U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Jos De Meyer, Jelle Engelbosch, Francesco Vanderjeugd, Paul Cordy, Bart Dochy en Sofie Joosen houdende de tegemoetkoming in de schade die aangericht is door rampen in het Vlaamse Gewest.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Cordy heeft het woord.

Paul Cordy (N-VA)

Het voorstel van decreet dat hier voorligt, kadert eigenlijk in de zesde staatshervorming, waarbij de bevoegdheid over rampen is overgedragen naar Vlaanderen. Zoals dat bij veel andere bevoegdheden gebeurt, heeft dat aanleiding gegeven tot een modernisering en een harmonisering van het Rampenfonds. Er is in 2016 reeds een Algemeen Rampenfonds opgericht, maar tot nu toe viel vooral de landbouwschade nog onder het Landbouwrampenfonds. Je kunt de vraag stellen of dat eigenlijk nog wel een effectieve manier was om met deze schade om te gaan. Dat slorpte zeer veel middelen op. Bovendien is de vraag of het ook daadwerkelijk voldoende de schade kon voorzien.

Al heel lang woedt er een debat over de vraag of dit Landbouwrampenfonds niet beter zou worden vervangen door een brede weersverzekering. Dit voorstel van decreet komt daar mee aan tegemoet. Het omvat bepalingen inzake de criteria om schadevergoeding uit te keren, maar anderzijds zit er ook een grote overgangsregeling in, want het is zo dat het Landbouwrampenfonds sowieso ophoudt in september 2019. Bij de overgangsregeling wordt voorzien in een subsidiëring voor landbouwers die op een brede weersverzekering willen en kunnen overstappen.

Wil dat zeggen dat schade aan landbouw volledig zal worden uitgesloten? Dat is ook niet het geval. Daar zijn ook een aantal maatregelen voor, maar belangrijk is dat we ons met die brede weersverzekering inschakelen in een stelsel dat ook in veel andere Europese landen bestaat, en dat we dus naar een meer efficiënte, meer effectieve, meer moderne manier gaan om schade aan landbouwgewassen door weersomstandigheden, klimatologische omstandigheden enzovoort te vergoeden.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, ik sluit me aan bij de woorden van collega Cordy. Gewoon nog even aanvullen dat het hier inderdaad gaat over de inkanteling van het Landbouwrampenfonds in het gegeven van het Algemeen Rampenfonds van het decreet van 2016. De brede weerszekering biedt een alternatief, en belangrijk is voor ons toch dat er een soort achtergrond blijft voor de eerstkomende vijf jaar van het Algemeen Rampenfonds, dat eigenlijk voor een deel als vangnet kan dienen bij zeer grote rampen.

Het Landbouwrampenfonds als dusdanig zat een beetje tegen de grenzen van het eigen systeem aan omdat het normaal zo is dat er daadwerkelijk een ramp kan worden erkend wanneer de weersomstandigheden uitzonderlijk zijn – maar als bepaalde weeromstandigheden zich jaar na jaar voordoen, beland je natuurlijk in de discussie wat de definitie van ‘uitzonderlijk’ is. Die brede weersverzekering is hierbij een alternatief om rechtszekerheid te kunnen geven aan de landbouwers, om ze op een betaalbare manier een verzekering te kunnen doen afsluiten voor de teeltschade. Belangrijk daarbij is ook –dat staat niet in het voorstel van decreet, maar het is een engagement van de regering – dat er ook een subsidiëring komt van de premie die wordt betaald aan de verzekeraar van in eerste instantie 65 procent, zeker voor de eerste drie jaar. Dat is een mechanisme dat ook geleidelijk wordt uitgefaseerd. We zijn dus tevreden met dit alternatief. Het is, wanneer de ‘landbouwramp’ wordt afgeschaft, het best mogelijke alternatief.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Collega’s, de titel van mijn betoog is: ‘En de boer, hij staat in de kou’. In de vijftien jaar dat ik in dit parlement zit, stond ik nog nooit voor een groter dilemma. Steun ik het voorstel van decreet, dat vooral de weersverzekering voor de boeren regelt, zoals dat nu voorligt? Of zorg ik ervoor dat het niet wordt goedgekeurd, bijvoorbeeld door allerlei vertragingsmechanismen in te roepen?

Het is kiezen tussen de pest en de cholera. Niet voor mij, maar voor de boeren. Want dit voorstel van decreet biedt één zekerheid: zij zullen de pineut zijn, ongeacht of die nieuwe regelgeving er komt of niet.

Waarover gaat het? De jongste jaren moest de Vlaamse overheid steeds meer tussenkomen na schade aan de teelten en oogsten. Het was te nat, het was te droog, het was te warm, het was te koud. Hevige regenval, schade aan de bloesems, late vorst, u weet wel, de lente die te vroeg ontwaakte.

Van iets wat te veel kost en wat dankzij de klimaatverandering in de toekomst wellicht steeds meer zal gaan kosten, wil de Vlaamse Regering graag af. Dus ging ze de boer op, op zoek naar private aanbieders van een weersverzekering voor de landbouwsector. Dat was blijkbaar een moeizame tocht, want hoewel het voornemen vijf jaar geleden in het regeerakkoord stond ingeschreven, lag er pas enkele weken geleden een heel wazig voorstel op tafel. Daarin ontbraken trouwens allerlei stukken en informatie voor de parlementsleden, zoals bijvoorbeeld het onderzoek van Aon, een studiebureau gespecialiseerd in verzekeringen, over de haalbaarheid van de weersverzekering. We hebben dat uiteindelijk wel gekregen. De conclusie van Aon was trouwens dat er geen haalbare weersverzekering was.

Er was ten tweede absoluut een uitvoeringsbesluit nodig om dit in te vullen. Slechts drie artikels van het voorstel van decreet gaven een kader aan voor deze brede weersverzekering, maar voor de rest was er geen enkele invulling.

We hebben ten slotte een hoorzitting gevraagd om enige duidelijkheid te krijgen want het was, zoals de heer Cordy zegt, verschrikkelijk moeilijk om inzicht te krijgen in de financiële middelen die uit het Landbouwrampenfonds en het Vlaams Rampenfonds, samen en door elkaar, effectief voor landbouwschade waren uitgetrokken.

Nu ligt er een voorstel van decreet voor dat door de juridische dienst, de legistieke dienst van het Vlaams Parlement als broddelwerk werd omschreven. Het biedt geen enkele concrete garantie voor de landbouwers. Zal er een privéverzekeraar gevonden worden om een dergelijke polis in Vlaanderen te ontwikkelen? Assuralia, de koepel voor de verzekeringsondernemers, vertelde op de hoorzitting dat er geen enkele maatschappij geïnteresseerd was om een polis aan te bieden. Fantastisch, toch? Maar goed, misschien zullen er buitenlandse bedrijven op intekenen. Wie weet! Wel, mijnheer Dochy, in Nederland en Frankrijk bestaat er inderdaad ook een brede weersverzekering. 10 procent van de landbouwers is daarbij aangesloten, 90 procent is niet aangesloten. Bovendien bedraagt de franchise als je schade hebt 50 procent. Je kunt veel zeggen over het Landbouwrampenfonds, maar minstens dat niet. Het fonds was er voor alle boeren en bood een behoorlijke schadevergoeding van 70 tot 80 procent, afhankelijk van de geleden schade.

Hoeveel zal dat daarenboven kosten aan die landbouwer, als hij al meedoet? In die studies zijn getallen genoemd van 50 euro per hectare, maar evengoed van 1000 euro per hectare, met die grote franchise. Zo nat is de vinger waarmee gewerkt wordt. Wordt de boer daar beter van? Nee, mijnheer Dochy. Ja, we vernamen dat de Vlaamse overheid tijdens de opstartjaren die verzekeringspremies met 65 procent zal subsidiëren. Zo stond het inderdaad in het uitvoeringsbesluit, maar we zullen zien hoelang dat zal blijven duren. Het mag van Europa en het is het plafond dat Europa toelaat. Het is echter nog altijd een aanname zolang we niet verder zijn.

Het probleem van een weersverzekering voor de landbouw is bovendien niet eenvoudig. Een weersverzekering is iets anders dan een brandverzekering. Als er een huis of bedrijf afbrandt, komt de maatschappij tussen.

Bij een weersverzekering lijden alle landbouwers tegelijkertijd schade. Begrijpelijk dat er weinig verzekeraars geïnteresseerd zijn om zo'n risico te nemen, en dus zijn de premies hoog en dus zijn de franchises hoog.

Kortom, collega's, dit is een regeling die zoveel onzekerheden en zoveel onvolkomenheden bevat dat je ze eigenlijk onmogelijk kunt goedkeuren. Helaas, zo eenvoudig is het ook nog niet. Eind december van vorig jaar – en ik richt me tot de voorzitter van dit parlement – werd tussen de regels van het programmadecreet door het Vlaams Rampenfonds door de meerderheidspartijen afgeschaft. Het was geen financiële operatie, maar een beleidskeuze. Je moet het maar doen. Eerst schaffen we het hulpmechanisme af, zonder in alternatieven te voorzien, en dan gaan de indieners ons, parlementsleden, de voorlaatste plenaire vergadering onder druk zetten om een alternatief dat zo krakkemikkig is als wat, goed te keuren.

Waarom is het Vlaams Rampenfonds afgeschaft, mijnheer Cordy? Welk spelletje armworstelen is daar binnen de meerderheid aan voorafgegaan? Dat zou ik echt graag willen weten. Een oude regeling afschaffen zonder een nieuwe in de plaats te stellen, dat heet onbehoorlijk bestuur. Onbehoorlijk bestuur dat mij als parlementslid – en ik weet wel dat ons stemgedrag van de oppositie er niet zoveel toe doet – het mes op de keel zet met de demagogische opmerking dat we anders de boeren in de kou laten staan. Wel, collega's, ofwel laat ik de boeren in de kou staan zonder recht op steun van het Vlaams Rampenfonds of zonder een alternatief dat behoorlijk en verzekerd is, ofwel is er dat krakkemikkige alternatief vol onzekerheden. Wat moet het dan zijn? Niemand weet of het levensvatbaar en betaalbaar zal zijn. Er zijn twee opties en in beide gevallen is de landbouw de pineut.

Collega's, zouden we eens niet overwegen om het oude Rampenfonds voor één of twee jaar te verlengen, tot er een robuuste weersverzekering voorhanden is, tot er een perspectief is op een robuuste weersverzekering? Voor één of twee jaar, waarom niet? Het is geen schande om terug te keren op uw voortvarendheid. Oude regelgeving kan  van onder het stof worden gehaald en nog een paar jaar doorlopen.

Wij zijn trouwens niet principieel gekant tegen een private weersverzekering, tegen een waarbij de boeren verzekerd zijn van een goede verzekering, maar dat is helemaal niet het geval. Ook niet van een beleid waarbij de Vlaamse overheid werk maakt van maatregelen om de klimaatverandering en de landbouw de baas te kunnen: werken aan een weerbare landbouw. Een beleid bijvoorbeeld dat aan waterbuffering doet om het teveel aan water op te sparen voor wanneer er in droge zomers te weinig water is. We zijn voor de ontwikkeling van sterke biodiverse boeren, van hagen en bomenrijen, van de ontwikkeling van zaden en rassen die robuuster de klimaatverandering aankunnen.

Collega's, een voorstel van decreet dat de belangen van de reeds zo geplaagde landbouwers niet dient – landbouwers die met moeite een redelijk inkomen verwerven –, kunnen wij niet steunen. Het spijt me, maar het is onvoldragen, slecht voorbereid, juridisch krakkemikkig. Het is verbazingwekkend – en mijn woorden zijn hard, maar ik meen het – hoe deze cynische meerderheid de boeren het mes op de keel zet. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Collega Caron, ik kan u voor een deel volgen in een aantal van uw kritieken. Ook onze fractie vindt het jammer dat eind vorig jaar het Vlaams Rampenfonds via het programmadecreet is afgeschaft. We moeten natuurlijk ook rekening houden met de realiteit. U weet, en u hebt het zelf gezegd, dat er ook in de buurlanden al sprake is van een brede weersverzekering. Ik ben het met u eens dat wij nog niet de expertise hebben. Ik moet trouwens de voorzitter gelijk geven dat dit debat al een tijdje meegaat. Het was onze oud-collega Carlos Kallens die voor de eerste keer sprak over een brede weersverzekering.

Maar natuurlijk is het ook zo, collega’s en collega Caron in het bijzonder, dat men door de afschaffing van het Landbouwrampenfonds op zoek moest naar een alternatief. Men kon niets anders dan een alternatief zoeken, want wanneer er geen alternatief zou zijn, dan zou het vanaf 1 januari 2020 voor de landbouwers pas een echte ramp worden en zouden ze in een vacuüm terechtkomen.

Ik heb ook, waarschijnlijk net zoals u, enkele mensen uit de sector en organisaties uit de sector gehoord en er contact mee gezocht. Ik heb hun gevraagd: wat denkt u over de brede weersverzekering en wat is, bij manier van spreken, uw stemadvies? Ook zij zeggen node dat ze het natuurlijk nog altijd jammer vinden dat het Landbouwrampenfonds afgeschaft is, maar dat er wel degelijk een alternatief in de plaats moest komen en dat men niet terecht wilde komen in een vacuüm, zoals daarstraks gezegd: een van de grote problemen is inderdaad dat wij de expertise niet hebben. Er zijn weinig verzekeraars in Vlaanderen of in België in het algemeen die geïnteresseerd zijn of die ook de nodige kennis hebben wat die brede weersverzekering betreft. Vandaar dat men ook kan of moet op zoek gaan naar kandidaten in het buitenland. Ik hoop dat men erin zal slagen om een verzekeraar te vinden, en dat we er, ondanks de schrapping van het Landbouwrampenfonds, toch in zullen slagen om met dit parlement tegemoet te komen aan een aantal belangrijke noden van onze landbouwers.

Ik vind het trouwens altijd vreemd, collega Caron, dat u enerzijds de landbouwers verdedigt maar op andere vlakken dan weer de landbouwers tegenwerkt, bij manier van spreken. Ik heb dus ook gevraagd aan de landbouworganisaties wat zij zeggen. En zij zeggen: keur dit voorstel van decreet alsjeblieft goed, anders staan we vanaf 1 januari 2020 met lege handen. Een ander alternatief is er helaas niet, collega Caron. Vandaar dat onze fractie, collega’s, dit voorstel van decreet zal goedkeuren.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Ik ben een beetje uitgedaagd door de heer Caron. De inhoud van het voorstel van decreet is, denk ik, finaal verdedigbaar en goed. We zullen het ook steunen. De wijze waarop het voorstel van decreet tot stand gekomen is, daar hebben we wel wat verhalen over te vertellen. Er zijn een aantal correcties moeten gebeuren.

Het is effectief begonnen, en dat hebben we toen ook gezegd, met de afschaffing van het  Landbouwrampenfonds. Met het vorige programmadecreet werd het Landbouwrampenfonds al afgeschaft op 1 september 2019 en moest er dus een alternatief gezocht worden voor de landbouwers, want anders zitten ze helemaal in de miserie.

Dat er een alternatief moet komen voor iets dat voordien afgeschaft werd, daar kunnen we het eens mee zijn. Dat die brede weersverzekering daar een basis voor is, daar kunnen we ook in meegaan. Het zal er nu op aankomen, collega’s, – en de collega’s die het voorstel hebben ingediend en de discussies hebben meegemaakt, weten dat – dat we in overleg treden met de betrokken actoren, en dat zijn in de eerste plaats de landbouwers en ook de verzekeraars. We hebben verschillende verzekeraars gehoord: eentje die minder positief was en anderen die wel openingen lieten. Dus we denken dat we nu goed in overleg moeten gaan met de betrokken actoren zodat deze brede weersverzekering voor de landbouwers een succesverhaal kan zijn en geen processie van Echternach moet worden, wat het tot nog toe geweest is. Inhoudelijk gaan we uiteindelijk akkoord, na de verbeteringen die we hebben kunnen aanbrengen.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Ik wil zeker de discussie uit de commissie niet herhalen. Maar ik voel me een beetje verantwoordelijk. Waarschijnlijk heb ik een aantal dingen niet goed uitgelegd, aangezien de heer Caron het absoluut niet begrepen heeft. Mijnheer Caron, u spreekt over een vergoeding van 80 procent uit het Landbouwrampenfonds zoals het vandaag bestaat. Dat is absoluut niet zo. Het is 40 procent. Het is enkel 80 procent wanneer, ook vandaag reeds, de landbouwer voor 50 procent verzekerd is met een weersverzekering. En er zijn vandaag dus amper weersverzekeringen, op enkele uitzonderingen na. Dus in de praktijk wordt er 40 procent vergoed en geen 80 procent.

Een tweede element: het Rampenfonds als dusdanig verdwijnt niet volledig. Artikel 27, paragraaf 3 geeft het schema weer waarbij de zogenoemde ‘uitfasering’ gemaakt wordt. Dus men voorziet tot en met eind 2024 nog een tussenkomst bij uitzonderlijke omstandigheden, zijnde zeer grote rampen, van meer dan 100 miljoen euro. Dit is een soort van herverzekering voor de niet-verzekerden.

Ik wilde dat toch nog even verduidelijken, zonder opnieuw het debat te voeren dat we hadden in de commissie, want ik denk dat alles daarover reeds gezegd is.

Bart Caron (Groen)

Wat de heer Dochy zegt over de 40 procent effectief uitbetaalde schadevergoeding klopt. Er is inderdaad een overgangsregeling, maar om het nog cynischer te maken: indien een privéfirma die de totale verzekeringen doet, een schadebedrag van meer dan 100 miljoen euro zou moeten uitbetalen, dan wordt de rekening toch doorgeschoven naar de Vlaamse overheid.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, dames en heren, ik zal eerst een aantal algemene bemerkingen geven en zal me daarna nog even tot de heer Caron wenden.

Bij de bespreking van het programmadecreet baarde de afschaffing van het Landbouwrampenfonds mij en meerdere collega's grote zorgen. Net daarom hebben we aangedrongen op een alternatief onder de vorm van een brede weersverzekering. Reeds twee legislaturen wordt hierop door collega's over alle fracties heen aangedrongen. Toen hierover een politiek akkoord was, was zelfs de heer Caron verrast en enthousiast.

De hoorzitting leerde ons welke principes de landbouworganisaties vooropstellen voor zo'n brede weersverzekering. De voorliggende regeling voldoet hieraan. De heer Schreuder heeft aangetoond dat het systeem van de brede weersverzekering in Nederland werkt, alhoewel er een groeiproces nodig was. We leerden ook dat de Nederlandse verzekeringsmaatschappijen geïnteresseerd zijn in de Vlaamse markt. Evident dat Assuralia op dat moment niet alle kaarten op tafel legde.

Ik geef in alle bescheidenheid toe dat een aantal technische verwijzingen in het voorstel van decreet – het ging louter om technische verwijzingen naar artikels zoals voorbereid door de Vlaamse Regering – beter had gekund. Ik had ook graag een aantal documenten van de Vlaamse Regering vroeger gekregen. Maar mede op onze vraag en ons aandringen hebben we uiteindelijk alle documenten gekregen, wat maar evident is ook.

Ik stel niet dat de brede weersverzekering, zoals ze vandaag voorligt, ideaal is, maar wel dat ze een eerlijke kans verdient, in het belang van de land- en tuinbouwers. Ik besef ook dat het een groeiproces zal zijn met evaluaties en mogelijke bijsturingen.

Ik hecht eraan om alle collega's die het voorstel steunen en zullen goedkeuren, reeds te bedanken. Ook zij die niet tegen stemmen en zich onthouden, wil ik bedanken.

Ik wil nog een oproep doen aan de heer Caron en zijn collega's om nog eens na te denken over hun stemgedrag. Ik heb er u deze namiddag nog aan herinnerd dat op het moment dat er een politiek akkoord was en u dit las in de landbouwpers, u nog enthousiast hebt gereageerd en me gezegd hebt dat u dit zou steunen. Vandaag is niet meer het moment om grote woorden te gebruiken of een stuk theater op te voeren, maar om rationeel te handelen.

In de eerste commissievergadering hebt u ons gezegd dat, indien er een hoorzitting kwam, u geen tweede lezing zou vragen. Desalniettemin was uw geheugen kort en selectief. Het is zeker en vast niet uw bedoeling om tegen de landbouwers in te gaan, maar als u hun verdediger wenst te zijn, dan moet u het voorliggend voorstel van decreet een eerlijke kans geven. Het was nog minder uw bedoeling om de lobbyist te zijn van de verzekeringsmaatschappijen, maar ik vrees dat uw houding ongewild daartoe heeft geleid.

Ik constateer ook dat u geen enkel amendement hebt ingediend en dat u alleen stelt dat de vroegere regeling van het Landbouwrampenfonds beter was. U weet dat het met de wijzigende weersomstandigheden ten gevolge van de klimaatverandering, niet meer evident is, en in vele gevallen zelfs niet mogelijk, om dezelfde uitkeringen te doen zoals de voorbije jaren is gebeurd.

Ik doe een oproep om nog eens na te denken en dit voorstel van decreet, en daardoor ook de land- en tuinbouwers, een eerlijke kans te geven door het goed te keuren. Ik besef ten volle dat dit een groeiproces zal zijn met evaluaties en in de toekomst mogelijke bijsturingen. Dat hebben we ook geleerd van de mensen die uit Nederland op de hoorzitting zijn geweest.

Bart Caron (Groen)

Mijnheer De Meyer, ik heb niet gezegd dat ik enthousiast was, maar ik heb in een eerste fase inderdaad gezegd dat wij het idee van een private weersverzekering genegen waren. Daar gaat het dus niet over. Maar de informatie was zo krakkemikkig en beperkt, en er was blijkbaar zo’n snelheid nodig bij dit voorstel van decreet, dat wij ondanks alles toch – en daar wil ik u voor danken – de hoorzitting hebben gekregen. We hebben ook alle documenten gekregen die erbij horen, zij het met veel moeite, maar blijkbaar was dat voor u ook veel moeite. Ik heb tijdens de hoorzitting vooral geleerd dat de dekkingsgraad van die verzekering in het buitenland beperkt is en dat er geen Belgische maatschappijen geïnteresseerd zijn. Als ik die dingen vaststel, kan ik daar als politicus geen andere conclusie uit trekken dan dat het risico – want het gaat hier over een verzekering – voor de samenleving en voor de landbouwers in het bijzonder te groot is. Dat is toch maar voortschrijdend inzicht?

Ik had het cynischer kunnen spelen, mijnheer De Meyer. Ik had er bij de voorzitter op kunnen aandringen om een advies te vragen aan de Raad van State, die nooit binnen de gestelde termijn van dit parlement een advies had kunnen geven, waardoor de behandeling weg was geweest. Ik heb dat niet gedaan, en u kunt aan mijn fractieleider vragen waarom: omdat we het toch niet zo op de spits wilden drijven. Dat wil ik er ook even bij zeggen. En er is ook geen advies van de SALV, de Strategische Adviesraad Landbouw en Visserij.

Een eerlijke kans wil ik geven aan een goed decreet, dat een private weersverzekering met sterke garanties voor de landbouw maakt, aan een beleid dat de robuustheid van de landbouw in het kader van klimaatverandering aanpakt. Collega's, het is toch een grote mate van cynisme dat op het moment dat de klimaatverandering doorzet, waardoor de Vlaamse overheid grotere vergoedingen moet uitbetalen aan de landbouwers, diezelfde Vlaamse overheid de gevolgen van de klimaatverandering op de bevolking terugschuift, op de rug van de landbouwers in dit geval. Wel, ik leef met hen mee.

Jos De Meyer (CD&V)

Een loopbaan afsluiten in cynisme, collega, dat moet je nooit doen. Dat is niet goed. Dat leidt tot vele frustraties.

Ik ben er eigenlijk fier op, voorzitter, dat we dit voorstel van decreet vandaag kunnen voorleggen en eventueel laten goedkeuren. Ik heb niet alleen de mensen die het steunen, bedankt, maar ook hen die zich onthouden. U weet, collega Caron, wat de verzekeringsmaatschappijen het liefst hebben. Dat is: alle land- en tuinbouwers zijn verplicht om zich te verzekeren voor alle percelen. En u weet dat de land- en tuinbouwers dat zeker niet wensen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1853/7)

– De artikelen 1 tot en met 32 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.