid)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer D’Haese, u hebt verwezen naar de huurprijzen van de sociale woningen. Ik heb ondertussen begrepen dat wij daar inderdaad een ander belang verdedigen. Ik ga effectief het belang verdedigen van de mensen die nu nog op de wachtlijsten staan. Want dat hebben we gedaan. De berekening van de sociale huurprijzen is nu eerlijk voor iedereen. We hebben dat over heel Vlaanderen uitgerold. Als u verwijst naar stijgingen van 400 tot 500 euro, dan gaat dat normaal gezien altijd om mensen die al jaren lang een veel hoger inkomen hebben dan het inkomen waar tot nu toe rekening mee werd gehouden. Dat lijkt mij in het belang te zijn van de mensen die nog op een wachtlijst staan en die veel meer nood hebben aan die sociale huurwoning. Door de extra inkomsten die we hebben door eerlijke en correcte huurprijzen aan te rekenen, gaan we meer centen overhebben voor die mensen op de wachtlijsten. Dat is mijn prioriteit en ik ben eigenlijk blij dat we daarin verschillen.

De heer Rzoska heeft het woord.

Collega Schiltz, ik ga het debat niet heropenen, maar ik vind dat ook mensen die een bescheidener inkomen hebben en die niet op de vastgoedmarkt terechtkunnen, maar in een huurwoning terechtkomen, het recht hebben om in een goed geïsoleerde en kwalitatief sterke woning te wonen. (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Wat betreft die taxshift, heeft collega D’Haese wel gelijk, als hij zegt dat hij op het federale niveau niet is gefinancierd, maar – voor ik hier opnieuw het hele halfrond over mij heen krijg – het is natuurlijk een politieke keuze van deze Vlaamse Regering geweest en ik snap dat je die keuze niet kunt omkeren. Dat is iets anders, maar goed.

Collega’s, ik kom bij mijn laatste punt aan en dat gaat over de alternatieven. Ik had gehoopt dat we, na de vele rapporten van de SERV waarnaar al is verwezen, met z’n allen en ook met deze Vlaamse Regering de opportuniteiten van een sterk klimaatbeleid zouden hebben gezien. Dat heeft niets te maken met ideologie of polarisering. Daar zien wij wel degelijk een alternatief. Wij hebben dat alternatief ook in de campagne op tafel gelegd. Wij hebben toen ook de doorrekening van het Federaal Planbureau op tafel gelegd, net zoals al jullie plannen zijn doorgerekend. Ja, wij hebben de politieke moed om een slimme kilometerheffing voor voertuigen te bekijken. De vorige Vlaamse Regering, die uit dezelfde partijen bestond, heeft de moed gehad om een studie te bestellen, maar is dan gaan lopen voor haar eigen schaduw. Ze heeft 1,7 miljoen euro uitgegeven en zegt nu, hop, van tafel. Ze is zelfs blind voor de effecten – je moet het maar doen – die daarin staan. Er staan verschillende scenario’s in. Kom niet met het extreemste scenario af, want er staan verschillende scenario’s in waarbij je de maatschappelijke en economische impact en de impact op het klimaat kunt lezen. Dus ja, wij zouden dat ingevoerd hebben. Wij zouden dat debat graag gevoerd hebben. Ook bij de betonstop gaan jullie lopen voor jullie eigen schaduw. Minister-president Geert Bourgeois schoof dat in december 2016 op een klimaattop naar voren als de belangrijkste maatregel. Die maatregel is van tafel geschoven, hij is gewoon wég. Daar liggen alternatieven.

Collega Diependaele, een van de dingen die in de vorige legislatuur achter de schermen van dit parlement zeer goed heeft gelopen, was de Commissie ad hoc voor alternative financiering van overheidsinvesteringen. Wij hebben een kaderdecreet gemaakt. Wij waren het eens over dat kaderdecreet, niet over debudgettering maar wel over strategische investeringen. Wij hebben experten laten komen. Ik herinner mij zeer goed dat we af en toe verwonderd waren over wat we hoorden. Er is geld genoeg. We hebben dat kaderdecreet ingediend, maar ik stel vast dat het tot de dag van vandaag jammer genoeg dode letter is gebleven. Ik zie in de pijplijn geen projecten zitten die in dat kaderdecreet zouden passen. Ik heb tijdens de begrotingsbespreking nog gevraagd naar de rapportering over de alternatieve financiering en de publiek-private samenwerking (pps). Die rapportering had er al moeten zijn. Ik wilde zien wat er aan beschikbaarheidsvergoedingen en projecten voor de volgende jaren in de pijplijn zit en waar we staan. Ja, er zijn alternatieven. Ook de SERV wijst daar op. De werkgevers en de werknemers steken de hand uit. Zij zeggen aan de Vlaamse Regering dat het uiteraard niet allemaal met publieke middelen kan.

Maar er zijn ook wel bepaalde financiële instellingen van divers pluimage, er zijn mensen die wel degelijk spaargeld willen mobiliseren in functie van die klimaatuitdagingen. En het economisch rendement hebben zij becijferd. Ze zeggen dat het niet allemaal van de overheid en de politici moet komen, maar dat we wel de handen in elkaar moeten slaan.

Ik doe een oproep, een oproep die ik hier vorige week ook gedaan heb. Collega’s, laat ons eerlijk zijn, het Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) was eigenlijk een mager beestje. Maar we hebben een jaar de tijd, een jaar de tijd, minister Demir, om toe te werken naar Glasgow 2020. Om uit die polarisatie te geraken doet onze fractie het voorstel om een klimaatintendant aan te stellen. Ik hoor gezucht aan mijn rechterkant, maar het is een poging om met het recept dat gewerkt heeft in de Oosterweelverbinding uit de polarisatie te gaan. Stel een klimaatintendant aan, iemand met het gezag in die klimaatdiscussie iemand die iedereen aanvaardt. Laat ons aan tafels gaan zitten, laat ons aan klimaattafels gaan zitten. De SERV is daar een voorstander van en wil u daarin ondersteunen. Nederland heeft het u voor gedaan, Nederland heeft het u op klimaat en energie voor gedaan en men is daar nu zover dat er een klimaatwet is, dat er rond  energie inderdaad een commissie is die getrokken wordt door iemand met gezag en die samen met alle sectoren kijkt waar men vandaag staat en waar men naartoe moet, die kijkt of er een sector achterblijft en hoe dat komt, of er een andere sector bij kan. Kijk naar wat collega Tommelein als erfenis op uw tafel achtergelaten heeft, gooi zijn huiswerk niet weg. De stroomgroepen hebben zeer goed werk geleverd. Pas als je die kracht samenneemt, ga je Vlaanderen klaarmaken voor de toekomst. Dat is wat ik verwacht van een Vlaamse Regering. (Applaus bij Groen)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Rzoska, wat uw verwijzing naar het decreet Alternatieve Financiering betreft, verwondert die mij in alle eerlijkheid. Dat is zeer degelijk werk geweest en er lagen nog mogelijkheden in die we moeten gebruiken, maar bij mijn weten heeft elke partij bij het begin van die discussies zeer duidelijk aangegeven – de uwe trouwens ook – dat het niet de bedoeling was om te gaan debudgetteren, dat het niet de bedoeling was om bepaalde uitgaven buiten de begroting te houden. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Als je het decreet naleest, weet ik niet welke aanzet daarin zou zitten om daar meer gebruik van te maken. De bedoeling van dat decreet was om ervoor te zorgen dat, als we voor publiek-private samenwerking (pps) kozen , er een betere rapportage voorhanden is – die moeten we inderdaad gaan voorzien – en dat die pps-structuren beter verlopen, zijnde goedkoper, sneller en met meer kwaliteit. Er waren verschillende stappen die collega Daems wilde volgen. De tweede stap is er nooit gekomen, maar uit de eerste stap vloeide niet voort dat er plotseling veel meer van pps gebruik gemaakt zou worden. Vandaar zitten die nu ook niet in de begroting.

Maar ik verwacht daar toch wel de rapportage vanuit de Vlaamse Regering, die ook afgesproken is. Ik vind dat een parlement daar ook recht op heeft. Wij hebben op dit moment geen zicht, of toch niet volledig, op hoe het zit met de beschikbaarheidsvergoedingen, zeker wat concreet de volgende jaren betreft. Ik verwacht dat rapport dus nog altijd, zoals het eigenlijk ook decretaal voorzien is.

Minister Matthias Diependaele

Zoals elk jaar zullen wij dat aan het parlement bezorgen.

Collega’s, ik verwacht van een Vlaamse Regering dat ze Vlaanderen klaarmaakt voor de ambities en de uitdagingen van de toekomst en ik vind dat veel te weinig terug in deze begroting. Dat wij die begroting dus niet gaan goedkeuren, dat had u al wel door, denk ik.

Maar ik wil toch eindigen met één oproep aan u allen. Ik vind het goed dat we stevig debatteren over cijfers en over politieke keuzes. U hebt daarnet zelf gezegd dat we af en toe ook moeten besparen op dingen die we niet graag doen. Eindelijk zijn we zover. Mag ik één oproep doen voor de kerstdagen? Ga alstublieft volgende week niet met een rode neus een cheque namens de Vlaamse Regering afgeven in het kader van De Warmste Week, zoals elk jaar gebeurt. Een Vlaamse Regering die bespaart op zorg en op verschillende kwetsbare groepen in de samenleving heeft wat mij betreft niet het recht om een graantje mee te pikken in die Warmste Week, waar heel wat goede doelen worden ondersteund. Doe dat alstublieft niet. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, ik denk dat u een deel van uw toespraak vergeten te brengen bent. Toen we hier de eerste keer over de begroting en tabellen en dergelijke praatten, hebt u ons beloofd om een alternatieve begroting voor te leggen. U zou aangeven waar u nieuwe uitgaven zou doen, waar u besparingen zou doen, waar u eventueel nieuwe lasten zou heffen en of u de begroting in evenwicht zou behouden of aan deficitspending zou doen. Dat had u mij beloofd. Dit is uw laatste gelegenheid, want de begroting zal straks hopelijk goedgekeurd worden. Dit is uw laatste kans. Dus ik zou willen dat u die paar bladzijden uit uw toespraak ook brengt, zodat we kennis kunnen nemen van uw alternatieve financiering van wat Vlaanderen moet doen. (Applaus bij de N-VA)

U hebt daar geen tijd meer voor.

Ik wil mij niet wegsteken achter de tijd. Ik ben er ondertussen zes minuten over gegaan, na alle onderbrekingen. (Rumoer)

U krijgt tijd.

Er liggen deze namiddag, deze avond of deze nacht wel degelijk amendementen op de begroting voor die wij voorstellen, onder andere over de carbon leakage, waarover het hier al gegaan is en waarvoor uw regering de volgende jaren behoorlijk wat extra middelen op tafel legt. Die willen wij anders gaan positioneren. Het is inderdaad zo dat deze Vlaamse Regering er geen probleem van maakt dat die bedrijven heel wat sterker ondersteund worden in de energie. En dat zouden wij anders doen, want op dit moment heeft die carbon leakage niet geleid tot efficiëntie.

U hebt mij vorige week aangevallen omdat mijn plan uit de campagne geen goed plan zou zijn. Wel, wij hebben daar met zijn allen plannen op tafel gelegd waar we nog altijd vol achter blijven staan, zoals die taxshift richting meer vergroening op allerlei terreinen. Ik heb ze daarnet opgelijst: slimme kilometerheffing, betonstop en inderdaad ook gaan bekijken naar de manier waarop je dingen efficiënter kunt doen. En u komt mij nu vertellen dat u die plannen wilt zien?  U zult deze avond of deze nacht de gelegenheid krijgen om alle amendementen die wij, soms samen met de sp.a, soms alleen, hebben ingediend, met zijn allen goed te keuren. Dan zal deze begroting er veel beter uitzien. (Applaus bij Groen en sp.a)

De heer Schiltz heeft het woord.

Goedemiddag, collega’s. Begrotingsdebatten worden altijd in verschillende stapjes gemaakt. Het gaat over cijfers, maar het gaat natuurlijk niet alleen over cijfers. De begroting is altijd een concretisering van wat de regering wil doen. Ik wil graag nog even een aantal elementen herhalen uit het investituurdebat, dat vrij sober en zonder oppositie plaatsvond.

Wat is voor mijn fractie de taak van een regering? Dat is mensen doen schitteren. Dat is rechtvaardigheid geven. Dat is iedereen die een leven wil opbouwen en de handen uit de mouwen wil steken, de kans geven om hen te laten slagen om hun dromen wat dichterbij te brengen. Met andere woorden: maak mensen fier, geef ze vrijheid, en ze kunnen beter voor zichzelf en elkaar zorgen. Want mensen die fier zijn, die voelen kracht, die kunnen mensen rond zich heen meetrekken, die kunnen inspireren en bijdragen aan welvaart en welzijn. Vlaanderen biedt veel van die vrijheid. En met dit regeerakkoord en deze begroting, die daar de veruitwendiging van is, willen wij die vrijheid en die fierheid nog versterken.

Hoe kunnen we dat doen? Door ervoor te zorgen dat wie aan de slag gaat, meer overhoudt op het einde van de maand, op het einde van het jaar. Door te investeren in een sterk onderwijs – daar is het al vaak over gegaan. Voor investeren in sterk onderwijs, collega’s, is er een eenvoudige mantra: de lat hoog en de drempels laag. Het is ook niet toevallig dat er in de begroting een stevige poot rond excellentie is opgenomen.

Door ervoor te zorgen dat creativiteit en innovatie nog meer de grondstoffen van onze welvaart worden. Opnieuw: investeringen in onderzoek en ontwikkeling, circulaire economie en dergelijke.

‘Werken loont, het onderwijs versterkt en niemand achterlaten’ is de eenvoudige mantra die voor ons doorheen deze begroting loopt.

Om dat ‘werken moet lonen’ concreet te maken, is de jobbonus ingevoerd. En ik heb gemerkt, mijnheer D’Haese, dat dat iets is wat dan blijkbaar toch jeukt. Als, samengeteld met de federale taxshift en de jobbonus, mensen die 1500 euro verdienen, maar liefst 200 euro per maand erbij krijgen, dan denk ik niet dat dit een asociale regering is. Deze regering legt centen op tafel om waar te maken wat ze belooft. Met de jobbonus maken we jobs aantrekkelijker, en daarboven staat bovendien de hervorming van VDAB en een betere begeleiding naar werk. Opnieuw, als hier en daar bespaard wordt en middelen verschoven worden, dan is dat om geld minder bij structuren en meer bij de mensen te laten komen. Het beleid wordt effectiever en efficiënter. Dat is zeker iets wat liberalen altijd zullen ondersteunen wanneer het over begroting en beleid gaat.

Onderwijs versterkt, ja, daar is al veel over gediscussieerd. Ik ben geen onderwijsspecialist. Maar in die begroting worden middelen vrijgemaakt om te investeren in bijkomende schoolgebouwen en leerkrachten. Niet alles kost geld, zoals werk maken van combi-jobs en van de zijinstroom van leerkrachten. Deze regering doet wat ze belooft en legt de centen ervoor op tafel.

Mijn tussenkomst zal kort zijn, ik wil niet in herhaling vallen en over cijfers kunnen we blijven discussiëren. De begroting klopt, dat heeft het Rekenhof gezegd. Ze is transparant en in evenwicht. Uiteraard gaan we naar een slankere overheid, het zou nogal straf zijn als hier een liberaal zou staan die dat niet zou willen. Mijnheer D’Haese en andere collega’s van de oppositie, ik zeg het opnieuw: er zit een fundamentele lijn in dit regeerakkoord. Dat is: minder overheid, meer mensen. Dat is: minder staat, meer werk, meer ondernemen.

We schuiven geen lasten door. Dan is er een discussie over de uitgangspositie van deze regering, we hebben het daarover gehad. Ik ben zeer blij met het werk dat we de afgelopen legislatuur hebben geleverd, waardoor deze begroting een beperkt tekort heeft en we vooral uitzicht hebben op een gezonde begroting. Als ik eerlijk ben is dit door u, collega Tommelein, een van de meest zuivere en sterke begrotingen die ik ooit al heb gezien. Het Rekenhof is zelden zo positief geweest. Er worden structurele maatregelen genomen. De zaadjes zijn gezaaid tijdens de vorige legislatuur. De begroting is structureel in evenwicht. We hebben niet geprobeerd om met ‘one-shots’ het tekort dicht te pleisteren of hier en daar nog wat te krabbelen om ons beleid te kunnen voeren. Het is eerlijk en selectief. Er zijn keuzes gemaakt: waar er bespaard wordt en waar er geld wordt uitgegeven.

Het debat vandaag, het zal deze namiddag en vanavond niet anders zijn, plooit zich terug op één ding. U zegt dat we niet investeren, dat we verschuiven. U zegt dat we maskeren, dat we besparen en dan terug uitgeven. Wel ja, natuurlijk doen we dat. dat is de vestzak-broekzakoplossing. Als mijn vest te klein is en mijn broek te groot of omgekeerd, dan is het logisch dat men die twee van plaats verandert. Dat men aanpast waar de noden zitten. (Rumoer. Gelach)

Als er structuren zijn met overheadkosten van meer dan 20 procent, mijnheer Tobback, ...

Als er structuren zijn met een administratieve overhead van 23, 24 procent terwijl dat in de buurlanden rond de 9 à 10 procent is, dan vind ik het heel logisch dat op die structuren bespaard wordt, en dat dat vrijgekomen geld bijkomend geïnvesteerd wordt in reële noden.

Het zal natuurlijk nooit genoeg zijn. Het zal nooit genoeg zijn en dan is het antwoord van de meerderheid steevast: het geld valt niet uit de lucht, het groeit niet aan de bomen, het groeit niet op mijn rug, het groeit niet op uw rug, ook niet op die van de regering. Het moet ergens gevonden worden.

Voor het eerst zie ik een regering – ik ga even mijn redenering afmaken –, die de moeilijke besparingen en investeringen niet breed uitsmeert. Iedereen een beetje laten bloeden, en voor iedereen wat cadeaus, dat hebben we helaas in ons land veel te vaak gedaan, met de gedachte ‘als het niet te hard pijn doet, als het niet te duidelijk is, gaan de mensen het zien.’ Daarna een beetje pappen en nathouden; we geven nog wat geld hier en daar en dan is iedereen content.

Hier wordt heel concreet efficiëntie gezocht om dingen te realiseren. Een voorbeeld is de woonbonus. Natuurlijk staan wij daar niet voor te springen, natuurlijk is het niet leuk om dat belastingvoordeel stop te zetten. Maar als we zien wat de woonbonus kost en wat hij opbrengt, dat is 1,6 miljard euro, voor een miniem effect in de verwerving van een woningen, dan kunnen we die maatregel niet volhouden. Dan zie ik dat geld veel liever gaan naar een jobbonus. Econoom Stijn Baert heeft ondertussen aangetoond hoe fors de arbeids- en sociale mobiliteit stijgt door, mede via de taxshift, de laagste inkomens te verhogen met 200 per maand.

Dat is efficiënt beleid. Dat is niet gemakkelijk, maar het is een moedig beleid dat werkt.

We horen telkens opnieuw het verhaal dat er wordt bespaard op structuren en overheadkosten, en dat er wordt geïnvesteerd op het terrein. Er is hier vandaag veel over ‘fake news’ gesproken. Ik gebruik die term echt niet graag. (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Het is uw minister van Welzijn die die term de hele tijd gebruikt, niet ik.

Het klopt niet wat u zegt, want we hebben net het nieuws gekregen dat bijvoorbeeld in Gent een inloopcentrum voor daklozen niet open zal gaan door de besparingen. Het klopt niet wat u zegt, want de basiswerkers, de sociale werkers die mensen vooruit helpen die door deze regering in de steek worden gelaten, hun opleiding, coaching en opvolging gaan erop achteruit, dankzij de besparingen die u doet. En zo is de lijst heel lang. In Cultuur is het net hetzelfde, en in het sociaal-cultureel werk, en zeker en vast voor de nieuwe kunstenaars, in de zorg, in Welzijn. Die mensen komen tot aan het parlement om het jullie uit te leggen dat jullie besparingen hen treffen op het terrein, bij het helpen en vooruithelpen van mensen die door deze regering in de marge worden achtergelaten.

En telkens opnieuw komen jullie hier vertellen dat het gaat over overheadkosten en halen jullie er één organisatie uit die een hoge overheadkost heeft. Maar het is niet waar. Jullie besparingen treffen overal op het terrein. We hebben al die voorbeelden de afgelopen weken gezien. Dus voor de eerlijkheid van het debat lijkt het mij een beter idee om dat soort dingen niet te blijven herhalen, maar gewoon te zeggen dat jullie keuzes maken, bijvoorbeeld de keuze om te besparen op een inloopcentrum voor daklozen, dat jullie dat een goede keuze vinden en dat jullie dat geld dan stoppen in bijvoorbeeld energiekortingen voor vervuilende multinationals.

De heer Steenwegen heeft het woord.

Mijnheer Schiltz, ik ben zeker een voorstander van een efficiënte overheid, maar ik denk dat hier een zeer beperkte en enge interpretatie of invulling gegeven wordt van een efficiëntie overheid. Een efficiëntie overheid is niet alleen een overheid die uit heel weinig mensen bestaat en heel weinig middelen heeft, een efficiëntie overheid is ook een overheid die haar middelen in één richting inzet. Als ik hoor dat de regering ambitieus wil zijn rond klimaat en dat in het klimaatplan staat dat het aantal autokilometers moet verminderen, en als we dan gisteren een minister van diezelfde regering horen zeggen dat men gaat investeren in bijkomende autostrades, dan is dat geen efficiënte overheid. Dan is dat een overheid die het geld in verschillende richtingen uitgeeft en contradictorisch is met zichzelf. Een efficiënt en effectief beleid is ook een coherent beleid, geen beleid dat zichzelf tegenspreekt. (Applaus bij Groen)

Regeren is altijd keuzes maken, maar ik hoor u het woord ‘rechtvaardigheid’ in de mond nemen. Daar heb ik het toch een beetje moeilijk mee. Ik heb niet echt een antwoord gekregen op de vraag wat u dan precies rechtvaardig vindt aan een woondeal waarbij de registratierechten met 1 procent naar beneden gaan, met als gevolg dat mensen die zich een duur huis kunnen permitteren, meer belastingkorting gaan krijgen dan degenen die zich een minder duur huis kunnen permitteren. Ik zie niet wat er rechtvaardig is aan het feit dat jullie het toekomstperspectief van jonge kunstenaars afpakken. Ik zie niet wat er rechtvaardig is aan het feit dat jullie morgen 100 miljoen euro gaan besparen op het secundair onderwijs, maar wel verwachten dat leerkrachten excelleren, waardoor ze dus eigenlijk meer moeten doen met minder. Ik zou dus toch wat voorzichtig zijn met het in de mond nemen van het woord ‘rechtvaardigheid’. (Applaus bij sp.a)

Minister Matthias Diependaele

Mijnheer Steenwegen, wat u schetst, is geen efficiënte overheid, maar een kortzichtige overheid. Je moet als overheid inderdaad verschillende zaken invullen. De mooiste illustratie daarvan is de vorige regering. We hebben daar een zeer duidelijke keuze gemaakt. En die zit er nu ook voor een groot deel in. We investeren namelijk in die zaken die onze welvaart creëren. We hebben toen een half miljard euro extra aan Onderzoek en Ontwikkeling gegeven. Deze regering doet daar 250 miljoen euro bovenop. Wat je daar wint aan economische groei, dat is de investering die we vandaag doen in bijvoorbeeld Onderwijs, opnieuw in Onderzoek en Ontwikkeling, en inderdaad ook in wegeninfrastructuur. Waarom? Omdat je die economische ontwikkeling nodig hebt om macro-economisch je investeringen in Welzijn en in klimaatuitdagingen te kunnen bekostigen.

Als u nu komt zeggen dat we die autostrades vooral zo klein mogelijk moeten laten, dan gaan we de economische groei onder druk zetten. Maar je hebt die groei net nodig om je investeringen te kunnen doen in het welzijn van de mensen. Je kunt dat niet zomaar. Wat u schetst, is: leg al uw eieren in één mandje. Dat is een heel kortzichtige, op de korte termijn gerichte overheid. Op lange termijn schiet je in je eigen voet.

Minister Diependaele, weet u hoeveel de files jaarlijks aan onze economie kosten? Meer dan 4 miljard euro. De vorige regering had de moed om na te gaan of een slimme kilometerheffing een nuttig instrument kon zijn. Alle experten zijn het erover eens dat we zo'n maatregel nodig hebben om de auto's op de spitsuren van onze wegen te halen. We hebben niet meer wegen nodig, we moeten onze wegen beter gebruiken en we moeten de mensen die erop zitten en ze niet nodig hebben, eraf halen. Dat is wat we moeten doen. Dat is een toekomstgericht beleid. Dat is een langetermijnvisie. U verwijt mij kortzichtigheid, maar wat u doet is teruggaan naar de vorige eeuw. We leven in de eenentwintigste eeuw en een verbreding van de autostrades is het beleid van honderd jaar geleden. (Applaus bij Groen en de PVDA)

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Steenwegen, ik vind dat u een rare opmerking maakt. U zegt als het ware dat wij niet zouden mogen investeren in infrastructuur. Ik ben het helemaal niet met u eens. Ik nodig u uit om naar onze commissie te komen. We willen wel degelijk investeren in infrastructuur, en zeker daar waar dat nodig is. Ik heb niet gezegd dat ik onmiddellijk extra autosnelwegen zal aanleggen, maar wel dat wij studies bestellen om te kijken hoe we de doorstroming kunnen verbeteren door te zorgen voor spitsstroken. Dat is iets anders dan nieuwe autosnelwegen aanleggen. We moeten zowel inzetten op infrastructuur als op combimobiliteit. Als u de beleidsnota en het regeerakkoord goed hebt gelezen, dan zult u dat wel weten. We focussen op de twee. Het is een en-enverhaal.

U blijft maar hameren op die kilometerheffing en ik neem aan dat dat straks ook nog aan bod zal komen. Ik wil u nu al meegeven dat nu een kilometerheffing invoeren die sturend zou moeten zijn – ik neem aan dat u de studie aandachtig hebt gelezen –, gewoonweg een belastingverhoging betekent. U gaat er vervoersarmoede mee creëren. U zult dus zorgen voor een belastingverhoging omdat er op dit ogenblik niet voldoende alternatieven zijn. Als we ten volle kunnen inzetten op die alternatieven, op een performant openbaar vervoer, op combimobiliteit, op mobipunten en heel wat andere initiatieven, zodat wie vandaag aangewezen is op zijn auto straks een bewuste keuze kan maken, dan zullen we kijken of een kilometerheffing een geschikt element is. Vandaag zou dit enkel een belastingverhoging betekenen die zonder bijkomende socio-economische maatregelen zou zorgen voor vervoersarmoede. U kunt dit allemaal lezen in die studie.

Collega's, keuzes maken, coherent beleid, rechtvaardigheid. Mijnheer Steenwegen, we hebben een andere visie over coherent beleid. Als u het hebt over coherent beleid, dan bedoelt u een groen beleid. Als ik het heb over coherent beleid, dan kijk ik breder, dan kijk ik naar mijn coalitiepartners en naar de brede maatschappij. Er worden keuzes gemaakt. Dat is exact wat ik heb aangegeven. Het is de eerste keer dat er een begroting wordt neergelegd die maatregelen op hun efficiëntie en effectiviteit bekijkt.

Minister Peeters heeft het aangehaald: is het zo rechtvaardig om een turbogroene agenda door de mensen hun strot te rammen en te zeggen dat ze niet meer met hun auto mogen rijden en dat we alles inzetten op bussen en trams? Dat is natuurlijk ook allemaal op een paar jaar gebouwd. Dan halen we onze klimaatdoelstellingen. Als er één ding duidelijk is geworden in de afgelopen jaren, dan is het dat je draagvlak moet creëren voor klimaatbeleid. Daar zijn we volop aan bezig. Deze overheid geeft zelf het goede voorbeeld. De Vlaamse overheid heeft zich geëngageerd om haar eigen mobiliteit forser te vergroenen dan eender wie anders. Ze heeft zich geëngageerd om het eigen patrimonium forser te vergroenen dan eender wie anders. Door die volumes te creëren, kunnen wij de kostprijs ervan laten dalen zodat de technologie en de technieken beschikbaarder en goedkoper worden voor iedereen. Mij lijkt dat een zeer rechtvaardig beleid.

Die carbon leakage komt eerlijk gezegd mijn strot uit. (Opmerkingen)

Ja, die komt mijn strot uit. Dat is opnieuw de groene droom proberen te bouwen op een economisch kerkhof. Dat werkt niet. Als u zegt dat daar geen winsten zijn geboekt: de Belgische en Vlaamse bedrijven behoren tot de meest performante in de wereld. Ze moeten constant opboksen tegen enorme loonlasten, tegen een enorme energiekost, en toch blijven ze hier en creëren ze duizenden jobs en zorgen ze zo voor bijzonder veel toegevoegde waarde aan onze economie.

Dat betekent niet dat die bedrijven een vrijkaart of een ‘win for life’ moeten krijgen. Wie het Vlaams regeerakkoord heeft gelezen, heeft gezien dat het niet enkel om de stijging van carbon leakage gaat. Die stijging heeft met tal van factoren te maken. Het is niet zo dat we de bedrijven hebben verteld dat we hen tof vinden, dat we eens lekker zijn gaan snijden en dat ze een zak geld krijgen omdat we hen zo tof vinden. Dat heeft er niets mee te maken. Dat is berekend op basis van objectieve parameters. Er zijn geen preferenties. We zorgen ervoor dat die bedrijven hier kunnen blijven.

Iedereen moet de beleidsnota grondig lezen. De voorwaarden worden langzamerhand verstrengd. Er wordt zelfs nagekeken of we aan die voorwaarden voor tegemoetkoming ook klimaatcomponenten, luchtkwaliteitscomponenten en zelfs socialerechtvaardigheids- en duurzaamheidscomponenten toe te voegen. We gebruiken dat instrument om hoogtechnologische bedrijven hier te houden en te verankeren. We willen ervoor zorgen dat ze mee de economische motor van Vlaanderen kunnen blijven. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat ze inzake de omslag naar een duurzame economie de stuwende kracht en het gidsende voorbeeld in de wereld kunnen blijven.

Mijnheer Shiltz, …  (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Het is Schiltz, zoals in ‘schild en vriend’. (Gelach)

Voorzitter, er is, voor het verslag, een duidelijk verschil tussen ‘schild en vriend’ en ‘Schild & Vrienden’. (Opmerkingen. Gelach)

Mijnheer Schiltz, ik heb de begroting eens bekeken. Het gaat om 35 miljoen euro voor een aantal grote multinationals, zoals BASF, Arcelor-Mittal of ExxonMobil. Denkt u nu echt dat die 35 miljoen euro een verschil maken voor bedrijven die hun beslissing in een internationale context maken? (Opmerkingen)

Minister Weyts, ik zal even vertellen waarom die bedrijven naar België zijn gekomen. Dat is interessant, want u begint er altijd over. De belangrijkste grondstof van Vlaanderen dat zijn onze mensen. Die bedrijven komen naar hier omdat we goed opgeleide mensen met een talent voor innovatie hebben. Dat is net waar de Vlaamse Regering nu op bespaart. Die 35 miljoen euro zal in de toekomst het verschil niet maken.

Mijnheer Schiltz, ik heb helemaal gemist dat de Vlaamse meerderheid een draagvlak voor een klimaatbeleid wil creëren. Het laatste wat ik heb gehoord, is dat jullie meer klimaatontkenners op de VRT willen, maar ik kan me vergissen. (Opmerkingen)

Mijnheer Schiltz, u moet dan wel eens met uw minister-president spreken en de violen gelijkstemmen.

Dat het Vlaams Klimaatfonds niet helpt om bedrijven hier te houden, dat zeg ik niet. Dat komt van de experts die dit onderzoeken. Zij zeggen dat het geen enkel effect heeft. Ik heb de cijfers net gegeven. De vijf grootste vervuilers, die 10 miljoen euro uit dat fonds krijgen, een spreekwoordelijke zak die gewoon naar hen wordt gesmeten, krijgen ook al een belastingvoordeel van 2,7 miljard euro. Het gaat om vijf bedrijven. Moet het nog meer zijn? Moeten we hun werknemers betalen om ze hier te houden? Ik weet niet wat de Vlaamse Regering nog meer wil doen, maar die bedrijven betalen geen belastingen en krijgen dan ook nog een zak geld.

Volgens mij hebben we veel meer troeven om bedrijven hier te houden. We hebben een hoogopgeleide bevolking. Die fantastische mensen kunnen hard werken en hebben een slimme kop. Daar moeten we op inzetten.

Ik wil het eigenlijk hebben over uw stelling dat de Vlaamse Regering bespaart op structuren en niet op het terrein. Dat klopt niet. U hebt die vraag nog niet beantwoord. De Vlaamse Regering bespaart wel op het terrein, bijvoorbeeld op de opleidingen voor schuldhulpverleners of de ondersteuning van straathoekwerkers. (Opmerkingen)

Mijnheer Schiltz, u hebt de vraag nog niet beantwoord. Trekt u uw woorden in?

Mijnheer D’Haese, ik wil daar niet op antwoorden omdat u er een handje van weg hebt altijd heel anekdotische voorbeelden te geven. (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Mijnheer D’Haese, u neemt de volledige departementen niet in ogenschouw. Het debat over Welzijn en over die specifieke organisaties kunt u straks voor de tiende maal met de minister voeren.

Ik wil toch even reageren op het punt inzake carbon leakage dat hier naar voren wordt gebracht. Er is uiteraard nooit een enkele maatregel die ervoor zorgt dat bedrijven naar hier komen. Het gaat altijd om een set van maatregelen. De concurrentiepositie ten opzichte van andere landen is een element in de bepaling waar investeringen plaatsvinden. Indien een groot bedrijf in de haven van Antwerpen de keuze maakt hier te investeren of de volgende uitbreiding in Duitsland, Nederland of Frankrijk uit te voeren, speelt elk element mee.

Ook het toepassen van een carbon leakage die door Europa wordt toegelaten en wordt toegepast in andere landen, speelt mee. Die carbon leakage wordt toegepast in Duitsland en Frankrijk, ook voor die bijkomende investeringen die in die landen gebeuren. En als wij, door het niet toepassen van een carbon leakage terwijl andere Europese landen dat wel doen, geen investeringen meer hebben in Vlaanderen, zal dat een effect hebben op de werkgelegenheid in die bedrijven. En als er een effect is op de werkgelegenheid, dan betekent dit dat minder mensen belastingen en sociale zekerheid betalen en dat er wellicht meer werkloosheidsuitkeringen moeten worden uitgekeerd. Dat betekent dan dat er geen taart kan worden gebakken, laat staan dat ze dan nog kan worden verdeeld. (Applaus bij de meerderheid. Opmerkingen van Jos D’Haese)

De heer Vande Reyde heeft het woord.

Ik wil het even hebben over de feiten. De cijfers waar mijn fractievoorzitter het over heeft, kloppen wel degelijk. 21 procent is de overheidskost van voorzieningen in de zorgsector. In Nederland bedraagt die 11 procent. Wij willen ervoor zorgen dat er minder geld gaat naar administratie en meer naar eigenlijke zorg. Ik denk dat dat een juiste keuze is.

Mijnheer D’Haese, u hebt het altijd over multinationals, als u echt eens wilt besparen op multinationals, dan kunt u misschien besparen op de Facebookuitgaven van uw eigen partij, dat zal al een serieuze besparing zijn. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Peckmans heeft het woord.

Ik heb even getwijfeld om tussen te komen, maar ik zal het toch doen. De woorden ‘innovatie en creatie’ zijn hier nu al driemaal gevallen als een van de pilaren van deze regering en daar zijn wij absoluut voorstander van. Maar dan moet u me eindelijk eens uitleggen waarom het innovatiefonds voor de kunsten, de projectenpot, met 60 procent moet verminderen en waarom die sector niet het recht heeft om te innoveren en te onderzoeken, wetende dat dit net de kunstenaars en de creativiteit oplevert waar wij in het buitenland mee scoren. Ik heb nog nooit een goed antwoord op deze vraag gekregen. Er is 250 miljoen euro beschikbaar, terwijl die sector het met 60 procent minder moet stellen. Ik hoop daar nu eigenlijk een antwoord op te krijgen, maar ik zal daar straks nog uitgebreider op terugkomen. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Pelckmans, dan stel ik voor dat we dat debat straks grondig voeren.

Wanneer het gaat over keuzes maken en over rechtvaardigheid, heb ik gezegd dat er inderdaad wordt bespaard op sommige gebieden en dat geld wordt verplaatst naar andere gebieden om effectiviteit en efficiëntie te kunnen beogen. En collega’s, het zal u misschien verbazen, maar ja, wij besparen ook bij bedrijven, al is dat dan misschien niet in de carbon leakage. De economische subsidies die we aan bedrijven geven, hebben we tegen het licht gehouden en we hebben gezien dat de effectiviteit daarvan eerder beperkt is. Dat wil zeggen dat de bedrijven die subsidies kregen, daar niet veel meer mee doen dan ze zouden doen zonder subsidies. We hebben daar dan ook stevig in gesnoeid en ervoor gezorgd dat de focus op innovatie ligt, op effectieve toegevoegde waarde, op het creëren van nieuwe dingen, onder andere in het departement dat bevoegd is voor energie en klimaat.

Wij hebben de doelgroepenkorting voor 55-plussers inderdaad geschrapt. De grens ligt nu op 58, omdat we hebben gezien dat de tewerkstellingsgraad tussen 55 en 58 jaar stevig is gestegen en die subsidie dus niet meer van dienst is. Dat is hoe een degelijke overheid met haar centen omgaat: door te kijken wat wel en wat niet werkt. Dat is ook de reden waarom wij zijn overeengekomen om inzake klimaat, waar we het nog grondiger over zullen hebben, na te gaan hoeveel een maatregel opbrengt, hoeveel geld we op een bepaalde maatregel inzetten en hoeveel return daaruit komt en dus hoeveel CO2-besparing we daarmee bereiken. Ik reken erop dat de regering op dit ingeslagen pad zal verdergaan.

Collega’s, ik heb de begroting kort uitgelegd en ik heb de insteek erachter nog eens in herinnering gebracht. Samengevat is het voor ons cruciaal dat we geen lasten doorschuiven naar volgende generaties. De boutade dat het tekort van vandaag de schuld is van morgen is, is uiteraard een evidentie. We doen een grondige evaluatie van de uitgaven versus efficiëntie en effectiviteit. Zoals ik al heb aangehaald, is dat excellent.

Ik breng nog kort de uitgaven in herinnering: 2,5 miljard euro. Dit is een investeringsregering, in harde sectoren maar ook in zachtere sectoren: 550 miljoen euro in Welzijn, 250 miljoen euro in Onderwijs, 250 miljoen euro in Onderzoek en Ontwikkeling, 415 miljoen euro in de lokale besturen. Zeker dat laatste is cruciaal, want al jarenlang horen we dat de lokale besturen het moeilijk hebben. Ik ben dan ook zeer trots dat deze regering ruimte maakt om forser in de lokale besturen, het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat, te kunnen investeren.

Er is voor 1,65 miljard euro aan nieuwe investeringen, waarvan 635 miljoen euro naar MOW gaat. Ik versterk nog eens de boodschap van minister Peeters: deze regering zal geen nieuwe snelwegen aanleggen. Het gaat om het oplossen van bottlenecks. Als je van drie rijstroken plots naar één rijstrook en dan opnieuw naar drie rijstroken gaat, dan hoef je geen genie te zijn om te weten dat het daar vastloopt. Dat wil niet zeggen dat we niet investeren in openbaar vervoer. De ‘modal shift’ is uitvoerig aan bod gekomen. Ook daarin wordt bijkomend geïnvesteerd, met de vergroening van het wagenpark van De Lijn en dergelijke meer.

Er wordt 30 miljoen euro in de digitalisering van de overheid geïnvesteerd. Opnieuw gaat dit over efficiëntie en effectiviteit. Ja, er wordt bespaard op het eigen overheidsapparaat. Een derde van de ambtenaren wordt in deze hele legislatuur niet meer vervangen. Dat zijn natuurlijke afvloeiingen; het gaat dus niet over naakte ontslagen. Als je natuurlijk het aantal ambtenaren vermindert, dan mag de dienstverlening van de overheid daar niet onder lijden. Dat wordt gerealiseerd door de digitalisering.

Ik ben als liberaal zeer tevreden over die 500 miljoen euro nieuwe belastingverlaging tegen 2024, maar de jobbonus is niet zomaar een lastenverlaging, het is geen bediening van de rijken. Het is het omgekeerde. De lastenverlagingen die deze en de vorige regeringen doorvoerden, komen in eerste instantie ten goede aan mensen die weinig verdienen, mensen die het moeilijker hebben. Als je lasten kunt verlagen en bovendien aan een sociale versterking kunt doen, dan zult u in de liberalen altijd vrienden vinden.

De ‘best friends’-regeling voor de erfbelasting is geen enorm grote budgettaire post, maar toch een belangrijk symbool waardoor mensen opnieuw meer vrijheid zullen krijgen.

Er wordt schamper gedaan over de verlaging van de registratierechten met 1 procent, maar dat is niet niks. Tijdens de vorige legislatuur was dat ook al 5 procent, en als je energetisch renoveert, gaat er nog 1 procent af. Ik denkt dat je door de registratierechten te verlagen veel meer doet om mensen toegang tot de woningmarkt te geven dan door met een woonbonus te staan zwaaien. Want die woonbonus heeft geen impact op hoeveel geld je bij de bank kunt lenen. Banken kijken daar niet naar, die kijken naar hoeveel je verdient, wat er op je payroll staat en naar de prijs van je huis. Door die registratierechten te verlagen, verlaag je onmiddellijk de instapkost van het huis en vergroot je dus de toegang tot de woningmarkt. Voor deze eigendomsverwerving op een liberale en sociale manier zul je in ons opnieuw een enthousiaste medestander vinden.

Mijn conclusie, collega’s, is dat deze Vlaamse Regering duidelijke keuzes maakt om in te zetten op efficiëntie en om tegelijkertijd te investeren zonder de lasten door te schuiven. Daarnaast worden de lasten voor de laagste inkomens verder verlaagd – ik kan dat niet genoeg benadrukken – en dat heeft een positief effect op de arbeidsmarkt en de economie. Werken wordt aantrekkelijker gemaakt en ja, wij willen ieders talent laten schitteren en we laten niemand achter.

De minister-president heeft ons bij zijn intrede hier geparafraseerd: “Plus est en nous.” Ik zal u zeggen, met deze begroting en met dit regeerakkoord: au fond toujours. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, geachte leden van de Vlaamse Regering, beste minister-president Jambon, de Vlamingen zijn boos. Dat  is wat u ons twee maanden geleden kwam vertellen toen u vol trots uw regeerakkoord kwam voorstellen.

– Joke Schauvliege, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

De boosheid van de Vlamingen wegnemen, dat was uw doel, uw missie, en dat is nog altijd, neem ik aan, de bestaansreden van deze Vlaamse Regering. Laat me beginnen met een vraag: denkt u dat u daar na twee maanden in geslaagd bent? U hoeft daar niet op te antwoorden. Iedereen hier in de zaal kent het antwoord, iedereen hier buiten de zaal kent het antwoord en eigenlijk kent u zelf ook het antwoord.

Dat is namelijk niet gelukt. Meer nog, u bent er in amper twee maanden tijd in geslaagd om de Vlamingen nóg bozer te maken. We hebben er de voorbije weken veel van gezien, hier op straat in Brussel, zelfs tot voor de deuren van ons parlement: Vlamingen die werken in de zorg, Vlamingen die werken in de cultuursector en ook Vlamingen, jong en oud, collega’s, die zich zorgen maken over het klimaat.

En, minister-president Jambon, u kunt de Vlamingen die inzitten met het klimaat niet wegzetten als puberale nitwits of in het beste geval naïevelingen. U kunt de Vlamingen die werken in de cultuursector graag wegzetten als een soort van wereldvreemde elite of als een ‘quantité négligeable’, zoals ze hier in Brussel zeggen. U kunt de Vlamingen die werken in de zorgsector wegzetten als muggenzifters, want – en dat zegt u nu al meer dan twee maanden –: ‘6 procent besparen voor iedereen en op alles, wat is eigenlijk het probleem?’ Dat is wat u zegt.

Wel, ik zeg u: voor mensen in de zorg ís dat een serieus probleem. Want zij komen vandaag al handen en voeten te kort. Voor kunstenaars, voor producties, voor gezelschappen ís dat een serieus probleem. Want zij zien hun missie, om te verrassen, om kritisch te zijn, om jong talent een kans te geven, gewoon in rook opgaan. Of dacht u dat kunstenaars gewoon uit de lucht komen vallen? Beseft u dat die besparingen jobs zullen kosten? En niet alleen in de cultuursector, óók in de zorgsector.

En ook voor ons klimaat, minister-president Jambon, is dat een serieus probleem. Want door niet te investeren in ons openbaar vervoer staan veel mensen elke dag urenlang in de file, bij gebrek aan alternatieven. Dat kost onze bedrijven miljoenen euro’s en, nog veel belangrijker, dat kost ons de gezondheid van onze kinderen. Dus ja, uw blinde besparingen zijn een serieus probleem.

En die mensen zijn zelfs niet alleen met hun boosheid. Want weet u waarover wij nog het meest worden aangesproken? We hebben het er al heel uitgebreid over gehad, maar er wordt niet voor betoogd of de mensen komen er niet voor op straat. Weet u waarover zowat alle Vlamingen, zonder uitzondering, boos zijn? Dat is uw woondeal. Want hoe je het ook draait of keert, dat blijft een platte belastingverhoging, voor alle Vlamingen die vanaf 1 januari een huis willen kopen. Nochtans, minister-president Jambon, dacht ik dat ‘minder belastingen’ uw mantra was. Of niet? (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Nee, u mag daarna tussenkomen.

Ik dacht trouwens dat dat ook het mantra van de liberalen was. Of niet? Dus ik neem aan dat jullie achterban bijzonder enthousiast is over die woondeal? Gelijk hebben ze, dat ze daar lastig over doen. Want voor alle jonge gezinnen die morgen een huis willen kopen, is er gewoon slecht nieuws. Zij zullen duizenden euro’s mogen opleggen, zonder noemenswaardige compensatie. Want u kunt nu wel zeggen dat er minder intresten worden betaald. Maar wij weten allemaal dat de huizen ook gewoon duurder geworden zijn. Maar voor de mensen die een tweede woning willen, is er dan weer goed nieuws. Want zij behouden hun belastingkorting wél.

En dan stel ik u de vraag, minister-president Jambon, in wat voor Vlaanderen leeft u eigenlijk? Voor wie zit u hier eigenlijk? Zit u hier voor een elite die een tweede woning wil? Of zit u hier voor de hardwerkende Vlaming, die u nu opnieuw zult doen betalen? Serieus, minister-president Jambon? (Applaus bij sp.a)

Want de Vlamingen zijn niet dom, hoor. Die hebben de voorbije vijf jaar al gevoeld dat hun facturen gestegen zijn. En wat doet u nu? Die nog een keer verhogen, vooral voor de middenklasse, en nog geen klein beetje. Ík vind dat onbegrijpelijk, sp.a vindt dat onbegrijpelijk en eigenlijk vinden álle Vlamingen dat onbegrijpelijk. (Opmerkingen van Axel Ronse)

Minister-president, ik weet dat u ook graag in het verleden leeft en met symbolen dweept. En als dat u oplucht, is het u van harte gegund. Maar de Vlamingen liggen echt niet wakker van welke kleur de sjerp van hun burgemeester heeft, van de volgorde van vlaggen of van de Vlaamse canon waarmee u zo graag uitpakt. Denkt u nu echt, minister-president Jambon, dat u daarmee de boosheid van de Vlamingen zult wegnemen?

Neen, mijnheer Jambon, de boosheid van de Vlamingen gaat u wegnemen door met concrete oplossingen te komen, die constructief zijn, die echt een verschil maken in het leven van mensen. Want vergis u niet, minister-president en collega's, de Vlamingen zijn de politiek echt beu. Het gaat niet vooruit, er wordt niks opgelost: dat is wat ze denken, dat weten jullie evengoed. En eerlijk, wie kan ze ongelijk geven? Vlamingen verwachten van u en van ons allemaal dat we onze job te doen. Onze job doen, is voor oplossingen zorgen. Daar betaalt de Vlaming ons voor.

Mijnheer Jambon, u weet dat wij het fundamenteel oneens zijn met de keuzes die u maakt. U weet dat wij het niet eens zijn met de richting die u voor Vlaanderen aangeeft. Iedereen moet besparen. 6 procent op alle subsidies, niet-indexeringen, milderen van de groeipaden: er is geen andere keuze. Iedereen hetzelfde lot, want het gaat niet anders, en dat is het makkelijkste. Dat is wat u zegt, maar dat klopt gewoon niet. Binnen de krijtlijnen van uw begroting, minister-president, is sp.a op zoek gegaan naar die oplossingen. En guess what: we hebben ze ook gewoon gevonden. Oplossingen vinden, dat is wat sp.a wil doen, dat is wat de mensen van de politiek verwachten.

Mijnheer Diependaele, ik ga u meteen geruststellen. U moet niet zenuwachtig op uw stoel heen en weer schuifelen. (Opmerkingen)

Wat ik ga voorstellen, zijn concrete voorstellen die betaalbaar zijn. (Opmerkingen)

Neen, neen, ik was aan het zeggen dat de voorstellen die ik ga doen, betaalbaar zijn. Wat sp.a gedaan heeft, is het huiswerk goed maken en concrete oplossingen vinden binnen uw begroting. Ik ga dus de komende minuten uitleggen waar u de euro's kunt halen. Ik ga uw collega's zeggen waar ze het geld kunnen vinden binnen uw begroting.

Meneer Beke, ik richt me graag eerst tot u. Ik wil het graag even hebben over wat er de voorbije dagen allemaal is gebeurd. Wat een pijnlijke week! Eerst komt u van alles zeggen en beloven in uw beleidsnota, maar dan komt deze week zwart op wit in de krant de realiteit van de cijfers en beslist u net het omgekeerde: zware besparingen op suïcidepreventie, op verslavingspreventie, op seksuele gezondheidszorg en zo kan ik nog even doorgaan. Oh mirakel, een paar dagen later komt u daarop terug, eerst alleen voor de Zelfmoordlijn, maar intussen geldt – zoals ik in Terzake kon zien – die terugdraaioperatie voor nog een aantal andere organisaties. Ik moet dat allemaal uit de pers vernemen. Ik maak dus van de gelegenheid gebruik om u toch eens te vragen hoe dat allemaal in zijn werk is gegaan.

U hebt vorige week, op vrijdag 13 december, wel degelijk beslist om te besparen op preventie, op uw initiatief. We hebben de stukken van de regering gezien. Ik neem toch aan dat u nog altijd weet welke stukken u op tafel legt. Ik vraag me af of u toen al de garantie had dat u die besparingen zou kunnen terugdraaien. Ja of neen? Collega Veys ziet die beslissingen, bindt de kat de bel aan en er steekt een enorme storm van kritiek op omdat besparen op preventie ongeveer het allerdomste is wat je kunt doen. In het oog van de storm verandert u van mening. De oppositie heeft, denk ik, nog nooit zo snel gelijk gekregen. We zijn daar natuurlijk heel blij om, heel blij dat die besparingen worden teruggedraaid, maar we zijn wel nogal misnoegd over de manier waarop: communiceren in de pers dat er van alles is beslist. Ik blijf met de vraag zitten of die beslissing om de besparing terug te draaien, gepasseerd is op de Vlaamse Regering. Wij, parlementsleden, hebben die beslissing in ieder geval niet te zien gekregen. Ik vraag het u echt in alle openheid. Hoe moeten wij nu weten, tijdens dit begrotingsdebat, of u de waarheid spreekt? Welke welzijnsbegroting gaan we straks goedkeuren? Wordt de begroting nog aangepast? Zolang dat niet het geval is, blijven de besparingen die zijn goedgekeurd, wel gelden. Wat zijn de cijfers? Welke organisaties gaan uiteindelijk hoeveel verliezen? Hoe moeten wij als fractie weten welke amendementen wij moeten indienen op een begroting waar wij het tot dusver fundamenteel mee oneens zijn? Het is gewoon onduidelijk.

In de commissie bleef u bijzonder vaag, maar dan krijgen journalisten plots wel een hele uitleg. Wij stellen bovendien vast dat er inconsistenties zitten tussen wat er in de begroting staat en wat er in de Powerpointpresentatie stond die u aan de journalisten hebt rondgedeeld.

Ik geef een voorbeeld. Op slide 16 over infrastructuur staat 20 miljoen euro aan investeringen in infrastructuur, waardoor de totale investering in Welzijn 570 miljoen euro zou bedragen. Maar in de meerjarenraming staat 549,9 miljoen euro ingeschreven voor warm Vlaanderen. Mijn vraag voor u straks is heel duidelijk: waar komt die 20 miljoen euro extra plots vandaan?

We zijn er nog niet. Als ik het goed begrepen heb uit uw interview van gisteren, dan moeten de vertrouwenscentra rond kindermishandeling en Sensoa nog steeds een pak besparen. Laten we ook niet vergeten dat er tot op vandaag bij de CAW’s 52 voltijdsequivalenten (vte’s) moeten vertrekken. Ik herhaal: wij vinden dat onbegrijpelijk. Maar we leggen ook een concreet voorstel op tafel. Er is nu toch een akkoord om 6 procent te besparen op het parlement, op de politieke dotaties en op de dotatie aan de fracties. Wat ons betreft moet dat geld gebruikt worden om die besparing op preventie volledig ongedaan te maken.  (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Minister Beke, u bent nog niet goed begonnen of u staat al voor schut. Als ik het goed begrepen heb, wist u dat eigenlijk al op voorhand, want in een van uw eerste interviews als minister van Welzijn gaf u aan dat u eigenlijk maar peanuts gekregen had om de zorgnoden in Vlaanderen terug te dringen. Wel, ik ga u meer zeggen, die wachtlijsten in de zorg gaat u helemaal niet terugdringen. U gaat juist niets korter maken. In 2024 zullen de wachtlijsten in de zorg alleen maar nog langer zijn, en dat in een Vlaanderen waar vandaag elke dag 28 mensen een zelfmoordpoging ondernemen, een Vlaanderen waarin duizenden jongeren met psychische problemen wachten op hulp die ze niet krijgen, een Vlaanderen waar 15.000 mensen met een handicap wachten op de centen waar ze recht op hebben. Dus, minister Beke, ik wens u alvast veel succes om straks te gaan uitleggen hoe CD&V al twintig jaar op Welzijn zit en er na 20 jaar nog altijd niet in slaagt om basiszorg te organiseren. (Applaus bij sp.a en Groen)

Ik heb het al gezegd, wij gaan ons constructief opstellen. Wij gaan u helpen, concreet, want er kan wel meer geld worden uitgegeven aan Welzijn. We kunnen die wachtlijsten wel terugdringen. Sp.a legt daarvoor straks een aantal concrete amendementen op tafel. Ongetwijfeld zullen we het er zo meteen over hebben. Wij geloven wel in die hervorming van de belasting op de gokindustrie. Wij zijn ervan overtuigd dat je op die manier miljoenen kunt verschuiven van de mensen die problemen veroorzaken naar de mensen die zorg nodig hebben. Zo kunnen wij extra geld steken in de wachtlijsten, in jeugdhulp, in ouderenzorg, in geestelijke gezondheidszorg, in extra geld voor samenlevingsopbouw, voor CAW's. Dat is een verstandige keuze. Dat is een juiste keuze. Dat is ook een keuze die wij willen maken en waarom wij aan politiek doen.

Ik richt me graag opnieuw tot u, minister-president, want behalve minister-president bent u natuurlijk ook minister van Cultuur. Wij willen u ook helpen. U was nochtans goed begonnen. Bij uw aantreden klonken nog enkele positieve geluiden. De combinatie van minister-president en minister van Cultuur zou voor een culturele impuls kunnen zorgen en in uw regeerverklaring gaf u de cultuursector eigenlijk hoop, want u zei dat Vlaanderen pas echt kan stralen als het ook cultureel schittert. Dat schreef u. Maar wat doet u? Opnieuw precies het omgekeerde. Met uw begroting ontneemt u veel kunstenaars vandaag de kans om te schitteren. Nochtans was ook hier een andere keuze mogelijk. Als u zegt dat iedereen moet besparen, wel, dan zeg ik: bespaar dan ook op de kabinetten, bespaar dan ook op de buitenlandse attachés. Want op de kabinetten wordt 0 euro bespaard en volgens mij is een missie naar Oezbekistan nu ook niet echt de prioriteit.

Minister-president, met dat geld kunt u de besparingen op de culturele organisaties én de projecten terugdraaien. Mijn boodschap aan u is dus: bespaar op uzelf, investeer in Cultuur. Ook dat voorstel leggen wij straks op tafel. (Applaus bij sp.a)

Tot slot, minister Demir, wij willen u ook graag helpen. Als Vlaams klimaatminister bent u zonet naar de klimaattop in Madrid geweest, met… Ja, met wat eigenlijk? Met een mager beestje, met een klimaatstrategie zonder ambitie of, nog veel erger, zonder visie. Ik hoorde de minister-president al diverse keren een oproep doen aan alle Vlamingen, en in het bijzonder aan de jongeren, om creatief te zijn, om met oplossingen te komen. Wel, die jongeren doen dat. Jullie blijven hier maar herhalen dat Vlaanderen moet excelleren, dat de lat hoog moet liggen. Wel, voor het klimaat vragen de jongeren eigenlijk niets minder dan dat, maar keer op keer gaan jullie wat het klimaat betreft onder die lat.

Minister Demir, uw baas kijkt graag naar het noorden. U ongetwijfeld ook, dat kan niet anders. Dan is mijn vraag: naar welke noorden kijkt u eigenlijk? Kijken jullie bijvoorbeeld naar Denemarken, waar wel volop wordt geïnvesteerd in openbaar vervoer en waar mensen die ’s morgens de bus nemen om naar hun werk te gaan, weten dat die bus altijd op tijd komt? Vandaag zijn wij de wereldtop als het aankomt op files. Wat is jullie antwoord? De Lijn op droog zaad zetten, privatiseren zelfs. Dat is wat jullie gaan doen. Iedereen weet waar dat uiteindelijk toe zal leiden: dat tickets voor bussen en trams nog duurder zullen worden, dat ze nog minder zullen rijden en dat onze kinderen nog vuilere lucht zullen inademen. Dat is complete waanzin. Jullie maken van Vlaanderen echt de complete loser als het gaat over klimaat en mobiliteit. Daarom ons concrete voorstel op het vlak van klimaat en mobiliteit, een concreet voorstel waarmee u wél kunt investeren in De Lijn. We hebben het er al uitgebreid over gehad: wij denken dat die 35 miljoen euro voor de ExxonMobils van deze tijd veel beter kan worden geïnvesteerd in De Lijn. Met die 35 miljoen euro kunt u echt iets doen om de files in ons land wat korter te maken.

Minister-president, collega’s, wij willen voor oplossingen zorgen, zelfs binnen uw visie, die wij voor alle duidelijkheid niet delen. Wat ons betreft, kan het wél en dat is hoe wij als sp.a hier in het parlement aan politiek willen doen. Dat zullen we de komende jaren ook blijven doen. Wij hebben extra centen gevonden, we zijn gekomen met concrete oplossingen, positieve oplossingen. Ik zou zeggen, gebruik ze, ga ermee aan de slag, doe uw job. Dat is wat de Vlamingen verwachten, niet alleen van ons, maar ook van jullie. Beste minister-president, zolang jullie dat niet doen, kunnen wij deze begroting uiteraard niet goedkeuren, maar wij rekenen op kamerbrede steun voor onze amendementen. Ik denk dat dat duidelijke oplossingen zijn voor een aantal uitdagingen waar Vlaanderen voor staat. Ik dank jullie alvast daarvoor. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Goeman, ik wil toch eventjes reageren op het feit dat u zegt dat alle Vlamingen tegen de afschaffing van de woonbonus zijn. Ik denk dat u dat denkt, omdat u die Vlaming zand in de ogen probeert te strooien. Gelukkig zijn er ook specialisten, onafhankelijke specialisten. Ik heb hier een artikel over een panel van 21 vastgoedspecialisten. Wat zeggen zij over de impact op de middellange termijn, op vijf jaar? Dat er niet minder, maar meer transacties zullen zijn. Ik citeer: “De verlaging van de registratierechten zal meer mensen ertoe aanzetten een woning te kopen of te verhuizen, is de consensus.” Dat is de consensus bij 21 specialisten. “Ook de instap in de woningmarkt vergemakkelijkt erdoor. Registratierechten worden bij de start betaald, op financieel vlak meestal het moeilijkste moment voor de koper.”

– Liesbeth Homans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

De tweede conclusie heb ik daarstraks al gegeven: het heeft een prijsdempend effect, een van 5 procent.

Conclusie drie: de marktstorende factor wordt geneutraliseerd. “Vrijwel alle panelleden vinden de afschaffing van de woonbonus een goede zaak. De woonbonus was een prijsverhogende factor die zijn doel voorbijschoot, namelijk meer mensen aan een betaalbare woning helpen.” En blijkbaar is sp.a daartegen. (Applaus bij de N-VA)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Collega Muyters geeft duidelijk aan dat wij vanuit het veld wel degelijk felicitaties krijgen voor de moed die we hebben opgebracht om de woonbonus af te schaffen. Ik blijf erbij dat het absoluut nodig is. Ik heb zowel in de commissie Algemeen Beleid als in de commissie Wonen een uitleg gegeven van een dik halfuur, maar ik zal het hier kort proberen te doen.

Er is eerst en vooral het opdrijvende effect op de huizenprijzen. Je gaat mij niet horen zeggen dat daardoor de huizenprijzen binnenkort zullen zakken. Dat weten we niet omdat er nog andere zaken de huizenprijzen omhoog duwen. Wat we wel met zekerheid weten en wat ook wordt bevestigd door alle experten, zonder uitzondering, is dat we met de woonbonus nu één factor van het opdrijvende effect weghalen.

Het originele idee om jonge gezinnen aan een woning te helpen was dus contraproductief. We deden dat met die woonbonus niet, integendeel. We hielpen mensen in de miserie of maakten het voor hen moeilijker om een eigen woning te kopen. Daar pleit u nu voor, om dat te behouden. U wilt het de mensen aanhoudend moeilijker maken. We doen dat niet meer.

Ten tweede, ik gaf daarnet het rentevoorbeeld. In 2005 stond de rente tussen de 4 en 6 procent, gemiddeld op 5 procent. Stel, je koopt op dat moment een woning van 250.000 euro. De overheid wil jonge gezinnen ondersteunen. Dan kan ik begrijpen dat je ervoor kiest om de looptijd van de ondersteuning samen met de hypothecaire lening aan te houden. Dat snap ik perfect op een moment dat de rente op 5 procent staat. Vandaag staat de rente op gemiddeld 1,65 procent. Dat zorgt ervoor dat je die maatregel niet meer mag nemen, of je hebt een contraproductief effect. Ter vergelijking: in 2005 was de rentelast op een woning van 250.000 euro 143.000 euro, vandaag is dat nog 42.000 euro. U zei daarnet dat de huizenprijzen gestegen zijn. De woningprijzen zijn niet verdubbeld sinds 2005. Ze zijn niet met 100 procent gestegen, ze zijn niet verdubbeld. Ze zijn gestegen met 40 procent voor een woning en 60 procent voor een appartement. Stel dat je in 2005 125.000 euro zou lenen, dan kom je over twintig jaar op een rentelast van 72.000 euro. Zelfs dan nog is onze 43.000 euro van vandaag een pak goedkoper. Je hebt dus geen enkele reden om de woonbonus te behouden. Mevrouw Goeman, ik zie u veel schrijven, ik ben zeer benieuwd naar uw reactie. De kostprijs zou de komende zestien jaar stijgen naar 2,6 tot 2,9 miljard euro. Ik vroeg het u daarnet. U zou aangeven vanwaar u die kleine 3 miljard euro zal halen. Ik ben zeer benieuwd waar u dat gaat halen, want we moeten dat op de een of andere manier uitgeven.

Weet u wie twee jaar geleden de woonbonus al heeft afgeschaft, met uw partij erbij? Inderdaad, Brussel. Kom nu niet af met het abattement, mevrouw Goeman. Dat gaat het niet doen. Brussel heeft een registratierecht van 12,5 procent. Wij zakken nu naar 6 procent. Dat is minder dan de helft. Als u het wilt hebben over het ondersteunen van jonge gezinnen om een eigen woning te kopen, dan ben ik bereid om het Vlaamse systeem, dat wij op tafel leggen, op elk moment te vergelijken met dat van Brussel. Want op dat punt doen wij het vele malen beter dan uw partij heeft gedaan in de Brusselse Regering.

U zegt dat u gaat aantonen vanwaar u de inkomsten gaat halen voor al de uitgaven die u hebt geschetst. Ik kan mij vergissen, maar als ik het mij goed herinner, had uw amendement op spelen en weddenschappen, waarvan ik denk dat de inkomsten die we vandaag hebben zullen zakken naar nul – of misschien niet naar nul, maar ze gaan in elk geval decimeren, er zal nog een kleine 10 procent of toch maar zeer weinig van overblijven – een opbrengst van 150 miljoen euro. U haalt dat nooit. Maar hebt u goed gehoord welke extra uitgaven u daarmee gaat dekken? Dat lijkt mij de truc van sp.a: u gaat elke euro enkele tientallen keren uitgeven. Met 150 miljoen euro gaat u nooit, nooit, nooit dekken wat u hier allemaal hebt geschetst. Zeker toen u naar minister Beke wees. U komt er bij lange na niet mee toe.

De heer Veys heeft het woord.

Mijnheer Muyters, ik vind het heel interessant dat u experten aandraagt, natuurlijk een panel van vastgoedspecialisten. Maar ik denk dat we daarin toch een beetje verder moeten gaan. Al in 2013 werd door een panel van onafhankelijke experten uit het hele veld wat wonen aangaat in deze maatschappij, een advies gegeven om dat af te schaffen. Dat panel heette de Woonraad, door deze regering afgeschaft, “opgeheven” – letterlijk citaat uit het regeerakkoord. In het rapport wordt ook gesuggereerd dat het niet plots en drastisch moet gebeuren, wat nochtans wel gebeurd is. Want tot wat heeft dit geleid? Minister Diependaele, u weet het nog, we hebben er in oktober genoeg over gedebatteerd. U hebt de statistieken over de woningenverkoop gezien: dat is paniek, dat is een rush. Mensen hebben gewoon snel-snel betaald. Dat was heel interessant voor mensen die hun woning verkocht hebben. Maar die besparing is al weg.

Met deze maatregel wordt de middenklasse belast. Dat is ook niet de weg die bewandeld moet worden, ik heb dat hier al verschillende sprekers horen zeggen. Dat is ook niet de weg die wij willen bewandelen. Maar waar zit het probleem voor veel jonge mensen die een woning willen kopen? Waar ligt de drempel? In hun eigen inleg, en daar past u helaas te weinig aan. Wij zouden daar verder in gaan. Het echte probleem is dat het in geen enkel verkiezingsprogramma van de drie meerderheidspartijen stond dat jullie dat gingen afschaffen. De mensen zijn boos, en u mag het hun gaan uitleggen. Ze zijn veel kwader dan u zich kunt inbeelden. Hier in dit halfrond, met een kleine linkse oppositie, is het misschien gemakkelijk, maar buiten staat er jullie iets anders te wachten, vrees ik. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, u zegt dat u felicitaties krijgt voor uw moed. Is het een moedige beslissing om die woonbonus af te schaffen? Ja, dat is inderdaad een moedige beslissing. De argumenten die aangehaald zijn, kloppen: het is prijsopdrijvend, op termijn is het niet meer betaalbaar, en het creëert een ongelooflijk mattheuseffect. Wat de armoede betreft, is er dus wel iets voor te zeggen. Het is dus moedig, maar wat niet moedig is – en het klopt wat mijn collega zegt – is dat voor 26 mei geen enkele van de partijen waartussen u nu zit, heeft durven te zeggen dat men de woonbonus ging afschaffen. Daar zijn de mensen natuurlijk ongelooflijk boos over en daar treed ik mevrouw Goeman volledig bij. De mensen zijn boos en ze voelen zich bedrogen. U hebt het niet gezegd, in geen enkel debat, in geen enkele van de media is het voor de verkiezingen aan bod gekomen dat u dat ging doen. U doet het, en u doet het nog van de ene dag op de andere. Er zijn dus heel veel mensen die op een bepaald moment naar een huis aan het zoeken zijn en die woonbonus meenemen, die nu worden geconfronteerd met de maatregel die u holderdebolder van de ene dag op de andere vanaf januari gaat invoeren. Die mensen voelen zich in ’t zak gezet, want zij kunnen geen huis meer kopen. Ze zijn dubbel de dupe, want ze zitten nu op de huurmarkt en blijven daar nog een aantal jaren, omdat ze ondertussen moeten sparen om de kloof op te vangen, en over die huurmarkt en hoe u die betaalbaar gaat maken, staat in uw beleidsnota niets. De jonge mensen worden dus dubbel de dupe en dat voelt ongelooflijk onrechtvaardig aan.

Een tweede slachtoffer van het holderdebolder afschaffen van de woonbonus is natuurlijk de politiek. Dit doet de geloofwaardigheid van de politiek geen deugd. 1 miljoen mensen zijn niet gaan stemmen op 26 mei en deze manier van aan politiek doen is ongelooflijk nefast. U mag dan misschien wel felicitaties krijgen voor uw goede moed, maar alleszins niet van ons. (Applaus van Groen en sp.a)

Minister Matthias Diependaele

Ik had daarop gehoopt noch gerekend, voor alle duidelijkheid.

Mijnheer Veys, u laat uitschijnen alsof de vastgoedspecialisten het hier natuurlijk eens mee zijn, maar ook de bouwsector ziet dit niet zo graag. De reden is net dat heel veel geld doorstroomde. Het bleef niet bij die jonge gezinnen, maar stroomde door naar de vastgoedsector, vooral naar de eigenaars. Dat hebben de studies van de voorbije jaren, ook van de KU Leuven, net aangetoond. Ook zij waren dus niet zo blij met dat afschaffen, uit eigenbelang, wat heel normaal is.

We gaan inderdaad de Woonraad afschaffen. Het is een beetje ironisch dat net zij het eens zijn met de beslissing die wij nemen. Maar u vergeet er keer op keer bij te vertellen dat we die natuurlijk wel gaan vervangen door een veel vroegere vorm van inspraak, dat we de stakeholders veel dichter gaan betrekken bij het beleid. Vermeld dat er in het vervolg misschien bij.

Maar waarom kun je die geleidelijke – en dat is ook een antwoord op mevrouw Goeman – afbouw niet doen? Omdat je dan natuurlijk de huizenmarkt gaat ontwrichten. En we hebben dat nu ook gezien in zeer kleine mate. In zeer kleine mate hebben we gezien dat mensen nu nog zeer snel die beslissing nemen. Wij hebben dat afgeraden, het gaat immers om de op een na belangrijkste beslissing in het leven. Neem daar de tijd voor, denk daar goed over na. Maar mensen hebben dat toch nog zeer snel gedaan. En wat hebben we gemerkt? Sommige van die tragische gevallen zijn trouwens ook in mijn mailbox beland: mensen die nu vanwege die woonbonus nog snel beslist hebben, maar een week later tot de constatatie komen dat ze eigenlijk een veel te hoge prijs betaald hebben voor die woning. Dat is het risico dat je loopt als je die woonbonus geleidelijk afschaft, mijnheer Veys, want dan zet je mensen aan om vroeger te kopen, wat een multiplicatoreffect heeft op de opwaartse druk op de woningmarkt. Dat zou helemaal een contraproductief effect gegeven hebben.

Dus, ik blijf erbij, met deze maatregel komen we veel meer tegemoet aan de oorspronkelijke bedoeling van die woonbonus, en dat is het ondersteunen van jonge gezinnen om een huis te kopen, zeker met de verlaging van die registratierechten van 10 procent naar 6 procent. Jullie partijen zitten allebei in de Brusselse Regering, in de meerderheid. Daar is het nog steeds 12,5 procent, wat trouwens ook vanwege ecologische redenen een zeer slechte zaak is. We doen het op dat vlak pakken beter dan wie dan ook in dit land.

Ik houd het heel kort, om aan te sluiten bij wat minister Diependaele naar voren brengt. Je kunt zeggen: het is de minister die dat zegt en natuurlijk zegt hij dat. Maar ik wil toch opnieuw de experts aanhalen. De experts verschillen van mening over de vraag of begin 2020 het beste moment is voor de afschaffing, maar een meerderheid is het er niet mee eens dat de overgangsperiode te kort is. De meerderheid van het panel vindt het goed dat het snel is gegaan, wat aansluit bij wat de minister heeft gezegd.

Minister Beke heeft het woord.

Minister Wouter Beke

Collega, u hebt een vraag gesteld over de maatregelen die we genomen hebben in de begroting, zoals we ze ook in de commissie hebben voorgesteld, over de groei in preventie van 4 miljoen euro. Daar stonden inderdaad ook maatregelen in voor de efficiëntieoefening. U hoeft geen amendement in te dienen om de beslissingen die ik wil nemen te laten uitvoeren. Daar is die 4 miljoen euro voor voorzien. Vrijdag is er na de ministerraad een inschatting gemaakt van het niveau van de uitgaven van 2019. Dat is niets nieuws, dat is iets wat altijd gebeurt tegen het einde van het jaar. Dat is een vaste traditie. Dan is er een inschatting gemaakt: denken we dat er nog overschotten zullen zijn? Dan heb ik inderdaad gevraagd of ik, als er nog overschotten zouden zijn, 1,3 miljoen euro zou kunnen gebruiken om die maatregelen rond preventieve mentale gezondheid te kunnen terugschroeven en op die manier ook in overleg te kunnen gaan met een aantal sectoren. We hebben hier in het parlement bijvoorbeeld gesproken over de opvolging van het suïcideplan. Daar zou dan over gesproken kunnen worden. Vrijdag is er dus gezegd dat dat allicht zal kunnen en ik vermoed dat we daar morgen op de ministerraad ook formeel een beslissing over zullen kunnen nemen. Dus u hoeft geen amendementen in te dienen; als u gewoon deze begroting goedkeurt, dan kunnen we daar helemaal mee aan de slag.

U hebt ook verwezen naar de CAW’s. Ik heb mij geëngageerd in de commissie – collega Van den Bossche zal dat kunnen beamen – dat ik met SAM en met de CAW’s in overleg zal gaan om te kijken hoe we de maatregelen die we hebben voorgesteld zouden kunnen milderen in het overgangsjaar 2020. Ik ben een man van mijn woord, ik zal dat dus doen. Meer nog: we zijn daar op dit ogenblik mee in overleg en we hopen daar tegen het einde van het jaar uitsluitsel over te hebben.

Minister Diependaele, u doet nu die woonbonus af als iets pervers, als iets slechts, maar waarom stond dat dan in godsnaam in uw partijprogramma?

Collega’s, ik stel voor dat we het debat over de woonbonus hierbij afsluiten en dat we dat voeren bij het onderdeel Wonen.

Minister Matthias Diependaele

Heel kort, mijnheer Brusselmans, in mijn partijprogramma stond, en ik denk dat de meesten daarvan overtuigd zijn, dat we het principe van de woonbonus zouden behouden, en dat is het ondersteunen van jonge gezinnen bij de aankoop van een woning. En dat is exact wat we hiermee doen. Dat is wat erin stond. We houden ons aan ons woord op dat gebied. (Opmerkingen van Filip Brusselmans)

Ik geef mevrouw Goeman het woord. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin en minister Matthias Diependaele)

En u moet uw microfoon uitzetten, minister Diependaele.

Ik ga het kort houden, maar ik wil nog even reageren, want ik denk dat u mij hier en daar verkeerd begrepen hebt.

Wat staat er in ons programma? Wij willen ook werken aan die registratierechten. Dat is de oplossing. Wij denken dat u daar de verkeerde beslissing genomen hebt. Wij zouden nog een stap verder gegaan zijn en eerder gekozen hebben voor zo’n Brussels model, nog los van het percentage van de registratierechten. Wat hebben we daar gedaan? Daar is er op dit moment 0 procent registratierechten tot een bepaald plafond, en dat is eerlijk. Dat is een eerlijke instap voor alle gezinnen, of ze nu – en ik blijf erop terugkomen – een groot of een klein huis kopen. Wat u doet is een daling met 1 procent waar mensen die zich een groot huis kunnen permitteren, meer van kunnen profiteren dan mensen die een klein huis kopen.

Ik heb me geïnformeerd inzake de gokindustrie. De gokindustrie in ons land draait momenteel een brutowinst van 1 miljard euro per jaar. Ik las in het regeerakkoord dat jullie sowieso van plan waren om de belasting op de winst van de goksector van 11 naar 15 procent te verhogen. Dat betekent toch dat u gelooft dat het mogelijk is om hen aan te spreken en de inkomsten daar te verhogen. Wij willen echter een totaal nieuw model, niet op basis van de winst maar op basis van de hele omzet. Inderdaad, dan denken wij dat een inkomst van om en bij de 150 miljoen euro de ambitie moet zijn van deze regering. Het moet de ambitie zijn van deze regering om te belasten op een sector die vandaag 1 miljard euro per jaar winst draait.

Tot slot, minister Beke, bedankt voor uw antwoorden. Ik ben blij dat ik die vragen heb kunnen stellen. Ik blijf het natuurlijk raar vinden dat u eerst een beslissing neemt in de ministerraad om te besparen om daar dan letterlijk twee dagen later op terug te komen. Ik blijf me afvragen of die besparing, als die niet in de begroting staat, dan vanaf volgend jaar blijft gelden voor die organisaties, want het is niet beslist. Het blijft me ook heel onduidelijk en ik vind dat echt lastig, want het enige wat ik vraag is een open en transparant debat over de besparingen die nu op stapel staan. U hebt nu een aantal aankondigingen gedaan, maar wij weten niet wie wel en wie niet en voor welk bedrag.

Ik ben tot slot blij dat u met SAM en CAW rond de tafel wilt gaan zitten om te kijken hoe de besparingen gemilderd kunnen worden. Als dat in dezelfde trant gaat gebeuren als in het onderwijs, dan ben ik bang dat ze het nog altijd met minder gaan moeten doen op termijn.

Ik verwijs naar het verslag van de commissie. Ik heb het daarstraks aangehaald bij de samenvatting. Over de belasting op spelen en weddenschappen, heeft de minister uitdrukkelijk gezegd dat hij geïnteresseerd is in de voorstellen voor een aanpak te gronde, maar hij wijst op de samenwerking met de andere gewesten. Bij online weddenschappen kunnen servers immers gemakkelijk verplaatst worden.

Mevrouw Goeman, kom dus met voorstellen en laat ons zoeken naar een overeenkomst met de andere gewesten. Laat ons dan bepalen, als er extra geld zou zijn, waarvoor we het inzetten en niet het vel van de beer verkopen voordat hij geschoten is.

Ik neem uw uitgestoken hand aan. Ik zit hier echt waar om op een constructieve manier aan politiek te doen, om naar oplossingen te zoeken. Er moet inderdaad een juridisch kader komen over de grenzen van de gewesten heen. Bon, voilà, bij deze, uitdaging aanvaard. We gaan daar zo snel mogelijk mee over nadenken om daar werk van te maken.

Minister-president Jan Jambon

Mevrouw Goeman, als er een uitgestoken hand is, wil ik die graag aannemen. U hebt enige invloed in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Het zou mij goed uitkomen, mocht u uw collega’s in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zo ver krijgen om die tarieven samen met ons op te trekken, en dan mag dat zelfs hoger gaan voor mijn part dan 15 procent.

Ik ga met u een partnership aan om samen de Brusselse Hoofdstedelijke Regering te gaan overtuigen om dat te verhogen. En ik kan u zeggen dat daar nog werk aan is. Want ik heb al contacten gehad met de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.

We zijn het over veel dingen oneens, minister Jambon, maar hierover zijn we het wel eens. U kunt dus op mij rekenen. (Applaus)

De heer D’Haese heeft het woord.

Collega D’Haese, u hebt vijf minuten spreektijd. Mag u onderbroken worden?

Hoe meer, hoe liever.

Collega’s, ik zal het kort houden, want ik merk bij de meerderheid en daarnaast dat etenstijd dichtbij begint te komen.

Mijnheer Jambon, ik moet u feliciteren. U bent er met uw voltallige regering in geslaagd om in amper drie maanden tijd zowat heel Vlaanderen tegen u in het harnas te jagen: de mensen van uw openbare diensten; de mensen die bij De Lijn achter het stuur zitten én de mensen die op de bussen van De Lijn zitten; de mensen die elke dag het beste van zichzelf geven in de sociale sector, die degenen die door uw beleid aan de kant worden geschoven, vooruit helpen; de mensen uit het middenveld, die vaak op vrijwillige basis voor verbinding zorgen, de verbinding waar jullie zo vaak over spreken; de mensen met een handicap of met kinderen met een handicap, die blijven wachten op een budget; de mensen met drie kinderen, die kinderbijslag verliezen; de mensen uit de cultuur, die veel meer dan eender welk lid van uw regering vorm geven aan onze identiteit. Allemaal hebben ze hier voor uw deur gestaan. En allemaal zullen ze hier straks opnieuw voor de deur staan, om u duidelijk te laten horen dat jullie beleid niet gedragen is.

Misschien interesseert u dat niet. Misschien vindt u dat allemaal niet erg. Maar dat zijn wel allemaal mensen die van onze regio maken wat ze is. U jaagt die tegen zich in het harnas. Hebt u de laatste peiling gezien over de steun voor uw besparing op cultuur? Weet u hoeveel steun u hebt onder de Vlamingen voor uw besparingen op cultuur? Een kwart. U hebt nog niet eens uw eigen kiezers overtuigd, al gaat het daarmee ook veeleer in de richting van een kwart.

Mijnheer Jambon, wat Vlaanderen zelf doet, doet het niet beter. Wat Vlaanderen zelf doet, dat maakt vandaag mensen kwaad. Dat is heel duidelijk in deze begroting. De budgetten waar Vlaanderen zelf over beschikt, daar wordt op bespaard of daar kan niet genoeg geld voor worden vrijgemaakt. Waar Vlaanderen zelf bevoegd voor is, daar wordt geknipt in de dienstverlening en in het aanbod en gaan de prijzen omhoog.

En het rommelt niet alleen buiten het parlement. Het rommelt ook in uw eigen meerderheid. Of het nu gaat over de projectsubsidies in cultuur, de middelen voor preventie, jullie plannen met ons onderwijs, jullie plannen met het middenveld, bakken kritiek hebt u gekregen uit uw eigen meerderheid. Straks zullen jullie dankzij de partijdiscipline, als iedereen terug is, de begroting er ongetwijfeld doorgeduwd krijgen. Maar jullie weten heel goed dat dat niet zal zijn met steun vanuit de samenleving. Want als we vandaag opnieuw verkiezingen zouden houden, mijnheer Jambon, dan was uw regering haar meerderheid kwijt. En de grootste verliezer, zowel bij de verkiezingen als sinds de verkiezingen, is uw partij, de N-VA. Er is geen enkele partij die zo veel kiezers verliest als u. U zegt altijd dat u geen federale regering wilt zonder Vlaamse meerderheid. Maar u leidt een regering zonder Vlaamse meerderheid. U leidt een regering zonder meerderheid in Vlaanderen – dat is jammer genoeg voor u de realiteit – en zonder steun onder deze bevolking. (Applaus bij Groen en de PVDA)

Uw regering is niet alleen een keizer zonder kleren, het is ook een reus op lemen voeten, mijnheer Jambon. De regering is een reus op lemen voeten, en dus moeten jullie toegevingen doen aan de druk vanuit de samenleving: toegevingen over het sociaal-cultureel werk, toegevingen over de projectsubsidies voor cultuur, toegevingen over de besparingen op preventie. Straks staan al die mensen uit al die sectoren die door uw besparingen getroffen worden, hier opnieuw voor de deur om luid van zich te laten horen. Ik stel voor dat u daar eindelijk eens naar luistert. (Applaus bij de PVDA)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.