U bent hier

De voorzitter

Voorstel tot spoedbehandeling

Dames en heren, gisteren heeft de heer Matthias Diependaele bij motie van orde een voorstel tot spoedbehandeling gedaan van het voorstel van decreet van Jan Durnez, Kris Van Dijck en Jo De Ro houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft.

De heer Durnez heeft het woord.

Jan Durnez (CD&V)

Voorzitter, de reden waarom wij de spoedbehandeling vragen, is om de rechtszekerheid bij de inschrijvingen voor het 2019-2020 op orde te houden. Ik zal straks toelichten wat dat precies betekent.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Is het parlement het eens met dat voorstel tot spoedbehandeling? (Instemming)

Dan stel ik voor dat het voorstel van decreet van Jan Durnez, Kris Van Dijck en Jo De Ro houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft onmiddellijk wordt behandeld.

Is het parlement het daarmee eens? (Instemming)

Het incident is gesloten.

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Jan Durnez, Kris Van Dijck en Jo De Ro houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de termijnen van de aanmeldingsprocedure betreft.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Durnez heeft het woord.

Jan Durnez (CD&V)

Zoals collega De Ro daarstraks al – voor zijn beurt – probeerde te poneren: ten gevolge van de schorsing van de procedure die ingezet is rond de aanmelding, is het nodig om diverse data te wijzigen in de bestaande decreten inzake het basisonderwijs en het secundair onderwijs, wat de aanmeldingsprocedure betreft.

De eerste datum die te wijzigen is, is het inzetten van de procedure. De tweede is de termijn om beroep in te dienen tegen de beslissingen van de commissie Leerlingenrecht. De wijziging gaat dus zowel voor het secundair onderwijs als voor het basisonderwijs telkens over twee data.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Voorzitter, collega’s, ik wil er iets niet onbelangrijks aan toevoegen. We hebben daarstraks gehoord dat er een belangenconflict is ingeroepen. Wie goed geluisterd heeft naar het mondelinge verslag van de drie zeer objectieve verslaggevers, heeft verschillende keren passages gehoord over de voordelen van het decreet dat nu vastgelopen is. Het is dan ook wel duidelijk dat collega Van Dijck, collega Durnez en ik met dit spoeddecreet slechts een stukje repareren, namelijk de rechtszekerheid voor de meer dan 900 scholen die inmiddels al een aanvraag hadden ingediend om digitaal aan te melden, en de 350 tot 400 scholen die dat nog van plan zijn de komende weken, en daar heel veel werk voor gedaan hebben. We willen die mensen niet in de kou laten staan. Trouwens, als we straks stemmen over de begroting 2019, dan hebben de minister en de Vlaamse Regering hun voorzorgen genomen om dat stuk van het decreet ook te voorzien van de nodige centen. Scholen die alleen digitaal zouden gaan aanmelden, krijgen tot 2500 euro subsidie. Als dat op stedelijk of gemeentelijk vlak gebeurt, dan gaat dat, afhankelijk van het aantal leerlingen dat daar schoolloopt, om tussen de 5000 en 20.000 euro. Dat is wel geregeld, maar alle andere voordelen – één datum voor secundair onderwijs, de 20 procentregeling voor voorrangsgroepen, de dubbele inschrijving, de planlast voor scholen, de betrokkenheid van gemeenten – niet.

Daarom roep ik vanuit mijn fractie op om een zeker defaitisme, dat ik de afgelopen uren en dagen heb opgemerkt nadat werd bekendgemaakt dat er een belangenconflict is, niet in dit parlement toe te laten. Daarom, voorzitter, vroeg ik om zo snel mogelijk onze delegatie samen te stellen, om de mensen van de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) ervan te overtuigen dat wij met deze wetgeving niet aan discriminatie willen doen. Integendeel, deze wetgeving is een vervolg op de wetgeving die in deze kamer al in het begin van de jaren 2000 met een grote meerderheid werd goedgekeurd: het GOK-decreet (gelijke onderwijskansen). Dat decreet is emancipatorisch en brengt ‘empowerment’ voor grote groepen van jonge mensen in ons onderwijs.

Ik roep dus alle collega’s op om samen naar oplossingen te zoeken. Ten eerste in de dialoog met de COCOF, en ten tweede wetgevend. We moeten de inhoud van het decreet niet veranderen. Daarover moeten we in dialoog treden. Maar we moeten wel de oorspronkelijke bedoeling van de indieners toelichten, zoals ze is gebleken in de lange jaren dat we achter de schermen hebben gedebatteerd: we wilden twee decreten maken, een voor het Vlaamse Gewest en een voor de Nederlandstalige scholen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Niet omdat we hen iets anders willen laten doen dan in de rest van Vlaanderen, maar wel omdat we zo de scholen in Vlaanderen wel al veel sneller willen laten genieten van alle voordelen die uitermate sterk aan bod zijn gekomen.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat ik in naam van heel wat mensen in het onderwijsveld spreek als ik zeg dat deze manier van werken ongezien en ook niet wenselijk is. U herinnert zich waarschijnlijk dat de meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement meer dan drieënhalf, bijna vier jaar hebben gekibbeld over een nieuw Inschrijvingsdecreet. Er kwam geen consensus over de wenselijkheid van de sociale mix. De oppositiepartijen, zowel Groen als sp.a, hebben dan de hand gereikt naar de meerderheid, die het moeilijk had om tot een consensus te komen. Wij hebben decreetsvoorstellen ingediend waarmee we een einde wilden maken aan de kampeertoestanden die het Vlaams onderwijs nog altijd kende. Ze werden niet eens in overweging genomen.

Wat vonden wij belangrijk? Een centraal aanmeldingsregister, een uniforme inschrijvingsdatum en, vooral, de werkbaarheid van het recht op inschrijving voor alle Vlaamse kinderen en de werkbaarheid voor de scholen in Vlaanderen en Brussel. Men heeft het nagelaten om daar degelijk werk van te maken. Nu is men in een parlementair imbroglio terechtgekomen. We kregen heel laattijdig een voorstel van decreet. Dat werd ter zitting, tijdens de bespreking in de commissie, gewijzigd door middel van een 95 bladzijden tellend amendement. Dat moest dan een volledig nieuw Inschrijvingsdecreet worden, ná hoorzittingen. Dan hebben we toch minstens de ‘decency’ gevraagd om een tweede lezing te hebben omdat het moeilijk is voor parlementsleden om ter zitting 100 bladzijden te analyseren en daarvoor een degelijke uitleg te verzinnen. Maar het is nog veel moeilijker voor het onderwijsveld om de bestaande regelgeving, die kaduuk werd door dat nieuwe decreet, te kunnen implementeren vanaf 1 januari 2019.

Het onderwijsveld staat op dit eigenste moment in rep en roer. Het komt niet zo heel vaak voor dat je ter bespreking nog sms’en en mails binnenkrijgt over de manier van werken, die echt ongehoord is, met betrekking tot het niet-toepasbaar zijn van het recht op inschrijving voor kinderen en de onmogelijkheid en onduidelijkheid voor het hele Vlaamse en Brusselse onderwijsveld om dat keurig te kunnen organiseren.

Vorige dinsdag hebben wij in de commissie gepleit voor de intrekking van dit broddeldecreet, dat hier vandaag op de agenda staat. Er was ondertussen ook een belangenconflict tegen ingeroepen door de Franstaligen in Brussel. De facto betekent dit dat er geen regelgeving is.

Voorzitter, sp.a heeft dan zelfs nog het constructieve voorstel gedaan om met het reparatiedecreet te komen. We hebben ons ook bereid verklaard om daaraan mee te werken, om de bestaande regelgeving effectief in werking te laten treden en daarvoor nieuwe data af te spreken. Een afkooksel daarvan ligt hier.

Het goede nieuws – zo zou u kunnen zeggen – is dat het principe van de sociale mix en de dubbele contingentering van toepassing blijft voor zowel het basis- als het secundair onderwijs. Wat geen vooruitgang is, is het principe van een uniforme inschrijvingsdatum en van een centraal aanmeldingsregister voor alle scholen over heel Vlaanderen.

Voorzitter, u herinnert zich misschien nog het zorgondersteuningsmodel dat hier in de plenaire vergadering gepasseerd is halverwege juni, van vóór de start van het vorige schooljaar. Dat model heeft heel wat organisatorische problemen veroorzaakt in de meeste Vlaamse scholen, omdat men in deze regering nooit consensus vindt over heel belangrijke hervormingen. Men heeft de timingsmoeilijkheden nog wat versterkt door ons in deze plenaire vergadering met een mondeling verslag een nieuw decreet te laten stemmen, terwijl men eigenlijk de uitgestoken hand van de oppositie al jaren geleden had kunnen aannemen en veel simpelere decreetgeving had kunnen stemmen. Dan had men het Vlaams onderwijs niet voor het tweede jaar op rij in zulke organisatorische moeilijkheden gestort.

Dit is een heel spijtige zaak. De mensen op het terrein zijn ontgoocheld. Voor ouders is er geen extra transparantie. Het wordt geen Vlaanderenbreed, uniform systeem. Ik weet dat sommigen blij zijn dat ze hun paraplu kunnen opsteken in dit parlement, voorzitter. Het is zogezegd de schuld van de Franstaligen in Brussel dat er geen regelgeving zal komen. Maar in de feiten is het natuurlijk het gebrek aan verantwoordelijkheidszin van deze parlementaire meerderheid. Ze hadden in dit Vlaams Parlement hun verantwoordelijkheid kunnen nemen en veel eerder met een oplossing kunnen komen die het de mensen in de scholen mogelijk maakt om kampeertoestanden tot het verleden te laten behoren en om elk kind het recht op inschrijving in de school van zijn keuze te geven, met een gezonde sociale mix.

Dit is echt een heel spijtige zaak. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord. (Elisabeth Meuleman stapt naar het spreekgestoelte)

Komt u nog eens verslag uitbrengen?

Neen, maar ik vind het wel belangrijk genoeg om hiervoor naar voren te komen. Ik doe de moeite om mijn stoel te verlaten en deze middag even toe te lichten wat hier nu gaande is. Het is inderdaad iets dat voor mij niet zomaar kan passeren. Het is absoluut geen fait divers. Het is geen minidecreet dat we even tussen de soep en de patatten zullen stemmen omdat we nog iets te regelen hebben. Neen. Wat hier aan het gebeuren is, is vrij fundamenteel. Daarom wil ik mij toch nog eens echt de moeite getroosten – er is veel volk aanwezig – om uit te leggen wat hier vandaag gebeurt.

We hadden een Inschrijvingsdecreet. Dat Inschrijvingsdecreet is er al sinds de vorige legislatuur. Het is er dus al zeer lang. Maar niet iedereen was daar tevreden mee. Dus was er ook een regeerakkoord. In dat regeerakkoord stond dat dat Inschrijvingsdecreet zou worden vereenvoudigd. In die vereenvoudiging konden we volgens verschillende partijen verschillende dingen lezen. Voor de N-VA betekende die vereenvoudiging van het Inschrijvingsdecreet eigenlijk het liefst van al het gewoon buitengooien, zodat alle scholen hun goesting konden blijven doen en geen rekening moesten houden met allerlei regels.

Van bij het begin was er wat onenigheid. Andere partijen zeiden namelijk: ‘Dat gaan we nu toch niet doen. Dat kamperen is eigenlijk ook niet ideaal. Het zorgt ervoor dat de sterkste ouders de beste kansen hebben om binnen te geraken op de school van hun keuze. Wij zijn daar geen voorstander van.’ 

Zo is men dus maar blijven palaveren, blijven armworstelen, blijven discussiëren, meerderheidsoverleg blijven houden, en hoorzittingen blijven houden. Daarbij had het veld twee jaar geleden al zeer duidelijk gezegd dat zij dit en dit nodig hadden. Daar is dan na die hoorzittingen nog veel over gepalaverd, en zo gaat die discussie over dat Inschrijvingsdecreet al vijf jaar verder, goed wetende dat we hiermee scholen, steden en gemeenten in onzekerheid storten. Die gemeenten willen absoluut niet dat er op het grondgebied aan hun scholen gekampeerd wordt, maar ze hebben de regelgeving niet die daar een eind kan aan brengen.

Dus wat gebeurt er? We zijn op een paar maand voor de verkiezingen, en dan vindt de meerderheid dat het toch niet zo interessant zou zijn om, zo vlak voor de verkiezingen, al die kamperende ouders te hebben aan de scholen en chaos te hebben op het terrein. Dan moet er voor de kerstvakantie toch nog snel, en in uiterste nood, over een voorstel van decreet gestemd worden. Je zou bijna kunnen zeggen dat het een soort kroniek van een aangekondigde dood was, of een georganiseerde nederlaag, maar ik denk dat wij allemaal al aan ons water voelden dat het zeer moeilijk ging zijn om die eindmeet te halen.

Er werden allerlei excuses ingeroepen, en er moest gewacht worden op de Raad van State. Daar waar er anders eigenlijk niet zoveel gegeven wordt om het advies van de Raad van State, moest er nu toch per se op dat advies gewacht worden. Die commissiedata werden ook almaar verschoven: eerst gingen we het op dinsdag bespreken, dan werd het maandag. Uiteindelijk moesten we ons op vrijdag klaar houden, de dag dat er geen commissies zijn. Het werd dan weer met een week verschoven, tot we eigenlijk twee weken voor de kerstvakantie waren, en een week voor de plenaire vergadering.

Wat blijkt: er is plots een belangenconflict. Dat was ook al lang aangekondigd en voorspeld, collega’s. Iedereen die hier vandaag zegt dat ze dat niet wisten, en dat het de schuld is van de Franstaligen dat we hier nog aan de Vlaamse scholen zullen moeten kamperen: dat is niet waar, jullie hadden dat kunnen incalculeren. Jullie hadden ook kunnen overleggen met de Franstaligen. Maar neen, er wordt rustig gewacht – daarom noem ik het een georganiseerde nederlaag – tot dat belangenconflict er komt.

Het resultaat vandaag is dat we in een situatie zitten waarbij de nieuwe regelgeving niet meer van start kan gaan voor volgend schooljaar, en waarbij de inschrijvingen niet ordentelijk volgens het nieuwe decreet kunnen worden geregeld in het volgend schooljaar. Maar o wee, we kunnen ook niet meer terugvallen op de oude regelgeving. Waarom niet? Omdat die data al verstreken zijn. Want volgens de oude regelgeving moesten ze eigenlijk beginnen met inschrijven tegen 14 oktober, voor de broers en zussen.

Al die scholen die nu hun kindjes moeten beginnen inschrijven, en de ouders die in januari normaal gezien naar een secundaire school gaan om hun kindjes in te schrijven, weten niet wat ze moeten doen, want ze hebben geen regelgeving. Ze hebben geen oude regelgeving die geldig is, en ze hebben nog geen nieuwe regelgeving. Dit is ongezien. Het is ongezien dat een Vlaams parlement over decreten stemt en regelgeving maakt voor een schooljaar, in het lopende schooljaar zelf.

We hebben al veel gezien. Met het M-decreet hebben we al gezien dat er in juni over regelgeving gestemd werd, om dan tegen september in uitvoering te moeten gaan. Daarbij hebben de directies dan heel de grote vakantie alles moeten regelen en overhoop gooien, en hebben ze hun vakantie opgegeven om ervoor te zorgen dat in september het schooljaar ordentelijk zou kunnen starten. Maar dit hebben we nog nooit gezien.

Nu moet er dus een soort reparatiedecreet komen, waarbij we toch nog volgens de oude regelgeving zullen werken, en waarbij de timing wat aangepast is, zodat ze bij de oude regelgeving toch nog wat met die data kunnen schuiven – ook die datum van 29 mei. Want de brochures zijn al gedrukt; de meeste scholen hebben nu al naar de ouders brochures opgestuurd, waarin de inschrijfdata staan. Eigenlijk kan dat niet, eigenlijk was er geen decreet. Er waren heel wat scholen die vroegen wat ze nu moeten doen: moeten ze brochures opsturen, moeten ze communiceren naar de ouders dat dat de nieuwe data zijn, zoals voorgesteld in het decreet – een decreet waarover nog niet was gestemd?

De onderwijsadministratie heeft, op vraag van de minister, gevraagd om niet te wachten op de stemming over het decreet, niet onnozel te doen en een beetje pragmatisch te zijn. Stel u dat voor, collega’s, zo wordt er dus met de wetgeving omgegaan. Ik weet dat ik me hierover behoorlijk kan opwinden, maar ik probeer rustig te blijven.

Al die scholen proberen dus ‘pragmatisch’ te zijn, ze maken brochures en vermelden daarin de nieuwe inschrijfdata van het nieuwe decreet. Ze versturen dat naar de ouders. Nu is het oude decreet vervallen en staan ze daar met hun pragmatiek. Vandaar het reparatiedecreet, met de toevallig zeer gelukkig gekozen datum van bekendmaking van de inschrijvingen: 29 mei. Op 26 mei zijn er verkiezingen en men wil niet dat ouders vóór 26 mei moeten vernemen dat voor hun kind geen plaats is op een secundaire school, want er zijn nog heel veel capaciteitstekorten in ons onderwijs. Met die datum van 29 mei komen veel scholen in de miserie, omdat ze de maand juni meer dan nodig hebben voor andere zaken zoals examens en deliberaties. Ze zullen zich dus nog moeten bezighouden met die inschrijvingen ook. Het reparatiedecreet moet dus nog een aantal dingen mogelijk maken volgens de oude regelgeving, maar toch al op basis van die nieuwe brochures die al gedrukt zijn.

Zoals ik al zei bij het verslag, erkennen we wel degelijk dat, indien het decreet goedgekeurd zou zijn, daar inhoudelijk een aantal goede kanten aan waren, maar onze felle kritiek had vooral betrekking op de timing en de werkwijze. Vanuit de oppositie waren we van mening dat het voor de scholen en voor de ouders een onmogelijke opdracht was om dat in orde te krijgen. Dat had allemaal veel vroeger moeten gebeuren.

Een van de goede dingen in dat decreet was dat er een einde werd gemaakt aan het kamperen. Iedere school die een leerling wilde weigeren, moest werken met een centraal aanmeldingssysteem. Anders zegt de school: iedereen die naar onze school wil komen, laten we toe. Als een school dat niet doet, komt er een centraal aanmeldsysteem, en dat is een goede zaak. Kamperen aan een school om een plaats te hebben, is oneerlijk en wordt zo verholpen. Wie niet sterk is kan niet kamperen, zoals een alleenstaande mama die geen hulp heeft van grootouders om op de kinderen te passen terwijl zij in een tentje voor de school kampeert om misschien binnen te geraken in de school van haar vrije keuze. Het was eerlijker geweest indien dat opgelost werd, maar dat is nu niet het geval.

Er is ook geen uniforme tijdslijn, en dat zorgt voor steden en gemeenten wel voor grote moeilijkheden. Gent kan een bepaalde tijdslijn afspreken, maar dan zijn er buurgemeenten met een andere tijdslijn, zoals De Pinte of Lochristi. Een ouder in de randgemeente moet met al die verschillende data en systemen rekening houden. Ook daaraan wordt geen einde gemaakt. Dat is jammer, want scholen en ouders zijn echt vragende partij voor die duidelijkheid van de uniforme tijdslijn.

Er komt geen nieuw eerlijk standaardsysteem. Er is al jarenlang geëxperimenteerd om te zoeken naar het beste en eerlijkste systeem om ouders de vrije schoolkeuze te garanderen, met een zo hoog mogelijke kans dat ze de school krijgen waar ze hun kind het liefst naartoe willen sturen, op voorwaarde dat dit op een eerlijke manier verdeeld wordt. Er is gebleken dat toeval een van de eerlijkste criteria was. Er was al lang nagedacht hoe dat dan moest worden uitgewerkt en met welk algoritme dat zou kunnen gebeuren, maar dat komt er niet. In het nieuwe systeem zou het mogelijk zijn om dubbele inschrijvingen er automatisch uit te halen. Ook die administratieve vereenvoudiging komt er niet. Dat is nog steeds een bron van veel werk voor de scholen.

Er zijn dus ook heel wat nadelen aan het feit dat er geen Inschrijvingsdecreet zou komen. Ik wil dan toch wel zeggen dat ik het bijzonder flauw vind – in eerste instantie van de minister, want van de N-VA zijn we gewoon dat ze het op de Franstaligen steken omdat ze een belangenconflict hebben ingediend – dat de minister onmiddellijk na de goedkeuring een tweet en een Facebookpost de wereld instuurde dat het de schuld van de Franstaligen was dat er in Vlaanderen volgend schooljaar nog zal worden gekampeerd. Dat is niet waar. Als men op tijd en al veel langer aan dit Inschrijvingsdecreet had gewerkt, dan had er met de Franstaligen gepraat kunnen worden. Daar ben ik van overtuigd. Het riedeltje dat de Franstaligen niet bereid zijn om te aanvaarden dat in het Nederlandstalig onderwijs voorrang wordt gegeven aan Nederlandstalige kinderen, is niet waar. Er is nu een regeling voor een voorrang van 55 procent Nederlandstalige kinderen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Maar de N-VA moest er per se nog een symbooldossier van maken: het moest 65 procent zijn. Er moest nog eens met de spierballen worden gerold. Zoiets werkt natuurlijk als een rode lap op een stier, wat ook logisch is. Resultaat: er is een belangenconflict dat er niet had hoeven te zijn.

Bovendien kan er nog steeds met de Franstaligen worden gesproken. Bij een belangenconflict kan men al vrij snel met een tegenvoorstel komen. Ik ben zeker dat er met die mensen te praten valt en dat een aanvaardbaar tegenvoorstel ook zal worden aanvaard. Ik ben er ook zeker van dat er nog andere mogelijkheden zijn, zoals bijvoorbeeld doorgaan met een goede Vlaamse regelgeving en Brussel apart nemen omdat het een aparte situatie is in een heel specifieke context. Dat kunnen we niet ontkennen. Het is ook een manier om constructief verder te komen.

Er zijn veel wegen rond dit belangenconflict om toch nog verder te doen met een goed decreet in dit Vlaams Parlement. Maar, collega's van de N-VA, het was van in het begin duidelijk dat jullie dit niet wilden en het is nu overduidelijk dat jullie nog steeds geen zin hebben. Torpedeer dit niet. Kom nog deze legislatuur met een voorstel dat goed is, dat de vrije schoolkeuze garandeert maar dat ook de sociale mix zal garanderen. Als er iets is dat iets kan doen aan segregatie in onze maatschappij, dat ervoor kan zorgen dat men elkaar leert kennen, dat ervoor kan zorgen dat ons onderwijs goed zal zijn en gelijk zal zijn voor iedereen, dan is het het principe van de sociale mix dat we niet los mogen laten.

Het voorstel zoals het nu voorlag, was ook voor ons niet ideaal en is ook voor ons een compromis. Wij zouden nog verder durven te gaan wanneer het gaat over de sociale mix, maar we zouden bereid zijn om vanuit de oppositie een voorstel te steunen of op zijn minst niet tegen te werken dat de sociale mix toch vooropstelt en niet loslaat en ook de vrije keuze garandeert.

Collega's, ik hoop dat jullie niet verder doen met dit te torpederen. Minister, ik hoop zeker dat u niet meegaat en de slippendrager van de N-VA wordt en ervoor zult zorgen dat er deze legislatuur niets wordt goedgekeurd. (Rumoer. Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik ga beginnen met een reactie op wat collega Gennez heeft gezegd. Ze verwijt ons van 95 pagina's amendementen te hebben ingediend in de commissie. Dat is toch wel een loopje nemen met de waarheid. Op vraag van de diensten van het Vlaams Parlement hebben de drie indieners ingestemd om het volledig voorstel van decreet, waarin een aantal amendementen waren verwerkt, in te dienen als amendement. Dit niet zeggen en doen alsof er 95 pagina's amendementen werden ingediend, is dus fout. (Opmerkingen)

Dit is absoluut wel waar en u zult het geweten hebben, want het is toegelicht door de commissievoorzitter toen we begonnen aan de discussie.

Er zijn amendementen gekomen na hoorzittingen met alle stakeholders, na het advies van de Vlaamse Onderwijsraad. We hebben inderdaad gewacht op een fundamenteel advies van de Raad van State omdat het over grondrechten gaat. Mevrouw Gennez, dat de Raad van State 45 dagen heeft gewacht om zijn advies te schrijven en dus de termijn heeft overschreden met meer dan twee weken, had ons perfect in de situatie kunnen plaatsen om te zeggen dat we er niet op zouden wachten en dat we deze discussie al twee weken eerder zouden voeren. Wat ging het dan zijn? Geen amendementen op basis van wat het veld zelf zegt, maar wel de Raad van State en de Vlor? Ik kan zo voorspellen wat de oppositie dan zou zeggen, namelijk dat het niet ernstig wordt genomen, dat hoorzittingen pro forma worden georganiseerd. Ik heb het vroeger zelf nog vanuit de oppositie gezegd over het M-decreet.

Wel, dat hebben we niet gedaan pro forma. We hebben geluisterd, we hebben geamendeerd en ik ben nog altijd dankbaar dat we daar ook de steun van de mensen van de administratie voor hebben gekregen, want bijna alles wat is gezegd en ertoe deed, hebben we opgenomen.

Wij zijn hier in dit parlement al vier jaar een decreet van het einde van het vorige parlement aan het repareren, het fameuze M-decreet. Had men toen geluisterd naar de oppositie, naar de hoorzittingen, naar de Raad van State en naar de Vlor, we hadden geen vier reparatiedecreten nodig gehad. Nu doen we het nog vóór er hier een eindstemming is. Weer niet goed.

Gebroddel? Het veld zou in een soort imbroglio zitten. Dat is nu al de zevende keer dat u dat woord gebruikt. Dat is niet waar. Ik heb daarstraks gezegd, en de minister moet dat maar bevestigen, dat de teller vorige week op tussen negenhonderd en duizend scholen stond die al een aanmeldingsformulier, een standaardformulier hebben ingevuld. Dat is geen fantasietje. Dat is ook niet gebaseerd op nieuwe wetgeving, die nog niet is goedgekeurd.

Dat was gebaseerd op ‘good practices’ van de afgelopen jaren, onder andere uit de stad Antwerpen, uit de stad Gent, uit de stad Vilvoorde. Op basis van die good practices heeft men al gewerkt. Dat is proactief werken. Gaat u ook het veld verwijten dat men er proactief werkt? Dat was vroeger ook zo. Onder de vorige drie ministers heb ik dat ook altijd meegemaakt. Men hoort dat op het veld over het proces qua onderwijswetgeving al veel langer, net omdat we zoveel adviescommissies hebben en zo’n procedure moeten doorlopen, want door het legaliteitsprincipe moeten we alles via decreten doen. Men bereidt zich voor. Dat is geen weggesmeten werk. Als dit alsnog wordt goedgekeurd, hebben ze hun werk al gedaan, maar van mij mag het rapper gaan. Daar kom ik ook nog op terug.

Collega Meuleman, de regelgeving blijft wél lopen. We zitten niet in een juridisch vacuüm. Het enige probleem dat er is, betreft de termijnen voor de Commissie inzake Leerlingenrechten. Die staan uitgelegd in het voorstel van decreet van collega Van Dijck, collega Durnez en mezelf dat we hier nu voorleggen ter stemming. We geven hun meer tijd, want anders zou er inderdaad over die negenhonderd dossiers nog geen oordeel kunnen worden geveld.

Ja, 29 mei is drie dagen na de geplande verkiezingen van op zijn minst het Vlaams Parlement en het Europees Parlement. U hebt het gehoord of niet gehoord, maar in de commissie hebben collega Van Dijck en ik, ook namens onze oorspronkelijke mede-indiener, collega Helsen, gezegd dat die data bij onze werkzaamheden de afgelopen jaren meerdere keren zijn besproken, en toen was er nog geen sprake van verkiezingen. Wat hebben we toen gezegd? Ik kijk naar collega Van Dijck. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Neen, toen hadden we gezegd dat het nog veel later mocht. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Zo zult u het opnieuw niet horen, mevrouw Gennez. Dat is misschien een fundamenteel probleem van de politiek op dit moment: luisteren en antwoorden krijgen, en dan hetzelfde doen in onze richting.

Mijnheer De Ro, u wist vijf jaar geleden al dat de verkiezingen op 26 mei zouden zijn.

De voorzitter

Mevrouw Gennez, de heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

U mist nu het punt, dat voor ons die data fundamenteel veel later hadden mogen liggen. Ik ben daar ook in de commissie uitgebreid op ingegaan. Er zijn nog altijd leerlingen waarvan het bijvoorbeeld niet duidelijk zal zijn op 29 mei of ze een A- of een B-attest, een getuigschrift in het basisonderwijs zullen hebben, of een B- of een C-attest in het secundair onderwijs. Voor ons had het idealiter dus veel later moeten liggen, maar dan zou de organisatie er wel naar moeten zijn geweest, en in veel scholen en CLB’s zou het inderdaad misschien moeilijk te organiseren zijn geweest. Wat dat betreft, hebben we ook naar het veld geluisterd, alhoewel we er alle drie, Kathleen, Kris en ik, van overtuigd waren dat het in het voordeel zou zijn om dat dan te doen.

Collega’s, dan is er de timing. Ik heb ook in de commissie heel duidelijk gezegd dat het moederdecreet van deze wetgeving het GOK-decreet is. Er was toen een andere verhouding. Er was een andere meerderheid, een andere kleurenschakering, maar toen is het decreet ingediend op 29 maart, en uiteindelijk – ik zal alle stappen die er zijn geweest, overslaan – is het op 28 juni bekrachtigd en afgekondigd. De ingangsdatum was 15 augustus. Ik verschuil me daar niet achter, maar het is ook niet correct te zeggen dat de timing van dit voorstel van decreet onuitgegeven is, zeker niet met alle informatie die we al ter beschikking hebben gesteld en vooral niet aangezien we nu aan scholen en gemeentes een ondersteuning geven, vanuit de administratie, maar ook budgettair, die er de afgelopen jaren niet was.

Collega Gennez, als die steden die ik heb opgenoemd, een aanmeldingssysteem hebben georganiseerd, dan was dat de afgelopen jaren op basis van de wetgeving van 2011. Dat is ook niet toevallig het einde van een legislatuur geweest. Daar is óók heel wat over te doen geweest. Dat kunt u niet ontkennen. Er is heel veel overleg geweest. Wel, in 2011 was dat zónder die middelen.

Toch hebben een aantal gemeenten dat op eigen kosten gedaan. Nu nemen we op dat dit toch gebeurt. We stemmen straks zelfs over de begroting waar die middelen in zitten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, er ontspint zich hier een vreemd debat. Door de oppositie is er meer gesproken over het voorstel van decreet dat geblokkeerd is, dan over het voorstel van decreet dat voorligt. Ik kan dat ook begrijpen. Binnen deze meerderheid, binnen de regering zijn er inderdaad afspraken gemaakt om het Inschrijvingsdecreet aan te passen. Bij mijn weten duurt een legislatuur vijf jaar. Er zijn decreten die snel worden afgewerkt en er zijn decreten die wat langer duren.

Mevrouw Meuleman, u sprak over veel gebakkelei. Kan het en mag het dat er in een democratie nog verschillende meningen zijn? Kan het en mag het dat we lang discussiëren, dat we lang spreken, met cijfers in de hand om tot een degelijke regelgeving te komen? Ons nu komen verwijten dat we met het voorliggende voorstel van decreet optreden als brandweerman, ons de schuld geven… Als het gaat over het opentrekken van paraplu's: vrijdag is dit voorstel van decreet geblokkeerd. Ik had dat niet kunnen voorkomen. Niemand van ons had kunnen voorkomen dat de COCOF haar belangen geschaad ziet. Goed, we kunnen met hen spreken en we zullen dat ook doen, maar ik zal niet marchanderen met andere voorstellen.

Nederlandstalig onderwijs in Brussel is onze bevoegdheid. Dat is een bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap, en we sluiten niemand uit. Het gaat over voorrangsregels per school, per entiteit. U weet evengoed als ik dat er heel wat scholen zijn die bij lange na niet aan die percentages komen van Nederlandstaligen, maar het gaat over voorrangsregels. Voor de rest is iedereen welkom in onze scholen, voor zover er capaciteit is.

Dat de bespreking in de commissie opgeschort werd, gebeurde inderdaad op basis van het advies van de Raad van State. U doet er smalend over, maar wij vonden dat heel pertinent. We hebben op de bemerkingen van de Raad van State ingespeeld. Ik vind het vreemd dat sommigen daar nu afstandelijk over doen, dat we daar niet op hadden moeten wachten. Er zijn mensen die op dit moment nog adviezen vragen van de Raad van State ter zake. Het is dus het een of het ander.

Wij hadden in ieder geval onze werkzaamheden gedaan. Wij hebben ten gronde de zaken besproken. Wij waren klaar om hier vandaag de definitieve stemming te houden, maar de zaken zijn opgeschort.

Zoals de heer De Ro stelt, is er nergens een leemte in de regelgeving. Zolang er geen nieuw decreet is, blijft het huidige decreet, het oude decreet van kracht. Het enige dat we doen, is een aantal data aanpassen omdat scholen, in hun achterhoofd rekening houdend met wat er ging komen, hun aanvraag nog niet hadden gedaan. Dat is ook het enige. Er is dus geen rechtsonzekerheid, integendeel.

Ik vind het dan ook bedroevend dat u naar ons schiet, wij die op basis van het voorliggende voorstel van decreet zaken voor scholen mogelijk maken. Wij hebben het dossier niet in brand gestoken. Neen, wij zijn op dit moment aan het blussen. (Applaus bij de meerderheid)

Collega’s, de waarheid kwetst, ik weet dat wel maar het zou u sieren als u gewoon aan het onderwijsveld uw verontschuldigingen zou aanbieden. U vindt dit toch zelf niet ernstig: het is 20 december en nu moeten we hier op basis van een mondeling verslag stemmen over een reparatiedecreet op regelgeving die niet van toepassing meer kan zijn omdat u heel laattijdig een ander decreet indient waartegen dan, horreur, een belangenconflict is afgeroepen zodat u niet zelf de verantwoordelijkheid moet nemen. Ik weet niet of u de laatste weken nog gepraat hebt met coördinerende directies, ik alvast wel en zij hebben te kennen gegeven dat ze absoluut niet weten wat gedaan. Ik hoop dat dat na vandaag heel snel en door middel van communicatie duidelijk zal worden maar soms moet u gewoon ootmoedig, en dat zou politici sowieso sieren, durven toe te geven dat u er een zootje van gemaakt hebt. U kunt dan zeggen dat het de fout is van de Franstaligen maar neen, het is onze verantwoordelijkheid om voor die Vlaamse scholen naar een transparanter en uniformer systeem te gaan en kampeertoestanden te vermijden. We zullen die niet vermijden, die zullen er nog zijn. U zult dan waarschijnlijk zeggen dat dat voor de scholen is die willen want de andere kunnen aanmelden en daarvoor wordt ook in ondersteuning voorzien. Wel, dat kon in de huidige regelgeving ook al. Het is dus ‘too little too late’. Ik vind het een beetje vreemd dat u niet gewoon de hand in eigen boezem steekt en uw verontschuldigingen aanbiedt want deze manier van werken is niet ernstig.

Voorzitter, ik neem aan dat u het zelf ook nog niet vaak hebt meegemaakt dat op basis van een mondeling verslag een reparatiedecreet wordt behandeld op basis van regelgeving waartegen dan een belangenconflict is ingeroepen. Dit is gewoon niet ernstig. De invoering van het zorgondersteuningsmodel voor het M-decreet was al rijkelijk laat maar dit tart nu toch wel alle verbeelding.

Ik zou de collega’s willen oproepen, en ik engageer me daar samen met mijn fractie toe, om de regelgeving zoals er vandaag over zal worden gestemd, in alle transparantie te communiceren naar de scholen want finaal gaat het toch om het recht van inschrijven van elk kind en een werkbare procedure voor elke school. ‘Too little, too late’, zoals ik dus al zei.

De voorzitter

Mevrouw Gennez, het voorstel van decreet van de heren Durnez, Van Dijck en De Ro staat sinds 18 december op de website van het Vlaams Parlement. Er is hier dus geen mondeling verslag uitgebracht maar er is een gedrukt stuk.

Er is een mondeling verslag uitgebracht van het vorige decreet. De collega’s hebben daar met hun drieën gestaan.

De voorzitter

Mevrouw Gennez, men kan toch moeilijk een mondeling verslag uitbrengen over iets waar niet over vergaderd is in de commissie. Dat begrijpt u toch wel?

Er is een mondeling verslag uitgebracht over het decreet waar een belangenconflict tegen ingeroepen was.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft gisteren gevraagd om over te gaan tot de spoedbehandeling van dit voorstel van decreet en dit voorstel was voor iedereen raadpleegbaar. Dat is iets anders dan wanneer dit in de commissie zou zijn besproken, daar geen verslag van zou zijn en dit hier zou worden toegelicht. Het stuk is er.

De collega’s hebben hier het mondelinge verslag toegelicht van het initiële decreet. Waar of niet?

De voorzitter

Sorry, mevrouw Gennez, ik ben eigenlijk nog heel tolerant over wat hier allemaal wordt gezegd. We hebben daarstraks gezegd dat het vorige voorstel van decreet geschorst is. In het reglement staat heel duidelijk dat men eerst een verslag moet brengen, en dat hebben ze heel keurig gedaan. Sommigen waren daar heel emotioneel mee verbonden, wat ik ook begrijp. En ik heb dan beslist dat dit geschorst werd en dat er niet over gestemd werd. Dat was afgehandeld. En nu zijn we bezig over dat minidecreet of hoe u het wilt noemen, waarvan iedereen een gedrukt stuk kon raadplegen op de website www.vlaamsparlement.be.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, dat is waar, u hebt helemaal gelijk en ik wil u niet tegenspreken maar het is wel een feit dat er bij hoogdringendheid een nieuw voorstel van decreet is toegevoegd aan deze agenda. Het gaat over een voorstel van decreet dat wij nog niet hebben besproken in de commissie en dat wij inderdaad pas voor het eerst hebben gezien op het moment dat het is toegevoegd aan de plenaire agenda, en dat was gisteren. Het kan toch niet dat zoiets ernstigs als de inschrijvingen voor volgend jaar voor de honderden Vlaamse scholen wordt geregeld tussen de soep en de patatten, omdat het ene Inschrijvingsdecreet niet meer geldig was en er over het andere nog niet gestemd is.

Het blijft ongelooflijk knoeiwerk en dat mondeling verslag heeft er niet zoveel mee te maken. Dat mondeling verslag moest worden uitgebracht om het belangenconflict officieel in te roepen. In feite heeft mevrouw Gennez ook een beetje gelijk. Zonder dat verslag was het belangenconflict nog niet officieel ingeroepen en dat zou helemaal te gek zijn. In dat geval zouden we een nieuw voorstel van decreet hebben, dat zonder het mondeling verslag nog op de agenda zou staan, en een ander nieuw voorstel van decreet, een nooddecreet om de inschrijvingen te regelen, dat hier ook zou hebben voorgelegen. Dat zou helemaal te gek zijn geweest.

Voorzitter, ik begrijp dat niemand er hier nog aan uit geraakt, laat staan dat iemand op het veld er nog aan uit zou geraken. Op dat vlak geef ik u gelijk.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman, ik moet zeggen dat ik er wel aan uit geraak. U bent verkeerd. Daarstraks heeft de heer Diependaele de spoedbehandeling van dit voorstel van decreet gevraagd. Het Vlaams Parlement is er eenparig mee akkoord gegaan tot de bespreking over te gaan. U had dan bij zitten en opstaan moeten laten weten dat u het hier niet mee eens bent. Heel het Vlaams Parlement was het ermee eens en dus hebben we het voorstel van decreet keurig besproken. U had 60 minuten, waarvan u nog 48 minuten over hebt. Indien u nog 48 minuten over dat voorstel van decreet wilt spreken, mag u dat doen.

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Gennez, er is fundamenteel iets veranderd. Volgens u kon dit vroeger al, maar met dit minidecreet geven we de Commissie inzake Leerlingenrechten meer tijd. Met de goedkeuring van het budget voor 2019 krijgen de individuele scholen of de gemeenten, indien ze de aanmelding samen doen, eindelijk middelen. Ik hoop dat u dat beseft, want dit betekent dat iedereen die zich tot nu toe heeft aangemeld dat op eigen kosten heeft gedaan. Volgens de decreetgeving uit 2002 zijn alle aanmeldingen tot nu toe op de kosten van de lokale overheden gebeurd. De Vlaamse Regering heeft heel duidelijk gesteld te zullen voorzien in geld voor de automatische aanmelding. De twee verantwoordelijken, de minister van Financiën en de minister van Onderwijs, zitten vooraan. Het is geen megabudget, maar het is kostendekkend op het terrein.

Mevrouw Gennez, mevrouw Meuleman, er is al voorbereidend werk uitgevoerd. Indien wij moeten toegeven dat de timing niet ideaal is, moeten jullie ook toegeven dat met dit reparatie- of minidecreet en met de begroting een aantal ernstige verbeteringen worden aangebracht.

Jullie blijven maar zeggen dat de oppositie ons de hand heeft gereikt om aan een blokkering te ontsnappen en dat die hand is geweigerd. Tijdens de legislatuur 1999-2004 zaten onze drie partijen, blauw, rood en groen, in de meerderheid. Hoeveel wisselmeerderheden waren er toen? Hoeveel uitgereikte handen van de oppositie zijn door een deel van de meerderheid aangenomen om anders te stemmen? In deze assemblee is dat nul keer gebeurd.

Mevrouw Gennez, tijdens de legislatuur 2004-2009, de periode van gewezen minister-president Leterme en gewezen minister-president Peeters, had uw partij de mogelijkheid om met betrekking tot een aantal dossiers de uitgestoken hand van Open Vld, toen in de oppositie, aan te nemen. U kent het antwoord op mijn vraag. Hoeveel uitgestoken handen hebben tot wisselmeerderheden geleid? In deze assemblee waren dat er nul. (Opmerkingen)

Aan de overkant is dat misschien gebeurd met betrekking tot ethische zaken, maar hier is dat geen traditie. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

De voorzitter

Mevrouw Gennez, de microfoon staat uit. De heer De Ro heeft het woord. Het moet hier ordelijk verlopen. We zitten hier niet in Sint-Truiden. (Gelach)

Jo De Ro (Open Vld)

Mevrouw Gennez, mevrouw Meuleman, mijn punt is dat het altijd gemakkelijk is, zeker als het onderwijs meekijkt, om sympathiek over te komen door een oplossing aan te reiken. Er moeten dan maar een of twee meerderheidspartijen meewerken en er is een oplossing. Zo werkt het niet. Er is een meerderheid en in een meerderheid komen partijen tot compromissen. Jullie weten dat, want jullie partijen moeten dat lokaal, federaal en in Vlaanderen ook doen.

Wij luisteren naar de oppositie en naar het middenveld. We hebben het voorstel van decreet aangepast. Dat voorstel van decreet is nu geschorst en we maken van de gelegenheid gebruik om met betrekking tot een aantal punten toch door te gaan. Dit maakt immers een verschil voor de scholen. Dat voorstel van decreet ligt hier nu ter stemming voor. We hebben de procedure gevolgd.

Wat de Raad van State betreft, hebben we 43 dagen geduld gehad. Jullie moeten maar eens nagaan welke ministers en welke meerderheden de voorbije twintig jaar hebben besloten niet te wachten wanneer de Raad van State de termijnen had overschreden. Dat is meerdere keren gebeurd. De heer Caron kan getuigen dat dit is gebeurd in een ander beleidsdomein dan Onderwijs.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Nu krijg ik het woord zonder het te vragen, voorzitter, dat is heel sympathiek. (Gelach)

Ik denk dat de argumenten uitgewisseld zijn, ik denk dat men moet toegeven dat men hier zeer laattijdig met een reparatiedecreet komt waarvan ik persoonlijk daarnet heb erkend, mijnheer De Ro, dat er nu in middelen wordt voorzien en dat dat een positieve zaak is, maar dat de hele voorgeschiedenis, de timing, de methodologie toch ondermaats waren. Dat zeg ik niet, dat zegt het onderwijsveld. Op dit eigenste moment krijg ik net een sms van een coördinerende directeur uit het Mechelse, die mij zegt: “Mijnheer De Ro moet toch wat meer naar het onderwijsveld luisteren.” Het is nu duidelijk dat hij dat onvoldoende doet. 

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik wil toch even reageren op mevrouw Gennez. (Opmerkingen. Rumoer)

Ze zegt dat wij zeer laattijdig met een reparatiedecreet zijn. Wat nu voorligt, minister, noem ik een decreet om de zaken aan te passen. En de laattijdigheid daarvan? Hoe hadden wij sneller kunnen handelen dan na vrijdag, toen de COCOF het belangenconflict ingeroepen heeft? Hoe hadden we sneller kunnen handelen? Binnen de week treffen we hier maatregelen. Collega’s van de oppositie, ik zou toch willen vragen om dit decreet goed te keuren, want sommigen zeggen dat de N-VA alleen maar blokkeert. Als het mij om blokkeren te doen was, en om de ‘ambetanterik’ uit te hangen, dan had dit decreet hier nu niet gelegen. En dan hadden de scholen allemaal in de miserie gezeten. Collega Meuleman, dat is mijn wens helemaal niet. Helemaal niet! Dus deze aanpassing van de data moet het mogelijk maken om de bestaande decreetgeving in voege te houden en scholen de kans te geven aan te melden, omdat in het huidige, bestaande decreet de datum van 15 september inderdaad verstreken is.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik wil toch kort tussenkomen, niet om de geschiedenis opnieuw te vertellen, maar om eens naar de toekomst te kijken. Ik zou mij ook bijzonder willen richten naar de collega’s van de oppositie. Ik begrijp de sentimenten. Het is ook goed dat er eens vurige sentimenten zijn in dit parlement, dat moet ook kunnen. We kunnen ook tegengestelde meningen hebben over een aantal zaken.

Maar het voorstel van decreet waarover nu gediscussieerd wordt, gaat ook over 1 miljoen euro. Er is in 1 miljoen euro voorzien om scholen, basisscholen en secundaire scholen, die digitaal willen aanmelden, te ondersteunen. Ik kan u een aantal voorbeelden geven – niet in mijn provincie, maar daar zijn er ook veel – van scholen die dankzij de bespreking die er in de voorbije weken en maanden geweest is, beslist hebben om allemaal samen te gaan aanmelden. Temse is zo’n voorbeeld: alle basisscholen willen vanaf volgend schooljaar samen aanmelden.

Als dit voorstel van decreet nu niet goedgekeurd wordt, kan ik ten eerste die middelen ter ondersteuning niet uitbetalen, en kunnen zij ten tweede hun dossier ook niet fatsoenlijk indienen, omdat ze tijd moeten krijgen tot 31 januari. Zij dachten ook dat ze tijd hadden tot 31 januari. Dat is dus echt mijn oproep.

Ik begrijp de sentimenten, en als jullie op excuses en god-weet-wat wijzen, heb ik daar allemaal geen probleem mee. Maar dit is zo’n verbetering naar de toekomst toe. Ze hebben de kans om digitaal aan te melden, er is software ter beschikking, en ze krijgen euro’s ter beschikking en ondersteuning van alle koepels en het net om hen te helpen. Ook mijn mensen van de administratie staan dag en nacht paraat om scholen daarin bij te staan. En ik zou jullie willen vragen: geef ze die kans om dat te doen, en keur dus dit voorstel van decreet mee goed. Het zal hun die toch willen verder werken, de kans geven om dat te doen, en het zal er ook voor zorgen dat er op veel meer plaatsen dan vorig schooljaar niet meer gekampeerd wordt. Collega’s, dat is dus mijn oproep aan jullie. Steun dat en geef mij ook de kans om zo mijn miljoen euro ter ondersteuning aan de scholen te geven. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik zou toch mijn stemgedrag van straks al eens willen duiden. We gaan dat voorstel van decreet niet goedkeuren. We gaan ook niet tegenstemmen, omdat dit reparatiedecreet inderdaad nodig is. Het is nodig om er inderdaad voor te zorgen dat scholen überhaupt kunnen inschrijven volgend schooljaar. Ze kunnen niet meer volgens de oude regelgeving en de oude timing werken – ik heb dat daarnet uitgelegd . Ze moeten nieuwe dossiers indienen die ze nog niet ingediend hebben bij de commissie voor leerlingenrechten, ze zouden dat anders niet meer kunnen. Dus dit moet er komen.

Maar onze onthouding zal symbolisch zijn omdat we zeggen dat dit geen oplossing is voor de problemen die er zijn met het Inschrijvingsdecreet. Zoals ik daarnet goed heb uitgelegd, denk ik, zorgt dit er niet voor dat de kampeertoestanden verdwijnen. Minister, op een aantal plekken zal er inderdaad niet meer worden gekampeerd waar dat vorig jaar wel het geval was. Daar was geen nieuw decreet voor nodig. Het zal niet zo zijn in alle scholen. Men kan nog kiezen of men instapt of niet. Ik weet niet of de 5000 euro die u zult geven, zal helpen. Scholen die niet willen dat er gestopt wordt met kamperen en die niet willen aanmelden met een aanmeldingsregister, zult u niet over de streep trekken met het bedragje dat u hun nu gaat presenteren. Bovendien lijkt 1 miljoen euro zeer veel, maar zo verschrikkelijk veel is dat niet per school die meestapt in het aanmeldingssyteem. Als zij dat niet willen, gaan ze dat niet doen. Dan zeggen zij: ‘Hou uw geld.’ Ik ben benieuwd hoeveel er zal worden opgebruikt. Ze zeggen: ‘Wij hebben geen goesting om centraal en transparant te gaan aanmelden, wij doen het op de oude manier.’ Dat is het hele punt, minister, los van alle andere voordelen die in een ander en nieuw decreet zouden hebben gezeten.

Voorzitter, ik wilde nog toelichten dat wij, hoewel het nu bijna niet anders kan dan dit te repareren, dit principieel niet zullen goedkeuren maar ons symbolisch zullen onthouden vanwege het ongelooflijke knoeiwerk op het vlak van inschrijvingen de hele voorbije legislatuur.

De voorzitter

Dat is een stemverklaring die mevrouw Meuleman geeft. Dat is op het einde van het debat. Dan kunnen we weer opnieuw beginnen hé, mijnheer De Ro en minister.

Het is telkens ‘heel kort’, maar hoelang zijn we er nu al over bezig? Ik moet om 18 uur thuis zijn. (Gelach)

Eerst heeft de heer De Ro het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Collega Meuleman, in antwoord op het pejoratief klinkende ‘bedragje’ wil ik het volgende zeggen. Ik heb een sms gekregen. Dat is handig. Ik gebruik nu dezelfde techniek als mevrouw Gennez. Ik heb een sms gekregen van de schepen van Financiën van de stad Vilvoorde. Die stuurt mij het bericht dat dat ‘bedragje’ van 5000 euro in Vilvoorde voldoende zal zijn want het systeem kostte vorig jaar 3900 euro. Dan is er nog 1100 euro over om te communiceren. Zo groot is dat bedragje.

Het is spijtig dat u tot zo een argumentatie moet komen, want over de bedragen hebben we het in de commissie gehad. Daar is uitgebreid over gesproken. Dat is geen ‘bedragje’, dat maakt het verschil. Als een school alleen wil gaan, is er 2500 euro om dat te doen. In onze stad en in vele andere steden heeft men niet moeten wachten op dit decreet. Nu hebben ze een decreet waarbij ze het nog tot 31 januari kunnen indienen. Vanavond zullen ze weten dat ze dat budget zullen hebben. Ik ga ervan uit dat de minister daar met de scholen en met de gemeenten over zal communiceren. Dan kunnen zij al dingen doen.

Inderdaad, er zijn een aantal zaken niet gerealiseerd doordat het andere in de koelkast zit, maar dat is niet de schuld van de drie indieners. Wat er wel doorgang kan vinden, dat weet ondertussen iedereen. Ik stel voor dat we dat straks met een grote meerderheid goedkeuren ­en dat we niet spreken over ‘bedragjes’ als het bedragen zijn die de kosten effectief dekken. Het gebeurt weinig dat de Vlaamse Regering middelen geeft om iets te doen op lokaal vlak. Ik kan het weten dat die subsidies niet altijd dekkend zijn, want ik ken die schepen van Financiën redelijk goed. Maar hiermee kan je dit doen op het lokale terrein.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, ik ben echt pissed-off over uw woordgebruik. Als u hier komt spreken over bedragjes en over alles negatief doet, vind ik dat in deze context een schande. Wij hebben gezocht of er software ter beschikking is die we kunnen aanbieden aan de scholen. De grote steden, Antwerpen en Gent en Brussel, hebben heel veel ervaring op dat vlak. We hebben met hen gekeken of het mogelijk is om het systeem dat zij gebruiken, ook ter beschikking te stellen aan andere scholen. Dat is allemaal voorbereid. We hebben ervoor gezorgd dat ze de kosten kunnen dekken met onze financiering. Dat is wat wij als overheid moeten doen en wat wij willen doen.

Het Inschrijvingsdecreet op zich, mevrouw Meuleman, zal ervoor zorgen dat wie die kampeerrijen niet meer wenst, volgend schooljaar ook zonder kampeerrijen kan werken. Het is inderdaad de keuze van sommige scholen om toch kampeerrijen te hebben. Maar dat zal dan nog één schooljaar zo zijn. U was degene die in de commissie zei: ‘Oei, het gaat hier allemaal veel te snel, u jaagt dit door onze strot.’ Wel kijk, het wordt nu twee maanden uitgesteld. We zullen dit hier wel willen stemmen. Ik denk dat de meerderheid dat voorstel van decreet volledig wil goedkeuren nadat we de procedure van het belangenconflict doorlopen hebben. Ik hoop dat u mee uw steun zult geven aan dit voorstel decreet.

Je kunt echter geen twee dingen zeggen. De ene keer zeg je dat het hier te snel moet gaan, nu zeg je dat het allemaal broddelwerk is.

Wij voorzien in budgetten. We zorgen ervoor dat scholen zich tot 31 januari kunnen aanmelden, we zorgen ervoor dat er software ter beschikking staat en het voorstel van basisdecreet ligt in het parlement. Zodra we kunnen, zal er hier ook over gestemd worden. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Misschien geef ik het beste wat stemverklaring over wat voorligt. Ook over het andere voorstel van decreet, waarover de beraadslaging daarstraks niet is aangevat wegens het onbegrijpelijke belangenconflict dat de Franse Gemeenschap heeft ingediend, valt immers toch ook wat te zeggen.

Ik stel voor dat we onze bedenkingen formuleren, wanneer dat voorstel van decreet hier uiteindelijk ter stemming voorligt, na de periode van het belangenconflict, tenzij we vertrokken zijn voor een nog langere periode van belangenconflicten, als ook andere Franstalige parlementen zich eventueel nog genoodzaakt zien bijkomende belangenconflicten in te dienen. Franstaligen doen immers niet aan communautaire wapenstilstand, wanneer zij van mening zijn dat hun belangen geschaad worden.

Wat het voorstel van decreet betreft dat straks wel ter stemming voorligt, zijn wij er uiteraard begripvol voor dat de termijnen voor de aanmeldingsprocedure verlegd worden, maar wijzigt het decreten die onder meer de dubbele contingentering en de sociale mix mogelijk hebben gemaakt, waartegen wij ons in het verleden altijd verzet hebben. Wij zullen ons dus uiteindelijk ook over dit voorstel van decreet straks onthouden.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2018-19, nr. 1786/1)

– De artikelen 1 tot en met 6 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.