U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 februari 2019, 14.07u

Voorzitter
van Johan Danen aan minister Lydia Peeters
298 (2018-2019)
De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, we weten het allemaal: klimaat staat bijzonder hoog op de agenda, ook bij u, geheel terecht. U gaf zelf al aan rekening te willen houden met de boodschap die de vele mensen in de diverse klimaatmarsen en -betogingen hebben gegeven. Er is nood aan een sterk klimaatbeleid in Vlaanderen.

Als we kijken naar wat dat concreet betekent, gaat het onder andere over het versneld renoveren van onze verouderde woningen in Vlaanderen. Ongeveer de helft van onze woningen is ouder dan vijftig jaar. Heel wat woningen hebben nog steeds geen elementaire vorm van isolatie. Neem maar het meest bekende voorbeeld: dakisolatie ontbreekt volgens de laatste REG-enquête (rationeel energiegebruik) in ongeveer 15 procent van de daken op de Vlaamse woningen. Mensen hebben steun nodig op verschillende manieren om effectief te komen tot het isoleren van hun dak en hun woning. Dat is de beste manier om het klimaat te sparen. En het is uiteraard ook een zeer goede manier om de energiefactuur van onze gezinnen te verlagen.

We hebben daar premies voor. De dakisolatiepremie was heel populair. In 2016 werden er nog meer dan 53.000 premies uitgereikt. Maar volgens de laatste cijfers is dat vorig jaar teruggevallen tot de helft. Dat is een problematische situatie, gezien de hoge nood die er op het terrein nog altijd is. Tegelijk heeft de regering beslist om die premie van 6 euro per vierkante meter te verlagen naar 4 euro per vierkante meter. Gecombineerd met de eerder al geschrapte fiscale aftrek voor dakisolatie, is de steun fors verlaagd. Eigenlijk is dat een fout signaal, wat ons betreft. De steun moet worden opgetrokken om mensen aan te zetten tot investeringen in isolatie en energiezuinigheid.

Mijn vraag is dan ook: op welke manier zult u de tienduizenden Vlaamse gezinnen ondersteunen en bijkomende steun bieden bij het versneld renoveren van hun woningen?

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Collega’s, minister, we weten allemaal dat landbouw, mobiliteit en gebouwverwarming de meest hardnekkige of robuuste sectoren zijn als het op klimaat aankomt. Zij stoten veel CO2 uit, en het is in alle drie de sectoren moeilijk om de CO2-uitstoot te beperken. Het is dan ook bijzonder jammer dat de energierenovatiegraad van onze gebouwen de laatste jaren stremt. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat er minder premies worden toegekend, maar het blijkt ook uit het aantal vergunningen en aanvragen voor renovaties. Dat aantal neemt zowaar af.

We moeten eigenlijk elk jaar een honderdduizendtal woningen renoveren, willen we onze doelstellingen halen. Maar zo ver zijn we nog lang niet. En dat is bijzonder jammer, want economie en ecologie kunnen hier hand in hand gaan. Als mensen hun huizen goed isoleren en energetisch renoveren, dan stijgt ook de waarde van het huis. De energiefactuur zal dalen, net als de CO2-uitstoot. En bovendien worden er bijkomende jobs gecreëerd. Daarom is het jammer dat de resultaten uitblijven, ondanks de jarenlange inspanningen van deze regering. Mijn vraag is heel eenvoudig: wat gaat u doen om het tij te keren?

De voorzitter

Minister Peeters heeft het woord.

Minister Lydia Peeters

Collega Bothuyne, u verwijst specifiek naar de dalende trend inzake dakisolatie. Ik moet toch even verduidelijken dat het afbouwscenario voor dakisolatie al in 2016 werd vastgelegd. Vanuit de bevoegdheid Wonen hebben we ook vooropgesteld dat dakisolatie vanaf 2020 sowieso wordt verplicht. Dat is een beslissing die al langer voorligt. En ik wil toch ook opmerken dat 85 procent van de woningen op dit ogenblik al van dakisolatie zijn voorzien – ik verwijs naar wat er in de commissievergadering van 23 januari 2019 aan bod is gekomen. Wat dat betreft liggen er toch al heel wat mooie cijfers op tafel.

Collega Danen, u verwijst naar de dalende trend inzake premies in het algemeen. We kunnen niet ontkennen dat er een dalende trend is, maar ik wil tegelijkertijd meegeven dat er al een aantal corrigerende maatregelen werden genomen. Ik denk aan de premie voor zonneboilers – die dalen niet. Ook de premie voor warmteboilers werd onlangs ingevoerd. Dat zijn ook elementen die meespelen.

De opvolgingsindicator van het Vlaams Energieagentschap toont ook een aantal positieve elementen – ik verwijs opnieuw naar de commissievergadering van januari. Er is bijvoorbeeld meer sloop en heropbouw, en met onze premie proberen we dat nog meer onder de aandacht te brengen. Hopelijk volgt straks ook het btw-tarief van 6 procent voor nieuwbouw en voor sloop en wederopbouw.

Daarnaast is er de stijgende aanwezigheid van isolatie in ons woningenpark in het algemeen. Dat mag nog eens duidelijk onder de aandacht worden gebracht. Het gaat dan over dakisolatie, dubbele beglazing en muurisolatie, en in mindere mate over vloerisolatie. Die stijging blijkt duidelijk uit de recente enquête van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG).

Er worden ook almaar meer oude verwarmingsketels vervangen, en ook dat wijst op een trend naar meer energie-efficiëntie. We zien ook een stijgende lijn in de burenpremies, in de totaalrenovatiebonussen, en in de buitenmuurisolatiepremies. Dat zijn toch positieve indicatoren die bijdragen tot het verhaal van de energie-efficiëntie.

Ik denk niet dat er nog andere premies zijn die we moeten verhogen. De premies van vandaag zijn goed, en we moeten die ook behouden. Maar we kunnen niet ontkennen dat het laaghangend fruit al voor een deel is geplukt, en dat we daarnaast moeten inzetten op een aantal andere maatregelen. We hebben dat al meermaals herhaald. Ik denk aan de energielening van 0 procent, waar toch 46 procent van de Vlaamse huishoudens voor in aanmerking komt. Ik denk ook aan het noodkoopfonds, dat straks definitief kan worden uitgerold. We hadden het er deze morgen nog uitgebreid over in de commissie.

En ik denk zeker ook aan de taken die onze Energiehuizen hebben. Die taken zijn heel belangrijk: van de informatieve en communicatieve rol om mensen ervan te overtuigen om over te gaan tot energie-efficiëntie, tot tal van maatregelen die ervoor zorgen dat ze minder energie verbruiken. De ontzorgende functies en coachingfuncties zijn wat dat betreft heel belangrijk.

Daarnaast wil ik nog wijzen op ons energieprestatiecertificaat, ons energielabel, dat we onlangs gewijzigd hebben. Dat moet toch ook weer een bijkomende stimulans zijn voor mensen om ervoor te zorgen dat hun woning zo energiezuinig mogelijk is. Dat biedt ze meer comfort en tegelijkertijd stijgt ook de waarde van de woning.

Ik wil ook de maatregel ‘drie van de zes’ nog even toelichten. Ook dat is volgens mij een belangrijke maatregel voor de toekomst. Bij verkoop van een woning zal men vanaf 2020-2021 minstens drie van de zes maatregelen moeten uitvoeren.

Dat zijn bijkomende elementen die er toch voor zullen zorgen dat we onze doelstellingen in het kader van het Renovatiepact 2050 wel degelijk zullen behalen.

Minister, dank u wel voor het antwoord. Uiteraard is er heel wat gebeurd, zijn er heel wat initiatieven genomen. Een aantal zaken staan nog in de steigers, zoals het noodkoopfonds en de versterking van de Energiehuizen. Alleen stellen we vast dat op het terrein niet alleen de klimaatbetogers vinden dat het allemaal nog te weinig is, maar dat ook heel veel Vlaamse gezinnen vinden dat de steun nog altijd te weinig is, want ze komen niet tot de stap om hun woning effectief te renoveren.

Ik weet dat minister Tommelein in 2016 gezegd heeft dat we de premie zouden verlagen vanaf 2019 en dat dat ervoor zou zorgen dat er veel meer premies aangevraagd zouden worden in 2017 en 2018. Op die manier zouden we een versnelling krijgen in de energierenovatie van onze woningen. We kunnen nu alleen maar vaststellen dat die strategie jammerlijk gefaald heeft. Ik denk dat het nodig is, minister, dat u die strategie bijstelt en dat u extra steun geeft aan de mensen, ook aan mensen die het vaak sociaal moeilijk hebben om hun woning te renoveren. Het is dus nodig dat u de premies optrekt in plaats van vermindert.

Minister, ik heb er nogmaals de rapporten van uw eigen administratie op nagekeken. De renovatiegraad loopt inderdaad terug. Dat kunt u echt niet ontkennen. Gelukkig zijn er een aantal lichtpuntjes. Dat zou er nog aan mankeren, na alle inspanningen die er gedaan zijn.

Ik moet zeggen dat wij altijd heel sceptisch gestaan hebben tegen een afname van het premiebedrag voor energiepremies, omdat we nooit geloofd hebben dat, als we de mensen maar proberen te lokken met nu nog hoge premies om die daarna te laten dalen, alles dan opgelost zal worden. Dat is niet het geval.

Minister, u zegt: bijna alle huizen hebben dakisolatie. Dat is niet helemaal waar: 15 procent van de huizen heeft dat nog niet. Het gaat toch over honderdduizenden huizen in Vlaanderen. Honderdduizenden huizen in Vlaanderen hebben geen dakisolatie. Dus moeten we meer doen en moeten we andere dingen doen.

Waarschijnlijk spelen financiële kwesties heel vaak een rol. Daarnaast zullen ook organisatorische kwesties wel een rol spelen: de manier van aanpakken. Dus moeten we volgens ons bijkomend inzetten op ontzorging, naast het inzetten op financiële instrumenten. Deelt u onze mening?

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik wil me in ieder geval aansluiten bij die laatste opmerking van collega Danen. Als blijkt dat er nog een massa woningen niet geïsoleerd is en dat dus een massa eigenaars nog niet heeft ingepikt, dan moeten daar redenen voor zijn. We kunnen daarover speculeren. Hoe dan ook is een premie nooit voldoende voor iemand die niet over voldoende middelen beschikt om aan een volledige renovatie te beginnen. Dan helpt zo’n premie niet. Ik denk dat het hoog tijd is om eens de redenen te bekijken waarom die massa eigenaars van woningen niet is ingestapt, en wat we daaraan kunnen doen.

Minister, ik wil u toch ook even wijzen op een heel specifiek punt. Een van de domeinen waar er heel veel vertraging is, is dat van de appartementsgebouwen. Daar maakt mede-eigendom het vaak moeilijk om beslissingen te nemen. De premies daarvoor zijn ook nog niet heel lang beschikbaar. Er is dus denk ik wel een reden, of minstens een motivatie, om ervoor te zorgen dat die premies langer kunnen doorlopen en langer maximaal kunnen blijven, zodat mede-eigenaars die laat wakker geworden zijn misschien toch nog mee op de trein kunnen stappen. Is dat voor u een optie, minister?

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Het is een vaststelling dat er inderdaad momenteel minder wordt gerenoveerd. Bij mensen met een lager inkomen, die een beroep doen op de energielening van 0 procent, blijkt 40 procent van de leningen te gaan naar het installeren van zonnepanelen en 60 procent naar het aanpakken van de schil. Maar ik zou verwachten dat eerst de schil wordt aangepakt. En daarom moet worden onderzocht waarom die schil niet wordt aangepakt. Is dat omdat de ondersteuning daar te laag is en andere ondersteuningsmechanismen eventueel te hoog, en moet er daarin dus een verschuiving gebeuren? Of zijn er andere redenen?

Minister, ik wil u een heel pertinente vraag stellen. U meldde vorige week iets in de krant. Ik lees het letterlijk voor. Volgens u is het beter “om mensen stapsgewijs en zonder verplichting aan te zetten tot renovaties op logische momenten”. Maar in uw eigen energieplan hebt u zelf vooropgesteld, zoals u daarnet hebt aangekaart, dat drie van de zes maatregelen binnen vijf jaar móéten worden uitgevoerd. En dus wil ik graag weten: is het nu móéten, zoals staat in uw eigen plan? Of zegt u: geen enkele verplichting voor de mensen?

Minister Lydia Peeters

Collega's, ik dank u voor uw bijkomende vragen.

Ik wil nog eens heel duidelijk stellen dat ons Renovatiepact, waarvoor hier een groot draagvlak was, geldt tot 2050. We kunnen niet alles gelijktijdig doen. Ik denk dat we het daarover eens zijn en dat iedereen dat ook beseft.

Moeten we vandaag dan aan doemdenken doen? Moeten we zeggen: oei, we zullen de doelstellingen niet halen, dus we zullen snel een aantal premies verhogen? Ik denk het niet. U weet dat, indien de premies worden verhoogd, dat weer door de hele maatschappij zal worden gedragen in de energiefactuur. En dat is absoluut geen optie.

15 procent van de woningen heeft vandaag nog geen dakisolatie. We kunnen dan inderdaad nagaan wat daarvan de oorzaak is. En dat zal wellicht meerdere oorzaken hebben. We weten enerzijds dat we een verouderd woonpatrimonium hebben, dat er een aantal woningen zijn die vandaag niet worden gerenoveerd en dat die eerder rijp zijn om te worden gesloopt en dan weer te worden opgebouwd. Op dat vlak verwijs ik naar de maatregelen die we daaromtrent hebben genomen, namelijk de sloop- en wederopbouwpremie van 7500 euro. Ik wil opnieuw benadrukken dat ik ook de btw-regeling van 6 procent voor de toekomst als een goede optie zie.

Tegelijk wil ik opnieuw benadrukken dat het verhaal van de noodkoopwoningen, het noodkoopfonds, ook heel belangrijk is. Hopelijk krijgen we hiervoor straks in het Vlaams Parlement een volledig draagvlak. Zo kunnen de mensen die gedwongen zijn een laagenergetische woning te kopen, ook de nodige maatregelen nemen om die woning energiezuinig te maken. Dat is heel belangrijk.

Verder hebben we vanaf het begin van dit jaar onze energiehuizen nieuwe taken opgelegd. We hebben de mensen van de Energiehuizen laten focussen op informatie, op communicatie, op het ontzorgen van de mensen. Iedereen die vandaag met een vraagstuk zit rond het energiegebruik van zijn of haar woning, kan bij die Energiehuizen terecht voor informatie of coaching en kan worden begeleid naar betere maatregelen.

Mijnheer Gryffroy, u zegt dat de energielening niet helemaal tot haar recht komt, omdat 40 procent wordt besteed aan zonnepanelen en 60 procent aan de schil. Ik wil benadrukken dat een heel aantal maatregelen al geruime tijd lopen. En als men al een volledige isolatiegraad aan zijn of haar woning heeft, is het niet meer dan logisch dat men overstapt van energie-efficiëntie naar het inzetten op hernieuwbare energie en dat men gaat kiezen voor zonnepanelen. Dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Opnieuw, dat ontzorgen is heel belangrijk, zeker in verband met appartementsgebouwen, mijnheer Tobback. We hopen dat ook daar ten volle wordt ingezet op het verhogen van de energie-efficiëntie. Uiteraard zullen individuen daar niet apart toe kunnen beslissen, maar zal dat moeten worden gedragen door de verenigingen van de appartementsmede-eigenaars. Ik hoop dat we ook hen zo snel mogelijk kunnen warm maken om in te zetten op die energie-efficiëntie. Want we hebben hen zeker nodig om die hele energietransitie te doorlopen.

Minister, dank u voor uw bijkomende antwoorden en toelichting. U staat hoe dan ook voor een gigantische uitdaging: een derde van de woningen in Vlaanderen is op dit moment eigenlijk slecht of nauwelijks geïsoleerd. Er zijn nog heel wat stappen te zetten.

U kondigt een aantal goede initiatieven aan, maar ik denk dat het allemaal meer en beter kan. Er moeten hogere premies zijn. Er moeten niet alleen renteloze leningen zijn voor 46 procent van de Vlamingen. Waarom doen we dat niet voor alle Vlamingen? Ook de Vlamingen uit de middenklasse zouden recht moeten hebben op renteloze energieleningen, als het gaat over essentiële renovaties van hun woning.

Ontzorging is goed. De energiehuizen krijgen die taak, ik hoop dat ze ook de middelen en de mensen krijgen om de Vlaamse gezinnen te begeleiden in hun energierenovatie.

Ik hoop tot slot dat u ook met duidelijke regels en normen voor iedereen een duidelijk kader durft te scheppen.

De uitdagingen zijn inderdaad gigantisch. De doelstellingen zijn heel ambitieus. Maar we stellen vandaag inderdaad vast dat we die bij lange niet gaan halen.

Ik wil ook positief zijn. Ik denk dat het mogelijk moet zijn, maar dan moeten er echt wel andere en betere dingen gebeuren dan deze die vandaag worden voorgesteld.

Het is belangrijk dat we nu nog, in deze legislatuur, een aantal krijtlijnen zetten voor de volgende legislatuur, om echt geen tijd te verliezen. Want, zoals mijn collega Pira recent nog zei, we moeten niet aan politiek doen om de volgende verkiezingen te winnen, maar wel om de volgende generaties voor te bereiden op de toekomst. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.