U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 4 december 2019, 14.03u

Voorzitter
van Hannes Anaf aan minister Lydia Peeters
181 (2019-2020)

De heer Anaf heeft het woord.

Minister, vanochtend stond in De Tijd dat het Rekenhof meldt dat de werken voor Oosterweel ernstige vertragingen zullen oplopen. Ook de projectbeheerder Lantis heeft bevestigd dat die zullen opschuiven van 2025 naar 2030. Uzelf zegt ook dat er geen vertraging zit op de grote projecten van het Oosterweeltraject zelf, maar dat het de leefbaarheidsprojecten en de overkapping zijn die ervoor zorgen dat het zal opschuiven naar 2030.

Collega's, we weten allemaal dat Oosterweel veel meer is dan enkel het beton en de grote infrastructuurwerken. Al in het Valentijnsakkoord in 2014 – wij zaten met sp.a toen nog mee aan de regeringstafel – werd afgesproken dat er een ‘50/50 modal shift’ zou komen, waarbij het de bedoeling was dat tegen 2020 – een deadline die helaas niet gehaald werd – 50 procent van alle verplaatsingen in de Antwerpse regio zou gebeuren via openbaar vervoer, met de fiets of te voet. Dat was ambitieus. Die ambitieuze doelstelling is ook in het Toekomstverbond herhaald, maar is toen al met een aantal jaren opgeschoven. U hebt in de commissievergadering van 17 oktober, toen we ook over Oosterweel gedebatteerd hebben, gezegd dat de realisatie van die modalshiftdoelstellingen echt wel in het finale milieueffectenrapport (MER) is opgenomen, weliswaar tegen 2030.

Collega's, het zou goed kunnen dat er een gegronde reden is voor het opnieuw opschuiven van de timing van die grote infrastructuurwerken van Oosterweel. Maar ondertussen blijven die files er natuurlijk wel staan en blijft de luchtkwaliteit in het Antwerpse rotslecht.

En daarom, minister, mag het echt niet zo zijn dat door het verschuiven van die timing ook de investeringen in het openbaar vervoer en in fietsinfrastructuur op de lange baan worden geschoven. Ik zou zelfs durven te zeggen dat het net is omdat de timing opschuift, dat het nog belangrijker is om die investeringen nog sneller te doen. Hoe kunnen de maatregelen die moeten zorgen voor die ‘50/50 modal shift’, versneld worden, om te anticiperen op die opgeschoven timing van de werken aan Oosterweel? Hoe kunt u ervoor zorgen dat de files op de Antwerpse ring niet nog groter worden in de komende jaren? Hoe kan er geanticipeerd worden tegen 2030? (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Mijnheer Anaf, in 2017 werd als initiële timing voor Oosterweel vooropgesteld: 5,5 jaar na uitvoering. Dat was een timing die voorzien was voordat het Toekomstverbond gesloten was. U weet dat er nadien een Toekomstverbond gesloten is, waarbij men heel wat leefbaarheidsprojecten heeft onderzocht. Initieel waren het er dertig. Uiteindelijk heeft men achttien leefbaarheidsprojecten geselecteerd voor heel de regio Antwerpen, om te kijken hoe men enerzijds die modal shift kan bewerkstelligen en hoe anderzijds de levenskwaliteit voor de Antwerpenaar een stuk beter kan.

U zegt dat ik toegeef dat er een vertraging op zit. Zoals de vertraging er nu uitziet, lag het al een tijdje vast. Budgettair is dat natuurlijk een ander verhaal dan qua uitvoering, maar het is alleszins onze bedoeling – en dat lag al langer zo vast in de planning – dat we begin volgend jaar de omgevingsvergunning kunnen hebben voor de Oosterweeltunnel, dat dan wellicht in 2021 de uitvoering van de Oosterweeltunnel kan plaatsvinden en dat die tegen 2025 klaar is.

U vraagt vooral: wat met de modal shift? Ik ben daar uiteraard blij om. We hebben de modal shift opgenomen in het regeerakkoord. We hebben die ook opgenomen in onze beleidsnota. En we willen inderdaad gaan naar die 50 procent: van alle verplaatsingen die men doet, mag maximaal 50 procent met de auto. We willen optimaal kiezen voor dat duurzame verkeer en voor die duurzame vervoersmodi.

Hoe doen we dat? We doen dat al op tal van vlakken. We doen dat door vooral te investeren in heel wat fietsinfrastructuur, zoals hier al een paar keer aan bod is gekomen, in fietssnelwegen, in goede mobipunten, waarbij we kunnen werken aan deeloplaadsystemen, waarbij we kunnen werken met deelfietsen, elektrische steps en dergelijke, om toch maar iedereen te ‘moven’ naar die duurzame projecten.

Tegelijkertijd wil ik ook meegeven dat, als het over de modal shift gaat, die niet alleen beperkt is tot het verhaal van het Oosterweeltracé, maar uiteraard in heel de vervoersregio Antwerpen geldt. U weet waarschijnlijk dat men op dit ogenblik bezig is met het Routeplan 2030, waarbij de focus ook echt op die modal shift ligt, en waarover men vandaag nog vergaderd heeft om dat om te zetten van een visienota naar een plannota.

Dit en al de leefbaarheidsprojecten die opgenomen zijn in het programma, zorgen er toch voor dat we die modal shift gaan halen – daar heb ik echt vertrouwen in – en dat men tot een betere levenskwaliteit kan komen en tot een duurzame verplaatsing in de Antwerpse vervoersregio.

De heer Anaf heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Dit is een van de grootste investeringsdossiers van deze legislatuur. U hebt een aantal maatregelen opgesomd die genomen worden, maar ik mis toch echt de concrete engagementen voor de investeringen in het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Daarover staat er helemaal niets in. Er staat enkel dat men dat gaat realiseren, maar er staan geen concrete projecten benoemd, ook niet in uw beleidsnota.

Ik wil nog eens aandringen dat het echt cruciaal is dat de investeringen in het openbaar vervoer in de Antwerpse regio opgevijzeld worden, want anders staan we binnenkort elke ochtend vanaf Turnhout aan te schuiven op de E34, vanaf Geel op de E313 en van aan de Nederlands grens op de E19. Die files gaan alleen maar toenemen en de leefbaarheid in Antwerpen gaat de komende jaren alleen maar afnemen als er niet sneller geïnvesteerd wordt om echt naar die modal shift te gaan.

Daarom heb ik een aansluitende vraag. Welke concrete investeringen in het openbaar vervoer plant u nu juist?

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Ik ga heel eerlijk zijn: naar mijn bescheiden mening zijn we tien jaar te laat met het oplossen van de files op en rond de Antwerpse Ring. Dat is een collectieve verantwoordelijkheid. Maar het is wat het is, de spade steekt in de grond, en daar ben ik zeer tevreden over. Besprekingen met burgerbewegingen, aanpassingen, de complexiteit van de werken, enzovoort, leiden er natuurlijk toe dat het tijd vergt, helaas, maar dat is nu eenmaal de realiteit.

Minister, ik heb voor u een dubbele oproep. Eerst en vooral, als het sneller kan, laat ons dan ook versnellen. Ik ga ervan uit dat de Scheldetunnel en de noordelijke kanaaltunnel bijvoorbeeld al wel heel wat eerder dan in 2030 in exploitatie zouden kunnen gaan. Ten tweede: gebruik dit alles als hefboom voor de modal shift. Wij doen als stad en als haven heel veel om echt die overstap naar alternatief woonwerkverkeer, naar binnenvaart en spoor te realiseren, maar we kunnen dat uiteraard niet alleen. Bedankt eerst en vooral voor de overname van die waterbus, die is cruciaal, meer dan ooit, ook om die files te vermijden. Dat is ook conform het regeerakkoord, om die over te nemen vanaf 1 januari.

Collega De Ridder, en uw vraag luidt? Kunt u afronden?

U speelt een heel belangrijke rol in dit verhaal. Wij rekenen op u en wij hopen dat te kunnen blijven doen. Een dubbele bemerking: versnellen waar het kan, en de modal shift alstublieft meer dan ooit.

De heer Dewinter heeft het woord.

Collega Anaf, als ik mij goed kan herinneren, was u ooit stafmedewerker van minister Van Brempt. Klopt dat?

Drie maanden lang.

Ik vroeg het mij alleen maar af, ik herinner mij minister Van Brempt hier, toen ze minister van Mobiliteit was, en hoe moeilijk het toen liep om die Oosterweel tot stand te brengen. Dus in uw positie, als gewezen stafmedewerker van een minister die er alles aan gedaan heeft om vanuit haar positie het hele project fout te laten lopen, zou ik toch enige bescheidenheid aan de dag leggen. Maar dat geheel terzijde.

Ik stel in onze stad maar vast, ‘les actes nous suivent’ in de politiek natuurlijk. In Antwerpen is er nu het project van De Grote Verbinding, dat vooral een publiciteitsproject is, minister, maar waarin het ontbreekt aan flankerende maatregelen, aan alternatieven. De Antwerpenaar is natuurlijk geïnteresseerd in wat er over tien jaar gaat gebeuren – de grote plannen rond Oosterweel – maar nog veel meer geïnteresseerd in wat er de eerstvolgende tien jaar gaat gebeuren. Zal hij zich kunnen verplaatsen in die stad? Het doembeeld dat hier geschetst wordt, is terecht. Daarom flankerende maatregelen: noodbruggen op de Singel, het tolvrij maken van de Liefkenshoektunnel. Dat soort dingen moet gebeuren, en daar ontbreekt het momenteel volledig aan.

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Met het Toekomstverbond en de leefbaarheidsprojecten is de timing inderdaad verschoven, maar laat me ook een positieve noot brengen. De spade zit in de grond. En dat is belangrijk, want de filedruk in Antwerpen blijft maar toenemen, niet alleen voor de Antwerpenaren trouwens, maar voor heel de provincie en bij uitbreiding voor Vlaanderen. Daarom worden de minderhindermaatregelen en de maatregelen rond de modal shift met alternatieven nog belangrijker.

Minister, u verwijst naar het Routeplan 2030 van de Antwerpse vervoerregio, waarin een belangrijke aanzet wordt gegeven voor zulke maatregelen en voor het inzetten op alternatieve vervoersmodi. Zoals de naam het zegt, is het een plan voor 2030, een plan in uitvoering op langere termijn. Maar de Antwerpse regio heeft vandaag al nood aan minderhindermaatregelen en maatregelen rond de modal shift, niet morgen, niet volgende week, niet in 2030, maar veel sneller.

Minister, welke initiatieven kunt u nemen om de toename van de files vandaag al op te vangen bij de aanvang van de werken rond Oosterweel?

De heer Annouri heeft het woord.

Ik sluit me graag aan bij de vraag van collega Anaf. Het valt te betreuren dat de bouwwerken van Oosterweel vertraging oplopen, maar het mag op geen enkele manier betekenen dat de ambities die er zijn rond de modal shift, ook worden opgeschort of worden vertraagd.

Minister, mijn vraag is heel kort en heel simpel. Wat is uw concrete streefdatum om de modal shift van 50-50 procent te bereiken? Wanneer wilt u die hebben bereikt in de Antwerpse vervoersregio?

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Ik dank u voor de talrijke bijkomende vragen.

Mijnheer Anaf, u vraagt heel concreet wat we doen. Recent hebben we nog een plaatsbezoek gedaan en zijn we het hele Oosterweeltracé afgegaan. We doen heel wat in Antwerpen, en dat zult u waarschijnlijk ook wel weten. Er zijn fietsbruggen, nieuwe fietssnelwegen en fietspaden aangelegd. Op dit ogenblik is men bezig met de bouw van vier grote P&R-parkings rond Antwerpen, op de linkeroever aan Luchtbal, maar ook in Merksem en Wommelgem op de rechteroever. Op die parkings willen we dat mensen de overstap maken naar andere vervoersmodi – tram, trein of deelfietsen – om zich verder te verplaatsen naar het Antwerpse. In de tunnels zelf zijn brede fietskokers voorzien. Kortom, ik ga niet alle projecten opsommen, maar u weet dat er achttien leefbaarheidsprojecten zijn uitgevoerd. Er wordt enerzijds gefocust op de leefbaarheid, op vergroening, op zuivere lucht en op minder geluid, en anderzijds ook op het zich duurzaam verplaatsen.

Mevrouw De Ridder, u hebt er terecht op gewezen – en ik ben blij dat we met de stad Antwerpen goed kunnen samenwerken – dat we zoveel mogelijk het spoor en het water willen gebruiken. We willen er nog meer op inzetten om bedrijven te mobiliseren en te overtuigen om de stap naar het water te zetten. We hebben tal van troeven die we nog verder zullen uitwerken. De waterbus is zeker voor het vervoer van personen over het water een goede regeling, die verankerd is in het regeerakkoord en die in de beleidsnota is opgenomen. Ook dat is een alternatief zodat mensen zich sneller en vlotter kunnen verplaatsen.

Flankerende maatregelen en minderhindermaatregelen zitten mee in het grote Toekomstverbond en de achttien leefbaarheidsprojecten en specifiek voor Oosterweel in de vier of vijf projecten – afhankelijk of men Linkeroever opneemt of niet.

Ik heb onlangs de burgemeester van Antwerpen horen zeggen dat in de kern van Antwerpen de shift van 50-50 al wordt gehaald. Ik hoop dat we die zo snel mogelijk voor de hele vervoersregio halen. Ik kan dat natuurlijk niet alleen. Het is een samenwerking met alle partners, met iedereen die betrokken is in de vervoersregio. Als we de neuzen in dezelfde richting krijgen en iedereen er zijn schouders onder zet, zullen we zo snel mogelijk de shift van 50-50 halen.

Minister, als u die ambitie kunt waarmaken, dan zult u in mij en mijn fractie een medestander vinden. Ik sta hier ook echt om die oproep te doen om te versnellen, omdat het belangrijk is. Ik denk dat het over de partijgrenzen heen belangrijk is voor de Antwerpenaar om sneller gezonde lucht te kunnen inademen en voor de mensen die langs of naar Antwerpen moeten in de ochtend- en de avondspits om dat op een vlotte manier te kunnen doen.

Mijnheer Dewinter, ik heb inderdaad even voor voormalig minister Van Brempt gewerkt. Ik zal u nog meer zeggen: ik heb ook voor Jos Geuens gewerkt, de toenmalige voorzitter van de raad van bestuur van De Lijn. In die periode – ik heb het vooral over openbaarvervoerinvesteringen – is het budget van De Lijn verdrievoudigd en steeg het aantal reizigers van 214.000 naar 500.000 per jaar. Daar ben ik trots op, mijnheer Dewinter. (Applaus bij sp.a)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.