U bent hier

De voorzitter

De heer Van de Wauwer heeft het woord.

Sinds afgelopen maandag, 3 december, beschikt De Lijn over 52 nieuwe meer mobiele lijnen, boven op de 5 reeds bestaande meer mobiele lijnen. De meer mobiele lijnen zijn lijnen waarop alle metro’s, trams en bussen volledig toegankelijk zijn, en waar ook het merendeel van de haltes toegankelijk zou moeten zijn. Volgens de cijfers waarover ik momenteel beschik, zien we dat dat over ongeveer de helft van de haltes gaat die toegankelijk zijn mits assistentie voor mensen met een beperking, en slechts over een derde indien er geen assistentie voorzien is.

Tot op vandaag moet je op een niet meer mobiele lijn vooraf een rit reserveren als je gegarandeerd als persoon met een beperking gebruik wil maken van het openbaar vervoer. Op die meer mobiele lijnen is dat niet meer mogelijk. Maar als we zien dat nog steeds meer dan de helft van de haltes op die meer mobiele lijnen niet toegankelijk zijn, zou ik u de vraag willen stellen: is het dan eigenlijk wel een vooruitgang voor die mensen met een beperking die net van die halte gebruik willen maken? Hoe kunt u garanderen dat mensen met een beperking ook op die meer mobiele lijnen waar er ontoegankelijke haltes zijn, alsnog ritten kunnen reserveren? Hoe gaat u ervoor zorgen dat dat recht op het gebruik van openbaar vervoer, dat omschreven is in het VN-verdrag voor mensen met een beperking, er is en dat zij te allen tijde gebruik kunnen maken van dat openbaar vervoer, ook op die meer mobiele lijnen?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is een absolute vooruitgang die we hebben gerealiseerd. Het is zelfs een ongelooflijke stap vooruit op basis van de immense inspanningen die we gedaan hebben. De misvatting zit daarin dat je vandaag eenvoudigweg niet kunt reserveren op haltes die niet toegankelijk zijn. Dat is vandaag het geval.

Onze inspanning is dus eigenlijk drieërlei. Enerzijds investeren we in de toegankelijkheid van het rollend materieel, dus bussen en trams. Dat loopt goed. Wat bijvoorbeeld de bussen betreft, zitten we nu al op 95 procent, binnen twee jaar op 100 procent. 100 procent van alle bussen van De Lijn: allemaal volledig toegankelijk.

Het tweede element, en veel moeilijker, is de toegankelijkheid van haltes. We hebben in Vlaanderen 36.000 haltes, die meestal eigendom zijn van lokale besturen, en die daarvoor wel een financiële inspanning moeten doen om die haltes toegankelijk te maken. Dat vereist wel wat financiële instrumenten. Wij gaan hen daarmee ook ondersteunen.

Het derde element is het afschaffen van de reservatieplicht. Heel specifiek daarvoor hebben we gekozen voor het concept van die meer mobiele lijnen. Wat wil dat zeggen? Als je spreekt over 36.000 haltes, zou je kunnen zeggen dat we overal in Vlaanderen tegelijkertijd gaan beginnen met het toegankelijk maken van die haltes en zorgen dat er toegankelijke bussen zijn die net die halte aandoen. Dat is totaal versnipperd. Ik heb gevraagd om te focussen op specifieke lijnen, vervoersassen die belangrijk zijn, die niet zomaar kleine wegen aandoen, maar die in eerste instantie hoofdwegen aandoen.

Er is dan een proefproject gestart met één vervoersas per provincie. Dat was positief en nu gaan we dat doen voor maar liefst 57 assen met zo'n 1500 haltes. We gaan er dus voor zorgen dat op die ‘meer mobiele lijnen’ minstens de helft van de haltes volledig toegankelijk zijn en dat er geen reservatieplicht meer is. Als persoon met een handicap kan je dan op elk moment van de dag gebruikmaken van een bus. Je moet dus niet meer 24 uur op voorhand bellen om een reservatie te maken. Dat is een absolute vooruitgang. Ik hoop dat dat we dit stelselmatig kunnen uitbouwen zodat we de finale doelstelling bereiken: een inclusief openbaar vervoer.

Minister, uiteraard ben ik ook voorstander van die ‘meer mobiele lijnen’. Elke stap die wordt gezet naar een meer toegankelijk openbaar vervoer, is een goede stap vooruit.

Als mensen toch een rit willen of moeten reserveren bij haltes die niet toegankelijk zijn, moeten we ervoor zorgen dat die haltes ook kunnen worden gebruikt door mensen met een beperking. Het is dus belangrijk om in kaart te brengen over welke haltes het gaat om dan stelselmatig na te gaan waar we toegankelijke trams en bussen zullen inzetten. In 2017 is dit afgerond.

Ik wil even verwijzen naar de cijfers. Daaruit blijkt dat er toch nog heel wat werk aan de winkel is. Het gaat over 36.000 haltes in Vlaanderen waarvan er 89 procent nog altijd niet toegankelijk is voor mensen met een motorische beperking zonder assistentie. Als ze assistentie hebben, is 73 procent toegankelijk. 95 procent is niet toegankelijk voor mensen met een visuele beperking. Het merendeel van die haltes valt inderdaad onder een lokale wegbeheerder en is dus niet uw verantwoordelijkheid, maar één op drie haltes, 31 procent, valt wel onder het Agentschap Wegen en Verkeer. Daar kunnen we dus wel iets doen.

Minister, wat wilt u doen als extra inhaalbeweging en als voorbeeld voor de lokale wegbeheerders om de haltes toegankelijker te maken?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans (N-VA)

Minister, ik wil aansluiten bij het laatste wat collega Van de Wauwer heeft gezegd. Het is zo dat 70 procent van alle haltes langs gemeentewegen ligt en dat hebt u niet in de hand. De lokale besturen zouden het best ook het principe van 'meer mobiele lijnen’ toepassen: welke haltes moeten in mijn gemeente zo snel mogelijk worden aangepakt?

U zei daarnet, en ik weet niet of het een ‘slip of the tongue’ was, dat u de lokale besturen zou ondersteunen omdat het toch een grote uitdaging is om die haltes aan te passen. Ik kreeg graag meer uitleg over hoe u de lokale besturen zou ondersteunen.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Ik wil me daarbij aansluiten omdat ik ook duidelijk hetzelfde had gehoord. We staan aan het begin van een nieuwe legislatuur en een nieuwe BBC, in mensentaal een meerjarenplanning zowel inhoudelijk als financieel. Je kunt voor mensen het verschil maken omdat het de ‘core business’ van elk openbaar bestuur raakt, met name dienstverlener zijn. Het zijn investeringen die geen stukken van mensen moeten kosten. Alle hulp is welkom. Ook sensibiliseren is belangrijk want ik vraag me af of besturen daar zelf voldoende bij stilstaan.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, meer dan vijftig ‘meer mobiele lijnen’ is inderdaad een stap in de goede richting voor een toegankelijker openbaar vervoer, wat voor onze fractie belangrijk is. We hebben in de zomer al een voorstel van resolutie ingediend over de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor personen met een handicap. Het kan volgens ons nog beter.

Minister, u vertrekt van het concept van ‘mobiele lijnen’ waarvoor ik deels begrip kan opbrengen, maar u kunt ook vertrekken van het concept van ‘toegankelijke ritten’. Als de opstaphalte toegankelijk is, als de afstaphalte toegankelijk is, als de bus toegankelijk is, dan zijn de drie voorwaarden vervuld om een persoon met een handicap volwaardig de bus te laten nemen. Dan is er geen reservatieplicht meer nodig, ook niet buiten de ‘meer mobiele lijnen’.

Mijn vraag is of u bereid bent om in plaats van te werken met het concept van toegankelijke lijnen, meer mobiele lijnen, te werken met het concept van toegankelijke ritten waarbij we de reservatieplicht nu al kunnen afschaffen, want het is een onredelijke verplichting die u oplegt aan de personen met een handicap.

Minister Ben Weyts

U noemt het zoals u het wilt, maar net op die meer mobiele lijnen zorgen we voor toegankelijke ritten. Dat is het juist. Ik heb trachten diets te maken dat daar geen reservatie geldt en dat je op meer dan 50 procent van de haltes altijd terechtkunt, op elk moment van de dag, zonder reservatieplicht en volledig toegankelijk.

Wat ik daarstraks niet kon duiden omdat mijn tijd afliep, is het volgende. Wij hebben alle 36.000 haltes met ‘haltemannen’ in kaart gebracht. U mag dat letterlijk nemen. Die haltemannen zijn ter plaatse afgestapt bij al die 36.000 haltes in heel Vlaanderen om te gaan bekijken in welke mate die toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking, een auditieve beperking en een motorische beperking. Al die informatie hebben we ingebracht in de routeplanner. U vindt dat ook terug op de website van De Lijn. Voor elke halte is digitaal aangeduid in welke mate de halte toegankelijk is. We gaan dat ook fysiek doen met een bordje. Op basis daarvan gaan we voor de lokale besturen die nieuw aantreden, werken met haltenota’s. Daarbij vragen we aan lokale besturen: ‘Kijk opnieuw, focus.’ We vragen om niet in het wilde weg te beginnen werken aan de toegankelijkheid van die haltes maar om prioritair te investeren in deze of gene halte op een belangrijke vervoersas. Dat adviseren wij hun.

Tot slot geven we ter zake zelf het goede voorbeeld. Ik heb 3 miljoen euro uitgetrokken aan extra middelen voor het Agentschap Wegen en Verkeer om op de gewestwegen waar we zelf enkele haltes in eigen beheer hebben, het goede voorbeeld te geven. We gaan opnieuw op basis van diezelfde gerichte, gefocuste aanpak, zorgen voor een aanpassing van zo veel mogelijk haltes. Ik kan niet van buiten zeggen hoever we zullen geraken met die 3 miljoen euro, maar we kunnen alleszins heel wat haltes toegankelijk maken en dus werk maken van een inclusief openbaar vervoer.

U zegt 3 miljoen euro. Ik zeg dat 31 procent van de haltes op de gewestwegen ligt, dus ongeveer een derde. Daar gelden ook een aantal percentages van wel of niet toegankelijk. Daar is dus echt nog heel veel werk, en ik denk dat er meer nodig is dan die 3 miljoen euro. Maar nogmaals, alle stappen die we vooruit zetten, zijn goede stappen. Maar we mogen misschien wel een beetje sneller gaan.

Wij hebben ook de suggestie gedaan, om het beestje een naam te geven, van meer mobiele lijnen, toegankelijke ritten en werken aan toegankelijke haltes, maar het belangrijkste is dat we allemaal werk maken van die meer toegankelijke mobiliteit. Ons openbaar vervoer kan pas echt openbaar zijn wanneer dat toegankelijk is voor iedereen.

Ik hoop dat ik niet verkeerd begrepen ben wanneer ik in mijn eerste vraag ervoor gepleit heb om de reservatieplicht ook toe te laten op de haltes die niet toegankelijk zijn of op de meer mobiele lijnen indien dat nodig zou zijn. Uiteraard hoop ik dat elke halte in de toekomst toegankelijk is, dat elke bus, elke metro en elke tram toegankelijk is, zodat die reservatieplicht op termijn niet meer nodig is. Al die voorstellen zitten in onze conceptnota, maar ik hoor uit wat u hier zegt, dat u die uiteraard mee vanuit uw fractie zult ondersteunen

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.