U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Voorzitter, minister, collega's, we konden gisteren het verslag van de Woonzorglijn 2018 online lezen. Er is een serieuze vooruitgang in vergelijking met het begin van deze legislatuur. Een zeer goed registratiesysteem is nu digitaal uitgewerkt. Er is ook ingezet op bijkomend personeel. Normaal gezien kregen we het verslag op het einde van het jaar, over het jaar dat reeds twee jaar voorbij was. Daar is dus zeker goed op ingezet. Het werpt ook vruchten af. De Woonzorglijn is uiteindelijk het infopunt waarop bewoners terechtkunnen in hun zoektocht naar informatie en voor klachten in verband met ouderenvoorzieningen. 

Nu, wat konden we gisteren vooral lezen? Enerzijds was dat niet totaal verbazend, want we hebben het er hier al meermaals over gehad: de kwaliteit van zorg laat niet overal, maar toch in enkele woonzorgcentra, te wensen over. We konden vandaag de reactie van de minister lezen in de pers. Sommige woonzorgcentra zullen onder curatele of onder bijkomende inspectie worden geplaatst.

Minister, uiteraard was mijn fractie daar heel tevreden over. We vinden dit een belangrijk onderwerp. Ouderen verdienen de zorg die ze nodig hebben, en ook goede informatie. Die informatie is er wel, maar wat met bijkomende zorg en kwaliteit van zorg?

In deze legislatuur werd er bijkomend ingezet op personeel, op een betere personeelsomkadering en op een verschuiving van rob-bedden (rustoord voor bejaarden) naar rvt-bedden (rust- en verzorgingstehuis). En dan blijkt dat er toch hardleerse woonzorgcentra zijn. Minister, bent u van plan om de erkenningen in te trekken, mochten zij hardleers blijven?

De voorzitter

De heer Depoortere heeft het woord.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Voorzitter, minister, inderdaad, gisteren werd het jaarverslag 2018 van de Woonzorglijn publiek gemaakt. Daaruit blijkt dat er 220 klachten werden geregistreerd. Die klachten kunnen worden opgesplitst in 643 deelklachten.

Ik zal een opsomming geven van de prioriteiten. Waarover gaan de klachten? In de eerste plaats over een gebrek aan personeel, in de tweede plaats over de verzorging en ten slotte over de werking van de interne klachtendienst.

Minister, naar aanleiding van het rapport hebt u een aantal straffe verklaringen afgelegd. Zo zei u dat u scherpere controles zult uitvoeren bij de slechte leerlingen, bij de woonzorgcentra die meermaals in de fout blijven gaan.

Ik had graag vernomen hoe streng u die controles ziet, op welke termijn u die ziet, welke gevolgen u daaraan zult geven, maar anderzijds ook of er een globale aanpak is van alle woonzorgcentra. Hoe zal men daar de controle blijven handhaven?

De voorzitter

Mijnheer Depoortere, u moet één vraag stellen aan de minister, en geen vier. De minister bereidt zijn antwoord voor op basis van de vragen die hij krijgt. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Het jaarverslag 2018 van de Woonzorglijn is gisteren bekendgemaakt. Er is effectief vooruitgang, maar het bevat de klachten van burgers over onze residentiële ouderenzorg, de woon- en zorgcentra. We mogen die niet onderschatten, dat is een belangrijk onderwerp. Het merendeel van de klachten, die stabiel blijven, blijven over de kwaliteit van de zorg gaan, de kwaliteit van de dienstverlening, de verzorging van de persoon, hulp bij het wassen bijvoorbeeld. Het blijft een oud zeer, een heel oud zeer, waar we al lang op de spijker kloppen, onder meer vanwege een gebrek aan zorgpersoneel. Dat blijft een spijtige vaststelling.

Er is ook de vaststelling, waar u op gereageerd hebt, minister, dat er gelukkig maar een klein aantal woon- en zorgcentra hardleers zijn, om uw woorden te gebruiken. Dat betekent ook dat er heel veel wel goed in orde zijn, en zijn we ook blij dat woonzorgcentra voldoen aan de erkenningscriteria. Die hardleerse centra verzamelen steeds opnieuw terugkerende, ernstige en gegronde klachten.

Minister, u kondigt daarvoor ook een initiatief aan, maar het verbaast me dat u dat nu pas doet. Ik kan ook niet goed begrijpen waarom de vorige zorginspecties, die hopelijk toch gebeurd zijn naar aanleiding van de klachten die vroeger bij de Woonzorglijn terechtgekomen zijn, geen resultaat hebben opgeleverd, wat er daar dan mis gelopen is.

Wat houdt dat nieuwe, verhoogde toezicht nu in? Wat is daar anders aan ten opzichte van het vorige toezicht, dat u nu blijkbaar wel kunt garanderen dat de zorgkwaliteit ook in die hardleerse centra geremedieerd kan worden?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, de kwaliteit en toegankelijkheid van onder meer de residentiële ouderenzorg bewaken, is voor de overheid, en in het bijzonder de Vlaamse overheid, uiteraard een kerntaak. Onze Vlaamse kandidaat-bewoners en hun familie mogen erop rekenen dat wij ons uiterste best doen om de kwaliteit van de door ons erkende voorzieningen te borgen en te waarborgen.

U moest gisteren niet verbaasd zijn dat u het initiatief hoorde vernoemen van een intens en volgehouden toezicht op een aantal woonzorgcentra, want ik heb hier op deze tribune maanden geleden aangekondigd – en het staat ook al in de beleidsnota – dat we daarvan in 2019 werk gingen maken. De aanleiding is onder meer de inwerkingtreding van het nieuwe decreet op het toezicht, dat ons ook wat meer instrumenten in handen geeft. U hebt hier een tijdje geleden het Woonzorgdecreet goedgekeurd, waarin ook een aantal nieuwe instrumenten beschreven zijn. Dat decreet moet natuurlijk nog in werking treden. Er is al een tijd een voorbereiding om in alle transparantie aan te kondigen dat we met een intensiever toezicht starten, en wel geprioriteerd in de richting van een aantal woonzorgcentra.

Een voetnoot, die ook besproken is met de koepels en vertegenwoordigers van de woonzorgcentra, is dat zij zich ook inschrijven in deze aanpak.

De publicatie van het jaarverslag was een goed moment om dat initiatief aan te kondigen. Ik heb ook aangekondigd dat het op 15 maart start, omdat Zorginspectie hierover ook een gesprek voert met uiteraard de voorzieningen, maar ook met de vertegenwoordigers van de gebruikers, de Vlaamse Ouderenraad en een aantal andere, die wij hierover ook in alle transparantie willen informeren, want zij hebben ook recht op die informatie.

Als u naar het verslag kijkt – dat is het verslag van de behandeling van de klachten die binnengekomen zijn – merkt u dat die klachten ongeveer stabiel blijven, en dat het, als je dat opsplitst en kijkt naar wat gegrond is gebleken, in 2018 over 49 klachten wat betreft de personeelsomkadering en 30 wat betreft de lichaamsverzorging gaat. Dat zijn klachten die uiteindelijk na een onderzoek gegrond bleken te zijn. Als je het in procenten probeert uit te drukken, betekent dat dat de meeste klachten gaan over de kwaliteit van de zorg, wat ons wellicht niet helemaal hoeft te verbazen.

Waaruit bestaat het toezicht? Mijnheer Bertels, uiteraard wordt er door de zorginspectie altijd een toezicht uitgeoefend, overigens onaangekondigd. We doen dus inspecties op een systematische manier, al of niet thematisch, en we doen inspecties naar aanleiding van klachten en van vragen om naar aanleiding van vastgestelde feiten een extra toezicht uit te oefenen. Het is niet zo dat daarvoor niets bestond, integendeel. Je kunt alleen maar vaststellen dat er een aantal zijn die op de vraag om te verbeteren, op de herhaalde vraag om te verbeteren, het wel een aantal keren doen maar niet volhouden. Je kunt dan alleen maar een intenser beleid gaan voeren omdat je uiteraard die vaststellingen ook doet.

De vaststellingen waarop de zorginspectie zich baseert, zullen niet alleen de klachten zijn want die klachten zijn natuurlijk maar een partieel beeld van de situatie. De zorginspectie doet ook ambtshalve vaststellingen en er zijn trouwens aspecten van de kwaliteit die misschien niet altijd zo zichtbaar zijn voor de bewoner en zijn familie maar die minstens even relevant zijn. Niet-ingevulde bewonersdossiers zullen voor de kwaliteitsbewaking, de continuïteit van de zorg, de organisatie van informatiemomenten waarop zorgpersoneel de informatie deelt, ook belangrijk zijn. Ik kan me voorstellen dat niet alle bewoners en hun familie dat zien. Toch is het een belangrijk item als het over kwaliteit gaat, om maar iets te noemen.

Over wie gaat het? Het gaat over die woonzorgcentra aan wie we bij de start ook duidelijk hebben laten weten in alle transparantie – en dat is voor een groot stuk al gebeurd – dat we hen echt aanmanen om te tonen hoe er effectief verbeteringen komen. Het zijn die woonzorgcentra die uiteraard het voorwerp zullen zijn.

Waaruit bestaat het intenser toezicht? We zullen er frequenter passeren en we zullen dat ook doen op de niet zo vanzelfsprekende momenten waarvan we trouwens ook weten dat het voor de kwaliteit en de continuïteit van de zorg kritische momenten zijn. Het gaat over weekends, over avonden, over nachten, over vakantieperiodes enzovoort. De bedoeling is dat we dat doen in een grote logica en in alle transparantie. Dat wil zeggen: je bent verwittigd – dat deden we in het verleden ook al –, en er is een mogelijkheid om aan te tonen hoe je zult verbeteren.

Het Agentschap Zorg en Gezondheid zal zeer strak opvolgen. Als het niet lukt, zal er worden geëscaleerd. Mijnheer Bertels, in het verleden zijn er uiteraard ook al initiatieven genomen waarbij er werd overgeschakeld naar een hogere snelheid en er sancties zijn gekomen, maar we willen dit nu wel tot een deel van een transparant handhavingsbeleid maken. Dat betekent dat je mag rekenen op een intensiever toezicht en als blijkt dat er echt geen beterschap is, zal er worden geëscaleerd. Dat betekent schorsing, een opnamestop, remediëren en alle andere mogelijkheden van het Toezichtsdecreet.

Ik ben ervan overtuigd dat de overheid het op een heel professionele en transparante manier moet aanpakken. De Vlaamse bevolking heeft daar recht op. Kwetsbare mensen en hun familie hebben daar recht op. Het was mijn overtuiging – en ik hoop dat u die deelt – dat het toezichtsbeleid zich ook in alle transparantie moet ontwikkelen want de documenten die zullen worden geproduceerd, zijn onderworpen aan de openbaarheid van bestuur. Eenieder kan zich daar dan ook van vergewissen. Ook hier een voetnoot: het nieuwe Toezichtsdecreet zal trouwens een aantal van die inspectieverslagen tegensprekelijk maken met de klager. Ook dat is een nieuwe aanpak. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé (CD&V)

Minister, u hoort aan het applaus dat onze fractie enorm tevreden is met de evolutie die ook in deze legislatuur is gebeurd wat de controles en het toezicht betreft. U zegt het zelf: kwetsbare mensen hebben er nood aan. De vraag is er. De oudere mensen dienen ook beschermd te worden als ze zelf niet meer mondig genoeg zijn maar de familie hen wel goede zorg wil bieden. Als maatschappij zijn we het ook verplicht om te zorgen voor deze goede zorg. U hebt tot nu toe alle maatregelen genomen om daarvoor in te staan.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Minister, ik dank u voor omstandig antwoord. Ik ben niet verbaasd door de maatregelen die gisteren zijn aangekondigd, ik ben wel verbaasd door de laattijdigheid van al die maatregelen. Ook het Toezichtsdecreet komt te laat. U herinnert zich het debat in oktober 2017, anderhalf jaar geleden, naar aanleiding van de Pano-reportage die een aantal mistoestanden in de rusthuizen had blootgelegd.

Minister, ik blijf wat op mijn honger zitten wat het personeel betreft. De eerste en voornaamste klachten gaan inderdaad over een gebrek aan personeel in de woonzorgcentra maar ik vraag me af hoe het is gesteld met de personeelsomkadering binnen de Zorginspectie zelf. Zijn zij bij machte om al die woonzorgcentra op een adequate manier te controleren?

Jan Bertels (sp·a)

Minister, dat de Vlaamse overheid de kwaliteit moet borgen staat als een paal boven water, het zou er nog aan ontbreken. Maar ik wil u toch wijzen op de vaststellingen op het terrein. Ten eerste zal ik het agentschap Zorg en Gezondheid zelf citeren met betrekking tot een oorzaak die het aangeeft voor de klachten: "Onder druk van kostenbesparing worden de grenzen afgetast van de verplichte personeelsomkadering.”

Van die verplichte personeelsomkadering zeggen wij al lang, en dat hebt u toegegeven, dat die te klein is om een kwalitatieve zorg te verlenen.

Een tweede vaststelling is dat er een steeds grotere concentratie is, een schaalvergroting in een deel van de ouderenzorg, onder meer door het streven naar wat men noemt een grotere rendabiliteit. Grote internationale spelers, grotere internationale en commerciële rusthuisuitbaters worden steeds actiever in ons land. Ik verwijs onder meer naar de overname van Armonea recent. Dat is een grote maatschappelijke uitdaging. Hoe rijmen wij die grootschaligheid, die schaalvergroting met de kwetsbaarheid van ouderen in de woonzorgcentra? Hoe rijmen wij die grootschaligheid met de doelstelling die we allemaal hebben, namelijk buurtgerichte en mensgerichte zorg voor zorgbehoevende ouderen?

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

Ik dank de collega's voor deze belangrijke vraag. Ook voor mijn fractie zijn de kwaliteit en continuïteit van de zorg voor ouderen in die laatste zeer kwetsbare periode zeer belangrijk. Daar is al veel aandacht aan besteed. Twee weken geleden is hier het Woonzorgdecreet goedgekeurd.

Maar ik blijf toch vragen hebben bij de frequentie van die klachten. We hebben ongeveer 80.000 bewoners van rusthuizen en woonzorgcentra en we komen op ongeveer 200 klachten op jaarbasis. Zelfs wanneer we die opdelen in deelklachten, waren er vorig jaar ongeveer 700 en dit jaar 643. Dat is minder dan 1 procent. Als we die klachten differentiëren, komen we aan nog veel lagere aantallen.

Ik heb al vaker gewezen op het risico van onderregistratie, misschien door te weinig bekendheid van de Woonzorglijn, maar ook door schrik bij bewoners en hun familie. Minister, hoe kunnen we gaan naar een cultuur van meer openheid, ook ten aanzien van de bewoners en hun familie, in plaats van te belanden in een cultuur van ‘name and shame’?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Het is zeker belangrijk vast te stellen dat het aantal klachten stabiel is. Wanneer voorzieningen meermaals in de fout gaan of wanneer blijkt dat er twijfel is over de kwaliteit, is het niet meer dan normaal dat verscherpte controle wordt uitgevoerd. Er moet wel een nuance worden gemaakt: gaat het effectief over structurele of individuele problemen in die voorziening? Dat is echt wel een aandachtspunt.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, als de inspectie naar een rusthuis gaat, dan wordt daar een verslag van gemaakt. In een dergelijk verslag staat dan of er bijvoorbeeld twee handvaten zijn in het toilet, of er een protocol is over de toediening van medicijnen, of alle normen worden nageleefd. Dat zijn relevante en belangrijke zaken maar de vraag die ik hier absoluut mis, is of de oudere tevreden is over de zorg die hij of zij krijgt. Hebben de bewoners het gevoel dat ze met respect worden behandeld, dat ze de juiste zorg krijgen? Het gaat dan over de beleving van die mensen zelf.

Minister, ik hoor u graag zeggen dat u strenger zult inspecteren, zeker in die centra die de kantjes er aflopen maar ik wil ook vragen om op een andere manier te inspecteren en veel meer dan nu het geval is rekening te houden met de beleving van de oudere.

Minister Jo Vandeurzen

Om op de laatste vragen eerst te antwoorden: uiteraard! Als de overheid sociaal ondernemerschap wil stimuleren in al zijn variëteit, dan moet er gehandhaafd worden op de outcome en de kwaliteit. Als we minder regeltjes willen over vierkante meters en de hoogte van plafonds, dan zullen we instrumenten moeten maken om te objectiveren en om transparant te maken welke kwaliteit van zorg of dienstverlening men aan het einde van het verhaal heeft kunnen leveren met de publieke middelen. Dat is evident. Dat proberen we ook al jaren verder uit te rollen.

We hebben kwaliteitsindicatoren. We zullen er opnieuw maken, ook voor de residentiële ouderenzorg. We hebben kwaliteitskaders en zijn er ook aan het maken omtrent bijvoorbeeld levenseindezorg, precies omdat we ons toezicht- en handhavingsbeleid op een andere en meer kwalitatieve manier moeten kunnen invullen. Ook onze Zorginspectie schrijft zich helemaal in in die logica. Het is nogal evident dat we vooral rekenschap moeten vragen over wat er gebeurt met de middelen van de overheid op het vlak van kwaliteit van zorg en de prijzen die mensen moeten betalen, inzonderheid de meest kwetsbaren.

Ik ben het absoluut niet eens met de heer Bertels dat schaalvergroting gelijkstaat met anonimisering of minder goede zorg. Als dat waar zou zijn, dan hebben veel organisaties die in de dienstensector en andere sectoren actief zijn grote organisatorische problemen. Ik ben het absoluut niet eens met die stelling. Wellicht moeten raden van bestuur zich soms het tegenovergestelde afvragen. Als je goede hulp, dienstverlening en zorg wil leveren – dat is per definitie kleinschalig en zeer relationeel –, dan moet je er voor zorgen dat je backoffice zo efficiënt en goed mogelijk georganiseerd is. Dat is helemaal geen tegenstelling.

Ik ben er nooit pleitbezorger van geweest om schalen te vergroten enkel om schalen te vergroten. Raden van bestuur moeten zich bezinnen in een wijzigend zorglandschap over hoe ze hun missie kunnen waarmaken door ook allianties aan te gaan, efficiëntie-oefeningen te doen en de competenties in te kopen op het niveau waar dat mogelijk is. Dat lijkt mij eerder een houding van goed bestuur. Ik ben het daar dus absoluut niet mee eens!

Ik sluit me wel aan bij de heer Persyn die de cijfers wat in perspectief heeft gezet. Het gaat hier natuurlijk over het verslag van klachten. Dat is natuurlijk niet representatief voor alles wat er aan de orde zou kunnen zijn. Dit zijn mensen die een initiatief genomen hebben om een signaal te geven aan de overheid en de administratie. Het is zeker geen ijkpunt om te kijken of iedereen goed bezig is. Maar – dat is ook de moeilijkheid bij intensiever toezicht – het eerste dat ik als overheid graag zeg, is dat de meeste woonzorgcentra het goed tot zeer goed doen. Dat is wel degelijk ‘mainstream’ Vlaanderen.

Wij hebben de subjectieve ervaring van bewoners van woonzorgcentra enkele jaren geleden gemeten met enquêtes. Dat waren er duizenden, weliswaar bij die mensen die zich nog konden uitdrukken en eraan konden deelnemen. Wat er uitkomt op het niveau van de zorg, is goed tot zeer goed. Daar waar het minder of iets minder is, gaat het over het samenleven in het woonzorgcentrum. Dat is ook de reden waarom de shift van een eerder medisch model naar een zorg- en leefgemeenschap in het concept wordt gemaakt.

Ik ben ervan overtuigd dat het initiatief goed op zijn plaats komt. Er wordt 22 miljoen euro extra geïnvesteerd in personeelsomkadering. Op het einde van de legislatuur zullen we meer dan 100 miljoen euro geïnvesteerd hebben, alleen al in de versterking van het personeel in de woonzorgcentra. Ook onze Zorginspectie is ondertussen versterkt. Ik denk dat we op dat vlak wel stappen vooruitzetten.

Woonzorgcentra moeten ook op een professionele manier kunnen omgaan met klachten. Binnenkort houden we een studiedag over klachtenbehandeling in woonzorgcentra met de betrokken sector uiteraard, omdat men daar op een professionele manier moet mee omgaan. Dat is niet altijd bedreigend en men moet er ook uit leren en er een kwaliteitsbeleid mee kunnen voeren. Ook dat signaal willen we duidelijk geven aan de sector.

Griet Coppé (CD&V)

Minister, dank voor uw uitgebreid antwoord. Tot slot wil ik beamen dat heel veel personeel zich dagdagelijks zeer goed inzet om alle mogelijke kwaliteit aan zorg te bieden voor kwetsbare ouderen. Ook de directies, kaders en koepels moeten ogen en oren durven openzetten om te kijken en te horen wat er leeft op de werkvloer, om zo de best mogelijke kwaliteit te kunnen bezorgen aan de ouderen.

Ortwin Depoortere (Vlaams Belang)

Het Vlaams Belang heeft altijd al gepleit voor betaalbare, kwaliteitsvolle zorg. Wat betaalbaarheid betreft, stel ik vast dat deze meerderheid de maximumfactuur in de ouderenzorg niet wil invoeren. Ouderen met een minimumpensioen kunnen de gemiddelde rusthuisfactuur niet betalen. Ik stel vast de kwaliteit van de zorg nog altijd een pijnpunt blijft.

Het Vlaams Belang vraagt om onze mensen te beschermen, minister. Zorg voor voldoende publieke middelen zodat onze ouderen zich geen zorgen hoeven te maken over hun oude dag. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Jan Bertels (sp·a)

Ik wil nog even iets rechtzetten, minister. Ik ken u niet als een minister die mij ongenuanceerd woorden in de mond legt. Ik heb niet gezegd dat grootschaligheid tot minder kwalitatieve zorg leidt. Ik heb u wel gevraagd hoe u die grootschaligheid wilt rijmen met kwalitatieve zorg. U geeft er, wat mij betreft, gelukkig een correct antwoord op. De zorg zélf moet kleinschalig georganiseerd worden. De backoffice mag grootschalig georganiseerd worden, maar de zorg zelf moet kleinschalig georganiseerd worden. Dat is wat we nodig hebben, kleinschalige zorg. Dat is zorg waar de zorgbehoevende ouderen een beleving kunnen hebben en waar ze in een zorg- en leefgemeenschap leven, zoals u zelf hebt aangehaald.

Dat is voor ons belangrijk. Ik citeer wat er onlangs in de media stond, en we zijn het daar absoluut mee eens: de zorg zelf mag voor ons geen beursgenoteerd product worden. Zorg is geen louter commercieel product, minister, dat mag het ook niet zijn. Ik hoop dat u het ermee eens blijft dat de zorg kleinschalig en buurtgericht moet blijven. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.