U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, minister, de geestelijke gezondheid was deze legislatuur een belangrijk onderdeel van ons beleid. Het sluitstuk zal weldra in deze plenaire vergadering komen: het nieuwe decreet waarbij we afstappen van enkel het sectordenken en uitgaan van onze doelstelling om sneller meer mensen te bereiken in onze geestelijke gezondheidszorg. We willen dat doen met ervaringsdeskundigen, ook een vraag van onze resolutie. We willen werken aan herstel en we willen de geestelijke gezondheidszorg sneller en voor veel meer mensen toegankelijk maken.

De bouwstenen kennen we intussen, minister. U wilt af van dat taboe. Psychologische kwetsbaarheid moet en zal sneller bespreekbaar worden. En u wilt vroeger en sneller tussenkomen bij psychologische problemen, om erger te vermijden. De eerstelijnspsycholoog werd in het leven geroepen. En na veel overleg, en ook wel wat aandringen, waren we ook bijzonder tevreden met de federale terugbetaling van de psycholoog, een heel belangrijke schakel in dit Vlaamse verhaal.

De federale minister legde het tarief vast op 45 euro per consultatie. Dat maakt heel concreet dat een patiënt nu 11 euro betaalt in plaats van 60 euro. Toen ik daarnet over een belangrijke schakel sprak, dan maakt dit het wel meteen duidelijk.

Nu blijkt – en daarom sta ik hier vandaag – dat de psychologen in Vlaanderen een heel matige appetijt hebben om mee te werken aan dat federale verhaal. Dat komt ook omdat de Vlaamse beroepsvereniging een oproep deed om niet mee te werken binnen het systeem van die federale terugbetaling. In Wallonië en Brussel, waar die anticampagne er veel minder of niet was, is dat systeem ook groter.

Dat was een piste waarmee we niet meteen rekening hadden gehouden, minister. De budgetten zijn er. De terugbetaling is er. De toegankelijkheid wordt gegarandeerd. Wat heeft dit, voor zover u daar nu al zicht op hebt, voor gevolgen voor onze ggz en vooral voor ons gezamenlijk streven naar een sterke, toegankelijke Vlaamse geestelijke gezondheidszorg?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, dit is inderdaad een federale bevoegdheid, maar ik bevestig graag dat rond de opstart van dit toch wel belangrijke gebeuren, namelijk de terugbetaling van psychotherapie, met de gemeenschappen, alleszins ook met de Vlaamse Gemeenschap, zeer intens en goed is overlegd. We moeten daar ook dankbaar voor zijn. Je kunt blijkbaar discussiëren over de modaliteiten, wat een beroepsvereniging doet. Maar je kunt moeilijk om de vaststelling heen dat mevrouw De Block hiermee een heel belangrijke opening heeft gemaakt.

Gisteren nog hebben we in onze commissie het ontwerp van decreet op de geestelijke gezondheid en het gezondheidszorgbeleid in Vlaanderen ingeleid. En de redenering is dat wij in onze geestelijke gezondheidszorg echt een shift moeten maken naar meer basiszorg, generalistische zorg, toegankelijke zorg, veel meer ambulant en in de eerste lijn, ook als het gaat over geestelijke gezondheidszorg, en dat we daarbij inderdaad moeten proberen ervoor te zorgen dat de snelle, vroegtijdige interventies fors versterkt kunnen worden, om escalatie van problemen te voorkomen, waardoor je eigenlijk voortdurend het heel intensieve en residentiële aanbod moet versterken.

Ik zie nu dat sommigen zeggen dat die eerstelijnspsychologische functie misschien niet zo verstandig of goed is. Ik ben het absoluut niet eens met die stelling. Voor mildere psychische problemen en voor snelle en korte interventies is het absoluut belangrijk dat we die functie uitbreiden in heel België en dus ook in Vlaanderen.

En wat de Vlaamse overheid specifiek betreft: wij hebben er met de versterking van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp in ieder geval voor gezorgd dat voor kinderen en jongeren 25 eerstelijnspsychologische functies extra worden gefinancierd in Vlaanderen.

Wij hopen uiteraard dat de uitrol van het project doorgaat en dat het initiatief toch geleidelijk aan kan opstarten, want ondertussen – en dat was ook een deel van de afspraak en de afstemming met de federale overheid – gaan we datgene wat wij voor volwassenen in de eerstelijnspsychologische functie als experiment hebben opgebouwd en wat nu zijn vertaling krijgt in de voortzetting met de terugbetaling en de ziekteverzekering, opnieuw opstarten, maar dan voor de ouderen. Er is een oproep gebeurd om een aantal projecten te kunnen financieren, waarbij we diezelfde eerstelijnspsychologische functie ook voor de ouderen willen uittesten in Vlaanderen. De reactie op die oproep was massaal. We gaan wat dat betreft dus ook een aantal projecten financieren.

Wij hopen natuurlijk dat de zaken in Vlaanderen zich geleidelijk aan ook kunnen stabiliseren en dat de uitbouw van een laagdrempelige toegang tot vormen van geestelijke gezondheidszorg echt alle kansen krijgt.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik deel de vaststelling dat de manier waarop deze regeling tussen beide overheden tot stand is gekomen, tot voorbeeld mag strekken. Ik spreek ook mijn waardering uit voor en mijn geloof in dat model van de eerstelijnspsycholoog.

Ik begrijp uit de media dat de federale minister minstens even vastberaden klinkt als u, minister Vandeurzen. Ook zij zegt dat zij dat proefproject wil voortzetten. Ze wil blijven ijveren voor een gewaarborgde toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg.

Mijn vraag is: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de budgetten die nu klaarliggen – om de mensen 11 euro in plaats van 60 euro te laten betalen – daadwerkelijk in de praktijk brengen? We hebben in Vlaanderen ook sterke netwerken. Misschien is er voor die netwerken wel een rol weggelegd, en kunnen zij de Vlaamse psychologen beter overtuigen om hieraan deel te nemen.

Ik wil tot slot de noodzaak van deze uitbreiding benadrukken. Onze centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s) hebben de afgelopen drie jaar het aantal mensen met een voorkeurstarief of sociaal tarief met een kwart zien stijgen. Onze inspanningen werpen dus vruchten af. Wij doen een oproep aan de mensen: maak uw probleem bespreekbaar en ga naar de psycholoog. Laat het niet liggen. En ze doen dat ook: de cgg’s bereiken die mensen. Laten we er nu ook voor zorgen dat die wachtlijsten afnemen want de budgetten liggen klaar.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Freya Saeys (Open Vld)

Het is inderdaad zo dat er op federaal niveau een zeer belangrijke stap werd gezet. De eerstelijnspsychologische functie is uitermate belangrijk voor mensen met een lichte tot matige depressie, met angsten of andere klachten. Het is een huzarenstukje dat patiënten maar 11 euro moeten betalen in plaats van 60 euro. Maar het is slechts een eerste stap. Ik zou zeggen: laten we daar in de volgende legislatuur nog verder in gaan.

Ik betreur het natuurlijk dat de beroepsvereniging op deze manier reageert. Ik hoop dat men nog tot een consensus kan komen want ik vind het echt heel belangrijk dat dit project ten volle kan worden verdergezet.

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Ook wij vinden het erg goed dat er op federaal niveau budgetten zijn vrijgemaakt om eerstelijnspsychologische hulp goedkoper en toegankelijker te maken. Ik hoor de hele tijd dat mensen dan maar 11 euro in plaats van 60 euro moeten betalen. Dat is fantastisch, waarvoor hulde.

Maar waarom mogen psychologen dan nog maar 45 euro verdienen voor een consult in plaats van 60 euro? Daar knelt het schoentje. Ik heb nooit geweten dat een federale overheid voorstelt om artsen 25 procent minder ereloon uit te betalen om alles betaalbaar te houden. Waarom doet men dat bij psychologen wel? Het was dan ook heel voorspelbaar dat de beroepsvereniging daartegen in opstand zou komen; dat lijkt mij normaal.

Minister, wilt u ervoor pleiten dat psychologen een correcte verloning kunnen blijven behouden binnen een terugbetalingssysteem, waar ik trouwens een heel groot voorstander van ben? Zo nee, denkt u dat het bespreekbaar zou zijn dat de federale overheid misschien ook bijdraagt aan het Vlaamse systeem, waarbij u – onder andere in cgg’s – inkomensgebonden psychologische zorg aanbiedt? Want ook dat zou al een stap in de goede richting zijn. Ik maak mij echt zorgen over het feit dat het budget nu niet zou worden opgebruikt.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik wil even de illusie doorprikken dat het enige probleem in die terugbetaling zit in het feit dat die beroepsvereniging zich ertegen verzet. Het is absoluut nodig dat er een terugbetaling komt voor psychologische hulp. Het was bijzonder cynisch om wel de medicatie van mensen met psychische problemen terug te betalen, maar niet de therapie. Het is goed dat die terugbetaling er nu is.

Maar we weten allemaal dat het voorziene budget een kwart bedraagt van wat er nodig was, en van wat er begroot was. Mensen jonger dan 18 en ouder dan 65 zijn uitgesloten, terwijl net die groepen enorm veel nood hebben aan psychologische bijstand. Het is bovendien beperkt tot vier sessies na doorverwijzing. Er zijn heel wat randmodaliteiten  die maken dat hier van alles aan schort.

Ja, het is positief dat er een terugbetaling komt. Maar we staan nog ver af van hoe een goede psychologische ondersteuning hoort te zijn. We moeten zorgen dat we geestelijke gezondheidszorg op een evenwaardige manier aanpakken als fysieke gezondheidszorg.

Minister, dit is niet uw bevoegdheid. Dit is federale materie. Ik wil u vragen of u alsnog extra projecten rond eerstelijnspsychologen vanuit Vlaanderen wilt uitbouwen, en of u de cgg’s extra wilt financieren. Zo kunnen ze de extra mensen die komen aankloppen effectief helpen, en kunnen de cgg’s hun werking verder uitbouwen en versterken.

De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

We zijn het er allemaal over eens dat een toegankelijke en betaalbare geestelijke gezondheidszorg erg belangrijk is, niet het minst voor de vroeginterventie. De N-VA staat volmondig achter de federale maatregel om klinische psychologie terug te betalen. Dat is de voorbije jaren ook gebleken. We stellen natuurlijk wel vast dat de federale maatregel, zoals hij nu is genomen, in Vlaanderen helemaal anders wordt gepercipieerd dan in Wallonië of in Brussel.

En we kunnen dat spijtig vinden, of we kunnen dat fijn vinden, maar dat doet er allemaal niet toe. Het is gewoon een realiteit. De vraag is: hoe gaan we hiermee om? Het laatste wat ik wil, minister, is het in uw bakje leggen. Want het is een federale maatregel. Laat ons daarover duidelijk zijn. Maar het is niet onbelangrijk. Want blijkbaar is het in Vlaanderen vooralsnog een slag in het water. Ik verwijs dan ook naar de vraag die collega Persyn, over een ander onderwerp, maar ook met betrekking tot welzijn en gezondheidszorg, heeft gesteld. Die bevoegdheidsverdeling is natuurlijk niet onbelangrijk. Mevrouw De Block kan dan wel vinden dat ze gelijk heeft, maar ze krijgt geen gelijk van de klinisch psychologen in Vlaanderen. Dat is niet onbelangrijk. En dus blijft de vraag inderdaad: hoe gaan we hier vanuit Vlaanderen mee om?

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, ik voel me eerlijk gezegd niet geroepen om tussen te komen in tariefonderhandelingen binnen de conventies en het RIZIV. Het is een beetje gemakkelijk om daarover uitspraken te doen als je daar budgettair zelf geen verantwoordelijkheid voor moet nemen. Bovendien: waarom dan wel voor dit geval en voor conventies van specialisten, tandartsen of kinesisten niet? Dat is een straatje waarin ik liever niet terechtkom.

Maar ik wil toch de volgende observatie meegeven. Wij hebben de laatste jaren vanuit Vlaanderen echt wel ingezet op het meer toegankelijk maken van geestelijke gezondheid en gezondheidszorg. We hebben geïnvesteerd in het strijden tegen het stigma, maar ook hebben we, vaak in een soort van experimentele context, gestreden om die laagdrempeligheid, de nulde lijn zelfs, in de toegang tot geestelijke gezondheidszorg te openen. Dat hebben we gedaan in de eerstelijnspsychologische functie voor volwassenen. Dat was met een duidelijk perspectief dat het moet eindigen op een bepaald ogenblik, wanneer het RIZIV daaraan een stuk erkenning kan geven. Dat hebben we gedaan in de toegang tot de rechtstreeks toegankelijk jeugdhulp, waar we heel fors hebben ingezet op de aanwezigheid van psychologen. Dat willen we nu ook doen wat de ouderen in onze samenleving betreft.

We hebben ingezet op de ondersteuning vanuit de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg naar onze jeugdhulpvoorzieningen. Daar is de vraag naar ondersteuning, zowel op het niveau van de competenties in de voorzieningen als op casusniveau, vanuit de geestelijke gezondheidszorg ook zeer groot. We doen een aantal inspanningen. We zijn zelfs bereid om te bekijken dat het niet allemaal strikt volgens alle lijntjes moet gaan, om te innoveren en ervoor te zorgen dat we die toegankelijkheid ook kunnen vergroten. We volgen daarbij de redenering dat je inderdaad vaak een geïntegreerde zorg moet kunnen aanbieden en dat geestelijke gezondheidszorg daarin nu eenmaal steeds belangrijker wordt.

Wat mij betreft, hebben we daarin dus zeker een aantal stappen genomen. Ik hoop natuurlijk dat het parlement, voor het aan het einde van de legislatuur komt, het ontwerp van decreet nog kan goedkeuren. Want daarin geven we opnieuw een aantal belangrijke innovaties voor de ontwikkelingen van de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen een kader, vanuit alle mogelijke perspectieven. We geven ervaringsdeskundigheid een plaats, er gaat meer aandacht naar de continuïteit van de zorg, over de voorzieningen en de thuissituatie heen. Er zijn nog een aantal belangrijke zaken waarvoor Vlaanderen een wettelijk kader wil creëren, waaraan dan later, in onze bevoegdheden, de nodige incentives kunnen worden gegeven.

Voorzitter, ik dank de collega's voor hun ondersteunende opmerkingen. Ik weet dat een toegankelijke ggz per definitie een betaalbare ggz is. Ik heb me altijd verzet – en ik zal dat blijven doen – tegen een gezondheidszorg met twee snelheden. Daarom vind ik het ook zo belangrijk om hier te horen dat we het cruciaal vinden dat dit budget wordt gebruikt waarvoor het dient, zijnde niet alleen psychisch kwetsbare mensen, maar ook mensen in een financieel precaire situatie toegang laten vinden tot de geestelijke gezondheidszorg. Wij nemen daarin ten volle onze verantwoordelijkheid, met die verschillende doelgroepen.

Ik hoop dat we minister De Block of andere relevante actoren ervan kunnen overtuigen om de Vlaamse psychologen alsnog te motiveren hierin mee te stappen. Als het werkt in Brussel, als het werkt in Wallonië, dan ben ik ervan overtuigd dat we, met de correcte informatie, dat ook hier in orde moeten krijgen.

Net zoals u, minister, geloof ik erin dat het nieuwe decreet ook hierin een belangrijke kaap zal zijn. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.