U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 14 november 2018, 14.01u

Voorzitter
van Lionel Bajart aan minister Sven Gatz
90 (2018-2019)
De voorzitter

De heer Bajart heeft het woord.

Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, in 2017 hebben we elkaar hier en in de commissie ontmoet om te praten  over de studie van Econopolis, meer bepaald over de effecten van het uitgesteld kijken. Toen bleek dat er grote druk was en is op de commerciële omroepen, omdat zij een groot deel van hun inkomsten halen uit reclameboodschappen, terwijl de productie van Vlaamse fictie, waar we allemaal zeer trots op zijn, heel wat kost. Destijds had de CEO van SBS gereageerd – en ik citeer: “Als het zo voort gaat, verwacht ik dat we binnen twee à drie jaar dood zijn. Commerciële zenders kunnen op deze manier niet overleven.”

U liet een nieuwe studie uitvoeren. Daaruit blijkt dat dezelfde tendensen zichtbaar zijn en er worden ook een aantal oplossingen naar voren geschoven, waarbij het comfort van de kijker uiteraard centraal moet blijven staan. Er komen echter ook voorstellen van onderzoekers, die toelaten om het uitgesteld kijken te behouden. De voorstellen zijn dat er sterker moet worden ingespeeld op gepersonaliseerde reclame en dat er plaats moet zijn voor een nieuwe speler, zeg maar een Vlaamse Netflix.

De omroepen en distributeurs hebben daar destijds hun akkoord voor gegeven, maar ondertussen is er weinig actie te bespeuren. Het lijkt er dus op dat de sector de sense of urgency niet heeft kunnen omzetten in acties of samenwerkingen om het hoofd te bieden aan die uitdagingen. Mijn vraag is dus: wat zijn uw conclusies en welke prioriteiten ziet u in die studie?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voor de definitieve conclusies of prioriteiten is het nog iets te vroeg, omdat ik na de rondetafelgesprekken van gisterennamiddag met enerzijds de drie zenders, die van Medialaan, SBS en de openbare omroep, en anderzijds de drie dienstenverdelers, Telenet, Proximus en Orange, pas conclusies wil maken nadat zij de tijd gehad hebben om de aanbevelingen van het aangehaalde onderzoek door te nemen en erop te antwoorden. Daar hebben ze nu een aantal weken tijd voor en ze zouden me hun positionering eind november moeten meedelen. 

Er moet niets. Het zijn autonome bedrijven. In de mate dat zij die vragen of aanbevelingen willen beantwoorden, zal ik hen daar erkentelijk voor zijn. Mochten zij dit niet doen of aan allerlei voorwaarden koppelen, dan zullen we wel zien wat we zullen zien.

Toch hebt u gelijk. U hebt de vinger op de wonde gelegd. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de sector om hier naar oplossingen te zoeken. Of dat samen met deze drie omroepen en deze drie dienstenverdelers collectief kan gebeuren, dat zullen we zien. Zal het gaan in bepaalde bondgenootschappen? Dat weet ik ook niet. Maar ik heb in elk geval in mijn rol als Mediaminister, als facilitator, een onafhankelijk objectief onderzoek willen voorleggen. Dat onderzoek geeft aan dat de cijfers nog slechter zijn dan we denken. Als er niets gebeurt, zullen de adverteerders niet alleen op dit ogenblik online vele inkomsten die vroeger voor binnenlandse mediabedrijven waren zien wegvloeien naar de ‘internationale stratosfeer’. En dat is natuurlijk hun volkomen vrijheid. Uit dat onderzoek blijkt ook dat er daarbovenop nog een tweede lek in ons mediasysteem is gekomen, waarbij de kijker – en hij of zij heeft er het volste recht toe – altijd maar meer uitgesteld wil kijken. Maar daardoor zijn adverteerders steeds minder geïnteresseerd om in goede televisieprogramma's te investeren.

Er zijn drie centrale aanbevelingen. Eén, we moeten proberen een duurzaam financieel model te vinden voor de sector. Twee, tegelijkertijd moeten we proberen het kijkerscomfort niet in het gedrang te brengen en waar mogelijk zelfs nog te verhogen. Drie, daarnaast moeten we bekijken of door de samenwerking een soort van Vlaams videoplatform à la Netflix ook niet een deel van die inkomstenderving kan compenseren.

Dat ligt nu voor. Er is nu bedenktijd. Ik bied u, alle parlementsleden, maar zeker die van de commissie Media, in de loop van de dag uiteraard de studie aan, zodat we die morgen in de commissie Media bij de bespreking van de beleidsbrief kunnen bediscussiëren. Dan zullen we bekijken of we volgende stappen kúnnen zetten. 

Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uit de studie kunnen een aantal interessante zaken naar boven komen, vooral in verband met de vraag of de onderzoekers ruimte zien voor een tweede speler. De sense of urgency van een jaar geleden is vandaag des te groter. Netflix is ook niet de enige internationale speler die naar hier kan komen.

De vraag blijft nog altijd of de omroepen en de distributeurs zich ervan bewust zijn dat er twee mogelijkheden zijn: ofwel neem je die ruimte zelf in, ofwel wordt het gat ingevuld door andere spelers. In dat laatste geval zijn we nog verder van huis.

Mijn vraag aan u is niet om meer druk te leggen – want dat doet de internationale markt zelf –, maar wel om die sense of urgency nog te verduidelijken. 

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, dit parlement wil inderdaad dat er zoveel mogelijk Vlaamse producties worden gemaakt. Dat is kamerbreed de mening. We hebben destijds het decreet Signaalintegriteit goedgekeurd om daarvoor middelen te hebben.

We zien een aantal oplossingen voor het probleem dat hier rijst. Zo’n Vlaamse Netflix kan een oplossing zijn. Ook het Spotifymodel, waarbij men reclame kan doorspoelen als men iets extra betaalt, is wat ons betreft een mogelijkheid.

Maar wij hopen vooral – en dat is het belangrijkste – dat de sector er zelf uitkomt. We hopen dat de sector zelf – en dat heb u zelf ook gezegd – een oplossing vindt, zonder dat wij altijd knopen moeten doorhakken. Dit is echt een voorbeeld van waar men zelf, als grote mensen onder elkaar, een oplossing moet zoeken en vinden. 

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik heb deze morgen een mail gestuurd naar de commissievoorzitter met de vraag om deze belangrijke studie begin december te bespreken in de commissie. Want dan zullen we het allicht ook hebben over een andere studie die er zit aan te komen, over de economische meerwaarde van de VRT.

De studie waarover het vandaag gaat, van Econopolis, gaat over iets zeer belangrijks. De heer Bajart heeft het duidelijk gezegd. Het gaat over een van de belangrijkste issues in tv-land: zullen we voldoende inkomsten kunnen genereren uit die reclame om nog voldoende Vlaamse producties en andere zaken, nieuwe series en dergelijke, op het getouw te kunnen zetten?

Minister, ik wil hier ook even herinneren aan de uithaal van uw voorzitster op een prille lentedag dit jaar. Zij zei vlakaf in een tweet: “Ik wil ook mijn goesting blijven doen op tv. We zullen het doorspoelen van reclame toch zeker niet verbieden?”

Ik heb hier de studie, want ze staat op uw website, minister, en ik zie in de aanbevelingen toch een aantal keren terugkomen dat het invoeren van ‘unskippable’ reclame als een van de oplossingen naar voren wordt geschoven. En ik hoop net als mijn collega dat de betrokken spelers er zelf uitgeraken. Want, minister, u zegt op diezelfde website dat als dat niet lukt, u, indien nodig, regelgevende initiatieven zult nemen. Mijn vraag is of we dan toch nog het doorspoelen zullen verbieden. Houdt u dat als mogelijk regelgevend initiatief  in uw achterhoofd?

De voorzitter

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Mijn fractie is zich ervan bewust dat de komst van spelers als Netflix maar ook Facebook en YouTube een negatieve impact hebben op de reclame-inkomsten van de commerciële spelers. Dat zou kunnen leiden tot minder investeringen in Vlaamse audiovisuele producties. Maar dat kan volgens ons ook worden opgelost door andere acties te ondersteunen dan het terugdraaien van het kijkcomfort van de Vlaming of het verbieden van het doorspoelen van reclame. Minister, welke stappen zult u ondernemen om de andere aanbevelingen die in die eerste Econopolis-studie stonden ter harte te nemen, zoals een structurele versterking van het Mediafonds? Dat zal volgens ons meer impact hebben dan een verbod op het doorspoelen van reclame.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ook wij steunen de productie van eigen Vlaamse tv-series. Het spreekt voor zich dat we die niet mogen verzwakken. We steunen ook de andere twee dimensies, namelijk de overlevingskans en de kans voor de commerciële televisie in Vlaanderen om zich op kwaliteitsniveau te handhaven. Dat spreekt voor zich. Hoe rijker en diverser dat aanbod, hoe beter.

Minister, die studie bevat ook interessante aanbevelingen. Ik wil hier niet ten gronde discussiëren, maar de heer Vandaele heeft daarnet ook nog gezegd dat het goed zou zijn dat de sector er zelf aan uitgeraakt. Het gaat dan over de zenders en de teledistributeurs. Maar er is een derde belangrijke partij, met name de kijkers: de gebruikers van het medium, die op geen enkele manier in dit gesprek, behalve via hun vertegenwoordigers, betrokken zijn. Ik zou toch willen vragen dat die bevraging en het onderzoek iets breder gaan dan de pure sectorenbelangen. Ook de kijkers hebben wellicht een mening. Misschien kan aan een aantal zaken worden tegemoetgekomen, om die leefbaarheid te vergroten en om de Vlaamse producties leefbaar te maken. In die zin wil ik echt een pleidooi houden om die derde partij daarbij te betrekken.

Minister Sven Gatz

In de mate dat we de kijker daarbij kunnen betrekken, wil ik dat wel bekijken. We zullen het daar morgen in de commissie over hebben. Maar, mijnheer Caron, wanneer de kiezer het niet eens is met ons, dan stemt hij of zij met de voeten. Hier zal de kijker stemmen met de zapper. In die zin is er wel degelijk een invloed van de kijker. Ik wil wel bekijken hoe we dat structureel kunnen beantwoorden.

Ik vind het een beetje jammer dat we hier de partijpolitieke toer op gaan. Reclame doorspoelen of niet is geen partijpolitiek debat. Het gaat over jobs voor de Vlaamse creatieve industrie, het gaat over mensen die Vlaamse programma’s maken en het gaat over de kijker die heel graag die programma’s bekijkt. Dat is de bezorgdheid die wij allemaal delen. Wanneer u de studie dan herleidt tot het doorspoelen van reclame, vind ik dat jammer. Maar wanneer u een antwoord wilt op die vraag, zal ik u die geven. Neen, we gaan het doorspoelen van reclame niet verbieden omdat dat het kijkerscomfort aantast. En dat is een van de elementen van deze studie. Wanneer natuurlijk de zenders dat zelf doen ten aanzien van de kijkers, dan is het niet de minister van Media die daar iets mee te maken heeft.

Men verwacht van mij allerlei oplossingen voor de media, men verwacht van mij soms zelfs dat ik kies welke playlist er op de radio komt. Goddank dat dit niet gebeurt. Dus, mevrouw Brouwers, ik probeer hier een facilitator te zijn, u weet dat. De zenders en dienstenverdelers kunnen er zelf uitgeraken. Het uitgesteld kijken is trouwens niet alleen een Belgisch, Vlaams of Europees probleem. Maar we zijn wel koploper in Europa. Ook in Amerika worden de nieuwe kijkmodellen en reclamemodellen onderzocht. Of de kijker dat nu wel of niet graag heeft, hij of zij zal moeten beseffen dat gratis tv kijken niet bestaat. Dat is nu eenmaal zo, dat is een ander liberaal principe. Wij gaan ervoor zorgen dat wij daar zeer behoedzaam in manoeuvreren, met als voornaamste doel zoveel mogelijk goede televisie, kwaliteit en diversiteit, en zoveel mogelijk opties voor onze kijkers en zenders.

Het Mediafonds verhogen, mevrouw Soens? Graag. Maar ik heb daar toch al wel een bepaalde duit in het zakje gedaan. Er zijn vorig jaar verschillende miljoenen aan het Mediafonds toegevoegd. We hebben ook vanuit de VRT een extra bijdrage aan het Mediafonds. Onze dienstenverdelers zijn onderworpen aan een stimuleringsverplichting, en investeren ook mee aan de ondersteuning van de mediasector. En nu gaan we ook de over-the-topspelers, dus de internet- of onlinespelers – of in elk geval zij die het niet doen via lineaire televisie –, mee in het bad trekken. Er zijn dus verschillende miljoenen die een antwoord bieden op de aanbevelingen van de vorige studie.

Maar dat was nog het gemakkelijke deel, dat kon ik zelf meedoen. Mijnheer Bajart, het moeilijkere deel is nu dat de sector zal moeten bekijken wat zij kunnen of willen doen. Ik wil mij ten dienste stellen om mee naar oplossingen te zoeken, maar zij zullen toch een belangrijke verantwoordelijkheid moeten dragen. Ik denk dat u iets heel belangrijks in uw repliek gezegd hebt: finaal zal de markt hen daartoe dwingen. Als zij niets doen, zal het misschien niet over twee of drie jaar gedaan zijn, maar zal het over vijf of tien jaar voor sommigen van hen misschien wel gedaan zijn.

Lionel Bajart (Open Vld)

Minister, dank u wel voor uw antwoorden. Uiteraard gaan we dit ten gronde bespreken in de commissie, maar tot dan wachten was volgens mij geen optie: de sense of urgency is vandaag, vandaag moet er gekeken worden naar oplossingen, en dat verwachten wij van de sector.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.