U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 februari 2019, 14.02u

Voorzitter
van Lorin Parys aan minister Jo Vandeurzen
263 (2018-2019)

De heer Parys heeft het woord.

Voorzitter, minister, het is vandaag 6 februari, de Internationale Dag tegen Vrouwelijke Genitale Verminking. Er is echt een stille oorlog bezig tegen jonge meisjes en vrouwen op dit vlak. Wereldwijd zijn de geschatte cijfers ongelooflijk.

Naar aanleiding van een studiedag die partijgenoten van mij gisteren in het Europees Parlement hebben georganiseerd, namelijk Assita Kanko, Zuhal Demir, Elke Sleurs en Anneleen Van Bossuyt, zijn een aantal cijfers voor België naar boven gekomen. Minister, die waren verontrustend. Er zouden meer dan 17.000 vrouwen en meisjes in België rondlopen die genitaal verminkt zijn. Er zijn meer dan 8500 meisjes in gevaar. Gisteren is er een chirurg komen getuigen in het Europees Parlement over het feit dat dit effectief een misdrijf is dat op jonge meisjes wordt gepleegd.

Minister, ik heb u hierover een aantal vragen gesteld. Mijn meest recente vraag was of we hierover in het systeem van de integrale jeugdhulp cijfers bijhouden. U hebt toen geantwoord dat in de integrale jeugdhulp dergelijke gevallen worden tegengekomen, maar dat noch het Meldpunt 1712, noch de Vertrouwenscentra Kindermishandeling, noch het ondersteuningscentrum, noch de sociale diensten van de jeugdrechtbanken die cijfers systematisch bijhouden.

Dit is iets wat ik met aandrang wil vragen. Indien we het probleem willen bekampen en die stille oorlog willen winnen, moeten we ons wapenen. Het eerste wapenfeit dat we moeten leveren, is weten hoe groot het probleem is. Mijn eerste vraag is dan ook om die cijfers bij te houden.

Ik heb nog een tweede vraag.

Mijnheer Parys, hier wordt slechts één vraag gesteld.

Voorzitter, ik heb nog enkele seconden.

Minister, u hebt 41.000 euro uitgetrokken. Mijn vraag is hoeveel meisjes we daarmee eigenlijk kunnen helpen.

Mijnheer Parys, uw vraag is dus wat er kan gebeuren met die 41.000 euro.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, het is goed dat er aandacht voor deze problematiek is en dat die aandacht regelmatig wordt herhaald. Ik moet er echter op wijzen dat de strijd tegen vrouwelijke genitale verminking voor Kind en Gezin en de andere partners eigenlijk al lang deel uitmaakt van de fundamentele strijd tegen kindermishandeling. De administratie heeft me gevraagd nog eens echt te benadrukken dat dit helemaal in de preventieve aanpak is geïntegreerd.

Kind en Gezin geeft opleidingen en heeft vormingspakketten. Ook tijdens de opleiding van de medewerkers wordt hier specifiek aandacht aan besteed. Er is vorming in verband met de herkenning van risico’s. Er zijn methodieken beschikbaar die ook worden toegepast. Binnen Kind en Gezin wordt het advies gegeven met ouders preventieve gesprekken te voeren. Er kan advies worden ingewonnen bij experts die daarvoor ter beschikking staan. Kortom, Kind en Gezin heeft van meet af aan heel uitdrukkelijk aandacht voor deze problematiek in de generieke preventieve werking.

Er is een vormingsaanbod, mede georganiseerd door vzw Groep voor de Afschaffing van vrouwelijke genitale verminking (GAMS), dat heel specifiek op de consultatiebureaus en hun artsen is gericht. Er zijn regio’s waar de risico’s manifest groter zijn en hier wordt ook extra vorming gegeven. In alle consultatiebureaus ligt een preventiepakket over genitale verminking ter beschikking waarmee de artsen en de verpleegkundigen actief aan de slag kunnen.

Mijnheer Parys, u hebt me gevraagd wat er met dat geld is gebeurd. Het is de bedoeling de acties van Kind en Gezin te versterken door ook in de werking van de Huizen van het Kind de aandacht voor deze problematiek aan te scherpen. Met de vzw GAMS is afgesproken dat een werking zal worden ontwikkeld die de werking van de Huizen van het Kind kan ondersteunen. Het gaat dan zowel om de bevordering van de deskundigheid als om de organisatie van gespreksmomenten en dergelijke.

De vzw heeft een voorstel ingediend, maar Kind en Gezin heeft geoordeeld dat het beter zou zijn dit niet projectmatig aan te pakken en elk jaar opnieuw een projectprocedure te moeten starten. Er is dan ook voor geopteerd dit recurrent te doen, wat meteen de reden is waarom een ministerieel besluit is opgesteld dat zich nu bij de Raad van State bevindt. Hierdoor zal de vzw recurrenter kunnen beschikken over budgetten die overigens een paar duizenden euro’s hoger liggen dan in het oorspronkelijk voorstel werd gesuggereerd. Ik denk dat dit een goede benadering is die past in een bredere en behoorlijk ingeburgerde aandacht voor deze problematiek bij Kind en Gezin. Dit moet helpen de werking van de Huizen van het Kind op dat vlak te versterken.

Daarnaast zijn er nog andere partners. Met de vzw INTACT is een toolkit opgesteld met betrekking tot detectie en doorverwijzing. Die toolkit is verspreid onder alle ondersteuningscentra in de jeugdzorg en alle sociale diensten in de jeugdhulp. Domus Medica organiseert in verband met de opvang van asielzoekers de nodige vorming over dit onderwerp. Op de website www.zanzu.be wordt in voor de mensen heel begrijpelijke taal uitleg en informatie gegeven.

Tot slot wil ik nog eens benadrukken dat dit voor ons past in de strijd tegen kindermishandeling en in de ketenaanpak. De Family Justice Centers zijn terecht allemaal gevoelig voor dergelijke issues.

Bedankt voor uw antwoord, minister. Ik ben blij dat er een aantal initiatieven worden genomen. Dat is goed. Wij steunen dat uiteraard. Maar ik herhaal mijn vraag van daarnet: waarom kunnen we niet gewoon, wanneer we die meisjes zien die slachtoffer zijn of dreigen te worden, bijhouden in onze registratiesystemen over hoeveel kinderen het gaat, zodat we ons beleid nog beter kunnen afstemmen op de reële noden op het terrein?

We hebben een brede aanpak nodig, daar geef ik u gelijk in. Artsen zouden bijvoorbeeld ook moeten worden gesensibiliseerd om een meldcode te hebben. We moeten ervoor zorgen dat het parket dit soort zaken ook effectief vervolgt. Het Verenigd Koninkrijk heeft nu net een moeder veroordeeld voor de genitale verminking van haar dochter. We zouden de bekendheid van het expertisecentrum van het UZ Gent rond vrouwelijke genitale verminking beter bekend kunnen maken. En we zouden er uiteraard voor kunnen zorgen dat we meisjes die plots worden meegenomen op reis, soms naar hun land van oorsprong, met het risico om daar besneden te worden, beter kunnen wapenen. Want daar gaat het natuurlijk over. Je moet die jonge kinderen eigenlijk de veerkracht geven om te zeggen: ‘Wat hier met mij dreigt te gebeuren, klopt niet. Ik wil daartegen optreden.’

Mevrouw de Bethune heeft het woord.

Minister, ik wil u bedanken voor het feit dat het werk van GAMS nu structureel wordt ingebed in het werk van Kind en Gezin en de Huizen van het Kind – zo heb ik het toch begrepen. Wij vragen dat al jaren, dat die organisatie niet leeft van projectsubsidie, maar dat ze op een structurele manier die knowhow ten dienste kan stellen. Als ik u nu kan volgen, is dat een bijzondere vooruitgang, die we echt willen waarderen.

Ik wil graag inpikken op wat collega Parys vraagt rond registratie, de rol van artsen enzovoort. Dat is precies wat onze federale CD&V-collega Els Van Hoof in de Kamer probeert te doen. Ze heeft daar al verschillende wetsvoorstellen geschreven. Nu is een voorstel aan de orde dat artsen de kans moet geven om het beroepsgeheim te lichten om bepaalde gevallen – het is geen plicht, maar een recht – te kunnen melden. Het is een federale bevoegdheid, maar dat sluit niet uit dat er samenwerking met de gemeenschappen kan gebeuren in het kader van preventie. Men kan daar Justitie en de gezondheidszorg vatten. Ook wat collega Parys zegt over reizen naar het buitenland: dat zijn punten waar onze federale collega en de andere collega's in de Kamer uitstekend werk rond verrichten. Dat mag ook eens worden gezegd in het kader van het Vlaams Parlement.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Genitale verminking is een problematiek die veel te lang onderschat is en die ook maar één aspect is van geweld tegen vrouwen in het algemeen. Wereldwijd krijgen 3,8 op de 10 vrouwen te maken met een of andere vorm van geweld. Dat moet dus hoger op de agenda komen. Het is een complexe problematiek. Het gaat over welzijn, gezondheid, integriteit. Sensibilisering is daar zeer belangrijk bij, zowel door artsen als door Kind en Gezin.

In de Senaat hebben we een informatieverslag gemaakt rond vrouwenrechten. Ook die problematiek is daar uitgespit. Er zijn twee aanbevelingen waarvan ik wil weten hoe u ertegenover staat, minister. Het zou goed zijn, denken wij, dat bij ontwikkelingssamenwerking specifiek aandacht gaat naar die problematiek, dat reproductieve seksuele gezondheid aangekaart wordt in het kader van die bilaterale dialoog. En hoe staat u ertegenover om samen te werken met de federale overheid om parketten te vragen om echt strafrechtelijk te vervolgen? Strafrechtelijke vervolging lijkt ons de beste sensibiliseringsmanier, als manier van afschrikken.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Collega's, het spreekt voor zich dat er een ketenaanpak nodig is. Je moet gaan kijken hoe je meisjes kunt sensibiliseren en weerbaar maken, je moet tegelijk gaan opsporen waar de praktijken gebeuren en in welke omstandigheden, en inderdaad ook bestraffen en sanctioneren als je mensen daarop betrapt.

Ik hoor u graag zeggen, minister, dat er vanuit de Vlaamse overheid en Kind en Gezin al veel gebeurt. Dat er nog meer moet gebeuren, blijkt ook uit de cijfers. Die kan niemand ontkennen. Dat er structurele financiering komt, lijkt me een goede zaak.

Wat mij hier van het hart moet, collega's, is dat op het moment dat de structurele financiering wordt aangekondigd, op dezelfde dag vanuit dezelfde meerderheid die die beslissing neemt, wordt geschoten dat het niet genoeg is.

Genitale verminking is niet iets waarover we politieke spelletjes moeten spelen. We zijn allemaal één, hand in hand moeten we hiertegen strijden. Het is geen thema dat ons verspreidt. Daarom vraag ik u: als 41.000 euro niet genoeg is, mag het dan meer zijn? U zult de oppositie niet tegen hebben, maar kom met een plan dat voldoende is, dat dit aanpakt en maak er geen politiek spel van. (Applaus bij Groen, sp.a en CD&V)

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord.

Het is zeer goed dat op een dag als vandaag genitale verminking hier speciale aandacht krijgt. Ik hoor ook graag van de minister dat dat meer dan alleen vandaag is. Maar hoe hypocriet kan men hier zijn dat men de bron van die gruwelijke, criminele feiten die plaatsvinden in ons land, in deze hele discussie niet eens noemt?

De bron is de massa-immigratie en de islam. Vrouwelijke genitale verminking bestond hier niet tot de islam hier is geïmporteerd. Het is de islam die vrouwen als tweederangsburgers klasseert. Het is een ideologie die we hier in de hand moeten houden en die we hier niet kunnen tolereren. We moeten het lef hebben om de oorzaak, de ideologie te benoemen die vrouwen klasseert als gebruiksvoorwerpen. Als we dat niet durven benoemen, dan zullen we nog heel lang met deze problematiek rondlopen. Die criminele feiten zullen dan niet ophouden.

Heren van de meerderheid, ik vraag me af waarom het Vlaams Parlement de islam nog altijd subsidieert, waarom we nog altijd moskeeën subsidiëren, want dat is de oorzaak. Die ideologie, de ideologische islam zorgt ervoor dat vrouwen hier slachtoffer worden van zeer gruwelijke, criminele feiten.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, zoals het vaak gebeurt, past de bevoegdheidsinvulling in Vlaanderen voor zo'n fenomeen beter en het best in een geïntegreerde aanpak. Dat is heel duidelijk. Als de vraag is: bent u bereid om bijvoorbeeld rond registratie, maar ook rond een consequente ketenaanpak ons in te schrijven in een aanpak samen met het Openbaar Ministerie en met de partners in Volksgezondheid, dan is het antwoord uiteraard: ja. We hebben er alle belang bij om de zaken op een geïntegreerde manier aan te pakken.

Met alle excuses, mijnheer Parys, maar ik had uw vraag niet zo begrepen dat het over de registratie als dusdanig ging. Natuurlijk zijn wij bereid om na te gaan hoe we tot uniforme definities kunnen komen en hoe we een afstemming kunnen doen. Dat is trouwens niet de enige kwestie waarin we dit soort afstemming moeten trachten te realiseren. Als je het hebt over tienerpooiers en slachtoffers van tienerpooiers, dan heb je ongeveer dezelfde discussie over de aansluiting op de justitiële benadering en de consequente aanpak daarvan.

Dus ja, ik ben absoluut bereid. Mocht blijken dat in het federaal parlement op het vlak van beroepsgeheim een kader kan worden gecreëerd, dan zal dat alleszins een aantal zaken faciliteren. Of het nu over de huisarts gaat die een vorming heeft gevolgd bij Domus Medica in het kader van het omgaan met asielzoekers, of het gaat over hulpverleners in de welzijnssector, het beroepsgeheim is natuurlijk altijd een issue. Dat weet u. Het Belgisch parlement heeft op dat vlak al wel belangrijke nieuwe kaders gecreëerd. Als het in dit geval specifiek rond dit thema ook gebeurt, is het misschien toch goed om op dat moment te kijken naar hoe je dat verbreedt tot wellicht ook hulpverleners, die daarmee worden geconfronteerd.

A priori ben ik dus absoluut bereid om aan die oefening deel te nemen. Nogmaals, de inspanningen die we doen naar de vzw dient om die in staat te stellen onze Huizen van het Kind rond dit specifieke item te ondersteunen. Het is niet de bedoeling dat daar alles terechtkomt, maar het is vooral belangrijk dat die zaken breed kunnen worden ingevuld, dat de competenties worden verhoogd en dat er in concrete situaties een ondersteunend aanbod is als het over preventie en gezinsondersteuning gaat.

Minister, ik ben tevreden omdat we vandaag toch weer een hele kleine stap naar een iets betere wereld hebben gezet. Enkele weken geleden heb ik u de vraag gesteld: wilt u alstublieft die registratie doen en wilt u alstublieft een studie maken over de omvang van het probleem in Vlaanderen?

Het antwoord dat u me toen hebt gegeven, was: neen, wij zien daar het nut niet van in. Vandaag zegt u: ja, ik wil me wel inschrijven in die brede aanpak. Daar hoort ook bij: kijken naar hoe we die registratie het best zouden opzetten. Daarmee ben ik heel tevreden, want dan fietsen we niet langer in het ijle over een heel belangrijk probleem dat veel te vaak verborgen blijft. Ik ben dus blij dat we vandaag een hele kleine stap vooruit hebben kunnen zetten.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.