U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 maart 2019, 14.07u

Voorzitter
van de Vlaamse Regering
1876 (2018-2019) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet betreffende het Onderwijs XXIX.

De algemene bespreking is geopend.

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Heel kort, voorzitter. Het meeste is gezegd in de commissie. Twee punten wil ik toch nog even namens onze fractie herhalen. We hebben ons bij de hervorming van het secundair onderwijs zeer sterk geëngageerd voor de invoering van twee getuigschriften op het einde van het basisonderwijs, zoals die in het toenmalig akkoord stonden. De mensen die het ontwerp van decreet XXIX gelezen hebben, zullen gezien hebben dat we van dat denkspoor afstappen. Ik heb daar begrip voor. Ik heb de minister ook gehoord over de redenen waarom de sociale partners daarnaar gevraagd hebben. Ze vrezen vooral planlast en dat het zou verworden tot invulfiches en afvinklijstjes.

Ik blijf echter nog altijd met de bezorgdheid zitten die ook heel veel ouders hebben. Als kinderen geen getuigschrift basisonderwijs halen, dan wil dat absoluut niet zeggen dat ze geen enkele eindterm bereikt hebben of dat ze niets kunnen. Onze fractie pleit ervoor dat die informatiedoorstroming toch zou verbeteren.

We hebben binnen de meerderheid nog tot het laatste moment gekeken om een aantal amendementen te schrijven die noodzakelijk zijn en die een verbetering zijn ten opzichte van de tekst die voorligt. We hebben geprobeerd om de dko’s, de academies voor deeltijds kunstonderwijs, ook op te nemen in scholengemeenschappen. We hebben het daar in de commissie over gehad, minister. U was daar ook principieel mee akkoord. De tijd was te kort om de tekst rond te krijgen. Ik ben evenwel blij dat we binnen de meerderheid en – waarom niet – ook met de mensen van de oppositie de komende weken nog inspanningen willen doen om dat principe toch te verankeren. Het is nu het moment. Willen we dit laten ingaan op 1 september 2020, dan is het goed dat we dat nu wettelijk regelen, zodat de volgende regering daar niet onmiddellijk mee moet beginnen en dat het niet opnieuw haast- en vliegwerk zou moeten worden.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik zou eerst een aantal amendementen die nu op de banken rondgedeeld worden, heel kort willen toelichten. Het eerste amendement is amendement nr. 13. U zult merken dat dit amendement hetzelfde beoogt als amendement nr. 16. Dit gaat over de leerlingen met de zogenaamde ‘korte types’: de leerlingen met een verslag van type 2, 4, 6 of 7. Ook het inschrijvingsverslag type 2 – dat zijn de vroegere ion-leerlingen – moeten we meenemen in de rugzakfinanciering, waarover ik dadelijk nog iets zal zeggen.

Amendement nr. 14 betreft een wijziging aan het decreet Volwassenenonderwijs, meer bepaald voor centra voor volwassenenonderwijs waar er als gevolg van een fusie, een andere indeling of samenwerking potentieel directeurs die in functie zijn, verloren zouden kunnen gaan. Dat was niet de initiële bedoeling. Er zijn er twee, namelijk een in Voeren en een in de LBC (Landelijke Bedienden Centrale). Dit amendement strekt ertoe om die mensen aan boord te houden.

Amendement nr. 15 handelt over leerlingen die in een bepaald structuuronderdeel of een bepaalde studierichting zitten maar ambtelijk verkeerd zijn ingeschreven. Nu moeten die terug naar de vroegere studierichting, ook als ze een kans op slagen hebben in die studierichting. Dit amendement strekt ertoe dat de directeur van de instelling, na advies van de klassenraad, toch kan oordelen om die leerlingen daar te laten.

Amendement nr. 16 heb ik reeds toegelicht.

De amendementen nrs. 17 en 8 betreffen studenten die inschrijven voor het toelatingsexamen arts/tandarts. Er zijn studenten die zich inschrijven voor beide toelatingsexamens en voor beide slagen. Deze konden dus in beide studierichtingen beginnen, wat uiteraard niet mogelijk is. Om die reden vragen we nu aan de studenten die deelnemen aan de twee toelatingsexamens, om op voorhand aan te geven, als ze voor beide examens slagen, welke opleiding ze willen starten. Op die manier willen we vermijden dat er nadien te veel moet worden doorgeschoven.

Amendement nr. 19 wijzigt de ingangsdatum van bepaalde artikelen die uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2019.

Voorzitter, dit waren de amendementen die vandaag nog zijn ingediend.

In het Onderwijsdecreet XXIX zit heel veel. Voor de N-VA zit er iets heel belangrijks in, waar ik stil bij wil blijven staan. Dat is de omkadering naar aanleiding van het M-decreet. We hebben steeds gesteld – we zijn ook blij dat de collega's gevolgd zijn, waarvoor dank – dat de kleine types 2, 4, 6 en 7 voorzien moesten worden van een rugzakfinanciering en niet langer in een grote pot moesten zitten, waar het dan uit moet worden gehaald. Dat is een belangrijk principe en volgt een beetje de persoonsvolgende financiering, zoals we die kennen in welzijn. Dit passen we nu toe op de kleine types 2, 4, 6 en 7. Onze partij heeft dat al een aantal keren – ik herinner u aan april 2018 – naar voren geschoven. Dit wordt nu in dit decreet opgenomen, wat voor ons een belangrijk punt is.

Minister, ik wil daar een randbemerking bij maken. Ik verneem net – het nieuws is nog letterlijk warm – dat er op bepaalde fora over digitale platforms voor ondersteuning wordt gesproken. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen de aanmelding van een klein type 2, 4, 6 en 7 – leerlingen met een heel grote nood – en eender welke andere aanmelding. Dat platform zal dan beoordelen wie wat zou krijgen. Er wordt zelfs over heel concrete systemen gesproken die zouden worden aangekocht, bijvoorbeeld Diplon of Grippa. De kostprijs zou er zelfs niet toe doen. Het platform zou dan bepalen wie welke ondersteuning krijgt.

Als dat waar zou zijn – ik hoop van niet –, dan gaat dat in tegen het ontwerp van decreet waarover we hier vandaag stemmen. Kinderen met een type 2, 4, 6 en 7 zijn kinderen met een ernstige mentale beperking, met motorische beperkingen of met een visuele stoornis, die zeer ingrijpend zijn voor het kind. Ze hebben dus grote zorgnoden. Ook voor de leerkrachten in het gewoon onderwijs waarin ze terechtkomen, vormen zij een grote belasting. Eigenlijk leggen we vandaag vast dat daar een rugzak aan vasthangt, dat ze zeker zijn van ondersteuning, dat de scholen buitengewoon onderwijs die de expertise hebben, voor deze kinderen zullen instaan.

Minister, het zou jammer zijn – ik denk dat u deze analyse deelt – dat een platform alle middelen terug op één hoop gooit. Dat zou heel raar zijn, mocht er iets worden geïnstalleerd dat eigenlijk tegen ons decreet ingaat. Maar ik neem aan dat we ons er allemaal op verschillende fora tegen zullen verzetten dat dat gebeurt.

Ik verwijs ook nog even naar een aantal amendementen die in de commissie werden behandeld en die toch niet onbelangrijk zijn. We hebben 'de vereiste expertise' aangepast naar 'de vereiste handicapspecifieke expertise', om ervoor te zorgen dat kinderen inderdaad krijgen waar ze werkelijk recht op hebben. De N-VA heeft in het verleden echt wel gevraagd om deze zaken te doen. Het is een eerste stap in die bijsturing van het M-decreet. We hebben daar vorige week ook al over gesproken. We zullen er nog een aantal moeten doen, maar ik denk dat we hiermee toch al een belangrijke stap zetten.

Voor de rest, collega's, kan ik iedereen alleen maar aanbevelen om dit ontwerp van decreet te bekijken want er zitten heel veel zaken in, ook een waar collega Celis in het verleden al heel vaak naar verwezen heeft: het ‘naamloos leerjaar’ in het bso. Dat is een zevende jaar om leerlingen die in het beroepssecundair onderwijs zitten, maar die eigenlijk nog meer algemene vorming nodig hebben, voor te bereiden en sterker te maken, zodat ze toch een gerede kans maken om het ook in het hoger onderwijs te maken. Ik ben blij dat we dat verlengen. Ik hoop alleen dat we daar in de toekomst een toffere naam aan kunnen geven dan het ‘naamloos leerjaar’, want geef toe: als je op de bus staat te wachten en ze vragen je welke studierichting je volgt, en je moet antwoorden dat je het zevende jaar ‘naamloos leerjaar’ volgt, is dat toch niet echt wervend.

Collega's, dat zijn een aantal belangrijke zaken die ik hier nog extra in de verf wou zetten, naast uiteraard ons uitgebreide betoog in de commissie, waarvan u het verslag kunt lezen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, het zal u niet verrassen dat ik mogelijk – om niet te zeggen: zeker – voor een laatste maal aandacht vraag voor mijn resolutie van 28 mei 2003 betreffende het tijdig indienen van ontwerpen van decreet inzake het onderwijs, met het oog op een rechtszekere en ordentelijke start van het schooljaar. Bij de overwegingen stelden we dat de start van een schooljaar ordentelijk moet kunnen verlopen, dat scholen daartoe tijdig de nodige voorbereidingen moeten kunnen treffen, en dat scholen niet in de zomervakantie mogen worden geconfronteerd met nieuwe regelgeving. Daarom hebben we het volgende aan de Vlaamse Regering gevraagd: ontwerpen van decreet inzake Onderwijs in het Vlaams Parlement indienen voor 1 mei als de inwerkingtreding gepland is op 1 september van datzelfde jaar; de ontwerpen van decreten inzake onderwijs die zijn ingediend na 1 mei, mogen zeker niet in werking treden bij het begin van het daaropvolgende schooljaar; geen omzendbrieven aan de scholen meedelen waarvoor de wettelijke basis ontbreekt; alle besluiten en omzendbrieven voor bepalingen die in werking treden op 1 september ten laatste op 25 juni aan de scholen meedelen.

Voorzitter, meester, collega's, die resolutie was voor mij telkens een toetssteen voor alle genummerde decreten. En ik moet u zeggen dat in deze legislatuur alle genummerde decreten tijdig zijn ingediend en tijdig zijn goedgekeurd. Minister, hetzelfde kan ik niet zeggen over alle besluiten en omzendbrieven, hoewel er in vergelijking met de vorige legislaturen een uitzonderlijke vooruitgang is.

Voorzitter, collega's, ik hoop dat er ook in volgende legislaturen collega's zullen zijn die waken over de verdere naleving van deze resolutie, en dat in het belang van de scholen. Ik denk dan in het bijzonder aan de directies, aan de schoolbesturen, aan de leerkrachtenteams, maar ook aan de leerlingen, op wie de besluiten van toepassing zijn.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Voorzitter, ik was graag kort even ingegaan op het voorstel van collega De Ro over het invoegen van het deeltijds kunstonderwijs (dko) in de scholengemeenschappen. Ik wil even aankaarten dat het voor de N-VA heel erg belangrijk is dat we heel goed weten wat daar de budgettaire en structurele implicaties van zullen zijn, maar ook wat de operationele gevolgen zullen zijn, dus wat het teweeg zal brengen in het veld. Ik weet dat het heel kort dag is. We zijn nog maar een paar weken aanwezig in dit parlement. Daarom durf ik nu toch de vraag te stellen aan de minister om aan het kabinet of de administratie te vragen om te bekijken wat er nog mogelijk is om die oefening te maken, zodat we, voordat we daar beslissingen rond nemen, toch een duidelijk zicht hebben op alle implicaties daarvan.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega De Ro, u hebt ooit gezegd bij de bespreking van OD XXIX dat genummerde decreten zelden sexy zijn. Ik ben het ermee eens dat dat in elk geval niet sexy klinkt. Maar als we zien welke maatregelen in dit OD XXIX vervat zitten, dan ben ik daar bijzonder blij mee.

Een aantal collega's hebben gefocust op zaken die ze zelf belangrijk vinden. Ik kan er nog een paar aanvullend meegeven.

De kleine basisscholen staan we een extra genadejaar toe. Ik vind het een heel goede zaak dat we maatregelen nemen zodat zeker studenten hun studietoelage niet verliezen. Dat is ontzettend belangrijk.

De verwijzing naar de bijsturingen aan het M-decreet is van belang. Ik onderstreep nog eens dat we met de meerderheidsfracties samen een vergadering hebben gehad om een aantal bijsturingen te bespreken. Dit is de implementatie hiervan.

De opmerking van collega Daniëls rond het toegangsportaal en het feit dat middelen samengegooid zouden worden, neem ik zeker ernstig. Ik ga nu ook duidelijk zijn in mijn stelling: scholen geven rechtstreeks aan de school buitengewoon onderwijs door met wie ze willen samenwerken. Scholen zijn vrij om een school buitengewoon onderwijs die de beste expertise levert, te kiezen. Het kan zijn dat ze kinderen elektronisch aanmelden, maar de achterliggende middelen kunnen onmogelijk op één hoop worden gegooid. Die zijn gekoppeld aan het type. Wat wel kan, is dat in de groep kinderen onderling men gedifferentieerd ondersteuning gaat geven omdat de grootste klacht ten opzichte van het vroegere geïntegreerd onderwijs (gon) de starheid van het geheel was. Dat willen we nu doorbreken. We hebben uitdrukkelijk in de regelgeving voorzien dat het onmogelijk is om weer alles op een hoop te gooien en dan te gaan kijken hoeveel uren er zijn. Die kleine types staan daar absoluut buiten. Mocht u daar andere verhalen over horen, dan zal ik mijn diensten daar zeker tegen laten optreden, want dit is niet de letter noch de geest van wat we vandaag goedkeuren.

Collega De Ro, ik begrijp dat u uw opmerking over het getuigschrift bereikte doelen nog eens maakt. We hebben daar ook lang over nagedacht. De grootste zorg die ik vandaag hoor op het terrein, is dat kinderen die een getuigschrift basisonderwijs krijgen, geen automatische toegang meer krijgen tot het eerste leerjaar B. Scholen zitten een beetje met de handen in het haar omdat er soms kinderen zijn die wel het getuigschrift krijgen maar graag die heel praktische vorming zouden krijgen. We moeten ook dat evalueren, zowel de opmerking die u maakt over hoe je een waarderend stuk maakt voor jongeren die niet het getuigschrift krijgen, maar meestal wel een traject van zes jaar hebben gelopen in het basisonderwijs, en ook hoe je zorg draagt voor die kinderen die het wel halen maar die toch sowieso al een keuze gemaakt hebben om in de richting beroepsonderwijs te stappen. Die twee zaken volgen we op. Ik deel uw zorg dat we in de twee richtingen voldoende waarderend moeten zijn. Ik wil zeker samen met de scholen kijken hoe je toch tot iets beters kunt komen.

Collega’s, tot slot wil ik een pluim geven aan collega De Meyer. Hij gaf als het ware zijn afscheidsspeech, maar het is nog niet het laatste moment. Ik ga toch een belofte doen, voor zover ik hier nog iets te zeggen heb. Collega De Meyer, u bent de behoeder van de ordentelijke besluitvorming in dit parlement. U zorgt ervoor dat de decreten op tijd worden goedgekeurd. Ik denk dat het in het belang is van de kwaliteit van ons Vlaams onderwijs dat we wat in de resolutie staat en waar u met uw collega's over waakt, de komende jaren op een zeer consequente wijze blijven volhouden. Die engagementen hebt u alvast. Ik wil u ook bedanken voor uw volgehouden inspanningen op dat vlak. Het was voor mij soms ook een beetje moeilijk om te zorgen dat wij er altijd op tijd geraakten. Maar het is voor de scholen zeer relevant dat men op tijd weet wat er zal veranderen in de regelgeving.

Bedankt, collega's, voor de tussenkomsten. We volgen die verder op.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/4)

– De artikelen 1 tot en met 31 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 32. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 33 tot en met 44 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot invoeging van een artikel 44/1. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

Ik mag me niet in het debat mengen, maar ik wil toch de leden van de Commissie voor Onderwijs daarvoor bedanken. Het heeft namelijk impact op de middelbare school in de gemeente Voeren. Wat betreft het volwassenenonderwijs, wil ik u daarvoor danken, minister, en al diegenen die dat willen steunen. 

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

– De artikelen 45 tot en met 78 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot invoeging van een artikel 78/1. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

– De artikelen 79 tot en met 88 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 89. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 90 tot en met 104 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er zijn amendementen tot invoeging van een artikel 104/1 en een artikel 104/2. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

De stemmingen over de amendementen worden aangehouden.

– De artikelen 105 tot en met 181 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 182. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1876/5)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.