U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 november 2019, 14.01u

Voorzitter
van Katrien Partyka aan minister Matthias Diependaele
86 (2019-2020)

Mevrouw Partyka heeft het woord.

We zijn het nog niet helemaal gewoon dat we de vraag niet aan u mogen stellen, voorzitter.

Ik wil wel antwoorden. (Gelach en applaus bij de N-VA)

Nee, alle gekheid op een stokje. Minister, in de weekendkrant lazen we over een werkelijkheid waarmee weinig mensen in deze zaal in contact komen. Het is een niet zo fraaie werkelijkheid, het is een werkelijkheid van schrijnende verhalen over gezinnen met kinderen, die in panden zonder ramen en deuren wonen, vol ongedierte. Men voelt er zich onveilig, ook brandonveilig. Het is kort gezegd mensonterend.

Het gaat niet over slechte woonkwaliteit. Dit gaat over manifest misbruik, over huisjesmelkerij en krotverhuur. Die toestanden zijn niet alleen mensonterend voor de huurders, maar ze zorgen ook voor overlast en ergernis bij de buurtbewoners. Mensen nemen daar aanstoot aan, ze zijn verontwaardigd. Het gaat ook over criminele netwerken.

Hoe zult u als Vlaams minister van Wonen dit misbruik beter aanpakken? Op welke manier zult u lokale besturen helpen om dit misbruik beter aan te pakken?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

U hebt er zelf naar verwezen: het is mensonterend, niet alleen voor die mensen zelf, niet alleen voor de buurtbewoners, maar ik denk dat dit een absolute schande is voor de hele samenleving. Misbruik maken van iemands precaire situatie om geld te verdienen door hem in dergelijke omstandigheden te laten wonen, kunnen we absoluut niet aanvaarden. Ik denk dat we het daarover allemaal absoluut eens zijn.

We zijn dan ook van plan om in opvolging van het beleid van de voorbije jaren verder in te zetten op die woningkwaliteit. U hebt er terecht naar verwezen: het gaat niet enkel over de woningkwaliteit, maar dat is vanuit onze Vlaamse bevoegdheid op het vlak van huisjesmelkerij wel onze invalshoek. In essentie is het in de eerste plaats een strafrechtelijk gegeven. Het is in de eerste plaats een federale bevoegdheid. We werken dan ook zeer nauw samen met het parket, en de wooninspectie werkt nauw samen met andere inspecties om daar iets aan te doen.

U hebt de zeer strikte strafrechtelijke procedure die samen met het parket moet worden doorlopen. Anderzijds krijgen we, zoals u zelf aanhaalt, ook vragen van de lokale besturen om de wooninspectie op pad te sturen of samen met hen mistoestanden vast te stellen. Indien er wantoestanden worden vastgesteld, resulteert dat meestal in een dossier dat bij het parket belandt.

We hebben wel degelijk de bedoeling om daar harder op in te zetten. De lokale besturen zijn daarbij onze eerste partner. U verwijst naar het geval in Leuven. Dat is een ontvoogde gemeente. We zijn zeer blij dat er gemeenten en steden zijn die zelf hun verantwoordelijkheid nemen. We bieden die dan ook ten volle onze ondersteuning. Zij zijn natuurlijk zelf verantwoordelijk voor het beleid dat ze voeren, maar wij zorgen vanuit de Vlaamse administratie nog steeds voor opleidingen, voor bijstand als dat nodig is, voor antwoorden op technische of juridische vragen. We springen eventueel zelfs bij als de capaciteit van dat lokale bestuur onderbemand zou zijn. Dan zorgen we ervoor dat we dat bestuur zoveel mogelijk ondersteunen.

Ik heb nog wel een bijkomende opmerking. De vraag die u stelt, is natuurlijk zeer specifiek gebaseerd op het artikel dat afgelopen zaterdag in de krant stond, en heeft betrekking op de situatie van vluchtelingen. Laat me duidelijk zeggen dat de problematiek van de huisjesmelkerij ruimer gaat dan die van de erkende vluchtelingen. Ook andere mensen leven in heel precaire omstandigheden en we proberen die voor iedereen zo goed mogelijk aan te pakken.

Door de erkende vluchtelingen hebben we een influx, een instroom in een bepaald segment van de markt en dat is het onderste segment van de zeer goedkope huurwoningen. Daar zitten we inderdaad met een tekort. Ik citeer graag de Groen-schepen van Leuven die heel duidelijk zegt dat we op dat vlak dweilen met de kraan open. Dat maakt de situatie nog een stuk moeilijker om aan te pakken.

Het gaat over kwetsbare huurders tout court. Waar ze vandaan komen, maakt niet uit.

Minister Matthias Diependaele

Absoluut.

Het gaat evenzeer over verdunning van gezinnen, over de vergrijzing van de samenleving. Het gaat over een problematiek in het onderste segment van de huurmarkt.

Er is een administratieve aanpak, dat is dan voor de gemeenten. Dat is allemaal waar, maar waar we absoluut op moeten inzetten, en dat is dan mijn vraag aan u, is die strafrechtelijke aanpak. Het parket zegt zelf dat Vlaanderen tekort schiet. Er is maar één wooninspecteur in Limburg, één in Vlaams-Brabant, één in Oost-Vlaanderen, één in West-Vlaanderen en drie in Antwerpen. Op het einde van de rit, als het parket zegt dat er te weinig wooninspecteurs zijn in Vlaanderen, dan lijkt het me toch niet zo moeilijk om vooral in te zetten op die aanpak en ervoor te zorgen dat die wooninspectie beter geëquipeerd is om meer te controleren, om meer samen te werken met justitie.

Daarnaast is een grote handicap voor de lokale besturen het feit dat we mensen moeten inschrijven. Ook al is een woning onbewoonbaar en verkrot, toch zijn we verplicht mensen in te schrijven. Zou u dat bij de federale overheid willen aankaarten, opdat onze besturen dat niet meer zouden moeten doen? Dat lijkt me een grote hulp in die strijd tegen die misbruiken.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, inderdaad, huisjesmelkerij kan niet. Mevrouw Partyka, iedereen verdient een kwalitatief dak boven zijn hoofd. Ik denk dat we daar met zijn allen op dezelfde golflengte zitten. We moeten er met deze regering tijdens deze bestuursperiode effectief op inzetten om de woonkwaliteit in Vlaanderen te verbeteren. Daar moeten we uiteraard met zijn allen op toezien.

Ik had wel graag nog een extra vraag gesteld, minister. Het is soms ook zo dat we het tegenovergestelde zien, namelijk dat de plaatsbeschrijving van intrede niet wordt meegenomen bij wooninspecties. Het kan immers ook gebeuren dat een huurder een pand gaat bewonen terwijl de woning vrij goed in orde is, maar dat er tijdens de huurperiode dingen gebeuren die niet oké zijn. Ik zou dus willen vragen om dat toekomstgericht ook mee te nemen, die inkomende plaatsbeschrijving bij wooninspecties.

Mevrouw De Martelaer heeft het woord.

Minister, ook mijn fractie deelt de bezorgdheid en de verontwaardiging over deze aanpak, of beter over het gebrek aan aanpak van de huisjesmelkerij. In 2018 stonden er meer dan 150.000 gezinnen op de wachtlijst voor een sociale woning. De woningkwaliteit, zowel op de sociale huurmarkt als in de onderste segmenten van de private huurmarkt, schiet vaak schromelijk te kort. U zei zonet in uw antwoord dat er twee mogelijke oplossingen zijn: de wooninspectie en het aanpakken van het tekort aan sociale woningen.

De collega-vraagsteller heeft het ook al gezegd: er gebeurt eigenlijk heel weinig wooninspectie. In Vlaams-Brabant is er slechts één inspecteur. Vorig jaar hadden we nog de situatie van verregaande huisjesmelkerij in Leuven, die uitgebreid in de media is gekomen. Hoe kan één persoon in de inspectie zo’n probleem oplossen?

We spreken al jaren over het tekort aan sociale woningen. Dat wordt telkens opnieuw herhaald. Hoe zult u eindelijk dat tekort aan sociale woningen oplossen?

De heer Veys heeft het woord.

Ik heb dat artikel ook gelezen. Het zijn inderdaad zeer schrijnende situaties. Dit is een problematiek die al jaren gekend is: het onderste segment van de private huurmarkt baart zorgen op het vlak van kwaliteit en op het vlak van de praktijken waarbij men mensen gebruikt die bereid zijn om alles te huren. In het regeerakkoord zitten veel zaken die dat volgens mij niet zullen oplossen. Dit is nu niet de plaats om dat te bespreken.

Ik heb een concrete vraag. We zien duidelijk dat het aantal controles gezakt is vanaf 2015. Ze zijn nu licht gestegen, maar we zitten nog altijd onder het niveau van 2011. In het artikel zegt de persoon van het parket het duidelijk: er zijn te weinig controleurs. In het jaarverslag van de Wooninspectie wordt dat ook letterlijk gezegd: er is te weinig capaciteit. Daarom is volgens mij een sterk overheidsoptreden nodig. De private sector zal dit niet oplossen. Ik volg daarin de hoofdredacteur van De Standaard, die dat in zijn edito ook zei. Mijn concrete vraag hierover is: hoe zult u die controles versterken? Bent u van plan die te versterken? Zo ja, tegen wanneer, met hoeveel en met hoeveel middelen?

De heer De Meester heeft het woord.

Mevrouw Partyka, minister, ik hoor hier veel grote woorden en ik hoor dat het allemaal een schande is en mensonterend en dat is uiteraard zo, maar in het regeerakkoord lees ik geen woord over huisjesmelkers noch over verkrotting. (Opmerkingen van Katrien Partyka)

Het woord ‘wooninspectie’ staat niet in het regeerakkoord. (Opmerkingen van Katrien Partyka)

U hebt gelijk, er zijn bijna geen wooninspecteurs. Maar, mevrouw Partyka, met alle respect, uw partij zit wel in de regering. Waarom hebt u dat dan niet in het kader van het regeerakkoord onderhandeld?

We moeten ook nadenken over het fundamentele probleem. Waarom komen mensen terecht in handen van huisjesmelkers? Omdat een gewone doorsnee kwalitatieve private woning op de huurmarkt onbetaalbaar is voor die mensen. Omdat er lange wachtlijsten zijn – inderdaad – voor een sociale woning.

Minister, u spreekt over vluchtelingen en dat het niet alleen een probleem is voor vluchtelingen. Dat klopt, maar u maakt het specifiek voor die doelgroep nu wel veel moeilijker. U maakt het die doelgroep moeilijker om recht te hebben op een sociale woning, omdat u in het regeerakkoord die voorwaarde van vijf jaar verblijfsduur hebt ingevoerd. Het is die kwetsbare doelgroep die daar het eerste slachtoffer van is.

Mijn vraag is dus zeer concreet. Voor al die kwetsbare huurders die nu in handen vallen van huisjesmelkers en terechtkomen in krotten, waar moeten die mensen volgens u dan wonen?

Mevrouw Smeyers heeft het woord.

Mevrouw Partyka, minister, de vraag ging uiteraard over de woonkwaliteit en wat we eraan gaan doen om het Vlaamse woonpatrimonium en het aanbod aan huurwoningen zo kwalitatief mogelijk te maken.

We zitten hier in het Vlaams Parlement. Ik heb twaalf jaar in het federale gezeten, waar huisjesmelkerij wel ter sprake komt, want dat is een federale bevoegdheid. Desalniettemin heeft minister Homans – en ik zal in haar naam spreken – daar ook wel al een aanpak voor ontwikkeld, namelijk om de wooninspectie destijds prioriteit te laten geven aan die seriële eigenaars, eigenaars die meerdere ongeschikte panden verhuren. Tot voor enkele jaren liepen huisjesmelkers eigenlijk zelden tegen de lamp. Door de wooninspectie – en het woord valt hier dus wel – die prioriteit te laten geven aan dergelijke verhuurders wordt daar onrechtstreeks op het Vlaamse niveau toch ook al iets aan gedaan. Het strafrechtelijke aspect is ook federaal.

Minister, waar u wel iets kunt aan doen, is de woningkwaliteit op de Vlaamse huurmarkt, vooral in de Vlaamse centrumsteden. Ik ben zelf schepen van Wonen in een centrumstad. Daar zien we dat een hoge huurprijs niet altijd concordeert met een kwalitatieve woning, en soms wel integendeel. Het zijn dan wel die centrumsteden die ontvoogd zijn. Dat zijn uw bondgenoten. Zij staan het dichtste bij hun eigen huurmarkt. Hoe gaat u hen stimuleren, aanmoedigen en toch ook verplichten om die woningcontroles waar u ook tools voor zult uitwerken – het staat zo in het regeerakkoord – te doen en om hun verantwoordelijkheid daarin te nemen? Hebt u additionele maatregelen in petto om die woningkwaliteit in Vlaanderen waar u een zaak van maakt, ook te realiseren?

De heer Brusselmans heeft het woord.

Mevrouw Partyka, uiteraard steunt onze fractie u in uw vraag naar meer wooninspecteurs, maar ik ben toch blij dat de minister het element vluchtelingen aanhaalt, want dat is inderdaad wel waar het artikel in eerste instantie over ging. (Opmerkingen van Katrien Partyka)

Ik weet dat dat hier niet zo graag gehoord wordt, maar het is wel zo. Die groep heeft een groeiend aandeel binnen de slachtoffers van de huisjesmelkerij. Het probleem is echter niet zozeer de huisjesmelkerij onder de vluchtelingen, het is slechts een symptoom. Het probleem is veel groter. De steden waar er het meest problematiek rond is, zijn ook de steden waar bijvoorbeeld vreemdelingencriminaliteit dagelijkse kost is. Voor onze fractie is het dan ook duidelijk dat dit probleem bij de wortel moet worden aangepakt, want – ik hoor het u graag zeggen, minister – we kunnen niet blijven dweilen met de kraan open. Het is wel de vluchtelingenkraan die uw partij de voorbije jaren heeft laten openstaan. Laat dat duidelijk zijn.

Ik zou u graag verzoeken namens mijn fractie om ook uw federale collega’s duidelijk te maken dat Vlaanderen de vluchtelingenstroom niet langer kan en wil dragen.

Minister Matthias Diependaele

Op die laatste vraag antwoord ik met de mededeling dat er nog altijd geen federale regering is. Ik kan er dus niet op antwoorden, zeker niet vanuit mijn eigen partij. Maar goed, u moet de krant eens lezen.

Mijnheer De Meester, ik ben blij dat u het zelf onderstreept. Wij gaan vluchtelingen inderdaad geen voorkeursbehandeling geven. Dat is hier ook door verschillende mensen bevestigd: het gaat om huisjesmelkerij en over in welke staat die mensen leven. Het maakt niet uit of het nu gaat om een erkende vluchteling of niet. Het probleem moet worden aangepakt. We gaan dus niet een aparte categorie maken waarop we ons gaan focussen. Dat gaan we niet doen. We gaan ervoor zorgen dat er voor iedereen een gelijke behandeling is, mijnheer D’Haese. Dat is een heel duidelijke keuze die u voor mijn part zoveel mag onderstrepen als u wilt, want wij maken die keuze heel bewust en duidelijk.

Velen onder u vroegen hoe we nu die inspectie gaan verhogen. Het is een goede vraag en ik had het mijzelf gemakkelijker kunnen maken door het antwoord direct te geven. We gaan twee zaken concreet doen om ervoor te zorgen dat we meer inspecteurs op het terrein hebben. Mevrouw Smeyers, we gaan er eerst en vooral voor zorgen dat meer gemeenten ontvoogd worden en zelf hun woningbeleid ter hand nemen. Daarvoor hebben we natuurlijk in de eerste plaats die lokale besturen zelf nodig. Wij hebben hun engagement nodig. Iemand verplicht ontvoogden, dat gaat niet zomaar. Ze moeten daartoe bereid zijn. Als we dat kunnen doen, zullen wij een beperkt deel van de administratie, dat nu bezig is met het ondersteunen van de gemeenten, daarvan vrij kunnen stellen en ervoor zorgen dat we meer kunnen inzetten op die inspectie.

Ten tweede gaan we ook een deel van de controles uitbesteden. De gemeenten of de Vlaamse overheid kunnen zelf externen op pad sturen om de controles te doen. Zo kunnen we de capaciteit van de wooninspectie uitbreiden. Mijnheer Veys, dat zal zijn tijd nodig hebben. Zeker voor die externen. We zullen opleidingen moeten geven en ervoor zorgen dat iedereen juist binnen dat kader werkt. Dat zal geld kosten, absoluut, maar als de gemeenten ontvoogd zijn en zelf, zoals Leuven heeft gedaan, de verantwoordelijkheid nemen – wat wij absoluut ondersteunen en ik neem aan uw partij ook – dan zullen wij daarvoor meer ruimte vrij krijgen. In die zin is dat een win-winsituatie.

Mevrouw De Martelaer, wij kunnen voor wat betreft de sociale woningmarkt de laatste jaren echt wel de juiste cijfers voorleggen en bewijzen dat er al verschillende legislaturen op rij heel uitdrukkelijk wordt gekozen om geld vrij te maken om te investeren in de sociale woningbouw. In de vorige legislatuur was dat 3,5 miljard euro. Nu gaan we naar 3,8 en 4,2 miljard euro. Dat is niet min, wij leveren wel degelijk een zware inspanning. Elke kritiek daarop is absoluut onterecht.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Minister, u verwijst naar het regeerakkoord, naar de privatisering van de inspectiediensten en naar 6000 van 11.000 controles. Dat is fijn in het kader van meer administratieve handeling en van controle voor conformiteitsattesten. Als wij spreken van privatisering en het uitbesteden van die diensten, kan dat voor ons enkel als er meer aandacht gaat naar de taken die wel prioritair zijn, zoals de strafrechtelijke aanpak en het beteugelen van de misbruiken. Wat er minder gebeurt op het administratieve vlak, wat, voor alle duidelijkheid, ook noodzakelijk is, moet zeker meer gaan naar de strafrechtelijke aanpak en de versterking van de inspectiediensten.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.