U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 14 november 2018, 14.01u

Voorzitter
van Robrecht Bothuyne aan minister Philippe Muyters, beantwoord door minister Geert Bourgeois
85 (2018-2019)
De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister-president Bourgeois.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ik ben eigenlijk heel blij deze vraag aan u te kunnen stellen. Want het gaat verder dan alleen het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. Het gaat over hoe wij vanuit Vlaanderen kunnen samenwerken met de andere deelstaten in ons land, met Brussel in het bijzonder, maar uiteraard ook met Wallonië.

De aanleiding van deze vraag is een oproep vanuit Actiris, de Brusselse VDAB. Er werd vastgesteld dat ongeveer 90.000 werkzoekenden zijn ingeschreven in Brussel, maar dat er een groot tekort aan vacatures is. Men roept werkgevers dan ook op om meer vacatures te melden bij Actiris, om op die manier Brusselse werkzoekenden aan de slag te helpen.

Dat is uiteraard een heel mooie oproep. Maar ik denk dat het bij velen in Vlaanderen nogal vreemd overkomt dat Actiris, een arbeidsbemiddelingsdienst, oproept om extra vacatures binnen te krijgen. Want als er in Vlaanderen en in ons land één zaak op recordniveau staat, dan wel het aantal opengestelde vacatures. In het tweede kwartaal van 2018 stonden er 96.600 vacatures open in Vlaanderen en 140.000 vacatures in heel België. Er is dus een recordaantal vacatures. Tegelijkertijd is er in Brussel, met 90.000 werkzoekenden, een arbeidsbemiddelingsdienst die schreeuwt om bijkomende vacatures.

In het verleden werden er al samenwerkingsverbanden gesmeed tussen VDAB en Actiris. Maar dit roept uiteraard om meer samenwerking tussen Vlaanderen en Brussel, om ervoor te zorgen dat die Brusselaars effectief de vele knelpuntvacatures van onze bedrijven in Vlaanderen kunnen invullen.

Minister-president, wat zult u eraan doen om dat waar te maken?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Bothuyne, ik dank u voor uw vraag. Ik heb de tekst gelezen van de oproep van Actiris. Die oproep richt zich in de eerste plaats tot de werkgevers in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Actiris zegt daarin: “We zijn performanter geworden. We hebben 245 medewerkers. Vertrouw ons. In het verleden zijn er wat problemen geweest. Kom weer meer tot ons om uw vacatures ingevuld krijgen.”

Dat belet natuurlijk niet dat u een punt hebt. Er is een te groot aanbod van arbeidskrachten op de markt in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en een krapte – dat is het minste wat we kunnen zeggen – op onze Vlaamse gewestelijke arbeidsmarkt.

Eén, er is met Wallonië al een nieuwe samenwerkingsovereenkomst. Dat weet u.

Twee, er wordt nu werk gemaakt van een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Vlaamse Gewest. De diensten bevinden zich al op dezelfde locatie. Ze werken al intens samen. Ze organiseren gezamenlijke infosessies en dergelijke. In juni werd door de gezamenlijke raden van bestuur van Actiris en VDAB een voorstel bezorgd aan de beide bevoegde ministers. Dat werd u op 18 oktober al meegedeeld in de commissie, als antwoord op een vraag om uitleg. Dat voorstel wordt nu bekeken. Er wordt tussen beide ministers onderhandeld. Men wil die teksten verbeteren, aanscherpen. Het is de bedoeling om dat akkoord te vernieuwen: gezamenlijke monitoring, arbeidsmarktanalyse, versterkte gegevensuitwisseling op de vacaturemarkt, een gezamenlijke dienstverlening in het kader van de interregionale mobiliteit, een versterking van de Nederlandse taal via het op te richten talenpunt, een gezamenlijke sensibiliseringscampagne richting de Brusselse werkzoekenden.

Minister Muyters zegt dat er ook een wijziging moet komen in de mentaliteit bij de Vlaamse werkgevers. Zij moeten weten dat een aantal van die potentiële arbeidskrachten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ongeschoold of laaggeschoold zijn. Zij moeten ervoor openstaan om die mensen een individuele beroepsopleiding te geven, een opleiding op de werkvloer. En tegelijkertijd moeten zij die mensen de taal aanleren.

Dus ook op dat vlak is er actie nodig, maar het belangrijkste is nu dat er een nieuw samenwerkingsakkoord tot stand komt naast de feitelijke, al verbeterde samenwerking op één locatie. Daar zijn de beide ministers nu volop werk van aan het maken.

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Er is inderdaad een nieuw samenwerkingsakkoord, dat al een aantal maanden in de pijplijn zit. De oproep van Actiris en een aantal cijfers maken zeer pijnlijk duidelijk dat het echt nodig is dat die samenwerking wordt versterkt. U spreekt over werkplekleren, IBO, maar er zijn de laatste jaren steeds minder Brusselaars die de weg vinden naar onze werkplekformules zoals IBO, bedrijfsstages enzovoort, terwijl het net een beleidsdoelstelling was van deze regering om meer Brusselaars en Walen naar onze werkplekformules aan te trekken en op die manier vacatures in te vullen. Er moet voor een heel aantal zaken extra werk worden verricht. Ook wat bijvoorbeeld duaal leren betreft, dat een aantal kansen kan bieden voor Brusselse en Waalse jongeren, kan een tandje bij worden gestoken.

Deze regering doet ook heel veel moeite om expats te begeleiden. Mensen van over de hele wereld die in Vlaanderen komen werken, worden begeleid bij hun integratie in Vlaanderen. Het gaat dan onder meer over de zoektocht naar een school voor hun kinderen, naar een gepaste woning enzovoort. Een dergelijke begeleiding is ook nodig en nuttig voor de Walen en Brusselaars die in Vlaanderen willen komen werken en zich hier willen vestigen. Ik denk dan ook dat we nog een tandje bij kunnen steken wanneer het gaat over interregionale mobiliteit.

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister-president, uiteraard willen we de vele vacatures in Vlaanderen zo snel mogelijk invullen en uiteraard zijn Brusselse werkzoekenden ook heel welkom om die vacatures in te vullen. We hebben er ook niets op tegen dat Vlaamse bedrijven zich rechtstreeks tot Actiris wenden in hun zoektocht naar personeel. Voor die interregionale samenwerking is het nodig dat de nijpende arbeidskrapte wordt aangepakt.

Ik wil nog een suggestie geven, die ook deels al door de heer Bothuyne is gedaan. Vorige week was er een IBO-dag van VDAB om werkgevers bekend te maken met het systeem. Ook Brusselaars kunnen van IBO gebruikmaken. In het tweede kwartaal van dit jaar stelden we vast dat meer dan 2000 IBO’s waren afgesloten, maar amper 48 voor Brusselse werkzoekenden. Vandaar mijn suggestie om ook aan de Vlaamse werkgevers explicieter duidelijk te maken dat die mogelijkheid ook voor hen openstaat, om zo Brusselse werkzoekenden bij ons aan te trekken.

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister-president, ik wil deze vraag aangrijpen om een pleidooi te houden voor veel meer investeringen in taallessen. Bij het Agentschap Integratie en Inburgering zijn er wachtlijsten en in Brussel zal men vanaf januari een enorme boost krijgen van extra vraag naar taallessen omdat inburgering daar verplicht wordt. We zien dat een van de grote drempels om vanuit Brussel in Vlaanderen te werken, de kennis van het Nederlands is. En de beste manier om Nederlands te leren is op de werkvloer. Ik pleit er dan ook voor om op dat vlak de taalopleidingen die VDAB aanbiedt, ook in een context van IBO, fors te verhogen. Dat vraagt een engagement, ook een budgettair engagement, maar ik denk dat we dat dubbel en dik terugverdienen.

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Minister-president, het klopt dat Actiris in het verleden een imagoprobleem had, misschien nu nog altijd, bij Vlaamse werkgevers. Tegelijkertijd zien we dat de samenwerking tussen VDAB en Actiris op een positieve manier wordt geëvalueerd omdat ze samen op een en dezelfde locatie zitten en op een goede manier samenwerken. Wanneer we echter een stap vooruit willen zetten, wanneer we die noodkreet van Actiris serieus willen nemen, dan zullen we meer moeten investeren in een campagne om ervoor te zorgen dat het positieve imago van Actiris en van de Brusselse werkzoekenden wordt versterkt. Wanneer het gaat over taalopleidingen, heeft iedereen de campagne gezien met Vincent Kompany en Actiris, waarbij heel duidelijk wordt dat het als Brusselaar belangrijk is om Nederlands te leren omdat het de kansen op de arbeidsmarkt versterkt. Die campagne heeft een positieve golf veroorzaakt. Ik denk dat we moeten nadenken over hoe Vlaanderen mee kan zorgen voor dat positieve imago, zodat zowel de Vlaamse werkgevers als de Brusselse werkzoekenden daar beter van worden. Ik hoop dat daar rekening mee wordt gehouden in de nieuwe overeenkomst die momenteel wordt onderzocht en afgesloten.

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Alle werknemers zijn welkom bij onze werkgevers, of ze nu van Brussel of Wallonië of zelfs van ver buiten de grenzen komen. We hebben nu eenmaal nood aan arbeidskrachten. Onze werkgevers staan daar zeer open voor en Nederlands leren op de werkvloer is ook iets dat we recent hebben ingevoerd. Ze moeten zelfs geen Nederlands kennen om hier te kunnen werken. We geven ze les en opleiding op de werkvloer.

Maar wat zeer belangrijk is, is dat Actiris ook zelf een duw geeft. Als ik het Brussels regeerakkoord lees, dan staat daar niets in over sanctionering van werklozen. Men zet daar nog heel hard in op het geven van subsidiejobs. Dus ik hoop dat Actiris, naast het slaken van noodkreten, ook effectief inzet op activering van werkzoekenden. Ik roep ook op om dat luik, de verantwoordelijkheidszin van Actiris zelf, mee op te nemen in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst die zal worden afgesloten, een samenwerkingsovereenkomst die ik overigens toejuich.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Bothuyne, ik heb de oproep van Actiris gelezen, en die oproep is gericht tot de Brusselse werkgevers – en dat is geen pleidooi tegen verdere doorgedreven samenwerking. Actiris zegt dat de manier waarop ze hun diensten gemoderniseerd hebben, hun een professionalisme en een nieuwe geloofwaardigheid geeft. Actiris had een probleem waarbij een aantal Brusselse werkgevers het gewoon niet meer de moeite vonden op hen een beroep te doen. Het is positief dat ze zich hervormd hebben, ze zeggen dat ze met 245 mensen ter beschikking staan om te helpen. Het is geen oproep tot verdere samenwerking met Vlaanderen, wat niet betekent dat dat niet aan de orde moet zijn en dat daarvan geen werk gemaakt moet worden.

Collega Talpe, de werkgevers moeten inderdaad openstaan voor individuele beroepsopleiding – ik heb dat ook gezegd in mijn antwoord. Het is nu eenmaal zo dat je niet altijd de witte raaf vindt, en dat je aan de slag moet kunnen gaan met mensen die misschien niet direct de competenties hebben, maar wel het potentieel om daartoe te komen. Daarvoor zijn er instrumenten, zowel in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest als bij ons. Het is ook mijn oproep aan de werkgevers in het Vlaamse Gewest om daar gebruik van te maken en de handen uit de mouwen te steken om te komen tot een grotere werkparticipatie.

Mevrouw Kherbache, u hebt uiteraard gelijk: taalopleiding is een van de onderdelen van het samenwerkingsakkoord zoals wij dat zien. Ik kan u wel zeggen dat we er nu, pas na vele jaren, in geslaagd zijn om uiteindelijk een samenwerkingsakkoord te sluiten met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om te komen tot verplichte inburgering en verplichte integratiecursussen, met inbegrip van taalcursussen, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Dit heeft jaren geduurd: toen ik die bevoegdheid had, heb ik daar enorm veel keren over onderhandeld, en nooit is dat gelukt. Nu zijn we daar finaal wel. Ik hoop dat dat inderdaad een grote boost zal geven aan het leren van het Nederlands.

Ten tweede doet VDAB daar heel veel inspanningen voor. Minister Muyters heeft een of twee maanden geleden de cijfers bekendgemaakt: 45 procent van de nieuwkomers en de vluchtelingen is aan het werk in een systeem waarbij ze leren op de werkvloer en ook de taal leren op de werkvloer. Dat is ook de manier die nu gehanteerd wordt, bijvoorbeeld ook met mensen die uit Frankrijk komen werken in West-Vlaanderen. Dat blijkt een effectieve methode te zijn, eerder dan x-aantal maanden theoretisch Nederlands te leren en dan nog eens een job aan te leren. Die methode wordt toegepast, en zeer zeker door VDAB.

Collega Annouri, u hebt gelijk. Ik heb het ook gezegd: er moet meer sensibilisering in beide richtingen zijn, zowel bij de werklozen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest als bij de werkgevers. Men moet meer gebruikmaken van IBO, meer overgaan tot uitwisseling van vacatures, en daartoe moet dat samenwerkingsakkoord ook strekken.

Ik eindig bij wat collega Ronse gezegd heeft. Ik hoop dat er hier geland kan worden. We moeten met twee zijn. Er zijn meer partijen, ook in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Ik heb de ervaring op een aantal vlakken dat het niet altijd zo eenvoudig is om alle besturende partijen mee te krijgen in akkoorden. De goede wil zal zeker niet ontbreken aan de kant van de Vlaamse Regering, maar je moet finaal alle partijen daarin meekrijgen, zo niet kan ook de minister-president of de minister van Tewerkstelling geen samenwerkingsakkoord gaan sluiten. Dus we gaan alles doen wat we kunnen om daartoe te komen, maar het ligt niet volledig in onze handen. Sinds juni wordt daar nu aan gewerkt, wordt daar nu over onderhandeld. Als we een tekst bereikt hebben die in orde is, dan nog zal er finaal een politiek akkoord moeten komen. We gaan alles doen wat we kunnen om daarop te landen. Maar ik zeg het nog eens: ik ben daar niet 100 procent zeker van, omdat we ook in andere gevallen voorbeelden zien waar het uiterst moeilijk is.

Minister-president, ik denk dat het onze verdomde plicht is om de samenwerking tussen Brussel, met een overschot aan werkzoekenden, en Vlaanderen, met een overschot aan openstaande vacatures, te laten slagen en dat we daar een aantal tandjes moeten bijsteken. Er zijn voorbeelden genoemd: taallessen, werkplekleren, IBO.

Ik denk ook dat we een onthaalbeleid moeten voeren voor Walen en Brusselaars die niet alleen de stap willen zetten naar een Vlaamse vacature naar misschien meteen ook willen verhuizen naar Vlaanderen. We doen inspanningen om mensen van over de hele wereld te begeleiden bij het zoeken van een woonst en onderwijs voor hun kinderen, als ze hier komen werken. Waarom zouden we dat niet doen voor Walen en Brusselaars die hier knelpuntvacatures kunnen invullen? Ik hoop er heel hard op dat die samenwerking versterkt kan worden en dat het samenwerkingsakkoord uitgebreid kan worden en op heel korte termijn afgesloten kan worden. Onze arbeidsmarkt heeft het nodig.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

van An Christiaens aan minister Philippe Muyters, beantwoord door minister Geert Bourgeois
98 (2018-2019)
van Daniëlle Vanwesenbeeck aan minister Philippe Muyters, beantwoord door minister Geert Bourgeois
95 (2018-2019)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.