U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, minister, beste aanwezigen, dit is een vraag die niet onbelangrijk is. En het toeval wil dat vandaag onze voorzitter zijn boek voorstelt. Op pagina 85 gaat het over betogen. Eigenlijk zouden we hier dus naadloos iets kunnen voorlezen. Ik ga dat niet doen. Ik zal mijn exemplaar zo dadelijk aan u geven, voorzitter. Dan kunt u het signeren. Dan moet het niet op die grote berg.

Collega’s, dit is een belangrijke vraag. Veel jongeren engageren zich in deze tijden.

In de Week van de Vrijwilliger zien we heel veel jongeren die zich op allerlei manieren vrijwillig engageren om dingen te doen, en ook om een aantal betogingen te houden. Ze komen op straat omdat ze voor of tegen iets zijn – betogingen zijn meestal tegen iets, soms voor iets.

Vandaag stellen we vast dat een aantal scholen hun leerlingen verplichten om tijdens de lestijden mee te gaan betogen op straat, al dan niet met politieke slogans in de hand, en al dan niet met toespraken van politici. Het gebeurt tevens dat ouders ’s avonds naar televisie kijken of ’s morgens de krant openslaan, om dan te ontdekken dat hun eigen kinderen in die betoging meeliepen, zonder dat ze dat wisten. Ze wisten van niks, ze kunnen het alleen maar vaststellen, op televisie of in de krant. 

En dat stemt natuurlijk tot nadenken. Minister, u hebt al heel wat plannen gemaakt en in actie omgezet – in deze en in de vorige legislatuur – net om het spijbelen, het niet naar school gaan en niet in de les zitten, tegen te gaan. Naar aanleiding van de krokusvakantie zult u binnenkort allicht weer allerlei vragen krijgen over luxeverzuim. We hebben met deze meerderheid het aantal dagen van problematische afwezigheid van een leerling teruggedrongen van tien naar vijf dagen. Maar we stellen ook vast dat bijvoorbeeld zieke leerlingen wel inhaallessen moeten volgen en inhaaltoetsen moeten doen, en de betogende leerlingen niet. We stellen vast dat leerlingen die niet mee gaan betogen scheef worden bekeken.

Minister, kunnen leerlingen tijdens de schooltijd door scholen worden verplicht om mee te gaan betogen?

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, ik zou de collega’s er toch op willen wijzen dat de sperperiode begonnen is, en dat het dus niet zomaar kan om reclame te maken voor politieke boeken in deze vergadering. (Gelach).

Minister, de voorbije weken zijn er mijns inziens opnieuw een aantal rode lijnen overschreden met betrekking tot het misbruiken van kinderen en jongeren in ons onderwijs voor politieke doeleinden. Er waren al de lagereschoolkinderen die werden meegesleurd naar klimaatbetogingen, en vervolgens kwamen de kleuters aan bod. Het is nu al zo ver gekomen dat deelnemen aan een klimaatbetoging verplicht wordt. Het wordt als een schoolactiviteit gezien waar men verplicht aan moet deelnemen, op straffe van een sanctie.

Spijbelen wordt dus niet meer gesanctioneerd, maar zelfs gepropageerd. Een school in mijn eigen stad, Genk, dwong haar leerlingen om deel te nemen aan klimaatspijbelen. Wie niet wilde deelnemen, werd gestraft omdat hij spijbelde. Dat is de wereld op zijn kop. In Lier ging men nog een stapje verder: wie deelnam aan een tegenbetoging, werd zowaar zwaarder gestraft dan diegene die aan de reguliere betoging deelnamen.

Voor alle duidelijkheid: hoe meer jongeren zich maatschappelijk engageren, hoe beter. Hoe meer jongeren met een politieke interesse en een politieke overtuiging, hoe beter. Betogen mag en kan absoluut, maar dan na de lesuren, in de vrije tijd. Want ondertussen zien we dat de klimaathysterie ook in de scholen voor behoorlijk wat chaos en onduidelijkheid zorgt. De directies weten niet hoe ze ermee moeten omgaan. Spijbelen wordt niet meer gestraft, maar net aangemoedigd. Ik denk dat er ondertussen al acht weken wordt gespijbeld voor het klimaat.

Minister, hoe brengt u een einde aan die chaos in het onderwijs? Hoe maakt u met richtlijnen duidelijk dat spijbelen absoluut niet kan? Hoe gaat u vooral een einde maken aan het door scholen gepropageerde spijbelen in ons onderwijs?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Als u een antwoord wilt krijgen op uw vraag, dan is een van de mogelijkheden het stellen van een actuele vraag. Ik zal proberen om het hoofd koel te houden en zo correct mogelijk een antwoord te geven op de verschillende vragen die jullie allebei gesteld hebben.

Sta mij toe te zeggen dat ik het ongelooflijk goed vind dat jongeren zich dezer dagen engageren. Er is een periode geweest waarin we vonden dat jongeren in niets geïnteresseerd waren, en dat ze zich voor niets engageerden. We zien dezer dagen het tegendeel: jongeren engageren zich. Dat is goed. In onze eindtermen staat trouwens dat het goed is om de jongeren ook op school op te voeden, en ze kritisch en weerbaar te maken.

Ten tweede, u kunt van mij, minister van Onderwijs, niet verwachten dat ik zeg: ‘Joepie, ga maar spijbelen!’ Spijbelen is geen goede remedie. Voor sommige jongeren is het geen probleem om een aantal halve dagen tijdens de lesweek afwezig te zijn op school, maar voor andere jongeren is dat wél een probleem. Sowieso is het van belang dat scholen daar goed proberen mee om te gaan.

Het is niet ik, als minister, die de jongeren bij de kraag zal of zelfs kán grijpen. Het zijn de scholen die moeten bekijken op welke manier ze een antwoord bieden. Dat kan door met de jongeren inhaallessen af te spreken. Op sommige plaatsen gebeurt dat door zaken bespreekbaar te maken. Er zijn ook scholen die zeggen: ‘Laat ons, in plaats van buiten de school te gaan, in de school werken rond het klimaat.’ Dat zijn zaken die ik op zich heel positief vind. Het bijzonderste is dat er goede afspraken worden gemaakt.

Maar dan, ten derde, collega’s, is er de voorbije weken een merkwaardig initiatief ontstaan. We zien op bepaalde plaatsen dat scholen zelf deelnemen aan marsen. Jullie stellen nu de vraag: ‘Kan dat?’ Collega’s, dat kan niet zomaar. Maar – maar! –, als een school een buitenschoolse activiteit wil doen met een wandeling, bijvoorbeeld naar de burgemeester, zoals op zoveel plaatsen gebeurt, dan is dat perfect mogelijk. Hoe moet de school dat aanpakken? Eén, het moet deel uitmaken van het pedagogisch project. Men moet aantonen op welke manier dit bijdraagt tot de leerplandoelstellingen. Maar twee – en dat wordt op een aantal plaatsen in Vlaanderen vergeten –, het is van belang dat de schoolraad daarover wordt geïnformeerd, dat er daarover met ouders en jongeren gecommuniceerd wordt. Want, collega's, vandaag zomaar beslissen om morgen mee op te stappen in een of ander initiatief, dat kan eigenlijk niet. Je moet het doorspreken met ouders en zeker met de school.

Wat het voor mij nog moeilijker maakt, is wanneer een school dan een brief stuurt en zegt: ‘Wie niet komt, moet maar een ziektebriefje geven.’ Alsof, of je nu ziek bent of niet, iedereen zomaar ziektebriefjes kan krijgen. Dat kan ik absoluut niet tolereren.

Maar als scholen, in het kader van een project op school, besluiten om op het einde van de week of op een bepaald moment deel te nemen aan een initiatief of om, samen met alle scholen, naar een burgemeester of schepencollege te stappen, dan is dat in principe geen verboden activiteit. Ik was deze voormiddag trouwens, samen met collega Somers, in een van onze Mechelse scholen. Daar kregen wij een overzicht van de initiatieven die werden genomen tegen pesten. En wat hebben wij daar gezien, mijnheer de burgemeester? In 2018 is er een mars georganiseerd tegen pesten. Alle scholen hebben daaraan deelgenomen. Ook de ouders wisten daarvan. Maar dat maakte deel uit van een traject dat de school gelopen had.

Dus, collega's, ja, op zich kun je dat perfect organiseren. Maar het moet passen in de manier waarop je je project uitrolt. Het moet goed doorgesproken zijn met ouders en leerlingen. En dan is het uiteraard, collega's, geen spijbelen meer. Je kunt onmogelijk een hele school verplichten om te spijbelen en zeggen: ‘Wie niet meedoet aan een activiteit, die spijbelt.’ Dat is de wereld op zijn kop.

Dus ofwel organiseer je het in het kader van een project en maak je daarvan een orgelpunt. Ofwel doe je er niet aan mee en als jongeren dan meelopen in een mars, is het effectief spijbelen.

Collega's, als ouders zich niet kunnen verzoenen met de manier waarop er op een school wordt gewerkt, kunnen zij zich ook richten tot de Commissie Zorgvuldig Bestuur. Die zal daar sowieso een uitspraak over doen. Een paar weken geleden kreeg ik een vraag van de heer Daniëls over het organiseren van politieke activiteiten op school. Het is dezelfde commissie die daarover een uitspraak zal doen.

Collega's, alles hangt er dus van af op welke wijze een school dit inbedt in het geheel van haar werking. ‘One-shots’ kunnen niet. En als ouders menen dat er aan politiek wordt gedaan of dat er zaken gebeuren die totaal niet kunnen, dan kunnen zij zich wenden tot de Commissie Zorgvuldig Bestuur, die daarover een heel afgewogen uitspraak zal doen. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, ik dank u. U laat er geen onduidelijkheid over bestaan: kinderen kunnen niet worden verplicht om mee te gaan naar betogingen. U hebt het over ‘één activiteit’, maar in sommige scholen gaat het ondertussen over meerdere keren dat die leerlingen, telkens op hetzelfde moment, afwezig zijn.

U hebt het juist gezegd: ons onderwijs wil kinderen en leerlingen kritisch laten nadenken en weerbaar maken. Dat moet inderdaad de vraag worden gesteld: waar kun je dat het best? Wandelend op straat of op school? Dat is een terechte vraag, die scholen moeten afwegen. Mét de ouders, zoals u terecht zegt, op een schoolraad.

Want ik zie mails en brieven verschijnen waarin staat: ‘Wij moeten meedoen aan die betoging want het staat in ons leerplan.’ Bijna alsof wij in het parlement hier hebben gezegd dat je mee moet gaan betogen. Collega’s, er zijn nieuwe eindtermen voor de eerste graad, maar dat staat daar niet in.

We moeten ook opletten dat het ’brossen’, het spijbelen, niet genormaliseerd wordt, want dan zitten we natuurlijk opnieuw in de problemen met onze spijbelactieplannen. Ik wil toch ook nog aanhalen dat de leerkrachten al die inhaallessen en bijlessen moeten organiseren. Zijn die eigenlijk geraadpleegd in het lokaal overlegcomité om dat georganiseerd te krijgen, of komt dat er zomaar bij? Hebben zij daar ook nog een stem in?

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, het is goed dat u duidelijk gemaakt hebt dat het verplichten van leerlingen, buiten hun vrije wil en zonder medeweten of goedkeuring van de ouders, om aan al die ideologisch gekleurde betogingen deel te nemen, niet kan.

Anderzijds stel ik vast dat u tegenover het spijbelen van scholieren als dusdanig wel een gedoogbeleid hanteert. Dat vind ik een beetje bevreemdend voor een minister van Onderwijs. Ik vind dat u minstens het signaal kunt en moet geven dat leerlingen tijdens de lesuren op de schoolbanken horen. Bovendien zou ik, wat de ideologische kleuring van leerkrachten en directies betreft, ook willen wijzen op de eindtermen. Daarin werd het kritisch denken als een van de sleutelcompetenties naar voren geschoven. Toch stellen we in de praktijk vast dat heel wat leerlingen, leerkrachten en schooldirecties dit kritisch denken aan de kant schuiven ten voordele van hun eigen, meestal linkse, bekeringsijver. Minister, ook daartegen moet u zich duidelijk uitspreken. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, collega’s, vooreerst heb ik veel respect en waardering voor jongeren die zich engageren, ook voor het klimaat. Met een vleugje nostalgie dacht ik terug aan mijn eigen jeugd en studententijd, en aan boeken die toen inspirerend waren. Ik geef twee thema’s: ‘de wereld, ons dorp’ en ‘grenzen aan de groei’. Dat zijn andere thema’s, maar misschien toch niet zo anders.

De vraag van vandaag is natuurlijk: hoe staan we tegenover de acties die gebeuren met steun van scholen en deelname van hele klassen? Minister, bij mijn weten zijn dit, juridisch gezien, extra-murosactiviteiten. U hebt terecht gewezen op de noodzaak van de inspraak van schoolraden. Is het ook niet zo dat, wat het basisonderwijs betreft, een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de ouders noodzakelijk is?

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Onze fractie juicht engagement van jonge mensen toe. We hebben hier in het verleden al zo veel vragen gekregen over tanend engagement. Nu is er engagement. Juich dat alstublieft toe, wees daar niet te cynisch over. Of het nu over het klimaat gaat, of zoals een jaar geleden, toen een aantal scholen in het Brusselse ook tijdens de schooluren rond het fijn stof actief waren, of over verkeersonveiligheid in de buurt van scholen, dat soort engagement van leerkrachten en leerlingen juichen wij toe.

Wij stellen vast dat eigenlijk het overgrote deel van de scholen en leerkrachten er zeer verstandig mee omgaat. Ik ken bij wijze van spreken geen scholen die staan te propageren: ‘Ga maar spijbelen, spijbelen is het nieuwe normaal.’ Ik zie wel heel veel scholen die met jongeren in confrontatie en dialoog gaan om spijbelen effectief te bestraffen, maar dan wel op een manier die ook inhoudelijk goed is. Ik denk dat we ons in het parlement ervoor moeten hoeden om een aantal uitzonderingen of uitzonderlijke situaties zo te vergroten dat het overgrote deel van de scholen dat er goed mee omgaat, daarmee in een slecht daglicht komt te staan. De realiteit is anders.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega’s, ik denk dat we de jongeren die op donderdag deelnemen aan de klimaatmarsen, geen slechtere dienst kunnen bewijzen dan enerzijds hun eisen te negeren of te ontkennen dat er een probleem is – zoals minstens één fractie hier komt te vertellen –, en anderzijds de klimaatmarsen gaandeweg als een soort officieel onderdeel van een leerplan te laten beschouwen. Laat die marsen inderdaad maar beschouwd worden als spijbelen. Het is het spijbelen dat een belangrijk symbolisch karakter geeft aan die acties. Het is om die reden dat we die jonge klimaatactivisten ernstig moeten nemen en moeten luisteren naar hun eisen. We moeten met hen in dialoog gaan. Wij, als politici, moeten vooral de komende weken kleur bekennen over welke concrete oplossingen we naar voren schuiven om een ambitieuzer klimaatbeleid in Vlaanderen mogelijk te maken.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, de vragen en het debat dat we daarover voeren, zouden overbodig moeten zijn. Ik verwijs naar de uitspraken van de organisatoren van de betogingen. Het gaat veel te veel over het instrument dat zij inzetten en veel te weinig over wat zij juist vragen. Het is vrij simpel. Als we die vragen in de toekomst willen vermijden, dan is de oproep eenvoudig: voer een ambitieus klimaatbeleid en de klimaatbetogingen zullen stoppen. Voer dus een ambitieus klimaatbeleid en de klimaatbetogingen zullen stoppen. Zo eenvoudig is het. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Rzoska, als ik vragen krijg over hoe ik als minister van Onderwijs omga met spijbelen en of scholen jongeren kunnen verplichten om deel te nemen, al dan niet in het kader van een activiteit, dan is het mijn taak om hier te antwoorden en duidelijkheid te verschaffen aan de scholen die met die vragen zitten. (Applaus bij CD&V)

Mijnheer De Ro, ik volg u. Ik ben de voorbije weken als minister van Onderwijs eigenlijk vrij rustig gebleven over de hele problematiek omdat ik zoals zo vaak zie dat ook vandaag onze scholen in Vlaanderen opnieuw absoluut verantwoordelijkheid nemen en samen met ouders en leerlingen, in het merendeel van de gevallen, doorpraten hoe ze met deze bijzondere situatie omgaan. Dus in de plaats van grote kritiek past hier vandaag eigenlijk hulde aan onze scholen in Vlaanderen over hun werkwijze. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

Ofwel een echt applaus, ofwel geen. (Gelach. Applaus bij CD&V en Open Vld)

We hebben nog wat oefening nodig. (Opmerkingen van Chris Janssens)

Het waren niet alleen tjeven die applaudisseerden, hoor. (Opmerkingen van Chris Janssens)

Mijnheer Janssens, veel zaken zijn enerzijds/anderzijds. U kunt ermee lachen maar het is niet zo dat je het engagement van jongeren zomaar in een hoek of in een doos kunt stoppen. We moeten blij zijn dat ze zich willen engageren. Ze doen dat niet altijd op de manier die ik de beste vind maar ze doen het wel, en dat is voor mij eigenlijk het belangrijkste. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

Mijnheer De Meyer, het klopt dat er in het basisonderwijs toestemming moet zijn van de ouders. En ik vond het een paar weken geleden ook absoluut smakeloos dat kinderen van vier of vijf jaar oud langs de straten liepen met politieke slogans. Zij kunnen dat onmogelijk zelf gemaakt hebben. Daarmee ben ik het absoluut oneens. (Applaus bij CD&V, de N-VA en Open Vld)

Collega’s, ik wil besluiten met een vaststelling die iedereen de voorbije weken heeft gedaan, namelijk dat er absoluut werk aan de winkel is. Zoals de heer Daniëls zei, moeten we onze jongeren weerbaar maken. Wanneer er engagerende activiteiten worden georganiseerd of er wordt naar een burgemeester gestapt – want ik beschouw die niet als betogingen, ik heb het over evenementen waarbij men buiten de schoolmuren naar een bepaalde plaats gaat, dat kan de burgemeester zijn maar evengoed is het een groepsuitstap met enkel leerkrachten – vind ik dat op zich niet negatief maar het moet worden ingekaderd. Het is wel een beetje vreemd wanneer men van zogenaamd wild spijbelen plots een georganiseerde uitstap maakt. Deze sprong is ook voor mij een beetje vreemd.

Ik hoop dat we de volgende weken in gesprek blijven en dat onze scholen blijven werken op een zeer verantwoorde wijze. We moeten proberen om jongeren die zich engageren voor het klimaat een goede opleiding te geven, met hen in debat te gaan en te discussiëren. Maar als u het mij vraagt, bij voorkeur tijdens de lesuren, op school en met een grote educatieve meerwaarde.

Minister, ook voor mijn fractie – en ik ben blij dat u het beaamt – is het belangrijk dat kinderen sterk worden, dat we het spijbelen niet normaliseren en dat ouders ervan op de hoogte zijn als hun kinderen meelopen in een betoging.

Ik wil vermijden dat we de betogingen gaan zien als een wandeling naar het gemeentehuis of een uitstap met een educatief karakter. Een betoging is gewoon een samenkomst van veel mensen met plakkaten. Als leerlingen betogen tijdens de lesuren, dan zijn ze niet aanwezig op school.

Dat jongeren engagement nemen, dat is goed – het is de week van de vrijwilligers, alstublieft –, maar zorg er ook voor dat de inhoud waarover het moet gaan niet verloren gaat. Wij willen immers absoluut niet dat er tijdens de klassenraden op het einde van het jaar debatten komen over de vraag wat we met leerlingen doen die zeven, acht, negen of tien lessen gemist hebben. Dan zitten we met een probleem want ouders kunnen de studietoelage verliezen omdat hun kinderen te vaak afwezig zijn geweest. Ik hoop dan ook, minister, dat u de verificatie de opdracht geeft om goed na te gaan of alles juist en degelijk geregistreerd is, in het belang van de jongeren, van de school en van het vrijwillig engagement. (Applaus bij de N-VA)

Collega’s, ik hoor de heer Vandenbroucke zeggen dat de politiek kleur moet bekennen over het klimaatspijbelen. Ik stel voor dat zijn eigen partij eerst zelf kleur bekent over de richting die ze uit wil met dat klimaatspijbelen. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Ik hoor Jinnih Beels in elk geval heel andere dingen zeggen dan u hier in dit parlement, mijnheer Vandenbroucke. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Bovendien, minister, heb ik al gezegd dat jongeren moeten, mogen en kunnen opkomen voor hun engagement, maar dan wel in hun eigen vrije tijd en uit vrije wil. Het mag niet opgelegd worden door leerkrachten of directies. Kinderen mogen absoluut niet misbruikt worden voor de ideologische motieven van de leerkrachten. Laten we dat vanuit dit parlement benadrukken. Ik denk dat dat de enige boodschap mag zijn van dit parlement en ook de enige boodschap van de minister van Onderwijs. Spijbelen mag niet getolereerd, laat staan aangemoedigd worden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.