U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, we hebben het allemaal in de krant kunnen lezen. De rechter heeft een school veroordeeld die een 10-jarig jongetje met het syndroom van Down dat al vijf jaar op die school zat, na een bevraging bij de leerkrachten heeft aangemoedigd om van school te veranderen, omdat van de leerkrachten niemand het zag zitten om aan dat jongetje nog les te geven. Daarop is Unia naar de rechtbank getrokken.

De rechter heeft geoordeeld dat aangezien we een M-decreet hebben en we het VN-verdrag met het recht op inclusie hebben geratificeerd, er in ons land zoiets is als inschrijvingsrecht. Dat is het recht om je in te schrijven in de school van je keuze, ook als je een beperking hebt. Een school kan dus op basis van een bevraging bij leerkrachten niet zeggen dat ze het niet ziet zitten om dat kind in te schrijven. Neen, de enige vraag die kan, mag en moet worden gesteld, is: hoe gaan we ervoor zorgen dat dat kind de juiste en aangepaste hulp krijgt zodat het hier naar school kan gaan?

Minister, daar ligt het kalf gebonden. Daar komt de moeilijkheid bij het beantwoorden van de vraag: hoe gaan we dat nu doen? Daar stellen zich heel terecht problemen. We moeten dus zeker geen scholen of leerkrachten een steen werpen, want het is allerminst evident om aan dat recht dat er aan de ene kant is, te voldoen, en aan de andere kant die uitdaging op de juiste manier te beantwoorden.

Minister, we zitten dus in een soort van patstelling. Enerzijds is er een recht dat in ons decreet juridisch is verankerd, anderzijds is er de moeilijkheid, de terechte bezorgdheid van scholen om aan dat recht te beantwoorden. U hebt het M-decreet gemaakt, u blijft het ratificeren, dus is het uw verantwoordelijkheid om uit die patstelling te geraken en om het recht van kinderen enerzijds en de mogelijkheid van scholen om aan dat recht te voldoen anderzijds, te verzoenen. Op dit moment loopt dat helemaal spaak. Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat het recht op aangepaste hulp voor kinderen met een beperking kan worden gegarandeerd?

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Gisteren kregen we inderdaad uitgebreid bericht over een school die een veroordeling kreeg voor een advies dat ze gaf aan ouders om een kind naar het buitengewoon onderwijs te brengen.

Los van het individuele dossier wil ik hier twee bezorgdheden aankaarten. Het feit dat een school is veroordeeld voor het geven van een advies, en de commentaar daarop van Unia, dat blij is met de veroordeling omdat het aangeeft nu eens te willen zien wat scholen gaan doen om een weigering te kunnen geven. Scholen zullen nu wel twee keer nadenken voor ze zo’n weigering geven.

Minister, ik vind dit een verkeerd signaal. We hebben heel expliciet in het M-decreet ingeschreven dat scholen kunnen inschrijven onder ontbindende voorwaarden. Dit betekent dat scholen, wanneer ze een kind hebben met specifieke onderwijsbehoeften en wanneer ze voelen dat ze niet aan die onderwijsnood kunnen voldoen, het recht hebben om die kinderen door te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs.

Door deze veroordeling brengen we bij scholen een enorme druk teweeg. Scholen vragen zich nu af wat ze zullen moeten doen om hun inclusief schoolbeleid te verantwoorden. Minister, wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat scholen nu geen extra planlast genereren om maar te kunnen verantwoorden waarom ze bepaalde adviezen geven aan ouders?

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, mijn collega's hebben uitvoerig geschetst waarover deze actuele vraag precies gaat. Ik zal dat niet herhalen, de casus is duidelijk. Belangrijk aan de informatie die we nu uit het vonnis krijgen, is waarop de rechter zich baseert om een uitspraak te doen. Hij baseert zich heel duidelijk op het Gelijkekansendecreet. Hij geeft aan dat hij vooral niet akkoord kan gaan met de manier waarop de school een antwoord heeft proberen te bieden op de vraag van de ouders en het kind.

Ik denk dat dat belangrijke informatie is die wij nu krijgen, over hoe die situatie juridisch benaderd wordt. De rechter stelt daarin heel duidelijk dat het absoluut niet kan dat er enige vorm van discriminatie of intimidatie aanwezig is in onze scholen en dat het belangrijk is dat leerkrachten, ouders en leerlingen samen kijken hoe ze oplossingen kunnen vinden om goed onderwijs aan te bieden en wat dat dan in een bepaalde situatie precies zou kunnen zijn. Daarom zit ik vooral met de vraag of onze scholen vandaag voldoende op de hoogte zijn van de juridische context waarin zij opereren.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Bedankt voor de vraag, collega's. Ik wil eerst en vooral benadrukken dat ik het enorm betreur dat er een juridische strijd wordt gevoerd over een kind en over de plaats van een kind op school. Dat is veeleer zeldzaam, maar het is noch voor de ouders, noch voor het kind, noch voor de leerkrachten, noch voor de school, de nieuwe of de oude, aangenaam. Maar we zitten met een situatie waar we mee moeten omgaan.

Het is onmogelijk, collega's, om op uw vraag te antwoorden zonder ook eventjes in te gaan op het dossier. Normaal doe ik dat niet, maar ik zal het nu wel doen. Mevrouw Meuleman, u maakt terecht een hele beschouwing over de verantwoordelijkheid van de overheid, maar ik hoop dat u het vonnis ook gelezen hebt. Wij zijn als overheid mee in het geding geroepen door de school, en de rechter heeft ons geen enkele verantwoordelijkheid toegewezen. Hij heeft het in zijn oordeel niet gehad over de overheid die in te weinig middelen voorziet en ook niet over de vraag of een school al of niet mag weigeren. Hij heeft de manier waarop de school het overleg met de ouders aangepakt heeft, gehekeld. Hij heeft gezegd dat als je een bevraging of een petitie houdt onder je leerkrachten met de vraag wie voor dat kind wil zorgen, dat niet de correcte wijze is. Hij heeft daarbij gesteld dat je rekening moet houden met de regels zoals ze zijn.

Collega Krekels, we zaten hier met een heel specifieke situatie van een kindje dat zijn kleuterklas en ook al het eerste leerjaar in die school had gedaan. Het kind was ingeschreven, zomaar, zonder meer. U hebt heel correct gesteld dat je een kind kunt inschrijven onder ontbindende voorwaarden. Het is heel belangrijk, vooraleer een school een beslissing neemt om een kindje met het syndroom van Down of een type 2-kind in de school te nemen, dat daarover goede afspraken met de ouders worden gemaakt. Want voor de school is dat iets heel bijzonders, en ook voor de ouders is dat heel speciaal. Je moet dat kader dus scheppen. En als dat kader wijzigt, als in de loop van de schooljaren blijkt dat het afgesproken kader niet voldoende is, dan kun je daar met de ouders opnieuw over in overleg gaan, het CLB kan een nieuw verslag maken en je kunt advies geven om naar het buitengewoon onderwijs te gaan. Dat is geen probleem. Maar hier heeft men het niet op de correcte wijze gedaan. Het kind was gewoon ingeschreven, en men heeft op een bepaald moment gezegd dat het beter naar het buitengewoon onderwijs zou gaan. De rechter noemt dat een afwijzing ‘onder tafel’. Als ik het dossier lees en probeer om de emoties wat weg te houden, dan is dat niet volgens de letter, noch volgens de geest van het decreet, waarin men vraagt om in dialoog te gaan en te proberen goede afspraken te maken.

Betekent dat dat het, zoals Unia zegt, niet meer mogelijk is om een kind te weigeren? Neen. Daar wil ik vandaag heel duidelijk over zijn. Mevrouw Meuleman zegt dat het VN-verdrag een recht opent. Dat is waar. Dat recht zit in ons decreet, maar dat is ten eerste een recht en geen plicht. En ten tweede hebben wij in het decreet gesteld dat als je van dat recht gebruik wilt maken, de school daar een kader bij kan zetten. En als de uitoefening van het recht onredelijke inspanningen vraagt van de school, dan mag een school weigeren. Dat is perfect zo voorzien, en er zijn scholen die daar goed gebruik van maken. Wij hebben daar gelukkig heel weinig discussies over, wat betekent dat de scholen in de meeste gevallen zeer goed overleg plegen. Ik hoor in dit dossier ook felicitaties voor het CLB, dat in bijzonder moeilijke omstandigheden een oplossing gezocht heeft voor het kind.

Een tweede reden waar de rechter rekening mee hield, is dat het kind ondertussen in een andere school blijkbaar wel zijn draai vindt. Ik ga me daar niet over uitspreken. Ik kan de schoolcarrière van dat kind ook niet volgen, maar het is blijkbaar gelukkig. Het is dus mogelijk. Dat heeft echter niets te maken met het kader of de middelen waarin Vlaanderen voorziet. Anders zouden wij ook, denk ik toch, mee veroordeeld zijn, wat in dezen niet gebeurd is.

Collega's, ik kan toekomstige discussies niet uitsluiten. Dat is evident, want het gaat om mensenwerk. Het gaat om het garanderen van de beste plaats voor een kind. Ik ben gisteren echter ook zeer duidelijk geweest in mijn communicatie, ook ten opzichte van Unia, en zal dat vandaag ook herhalen: wij hebben in Vlaanderen sterk gewoon onderwijs en sterk buitengewoon onderwijs. Ik wil dat voor elk kind in Vlaanderen het best mogelijke onderwijs en het best mogelijke onderwijstype kan worden gekozen. Voor sommige kinderen is dat het buitengewoon onderwijs, voor heel veel kinderen is dat het gewoon onderwijs. We hebben de ondersteuningsregels ook al grondig bijgestuurd en aangepast. We hebben ondertussen ook het M-decreet aangepast. We proberen zo scholen en ook CLB’s maximaal te helpen om goede keuzes te maken voor ouders. Ik stel vast dat dit schooljaar de rust groter is dan vorig schooljaar en twee schooljaren geleden.

In het bijzonder aan collega Helsen en collega Krekels wil ik zeggen dat ik gerust nog eens een communicatie wil doen gericht aan scholen. Maar als je het vonnis goed leest, betekent dit nóóit extra planlast, wel een vraag naar extra overleg en goede afspraken tussen CLB, school en ouders, in het belang van het kind. Als u er zorgen over zou hebben dat scholen dit nu zullen aangrijpen om extreem te verantwoorden: dit kan je niet uit deze gerechtelijke uitspraak halen, maar wél dat je zorgvuldig en zorgzaam moet omgaan met de ouders.

Ik heb gisteren trouwens de mama van Maxim gesproken. Die mevrouw is helemaal niet kwaad op die vorige school. Ze wil gewoon het beste voor haar kind en was ook absoluut niet rancuneus. Ik hoop dus dat de rust kan weerkeren en dat, zonder dat met stenen wordt gegooid naar de ene of de andere, Maxim, dat jongetje dat ondertussen in het vierde leerjaar zit, nog een goede schoolcarrière kan hebben in de school waar hij nu verblijft. (Applaus bij CD&V)

Minister, u hebt gefocust op dit vonnis. Ik heb dit eigenlijk bewust willen opentrekken. In dezen is het inderdaad duidelijk dat die school die bevraging niet had mogen organiseren, dat de manier waarop inderdaad een flagrante overtreding was. We hebben echter ook verslagen kunnen lezen, onder andere het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat, en via de krant hebben we vernomen hoeveel klachten er bij Unia en het Steunpunt voor Inclusie zijn binnengekomen. Dat zijn er meer dan honderd: honderd weigeringen onder tafel waarbij het inschrijvingsrecht daadwerkelijk wordt geschonden. Dan moeten we ons toch afvragen hoe dat komt.

Minister, dan kan het toch niet anders dan dat er nog steeds een probleem is met die ondersteuning. Ontkennen dat die problemen zich voordoen en dat die weigeringen er zijn door het feit dat er te weinig ondersteuning is, is volgens mij het licht van de zon ontkennen. Mijn heel concrete vraag is dus de volgende. Ik heb ze ook gesteld bij de bespreking van de beleidsnota. Wat kunt u doen om ervoor te zorgen dat dit inderdaad haalbaar wordt in de klas? Is het geen optie om, inderdaad in overleg met minister Vandeurzen, ervoor te zorgen dat er voldoende persoonlijke-assistentiebudgetten zijn? Dat kost niet zo veel. Zo zou men er al voor zorgen dat er in de klas en op de werkvloer bijvoorbeeld ondersteuning is voor kinderen die die begeleiding nodig hebben. Inclusie is immers de weg die we moeten uitgaan als we het VN-verdrag blijven ratificeren.

Minister, dank u wel voor uw antwoorden. Het gaat me hierbij wel degelijk om het principe en niet over het individuele dossier. Als scholen op een bepaalde manier op een bepaald moment beslissen om een bepaald advies te geven, dan moeten wij er te allen tijde ook in geloven dat dat advies is gegeven op basis van een grondige evaluatie van verschillende factoren. Ik twijfel er niet aan dat dat ook in dit geval zo is geweest. We moeten bedenken dat we de voorbije jaren heel veel hebben geïnvesteerd in het M-decreet, zoals u zelf ook aangeeft. We hebben allerlei zaken hervormd: het CLB, de ondersteuningsnetwerken, de pedagogische begeleiding. Is dat voldoende? Blijkbaar niet. Waar schieten we dan te kort? Misschien moeten we dat verantwoorden, misschien moeten we dat controleren, maar scholen blijven op een bepaald moment op hun honger, waardoor ze bepaalde adviezen verlenen. Daar moeten we vooral op letten. Unia zegt in een nabije toekomst naar 100 procent inclusief onderwijs te willen gaan. Wij zeggen dat dat niet realistisch is. Een leerling van het buitengewoon onderwijs kost drie keer zoveel als een leerling in het gewoon onderwijs. Als we voor 100 procent inclusief onderwijs willen gaan, moeten we de werkings- en ondersteuningsmiddelen, de omkaderingsmiddelen verdrievoudigen. Dat is niet realistisch.

Minister, daarom mijn vraag aan u: hoe ziet u het inclusief onderwijs in de toekomst, rekening houdend met het feit dat voor iedere leerling volwaardig onderwijs gegarandeerd moet blijven?

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, want het bevat belangrijke elementen. Een eerste is dat de rechter heeft geoordeeld dat de Vlaamse overheid geen enkele fout heeft gemaakt. Dat vind ik cruciaal in deze casus. Mijn collega's wijzen erop dat het niet nodig is om vooral naar deze casus te kijken, maar ik denk dat het wel belangrijk is omdat de benadering van deze specifieke situatie ons toch wel heel veel leert.

We stellen vast dat er vandaag heel veel scholen zijn die op een schitterende manier omgaan met de opdracht die ze hebben. Ik ben ervan overtuigd dat ook deze school in alle ernst heeft onderzocht op welke manier ze kwalitatief onderwijs kan aanbieden. Belangrijk is dat scholen weten binnen welke juridische context zij moeten optreden en wat juridisch wel of niet is toegelaten. De rechter heeft duidelijk gezegd dat de manier waarop deze school te werk is gegaan, niet kan. De mensen in onze onderwijsinstellingen gaan met de beste bedoelingen aan de slag. Als ze dit hadden geweten, hadden ze de piste van dialoog gevolgd. Ik vind het belangrijk dat iedereen goed op de hoogte is.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, collega's, ik wil eerst zeggen dat het bewuste jongetje jarenlang wel naar die school is kunnen gaan. De afgelopen jaren hebben heel wat leerkrachten, in samenwerking met de ouders en met een heleboel andere mensen, dat tot een goed einde gebracht. Misschien moeten we daaruit iets leren.

Het staat in de sterren geschreven – en we hebben dat in de commissie al verschillende keren gezegd – dat er nog zulke rechtszaken zullen komen. Mensen worden mondiger en mensen zullen zich beroepen op wetgeving, op het M-decreet of op het internationaal verdrag dat we hebben geratificeerd, om hun rechten af te dwingen.

Ik sluit me aan bij wat mevrouw Meuleman heeft gezegd. We hebben in Onderwijs heel veel gedaan, maar ik heb al vaak gezegd dat ik en veel scholen en veel ouders op hun honger blijven zitten over het budget voor het begeleiden van kinderen dat vanuit Welzijn kan komen. Er is nog veel marge in Vlaanderen om een stap vooruit te zetten.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, zorg op maat van elk kind is waarschijnlijk een van de grootste pijnpunten in het onderwijs. Babs, de mama van Maxim, het jongetje van 10 met Down, spreekt wel degelijk van een precedent omdat ze aangeeft dat het inschrijvingsrecht van haar zoontje werd geschonden nadat hij inderdaad al vijf jaar in die bepaalde school in Schoten les had gevolgd.

Minister, mijn vraag blijft: hoe gaat u er voor zorgen dat het recht op inclusief onderwijs, dat heel veel ouders en kinderen willen doen gelden om hun onderwijskansen te maximaliseren, beter dan vandaag op maat en volgens de talenten van elk kind organiseren, en dat met de ondersteuningsnetwerken die niet overal geraken om passende zorg te geven?

Collega's, ik dank u voor de aanvullende vragen.

Mevrouw Krekels, u stelt een heel brede vraag. Ik dacht in mijn eerste antwoord al duidelijk geweest te zijn. De regering heeft de keuze gemaakt, op mijn initiatief, dat het buitengewoon onderwijs zijn plaats verdient. Het VN-verdrag laat ook gespecialiseerde settings toe. Ik heb het nog eens nagelezen. Kan het of kan het niet? Het is toegelaten. Het is helemaal niet verboden om dat gespecialiseerde onderwijs in te richten en het is ook nodig in Vlaanderen. Onze regio staat erom bekend dat we ook aan kinderen die diep mentaal of heel zwaar gehandicapt zijn, onderwijs bieden. Ik wil dat in de toekomst zo houden.

Ik heb ook aan Unia gezegd dat één grote school voor iedereen me niet mogelijk lijkt. Unia is daarin ook aan het evolueren. We moeten wel de weg naar inclusief onderwijs verderzetten, en dat gebeurt ook.

Dit dossier gaat over een momentum. Ik heb me daarnet twee schooljaren vergist, want het gaat over 2016. Collega De Ro en collega Krekels vragen of wat we gedaan hebben, wel effect heeft. Het is nu 2018. U was er samen bij toen we met deze meerderheid in een extra budget van 35 miljoen euro hebben voorzien. In totaal is er nu meer dan 125 miljoen euro om kinderen met zorgnoden te begeleiden.

Ondertussen zijn onze ondersteuningsnetwerken Vlaanderenbreed aan de slag. U kunt dat niet ontkennen. Ze werken overal.

Ondertussen hebben we ervoor gezorgd dat de kleine types uit de algemene pot zijn gehaald en opnieuw ondersteuning in een rugzakje krijgen. Dat was de wens van velen en dat is ook gebeurd. We zijn dus aan het evolueren.

Mevrouw Gennez, ik zal het toch zeggen: we komen uit een situatie waar er geen extra ondersteuning was en waar we als het ware in het bad moesten springen. Ondertussen is er op dat vlak heel veel evolutie. Dat was de reden waarom de mama van Maxim gisteren zei dat ze op dit ogenblik geen extra vragen aan de minister heeft. Ze wil enkel dat er met hen goed wordt overlegd en dat er goede communicatie is. Het is natuurlijk heel frustrerend voor dat lerarenteam, dat vier jaar de beste zorgen aan Maxim heeft gegeven. Maar op een bepaald moment is het blijkbaar fout gelopen. We krijgen ook die mails bij ons binnen.

Mevrouw Krekels, u zegt dat de school altijd het recht moet hebben om in te grijpen, en dat is waar, maar de correcte weg moet wel worden gevolgd. Aan de correcte weg schort het blijkbaar in dit dossier.

In het algemeen denk ik dat we de komende jaren nog extra ingrepen zullen moeten doen. Ik maak me daar geen illusies over. Er zullen budgetten nodig zijn. Er zullen wellicht ook bijsturingen in de organisatie nodig zijn. Ik zie wel dat jaar na jaar de professionaliteit van de teams groter wordt. Er kunnen nu al veel meer kinderen worden bereikt dan vroeger. Men haalt nieuwe expertise binnen.

Ik was deze morgen in de Zilverbergschool in Roeselare naar aanleiding van een brief van een papa van een kindje met een autismespectrumstoornis. Hij zei: "Alstublieft, Crevits, kom eens naar onze school want ze doen het daar perfect." Ik ben daar in een school terechtgekomen waar de jongen in kwestie dolgelukkig is en het goed doet, maar waar ook in overvloed mogelijkheden zijn voor kinderen die uitbreidingsleerstof nodig hebben. Het kan dus binnen het schoolteam als men innoverend en creatief te werk gaat.

Natuurlijk verwacht die basisschool, mevrouw Meuleman, extra budgetten. Ik ken de noden. U kent de noden. Er is een groot plan. Maar op vele plaatsen gaan scholen goed aan de slag.

Dat gebeurt ook in Schoten. Het is niet omdat het nu met een kindje fout is gelopen dat het een slechte school is, integendeel. We moeten hieruit lessen trekken en proberen, zoals mevrouw Helsen zei, de boodschap te geven die het vonnis uitademt, namelijk goed communiceren, in dialoog gaan en samen met de ouders en het CLB de beste oplossing zoeken voor het kind.

Vandaag stellen dat je sowieso 100 procent inclusie kunt realiseren, is bijzonder moeilijk. Ik zou al blij zijn mochten er meer scholen, zoals de school in Blankenberge, samen bouwen en momenten per week in het leven roepen waarop buitengewoon en gewoon onderwijs elkaar zien. Als de samenleving werk wil maken van inclusie, moeten de kansen worden vergroot om elkaar te ontmoeten. Ook dit is in het belang van heel veel kinderen.

Minister, ik hoop u op een dag toch nog eens oprecht het recht op inclusie te horen verdedigen. Het recht van een kind met een beperking om effectief ten volle deel te nemen en te participeren aan onze maatschappij staat buiten kijf. We mogen dat niet blijven minimaliseren of nuanceren of het VN-verdrag op de een of andere manier interpreteren. Neen, het is vrij duidelijk. Het moet het einddoel zijn. Mijn fractie erkent helemaal dat de weg daar naartoe de weg van de geleidelijkheid zal zijn. Dat betekent wel dat er extra investeringen nodig zullen zijn.

Zeggen dat de overheid hier vrijuit gaat, klopt niet. In dit vonnis is dat misschien het geval, maar ik verzeker u dat er nog veel vonnissen zullen volgen als dat de houding van de overheid is.

Ik pleit dus voor de weg van de geleidelijkheid, waarbij er blijvend op wordt ingezet en in wordt geïnvesteerd. Er moet ook met Welzijn worden bekeken hoe we het beter kunnen doen, want anders geraken we niet bij wat het doel zou moeten zijn, namelijk meer inclusief onderwijs. Dat hebben we immers geratificeerd en ondertekend.

Minister, u kent onze leuze: ‘gewoon onderwijs als het kan en buitengewoon onderwijs als het nodig is’. In een voor ons ideale wereld betekent dit dat we op elke campus twee soorten klassen kunnen hebben: gewone en buitengewone klassen. Dan kan er klasdoorbrekend worden gewerkt als het kan en kan er apart worden gewerkt met alle nodige begeleiding wanneer het nodig is.

Daar zullen we eerlijk gezegd naar moeten streven in de toekomst, want op die manier komen ze met elkaar in contact en kunnen ze in een inclusieve maatschappij grootgebracht worden. We moeten het M-decreet blijven bekijken door een realistische bril en zeker vermijden dat scholen het gevoel zouden krijgen om extra bewijslast te moeten aanvoeren als ze een verantwoordelijke beslissing nemen of advies geven.

Kathleen Helsen (CD&V)

We kennen vandaag veel scholen die hun uiterste best doen om aan te tonen dat we meer en meer inclusief onderwijs realiseren. We hebben de ondersteuningsnetwerken, die ook dit schooljaar op volle toeren draaien en die een goede ondersteuning aanbieden aan die scholen die werken met leerlingen met bijzondere noden.

We vinden het belangrijk dat u extra middelen vrijmaakt en extra ondersteuning ter beschikking stelt van scholen. We zouden willen dat u die weg blijft bewandelen en extra inspanningen blijft leveren zodat we naar meer inclusief onderwijs gaan. Ik ben ervan overtuigd dat dat de toekomst is voor Vlaanderen.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.