U bent hier

De voorzitter

Mondeling verslag

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Kathleen Helsen, Kris Van Dijck en Jo De Ro houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs, wat het inschrijvingsrecht betreft.

Bij brief van 14 december 2018 heeft mevrouw Julie de Groote, voorzitter van de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie, mij in kennis gesteld van de motie van die vergadering van 14 december 2018 waarbij ze verklaart ernstig te worden benadeeld door dit voorstel van decreet en met het oog op overleg de schorsing van de procedure vraagt.

Conform artikel 110, punt 1, van het Reglement van het Vlaams Parlement wordt de procedure na de indiening van het verslag en in ieder geval voor de stemming over het geheel in plenaire vergadering geschorst gedurende een termijn van zestig dagen.

Aangezien de commissie beslist heeft dat er mondeling verslag wordt uitgebracht, kan de schorsing pas ingaan na het mondeling verslag.

Ik stel voor de procedure te schorsen na het uitbrengen van het verslag en de beraadslaging te verdagen tot na de beëindiging van het belangenconflict. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

Mevrouw Celis, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Vera Celis (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, op 6 december 2018 werd het voorstel van decreet toegelicht. De indieners maken duidelijk dat zij in de toelichting bij het voorstel van decreet reeds een aantal voorstellen tot aanpassing van de initiële tekst van het voorstel hebben opgenomen. De voorgestelde aanpassingen kwamen tot stand na kennisname van het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en op basis van de op 4 december georganiseerde hoorzitting. De indieners starten met de doelen van het voorstel van decreet: de vrije schoolkeuze waarborgen, de optimale leer- en ontwikkelingskansen garanderen, uitsluiting, discriminatie en segregatie vermijden en dubbele inschrijvingen uitsluiten. Scholen van het basisonderwijs die niet willen kunnen weigeren, moeten geen capaciteit bepalen of melden, geen voorrangsregels of dubbele contingentering hanteren. Andere scholen moeten aanmelden. Voor wie aanmeldt, geldt een centrale tijdslijn. Samenwerken tussen scholen, gemeenten en lokale overlegplatformen (LOP’s) wordt gefaciliteerd en de aanvraagprocedure voor aanmeldingsprocedures vereenvoudigd. Er komen standaarddossiers en -formulieren.

Er zijn beperkte verplichte voorrangsgroepen – broers en zussen en kinderen van personeel –, geen centrale voorrangsperiode, de school beslist of ze voorrangsgroepen wil weigeren of niet, en wanneer en hoe de voorrangsgroepen worden ingeschreven. De disfunctiecommissie geeft toestemming voor inschrijvingen van bepaalde leerlingen in overcapaciteit.

Voor het secundair onderwijs is er één centrale startdatum voor alle inschrijvingen. In het schooljaar 2019-2020 is dat 29 mei 2019. Conform de centrale tijdslijn moeten secundaire scholen die digitaal aanmelden, tegen 31 januari hun aanmelddossier ingediend hebben bij de Commissie inzake leerlingenrechten (CLR). Naast broers en zussen en kinderen van personeel kan er een voorrangsgroep van ondervertegenwoordigde groepen van maximum 20 procent afgebakend worden. Het standaardalgoritme zal gebaseerd zijn op twee principes: ouders moeten niet strategisch kiezen, maar een echte voorkeurlijst kunnen opgeven en leerlingen kunnen niet elkaars hogere keuze krijgen. Voorts zijn er regelingen voor capaciteitsverhoging tijdens de aanmeldprocedure en voor bijkomende overcapaciteitsgroepen voor aanmeldende scholen.

In het buitengewoon onderwijs dient de leerling op het moment van inschrijving te beschikken over een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs. Zo er digitaal ingeschreven wordt, worden leerlingen geordend op basis van afstand. Naast de algemene voorrangsgroepen zijn dat specifiek voor het buitengewoon onderwijs de leerlingen die als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat verbonden aan de school. De overcapaciteitsgroepen in functie van aanmelden, zijn leerlingen die geplaatst zijn door de jeugdrechter, leerlingen die als (semi-)internen verblijven in een (semi-)internaat of leerlingen die opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang. Elke school kan voor maximum 50 procent voorrang verlenen. Een leerling die in het lopende, het voorafgaande of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school ingeschreven was en die terugkeert uit het gewoon onderwijs, en leerlingen voor wie de school door het platformoverleg als passend alternatief werd voorgesteld, kunnen niet worden geweigerd. Zo een leerling uit de boot valt, moet het platformoverleg een passend alternatief bieden.

In Brussel wordt zowel voor het basisonderwijs als het secundair onderwijs de voorrang voor Nederlandstaligen van 55 naar 65 procent opgetrokken. Voor het secundair onderwijs is er voor 15 procent van de plaatsen voorrang voor leerlingen die al negen jaar Nederlandstalig onderwijs hebben genoten.

Voor het basisonderwijs wijzigen de samenstelling, opdrachten en het voorzitterschap van het lokaal overlegplatform (LOP) niet, voor het secundair onderwijs wel.

Tot slot wijzen de indieners op de talrijke overgangsmaatregelen, de doorgedreven communicatie en het onderscheid tussen het overgangsschooljaar 2019-2020 en de definitieve situatie vanaf het schooljaar 2020-2021.

Op 12 december 2018 werd het advies van de Raad van State bij het Vlaams Parlement ingediend. Op 13 december 2018 werd de behandeling van het voorstel van decreet voortgezet.

Minister Hilde Crevits legt uit wat de administratie al heeft ondernomen en nog zal ondernemen voor de uitvoering van het voorstel van decreet. Het voorstel bevat heel wat overgangsmaatregelen. De minister zal voor gezamenlijk aanmeldende scholen een subsidiebedrag uitkeren, afhankelijk van het leerlingenaantal. Individueel aanmeldende scholen krijgen 2500 euro. Voorts worden scholen begeleid door LOP-deskundigen en door het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) met bijzondere aandacht voor de scholen buiten LOP-gebied. Er komen standaardformulieren en -aanmelddossiers voor de Commissie inzake Leerlingenrechten. Ter informatie van de ouders zal AGODI een onlineoverzicht geven van de scholen met een digitale aanmeldprocedure. AGODI zet ook in op een goede communicatie en informatie, met bijzondere aandacht voor scholen met capaciteitsproblemen. Tot slot zal de minister na goedkeuring van het voorstel van decreet een uitvoeringsbesluit uitvaardigen dat de aspecten regelt die absoluut noodzakelijk zijn voor volgend schooljaar.

De indieners antwoorden vervolgens op de opmerkingen van de Raad van State.

In de bij amendement voorgestelde tekst wordt nu wel verwezen naar het pedagogisch project, aldus Jan Durnez.

Bij de 20 procentvoorrangsregel zullen de scholen zelf de ondervertegenwoordigde groepen bepalen op basis van een referentiepopulatie, legt Jo de Ro uit. Het kan gaan om meisjes of jongens, maar ook om leerlingen uit een bepaalde gemeente.

De Raad van State vreest voorts dat de nieuwe voorrangsregels van 15 procent voor kinderen die minstens negen jaar Nederlandstalig onderwijs in Brussel volgden, ertoe zouden leiden dat geen billijk deel van kinderen waarvan de ouders noch het Nederlands, noch het Frans als thuistaal hebben, in het Nederlandstalig onderwijs terechtkunnen. De spreker weerlegt dat door investeringen van Vlaanderen in Brusselse capaciteit op te sommen. Volgens hem is de nieuwe regeling beter dan de vorige. Toen werd 25 procent indicatorleerlingen bij het aandeel van 55 procent voorrang voor Nederlandstaligen geteld, nu wordt dat in het secundair onderwijs 65 procent voor Nederlandstaligen plus de voornoemde 15 procent. Voorts zijn overgangsmaatregelen mogelijk in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en voor LOP’s die al werken met een digitale aanmelding.

Kris Van Dijck zegt dat op vraag van de Raad van State de aangepaste memorie van toelichting een betere motivatie zal geven voor de aanpassingen in Brussel.

Alle voorstellen tot aanpassing van de oorspronkelijke tekst van het voorstel van decreet werden door de indieners in een globaal amendement gegoten, dat de hele tekst van het voorstel van decreet vervangt.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Het is de eerste keer dat ik verslaggever ben. Ik vind het wel een beetje eigenaardig om alles neutraal voor te lezen terwijl er hier en daar toch wel wat opmerkingen te maken zijn, maar ik zal mijn best doen.

Bij de bespreking laakt de oppositie – en dat is een understatement – de timing en de werkwijze, hoewel ze het eens is met heel wat aspecten van het voorstel, alsook met de meeste wijzigingen na de hoorzittingen. De meerderheidspartijen hebben begrip voor de kritiek, maar zagen geen alternatief. Veelvuldig wordt erop gewezen dat een inschrijvingsdecreet capaciteitsproblemen niet kan oplossen.

Wel kant Elisabeth Meuleman zich tegen de afschaffing van de dubbele contingentering in het secundair onderwijs. De nieuwe regeling noemt ze vrijblijvend en beperkt. Dat de school de voorrangsgroep zelf afbakent, is volgens haar niet te rijmen met een uniforme aanpak per LOP. Voorts betreurt ze dat er geen algemeen Vlaams aanmeldsysteem komt en heeft ze heel wat bedenkingen bij de Brusselregeling. De inschrijfdatum van 29 mei is volgens haar ingegeven door electorale motieven en niet door onderwijsbelangen. Heel wat scholen zijn nog onvoldoende op de hoogte en zich nog niet aan het voorbereiden, laat staan dat de ouders weet hebben van de nieuwe regeling. Ze vraagt zeker te monitoren of de sociale mix in de scholen er niet op achteruit gaat, en pleit voor goede informatie aan en begeleiding van ouders. Tot slot vraagt ze scholen die inspanningen doen om extra leerlingen op te vangen, daarvoor de lestijden te geven, in tegenstelling tot wat vorig jaar in Gent gebeurde.

Bij monde van Steve Vandenberghe toont ook sp.a zich bezorgd over de vrijheid van de scholen om zelf de ondervertegenwoordigde groepen te bepalen. Hij pleit voor duidelijkere criteria in het decreet. Voorts is sp·a voor een centraal aanmeldregister, een algemeen geldende inschrijfdatum eerder dan 29 mei, voor de dubbele contingentering, en voor een latere beslissingsdatum voor het digitaal systeem dan 31 januari.

Koen Daniëls wijst erop dat naast de reële capaciteit ook de populariteit van sommige scholen speelt.

Volgens de Grondwet moeten ouders kunnen kiezen voor de school van hun levensbeschouwing en niet voor een bepaalde school. De N-VA wil monitoren of met dit voorstel van decreet inderdaad de keuze van de ouders wordt gemaximaliseerd, of de uitvoering transparant en duidelijk is, of de planlast voor de scholen vermindert, of de dubbele inschrijvingen verdwijnen, of de dubbele contingentering echt is uitgeroeid, of de software geen problemen oplevert en hoe de ondervertegenwoordigde groepen en de referentiepopulatie worden bepaald. Dat laatste nader bepalen in het voorstel van decreet zou een eindeloze opsomming betekenen en zou de ondervertegenwoordigde groepen betonneren. Hij pleit voorts voor stimuli om samen te werken, voor voldoende mankracht bij de Commissie inzake Leerlingenrechten, voor een tijdige melding van de beslissingen van de commissie aan de scholen en voor het zo snel mogelijk online zetten van het standaarddossier.

Mevrouw Krekels had geprefereerd dat scholen in landelijke gemeenten die geen capaciteitsgemeente zijn de keuze hadden gehad om te weigeren zonder een digitaal aanmeldsysteem en pleit ervoor alsnog de capaciteit in het buitengewoon onderwijs te bepalen op basis van pedagogische eenheid.

De heer De Meyer dringt erop aan de capaciteitsbepaling in het secundair onderwijs na een jaar te evalueren. Hij wijst op de financiële en logistieke ondersteuning die de minister belooft, alsook op het feit dat de Vlaamse Regering de inschrijvingsdatum van 29 mei na een jaar kan wijzigen.

De heer De Ro beaamt dat over dit essentiële voorstel van decreet heel lang is gebakkeleid, maar dat het ook een grondig voorbereid en becijferd compromis is. De berekeningen wijzen uit dat de 20/80-regeling zorgt voor een betere vertegenwoordiging van de minderheidsgroep dan de dubbele contingentering. Een extra waarborg is dat de Commissie inzake Leerlingenrechten het voorstel van de school dient goed te keuren en dat het LOP verantwoordelijk is voor opvolging. Bijsturing is mogelijk. De Vlaamse Regering kan de inschrijfdatum, die voor de scholen vroeg en voor de ouders laat is, nog aanpassen.

Het klopt dat de middelen niet altijd de extra capaciteit zijn gevolgd. Dat kan echter alleen worden bijgestuurd in een genummerd decreet, maar de meerderheid zal niet doof blijven voor dergelijke verzuchtingen. Uitzonderingsartikel art. 37/14 dient voor niet te voorziene stijgingen van leerlingenaantallen, maar niet voor gemeenten die nagelaten hebben iets te ondernemen. Het ministerie en de Commissie inzake Leerlingenrechten zullen daarop toezien.

Volgens de heer De Ro is de pedagogische eenheid een volatiel criterium waarop te veel misbruiken mogelijk zijn. Hij vraagt het voorgestelde systeem in het buitengewoon onderwijs alle kansen te geven en de evaluatie na een jaar af te wachten.

Voor de heer Van Dijck is het wetgevende proces vertraagd door een verschil in inzichten en door praktische en legistieke checks. Dat de indieners geen spoedadvies vroegen en het voorstel grondig aanpasten aan opmerkingen die tijdens de hoorzitting en door de Raad van State zijn gemaakt, bewijst voor hem hun streven naar een gedragen regeling. (Applaus bij Groen, CD&V en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman, we danken u voor uw objectief verslag, dat emotieloos werd gebracht. (Gelach)

De heer Orry Van de Wauwer, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Voorzitter, ik zal in alle objectiviteit verder gaan met de artikelsgewijze bespreking, het belangenconflict, de tweede lezing en de stemming.

Mevrouw Van den Brandt stelt in haar eerste amendement, amendement nummer 1, voor om voor het Brussels secundair onderwijs een voorrangsgroep te maken voor alle kinderen die het Nederlands machtig zijn, los van de taalkennis van de ouders. Kinderen van 12 jaar horen op hun eigen merites te worden beoordeeld. Omdat het armoederisico groter is als de ouders geen Nederlands spreken, is het tevens een sociale keuze.

Als dat amendement wordt weggestemd, pleit ze ervoor het aantal jaren dat een kind in het Nederlandstalig onderwijs les dient te volgen om tot de voorrangsgroep te behoren op vijf jaar te brengen. Met zes jaar kan ze eventueel ook leven, als het motief is ouders aan te sporen hun kind naar de kleuterschool te sturen. Dat is amendement nummer 2.

Er zijn tal van redenen buiten de wil van ouder of kind waardoor het die negen jaar niet haalt, bijvoorbeeld als het op vraag van de leerkrachten een jaartje overslaat of als het door plaatsgebrek niet terechtkan in de kleuterklas. Ze wijst tot slot op het risico van verdringing van die groep uit het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

De heer Daniëls wijst Groen erop dat kenmerken van ouders wel degelijk ook de werkingsmiddelen en lesuren van scholen bepalen. Dat er een aparte categorie is voor kinderen waarvan ouders het Nederlands niet machtig zijn, noemt hij een verbetering, hoewel er nog steeds niet genoeg plaats zal zijn voor alle Nederlandstalige kinderen.

De heer De Ro is tegen het eerste amendement van Groen, dat de totale voorrangsgroep voor Nederlandstaligen in het secundair onderwijs tot 65 procent zou beperken.

Negen jaar in het basisonderwijs is voor Open Vld geen noodzaak, maar het verste dat andere indienende partijen willen gaan. Ook in Brussel kan een school voorrang geven aan een minderheidsgroep op basis van andere criteria dan talenkennis, bijvoorbeeld sociale economische status of afstand tot de school.

De amendementen 1 en 2 van Groen worden allebei verworpen met één stem tegen tien, amendement 3 van de meerderheid wordt aangenomen met tien stemmen bij één onthouding.

Op basis van artikel 75 van het reglement van het Vlaams Parlement – de voorzitter verwees er al naar – vragen Elisabeth Meuleman en Steve Vandenberghe een tweede lezing.

Dan komen we bij het belangenconflict. Op 14 december werd de voorzitter in kennis gesteld van een door de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie op die dag aangenomen motie betreffende een belangenconflict met betrekking tot het voorstel van decreet waarvan we hier verslag uitbrengen.

Op 18 december, deze week dus, werd een tweede lezing in de commissie gehouden. Elisabeth Meuleman vraagt daar nogmaals of het vastleggen van de onvertegenwoordigde groepen op schoolniveau niet in tegenstelling is met andere bepalingen in het voorstel van decreet, die afstemming en één aanmeldingssysteem voor verschillende scholen in een LOP-gebied met capaciteitstekorten vragen. Jo De Ro antwoordt hierop dat de oorspronkelijke tekst is aangepast. Na juridisch advies te hebben ingewonnen, achten de indieners die paragrafen in de amendering werkzaam op het terrein. Kris Van Dijck vult aan dat hij de lokale autonomie juist een sterk punt vindt. Scholen kunnen daardoor bovendien naar leerlingenkenmerken kijken, terwijl de bestaande dubbele contingentering puur op ouderkenmerken is gebaseerd.

Elisabeth Meuleman legt het probleem voor van scholen in een capaciteitsregio die verschillende groepen voorrang willen geven. Daardoor ontstaat de mogelijkheid dat in één LOP-gebied verschillende varianten naast elkaar bestaan. Hoe moet men dat in één aanmeldingssysteem verwerken? Jo De Ro antwoordt hierop dat steden als Gent, Antwerpen en Brussel een sterke traditie hebben om afspraken te maken binnen hun lokaal overlegplatform. De bestaande centrale aanmelding is lokaal ontstaan na overleg, en niet door Vlaanderen opgelegd. De steden werken al vanaf het begin met verschillen tussen districten en zelfs wijken of buurten. Daar komt bij dat ook over de voorliggende regeling al overleg bezig is op lokaal niveau. De opvolging op LOP-niveau van de uitvoering staat letterlijk in het voorstel van decreet.

Caroline Gennez heeft vertrouwen in het veld, maar dat veld heeft volgens haar minder vertrouwen in het parlement, dat immers lang wacht met duidelijkheid te verschaffen. Het legaliteitsbeginsel vraagt volgens haar dat een term als ‘onvertegenwoordigde groep’ wordt gedefinieerd.

Ze heeft dezelfde opmerking over de verantwoording van het percentage van 65 procent die ook de Raad van State onvoldoende vindt. Volgens haar zet men, om een politiek compromis te redden, een belangrijk dossier als het recht op inschrijving op het spel. Zij voorspelt dan ook nieuwe kampeertoestanden.

Koen Daniëls repliceert hierop dat de Raad van State op een aantal punten een mondelinge toelichting vraagt tijdens de bespreking. Dat is vorige week ook gebeurd. Welke groepen onvertegenwoordigd zijn ten aanzien van een referentiepopulatie verschilt van school tot school. Een algemene keuze voor alle scholen lost in de ene school een probleem op, maar installeert een probleem in andere scholen. Vervolgens wijst hij nogmaals op het verschil tussen scholen binnen en buiten een LOP-gebied. De eerste groep zal binnen het LOP afspraken maken, maar de bepaling van de voorrangsgroepen komt de scholen toe. Eventueel moeten verschillen verwerkt worden in het inschrijvingsalgoritme. Hij voegt er nog aan toe dat de commissie voor leerlingenrechten zich over de dossiers uitspreekt. Onaanvaardbare criteria zullen niet passeren, zo verzekert hij. Jo De Ro bevestigt dat de groepen van scholen naar die commissie inzake leerlingenrechten moeten gaan met hun onvertegenwoordigde groepen en referentiepopulatie.

Vervolgens is er de stemming over het geheel. Het geamendeerde voorstel van decreet wordt aangenomen met elf stemmen bij twee onthoudingen. (Applaus bij CD&V, sp.a en Groen)

De voorzitter

De conclusie van dit verslag is dat de procedure nu geschorst is. Er wordt geen debat over gevoerd.

Jo De Ro (Open Vld)

Het is geen debat, het gaat over de procedure. Vandaag begint de periode van zestig dagen te lopen, dat is toch de correcte lezing. U hebt in het verslag kunnen horen welke voordelen er allemaal voor scholen in dit decreet zitten. In het belang van het decreet zou het goed zijn mocht het parlement heel snel haar delegatie samenstellen om met haar collega’s van de Commission Communautaire Française (COCOF) aan tafel te zitten. Bij een vorig belangenconflict dat deze kamer had ingeroepen tegen een beslissing van het parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest inzake de watermaatschappij VIVAQUA, maakte ik deel uit van de delegatie. Ik denk dat snelheid in dezen goed is.

Het is goed om aan de collega’s van de COCOF te laten weten dat we zeker geen discriminatie, van geen enkele groep in Brussel, beogen zodat we met dit voorstel van decreet effectief sneller dan die zestig dagen verder zouden kunnen werken.

De voorzitter

De samenstelling van de delegatie staat op de agenda van het Uitgebreid Bureau van 7 januari 2019.

Jo De Ro (Open Vld)

Dank u, voorzitter.

De voorzitter

De procedure is geschorst.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.