U bent hier

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, ik ga het niet hebben over memoranda, ondanks het feit dat het volgende thema ook in een memorandum staat dat gisteren werd bekendgemaakt door het GO!. Ik wil het wel hebben over de overkant van deze straat. Dat is dan het federaal parlement, waar we al gedurende twintig jaar verschillende wetsvoorstellen hebben gekregen die om verschillende redenen nooit tot de finale stemming zijn gekomen. Het gaat om wetsvoorstellen om de leerplichtleeftijd in België, een van de laatste bevoegdheden die het federale België nog heeft over onderwijs, naar beneden te halen.

Het goede nieuws is dat er een redelijk brede meerderheid is in dat federaal parlement. Federale meerderheden bestaan nog, maar het zijn misschien niet altijd de klassieke combinaties. Als je gaat kijken naar welke partijen allemaal een wetsvoorstel hebben ingediend – de onze is maar een van de zes partijen die een voorstel hebben ingediend – dan stemt het ons hoopvol dat men nu toch wel eens de knoop zal doorhakken. Misschien heeft het parlement in de gegeven omstandigheden zelfs net iets meer vrijheid, of ‘dash’, of tanden, om dat erdoor te krijgen.

Alleen stellen we vast dat men aan de overkant nu naar deze kant kijkt. Minister, ik heb er u enkele maanden geleden al een schriftelijke vraag over gesteld omdat de Raad van State terecht opmerkt dat dergelijke wetsvoorstellen impact hebben op de gemeenschappen. Zij moeten uiteindelijk met de gevolgen van een wetsvoorstel over de daling van de leerplichtleeftijd gaan werken. De gemeenschappen moeten dus advies geven.

Als ik correct ben ingelicht en afgaand op wat er gisteren in de desbetreffende commissie in de Kamer is gezegd, dan zijn die adviezen er nog niet en houdt men de bespreking even on hold tot die adviezen er zijn.

Mijn vraag aan u als vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschap is eenvoudig. Wat is het advies dat de Vlaamse Gemeenschap gaat geven aan de collega's van de Kamer van volksvertegenwoordigers over de impact van zo'n verlaging op het Vlaams onderwijs?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Collega De Ro, u hebt het correct geschetst. In de commissie is de behandeling uitgesteld om Vlaanderen toe te laten een advies te geven. We hebben een tijd geleden een adviesvraag gekregen en we proberen er een correct zicht op te krijgen.

Op zich is geen enkele van de meerderheidspartijen tegen een mogelijke verlaging van de leerplichtleeftijd naar vijf jaar. In de nieuwe kinderbijslag zijn stimuli opgenomen voor als kinderen naar de eerste kleuterklas gaan en voldoende aanwezig zijn, en stimuli voor als men dan naar de tweede kleuterklas gaat en voldoende aanwezig is. Als je de leerplicht dan op vijf jaar legt, weet je dat er ook een stimulus is om de kinderen op vijf jaar naar school te laten gaan.

Collega De Ro, het gaat hier wel over leerplicht en niet over schoolplicht. Als je de leerplicht verlaagt naar vijf jaar, dan heeft dat niet noodzakelijk tot gevolg dat alle kinderen naar school gaan. Het zou betekenen dat er ook kinderen thuisonderwijs krijgen en dat we moeten zorgen voor leerplichtcontrole vanaf de derde kleuterklas. Dat is een extra budgettaire uitgave voor Vlaanderen. Je moet afwegen wat het belangrijkste is: het feit dat er leerplicht is of het feit dat er extra uitgaven zijn.

Een veel groter effect is er door de link met de levensbeschouwing. U weet dat er in de Grondwet staat dat je recht hebt op levensbeschouwelijk onderwijs vanaf de leerplicht. Nu is dat dus vanaf het eerste leerjaar, vanaf zes jaar. Als we dat op dezelfde wijze zouden vertalen naar de derde kleuterklas, dan zou je, als je het op identieke wijze doet, in de derde kleuterklas gedurende twee uur per week in het officiële onderwijs, kinderen moeten scheiden volgens hun levensbeschouwing. Dat zou ook een budgettaire impact hebben die, zo meldt men mij, iets meer dan 20 miljoen euro zou kunnen bedragen.

Is het verplicht dat we het zo organiseren? Dat zijn wij aan het onderzoeken. Ik probeer er ook creatief in te zijn door na te gaan hoe je toch kunt voldoen aan het grondwettelijk aanbod en een derde kleuterklas op een andere manier kunt inrichten. We hebben daar wat tijd voor nodig.

Er is een niet te verwaarlozen effect in het kader van de financieringswet. Nu worden de leerlingen meegerekend vanaf zes jaar. De vraag is wat je gaat doen. Ga je ze meetellen vanaf vijf jaar? Wordt de budgettaire enveloppe dan groter? Ik zou daar graag een antwoord op willen hebben want dit is natuurlijk belangrijk voor de financiering van Vlaanderen.

Een vierde mogelijk effect is de omkadering. Voor mij is het belangrijk dat we, als we de leerplicht gaan verlagen, de omkadering inzake administratie voor de leerlingen in het derde leerjaar gelijk maken aan die van het basisonderwijs. Dat kost ook een paar miljoen euro. U weet dat één van mijn stokpaardjes is dat de werkingsmiddelen in het kleuteronderwijs lager zijn dan die in het basisonderwijs. Ook hier moeten we nagaan of we dit niet onmiddellijk gelijk moeten maken. Het zou 13 of 14 miljoen euro kosten.

Collega De Ro, je kunt een budgettaire plaatje maken maar eigenlijk moeten we nagaan wat de meerwaarde is voor de kinderen. Nu gaat ongeveer 99 procent van de vijfjarigen naar school. 98 procent gaat voldoende naar de kleuterschool. We moeten nagaan of de leerplichtverlaging en de mogelijke kosten die ermee gepaard gaan, positief zijn en in het belang van ouders en kinderen. Als dat zo is, moeten we ervoor gaan, maar die afweging willen we toch in alle objectiviteit maken. De andere gemeenschappen zeggen: ‘Doe maar.’ Voor ons is het, zoals in alle dossiers, van belang om grondig te onderzoeken, maar wel met een positieve blik. Ik sta zeker niet afkerig tegenover het stimuleren om kinderen om op zo jong mogelijke leeftijd naar school te laten gaan.

Jo De Ro (Open Vld)

Het is de eerste vraag die mensen stellen: is het nodig? 99 procent voldoende aanwezigheid ligt ver boven 95 procent. Moet je dan nog ingrijpen? Het antwoord van onze partij, en blijkbaar van vele partijen in het federale parlement, is ‘ja’. We worden nog vaak geconfronteerd met kinderen die minder naar school gaan. Vlaanderen doet veel inspanningen via de kinderbijslag. Gemeenten doen inspanningen via mensen die tussen school en de ouders pendelen. Maar de vraag waarom de Vlaamse Gemeenschap en de school kinderen pas vanaf zes jaar leerplichtig maken, komt vaak voor. Eigenlijk is dat ook correct. Het is een evolutie geweest over vier decennia, van opvang voor de leerplicht tot volwaardig onderwijs. Ik hoop dat veel kleuteronderwijzers dit debat ook volgen want het is een vorm van appreciatie.

We appreciëren het belang van het kleuteronderwijs voor kinderen steeds meer. Het logisch antwoord moet dan ook zijn dat we de leerplicht verlagen en onderzoeken hoe we dit kunnen realiseren in plaats van ons te laten weerhouden door zaken die al twintig of dertig jaar worden opgeworpen. De Grondwet verplicht ons dan een vorm van godsdienst te geven. Ik denk dat er in dit halfrond maar weinigen staan te springen om kindjes van drie of vier jaar oud al godsdienstonderwijs te geven, maar wel om ze meer naar school te halen.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, ik zou me willen aansluiten bij het pleidooi voor de verlaging van de leerplicht. Ook mijn partij heeft in het federaal parlement een wetsvoorstel en een voorstel tot herziening van de Grondwet klaarliggen. We moeten er vooral de maatschappelijke baten bijnemen. Er is veel bewijs dat aantoont dat hoe jonger kinderen leren, schoollopen en samen leren en leven, hoe beter dat is voor de gemeenschap en voor hun ontwikkeling. Dat hoeft voor ons echt niet met levensbeschouwelijk onderricht. Daar vinden we wel een oplossing voor. Wat ons betreft, mag dit best iets kosten.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, mijn partij is mede-indiener van het voorliggend wetsvoorstel en wij zijn daar dus uiteraard ook voor. ‘Les excuses sont faites pour s’en servir.’ Ik denk dat er altijd wel redenen zullen zijn. Die levensbeschouwelijke vakken worden al heel lang aangehaald. Als we dat willen, denk ik dat het zeer gemakkelijk is daarvoor een oplossing te vinden.

Ik denk dat het belangrijk is de leerplichtleeftijd te verlagen. In plaats van de manieren waarop we dat nu doen, met omfloerste halve dagen, zou dit voor duidelijkheid zorgen. Kinderen moeten nu een taaltest afleggen indien ze onvoldoende aanwezig waren en dergelijke.

Het voordeel van een verlaging van de leerplicht is dat het kleuteronderwijs volwaardig onderwijs wordt en dat de financiering dan moet volgen. Het kleuteronderwijs zal dan volwaardig worden gefinancierd en is heel belangrijk. Nu is dat nog steeds niet het geval omdat ervan wordt uitgegaan dat die kleutertjes toch niet voltijds gaan en er dus wat minder kan worden gefinancierd. Kleuteronderwijs is volwaardig onderwijs en moet volwaardig worden gefinancierd. Ik stel voor dat we dit voorstel vanuit Vlaanderen steunen en op die manier het federaal parlement een signaal geven.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Voorzitter, dit is een belangrijk debat, maar ik wil een aantal zaken aanhalen die we niet mogen onderschatten.

Ten eerste is er de doelstelling. De doelstelling is ervoor zorgen dat kinderen vroeger goed onderwijs krijgen. Met een leerplicht zijn we daar niet zeker van, want het kan thuisonderwijs zijn.

Ten tweede trekken we met een leerplicht, zoals in het advies van de Raad van State staat, automatisch het levensbeschouwelijk onderwijs binnen. Dat zou ongeveer 21 miljoen euro kosten. Ik denk dat dit de doelstelling niet kan zijn.

Ten derde hadden we ooit een gigantisch voordeel met de Lambermont-turbo. Dat is hier nog niet vermeld. Ik denk dat we daar in verband met de Bijzondere Financieringswet eens opnieuw over moeten spreken. Tijdens de recentste herziening van de Bijzondere Financieringswet is de Lambermont-turbo eruit geschreven. Misschien moet dat opnieuw worden opgenomen.

Ten vierde is er de doelstelling dat kinderen Nederlands leren. Ik heb het niemand horen zeggen, maar taalbaden kunnen in de lagere school.

We zijn voor een verlaging van de onderwijsplicht, maar niet met een gigantische meerkost op het vlak van levensbeschouwing.

De voorzitter

Mijnheer Daniëls, is die Lambermont-turbo te koop op het Autosalon?

Voorzitter, dat zit niet in de groepsaankoop.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, ik wil zeer duidelijk zijn. Kleuters moeten hoe dan ook maximaal participeren, maar ik moet zeggen dat we op het vlak van kleuterparticipatie wereldkampioen zijn.

Minister, u hebt gesteld dat de leerplicht een kostprijs van meer dan 20 miljoen euro zou hebben. Mijn vraag is hoeveel kleuters dan effectief meer aan het kleuteronderwijs zullen participeren. Daarnet is al gesproken over heel wat zorgen in het basisonderwijs. Misschien moeten we durven prioriteiten stellen. De vraag is dan wat prioritair is. We moeten opletten geen inspanningen te leveren die ten aanzien van de kostprijs disproportioneel zijn.

Ik besluit waar ik begonnen ben: kleuterparticipatie is bijzonder belangrijk.

Collega’s, er liggen vandaag veel vragen op tafel voor Onderwijs. Ik heb goed geluisterd naar alle pleidooien. Groen en sp.a, ik weet dat jullie indieners zijn van voorstellen. De Raad van State heeft wel gezegd dat het verlagen van de leerplicht naar drie jaar disproportioneel is. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Maar dat geldt niet voor vijf jaar, en daar kan ik mij ook wel iets bij voorstellen. De derde kleuterklas, die voorbereidt op het eerste leerjaar, is zo ontzettend belangrijk, opdat je goed voorbereid aan de start komt.

Het klopt ook, collega’s, dat niet alle landen het systeem hebben van bij ons. Wij hebben volwaardig kleuteronderwijs. In Duitsland is dat de Kindergarten. Daar denken ze: kleuteronderwijs, hoe zit dat dan precies? Veel landen kijken daar dus helemaal anders naar.

Maar nog eens, ik sta daar op zich positief tegenover. Ik heb er geen probleem mee dat we de leerplicht zouden verlagen naar vijf jaar. Ik vind wel, in tegenstelling tot sommige anderen, dat we alle effecten daarvan goed in kaart moeten brengen, zodat we weten waaraan we beginnen. Ik ben niet bereid om de eerste 20 of 25 miljoen euro die we in de allerkleinsten investeren, te laten gaan naar de opsplitsing van kinderen in allerhande groepjes om dan levensbeschouwing te krijgen. Ik vind dat we dan beter investeren in extra leraars in de klas. Daar moeten we een oplossing voor vinden. Dat is ook de reden waarom we daar binnen Vlaanderen en binnen de Vlaamse Regering heel grondig over gaan overleggen, om te kijken hoe we dat op een positieve manier kunnen formuleren.

Op zich heb ik nog van niemand zware reticenties gehoord tegen het principe van de verlaging, maar we willen de budgettaire effecten zeer goed kennen en elke euro die we extra investeren, op een zo goed mogelijke wijze investeren, en niet in zaken waarvan we overtuigd zijn dat ze niet het grootste rendement hebben voor jongeren. Daar moeten we een oplossing voor vinden.

Jo De Ro (Open Vld)

Collega’s, minister, het momentum is daar om de leerplicht te verlagen. Dat is eind vorige legislatuur ook al eens gedacht in de Kamer van volksvertegenwoordigers, maar ik denk dat de geesten er nu echt wel rijp voor zijn. Ik heb er niemand van de collega’s voor horen pleiten om dat aspect van de Grondwet voor kleutertjes ook effectief uit te voeren zoals we dat tot nu toe al vijftig, zestig, zeventig jaar doen in de rest van het leerplichtonderwijs. En dan denk ik dat het advies van de Raad van State wel wat ruimte voor interpretatie geeft en dat er ruimte is voor creativiteit.

Vanuit onze fractie denk ik dat het zeer belangrijk is om kinderen zeer snel en zeer veel naar school te krijgen: voor de allerzwaksten nog belangrijker dan voor anderen, maar het is voor alle kinderen goed. En dan sluit ik me aan bij wat wetenschappers ook zeggen: dan moet Vlaanderen ook het kleuteronderwijs financieren zoals het het andere leerplichtonderwijs financiert. Ook daar zijn de geesten rijp voor, bij meerderheid en oppositie, om dat in de komende twee legislaturen ook te gaan doen. Nagels met koppen slaan, dat kunnen we nu de komende weken zeker doen.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.