U bent hier

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, een tijdje geleden was er in dit huis heel wat te doen over de nieuwe taalvereiste voor sociale huurders. Sindsdien moeten anderstalige huurders binnen het jaar bewijzen dat zij over een basiskennis Nederlands beschikken. Ik vind dat niet alleen een heel goede maatregel, maar ik vind dat eigenlijk de logica zelve. Toch is er een organisatie die vindt dat je van een kandidaat-huurder niet kunt vragen om in ruil voor het ter beschikking krijgen van een sociale woning, een mondje Nederlands te praten. Het Grondwettelijk Hof heeft zich daarover gebogen en heeft geoordeeld dat die regeling als gunstig mag worden beoordeeld, gelukkig maar.

Waarover gaat het? Het gaat over het niveau A1. A1 wil zeggen dat je de taal verstaat in basale dagdagelijkse omstandigheden. Ik heb zelf die taalniveaus nog gegeven. Ik durf hier vandaag dus te zeggen dat niveau A1 misschien wel onvoldoende is om tot een vlotte communicatie te komen tussen huurders en de samenleving.

Minister, zijn er plannen om er in de toekomst voor te zorgen dat die sociale huurders over meer zelfredzaamheid kunnen beschikken?

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Laat me eerst heel duidelijk stellen dat alle eer hiervoor mevrouw Homans toekomt, want zij heeft die regeling ingevoerd. Ik denk dat ik kan zeggen dat, op het moment dat het nieuws van het Grondwettelijk Hof is binnengekomen, wij zeer gelukkig waren. Niet enkel en alleen omdat het Grondwettelijk Hof ons gelijk geeft over de hele lijn, maar ook omdat het verder gaat. Het ondersteunt op verschillende punten in het arrest de filosofie die achter de idee zit. Diezelfde filosofie trekken wij nu ook door in het hele regeerakkoord. Dat is het belang van dat arrest.

In dat arrest staat niet enkel dat het goed is om van een inspanningsverbintenis naar een resultaatsverbintenis te gaan, het Grondwettelijk Hof onderschrijft ook de maatschappelijke meerwaarde van die regel. Ik kan vier verschillende punten meegeven. Zo is het Nederlands nuttig voor sociale huurders en draagt het bij tot het begrijpen van hun rechten en plichten. Dat is een punt waarin het Grondwettelijk Hof onze filosofie uitdrukkelijk onderschrijft.

Daarnaast faciliteert de kennis van het Nederlands het recht op behoorlijke huisvesting van de huurders. Dus niet alleen schendt de regeling niet het recht op wonen, het faciliteert dat ook, het maakt het ook gemakkelijker voor de overheid om te voldoen aan dat recht op wonen, om die mensen effectief te laten genieten van dat recht op wonen.

Een volgend punt is dat de veiligheid en leefbaarheid van wooncomplexen erop vooruitgaat. De kennis van het Nederlands draagt dus bij tot de goede samenleving in die wooncomplexen en verhoogt de maatschappelijke betrokkenheid van sociale huurders. Dat zijn maar een paar voorbeelden waarin het Grondwettelijk Hof uitdrukkelijk zegt dat die regeling die we invoeren, zeer positief is. En dat is ook de lijn die we zullen doortrekken in de rest van het beleid. De kennis van het Nederlands zorgt voor een betere betrokkenheid bij onze samenleving, vandaar dat we ook naar een verhoging van de taalkennis van A1 naar A2 gaan. We zullen dat de volgende jaren uitwerken.

Er is een punt waarbij ik me wel vragen stel. De redenering die het Grondwettelijk Hof opbouwt, is blijkbaar niet van toepassing voor Franstaligen in de rand, in de faciliteitengemeenten. Daarvoor hadden we in onze eigen regelgeving dat systeem al uitgesloten. Waarom diezelfde redenering daar niet opgaat, is voor mij een raadsel.

Minister, ik denk dat iedereen in dit halfrond zal erkennen dat het een positieve zaak is, zowel voor sociale huurders als voor heel onze samenleving wanneer die communicatie op een vlotte manier in het Nederlands kan gebeuren. Dat kan ons sociaal weefsel alleen maar ten goede komen. Ik ben dan ook zeer blij dat u aankondigt dat we op diezelfde lijn zullen inzetten en durven en kunnen evolueren naar dat niveau A2. Dat betekent dat men niet alleen kan verstaan wat de andere zegt, maar zichzelf ook kan uitdrukken. Dat lijkt me de evidentie zelve. Ik kijk uit naar de initiatieven om dat ook in de praktijk te brengen.

De heer D’haeseleer heeft het woord.

Ik wil me graag aansluiten bij de min of meer getelefoneerde vraag van mevrouw Sminate waarop het antwoord eigenlijk in het regeerakkoord staat. (Opmerkingen van Nadia Sminate)

Het is u gegund, mevrouw Sminate.

Het is inderdaad zo dat de vorige Vlaamse Regering onder de bevoegdheid van mevrouw Homans die taalvereiste om toegang te krijgen tot een sociale woning heeft aangescherpt, maar dat is uiteraard ruimschoots onvoldoende. Er is immers geen enkele garantie dat de sociale huurder dat engagement zal nakomen. Bovendien is het op dit moment nog altijd niet zo dat het niet verwerven van die basistaalvaardigheid A2 binnen een bepaalde periode aanleiding kan geven tot het verlies van de woning. Er kan enkel een administratieve geldboete worden opgelegd van minimum 25 euro die eventueel kan worden herhaald. De huidige regelgeving is dus ruimschoots onvoldoende, inefficiënt en brengt bovendien heel veel administratieve rompslomp met zich mee voor de sociale huisvestingsmaatschappijen.

U zult in ons een medestander vinden wanneer het erop aankomt om het niveau van het Nederlands op te trekken tot A2, maar wij zijn wel van oordeel dat aan deze voorwaarden zou moeten worden voldaan voor de kandidaat-sociale huurder zijn intrek neemt in een sociale woning. Dat zal niet alleen veel efficiënter zijn, het zal de sociale huisvestingsmaatschappijen bovendien heel wat tijd en energie besparen.

Het signaal dat we moeten geven aan anderstaligen moet voor ons klaar en duidelijk zijn: onvoldoende kennis van het Nederlands leidt automatisch tot het niet verwerven van een sociale woning. Ik hoop dat de minister ons hierin kan volgen en zijn maatregelen in die zin kan uitwerken.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Voorzitter, u zult mij toelaten om vast te stellen dat we een nieuwe figuur krijgen in dit parlement. Naast de actuele vraag krijgen we nu ook de actuele vaststelling. Het Grondwettelijk Hof heeft een uitspraak gedaan, waarvan nu akte genomen wordt. Wij vinden dat uiteraard ook positief. Ik denk ook dat we daar het Hof niet voor nodig hadden. We waren het eens dat het positief is voor de communicatie en het samenleven in sociale woonwijken dat iedereen een gemeenschappelijke taal heeft. En die taal is uiteraard het Nederlands. Het is ook daarom dat we er in het regeerakkoord voluntaristisch voor gekozen hebben om die ambitie op te trekken naar niveau A2. Ik denk dat we daar allemaal volmondig achter staan, mits de nodige uitzonderingen en de modaliteiten die in de sociale huisvesting heel specifiek zijn. De huisvestingsmaatschappijen kunnen zelf die testen afnemen en kunnen zelf de nodige inschattingen maken.

Het enige negatieve punt is inderdaad de vraag die het Hof opwerpt, namelijk dat de Franstalige huurder in een sociale woning in de randgemeenten daar niet aan onderhevig is. U doet ook die vaststelling, minister, maar wat kunt u daaraan doen? Hoe kunt u ervoor zorgen dat ook in die randgemeenten de Nederlandse taal in sociale woonwijken een voorwaarde is?

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Minister, wij vinden het, zoals u weet, een goede zaak dat mensen die geen normale huur kunnen betalen, een sociale woning kunnen krijgen. En dat ze die taal moeten leren, vinden wij ook een goede zaak. De leefbaarheid van de sociale omgeving, de wijk, de appartementen, de hele gemeenschap vaart daar wel bij. Nederlands leren is ook goed voor kleine praktische zaken, bijvoorbeeld om naar het oudercontact te kunnen gaan, om een brief te begrijpen, om je vuilniszakken buiten te zetten, om eens een praatje te kunnen slaan met de buur.

Wij vinden het een goede zaak dat mensen als het ware het Nederlands leren. Het is dan ook een goede zaak dat het Grondwettelijk Hof dat heeft beaamd.

Mevrouw Groothedde heeft het woord.

Minister, u zegt dat het Grondwettelijk Hof de Vlaamse Regering gelijk geeft om strengere voorwaarden op te leggen. Dat klopt, maar u vergeet iets. U vergeet dat gratis taalcursussen expliciet deel uitmaken van die afweging van het Grondwettelijk Hof. En zolang die cursussen gratis zijn, acht het Hof het evenwichtig om de taalvereiste A1 als huurdersverplichting op te leggen. Maar wat u juist wilt doen met deze Vlaamse Regering en wat in het regeerakkoord staat, is dat u inburgering en taalcursussen betalend wilt maken. Vanaf het moment dat de cursussen betalend worden, is het arrest helemaal niet meer van toepassing op uw beleid, want het arrest verwijst expliciet naar het gratis aspect van de taallessen. U loopt zelfs het risico dat het Hof een ander arrest schrijft om u te veroordelen.

Gelukkig zijn lijkt mij dus behoorlijk ongepast. Het klopt niet met de feiten. Het enige gepaste is grote voorzichtigheid.

Mevrouw Goeman heeft het woord.

Ik ga mij daarbij aansluiten. Enerzijds vinden wij het heel belangrijk dat mensen de taal leren. Dat is cruciaal om samen te leven, om elkaar letterlijk te verstaan, en om ook je rechten en plichten te kennen. Dat is ook wat het Hof argumenteert in zijn arrest. Maar ik wil toch twee punten aanstippen in dat arrest. Ten eerste onderstreept het Grondwettelijk Hof dat een taalvereiste in geen geval een voorwaarde kan zijn, noch voor inschrijving, noch voor toegang tot een sociale woning. Dat blijft voor ons cruciaal. We zullen ons altijd blijven verzetten tegen het voorwaardelijk maken van grondrechten.

Ten tweede wijst het Hof heel duidelijk op het belang en het bestaan van een ruim aanbod aan gratis lessen Nederlands. Als ik dan in uw inburgeringsluik hoor dat u van plan bent om het aanbod NT2 betalend te maken, in combinatie met het feit dat u het niveau wilt optrekken naar A2, wat meer is dan een mondje Nederlands, dan zal er toch echt extra geïnvesteerd moeten worden in lessen. Kunt u als minister garanderen dat het aanbod aan lessen Nederlands ook voor sociale huurders gratis blijft in de komende legislatuur?

De heer De Meester heeft het woord.

Minister, uiteraard is een goede basiskennis van het Nederlands nuttig. Maar voor ons is het vooral een kwestie van een positief maatschappelijk engagement, dat we moeten stimuleren. Dat mag geen verplichting zijn, geen alibi om mensen te straffen of boetes uit te delen.

Ik heb daarover twee vragen.

Ten eerste zegt u: ‘Wij gaan de lat voor het Nederlands een beetje hoger leggen.’ Het regeerakkoord zegt inderdaad dat we van niveau A1 naar A2 gaan. Maar gaat u dan extra investeren in het aanbod van Nederlandse lessen? Gaat u in een extra budget voorzien? Of krijgen we straks gewoon een nieuwe wachtlijst erbij?

En twee, u zegt dat een goede beheersing van het Nederlands belangrijk is om de leefbaarheid in de sociale woonblokken te verbeteren. Dat is natuurlijk een beetje de obsessie met taalkennis van het Vlaams-nationalisme. Zult u, om de leefbaarheid in de sociale woonblokken te verbeteren, ook investeren in conciërges in die sociale woonblokken? Zult u investeren in bewonersparticipatie? Zult u, nu we toch bezig zijn, misschien ook meer investeren in de renovatie van de schimmelwoningen, die in Gent en in vele andere steden nog altijd in de sociale woonwijken staan? U legt de lat voor nieuwkomers veel hoger, maar ik vind dat de Vlaamse Regering de lat misschien ook voor zichzelf een beetje hoger moet leggen.

Minister Diependaele heeft het woord.

Minister Matthias Diependaele

Eerst en vooral, voor diegenen die er blijkbaar moeite mee hebben dat het thema aan bod komt: het is meer dan een pure vaststelling. Als u het arrest gelezen hebt, mevrouw Partyka, zult u weten dat het verder gaat dan alleen maar de regelgeving erkennen en gelijk geven. Het Grondwettelijk Hof voegt wel degelijk uitdrukkelijke bepalingen toe, die de filosofie zelf van de redenering onderschrijven. Dat gaat dus verder dan een pure goedkeuring of vaststelling van de regelgeving die we hebben ingevoerd.

Dé manier om Franstaligen te laten inburgeren in de Rand rond Brussel, is de afschaffing van de taalfaciliteiten – niet alleen in de Rand maar ook in Ronse. Dat lijkt mij zo klaar als pompwater. Als we u daarvan zouden kunnen overtuigen, zouden we al heel blij zijn, maar ik vrees dat het moeilijker zal zijn om dat in te voeren.

Aan de drie collega’s uit linkse hoek die vragen stellen over de taallessen zeg ik, voor alle duidelijkheid: u verwart inburgering met het woonbeleid. Niets of niemand verplicht u om taallessen te volgen. Dat is iets helemaal anders. Er is geen verplichting. Het gaat alleen om de taalkennis. Die A1, zelfs die A2, gaat voornamelijk om passieve kennis, die je heel gemakkelijk kunt opdoen door deel te nemen aan de samenleving. Je hoeft daarvoor geen betalende cursus te volgen. Je kunt dat het beste door een normaal engagement op te nemen in de samenleving. Je hebt ook ruim voldoende de tijd om dat aan te leren.

Mijnheer D’haeseleer, ik weet dat we op dat gebied een beetje veranderen. Wij houden inderdaad ook rekening met de Grondwet. We kunnen artikel 23 van de Grondwet niet zomaar naast ons neerleggen. We kunnen niet zomaar zeggen dat als je daar niet aan voldoet, je het recht op wonen verliest. In dat geval zou ik hier vandaag niet staan om uit te leggen waarom ik blij ben dat we gelijk kregen van het Grondwettelijk Hof. Ik zou hier staan om uit te leggen waarom die taalregeling helemaal onderuit wordt gehaald en we eigenlijk weer bij af staan, nergens dus, en dat we geen enkele voorwaarde kunnen laten opleggen. Dan vraag ik mij af, mijnheer D’haeseleer, wat u daarbij zou gewonnen hebben. Dan zouden die mensen geen stap dichter zijn bij het leren van het Nederlands. Dan zouden die mensen geen stap dichter zijn bij een betere deelname aan onze samenleving. Dan staan we verder af dan ooit. Vandaag hebben we tenminste die stappen al vooruitgezet. Daar ben ik blij om.

Mijnheer De Meester, wat betreft de engagementen voor investeringen in sociale woningen: in het kader van de begroting hebben we die al toegelicht. We gaan wel degelijk investeren in meer sociale woningen. We komen – en ik zeg het nu vanbuiten – van 3,5 miljard euro in de vorige legislatuur naar 4,2 miljard euro, als ik mij niet vergis, het is iets van die grootteorde. De zaken die u noemt – bewonersparticipatie en zo – zijn projecten die worden opgezet. Die zaken bestaan reeds, u brengt daar eigenlijk niets nieuws aan.

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Ik hoor hier langs de ene kant mensen zeggen: ‘Shot ze buiten als ze niet snel genoeg Nederlands leren.’ Aan de andere kant hoor ik zeggen dat het allemaal gratis moet zijn en blijven. Ik heb nochtans daarnet van collega Tobback geleerd dat gratis niet bestaat, maar bon. Mevrouw Smeyers heeft met een schriftelijke vraag opgevraagd hoeveel van die verschrikkelijke boetes er vorig jaar werden opgelegd. Het zijn er maar een handvol.

En als je weet dat er zo weinig boetes zijn uitgereikt, wil dat ofwel zeggen dat die stok achter de deur werkt ofwel dat die kandidaat-huurders het helemaal niet erg vinden om die Nederlandse taal te leren. Dus wat mij betreft, is dat ‘case closed’. Ga zo snel mogelijk door met dit beleid. Ga zo snel mogelijk door naar dat niveau A2. Ik dank u. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.