U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030.

Het debat is geopend.

Ik kijk even of alle ministers die gevraagd werden, aanwezig zijn. Minister Crevits is er nog niet. Minister-president, weet u misschien waar uw collega vertoeft?

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, ik ben niet mijn broeders hoeder, zwijg stil van mijn zusters hoeder. Maar ik neem aan dat zij onderweg is naar hier. Ik ben wel bereid om al de inleiding op het debat te doen, als de edele vergadering dat toestaat.

U wilt dus een verklaring afleggen? Doet u maar.

Collega’s, we weten wat de volgorde van de sprekers is. Die is ook meegedeeld. De spreektijd aan het spreekgestoelte is tien minuten per fractie.

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, beste collega’s, om een bijdrage te leveren aan het debat over het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 en de EU-doelstelling op het vlak van de CO2-emissiereducties, de hernieuwbare energie en de energie-efficiëntie te kaderen, geef ik graag eerst wat context aan u mee.

Vlaanderen heeft de voorbije jaren ambitieuze doelstellingen nagestreefd door middel van vele plannen, vele actieprogramma’s en heel veel maatregelen. Het resultaat daarvan is dat sedert 2005 de CO2-uitstoot in de niet-ETS-sectoren (emissions trading scheme) de voorbije dertien jaar helaas slechts met 5 procent is gedaald, ondanks al die inspanningen. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat een doelstelling op papier zetten vele malen gemakkelijker is dan effectief zaken te realiseren. Het meest eenvoudige is de hemel op aarde beloven, maar daar passen wij voor. Dat is niet onze stijl.

Deze Vlaamse Regering heeft daarom gekozen voor een ambitieus, haalbaar en betaalbaar energie- en klimaatplan, een plan waarvan de vooropgestelde maatregelen wel degelijk kunnen en zullen worden uitgevoerd. Vlaanderen zal dus groener en gezonder worden met de maatregelen in dit Vlaams Energie- en Klimaatplan, zonder te vervallen in onbetaalbare en onhaalbare beloftes. Alle Vlaamse ministers hebben zich geëngageerd om meer te doen, zodat België de opgelegde reductiedoelstelling van min 35 procent tegen 2030 kan realiseren. Die ambitie laten wij niet los. We stellen hier vandaag concrete maatregelen voor die de CO2-uitstoot voor Vlaanderen in 2030 terugdringen met 32,6 procent ten opzichte van dat referentiepunt 2005.

Voorzitter, ik wil opmerken dat ook de laatste minister ondertussen is aangekomen.

Ik heb het gezien. Goed zo.

Minister-president Jan Jambon

Collega’s, ter illustratie geef ik enkele voorbeelden.

Eerst en vooral op het vlak van transport. We investeren in infrastructuur en ruimtelijk beleid gericht op de modal shift en minder verplaatsingen. We investeren dus in mobipunten, locatiebeleid, laadinfrastructuur enzovoort.

Wat de gebouwen betreft, zetten we in op energievriendelijke gebouwen. Bij een ingrijpende energetische renovatie en na sloop verlagen we de registratierechten van 6 naar 5 procent. Ook maken we werk van het verduurzamen van verwarmingsinstallaties.

Wat de landbouw betreft, voorzien we in een extra investeringssteun voor energie- efficiëntie, hernieuwbare energie en precisiebemesting, en stellen we een convenant op rond enterische emissies van het rundvee en een duurzaam alternatief voor gekoppelde inkomenssteun voor zoogkoeien.

In de industrie versterken en verbreden we de energiebeleidsovereenkomsten. We verminderen de stikstofemissies en voeren reductiemaatregelen in tegen fluorgasemissies.

Voor wat betreft natuur en bos voorzien we een uitbereiding van het bosareaal van 10.000 hectare tegen 2030. En we investeren in extra natuur door 20.000 hectare onder natuurbeheer te plaatsen tegen 2024. Met de bouwshift vrijwaren we daarenboven nog de open ruimte in Vlaanderen.

Last but not least trekken we de productiecapaciteit van hernieuwbare energie op met 21,6 procent. Dat wil zeggen dat we het vermogen van windenergie optrekken van 1,4 naar 2,5 gigawatt, en de zonne-energie van 3,6 naar 6,7 gigawatt.

Mijn collega’s zullen het niet nalaten om hierbij, indien nodig, de nodige duiding te verschaffen tijdens dit debat.

Verder maak ik me sterk dat we met de innovatie en technologische ontwikkeling de komende tien jaar de 35 procent zullen halen. Ik bedank alvast mijn collega’s voor de inzet die ze daarvoor aan de dag zullen leggen. We zullen de komende tien jaar een inspanning doen die veel hoger ligt dan die van de afgelopen dertien jaar. Vlaanderen zal daardoor meer dan zijn steentje bijdragen aan de EU-doelstelling.

De reductiedoelstelling voor de niet-ETS sectoren op Europees niveau is namelijk -30 procent. Vlaanderen heeft een plan dat momenteel is berekend op -32,6 procent. Beweren dat Vlaanderen zich dus in de achterhoede bevindt en aan de staart van het peloton bengelt, is de realiteit geweld aandoen. We zijn wel degelijk ambitieus. Zoals ik net stelde, gaan we wel degelijk voluit voor de -35 procent. Voor het resterende verschil wordt er met open vizier gekeken en gezocht naar bijkomende, betaalbare en creatieve innovatieve maatregelen.

Ik wil ook benadrukken dat dit niet hét energie- en klimaatplan is. Dit plan zal volgens mij voortdurend in beweging zijn en inpikken op evoluties, innovaties en opportuniteiten. We laten dan ook geen enkele gelegenheid onbenut om meer en beter te doen, wanneer die mogelijkheid zich aanbiedt.

Per bevoegdheid is een pakket maatregelen overeengekomen waarvan we geloven dat die zinvol zijn en waarvan we geloven dat het kan zonder de mensen met een onverantwoorde factuur op te zadelen. Elke vakminister zal zijn of haar maatregelen nu omzetten in concrete acties op het terrein en moet daarbij de betaalbaarheid nauw in de gaten houden, zonder de ambitie uit het oog te verliezen. De Vlaamse Regering zal daarom het voorgestelde plan permanent monitoren en bijsturen wanneer nodig.

Naast het klimaatluik is er ook een belangrijk energieluik. Het afsluiten van het klimaatakkoord in Parijs en de richtlijnen uit het pakket schone energie voor alle Europeanen geven duidelijke richtlijnen aan voor een toekomstige energietransitie. De energie-efficiëntie moet fors verbeteren, zeker in de drie grootste verbruikssectoren: de industrie, de residentiële sector en de transportsector. Het aandeel hernieuwbare energiebronnen in de energievoorziening moet sterk verhogen. Onze energie-infrastructuur moet beter en flexibeler worden zodat de energievoorziening te allen tijde gegarandeerd blijft.

Op het vlak van hernieuwbare energie doen we met deze regering dan ook een bijkomende inspanning ten opzichte van het ontwerpplan uit 2018. De prognoses voor Vlaanderen, rekening houdend met bijkomende beleidsmaatregelen, leiden namelijk tot een totale productie van hernieuwbare energie in Vlaanderen van 28.512 gigawattuur in 2030, een toename van 812 gigawattuur ten opzichte van het ontwerp Vlaams energieplan van juli 2018. Ook hier doen we dus een extra inspanning.

Daarenboven wordt hernieuwbare energie en vooral elektriciteit vaak lokaal en decentraal geproduceerd. In de toekomst zullen burgers en bedrijven steeds meer kunnen instaan voor hun eigen energievoorziening. De energievoorziening moet echter betaalbaar blijven. Om dit alles te bereiken hebben we een slim energiesysteem nodig dat flexibel kan inspelen op het fluctuerende aanbod van hernieuwbare energie. De competitiviteit van onze bedrijven mag niet in het gedrang gebracht worden door de kosten verbonden aan de noodzakelijke investeringen voor de energietransitie. Op die manier kan de energietransitie ook opportuniteiten bieden voor onze bedrijven.

Om de integratie van hernieuwbare energie mogelijk te maken, zal ons energiesysteem flexibeler worden. Voor die momenten dat te weinig of te veel hernieuwbare energiebronnen elektriciteit kunnen leveren, moeten flexibele toepassingen en opslag verder ontwikkeld en ontsloten worden om te zorgen dat het energiesysteem performant is om te functioneren op het ritme van de economie van de 21e eeuw. Het optimaal op elkaar afstemmen van de energievraag en het energieaanbod, vraagsturing en energieopslag spelen een prominente rol in de uitbouw van een duurzaam energiesysteem dat de bevoorradingszekerheid op elk moment garandeert aan een betaalbare prijs. Dat laatste is essentieel om het draagvlak te behouden.

Collega’s, dit Vlaams Energie- en Klimaatplan wil de stap zetten om deze uitdaging aan te pakken. De maatregelen die opgenomen zijn in dit plan leiden, op basis van de prognoses, momenteel nog niet tot de vooropgestelde reductie van 35 procent in 2030. De meest recente prognoses geven aan dat met de maatregelen uit dit plan het tekort aan emissieruimte over de hele periode 2021-2030 ingeschat wordt op 3,8 megaton CO2 en dat Vlaanderen zal uitkomen op een CO2-reductie in de niet-ETS-sectoren (emissions trading scheme) van 32,6 procent. De Vlaamse Regering stelt zich tot doel om dit verschil de komende jaren weg te werken met maatregelen die voortbouwen op verdere innovatie, zoals bijvoorbeeld door leveringen met drones en digitalisering in de gebouwensector, door versnelde doorzetting van circulaire economie onder impuls van bijkomende initiatieven vanuit en met de ondernemingswereld, zoals bijvoorbeeld inzake complexe plastics-recyclage, circulair bouwen, urban mining en design-to-recycle, door federaal flankerend beleid, zoals bijvoorbeeld de vergroening van de bedrijfswagens, en door vertaling van het bijkomend Europees instrumentarium, zoals bijvoorbeeld de ecodesignregelgeving en het nieuwe meerjarig financieel kader 2021-2027.

Als verzekeringssysteem, mochten we het opgelegde doel niet halen, schrijven wij ons in in de beschikbare flexibiliteit conform artikel 6 van de Europese Effort Sharing Regulation. Dit is een specifieke vorm van flexibiliteit, voorbehouden voor lidstaten die geconfronteerd worden met een significant verschil tussen hun niet-ETS-doelstelling voor 2030 en hun kostenefficiënt reductiepotentieel. Dit flexibiliteitsmechanisme laat toe om tijdens de periode 2021-2030 jaarlijks een hoeveelheid bijkomende emissieruimte te voorzien voor de niet-ETS-sectoren aan de hand van een beperkte annulering van EU ETS-emissierechten die anders geveild zouden worden. Het behoeft geen betoog dat Vlaanderen, om het gebruik van deze flexibiliteit maximaal te beperken, de komende tien jaar prioritair blijft inzetten op het nemen van maatregelen die de niet-ETS-emissies verder reduceren.

We nemen als Vlaamse Regering absoluut onze verantwoordelijkheid op en willen als Vlaanderen onze bijdrage leveren aan een mondiale klimaatuitdaging, in het volle besef dat het realiseren van de doelstellingen een wereldwijde inspanning zal vergen. Toekomstige innovaties en de technologieën die we in Vlaanderen mee ontwikkelen zullen ons de komende jaren hierbij ondersteunen. Dankzij onderzoek, innovatie en concurrentievermogen zetten we de klimaat- en energie-uitdaging om in een economische opportuniteit. We willen een voortrekkersrol opnemen op het vlak van onderzoek en innovatie die als basis dient voor de oplossingen op lange termijn van de grote maatschappelijke uitdagingen.

Dit beleid draagt bij aan het behoud en de versterking van een lokale maakindustrie en aan de realisatie van de Vlaamse energie- en  klimaatdoelstellingen. 

Omdat de uitdaging zo groot is, hebben we iedereen nodig. We willen een beroep doen op alle creativiteit, inzet en energie die aanwezig is in onze maatschappij om onze ambitie waar te maken en om onze doelstellingen te realiseren.

We doen dan ook een oproep naar burgers, bedrijven, middenveld, lokale besturen en wetenschappelijke instellingen om mee gestalte te geven aan dit ambitieuze en realistische plan. Ik dank u allen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Van Rooy heeft het woord.

Beste voorzitter Homans, lieve fractiegenoten, ambtsgenoten, minister Jambon en Vlaamse Regering.

Het klimaat verandert al zolang de aarde bestaat. Al vele miljoenen jaren is er klimaatverandering, dus ook voordat er mensen bestonden. Menselijke activiteit heeft uiteraard een invloed, maar de precieze grootte en aard daarvan is zeer onzeker. Het klimaat is immers het resultaat van een uitermate complex samenspel en een wisselwerking van talloze factoren en mechanismen. Daar weten we nog lang niet het fijne van.

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) geeft zelf aan  dat “langetermijnvoorspellingen niet mogelijk zijn”. Toch beweren politici, klimaatactivisten en lobbyisten dat ze zeker weten wat de invloed van de mens is en wat de toekomstige toestand van het klimaat zal zijn. Dat is, beste ambtsgenoten, hybris. Dat is menselijke hoogmoed. De fameuze klimatologische computermodellen blijken onbetrouwbaar te zijn. Telkens zitten ze er significant naast. De waarnemingen volgen de voorspellingen niet. De Vlaamse wetenschapper Gerard Bodifee concludeerde “dat het enige wetenschappelijk verantwoorde antwoord is dat we het niet weten”. Hij voegde eraan toe dat politici die altijd zekerheid willen “die boodschap niet willen horen”. In het klimaatdebat, aldus Bodifee, is de wetenschap de grote verliezer. Het klimaatdebat  is volledig gepolitiseerd en dient een bepaalde politiek-economische agenda.

Dit klimaatalarmisme is trouwens louter een westers fenomeen. Het komt voort uit een westerse cocktail van ecologisch marxisme en christelijke schuldgevoelens over onze welvarende manier van leven. De postmoderne, geseculariseerde westerling heeft blijkbaar behoefte aan een aangewakkerd ondergangsgevoel, aan schuld en boetedoening. Dus cultiveert hij een nieuwe religie, mijnheer Tobback, de klimaatreligie.

In andere continenten en culturen ligt men dan ook niet wakker van de nieuwe klimaatreligie. Een halve eeuw al verkondigen klimaat- en milieu-alarmisten apocalyptische doembeelden die nooit uitkomen. Zorg dragen voor ons milieu is uiteraard belangrijk, maar geloven dat wij zo’n complex systeem als het klimaat tot op een tiende van een graad kunnen regelen via onze CO2-uitstoot, is potsierlijk en getuigt van een megalomaan godcomplex. Er is op aarde geen thermostaat die de mens kan regelen. De politici die hierin geloven zijn nota bene vaak dezelfde politici die geloven dat massa-immigratie wel een natuurfenomeen is. De bevolkingstoename is trouwens de olifant in de klimaatkamer. Natuurlijk vinden wij het verstandig om het gebruik van fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen en zo duurzaam mogelijk te leven. Al was het maar om onafhankelijk te worden van islamitische olielanden, al was het maar uit ethische overwegingen, al was het maar omdat de voorraden ooit opraken.

Het klimaat is echter een gedroomd instrument in de handen van politici en overheden die burgers willen onderwerpen aan allerlei regels en belastingen. De Europese Unie is wat dat betreft de belangrijkste actor en pleegt een groene staatsgreep op Vlaanderen. Die Europese zogenaamde Green Deal wordt, en ik citeer, “een echte systeemshift” genoemd, die ons duizenden miljarden euro’s zal kosten. De stand van de klimaatwetenschap rechtvaardigt totaal geen beleid dat ons vele miljarden euro’s kost.

En toch, ondanks kritiek van klimaatalarmisten en de hysterische schreeuwpartijen van de Anuna’s en de Greta’s van deze wereld, holt deze Vlaamse Regering de klimaatreligieuze EU en de klimaatlobby achterna. Deze regering belijdt volop de klimaatreligie. De EU en de klimaatlobby radicaliseren daardoor ook. Er gaan nu zelfs stemmen op om reclame voor auto’s te verbieden. De klimaatwet die de EU aan het bewerkstelligen is, maakt rekeningrijden verplicht, maakt vliegtuigreizen duurder en zegt mensen hoe ze hun leven moeten leiden. De EU wil in 2050 zelfs klimaatneutraal zijn. De CO2-dogmatici zullen pas tevreden zijn wanneer iedereen is gestopt met ademen. En ondertussen blijven opkomende wereldmachten, zoals China en India, gewoon groeien, gewoon CO2 uitstoten zoals ze bezig zijn. En geef ze eens ongelijk. De VS stapte uit het Klimaatakkoord van Parijs en dat is natuurlijk de enige juiste beslissing.

En deze Vlaamse Regering heeft zelfs de kostprijs van dat fameuze klimaatplan niet berekend. Maar gelukkig heeft PricewaterhouseCoopers dat wel gedaan. Het levert een jaarlijkse kostprijs van 5 tot 7 miljard euro op. Wie zal daarvoor opdraaien? Uiteraard de Vlaamse bedrijven en de Vlamingen: zij zullen nog duurder moeten gaan leven, wonen en werken.

Het is alsof de klimaatreligieuze partij Groen, en uiteraard ook de PVDA en sp.a, deze Vlaamse Regering hebben gekaapt. De Vlaamse Regering vindt zelfs dat de EU de landen moet aanpakken die het slecht doen op het vlak van klimaat. Nog nooit heeft een Vlaamse Regering haar klimaatdoelen gehaald – nog nooit! –, omdat ze natuurlijk peperduur en onrealistisch zijn. Die 350 klimaatmaatregelen kosten de Vlamingen alleen maar geld. De Vlaming is in élk scenario de pineut: ofwel kost het klimaatplan ons, zoals gezegd, 7 miljard euro, ofwel halen we de klimaatdoelen niet. En wat gebeurt er dan? Dan moeten we minstens honderden miljoenen euro’s boete betalen aan de klimaatfascisten van de Europese Unie. 

Dat klimaatplan van de Vlaamse Regering zadelt de hardwerkende Vlaming dus op met meer regels, meer bemoeizucht en meer kosten. De Vlaamse Regering slaagt er niet eens in om de files op te lossen, maar gaat nu de automobilist wel pesten door op de Brusselse Ring de snelheid terug te brengen naar 100 kilometer per uur. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

Op sommige momenten wel, ja. Mag de Vlaming straks überhaupt nog wel autorijden? Want binnen tien jaar, aldus het klimaatplan, moeten automobilisten van de Vlaamse Regering jaarlijks 2200 kilometer minder met de auto rijden. De Vlaamse Regering wil verouderde houtkachels en open haarden verbieden. Ze wil zelfs de temperatuur van de verwarmingsketel en de thermostaat van alle burgers gaan regelen. Dit is pure communistische horror, die doet denken aan inefficiënte stadsverwarming uit het voormalige Oostblok. Misschien voelt de PVDA zich daardoor inderdaad wel aangesproken.

En over communisme gesproken: de Vlaamse Regering is zelfs van plan om subtiele psychologische technieken uit de gedragswetenschappen te gebruiken om de Vlaamse bevolking te indoctrineren met klimaatpropaganda. Minister-president, ik vraag me dan af: behoort dat tot ook die fameuze Vlaamse canon? De hardwerkende Vlaming moet van deze regering kleiner gaan wonen en mag geen ruime woning met tuin meer bezitten. De hardwerkende Vlaming moet, kortom: minder met de auto rijden, minder vlees eten, minder vliegen, minder plastic gebruiken enzovoort.

De klimaatzwendel en de bijhorende subsidiewaanzin heeft de Vlaming de voorbije jaren en decennia al heel veel geld gekost. Dit moet voor mij en mijn fractie nu eindelijk stoppen. Want, zo hebben de verkiezingen trouwens bewezen, de hardwerkende Vlaming heeft genoeg van die klimaatregelneverij. De hardwerkende Vlaming heeft genoeg van de bodemloze miljardenputten van de klimaatreligie.

Ik kan maar één ding concluderen. En het spijt mij dat te zeggen, minister-president Jambon, want ik heb u zeer hoog zitten en ik respecteer u zeer. Maar ik kan toch maar één ding concluderen, en dat is dat die zogenaamde ‘sterke Jan’ een slapjanus is die zich laat manipuleren en leiden door de klimaatlobby en niet door de belangen van de Vlamingen.

Ik roep de Vlaamse Regering dan ook op om de postmoderne, peperdure klimaatreligie te verlaten en al haar energie – en dat heb ik ook al gezegd aan minister Demir – alleen nog te besteden aan ons milieu, niet aan het klimaat, aan vervuiling, aan onze leefomgeving en natuurlijk vooral aan de energiefactuur van de Vlaming en veel goedkopere en betrouwbare energie voor alle Vlamingen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, minister-president, dit wordt een beetje een uitdaging. Het klimaat moet geen religie worden, zegt u vandaag in Knack, en ik ben het daarmee eens. Maar waarom legt uw Vlaamse Regering dan een klimaatplan neer dat steunt op het geloof dat het wel goed komt? U reageert geïrriteerd op de uitspraak dat u met de Vlaamse Regering uit het Klimaatakkoord van Parijs stapt, en nochtans doet u dat. In het Vlaams regeerakkoord hield u de schijn nog op en beloofde u stellig dat u zich inschreef in de doelstellingen van de Klimaattop van Parijs van 2015.

In het voorontwerp van Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 dat de regering-Bourgeois nog goedkeurde in juni 2018, werd uitgegaan van een broeikasgasreductiedoelstelling van min 35 procent CO2 in 2030 ten opzichte van 2005. U slikt nu al, vandaag, deze belofte in. U legt de Europese doelstellingen vandaag gewoon naast u neer. U gaat zelfs geen moeite meer doen om de doelstellingen van 35 procent te halen.

Minister-president, dat moet een bitter sinterklaascadeau zijn geweest voor uw ploeg afgelopen vrijdag, vooral toen het cadeau op tafel kwam in de vorm van een snoeihard advies van de eigen Inspectie van Financiën: onder de lat, niet becijferd en ook heel wat vraagtekens bij de effectiviteit van de maatregelen die u voorstelt. En dus moest de 28,4 procent reductie waar u vrijdag op zat, en die natuurlijk niet zo aangenaam communiceert, na het weekend dichter bij de 35 procent worden gebracht. Met wat kunst- en vliegwerk hebt u dat nu opgetrokken naar 32,6 procent. De vaststelling blijft echter dat u uit het Klimaatakkoord van Parijs stapt en nu al de handdoek in de ring werpt voor 2030. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

U zei? Overleg binnen de regering? Ik dacht het woord ‘activist’ gehoord te hebben. Neen?

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, als het aan u gericht zou zijn, zou ik me ook tot u en niet tot minister Somers richten.

Minister Somers is dus de klimaatactivist van dienst.

U stapt dus uit het Klimaatakkoord van Parijs en werpt die handdoek voor 2030 in de ring. Op het vlak van hernieuwbare energie doet u hetzelfde: u laat de doelstelling van 35 procent vallen en u gaat hooguit voor 18,2 procent groene energie tegen 2030.

Was het niet uw ambitie, minister-president, om met Vlaanderen meer aan te sluiten bij de toplanden in Europa, bij de Scandinavische landen, bij het Noorden? Dat staat in uw regeerakkoord. En nu moet u hopen dat het federale niveau, Brussel en Wallonië ervoor zorgen dat België als geheel over de Europese lat springt. Waar is onze Vlaamse trots gebleven? Wij zullen moeten bewijzen dat we wat we zelf doen, beter doen, dat stelde Gaston Geens, maar daar zit u zeer ver van af.

Nog veel erger is dat u vandaag niet eens hard kunt maken dat uw maatregelen ook effectief zijn, een voldoende reële impact hebben.

Specialisten schatten dat u met het maatregelenpakket vandaag, in het nieuwe plan, hooguit zult uitkomen op een reductie van 15 tot maximaal 20 procent van de broeikasgassen in Vlaanderen.

U hebt de maatregelen niet eens doorgerekend en becijferd. U hebt ze niet eens doorgerekend en becijferd. Ik vind dat stuitend. Was u het niet die hier, bij het begrotingsdebat – het eigenlijke debat over uw regeerakkoord – zei dat betrouwbare cijfers van belang zijn? ‘Ik laat die nog onderbouwen alvorens we daar het debat over aangaan.’

U legt nu een Vlaams klimaatplan neer waarvan uw eigen Inspectie van Financiën zegt dat het niet becijferd is, en dat terwijl u al maanden, en zelfs jaren – dit geldt ook voor uw voorgangers – de tijd had om dit plan voor te bereiden.

Ik wil, niet enkel voor de vergadering, maar ook voor de mensen thuis, nog even twee citaten meegeven uit dat advies van de Inspectie van Financiën. Zij vinden het verrassend “dat zolang op voorhand reeds aangegeven wordt dat niet zal worden voldaan aan Europese verplichtingen in een dergelijk cruciaal domein”. Wat ontbreekt in dit plan is een financieringstabel op hoofdlijnen, “en het resultaat zal wellicht ontmoedigend zijn”.

Het gunstig advies dat uw eigen Inspectie van Financiën geeft, komt er omdat de beslissing van de Vlaamse Regering over het plan “nog geen enkel financieel of budgettair engagement inhoudt.”

De conclusie? Uw plan is broddelwerk, het hangt met haken en ogen aan elkaar. U bent in mijn ogen een onverantwoordelijke bestuurder. Ik vraag mij af naar wie u eigenlijk hebt geluisterd om dit plan op te stellen.

Niemand, letterlijk niemand is enthousiast over dit plan. Blijkbaar heeft zelfs het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) nu ook niets meer te zeggen bij de N-VA. Wat is hun reactie? “Voka pleit al jaren voor een slimme kilometerheffing voor personenwagens en is dan ook teleurgesteld dat dit niet in het klimaatplan staat.” Ook de renovatieplicht voor woningen had volgens Voka in het klimaatplan moeten blijven staan, zo schrijven ze zelf.

U wilt 15 procent minder auto’s op de weg, maar hoe u dat gaat doen, dat is een groot vraagteken. U wilt woningen energiezuiniger maken, maar hoe u dat gaat doen, dat is een groot vraagteken. Minister-president, het is niet zo dat er geen concrete voorstellen zijn om in Vlaanderen een ambitieus klimaatbeleid te voeren.

Als u toch niet wilt weten van de voorstellen van de Vlaamse bouwmeester, of van het ruime middenveld, verzameld in Sign for my Future, dan zou u op zijn minst kunnen luisteren naar wat uit de zogenaamde stroomgroepen kwam, die voormalig energieminister Bart Tommelein liet werken om concrete voorstellen te doen rond die energietransitie. Dat was goed werk van die stroomgroepen, stevig werk.

U had ook de stevige rapporten en voorstellen kunnen doornemen van de sociale partners, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), van werkgevers en werknemers samen. Die hebben u uitgewerkte voorstellen en berekeningen aangereikt. Al maanden, al jaren kloppen zij op dezelfde nagel. Ze hebben onlangs, afgelopen zomer, een rapport neergelegd en ook rond de beleidsnota van minister Demir hebben zij een stevig advies geschreven. U negeert dat gewoon. U negeert dat.

Zij geven aan dat er inderdaad noodzakelijke investeringen nodig zijn, en dat er publieke en private middelen zullen moeten worden gemobiliseerd. Zij reiken ook de hand naar u, zij steken hun hand uit. Zij willen nadenken, en ze hebben voorstellen gedaan rond financiering en concrete projecten. U slaat die hand eigenlijk gewoon weg, u negeert het werk dat die mensen hebben verricht.

En dan komt u aan dit parlement zeggen dat u iedereen oproept om hier, samen met u, de schouders onder te zetten. U hebt zelfs niet eens geluisterd, u hebt die rapporten niet eens gelezen. U hebt hier een paar maanden geleden gezegd: ‘u denkt toch niet dat wij zo’n regeerakkoord op basis van een aantal tabellen snel-snel in elkaar kunnen steken?’ Wel, de SERV heeft in de zomer van 2019 aangegeven wat de bouwstenen kunnen zijn voor een klimaat- en energieplan, en u hebt dat advies gewoon naast u neergelegd.

Wat gaat u dan wel doen om de schijn op te houden? U gaat met uw regering andermaal kiezen voor een gemakkelijkheidsoplossing. U gaat schone lucht kopen in het buitenland, zoals eigenlijk ook de vorige regering al deed. En de SERV maakt haarscherp duidelijk wat de kost is van dat non-beleid. Omdat we geen van de drie klimaatdoelstellingen van 2020 zullen halen, worden we opgezadeld met een kost van maar liefst 433 miljoen euro. Dat cijfer is terug te vinden in hun advies. Daarvan is 42 miljoen euro terug te vinden; dat bedrag kunnen we wellicht dekken met emissiekredieten die we in het buitenland aankochten.

Maar voor de rest van de factuur, zo meldt de SERV, heeft deze regering nog geen oplossing voorzien. Bovendien zal een deel van de kosten elk jaar terugkomen, zolang we die doelstellingen niet halen. Dit, minister-president, is een gemiste kans van formaat. De Vlaamse belastingbetaler gaat zich blauw betalen aan boetes. Na de Turteltaks, die de Vlaming eigenlijk al op kosten had gejaagd, gaan we nu Demirboetes moeten betalen aan Europa om uw non-beleid recht te trekken. Tegelijkertijd zal diezelfde belastingbetaler niet kunnen profiteren van de vele voordelen die een effectief en efficiënt klimaatbeleid met zich meebrengt: propere lucht, een sterke economie en duizenden groene jobs.

En trekt uw regering hier nu lessen uit? Neen. U doet exact, minister-president, wat de vorige minister-president beloofd heeft niet te doen en nooit te doen: de factuur doorschuiven naar de volgende generatie. U schuift die factuur gewoon door naar de volgende generaties.

Maar ook ik wil eindigen met een oproep aan u. Het plan dat nu voorligt, gaat onder de lat door, is niet becijferd en is onvoldoende doorgerekend op zijn effecten. Waar we in Vlaanderen nu nood aan hebben, is een breed maatschappelijk debat, naar Nederlands model, met overleg met stakeholders, burgers, het middenveld, bedrijven en de financiële instellingen, om samen een robuust klimaatplan op te maken dat steek houdt. We moeten ook in overleg treden met andere regeringen in dit land, want we gaan dit samen moeten doen. Heel wat concrete voorstellen liggen klaar en Vlaanderen heeft de knowhow om bij de klimaatkoplopers te horen. We hebben die knowhow; ze zit bij ons. We hebben nog een jaar, tot de volgende grote klimaattop, in Glasgow eind 2020. Gebruik dat jaar. Wij steken de hand uit, samen met al die mensen en bedrijven hierbuiten, om daar samen aan te werken. Of zoals u zelf zei in dit parlement tijdens de regeringsverklaring: “Plus est en vous, plus est en nous”. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Minister-president Jambon heeft het woord.

Minister-president Jan Jambon

Mijnheer Rzoska, over cijfers en de toekomstige afwikkeling ervan zullen er gelegenheden genoeg zijn om van gedachten te wisselen. In de aanloop naar de verkiezingen heb ik veel over het plan van Groen kunnen discussiëren, weliswaar met uw federale collega’s. Gewezen op de onmetelijke kostprijs van dat plan, de onmetelijke belasting voor de werkende Vlaming en de onmetelijke belasting die daarmee gepaard ging voor Vlaamse bedrijven, moet ik me volledig aansluiten bij de analyse die u en uw kompanen gemaakt hebben na de verkiezingen ten opzichte van de verkiezingscampagne en de voorstellen van Groen: om ecologist te zijn, moet je vooral rijk zijn. Dat hebben we in dit plan proberen te vermijden. We hebben hier realistische en betaalbare voorstellen naar voren gebracht, zonder kosten af te wentelen op de werkende Vlaming en bedrijven, wat het plan van Groen volgens uw eigen analyse, waar ik me bij aansluit, wel zou doen. (Applaus bij de meerderheid)

U zou zich moeten schamen. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

U zou nu diep onder de grond moeten zakken.

Wij hebben inderdaad de moed gehad, onder meer uitgedaagd door uw partij, om een aantal becijferde trajecten op tafel te leggen. Het is wel degelijk onze intentie en onze overtuiging dat je een sociaal klimaatbeleid kunt voeren. Dat is trouwens ook wat de SERV naar voren schuift: iedereen mee. U moet mij niet komen zeggen wat ik moet doen. U had hier een kans om te laten zien wat u had moeten doen. U had hier een kans om cijfers op tafel te leggen, maar u durft ze zelfs niet op tafel te leggen. Weet u wat u doet? U trekt niet gewoon aan de handrem ten opzichte van uw voorganger, maar u zet de auto in achteruit en rijdt achteruit. Dat bent u aan het doen. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

Ik heb van u op dat vlak geen lessen te leren. Als u die discussie wilt aangaan, dan zeg ik tegen u: kom met uw becijferd plan. Wel, waar zit uw plan? Waar zit uw plan? PricewaterhouseCoopers (PwC) heeft het doorgerekend, en het blijkt gebaseerd te zijn op de oude versie. Van de maatregelen die PwC doorgerekend heeft, is een heel deel al niet meer terug te vinden in uw plan. Voor u die discussie wilt aangaan en over ons plan begint, zou u met uw plan moeten komen. U zou zich diep moeten schamen. Vlaanderen en de Vlaamse Regering hebben een opdracht om ervoor te zorgen dat niet enkel wij, maar ook zij die na ons komen, inderdaad in een proper, schoon en economisch sterk Vlaanderen leven. Dat zou uw opdracht moeten zijn. En stop met dergelijke onnozelheden. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, het verbaast mij wel een beetje van u dat u als groene jongen kennelijk ook niet het verschil kent tussen milieu en klimaat. Ik hoor u hier spreken over propere lucht. Daar is iedereen voor, maar dat heeft dus niks met het klimaat te maken. Ik zal u zelfs meer zeggen. Ik hoop dat u af en toe eens een natuurkundig tijdschrift leest, zoals Eos. Daar stond in 2018 al een artikel in getiteld ‘Schonere lucht is slecht voor klimaat’. Hoe komt dat? Omdat die deeltjes, die vervuiling de klimaatopwarming tempert. Als we dus streven naar meer propere lucht – en ik sta daar uiteraard volledig achter –, dan is dat dus slecht voor uw klimaatambities. Maar u haalt dat dus gewoon door elkaar. U bent een oplichter. U bent een groene oplichter, eigenlijk. (Gelach. Opmerkingen bij Groen)

Ik zou me daar gemakkelijk vanaf kunnen maken, als je voor oplichter wordt uitgemaakt. Kijk, mijnheer Van Rooy, ik heb een academische achtergrond, en ik luister naar wat wetenschappers naar voren schuiven. (Opmerkingen van Sam Van Rooy)

Dat was een wetenschappelijke studie, maar u weet evengoed als ik, of u zou het toch horen te weten, dat een van de klimaatmaatregelen, die trouwens in dit plan zit, en in alle plannen, te maken heeft met transport en met de manier waarop we ons verplaatsen. Ik denk dat voor degenen die in een stadskern wonen waar regelmatig files staan, de lucht die ze inademen niet zo gezond is. Wat mij betreft, is er wel degelijk een verband tussen klimaat en propere lucht.

U hebt daarnet gezegd dat wij religieuzen zijn. U valt dan andere religies aan via ons soort religie. Ik ben niet religieus. Ik ben iemand die probeert er op een rationele manier voor te zorgen dat niet enkel u, maar ook uw kinderen en al diegenen die na u komen eigenlijk in een proper Vlaanderen kunnen leven. Ik denk niet dat ik daar meer op moet zeggen. (Applaus bij Groen)

U laat het opnieuw zien. U eindigt met een emoverhaal over mijn kinderen, maar ik haal hier gewoon een studie aan waaruit blijkt hoe verschillend het probleem van de propere lucht, van de luchtvervuiling, is van het klimaatprobleem. U haalt dat bewust of onbewust door elkaar. U bewijst dat u dat ofwel niet kent ofwel niet wilt kennen, dat u de mensen dingen wilt wijsmaken. Meer zelfs, schonere lucht leidt tot meer klimaatopwarming. Lees die studie, ik zal ze u doorsturen als u wilt, en denk dan nog eens na voor u hier als een klimaatpaus iedereen de les komt lezen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik weet niet waarom, maar ik voel hier ineens de nood om erop te wijzen dat ik niet gedoopt ben. (Gelach. Opmerkingen)

Ik ben ook niet van plan om dat recht te zetten, voor wie daar zin in zou hebben. Ik sta hier dus ook niet om een religieus debat te voeren, voor wie denkt dat dat zo zou zijn. Ik heb de minister-president dat trouwens zelf ook vandaag horen zeggen in een interview. Minister-president, dit gaat niet over religie, dit gaat over wetenschap, en de wetenschap is nogal ondubbelzinnig daarover, en hoe langer hoe meer. Het gaat ook over economie. Die is ondertussen vrij verdeeld, maar ook hoe langer hoe meer, zeker in West-Europa en nog veel meer in Noordwest-Europa aan het tenderen naar grote investeringen in de toekomst in plaats van in het verleden. In die zin is dit klimaat- en energieplan van de Vlaamse Regering een enorme gemiste kans. Het was eigenlijk de eerste grote test voor een Vlaamse Regering die zich toch de ambitie heeft gesteld om Vlaanderen te herdefiniëren, om te omschrijven wat Vlaanderen is, waar het voor staat, of het nu als land, als regio, als deelstaat of als wat dan ook is. De conclusie daarvan is: we kunnen het niet, en als we het zouden kunnen, dan willen we het niet. Dat is wat het Vlaanderen van Jan Jambon is: niet kunnen en niet willen.

En dat is des te pijnlijker omdat letterlijk op dit moment de Europese Commissie verklaringen aflegt, waarbij ze de huidige 35 procent reductiedoelstelling, onder druk van Noordwest-Europese landen, opschroeft naar 50 procent reductiedoelstelling tegen 2030. Op dat eigenste ogenblik maakt het Vlaanderen van Jan Jambon, dat zich in het diepst van zijn dromen Noordwest-Europees voelt, zich belachelijk door de ambitie te verlagen naar 32,5 procent.

Dat is des te schrijnender en des te pijnlijker, niet zozeer omdat we daarmee niet alleen het klimaat van de hele wereld naar de knoppen helpen – al zou iedere bijdrage die we aan het vermijden daarvan kunnen leveren, er een zijn die we uit morele overwegingen beter zouden maken –, maar vooral omdat we daar onvoorstelbare economische kansen mee laten liggen. Dat is het nog des te meer als je het vergelijkt met de Nederlandse economie die amper op 100 kilometer van ons af ligt. Als ik het Nederlandse klimaatakkoord – niet -plan, maar -akkoord overlegd met alle sectoren in de samenleving – bekijk, met instemming van de industrie, met instemming van de werkgeversorganisaties, met instemming van de energieproducenten, met instemming van de consumentenverenigingen, met instemming van Jan en alleman, dan staat daar zwart op wit een reductie met 49 procent tussen nu en 2030.

Minister-president, dat zijn geen loze verklaringen en geen grote statements zonder basis. Neen, dat zijn concrete maatregelen. Ook die steken schrijnend af tegen wat de Vlaamse Regering doet en van plan is om te doen. Ik som er een paar op, maar ik kan er mijn hele spreektijd mee vullen: anderhalf miljoen woningen te renoveren tussen nu en 2030, wijk per wijk, met een lijst van wijken die beschikbaar zal zijn tegen het eind van volgend jaar, waarbij iedere gemeente dat zal weten. Dat zijn anderhalf miljoen woningen die energiezuinig gemaakt zullen worden. Klaar en duidelijk. 1,8 miljoen laadpalen voor elektrische voertuigen tegen 2030. De Vlaamse Regering is nog niet in staat om één paal voor bussen te zetten in Gent en komt dan zeggen dat anderen doelstellingen hebben maar geen plannen. U moest zich schamen met dergelijke statements! Echt waar!  (Applaus bij sp.a, Groen en de PVDA)

Ik kan nog de hele dag verdergaan met waar u zelf tegen onze meest nabije buren schaamtelijk tekortschiet, maar ik zal dat niet doen en het simpeler houden. Ik zal nog een cijfer noemen: ook Nederland heeft de meerkost daarvan laten berekenen, want daar is inderdaad een meerkost aan. In Nederland bedraagt de meerkost 0,5 procent van het bruto nationaal product. 0,5 procent van het bnp meerkost voor 49 procent reductie. Zegt u mij dan eens met welke legitimiteit u Vlaanderen voor dat soort van kost duizenden, om niet te zeggen honderdduizenden, jobs ontzegt die samengaan met de renovatie van anderhalf miljoen woningen, met de plaatsing van palen, met de investering in windenergie, zonne-energie en nieuwe technologie. Zegt u mij eens waarom uw Vlaamse Regering ons die kost voor comfortabele woningen – ook voor gezinnen die vandaag niet de middelen hebben om te lenen en dus aan uw premies niets zullen hebben omdat ze de kosten voor hun woning nu al niet kunnen betalen –, die investeringen, die kansen, die jobs, die toekomst ontzegt omdat u niet durft en niet wilt.

U blijft wel te allen prijze honderden miljoenen investeren in onderzoek naar nucleaire technologie dat al veertig jaar loopt en er nog steeds niet in geslaagd is om een betaalbare nucleaire centrale aan te bieden aan wie er een zou willen bouwen. En ik hoor daar voor alle duidelijkheid niet bij. Maar u blijkbaar wel, want u gelooft nog altijd dat er ooit een businessmodel van zal komen en u blijft er honderden miljoenen Vlaams belastinggeld in stoppen in plaats van dat te investeren in sectoren die al bewezen hebben dat ze jobs en toekomst op een milieuvriendelijke manier kunnen garanderen.

U doet nog iets veel ergers met het plan, en u gaat daar vrij vlot over, maar u hebt het wel gezegd, of toch een klein beetje. Omdat we zelf die jobs niet willen, omdat we zelf die nieuwe bedrijven niet willen ondanks het feit dat ze staan te schreeuwen om te investeren, omdat we de nieuwe economie van de toekomst niet willen voor onze kinderen, gaan we rechten kopen in het buitenland binnen Europa. Daar komt het op neer. En dat als we ten minste kunnen bewijzen waarom er een reden zou zijn dat het in Vlaanderen niet efficiënt is om woningen te renoveren, terwijl het in Nederland blijkbaar wel economisch efficiënt is. Maar in elk geval gaan we dan voor honderden miljoenen, en waarschijnlijk tegen 2030 voor ettelijke miljarden euro, Vlaams belastinggeld naar het buitenland dragen om er hun investeringen in nieuwe energie, hun jobs en hun economische groei mee te subsidiëren, omdat wij het niet wilden of omdat wij het niet durfden of omdat wij bepaalde andere vrienden niet tegen de borst wilden stuiten want stel u toch eens voor dat die in de problemen zouden komen. Dat is wat u en uw regering doen, minister-president.

Wat mij wel benieuwt en waarom ik oorspronkelijk een vraag had ingediend, ook aan de minister van Leefmilieu – maar ik begrijp dat die uiteraard niet snel het vliegtuig terug heeft genomen – ...

Mijnheer Tobback, even over uw opmerking over minister Demir: er was heel duidelijk afgesproken dat zij niet moest komen.

Ja, ik heb ook gezegd dat ik het begrijp.

Voor de duidelijkheid van iedereen die hier aanwezig is. 

Ik heb net gezegd dat ik het begrijp.

Ik wil dat nog eens duidelijk horen. Dank u wel voor de bevestiging.

Voorzitter, dit is een historisch moment. We zijn het met elkaar eens. May this be the beginning of a beautiful friendship. Je weet nooit waar het eindigt, dus ik ga voorzichtig zijn. (Gelach)

Waar ik wel zeer benieuwd naar ben, minister-president en minister van Begroting, is of een raming van de kosten hebt gemaakt – we weten dat het meer dan 400 miljoen euro zal zijn voor 2020 met de doelstellingen die we niet gaan halen – en welke kosten u hebt meegerekend tegen 2030 voor het niet halen van die doelstellingen? Wat voor soort van wiskundig model hebt u gebruikt, wat voor soort kost voor emissierechten hebt u gebruikt om af te wegen of het verstandig was om vandaag te investeren in de toekomst of binnen tien jaar de volgende regering met een hoop schuld achter te laten die ze naar het buitenland zal moeten dragen? Welke cijfers hebt u daarvoor gebruikt? Hebt u daar cijfers voor gebruikt? Of hebt u gewoon beslist: “Wij moeten dat niet betalen, het is voor de volgende regering. Het is in 2030, dat zij er hun plan mee trekken. We zullen dan wel zien.” Ik vrees dat het dat laatste is, maar u mag mij tegenspreken. Ik stel klaar en duidelijk de vraag: “Wat voor soort kost hebt u per eenheid die u zal moeten aankopen, in rekening genomen?” Hebt u rekening gehouden met het feit, dames en heren van de regering, dat indien de Europese doelstelling wel degelijk naar 55 procent zou gaan, onder druk van die vooruitstrevende economisch moderne Noordwest-Europese landen, die kost wel eens gigantisch veel hoger zou kunnen zijn omdat het overschot in andere landen lager zou liggen of kunnen liggen? Dan zouden we in de toekomst veel meer Vlaams belastinggeld moeten gebruiken om investeringen in andere Europese landen te subsidiëren. Ik hoop dat we er straks een antwoord op krijgen: wat is de kost die u hebt meegerekend? De Vlaamse belastingbetaler – ook diegene die niet geïnteresseerd is in klimaatreligies of hoe u ze ook wil noemen – heeft recht op een antwoord, want het is het geld van iedereen, zowel van de Anuna De Wevers als van de mensen die niet in thermometers geloven. Minister, dat is uw verantwoordelijkheid.

Ik wil afsluiten met een bedenking. Ik ben jong genoeg om nog op school gezeten te hebben ten tijde van de derde industriële revolutie. Ik volgde toen de Vlaamse politiek nog niet echt, maar ik herinner me nog wel de affiches met de robotarm. Ik vond dat een heel mooi project. Het was ook een Vlaamse Regering die Vlaanderen probeerde te definiëren. Ze heeft toen Vlaanderen gedefinieerd met technologische ambitie, maar ze heeft ook boter bij de vis geleverd en vandaag plukken we daar de vruchten van met onderzoekscentra, met toptechnologie, met instellingen zoals imec enzovoort. Allemaal toekomstgerichte investeringen. Waar is die geest van ambitie om Vlaanderen te profileren als een voorloper in plaats van een achterblijver, om Vlaanderen te profileren en te ontwikkelen als een economische regio die in Europa vooroploopt in plaats van achterna te hinken? Waar is die ambitie – of het in klimaatbeleid of iets anders is –, gebleven in deze regering, zeker een regering die de hele tijd ‘Plus est en vous’ zegt.  (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

‘En nous?’ Wel, onder ons gezegd en gezwegen, ik hoop dat er ‘en nous’ iets meer is, want, als het dit is, geloof ik niet in u. Dit is niet veel, minister-president. Dan stelt u niet alleen mensen teleur die zich zorgen maken over het klimaat, die zich zorgen maken over de luchtkwaliteit, maar ook mensen die zich zorgen maken over de toekomstige positie van Vlaanderen in een Europa dat vooruitgaat en pijlsnel aan ons voorbij aan het lopen is. U stelt ze allemaal teleur en als eerste prestatie van deze Vlaamse Regering, kan dat wel tellen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Van Rooy heeft het woord.

Collega Tobback, u bent advocaat, en dat is eraan te zien als u daar vooraan staat, want u verkoopt het onverkoopbare, en u doet dat nog goed ook. Maar als u tussendoor zo’n opmerkingetje maakt van niet in thermometers geloven, dan kan ik u er als wel wetenschappelijk geschoolde toch even op wijzen dat het meten van de temperatuur van de aarde en de atmosfeer iets heel anders is dan een thermometer onder uw oksel steken. Dat is iets totaal anders, laat staan vijftig jaar geleden of honderd jaar geleden. Dat vergelijken is een zeer moeilijk proces, waar al regelmatig fouten in zijn vastgesteld, meetfouten, en waarover u iets minder hoog van de toren zou moeten blazen.

Als u het hebt over de wetenschap, wel, dan bewijst u het eigenlijk volledig, want de wetenschap bestaat niet, laat staan dat er een consensus in de wetenschap kan bestaan. Wetenschap betekent voortdurend twijfelen, voortdurend onderzoek doen, het betekent modellen creëren en ook nakijken of die modellen in de praktijk doen wat er wordt voorspeld. Dat is vandaag niet aan de orde. Vandaag is er te veel twijfel, zowel over de temperatuur van de aarde als over het klimaat in zijn geheel.

U moet dat maar eens goed bestuderen. Als advocaat kunt u grote pakketten verslinden. Ik raad u aan om dat eens te doen en wat minder hoog van de toren te blazen als u daar vooraan staat. De manier waarop u dat doet, getuigt van denigrerend zijn voor andere politici die wel gestudeerd hebben in de wetenschap. (Gelach)

Doe dat ook eens. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Voorzitter, in de geest van collegialiteit hecht ik eraan dat in het verslag wordt genoteerd dat ik één ding terugneem: na deze uitleg geloof ik dat collega Van Rooy weet wat een thermometer is. (Applaus bij sp.a)

De heer D'Haese heeft het woord.

Minister-president en ministers, jullie komen hier vandaag met een plan waarvan jullie zeggen dat het ambitieus, haalbaar en betaalbaar is. Ik stel voor dat we dat eens overlopen.

Laten we beginnen met ambitieus. Vlaanderen zal meer dan zijn steentje bijdragen, zegt u. Maar Vlaanderen blijft wel onder de doelstellingen die ons worden opgelegd. Die 35 procent reductie tegen 2030 is heus niet zoveel, maar zelfs daar slagen jullie op papier niet in. Zelfs op papier slagen jullie er niet in om dat te bereiken.

Op voorhand vastleggen dat je een doelstelling niet zult halen: hoe ambitieus kan het worden, beste ministers? Het heeft iets weg van limbodansen in plaats van hoogspringen als de lat zo laag ligt. Het is geen mooi schouwspel om te zien.

Jullie zeggen dat jullie naar het noorden kijken. Maar dan niet als het gaat over klimaatdoelstellingen. Denemarken: min 70 procent, Zweden: min 75 procent, Duitsland: min 55 procent, Finland: min 100 procent tegen 2030. Vlaanderen is formeel: 35 procent, dat kunnen wij niet halen.

Het is net hetzelfde verhaal over hernieuwbare energie. Jullie komen hier heel trots zeggen dat jullie naar 28,5 gigawatt hernieuwbare elektriciteit gaan, maar de doelstelling was 27,7. Dat verschil is heus niet zo groot.

Inzake de groei van onshore wind, stellen jullie een lager groeitempo voor dan de afgelopen jaren. Minder capaciteit hernieuwbare energie via onshore wind die er in de komende jaren bij komt in vergelijking met de afgelopen jaren. Is dat ambitie?

Dat is achteruitgaan.

Jullie willen de capaciteit voor zonne-energie verdubbelen. We zitten nu op 3,2 gigawatt elektriciteit. Het optimale potentieel voor zonnedaken is 15,6 gigawatt elektriciteit. Er is dus een mogelijkheid, een technisch potentieel om maal 5 te gaan. Jullie zeggen dat een verdubbeling ruim binnen de mogelijkheden van het potentieel ligt. Niets doen is ook ruim binnen de mogelijkheden van het potentieel natuurlijk.

De vraag is: hoe gaan we dat potentieel waarmaken? Daar zien we hier heel weinig concreets voor. Er is heel veel laaghangend fruit, maar jullie laten het gewoon rotten aan de bomen terwijl zonne-energie kostenefficiënt is. Dat is betaalbaar, dat verdient zichzelf terug als we erin zouden investeren. Dat verdient zichzelf terug als je daarin bijvoorbeeld investeert met een derdebetalersregeling zoals men dat in Stuttgart heeft gedaan. Daar gaat men zonnepanelen op de daken van de gezinnen leggen die dan via de energierekening worden terugbetaald. Dat is betaalbaar als je daar met een publiek energiebedrijf in investeert want dat betaalt zichzelf terug.

Jullie zeggen dat jullie aan ‘science based’ beleid willen doen. We hebben hier vorige week een groot debat gehad over ‘science based’ klimaatbeleid, maar jullie eigen Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) zegt dat we tegen 2050 100 procent hernieuwbare energie kunnen hebben en jullie blijven steken ver onder die doelstellingen. Tegen 2030 zouden we 25 procent moeten hebben, en jullie blijven daar ver onder. Zelfs dan nog, voor die lage ambities die erin staan, is de grote vraag: wat gaan jullie nu doen om dat mogelijk te maken? Ik lees dat niet in dat plan. Als de markt het vandaag niet aankan – dat blijkt, want het tempo is veel te laag – investeer er dan toch zelf in. Qua ambitie is het klimaatplan wat mij betreft gebuisd.

Haalbaar. Collega's hebben al aangehaald dat jullie bijvoorbeeld volgens de Bond Beter Leefmilieu (BBL) helemaal niet richting die 32,6 procent gaan. Jullie stevenen af op 15 tot 20 procent reductie tegen 2030. Het is blijkbaar dus toch niet zo haalbaar. Misschien moet er toch nog een tandje worden bijgestoken, ook als je kijkt naar een aantal maatregelen, zoals het noodkoopfonds waarvan mensen een renteloze lening kunnen krijgen van maximaal 25.000 euro voor de renovatie van een heel slecht huis. Wel, er zijn in Vlaanderen ongeveer 120.000 dergelijke huizen – de minister van Wonen zal mij misschien verbeteren en zeggen dat het een beetje lager of hoger ligt. Dat is ongeveer 4 procent van het patrimonium. Jullie willen 620 woningen per jaar renoveren. Daar hebben jullie een budget voor vrijgemaakt. In dat tempo duurt het 192 jaar vooraleer we erdoor zijn. Dat is niet haalbaar om rond te krijgen in 2030.

Er zit heel weinig nieuws in dat plan om het haalbaar te maken. 10.000 hectare bos wordt er beloofd. Ik denk dat die belofte de langst durende belofte is in dit parlement. Die is voor de eerste keer gemaakt in 1997. Ik denk dat ik toen nog op de lagere school zat. In 1997 is hier voor het eerst 10.000 hectare extra bos beloofd. Vandaag hebben wij bijna exact evenveel hectare bos in Vlaanderen als toen in 1997. Nu is de vraag: wat gaan jullie concreet doen? Ik zie geen concrete maatregelen. Ik zie weinig concrete budgetten om die 10.000 hectare bos nu eindelijk wel te realiseren want het grootste deel van de partijen die hier vandaag ministers leveren is hier sinds 2004 aan de macht en er zit geen verbetering in die bosoppervlakte in Vlaanderen. Hoe jullie nu ineens zonder veel nieuws enorme reducties gaan realiseren terwijl het vorige plan nog faliekant gebuisd was, ik vraag het me af.

Is het betaalbaar? Ik heb de indruk van niet. Ik heb de indruk dat dit plan niet alleen slecht is voor het klimaat maar ook slecht voor de portemonnee. U hebt het daarnet gehad over de energieprijzen en dat betaalbare energie essentieel is voor het draagvlak van het klimaatbeleid. Maar dan moet u misschien eens uw plan herschrijven of zo. In heel dat klimaatplan komt de betaalbare energiefactuur voor gezinnen één keer voor. Wat staat er? “De energiefactuur moet betaalbaar blijven.”

Beste ministers, de energiefactuur is vandaag niet betaalbaar. De afgelopen legislatuur is ze met 40 procent gestegen. Op een moment is ze gedaald en dat is toen wij met de PVDA de Turteltaks hebben afgeschaft gekregen. Dat is het enige moment waarop de energiefactuur gedaald is, en voor de rest is ze de afgelopen vijf jaar met 40 procent gestegen. Die energiefactuur is dus niet betaalbaar en er is geen enkele concrete maatregel om die factuur te doen dalen.

Voor wie zijn er wel maatregelen? Voor grote bedrijven en multinationals. Daar is het blijkbaar wel essentieel dat die factuur naar beneden gaat. Daar komt er een energienorm, om ervoor te zorgen dat de energieprijzen niet hoger liggen dan in onze buurlanden. Daar wordt er met 93 miljoen euro van het Klimaatfonds gesmeten, om die emissiekosten te compenseren.

Ik ben nog iets vergeten, sorry. Jullie halen ook nog wel de straatverlichting uit de energiefactuur. Twee euro per jaar. Sorry, dat was ik vergeten.

Jullie blijven ver achter om ons huizenpark te isoleren, het slechtst geïsoleerde van heel Europa, terwijl dat net ongelooflijk kan helpen om klimaattransitie betaalbaar te maken. Het zijn net de laagste inkomens die vandaag het meeste uitgeven aan energie bij hen thuis, omdat ze zo'n slecht geïsoleerd huizenpark hebben. Maar jullie blijven daar heel ver achter. Klimaatbeleid zou een hefboom kunnen zijn voor sociale maatregelen, die mensen vooruithelpen – niet alleen onze planeet, maar ook onze mensen – met een duurzame mobiliteit, met gezonde woningen. Op al die vlakken zien we geen ambitie.

Ook voor de overheid ziet het er niet naar uit dat het betaalbaar gaat worden. Het niet halen van doelstellingen kost geld. Jullie gaan rechten moeten bijkopen, in het buitenland, of wie weet zelfs in Wallonië, stel je voor. Dat kan gemakkelijk oplopen tot 100 miljoen euro die jullie gaan moeten uitgeven aan emissierechten. Zouden we dat geld nu niet beter investeren in nuttige dingen, in openbaar vervoer, renovaties, zaken die mensen ten goede komen?

Een sociaal en een ecologisch beleid, beste ministers, dat is geen keuze die je moet maken. Dat gaat samen. Dat kan zelfs niet zonder elkaar, want anders verliezen we effectief mensen. Het is niet haalbaar, als je het mij vraagt. Het is niet ambitieus, als je het mij vraagt. En het is al helemaal niet betaalbaar. Dat komt ook voor een groot stuk doordat jullie de grote vervuilers buiten schot laten. Als je de studie van PricewaterhouseCoopers leest, zie je dat de gezinnen heel grote kosten zullen mogen dragen. Maar de grote vervuilers blijven buiten schot. Er is geen potentieelstudie in Vlaanderen om te zien welke reducties daar mogelijk zijn. In Nederland heeft men zo'n potentieelstudie gedaan en komt men uit op een mogelijke emissiereductie van maar liefst 13 miljoen ton CO2. Jullie hebben zelfs niet zo'n studie besteld. In Nederland is er een reglementering, de energiebesparingsplicht, die maakt dat energie-intensieve bedrijven maatregelen die binnen de vijf jaar terugverdiend worden, verplicht moeten uitvoeren. Waar blijft dat soort regelgeving hier? Waar blijven die bindende normen om ervoor te zorgen dat wij die doelstellingen gaan halen?

Ik had het al over ‘science-based policy’, waar we vorige week over gesproken hebben. Jullie gaan ver onder de lat, en dan rekenen jullie blijkbaar op mirakels. De minister-president zei in de pers: “Iets in mij zegt dat wij binnenkort zelfrijdende elektrische auto's gaan hebben.” En die gaan het gat dan wel dicht rijden. Ik noem dat geen ‘science-based policy’. Ik noem dat hocuspocuspatsbeleid. Gewoon afwachten, verder laten verrotten en hopen dat het later wel in orde komt door een of andere mirakeloplossing. Iets in mij zegt dat ons openbaar vervoer vandaag vierkant draait en dat we daar dringend iets aan moeten doen. In Antwerpen is er eergisteren een nieuwe dienstregeling ingegaan. De perrons stonden overvol en het dak van het nieuwe premetrostation is naar beneden gekomen. Dat is de staat van ons openbaar vervoer. Maar extra investeringen daarin, die vinden we niet terug. Het zijn de drones en de elektrische zelfrijdende auto's die ons gaan redden.

Dan is dit mijn grote vraag aan jullie, en ik meen dat echt. Europa staat op het punt om de ambities te verhogen. Ik kreeg net nog die melding binnen op mijn telefoon. 55 procent tegen 2030 wordt waarschijnlijk bindend. Wat gaan jullie dan doen? Waar gaan jullie dan mee afkomen? Teleportatie van pakjes? Hyperlooptunnels? Ik weet het niet. Voor mij allemaal goed, die mirakeloplossingen, maar waar is jullie concrete beleid om die ambitie waar te maken? Laat ons toch die zaken vastpakken waarvan we vandaag weten dat we ze kunnen verbeteren: openbaar vervoer, isolatie, hernieuwbare energie en zo verder.

Ik vind het stuitend dat deze regering er niet in slaagt om een geloofwaardig en ambitieus klimaatplan op tafel te leggen, op het moment dat heel de wereld roept om klimaatactie, op alle continenten. Op de klimaattop in Madrid kreeg België al opnieuw de prijs ‘fossiel van de dag’. Het is voor de zoveelste keer op rij dat we die krijgen, omdat ons klimaatbeleid geen vooruitgang boekt. Ik heb de indruk dat deze regering vastbesloten is om het fossiel voor de rest van het decennium in haar kast te kunnen zetten, om te kunnen zeggen: kijk eens wat voor een mooie prijzen wij binnenhalen. We zouden ermee kunnen lachen, maar het zijn de volgende generaties die daar de prijs van gaan betalen. (Applaus bij Groen, sp.a en de PVDA)

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, om er toch geen enkele twijfel over te laten bestaan: de opwarming van de aarde is uiteraard een probleem van de eerste orde, dat wereldwijd moet worden aangepakt. Vlaanderen moet zeker zijn deel doen. De N-VA heeft altijd gezegd dat we geen dingen willen beloven die we niet kunnen waarmaken. Wat we beloven, moeten we ook doen, en liefst iets meer dan wat we beloofd hebben. Dat is ons standpunt geweest, en dat blijft ook in deze regeerperiode ons standpunt.

We weten dat Europa vraagt dat België tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 35 procent vermindert ten opzichte van 2005. De verdeling over de verschillende gewesten en het federale niveau is nog niet gebeurd, collega’s, maar gemakshalve gaan we ervan uit dat ook Vlaanderen 35 procent minder broeikasgassen uitstoot.

Maandag is er afgeklopt op 32,6 procent. Dat is niet 35 procent, maar het is wel boven het Europese gemiddelde van 30 procent. Niets belet ons om de komende tien jaar opportuniteiten aan te grijpen als ze zich aandienen. Bovendien zeggen Wallonië en Brussel dat ze flink meer gaan doen dan die 35 procent. België moet dus niet wanhopen, die 35 procent zal blijkbaar gemakkelijk gehaald worden. Laten we die extra inspanning van de Waalse collega’s en van Brussel verwelkomen als een geste ter compensatie van de solidariteit die Vlaanderen op vele andere terreinen elk jaar aan de dag legt. (Applaus bij de N-VA)

Laat dat geen excuus zijn voor Vlaanderen om achterover te leunen. Wij hebben wel degelijk inspanningen gedaan en wij gaan die wel degelijk blijven doen. Het regeerakkoord en het klimaatplan gaan ervan uit dat de maatregelen haalbaar en betaalbaar moeten zijn. Dat is al een paar keer gezegd. Voor een aantal maatregelen uit de vorige regeerperiode leek het draagvlak te zwak. Om die reden werden die maatregelen vervangen door andere. Ik som er straks een paar op. U weet dat er 350 zijn, we gaan ze dus niet allemaal opsommen.

Er werden ook maatregelen behouden die door de vorige regering in de steigers werden gezet. Verharding tegengaan, de bouwshift, verdichting, bouwen dicht bij voorzieningen, signaalgebieden schrappen, waterzieke gebieden met een harde bestemming, ledverlichting op de autostrades, enzovoort. Dat blijft allemaal. En natuurlijk werken ook de realisaties van de vorige regering door: vergroening van de belasting op de inverkeerstelling (BIV), vergroening van de verkeersbelasting, kilometerheffing voor vrachtwagens, investeren in sociale woningen. Dat werd hier ook al gezegd. De vorige regering had 4 miljard euro over voor onder andere isolatie. Dan is er nog het vergroenen van het openbaar vervoer. De Lijn koopt geen dieselbussen meer sinds 2017. Vlaamse kantoorgebouwen oprichten bij stations, isolatienormen verstrengen, dakisolatie, dubbel glas, spouwen, premies voor warmtepompen, enzovoort.

Er is dus wel wat gebeurd. Daarom, collega’s, word ik kwaad wanneer ik telkens opnieuw hoor dat Vlaanderen niets doet en dat er niets gebeurt. Dat is manifest onwaar. Vlaanderen doet wel een en ander, doet veel en gaat nog veel doen.

Er wordt ook altijd gewezen op de wetenschappelijke bevindingen. Dat is uiteraard terecht. De wetenschappers zijn en blijven ons kompas. Maar de doelstellingen en mechanismen waarmee wij werken, zijn geen wetenschappelijke maar politieke keuzes. Dat Vlaanderen nu 35 procent van de uitstoot moet verminderen, is niet gebaseerd op ons aandeel in de uitstoot of op de al dan niet gedane inspanningen, op onze potentiële reductie of op kostenefficiëntie. Neen, dat is gebaseerd op de financiële draagkracht van dit land, het bruto binnenlands product (bbp) per capita. Dat is dus een politieke keuze van Europa, zoals het ook een politieke keuze is om houtverbranding te bestempelen als hernieuwbare groene energie, of om voorbij te gaan aan de gevolgen van houtverbranding of biomassa in de vorm van pellets op de bosbestanden.

We zijn een dichtbevolkte regio met een energieverslindende industrie, de petrochemie bijvoorbeeld, we zijn een verkeersknooppunt, en onze bedrijven deden al grote inspanningen, waardoor wij eigenlijk aan de top staan wat de CO2-reductie betreft. Maar dat brengt mee dat de extra inspanningen die we moeten doen, ons veel moeite en veel geld kosten. Daardoor zijn die inspanningen niet kostenefficiënt, en dat is belangrijk in deze discussie. Een vermindering met 23 procent zou voor ons land wel kostenefficiënt zijn, dat wil zeggen dat de resultaten in verhouding zouden staan tot de inspanningen die je moet doen. Polen bijvoorbeeld kan veel kostenefficiënter CO2 reduceren dan Vlaanderen. Polen moet van Europa de uitstoot verminderen met 7 procent, een politieke keuze.

Sta mij toch toe een aantal nieuwe maatregelen te noemen in dit klimaatplan. We werken daarbij meer dan in het verleden op energiebesparing eerder dan op de productie van groene energie. De voorbije tien à twintig jaar investeerde Vlaanderen zo’n 20 miljard euro in productie, waarvan 14 miljard euro in zonnepanelen, en slechts 1 miljard euro in energie-efficiëntie. Ik geef een aantal voorbeelden van nieuwe maatregelen, heel concreet. U zult misschien zeggen dat dat kleine dingetjes zijn, maar ze zijn wel heel concreet – ik vind dat altijd belangrijk. Niet alleen de overheidsgebouwen, onze scholen en onze kantoren moeten aan strenge isolatienormen voldoen, maar ook de tertiaire sector: kmo, handel, zorg, horeca. Dat is nieuw. De Lijn koopt vanaf 2020 enkel nog bussen die geen CO2 uitstoten. Dat is nieuw, in de vorige tekst stond: ‘weinig CO2 uitstoten’. De Lijn rijdt uitstootvrij in stadscentra vanaf 2025. Vanaf 2021 – dat is morgen – worden meer vervuilende wagens duurder, milieuvriendelijkere wagens goedkoper; in de vorige tekst stond hierover niets concreets. Het aandeel duurzame vervoersmiddelen moet voor heel Vlaanderen toenemen tot minstens 40 procent; in de vorige tekst werd geen percentage vermeld. Vanaf 2021 koopt de Vlaamse overheid geen personenwagens meer met enkel een klassieke verbrandingsmotor; in de vorige tekst werd geen datum vermeld. De doelstelling energie-efficiëntie – zeg maar besparing – is voor de Vlaamse overheidsgebouwen verstrengd van 2,09 naar 2,50 procent per jaar. Vanaf 2021 kunnen bestaande stookolieketels niet meer vervangen worden als er aardgas in de straat aanwezig is.

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, collega’s, het zijn er 350, maar ik ga er nog 2 of 3 opnoemen. Vanaf 2021 laten we in grote verkavelingen en grote appartementen geen warmteproductie meer toe als dat enkel aardgas is. Er komen scherpere maatregelen voor bedrijven, voor grote verbruikers worden bijvoorbeeld de energiebeleidsovereenkomsten aangescherpt. Een hele reeks concrete maatregelen: als je ze allemaal optelt, ben ik ervan overtuigd dat dat wel degelijk resultaat oplevert. Er staan in dat nieuwe klimaatbeleidsplan heel wat nieuwe dingen, heel wat scherpere dingen als we het vergelijken met het ontwerpplan dat we vorig jaar op tafel hadden liggen.

Ik besluit met iets waarover we het in het debat over uitstootvermindering haast nooit hebben, omdat het er misschien ook maar zijdelings mee te maken heeft, namelijk het verhaal van het vasthouden van CO2, bijvoorbeeld in bossen en graslanden. De minister-president zei al dat deze regering 10.000 hectare extra bos, waarvan 4000 hectare in deze legislatuur, en 20.000 hectare natuur, vooral nieuwe natuur, onder natuurbeheer wil brengen. Ik heb me jarenlang ingespannen voor het behoud en de uitbreiding van onze bossen en voor de fameuze poldergraslanden. Onze akkerlanden verliezen gigantisch veel CO2, maar die graslanden houden gigantisch veel CO2 vast. Daarom vestig ik graag uw aandacht op een bijzondere passage in dit nieuwe klimaatplan. Waarom zouden wij onze landbouwers niet vergoeden voor de opslag van CO2? Waarom zouden we hier op Vlaams niveau geen systeem opzetten dat wie koolstof uitstoot, bijvoorbeeld de kantoorgebouwen van onze banken, warenhuizen of firma’s die veel vliegreizen maken, dat op die manier compenseert, op vrijwillige basis? Collega’s, een lokale, Vlaamse koolstofmarkt, wetenschappelijk onderbouwd, en met betrouwbare certificaten. Dat laatste is een van de projecten waar onze fractie voluit voor wil gaan: het vergoeden van de ecosysteemdiensten, in dit geval een win-win voor onze samenleving, voor ons milieu en zelfs voor onze landbouw.

En als we die vernieuwende stappen in deze regeerperiode kunnen zetten, dan maken we echt het verschil. Daarvan ben ik overtuigd.

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, ik heb vier puntjes. Dat valt mee.

U gaat er ten eerste prat op dat de N-VA beloftes aangaat en ze ook uitvoert. Het is een klein beetje wrang om dat te horen op het moment dat u op het punt staat om al uw doelstellingen tegen 2020 te missen. De regering waarvoor uw partij onder andere de minister-president leverde, heeft gewoon al haar klimaat- en energiedoelstellingen tegen 2020 gemist. Qua beloftes is daar niets van in huis gekomen, en ik zie dan ook geen enkele reden waarom we er nu op zouden moeten vertrouwen dat dat plots wel zo zou zijn.

Ten tweede is er de reductie tegen 2030. Ik heb minister Demir daar al over ondervraagd. Zij heeft me toen bevestigd dat Vlaanderen voor een reductie van 35 procent zou gaan. U kunt dat nagaan in het woordelijk verslag. Zij heeft mij dat drie of vier weken geleden bevestigd.

Twee of drie weken later is dat objectief al afgezwakt. U hoeft niet af te komen met te zeggen dat dat allemaal nog niet is afgesproken. De bevoegde minister heeft zich daarover uitgesproken en u bent daar op teruggekomen. Ik vind dat een belangrijk politiek feit.

Ten derde wordt u er wrevelig van als wij zeggen dat er niets gebeurt, maar de minister-president heeft net zelf toegegeven dat er de afgelopen jaren met N-VA-ministers, -ministers-presidenten en -regeringen veel op papier is gezet, maar weinig werd uitgevoerd. Vooral: dat het zeer weinig resultaat heeft gehad. Getuige daarvan is dat u de doelstellingen van 2020 mist. Ik zal u de cijfers nog eventjes in herinnering brengen. Sinds het aantreden van de vorige regering met dezelfde coalitiepartners als nu, is er geen enkele daling van de uitstoot van broeikasgas. Niet in de ETS-sector en niet in de non-ETS-sector. In geen van die sectoren is er een significante daling van de uitstoot van broeikasgassen. Voor de industrie zien we sinds 2017 een vlakke lijn, mijnheer Vandaele. 

Ten vierde zegt u dat u het wel voor de industrie aanscherpt en dat u de EBO’s zult aanscherpen, maar dat zijn vrijblijvende overeenkomsten, die bovendien bijzonder weinig resultaat boeken en die eigenlijk onder de door Europa opgelegde vooruitgang van energie-efficiëntie blijven. Mijn vraag is dan wat u bedoelt met aanscherpen? Gaat u dat wel verplicht maken? Liggen die doelstellingen eindelijk wel op peil? Ik zou dat heel graag weten, want ik weet niet wat u met het woordje aanscherpen wilt zeggen.

Tot slot is er vorige week al veel gesproken over de emissiehandel. Als er een ding duidelijk is over de emissiehandel dan is het wel dat die niet werkt. Voor de Vlaamse ETS-sector zien we gewoon geen evolutie meer sinds 2013, als ik me niet vergis. Vorige week wilde u die emissiehandel exporteren naar de rest van de wereld. U wilt een Vlaamse export van dingen die niet werken. Vandaag gaan we dat naar de landbouw uitbreiden, dus we zullen het recept waarvan we weten dat het niet werkt en waarvan bewezen is dat het niet werkt, uitbreiden naar andere sectoren. Dan vraag ik me af welke visie er achter dat klimaatbeleid zit.

De heer Vandaele heeft het woord.

U zegt dat wij onze beloftes niet zijn nagekomen en dat we er prat op gaan dat we die wel willen halen. U hebt gelijk dat het veel moeilijker is gebleken om de dingen te doen die de vorige regering van plan was om te doen. Het was effectief niet eenvoudig. Dat we niets gehaald hebben, is ook niet zo. Voor energie-efficiëntie halen we een van de drie doelstellingen voor 2020 moeiteloos, en over de twee andere blijft tot op vandaag onduidelijkheid.

Ik zat vorige week nog in een debat waar uit de cijfers die mij toen werden aangereikt, bleek dat we eind 2019 begin 2020 op een 10 procent zouden raken wat de reductie betreft. We zaten in 2017 al op 6 procent. De minister-president maakt het helemaal een beetje minimalistisch door te zeggen dat we moeten uitgaan van 5 procent, maar goed. Die 15 procent voor reductie halen we niet. Voor hernieuwbare energie zitten we op 10 procent van de 13,7 procent als alles goed gaat. 

Efficiëntie halen we wel. En dan zegt u: ‘Het is allemaal niets. Het is weer hetzelfde verhaal. Jullie doen niets.’

U zegt: ‘U belooft 35 procent. De minister heeft in de commissie’ – of waar dan ook – ‘gezegd dat dat het doel blijft.’ Wel, dat blíjft ook het doel. Dat is ook wat de minister-president heeft gezegd. Wij blijven vasthouden aan die intentie. Alleen, met die lijst met 350 concrete maatregelen die hier voorligt, komen we op 32,6 procent. En dan moeten we toch ook wel toegeven … We hebben nog tien jaar te gaan. Er zullen ongetwijfeld nog dingen gebeuren op het gebied van innovatie. Maar laten we ook eens kijken naar het federale niveau. We hebben vernomen dat er een voorstel is waarmee we het helemaal eens zijn: bedrijfswagen enkel nog elektrisch. Wie weet, 6 procent btw op nieuwbouw. Ja, dan halen we dat gemakkelijk, collega. Dus u moet ook eens ruimer kijken dan alleen maar dit halfrond. (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Ik schrijf dingen op, voorzitter, die ik dan niet meer kan lezen. Dat is mijn probleem.

U zegt dat de emissiehandel niet werkt. Wie zegt dat? Ik vind het in essentie – dat heb ik altijd gevonden – een schitterend systeem: je betaalt om te mogen vervuilen. Het is geen vanzelfsprekendheid dat u zomaar de lucht en het milieu, die van iedereen zijn, kunt vervuilen. U moet daarvoor betalen. Dat is het minste wat we van u kunnen vragen. Volgens mij werkt dat systeem wel. Het klopt dat het verfijnd kan worden, maar men heeft het al een paar keer bijgestuurd. U zegt dat het belachelijk is om zoiets op Vlaams niveau te doen. Maar u zei daarnet dat u naar de buurlanden kijkt. Was u het niet? (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Nederland is bezig met een eigen Nederlands, kleinschalig, lokaal systeem. Daarbij kunnen bedrijven, firma’s, kmo’s die uitstoten en daar vrijwillig iets tegenover willen stellen, investeren in bijvoorbeeld natuurgebied of graslanden. Dan heeft dat een heel concreet effect.

Collega Vandaele, mag collega Van den Heuvel u op dat punt even onderbreken?

Collega Van den Heuvel, er is een storing op uw microfoon. U zult dus even van plaats moeten wisselen. U kunt bijvoorbeeld naast de heer Rzoska gaan zitten. (Gelach. Opmerkingen)

Als hij moet kiezen, dan blijkbaar toch niet naast de heer Rzoska. (Gelach)

We hebben deze middag al heel wat stand-upcomedians langs de rechterzijde aan het woord gehoord.

Mijnheer D'Haese, u mag niet in die val trappen. Het is heel duidelijk: ETS heeft ervoor gezorgd dat er in de grote industrie tussen 2005 en 2018 een reductie van bijna 30 procent van de uitstoot van broeikasgassen is geweest. We vechten nu voor 35 procent. Iedereen zegt dat dat onhaalbaar is. Welnu, dankzij het ETS-systeem is men van ongeveer 45 miljoen ton naar ruim 30 miljoen ton gegaan: een daling van 30 procent. Die resultaten zijn er. Erken die dan ook. Dat ETS-systeem werkt.

Want als we een populistisch opbod doen, van ‘dat werkt niet’ en ‘er gebeurt niets’, dan hebben we nooit een draagvlak. En dan krijgen de mensen die inderdaad geen thermometers kunnen lezen, nog gelijk ook van het grootste deel van de Vlamingen. En dat moeten we absoluut vermijden. Geloof in de instrumenten! Wees ambitieus! En geloof ook in de innovatie! En zo kunnen we de klimaatuitdaging daadwerkelijk aan. (Applaus bij de meerderheid)

Collega’s, ondertussen hebben verschillende collega’s het woord gevraagd. Maar wil iemand concreet op dit punt tussenkomen?

De heer D’Haese heeft het woord, maar dan enkel over dit punt.

Ja, enkel over dit punt. Want we moeten de cijfers wel correct weergeven. Mijnheer Van den Heuvel, u spreekt over de reductie tussen 2005 en 2018. Maar u moet er wel bij vertellen dat dat plaatje stopt in 2013. In 2013: 32,7 megaton CO2-equivalenten in de ETS-sector in Vlaanderen. In 2018: 31,9 megaton. Dat is een daling van 0,8 megaton CO2 over die periode van 2013 tot 2018. 

Dat systeem werkt niet, want u weet ook heel goed dat die reducties in het begin van de jaren 2000 zeer weinig te maken hebben met het ETS-systeem, maar vooral met een aantal technische productieprocesaanpassingen in de Antwerpse haven rond de salpeterzuurproductie. Maar blijkbaar interesseert het u helemaal niet om het debat te voeren, u scheldt eerst anderen uit voor populist en dan praat u met iemand anders terwijl ik u antwoord. Qua debathygiëne kan dat tellen. Wanneer het over debathygiëne gaat, dan gaat het erover de juiste cijfers te kennen, en die cijfers zijn heel duidelijk: tussen 2013 en 2018 heeft het ETS-systeem geen zoden aan de dijk gebracht. En het enige dat u wilt doen, is verder met uw kop tegen de muur lopen. Ik snap niet dat men dit een beleid durft te noemen.

U zegt dat dit niet werkt, maar u zegt erbij dat de industrie allerlei aanpassingen heeft gedaan. Dat bewijst toch dat het wel werkt. Ze doen die aanpassingen precies om die heffingen te vermijden. (Applaus bij de N-VA)

De heer Muyters heeft het woord.

Hebt u er ooit aan gedacht dat tijdens die periode de productie van die bedrijven ook is gestegen en de uitstoot niet is verhoogd? Dat betekent dat er een daling is per eenheid productie. (Applaus bij de meerderheid)

Ik ben het niet eens met de cijfers van de heer D’Haese, maar ze zijn al gecorrigeerd door de heer Van den Heuvel en de heer Muyters.

Mijnheer D’Haese, u moet de cijfers goed lezen. U weet dat we een groeiende economie hebben en dat er natuurlijk meer wordt geproduceerd. Op heel veel punten is die uitstoot ook verminderd, zoals bij de gezinnen, de industrie, de energiesector. De echte problemen zitten vooral nog bij het transport en bij de landbouw, dat weet u ook, of dat zou u moeten weten. Dus zomaar zeggen dat er niets gebeurd is en dat het alleen verslechtert, klopt niet. Dat is gewoon onwaar.

Zal ik u, met de cijfers in de hand, zeggen wat wel waar is, mijnheer Vandaele? Dat is dat de resultaten uit het verleden bescheiden zijn. Ik denk dat we het daarover eens zijn, we hebben het daar vaak genoeg over gehad.

De uitdaging vandaag is dan ook niet om te bekijken wat we al hebben gedaan, maar te beseffen dat we nog tien keer zoveel zullen moeten doen om tegen 2050 te geraken waar we moeten zijn. De bedoeling van dit plan was om die ambities klaar en duidelijk te formuleren en daar maatregelen tegenover te stellen. Op dat vlak brengt u ook niet heel veel bij. U zegt klaar en duidelijk dat we onze beloftes moeten waarmaken. En u mag van mij die 350 pagina’s halen als u daar het antwoord en de cijfers in vindt.

U hebt het over 4000 hectare bos in deze legislatuur. We hebben die discussie al gevoerd in de commissie Leefmilieu, maar voor 4000 hectare nieuw bos tijdens deze legislatuur is er geen geld ingeschreven in de begroting, in elk geval bijlange na niet genoeg geld. Voor de bouwshift zijn, tenzij u ervan uitgaat dat mensen gratis bouwgrond gratis zullen weggeven aan de Vlaamse Regering – dat is voor mij te socialistisch – er geen middelen ingeschreven. Bovendien is die bouwshift een essentieel onderdeel, toch in de retoriek van de voorstellen, in het behalen van een shift in de mobiliteit, want die veronderstelt dat mensen ‘denser’ gaan wonen. Alleen zijn daar geen middelen voor.

Dit plan staat vol met statements en slogans, maar geen enkele harde maatregel. En het geld waarin voorzien is, werkt eigenlijk in de tegenovergestelde richting of financiert verder de miserie uit het verleden in de hoop dat de aarde ooit eens andersom zal draaien, wat ze bij mijn weten nog nooit heeft gedaan.

U zegt met veel fierheid dat De Lijn vanaf 2020 alleen nog elektrische bussen zal kopen. Of emissievrije bussen? Ja toch? Dat heb ik u toch horen zeggen? Er is onduidelijkheid bij de regering, misschien bent u het onderling niet eens?

Emissievrije bussen.

Ik heb het Nederlandse plan er eens bij genomen. Nederlands is niet zo ver weg en niet zo gigantisch verschillend van Vlaanderen, het is naast de deur, en in dat plan staat dat er tegen 2030 in Nederland, waar nu 5000 bussen in gebruik zijn tegenover 2500 in Vlaanderen, alleen nog emissievrije bussen zullen rijden in het openbaar vervoer, en emissievrije voertuigen in de bouwsector.

Dat is een concrete maatregel en een concreet engagement. Ik twijfel er ook geen seconde aan dat de middelen daar zijn, want ze hebben die allemaal becijferd. U kunt ze allemaal gaan opzoeken.

Daarmee vergeleken vind ik het plan om vanaf 2020 alleen nog maar nieuwe emissievrije bussen te kopen als bij de oude bussen de wielen ervan af vallen, een beetje een flauw engagement van een fiere, trotse, Vlaamse Regering. Dat vind ik eerlijk gezegd een flauw leeuwtje, vergeleken met de buren.

Collega Tobback, u gaat mij niet horen zeggen dat vanaf morgen alles opgelost is. Dat zou niet realistisch en niet betaalbaar zijn. We gaan morgen niet al onze bussen naar de schroothoop brengen, en morgen allemaal andere bussen in de plaats zetten. Dat kan ook niet. Je kunt niet om die geleidelijkheid heen op alle beleidsdomeinen, op alle thema’s. Dat is nu eenmaal zo. Al de rest is dromerij.

Collega Vandaele, ik heb vergeleken met 2030. Dat is binnen tien jaar. Het is nu heel simpel. Ik denk dat de Nederlandse regering ook een begrotingsoverschot heeft, en geen schulden op lange termijn. Die doen dus niet gek met centen, die doen niet gek met dwaze beloften. Die doen geen onnozelheden, maar ze zeggen wel klaar en duidelijk: vanaf 2030 alleen maar emissievrije bussen.

Ofwel zegt u nu dat de Nederlandse regering een bende waanzinnige gekken is die niet weten hoe ze met geld moeten omspringen – en die woorden zou ik als Belgisch politicus toch met enige voorzichtigheid in de mond nemen –, ofwel bent u nu gewoon dat soort slogans aan het imiteren, om te verstoppen dat u eigenlijk niet vooruit durft te springen, en geen vaste engagementen durft aan te gaan.

Ik zal een concrete vraag stellen: hoe lang moeten de bussen van De Lijn volgens u nog meegaan, en wat betekent dat voor 2030? Zijn ze tegen dan 100 procent emissievrij, of rijden we dan nog altijd rond met dieselbussen, omdat we niet durven te springen, en omdat wij blijkbaar als enige land in Europa – zeker als verstedelijkte regio – geen geld willen besteden aan emissievrij openbaar vervoer? Is het dat? Wel, verstop dat dan niet, maar zeg het gewoon.

Collega, ik ben geen specialist in de bussen van De Lijn, maar ik kan mij voorstellen dat zo een bus geen twintig jaar rondrijdt. Ik denk dat tien jaar misschien al veel zal zijn. Maar in deze logica zitten we inderdaad, zoals Nederland, tegen 2030 met een park van emissievrije bussen. Dat denk ik. Ik ken de afschrijvingsschema’s van De Lijn niet.

Collega’s, er is hier nog niet zo lang geleden een actualiteitsdebat gevoerd over elektrische bussen van De Lijn. Laten we dit punt dus alstublieft afsluiten.

De heer Danen heeft het woord.

Ik heb begrepen dat wij heel graag kijken naar het noorden: Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken, maar ook Nederland, zoals collega Tobback net zei. Dat zijn onze, en vooral jullie voorbeeldlanden.

Het verschil met Vlaanderen, zo stel ik vast, is dat zij hun klimaatbeleid wel zien als drijfveer voor innovatie en voor economische groei. Zij beschouwen hun klimaatbeleid als instrument om een economische toekomst voor te bereiden, naast alle andere goede neveneffecten die eraan vasthangen.

Ik begrijp niet dat Vlaanderen er genoegen mee neemt om in de middenmoot te zitten of zelfs onderaan het lijstje te bengelen. Ik vind dat onbegrijpelijk.

Collega Vandaele, ik begrijp ook niet dat u genoegen neemt met geleidelijkheid. Dat is geen taal die ik van een zelfverzekerde Vlaamse Regering verwacht. Hoe komt het dat u op dat vlak niet ook de noordelijke landen wilt volgen?

Collega, ik zei het al: ik denk niet dat je om die geleidelijkheid heen kunt. Maar om er nu van uit te gaan dat deze Vlaamse meerderheid niet wil inzetten op innovatie? Dat vind ik toch wel het omgekeerde van wat de regering in elke hoek en kant van het regeerakkoord schrijft. We geloven net in innovatie. Daar zetten we juist op in. Er wordt meer geïnvesteerd in innovatie, het gaat over honderden miljoenen euro’s meer in deze legislatuur. Dat moet toch ergens toe leiden, ook op dit terrein?

De heer Danen heeft het woord.

Ik heb het ook al tegen mevrouw Demir gezegd: u schermt steeds met draagvlak. En dat is heel belangrijk, dat is heel cruciaal. Maar jullie geven steeds de indruk dat klimaatbeleid een pestbeleid is, terwijl het net een kans is om onze economie op de toekomst voor te bereiden.

Ik zou u echt willen vragen te stoppen met klimaatbeleid voor te stellen als een pestbeleid en daar voluntaristisch mee om te gaan en het te beginnen beschouwen als iets wat Vlaanderen terug groot kan maken.

Daar ga ik helemaal mee akkoord, collega. Ik denk dat dat ook de filosofie is. Het moet alleen betaalbaar blijven, geleidelijk gaan enzovoort.

Oké, jullie zijn dus dikke vrienden.

Maar de grond van de zaak, daar zijn we het over eens, denk ik.

Dat is goed.

De heer Van Rooy heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, toch even iets anders: als er één klein positief puntje is in heel dat klimaatplan, dan is het dat er in elk geval een intentie is om veel bomen bij te planten – als dat nog kan natuurlijk, want als alles vol gezet wordt met laadpalen, komen we waarschijnlijk plek tekort. Die bomen, die zijn wat mij betreft niet goed voor het klimaat, maar wel voor onze luchtkwaliteit, de absorptie van regenwater en de versterking van de biodiversiteit. Maar wat doet u met de vaststelling en de waarneming – want dat zijn geen hocuspocuscomputermodellen; het is bewezen de voorbije jaren – dat de aarde groener wordt dankzij het verhogen van de CO2 in onze atmosfeer? Wat doet u met die wetenschap?

Collega, ik heb echt geen zin in het soort spelletjes dat u al de hele middag probeert te spelen, alsof u een wetenschapper bent en het allemaal weet, terwijl wij allemaal idioten zijn en het niet weten. U haalt dan milieu en klimaat uit elkaar, maar dat is ook een theoretisch schema dat u hier aan het uitwerken bent. Er zijn natuurlijk tal van dwarsverbindingen, ook als u het over bomen hebt. Er zijn dwarsverbindingen tussen milieu en klimaat. Hou daar dus mee op. Ik ga er ook niet op in; ik vind het zinloos. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen en sp.a)

Collega Van Rooy, de heer Vandaele heeft wel meer dan een punt, hé. De titel van dit actualiteitsdebat was zeer duidelijk. U mag nog zeer kort repliceren op het commentaar van de heer Vandaele, maar dit is hier geen prijsuitreiking van ‘De Beste Wetenschapper’.

Neen, dit is hier een kleuterklas waarin er wordt geapplaudisseerd voor een reactie die er eigenlijk geen is. Ik heb u een heel heldere vraag gesteld, mijnheer Vandaele, waar u gewoon niet op antwoordt. Vindt u dat normaal? Ik denk niet dat dat normaal is.

Wat doet u met de wetenschap dat de aarde dankzij de verhoogde CO2-concentraties in onze atmosfeer groener is geworden. Wat doet u daarmee? Dat is toch een heel heldere vraag?

Wat doet u, collega, als u naar een waterloop kijkt die er heel zuiver uitziet, waar u zo door kunt kijken, waarvan u zou denken, dit is echt zuiver, proper en helder water, met de wetenschap dat het zo helder is, omdat het vol zit met chemische stoffen die het leven, de algen en het groen hebben doodgemaakt. Dat is precies dezelfde vraag. (Applaus bij de N-VA, CD&V, Open Vld, Groen en sp.a)

Collega Van Rooy, ik ga hier geen lessen fysica en chemie toestaan. (Opmerkingen van Sam Van Rooy)

De heer Anaf heeft het woord.

Dank u wel, voorzitter.

Collega Vandaele, wees gerust, ik ga u wel een ernstige vraag stellen. Mijnheer Vandaele, ik heb uw partijgenoot, de minister-president, daarnet horen vertellen dat iedereen nodig is in het klimaatverhaal en ik hoor collega Van den Heuvel ook zeggen dat we een draagvlak moeten hebben. Uiteraard hebben we iedereen nodig en moet er ook een draagvlak zijn, maar ik heb deze ochtend een zeer interessant artikel gelezen in De Morgen dat gebaseerd is op het tweejaarlijks verslag van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Daaruit blijkt dat heel veel mensen in Vlaanderen niet mee zijn.

Als ik dan kijk naar de maatregelen die jullie voorstellen in het kader van energiearmoede en naar wat de SERV daarover schrijft, dan kun je toch niet anders dan vaststellen dat al die maatregelen eigenlijk een voor een – helaas – onderuitgehaald worden, omdat ze er te weinig voor zorgen dat iedereen mee in die transitie kan stappen die we moeten zetten richting klimaatneutraliteit. Het Noodkoopfonds, de renteloze energieleningen, de energiescans, de verhoogde premies enzovoort, de SERV heeft eigenlijk op alles zeer stevige kritiek.

Als ik dan zie dat 15,9 procent van de Vlaamse gezinnen in energiearmoede leeft, dan is het essentieel dat we daar extra op inzetten. Dat gaan we echt niet verhelpen door extra premies in het leven te roepen. Dat zegt de SERV ook en de raad heeft daar ook 100 procent gelijk in. Die gezinnen hebben het geld niet om de nodige investeringen te doen. Ook de renteloze leningen zijn geen mirakeloplossingen, zoals we de voorbije jaren hebben gezien. Er zijn nog steeds heel veel mensen die de nodige investeringen niet kunnen doen en het zijn net die mensen die er het meeste belang bij hebben dat ze wel gebeuren, want voor hen valt de energiefactuur, die de laatste jaren sterk gestegen is, het zwaarst.

Daarom waren wij zo blij, en collega Tobback heeft die vraag gesteld in de commissie vorige week, dat minister Demir ons renovatieplan heel ernstig wou bekijken, net omdat we ervan overtuigd zijn dat dat renovatieplan ervoor kan zorgen dat iedereen mee kan in die transitie, omdat we laten prefinancieren door de netbeheerder en die mensen via de meter terugbetalen, zodat die factuur nooit hoger kan zijn dan hun huidige energiefactuur. Daarom waren we toch wel teleurgesteld dat in dit plan eigenlijk van heel ons idee geen sprake meer is. Ik zou u nogmaals de vraag willen stellen: laten we alstublieft echt ernstig die energiearmoede bekijken, laten we plannen bekijken zodat iedereen mee kan in die transitie. Ik volg immers voor honderd procent dat we iedereen nodig zullen hebben, dat dat draagvlak essentieel is. Dat zullen we alleen maar bereiken als we ook echt de juiste maatregelen nemen, zodat iedereen het gevoel heeft ook zijn steentje te kunnen bijdragen. (Applaus bij sp.a)

Collega, wat mezelf betreft, en ik hoop dat dat ook voor de regering geldt, is dit klimaatplan niet iets dat nu maandag is afgeklopt en dat nu ergens in een loden doos wordt verzegeld en weggestopt, waaraan niks meer kan worden veranderd. Ik denk het niet. Ik denk dat het juist de bedoeling is dat dat iets dynamisch is, dat de komende jaren inderdaad kan worden verfijnd en waar hopelijk nog wat dingen kunnen bijkomen. Daarbij kunnen we zeker ook een inbreng zoals die van u gebruiken. Dat is in elk geval mijn visie.

Om nog iets te zeggen over dat draagvlak, het klinkt een beetje filosofisch, maar we zijn allemaal politici en we weten allemaal dat dat toch wel een rol speelt. De mensen hebben allemaal de mond vol over het klimaat, tot ze er zelf de maatregelen voor moeten nemen. Dan wordt het al heel wat moeilijker om hun eigen gedrag aan te passen. Kijken we ook naar de politieke realiteit. Ik mag dat hier zeggen, we zijn onder ons, maar iedereen dacht dat het klimaat hét thema van de verkiezingen van mei zou zijn. Uiteindelijk hebben de mensen dan toch in het stemhokje voor de heel korte termijn, voor hun bezorgdheden van het ogenblik gekozen, en niet voor de problemen en de visie op de lange termijn. Dat is een vaststelling die we hier hebben gemaakt, maar die men ook in het buitenland maakt. Ik heb ook ergens gelezen dat de gele hesjes meer impact hebben gehad dan de klimaatbetogers. Als we het dus hebben over het draagvlak, dan kunnen we dat leuk vinden wat ik net zeg, of we kunnen dat betreuren, maar in elk geval kunnen we er niet aan voorbijgaan. Zeker voor die grondige beleidsstappen die we moeten zetten, voor die grondige aanpassingen die we moeten doen, hebben we inderdaad dat draagvlak nodig. Het baart me zorgen dat dat er blijkbaar nog altijd onvoldoende is.

Mevrouw Schauvliege heeft het woord.

Collega Vandaele, een van de paradepaardjes die u daarnet beschreef, is de bouwshift. De realiteit is natuurlijk wel dat de bouwshift op dit moment vanzelf wordt uitgevoerd, want we krijgen een kernverdichting zonder dat we daar maatregelen voor moeten nemen, maar dat u de betonstop hebt afgevoerd. Van die betonstop, die zo essentieel was om ons klimaatbeleid vorm te geven, stapt u nu wel degelijk af. We zouden 10.000 hectare woonuitbreidingsgebied of woonreservegebied moeten vrijwaren van bebouwing. U reduceert dat tot 600 hectare. Dat kan dus wel tellen. Mijn vraag is dan ook: hoe zult u nu echt het openruimtebeleid vormgeven dat zo essentieel is om tot een echt klimaatbeleid te komen?

Collega, ik stel met u vast dat een paar maatregelen die door de vorige regering zijn voorbereid en al vrij vergevorderd waren, de eindmeet in deze regeringsonderhandelingen inderdaad niet hebben gehaald. Dat is wat we daarnet zeiden. Dat is omdat er blijkbaar onvoldoende draagvlak voor was en/of de middelen – heel belangrijk – er niet waren. Zijn die intenties daardoor weg? Ik denk het niet. Deze regering en dit regeerakkoord houden vast aan de intenties van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV), aan de grote lijnen, de beleidskaders van dat BRV. Alleen zal inderdaad moeten worden bekeken of die doelstellingen, die dezelfde blijven, hopelijk wel via andere mechanismen kunnen worden gehaald. Ik zie ter zake toch nog wel uit naar een aantal dingen die moeten gebeuren. Er is het Instrumentendecreet, met de instrumenten, de mechanismen die we kunnen inzetten om bijvoorbeeld inzake dat grondgebruik een switch te maken.

Dus, ik zou als ik u was toch niet alle hoop opgeven. Ik ben het met u eens dat het soms jammer is dat dingen waar veel werk in gestopt is in het verleden, niet uitgevoerd worden. Maar goed, als het draagvlak er niet is, dan moeten we andere manieren zoeken.

De heer D’Haese heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, u wijst met de vinger naar de gezinnen, naar de mensen die zelf hun best moeten doen, die zelf hun gedrag moeten aanpassen, die op de verkeerde partijen hebben gestemd.

Ik wijs niet met de vinger, want het zijn juist die mensen die we nu een beetje ontzien. U moet uw woordgebruik kiezen.

U hebt net gezegd dat mensen hun gedrag moeten aanpassen, dat daar het schoentje knelt, dat de mensen op de verkeerde partijen hebben gestemd. Maar wat zien we net? De uitstoot is uitgerekend bij de gezinnen wel gedaald in de afgelopen jaren. (Opmerkingen van Wilfried Vandaele)

U hebt daarnet ook gezegd dat u het niet eens bent met mijn cijfers, maar die staan op papier, in de beleidsnota van uw minister die nu haar best doet in Madrid. De uitstoot van de gezinnen daalt. Van wie daalt de uitstoot niet? Van de ETS-sector, van de grote vervuilers. Wat doet deze regering, mijnheer Vandaele? Ze verlaagt de energiefactuur voor de grote vervuilers die hun best niet doen en ze doet niets aan de energiefactuur van de gezinnen die wel hun best doen. Hoe kan het dat u er blij mee bent dat de uitstoot stagneert in plaats van daalt? Is dat het niveau van ambitie van de Vlaamse Regering? Dan snap ik dat klimaatplan al veel beter. (Applaus bij de PVDA)

Het is eenvoudig: ik ben het niet eens met uw cijfers. (Opmerkingen van Jos D’Haese)

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, ik heb eerlijk gezegd een beetje met u te doen.

Dat hoeft niet hoor.

Maar toch, zeker gelet op uw trackrecord op dit thema waarvan u zelf altijd een voorvechter bent geweest. Ik vind het zeer raar dat u zegt dat we het draagvlak niet hebben. Kijk naar de verkiezingen. Moedige politici lopen voorop. U hebt daarnet zelf gezegd dat de klimaatuitdaging zowat de grootste uitdaging is waarvoor we staan. Dan verwacht ik van politici moed. Dan verwacht ik om stappen vooruit te zetten en dat politici die leiden ook mensen kunnen meenemen in hun verhaal. Ik vind dat u hier zeer lijdzaam staat.

U zegt verder dat de middelen er niet zijn. Dat is nu net het probleem dat ik heb met het energie- en klimaatplan zoals het nu is neergelegd en waarbij u daarnet een bloemlezing hebt gedaan van de 350 maatregelen. U hebt vermoedelijk het advies gezien van de Inspectie van Financiën. Op pagina vijf staat: “We zien het zelfs niet in de meerjarenraming zitten. Alle budgetten die in 2020-2021 voorzien zijn, zijn eigenlijk al ingenomen door eerdere beslissingen. De vrije ruimte stijgt maar vanaf 2021 naar 71 miljoen euro en dan pas bovenop.”

Als ik dan zie dat een regering een plan op tafel legt dat niet is doorgerekend, dan moet u dat toch pijn aan het hart doen. Dat u als Vlaams-nationalist moet zeggen te hopen op Brussel, Wallonië en het federale niveau: waar is uw trots gebleven? Waar is uw trots van leidende politici die Vlaanderen terug sterk willen maken? Mijnheer Vandaele, er zit echt wel meer in u. Komaan! (Applaus bij Groen, spa en de PVDA)

Ik heb gezegd, mijnheer Rzoska, dat er eindelijk solidariteit is aan de andere kant. Dat heb ik gezegd. Ik heb niet gezegd dat we rekenen op Wallonië en Brussel. Ik heb gezegd dat er eindelijk een beetje solidariteit is aan de andere kant. Het werd hoog tijd.

Ik heb het advies van de Inspectie van Financiën inderdaad gelezen. Dat zijn meestal heel verstandige mensen. Ik ga ervan uit dat dit heel verstandige mensen zijn. Volgende zin stoort me wel: "Het resultaat zal wellicht ontmoedigend zijn." Is dat een zin die hoort te staan in een rapport van de Inspectie van Financiën of van om het even welke zichzelf respecterende organisatie? Ik dacht het niet. "Het resultaat zal wellicht ontmoedigend zijn." Dan zegt u van de dingen die hier op tafel liggen, dat ze niet hard genoeg zijn. Komaan! 

Mijnheer Vandaele, de Inspectie van Financiën heeft het klimaatplan gekregen op donderdagavond 5 december om 17:29 uur. Ze heeft een advies afgeleverd, gevraagd door de Vlaamse Regering bij hoogdringendheid, bij wijze van spreken 's nachts.  

Kom mij dus niet zeggen ... Ik vind het hallucinant dat een regering voor zo'n belangrijk plan, in de nacht voor ze het moet afkloppen, bij hoogdringendheid aan de Inspectie van Financiën gaat vragen om de 350 maatregelen eens even na te rekenen. De Inspectie van Financiën heeft het gedaan ten opzichte van de ramingen, de begroting. Er waren de flexibiliseringsmechanismen, waarbij ze zelfs aantonen dat het gaat interen op de inkomsten in het Klimaatfonds omdat het minder veilingsrechten gaat opleveren enzovoort.

Ze hebben hun best gedaan. Negen pagina's. Ik vind het nogal straf dat u vanuit de meerderheid schiet op de Inspectie van Financiën, terwijl u amper twaalf uur voor het plan moest worden besproken, een advies bij hoogdringendheid vraagt. Het moet een beetje netjes blijven. (Applaus bij Groen)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Meneer Rzoska, u weet dat ik alle respect heb voor u omdat u een van de weinige parlementsleden bent die echt zicht heeft op hoe een begroting werkt, maar op dit punt blijkbaar niet.

Voor u zo’n grove uitspraken doet, moet u eerst nagaan wat de rol van de Inspectie van Financiën precies is. De Inspectie van Financiën heeft haar werk zeer goed gedaan. Zij moet erop letten dat bepaalde maatregelen en beslissingen van de regering geen onverwacht negatief effect hebben op de begroting. In dit geval hebben zij inderdaad een advies gegeven – en ik weet niet hoe u daaraan komt, want normaal komt dat niet vrij.

Minister Diependaele, excuseer, de documenten zijn opgevraagd bij het kabinet-Demir. We hebben die allemaal gekregen en ze zijn verspreid onder de parlementsleden.

Minister Matthias Diependaele

Dat is geen enkel probleem, daar gaat het niet om.

Het punt is dat u blijkbaar niet verder hebt gekeken, want op basis van dat advies heb ik de verantwoordelijkheid om een begrotingsakkoord te geven. Hebt u dat nagekeken? Hebt u nagekeken wat er in het begrotingsakkoord staat, meneer Rzoska?

Neen. Dit is een plan. Dit betekent dat we dit plan de komende jaren gaan uitvoeren. We gaan er dus concrete maatregelen, beslissingen en beleidsbeslissingen over nemen. In het begrotingsakkoord staat zeer duidelijk dat telkens als zo'n maatregel wordt genomen, die volledig moet worden doorgerekend. We hebben dus rekening gehouden met het advies van de Inspectie van Financiën. Ik heb er in mijn begrotingsakkoord dus voor gezorgd dat er geen dergelijke negatieve impact kan zijn op de begroting zonder dat we die zouden kennen. We hebben dus perfect rekening gehouden met de Inspectie van Financiën. Stop ermee met het werk van die mensen hier te komen misbruiken alsof we iets zouden hebben gedaan dat niet rechtmatig is. We hebben die mensen hun advies net perfect gevolgd.

Voorzitter, dan vraag ik bij dezen dat begrotingsakkoord op. Ik kan alleen maar afgaan op de documenten die gisteren ter beschikking zijn gesteld aan het parlement en die de voorzitter heeft opgevraagd.

Ik moet u zeggen dat het me stilaan toch een beetje zwart voor de ogen wordt. Wat zegt de Inspectie van Financiën? U hebt gelijk: zij moeten inschatten wat de impact is op het budget. Dat is hun taak. Weet u hoe de beknopte samenvatting van het dossier eruitziet? Die begint met een van de eerste zinnen uit uw klimaat- en energieplan. Ze citeren letterlijk: “De Vlaamse Regering beslist met dien verstande dat deze beslissing geen enkel financieel of budgettair engagement inhoudt .” Het is een zin uit uw begrotingsakkoord: geen enkel financieel of budgettair engagement. Voorzitter, bij dezen vraag ik het begrotingsakkoord op.

Dit is net de grote kritiek van de Inspectie van Financiën. U legt een plan neer. Het is niet doorgerekend. Er zitten zelfs geen budgetten in de begroting 2020. Geen ruimte. Pas vanaf 2021 komt er een kleine budgettaire ruimte van 72 miljoen euro, terwijl de uitdagingen enorm zijn.

Ik zou dus niet enkel respect voor de Inspectie van Financiën willen vragen, maar ook respect voor parlementsleden die hun werk doen. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Rzoska, u hebt inderdaad documenten opgevraagd en ik heb die onverwijld gevraagd en u hebt die ook onmiddellijk gekregen. Maar ik heb begrepen dat u nu het concrete begrotingsakkoord vraagt.

De heer Tobback heeft het woord.

Voor de bescheiden juristen onder ons, voorzitter, …

U moet de collega's niet uitdagen.

... die proberen om de hoger geplaatste parlementsleden, die blijkbaar zeldzaam zijn en die grondig de begroting hebben begrepen … Ik probeer de discussie te volgen. Ik als simpele mens begrijp nu uit de uitwisseling tussen collega Rzoska en de minister van Financiën en Begroting dat het plan dat de Vlaamse Regering heeft ingediend, geen enkel engagement omvat. We mogen het vooral niet begrijpen als de zekerheid dat vandaag beslist is om aan al wat erin staat, 1 euro te geven.

Het is met andere woorden allemaal onder voorbehoud van goedkeuring door de minister van Begroting. Zo heb ik het begrepen. Met andere woorden, waar hebben we het dan over? U bent een hoop dingen aan het beloven, u bent heel stoer aan het doen over maatregelen en engagementen. Collega Vandaele zegt: we gaan niets beloven wat we niet gaan doen. Minister Diependaele zegt net dat hij niets te beloven heeft, want dat hij uiteindelijk zal beslissen over elke euro die er wordt gevraagd voor elke maatregel die hij net met veel vuur heeft staan verdedigen.

Laten we misschien ineens heel dit debat uit het verslag schrappen, voorzitter. Dan verdwijnt er meteen ook een deel onzin. Dit is toch een klein beetje hallucinant. Ofwel hebt u boter bij de vis, collega's van de Vlaamse Regering, ofwel hebt u niet alleen een slecht plan neergelegd, maar ook nog een slecht plan zonder centen. Met wiens voeten bent u nu aan het spelen? (Applaus bij sp.a, Groen en PVDA)

Het is goed dat het begrotingsakkoord naar hier komt en dan wordt het onmiddellijk door de diensten verspreid.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Het is onderweg.

Mijnheer Tobback, dit is echt wel van de pot gerukt. We hebben het hier over een plan dat in de komende tien, elf jaar moet worden uitgevoerd. Inderdaad, we hebben geen begroting voor tien jaar opgemaakt. Dat klopt. De wereld zal waarschijnlijk in de komende jaren een beetje veranderen. Dat is de manier waarop we het altijd al hebben gedaan. Je maakt altijd een begroting per jaar.

Volgende week zijn er begrotingsbesprekingen. Dan zult u inzien dat er in de begroting van 2020 wel degelijk al een pak maatregelen zitten die ook in het plan zitten. Een van de typische kenmerken van een begroting is dat die jaarlijks is. Dat is telkens voor een jaar, die moet je dus elk jaar doen. We gaan dat telkens meenemen. In de begroting zit er al een pak in.

Dit komen voorstellen alsof dat plan helemaal niet is doorgerekend, dat is gewoon van de pot gerukt. Dit zijn spijtige spelletjes, het klimaat verdient beter. (Applaus bij de N-VA)

Minister, die laatste woorden zou ik zelf niet te vaak in de mond nemen, eerlijk gezegd. U bent niet in de positie om daar stoer over te doen.

Ik stel de vraag omdat ik ze ook al aan collega Vandaele heb gesteld en ik er daarnet nog geen antwoord op heb gekregen. Ik heb uiteraard de begroting zoals die nu voorligt, gezien. Ik heb ook jullie meerjarenraming gezien. We hebben er lang genoeg op moeten wachten en er hard genoeg voor moeten vechten om ze te krijgen. Herinner u dat, maar misschien is het geheugen kort.

Daar staat ook voor deze legislatuur – dat is toch de helft van die tien jaar, en waarschijnlijk de helft waarin een aantal beslissingen moeten worden genomen en gefinancierd als u wilt dat ze effect hebben in 2030… Ik hoop dat u daar geen spelletjes aan het spelen bent op uw telefoon.

Minister Matthias Diependaele

Dit is erover, mijnheer Tobback. Ik heb net geforward naar de voorzitter zoals door u gevraagd.

Mijnheer Tobback, minister Diependaele heeft hier echt wel de bereidheid getoond en de beslissing genomen om concreet te antwoorden op uw vraag en dan mag u wel een beetje respectvoller zijn ten aanzien van minister Diependaele. Dat is mijn oordeel.

Het begrotingsakkoord wordt nu gekopieerd. U krijgt het dus onmiddellijk.

Mijnheer Tobback heeft het woord.

Voorzitter, waarvoor dank. Ik neem aan dat de medewerkers die aan het volgen zijn, dat ook kunnen doen zonder dat de minister dat in het midden van het debat op zijn telefoon moet doen.

U zult me moeten excuseren dat we gezien eerdere ervaringen met ministers in deze regering, daar een beetje gevoelig voor zijn. Men zou beter moeten weten.

Als de minister zo goed is om te luisteren, dan ga ik verder waar ik was gebleven. We hebben uiteraard de begrotingsbesprekingen gehad en de meerjarenraming bekeken en uw uitgaven gezien, en we hebben vastgesteld dat er voor de helft van de dingen die u aankondigt geen middelen zijn. Er zijn geen middelen in uw begroting voor die 4000 hectare bijkomende bomen. Die zijn er niet, tenzij u ze mij kunt aanwijzen. Er zijn geen middelen om de bouwshift te financieren, tenzij u mij kunt tonen waar ze zijn.

U hebt voor geen enkele van die uitgaven, noch voor nu, noch voor de toekomst, al een akkoord gegeven. U zult dat ook niet geven, want ze staan niet in de begroting en ze staan niet in uw raming. Als u mij kunt garanderen dat ze er nog in zullen komen tussen nu en het eind van dit jaar, of dat u ze in de begroting voor volgend jaar ofwel bij de aanpassingen zult inzetten, dan wil ik u geloven. Maar eigenlijk is wat u nu doet in alle domeinen die van belang zijn, niet gefinancierd en ook niet begroot. Dus stop met daar stoer over te doen. U hebt geen geld en u bent niet bereid om het eraan uit te geven.

U bent wel bereid om volgende regeringen te engageren om miljarden euro’s aan emissierechten aan te kopen, want dat is het impliciete gevolg van de besluiten die u vandaag neemt. Ofwel besteedt u het vandaag en hebt u de moed om ervoor te gaan, ofwel schuift u de kosten naar de toekomst door en hebt u niets gedaan.

In elk geval, als u mij kunt aantonen waar de middelen voor 4000 hectare bos in de meerjarenraming voorzien zijn, ‘show me the money’, dan zal ik u geloven, maar ik heb het nog niet gezien. Ik heb het al verschillende keren aan u en aan de minister van Milieu gevraagd en geen van beiden heeft er al op kunnen antwoorden.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Eerst en vooral, met een grote zucht, het Klimaatfonds, zegt u dat iets? Dat valt inderdaad buiten de begroting. Dat is nog een afzonderlijk fonds dat voor heel wat maatregelen met betrekking tot klimaat gebruikt wordt. Dat is evident.

Als ik naar mijn eigen bevoegdheden kijk: van het budget van de sociale woningen bijvoorbeeld, 4,2 miljard euro, zal een groot deel, we schatten ongeveer 40 procent, gaan naar de renovatie van bestaande sociale woningen. Wat denkt u dat die renovaties zullen zijn? Dat zal altijd ook met een zeer grote energetische component zijn. We zorgen er zelf voor dat er strengere normen zullen komen voor die sociale woningen of gewoon strengere normen voor verhuurwoningen. Daar heb je als overheid zelfs geen geld voor nodig. Ook dat wordt de komende jaren meegenomen in de regelgeving, in het Vlaams Energie- en Klimaatplan. Daar heb je geen centen voor nodig. Zo zijn er tientallen maatregelen. Er staan 320 maatregelen in het plan. Niet bij alle maatregelen hoort effectief een prijs, niet aan alles is een uitgave gekoppeld. Maar er is wel degelijk doorgerekend wat we niet gedaan hebben, mijnheer Tobback. Dat is mijn grootste bezorgdheid, dat geef ik grif toe. De minister-president heeft dat daarnet ook zeer duidelijk gezegd. We gaan geen factuur doorschuiven naar de gezinnen. We gaan er niet voor zorgen dat zij opdraaien voor de kosten van het klimaat. We gaan ze wel proberen te lokken. Sociale leningen bijvoorbeeld worden scherp gesteld of meer gericht op klimaatmaatregelen. We gaan zorgen dat de renovatiepremie samenkomt met de Fluviuspremie en dat die meer doelgericht kan worden ingezet voor energetische renovaties. Dergelijke maatregelen gaan we in het groot en in het breed nemen. Maar we gaan niet zorgen dat de kosten daarvoor bij de gezinnen zelf terechtkomen.

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, over het Klimaatfonds heeft het Rekenhof al studies en rapporten gemaakt. Het deel uit het Klimaatfonds dat bestemd zou moeten zijn voor bosaanwas is voorzien. Het is niet genoeg, bij lange na niet genoeg om de doelstelling te halen. Ook niet als ik het samentel met wat u in uw begroting hebt gezet. Het is in de verste verte nog niet genoeg om een kwart van uw ambitie waar te maken. Zelfs driekwart van uw tekortschietende ambitie is minstens op dat vlak niet gefinancierd.

Stop nu met dat perverse riedeltje van ‘we schuiven niets door naar de Vlaamse gezinnen’. De miljarden uitgaven aan emissierechten die we zullen moeten kopen in landen die waarschijnlijk wel gekozen hebben om te investeren in de toekomst, zullen ook komen van de Vlaamse belastingbetalers, minister. Ik zal ze dan met uw complimenten laten weten dat dat is omdat u vandaag weigert om maatregelen te nemen die een toekomst zouden kunnen opleveren, die groei zouden kunnen opleveren, die hier iets opbrengen. De enige reden waarom u dat vandaag doet en waarom u daarover hoog van de toren blaast, is omdat u goed genoeg weet dat het de volgende regering zal zijn die de kosten aan de gezinnen zal mogen vragen, terwijl u niet het lef hebt om er beleid voor te voeren. Dat is de erfenis die u zult nalaten. (Applaus bij sp.a)

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Ik heb nog een klein punt dat daarnet verschillende keren aan bod is gekomen. Vanwaar de idee dat wij nu niet massaal veel geld zouden gaan uitgeven, geld van de mensen trouwens, aan klimaatmaatregelen? Vanwaar de idee dat we dan niet zouden kunnen mee profiteren van economische groei? Vanwaar komt dat? Daarnet is hier gezegd dat we zoveel kansen laten liggen. Maar we profiteren mee van die evoluties! Wij hebben in Vlaanderen op heel wat gebieden technologie en innovatie waarmee wij bij de top van de wereld horen, en met name zeker wat betreft klimaattechnologie. Er is zelfs een punt – en dan kijk ik voornamelijk naar Groen – waarvoor wij in Vlaanderen absoluut de top zijn van de wereld en dat is voor genetische modificaties. Dat is iets waarmee we absoluut aan heel wat klimaatuitdagingen op een zeer efficiënte manier kunnen tegemoetkomen, maar waar we met name op Europees niveau door Groen worden tegengehouden, voornamelijk door Groen! Wij zijn daar top en wij profiteren daar absoluut mee van, ook economisch. (Applaus bij de N-VA)

Een ander punt is trouwens waterstof. Wij hebben op gebied van waterstof kennis in huis die absoluut aan de top van de wereld staat, waar we absoluut goed in zijn. Waarom denken jullie dat we daar niet aan zouden meedoen? Wij zijn daar zeer sterk in en wij gaan daar absoluut van profiteren voor onze economische groei.

Minister-president Jambon heeft het woord

Minister-president Jan Jambon

Voorzitter, ik had op de concrete vragen willen antwoorden nadat iedereen tussengekomen was. Mijnheer Tobback heeft zo een van die concrete vragen gesteld, heeft daarna zelf het antwoord gegeven en hij gebruikt dat nu bij iedere tussenkomst. Ik dacht, voor de hygiëne van het debat, dat het goed was dat ik de cijfers zou geven.

Trouwens, mijnheer Tobback, als u het plan goed gelezen had, zou u op pagina 17 – u had dus niet zo heel ver moeten lezen – exact hebben kunnen lezen hoe wij de berekening van die rechten hebben gedaan in het plan.

Voordat ik u het cijfer onthul, wil ik zeggen dat wij dit in het plan geschreven hebben als een verzekeringsprincipe, niet om de gap tussen 32,6 en 35 procent te vullen. Wij hebben de ambitie om die 35 procent te halen. We verwijzen naar de technologie. We verwijzen inderdaad naar federale plannen. Vlaanderen maakt op federaal niveau toch nog altijd 60 procent van de bevolking uit, dus als je verwijst naar federale plannen, is dat toch wel een serieuze Vlaamse inbreng. We verwijzen naar Europese plannen die nu gesmeed worden, naar Europese fondsen die nu blijken vrij te komen en waar wij ook naar zullen kijken om te zien of we het plan daarmee kunnen aandikken.

Al die dingen gaan nog komen. Dit is een plan voor tien jaar. We leggen al 32,6 procent aan concrete maatregelen neer en we volgen dit verder op. Het plan zal ook gemonitord worden – dat zal ook regelmatig aan het parlement meegedeeld worden – en bijgestuurd waar nodig.

We hebben de compensatie van de emissierechten ingeschreven als verzekeringsprincipe. Wat is de berekening die gemaakt is? U kunt dat lezen op bladzijde 17 in het programma: “Rekening houdend met een geschatte eenheidsprijs van emissierechten tussen 30 en 50 euro, (...) zouden de kosten in het WAM-scenario (With Additional Measures) 0,1 tot 0,2 miljard euro kunnen bedragen.” Dus die miljarden van u, mijnheer Tobback, dat is, zoals zo vaak, fantasie. (Applaus bij de N-VA)

‘Additional measures’, die moeten we dan nog zien. En dat geldt natuurlijk alleen maar als uw ‘additional measures’ ook effectief uitgevoerd en gefinancierd zijn. Ik stel vast dat ze eigenlijk niet gefinancierd zijn.

Op uw pagina 17 staat in elk geval geen berekening van het geval waarbij Europa de doelstelling zal optrekken naar 50 procent, zoals vandaag zeer ernstig overwogen wordt en bijzonder uitdrukkelijk gevraagd wordt door al die landen waarvan u beweert dat ze uw broeders en uw inspiratie zijn. In dat geval praten we inderdaad niet over 100 of 200 miljoen euro, maar over 2 tot 3 miljard euro, minister-president.

Het zou van vooruitziend beleid en verantwoordelijkheidszin als regeringsleider getuigen, vooral als regeringsleider die heel de tijd roept te stoefen over zijn budgettaire verantwoordelijkheid, dat u dat scenario had uitgerekend, er rekening mee had gehouden en maatregelen had voorzien voor het geval zich dat zal voordoen. Ik stel alleen maar vast dat u dat niet gedaan hebt en dat u alle moeite van de wereld doet om te minimaliseren welke kost u doorschuift naar volgende regeringen en volgende generaties. Ik noteer dat dat minstens een paar honderd miljoen euro is.

Minister-president Jan Jambon

Neen, mijnheer Tobback, bij het plan dat we vorige week hebben goedgekeurd op de ministerraad, hebben we geen rekening gehouden met een plan dat nu ergens in Europa ronddwaalt en dat op 12 en 13 december nog door de Raad van Regeringsleiders zal moeten worden goedgekeurd. Neen, daar hebben we nog geen rekening mee gehouden. We zullen kijken wat er uiteindelijk uit het beslissende gremium van Europa komt. We zullen dan ook kijken wat de modaliteiten van dat plan zijn.

Dit is een plan, en eigen aan een plan is dat je het moet monitoren en bijsturen volgens gewijzigde omstandigheden. Dat is het engagement dat wij ook met dit plan nemen.

De heer Dewinter heeft het woord.

Ik ben geen specialist wat betreft milieu en klimaat, mijnheer Tobback, maar ik heb het voordeel hier al wat langer te zitten.

Ik herinner mij een collega van u, de heer Stevaert. Kent u hem nog? Hij voerde eertijds de groenestroomcertificaten in, de fameuze subsidies op de zonnepanelen en dergelijke meer. Als er nu één partij is die moet zwijgen over het doorschuiven, wanneer het over klimaat en milieu gaat, van kosten naar de komende generaties, naar belastingbetalers in de toekomst, naar regeringen in de toekomst, dan is het toch wel sp.a, met zijn groenestroomcertificaten en met zijn subsidies voor zonnepanelen. Het zijn de kiezers van vandaag, de Vlamingen van vandaag, die uiteindelijk de rekening betalen voor het gratisbeleid omtrent milieu en klimaat van Steve Stevaert zaliger gedachtenis. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega's, de heer Vandaele is zo vriendelijk om daar al bijna een uur te staan.

Ik weet niet of u nog wilt repliceren, mijnheer Vandaele, maar de heer Van den Heuvel wil graag het woord nemen namens de CD&V-fractie.

Ik had nog een paar andere dingen opgeschreven, onder meer over het advies van de SERV en de cijfers die de SERV hanteert. In een debat zoals we het vandaag voeren, verliezen we onszelf in cijfers en in welles-nietes. Dat is altijd een beetje jammer. We hebben die cijfers nodig. We hebben het over het advies gehad van de Inspectie Financiën. We zullen volgende week in de commissie uitvoerig met de mensen van de SERV debatteren over hun advies. Ook over hun cijfers heb ik vragen. Zij hebben het bijvoorbeeld over 10 euro per ton bij het kopen van schone lucht. Bij mijn weten hebben we het in de praktijk over 0,5 euro. Dat is een verschil van twintig keer zoveel. Dat moeten we volgende week toch eens uitklaren, anders zijn we onszelf aan het verdrinken in de cijfers.

Ik had nog iets willen zeggen tot de heer Rzoska. Mijnheer Rzoska, u daagde mij een beetje uit. U hebt een beetje met mij te doen. U hebt medelijden met mij. Dat hoeft niet. U zegt: ‘Jullie moeten de moed hebben om het goede te doen, ook al is het draagvlak bij de bevolking er niet en ook al willen de mensen dat niet inzien of betalen. Jullie moeten als grote partij de leiding nemen en het voortouw nemen.’ Daarop heb ik alleen maar het roemruchtige citaat van de heer Tobback als antwoord. Het is al vaker gedebiteerd, ik zal het nog één keer doen. Collega Tobback was nog staatssecretaris of minister. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Men vroeg hem waarom hij niet méér deed. Hij zei – en ik zal het misschien verkeerd citeren, collega Tobback, maar dan zult u het ongetwijfeld herhalen in de juiste bewoordingen –: ‘Ik weet wel wat ik moet doen, maar als ik dat doe, geraak ik nooit meer verkozen.’ Dat is inderdaad de bottomline van het politieke werk hier. Je moet altijd het draagvlak hebben om dingen te doen.

Mijnheer Rzoska, wat hier op papier staat, zijn allemaal dingen waarvoor voldoende draagvlak bestaat en waarvan we met deze meerderheid min of meer zeker zijn dat we dat inderdaad halen. Blijkt gaandeweg dat het draagvlak groter wordt en dat er zich nieuwe dingen aandienen, dan moeten we daar zeker voluit mee aan de slag. Als we daarbij op jullie hulp kunnen rekenen, dank daarvoor bij voorbaat. (Applaus bij de N-VA)

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, wij hebben sinds maandag een Vlaams energie- en klimaatplan. Proficiat! Als alles goed loopt en de drie regio’s samen met de Federale Regering tot een vergelijk komen, dan ligt op 31 december een nationaal energie- en klimaatplan net op tijd in de brievenbus van de Europese Commissie. We kunnen het ons niet permitteren om een laattijdig of halfslachtig plan in te dienen. Minister-president, ik reken op een constructieve houding van de Vlaamse Regering, om samen met de andere regio’s en met de Federale Regering tot een nationaal energie- en klimaatplan te komen.

Het ware natuurlijk beter geweest dat Vlaanderen een maatregelenpakket had samengesteld dat de doelstelling van min 35 procent voor 2030 niet zou loslaten. Maar we weten allemaal hoe moeilijk het is. De gemiddelde doelstelling voor de Europese lidstaten is inderdaad min 30 procent. Een kostenefficiënte doelstelling voor België zal min 25 procent bedragen. Maar het is dus min 35 procent geworden, en dat is een ambitieuze doelstelling. Bovendien staan we voor een enorme versnelling ten opzichte van 2030. We zullen onze emissies op tien jaar tijd viermaal zoveel moeten reduceren in vergelijking met de periode 2005-2018. Maar dat moet en zal lukken, als we allemaal aan hetzelfde zeel trekken.

Laat ons ook niet vergeten dat er op het internationale toneel omhoog in plaats van terug wordt geschakeld. In Madrid worden op dit moment hevige pleidooien gehouden om landen aan te sporen hun klimaatambities te verhogen, wat trouwens noodzakelijk is om de doelstellingen van Parijs te halen. Een van de absolute prioriteiten van de nieuwe commissievoorzitter von der Leyen is de Europese Green Deal, met als een van de speerpunten het optrekken van de Europese emissiereductiedoelstelling voor 2030 met uitzicht op een klimaatneutraal Europa in 2050.

Minister-president, ik stel mij dan de vraag hoe de Vlaamse Regering zal omgaan met die verhoging van de Europese doelstelling, die ongetwijfeld ook gevolgen zal hebben voor onze regio. Laat me duidelijk zijn: Vlaanderen moet absoluut niet meegaan in een ongefundeerd opbod van doelstellingen. Die ‘no goldplating’ staat ook duidelijk in het regeerakkoord. Maar we mogen onze verantwoordelijkheid ook niet ontlopen. België, en dus ook Vlaanderen, moet en zal een plan indienen dat voldoet aan wat Europa vraagt, want dat staat ook heel duidelijk in het Vlaams regeerakkoord. We gaan voluit voor het effectief realiseren van de afgesproken doelstellingen en we schrijven ons in in de Europese agenda. De Vlaamse Regering moet dan ook permanent de vinger aan de pols houden. Het is goed dat er een jaarlijkse monitoring komt. Van zodra blijkt dat we onder de lat presteren – en daar rekenen we op – moeten er corrigerende maatregelen genomen worden. Dit is een essentieel onderdeel van het akkoord.

Het plan bevat ook heel wat positieve punten. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de renovatie van gebouwen. Voor CD&V zijn de ingrepen aan het huis van mensen erg belangrijk. We zijn immers de partij van het eigen huis en de thuis van de Vlaming. Renovatiewerken zijn goed voor het klimaat, maar ook goed voor de portemonnee van de Vlaming. De Vlaamse Regering voorziet extra budget uit het Klimaat- en Energiefonds voor meer renteloze leningen en hogere renovatiepremies. Er komt een verregaande begeleiding voor eigenaars met renovatieplannen, en de lokale capaciteit van energie- en woonloketten wordt uitgebreid. 

Collega Van den Heuvel, mag u onderbroken worden?

Op het einde.

 Sloop en heropbouw worden gestimuleerd door de sloop- en heropbouwpremie te verlengen en de registratierechten tot 5 procent te verlagen. Datzelfde tarief geldt trouwens ook bij een ingrijpende energetische renovatie. Dat maatregelenpakket zal de Vlaming aan het renoveren zetten.

Het is goed dat de Vlaamse Regering veel verantwoordelijkheid bij de lokale besturen legt. Bij de lokale besturen is er immers veel goodwill om klimaatbeleid te voeren. Dat bewijst de populariteit van het Burgemeestersconvenant. Naar analogie met Nederland zullen er klimaattafels worden opgericht, en via dit initiatief wil men lokaal alle stakeholders en belanghebbenden rond de tafel brengen. Overleg en samenwerking zijn immers essentieel om de transitie te doen slagen. Maar ik wil ook benadrukken dat de lokale besturen dan ook de noodzakelijke tools en ondersteuning moeten krijgen.

Ook op het vlak van mobiliteit worden een aantal nieuwe maatregelen voorgesteld. Het verlagen van de maximumsnelheid op de Ring rond Brussel is een win-winmaatregel, goed voor de luchtkwaliteit en het klimaat, minder lawaaioverlast voor de buurtbewoners en minder verkeersongevallen en files. Doordat De Lijn enkel nog zero-emissiebussen zal aankopen, zal het openbaar vervoer in een snel tempo vergroenen. Over heel Vlaanderen worden mobipunten ingericht. Er wordt fors geïnvesteerd in fietspaden en de infrastructuur van elektrische laadpalen wordt versneld uitgerold.

CD&V wil ook de tegenstelling tussen landbouw en natuur overstijgen. Beide moeten een partner zijn in het beheer van de open ruimte, en beide vormen een essentiële schakel in de Vlaamse klimaatstrategie. Het plan zet sterk in op het beheer van onze natuurlijke valleien en het herstellen van bossen, moerassen, graslanden met ambitieuze doelstellingen voor extra bos en natuur, die we volmondig ondersteunen. 

Ook de landbouwsector zal met technische en innovatieve oplossingen zijn energieverbruik en methaanuitstoot sterk kunnen terugdringen.

We weten allemaal dat het potentieel voor wind- en zonne-energie in Vlaanderen relatief beperkt is. Ik ben dan ook tevreden dat we voor de uitbouw van hernieuwbare energie de lat hoger leggen dan in eerdere plannen. Tegen 2030 verhogen we de capaciteit aan windproductie tot 2,5 gigawatt en die voor zonne-energie tot 6,7 gigawatt. Dit is een verdubbeling in vergelijking met de huidige cijfers. Ik hoop oprecht dat we die ambitie ook kunnen waarmaken. Het zal niet makkelijk worden nu het zwaartepunt van de vergunningsverlening voor windturbines bij de lokale besturen komt te liggen. Ik wil dan ook aan de minister vragen om de gemeentebesturen voldoende te responsabiliseren en te blijven werken aan het lokaal draagvlak voor windprojecten. Finaal is de minister verantwoordelijk voor het realiseren van de afgesproken doelstellingen. Ik vraag haar dan ook expliciet om verantwoordelijkheid en daadkracht in dit te tonen. Met daadkracht en verantwoordelijkheid, collega’s, bedoel ik niet een Facebookcampagne lanceren om als minister van hernieuwbare energie en eindverantwoordelijke beroepsinstantie triomfantelijk uit te pakken met een vergunningsweigering voor windturbines langs de E40. (Applaus bij CD&V, Groen en sp.a)

Ik juich uiteraard ook de focus op innovatie toe. We moeten klimaatvriendelijke technologieën van eigen bodem de kans geven om zich verder te ontwikkelen en wereldwijd door te breken. We moeten op dat vlak in Vlaanderen een voortrekkersrol durven op te nemen, en laat ons dus ook de wetenschappers niet negeren. Technologie en innovatie zullen zeker deel moeten uitmaken van een totaalaanpak, maar toch mogen we geen naïeve technologieoptimisten worden. Zonder gedragsverandering, collega’s, zullen ze de klimaatverandering niet kunnen stoppen.

Ik weet dat Europa de lat voor België erg hoog legt. Vlaanderen neemt op dit plan een degelijke aanloop, maar we moeten nog wat duwen om in 2030 helemaal over de lat te springen. We hangen af van enkele Europese en federale maatregelen die nog in de pijplijn zitten, en we zullen een aantal meevallers op het vlak van innovatie kunnen gebruiken.

Het Vlaamse deelplan dat nu voorligt, is met andere woorden een goede aanzet. Het bevat een aantal hoogstnoodzakelijke maatregelen, maar het zal integraal moeten worden uitgevoerd en in de loop van het volgende decennium goed gemonitord moeten worden. Ik ben ervan overtuigd dat ook de Vlaamse Regering dat beseft, en dat we er samen voor kunnen zorgen dat Vlaanderen zijn Europese verplichtingen nakomt en zo meewerkt aan het traject richting een klimaatneutraal Europa in 2050.

Plus est en nous, minister-president. Wij geloven erin, u ook. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Anaf heeft het woord.

Ik zou graag twee punten aanbrengen.

U legt ten eerste terecht de vinger op een tere wonde als u naar dat Facebookbericht verwijst van de minister. Minister Demir heeft in de beleidsnota en het regeerakkoord steeds de mond vol van het creëren van een draagvlak voor hernieuwbare energie. Ik heb in de commissie al verschillende keren aangekaart dat daarvoor de verkeerde maatregelen worden genomen door onder andere de eindbeslissing bij die lokale besturen te leggen. Als ik dan zie dat lokale besturen en afdelingen van de N-VA in die lokale besturen samen met de minister triomfantelijk meedelen dat er iets wordt afgekeurd, dan denk ik dat we de foute richting uitgaan. Het draagvlak wordt daardoor absoluut niet bevorderd.

U hebt ten tweede nogal stevig de verhoogde premies verdedigd. U zegt dat we iedereen en alle gezinnen moeten proberen te bereiken. Ik heb daarnet gezegd – en ik zal het nog eens herhalen – dat je met die maatregel van de verhoogde premies een derde van de Vlaamse gezinnen mist. Een derde van de Vlaamse gezinnen heeft gewoon niet de financiële middelen om die investering te kunnen doen. Als je naar dat rapport van de SERV kijkt en als je naar al die maatregelen kijkt die er over energiearmoede in zitten, vraag ik u welke maatregelen u dan wel zult nemen om die gezinnen ook mee op die klimaattrein te brengen.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik zal die eerste vraag beantwoorden. Het is heel belangrijk en ik wil het wat breder bekijken.

Het kwam daarnet ook al aan bod in de discussie. We moeten als politici, zeker in deze belangrijke uitdaging die de klimaatuitdaging voor onze totale samenleving is, leiderschap tonen. Heel wat mensen verwachten dat. En leiderschap, collega’s van de oppositie, moet niet alleen door de regering of door de meerderheidspartijen worden getoond, maar ook door de oppositie. We moeten aan hetzelfde zeel trekken. En ik heb rechts hier deze middag heel wat ontkennende praat horen verkondigen – ik kan niet anders dan hiervoor het woord ‘praat’ gebruiken. En links schoof de heer D’Haese alles in de schoenen van de bedrijven. Hij zegt: ‘Het is niet de schuld van de gezinnen. Het zijn enkel de bedrijven. Als die hun best doen, dan is alles opgelost.’ (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Quod non. De klimaatuitdaging is een en-en-enverhaal. Daarin moeten we heel duidelijk zijn. Jullie aan mijn rechterkant moeten stoppen met te zeggen dat er niets aan de hand is. En jullie aan mijn linkerkant moeten stoppen met te zeggen dat, als de bedrijven hun job doen, de mensen niets moeten doen. Laten we ermee stoppen om altijd de schuld, de verantwoordelijkheden naar anderen door te schuiven en hervormingen enkel en alleen voor anderen te laten doorvoeren. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer D’Haese, ik zeg dit al van in het begin van dit jaar: het klimaat is van ons allemaal. Het is niet een of-of-of-ofverhaal. Het is een en-en-enverhaal: een verhaal van innovatie, een verhaal van geloof in de innovatiekracht van de Vlaamse economie, een verhaal van industrie, van meer natuur, van opdracht voor de landbouw, maar ook van  een gedragswijziging van mensen in hun woonpatrimonium en in hun mobiliteit. Als overheid moeten we dat ondersteunen. Daar ben ik het volledig mee eens. We moeten daarvoor de gepaste maatregelen nemen. Er zijn verschillende ideeën op dit vlak. Dit plan is nog niet af. Dat heeft de minister-president ook gezegd in zijn inleiding. Er zal jaarlijks worden gemonitord. En als we op bepaalde vlakken niet over de lat geraken, dan moet er worden bijgestuurd.

Het is heel duidelijk – en ook minister Demir zei het verleden week –: we willen luisteren naar elk goed, realistisch en betaalbaar voorstel. 

De heer Danen heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, u sprak over de renovatiegraad van ons woningpatrimonium. Dat is inderdaad een oud zeer, een groot probleem. Als we daarin sterke stappen vooruit zouden kunnen zetten, zou dat al een heel groot verschil maken, voor het klimaat, maar vooral ook voor de mensen die wonen in woningen die niet geïsoleerd zijn. Dat zal goed zijn voor hun portemonnee én voor de woonkwaliteit.

Daarom vind ik het bijzonder jammer dat u een goede maatregel van de vorige legislatuur in de vuilbak hebt gekieperd. U weet waarschijnlijk waarover ik het heb. Toen is beslist dat je, bij een overdracht van een woning, drie van de zes grote energetische investeringen moet doen. Want dat is een cruciaal moment waarbij je echt aan de mensen kunt vragen iets te doen aan de woningkwaliteit, om hun woning te renoveren.

Wij vonden dat heel goed. We hebben daarover reeds vaak van mening gewisseld. Eerst was het facultatief en toen werd het verplicht. Het is een fantastische maatregel. Op die manier zouden we op 30, 35 jaar het hele woningpatrimonium in Vlaanderen kunnen renoveren. En dat is fantastisch.

Nu stel ik vast dat er een paar ad-hocmaatregelen werden getroffen, wat knip- en plakwerk. Ik voorspel – en niet alleen ik, ook alle specialisten zeggen dat – dat de renovatiegraad van onze Vlaamse woningen niet fundamenteel zal veranderen. En dat vind ik bijzonder jammer. Ik zou u toch willen vragen om daar nog eens goed over na te denken. Minister-president Jambon zegt dat het plan in beweging is. Als het dan toch in beweging is, zou ik u willen vragen om dat als eerste bij te stellen.

De heer Laeremans heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het even hebben over de maatregel om de snelheid op de ring terug te brengen naar 100 kilometer per uur. Ik weet niet waarom u daar voorstander van bent. Ik heb 35 jaar beroepshalve de ring genomen en ik ken hem dus wel een beetje. Trager rijden op de ring is eigenlijk lachen met de mensen die daar ’s morgens, ’s avonds en ’s middags in de file staan. Want ze rijden er 30, 40, 50 kilometer per uur, als ze al geluk hebben. Dus dat is de mensen uitlachen.

Twee, diegenen die dan ’s avonds of in het weekend, als het eens vlot rijdt, daar 120 kilometer per uur kunnen rijden, moeten dan naar 100 kilometer per uur gaan. Dat zal dus amper effect hebben. Want een aantal jaren geleden heeft het Vlaams Verkeerscentrum in een studie berekend dat amper 8 procent van de verkeersongevallen te wijten is aan een snelheid tussen 100 en 120 kilometer per uur.

Dat is zeer miniem. Die zouden dus een stukje minder erg kunnen zijn. In sommige gevallen kan het inderdaad wel helpen.

Het heeft echter nauwelijks een impact op het klimaat. We staan daar de hele dag stil in de file en dat is het grote probleem, dat optrekken en opnieuw afremmen, niet iemand die daar 120 in plaats van 100 kilometer per uur rijdt. Ik vind dat een showmaatregel voor het klimaat en ik begrijp niet waarom de meerderheidspartijen het geweer van schouder veranderen ten opzichte van de vorige regeerperiode toen minister Weyts in een antwoord op een schriftelijke vraag zei dat hij geen voorstander was van die losse maatregel om de snelheid te verlagen naar 100 kilometer per uur. Hij wilde dat enkel doen in combinatie met technologische, digitale borden boven de autosnelweg waarmee men de optimale snelheid moet aanhouden. Wanneer er mist, sneeuw of ijzel is, kan men de mensen op die manier trager laten rijden of laten blokrijden, bijvoorbeeld naar de kust. Dat waren nuttige maatregelen maar die worden weer allemaal op de lange baan geschoven. Men had er op de ring al veel langer voor moeten zorgen dat die grote fileproblematiek opgelost geraakt maar dat schuift men voor zich uit. Daar zou veel meer winst mee worden geboekt dan met deze, sorry, pestmaatregel voor de automobilisten.

Mijnheer Danen, om een gedragsverandering te bewerkstelligen, beschikt de overheid over een aantal middelen. Zij kan sensibiliseren, de mensen ervan bewust maken dat ze een aantal acties moeten ondernemen. Ze kan ook stimuleren waarbij het fiscale instrument wordt gehanteerd onder de vorm van belastingstimulansen of premies. Tot slot is er ook de normering of het opleggen van verplichtingen.

Voor de renovatie is duidelijk gekozen voor sensibilisering. Dat lijkt me normaal, heel wat lokale besturen pakken dat op die manier aan. Er wordt de mensen een grote wortel voorgehouden: er zijn renteloze leningen en de premies worden verlengd. Dat is belangrijk maar het moet ook gemonitord worden. Die verplichting is niet opgenomen in het regeerakkoord maar ze moet de volgende jaren wel gemonitord worden. We zien dan wel hoe ver we geraken met de toepassing van de derde stap van het overheidsinstrumentarium. Maar laat ons nu eerst werk maken van die eerste en tweede pijler, namelijk het sensibiliseren en het uitvoeren van fiscale stimulansen waar de Vlaming kan op ingaan. 

Mijnheer Laeremans, u kunt wat lacherig doen over de 100-kilometermaatregel. Ik betreur dat u zegt dat bijna 10 procent minder ongevallen een lachertje zijn. Zeg dat maar tegen de mensen die slachtoffer zijn en die letsels hebben als gevolg van een verkeersongeval. Ik zou daar niet zo lacherig over doen. Deze maatregel is trouwens al jaren van toepassing in Antwerpen. U weet ook dat de regering in Nederland een snelheidsbeperking voor het hele land heeft ingevoerd. Ik denk dan ook niet dat deze maatregel hier uitzonderlijk is. Dit is trouwens geen of-ofmaatregel, deze maatregel past in het geheel van verkeersveiligheids- en klimaatmaatregelen. Lost dat de klimaatproblematiek op? Natuurlijk niet, maar het past wel in het geheel. De investeringen die zijn gepland om de doorstroming op de Brusselse ring te verbeteren, worden niet afgeblazen maar moeten worden uitgevoerd. Dat investeringsprogramma moet de volgende jaren worden uitgevoerd zoals de vorige jaren is vooropgesteld.

Mijnheer Van den Heuvel, niemand heeft gezegd dat een sector het allemaal zal oplossen. (Opmerkingen van Koen Van den Heuvel)

Neen mijnheer Van den Heuvel, u moet goed luisteren en anders kunt u het Woordelijk Verslag erop nalezen. Niemand heeft dat gezegd.

Wat ik heb gezegd, is dat jullie voor een bepaalde sector een oogje toeknijpen. Wat is nu het punt? De uitstoot van de gezinnen daalt maar zij worden bestraft met een energiefactuur die de afgelopen vijf jaar met 40 procent is gestegen tijdens de legislatuur van uw regering: de Turteltaks, de verhoging van allerlei bijdragen.  Gelukkig heeft de PVDA die Turteltaks nog afgeschaft gekregen, mijnheer Tommelein. Dankzij de PVDA is die jaarlijkse 100 euro per jaar er nog af gegaan. (Opmerkingen van Koen Van den Heuvel)

Wij zijn naar het Grondwettelijk Hof gestapt om de maatregelen die jullie hadden ingevoerd, te laten vernietigen, mijnheer Van den Heuvel. Ik wil u daar gerust nog eens aan herinneren.

Langs de ene kant heb je de gezinnen. Die doen hun best, maar ze mogen wel meer betalen voor hun energie. Langs de andere kant heb je de grote industrie. Draai of het keer het zoals je wilt, en je kunt het eens zijn of oneens zijn met de cijfers, maar die cijfers zijn er. Het uitstootniveau is vlak sinds 2013. Dat evolueert sinds 2013 niet, niet naar boven en niet naar beneden. En wat krijgt die industrie? Zij krijgt 93 miljoen euro uit het Klimaatfonds. Ze krijgt 93 miljoen euro klimaatgeld om haar factuur te betalen. Wat krijgt ze? Ze krijgt een energienorm die ervoor zorgt dat haar energiefactuur niet boven die van de buurlanden stijgt. Dat is wat ik heb proberen aan te tonen.

Blijkbaar is het voor deze regering dus wel of-of in plaats van en-en. Want er staat geen enkele maatregel in het regeerakkoord, in de beleidsnota’s of in dit plan om de energiefactuur ook voor de gezinnen te verlagen. (Opmerkingen van minister-president Jan Jambon)

Minister-president Jambon, dit heeft niets met populisme te maken, maar met de harde cijfers die in de beleidsnota van uw minister van klimaat staan. U kunt dat gerust nalezen als u wilt. Dan mag u ‘populisme’ roepen zo veel als u wilt, maar dan moet u mij komen zeggen dat die cijfers verkeerd zijn. Dan moet u mij komen zeggen dat die cijfers verkeerd zijn, en anders stopt u met ‘populisme’ te roepen. Want ik word het kotsbeu.

Collega Van den Heuvel, als u zegt dat het klimaat van iedereen is, zorg dan dat iedereen kan meedoen. Zorg dan dat die gezinnen kunnen meedoen. Zorg dan voor een goed openbaar vervoer, in plaats van een dat stilstaat. Zorg dan voor renovatie. Zorg ervoor dat mensen hun huis kunnen renoveren, ook als ze een kleine portemonnee hebben. Zorg er dan voor dat de hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt geproduceerd meer dan verdubbelt. Er is een verviervoudiging of vervijfvoudiging mogelijk. Want er wordt in Vlaanderen meer hernieuwbare energie aangekocht dan er wordt geproduceerd. Reken dat maar eens na. De gezinnen maken keuzes, en de energiebedrijven blijven achter.

Wat ik heb gezegd, is dat er hier een oogje wordt dichtgeknepen voor een bepaalde sector, terwijl de gezinnen ondertussen de rekening mogen betalen. Dan zeg ik: voer bindende normen in voor de grote vervuilers. Zorg dat er maatregelen zijn om die gezinnen te laten participeren. Dan kunnen we misschien eindelijk echt onze doelstellingen halen, en de gezinnen, de mensen, de burgers en de bedrijven in dit land erop vooruit laten gaan. (Applaus bij de PVDA)

De heer Tommelein heeft het woord.

Ik zal de plaats van collega Rousseau innemen. Amai, dat is hier precies een schietstoel. (Gelach)

Collega D’Haese, ik strooi niet met verwijten. Ik vind dat je probeert om de zaken duidelijk te zeggen en te verdedigen. Maar het is toch ook wel allemaal juist wat je vertelt?

Eerst en vooral: de energiebeleidsovereenkomsten die worden afgesloten met de grote bedrijven, worden inderdaad afgesloten op vrijwillige basis. Maar er worden daar heel wat duidelijke afspraken mee gemaakt. En de evaluatie is altijd positief geweest. Dat betekent dat de afspraken die worden gemaakt met de bedrijven, allemaal nagekomen worden. Dat betekent dus ook wel dat het fout is van u om te zeggen dat er een oogje wordt dichtgeknepen, en dat een bepaalde groep wordt gespaard.

Collega D’Haese, als we resultaten willen behalen met onze klimaatdoelstellingen, dan zullen we allemaal moeten meewerken. Dan heeft het geen zin om te zeggen: die wel, die niet. Dat geldt ook voor de gezinnen, ik weet dat. Maar ik hoor u altijd maar terugkomen op die factuur. Dat die factuur omlaag moet, daar ben ik het helemaal mee eens.

Maar dan moet u mij eens uitleggen welke Vlaamse maatregelen u gaat nemen, binnen de Vlaamse bevoegdheden, om die factuur te verlagen. Dat zou ik nu toch eens graag van u weten. Weet u waarvoor Vlaanderen, waarvoor deze regering bevoegd is als het gaat over de Vlaamse energiefactuur? Weet u dat? U mag het mij opsommen hoor.

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Collega D’Haese, u bent niet alleen een platte populist. Want wees eerlijk: u wilt de industrie hier gewoon weg. In ieder debat waar ik de communisten aan bod hoor komen, hoor ik dat jullie de industrie gewoon weg willen.

U bent trouwens niet alleen een platte populist, u bent ook nog eens doof. Ik zal nog eens een aantal zaken herhalen die al gezegd zijn. De industrie, de petrochemische cluster in Antwerpen is sinds de jaren 90 verdubbeld in productie en omvang – verdubbeld! – en gehalveerd in uitstoot. De vlakke lijn die u dus trekt, alsof er geen inspanningen gebeuren, is eigenlijk een verdubbeling van productie en een halvering van uitstoot. Dat is de realiteit.

Stop dus met uw getoeter en stop met heel de wereld te proberen wijs te maken dat de industrie niets doet, want ze treft enorme maatregelen en doet enorme inspanningen, omdat ze ook weet dat dat de enige manier is om het draagvlak te behouden en omdat ze weet dat de enige manier van groeien duurzaam groeien zal zijn.

Ik wil nog een laatste punt aanhalen en dan sluit ik af. Die carbon leakage is noodzakelijk om investeringen hier te houden. Het door u zo verguisde emissions trading system zorgt er samen met de investeringen die we nu gaan hebben in de Antwerpse haven voor dat oudere en veel vervuilendere centrales op het Europese vasteland uit de markt gaan. Die worden gesloten dankzij investeringen in nieuwe petrochemische installaties in de Antwerpse haven. U verguist dat, u vindt dat vies en wilt dat weg, u kankert daarop, maar ik zal u dit zeggen: ik ben daar ronduit fier op en ik hoop nog vele investeringen te kunnen aantrekken.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s en heel specifiek collega D’Haese, weet u hoeveel staal er in een windmolen gaat? Weet u dat? (Jos D’Haese schudt zijn hoofd)

Er gaat onvoorstelbaar veel staal in een windmolen. (Gelach)

Dat had ik nu ook wel kunnen verzinnen, minister Crevits.

Minister Hilde Crevits

Mensen, het is eigenlijk niet om te lachen.

Weet u waar dat staal op de meest klimaatvriendelijke wijze wordt geproduceerd? Bij ArcelorMittal in Gent. Duizenden mensen zijn fier op hun job. Wel, als ik als Vlaams minister van Economie moet kiezen tussen een productie buiten Vlaanderen die slechter is voor het klimaat of hier zesduizend mensen een job geven, dan kies ik voor Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid en Bart Claes)

We hebben dit debat een tijdje geleden al gehad. Ik heb de indruk dat we het overdoen. (Rumoer. Gelach)

Jij maakt hier altijd hetzelfde punt.

Ik dacht dat het serieus was, maar blijkbaar kunt u hier wel mee lachen. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Absoluut.

Dan is de vraag: wie zijn hier de echte doemdenkers? (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

Minister Crevits, wacht eventjes.

Zijn dat degenen die de rapporten van de klimaatwetenschappers erbij nemen en zeggen dat we met het huidige beleid met onze kop recht tegen de muur lopen? Zijn zij de doemdenkers? Zijn hen die zeggen dat er fantastische mogelijkheden zijn om de staalproductie van ArcelorMittal te vergroenen met bijvoorbeeld waterstoftechnologie, waar de heer Diependaele het heel vaak over heeft, maar waarvoor geen enkele concrete maatregel in dit plan staat, zijn dat echt de doemdenkers? Of zijn de echte doemdenkers de ministers en de parlementsleden die denken dat de vergroening van de economie en de vergroening van productie altijd gelijk staat aan banenverlies? Ik geloof dat niet. (Opmerkingen van Koen Van den Heuvel)

Alle studies tonen aan dat vergroening van productie banen oplevert. Iedereen kan u zeggen dat als je hier met de industrie vooroploopt in de vergroening van de industrie, je werk gaat aantrekken en dat je een internationale koploper wordt. Als je dat hier echter durft te zeggen, dan zeggen jullie dat we bedrijven buiten willen en dat we jobs gaan verliezen. Degenen die jobs gaan doen verliezen, zijn diegenen die bedrijven laten doen zoals ze bezig zijn, die hen laten voortkabbelen, die de uitstoot gelijk laten. (Opmerkingen van Annick De Ridder)

Mevrouw De Ridder, u kunt het heel tof vinden dat de uitstoot gelijk blijft, maar voor het klimaat maakt dat niet uit, want de uitstoot daalt niet.

Er zijn onwaarschijnlijk grote mogelijkheden, mevrouw De Ridder, waaronder waterstoftechnologie, koolstofhergebruik en warmtenetten, om de uitstoot te doen dalen, maar daar wordt amper in geïnvesteerd en daar staat zeer weinig visie over in dit plan. Wel, diegenen die dat soort plannen schrijven, dat zijn de echte doemdenkers, want ze geloven niet dat er veel meer mogelijk is: veel meer jobs, veel meer welvaart en een veel beter klimaatbeleid.

Minister Hilde Crevits

Collega D’Haese, ik word moedeloos als ik naar u luister. Weet u hoeveel inspanningen onze energie-intensieve bedrijven leveren om te vernieuwen? Ik wil dat ze hier blijven en dat ze hier kunnen innoveren. (Opmerkingen van Jos D’Haese)

Ik zou graag hebben dat u ook zwijgt, mijnheer D’Haese; ik heb ook gezwegen toen u aan het woord was.

We gaan deze legislatuur meer dan 250 miljoen euro investeren in onderzoek en ontwikkeling. De vorige legislatuur hebben we een half miljard euro geïnvesteerd.

Het waterstofproject waar u het over hebt, daar is men volop mee bezig. Dit plan, het klimaatplan is echter een non-ETS-plan, en daar gaat het over ETS-investeringen. U moet dus ook proberen de dingen een beetje te kennen. Als we echter voortdoen zoals u bezig bent, dan gaan we de bedrijven wegjagen uit Vlaanderen, en ik doe daar niet aan mee! Absoluut niet! (Applaus bij de meerderheid)

In aanvulling op wat de minister terecht naar voren heeft gebracht nog een aantal andere voorbeelden. Er zijn de waterstofinitiatieven die we nemen in de Antwerpse haven. Op dat gebied zijn we baanbrekend en een voortrekker. Er is het hele verhaal van de ‘carbon capture and storage’ (CCS) die we gaan doen. Er is het Europese innovatiefonds: samen met Rotterdam en North Sea Port willen we een belangrijk project indienen. Er is het verhaal van de ‘usage’. Met Catalisti pompen we daar twintig keer 20 miljoen euro in, om via R&D ook daar baanbrekend werk te leveren en voortrekker te kunnen zijn. Dat doen wij. Dat doet u niet, als communist, want voor u is maar één ding belangrijk: dat de bedrijven en de producties dichtgaan in Europa. Weet u wat dat betekent voor de tewerkstelling? Weet u wat dat betekent voor arbeiders, voor bedienden enzovoort? Dat is wat het resultaat zal zijn van uw beleid als u ooit, God spare ons, aan de macht zou komen. Ik zou eens gaan kijken in landen of contreien als China, India, hoe ze daar met duurzaamheid omgaan. China is misschien uw lichtend voorbeeld. Wel, ik kan u zeggen dat wij in Europa zeer veel doen, dat wij in Vlaanderen zeer veel doen, dat de inspanningen van de bedrijven enorm zijn, en terecht, omdat ze weten dat de enige groei die mogelijk is in Europa, een duurzame groei zal zijn. Samen met de bedrijven willen we dat doen, en ik ben daar, opnieuw, zeer trots op en zeer tevreden mee.

De heer Tommelein heeft het woord.

Geachte leden van de Vlaamse Regering, voorzitter, beste collega’s, eerst en vooral moet ik zeggen dat mijn fractie betreurt dat er hier een klimaatdebat wordt gevoerd in afwezigheid van de bevoegde minister, maar ook in afwezigheid van de collega’s die zich daarmee bezighouden in de commissie en die wij nota bene zelf naar de klimaattop in Madrid hebben gestuurd. Ik vind dat een heel rare situatie en ik betreur dat: een parlement dat een debat houdt zonder dat de minister kan antwoorden. Ik weet dat de collega’s hier zijn, ik weet dat de regering collegiaal is en uit één mond spreekt, maar ik wil toch niet nalaten om dit te betreuren. Volgende week was het gepaster geweest. Dan hadden we ook geweten wat er op de klimaatconferentie was afgesproken. Maar goed.

We hebben vandaag al heel wat elementen in dit belangrijke energie- en klimaatdebat aangehaald, een thema dat, zoals jullie allemaal wel weten, mijn bijzondere interesse opwekt. Mijnheer Rzoska, dit is een onderwerp dat mij na aan het hart ligt. Ik hoor hier vandaag echter heel wat doemberichten. Dat we de doelstellingen wellicht niet zullen halen. Wat is nieuw? Dat hoor ik al heel lang. Dat deze regering niet ambitieus is, dat het plan ondermaats zou zijn. Ik wil toch eens benadrukken dat het plan dat maandag naar buiten werd gebracht, de Vlaamse bijdrage is tot het nationale energie- en klimaatplan, zoals ook collega Van den Heuvel duidelijk heeft gesteld. Dat moet nu samen met de plannen van Wallonië, de plannen van Brussel en het federale plan één geïntegreerd plan vormen. Dan zullen we beter kunnen inschatten of we de bindende Belgische doelstellingen van 35 procent kunnen halen. Collega’s, voor Europa telt het nationale plan, niet de gewestelijke plannen, kwestie van toch duidelijk te zijn.

Wat de Vlaamse bijdrage, dus het Vlaams Energie- en Klimaatplan, betreft, hieruit blijkt dat we de komende jaren grote stappen vooruit zullen zetten om Vlaanderen koolstofarmer en duurzamer te maken, op het vlak van transport, op het vlak van gebouwen, op het vlak van landbouw.

Dit plan getuigt van ambitie, van een realistische, haalbare en betaalbare aanpak. De minister daar in Madrid – waar ze trouwens hoort te zijn – weet dat ze bij mij en bij de hele Open Vld -fractie hiervoor een partner kan vinden. Want één ding staat vast: de doelstellingen kunnen pas behaald worden als er voldoende draagvlak voor bestaat op het lokale, het nationale en het internationale vlak. Wij zullen dit draagvlak mee helpen creëren, en vooral lokaal. Het zal met de steden en gemeenten zijn of het zal niet zijn. Het is van onder uit dat dit plan moet komen en niet van boven af. Dat is iets dat ik al jaren zeg en ik blijf bij mijn standpunt. Als we de mensen meekrijgen in het verhaal, dan kunnen we stappen vooruitzetten.

– Nadia Sminate, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

We staan natuurlijk op een belangrijk keerpunt in de manier waarop we ons energiemodel organiseren en hoe we de uitdagingen voor de toekomst zullen opvangen. Onze focus ligt daarbij op 2030, wat in termen van deze problematiek morgen is. Maar we moeten ook kijken naar 2050. Dat is een belangrijk jaar, ook voor de Europese Commissie. Deze Commissie presenteert trouwens vandaag haar green deal, waarmee men de ambitie opnieuw zal verhogen. Het is uitkijken welke impact dit op België en Vlaanderen zal hebben en of we dan van onder uit effectief die bijdrage wel degelijk kunnen leveren. Van boven af zeggen wat het cijfer is, is heel eenvoudig. Dat is rapper gezegd dan gedaan. Van onderuit de zaken aanpakken, is veel moeilijker.

Ik ben een heel groot pleitbezorger van hernieuwbare energie. Vriend en vijand zullen dat beamen. Ik mag claimen dat ik mij in de vorige legislatuur gesmeten heb en er voor heb gezorgd dat mensen zonnepanelen plaatsen. Ik heb ook heel veel gesprekken gehad met burgemeesters om hen te overtuigen om toch windmolens op hun grondgebied te zetten. Ik ben ook blij om te zien dat de finale doelstellingen op dit vlak opnieuw ambitieus zijn, zelfs ambitieuzer dan ik had voorgesteld toen ik het eerste plan heb gemaakt. Dat hoor ik niet alleen van de meerderheidspartijen, maar ook van verschillende experten. In dit plan wordt het vermogen aan windenergie opgetrokken van 1,4 naar 2,5 gigawatt. Wie ben ik om daar tegen te zijn? Ik steun dat ten volle.

Ook de visie van het Zonneplan wordt verdergezet, waarbij het vermogen van zonne-energie wordt verhoogd van 3,6 naar 6,7 gigawatt. Ik kan u verzekeren dat dat geen klein bier is. Daarvoor zullen serieuze inspanningen gedaan moeten worden. Het minimumaandeel energie in gebouwen wordt verhoogd. De calls groene warmte, restwarmte en duurzame warmtenetten worden versterkt. Dat zijn stuk voor stuk doelstellingen die getuigen van ambitie voor onze Vlaamse regio.

De Vlaamse Regering streeft ernaar om tegen 2030 de broeikasgasemissies in de zogenaamde niet-ETS-sectoren te reduceren met 35 procent ten opzichte van 2005. Dit is voor Vlaanderen een enorme uitdaging. Met het voorgelegde plan komen we aan 32,6 procent.

Om het gat te dichten – de minister-president zei het al heel duidelijk –, rekenen we op verdere innovatie. Ook waterstof, mijnheer D'Haese. U zult zien dat op het terrein op verschillende vlakken en op verschillende plaatsen initiatieven worden genomen. We zijn er inderdaad mee bezig. U moet dus niet doen alsof er niets gedaan wordt. Innovatie staat heel nadrukkelijk in het plan. We zullen ook versneld inzetten op circulaire economie. Er zijn initiatieven die we maximaal ondersteunen. Denk maar aan chemische recyclage, urban mining, circulair bouwen. Het is een visie die gehanteerd dient te worden door deze Vlaamse Regering, willen we die extra inspanning kunnen leveren.

Circulaire economie is een belangrijk punt. Dat is namelijk heel sterk verbonden met het reduceren van emissies. Inzetten op circulaire economie betekent dus tegelijk een win voor het klimaat en het brengt nieuwe jobs met zich mee. Dat is heel belangrijk. Ik verneem ook graag van de Vlaamse Regering welke aanpak men voor deze belangrijke uitdaging zal hanteren, welke partners men hiervoor zal inschakelen en hoe de visie in het plan zich verder zal vertalen.

Voorts wordt er ook een bijdrage verwacht van maatregelen op het federale niveau. Naast de 4 gigawatt offshore wind- en biobrandstoffen kan het federale niveau vooral via flankerend beleid meehelpen om de doelstellingen te bereiken.

Het is dan ook niet onlogisch dat daarop wordt gerekend. Ik heb vastgesteld dat de minister-president dat ook duidelijk stelt. We denken hierbij aan het ondersteunend beleid voor sloop en heropbouw.

Ik ken maar al te goed de mogelijkheden van een verlaagd btw-tarief van 6 procent voor het volledige Belgische grondgebied, en dit kan energie-efficiënte heropbouw na sloop stimuleren. In afwachting werd de Vlaamse sloop- en heropbouwpremie in 2018 ingevoerd en door de minister verlengd tot eind 2020. Dit plan wil ook de registratierechten voor sloop en heropbouw van 6 naar 5 procent verlagen.

Ook op het federale vlak is collega Lachaert bezig met het vergroenen van het bedrijfswagenpark. We willen er op die manier voor zorgen dat elektrificatie – maar ook waterstof kan – van het bedrijfswagenpark zich versneld kan doorzetten. Op zijn beurt heeft dit positieve effecten op de privémarkt en het kan meehelpen om de Vlaamse doelen te bereiken.

We hebben de afgelopen legislatuur al ambitieuze doelstellingen gehad voor publieke laadpalen. We zitten hiervoor op schema. In de andere gewesten lopen ze nog wat achter, maar ik reken vooral op de privésector om ervoor te zorgen dat er meer nieuwe en snelle laadpalen bij komen. Zoals al gezegd, de meeste mensen laden thuis op of op het werk, maar in die gebieden waar veel volk komt, zijn snelle laadpalen nodig.

Minister-president, de gesprekken rond de thema's met het federale niveau moeten zo snel mogelijk worden opgestart. We zullen ook met de EU in overleg moeten gaan. We moedigen de Vlaamse Regering dan ook aan om deze punten bij de collega's aan te kaarten. We hopen dat de Federale Regering zo snel mogelijk effectief van start kan gaan om daar krachtig in mee te helpen.

Ook voor de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur ligt er een belangrijke uitdaging en een belangrijke opdracht om in overleg te gaan met de lokale besturen om de lokale sloopbeleidsplannen en de lokale sloopfondsen te bespreken.

Dames en heren, ik wil nog één punt specifiek aanhalen. Een lokaal draagvlak creëren voor windenergieprojecten is van essentieel belang. Dat draagvlak kan op verschillende manieren tot stand komen, onder meer door de omwonenden en betrokkenen voldoende te informeren, maar ook door ze mee te laten genieten van de investeringen en dus ook van het rendement. We lazen een tijdje geleden dat verschillende burgemeesters bij de minister zijn komen aankloppen om hun dossier tegen een windmolenproject in hun gemeente te verdedigen. De minister sprak van het befaamde ‘not in my backyard’-syndroom. Uiteraard zijn er ook burgemeesters die niet meteen toegeven aan protesten en toch een eigen visie trachten te ontwikkelen om windturbines wel degelijk kansen te geven. De verdere realisatie van windenergie moet zowel rekening houden met de beschikbare ruimte maar ook met het lokaal draagvlak. De minister gaf mee om na te denken over hoe het lokale draagvlak te verhogen.

Met Open Vld wensen wij de initiatieven van de lokale besturen en de projectontwikkelaars maximaal te ondersteunen. Ik ben benieuwd hoe men hiermee met de lokale besturen verder aan de slag zal gaan.

De Vlaamse Regering neemt volgens ons duidelijk haar verantwoordelijkheid en zal en wil een bijdrage leveren aan de mondiale klimaatuitdaging, in het volle besef dat het realiseren van doelstellingen een inspanning van ons allemaal zal vergen: overheid, Vlamingen, bedrijven, steden, gemeenten. Toekomstige innovaties en technologieën die we in Vlaanderen mee zullen ontwikkelen, zullen ons de komende jaren volop ondersteunen. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Tommelein, het verbaast mij een beetje dat u zo inzet op die windmolens. U beseft blijkbaar wel wat het grote probleem is, want u hebt vaak herhaald dat het van onderuit moet komen en dat het draagvlak zeer moeilijk is. Gisteren stond in de krant dat het in Duitsland alarmfase 1 is voor windenergie. De laatste jaren is de bouw van windturbines met 80 procent gedaald. Producenten gaan failliet en er zijn duizenden banen geschrapt. Hoe komt dat? Door wat u daarnet zelf zei: mensen willen die windturbines niet. De Duitse overheid heeft intussen ook beslist om windmolens minstens 1000 meter van woongebieden te plaatsen. Mensen zijn de landschapsvervuiling ook zat.

Ze willen dat niet zien, ze willen dat niet horen. Er zijn verhalen van koppels die in hun kelder gaan slapen omdat ze het gezoem van de windmolens niet meer aan kunnen, omdat hun gezondheid eronder lijdt. Als je die verhalen hoort en die cijfers leest – min 80 procent, dit jaar zijn er nog maar 160 windmolens gebouwd in een gigantisch land als Duitsland, dat is enorm weinig –, dan vraag ik me af wat u denkt als u dat hoort? Denkt u niet dat dat voor Vlaanderen een eindig verhaal is?

Mijnheer Van Rooy, zoals steeds maakt u daar graag een karikatuur van. Bent u al eens de windmolenparken en het aantal windmolens in Duitsland gaan bekijken? Ik wel. Ik heb er een werkbezoek gedaan. Ik heb in bepaalde deelstaten geen honderd, geen duizend, maar duizenden windmolens zien staan. Nu afkomen met een verhaal dat men in Duitsland minder windmolens … Duitsland is groot, hoor, mijnheer Van Rooy. In bepaalde delen van het land is Duitsland volop aan het investeren, ook in de offshore windmolenparken.

Ook wij hebben dat trouwens gedaan. In de Noordzee staat het equivalent van twee grote kerncentrales. Ik weet niet of u dat beseft. Als de Vlaamse Regering inzet op windmolens, dan ben ik ervan overtuigd dat, met een goede afweging tussen waar ze komen en een draagvlak van de bevolking, dit wel degelijk mogelijk is. Er zijn voorbeelden genoeg van plaatsen waar mensen tegen die windmolens waren, maar op het einde hebben meegewerkt in een gemeenschappelijk project en vandaag mee genieten van het rendement van die windmolens.

De normen in Vlaanderen zijn in die mate streng dat de persoonlijke verhalen die u daar vertelt over zoemen en in de kelder moeten slapen, mij absoluut onbekend zijn. En ik ben toch een tijdje minister van Energie geweest.

U haalt uw verhalen uit Duitsland, ik heb ze uit het eigen Vlaanderen.

– Liesbeth Homans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Groen kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 17.40 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.