U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Schiltz heeft het woord.

Voorzitter, bij dit ontwerp van decreet werd in de commissie een amendement ingediend en besproken met betrekking tot de digitale meter. Maar hier is weinig volk aanwezig dat geïnteresseerd is in de digitale meter.

Ingevolge het decreet waarover wij in het Vlaams Parlement hebben gestemd, met betrekking tot het nieuwe huis van de regulator, namelijk het Vlaams Parlement, en de herschikking van de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van de regulator, heeft het parlement het wenselijk geacht om in te grijpen in de tarifering van de digitale meter.

Sinds enkele maanden staat Europa toe dat lidstaten – daarmee bedoel ik de parlementen van de lidstaten –  waken over de rendabiliteit van hernieuwbare energie voor consumenten. In die zin hebben wij een tariefmethode uitgedokterd die ervoor kan zorgen dat eigenaars van zonnepanelen kunnen worden gerustgesteld dat de invoering van de digitale meter geen impact zal hebben op hun tarifering.

Het is een technische, ietwat complexe oefening, die zeer grondig is gevoerd. We hebben daar ook in de commissie uitvoerig over gedebatteerd. En het is mij daarbij bijgebleven dat de kritische maar constructieve houding van de oppositie tot een zeer kwalitatief en sereen debat heeft geleid. Daardoor zullen wij, na de goedkeuring van dit ontwerp van decreet, de digitale meter met een gerust hart kunnen uitrollen. Voorlopig houd ik het hierbij.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Het is misschien net omdat het zo’n belangrijk dossier is, dat het niet verkeerd is om de digitale meter aan het spreekgestoelte te verdedigen – niet zozeer het dossier, maar wel onze stemverklaring. Ik zou niet willen dat u een verkeerde indruk krijgt.

Collega Schiltz heeft gelijk: ik denk dat we dit dossier op een correcte manier in het parlement hebben behandeld: sereen, discreet maar vooral inhoudelijk. En dat dossier verdient ook zo’n aanpak.

Dat wil niet zeggen dat sp.a niet kritisch is geweest. Wij hebben geprobeerd om niet in slogans te vervallen, en het dossier vooral inhoudelijk te benaderen. Dat is niet omdat wij het spel oppositie-meerderheid sowieso willen spelen, maar wel omdat we de transitie waar we voor staan in functie van hernieuwbare energie, met zorg moeten aanpakken. Met alle respect, daar zijn politieke oorlogen niet op zijn plaats.

We hebben in dit parlement heel wat debatten gehad over de digitale meter, en ik heb inderdaad dikwijls heel wat kritische vragen gesteld over de inhoud. En daar staan we ook nog altijd achter. Dat is ook de reden waarom we ons straks in dit dossier zullen onthouden.

We vinden dat het dossier van de digitale meter geëvolueerd is naar een beter dossier, maar volgens ons zijn er toch nog een viertal cruciale elementen die niet konden worden uitgepraat in de commissie. En die vertegenwoordigen voor ons toch nog enig voorbehoud, in functie van het stemgedrag.

Ten eerste is er de juridische toets. Ik hoor het collega Schiltz graag zeggen dat we dit ontwerp van decreet met een gerust hart kunnen goedkeuren, en dat de prosumenten die digitale meter met een gerust hart kunnen omarmen. Maar we hebben daar toch enige kritische bezorgdheid rond. De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) heeft in zijn advies toch wel redelijk negatief uitgehaald.

Je kunt daar inhoudelijk over discussiëren. En dat moet ook. Maar aan de andere kant creëren zij met dat advies toch wel een sfeer van onzekerheid. We kunnen in dit parlement wel zeggen dat alles oké is, maar ik stel me de vraag – en excuseer mij voor de woorden – wie de grootste geloofwaardigheid heeft in dit verhaal. Persoonlijk vind ik dat het advies van de VREG zeer duidelijk is. De week voordat het advies van de VREG werd uitgebracht, had ik echt het gevoel dat het draagvlak voor die digitale meter was gegroeid bij de consumenten. In de media verschenen er, nadat er in de meerderheid een akkoord was bereikt over die terugdraaiende teller, bijna zeven dagen op rij positieve berichten over die digitale meter. Langs alle kanten klonk het: ‘Hoera, er is een akkoord. Iedereen is tevreden. De sector is tevreden.’ En dat draagvlak groeide. Dat stemde ons gelukkig. Want ik moet toegeven dat ik het voorstel dat werd voorgedragen door de meerderheid, goed vind.  Het leunt ook heel dicht aan bij hetgeen we altijd hebben gevraagd.

Maar we waren altijd vragende partij om daar een juridische toets op toe te passen, zodat we ten minste zekerheid hadden van de Raad van State – en liefst ook van de VREG – dat die moeilijke periode voorbij was en dat de consumenten voor altijd gerust konden zijn. Ik heb het gevoel dat dat draagvlak vandaag misschien nog kleiner is dan vóór het akkoord werd gepresenteerd. Ik ervaar dat alleszins in mijn eigen mailbox. Sinds de VREG het advies heeft gecommuniceerd, heb ik onwaarschijnlijk veel mails gekregen van mensen met zonnepanelen die het gewoon niet meer weten. Ik weet niet of de politiek erin kan slagen om die ongerustheid weg te nemen.

Een tweede bezorgdheid is de exacte kost voor die digitale meter voor een Vlaming. Het zou beter zijn geweest indien de kosten-batenanalyse op tafel had gelegen met een uitrol van vijftien jaar. Uiteindelijk is dat niet gebeurd. Je kunt daarover discussiëren, op politiek niveau, van vandaag tot morgen. Ik ben het ook eens met wat de meerderheid zegt: je kunt vandaag al een berekening maken, maar tegen de tijd dat we de digitale meter uitrollen bij de gezinnen, is die prijs misschien weer veranderd. Ik volg u daarin ook. Het zou iets comfortabeler geweest zijn indien we die kosten-batenanalyse op vijftien jaar zouden hebben berekend. Ik hoop dat de meerderheid gelijk heeft en dat die prijs in de toekomst enkel nog zal dalen.

Een derde element is de absolute verplichting van de digitale meter voor iedereen. Ik begrijp dat het, in de theorie voor de transitie van de hernieuwbare energie, de meest ideale oplossing is dat iedereen die digitale meter heeft. Maar door die te verplichten, daag je de netbeheerder niet uit om voor een draagvlak te zorgen. Indien we zouden zeggen: ‘Wij, in dit parlement, zijn er absoluut van overtuigd dat die digitale meter iets is waar iedereen beter van wordt’, dan zouden we die meter niet moeten verplichten. Dan moet je er gewoon voor zorgen dat iedereen daarvan overtuigd is, want dan zullen ze hem wel aanschaffen. Want waarom neem je die digitale meter niet, indien hij toch beter is dan de analoge meter? Net door de verplichting op te nemen in het decreet, geef je volgens mij eerder het gevoel dat het toch niet zo positief is, want anders zou je hem niet verplichten. Die verplichting hadden we dus liever uit het decreet gelaten.

Een vierde punt is een zijsprong in het decreet, het softwareplatform Atrias. De digitale meter wordt pas 100 procent slim als er ook een softwareplatform aan gekoppeld is. We zien dat het dossier evolueert van slecht naar heel slecht, naar dramatisch. De onduidelijkheid van dat softwareplatform kan nog heel wat roet in het eten gooien om die digitale meter slim te krijgen. Ook kan de factuur daardoor nog aanzienlijk verhogen.

Het is vanwege die vier elementen dat wij het decreet straks niet zullen goedkeuren. We zullen ook niet tegenstemmen, maar we zullen ons onthouden. We hopen dat het debat over deze vier punten wordt voortgezet in de volgende legislatuur en dat er daarbij rekening wordt gehouden met de consumenten, de gezinnen en de bedrijven. En als jullie aan die kant van het debat de discussie zullen voeren, dan kan de digitale meter op termijn misschien toch nog een goed verhaal worden.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Dit ontwerp van decreet heeft een lange weg afgelegd. In de zomer van 2018 kwam het ontwerp van decreet zogezegd definitief op de ministeriële tafel. Het heeft tot vandaag geduurd om daarover een stemming te hebben.

Nu, het is wel zo, net zoals collega Beenders en collega Schiltz komen te zeggen, dat het ontwerp van een slecht dossier naar een beter dossier is geëvolueerd. Ik denk dat dat ook de verdienste is van ons allemaal in de commissie, en ook van de hoorzittingen met de diverse stakeholders, die allemaal hebben bijgedragen tot een verbetering van het dossier. Vriend en vijand, ook de tegenstanders van de meter, zijn het er immers over eens dat eigenlijk ‘in the end’ een digitale meter onontbeerlijk is om de energietransitie te kunnen waarborgen, te kunnen waarmaken. De vraag is echter natuurlijk hoe je dat uitrolt, hoe je dat concreet aanpakt, hoe je ervoor gaat zorgen dat mensen en bedrijven aan de slag gaan met die digitale meter.

Groen zal zich onthouden over het ontwerp van decreet, om diverse redenen. We vragen ons af of het nodig is om die digitale meter koste wat kost door ieders strot te duwen. Dat zeggen niet alleen wij. Dat zeiden heel wat mensen op de hoorzittingen. Onder andere de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zegt dat ook, weliswaar in iets beleefdere bewoordingen. Ons bezwaar is dat de consument, en dat kan gaan om een alleenstaande, een groot gezin of een bedrijf, niet echt centraal staat in deze discussie.

Beste collega’s, we hebben immers vijftien jaar om die meter uit te rollen. Ondertussen zal er heel wat gebeuren. Daarom is het onze vraag of het nodig is om iedereen te forceren, want wij denken dat mensen forceren voor zo’n meter het draagvlak echt helemaal onderuithaalt. Het is immers de consument die voor het draagvlak moet zorgen. Eigenlijk zou de consument de eerste ambassadeur moeten zijn voor zo’n digitale meter. Hij zou daar fier op moeten zijn. Hij zou moeten zeggen in zijn vriendenkring ‘kijk eens hoeveel ik daarmee kan, hoeveel mij dat uitspaart’. We vrezen er echter voor dat, als je dat echt oplegt, dat niet het geval zal zijn. Trouwens, in de ons omringende landen is dat zo. Het is niet zo dat Vlaanderen op dat vlak cavalier seul zou spelen als we die houding zouden aannemen.

Voor die consument is momenteel alles wat samenhangt met die digitale meter immers niet concreet genoeg. Het is een vaag kastje dat bij je thuis in je elektriciteitskast wordt geplaatst en waarvan je je dan moet afvragen wat je ermee kan. Nogmaals, zelf zijn wij er als fractie van overtuigd dat het een onontbeerlijk instrument is om een transitie waar te maken, op voorwaarde dat iedereen meewil en meekan. Daarom ook hebben we een amendement ingediend in de commissie, om die opt-outmogelijkheid ook echt realiseerbaar te maken. Collega Beenders verwees er ook naar.

Met andere woorden, verleid je consument, verleid je klant, en op die manier zal je klant wel meegaan wat die meter betreft, misschien niet de eerste jaren, maar zeker in de periode daarna. Het is immers toch een beetje vreemd: iemand die die meter vandaag heel graag wil, omdat hij technologiegedreven is, omdat hij innovatie hoog in het vaandel heeft staan, zo iemand zal er vandaag voor moeten betalen om die meter te krijgen, en veel betalen.

Iemand anders die toevallig bij die prioritaire groep zit van prosumenten, nieuwbouwers of veelverbruikers, zal tussen nu en 2021 een bezoek krijgen van de installateur, en hij zal die meter moeten nemen, ook al wil hij die meter niet. Dat is iets dat ik moeilijk begrijp. Dat is dus echt bekeken vanuit het oogpunt van efficiëntieoverwegingen bij de netbeheerder, maar minder vanuit het oogpunt van de consument.

Dat zijn voor ons de voornaamste redenen om ons te onthouden. De digitale meter, oké, maar rol die intelligent uit, laat mensen er echt voor kiezen, zorg voor een draagvlak, verleid de consument, en dan zou het een veel betere regelgeving zijn geweest.

Over een tweede belangrijk element zal ik heel kort zijn. We maken ons ook zorgen over de juridische toets. Ik heb hier in het parlement al vaker mensen zien staan die erg zeker waren van een decreet, waarna het Grondwettelijk Hof toch dat decreet onderuithaalde. We zouden er echt zeker van moeten zijn dat in dezen ook de prosument wordt beschermd, dat het rendement van zijn pv-installatie kan worden gegarandeerd. We hebben de jongste jaren immers terecht de groenestroomcertificaten afgebouwd. Iemand die nu een pv-installatie legt, krijgt geen groenestroomcertificaten meer. Wij staan daar ook achter, maar dan moet je die mensen wel zekerheid geven de komende jaren dat hun meter daadwerkelijk kan terugdraaien.

Voilà, tot hier mijn eerste tussenkomst met onze voornaamste bezwaren, en ook een stemverklaring waarom wij ons zo dadelijk zullen onthouden.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Dit dossier heeft inderdaad een ruim debat gekend in de commissie en hier in de plenaire vergadering, en heeft ook een hobbelig parcours gekend.

Collega Beenders, ik heb wel niet veel gemerkt van de discretie over dit dossier. Er werd toch regelmatig over gecommuniceerd door diverse partijen, maar tot daar geen probleem.

Wij stonden eigenlijk altijd, van in het begin, positief tegenover de invoering van de digitale meter. Ook wij hebben ons vragen gesteld bij de kostprijs, bij de privacy, bij het verplichtend karakter van de invoering van de digitale meter, en ook bij de juridische toets en de aankondiging van de Europese richtlijn.

Maar, collega Schiltz, toen het amendement over de compensatiemechanismen voor mensen met zonnepanelen kwam, was eigenlijk onze ongerustheid een beetje weggenomen, en waren wij eigenlijk van plan om dit goed te keuren, tot het advies van de VREG kwam. Zoals de collega’s daarnet aangehaald hebben, baart ons dat toch een beetje zorgen voor de toekomst. Als je dat advies echt nauwlettend leest, staan er toch een paar zaken in waarvan je je afvraagt of het wel allemaal klopt, of de parlementsleden die dit initiatief genomen hebben, het wel bij het rechte eind hebben, of het toch geen kaduke regeling zal zijn, of het in de toekomst niet tot juridische problemen zal leiden.

Daarom gaan wij ons onthouden bij dit ontwerp van decreet, met het nodige voorbehoud, zoals ik daarjuist geschetst heb.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Wij zijn inderdaad sterk voorstander van een digitale meter, en dit om vier redenen. Het zal nieuwe markten aanboren. Ik heb hier in de plenaire vergadering al verschillende keren enkele voorbeelden van gegeven. In de toekomst zal niet enkel de mogelijkheid bestaan dat je elektriciteit of aardgas koopt, maar dat je een service koopt. Die service kan er evengoed in bestaan dat men probeert om alles te doen om het net te stabiliseren. Hoe kun je het net stabiliseren, zeker voor mensen met fotovoltaïsche panelen (PV)? Dat kan doordat hetgeen je produceert, zo veel mogelijk op hetzelfde moment geconsumeerd wordt. Dat is nu te weinig het geval, gewoon door de specifieke eigenschap van een terugdraaiende teller. Maar als men met een digitale meter zit, kan dat gefaseerd uitgebouwd worden, en kun je er inderdaad voor zorgen dat die twee componenten, productie en consumptie, meer op elkaar afgestemd worden. Het is belangrijk, zeker als we willen werken naar een groene energietransitie, om die twee elementen samen te brengen.

Ten tweede gaat dat ook heel wat markten teweegbrengen. Men gaat bedrijven hebben die apps gaan ontwikkelen, die vanop afstand – indien je ermee akkoord gaat en je daarover een overeenkomst afsluit met een leverancier of een speler op de markt – je elektrische boiler aanstuurt, in functie van de al dan niet zware belasting van het net.

Ten derde ga je zelf ook een betere kennis hebben van je verbruiksprofiel. Ik hoor vaak mensen zeggen: ‘we hebben een nieuwe koelkast of een nieuwe diepvries gekocht, maar we zien eigenlijk pas een jaar later hoeveel we bespaard hebben’, tenzij je de moeite doet om alle dagen de stand van je teller te gaan noteren. Als dat digitaal is, kan je in de toekomst de mogelijkheid hebben om dat op je gsm eventjes te volgen, en zeggen: ‘interessant, ik heb mijn koelkast van 20 of 25 jaar oud vervangen, en ik bespaar dan ook onmiddellijk zoveel’. Dat motiveert de mensen.

Ten vierde zijn er de lagere exploitatiekosten voor de distributienetbeheerder. Hij moet niet elk jaar of om de twee jaar iemand sturen om naar de tellerstand te kijken. Hij moet in geval van defect niet ter plaatse gaan om uit te zoeken waar het defect juist is, maar hij kan daarover van op afstand heel wat zien. Ik denk dat de mensen die met de commissie mee waren naar San Francisco, daar ook heel duidelijk in een dataroom gezien hebben hoe men bijvoorbeeld, wanneer er een zware storm in de stad geweest is en er een aantal elektriciteitspalen gesneuveld zijn, op een heel snelle manier kan zien over welke palen het juist gaat. Men kan er dan heel doelgericht heen gaan om een interventie te doen.

Ik keer even terug in de tijd. In de zomer van 2015 heeft men twee dingen beslist. Ten eerste, om een prosumententarief in te voeren, waardoor het rendement inderdaad is gedaald, zelfs tot drie procent. Ten tweede heeft men de onrendabele topberekening gedaan en gezien dat er eigenlijk geen ondersteuning nodig is via groenestroomcertificaten als men met een terugdraaiende teller blijft werken. Dus is het ook logisch dat mensen daar op de een of andere manier op hebben gerekend. Als je dan een ontwerp van decreet over de digitale meter maakt, zijn er maar twee opties. Ofwel moet je op de een of andere manier dat rendement garanderen, ofwel moet je de methodiek herbekijken en eventueel terugkeren naar een ondersteuning via groenestroomcertificaten. Voor dat laatste heeft men gelukkig niet gekozen omdat het andere systeem meer toekomstgericht is.

Er waren dus twee discussiepunten, daarover was de hoorzitting heel duidelijk. Een: hoe kun je ervoor zorgen dat mensen die zonnepanelen hebben geplaatst, op een convenabele manier het rendement dat ze in hun hoofd hadden, kunnen halen? Twee: hoe ga je data beheren op een ordentelijke, transparante en betaalbare manier? Dat tweede punt was vrij duidelijk, en ook heel wat amendementen van de meerderheidspartijen stappen af van de databeheerder zoals voorzien in het ontwerp van decreet, en we keren terug naar het gewone geïntegreerde systeem binnen de distributienetbeheerder.

In verband met het terugdraaiende teller wil ik toch even iets duidelijk maken. De energiefactuur heeft drie componenten, die alle drie even groot zijn: de levering, al wat te maken heeft met transportkosten, federale energiebijdrage enzovoort, en de distributiekost. (Andries Gryffroy toont drie duploblokjes)

De reden waarom dit blokje onderaan niet oranje is, is omdat ik geen oranje blokje vond.

Wat gebeurt er bij een terugdraaiende teller? Dan worden de drie componenten teruggedraaid. Het voorstel in het ontwerp van decreet was dat enkel de twee bovenste werden teruggedraaid, en dat de distributiekost niet werd teruggedraaid. Waarom maak ik dat hier zo duidelijk? Omdat ik in mijn mailbox heel veel e-mails binnenkreeg van mensen die het niet echt begrepen. In het ontwerp van decreet was voorzien dat de twee componenten, levering en alles wat te maken heeft met de federale energiebijdrage zoals btw, terugdraaiend zijn. Enkel de distributiekost was op een bepaald moment bruto afname.

Volledig overstappen naar een terugdraaiend systeem zoals het vroeger was, betekent dat alles terugdraait. Maar in ruil daarvoor zul je, als je kiest voor het systeem van enkel terugdraaien op basis van de levering en de taksen enzovoort, geen prosumententarief betalen. Dat is het grote verschil.

Waarom doen we dat? Hiervoor is de regulator niet verantwoordelijk. Hier kunnen we bepalen wat we willen. Als we overstappen naar wat oorspronkelijk was voorzien maar heel wat discussie gaf, dan zullen we geen prosumententarief betalen. Als je alles wil terugdraaien, moet je uiteraard wel het prosumententarief betalen. Op een bepaald ogenblik gebruik je het net in beide richtingen.

In wat nu voorligt, inclusief de amendementen, zijn er drie opties. Startende vanaf de datum van de installatie plus vijftien jaar kun je blijven in het systeem dat je verkiest. Ik noem dat de digitale opt-out. Dus zeggen dat de mensen geen keuze hebben, klopt niet. De mensen hebben wel een keuze. Dat bakje is maar een bakje. Het bakje wordt geplaatst in de kast waar de kabels toekomen en waar nu de elektriciteitsteller staat, inclusief de communicatiemodule. Men haalt er het zwarte bakje dat er nu in zit, uit en men plaatst een wit bakje in de plaats met een digitale display en met de communicatiemodule zodat men kan communiceren. Dat is het enige wat er verandert.

Als je een privé-eigenaar bent en je wil nog steeds op de terugdraaiende manier werken, dus alles terugdraaiend, dan betaal je nog altijd het prosumententarief en dan verandert er niets gedurende vijftien jaar vanaf de installatiedatum. Waarom vijftien jaar? Alle berekeningen wijzen erop dat de slechtste situatie die er ooit is geweest voor mensen die PV-panelen hebben geplaatst… Sowieso zijn dat de early believers, mensen die hebben geïnvesteerd rond de zomer van 2015, en toen was de terugverdientijd tussen tien en dertien jaar. Alle anderen zaten beduidend lager. Als het vijftien jaar is, is iedereen erbij.

De tweede optie is de overstap op wat oorspronkelijk was voorzien. Volgens de simulator van de VREG zijn er mensen die er profijt uit kunnen halen niet alles te laten terugdraaien en over te stappen naar een bruto afname zonder prosumententarief. Dat is een vrije keuze. We leven in een vrij land. Die keuze mag wel maar één keer worden gemaakt. Iemand kan nadien niet verklaren dat hij het mis had en weer naar zijn terugdraaiende teller terugkeren. Dat kan niet. Ik kom straks nog terug op wat later zal gebeuren. Ik hoop dat de VREG met intelligente tarieven zal komen, zodat iedereen de overstap naar een intelligent tarief kan zetten.

De mensen die de installatie na 2020, dus vanaf 2021, bouwen, zullen automatisch vallen onder het systeem dat dan bestaat. Tot eind 2020 blijft de termijn van maximaal vijftien jaar geldig.

Ik herhaal dat dit voor iedereen geldt. Er zijn prioritaire doelgroepen, zoals de mensen met een budgetmeter. Er is nog een andere prioritaire doelgroep, namelijk de mensen met panelen in een nieuwbouw en met een nieuwe aansluiting. We kunnen geen twee systemen naast elkaar uitrollen. De enige uitzondering die is gemaakt, is al verschillende keren aan bod gekomen tijdens plenaire vergaderingen en in de commissie. Het verwondert me dat ik hierover niet word aangesproken. De elektrosensitieven hebben geen zonnepanelen, want een omvormer zendt ook straling uit. Zij vallen, met andere woorden, sowieso niet in de prioritaire doelgroep.

Ten laatste tegen 2023 komt er een bijkomende openbare aanbesteding. We zullen de marktspelers vragen in een bekabelde oplossing te voorzien. Dit moet langs het eigen netwerk of langs het netwerk van Fluvius. Dat is een technische discussie die we nog moeten voeren. In elk geval zal er tegen dan een bekabelde uitvoering zijn. We zullen dat sowieso nodig hebben voor gebouwen waar de teller in een zware betonnen kelder staat en waar bijgevolg niet met een radiofrequentie kan worden gewerkt.

Mijnheer Schiltz, het volgende punt is de juridische discussie over de VREG. Volgens mij zult u dit nog aanvullen, maar ik wil het toch even op een technische en economische manier bekijken. We hebben hier al vaker gediscussieerd over de vraag wat wij ten overstaan van de VREG mogen en omgekeerd. In de ogen van de VREG is het Vlaams Parlement te rebels en te hardleers. We moeten er echter rekening mee houden dat een geslaagde energietransitie uit twee factoren bestaat. Indien we proberen het beleid ten aanzien van de transitie en het beleid ten aanzien van de tarieven uit elkaar te halen, zullen we nooit tot een goed energietransitiebeleid komen. We hebben beide nodig.

Volgens de VREG gaan we ons boekje te buiten. Ik vraag me echter af waarom de VREG nooit een tarief heeft voorgesteld dat zo intelligent is dat mensen die nu zonnepanelen en een terugdraaiende teller hebben, die terugdraaiende teller niet meer willen. Als ze het nieuwe systeem beter vinden, zullen de mensen, bij wijze van spreken, weglopen van de terugdraaiende teller en voor het nieuwe systeem kiezen. Op dat ogenblik is iedereen tevreden.

Mijnheer Danen, in tegenstelling tot wat u zegt, denk ik dat iedereen voor de digitale meter is, ook de VREG en de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). De meeste mensen zijn daarvoor, zolang ze er geen last van hebben. Het gaat erom wanneer iemand er last van heeft. Het gaat dan om de specifieke groep van de elektrosensitieven en om het financieel aspect.

Het is, met andere woorden, een discussie over hoever de bevoegdheden gaan. Volgens mij hebben wij gedaan wat de VREG niet heeft gedaan. Indien de VREG vindt dat we te ver zijn gegaan, moet de VREG maar zelf met een voorstel komen. De VREG heeft daar sowieso de kans toe, want vanaf 2021 moet hij met een nieuwe tariefideologie komen. Op dat ogenblik moeten de tarieven zo intelligent zijn dat ze alle burgers en alle gezinnen omvatten.

Ik denk dat de discriminaties hier perfect zijn opgevangen. Als er een vrije keuze is, kan er geen discriminatie tussen prosumenten zijn. Tussen consumenten en prosumenten is er geen andere discriminatie dan voordien. Met betrekking tot zij die nu prosument zijn en zij die na 2021 prosument worden, vraag ik de VREG een intelligent tarief te maken. Dat is mijn oproep aan de VREG om deze discussie te kunnen stoppen. Als de VREG een intelligent tarief maakt, kunnen de mensen ‘bye bye’ zeggen tegen hun terugdraaiende teller en volledig overstappen op een systeem met bruto afname of op een deels capaciteitsgedreven systeem.

Rob Beenders (sp·a)

Ik heb eigenlijk maar één vraag, collega Gryffroy, om het draagvlak te vergroten en de onduidelijkheid weg te nemen: is dat advies van de VREG dan helemaal fout? Klopt het niet wat hij geschreven heeft?

Het eerste wat ik daarop wil antwoorden, is dat u blijkbaar een vreemde mailbox hebt. Ik krijg heel weinig mails binnen met negatieve reacties. (Opmerkingen van Rob Beenders en Joris Vandenbroucke)

Als ik al negatieve mails binnen krijg, dan beantwoord ik die allemaal met een uitgebreide uitleg en ervaar ik meestal dat de mensen het systeem van de drie opties niet gesnapt hadden. Dat maakt het inderdaad wat complex.

Is de regulator dan fout? Dat is de discussie, de grijze zone, het spanningsveld tussen de regulator en ons. Wij vinden – en dat zal collega Schiltz ook bevestigen – dat we recht in onze schoenen staan, zeker omdat de regulator ons eigenlijk iets verwijt wat hij zelf had kunnen oplossen, maar niet opgelost heeft.

Collega Beenders, het is eigenlijk niet zo bijzonder dat de VREG geen laaiend enthousiast advies geeft. Wat wij immers doen, is de macht van de VREG begrenzen en politieke verantwoordelijkheid nemen voor een element in de energietransitie dat beleidsmatige antwoorden vraagt. Zeggen dat we iemand die geïnvesteerd heeft in zonnepanelen op een bepaalde manier enige rentabiliteit moeten garanderen, is een inhoudelijke, normatieve beslissing, geen technische. De regulator heeft er altijd mee geworsteld dat hij te vaak op dat terrein kwam. Conform de nieuwe Europese regels om daarover te waken, hebben wij dat vastgepakt. Het is dus evident dat hij niet akkoord gaat, want we hebben zijn almacht – als ik het zo mag zeggen – toch enigszins ingeperkt.

Er bestaat trouwens niet voor alles zoiets als een absolute juridische zekerheid, maar we hebben de richtlijn en het regelgevend instrumentarium dat ons ter beschikking staat langs alle kanten en in alle voorzichtigheid bekeken om met een vrij gerust gemoed deze beslissing te kunnen nemen. Dat heb ik ook in de commissie verteld.

Uiteraard zal het in de toekomst afwachten zijn wat er gebeurt, maar – belangrijker nog – het is niet zo dat het enthousiasme waar u over gesproken hebt, nu helemaal afgebrokkeld is door het negatieve advies van de VREG. Mensen die bezorgd waren over veranderingen, zien namelijk heel duidelijk dat er niets verandert. Voor mensen die vooruit willen kijken, zal het inderdaad de regulator moeten zijn die hen moet geruststellen met een nieuw tariefstelstel. Dat zien we dan wel. Het gaat in dezen echter niet om juridische bezorgdheden, maar om economische bezorgdheden van mensen die vandaag nog geen investeringen gedaan hebben.

De bevoegdheidsdiscussie met de VREG is inderdaad een robbertje vechten, mijnheer Beenders, maar ik maak me sterk en ik zal met opgeheven hoofd blijven zeggen dat het mijn verdomde plicht is, als politicus, om de bevoegdheid naar het parlement te trekken, als het om beleidsbeslissingen gaat, en die niet enkel over te laten aan technici. Door de regeling die wij vandaag voorstellen, is er niemand die op economisch of op enig ander vlak geschaad wordt, integendeel zelfs.

Wat mij vreemd overkomt, is dat jullie zo verrast waren door dat advies van de VREG. De VREG is een paar keer in het parlement geweest tijdens hoorzittingen en hij heeft telkens gezegd dat er geen uitzonderingen mogelijk waren. Ikzelf en mijn partij vinden ook dat het rendement van prosumenten ten minste vijftien jaar gegarandeerd moet worden. Daar staan wij helemaal achter.

De VREG heeft echter herhaaldelijk gezegd dat hij dat niet ging oplossen. Hoe komt het dan dat jullie zo verwonderd waren over dat advies? Het stond in de sterren geschreven.

De voorzitter

Ik stel voor dat we het hierbij laten. Het debat is uitgebreid gevoerd in de commissie. Heeft u nog iets toe te voegen, mijnheer Gryffroy?

Ik wil gewoon antwoorden op het laatste: ik was niet verrast.

De voorzitter

Oké, u was dus niet verrast.

Wat ik wel zie, is dat de burger heel duidelijk in zijn mails zegt dat wij als politici onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Welnu, dat is wat wij nu doen. Wij doen onze plicht en ik verwijt de regulator dat hij zijn plicht niet doet. Had hij ook zijn plicht gedaan, dan had hij hier al veel eerder met een intelligent tarief op de proppen kunnen komen om de mensen te overtuigen. Dat heeft hij echter niet gedaan.

De voorzitter

Die duploblokjes worden in beslag genomen. Mocht er over honderd jaar iemand kijken naar wat u hier getoond hebt, vraagt die zich misschien af of dat een afspiegeling was van de nieuwe regering. (Gelach)

Duplo heeft geen oranje blokjes.

Voorzitter, collega's, het belang van dit ontwerp van decreet en de beslissing die we hier vandaag nemen, kan niet voldoende worden onderstreept. Voorzitter, ik weet dat u vindt dat het debat uitgeput is in de commissie, maar het is belangrijk om er hier even bij stil te staan. Het zorgt ervoor dat elke Vlaming straks de kans krijgt om actief deel te nemen aan de energiemarkt en om actief te worden als actor op de energiemarkt, als consument maar uiteraard ook als producent. Dat is een revolutie in ons energiebeleid en -systeem.

Collega's van de oppositie, het is inderdaad belangrijk dat iedereen mee is. Dat betekent dat wij ervoor kiezen om de digitale meter bij iedereen in Vlaanderen uit te rollen, zonder uitzondering. Dat is de enige manier om deze revolutie op een sociaal verantwoorde manier uit te rollen. Ik betreur het een beetje dat de collega's van Groen en sp.a met de opt-out ervoor zouden kiezen dat er achterblijvers zijn op onze energiemarkt. Dat zou de slechts mogelijke keuze zijn voor de consument in kwestie.

Er zijn uiteraard discussies. Ik wil de collega's danken voor de serene manier waarop de discussies zijn gevoerd. Ook met de VREG is er een sereen debat gevoerd. Dat neemt niet weg dat we ons niet kunnen vinden in het advies van diezelfde VREG. Discriminatie op het moment dat je keuzevrijheid creëert, lijkt mij een contradictio in terminis. Discriminatie is hier wat ons betreft niet aan de orde. Integendeel, wij kiezen met de digitale meters voor zekerheid en keuzevrijheid, waarbij we van elke Vlaming een actieve energieconsument kunnen maken.

Tegelijk worden een aantal andere belangrijke keuzes gemaakt. Ik wil ook het verhaal van de databeheerder hier nog eens onderstrepen. We kiezen ervoor om geen aparte structuur met mandaten en extra kosten te creëren maar die taak toe te vertrouwen aan de netbeheerder, weliswaar onder voorwaarden die de privacy van elke klant moeten beschermen en tegelijk alle marktpartijen toegang moeten geven tot de informatie die nodig is om de energiemarkt verder dynamisch te maken.

Dat is meteen een antwoord op de kritiek waarbij gesteld wordt dat het aan de netbeheerders is om mensen te motiveren om in te stappen in het verhaal van de digitale meter. Neen, het is aan de netbeheerders om op een kostenefficiënte manier de uitrol van de digitale meter te doen. Aan de leveranciers en installateurs is de uitdaging om mensen mee te krijgen in dit verhaal en om hen dynamisch te maken en te motiveren om niet alleen dat domme bakje van de digitale meter te laten installeren maar om er slimme toestellen op aan te sluiten zodat ze op een slimme manier gebruik kunnen maken van de voordelen die deze digitale meter aan elke Vlaming kan bieden. Daarom zullen wij met onze fractie dit ontwerp van decreet en de amendementen die zijn goedgekeurd, volmondig steunen.

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Voorzitter, op de eerste plaats wil ik alle fracties van harte danken voor hun steun. Het is al een paar keer gezegd dat we in de commissie een sereen, discreet en inhoudelijk debat hebben gehad. Iedereen heeft heel duidelijk meegegeven dat er wel degelijk draagvlak is voor de digitale meter en dat we de digitale meter absoluut nodig hebben voor onze energietransitie en voor een slim en flexibel net. Daarom staan we ook allemaal achter deze digitalisering van heel onze energietransitie.

Terecht zijn er een aantal bedenkingen maar op een heel aantal punten is er al een antwoord gegeven. Als het gaat over de exacte kost waar de heer Beenders het vandaag over heeft, kunnen we gerust verwijzen naar de talrijke maatschappelijke kosten-batenanalyses waaruit blijkt dat er een maatschappelijke baat is van ruim 400 miljoen euro en dat de kost zeer minimaal is, zeker als men rekening houdt met de meerwaarde en het zelfverbruik dat kan worden gestimuleerd door de installatie van de digitale meter.

De verplichting voor iedereen is gekoppeld aan het verhaal van de kostenstructuur. Dat betreft het verhaal van Atrias. Ik neem aan dat men daar ook snel een duidelijke oplossing voor zal uitwerken want wij hebben dat databeheer uiteraard nodig om tot een slim energienetwerk te kunnen komen. Die punten zijn al aan bod gekomen.

Vandaag worden er nog een aantal terechte bedenkingen gemaakt rond het advies van de VREG. En we kunnen nu verrast zijn of niet verrast zijn door dat advies van de VREG, maar we hebben alleszins met de VREG en ook met alle andere partners heel wat aan tafel gezeten en heel wat gesprekken gevoerd. Wat dat betreft, vind ik het eigenlijk spijtig dat dat advies van de VREG er gekomen is na de behandeling in de commissie, vooral omdat dat advies van de VREG opnieuw heel wat onrust creëert. Onzes inziens is dat advies zeker niet correct en is het alleszins zo dat dat geheel ten onrechte onrust creëert.

Ik wil dat toch even verduidelijken. We hebben de regeling kunnen uitwerken dankzij de nieuwe Europese richtlijn, het nieuwe Europeesrechtelijk kader inzake hernieuwbare energie, dat voor het eerst ook heel specifiek regels aanreikt voor zelfverbruikers van hernieuwbare energie. Die richtlijn geeft ons een heel duidelijk kader voor de amendementen die door de meerderheid zijn aangereikt, om daar een tariefdrager in te voeren voor de nieuwe regeling voor de toekomst. Die nieuwe regeling voor de toekomst – en dat vind ik toch ook wel heel belangrijk – voorziet enerzijds wel een verplichte uitrol van de digitale meter, maar laat anderzijds aan de consumenten, aan de prosumenten heel duidelijk een keuze, een keuze in welke tarifering van hun energiekosten ze straks willen hebben. Dat is toch wel heel belangrijk, zeker voor het draagvlak: men kan zelf kiezen hoe men in de toekomst die tariefstructuur ziet.

Als het Europeesrechtelijk kader heel duidelijk aangeeft dat de decreetgever, hier met name het Vlaams Parlement, zelf kan bepalen wat de tariefdrager moet zijn, dan denk ik dat er wel degelijk een grondslag is, een draagvlak is, voor de amendementen die hier zijn ingediend.

Wat dat betreft wil ik ook heel duidelijk de kritiek van de VREG weerleggen. De kritiek van de VREG is enerzijds dat wij zouden interen op de onafhankelijkheid van de VREG voor het bepalen van de tarieven. Anderzijds zegt de VREG ook dat wij het discriminatiebeginsel zouden schenden met deze amendementen. Wij hebben zelf ook nog juridisch advies ingewonnen omtrent het ongunstige advies van de VREG. Ik kan u meegeven dat we op basis van de bevindingen van de juristen die ons geadviseerd hebben, toch wel zeker zijn dat we recht in onze schoenen staan en dat we met deze amendementen en met dit nieuwe decreet wel degelijk verder kunnen.

Want wat is in dezen het probleem? Het probleem is eigenlijk dat de VREG een andere interpretatie geeft aan de nieuwe Europese richtlijn en zich eigenlijk niet houdt aan de bepalingen die in de richtlijn als dusdanig zijn opgenomen. Integendeel, de VREG gaat zelfs regelrecht in tegen de bepalingen van de Europese richtlijn. Want wat zegt die Europese richtlijn heel expliciet? De decreetgever – dus opnieuw: het Vlaams Parlement – kan de tariefdrager vastleggen. Dat is de bevoegdheid van de decreetgever en men hoeft dit niet over te laten aan de regulator. Meer zelfs, artikel 21 van die nieuwe richtlijn zegt heel duidelijk: de lidstaten moeten een faciliterend kader voorzien voor de zelfverbruikers en zij moeten alle mogelijke drempels wegnemen. De keuze van de tariefdrager is hierbij essentieel om rechtszekerheid enerzijds en investeringszekerheid anderzijds te creëren.

Verder hebben we ook artikel 6, dat eveneens zegt dat aan de bepalingen die wij neerschrijven, geen negatieve gevolgen gekoppeld mogen worden voor de bestaande prosumenten. Dat doen we ook.

Dan wil ik toch ook nog even wijzen op de simulaties die de VREG zelf heeft laten doen. Ongeveer 20.000 prosumenten hebben die simulatie uitgevoerd. Daaruit bleek dat 40 procent van de prosumenten er met de nieuwe tariefstructuur van de VREG en met het ontbreken van een terugdraaiende teller slechter aan toe zouden zijn dan dat ze dat vandaag de dag zijn met een terugdraaiende teller. Voor die 40 procent moet een oplossing gezocht worden. Dat kan dus met die nieuwe Europese richtlijn.

Ik verwijs ten slotte nog naar artikel 15, dat heel duidelijk zegt dat het de klant is, de consument, die een keuze moet hebben en dat het niet de regulator is die mag bepalen hoe het systeem er straks moet uitzien. Dat zijn een aantal heel belangrijke elementen.

De VREG zegt in zijn advies ook nog dat de Europese richtlijn nog niet van toepassing zou zijn. De richtlijn kan elk moment gepubliceerd worden, is dan van toepassing, en is dus ook wettelijk van toepassing voor de VREG. Het is zeker niet zo dat hij deze richtlijn zomaar naast zich kan neerleggen. Wat dat betreft, denk ik dat de VREG wel degelijk onrust creëert en dat er voldoende elementen voorhanden zijn dat wij zeker niet ingaan tegen de bevoegdheid van de VREG om de tarieven te bepalen, maar dat de Vlaamse overheid zelf, de decreetgever, hier wel de tariefdrager mag vastleggen.

Ook wat betreft het gelijkheidsbeginsel is de VREG zeker niet correct. Ik wil de mensen van het parlement meegeven dat wij naar aanleiding van gesprekken die wij met de VREG gehad hebben, zelf ook nog brieven hebben ontvangen van de VREG, waarin zij zelf voorstellen dat er een keuzemogelijkheid zou moeten zijn voor de consumenten en de prosumenten. Zij creëren dus zelf het kader, maar ze willen dat dan in de tijd beperken tot 2020. Als ze het enerzijds zelf voorstellen, weliswaar beperkt in de tijd, moeten ze anderzijds niet gaan zeggen dat dit een schending zou zijn van het gelijkheidsbeginsel.

Tegelijk verwijs ik naar de vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, die duidelijk stelt dat men ongelijke gevallen, namelijk consumenten die zonnepanelen hebben en consumenten die geen zonnepanelen hebben, niet gelijk kan behandelen. Ik denk dus dat het duidelijk is dat er geen schending is van het gelijkheidsbeginsel.

Ik hoop dat ik daarmee het negatieve advies van de VREG voldoende heb weerlegd en dat er straks opnieuw draagvlak is. Bij heel veel partners is dat er op dit ogenblik. Ik hoop dat het er straks opnieuw is bij alle prosumenten en bij alle consumenten. Ik hoop dat dit rechtszekerheid biedt en dat het investeringsklimaat, dat we hoognodig hebben om onze doelstellingen inzake hernieuwbare energie te halen, hiermee ten volle wordt ondersteund.

Ik wil iedereen in dit halfrond danken, omdat ze allemaal heel duidelijk te kennen hebben gegeven dat ze achter dit digitaliseringsproces staan en dat ze ten volle kiezen voor de uitrol van de digitale meter. En zoals collega Gryffroy nog duidelijk heeft gesteld, hebben we wel degelijk ook een oplossing gevonden voor de hypersensitieven. Die oplossing wordt ook verankerd in het besluit van de Vlaamse Regering, waarin de prioritaire doelgroepen worden vastgelegd, maar waarin zeker ook voor de hypersensitieven wordt verankerd dat zij vanaf 2023 voor een bekabelde digitale meter zouden kunnen kiezen. Die kunnen ze dan zelf afkoppelen. Dus ook voor hen is het probleem dan volledig weerlegd.

Ik ga daarmee eindigen, voorzitter, maar ik spreek nogmaals mijn dank uit voor ieders inbreng en voor ieders steun en inhoudelijke bijdrage in dit hele debat. (Applaus bij Open Vld)

Voorzitter, ik wil kort nog een element aanhalen dat nog door niemand is aangehaald. Wat betreft de vooruitziendheid en de rendabiliteit van investeringen in zonnepanelen op termijn, staat in het ontwerp van decreet ook, meer specifiek in artikel 43, de rechtsbasis voor een terugleververgoeding. Dus, beste mensen thuis die willen investeren, in de toekomst zal de elektriciteit opgewekt door consumenten, wel degelijk aan het net teruggeleverd worden tegen een vergoeding, hetzij in een commerciële markt, en als die er niet komt, krijgen we met dit artikel een stok achter de deur om ervoor te zorgen dat mensen die elektriciteit toch kunnen verkopen. Dat is dus opnieuw een bijkomend element om de rendabiliteit van investeringen in zonnepanelen te versterken.

Ik denk dat de voordelen voor de consument snel duidelijk moeten worden. Wat de heer Schiltz zegt, is er zo een. Ook zonnedelen kan er een zijn, namelijk dat men virtueel zijn overtollige energie kan doorverkopen. Dat lijkt mij heel belangrijk.

Minister, u hebt de VREG er wat van langs gegeven, maar de regulator was steeds heel erg duidelijk over wat hij wel en niet wilde. Ik vind het advies ook vervelend, maar het is helemaal zoals verwacht. Het past niet, vind ik, dat u hier de VREG schoffeert. De regulator is altijd heel duidelijk geweest. Ik ken de mensen die er werken, als zeer degelijk en plichtsbewust. Ik vind het niet correct dat u zegt dat ze eigenlijk niet doen wat ze horen te doen.

Ik deel de belangrijke bezorgdheid omtrent de hypersensitieven. Als u zegt dat die mensen kunnen kiezen na 2023 voor een bekabelde oplossing, dan ben ik daar blij om. Ik hoop dat dit in de uitvoeringsbesluiten zal staan, zodat die mensen op beide oren kunnen slapen.

Mijnheer Danen, ik denk niet dat ik de VREG heb geschoffeerd. De regulator heeft steeds aangegeven dat de digitale meter nodig is om de energietransitie te maken. Ook zij zeggen dat de digitale meter ertoe zal bijdragen dat veel meer mensen overgaan tot zelfconsumptie en een veel bewuster beeld hebben van hun eigen energieverbruik. In die zin staat de VREG achter het verhaal van de digitale meter.

Het advies van de VREG na de behandeling in onze commissie strookt niet echt met datgene wat in de Europese richtlijn staat. Ze geven een eigen interpretatie aan die Europese richtlijn. Als die richtlijn duidelijk is, een duidelijk kader schetst en als de Vlaamse decreetgever de oplossing aanreikt via een tariefdrager, dan begrijp ik niet dat de VREG dit niet wil aanvaarden en dit niet zo wil lezen, ofschoon dit letterlijk in de Europese richtlijn staat.

Ik wil de VREG niet schofferen, absoluut niet. Ik vind het spijtig dat de VREG na de communicatie van het advies opnieuw het draagvlak ondermijnt of onrust creëert. Dat betreur ik heel erg. Ik betreur het ook heel erg dat zij een interpretatie geven aan een Europese richtlijn, waarvan ik denk dat die duidelijk is. Het parlement kan de tariefdrager bepalen. Dan zal het straks opnieuw aan de VREG zijn om de tarieven als dusdanig te bepalen. Ik hoop dat bij iedereen het draagvlak er is.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1654/5)

– De artikelen 1 tot en met 20 worden zonder opmerkingen aangenomen.

In de bij artikel 21 voorgestelde tekst van artikel 4.1.22/5, eerste lid, moet bij wijze van technische correctie de zinsnede “artikel 4.1.8/6” worden vervangen door de zinsnede “artikel 4.1.8/2”. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

– Artikel 21 wordt zonder verdere opmerkingen aangenomen.

– De artikelen 22 tot en met 46 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.