U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 februari 2019, 14.09u

Voorzitter

De heer Cordy heeft het woord.

Voorzitter, ik wil u feliciteren met uw biografie. Ik hoop dat u straks nog een signeersessie zult houden want ik denk dat er in dit halfrond nog veel handtekeningen in boeken ontbreken.

Minister, de afgelopen dagen hebben een aantal Neerlandici aan de alarmbel getrokken want het gaat niet zo goed met de opleidingen Neerlandistiek. We zien de studentenaantallen dalen. Over de loop van een aantal jaren zijn die studentenaantallen met een kwart of zelfs meer verminderd. In Nederland doen ze er zelfs nog een schepje bovenop want aan de Vrije Universiteit Amsterdam wordt de volledige opleiding Neerlandistiek geschrapt. U moet dat eens goed tot u laten doordringen. Amsterdam is de uitgevershoofdstad van ons taalgebied en daar wordt de opleiding Neerlandistiek geschrapt.

We kunnen dus stellen dat er problemen zijn. U hebt al aangekondigd dat u hierover met uw Nederlandse collega overleg zult plegen. Een aantal professoren pleiten, naar analogie met wat de afgelopen jaren voor Science, Technology, Engineering, Mathematics (STEM) is gebeurd, voor een Vlaams actieplan voor de talen. Mijn vraag is of u ook brood ziet in een dergelijk actieplan of, als we er direct een afkorting aan verbinden, in een dergelijk ‘VLAT’?

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, ik wil u op mijn beurt feliciteren met uw publicatie vandaag. Ze is in het Nederlands, wat ons enkel kan stimuleren om een leesoefening te maken.

Mijnheer Cordy, ik dank u voor uw actuele vraag. Ik hoopte al dat dit punt vandaag op de agenda zou staan want ik heb gemengde gevoelens bij de cijfers. Als we dit op Europees vlak bekijken, zien we dat de talenopleidingen op dit ogenblik overal in de EU een beetje zakken. Puur op basis van de cijfers van Eurostat, meer bepaald de rubriek waar de talenopleidingen inzitten, blijkt dat we het gemiddeld doen. We zitten op het niveau van Duitsland, doen het beter dan Nederland en doen het slechter dan een aantal andere landen. Dat resultaat is gemiddeld, maar uiteraard is ons taalgebied klein en is het Nederlands op zich een kleine, maar te koesteren taal.

Ik heb niet gewacht op de publicatie van de krantenartikelen deze week. In december 2018 heb ik hierover al met mijn Nederlandse collega gepraat. We hebben de Nederlandse Taalunie (NTU) gevraagd initiatief te nemen. De NTU vergadert in maart 2019 over de ontwikkeling van een actieplan dat aandacht heeft voor het behoud van de liefde voor taal. De keuze om in het hoger onderwijs Nederlands of taalkunde te studeren, is uiteraard een vrije keuze van de jongeren. We kunnen jongeren niet verplichten om die studie te volgen, maar we kunnen wel een actief beleid voeren. Dit betekent dat ze die zin om talen te studeren in het lager onderwijs of het secundair onderwijs hebben gekregen.

Ik heb de professoren gecontacteerd met de vraag of ze bereid zijn naar mijn kabinet te komen. Ze maken nu eerst een ronde langs de universiteiten om na te gaan hoe ze het draagvlak kunnen vergroten. We hebben afgesproken dat we elkaar begin april 2019 zullen zien. Ze zullen hun voorstellen dan op zak hebben.

Ik sta zeker open voor een actieplan. Eigenlijk komt dat er al, in samenwerking met de NTU, maar we hebben hier niet op gewacht. We nemen actie in het kleuteronderwijs, het lager onderwijs en het secundair onderwijs. We hebben ambitieuze eindtermen en er is veel aandacht voor begrijpend lezen. Ik heb daar middelen voor uitgetrokken en ik hoop dit alles te kunnen plaatsen in een allesomvattend plan, dat de zin van jongeren om talenstudies te volgen zal aanwakkeren.

Tot slot, als ik naar de huidige cijfers kijk, dan zie ik dat de daling bij talen bijvoorbeeld omgekeerd is aan de stijging voor bijvoorbeeld een gebied als handelswetenschappen. Het heeft natuurlijk ook te maken met het economisch klimaat. Als er heel veel werk is voor heel veel mensen, dan neemt de interesse in de zogenaamde exacte opleidingen wat toe. Dat is een goede zaak, maar vaak zijn degenen die taalkunde studeren, ook de opleiders van morgen. Als we daar een onvoldoende aantal van zouden hebben, dan is dat bijzonder slecht voor ons onderwijs in het algemeen.

Dus, ja, er wordt actie ondernomen. Ik verwacht zowel van de Taalunie als van de professoren daaromtrent insteken.

Dank u wel, minister. In onze maatschappij kiezen studenten gelukkig zelf wat ze willen studeren. Er is door een aantal mensen verwezen naar de effecten van STEM op de belangstelling voor onder meer taalkunde. Ik heb even de inschrijvingscijfers van de afgelopen jaren bekeken, afgezet tegenover de stijging van het totale aantal studenten. Dan zie je dat taal en letteren 40 procent marktaandeel verliest, terwijl dat bijvoorbeeld voor een opleiding moraalwetenschappen slechts 10 procent is. Rechten verliest ook ongeveer 10 procent en politieke en sociale wetenschappen verliest slechts 2 procent. Het zijn dus niet alleen de exacte wetenschappen die winnen ten opzichte van alle anderen, er zit wel wat nuance in. We zien dat vooral de talenopleidingen er het zwaarst onder te lijden hebben. Als je dan ziet dat in een onderwijsnet men een uur beknibbelt op het aanbod Nederlands, dan stel je je toch de vraag of we zeker in het secundair de belangstelling voor het Nederlands niet sterker moeten aanpakken dan we nu al doen.

De heer Bogovic heeft het woord.

Minister, niet alleen het Nederlands is aan het inboeten aan populariteit. Aan de VUB stond Duits het afgelopen jaar op een historisch laagtepunt. We kunnen dit koppelen aan de problematiek van het lerarentekort, die we hier al meermaals besproken hebben in de plenaire en in de commissies. Hebt u er een zicht op hoeveel van die mensen die talen studeren – Nederlands, Duits of andere talen –, ook effectief aan de slag gaan als leerkracht en aan de slag blijven als leerkracht? Door het feit dat Nederland minder populair wordt als afstudeerrichting, zullen we dan niet nog een bijkomend probleem hebben in de toekomst wat betreft leerkrachten Nederlands?

De heer Caron heeft het woord.

Dit thema volg ik via de Taalunie met begeestering. Minister, collega's, ik durf te zeggen dat ons onderwijs de voorbije decennia steeds meer ‘on the job’, vanuit een economisch perspectief wordt benaderd. Het gaat niet over STEM, denk ik. Het gaat over het economische dat domineert, zeker in het secundair onderwijs. Waar vroeger een brede, humane humanioraopleiding werd gegeven, met veel aandacht voor letteren, taal en geesteswetenschappen, boeten die nu in ten voordele van die directe professionele opleidingen. Ik denk dat een bredere bezinning nodig is.

Ik kan alleen maar refereren aan Martha Nussbaum en haar boek ‘Not For Profit’, waarin ze de achteruitgang van de geesteswetenschappen in het onderwijs en vooral van het literaire en de talenkennis onderstreept. Ik wil ook even zeggen dat een goede kennis van de taal ook in de economie noodzakelijk is. We moeten elkaar in alle sectoren van de samenleving goed begrijpen. Als we als gemeenschap een samenleving willen opbouwen, moeten we minstens onze moedertaal goed kunnen beheersen, al is dat met een regionaal accent.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Caron, dank u voor deze laatste zin. Wij komen uit dezelfde provincie, dus wij begrijpen elkaar ook in onze regionale accentjes bijzonder goed.

Collega's, ik zal starten met het verschil dat de leraar maakt, inpikkend op de vraag van de heer Cordy over het aantal uren Nederlands. Voor mij is elke leerkracht die lesgeeft in onze scholen, bij uitstek een taalleerkracht. Ook als je wiskunde geeft, moet je het Nederlands goed beheersen.

Hoe kunnen leerlingen complexe vraagstukken begrijpen, als ze de taal maar half beheersen? Laat de aandacht voor dat Nederlands dus niet verslappen. Het is voor mij heel elementair – ik heb dat in het verleden al geantwoord – dat er voldoende uren Nederlands gegeven worden. We geven dat signaal ook heel duidelijk in onze nieuwe eindtermen. Daar ligt de lat voor het Nederlands hoog. Er zijn zelfs uitbreidingsdoelen Nederlands gedefinieerd. En er is een basisgeletterdheid die we van iedereen verwachten. Wat dat betreft, wordt er dus zeker niet aan kwaliteit ingeboet. Integendeel, het is een kwaliteitsupgrade voor de toekomst.

Collega Caron, er is in de eindtermen ook aandacht voor wat u aanhaalt. Ik hoop echt dat we daar in de toekomst iets meer dan vandaag de focus op kunnen leggen. Want een jongere zal er nooit voor kiezen om een taalopleiding te volgen, als er niet op een of andere wijze een passie ontstaan is voor die taal. Dat is geen wetenschappelijke berekening, de keuze die je maakt in het hoger onderwijs. Meestal gaan jongeren kiezen voor iets waar ze hun hart in kunnen leggen.

Collega Bogovic, ik heb daarnet een beetje Europese cijfers gegeven, om het toch wat te relativeren. Wij doen het in het hele gebied rond taal- en letterkunde, waar alle talen in zitten, gemiddeld goed. Maar we doen het bijvoorbeeld beter dan Finland. En dat had ik persoonlijk niet verwacht. We doen het bijvoorbeeld minder goed dan Oostenrijk. Er zijn dus landen die bij ons in de groep zitten, maar het is niet zo dat we de slechtste van de klas zijn. We zien wel globaal een mindere belangstelling.

De link met de lerarenopleiding is interessant, omdat veel mensen die talen studeren, uiteindelijk ook leraar worden. Maar we proberen daar ook op in te grijpen door vanaf volgend academiejaar jongeren de kans te geven om als ze de keuze in het hoger onderwijs maken, er onmiddellijk voor te kiezen om leerkracht te worden. Als je nu naar de universiteit gaat, volg je eerst een opleiding en daarna beslis je of je al dan niet leraar wilt worden. Jongeren die graag leraar willen worden, kunnen vanaf volgend jaar kiezen voor de opleiding die uitmondt in een educatieve master talen.

We werken dus, zoals iedereen hier vraagt, aan een masterplan. Maar we hebben niet gewacht. Het is geen theorie. Er zitten ook al taalmaatregelen ingebakken vanaf de kleuterklas. Ik hoop dat we de komende maanden samen met de professoren, en met de suggesties die ik zal krijgen van de Taalunie, nog een boost kunnen geven.

Collega Cordy, de aandacht en de interesse voor STEM hoeven niet haaks te staan op gemotiveerde jongeren die kiezen voor een taalopleiding. Het was nodig dat we een sprong maakten rond STEM, zeker voor de meisjes, omdat meer meisjes de sprong moeten durven te maken naar wetenschapsopleidingen. Maar u hebt absoluut een punt dat als we onvoldoende jongeren hebben die taalopleidingen volgen – en het is bij ons nog beter dan in Nederland – dat nefast is voor de toekomst van onze Nederlandse taal. Er wordt dus aan gewerkt.

Ik wil er tot slot nog op wijzen dat taal meer is dan alleen maar een communicatiemiddel. Taal is het cultuurmiddel bij uitstek, het middel bij uitstek om een gemeenschap vorm te geven. Je moet eens kijken waar wij hier zitten: 124 mensen als vertegenwoordigers van een Vlaamse natie, een natie die er gekomen is door zich de laatste twee eeuwen als het ware aan haar taal uit het moeras op te trekken. Dat is iets dat wij moeten koesteren. Die taal gaat ook het middel zijn waarmee we nieuwkomers verleiden om van onze gemeenschap en onze cultuur te houden. We moeten daarin blijven investeren, investeren in goede neerlandici, met liefde voor die taal in al haar aspecten, literatuur evengoed als het goed gesproken woord, het communicatiemiddel, en alles wat daarbij hoort. We moeten daarin blijven investeren. Dat is van levensbelang voor onze eigen gemeenschap. (Applaus bij de N-VA)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.