U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Katrien Schryvers, Elke Sleurs, Freya Saeys, Peter Persyn, Lorin Parys en Vera Jans houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, collega's, ik weet dat het uur al gevorderd is, maar ik denk dat we het verschuldigd zijn aan mensen die zich vragen stellen met betrekking tot afstamming, die slachtoffer zijn van gedwongen adopties, die op zoek zijn naar hun biologische vader, moeder of kind, om dit voorstel van decreet hier te geven waar het recht op heeft, namelijk een goede bespreking en een volwaardige toelichting.

Wie aanwezig was – voornamelijk de collega's van de commissie Welzijn – op de hoorzittingen van december 2014 over de problematiek van gedwongen adopties, zal erkennen hoe aangrijpend de getuigenissen wel waren. Ik denk dat ik mag zeggen dat er dadelijk over de partijgrenzen heen een gevoel ontstond dat we dit niet zo mochten laten.

In het nederige besef dat het geleden leed niet te herstellen is, heeft het parlement naar mijn mening twee opdrachten. Ten eerste: zorgen dat de regelgeving dermate strikt wordt gemaakt dat in de toekomst dergelijke schrijnende situaties niet meer kunnen voorkomen. Ten tweede: zoeken naar een manier waarop je vanuit het beleid een duidelijk signaal geeft naar slachtoffers, een signaal dat er fouten zijn gebeurd, dat je hen wilt helpen, dat je hun de hand reikt.

Dames en heren, we hebben dit geprobeerd. Tijdens deze legislatuur werd een nieuw decreet Binnenlandse Adoptie goedgekeurd. Met betrekking tot de interlandelijke adoptie deden we decretaal een aantal bijsturingen en vroegen we via een resolutie meer garanties met betrekking tot de adoptabiliteit van een kind, de betrouwbaarheid van tussenpersonen en de bestemming van projectsteun.

Voor de slachtoffers van gedwongen adopties maakten we kamerbreed een resolutie waarin onder meer een onderzoek naar de mogelijkheden van een DNA-databank werd gevraagd. Het was tijdens de hoorzittingen dat ik het voorstel had geopperd van een DNA-databank met DNA-materiaal van mensen die onder dwang hun kind hadden moeten afstaan, en dit met het oog op het mogelijk herenigen van biologische moeders en kinderen die elkaar onder dwang waren kwijtgeraakt.

Het expertenpanel dat minister Vandeurzen in navolging daarvan heeft samengesteld, kreeg de opdracht beleidsaanbevelingen te formuleren en advies te verlenen over manieren tot erkenning, heling en herstel van de slachtoffers. Na zijn werkzaamheden formuleerde het expertenpanel negentien aanbevelingen. Een van de beleidsaanbevelingen die werden geformuleerd in het kader van individuele erkenning en herstel van de voltrokken feiten, beoogde de oprichting van een afstammingscentrum met daaraan gekoppeld een DNA-databank.

We hebben deze aanbeveling overgenomen in een nieuw voorstel van resolutie, dat de plenaire vergadering unaniem goedkeurde op 30 juni 2015 en dat vraagt naar een haalbaarheidsplan voor de oprichting van een Vlaams afstammingscentrum met daarin vervat een DNA-databank, een onafhankelijk zoekregister en een blijvend aanspreekpunt. Er werd een werkgroep opgericht om het concept van een afstammingscentrum te onderzoeken en na te denken over de voorwaarden waarbinnen dergelijk initiatief zou kunnen functioneren. De hele voorbereiding heeft geleid tot voorliggend voorstel van decreet.

Ik ben blij dat tijdens een van de laatste zittingen van deze legislatuur het parlementaire werk rond dit thema kan worden afgerond met dit voorstel van decreet. De inhoud van het voorstel gaat breder dan de initiële scope van de eerste resolutie. Met dit voorstel geven we Vlaanderen een afstammingscentrum, waar iedereen die vragen heeft met betrekking tot afstamming terechtkan. In een maatschappij waarin de link tussen biologisch ouderschap en juridisch ouderschap sterk geëvolueerd is, zijn er tal van mensen die zich vragen stellen. De doelgroep omvat iedereen bij wie de juridische verwantschap niet overeenstemt met de biologische en/of afstammingsrelatie. We bieden hun een plaats waar al die vragen, hoe uiteenlopend ook, kunnen worden gesteld. Ik ben er zeker van dat het heel wat mensen meer rust en meer zekerheid zal geven.

En ja, daaraan gekoppeld geven we uitvoering aan de vraag naar de DNA-datebank, waar men op vrijwillige basis DNA-stalen kan laten afnemen en het overeenstemmend DNA-profiel kan laten registreren. Het afstaan van DNA gebeurt steeds geheel vrijwillig – ik benadruk dit –, net als het initiëren van een eventuele ontmoeting tussen verwanten achteraf. Geanonimiseerde DNA-profielen kunnen nadien met elkaar op geregelde basis worden gematcht door een vergund centrum voor menselijke erfelijkheid. Ook hier is de scope ruimer dan de slachtoffers van gedwongen adopties, en terecht. Want als Vlaanderen kiest voor de oprichting van een DNA-databank, dan is het goed dat hier ook andere ouders en kinderen die op zoek zijn, terechtkunnen.

In het voorstel beperken we de matching bewust tot de eerste graad. Zo verhinderen we dat mensen die niet gevonden willen worden, door de match van anderen toch bekend zouden worden. We doorkruisen de federale regelgeving en bevoegdheden over onder meer het donorschap en het discreet bevallen dus niet. We geven wel mogelijkheden aan mensen die op zoek zijn naar hun vader, moeder, zoon of dochter en die in die zoektocht vrijwillig DNA willen afstaan.

We weten dat er vandaag al grote internationale DNA-databanken bestaan. Kun je je dan niet de vraag stellen waarom we dit in Vlaanderen nog doen? Door in Vlaanderen een eigen DNA-databank te organiseren, kunnen we zelf een duidelijk kader en de nodige waarborgen creëren. Waarborgen omtrent het bijhouden en verwerken van gegevens, maar ook waarborgen over de nodige begeleiding.

We geven ook het duidelijke signaal dat we het leed van de slachtoffers van de gedwongen adopties erkennen en we reiken via het afstammingscentrum en de DNA-databank een mogelijkheid aan voor hun vragen en zoektocht.

Een positieve match van DNA-profielen kan een aanleiding geven tot een begeleide contactopname of ontmoeting tussen verwanten. Van groot belang is hierbij de psychologische ondersteuning, waarvan we voorzien dat die geboden wordt door het afstammingscentrum, gekoppeld aan de DNA-databank. De wetenschap dat men van een andere ouder dan de juridisch vaststaande afstamt, het feit dat men een kind gedwongen heeft moeten afstaan en de zoektocht naar je afstamming zijn immers zeer emotioneel beladen en ingrijpend voor iedereen die ermee geconfronteerd wordt.

Ik wil hierbij heel uitdrukkelijk iedereen bedanken die heeft bijgedragen tot de totstandkoming van het decreet. Ik bedank de slachtoffers van de gedwongen adopties die de moed vonden om hun verhaal te vertellen, de collega’s die mee de voorstellen van resolutie en dit voorstel van decreet indienden en ondersteunden, het expertenpanel voor zijn gewaardeerd onderzoek en advies, de werkgroep voor de concretisering van dit voorstel en minister Vandeurzen voor zijn bereidheid en openheid om in Vlaanderen een afstammingscentrum en een DNA-databank uit te bouwen en hiervoor de nodige middelen te voorzien.

Ik ben er zeker van dat we hiermee antwoorden kunnen geven op vragen en een bijdrage kunnen en zullen leveren aan de zoektocht van mensen naar hun afstamming. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Sleurs heeft het woord.

Dit voorstel van decreet is zeer belangrijk. Het is immers een eerste stap die we zetten in de erkenning dat ieder kind, ieder individu het recht heeft om zijn afkomst te kennen.

Op het federale niveau lukken die initiatieven niet. Daarom ben ik tevreden dat Vlaanderen alvast een afstammingscentrum en een DNA-databank zal oprichten.

Is dit voorstel perfect? Nee, want het gaat voor mij persoonlijk niet ver genoeg. Er vallen nog altijd individuen uit de boot, maar het is een duidelijke eerste en belangrijke stap. Het afstammingscentrum en de databank worden opgericht. We zullen verder werk maken van het toepassingsgebied, met name door de afschaffing van de anonimiteit.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik wil nog even herinneren aan de context waarin dit voorstel van decreet tot stand is gekomen. Dat gebeurde meer bepaald naar aanleiding van de hoorzittingen over de gedwongen adopties. In die situatie werden kinderen en ouders onder dwang uit elkaar gehaald en zij zijn vandaag nog altijd naar elkaar op zoek. Ik wil daarbij wel een kanttekening maken dat de zoektocht van die mensen over de grenzen van Vlaanderen heen gaat, meer bepaald naar Wallonië en Frankrijk.

Het voorliggende voorstel van decreet is ruimer dan die groep van slachtoffers van een gedwongen adoptie. Het gaat over alle adopties waarbij de afstamming onbekend is, ongeacht of het gaat over een binnenlandse of buitenlandse adoptie, vondelingen of afstamming als gevolg van donatie, die in ons land nog altijd anoniem is.

Voor Open Vld is het belangrijk dat mensen op basis van vrijwilligheid hun DNA ter beschikking van het afstammingscentrum kunnen stellen. Dat betekent dat we twee mensen hebben die beiden op zoek zijn naar een kind of een ouder. Ze zijn bereid om hiervoor hun DNA af te staan en ze willen ook gevonden worden door die verwante. Het creëert nieuwe mogelijkheden, die vroeger niet bestonden. Het is vooral belangrijk dat die zoektocht zich afspeelt in een beveiligde omgeving, waarbij begeleiding mogelijk is. We mogen toch wel niet vergeten dat het vinden van een kind of ouder niet het eindpunt is. Het is een beginpunt van een relatie waarbij het onbekend is of die relatie goed, minder goed of slecht zal verlopen.

Voor ons is het ook belangrijk dat mensen alleen van een verwantschap op de hoogte worden gebracht voor zover zij hun DNA zelf ter beschikking hebben gesteld aan het afstammingscentrum.

Als we verder zouden gaan, dan bestaat het gevaar dat we ongewilde resultaten gaan krijgen. Het gaat dan meer bepaald om mensen die worden betrokken in het proces, hoewel ze niet wensen geconfronteerd te worden met de vastgestelde verwantschappen. En dat kan leiden tot heel wat emotionele en geestelijke schade, zowel bij diegene die zoekende is en mogelijkerwijs afgewezen wordt, als bij diegene die ongewild geïdentificeerd is. Vergeet niet dat een aantal mensen er bewust voor gekozen hebben om anoniem te blijven, zowel bij afstand van een kind als bij spermadonatie.

Een Vlaams afstammingscentrum zal pas echt renderen wanneer het zal kunnen samenwerken met andere afstammingscentra. En vanuit die optiek is het wel bijzonder spijtig dat dit niet tot stand is kunnen komen op Belgisch niveau.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Ik dank de collega’s voor de sereniteit waarmee we dit debat in de commissie, en ook hier, kunnen voeren. Het is inderdaad zo dat het recht op afstammingsinformatie steeds belangrijker wordt. Daar zijn we het allemaal over eens. Het recht op afstammingsinformatie wint meer en meer aan belang.

Ik denk dat de collega’s de historie, het voorbereidingstraject goed hebben beschreven. De sp.a-fractie bedankt daarbij uitdrukkelijk de betrokkenen die aan dat traject hebben meegeholpen en die de hoorzittingen mee hebben georganiseerd. Het voorstel van decreet is ook ruimer qua personele draagwijdte – de collega’s hebben erop gewezen. Het is ruimer dan alleen slachtoffers van gedwongen adoptie.

Ook voor onze fractie is dit voorstel van decreet zeker een stap voorwaarts. Het is een kaderdecreet, en een goede stap voorwaarts. Er wordt een afstammingscentrum opgericht met psychosociale ondersteuning, waar de collega’s al naar verwezen. Er is de oprichting van een DNA-databank, en DNA-profielen worden gematcht met waarborgen. En we mogen dit inderdaad niet alleen overlaten aan commerciële internationale databanken. Dat is niet goed.

Het belangrijke principe van vrijwilligheid houdt in dat men op vrijwillige basis DNA kan laten afnemen, om het dan op te nemen in een DNA-databank. Daarvoor is die vrijwilligheid belangrijk: het principe dat niemand kan worden gedwongen om op zoek te gaan naar zijn afkomst, naar zijn identiteit. Ook dat is een vrije keuze, want niet iedereen heeft de behoefte om daarnaar op zoek te gaan. We mogen mensen niet opleggen om op zoek te gaan; iedereen heeft het recht om niet te willen zoeken. De tegenhanger daarvan – daar is impliciet naar verwezen – is het recht om niet gevonden te willen worden. De vrije wil van de hulpvrager is dus essentieel; we moeten steeds uitgaan van de vrije wil van de hulpvrager.

Voorzitter, ik zal meteen ook een toelichting geven bij het amendement dat wij hebben ingediend. Het gaat over amendement nummer 21; dit werd ook al min of meer aangekondigd in de commissie. Laat het buiten kijf staan dat we dit voorstel van decreet een grote stap voorwaarts vinden. Maar volgens ons is er nog een kleine maar zeer belangrijke verbetering mogelijk bij dit voorstel van decreet – voor veel mensen, en zeker voor donorkinderen.

We volgen daarin ook het advies van de kinderrechtencommissaris, dat alle collega’s ook hebben gezien. Daarin wordt uitdrukkelijk gevraagd om de matching van vrijwillig tot stand gekomen DNA-profielen niet tot de eerste graad te beperken. Neen, wij willen niet tussenkomen in het debat omtrent de anonimiteit van donorschap – dat moet federaal worden gevoerd – of in het debat van discreet bevallen – ook dat is federale materie.

Ons voorstel houdt een uitbreiding in tot de tweede graad in de zijlijn – mede op advies van de kinderrechtencommissaris, maar ook omdat dat toch een aantal mensen heel sterk aanbelangt. Het gaat dus niet over de tweede graad in de rechte lijn. Want we hebben bijvoorbeeld een discussie gehad over ouders die via de grootouders kunnen worden erkend. Maar we denken dat het een meerwaarde zou zijn dat we de donorkinderen de mogelijkheid geven om ook halfzussen en halfbroers te vinden.

We moeten de match niet verbieden. We moeten het voor halfbroers en halfzussen mogelijk maken verwantschap te zoeken en vast te stellen. Het gaat niet alleen om emotionele banden. Ook de genetica is een belangrijk iets, zo kun je terecht lezen in het advies van de kinderrechtencommissaris. Door het te beperken tot de tweede graad in de zijlijn, doorbreken we volgens mij niet het belangrijke principe van de vrijwilligheid en de ‘ongewilde identificatie’ waarnaar werd verwezen.

We hebben het daar in de commissie met veel sereniteit even over gehad. Er was redelijk wat instemming, ook bij leden van de meerderheid. Ik herhaal wat sommige collega's hier hebben gezegd: dit moet een eerste stap zijn. De conclusie in de commissie was dat we dit zouden bekijken en nakijken. In het verslag staat letterlijk dat mevrouw Schryvers dat zou nakijken.

We hebben tot hiertoe geen inhoudelijke tegenargumenten gevonden om die uitbreiding niet te doen tot de tweede graad in de zijlijn. Ik heb ze alleszins niet gevonden. Ik heb het dan over inhoudelijke tegenargumenten, geen emotionele.

Mijns inziens – en tot hiertoe heeft niemand me tegengesproken – wordt daarmee geen afbreuk gedaan aan alle principes die beschreven staan en die we mee kunnen onderschrijven. Daarom hebben we die oefening gedaan, net zoals jullie. We hebben daar veertien dagen de tijd voor genomen. Ik heb geen inhoudelijke tegenargumenten gevonden die mijn standpunt zouden kunnen doen vervallen. Maar ik ben wel bereid om ernaar te luisteren.

Voorzitter, daarom vonden we het toch noodzakelijk om dit amendement neer te leggen na het verslag, zoals we ook hadden aangekondigd en afgesproken in de commissie. Dat kon dan. Want dit is volgens mij een verbetering die we nog kunnen doen. Ik blijf herhalen dat we dit voorstel van decreet een grote stap voorwaarts vinden. Maar met dit amendement kan die stap volgens ons nóg wat groter zijn.  

Ik ben er graag toe bereid te luisteren naar de inhoudelijke tegenargumenten.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Collega's, ik sluit me aan bij de positieve reacties die hier werden gegeven. Het is noodzakelijk dat we hierin een stap zetten. Ik ben er dan ook heel blij mee.

De aanleiding werd inderdaad gevormd door heel pakkende getuigenissen over mensen die gedwongen werden geadopteerd of mensen die een kindje gedwongen ter adoptie moesten afstaan, over de impact daarvan op het leven van sommige van die mensen en over de absolute wens om toch een vorm van afstammingsonderzoek te kunnen doen. Die DNA-databank maakt dat mogelijk voor situaties uit het verleden. Het is eigenlijk een gevolg van situaties uit het verleden. Maar het is ook voor de toekomst. We weten namelijk dat een aantal donorkinderen gelijkaardige vragen hebben over hun afstamming.

Zoals mevrouw Sleurs zegt, past dat binnen een kader van het al dan niet afschaffen van de anonimiteit. Dat debat moet absoluut worden gevoerd, niet in dit parlement, maar in het parlement aan de overkant en misschien zelfs op Europees niveau. Het is lopende en dat is een goede zaak. Maar het is goed dat wij intussen, voor die mensen die op zoek zijn, die bereid zijn en daar vrijwillig in meegaan, de mogelijkheid bieden om een antwoord te vinden. Ik ben er zeker van dat we, indien we het op een goede manier uitwerken, echt een verschil kunnen maken in het leven van sommigen.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, ik dank de collega's voor hun betogen.

Collega Bertels, in de commissie hebben we inderdaad de discussie gevoerd. Ik heb het niet gezegd in mijn betoog, maar wel in de commissie: ook voor ons is dit een eerste stap. Zoals u weet, is mijn partij absoluut voorstander van het doorbreken van de anonimiteit van donoren. Maar dat zijn natuurlijk voorstellen die op federaal niveau moeten worden afgehandeld en beslist. Met dit voorstel doorkruisen wij dat niet. We denken dat het belangrijk is om al een eerste stap te zetten voor diegenen die vrijwillig DNA afstaan.

Ik heb uw vraag gehoord. We hebben ons die vraag gesteld. Maar als je zou ingaan op dat amendement, dan denk ik dat je ook een aantal aanpassingen zou moeten doen. En dat is helemaal niet eenvoudig met betrekking tot de verschillende zoekregisters. Wie kan worden opgenomen in welk zoekregister? 

Ik verwijs naar een geval van iemand die weet dat zijn of haar vader donor is geweest en zegt: ‘Ik ga DNA afstaan’. Er wordt dan een halfbroer of halfzus gevonden. Dan kan het wel zijn dat dat daardoor wordt doorkruist voor de vader, die niet wilde worden gevonden door het donorkind, dat niet bij hem opgroeide. Wij denken dus dat er geen honderd procent garantie is in het voorstel van amendement, maar weet dat wij in onze fractie absoluut dezelfde bekommernis delen. Je kunt dan natuurlijk twee zaken doen. Ofwel wacht je op het federaal doorbreken van de anonimiteit vooraleer je één stap zet. Ik denk dat dat níet goed zou zijn ten opzichte van slachtoffers van gedwongen adopties en mensen die op zoek zijn en nu zelfs met het vrijwillig afstaan van DNA elkaar niet kunnen vinden, tenzij via grote internationale databanken, waar er volstrekt geen omkadering is. Of je kunt de stap zetten die wij zetten. Dat is hetgeen waarvoor wij kiezen, maar laat me herhalen dat dit ook voor ons een eerste, maar toch wel belangrijke stap is.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Ik wil me gewoon eventjes aansluiten bij de collega’s die hebben gezegd dat dit is ontstaan uit de hoorzittingen die we hebben georganiseerd om de schande van de gedwongen adopties een stem en een plaats te geven. We hebben ons daar ook als parlement voor verontschuldigd. Ik lees dat morgen de premier ook de metiskinderen, de kinderen van de kolonie, zoals vandaag op de voorpagina van een krant stond, zijn excuses zou aanbieden. Wij hebben dat vier jaar geleden gedaan, na een heel proces dat we met dit parlement hebben doorlopen en waarop we allemaal trots kunnen zijn, denk ik. Dit is een concrete uitwerking van wat er toen is gebeurd. Er is immers niks zo essentieels als te willen weten wie je bent en waar je vandaan komt. Als je dat niet weet, kan je je eigenlijk niet voorstellen wat voor soort existentiële vragen dat bij iemand kan oproepen. Ik ben dus blij dat dit vandaag voorligt.

Diverse collega’s hebben er al aan gerefereerd: dit is een eerste stap. Collega Sleurs heeft ook gezegd dat dat ook voor onze fractie geldt. Dan moet je een compromis maken, en dit compromis is goed. Wij hebben besloten om het perfecte niet in de weg te laten staan van het goede. We zijn er dan ook van overtuigd dat we hiermee een basis leggen om verder te evolueren naar het toevoegen van een aantal andere categorieën die elkaar kunnen vinden door middel van dit afstammingscentrum. Wij zeggen vandaag dus ‘ja’ aan dit voorstel van decreet, naar ik hoop samen met heel veel andere collega’s, want dit is een goede eerste stap. We zullen daarna evalueren en bekijken hoe we hierin verder kunnen gaan.

Jan Bertels (sp·a)

Voorzitter, ik dank de collega’s voor hun reactie. Dit is absoluut een goede eerste stap. Dat vinden wij ook. We dachten alleen dat we die eerste stap nog een klein beetje beter konden maken. Zullen wij die eerste stap steunen? Ja. Dat hebben we ook in de commissie gedaan. Ik heb dat in de commissie ook ruiterlijk gezegd. We moeten inderdaad niet wachten op de federale overheid, zoals werd gezegd. Neen, laten we die goede eerste stap zetten.

Er is echter iets dat me een beetje stoort. Iedereen is het ermee eens dat dit een goede eerste stap is. Ik ga niet volledig akkoord met het inhoudelijke argument dat ik heb gehoord met betrekking tot de aanpassingen met betrekking tot het zoekregister, want de Vlaamse Regering kan hier ongeveer alles nog bepalen in uitvoeringsbesluiten, ook wat dat zoekregister betreft. Daar zal ik echter nu niet verder op ingaan. Wat me wel stoort, is dat collega’s die eigenlijk voorstander zijn, hier het woord moeten nemen en dat de collega’s die het daar niet mee eens zijn en die dit positieve compromis hebben afgedwongen en laten bestaan, tot tweemaal toe niet het woord nemen, noch in de commissie, noch in deze plenaire vergadering. Dat stoort me een klein beetje. Maar laat ik positief eindigen: het is een goede eerste stap en diegenen die hier nu het stilzwijgen bewaren en niet durven te zeggen waarom ze tegen zijn, die moeten daar zelf maar de gevolgen van dragen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1855/4)

– De artikelen 1 tot en met 23 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 24. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1855/5)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 25 tot en met 51 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.