U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

De minister-president komt later. Hij had om 8 uur overleg met de ontslagnemende eerste minister en de andere regio’s.

Mevrouw Maes, verslaggever, heeft het woord.

Lieve Maes (N-VA)

Voorzitter, ministers, collega’s, op 13, 20 en 27 november en op 4 en 11 december 2018 besprak de commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting de begrotingsontwerpen voor het jaar 2019. Het gaat meer specifiek over de volgende documenten: het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019, de toelichtingen bij de middelenbegroting en de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2019, de meerjarenraming 2019-2024, het ontwerp van decreet houdende de bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 en het ontwerp van decreet houdende de diverse fiscale bepalingen.

Dit verslag omvat verder ook het Verslag van het Rekenhof over het onderzoek van de Vlaamse begroting voor 2019, het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) over het begrotingsbeleid 2019, de behandeling van de beleidsbrief Financiën en Begroting 2018-2019 van minister Bart Tommelein en de beleidsbrief Algemeen Regeringsbeleid 2018-2019 van minister-president Geert Bourgeois.

De bespreking werd op 13 november aangevat met een toelichting van minister Bart Tommelein bij de begroting 2019. De minister wees er meteen op dat de regering al drie jaar op rij een begroting in evenwicht voorlegt. Verder zal Vlaanderen vanaf 2019 de laatste groep van gewestbelastingen die tot nu federaal geïnd werd, voortaan ook zelf bepalen en innen.

Er zijn meer middelen die opnieuw ambitieus worden ingezet: 654 miljoen euro voor nieuwe investeringen in infrastructuur voor de sectoren mobiliteit en openbare werken, scholenbouw, zorginfrastructuur en het bedrijfsleven en 578,8 miljoen euro aan bijkomend recurrent beleid. Het gros van die middelen gaat naar welzijn en onderzoek en ontwikkeling. Zo haalt de Vlaamse Regering haar doelstelling van drie keer 500 miljoen euro aan nieuw beleid. De regering heeft ook de beleidsruimte voor de volgende regering gevrijwaard.

De minister gaf vervolgens een overzicht van de economische parameters, de ontvangsten – met veel aandacht voor de verschillende gewestbelastingen – en de uitgaven. De minister bevestigde de doelstelling voor de komende jaren, namelijk een blijvend positieve netto-actiefpositie behouden, waarbij vermarktbare activa groter zijn dan de geconsolideerde schuld.

In de begrotingen 2018 en 2019 zitten drie belangrijke factoren die een impact zullen hebben op de netto-actiefpositie, maar die, gelet op de actuele marge, die niet in gevaar brengen. Het betreft de afrekening van de Bijzondere Financieringswet in 2018, de over- name van de schuld van de gemeenten in het kader van vrijwillige fusies in 2018 en de ESR-correctie (Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen) voor de ziekenhuizen in 2018 en 2019. Bovendien wordt de afrekening van de autonomiefactor kasmatig gespreid over 16 jaar, waardoor dat effect maar getrapt tot uiting komt.

De minister stapte daarna over op de beleidsbrief. Traditiegetrouw gaf hij een bondig overzicht van de realisaties en gaf hij aan wat er nog op de plank lag voor het komende halfjaar. Op gebied van budgettair beleid blijft de minister – samen met de minister-president – in het EU-kader ijveren om de begrotingsdiscipline te verzoenen met de noodzakelijke groeibevorderende publieke investeringen. Er zijn nu ook de digitaliseringsprojecten die de begroting leesbaarder moeten maken. Het betreft het zogenaamde ‘klikmodel’ en de verrijkte digitale versie van de algemene toelichting. Daarnaast wordt er ook voortgewerkt aan een meer prestatiegerichte begroting.

Dan volgde een hele toelichting over het financieel beheer, controle en risicomanagement. Vlaanderen behield ook in 2018 zijn gunstige Aa2-rating, wat een trapje hoger is dan die van België. Het is de derde hoogste notering bij Moody’s. Er zijn slechts drie andere deelstaten ter wereld die hoger scoren dan de federale staat, namelijk Spaans Baskenland en de Italiaanse regio’s Trente en Lombardije.

In 2019 wordt de boekhoudsoftware Orafin verder uitgerold naar nieuwe entiteiten. Er zal worden nagegaan hoe onder meer voorraadbeheer en projectmanagement verder ontwikkeld dienen te worden. Er wordt gewerkt aan een nieuwe Vlaamse Codex Overheidsfinanciën, de zogenaamde VCO.

De diverse bestaande decreten en uitvoeringsbesluiten die betrekking hebben op de generieke begroting en financiën worden gebundeld in respectievelijk één decreet en één uitvoeringsbesluit. De codificatieoefening laat toe inconsistenties, onduidelijkheden en hiaten in het huidige juridisch kader weg te werken.

Er wordt ook voortdurend gewerkt aan een klantvriendelijke Vlaamse Belastingdienst (VLABEL). Het enige grote project dat nog moet afgerond worden, is de overname van de inning van de belasting op spelen en weddenschappen en op automatische ontspanningstoestellen. De minister besluit dat Vlaanderen iets doet met zijn fiscale autonomie en dat de regering in deze legislatuur alles in het werk heeft gesteld heeft om de publieke financiën gezond te houden. Er werd ook een toelichting gegeven bij het monitoringrapport van oktober 2018.

Op 20 november bracht raadsheer Jan Debucquoy een toelichting bij het verslag van het Rekenhof. Hij stelde dat de Vlaamse begroting 2019 goed in elkaar zit en degelijk onderbouwd is. Vervolgens ging hij over kleine opmerkingen, verbeterpunten en aandachtspunten van het begrotingsrapport. Hij stond ook stil bij de aanvraag tot herziening van de voorwaarden voor het inroepen van de flexibiliteitclausule inzake strategische investeringen bij de Europese Commissie. Dat dossier is zeer goed voorbereid en gedocumenteerd door de Vlaamse Regering, aan de hand van een terugverdienmodel. Het Rekenhof acht dat bijzonder robuust. Spijtig genoeg zit de lijst van strategische investeringen overvol. Het federale niveau vraagt voor 2019 aan de Europese Unie om 194,6 miljoen euro te neutraliseren, waarvan volgens de raadsheer alleen de case van de Vlaamse Regering zeer goed gedocumenteerd is.

Het Rekenhof is tevreden met de aflevering van een volledige prestatiebegroting, wat leidt tot een meer gestructureerde en beter leesbare begroting. Op de ontvangsten en de uitgaven waren er eigenlijk geen opmerkingen. Specifiek voor het Oosterweelproject beveelt het Rekenhof aan om in de toekomst transparant te rapporteren over de financiering ervan en in het bijzonder over de juiste kostprijs van het haventracé, de mate waarin de leefbaarheidsprojecten de volgende jaren uit het ‘overkappingsfonds’ financiering kunnen genieten en hoe dat allemaal in de begroting wordt opgenomen.

Er was ook nog een bemerking over het Klimaatfonds. Er worden bijkomende beleidskredieten ingeschreven ten opzichte van 2018, ten bedrage van 114,4 miljoen euro, maar nergens wordt gewag gemaakt van de besteding van die extra middelen en hoe ze in het Vlaams Klimaatplan passen.

De minister vatte zijn repliek als volgt samen. Het Rekenhof wijst zowel in zijn rapport als in de presentatie vooral op aandachts- en verbeterpunten. Deze punten neemt de minister uiteraard mee. Wat hij vooral onthoudt uit de rapportering van het Rekenhof, is dat de Vlaamse begroting bij de uitvoering 2017 reeds bewezen heeft uitermate gezond te zijn. Noch op basis van de monitoring 2018, noch op basis van het voorliggende rapport van het Rekenhof over de begroting 2019, noch op basis van de meerjarenraming 2019-2024, die hij een week later nader zal toelichten, is er enige reden om aan te nemen dat dit niet langer het geval zou zijn.

Vervolgens begon het debat. In de eerste ronde waren er betogen van collega’s Björn Rzoska, Jan Bertels, Peter Van Rompuy, Matthias Diependaele, Lieve Maes, Jenne De Potter, Willem-Frederik Schiltz en voorzitter Jan Peumans. Er kwamen replieken van minister Tommelein en raadsheer Debucquoy, opnieuw gevolgd door een tweede betoog van Björn Rzoska en Jan Bertels en een nieuwe repliek.

Tot zover mijn deel van het verslag. (Applaus)

De voorzitter

De heer Bertels, verslaggever, heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Goeiemorgen allemaal. Dank aan collega Maes om het eerste deel te doen. Ik ga dus verder vanaf de bespreking in de commissievergadering van 27 november. In die vergadering gaf de minister antwoord op de nog overgebleven vragen en toonde hij onder meer slides van de begroting van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) om een antwoord te geven op de vragen van de heer Rzoska. Hij duidde ook de financiering van de verschillende mogelijke uitgaven binnen de BAM.

De minister gaf antwoord op de vraag van de heer Bertels bij de totstandkoming van het nieuwe forfait van 79 miljoen euro bij de onderbenuttingsraming, dat toe te schrijven is aan het gegeven dat vele projecten pas in de latere jaren op kruissnelheid zullen zijn. Er werd ook bijkomende toelichting gegeven bij de rente-uitgaven. Meerdere parlementsleden verzochten om toelichting bij de verwachte ontvangsten uit de fiscale regularisatie. De minister blijft de inkomsten van de regularisaties op de registratie- en erfenisrechten ramen op 75 miljoen euro. Hoewel hij de bezorgdheid van de parlementsleden begrijpt en een voortdurende monitoring nodig acht, ziet hij elementen waardoor de begrote ontvangst zou kunnen worden gehaald, voornamelijk door de toegenomen pakkans en uitrol van het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner), het register van de ultieme begunstigde. Hij besluit dat de raming van 75 miljoen euro een beredeneerde schatting was, en geen milde gok, zoals sommige parlementsleden zouden suggereren. De heer Bertels dankt de minister voor de detailinformatie, maar blijft er wel bij dat er een zekere roekeloosheid vervat zit in de inschatting met betrekking tot de fiscale regularisatie.

Daarna geeft minister Tommelein toelichting bij de Meerjarenraming 2019-2024. Hij geeft duiding bij de gebruikte parameters, het vorderingensaldo en de evenwichtsdoelstelling, de onderbenuttingshypothese en de ESR-correcties. Hij staat eveneens stil bij de bouwkosten van Oosterweel, die buiten de begroting werden gehouden. Hij schetst de evoluties van de ontvangsten en de uitgaven bij constant beleid, de impact van de federale taxshift en de evolutie van de geconsolideerde schuld. Inzake schuldnormering stelt de minister dat het de doelstelling is om een gunstige ratingpositie te behouden en ook om een blijvend positieve nettoactiefpositie te bewaren, waarbij echter tijdelijk abstractie wordt gemaakt van de overgenomen schuld in het kader van de zesde staatshervorming met betrekking tot de ziekenhuisfinanciering A1/A3. Hij meent dat de volgende Vlaamse Regering haar begroting met een schone lei zou kunnen beginnen.

De bespreking werd aangevat door parlementsvoorzitter Peumans, die informeerde naar het negatieve vorderingensaldo van het Vlaams Parlement en de parlementaire instellingen, waarop de minister antwoordde dat dit gevolg was van de verwachtte uittredingsvergoedingen.

De heer Rzoska stelde vragen met betrekking tot de impact van Oosterweel op de schuld en het verloop daarvan, de ramingen voor de fiscale regularisatie in 2019 en 2020, over de herkomst van de bedragen die de geconsolideerde entiteiten zullen beleggen in de Vlaamse schuld en tot slot over het buiten berekening plaatsen van de geconsolideerde schuld van de schuld van de ziekenhuizen.

De heer Bertels begon met de vaststelling dat er de volgende twee jaar geen marge is voor nieuw beleid. Hij treedt de vraag over de fiscale regularisatie bij en heeft vragen over de impact van de vertraging van de vergroening op de belasting op de inverkeerstelling. Hij vraagt ook naar de basis van de prijsstijging per ton CO2 bij het Klimaatfonds vanaf 2021 en naar de berekening van de inkomenselasticiteit. Hij vraagt eveneens of de kredieten die zijn ingeschreven voor de uitbouw van de tweede pensioenpijler voor contractuele ambtenaren, wel voldoende zijn. Hij vraagt ook naar de redenering die wordt gehanteerd om enkel een basiskrediet in te schrijven bij het Rampenfonds. Tot slot treedt hij de vraag bij omtrent de uitgaven van Oosterweel, bijvoorbeeld inzake het Overkappingsfonds, en informeert hij naar de verantwoording voor de stijgende rente-uitgaven, alsook naar de evolutie van de nettoactiefpositie.

In de commissievergadering van 4 december kwam de minister-president dan zijn bevoegdheden toelichten binnen het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur en de beleidsbrief Algemeen Regeringsbeleid. Punten van vragen en discussie waren de burgerparticipatie, het once-onlyprincipe, de uitbouw van de Vlaamse Statistische Autoriteit, de vermindering van de regeldruk, de werking van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges (DBRC), Audit Vlaanderen, en de vraag of er in voldoende middelen is voorzien in het Rampenfonds. Voor meer details daarover verwijs ik naar het verslag.

Ook het belangrijke verslag van de Vlaamse Regering over alternatieve financiering van Vlaamse overheidsinvesteringen werd binnen het kader van de begrotingsbesprekingen in de commissie toegelicht door de minister-president. De leden van de commissie spraken hun appreciatie uit voor de stijgende kwaliteit van deze rapporteringen en wisselden van gedachten over het belang en de mogelijkheden, alsook over de scope van de terugkoppeling van informatie over de alternatieve financiering.

Er wordt door de commissieleden ook uitgekeken naar het nieuwe kaderdecreet voor alternatieve financiering van overheidsfinanciering dat ontwikkeld werd binnen de commissie. Voor meer details verwijs ik ook hier naar het verslag van deze bespreking.

In de commissie van 11 december 2018 gaf minister Tommelein antwoord op de resterende vragen over de meerjarenraming 2019-2024. Inzake de mogelijke impact van de vertraging bij de Oosterweelwerken op de meerjarenraming stelt de minister dat dit momenteel in onderzoek is. Wat de spijziging van het Overkappingsfonds betreft, verklaart hij dat binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken onderbenutte kredieten of overschotten naar dit fonds afgeleid worden.

De minister gaf ook meer detail over de berekening van de inkomsten van de fiscale regularisatie voor de komende begrotingsjaren. Hij verwijst hierbij naar de argumenten in het eerdere debat, met de aanvulling dat de tarieven de komende jaren zullen stijgen waardoor er elk jaareinde opnieuw een grotere instroom aan dossiers kan worden verwacht van actoren die de hogere tarieven van het jaar nadien willen vermijden. Dit zal zich ook uiten in een achterstand inzake de behandeling van dossiers bij het einde van de regularisatieperiode, waardoor er ook in 2021 nog een ontvangst ter waarde van 37,5 miljoen euro ingeschreven kan worden.

Inzake de netto-actiefpositie toont de minister een tabel die de samenstelling hiervan weergeeft. Hij geeft ook duiding bij de totstandkoming van het telkens weerkerende jaarlijkse bedrag van 100 miljoen euro inzake het effect van de beleggingen van reserves van de geconsolideerde instellingen in de Vlaamse overheidsschuld, wat een voorzichtig bedrag is gezien de totale reserves 7,5 miljard euro bedragen. De minister geeft duiding bij de verwachte evolutie van het netto-actief.

Met de ziekenhuizen kan in de schuld of in de netto-actiefpositie geen rekening worden gehouden omdat het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap er niet de volledige eigenaar van zijn.

Inzake de uitdagingen voor de komende jaren met betrekking tot de evolutie van het netto-actief, blijven de afrekening van de Bijzondere Financieringswet, de overname van de schuld van de gemeenten in het kader van vrijwillige fusies en de jaarlijkse betaling aan de ziekenhuissector buiten het begrotingsresultaat.

Qua opportuniteiten kunnen eventuele begrotingsoverschotten een positieve impact hebben, ESR 8-ontvangsten en min- of meerwaardes van portefeuilles met participaties of obligaties die op lange termijn normaliter positief zijn. De minister stelt dat het door de vele onzekerheden niet mogelijk is harde voorspellingen te doen inzake de evolutie van de netto-actiefpositie, maar dat de huidige buffer van 4,2 miljard euro voldoende ruim is om de gekende uitdagingen op te vangen.

De minister geeft ook duiding bij de ontvangsten van de belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de impact van de vergroening daarop, alsook bij de ontvangsten van het Klimaatfonds en de prijs per ton CO2.

Inzake de inkomstenelasticiteit van de bruto-opcentiemen stelt de minister dat de raming gebaseerd is op de coëfficiënt die de FOD Financiën medio 2018 gebruikt heeft om de ramingen voor het aanslagjaar 2019 op te stellen.

Inzake de uitbouw van de tweede pensioenpijler voor contractuele ambtenaren stelt de minister dat deze vanaf 2020 onder meer gefinancierd wordt met overschotten binnen de recurrent voorziene beheersbetoelaging, de verlaging van de refertekredieten in het Vlaams personeelsstatuut en de uitdoving van overgangsmaatregelen op de reeds bestaande aanvullende pensioenen. Het beperkte restant of het tekort aan kredieten dient dan verder bekeken te worden in functie van het effect van de voorziene maatregelen.

Wat het Rampenfonds betreft, geeft de minister een overzicht van de kredieten voor de komende jaren, die constant blijven op 26,2 miljoen euro per jaar.

En tot slot licht de minister de stijging van de rente-uitgaven toe.

Hierna zag de heer Bertels nog twee pijnpunten, waarvan het eerste de spijziging van het Overkappingsfonds was. Het is volgens hem niet wenselijk dat de indruk ontstaat dat projecten niet worden uitgevoerd om elders, in dit geval in Antwerpen, zaken te financieren. Hij betreurt ook dat dat de financiering van de uitbouw van de tweede pensioenpijler voor ambtenaren nog niet rond is in meerjarenperspectief.

Minister Tommelein antwoordt dat het restant daar moet worden bekeken in functie van het effect van de maatregelen en wijst voor de overkapping door naar minister Weyts.

Hierna werd in de commissie het monitoringrapport van november 2018 toegelicht door de minister, waarvoor ik verwijs naar het rapport of naar het verslag van de bespreking.

Voor ze overging tot de eindstemmingen, nam de commissie Algemeen Beleid en Financiën kennis van het verslag van de begrotingsbesprekingen in de vakcommissies. Zij formuleerde hierbij geen verdere opmerkingen.

Wat het detail van de artikelsgewijze stemmingen en de stemming over de amendementen betreft, verwijs ik naar het verslag. Ik beperk me hier tot de eindstemming van de uitgavenbegroting, die in de commissie meerderheid tegen oppositie werd aangenomen met 8 stemmen tegen 3.

Voorzitter, dit was de laatste keer dan mevrouw Maes en ikzelf het verslag van de begrotingsbesprekingen hier hebben gebracht. (Applaus)

De voorzitter

Mijnheer Bertels, als ik u goed heb begrepen, komen u en mevrouw Maes niet meer terug in de volgende legislatuur? (Opmerkingen van Jan Bertels. Gelach)

Zijn er verslaggevers van het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019 die het woord vragen? (Neen)

De heer Diependaele heeft het woord.

Het is niet duidelijk of het mijn laatste keer zal zijn. (Opmerkingen. Gelach)

Ik dank mevrouw Maes en de heer Bertels voor de zeer accurate en correcte verslaggeving van de debatten die we hebben gevoerd in de commissie. We zouden natuurlijk geen degelijk begrotingsdebat kunnen houden zonder dat voorafgaande verslag.

Gisteravond is er wellicht meer tijd gegaan naar andere zaken, namelijk wat aan de overkant van de straat is gebeurd, dan naar de voorbereiding van de toespraak voor deze voormiddag. Nochtans hoeft wat aan de overkant is gebeurd, niet bepaald een olifant in de kamer te zijn, integendeel zelfs. Het is zeer goed dat deze Vlaamse Regering voor onze democratie haar werk voortzet en dat Vlaanderen goed wordt bestuurd. Dat komt ook naar boven in deze begroting. Ik hoop dan ook op een stevig debat, want ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid in een debat wordt uitgedaagd om ervoor te zorgen dat wat effectief als beleid zal worden gevoerd, wordt onderbouwd. Het is jammer dat de laatste weken, maanden en jaren een beetje neerbuigend wordt gedaan over dat debat. Ik ben er zelf van overtuigd dat dit nochtans een gigantische meerwaarde is en niet zomaar een circus of theater.

Toch moeten we toegeven dat het niet gemakkelijk is om daar veel begeesterends over te zeggen, om daar veel enthousiasme over los te weken. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

Ik ben ervan overtuigd dat we met deze begroting niet meer doen dan alleen een volgende stap zetten naar wat we in het begin van de legislatuur hebben beloofd. Mijnheer Tobback – en daar zult u zeker enthousiast over zijn: wij doen effectief wat we aan het begin van de legislatuur hebben beloofd. Ik kan me voorstellen dat dat voor u iets nieuws is.

De debatten die we hebben gevoerd in de commissie, zijn eigenlijk niet veel verder gegaan dan de eerdere techniciteiten. Het grootste verwijt dat we daar op een bepaald moment hebben gekregen, is het feit dat het voor deze Vlaamse Regering allemaal niet zo moeilijk is om deze begroting op tafel te leggen, dat we eigenlijk vertrekken vanuit een luxepositie, want er is toch geld genoeg. Natuurlijk is dat in zekere zin wel waar, we zitten met deze Vlaamse Regering in een luxepositie.

We kunnen effectief heel goed zorg dragen voor de noden van de Vlamingen en voor wat in Vlaanderen nodig is. Dat is natuurlijk een luxepositie die we zelf hebben gecreëerd. Om die reden ben ik bijzonder trots op de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering heeft van in het begin ruimte gemaakt om nu in een luxepositie te kunnen belanden en om ervoor te zorgen dat we nu kunnen doen wat we hebben beloofd, namelijk investeren.

De grotere idee hierachter hebben we volgens mij in het begin van de legislatuur heel goed doordacht en wordt nu helemaal veruitwendigd. Die idee is dat we moeten werken langs twee sporen, die in debatten wel eens als tegengestelden worden voorgesteld. De vraag is dan of we geld willen investeren in onze economie, meer concreet in onderzoek en ontwikkeling, of dat we geld willen investeren in welzijn, meer bepaald voor de noden die er zeker zijn met betrekking tot de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg en dergelijke. Ik denk in alle eerlijkheid dat dit geen tegengestelden zijn. De Vlaamse Regering heeft zeer duidelijk de keuze gemaakt dat die twee sporen aan elkaar vasthangen.

Langs de ene kant van de begroting stoppen we geld in de economie. Er gaat een half miljard euro naar onderzoek en ontwikkeling, maar dat rendeert natuurlijk. Dat geld brengt zichzelf weer op. We zullen er langs de andere kant van de begroting voor zorgen dat we die opbrengsten kunnen uitgeven voor de noden die er in Vlaanderen zijn. Dat is het andere half miljard euro.

Dit is eigenlijk een goed moment om dit te zeggen, want gisteren is De Warmste Week van start gegaan. Iedereen heeft ongetwijfeld de beelden gezien van Puyenbroeck, waar een groot spandoek hangt met de boodschap “Zorg dragen voor iedereen”. Dat is eigenlijk wat de Vlaamse Regering moet doen en wat wij als politici in het Vlaams Parlement altijd moeten doen, namelijk zorg dragen voor Vlaanderen en voor de Vlamingen.

We doen dat door te investeren in de opbouw van de welvaart en van de economie. We zorgen ervoor dat we effectief een return on investment hebben en dat we een gedeelte daarvan in het welzijn van de Vlamingen kunnen investeren. Met deze begroting doen we dat op een heel constructieve en verstandige manier. We zullen de uitgaven zodanig spreiden dat we zorg dragen voor de Vlamingen en in welzijn investeren. We kunnen het begrotingsbeleid van de voorbije vijf jaar op een heel eenvoudige manier samenvatten. Dat kan in zes of zeven zinnen, die ik graag even wil overlopen.

Hoewel we tijdens de vorige legislatuur wel degelijk zorg hebben gedragen voor onze financiën en ons hadden voorbereid om tijdens deze legislatuur te kunnen investeren, zijn we in 2014 gestart met een begrotingstekort van 0,5 miljard euro.

Iedereen weet natuurlijk dat we daar de zesde staatshervorming bovenop hebben gekregen, die ervoor heeft gezorgd dat we 1,7 miljard euro hebben moeten bijdragen aan de federale sanering.

Uiteindelijk hebben we vanaf 2017 een begroting in evenwicht kunnen voorstellen. We zijn voor 1,5 miljard euro aan recurrent nieuw beleid gestart.

Tot nu toe hebben we 0,5 miljard euro bijgedragen aan de federale tax shift, wat ronduit een belastingverlaging is, en dat bedrag loopt nog op.

Volgens de meerjarenraming zal de vrije beleidsruimte in Vlaanderen in de komende jaren tot 2023 bij ongewijzigd beleid tot 1 miljard euro oplopen. We hebben dat allemaal kunnen combineren. We hebben gesaneerd en hervormd, maar toch hebben we vrije beleidsruimte kunnen creëren.

Het laatste punt dat ik hieraan moet toevoegen, is dat we natuurlijk ook heel hard hebben kunnen investeren. Ik kom hier straks nog op terug.

Wat het begrotingsbeleid van de Vlaamse Regering betreft, heeft de oppositie nochtans sinds 2014 de grootste plagen aangekondigd. Het zou een fantoombegroting zijn en de cijfers zouden niet goed in elkaar zitten. We zouden wel zien dat het allemaal zou mislopen. We waren het aan het opblazen en we zouden de gecreëerde verwachtingen helemaal niet kunnen inlossen. Niets is minder waar. Elk jaar hebben de uitvoeringsresultaten, de monitor van de begroting, aangetoond dat de begroting wel degelijk correct en evenwichtig was opgesteld en dat de juiste keuzes waren gemaakt.

De Vlaamse Regering is gestart als een besparingsregering, maar zal eindigen als een stevige investeringsregering die de weg heeft vrijgemaakt voor de volgende ploeg om beter zorg te dragen voor de Vlamingen. Het meest uitgesproken element hiervan is onderzoek en ontwikkeling. Vorige week heeft de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) een memorandum voorgesteld. Verschillende Vlaamse volksvertegenwoordigers waren daarbij aanwezig. We hebben al 0,5 miljard euro in de richting van onderzoek en ontwikkeling gestuurd, maar om de norm van 3 procent te halen, wat we nog steeds willen, zal de komende jaren nog eens 0,5 miljard euro nodig zijn. Dat lijkt mij een terechte vraag, maar dat is natuurlijk een vraag die de volgende regering zal moeten beantwoorden. Wij hebben daar alvast de ruimte voor gemaakt zodat men die keuze kan maken.

Het nieuwe beleid is gestegen met ongeveer 660 miljoen euro, maar wij hebben vooral ingezet op investeringen. Deze regering heeft er elk jaar opnieuw voor kunnen zorgen dat we een nieuwe investeringstrein in gang konden zetten. Daarvoor hadden we geen investeringspact nodig. We hebben elk jaar zeer duidelijk de keuze kunnen maken met deze meerderheid om te gaan voor investeringen op vijf prioritaire beleidsdomeinen. Dat is in de eerste plaats Mobiliteit en Openbare Werken. Deze morgen hoorden we nog het bericht dat we daar aan een recordhoogte zitten, ook met betrekking tot fietsinfrastructuur, waarvoor we 110 miljoen euro per jaar hebben kunnen investeren.

Een tweede zaak, die we in verschillende trappen gedaan hebben, is scholenbouw. Het derde is sociale woningen. Daar is nog nooit zoveel in geïnvesteerd. In het verleden heeft geen enkele regering zoveel geld vrijgemaakt om te investeren in sociale woningen. Daarnaast is er nog welzijnsinfrastructuur en onderzoek en ontwikkeling.

In de cijfers met betrekking tot het investeringspeil, die al lang veel te laag waren, is er eindelijk een kentering gekomen. De voorbije jaren zijn die gestegen en ook de komende jaren zullen ze stijgen. We hebben de kentering ingezet. We hebben ook gezorgd voor de werkgroep leesbaarheid voor de begroting. Dat was een werkgroep die eerder in de luwte heeft gewerkt, maar ik ben ervan overtuigd dat hij in de toekomst zijn vruchten zal afwerpen. Dank u wel voor het werk dat daar is gedaan.

Dat is ongeveer de verdienste van deze begroting. We hebben gedaan wat we hebben beloofd. We hebben bespaard in het begin van de legislatuur maar we hebben daardoor ruimte vrijgemaakt om te kunnen investeren in Vlaanderen, in de noden van de Vlamingen. Het is ook belangrijk dat we Vlaanderen hebben klaargemaakt voor de toekomst, want er komen wel degelijk nog heel wat uitdagingen op ons af. Dat is een tweede luik dat ik heel kort met u wil overlopen.

Eerst en vooral is er de vertragende wereldeconomie. Niemand heeft ooit ontkend dat wij in Vlaanderen de laatste jaren mee profiteren van de stijgende groei in de wereldeconomie. Wij staan niet alleen in de wereld. Zeker een kleine economie als de Vlaamse heeft groot belang bij een aantrekkende wereldeconomie. Dat heeft ervoor gezorgd dat wij op Vlaams niveau hebben kunnen profiteren. Maar de komende jaren zou die wel eens kunnen stilvallen, of althans vertragen. Men rekent ongeveer dat de vooropgestelde 3,9 procent zou zakken naar 3,7 procent. Dat lijkt eerder weinig maar ik denk dat we daar voorzichtig mee moeten zijn want dat heeft wel degelijk zijn effect.

Een van de grootste oorzaken is de opkomende handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. Ook hier in dit parlement wordt regelmatig het debat gevoerd over de verankering en het protectionisme. Ik denk dat we daar heel voorzichtig in moeten zijn. Het is dansen op een slappe koord om het evenwicht te vinden tussen ons voor een deel afschermen van die buitenlandse investeringen om veiligheidsredenen en het behouden van een grote toegangspoort op de rest van de wereldeconomie. Als kleine economie hebben we er alle belang bij om een grote toegangspoort te behouden op de rest van die wereldeconomie en moeten we daar dus zeer voorzichtig mee zijn.

Een tweede uitdaging, die hier heel terecht al tientallen keren aan bod is gekomen, is de brexit. Vanmorgen hoorden we nog de behoorlijk onheilspellende berichten dat we vermoedelijk gaan naar een heel harde brexit. Over honderd dagen treedt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Wij zullen wel degelijk voorbereid moeten zijn. Deze regering heeft daar wel degelijk voor gezorgd. Zowel specifiek met betrekking tot de brexit als conjunctureel hebben we ons voorbereid om die slag op te vangen. Als je te horen krijgt dat er in het Verenigd Koninkrijk zelfs al 3500 militairen klaargezet worden, dan weet je welke impact dit zal hebben. Ik denk dat we er goed aan gedaan hebben in dit Vlaams Parlement om dat probleem nooit te onderschatten.

Een derde groep problemen of uitdagingen die op ons afkomt, zijn de begrotingstekorten in andere landen van de Europese Unie, te beginnen bij Italië, waar de minister van Binnenlandse Zaken Salvini maar al te graag de Europese Commissie uitdaagt en er geen werk van maakt om zijn begroting op orde te krijgen. Ook Frankrijk heeft toegevingen moeten doen aan de gele hesjes en ook daar dreigt een ontsporend begrotingstekort.

Dat zijn zowat de uitdagingen die de komende jaren op ons afkomen. De Vlaamse Regering heeft zich daar wel degelijk op voorbereid.

Er zijn nog twee zaken die ieder van ons aanbelangen, die regelmatig aan bod komen en waarop we de komende jaren zullen moeten blijven inzetten. Ik wil ze met u heel kort overlopen. Dat is om te beginnen klimaat. Er wordt hier heel dikwijls een discussie gevoerd alsof de ene meer ambitie zou tonen met betrekking tot klimaat dan de andere. Ik wil u vanuit mijn fractie heel duidelijk zeggen dat ook wij wel degelijk ambitieus zijn wat betreft klimaat.

Wij willen wel degelijk de juiste maatregelen nemen om te zorgen dat de klimaatopwarming wordt tegengegaan. Maar een degelijk klimaatbeleid, dat voer je niet met ambitie alleen. Je voert dat in de eerste plaats met duidelijke afspraken, en instrumenten om die omslag naar een groene economie, naar hernieuwbare energie effectief te maken. Dat is de weg die we moeten opgaan.

Met deze Vlaamse Regering zijn we op dat gebied wel degelijk voorloper. Want als je die verschillende klimaatplannen in Europees perspectief naast elkaar legt, zie je heel duidelijk dat wij degenen zijn die in onze klimaatplannen concrete maatregelen naar voren schuiven, en ons niet alleen beperken tot het hebben van hoge ambities, hoe mooi en hoe leuk dat opbod ook kan zijn.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, ik heb dat riedeltje nu al heel vaak gehoord, gisteren nog van minister Schauvliege in de commissie. Het klopt natuurlijk wel wat u zegt, dat we ambitie moeten koppelen aan maatregelen, maar nu doet u alsof de andere landen dat allemaal niet doen, dat ze allemaal loze beloftes maken en allemaal dingen zeggen voor de galerij. Dat geloof ik eerlijk gezegd niet. Ik denk dat we moeten kijken naar wat de andere landen doen. Ik kan me niet voorstellen dat landen zoals Duitsland, Nederland en Frankrijk zomaar wat zeggen. Ze hebben ook concrete maatregelen en heel ambitieuze doelstellingen. Vlaanderen moet dat ook doen. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Collega Diependaele, het zou kloppen als we natuurlijk ook inzake maatregelen en resultaten koplopers waren in Europa, maar dat zijn we niet, noch qua capaciteit die is geïnstalleerd, noch qua middelen die worden geïnvesteerd, noch qua resultaten inzake reductie van de uitstoot enzovoort. We doen min of meer ‘middle of the road’ een poging om onze doelstellingen tegen 2020 te halen. Voor de komende tien jaar hebben we nog een gigantische achterstand.

Ik betwist zelfs niet dat er muizenstapjes worden gezet om die achterstand in te halen, maar wat deze regering heeft gedaan, is hogere doelstellingen en ambities tegenhouden, zowel op Europees als op Belgisch vlak. Op een moment dat we inspanningen vragen van onze burgers zou het nogal evident zijn dat we duidelijk maken waarvoor die moeten dienen en waar we daarmee naartoe willen, wat de uiteindelijke doelstelling is, en waarom dat voor onze economie en voor onze toekomstige inkomens goed zou zijn. Dat doet u niet.

Inzake maatregelen die u heel de tijd belooft, doet u gewoon niet genoeg. Het nettoresultaat, de vooruitgang tijdens deze legislatuur, waarin u al die maatregelen had kunnen nemen die u had beloofd te zullen nemen, wel, dat nettoresultaat, die piste voor de komende tien jaar, is er niet.

U maakt dus een fout ten opzichte van de Europese engagementen en gezamenlijke boodschappen en een klare en heldere missie voor onze samenleving, en u doet niet wat u belooft inzake maatregelen. Dus stop met dat loze riedeltje. U bent daar slogans aan het debiteren die misschien in een Facebookcampagne vijf minuten zouden kunnen werken, maar wie kijkt naar de resultaten en cijfers van deze regering, stelt vast dat u dat riedeltje en die slogan en die Facebookcampagne zoals zo vaak gewoon niet waarmaakt. Stop er dus mee. (Applaus bij sp.a)

Mijnheer Tobback, het is echt wel van de pot gerukt dat u mij slogans zou verwijten als het over klimaat gaat. Wij zijn als eersten degenen die effectief vragen om duidelijke, berekende en ook betaalbare maatregelen te nemen met betrekking tot het klimaat. Ik ben het er helemaal mee eens dat het belangrijk is om een duidelijke boodschap te verkondigen. Ik ben er niet tegen om enig voluntarisme te tonen, maar je moet voor de burger ook de eerlijkheid hebben om hem zeer duidelijk te maken wat er nodig zal zijn om die ambities te verwezenlijken. Die eerlijkheid ontbreekt dikwijls. We moeten zeer duidelijk aangeven aan de burger: ja, wij willen die maatregelen nemen, maar we gaan dat samen moeten doen, we gaan uw hulp daarbij nodig hebben en dat zal niet voor niks gaan.

Mijnheer Danen, ik vind het eigenlijk heel vreemd dat u de vergelijking met andere landen durft te maken. De laatste maanden hebben we niets anders gezien dan Polen dat nog altijd vasthangt aan het infuus van de kolencentrales, Duitsland dat plots waardevolle bossen moet kappen om bruinkool te ontginnen. Dan komt u hier zeggen dat andere landen wel het goede voorbeeld geven. Ik denk het niet, ik denk het echt wel niet.

Mijnheer Diependaele, in Katowice hadden we het momentum moeten grijpen om aan te sluiten bij de Europese kopgroep. Er was een momentum om aan te sluiten, en die kans hebben we laten liggen. Dat is bijzonder, bijzonder jammer. Ik begrijp dat echt niet en dat kunt u me echt niet uitleggen. Toch stel ik vast dat het gebeurt. Ik wil u en de voltallige regering toch oproepen om alsnog toe te treden tot de High Ambition Climate Group. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Diependaele, ik ben blij dat u zelf Polen citeert. Ik ben eerlijk gezegd absoluut geen fan van het voorbeeld dat Polen stelt inzake klimaatambities en -beleid – integendeel zelfs –, maar het verschil tussen Vlaanderen en Polen is dat Polen tenminste nog een reden heeft. Polen verdedigt zijn eigen jobs en zijn eigen steenkoolcentrales, hoe gruwelijk het ook moge wezen.

En wij niet? Ze gaan het graag horen.

De laatste keer dat ik het echter heb gecheckt, hadden wij in België en ook in Vlaanderen geen werkende steenkoolmijnen meer, geen bruinkoolmijnen meer en geen jobs meer in die sector. Onze jobs, mijnheer Diependaele, zullen jobs zijn die inderdaad samenhangen met renovatie, hernieuwbare energie en hoge doelstellingen, en die gaan er alleen maar komen als we daar een klimaat voor creëren dat niet een klimaat is van ‘het kost ons centen en er is wantrouwen en het is een last’, maar een klimaat van opportuniteiten.

In Duitsland, mijnheer Diependaele, dat overigens zeer snel aan het vooruitgaan is inzake hernieuwbare energie, werken vandaag – en dat weten ze bijzonder goed – tien keer zoveel mensen in hernieuwbare energie dan in die bruinkoolmijnen. Met andere woorden: die bruinkool zal uitgefaseerd worden, want ze hebben die keuze voluit gemaakt en ook investeringen elders gedaan. De vraag is dus niet of u hier alsof wilt doen dat we er eventueel misschien kunnen raken, maar of u er in het belang van onze industrie, jobs en toekomst voluit voor wilt gaan, in plaats van met de handrem op in het verleden of, in het beste geval, in het vandaag te blijven hangen. De jobs van vandaag, dat zijn niet de jobs die behouden zullen blijven. De jobs die gecreëerd moeten worden voor de toekomst, daarvoor moet de Vlaamse Regering ambitie tonen. Die ambitie en die kansen laat u keer op keer liggen, ook in dat klimaatverhaal, want dat gaat ook daarover. (Applaus bij sp.a)

Dat is nu eens eerlijk, mijnheer Tobback. Het is nu eens zeer duidelijk wat u hebt gezegd. U zegt dat u er respect voor kunt opbrengen dat Polen zijn jobs in de steenkoolmijnen en dergelijke meer verdedigt, maar als wij dan effectief zeggen dat wij ook de jobs in de heel energie-intensieve economie van Vlaanderen willen beschermen tegen te hoge energieprijzen, onder andere in de heel intensieve chemiecluster in Antwerpen, dan zegt u dat die jobs niet beschermd hoeven te worden, dat we die maar moeten laten varen en dat die niet belangrijk zijn. Dat is wat u zegt en dat is tenminste eerlijk. (Applaus bij de N-VA en het Vlaams Belang)

Mijnheer Danen, ik doe niet aan politiek om mij goed te voelen. Het zou natuurlijk zeer leuk zijn om aan te sluiten bij de wereldleiders die in Katowice de mooiste boodschappen verkondigen. Ik doe aan politiek om op het terrein zaken te verwezenlijken, om ervoor te zorgen dat we effectief iets kunnen doen aan die klimaatopwarming en niet alleen maar om een mooie boodschap te verkondigen. Daar zit het grote verschil. U wilt vooral mee op de foto staan met de High Ambition Coalition, terwijl ik ervoor wil zorgen dat we die ambitie ook effectief halen. Dat is het grote verschil tussen uw groen beleid en het mijne. (Applaus bij de N-VA)

Ik ga dan verder naar het laatste punt, met name de grootste uitdaging die ik zie voor Vlaanderen de komende jaren en waar de komende regering dus ook op zal moeten inzetten. Ik denk dat we met deze regering heel wat voorbereidingen getroffen hebben en ons echt wel, zeker sociaal-economisch, hebben voorbereid op de komende legislatuur, maar het werk is natuurlijk nooit af. Dan heb ik het natuurlijk over onderwijs en als het over onderwijs gaat, dan spreken we allemaal altijd een beetje met een dubbele tong, in die zin dat we meestal ook zelf schoolgaande kinderen hebben. Onderwijs is en blijft onze belangrijkste grondstof. Het is onze enige en grootste bron van welvaart en welzijn. Hier hebben we echt geen andere keuze. We moeten op ons onderwijs blijven inzetten om bij de top van de wereld te horen. We moeten ervoor blijven zorgen dat onze leerlingen die concurrentie met de rest van de wereld aankunnen en dat we onze leerlingen voorbereiden om onze economie te ondersteunen, zodat die de concurrentie aankan met de rest van de wereld.

Ik ben er eigenlijk van overtuigd dat we het debat tussen gelijkheid en excellentie moeten gaan overstijgen. Iedereen weet dat, als je er effectief voor zorgt dat elk kind kan excelleren op zijn domein of zijn sterktes, dat we er dan ook voor gaan zorgen dat die sociale mobiliteit, die mobiliteit op de sociale ladder, versterkt wordt. Dat is het uiteindelijke doel, met name dat we er allemaal samen, als samenleving, op vooruitgaan.

Minister-president, om af te sluiten denk ik dat we hier de komende twee dagen een begroting bespreken waar we echt wel trots op mogen zijn. Op zich zullen er waarschijnlijk niet zo heel veel grote debatten zijn over de begroting in se. De keuzes zijn gemaakt bij het begin van de legislatuur en we hebben vooral getoond dat we woord kunnen houden en dat we effectief de moed hebben gehad om die keuzes ook uit te voeren. Wat we vandaag neerleggen, is niet alleen de laatste begroting van deze regering, maar ook direct de springplank voor de volgende regering, want voor hen hebben wij de ruimte gecreëerd om effectief zorg te dragen voor de Vlamingen en voor die noden die er in Vlaanderen nog zijn. Dat is in elk geval de reden waarom wij die begroting morgen, met zeer veel overtuiging, zullen goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Goedemorgen voorzitter, geachte leden van de regering, beste collega’s, ik zal beginnen met een spoileralert: de sp.a-fractie zal de begroting voor 2019 morgen niet goedkeuren. (Rumoer. Opmerkingen)

Ik sta hier om te zeggen waarom we dat niet wensen te doen. We hebben daar drie goede redenen voor. Ten eerste, denken wij dat er boven deze begroting – die inderdaad heel wat fraais bevat – een zwaard van Damocles hangt. Ten tweede, merken wij dat deze investeringsregering al te vaak een aankondigingsregering is. En ten derde zien we een gebrek aan ambitie en samenwerking om belangrijke uitdagingen aan te pakken.

Ik begin met mijn eerste punt, het zwaard van Damocles. Collega’s, in deze begroting voor 2019 staan extra middelen om noden aan te pakken waarvan onze fractie al jarenlang gevraagd heeft om daarvoor budgetten uit te trekken. Het gaat dan bijvoorbeeld over de versterking van het basisonderwijs, over de aanpak van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg, over broodnodige investeringen in de jeugdhulp.

De investeringen die we daarvoor vinden in de begroting van 2019 juichen wij toe, al weten we natuurlijk dat een gedeelte van die middelen, bijvoorbeeld voor het basisonderwijs, eenmalig zijn en dat er wordt gekeken naar een volgende Vlaamse Regering om die investeringen te bestendigen. We weten ook dat, als het bijvoorbeeld gaat over de jeugdhulp of gehandicaptenzorg, die extra middelen niet zullen volstaan om de noden van vandaag, laat staan de bijkomende noden van de toekomst op te vangen en dat er daarvoor wordt gerekend op een volgende Vlaamse Regering om de opstappen van vandaag verder te versterken.

Ik zie dat deze Vlaamse Regering wat dat betreft geruststellende boodschappen heeft uitgestuurd. Een maand geleden zei ze: ‘We laten een mooie erfenis na voor onze opvolgers. Een volgende Vlaamse Regering heeft uitzicht op een vrije beleidsruimte van maar liefst 1 miljard euro tegen het einde van de volgende legislatuur.’ Collega’s, de waarheid is dat dit natuurlijk zeer voorwaardelijk is. Europa moet nog altijd een antwoord geven op de vraag of we de investeringen voor de Oosterweelverbinding – 3,5 miljard euro – inderdaad niet moeten meetellen bij het aftoetsen van de begrotingsdoelstelling.

Minister Tommelein, voor alle duidelijkheid: ik volg de redenering waarmee deze regering naar Europa is gestapt. Het gaat over een eenmalige investering van een uitzonderlijk grote omvang, van groot belang voor onze economie en met een terugverdieneffect via tolinkomsten. Het Rekenhof heeft met zoveel woorden erkend dat er een stevige, robuuste businesscase is neergelegd met de Europese Commissie. Alleen wachten wij ondertussen al vier jaar op een antwoord van Europa. Minister, ik heb het nog eens nagelezen in de verslagen van de commissie daarover. Tot vandaag moeten wij het stellen met de mededeling dat de commissarissen Moscovici en Thyssen hebben gezegd dat ze de case goedgunstig zullen bekijken. We hebben dus niet veel in handen.   

En het verschil tussen ja en neen van Europa, collega’s, is het verschil tussen 1 miljard euro aan vrije beleidsruimte voor een volgende Vlaamse Regering of 150 miljoen euro aan vrije beleidsruimte tegen het einde van de volgende legislatuur. Dat is het verschil tussen het kunnen bestendigen van die opstappen die vandaag worden gerealiseerd in Welzijn en Onderwijs. Het heeft ook – minister Tommelein, ik maak mijn punt af – een enorme impact op het Oosterweelproject zelf. De case die werd neergelegd bij de Europese Commissie behelst de Oosterweelverbinding strictu senso, 3,6 miljard euro aan investeringen waarvoor terugverdieneffecten worden gerealiseerd via tolinkomsten.

Maar daarnaast zijn er de engagementen rond het haventracé, een bijkomende kost van 1 miljard euro. Daarnaast zijn er ook engagementen voor de leefbaarheidsprojecten, voor de overkapping van de ring: een bijkomende kost van 1 miljard euro, waar men ook op rekent en waarvoor de Vlaamse Regering een rollend fonds heeft gecreëerd waarin tot op heden 54 miljoen euro zit. 54 miljoen euro. Met andere woorden: zolang wij geen antwoord krijgen van de Europese Commissie, dreigt niet alleen de toekomstige vrije beleidsruimte van de volgende Vlaamse Regeringen opgesoupeerd te worden, dan moeten niet alleen die 3,6 miljard maar ook de bijkomende engagementen van 2 miljard euro, samen een goede 6 miljard euro, geabsorbeerd worden door de begrotingen van de opvolgers. Wat mij enorm stoort, collega’s, is dat deze Vlaamse Regering, wanneer ze haar begrotingen indient, nu voor de vijfde opeenvolgende keer, telkens zedig zwijgt over de grote voorwaardelijkheid van uitspraken als ‘we hebben 1 miljard euro aan vrije beleidsruimte klaargelegd voor onze opvolgers’. Ik vind dat wel een belangrijk punt om te blijven maken. Ook het Rekenhof heeft gevraagd om wat dat betreft meer transparantie aan de dag te leggen.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, deze discussie is al vele malen gevoerd, ook in de commissie. De vraag is dan natuurlijk hoe u het zou doen. Eerst en vooral zijn die bedragen wel degelijk opgenomen in de begroting, maar niet in de begrotingsdoelstellingen. Daar zullen we dus over blijven discussiëren. Maar als ik u hoor, dan moeten wij andere dingen doen. Dan ben ik wel eens benieuwd wat u zou doen, mocht u het voor het zeggen hebben. U kunt natuurlijk in Antwerpen beslissen om voorlopig alles stop te zetten, maar gezien de situatie waarin uw partij zich bevindt, denk ik niet dat u daarvoor zult pleiten, mijnheer Vandenbroucke.

Ten tweede, we kunnen natuurlijk wel schrappen in een aantal andere zaken. Als u schrappingen wilt voorstellen en een ander scenario wilt voorstellen, mijnheer Vandenbroucke, dan ben ik altijd bereid om te luisteren. Schrappen in Welzijn, schrappen in Onderwijs? Als dat uw keuze is om zo alsnog een begroting in te dienen waar Oosterweel wel degelijk in opgenomen is en ook in de doelstellingen zit, dan hoor ik graag uw alternatief. Ik ben daar zeer benieuwd naar.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister Tommelein, als u me goed beluisterd hebt, hebt u gehoord dat ik een pleidooi houd in de lijn van wat het Rekenhof ook jaar na jaar zegt, en dat is om wat dit betreft voldoende transparantie aan de dag te leggen. Als ik de communiqués lees van de Vlaamse Regering over begrotingen die worden ingediend, dan zie ik jubelberichten als ‘wij creëren vrije beleidsruimte van maar liefst 1 miljard euro voor een volgende Vlaamse Regering’. Ik hoor spreken over de overkapping van de ring, alsof in die middelen al voorzien is, terwijl we een rollend fonds zien waarin ocharme 54 miljoen euro is opgenomen. Dan zijn er nog de bijkomende engagementen rond het noordelijk tracé, waarover niemand een begin van antwoord heeft geformuleerd. Dat is wat ik bedoel met ‘een zwaard van Damocles’. Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen: ‘kijk eens wat een schitterend begrotingswerk wij hier hebben afgeleverd’, maar om er niet bij te zeggen dat er wel een knoert van een disclaimer bij hoort in de vorm wachten op een antwoord van Europa.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb toch wel moeite, collega Vandenbroucke, met uw stelling dat we daar niet transparant over zijn. Vanaf dag één, bij het allereerste debat hier over de regeerverklaring, zijn we daar duidelijk over geweest. Wij hebben namelijk – gelet op de Europese boekhoudregels, waar we zware kritiek op hebben, en waarvan ik hoop dat u er ook eens een consistent standpunt tegenover inneemt – duidelijk gezegd dat wij die grote eenmalige investering Oosterweel buiten de begrotingsdoelstellingen zouden houden, en dat er inderdaad, zoals u correct toegeeft, terugverdieneffecten zijn. Ik zou nu wel eens willen weten of u het eens bent met ons. Ik denk dat ik al in de vorige regeerperiode, waarschijnlijk als eerste hier, gezegd heb dat die boekhoudregels eigenlijk absurd zijn omdat je alles moet boeken tijdens de constructiefase.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik denk dat ik dat in alle helderheid heb gezegd.

Minister-president Geert Bourgeois

Dat is een eerste punt. Laten we het daarover eens zijn.

Ten tweede weet ik dat er in het begin nogal wat twijfel bestond over de houding van de oppositie ten aanzien van onze beslissing om die grote, eenmalige investeringen met terugverdieneffecten buiten de begrotingsdoelstelling te houden. Uw houding was een beetje dubieus. Daarna hebt u wel gezegd: ‘oké, wij onderschrijven dat’. Wel, mag ik dan vragen om enige consistentie. We hebben daar altijd heel open over gecommuniceerd. We hebben dat ook gedaan over de plannen richting Europa.

Wij weten dat er binnen de Europese Commissie heel positieve stemmen zijn, die ons daarin gelukkig volgen.

U weet dat we in juni van dit jaar in het Overlegcomité over het Investeringspact tot een akkoord zijn gekomen om gezamenlijk naar Europa te stappen om die flexibiliteit van 0,5 procent te vragen. Daarbinnen past Oosterweel perfect, want Oosterweel is 0,14 of 0,15 procent van het Belgische bnp. Ik hoop dat iedereen daarachter staat.

Het Toekomstverbond is gesloten en er is na al die jaren een overeenstemming over de aanpak bereikt. Laten we daar dan gezamenlijk onze schouders onder zetten. Het laatste wat u mag zeggen, is dat deze regering daarover niet transparant is geweest. We zijn daar heel, heel duidelijk over. We zijn er nota bene in geslaagd om, nadat de Europese Commissie guidelines heeft gepubliceerd over de pps’en, enorm veel investeringen te doen in het kader van die pps’en. We zitten aan een recordbedrag van investeringen, alleen met betrekking tot Oosterweel ‘à l’impossible nul n’est tenu’.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik denk, mijnheer Vandenbroucke, dat ik moet constateren dat u geen antwoord hebt op de vraag van minister Tommelein. Wat is uw alternatief? Dat blijft uit. U kunt dat niet formuleren.

Uit uw tussenkomst blijkt zelf dat er transparantie is, want u kent alle bedragen. Daarmee wordt geen zwartepiet of ‘piepkenduik’ gespeeld. Die bedragen zijn er, u citeert ze zelf. Het is heel duidelijk dat die bedragen in de begroting zijn voorzien, maar ze zijn uit die begrotingsdoelstelling gehouden. Er is naar Europa gestapt. Ik zie zeker geen probleem, en zeker geen gebrek aan transparantie, want u citeert zelf de cijfers die er zijn.

Mijnheer Vandenbroucke, toch enige bezorgdheid want de regering geeft toch meer uit dan alleen communiqués. U kunt ook de begroting zelf lezen, en daar staat alles tot in de fijnste details in. Daar kunt u wel mee weg.

U vervalt eigenlijk in een oud recept. Ik heb in mijn tussenkomst ook gezegd dat het zeer lang de bedoeling is geweest van de oppositie om verdachtmakingen en onheilsberichten de wereld in te sturen. Nu gaat het over het zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt. We zouden later allemaal wel zien dat de hemel op ons hoofd gaat vallen want die begroting zit verkeerd in elkaar en het klopt allemaal niet. Ik spreek dat dus tegen. Het verleden heeft alvast getoond dat alle voorspellingen die we gedaan hebben, ook zijn uitgekomen. We hebben de juiste keuzes gemaakt en die waren ook beargumenteerd. Die klopten gewoon. Zoals de minister-president zegt, zal die investering zeker met betrekking tot Oosterweel zichzelf terugverdienen. Het is dus heel verstandig om die buiten de begrotingsdoelstellingen te houden. Als u dat niet wilt, moet u ook maar eens aangeven waar u wel die besparingen zou willen doen.

U zegt dat we een miljard vrije beleidsruimte hebben, maar dat is een meerjarenraming. Dat is een correcte berekening die gebeurt op basis van het beslist beleid op dit moment. Die komt in 2023 op een miljard. Daar is geen interpretatie aan te geven, er is geen manoeuvreerruimte, er is geen keuze. Dat is gewoon een puur mathematische feitelijkheid. Als u die ook nog eens gaat ontkennen, dan zijn we helemaal van wal geraakt.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik ontken de meerjarenraming niet. Ik zeg alleen dat er wel een disclaimer bij hoort die zelden wordt vermeld.

De redenering over waarom men naar Europa stapt, onderschrijf ik. Ik heb dat altijd gezegd en ben daar heel consistent in. Ik stel alleen maar vast dat er nog altijd geen begin van antwoord is. Méér, we hebben ondertussen van het Rekenhof begrepen dat de kar met vragen aan de Europese Commissie volgeladen is met allerlei andere projecten. Ik weet het wel, met projecten van andere gewesten en van de Belgische Federale Regering die veel minder goed zijn onderbouwd. Ik vraag me luidop af of dat voor onze case een goede zaak is, en in welke mate dat dat inderdaad geen donkere schaduw vooruitwerpt op de begroting van uw opvolgers van wie u pertinent beweert dat ze gegarandeerd over een miljard euro aan vrije beleidsruimte zullen beschikken. Dat is niet waar, dat klopt niet. Daarvoor zijn we afhankelijk, dat is een puur voorwaardelijke stellingname.

Als we dan toch bijna in kerstsfeer zijn, ik geef u daarin op dat punt, mijnheer Vandenbroucke, in alle eerlijkheid groot gelijk. Ik vind het onvoorstelbaar dat die vraag nu reeds vijf of zes jaar geleden is gesteld aan de Europese Unie en dat we daarop nog steeds geen antwoord hebben. Dat maakt het eigenlijk onmogelijk voor deelstaatregeringen of regionale regeringen om zich aan de regels te houden die Europa zelf oplegt, als we niet eens een antwoord krijgen op een niet eens zo moeilijke vraag. Op dat punt ben ik het absoluut met u eens. Europa moet daar dringend klaarheid in brengen. Ik denk wel dat als je dat antwoord niet krijgt, en de vraag is nu al zeker vijf of zes jaar geleden gesteld, dan moet je gewoon je eigen keuzes maken. Dat doet Vlaanderen ook zeer duidelijk. Ik denk dat dat een heel verstandige keuze is, laat het ons daarover hebben.

Welke andere keuze zou u maken? Het klopt, we krijgen geen antwoord van Europa. We krijgen die al jaren niet, en ik begrijp niet waarom. Ik vind dat een blamage voor Europa. Maar laat ons daar dan niet meer naar kijken. Laat ons onze eigen keuzes maken, volgens onze eigen redeneringen en argumentaties. Welke keuze zou u dan maken?

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Wel, ik kom tot mijn tweede punt, namelijk dat deze begroting niet altijd is wat ze lijkt te zijn. Ik heb de toelichting van minister Tommelein goed beluisterd in de commissie Financiën, en terecht wijst de minister er reeds bij de aanvang van zijn betoog naar dat er maar liefst 654 miljoen euro aan nieuwe investeringen zullen gebeuren door de regering. Het gaat over scholen, over zorginfrastructuur, over mobiliteit. En het is bij dat laatste dat ik wil stilstaan.

Mobiliteit en Openbare Werken is een van de speerpuntsectoren die door deze regering op tafel zijn gelegd – zeer terecht trouwens. Extra investeringen juichen wij van harte toe. 35 procent meer middelen worden voorzien in 2019, ten opzichte van 2015. Dat is niets te weinig natuurlijk, gelet op de recordfiles die we sinds jaar en dag op onze wegen zien toenemen, met schade aan de economie, schade aan het klimaat, schade aan de gezondheid, en noem maar op.

Maar als die investeringen nodig zijn, dan moeten ze ook wel daadwerkelijk gebeuren. Er zijn engagementen genomen, maar het is wel vaak lang wachten op realisaties. En uitgerekend over dit beleidsdomein maakt het Rekenhof de opmerking – zeer terecht wat ons betreft – dat er weliswaar veel extra middelen worden uitgetrokken, maar dat er zeer weinig informatie beschikbaar is over wat er nu met die middelen gebeurt. Ook de afstemming tussen de begroting en de intenties in de beleidsbrief – en ik citeer – is problematisch. En het Rekenhof haalt terecht twee belangrijke sprekende voorbeelden aan, die aangeven hoe dat investeringsbeleid niet altijd is wat het lijkt te zijn.

Er is een artikel gecreëerd, participaties voor combimobiliteit, waarin dit jaar 100 miljoen geparkeerd zit. Combimobiliteit is het toverwoord van dit beleid. De Vlaming moet verschillende vervoersmodi combineren om minder afhankelijk te zijn van de wagen. Wel, van die 100 miljoen euro is 1 miljoen euro uitgegeven; 99 miljoen euro wordt overgedragen naar volgend jaar. Als wij vragen waarom, en wat daarmee gaat gebeuren, dan is het antwoord: er zijn geen andere, concrete deelnames bekend dan die 1 miljoen euro die nu wordt geïnvesteerd in Blue-bike.

Een tweede artikel is investeringsopportuniteiten voor mobiliteit en openbare werken. Daarin stond 85,7 miljoen euro aan investeringskredieten dit jaar. De helft daarvan zijn kredieten die zijn overgedragen uit 2017. Wat stelt het Rekenhof vast? Die 87,5 miljoen euro is niet vastgelegd. Het wordt overgedragen naar 2019, en een gedeelte daarvan is opnieuw niet toegewezen aan concrete projecten, en kan dan op zijn beurt worden doorgeschoven naar 2020.

Met andere woorden, collega’s, zien wij hier tot drie keer toe dezelfde euro’s opduiken in de begroting van Mobiliteit en Openbare Werken, alvorens ze effectief worden uitgegeven. En dan is het nog niet eens duidelijk waarvoor die investering precies moet dienen.

Maar ook het omgekeerde gebeurt, met name dezelfde investering meerdere keren verkopen als nieuw beleid, of – erger nog – investeringen van een ander claimen als eigen beleid. En opnieuw sta ik stil bij een concreet voorbeeld bij het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, een van de grootste stijgers in kredieten.

We schrijven 2 juni 2018. Er rolt een persbericht in onze mailbox van minister Weyts, getiteld: ‘Weyts voorziet 20 miljoen voor veilige schoolomgevingen’. Minister Weyts wil de nieuwe gemeentebesturen verleiden om in een beleidsplan concrete investeringen te voorzien voor veilige schoolomgevingen. Hij maakt alvast 20 miljoen euro vrij met het oog op gerichte ingrepen, zoals schoolstraten. Ik citeer de minister: “Ik voorzie nu een budget van 20 miljoen euro uit het Vlaamse Verkeersveiligheidsfonds.”

Exact drie maanden later verschijnt er opnieuw een persbericht van de minister, getiteld: ‘Extra stimulans voor veilige schoolomgevingen’. Bij de start van het nieuwe schooljaar en de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen wil minister Weyts het thema veilige schoolomgevingen terug op de politieke agenda zetten. Weyts maakt 20 miljoen euro vrij ter ondersteuning van lokale besturen die na de verkiezingen maatregelen nemen voor schoolomgevingen.

De minister zegt: ‘Ik voorzie een budget van 20 miljoen euro uit het Vlaamse Verkeersveiligheidsfonds.’ Collega’s, de naïeve toehoorder – hier zitten er gelukkig geen, maar hierbuiten soms wel – denkt: tof, minister Weyts maakt 40 miljoen euro vrij voor veilige schoolomgevingen. De kritische waarnemer, die wat kaas heeft gegeten van politieke communicatie, beseft natuurlijk dat hier twee keer dezelfde 20 miljoen euro wordt aangekondigd.

Wie de toelichting van minister Weyts bij de begroting leest, stelt vast dat er geen 20 miljoen euro, maar 10 miljoen euro uit het Verkeersveiligheidsfonds wordt gehaald, op voorwaarde dat de lokale besturen zelf ook 10 miljoen euro bijleggen. Dus wat werd aangekondigd als twee keer 20 miljoen euro, blijkt één keer 10 miljoen euro te zijn. Hoe geloofwaardig is dat allemaal nog? Als je een schoolvoorbeeld zoekt van aankondigingspolitiek, wel, dat is er een.

Collega’s, verbaast het dan dat verstandige mensen in de commissie Mobiliteit, wanneer ze kijken naar al die extra investeringen die worden ingediend door de minister, zeggen – en ik citeer – “dat er zich een ernstige discrepantie voordoet tussen budgetten en de reële stilstand”? Dat is een citaat van onze goede collega de Kort, die inderdaad ook heeft ingezien met welk beleid we hier te maken hebben wat betreft een van de speerpunten van de Vlaamse Regering.

Wat ik vertel, is geen anekdotiek, het is symptomatisch voor deze regering, de soms onaanvaardbare kloof tussen woorden en daden. Ik kan zo nog een hele rist dossiers opnoemen waar we altijd hetzelfde zien, waar men blijft steken bij intenties of waar men zichzelf of elkaar tegenwerkt. Ik geef een voorbeeld: het vrijwaren van de open ruimte door de betonstop. Het gaat over het beschermen van bossen, de halvering van kinderarmoede, de aanpak van discriminatie op de woonmarkt. Het hoogtepunt kwam afgelopen week, toen collega Schiltz, een week nadat er 75.000 mensen in Brussel in de regen waren opgestapt om een ambitieuzer klimaatbeleid te eisen, ons vanop de Klimaatconferentie in Polen heeft laten weten dat het de N-VA is die op de rem staat en de ‘boel’ saboteert.

Collega’s, hier wordt soms gedroomd om van Vlaanderen een lage-emissiezone te maken, maar onder deze regering is Vlaanderen een lage-ambitiezone geworden. (Applaus bij sp.a)

Ik wou even terugkeren naar uw vorig punt. Ik ben niet helemaal zeker dat ik het goed begrepen heb, maar ik denk dat het over communicatie ging, waarbij er twee keer gecommuniceerd werd over hetzelfde geld dat uitgegeven werd. Als dat het sterkste punt is dat u hier wilt maken in de vijftien of twintig minuten die u hebt over de begroting, ben ik eigenlijk heel hard gerustgesteld. In alle eerlijkheid vind ik het nog altijd veel beter dat je twee keer communiceert dat je hetzelfde geld uitgeeft, dan dat je, zoals de socialisten zouden doen, geld uitgeeft dat je niet eens hebt. (Applaus bij de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega Diependaele, Mobiliteit en Openbare Werken is een van de speerpunten in de begroting van deze regering, zegt de regering. Budgetten stijgen met 35 procent. Het Rekenhof stelt vast dat dezelfde euro drie keer voorkomt in de begroting alvorens hij effectief wordt uitgegeven.

Ten tweede – en ik vind dat wel cruciaal – zei u daarstraks dat een democratie nood heeft aan debat. Wel, een democratie heeft ook nood aan correcte informatie. Als ik met tussenpozen van drie maanden persberichten van een minister zie verschijnen waarin hij letterlijk zegt “Ik voorzie een budget van 20 miljoen euro uit het Vlaams Verkeersveiligheidsfonds”, en in de realiteit blijkt dat slechts in de helft wordt voorzien en dat de andere helft wordt verwacht van andere openbare besturen, is dat niet alleen een definitie van aankondigingspolitiek, maar ronduit fake news. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, daarstraks slaagde u er nog in om deze regering te verwijten dat ze te weinig transparantie aan de dag legt, en vervolgens verwijt u mij dat ik twee keer gecommuniceerd heb over een en dezelfde beleidsmaatregel. ‘Shame on us’ als Vlaamse Regering. Onze bedoeling is net om te zorgen dat er zo veel mogelijk investeringen worden gedaan door de lokale besturen, met steun van de Vlaamse Regering. Daarom willen we communiceren, en ik hoop dat u hetzelfde doet naar alle lokale besturen waarvan u mogelijk in de toekomst deel zou uitmaken. Die 10 miljoen euro is volgens het principe van ‘een euro voor een euro’, en die 10 miljoen euro die wij vanuit de Vlaamse Regering zouden investeren, zou zelfs veel meer moeten renderen dan 20 miljoen euro. Laat ons ervoor zorgen – en ik hoop dat u er zelf werk van maakt – dat die 10 miljoen euro geen 20, maar 30 of 40 miljoen euro zal zijn, een investering gestimuleerd door de Vlaamse overheid in het voordeel van meer verkeersveiligheid, in eerste instantie voor de fietsers. (Applaus bij de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, wij staan achter elke eurocent die wordt geïnvesteerd in verkeersveiligheid, maar ik heb een probleem wanneer u, tot twee keer toe, uw budget opblaast en in een persbericht de mensen wijsmaakt dat u 20 miljoen euro vrijmaakt in de begroting, wat achteraf de helft blijkt te zijn, terwijl de andere helft van andere besturen blijkt te komen. Het is politieke hygiëne om in uw communicatie uw eigen daden niet te verwarren met die van een ander.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik hoop dat u alleen Nederlandse woorden gebruikt, want er wordt zeer veel Engels gesproken.

Voorzitter, ik zal mijn best doen. ‘Shame on you.’

Collega's, minister-president, ministers, bij het debat over de Septemberverklaring nam ik u mee langsheen de verwezenlijkingen van deze regering. De nooit geziene investeringen in het onderwijs in het algemeen en in schoolinfrastructuur in het bijzonder, de versnelling in de sociale woningbouw, de bijna verdubbeling van het vooropgestelde groeipad in welzijn, de investeringen in mobiliteit en klimaat: deze regering klaarde al deze realisaties zonder de begroting te laten ontsporen. Want voor het derde jaar op rij legt deze Vlaamse Regering een begroting in evenwicht voor.

Stelselmatig heeft deze Vlaamse Regering de financiën gesaneerd. Van een tekort van 6 miljoen euro in 2014 naar een begrotingsevenwicht in 2017. En dat in een context van 1,5 miljard euro aan nieuw beleid dat werd opgestart en van gederfde inkomsten – meer dan een half miljard euro – ten gevolge van de federale taxshift. In de nv België zet Vlaanderen duidelijk de begrotingstoon. Rekeningen die kloppen, zijn weliswaar een noodzakelijke maar niet voldoende voorwaarde voor een welvaartsvaste toekomst. Pas wanneer het evenwicht in die rekeningen ook de waarborgen in zich draagt om toekomstgericht verder te investeren in meer levenskwaliteit voor elke Vlaming, zonder onderscheid, nemen wij ten volle onze verantwoordelijkheid op.

In die optiek is het goed nieuws dat het gevoerde beleid onze koopkracht doet stijgen. De federale taxshift doet zijn werk, net als de uitvoering van de welvaartsenveloppe. Maar de Nationale Bank geeft tegelijk aan dat het consumentvertrouwen daalt door de nakende brexit, de handelsoorlogen van Trump, de politieke instabiliteit in eigen land. Onze economische groei staat een beetje onder druk, en daarmee ook de verdere en broodnodige uitbreiding van de groeipaden in onderwijs, mobiliteit, innovatie en welzijn die deze bestuursmeerderheid de voorbije legislatuur uitrolde, en die in deze begroting hun voorlopige sluitstuk vinden. ‘It’s the economy, stupid.’ ‘Het is de economie, slimmerik.’ (Gelach)

Jobs, groei, handel. (Gelach)

Voorzitter, ik neem uw aanbevelingen ernstig.

De voorzitter

Dat siert u.

Hij probeert misbruik te maken van uw gebrekkige kennis van het Engels om u wijs te maken dat ‘stupid’ ‘slimmerik’ betekent. (Gelach)

In de kerstperiode is elk christenmens heel joviaal en vriendelijk. (Opmerkingen van Rik Daems)

Dat is bij jullie in de winterperiode, mijnheer Daems.

‘It’s the economy, stupid.’ Jobs, groei, handel: zij bepalen of we ook de komende jaren voor steeds meer levenskwaliteit kunnen zorgen in Vlaanderen. Het blijft me verbazen dat dit voor heel wat mensen nog steeds in schril contrast lijkt te staan met een hoge klimaatambitie. Er rest dus geen enkele reden om niet voluit de kaart te trekken van een transitie naar een duurzame economie. Precies daarin ligt de garantie voor een nieuw groei-elan. Als FEBIAC aangeeft dat volgend jaar maar liefst tweehonderd elektrische automodellen op de markt komen, heeft zelfs de sector die goed is voor een derde van onze CO2-uitstoot, de omslag voor honderd procent gemaakt.

Met de nodige politieke moed kunnen we dat proces gevoelig versnellen. Vlaanderen moet zich de komende jaren verder ontwikkelen als innovatieve regio met een focus op duurzaamheid.

Beste collega’s, deze regering heeft zich de voorbije jaren erg ambitieus getoond en zal dat ook de komende maanden blijven doen. De begroting voor 2019 getuigt daarvan. 2019 is een bijzonder begrotingsjaar. In dat jaar zal de hervorming van de registratierechten zich laten voelen, en ook de hervorming van de erfbelasting zal een impact hebben.

Onze fractie heeft beide hervormingen altijd volop gesteund: ze dragen bij tot meer billijkheid en meer rechtvaardigheid in de Vlaamse fiscaliteit. We zullen er echter over waken dat ze de volgende jaren geen bijkomende gaten slaan in de begroting en dat de afspraken inzake financiering worden nageleefd.

Met de nieuwe begroting in evenwicht is er opnieuw meer ruimte om te investeren. Deze regering neemt de publieke investeringen ter harte, waardoor er volgend jaar niet minder dan 650 miljoen euro aan extra investeringen kunnen worden gedaan in vergelijking met het begin van deze legislatuur. Alles samen maakt dit dat in deze legislatuur 20.000 extra plaatsen in onze scholen worden gerealiseerd, 13.500 nieuwe sociale woningen en bijna 20.000 renovaties. Investeringen in wegen en waterwegen nemen toe.

Ook de beleidskredieten groeien recurrent met bijna 600 miljoen euro. Komend jaar zal de jeugdhulp minstens 3000 kinderen, jongeren en gezinnen extra kunnen ondersteunen. In 2019 heeft elke Vlaamse gemeente een Huis van het Kind, het groeipakket neemt zijn aanvang, het groeipad ter ondersteuning van personen met een beperking houdt met 93 miljoen euro extra aan en onze kinderopvang breidt verder uit. Welzijn is daarmee ook dit jaar goed voor 200 miljoen euro extra. Onderzoek en Ontwikkeling, zo belangrijk voor de net aangehaalde duurzaamheidsomslag van onze economie, neemt bijna 300 miljoen euro van de bijkomende beleidsruimte voor zijn rekening.

En dan zijn er nog de vernieuwde huursubsidies, de sociale-economie-initiatieven via het nieuwe Maatwerkdecreet, de ondersteuning van directeurs en de omkadering van het basisonderwijs, de aanpassingen aan het M-decreet. Dat is economische groei met sociale vooruitgang in de praktijk.

Opnieuw groeit ook het Klimaatfonds, met meer dan 100 miljoen euro. Het budget voor Natuur en Bos bereikt met 110 miljoen euro een nieuw record. Er wordt geïnvesteerd in betere sociale huisvesting, energetische renovatie van schoolgebouwen, de vergroening van de busvloot van De Lijn. Dat laatste mag wat ons betreft trouwens een opstap zijn naar een volledige vergroening in de stad en op het platteland.

Beste collega’s, sta me toe om van dit forum ook gebruik te maken om te pleiten voor een bevestiging en versterking van de ambitie van deze regering, met het oog op de komende maanden en jaren. Met 280 miljoen extra voor onderzoek en ontwikkeling naderen we de vooropgestelde 3 procent van het bbp, maar er is ook de komende jaren nog een significante opstap nodig, want volgens het European Innovation Scoreboard is Vlaanderen een innovatieleider, maar nog geen absolute top. We plukken nog te weinig de vruchten van onze sterke kennisbasis. Die vertaalslag moeten we de volgende jaren absoluut winnen.

Nooit eerder raakten er zoveel vacatures niet ingevuld. Volgens sommige studies zullen we tegen 2021 in Vlaanderen meer vacatures dan werkzoekenden hebben. Inzake economische migratie en opleidingsincentives werden er al belangrijke stappen gezet, maar het is vooral het grote potentieel bij de groep niet-actieven dat nog onvoldoende wordt aangeboord in Vlaanderen. Langdurig zieken, 55-plussers en mensen met een migratieachtergrond: er ligt een unieke kans op meer welvaart voor mensen die het doorgaans erg moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. We hebben nog slechts een paar jaar de tijd om onze instrumenten voor herscholing en activering maximaal en nog sterker te ontwikkelen. Dat is kort dag, maar meer dan ooit broodnodig. Ons arbeidsmarktbeleid moet op dit punt de volgende jaren dan ook verder worden versterkt.

500 miljoen euro extra voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: bij het begin van deze legislatuur werd dit vooruitzicht door de oppositie net niet op hoongelach onthaald. Deze Vlaamse Regering heeft haar engagement echter meer dan waargemaakt. Het is uiteindelijk bijna 900 miljoen euro geworden. Onze Vlaamse sociale bescherming maakte daardoor een sterke doorstart, maar de noden blijven groot.

De volgende Vlaamse Regering zal in een gelijkaardige inspanning moeten voorzien, wil ze de ingezette omslag in steun- en opvanginitiatieven in de verschillende welzijns- en zorgdomeinen doorzetten.

Vorige week verschenen nieuwe cijfers over kinderarmoede. Vlaanderen scoort verhoudingsgewijs goed in Europa, maar nog steeds 8 procent van onze kinderen wacht een onzekere toekomst. Dit moet veranderen. Een te grote groep kinderen en hun ouders kan niet rekenen op de levenskwaliteit die mag worden verondersteld in een van de welvarendste regio’s van Europa. Onze armoedeaanpak moet de volgende jaren gevoelig worden versterkt. Een interministeriële conferentie maatschappelijke integratie werd de voorbije jaren nooit samengeroepen. Zonder coherentie tussen het federale armoedebeleid en de gemeenschappen dweilen we evenwel met de kraan open.

De voorbije jaren nam de filezwaarte in onze regio nog maar eens toe. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) schat de filekost op jaarlijks 8 miljard euro of bijna 2 procent van het bruto binnenlands product. De impact op onze economie, onze leefomgeving en onze balans werk/gezin is stilaan onhoudbaar. De omslag na een mobiliteitsbeleid waarin het openbaar vervoer en koning fiets centraal staan, moet worden versterkt.

De innovaties liggen voor het grijpen. De elektrische fiets wint aan belang in het woon-werkverkeer, maar de ombouw van onze infrastructuur mist nog ambitie. Het toegenomen budget voor fietsinvesteringen kan niet verhelen dat fietsen in Vlaanderen nog lang niet het comfort garandeert dat meer Vlamingen over de streep kan trekken om voor de fiets te kiezen. De helft van de Vlamingen vindt het onveilig om te fietsen in hun buurt, laat staan de kinderen met de fiets naar school te sturen. Het aandeel fietsers in onze ongevallenstatistieken groeit. De enige conclusie die hieruit te trekken valt, is dat de 100 miljoen euro die deze regering voor fietsvoorzieningen uittrekt historisch is, maar niet volstaat. De volgende regering zal dit budget moeten verdubbelen, de realisatiesnelheid omhoog jagen en veel transparanter rapporteren over de gemaakte voortgang. Fietsveiligheid is een politieke keuze. Het mag geen optie zijn dat het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk pas tegen 2050 gerealiseerd zal zijn, zoals het Rekenhof vooropstelde. 

Collega’s, de laatste weken werd pijnlijk duidelijk hoe makkelijk polarisering in de hand wordt gewerkt. Het is onze verantwoordelijkheid om te allen tijde te weerstaan aan de verleiding van ‘fake news’. Het is onze taak om zekerheid te bieden, om angst en onzekerheid te bezweren, om de voedingsbodem voor extremen weg te nemen. Met ons leiderschap staat of valt de samenhang in onze samenleving. Om het met Greta Thunberg te zeggen: “Laat ons volwassen zijn en de lasten niet op de schouders van de volgende generatie laden.”

Namens mijn fractie wens ik jullie allen een warme kerst en een succesvol 2019 toe, met veel ambitie, verantwoordelijkheidszin en de kracht om te blijven kiezen voor fatsoenlijk en sterk leiderschap. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ministers, dames en heren, ik heb niet afgesproken met de heer Vandenbroucke, maar ook ik heb drie stukken waarover ik het wil hebben met betrekking tot de begroting.

Het eerste stuk heb ik opgehangen aan de titel ‘The N-VA says no’. Voorzitter, dat komt uit een reeks ‘Little Britain’ met ‘Computer says no’. Als ik dat allemaal moet vertalen, dan zal mijn tijd op zijn, maar weet dat uw partij soms neen zegt. Het tweede stuk gaat over: de omslag zal sociaal zijn of zal niet zijn. Het derde is een letterlijk citaat van uw partijvoorzitter: ‘show us the money’.

‘The N-VA says no.’ Collega’s, sta me toe te zeggen dat ik het in dit halfrond af en toe wat misplaatst vind hoe u, en dan vooral de collega’s van de Vlaamse Regering, zichzelf op de borst klopt. Ik vind dat de Vlaamse Regering na bijna vijf jaar allesbehalve een goed rapport kan voorleggen. En neen, jullie gaan wat ons betreft, die laatste maanden niet met een grote ambitie in. Dat is niet enkel de mening van mijn fractie maar de mening van heel wat Vlamingen die op straat komen waaronder de vakbonden, met of zonder geel hesje. Twee weken geleden nog stapten op een druilerige zondag 75.000 mensen door de straten van Brussel om te pleiten voor een beter en ambitieuzer klimaatbeleid. Dat laatste is wat mij betreft de zwaarste buis op het eindrapport van de regering-Bourgeois.

Minister-president, het wordt steeds duidelijker dat u samen met uw Vlaamse Regering voortdurend op de rem staat voor een ambitieuzer klimaatbeleid. Het wordt steeds duidelijker hoe groot het verschil is tussen wat u zegt in kranten en op televisie en wat u achter de schermen doet. Zelfs uw coalitiepartners kunnen het niet langer aanzien en hebben het openlijk over sabotage, een woord dat vorige week letterlijk is gebruikt door een van uw coalitiepartners.

Wat u doet, minister-president, is ‘neen’ zeggen. Neen, wanneer 75.000 mensen vragen om een ambitieuzer klimaatbeleid. Neen, wanneer op één na alle Europese landen de lat hoger willen leggen op het vlak van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Neen, wanneer dit Vlaams Parlement een resolutie goedkeurt voor een ambitieuzer klimaatbeleid en zelfs vraagt aan de Vlaamse Regering om koploper te zijn. En neen, wanneer ook de andere deelstaten en de Federale Regering daarom vragen. Neen, neen, neen. Het is een beetje uw woord van de afgelopen weken geworden. Een aantal jaren geleden was er in de Belgische politiek een ‘madame non’, vandaag hebben we een ‘monsieur non’.

Mijnheer Rzoska, het is een beetje grappig dat u op een bepaald moment verwijst naar alle andere regeringen in dit land. Wanneer 75.000 mensen op straat komen, erken ik volledig dat er een bezorgdheid leeft en dat de overheid daaraan tegemoet moet komen. De vraag is natuurlijk op welke manier men dat doet. En dan verwijs ik puur voor de feitelijkheid naar de peiling die de laatste dagen is verschenen en waaruit blijkt dat het net deze regering is die het meest vertrouwen krijgt. Er is geen enkele regering in dit land die meer vertrouwen opwekt dan deze regering. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Diependaele, u slaat me volledig uit het lood. Uit het lood geslagen, dat is een Vlaamse uitdrukking. (Opmerkingen van Bart Somers)

In het Engels durf ik dat niet vertalen, mijnheer Somers. Als we de afgelopen tien dagen één zaak aan de overkant van de straat hebben gezien – en ik wil daar gerust nog eens een debat over opzetten – dan is het dat de politiek een zeer slechte beurt heeft gemaakt.

Mijnheer Diependaele, ik heb in de begroting heel wat cijfers gezien maar een peiling over het vertrouwen in de Vlaamse Regering heb ik daar niet in teruggevonden. Wat ons betreft – en ik blijf bij dat standpunt en ik sta daar niet alleen mee, ik was op die klimaatbetoging en ik heb met mensen gepraat, ook met mensen met gele hesjes die aan de piketten staan – is dat vertrouwen in de beleidsmakers niet zo groot.

Ik blijf ervan overtuigd dat er een gebrek is aan ambitie om mensen te laten zien waar we met deze samenleving naartoe willen, ook op het vlak van energie en klimaat. Het leiderschap van politieke beleidsmakers zou erin moeten bestaan dat deze beleidsmakers een samenleving kunnen meenemen in het toekomstig traject dat we moeten doorlopen. De omstandigheden dwingen ons immers om die beslissingen en die stappen te zetten.

We zijn, collega’s en ook collega Diependaele, wat mij betreft heel ver weggegleden van de gedreven minister-president die ik wel degelijk heb gezien in het begin van de legislatuur, die op Vlaamse klimaattoppen zichzelf aankondigde als de beschermheer van de open ruimte en die de woordvoerder was van een doortastend klimaatbeleid. Ik heb er al die klimaattoppen nog eens op nageslagen. Daar zijn verklaringen gemaakt. Er is de Visie 2050, die soms in dit huis wordt vergeten. Waar willen we staan in 2050? De minister-president nam in die Visie 2050 zelfs het woord ‘vooruitgangsoptimisme’ in de mond. Hij omarmde dat, en hij had het dan vooral op het vlak van energietransitie.

Op de superministerraad van deze zomer trok u de groene ambities vooral door naar een volgende Vlaamse Regering, en sinds die zomer – en ik heb ondertussen ook de verslagen van DGE eens goed gelezen ­– horen we altijd een duidelijke ‘nee’ op meer ambitie op het vlak van klimaat en energie.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, ik denk dat u er zo ver overgaat dat u elke geloofwaardigheid verliest. U moet het rapport van het Rekenhof eens lezen waarin staat dat de begroting goed in elkaar zit en dat we er in een zeer moeilijke periode in zijn geslaagd tot een evenwicht te komen. U hebt daarnet de heer Van den Heuvel gehoord, die heeft verteld op welke domeinen de beleidskredieten zijn gestegen en tot welke bijkomende capaciteit en bijkomende investeringen dit allemaal heeft geleid. We bereiden de toekomst voor.

Mijnheer Van den Heuvel, ik ben het met u eens dat de volgende Vlaamse Regering inzake onderzoek en ontwikkeling nog een grote bijkomende stap zal moeten zetten, maar het is uitgerekend deze Vlaamse Regering die ons bij de innovatieleiders in de EU heeft gebracht. Hierdoor creëren we nu de jobs die er binnen twintig jaar zullen zijn. Het is de doelstelling tot de 3 procentnorm te komen. De grote lijnen zijn voor elk beleidsdomein getrokken. Elk lid van de Vlaamse Regering heeft grondige hervormingen doorgevoerd.

Er is een ongeziene koopkrachtstijging waar de Vlaamse Regering heel sterk aan heeft bijgedragen. Wat hier niet wordt vermeld, is dat 25 procent van de taxshift een taxcut op het niveau van de Vlaamse overheid is. Er zijn ongeziene investeringen. In het rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) staat dat er een historische omslag is geweest. De investeringen zijn met 5,6 procent gestegen en de lopende uitgaven zijn slechts met 1,9 procent gestegen.

Mijnheer Rzoska, dit brengt me bij het klimaat, want het is uiteindelijk uw stokpaardje dat de Vlaamse Regering ‘neen’ zegt. Ik daag u uit om te kijken naar de maatregelen die zijn genomen. Volgens u doen we dit met het oog op 2030. Uiteraard kijken we naar 2030 en uiteraard bereiden we dat nu voor.

Wat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) betreft, hebben we vier ontwerpen voorbereid. Dat is een langetermijnproject en ik hoop dat u niet zo populistisch bent dat u wilt zeggen dat die omslag inzake ruimtelijke ordening op vijf jaar tijd kan worden gemaakt. Dat is een werk van lange adem, want we moeten het beleid van decennia terugschroeven. We gaan naar een omslag en dat is een belangrijke factor in de strijd tegen de klimaatverandering.

De Vlaamse Regering heeft op elk domein maatregelen genomen. Wat transport betreft, hebt u naar de top in Katowice verwezen, waar Duitsland en andere landen grote nieuwe ambities hebben geformuleerd. Het is echter een Duitse eis geweest het voorstel van de Europese Commissie om de grote vervuilende factor, transport en de uitstoot van wagens, met 40 procent te verminderen, een voorstel waar de Vlaamse Regering achter stond, niet goed te keuren. ‘Monsieur Oui’ stond erachter, maar dat is gebeurd met de steun van Frankrijk en andere landen.

U moet kijken naar de beslissingen en de maatregelen die we nemen. We hebben op elk vlak, transport, gebouwen, industrie, landbouw of de afvalsector, niet alleen ambities geformuleerd. Ik hoor heel graag ambities formuleren en ik ben zelf een man met bijzonder grote ambities, maar om geloofwaardig te zijn, moeten ook maatregelen worden getroffen.

We hebben vandaag een interfederaal pact goedgekeurd dat we opsturen naar de Europese Commissie. Ik geef u mee dat de Federale Regering een doelstelling heeft om voor de publieke gebouwen 1 procent per jaar te doen. De Vlaamse Regering doet 2,09 procent. Wij vragen dat ook van alle lokale besturen. Daar moet het werk grotendeels nog beginnen. We hebben zeer concrete maatregelen voor het zeer verouderde gebouwenbestand.

U haalt Duitsland aan. Duitsland produceert nog altijd energie met steenkool en met bruinkool en heeft verhinderd dat de uitstootnormen van de wagens gereduceerd zouden worden tot een niveau dat ertoe leidt dat je de doelstellingen kunt halen. Polen doet inspanningen van 7 procent om te komen tot de doelstellingen. Wij gaan naar realistische doelstellingen. Ik herhaal, en dat is de wens van de hele regering: als zou blijken dat in de loop van die jaren meer kan worden gehaald, op welke manier ook, door innovatie, door grote doorbraken inzake de opslag van hernieuwbare energie, door grote doorbraken inzake CO2-reductie, zullen we uiteraard de eersten zijn, en ik hoop elke regering na ons, om die doelstellingen naar boven bij te stellen.

Maar ik wil nu wel eens weten van u waar u vindt dat op het vlak van maatregelen, ik heb het niet over ambitie…

Een handtekening zetten onder 55 procent CO2-reductie vergt geen inspanningen. Maar de maatregelen daartoe nemen, die haalbaar zijn die ervoor zorgen dat de welvaart in stand blijft in Vlaanderen, die ervoor zorgen dat de factuur betaalbaar blijft – u refereert aan de gele hesjes – voor de mensen en de bedrijven, die ervoor zorgen dat je die doelstellingen haalt, daar hoor ik niets over. Wij zijn altijd bereid om elke bijkomende maatregel om nog grotere doelstellingen inzake CO2-reductie en hernieuwbare energie te halen, te onderzoeken en te onderschrijven, op voorwaarde dat die realistisch en onderbouwd is.

Ik daag u uit om inzake transport met de huidige Europese beslissingen en inzake gebouwen betere voorstellen te formuleren dan de onze. Ik weet dat Groen zegt dat we binnen een heel korte termijn het hele gebouwenpatrimonium in Vlaanderen op een andere manier moeten aanpakken en renoveren. Ik zeg u: dat is niet haalbaar. We gaan mensen die 60, 65, 70 of 75 jaar zijn, nu niet verplichten om zeer zware, drastische, grondige energetische inbegrepen te doen aan hun woning. Onze maatregelen om ertoe te komen dat binnen vijf jaar na elke eigendomsoverdracht grondige maatregelen genomen worden, is een zeer doordachte maatregel die zal leiden tot resultaat.

Inderdaad dat is een stap-voor-stap-traject maar dat zal haalbaar zijn en zal ervoor zorgen dat we die doelstelling ook halen. En dus ben ik het absoluut niet met u eens.

Ik vind het zelfs populistisch dat u de hele tijd de term ‘monsieur non’ in de mond neemt, dat u het hebt over een regering die tegen alles is. Wij zijn ambitieus en we hebben maatregelen genomen. En hou op met te verwijzen naar andere landen want het zou ons heel ver leiden om eens te gaan vergelijken welke concrete maatregelen er worden genomen in alle mogelijke andere landen in Europa.

Minister-president, u hebt inderdaad een aantal maatregelen genomen. Ik heb er geen enkel probleem mee om dat te erkennen. De vraag is natuurlijk welke impact die maatregelen op het terrein hebben.

Ik haal er één uit waar u zelf naar hebt verwezen, energierennovatie, een heel belangrijke maatregel. U hebt er zelf naar verwezen als een omslag. Wel, als wij de doelstelling willen halen, dan moeten wij ervoor zorgen dat wij de volgende 30 jaar elk jaar 3 procent van ons woningenpark grondig renoveren. Dat zijn cijfers die mijn collega Danen bij minister Tommelein heeft opgevraagd. Minister-president, dat betekent dat wij 100.000 energierenovaties per jaar moeten doen om die doelstelling te halen. We komen nu nog niet eens aan de helft van die 100.000. Dat betekent dat een aantal concrete maatregelen die u neemt, niet ver genoeg gaan.

Als ik dan vaststel dat het Steunpunt Wonen aangeeft, dat de bouwsector aangeeft, dat in het antwoord op de schriftelijke vraag van collega Danen ook minister Tommelein aangeeft dat de renovatie-activiteit niet enkel aan het stagneren is maar daalt in 2017, dan zullen we tanden moeten bijsteken om die doelstellingen te halen. Dat zijn belangrijke doelstellingen. Dan is het aan de Vlaamse overheid, die zelf die doelstellingen bindend heeft geformuleerd in het pact 2020 en daarna, om die doelstellingen ook te halen.

Op het vlak van energie en renovatie – zeer belangrijk als we kijken naar het woningpatrimonium – halen we die doelstelling op dit moment niet. Er zal dus grondig moeten worden bijgestuurd.

Op het vlak van hernieuwbare energie heb ik twee weken geleden in het actualiteitsdebat aangegeven dat het een dubbeltje op zijn kant wordt. We zetten stappen vooruit, maar ook daar is de hernieuwbare-energiedoelstelling 2020 9 procent voor Vlaanderen, en we zitten nu op 6,7 procent. Over enkele dagen zijn we wel in 2019. Dat betekent dus dat we toch nog een dikke 2 procent moeten dichtrijden tegen 2020. Dat betekent dat er nog heel wat inspanningen zullen moeten gebeuren. Minister-president, voor een van de doelstellingen is het een dubbeltje op zijn kant dat we die zullen halen.

Wat de open ruimte betreft: dat hebt u op de Vlaamse klimaattop van 2016 al aangekondigd. Mijn fractie en ook andere fracties zijn vragende partij om eindelijk met dat huiswerk – want we hebben niet meer zoveel tijd – naar het Vlaams Parlement te komen. Maar dan ontstaat er een spelletje tussen de Vlaamse Regering en het parlement. Langs de Vlaamse Regering is het twee keer gepasseerd en nu is het aan het Vlaams Parlement. Wel, ik roep u op – dit is een zeer belangrijke omslag die we in Vlaanderen moeten bewerkstelligen –, ik roep uw Vlaamse Regering en uw bevoegde minister op om nu eindelijk dat huiswerk op tafel te leggen zodat het parlement zijn werk nog kan doen, want zo lang hebben we niet meer om die broodnodige omslag inzake open ruimte te maken.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Rzoska, ik ben om te beginnen tevreden met uw erkenning dat er goede maatregelen zijn genomen. Dat is een heel andere toon dan wat ik daarstraks heb gehoord.

Inzake hernieuwbare energie is er inderdaad een permanente actie te voeren. Minister Tommelein zal daar straks op antwoorden. Er worden ontzettend veel inspanningen geleverd om tot de doelstelling van de hernieuwbare energie te komen, met alle natuurlijke handicaps die we hebben in dit land. De federale overheid zal nu bijkomend offshore investeren om windmolenparken op zee te bouwen.

Op het vasteland in Vlaanderen gebeuren er ontzettend veel inspanningen. De omslag is bezig, ook bij de industrie en de particulieren. Er wordt enorm veel geïnvesteerd. Zeggen dat we doelstellingen zullen kunnen halen, vergelijkbaar met andere landen met heel veel grote natuurlijke mogelijkheden, dat is natuurlijk niet juist.

Ik wil het nog hebben over wat u zegt over het woningenbestand. U zegt dat we 3 procent van de woningen per jaar energetisch moeten kunnen renoveren. Welnu, u spreekt over een termijn van dertig jaar, dertig keer drie is negentig, het gaat dus over 90 procent van de woningen. Dat is exact wat wij hebben berekend. Ongeveer dat aantal woningen zal in de loop van de komende dertig jaar, tegen 2050, van eigenaar zijn veranderd, hetzij door erfenis, hetzij door verkoop. Dus zeggen wij dat binnen vijf jaar na elk van die transacties die energetische maatregelen moeten worden genomen. Dat is een zeer verstandige maatregel. Het is een maatregel die duurzaam werkt, die er op termijn voor zal zorgen dat het woningpatrimonium wordt aangepakt.

Een shocktherapie, mensen nu verplichten, terwijl ze in een huis wonen, om grondige maatregelen te nemen, dat is iets wat niet werkt. Wat wij doen, is ervoor zorgen dat het woningenbestand, dat de tweede grootste factor van CO2-emissie is na transport, op die dertig jaar gradueel wordt aangepakt.

We hebben de woningpas gelanceerd. Er zal dus een energetische pas zijn bij elk van die woningen. We hebben de energienormen voor nieuwbouw zeer sterk verhoogd voor 2020 en 2021, en we hebben de energienormen voor de energetische renovatie sterk verhoogd. We leggen de lat zeer hoog. Met die maatregelen, waarbij je binnen vijf jaar na elke eigendomsoverdracht die werken verplicht uitvoert, zullen we die doelstelling bereiken. Ik heb nog geen enkel beter voorstel gehoord. Tenzij u zegt: ‘We gaan er met de grove borstel door en we gaan alle mensen die nu in hun huis wonen, verontrusten, aanpakken en verplichten om nu investeringen te doen.’ De woningpas zal een foto geven van de woning, zal de energetische waarde geven, zal de koper duidelijk maken wat er moet worden gedaan om de woning in orde te brengen. Wij hebben in ons plan opgenomen dat die werken binnen vijf jaar ook worden uitgevoerd.

Mijnheer Rzoska, wat u allemaal zegt, heb ik ook vastgesteld in de voorbije jaren. De voorbije periode hebben we vooral geplant, om in de komende legislatuur – en ik bedoel voornamelijk de legislatuur van steden en gemeenten – te kunnen oogsten.

Zoals de minister-president zei, zijn er een pak maatregelen en een pak zaken op het terrein gezet. Die woningpas is daar een ongelooflijk belangrijk instrument in. Ik moet eerlijk toegeven dat het wat minder aandacht krijgt dan klimaatmarsen en klimaattoppen in het buitenland, maar als je die woningpas lanceert, dan zie je dat die wel degelijk lof krijgt in de gespecialiseerde pers. Het is een Europese primeur, mijnheer Rzoska, en dat krijgt veel te weinig aandacht. Het is een instrument dat in de komende maanden en jaren op het terrein, bij de mensen, effectief zal werken, samen met dat vernieuwde energieprestatiecertificaat (EPC+). Bovendien ben ik er ook van overtuigd dat de energiehuizen in de verschillende steden en gemeenten een belangrijke rol kunnen spelen.

Weet u, mijnheer Rzoska, dat 46 procent van de Vlamingen in aanmerking komt voor een lening tegen 0 procent, die ze kunnen gebruiken voor energie-efficiëntie, isolatie en hernieuwbare energie? Het grote probleem is dat steden en gemeenten daar in de komende jaren volop werk van moeten maken. Ik wil dan ook een oproep doen aan iedereen die straks begint te besturen in de gemeenten om dat mee op te nemen in hun plannen voor de komende jaren. Mijnheer Rzoska, in mijn stad hebben we dat gedaan. Wij weten bijvoorbeeld dat het slopen en heropbouwen van gebouwen in die grote steden aan 6 procent btw kan. Het zal waarschijnlijk voor mijn opvolger zijn om het volledig uit te voeren en die sloop- en heropbouwkorting voor heel Vlaanderen te laten gelden.

Dat zijn allemaal maatregelen die we genomen hebben en die ertoe moeten leiden dat je niet altijd moet terugvallen op wat vandaag is of wat gebeurd is, want die fout wordt telkens opnieuw gemaakt bij analyses van de zaken rond energie-efficiëntie en hernieuwbare energie: ‘We hebben in de voorbije jaren dat gedaan, dus zullen we er de komende jaren niet komen.’

Mijnheer Rzoska, ik geloof in een versnelling, een ‘Stroomversnelling’. Die Stroomversnelling is trouwens het plan dat we met de Vlaamse Regering hebben gemaakt en waar iedereen achter staat. Het enige wat nu moet gebeuren, is dat al die actoren die in de Stroomversnelling gestapt zijn en die ze goedgekeurd hebben, ze ook uitdragen en uitvoeren. Het zal niet alleen van een regering of een parlement kunnen komen, maar ook van de steden, de gemeenten en de bedrijven en als overheid zullen wij het voorbeeld moeten geven.

Wat hernieuwbare energie betreft, mijnheer Rzoska, denk ik dat ik de voorbije jaren alle inzet getoond heb om de mensen ervan te overtuigen meer te investeren in hernieuwbare energie. Ook dat toont zich nu. Ik verwijs naar het project bij Volvo Gent, waar duizenden mensen in een project stappen om te investeren in hernieuwbare energie. Ik verwijs naar bedrijven als Decathlon, die dat ook aan het doen zijn. Ik hoop ook daar dat wij de nodige stappen zullen zetten om het prachtige zonneplan, met de zonnekaart, ook een fantastisch instrument, ook te kunnen gebruiken. We hebben een ongelooflijk potentieel wat zon en zonnedaken betreft.

Ik ben heel blij dat mijn collega, minister Schauvliege, gisteren nog een vergunning heeft gegeven voor elf nieuwe windmolens in de haven van Zeebrugge. Dat betekent dat ook in West-Vlaanderen, waar traditioneel veel wind wordt gemaakt, minister-president en collega Crevits, en waar er ook veel wind is, de nodige stappen gezet zullen worden. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans en minister Hilde Crevits)

We hebben, voor alle duidelijkheid, onze doelstellingen voor hernieuwbare energie in 2016 en 2017 gehaald en we zijn goed op weg om ze ook in 2018 te halen. Ik heb er dus alle vertrouwen in dat die doelstellingen voor hernieuwbare energie gehaald worden. We blijven trouwens nog altijd op kop staan in Europa. We zijn na Malta de tweede op het vlak van zonnepanelen per vierkante kilometer in heel Europa en we zijn de derde op het vlak van windmolens op land. We zijn de derde in Europa, als een van de kleinste landen. Zoveel plaats hebben we niet en we weten ook hoe het gaat: de meeste mensen zijn voor windmolens, tot ze in hun nabijheid komen. Ik hoop dat men dat met participatieprojecten en met betrokkenheid van de burgers in de komende jaren kan verbeteren en ik ben er honderd procent zeker van dat mijn opvolgers dat in de komende maanden en jaren ook zullen doen. Ik heb daar vertrouwen in en ik hoop dat ik van Groen wat meer optimisme mag verwachten in de boodschappen in plaats van altijd het toch wel pessimistische verhaal dat jullie brengen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik wil even doorgaan op de renovatiegraad waar de minister-president net op alludeerde. U hebt in de plenaire vergadering al een paar keer gezegd dat er bij de overdracht van een woning drie energetische maatregelen zouden moeten gebeuren.

Minister Tommelein heeft in de commissie ook al meermaals gezegd dat dat zou moeten gebeuren, maar dat het niet verplicht is en dat het niet zal worden gecontroleerd. Wat is het nu? Is het een facultatieve maatregel of een bindende maatregel? Als het een bindende maatregel is, dan zult u van ons daarvoor alle steun krijgen. Als het een facultatieve maatregel is, dan is het een maat voor niks.

De voorzitter

Een vraag aan de regering: is het facultatief of bindend?

Minister Tommelein heeft het woord.

Het is heel duidelijk dat we binnen de regering de afspraak hebben gemaakt dat het effectief zo zal zijn dat bij de aankoop of verwerving van de woning binnen de vijf jaar drie van die zes maatregelen moeten worden uitgevoerd.

Er is nooit gezegd geweest dat we dat niet gaan controleren. Er is nooit gezegd geweest dat we dat zo gaan uitvoeren. Mijnheer Danen, ik heb daarnet gezegd dat er vorig jaar een woningpas is gelanceerd. Dat zal een fantastisch instrument zijn om dat op te volgen. Het is dan ook heel duidelijk dat we met die woningpas en met dat EPC+-certificaat onmiddellijk in staat zullen zijn om te kijken wat er in die woning gedaan is, wat er nog moet worden gedaan en op welke manier het moet verbeteren.

Ik ben ervan overtuigd dat als u dat op die manier doet, er nog niet te veel zal moeten worden gecontroleerd. Want iemand die een woning verwerft of krijgt, zal met die woningpas of dat EPC+-certificaat onmiddellijk aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat de woning effectief energie-efficiënter wordt gemaakt. Ze hebben daar alle belang bij. Ten eerste wordt die woning comfortabeler. Ten tweede wordt die woning energiezuiniger. Ten derde wordt die woning meer waard. Als je die drie zaken voor ogen houdt, dan denk ik dat de Vlamingen in de volgende jaren de maatregelen die wij vandaag als Vlaamse Regering vooropstellen, effectief zullen uitvoeren.

Er is absoluut geen sprake van dat we dat niet gaan controleren of opvolgen.

De vraag is ook in welke mate we zullen moeten optreden en dat zullen moeten verplichten, of in welke mate we erin zullen slagen om de Vlamingen te motiveren om dat effectief te doen.

Ja maar, is het nu facultatief of bindend? U hebt niet geantwoord.

U hebt in de commissie gezegd dat het facultatief zal zijn en dat er niet zal worden gecontroleerd. Als u zelf bij iedere woningoverdracht aanwezig zult zijn en dat aan de mensen zult uitleggen, dan maak ik me daar geen zorgen over, dan zal iedereen het doen. Maar die mogelijkheid hebt u natuurlijk niet.

Bij de verwerving of overdracht van een woning, zoals bij een erfenis, hebben mensen andere zorgen aan hun hoofd dan onmiddellijk aan die renovatie te beginnen. Ik vind het een goede maatregel om energetische maatregelen te promoten bij een overdracht van een woning. Maar als u dat niet verplicht, zal er weinig van in huis komen en zal de renovatiegraad die nu aan het stremmen is, nog meer stremmen. Is het dus facultatief of bindend?

De voorzitter

Minister Tommelein, ja of nee?

Mijnheer Danen, u luistert gewoon niet. Ik heb u duidelijk gezegd dat het binnen de vijf jaar zal zijn. Ik heb duidelijk gezegd dat de regering die maatregel in het Energie- en Klimaatplan heeft opgenomen. Dat zal ook worden uitgevoerd. Ik heb die discussie telkens opnieuw met u: u vraagt dat het manu militari wordt verplicht. Ik zeg u duidelijk dat ik de mensen ga motiveren en stimuleren. Dat is het verschil. Ik zal proberen om de mensen te overtuigen. Mijn opvolger zal dat ook doen en mijn fractie zal dat ook blijven doen. De mensen overtuigen om het te doen.

Dat is het grote verschil met Groen, mijnheer Danen. U wilt het de mensen verplichten, u wilt het de mensen opleggen. Dat is het verschil tussen de groenen en de liberalen. (Applaus bij Open Vld)

Ik noteer dus dat het facultatief is.

Dat leek me ook de conclusie.

Minister, u hebt net zelf vol vuur naar uw bestuursakkoord in Oostende verwezen. Daar werken we voor alle duidelijkheid samen. Maar dat was u waarschijnlijk vergeten in uw passioneel betoog om vooral met zeer veel woorden uit te leggen dat het facultatief was.

Over hernieuwbare energie heb ik gezegd dat we daar op schema zitten, maar het wordt wel een dubbeltje op zijn kant. Ik vind, minister, en u hebt daarin gelijk, dat je toch wel degelijk lokale besturen ziet die stappen vooruitzetten.

U bent misschien niet zo lang meer minister van Energie, maar we hebben vorige week het gemeentebestuur van Eeklo gezien. Dat toont eigenlijk aan dat het helemaal anders kan. Het draagvlak rond hernieuwbare energie is daar zeer groot. Omdat men in Eeklo, jawel in Eeklo – u kunt er misschien eens langsgaan op weg naar Oostende – van bij het begin vanuit het gemeentebestuur ervoor heeft gekozen om zijn lokale bevolking – en dat zult u graag horen – te laten participeren in de energie die windmolens produceren.

Het gaat daar zelfs zo ver, collega’s – en diegenen die vorige week die reportage gezien hebben, weten dat – dat sommige mensen een stuk van hun haag wegknippen om de kerktoren en de windmolen te zien in Eeklo, de windmolen die hen energie oplevert, ook in hun portemonnee.

Er is daar een groene schepen. Ondertussen, minister, bewijst hij dagelijks dat er wel degelijk een draagvlak is voor hernieuwbare energie. Als je dat als lokaal politicus goed uitlegt aan de bevolking, als je hen meeneemt in het verhaal, wordt het eigenlijk een verhaal dat door zeer veel mensen gedragen wordt. Ondertussen staan er in Eeklo al een heel pak windmolens, binnenkort zelfs 22. Nu is Eeklo toch niet de grootste gemeente. Het bewijs dat het kan, is er wel degelijk. Maar dan moet je mensen ook betrekken. Dan moet je mensen meenemen in het verhaal en uitleggen waarvoor het eigenlijk dient.

Voor die energierenovatie geldt wat mij betreft hetzelfde. Ik zie mensen in mijn omgeving, en daar staat geen leeftijd op, die wel degelijk beseffen dat een verouderde woning bij wijze van spreken een aanslag is op hun portemonnee. Ik ken in mijn directe omgeving zelfs mensen die, al zijn ze een stuk in de zeventig, toch bereid zijn om heel bewust een deel van hun spaargeld te investeren om hun woning energiezuiniger te maken. Het is dat soort beleid dat we nodig hebben om mensen ervan te overtuigen dat er wel degelijk ook een win-win is inzake klimaat en energie.

Minister-president, ik kom even terug op die betonstop. Ik hoop echt dat uw Vlaamse Regering snel dat huiswerk op tafel legt, want de cijfers liegen er niet om. We hebben er een aantal actuele vragen over gehad. Recente cijfers spreken van maar liefst 13.000 kilometer lintbebouwing en een totaal ruimtebeslag in Vlaanderen van 32 procent. Ik vind dat u op dit moment niet langer mag talmen. Het Vlaams Parlement zit te wachten op uw huiswerk. Ik begrijp niet dat uw minister haar huiswerk niet op tafel legt.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

We hebben het daarnet gehad over woorden en daden. Ik wil u toch eens herinneren aan een aantal beslissingen die reeds genomen zijn. We hebben de codex Ruimtelijke Ordening aangepast met tal van mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de open ruimte niet verder wordt ingenomen. Daarnaast hebben we dit jaar 5 miljoen euro vrijgemaakt voor heel specifieke onthardingsmaatregelen. Er zijn 360 projecten ingediend. Nu wordt er geselecteerd door de jury. Heel binnenkort kunnen die allemaal aan de slag om die ontharding te realiseren op het terrein.

Daarnaast zijn we inderdaad bezig met het Instrumentendecreet, met de woonreservegebieden en de bescherming van de meest kwetsbare bossen. Natuurlijk moeten we daarvoor een traject doorlopen – dat is ook logisch, denk ik – met de Raad van State en verschillende adviezen. Wij werken daaraan verder. Volgend jaar zal dit zeker voor het parlement kunnen komen. Doen alsof er niets is gebeurd, is helemaal niet juist. We hebben instrumenten ingeschreven, die hier ook goedgekeurd werden in het parlement. Die worden op dit moment op het terrein uitgerold.

Daarnaast wil ik nogmaals herhalen dat er op dit moment al heel specifieke projecten lopen om die ontharding op het terrein te realiseren. U verwijst naar cijfers over de lintbebouwing. Die komen uit een onderzoek dat we zelf hebben laten uitvoeren door onze diensten. Dat gaat natuurlijk over cijfers tot 2016. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is van deze Vlaamse Regering om die open ruimte niet verder in te nemen. We bouwen dat stelselmatig af en wachten niet tot 2040 maar nemen nu al heel concrete maatregelen op het terrein om dat te realiseren.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, minister-president, ik heb het vorige week nog gezegd. U zat toen in Polen, minister. Ik heb mijn vraag toen gericht aan de minister-president, maar het was minister Vandeurzen die het antwoord gegeven heeft. De visie rond ruimtelijke ordening, daar zijn we het volledig mee eens. Ik heb vorige week nog gezegd: onze armen stonden open. Wat zien we echter naarmate die visie concreet in maatregelen wordt uitgewerkt? We zien uithollingen en we zien uitzonderingen. Daar zijn een aantal beslissingen van de Vlaamse Regering de afgelopen weken een bewijs van.

Minister, het is een technische kwestie. Veel mensen hier zullen niet kunnen volgen. Er is een regeling rond restpercelen goedgekeurd, waarvan uw adviesraad Ruimtelijke Ordening zegt: dat zal de verlinting van Vlaanderen verder in de hand werken. Er zijn inderdaad in de codex-Terryn een aantal maatregelen goedgekeurd. Bijvoorbeeld de manieren om te bouwen in agrarisch waardevol gebied, worden echter versoepeld.

Er zijn maatregelen genomen om verkavelingen te verdichten. Maar het kan gaan om verkavelingen op goed gelegen plekken maar evengoed om verkavelingen op slecht gelegen plekken. Uw waardevolle visie, waarvoor er trouwens nog geen Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is – dat is ook een grote kritiek van de experten –, wordt daardoor op een sluipende manier stilletjesaan uitgehold. Vorige week zei ik ook dat als we zo voortgaan, we de weg opgaan van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Dat zijn niet mijn woorden, maar de woorden van experten en van de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO). Dat Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen had initieel ook een goede visie, maar verwerd door uithollingen tot een plan dat geen schaduw meer was van het oorspronkelijk bedoelde plan.

Mevrouw Pira, we hebben die discussie hier al een aantal keren gevoerd. We hebben inderdaad dezelfde doelstelling en ambitie: ervoor te zorgen dat de inname van de open ruimte stelselmatig wordt afgebouwd. Maar we verschillen heel uitdrukkelijk van mening over de manier waarop we daar willen geraken. Ik heb u dat al een paar keer gezegd. Wij willen dat doen met respect voor het eigendomsrecht. Wij willen dat doen op een gedragen, betaalbare, maatschappelijk aanvaardbare manier. Wanneer u keer op keer in de commissie, en hier in de plenaire vergadering, voorstelt om met een rode balpen alle woonreservegebieden te schrappen en tegen de Vlaming te zeggen dat daar niets tegenover staat en dat we dat hier allemaal van bovenaf gaan beslissen, dan passen wij daarvoor. Dan zorgen wij ervoor dat de goed gelegen woonreservegebieden wel nog kunnen worden ontwikkeld, en dat die die gelegen zijn in open ruimte zonder ontsluiting, niet meer kunnen worden ontwikkeld. Dat is de manier waarop wij te werk gaan: op een realistische manier, stap voor stap en met respect voor het eigendomsrecht van Vlamingen. U hebt een andere visie. Dat is uw recht, maar deze regering zorgt dat het op een realistische manier gebeurt.

Minister, dit brengt mij tot de conclusie dat u zeer veel mooie woorden gebruikt maar dat er op het terrein, zoals collega Pira het zegt, vandaag nog altijd beslissingen worden genomen die haaks staan op de visie die zegt dat we de open ruimte moeten beschermen. Nochtans heeft uw Vlaamse Regering bij haar aantreden gezegd dat we dat een halt moeten toeroepen. Als dan een aantal collega’s vaststellen dat uw Vlaamse Regering nog steeds beslissingen neemt die het tegengestelde bewerkstelligen, dan zouden wij geen goed parlement zijn mochten wij u daar niet op wijzen.

We moeten echt iets doen met die hallucinante cijfers. Ik ben blij dat u zegt dat u met uw huiswerk naar het parlement zult komen. Ik hoop dat we onmiddellijk na het kerstreces aan de slag kunnen, want dit is een zeer belangrijk dossier, zowel op het vlak van open ruimte als op het vlak van mobiliteit en energie, die daaraan vasthangen. Er zijn heel wat dossiers gelinkt met de manier waarop we de open ruimte in de toekomst willen invullen.

Minister-president, ik hoop dat we daar wat meer ambitie aan de dag zullen leggen wanneer het gaat over de energie-efficiëntie. Ik hoop dat u opnieuw het vooruitgangsoptimisme van uw Visie 2050 zult omarmen. In uw discours legt u er soms te veel de nadruk op dat economie en ecologie tegengestelden zijn. De bedrijfsleiders die ik ontmoet, zijn bijna allemaal zeer bewust bezig met hun eigen energiehuishouding, met de energiehuishouding rond hun productieprocessen, die ze wel degelijk willen verduurzamen omdat ze snappen dat ze als ondernemers in een samenleving staan en dat ze ook op dat vlak stappen vooruit moeten zetten. Ik zie dat vooruitgangsoptimisme bij heel wat ondernemers, kleine en grote. Zowel kleine als grote bedrijven zijn daarmee bezig. Dat optimisme wil ik vol omarmen om er, inderdaad, voor te zorgen dat we in 2050, maar eigenlijk al een stuk vroeger, staan waar we moeten staan.

Het is goed dat u de budgetten voor O&O doet stijgen. Daarvoor zijn wij altijd vragende partij geweest. We zijn er nu bijna, en heel wat bedrijven in Vlaanderen lopen wat betreft innovatie aan de spits. Ze zijn partners om die omslag te bewerkstelligen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, ik ben het met u eens. Het wordt onvoldoende beklemtoond dat er in de samenleving een totale omslag aan het gebeuren is. Ik kom heel vaak in bedrijven die het voortouw nemen op het vlak van ‘corporate social responsability’, op het vlak van duurzaamheid, op het vlak van hernieuwbare energie, op het vlak van CO2-reductie. Dat is volop bezig. Net zoals ik zie dat in steden en gemeenten de omslag naar verdichting en verkerning volop bezig is.

Het is wel degelijk zo dat deze regering er op al die terreinen voor zorgt dat er ook in de mentaliteit een grote omslag is, dat er grote verschuivingen zijn. Wij vragen dus, boven op de inspanning die de industrie al levert, nog een serieuze inspanning van 1 procent per jaar. Dat zijn heel concrete maatregelen, net zoals wij vragen dat er bij de residentiële gebouwen drie van de zes maatregelen worden genomen binnen de vijf jaar na de notariële overdracht. Dat plan van aanpak is realistisch en kan de ambities die we formuleren ook waarmaken en ervoor zorgen dat ze worden uitgevoerd.

Nogmaals: het laatste wat u deze regering mag verwijten, is dat ze geen ambities heeft. Indien we hogere doelstellingen kunnen halen, dan zijn we de eersten om die te onderschrijven.

Minister-president, ik ben het met u eens. Maar – en dan kom ik bij het tweede stuk van mijn betoog – die omslag zal sociaal zijn of die zal niet zijn.

Ik grijp terug naar uw Septemberverklaring. Daarin maakte u een zeer positieve balans op van de laatste regeringsjaren. Ik citeer letterlijk: “Vlaanderen en de Vlamingen staan er beter voor dan vier jaar geleden.” Ik praat met veel mensen, en zij zijn minder overtuigd van uw boodschap.

Ik wil duidelijk stellen dat ik niet in twijfel trek dat de koopkracht steeg. Ondertussen geven voldoende onderzoeken van mensen die daarmee bezig zijn dat aan. Dat is wat mij betreft geen punt van discussie. Maar wat natuurlijk ook niet te ontkennen valt, is dat energie duurder is geworden, net als openbaar vervoer, zorg en vaak ook onderwijs.

Aan de ene kant is er de gestegen koopkracht. Maar aan de andere kant, wat heb je aan die gestegen koopkracht als je facturen stijgen en ze je gestegen koopkracht tenietdoen?

In het voetbal mag je blij zijn als je drie keer scoort. Maar als je met 3-5 verliest, dan vier je dat het best niet te uitbundig. De mensen – ook de gele hesjes – zien wel degelijk dat het nettoloon dat ze ontvangen, gestegen is. Maar ze stellen ook vast dat een aantal facturen waarmee ze geconfronteerd worden, óók gestegen zijn en dat het voor hen in het beste geval een nuloperatie is.

De voorzitter

De heer Schiltz heeft het woord.

Mijnheer Rzoska, dat klopt natuurlijk niet. De facturen waarnaar u verwijst, worden wel mee opgenomen om te berekenen wat de nettostijging van de koopkracht is. Anders hadden we het niet over koopkracht, maar over de stijging van het nettoloon. Waarnaar u verwijst, is dat voor de mensen de factuur die ze moeten betalen psychologisch zwaarder weegt dan een soort beleving van hun koopkracht. Dus als u zegt: ‘Minister-president, ik ontken niet dat de koopkracht gestegen is’, dan moet u aan die mensen ook uitleggen dat ze, ondanks de stijging van de facturen, toch beter af zijn. Dat is wat deze regering heeft gedaan en wat de regering aan de overkant heeft gedaan. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Schiltz, nogmaals: ik ontken niet dat die koopkracht is gestegen. (Opmerkingen van Willem-Frederik Schiltz)

Maar u moet echt eens met die mensen gaan praten. Er zijn wel degelijk een aantal facturen – kijk gewoon eens naar de abonnementen van schoolgaande kinderen – die toch door deze Vlaamse Regering naar omhoog geduwd zijn, aangezien ze toch meebetalen voor openbaar vervoer. Je kunt toch niet ontkennen dat een aantal van die tarieven gestegen zijn. Je kunt toch niet ontkennen dat heel wat energiefacturen gestegen zijn omdat een aantal factoren, een aantal elementen vanuit die algemene energiefactuur toch bij de mensen terechtgekomen zijn. We hebben de hele zogenaamde ‘Turteltaks’ toch afgewenteld in de energiefactuur. Als overheid hebben we toch maar een zeer klein deel opgeraapt.

Als je met een aantal mensen gaat praten, dan erkennen zij dat er een lichte stijging is van hun nettoloon, maar dat hun facturen en hun uitgaven wel degelijk gestegen zijn. Huren zijn de afgelopen jaren gestegen, mijnheer Schiltz. Míjn devies is dat je beter eens met die mensen zou gaan praten, dat je beter eens zou luisteren naar wat ze te zeggen hebben. Want er zijn in Vlaanderen wel degelijk mensen – en steeds meer – die moeite hebben om op het einde van de maand de eindjes aan elkaar te knopen. Die mensen zijn er wel degelijk, en dat aantal stijgt nog.

Mijnheer Rzoska, in de laatste maanden en zelfs meer dan een jaar geleden hebt u met de nodige overtuiging gezegd dat het een goede zaak was dat de energieheffing werd teruggebracht tot gemiddeld 5 euro per gezin en dat die voor meer dan 250.000 gezinnen tot nul werd herleid. Maar nu zegt u hier op de tribune dat die facturen gestegen zijn door een bepaalde taks.

Als u gisteren nog maar het nieuws hebt vernomen dat de distributienettarieven in 2019 gevoelig zullen dalen, zowel voor elektriciteit als gas, dan bent u hier toch wel een sfeer aan het creëren die weer van een verregaand pessimisme is. Een aantal zaken in die energiefactuur moeten inderdaad omlaag, maar wat de waarheid is, collega Rzoska, is dat die ook in de laatste periode naar omlaag zijn gegaan. En u weigert manifest om dat over uw lippen te krijgen. U blijft hier zeggen dat een aantal zaken omhoog zijn gegaan, tot en met de energieheffing, die ondertussen voor de zwaksten in onze samenleving tot nul is herleid. Dan vind ik dit van een verregaand populisme, en van weinig intellectueel fatsoen. (Applaus bij Open Vld)

Minister, ik wil toch even opmerken dat de elektriciteitsfactuur bij de allerhoogste van Europa blijft behoren, ondanks de verlagingen die u nu aankondigt.

Collega Danen, zoals u weet – als we dan toch enig intellectueel fatsoen hebben – bestaat een elektriciteitsfactuur uit heel wat elementen, daar waar een Vlaamse Regering in feite invloed kan hebben op twee elementen. Dat is de energieheffing, die voor de zwaksten in onze samenleving tot nul is herleid, en gemiddeld nog 5 euro is. Er is ook de zogenaamde groene quota, die wij hebben ingevoerd, en waarbij mensen zelf een heel grote invloed kunnen hebben op het betalen van die groene bijdrage, bijvoorbeeld als ze investeren in hernieuwbare energie, als ze beter isoleren, of als ze minder energie verbruiken van het distributienet. Die groene quota zorgt ervoor dat dat geen verhoging is.

Dat zijn de enige twee elementen waar een regering op Vlaams niveau invloed op kan hebben. Van al de rest weet u zeer goed – als u eerlijk bent – dat er federale maatregelen zijn, dat er maatregelen zijn van de regulator, dat er maatregelen zijn van transportkosten, en dat er ook de prijs van de elektriciteit is, die uiteraard te maken heeft met de vraag en het aanbod.

Als u dit allemaal op de Vlaamse Regering en de Vlaamse minister van Energie wilt afschuiven, dan is dat uw verantwoordelijkheid. Maar dan is dat intellectueel allemaal niet correct.

Minister, het klopt natuurlijk niet wat u zegt. Er zijn zaken in die factuur waar de Vlaamse Regering wel vat op heeft, zoals openbaredienstverplichtingen. Alles wat met premies te maken heeft, rekent u ook door in de factuur; ook de distributienetbeheerder wordt doorgerekend. Daar hebt u wel vat op. De vorige regeringen hebben dat uit de factuur gehaald, en u hebt ze erin gestoken.

Minister, ik denk dat het punt ook aantoont dat mensen inderdaad geconfronteerd worden met stijgende facturen, ook op vlak van energie, en dat ze op die manier hun gestegen koopkracht eigenlijk niet volledig kunnen assumeren.

En ik leg daar ook nog andere cijfers naast. Er is een groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk. Dat kunt u toch niet ontkennen? Er zijn grote vermogens die wegkomen met fraude en amper belast worden. Dat kunt u toch niet ontkennen? Als ik daarnaast dan het cijfer leg dat bijna 12.000 Vlaamse gezinnen per jaar met uitzetting worden bedreigd – inclusief kinderen natuurlijk – dan kunnen we toch niet voortdurend onszelf op de borst slaan, en zeggen dat deze Vlaamse Regering goed bezig geweest is?

De kinderarmoede stijgt, en is niet gehalveerd, zoals de minister van uw regering toch aankondigde: ‘Reken mij daarop af.’ U kunt de mensen toch niet kwalijk nemen dat ze dat dan ook doen op het moment dat ze geconfronteerd worden met tekorten. Want ondertussen neemt die sociale onrust inderdaad toe, en die frustratie van de gele hesjes leeft ook bij heel wat Vlamingen.

Hoe komt dat? Dan kom ik tot mijn derde punt – show us the money –, en dat is dat zij natuurlijk het grootste deel van de factuur van uw besparingen hebben gedragen. Het is natuurlijk zo dat deze Vlaamse Regering bij het begin – snoeien om te bloeien, weet u nog – 2 miljard euro per jaar recurrent bespaart. Die factuur is vooral bij de Vlamingen terechtgekomen; dat voelen ze nog altijd.

U hebt eigenlijk tegen heel wat Vlamingen gezegd: trek uw plan. Maar de investeringen die inderdaad terug in de begrotingen aan het binnenkomen zijn, komen vandaag met 1,8 miljard euro in 2019 nog steeds niet boven die besparingen waarmee u deze legislatuur bent gestart – 2 miljard euro recurrent.

Minister-president, daarom stoort het ons, en stoort het blijkbaar ook mijn collega Vandenbroucke, dat uw minister van Begroting in 2024 een beleidsruimte ziet van bijna 1 miljard euro, en dat vrolijk rondstrooit, alsof de volgende Vlaamse Regering plots op een pot geld gaat zitten.

Elkeen die ernstig bezig is met die cijfers, stuit dat toch op een of andere manier tegen de borst. Ik geef een aantal punten. Ik vind dat die begroting voor 2019, maar ook voor de volgende jaren, eigenlijk uitgaat van onrealistisch hoge inkomsten wat betreft de fiscale regularisatie. We hebben dat debat in de commissie gevoerd, en ik ben er nog altijd niet van overtuigd dat de zogenaamde Sylvesterrush, die door de minister wordt gezien, nog gaat aanhouden en dat we daar nog eens zoveel inkomsten uit gaan halen.

Collega Vandenbroucke heeft verwezen naar het overkappingsfonds. Dat bedraagt vandaag nauwelijks 54 miljoen euro. Als je de meerjarenraming bekijkt, rekenen we op dit moment slechts 66 miljoen euro per jaar voor beschikbaarheidsvergoedingen van infrastructuurwerken, terwijl het eigenlijk al 86 miljoen euro zou moeten zijn – als we kijken in uw eigen rapport rond de alternatieve financieringen en de publiek-private samenwerking (pps). En er worden zelfs nog een aantal budgetten niet eens meegenomen. De Limburgse Noord-Zuidverbinding is er daar een van, daar staan gewoon blanco tabellen. Dat is dus met andere woorden niet meegenomen in die meerjarenraming.

Minister-president, ik heb het dan in de commissie over gedopeerd begrotingsbeleid gehad – wat u mij kwalijk nam. Ik vind het echt niet ernstig dat je het voorspiegelt alsof een volgende legislatuur, een volgende ploeg zoveel beleidsruimte heeft. Volgens mij kloppen die cijfers eigenlijk niet.

Dan wil ik het nog niet hebben over de toetssteen van Europa – collega Vandenbroucke heeft er ook naar verwezen. Let wel, minister-president, ik ga mee in uw redenering dat er geïnvesteerd moet worden. Ik ga ook mee in uw redenering dat het wat betreft die Europese boekhoudkundige regels, inderdaad op een andere manier moet, want anders botsen we op een limiet. Maar ik kan er natuurlijk ook niet om dat we de laatste vier jaar bij het buiten de begrotingsdoelstelling plaatsen van bepaalde investeringen, ten opzichte van Europa geen centimeter zijn opgeschoven. Ik kan daar niet aan doen, en ik zit nog niet zolang in dit parlement, maar ook een vorige minister-president heeft heel zwaar gerekend op Europa voor bepaalde investeringen, en heeft daar ook nul op het rekest gekregen. Ik stel gewoon vast – we hebben nu nog een klein half jaar te gaan – dat we nu wel een goede position paper hebben afgeleverd, maar dat op dit moment het antwoord van Europa eigenlijk uitblijft. Dat kan inderdaad een impact hebben op uw begrotingsbeleid. Nogmaals – voor u gaat zeggen dat ik niet consistent ben – ik heb mij wel degelijk ook laten overtuigen door argumenten die u hebt gebruikt, want ik was er in het begin ook niet van overtuigd dat we het buiten de begrotingsdoelstelling moesten houden – niet buiten de begroting, collega Diependaele, want de budgetten zitten er wel degelijk in. Maar ik stel wel vast dat we na vier jaar nog altijd geen centimeter dichter zijn en dat Europa nog altijd niet duidelijk laat weten of wat we doen, wel kan. U weet net zo goed als ik dat Europa maar naar één element kijkt om een oordeel te vellen over de begroting, en dat is het vorderingensaldo. Een begrotingsdoelstelling kent men op Europees niveau niet. 

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Rzoska, ik ben alvast heel blij dat u uw visie bijgesteld hebt, dat ik erin geslaagd ben om u ervan te overtuigen. Dat is helemaal in de lijn van de waarden van de verlichting die we delen: als iemand u overtuigt van uw ongelijk, wees dan bereid om uw positie bij te stellen. Mijn dank daarvoor. (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Ten tweede herinner ik mij ook dat u in het begin van deze regeerperiode heel pessimistisch was over ons begrotingstraject. U projecteert dat nu opnieuw op de volgende periode. Wij hebben aangetoond in de meerjarenplanning dat er bij ongewijzigd beleid een evenwicht is, dat de eerste jaren geen jaren van overvloed zijn, maar dat er wel opnieuw bijkomende beleidsruimte gecreëerd wordt. Het zal aan de volgende regering zijn om na te gaan hoe dat allemaal precies ingevuld wordt, waar een tandje bij gestoken wordt, waar nog efficiëntieoefeningen gemaakt worden en dergelijke meer. De Vlamingen mogen ervan overtuigd zijn dat er op het budgettaire vlak geen avonturen op hen afkomen, dat er een stabiel kader gecreëerd is. 

Ten derde dank ik u dat u, waar u het hebt over de houding van de Europese Commissie, ons een pluim geeft dat we een goede position paper hebben ingediend. Mijn vraag is heel eenvoudig. Wat als Europa neen zegt? Zegt u dan aan de volgende regering: ‘Kantel die 3,5 miljard euro in in de begroting’? Waar gaat u dan besparen? Gaat u dan beknibbelen op het welzijnsbeleid, gaat u dan bijkomende nieuwe belastingen heffen? Of gaat u zeggen dat we die pil doorslikken, wetende dat dit een eenmalige, zeer zware, uitzonderlijke investering is, die bovendien zorgt dat we enorme terugverdieneffecten hebben.

De verkeersproblemen door het onderbreken van de Oosterweel kosten 1 miljoen euro per jaar aan de economie. Bovendien gaan we naar een terugverdieneffect. Ik zou graag hebben dat u daar een antwoord op geeft, voor u er doemdenken en ideeën over lanceert die gaan in de richting van doemdenken.

Minister-president, ik wil het nog wel eens herhalen. Ik was in het begin inderdaad zeer sceptisch over de manier waarop u die Oosterweel begrotingstechnisch behandelde. Ik denk dat ik nu net heb gezegd dat ik mij heb laten overtuigen. Ik heb mij laten overtuigen, ook door gewoon een aantal specialisten te raadplegen die zeggen dat het inderdaad niet logisch is dat je dit in een constructiefase in één keer in een begroting moet meenemen. Ik ben het daar dus fundamenteel mee eens.

Maar u kunt er niet omheen dat – en ik wil niet doemdenken –, als je er de vorige legislatuur bij neemt, we weinig vorderingen hebben gemaakt met dat dossier binnen Europa. We gaan nog heel wat mensen moeten overtuigen. Een zwaard van Damocles? Ik verwijs gewoon naar de vorige legislatuur. Er waren een aantal pps-projecten – Scholen van Morgen en vele andere – die de vorige Vlaamse Regering ook buiten de begroting hield met de verklaring dat het een pps-constructie was en dat Europa het toeliet. We hebben ze één na één moeten laten binnenvallen in de begroting. Dat heeft wel degelijk een impact gehad op de investeringsruimte en op de begroting en de middelen die deze Vlaamse Regering had. Ik hoop niet dat het zover komt want dan hebben we inderdaad opnieuw een groot probleem.

Als je kijkt naar de begrotingen van de afgelopen jaren en naar de impact die er geweest is bij het binnenvallen van die projecten, dan hoop ik dat de Europese Commissie volgt dat we een strategische, grote investering zoals Oosterweel wel degelijk budgettechnisch mogen behandelen zoals we het nu behandelen. U kunt er toch niet omheen dat ook in uw meerjarenraming de correctie met Oosterweel er eigenlijk voor zorgt dat u in een aantal jaren een overschot en een evenwicht hebt, want als je de correcties van Oosterweel eruit haalt, dan zijn er ook in de meerjarenraming jaren met tekorten. Daar kunt u toch niet omheen. Dat zijn cijfers en ze liggen hier voor mij. U ziet toch wat u corrigeert met betrekking tot Oosterweel om uw begrotingsdoelstelling te halen?

Mijnheer Rzoska, ik verwijs opnieuw naar de commissie. Van twee dingen één. U zegt dat u tot voortschrijdend inzicht bent gekomen en u hebt laten overtuigen door argumenten. Trouwens, een gerenommeerde instelling als de Hoge Raad voor Financiën heeft in zijn advies van maart 2018 gesteld dat moet worden nagedacht over de specifieke behandeling van de investeringsuitgaven waaraan toewijsbare inkomsten verbonden zijn en de budgettaire neutraliteit doorheen de tijd wordt gegarandeerd. Aan de ene kant blijft u dus zeggen dat dit een ‘gedopeerde’ begroting is, en aan de andere kant zegt u dat u begrip hebt en openstaat voor argumenten.

Ik herhaal dan wat de minister-president daarnet heeft gezegd. Zeg dan eens wat u zou doen in deze situatie op dit moment? Zegt u dat we stoppen met deze investeringen omdat we eerst zekerheid moeten hebben, wat volgens mij absoluut geen optie is?

Voor mij is het zeker geen Antwerps dossier, maar een Vlaams, een Belgisch en zelfs een Europees dossier. Het is veel te belangrijk voor onze streek en onze regio. Maar als je dan zegt dat we moeten opletten, dan is de vraag op welke manier u dan zou schrappen in de begroting en een aantal uitgaven niet zou doen. U geeft er nooit een antwoord op.

U kunt wel zeggen dat er wat onduidelijkheid is, maar wij moeten als Vlaamse Regering verder met die investeringen. Wij moeten die investeringen doen. Wij zeggen heel duidelijk dat we ze meenemen in de begroting maar niet in de begrotingsdoelstellingen omdat ook de Hoge Raad voor Financiën, een van de meest gerenommeerde instellingen in ons land, dit ook zo heeft geponeerd. Ik denk dat het niet duidelijker kan zijn. Als u vindt dat wij de adviezen en de meningen van de Hoge Raad voor Financiën in de wind moeten slaan wegens de symboliek die u telkens opnieuw hier wilt herhalen: u hebt begrip voor de situatie, u begrijpt dat we dat zo doen, maar toch brengt u het iedere keer opnieuw naar voren.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Rzoska, u hebt gelijk. Als Europa er niet mee akkoord gaat, dan zeggen wij dat dit niet behoort tot onze begrotingsdoelstellingen. We kunnen er maar zo transparant over zijn en dit inkantelen zal een effect hebben op ons vorderingensaldo. We hebben dat gedaan met de geconsolideerde pps’en. U hebt daar gelijk in. We hebben daar een structureel begrotingsevenwicht in genomen.

Dit inkantelen, ik herhaal het, zou ertoe leiden dat je voor vier, vijf jaar ofwel een zware belastingverhoging doorvoert ofwel allerlei andere investeringen gaat schrappen, budgetten zwaar gaat verminderen. Wij vinden dat maatschappelijk geen verantwoorde keuze, ten eerste gelet op de zeer hoge dagelijkse kostprijs van die problematiek, ten tweede gelet op het eenmalige, uitzonderlijke karakter van die investering en ten derde gelet op het terugverdienkarakter. We zijn daar heel, heel open over. Dit zou een tekort zijn op een vorderingensaldo dat niet wordt veroorzaakt door lopend beleid, door lopende uitgaven. Ik ben dus blij dat u dat onderschrijft, maar houd dan op met ons uit te dagen, met te zeggen dat dit vorderingensaldo niet klopt. Dan moet u ook b zeggen, zoals collega Tommelein zegt. Dan moet u zeggen dat u dat wél zou opnemen, dat u dat wél met het budget in evenwicht zou brengen en dat u daar die en die grote besparingen voor zou doen. Wel, dat is níet onze keuze. Ik wil dat nu nog eens voor de zoveelste keer uitdrukkelijk bevestigen.

Voorzitter, ik heb gisteren in Humo gelezen dat u vindt dat er meer moet worden geluisterd in dit halfrond. Ik zal nog eens proberen hetzelfde te zeggen. Minister-president, op dat vlak wijken onze meningen eigenlijk niet af. Ik zeg alleen maar, en het is toch wel de taak van een parlement en een oppositie om dat duidelijk te maken, dat als Europa daar ‘njet’ op zegt, wat ik – voor de zoveelste keer – niet hoop, we wel degelijk een probleem hebben. Als ik het heb over een gedopeerde begroting, dan heb ik het vooral over de inkomsten, het feit dat men zich in mijn ogen rijk rekent wat die fiscale regularisatie betreft. Het enige wat we immers tot nu toe weten, is dat we in het eerste jaar waarin we het hebben ingevoerd, bijna aan 25 miljoen euro zijn gekomen. Er was 100 miljoen euro voorzien. Dat heeft men bijgesteld in de begrotingscontrole. We hebben daar uitentreuren over gediscussieerd. Ik denk dat dat het punt was waarbij we in de commissie het langst zijn blijven stilstaan. Nog altijd houdt men rekening met 75 miljoen euro, zowel in 2019 als in 2020, en zelfs in 2021 nog met 37,5 miljoen euro. Ik vind dat de begroting doperen.

Minister, we weten allemaal dat u in de meerjarenraming ook rekening houdt met een aantal drijvers, een aantal parameters. Nog niet langer dan gisteren heeft de Nationale Bank haar groeicijfers bijgesteld. Als je dan kijkt naar de groeicijfers waar u rekening mee houdt in die meerjarenraming, en ik weet dat u daarin die recente cijfers niet kon verwerken, dan zie je dat daar al een aantal correcties naar beneden worden toegepast. Zoals uw voorganger het ons altijd heeft geleerd: een daling met 0,1 procent van de economische groei betekent 30 miljoen euro minder inkomsten. Minister, ik blijf er dus bij dat ik zeker wat die meerjarenraming betreft zeer voorzichtig zou zijn en minder voluntaristisch zou communiceren dat de volgende ploeg een beleidsruimte heeft van bijna 1 miljard euro.

Niettemin zitten er ook een aantal elementen in deze begroting 2019 die we wel degelijk toejuichen. Laat me toe om er toch nog één uit te halen. Ik richt me tot de minister van Mobiliteit. Ik denk dat het inderdaad van belang is dat we wat de fietsinvesteringen betreft eindelijk de historische kaap van 100 miljoen euro hebben bereikt. Ik heb collega Van den Heuvel zeer goed beluisterd. Ik denk dat we in de volgende jaren inderdaad moeten beslissen tot een groter investeringsbudget voor fietsveiligheid, om een heel eenvoudige reden: als we echt die modal shift willen maken, en die modal shift is bezig van onderuit, dan moeten we ervoor zorgen dat mensen op een zeer veilige manier naar het werk en naar school kunnen fietsen, maar ook dat ze op een veilige manier kunnen fietsen ter ontspanning. Het is de eerste keer dat we dat budget doorbreken. Het Rekenhof heeft dat ook onderschreven. Dat is een belangrijke stap, maar we zijn er nog niet want als we stappen vooruit willen zetten om inderdaad de files te bestrijden, dan is de fiets een van de puzzelstukken, een van de elementen van de oplossing.

Dat Vlaanderen daar wakker van ligt, dat er een draagvlak is om daar meer in te investeren, bewijst ook de verkiezing gisteren van het Woord van het Jaar. Ik durf het bijna niet te zeggen. Ik zal het het ‘m-woord’ noemen. Mijnheer Diependaele, dat m-woord is misschien cynisch, maar het geeft wel aan dat heel wat Vlamingen zelf die ervaring hebben op het moment dat ze fietsen. Er ligt nog een grote opdracht klaar voor deze Vlaamse Regering, maar ook voor de volgende regeringen: ervoor zorgen dat we ons op een veilige manier kunnen verplaatsen.

Het zal mij er niet van weerhouden om die boodschap voortdurend in dit halfrond te vertolken.

Dames en heren, ik heb mijn drie punten gemaakt op basis waarvan – maar dat had u al door, minister-president – de Groenfractie deze begroting niet zal goedkeuren. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Leden van de regering, voorzitter, collega's, er is al heel veel gezegd. Dat is altijd het lot van iemand die bijna op het einde moet spreken. Maar voor ik iets wil zeggen over de begroting en de kwaliteit van de begroting, moeten we één stap teruggaan.

We zitten dan wel onder een glazen stolp, maar we moeten ervoor opletten dat we ons niet gedragen alsof we onder een glazen stolp zitten. Vandaag hebben we te maken met een zeer moeilijke politieke context. We leven in een federaal land, volgens sommigen zelfs al met confederale elementen, waarbij het huis aan de overkant en de regering aan de overkant onze partner is, die we nodig hebben om heel veel van de maatschappelijke doelstellingen die we nastreven, te realiseren. Hier zitten dezelfde partijen en we leven in dezelfde omgeving. Dus, de eerste vaststelling die hier vandaag zou moeten worden gemaakt, is dat we blij mogen zijn dat we hier niet alleen een begroting hebben, maar ook nog een regering, een goeie regering. Dit zorgt voor stabiliteit.

We hebben de regering omdat binnen die regering elke partner zich heel verantwoordelijk heeft gedragen. Die partners werden geconfronteerd met een debat over een niet-bindend VN-verdrag en de regering heeft dat VN-verdrag onderzocht, gescreend. Daar zijn vragen over gesteld in commissie en hier in de plenaire vergadering, trouwens, met een historisch kort en correct antwoord, een juist antwoord, een goeie screening. Men heeft gezegd dat er op de 23 doelstellingen van dat ‘global compact’, er 3 rechtstreeks betrekking hebben op Vlaamse bevoegdheden. Ik heb het zelf nog eens nagelezen. Er zijn elders ook wel linken te vinden naar Vlaamse bevoegdheden, zeker als we die – wat altijd onze ambitie is – maximaal en maximalistisch invullen.

Wat zegt de Vlaamse Regering terecht? Dat dit niet-bindend pact, dat een kompas is dat vandaag wordt goedgekeurd door een meerderheid in elk continent van de wereld, geen impact heeft op het Vlaamse beleid. Lees: het heeft geen impact op het integratiebeleid, op het onderwijs, op het stedenbeleid, op het beleid met bijstand aan personen, op het gezondheidsbeleid, op het arbeidsbeleid, op het werkgelegenheidsbeleid. Dat is een heel juiste vaststelling, want ik ga er ook van uit dat een Vlaamse Regering, indien ze zou vaststellen dat een VN-verdrag een wezenlijke impact zou hebben op de context waarbinnen ze beleid moet voeren, matuur en weerbaar genoeg is – zo kennen we onze regering – om dat duidelijk te maken. Ze is daar heel helder in geweest, verantwoordelijk. Ik denk dat we daardoor in een context zitten die ons in Vlaanderen vandaag toelaat om over een begroting te spreken – de vijfde op rij – die voor de mensen, de bedrijven en de ondernemingen positieve dingen kan realiseren.

We moeten die begroting bespreken en goedkeuren in een context die volatieler is geworden. Een begroting gaat uit van begrotingsprognoses, onder meer over de economische groei. We hebben al van verschillende instanties gehoord dat het steeds moeilijker wordt in de internationale volatiliteit om zeker te zijn dat die prognoses in de praktijk zullen worden gerealiseerd.

En een van de grote zorgen is de brexit. Binnen honderd dagen is het zover. In het Verenigd Koninkrijk, een van de belangrijkste handelspartners van Vlaanderen, ontstaat stilaan paniek. De brexit zal zorgen voor een zeer ingrijpende verandering in onze economische relatie met dat land en zal onvermijdelijk een impact hebben op onze bedrijven, op onze economie en misschien dus ook op onze groei, onze tewerkstelling en, met andere woorden, op het budget. Daarom ben ik ook blij dat de Vlaamse Regering in haar begrotingsdoelstellingen voorzichtige prognoses heeft gehanteerd.

De brexit zal een grote impact hebben en we zullen moeten kunnen handelen. De ideale situatie zou zijn geweest dat de Vlaamse Regering als partner van de Federale Regering samen kon handelen. Dat bemoeilijkt de situatie van de Vlaamse Regering. Er is ook het interprofessioneel akkoord, dat ongetwijfeld discussies en spanningen zal teweegbrengen en een impact zal hebben op de context waarin wij werken.

Namens mijn fractie verheug ik me erop dat in de Vlaamse Regering elk partij op een verantwoordelijke manier heeft gehandeld en heeft ingezien en formeel gezegd dat het Global Compact for Migration geen enkele impact heeft op het beleid. Dat verandert niets, op geen enkel deeldomein van de Vlaamse bevoegdheden. Wij verheffen onze stem daar niet over en wij schakelen ons in in een traditie van internationale samenwerking en gaan verder. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

U wilde me onderbreken? Neen? Ik had wel verwacht dat u dat niet zou doen.

Het is een gezonde begroting. Het is de vijfde begroting op rij die op een mooie manier de doelstellingen realiseert die we samen enkele jaren geleden naar voren hebben geschoven. Een huzarenstuk. De minister-president heeft daarstraks tijdens de uiteenzetting van de heer Rzoska al verwezen naar het klimaat waarin we vijf jaar geleden begonnen. We moesten de tering naar de nering zetten en de oppositie twijfelde eraan of we al die doelstellingen wel zouden behalen. Vandaag zien we dat het overgrote deel van de engagementen die we toen zijn aangegaan, is gerealiseerd. We hebben 1,5 miljard euro meer kunnen investeren in het versterken van ons economisch weefsel, in onderzoek en innovatie, in een versterkt zorgaanbod. Op die manier hebben we kansen gecreëerd voor Vlamingen, voor de burgers van dit land.

De werkloosheid is op het laagste punt in tien jaar tijd. Nog nooit waren zoveel Vlamingen aan de slag. Deze Vlaamse Regering heeft samen met andere beleidsniveaus een beleid gevoerd dat 140.000 extra banen heeft gecreëerd in tijden waarin sommige mensen zich terecht zorgen maken over het einde van de maand. Zij vragen zich af of ze rond zullen komen, of ze economisch sterk genoeg zijn en genoeg inkomen zullen hebben, of hun levenskwaliteit niet aangetast zal worden. Het gaat over 140.000 gezinnen die vandaag over een eigen inkomen beschikken, wat de beste garantie is op zekerheid in het leven. Dat is mee de verdienste van de Vlaamse Regering.

Het succes op de arbeidsmarkt is zo groot dat we vandaag voor een heel andere uitdaging staan, namelijk dat er een krapte ontstaat, dat bedrijven op zoek zijn naar arbeidsplaatsen en dat we ons nu veel meer dan in het verleden moeten focussen op hoe we die mismatch moeten aanpakken. Hoe kunnen we mensen die vandaag uit de boot vallen omdat ze niet de juiste kwalificaties hebben, begeleiden, versterken en aanmoedigen zodat ze toch die gaten op de arbeidsmarkt kunnen invullen en daardoor ook een sterker inkomen kunnen hebben?

De Vlaamse Regering heeft zich ook ingeschreven in een politiek van lastenverlaging en heeft met andere woorden het inkomen van de mensen verhoogd. Heel wat belastingen zijn verlaagd: registratierechten, schenkingsrechten, erfenisrechten. En we hebben vooral ook de federale tax shift doorgetrokken en dus versterkt. In 2019 is er 600 miljoen euro en in 2024 1 miljard euro extra inkomen voor de mensen. Dat is een belangrijke prestatie van de Vlaamse Regering.

Ik denk dat dit het werk is van een volledige ploeg, van mensen die over de partijgrenzen heen op een goede manier hebben samengewerkt. Zij hebben dit mogelijk gemaakt, maar niemand zal het me kwalijk nemen dat ik iemand in het bijzonder wil danken. Die persoon zal hier trouwens binnenkort achteraan zitten, in een nieuwe hiërarchische relatie met mij treden en het geluk hebben zich op die manier tot een goede burgemeester te ontpoppen.

Minister Tommelein, we zijn als fractie heel trots op twee bijzondere zaken die u hebt gedaan. Ten eerste hebt u er, samen met de rest van de ploeg, voor gezorgd dat de begroting in orde is en dat de doelstellingen zijn gerealiseerd. Ten tweede hebt u ervoor gezorgd dat de strijd tegen de klimaatverandering en de energieomslag een positief verhaal is geworden. Dat is maatschappelijk heel belangrijk. Het is een verhaal waaraan burgers en ondernemingen met enthousiasme willen meewerken. Ik wil u hiervoor bedanken. (Applaus bij Open Vld)

Ondanks het feit dat we een mooi palmares hebben neergelegd en dat we een hele afstand hebben afgelegd, wil ik erop wijzen dat we niet op onze lauweren mogen rusten. Er zijn momenteel nog grote uitdagingen in onze samenleving. Het zou uiteraard onzinnig zijn de Vlaamse Regering te vragen in het laatste half jaar waarin ze haar werk afwerkt al deze uitdagingen nog op te lossen. Er zijn echter wel belangrijke uitdagingen waarmee we de komende jaren rekening moeten houden. De Vlaamse Regering heeft met betrekking tot elk van die uitdagingen al belangrijke stappen in de goede richting gezet, maar we zijn er nog niet.

Ik wil beginnen met het eerste punt. Er is daarstraks al even een discussie over de koopkracht gevoerd. Er zijn in onze samenleving een groeiend aantal mensen die zich zorgen maken aan het einde van de maand. We mogen onze ogen daar niet voor sluiten.

Dat heeft niet enkel te maken met armoede. Die zorgen zijn er ook bij mensen die een job hebben. Dat hangt samen met veranderende maatschappelijke omstandigheden en met sociologische evoluties. Er zijn veel meer alleenstaanden in onze samenleving die met een enkel inkomen voor een gezin moeten zorgen. Dat is niet altijd gemakkelijk. We worden ouder, wat ongelooflijk positief is, maar onze senioren hebben ook zorgnoden. Die zorgnoden worden gelukkig goed opgevangen, maar de senioren maken zich zorgen. Jonge gezinnen, waaronder ook werkende gezinnen, hebben het nu niet altijd gemakkelijk om een betaalbare woning te vinden.

Verder is er uiteraard ook de confronterende armoede in Vlaanderen. Die armoede ligt lager dan het Europees gemiddelde en er worden maatregelen genomen om die armoede te verminderen, maar wie het terrein kent en dicht bij de mensen staat, kan er niet in berusten dat vandaag nog kinderen in armoede worden geboren en erin groot worden en dat ook volwassen mensen in armoede leven.

Dat is iets waar we de komende jaren harder aan moeten werken. We hebben hier niet allemaal dezelfde recepten en remedies voor. Soms zijn we complementair, maar ik denk dat het absoluut belangrijk is dat we de middelen, instrumenten en hefbomen hebben om de mensen vooruit helpen door voor iedereen werk en soms aangepast werk te creëren, door de koopkracht met lastenverlagingen te versterken en door ervoor te zorgen dat de economie kan groeien. Dat zal niet voldoende zijn, maar het is wel het robuuste element dat we nodig hebben. Daarnaast zullen alle beleidsniveaus ernstig moeten nadenken over de vraag hoe we de armoede met efficiëntere instrumenten kunnen terugdringen. Wat we tot nu toe hebben gedaan, is goed, maar het kan nog beter. We mogen hier niet in berusten.

Het tweede punt betreft het klimaat, waarover terecht al veel is gepraat. Als 75.000 mensen door de straten van Brussel wandelen, moeten we weten dat we de volgende jaren extra inspanningen moeten leveren. Het gaat om een jonge generatie die weet dat de klimaatopwarming en -verandering tijdens hun leven een immens grote en desastreuze impact zou kunnen hebben.

We hebben een weg afgelegd. Het is de taak van de oppositie om die weg te minimaliseren en het is misschien de taak van de meerderheid en van de Vlaamse Regering om die weg in een goed daglicht te stellen.

Maar wij zijn een weg opgegaan en we moeten daar verder op gaan. We hebben daar nog niet genoeg gerealiseerd.

Ten derde: mobiliteit. We hebben een aantal belangrijke doorbraken gerealiseerd. De verkeersknoop rond Antwerpen wordt eindelijk aangepakt. Er wordt geïnvesteerd. Belangrijk, maar we zijn er niet. Mensen ergeren zich steeds meer aan de files, maar ergeren zich ook aan de impact die het verkeer vandaag heeft op hun directe leefomgeving. De verkeersveiligheid, de fietsveiligheid, de gezondheid, schone lucht: we voelen dat we daar meer moeten doen. Het is mijn vaste overtuiging dat de motor voor de verandering wat dat betreft op de allereerste plaats op het lokale vlak zal zitten. Minister Weyts heeft een belangrijke inspanning gedaan en gaat werken met mobiliteitsregio's. Men gaat voor de eerste keer in Vlaanderen proberen een platform te creëren waar de lokale besturen kunnen meewerken aan de uitbouw van het openbaar vervoer. Maar er zal veel meer moeten gebeuren. We moeten de omslag naar andere vervoersmodi stimuleren. We moeten naar een deelmobiliteit gaan. We moeten het fietsen veel meer centraal plaatsen. Ik ben er van overtuigd dat de motor daarvan de steden en gemeenten zullen zijn. Als we de mobiliteitsomslag echt willen realiseren, zal de volgende Vlaamse Regering nog veel meer dan vandaag de lokale besturen als eerste partner moeten mobiliseren en ook ondersteunen. Want als het in de steden kan veranderen, dan hebben we een belangrijk deel van de problemen aangepakt.

Een laatste uitdaging die ik wil aanstippen, is de diversiteit. Collega's, we blijven in Vlaanderen verkrampt omgaan met onze diversiteit, ook hier, ook in dit parlement. Als we over diversiteit praten, geraken we vaak niet verder dan twee werven. Ten eerste: inburgering. Men moet onze taal leren, onze gebruiken kennen en onze samenleving begrijpen, men moet zich aanpassen op de arbeidsmarkt. Het is een verhaal over nieuwkomers, een terecht verhaal.

Ten tweede: het verdedigen van onze grondwaarden. Dat zijn de twee basisverhalen die hier altijd terugkomen, waarbij die grondwaarden – u mag mij dat niet kwalijk nemen – vaak verengd worden en soms omgekeerd worden aan wat ze zijn. We zitten in de periode van de kerstmarkten. Kerstmis komt eraan. Als ik sommigen hoor praten over de christelijke en humanistische wortels van onze beschaving, dan lijkt het wel dat het ultieme bewijs daarvan het kerststalletje is, maar de boodschap van dat kerststalletje wordt niet zo graag meer gehoord. Het respect, de solidariteit en het zich erkennen in de andere, de zwakkere, zijn essentieel in onze samenleving. Dat zijn onze wortels.

Dan is er de verlichting. De verlichtingswaarden worden soms omgekeerd tot een soort mantra die vooral de eigen tradities en gebruiken verheerlijkt terwijl het wezenskenmerk van de verlichting natuurlijk de vrijheid is, en dus de diversiteit. De kracht van Vlaanderen is altijd de openheid naar de rest van de wereld geweest. Ik vraag me af op welke manier we een omslag kunnen maken in dit debat, waarbij we niet alleen over de eerste generatie praten, maar vooral over de tweede en de derde generatie Vlamingen met migratieroots, een groeiende groep in onze steden. In mijn stad behoort 52 procent van de kinderen die vorig jaar geboren werden en 32 procent van mijn bevolking tot die groep. In Antwerpen is het cijfer nog hoger. In Genk en Gent zijn er vergelijkbare cijfers. Het zijn mensen die hier thuishoren en die, telkens wanneer er over samenleven wordt gepraat, het gevoel hebben dat we terugvallen in het schema van wij en zij, waardoor we te weinig inzetten op het positieve, de kracht die daarvan kan uitgaan, de innovatiekracht, het positieve in onze samenleving, het niet-problematische, het niet weggooien van talent. Ik denk dat we uit die verkramping moeten geraken. Dat is een weg die we nog absoluut moeten afleggen in Vlaanderen.

Ten slotte, collega's, wil ik de Vlaamse Regering namens mijn fractie gelukwensen met het afgelegde traject en met deze begroting, die we absoluut gaan steunen. Er zijn belangrijke stappen gezet.

Tegelijk moeten we ons ook afvragen welk Vlaanderen we willen. De keuze is duidelijk: een open of een gesloten Vlaanderen, een Vlaanderen dat samenwerkt of terugplooit, een Vlaanderen dat een negentiende-eeuws concept van soevereiniteit hanteert of een Vlaanderen dat beseft dat als we klimaatverandering willen aanpakken, als we migratie willen controleren, als we onze economie willen laten groeien, als we daarin vooruitgang willen boeken, dat de enige weg om dat te doen de weg is van internationale samenwerking. We moeten ons beveiligen door samen te werken, op Europees en op internationaal vlak.

Mijn fractie is daarin glashelder. Wij staan aan de kant van diegenen die de hand reiken aan anderen en die kiezen voor een open, verdraagzaam Vlaanderen dat zich inschrijft in internationale samenwerkingsverbanden. Ik dank u. (Applaus bij Open Vld, CD&V, sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Als de heer Somers nog lang was doorgegaan, hadden we taferelen meegemaakt die we de voorbije dagen en weken misschien ook aan de overkant van de straat hadden gezien.

Dames en heren van de regering, voorzitter, collega's, inderdaad, terwijl in de voorbije dagen en weken aan de overkant van de straat een soap werd opgevoerd, vaak vergelijkbaar met weinig fraaie taferelen in de dagelijkse Familie- en Thuis-soaps, blijft het aan deze kant van de straat, ondanks de kumbaya-sfeer waarvan de heer Somers ons heeft proberen te doordringen en die niet door alle meerderheidspartijen op applaus werd onthaald, zoals ik zopas heb gezien, toch vooral: ‘keeping up appearances’.

In het federaal parlement wordt inderdaad een theater opgevoerd vol oneliners om de burger te amuseren en vooral om de aandacht af te leiden van het falende budgettaire en immigratiebeleid. Hier in de Vlaamse Regering gaan diezelfde partijen van het Belgische establishment gewoon vrolijk samen verder.

De N-VA was zo vriendelijk om de Federale Regering te bestempelen als de Marrakeshregering. Ook voor deze regering zijn er wel een aantal koosnaampjes bedacht de voorbije jaren. Men noemde deze regering al eens de factuurregering. In de kranten wordt inderdaad gepronkt met het budgettaire evenwicht en de beleidsruimte die er is, maar voor heel veel mensen is die ruimte er in hun portemonnee op het eind van de maand helemaal niet.

Er was inderdaad een kleine verlaging van de belasting op de inkomens waardoor de nettolonen in beperkte mate konden stijgen, maar die stijging wordt voor veel mensen ruimschoots gecompenseerd door allerlei duurdere facturen. De energiefactuur is inderdaad in de voorbije jaren gestegen. De energiekost bedraagt amper 36 procent van de totale stroomfactuur. De rest zijn distributienettarieven, taksen en lasten. Ondertussen beschikt het land over drie, vier ministers van Energie met elk hun eigen kabinet, maar blijkbaar is zelfs dat nog altijd te weinig om onze energiebevoorradingszekerheid te garanderen.

Ook de verhoogde prijzen van het onderwijs, het openbaar vervoer, de indexsprongen met betrekking tot de kinderbijslag enzovoort, hebben het gezinsinkomen, en vooral dan de lagere inkomens, aangetast. Wat zullen de Vlamingen die elke maand moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen, denken van de prestaties van deze regering? Vlamingen die weliswaar hard werken, maar op het einde van de maand 1400 of 1500 euro op hun rekening gestort krijgen.

Vlamingen maken dankzij hun harde werk, maar door de torenhoge belastingen, nog steeds in de eerste plaats de staat rijker. Mijn fractie heeft dan ook wel begrip voor de geest van de gele hesjes, die het niet meer pikken dat ze zich blauw betalen aan belastingen, terwijl de dienstverlening vaak niet beter is dan in andere Europese landen met eenzelfde welvaartsniveau.

Men noemde deze regering de voorbije jaren ook wel eens de wachtlijstregering, verwijzende naar de meer dan 15.000 mensen met een handicap die nog altijd wachten op zorg. Zij krijgen weliswaar een brief van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) dat ze een persoonsvolgend budget toegewezen krijgen, maar daar wordt onmiddellijk aan toegevoegd dat het nog niet voor meteen zal zijn, omdat er geen beschikbare middelen zijn. Wat moeten die vele andere Vlamingen op de wachtlijst voor een sociale woning denken? Dat zijn mensen die soms de helft van hun budget zien opgaan aan huisvesting.

Men zou deze regering ook een conciërgeregering kunnen noemen, want ondanks alle verklaringen in de vorige legislatuur over de zogenaamde Copernicaanse omwenteling, lijkt Vlaanderen met deze regering meer dan ooit een ondergeschikt bestuur waar weinig bezieling van uitgaat. Vlaanderen mag dan wel misschien het eigen huishouden regelen, net zoals de gemeenteraad van Antwerpen of Zuienkerke, maar de echte politiek wordt nog steeds op federaal niveau gevoerd. Vlaanderen wordt op federaal niveau niet eens ernstig genomen.

Zelfs wanneer er in dit parlement, dat nochtans het Vlaamse volk en dus tot nader order 60 procent van de bevolking van dit land vertegenwoordigt, unaniem stelling wordt genomen in bepaalde kwesties, neemt de Federale Regering die niet eens ernstig. Ik verwijs onder meer naar de diplomatieke rel met Spanje. Ondanks de onheuse diplomatieke sancties van Spanje tegenover Vlaanderen weigerde de federale minister van Buitenlandse Zaken nog maar de Spaanse ambassadeur hierover aan te spreken, ondanks een zeer duidelijke stellingname hier in het Vlaams Parlement.

We zagen het ook in het regeerakkoord. Over de protocollaire volgorde, die de Vlaamse minister-president – ocharme – op een vernederende acht- of negentiende plaats zet, werd daarin een aanpassing afgesproken. Dit parlement wil de minister-president ook unaniem van die plaats afhelpen, maar de Federale Regering gaf ook wat dat betreft niet thuis.

Ondanks alle staatshervormingen en de ontvoogdingsstrijd heeft Vlaanderen nog steeds geen volwaardige wettelijke en betaalde feestdag. Onze sympathieke parlementsvoorzitter riep daar de voorbije 11 juli nochtans toe op. Ik kan mij, voorzitter, niet herinneren dat de Vlaamse Regering hier ook maar enig gevolg aan gegeven heeft.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over al die andere communautaire dossiers waarbij de belangen van de Vlamingen verkwanseld werden, onder andere het Vlaamse geld dat inderdaad via miljardentransfers naar Wallonië blijft vloeien. De minister-president bestelde weliswaar een studie, een studie die de jaarlijkse transfer van 7 miljard euro naar Wallonië bevestigde, maar die studie wil hij het liefst vergeten.

Hetzelfde geldt voor de taalproblematiek. Mijn partij heeft er op alle mogelijke bevoegdheidsniveaus tegen geprotesteerd dat de Brusselse lokale besturen massaal benoemingen doen in strijd met de taalwetgeving. Uit een recente studie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) blijkt nu dat negen op de tien Vlamingen in hun eigen hoofdstad Frans spreken aan het loket, wanneer ze in die taal worden aangesproken. Ze beseffen namelijk dat Nederlands spreken aan het loket geen zin heeft, omdat Brusselse loketbedienden toch geen Nederlands kennen, zo blijkt. Hoewel Vlaanderen dus inderdaad veel geld investeert in Brussel, blijkt dat Brussel minder dan ooit een tweetalige stad is. De Vlaamse Regering is dus inderdaad misschien wel een conciërgeregering; ze is zeker geen zelfbewuste vertegenwoordiging van onze Vlaamse natie.

Maar men zou, collega’s – en het is intussen door de voorgaande spreker, de fractievoorzitter van een liberale meerderheidspartij bevestigd – deze regering zelfs een Marrakeshregering kunnen noemen.

Jawel, collega’s, ondanks alle show die er federaal over het Migratiepact werd opgevoerd, blijft de Vlaamse Regeringsleider bij zijn standpunt dat er voor de Vlaamse bevoegdheden geen problemen zijn met het Marrakeshpact.

Het is ook in die zin dat de Vlaamse Regering een advies uitbracht aan de zogenaamde CoorMulti, het overlegorgaan waar het officiële Belgische standpunt werd bepaald. Nochtans waren er wel degelijk gegronde redenen om bedenkingen te uiten bij dat pact. In dat vermaledijde pact staat immers dat de Vlaamse Regering actief moet ingrijpen in de berichtgeving over de immigratieproblematiek. Doelstelling 17 van het pact spreekt over het promoten van bepaalde media, het sensibiliseren en ja zelfs het opvoeden van mediaprofessionelen inzake migratiegerelateerde kwesties en terminologie. Het spreekt ook over het stoppen van de publieke financiering of steun aan media die, wat men dan noemt, intolerantie promoten.

Geen beletsel blijkbaar voor deze Vlaamse Regering, voor deze meerderheidspartijen, voor deze minister-president om de goedkeuring aan een dergelijk pact te hechten.

Het Marrakeshpact wil zelfs illegalen toegang verschaffen tot onze sociale voorzieningen. Ook daarover bleef het in deze regering, binnen deze meerderheidspartijen, muisstil. Wat dat betreft geen enkel probleem voor deze Vlaamse Regering.

Leden van de regering, beste collega’s, de kritiek van mijn fractie op het beleid van deze regering, en ook op deze begroting, is inderdaad fundamenteel. Mijn fractie steunt geen beleid en geen begroting die het leven van de modale Vlaming duurder maken terwijl dat, mits wat Vlaamse en rechtse moed, perfect vermijdbaar zou zijn. Het Vlaams Belang steunt geen beleid van een Vlaamse Regering die geen enkele Vlaamse assertiviteit vertoont en zich de facto als een ondergeschikt bestuur van de Federale Belgische Regering gedraagt. Waarbij er jaarlijks, zonder dat daar door deze regering ook nog maar een punt van wordt gemaakt, nog steeds miljarden euro Vlaams geld verdwijnt naar Wallonië. Geld dat richting zuiden van het land verdwijnt. Geld dat we nochtans broodnodig hebben voor onze eigen mensen, onze eigen mensen met een handicap, onze eigen sociaal zwakkeren, en de betaalbaarheid van het leven van onze eigen mensen.

En nee, onze partij steunt ook geen beleid van een Vlaamse Regering die geen enkele vorm van verzet pleegt tegen de massa-immigratie, tegen migratiepacten die onze toekomst, onze veiligheid, onze sociale zekerheid en onze identiteit meer dan ooit bedreigen.

En daarom, collega’s, leden van de regering, voorzitter, zeggen wij straks of morgen bij de stemming een duidelijk neen tegen deze begroting. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.