U bent hier

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Axel Ronse (N-VA)

Minister, we hebben de discussie over de fameuze jobkorting of jobstimulans hier een dikke maand geleden gevoerd. Die werd ook uitgebreid gevoerd in de media. Ik wil die hier niet opnieuw voeren. Ik wil me wel focussen op het belang van de bredere discussie, die Voka heeft aangewakkerd, namelijk het feit dat we hier in Vlaanderen met ongeveer 50.000 openstaande vacatures zitten en dat er voor bijna de helft van die vacatures geen enkele diplomavereiste is. Men moet niets specifieks kennen of kunnen en kan direct starten. Tegelijkertijd hebben we 200.000 werkzoekenden, waarvan begin 2018 ongeveer 18.000 echt langdurig werkzoekend. Toch raken die vacatures niet ingevuld. Het debat werd hier al heel vaak gevoerd. Het gaat uiteraard niet over louter Vlaamse bevoegdheden. Er zijn al heel wat maatregelen geweest. We sparen kosten noch moeite om mensen om te scholen. Er is de fameuze arbeidsdeal, die nu ten dele uitgerold wordt. Er is ook het hele verhaal – en dat is wat Voka aanhaalt – rond het verschil tussen werken en niet-werken op het vlak van netto-inkomsten, lonen en bij langdurig werkzoekenden die te dicht zitten bij datgene wat men bij een werkloosheidsuitkering ontvangt.

Vandaar mijn vraag, minister. Wat zijn volgens u de beste maatregelen die we kunnen nemen op het vlak van arbeidsmarkt om net die mensen die in een lagere loonschaal zitten of in de langdurige werkloosheid zitten, aan de slag te helpen, zodat al die vacatures worden ingevuld?

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Voorzitter, minister, steeds meer mensen met een job hebben moeite om rond te komen. Het gaat over personen die niet in de armoedestatistieken terechtkomen omdat hun inkomen net boven de armoedegrens ligt. Het gaat over de laagste lonen: postbode, zorgkundige, winkelbediende… Dat zijn mensen die keihard werken, maar als ze een tegenslag meemaken – een echtscheiding, een onverwachte factuur, ziekte – dreigen ze in de armoede terecht te komen. Dat probleem kaarten we al langer aan. Gisteren werd dat ook nog bevestigd door het onderzoek van Minerva, waarbij men aanstipt dat de groep van de lagere middenklasse groeit en dat de onzekerheid binnen die groep ook toeneemt en dat de overheid er niet in slaagt om die onzekerheid weg te werken.

In diezelfde week vraagt ook Voka aandacht voor de werknemers die werken aan die laagste lonen.

Voka zegt dat werken lonender moet worden en vraagt aan de regering om 100 euro netto extra te geven aan die werknemers. U hebt dat voorstel weggewuifd, en gezegd dat werknemers via de taxshift genoeg overhouden en dat u in opleiding investeert.

Minister, door dat voorstel van Voka weg te wuiven, gaat u de onzekerheid van die werknemers niet oplossen. U zou de stijgende onzekerheid die er is, onder ogen moeten zien. De manier om dat op te lossen, is volgens ons niet door een Vlaamse jobkorting, maar wel door de minimumlonen te verhogen en door de lasten op de laagste lonen te verlagen. Dat is een federaal initiatief.

Minister, bent u bereid om ten aanzien van de werkgevers te zeggen dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de minimumlonen moeten verhogen, en ten aanzien van uw federale collega’s ervoor te pleiten dat men de lasten op die laagste lonen verder verlaagt.

De voorzitter

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Mijn oren zijn al beginnen te tuiten na de inleiding van mijn collega. Minister, ik was er ook op de receptie van Voka. U hebt wellicht de voorstellen ook gelezen, want u hebt erop gereageerd.

Voka heeft een aantal voorstellen gedaan. Zij roepen niet meer over ‘jobs, jobs, jobs’, maar over ‘mensen, mensen, mensen’, en dat is niets nieuws. We hebben het er al een paar keer over gehad in de commissie: die arbeidskrapte is nog altijd niet opgelost. Zij zijn echt vragende partij en zeggen dat dat nu opgelost moet worden. Ze hebben suggesties gedaan. Zij doen de suggestie om mensen met de laagste lonen – 2500 euro bruto en daaronder – 100 euro netto te geven. Ik vond dat al niet slecht, zij openen een debat, en ik vind dat wij, politici, daar ook voor moeten openstaan.

Minister, ik was toch een beetje verrast door wat ik las in de pers, u stond daar precies toch niet echt voor open. Welke maatregelen stelt u dan voor om dus die laaggeschoolde werklozen alsnog aan de slag te krijgen? Hoe gaat u er eigenlijk voor zorgen om werken toch aantrekkelijk te maken?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Collega Vanwesenbeeck, ik ben een beetje verrast dat u verrast was van mijn reactie, want ik heb die hier gegeven op 21 november 2018, naar aanleiding van een vraag van een collega van mij, ik geloof dat ze Vanwesenbeeck heet. Dus ik dacht dat u al wist wat mijn reactie was op het voorstel van Voka. Het voorstel dat nu opnieuw in de pers is gekomen, is hetzelfde als het voorstel dat in november hier in het parlement besproken is. Dus ik ben echt verbaasd dat u zegt dat u verrast was.

Maar laat me beginnen met heel duidelijk te zeggen – en dat is ook naar collega’s Kherbache en Ronse toe – dat meer overhouden van uw brutoloon iets is waar ik voor 200 procent achter sta, zeker voor wie laaggeschoold is, zeker voor wie de stap naar werk zet als hij langdurig werkloos is geweest.

Collega Kherbache, ik denk dat de federale overheid daar een heel grote stap gezet heeft. De laatste fase is nu pas ingegaan. Als ik dan bijvoorbeeld kijk naar iemand met een loon van 1500 euro, dan zal die ten opzichte van voor de taxshift 146 euro netto meer hebben na de taxshift.

Collega Vanwesenbeeck, Voka spreekt over 2500 euro. In de taxshift zal iemand tot 3300 euro bruto nog altijd meer dan 100 euro extra hebben na de taxshift. Dus ik denk dat de federale overheid, met de bevoegdheden die ze daar ten volle kunnen uitoefenen, daar goed werk gedaan heeft, en ik hoop dat een volgende federale regering op die weg verdergaat om effectief te zorgen dat die lonen lonender worden, dat er minder lasten op zijn, dat de belastingen daar lager zijn. Dat is dus mijn wens en dat is ook uitdrukkelijk wat ik denk dat de juiste weg is.

Ik vind wel dat we moeten oppassen, want hier en daar krijg je toch een raar beeld. Je krijgt bijna het beeld dat er een hoop laaggeschoolden zijn, dat er een hoop langdurig werklozen zijn, en dat er eigenlijk jobs genoeg zijn, maar dat die mensen die niet willen invullen, omdat het verschil tussen een uitkering en het loon te klein is. Er zullen er zo wel zijn.

Ik kom ook andere mensen tegen. Zondag was er bij ons in Edegem een nieuwjaarsdrink. Ik sprak er een aantal mensen, die me zeggen: ‘In het begin van de crisis werd ik werkloos. Ik heb gesolliciteerd, maar er waren amper jobs. Ik heb geen job gevonden. Ik ben nu jaren werkloos, en nu stilletjesaan zie je dat er op de arbeidsmarkt een herneming is. Ik word voor de eerste keer uitgenodigd voor een gesprek.’ En wat hoor je bij die mensen? ‘Wat ik nu mis, is de werkervaring. Ik heb een paar jaar niet gewerkt. Ik heb die laatste kennis niet.’

Mijnheer Ronse en mevrouw Vanwesenbeeck, dat is precies wat we met het versnellingsplan van VDAB doen: die mensen screenen om te weten wat ze tekortkomen om de stap naar de arbeidsmarkt te kunnen zetten. We hebben een hele hoop maatregelen genomen. Dat versnellingsplan is vanaf september opgestart. Het verhoogde doelgroepenbeleid voor de drie groepen is pas in januari 2019, enkele dagen geleden dus, van kracht geworden. De administratieve vereenvoudiging van de individuele beroepsopleiding (IBO), waarover we het in de commissie hadden, is een paar maanden van kracht. Ik kan u nog een heel pak van die maatregelen noemen. Laat ons nu eventjes zien wat daarvan het effect is. Diegenen die denken dat we de knelpunten op de arbeidsmarkt in een-twee-drie kunnen oplossen, dwalen, maar we werken er hard aan en we blijven eraan werken.

Beste collega’s, jullie weten dat die maatregel 500 miljoen euro kost. Ik vraag jullie: wat vinden jullie dat er prioritair met die 500 miljoen euro moet gebeuren? Voor mij is het heel duidelijk. Laat ons in Vlaanderen inzetten op materies die exclusief Vlaams zijn, waar het federale niveau geen budget aan kan besteden, niet meer in deze maar ook niet in de volgende legislatuur. Laat ons daarop onze centen inzetten. Dan, mevrouw Vanwesenbeeck, kunnen we een en-enbeleid voeren. Anders zal dat niet lukken. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Axel Ronse (N-VA)

Mag ik hier, in deze zaal, in de beslotenheid van de zitting, zeggen wat ik met 500 miljoen euro zou doen? (Opmerkingen)

Minister, u hebt een aantal belangrijke zaken gezegd. Vlaanderen is vandaag nog niet bevoegd voor de belastingen op lonen. Die zijn in ons land historisch hoog. Ze werden een stuk verlaagd dankzij de taxshift. Maar er is nog een hele weg te gaan. Zodra Vlaanderen bevoegd zal zijn om effectief te beslissen over de fiscaliteit op lonen, zal er alleszins een fameuze jobstimulans komen. Maar die zal er komen door de belastingen op lonen te verlagen. Zolang dat nog op het federale niveau zit, lijkt het ons enorm stupide om via een Vlaamse premie de federale belastingen op lonen te compenseren. Minister, dat is zoals zeggen – en die omgeving zal u vertrouwd zijn – dat wij voor 500 miljoen euro doping gaan nemen tegen een hoge fiscaliteit op federaal niveau.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, we zijn het erover eens dat we de koopkracht van de werknemers met het laagste loon kunnen versterken op federaal niveau. Maar u moet daarvoor niet wachten op de volgende regering. U kunt vandaag al een initiatief nemen. Ik stelde het al voor: vraag aan de werkgevers om hun verantwoordelijkheid te nemen en om effectief te werken aan de verhoging van de minimumlonen. En zorg voor een versterking van de werkbonus, zodat werknemers ook meer overhouden. Gewoon verwijzen naar de taxshift is onvoldoende. Als zelfs Voka vandaag pleit voor een versterking van de koopkracht van de werknemers, is er ook voor de minister van Werk geen reden om blind te blijven voor dat probleem.

De voorzitter

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Minister, ik heb met veel interesse geluisterd naar uw antwoord. U geeft voorbeelden van mensen die op zoek zijn naar werk en die nu worden geactiveerd of aangespoord om op zoek te gaan naar werk of in te gaan op uitnodigingen enzovoort.

Ik luister echter vooral naar wat de werkgevers vragen, en zij blijven op datzelfde hameren. Een van hun voorstellen is: maak dat verschil tussen niet-werken en werken toch wat groter. Ik merk toch dat u veel kijkt naar de federale overheid, maar als Vlaanderen toch mogelijkheden heeft om dat verschil tussen niet-werken en werken groter te maken, dan denk ik dat we die kans moeten grijpen. Mijn partij, de liberale partij, is er dus nog altijd een voorstander van om werken zeer aantrekkelijk te maken. U gaat toch niet beweren dat u het niet nodig vindt om het verschil tussen niet-werken en werken groter te maken.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Robrecht Bothuyne (CD&V)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik ben eigenlijk blij met uw bijzonder positieve houding ten aanzien van het federale beleidsniveau. Ik denk dat we een tekort hebben aan N-VA’ers die werk willen maken van een stevig sociaal-economisch beleid op federaal niveau. Misschien zit daar nog een transfer in voor u als het World Anti-Doping Agency (WADA) uiteindelijk niks wordt.

Ten gronde, collega’s: ik denk dat heel veel problemen hier op onze arbeidsmarkt aan bod zijn gekomen. Voor ons is het een en-en-enverhaal. Werken moet lonend worden gemaakt. De Federale Regering heeft met de taxshift inspanningen gedaan. We moeten de loonlasten aanpakken. Dat is zowel federaal als Vlaams gebeurd met de doelgroepkortingen. We moeten ook werk maken van bijkomende opleiding en begeleiding van werkzoekenden, met het versnellingsplan, dat met wat vertraging op gang is gekomen, maar we zijn blij dat het er uiteindelijk is.

Er zijn nog bijkomende inspanningen nodig, denken wij. We denken inderdaad dat Vlaanderen een rol kan spelen om werken lonend te maken. We zijn het initiatief van Voka dus zeker niet ongenegen, maar waar bijkomend nog werk van kan worden gemaakt, is het activeren van de stille arbeidsreserve. Bijvoorbeeld mensen met een RIZIV-uitkering bereiken we nu nog te weinig op onze arbeidsmarkt. Minister, wat zult u doen om die mensen ook te bereiken en te activeren?

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Imade Annouri (Groen)

Voorzitter, minister, collega’s, het is goed dat het debat over de laagste lonen opnieuw wordt gevoerd. Een onderzoek van de KU Leuven in opdracht van Minerva en Decenniumdoelen heeft zeer recent aangegeven dat de lagere middenklasse in ons land en in Vlaanderen het steeds moeilijker heeft om de eindjes aan elkaar te knopen, dat kortgeschoolden op de arbeidsmarkt het steeds moeilijker hebben om het armoederisico en armoede achter zich te laten, ook al hebben ze jobs, jobs, jobs.

Nu is het natuurlijk iets te makkelijk voor werkgevers om te zeggen dat ze vinden dat werknemers meer loon moeten overhouden op het einde van de maand en daar zelf geen initiatief in te nemen. Ik denk dat zij ter zake ook zelf bepaalde stappen vooruit kunnen zetten. Het is echter ook te makkelijk voor u als Vlaams minister om te zeggen dat men naar de federale overheid moet kijken of dat u alles wat u doet, al goed doet. U hebt in de kranten ook aangegeven dat u nu niet op enkele maanden voor 500 miljoen euro kunt zorgen. Dat klopt trouwens. In 2015 hebben wij hier een voorstel gedaan voor een groene taxshift waarmee u wél die 500 miljoen euro had kunnen hebben om een loonbonus in te voeren en die 100 euro per maand extra wél te hebben voor de laagste inkomens.

Minister, mijn vraag aan u is dus: veeg dit niet zomaar van tafel, ga dat gesprek aan, met Voka, maar ook met de federale overheid, en zorg ervoor dat u, voor u bij het WADA terechtkomt, toch nog wat extra stappen kunt zetten om die lagere inkomens wél de push vooruit te geven vanop het Vlaamse niveau. Zij verdienen dat immers.

Minister Philippe Muyters

Kijk, collega’s, ik heb het daarnet al gevraagd. Ik heb ook geen antwoord gekregen. Ik had dat ook niet verwacht, maar ik wil wel eens wat uitdagingen naar voren brengen voor de volgende legislatuur waaraan we in deze legislatuur fundamenteel zijn begonnen, waarover jullie in de commissie ook hebben gevraagd dat het daar niet zou stoppen, dat we ermee moeten doorgaan. Wie van jullie heeft niet gezegd dat we de 3 procentnorm inzake onderzoek en ontwikkeling moeten halen? Wie zegt dat we in Welzijn de budgetten hebben die we nodig hebben, dat daar niks bij moet komen? Willen we dat er bijkomend in mobiliteit wordt geïnvesteerd? Wat denken jullie over alles wat het onderwijs betreft? Wat denken jullie over de budgetten die nodig zijn voor ons klimaat? Er is de energiefactuur. Er is – ik wou ‘betonstop’ zeggen – het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV). Dat zijn allemaal zaken die we moeten doen, en daarvoor kunnen we níet rekenen op de federale overheid, want daar heeft ze geen budgetten voor en daar is ze niet bevoegd voor. Gaan wij dáár dan op inzetten? Als ik jullie hoor, mag er geen probleem zijn, want ik hoor hier van alle fracties dat er een bijkomende taxshift op federaal niveau mag komen! Gaan we die dan federaal afdwingen? Wat mij betreft wel! Laten wij in Vlaanderen effectief binnen onze bevoegdheden werken en ervoor zorgen dat we doen wat we kunnen doen en moeten doen! (Applaus bij de N-VA)

Axel Ronse (N-VA)

Mevrouw Vanwesenbeeck, u hebt net opgeroepen om het verschil tussen werken en niet-werken kleiner te maken. Het aanbod is er. De heer Spooren heeft in de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel ingediend in verband met de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen. Die uitkeringen zullen hoger starten en na twee jaar lager dan nu zijn. Het is bewezen dat dit activerend werkt.

Mevrouw Kherbache, ik ben het er grotendeels mee eens dat de federale loonlasten naar beneden moeten en dat zeker de laagste lonen hoger moeten worden. Hoe kunnen we echter van een werkgever vragen de lonen op te trekken als we weten dat ze nu kapot worden belast? Van elke euro die hij geeft, krijgt de werkgever maar een fractie. Daar is werk aan de winkel.

Mijnheer Van Dijck, ik denk dat we op het niveau van de Vlaamse overheid onze job meer dan naar behoren doen. U hebt gezegd dat ik eerst tijdens een fractievergadering moest uitleggen wat ik met 500 miljoen euro zou doen. Ik zal het nu toch maar zeggen. Ik stel voor dat allemaal te besteden aan cultuur in Kortrijk, wat trouwens een fantastische stad is.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, bij het begin van het jaar wens ik u uiteraard een gelukkig en zorgeloos jaar, maar ik zou ook willen dat er meer inspanningen worden geleverd om de zorgen van werknemers met een laag loon te verminderen. Gelukkig kunnen we dat samen doen door er op het niveau van de federale overheid voor te zorgen dat de werknemers meer overhouden. Ik reken op uw steun voor het voorstel om de woonbonus te versterken dat we al eens hebben ingediend en dat toen is weggestemd. Hierdoor zouden de werknemers meer overhouden. Die zorgen zomaar wegwuiven, is geen oplossing. Ik reken erop. Ik heb vandaag genoteerd dat u hier volledig achter staat. Dat is in elk geval de weg vooruit. Dat moet niet volgende legislatuur gebeuren, maar nu meteen, in januari 2019. (Applaus bij sp.a)

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

De essentie is de vraag hoe we de vacatures ingevuld krijgen. Voka heeft een voorstel gedaan. Het economisch feestje, als ik het zo mag noemen, is eigenlijk door de werkgevers georganiseerd. Ik hoor van een aantal mensen aan de linkerzijde dat ze dat feestje willen laten betalen door diegenen die het mee hebben georganiseerd. Ik vind dat een beetje moeilijk. We kunnen dat niet toestaan.

Minister, ik denk echter wel dat we het feest moeten laten plaatsvinden. Ik treed u bij en ik weet dat u al heel veel maatregelen hebt genomen om zo veel mogelijk mensen naar de arbeidsmarkt te leiden. Voka heeft gezegd dat het niet om opleidingen of om stageplaatsen gaat. Indien u alsnog een mogelijkheid ziet om voor meer verschil tussen de lagere lonen en de werkloosheidsuitkeringen te zorgen, moet u die mogelijkheid aangrijpen.

U weet hoe het gaat. Vragen staat vrij. Het is voor de werkgeversorganisaties gemakkelijk om alles te vragen, maar mijn vraag is of u toch het gesprek met Voka zou willen aangaan. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.