U bent hier

Tekst nog niet goedgekeurd door de sprekers.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, goeiemiddag. Dit is inderdaad een studie die diverse internationale onderzoeken die we al kennen en hier ook al hebben besproken, heeft samengebracht, over begrijpend lezen, over wiskunde, over wetenschappen. Helaas stellen we vast dat algemeen genomen de kwaliteit daalt. Onze toppresteerders dalen, onze algemene resultaat daalt. Als N-VA’er, als leerkracht, als burger, als ouder, als pedagoog kan ik alleen maar blij zijn dat dit thema hoog op de agenda staat bij alle partijen. Toen de N-VA het daar in het verleden over had, waren we degenen die een beetje zweefden, dat was alleen maar voor de hoogopgeleiden, en enkel voor het aso. Neen, collega’s, het gaat over álle leerlingen. (Opmerkingen)

Absoluut. We staan hier met vier. Iedereen vindt dit een cruciaal thema. Minister, beste collega’s van de meerderheid en ook van partijen waarmee we in het verleden hebben samengewerkt, we hebben al een aantal maatregelen genomen. De taalbaden Nederlands staan in het decreet Kunnen. Kennis staat in de eindtermen. We hebben een Operatie Tarra voor overheidspapieren die we te veel vragen. Aan het M-decreet hebben we belangrijke bijsturingen gedaan, nadat we in april 2018 zeiden dat het zeker voor kinderen met een zware beperking te ver gaat. In de lerarenopleiding hebben we vakkennis gestoken, en de niet-bindende toelatingsproef. We hebben nu het rapport inzake de pedagogische begeleiders. We zijn het er allemaal over eens dat die in de klas en in de school moeten komen. De middelen moeten in de klas en de school terechtkomen. Er zijn de centrale proeven, zodat we dat permanent kunnen opvolgen, niet alleen om de tien jaar, zoals bij PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study) of om de zes jaar, zoals bij PISA (Programme for International Student Assessment).

Minister, hoe kunnen we er nu voor zorgen dat al die maatregelen die we nemen in dit parlement en in de regering, ook in de scholen worden uitgevoerd, en dat ze daar niet moeten opboksen tegen allerlei adviezen die ingaan tegen wat wij voorstellen?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik denk dat de studie niemand ontgaan is. Het is inderdaad een metastudie, die heel veel andere studies samenbrengt en inderdaad heel duidelijk aantoont dat onze prestaties sinds 2003 zowel op het vlak van wiskunde als van begrijpend lezen en wetenschappen naar beneden gaan, bij de toppresteerders, maar nog veel meer bij de zwaksten, bij diegenen die het slechtst scoren. Ook daar doen we het minder goed.

Dirk Van Damme was zeer duidelijk in het artikel in De Morgen dat het nieuws bracht. Hij zei dat dit te ernstig was om in holle slogans te vervallen. Nu, minister, wat hebben wij de voorbije dagen gehoord? Net dát, heel wat holle slogans, holle slogans over het feit dat het de fout is van de pretpedagogen, dat het de fout is van de zesjescultuur, dat de slinger is doorgeslagen naar welzijn en pamperbeleid. Minister, ik denk dat die dingen niet kloppen. Ik denk dat dat te simpel is, te simplistisch, en dat we dringend nood hebben aan een meer genuanceerde kijk op die problemen.

Want een zeer recente OESO-studie (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) brengt ook voor het eerst in kaart hoe het zit met het sociaal-emotioneel welbevinden, het zelfvertrouwen en de veerkracht bij onze leerlingen in Vlaanderen. Minister, ook dat gaat naar beneden. Het blijkt sociaal bepaald te zijn, en het blijkt een zeer belangrijke voorspeller te zijn voor schoolse prestaties. Je ziet dat er heel wat landen zijn die erin slagen om via de school dat sociaal-emotioneel welbevinden, die veerkracht, dat zelfvertrouwen op te krikken, en die er dan ook in slagen om schoolse prestaties beter te maken. Dat is interessant, minister. Het geeft aan dat gelijke onderwijskansen, dat welbevinden en topkwaliteit niet tegengesteld zijn, maar hand in hand gaan.

Minister, wat gaat u concreet doen om u te verdiepen in de problematiek? Staat u open voor het voorstel om met een onderzoekscommissie te starten, om mensen, wetenschappers samen te brengen om daarnaar te kijken, in plaats van de holle slogans?

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Collega’s, de problematiek is geschetst. Ons onderwijs is in slabakkende trend, zal ik maar zeggen, en dit zowel voor de kennis van het Nederlands, als voor wetenschappen, als voor wiskunde, en het is zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs het geval.

Het feit dat we hier met alle partijen aan het spreekgestoelte staan, illustreert het belang dat we hechten aan goed en degelijk onderwijs, ooit toch wel de trots van deze Vlaamse natie.

De sp.a is eigenlijk heel duidelijk: we willen ambitie, we willen een hoge lat voor elk kind, en we willen een kloof in onze klassen die kleiner is dan vandaag het geval is. Het kan niet dat de afkomst van een kind meer bepalend is voor zijn schoolsucces dan zijn eigen talenten en interesses.

Minister, hoe gaat u dat basisonderwijs versterken, want daar begint het toch wel allemaal? En hoe gaat u echt een fundamentele hervorming in dat secundair onderwijs realiseren die maakt dat studiekeuze, studieoriëntering, op maat is van die talenten en interesses, zodat ons schools presteren, ons schools succes en onze ambitie groter zijn en hoger liggen, en we allen inderdaad weer tegen onze Vlaamse jongeren kunnen zeggen: ‘plus est en vous’. We investeren 12 miljard euro gemeenschapsgeld in ons onderwijs, we moeten daar het beste uit halen, en in deze regering heeft men helaas de voorbije jaren in de verkeerde richting gefietst.

De heer De Ro heeft het woord.

Minister, collega’s, we hebben de afgelopen weken een aantal rapporten gekregen. Als je de verschillende achter elkaar leest, zie je toch wel een aantal rode draden.

Je hebt het rapport over de pedagogische begeleiding – daar hebben we het vorige week met z’n tweeën al over gehad –, je hebt de studie van Van Damme en collega’s, en vandaag hebt u zelf met de inspecteur-generaal de Onderwijsspiegel 2019 voorgesteld, de eerste volgens een nieuw onderwijskundig kwaliteitskader. Ik vond zelf dat de inspectie het heel treffend gesteld heeft, namelijk dat we nooit voorheen een instrumentarium hadden dat deze al langer gesignaleerde problemen zo haarfijn blootlegt. Ik vind het zeer goed dat de inspectie ons heel duidelijk maakt dat wat ze in 2017-2018 vastgesteld hebben met dat nieuwe kader, voor het eerst met een zeer fijnmazig instrumentarium is. Als je dat leest, begin je ook wel te begrijpen wat er de afgelopen weken geschetst is. Naast de vele goede punten – dat mogen we ook nog eens zeggen, want dat sneeuwt de laatste dagen wat onder – hebben we immers toch een aantal knipperlichten die serieus op oranje, en sommige zelfs op rood staan. Ik maak mij eerlijk gezegd echt wel ongerust als ik lees dat in het kleuteronderwijs de evaluatie en de observatie van onze kleuters om ze een zo goed mogelijk fundament mee te geven naar het lager onderwijs, ondermaats zijn. Ik zie een link tussen slechte scores voor wiskunde en de vaststelling van onze inspectie dat voor wiskunde het aanbod eigenlijk niet aansluit op de eindtermen en zelfs niet op de leerplandoelen. Dat zijn slechts een aantal dingen die je eruit haalt, maar die je dan aan de voorgaande rapporten kan koppelen.

Minister, we hebben het er vorige week over gehad dat elk uur dat de pedagogische begeleiding onze leerkrachten en scholen kan ondersteunen, nodig is op het terrein. U hebt zelf gezegd dat u nog een initiatief zou nemen na de paasvakantie. Ik dring er bij u op aan. Gaat u met dit rapport in de hand nog een extra motivatie hebben om de pedagogische begeleiding aan te moedigen om hier snel werk van te maken?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Gennez, onderwijs is de trots van Vlaanderen en zal de trots van Vlaanderen blijven. Samen met onze 180.000 leerkrachten en onderwijspersoneel moeten we daarvoor zorgen. Laten we starten met dit uitgangspunt.

Professor Jan Van Damme, stadsgenoot van mij, heeft een zeer interessant onderzoek gedaan. Hij heeft het onderzoek dat vroeger al is gebeurd, onderzocht om er een diepteanalyse op te doen en na te gaan hoe dat komt, waar we naar beneden zijn gegaan, waar en hoe dat is gebeurd. Het is superinteressant om dat te weten, maar de onderzoeken zelf kenden we natuurlijk al. We hebben niet gewacht op de resultaten van de studie van professor Van Damme om actie te ondernemen.

Ik geef een aantal voorbeelden. Ten eerste is er de modernisering van ons secundair onderwijs. Die modernisering – mevrouw Gennez, u zegt dat het allemaal niet veel soeps is – is voor mij absoluut de beste keuze die we konden maken. We hebben er bijna vijftien jaar over gepalaverd. Ze is nu goedgekeurd in dit parlement, ze start op 1 september en ik heb geen enkele intentie om het secundair onderwijs nog een grote hervorming in de maag te splitsen. Dat niet. (Applaus bij CD&V)

Collega's, er zit veel potentieel in die hervorming. In de eerste jaren is er een verdieping en versterking voor jongeren die dat nodig hebben. In de krant las ik dat we niets doen voor het technisch en beroepsonderwijs, maar in de B-stroom voorzien we extra algemene vorming. Eindelijk zijn er eindtermen waardoor jongeren die in de B-stroom voelen dat ze de tekorten algemene vorming kunnen ophalen, de switch kunnen maken als ze dat willen naar de doorstroomrichtingen, naar de A-stroom. Dat is heel belangrijk en vroeger was dat nauwelijks of niet mogelijk. We hebben ingezet op duaal leren, dat weten jullie, en er zijn nieuwe eindtermen.

Collega De Ro, straks zal ik dit gebruiken om de link te leggen naar de inspectie. Maar onze nieuwe eindtermen zijn getoetst door de inspectie, ze zijn evalueerbaar. In het decreet staat dat ze letterlijk moeten worden opgenomen in de leerplannen. Dat betekent dat straks ook mensen die handboeken maken en zich daarvoor op leerplannen baseren, sowieso die eindtermen mee in de handboeken zullen verwerken. Uit het inspectierapport blijkt dat daar vandaag toch wel het schoentje knelt op een vrij intense manier. Collega's, de modernisering secundair onderwijs staat in de steigers en is net bedoeld om de tekorten en de rode of oranje lichten zoals u ze noemt, te remediëren.

Inzake het basisonderwijs hebt u zeker een punt, mevrouw Gennez. We moeten ons basisonderwijs versterken, in de eerste plaats met extra handen in de klas. Ik ben heel blij dat een of twee weken geleden de motie hier kamerbreed is goedgekeurd om ook in ons basisonderwijs, ons kleuteronderwijs extra in zorg te investeren.

Collega De Ro, we wisten al dat onze kleutertjes maximaal participeren aan het kleuteronderwijs. Maar uit het OESO-onderzoek van 2015 of 16 blijkt ook dat als ze in het eerste leerjaar aankomen, ze niet de best voorbereide ter wereld zijn. Dus, zonder extra handen zal het ook niet lukken. Die zijn er ook nodig om extra zuurstof te geven aan onze kleuterleiders. Ik hoop dat we daar in de komende jaren voluit werk kunnen van maken.

Geen van jullie vier heeft het gezegd, maar het is deze regering met mijzelf als minister van Onderwijs, die de inspectie een totaal nieuw kader heeft gegeven. Het is de allereerste keer dat we het kwaliteitsbeleid hebben gemeten in de scholen. Dat is net wat professor Van Damme zegt waar het aan mankeert. Hij vraagt: waar zit het kwaliteitsbeleid in die scholen? Hoe volgen ze op hoe ze hun kwaliteit kunnen verbeteren? Nu stellen we vast in het inspectierapport dat daar werk aan is. Er is werk aan de evaluatie van de leerlingen zelf. Het klopt dat in een aantal scholen er examens of proefwerken worden uitgeschreven die eigenlijk de eindtermen niet bevatten, en waarvan de inspectie zegt: wat jullie testen, is eigenlijk niet de basis die de overheid vraagt. Dat zit er niet in.

Morgen krijgen we de resultaten van de peilingen die zijn gebeurd door de overheid. Ik heb gevraagd om de link te leggen naar handboeken en om na te gaan of er effectief handboeken zijn waarvan we vaststellen dat ze niet de vertaling zijn van de eindtermen en de leerplannen die daarop gebaseerd moeten zijn. Ik denk dat elke school in Vlaanderen dit goed moet weten. Indien er een bepaalde voorkeur voor handboeken is, moeten de eindtermen hiermee minstens worden gerealiseerd. Dat is het kwaliteitstoetsingskader dat onze inspectiediensten zullen gebruiken.

Het is natuurlijk van belang dat we aan peilingproeven deelnemen. Ik heb vastgesteld dat in 2003, toen we het zo goed deden op TIMSS, is beslist niet meer mee te doen met peilingproeven. Zo kunnen we natuurlijk niets meten. Ik stel voor in de toekomst te blijven deelnemen aan al die internationale testen en vaker te peilen.

Mijnheer Daniëls, er moet absoluut vaker schooloverstijgend worden gepeild. Een centraal examen in het zesde jaar van het middelbaar onderwijs is voor mij niet prioritair, maar er moet wel vroeger en veel regelmatiger worden gepeild. We moeten scholen net de kans geven werk te maken van hun kwaliteitsbeleid.

Mijnheer De Ro, ik leg even de link met het onderzoek van vorige week. Wat de pedagogische begeleiding betreft, denk ik dat het nu glashelder is dat de scholen met zware werkpunten en de scholen die een onvoldoende hebben gekregen, zich verplicht moeten laten begeleiden. Die begeleiding moet effectief op de klasvloer komen, want nu is er een kloof. De pedagogische begeleidingsdiensten en mijn diensten zien elkaar terug op 30 april 2019.

Wat mij betreft, mag het decreet onmiddellijk worden aangepast. Hetzelfde geldt met het decreet dat de onderwijsinspectie regelt. Nu we het kunnen meten, vraagt de Vlaamse onderwijsinspectie van het kwaliteitsbeleid een erkenningsvoorwaarde te maken. In mijn ogen zou dat een goede zaak zijn.

Mevrouw Meuleman, u hebt me gevraagd of ik bereid ben een expertenpanel te creëren. Ik kan daar zeker positief op antwoorden, maar het is van belang dat onze scholen, zonder dat we hun autonomie fnuiken, de kans krijgen de resultaten van de peilingproeven en de internationale testen, de doorlichtingen en de resultaten van de inspecties te gebruiken als instrumenten om de algemene kwaliteit te verbeteren. Dat is waar we prioritair werk van moeten maken.

Ik ken u als een Vlaams volksvertegenwoordiger met een groot hart voor onderwijs. Ik was dan ook ontzettend blij met uw tweets dat de zorgpunten in het onderwijs niet met een tweet zullen worden opgelost. Dit vraagt een volgehouden en zeer langdurige inzet. We zullen daar werk van maken. (Applaus bij CD&V)

Minister, dit vraagt volgehouden aandacht, en ik ben blij dat iedereen nu mee op die nagel klopt. Onderwijs is cruciaal voor onze sociale welvaartsstaat in Vlaanderen, en we moeten er dan ook voor zorgen dat we hieraan blijven voldoen. Ik hoor al te vaak dat prestatiemotivatie niet samen zou kunnen gaan met welbevinden. Dat is niet zo. Prestatiemotivatie kan hier wel degelijk mee samengaan en kan jongeren aansporen. Ik stel vast dat leerkrachten echt vooruit willen.

Als ik naar de Onderwijsspiegel van de Vlaamse onderwijsinspectie kijk, merk ik dat onder meer Frans als een van de problemen naar voren komt. Ik heb deze ochtend een document ontvangen dat de pedagogische begeleidingsdiensten rondsturen. Daarin staat letterlijk dat leerkrachten in de loop van het eerste trimester geen dictee mogen geven. Er staat dat zinsanalyse geen leerstof Frans is. Hierop moet dus niet worden geoefend en het kan ook niet in evaluaties voorkomen. Met het onderscheid tussen het complément d’objet direct (COD) en het complément d’objet indirect (COI) wordt het best tot het tweede jaar gewacht. Dit is wat we bedoelen met leerkrachten die op het vlak van kwaliteit vooruit willen, maar worden tegengewerkt door instanties in de koepels. (Applaus bij de N-VA)

Dames en heren, ik vind dat we weer naar een papierloze vraagstelling moeten gaan. Hier komen mensen complete teksten voorlezen. Het is het einde van de rit, maar mijn opvolger kan zich hier misschien wat meer op toeleggen. Het reglement stelt dat noch de vraagsteller, noch de minister papieren mogen gebruiken. Dat is de bedoeling. Mevrouw Vanderpoorten heeft dat ingevoerd. De beste sprekers zijn de sprekers die geen papier bij zich hebben.

Ik zal nog een puntenquotering geven in verband met wie hier de beste sprekers zijn, maar dan zit ik hier zelf niet meer.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat ik daar zelden op kan worden betrapt, tenzij het om een citaat of een cijfer gaat. Kunnen spreken zonder papier, is als een competentie. Blijkbaar gaat daar te veel aandacht naar, maar ik denk dat het altijd een evenwicht moet zijn tussen kennis en bepaalde competenties die nuttig en belangrijk zijn.

Minister, voor mij is echter het allerbelangrijkste – en het is opvallend dat er daar bij het naderen van de verkiezingen telkens weer enorme consensus over is – dat we beginnen bij het begin en dat we dus investeren in het basisonderwijs. Opnieuw horen we partijvoorzitters die dat met grote stelligheid poneren, net zoals in 2014. Toen vond ook iedereen dat we moesten beginnen bij het kleuteronderwijs en daarna het basisonderwijs moesten versterken, omdat het niet kon zijn dat een kind in het basisonderwijs 3000 euro minder opbracht dan een kind in het secundair onderwijs. Dat duurt dan tot de begrotingsbesprekingen, want dan kan er voor diezelfde partijen plots niets meer.

Minister, u zegt dat het plan basisonderwijs er is, maar het is er niet, want men wilde geen financieel groeipad vastleggen voor de volgende legislatuur. Kunt u nog iets doen, zodat er toch een plan basisonderwijs komt waarin een duidelijk groeipad voor de volgende legislatuur vervat zit?

Het belang van het basisonderwijs wordt hier inderdaad over de partijgrenzen heen gedeeld, maar de regering heeft 45 euro per leerling in het basisonderwijs bespaard, om dan twee weken geleden vast te stellen dat er over de partijgrenzen heen – olé – een breed draagvlak is om te investeren in het basisonderwijs. Dan is het vreemd dat de werkwijze vijf jaar lang omgekeerd was.

Men heeft het over ambitie. We hebben nu nieuwe eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs. Wij hebben altijd gepleit om die voor elk kind bindend te maken, te beginnen met de eindtermen voor Nederlands, zodat de leercurve en leerwinst effectief voorop komen te staan. Ook daar is deze regering echter niet op ingegaan. Een sterker kwaliteitsbeleid over de onderwijsnetten heen kan volgens ons nochtans de drive voor een sterker onderwijs en een shift in de goeie richting zijn. (Applaus bij Groen en sp.a)

Minister, dat gesprek met de pedagogische begeleiding en de koepels is een belangrijk gesprek. Het is niet omdat het een van uw laatste gesprekken zal zijn deze legislatuur dat u niet op de tafel hoeft te kloppen. U hebt gelijk als u zegt dat we voor de uitvoering van de nieuwe eindtermen staan. Neem nu echter leerplannen, die niet van dit parlement komen, maar door de koepels vertaald zijn. Na tien, vijftien of twintig jaar standvastigheid stelt de inspectie vast dat het aanbod voor wiskunde, wetenschap, Frans en techniek niet overeenstemt met de leerplandoelen, die nochtans uit eigen huis of net komen. Daar moeten we ons zorgen over maken. Hoe is dat in godsnaam mogelijk geweest? Die vraag moet u namens ons allemaal tijdens uw gesprek op tafel leggen.

De heer De Meyer heeft het woord.

De kwaliteit van het onderwijs is onze gezamenlijke zorg en opdracht. Complexe problemen los je niet op met oneliners en eenzijdige oplossingen en nog minder met vijandbeelden en strijdtonelen, minister.

Op 1 september start de modernisering van het onderwijs, een modernisering die haar oorsprong deels in het PISA-rapport vond. Laat ons daar alstublieft gezamenlijk werk van maken. Ik herhaal dat er in de komende legislatuur prioritair geïnvesteerd moet worden in het basisonderwijs, ook op financieel vlak. Duurzame oplossingen vind je meestal in cocreatie met alle onderwijspartners.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik begin met de eindtermen, omdat daar toch wel heel wat over gezegd is. Er zijn straks nieuwe eindtermen in ons onderwijs. Het is belangrijk dat we de stap gezet hebben om daar een vertaling van te vragen in de leerplannen, en we zullen ze ook in de handboeken moeten terugvinden. Het is namelijk goed dat scholen vrij kunnen kiezen welk handboek ze gebruiken, maar het is wel van belang dat elk handboek ten minste de vertaling is van onze minimumvereisten.

Collega Gennez, we hebben hier al vaker gedebatteerd over waar we de lat moeten leggen. We hebben ook al duidelijk en oeverloos proberen uit te leggen waarom het zo belangrijk is dat de eindtermen wel op populatieniveau blijven, maar dat er onder andere voor het Nederlands eindtermen basisgeletterdheid zijn ingevoerd.

Dat is net om een antwoord te bieden op PISA 2015 want daaruit bleek dat een op vijf jongeren de basislat niet haalt. Die hebben we nu net ingevoerd en minstens na twee jaar zal moeten worden getoetst om te kijken of alle jongeren die halen. Zeker de meest kwetsbare jongeren en jongeren die taalachterstand hebben zullen daar werk moeten van maken.

Collega's, wat betreft het basisonderwijs zult u moeilijk kunnen ontkennen dat er ook deze legislatuur stappen zijn gezet. Er zijn beloftes ingevuld wat de directeurs betreft. Zij kunnen hun opdracht vaker voltijds vervullen. De lonen zijn gelijkgeschakeld. Er is een cao afgesloten. Er is met de onderwijsverstrekkers en de vakbonden afgesproken om leraren meer stabiliteit te geven als ze starten en om meer begeleiding te voorzien. Wat dat betreft zijn er stappen gezet.

Maar ik ben het absoluut met jullie eens dat we de komende jaren die extra handen in de klas nodig zullen hebben. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het nu niet alleen een verkiezingsbelofte is, maar het is hier bij motie parlementbreed goedgekeurd. Die motie zal straks ook nog vertaald worden in een resolutie waar alle partijen zich toe engageren. Voor mij is dit toch een zeer, zeer grote garantie dat die middelen er prioritair bij zullen komen in het basisonderwijs. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Voorzitter, we zijn begonnen met een openboekexamen voor een juist citaat. We gaan nu over naar een geslotenboekexamen, heel graag zelfs.

Collega's, de minister heeft het gezegd: we moeten zorgen dat de middelen in de klas en de school terechtkomen. Vandaag hebben we 1 personeelslid op 8,4 leerlingen. We zitten daarmee bij de hoogste in heel de OESO. En dus: extra investeren, ja, maar dan wel in de klas en in de school waar die middelen thuishoren en erover waken dat gelijke kansen iets anders is dan een gelijke uitkomst.

En dus, collega's, de eindtermen, de minimumdoelen zijn niet de maximumdoelen. Het is niet het enige, want dan zullen we niet onze sterkste populatie kunnen blijven uitdagen in de ambitie die we nodig hebben om Vlaanderen opnieuw aan de top te zetten en te zorgen dat alle leerlingen ernaar blijven streven en zich blijven inzetten om het maximale uit zichzelf te halen, want daar gaat het over. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik ben redelijk tevreden met het feit dat we toch een genuanceerd debat hebben gehad en dat u de eerlijkheid hebt om te erkennen dat er nog heel veel werk is. Er zijn partijen die hier vijftien jaar in de meerderheid zitten, die tien jaar de grootste partij van Vlaanderen zijn, die vijf jaar de schaduwminister leveren, maar die blijkbaar soms toch wat in de schaduw blijven staan, wat nu komen ze zeggen dat het allemaal anders moet in het onderwijs en dat er veel te weinig wordt gedaan op het vlak van kwaliteit.

Er zal eerst en vooral zeer goed moeten worden gekeken naar wat er moet worden gedaan. Er zullen nog veranderingen moeten gebeuren in het onderwijs. We kunnen niet gewoon naar vroeger teruggaan, de klok terugdraaien en denken dat alles in orde zal komen. De maatschappij is veranderd. De tijden zijn veranderd. De uitdagingen zijn groter geworden. Alleen met de nodige investeringen in onderwijs en het erkennen van de ernst van het probleem zullen we er geraken. (Applaus bij Groen)

Laten we dan collectief de hand aan de ploeg slaan, zou ik durven zeggen, minister. Bijna nergens in de wereld wordt er zoveel getest in onderwijs op klasniveau als bij ons, maar er wordt te weinig effectief gedaan, te weinig gemeten, te weinig geanalyseerd met de resultaten om effectief een kwaliteitsinjectie te geven. Daar moeten we bij het begin van volgende legislatuur 200 procent op inzetten.

Wat de eindtermen betreft, weet u dat wij geloven dat basisgeletterdheid een te lage lat is om jongeren minimale competenties mee te geven voor het echte leven. Die ambitie die in de eindtermen als minimumdoel vervat zit, ligt wat ons betreft ook met de nieuwe eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs nog steeds te laag.

Collega's, een aantal onder ons waren daarstraks te gast bij de werkgevers bij ‘Vlaanderen Demarreert’. Men gaf tien topprioriteiten mee. Collega Van Rompuy, ik weet niet of u het zo ervaren hebt, maar er was nogal wat commotie en ongerustheid over de rapporten over het onderwijs die de laatste weken gepubliceerd zijn. Als je dan met de mensen gaat spreken over hoe zij als werkgeversorganisatie de instroom van gekwalificeerde mensen ervaren, dan zeggen ze dat er toch wel wat competenties ontbreken.

De inspectie haalt zelf een voorbeeld aan op het vlak van wiskunde. We zijn er in de wereld toch altijd voor gekend geweest dat we daar een sterk onderwijs in hadden. Het rapport toont heel duidelijk aan dat er veel te veel focus is op rekenvaardigheid en veel te weinig op probleemoplossend denken. Wat verwachten nogal wat sectoren, niet alleen werkgevers, maar ook mensen uit de academische wereld? Net jonge mensen die de problemen van morgen kunnen oplossen, niet alleen een focus op één of twee vaardigheden uit het verleden. Het hele gamma is van groot belang. Dat staat ook zo in de eindtermen. Ik ben ontgoocheld dat onze eindtermen eigenlijk heel slecht vertaald worden door de mensen op het terrein, zijnde de pedagogische begeleiding.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.