U bent hier

De voorzitter

Voorstel tot spoedbehandeling

Dames en heren, vanmiddag heeft de heer Koen Van den Heuvel bij motie van orde een voorstel tot spoedbehandeling gedaan van het voorstel van resolutie van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz, Bruno Tobback en Johan Danen over het Vlaams en nationaal klimaatbeleid.

De heer Bothuyne heeft het woord.

We vragen inderdaad om over te gaan tot de spoedbehandeling. Dit voorstel van resolutie is een product van de interparlementaire klimaat- en energiecommissie en wordt onderschreven door de vijf grootste fracties van deze assemblee. Het staat in het teken van de COP24, de internationale klimaatconferentie die eind volgende maand begint.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Is het parlement het eens met dat voorstel tot spoedbehandeling? (Instemming)

Dan stel ik voor dat het voorstel van resolutie van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz, Bruno Tobback en Johan Danen over het Vlaams en nationaal klimaatbeleid onmiddellijk wordt behandeld.

Is het parlement het daarmee eens? (Instemming)

Het incident is gesloten.

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Robrecht Bothuyne, Andries Gryffroy, Willem-Frederik Schiltz, Bruno Tobback en Johan Danen over het Vlaams en nationaal klimaatbeleid.

De bespreking is geopend.

De heer Bothuyne heeft het woord.

Dames en heren, ik ben blij dat u hier in groten getale aanwezig bent voor de bespreking van het voorstel van resolutie dat het product is van de interparlementaire klimaat- en energiecommissie. Dat zegt u misschien weinig, maar sinds iets meer dan een jaar komen de verschillende klimaat- en energiecommissies van de verschillende parlementen van dit land samen en proberen ze sturing te geven aan ons energie- en klimaatbeleid. Het is dus een overleg met vertegenwoordigers vanuit alle verschillende parlementen in ons land die het thema klimaat en energie opvolgen. Het gaat om een mooie uiting van hoe we in een volwassen federaal land elkaar kunnen versterken in dialoog, elk vanuit ons eigen parlement.

We zijn ervan overtuigd dat de klimaatontregeling een permanente aandacht vraagt van de parlementen in ons land en intensieve samenwerking tussen de verschillende parlementen en regeringen noodzakelijk is voor een gecoördineerd beleid en een gecoördineerde vertegenwoordiging van ons land op het internationale toneel. Daarover gaat dit voorstel van resolutie.

Daarom vinden we ook dat deze interparlementaire samenwerking over het thema zeker moet worden verdergezet in de nabije toekomst. In dit voorstel van resolutie vragen we bijvoorbeeld ook nadrukkelijk om betrokken te worden in de verdere opmaak van de nationale klimaat- en energieplannen in dit land. Het nationaal energie- en klimaatplan dat ons land tegen het einde van dit jaar in een eerste ontwerp moet overmaken aan Europa, moet dan ook het eerstvolgende onderwerp zijn dat we bespreken in dit interparlementair klimaatoverleg. Hoe sneller hoe beter, wat ons betreft.

Maar eerst licht ik graag nog de inhoud van dit voorstel van resolutie toe. Dit komt onmiddellijk in de plenaire vergadering van dit halfrond omdat alle fracties in de verschillende interparlementaire klimaatcommissies hebben bijgedragen aan deze tekst, waarvoor dank.

Op 12 december 2015 kwamen 195 landen via het klimaatakkoord van Parijs overeen om de klimaatopwarming te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk en inspanningen te blijven leveren zodat de temperatuurstijging beperkt blijft tot 1,5 graden Celsius. Via het voorstel van resolutie benadrukt het interparlementair klimaatoverleg dat deze doelstelling uit het klimaatakkoord van Parijs het uitgangspunt moet zijn en blijven van het klimaatbeleid, zowel in Vlaanderen, in België als mondiaal.

In functie van de klimaattop van Parijs konden alle deelnemende landen een INDC (Intended Nationally Determined Contributions), een bijdrage dus, leveren waarin ze aangaven welke inspanningen zij bereid waren te doen om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. België sloot aan bij de INDC van de Europese Unie die een uitstootreductie van 40 procent vooropstelt tegen 2030. Tegen 2050 wil de Europese Commissie zelfs tot een koolstofarme economie komen waarbij een uitstootreductie van 80 procent, en indien mogelijk zelfs 95 procent, wordt vooropgesteld. Hierbij mogen we uiteraard het aspect van ‘carbon leakage’ niet uit het oog verliezen.

Ondertussen zijn alle ingediende INDC’s samengelegd. Alle voorgestelde inspanningen zorgen ervoor dat de opwarming van de aarde effectief teruggebracht wordt, echter niet tot 1,5 graden maar tot 3,5 graden. We blijven dus ruim boven de doelstelling van Parijs en bijkomende inspanningen zijn dus noodzakelijk.

In dat verband werd enkele weken geleden een nieuw IPCC-rapport (Intergovernmental Panel on Climate Change) goedgekeurd. In dat rapport stellen de wetenschappers van het IPCC dat de ambities uit het klimaatakkoord van Parijs nog steeds haalbaar zijn, maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat tegen 2050 de uitstoot effectief met 95 procent gereduceerd wordt. Dus als het interparlementair klimaatoverleg het akkoord van Parijs opnieuw als uitgangspunt stelt voor het klimaatbeleid van ons land, betekent dit automatisch dat ze de stelling onderschrijft dat bijkomende klimaatinspanningen op korte en middellange termijn noodzakelijk zijn.

Daarom vraagt het interparlementair klimaatoverleg aan de verschillende regeringen van ons land om binnen de Europese Unie mee het voortouw te nemen, en blijvend te nemen, voor een ambitieus klimaatbeleid.

Dit betekent heel concreet dat we samen met onder andere onze buurlanden die deel uitmaken van de Talanoadialoog, die ijvert voor een verhoging van de Europese klimaatdoelstellingen, gaan samenwerken, dat we ons inschrijven in de aangescherpte Europese doelstellingen rond hernieuwbare energie, en energie-efficiëntie en dat we binnen de Europese Unie een voortrekkersrol opnemen om de uitstootreductie van 95 procent voorop te stellen tegen 2050, waarbij tussendoelstellingen worden vastgelegd, en socio-economische en milieu-impactanalyses worden opgemaakt. Ook de andere landen die het akkoord van Parijs hebben onderschreven, moeten we proberen te overtuigen om hun klimaatambities ook op hun beurt scherp te stellen. Dat laatste is natuurlijk bijzonder belangrijk in functie van de concurrentiepositie van onze Vlaamse, Belgische en Europese economie.

Het is dan ook de overtuiging van het interparlementair klimaatoverleg dat de minst ontwikkelde landen ondersteund moeten worden om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering die ze ondertussen ervaren, op te vangen, en eventuele bijkomende negatieve gevolgen tegen te gaan. Daarom moeten we de gemaakte beloftes met betrekking tot de financiering van het Adaptatiefonds, het Groen Klimaatfonds en het Fonds voor de Minst Ontwikkelde Landen nakomen, en zo mogelijk de bijdragen aan deze fondsen nog verder verhogen. Ook moet de Europese Unie op internationaal niveau de belangrijkste donor blijven van acties ter bestrijding van de klimaatverandering. Voor de internationale financiering van het klimaatbeleid zouden ook wel meer middelen uit de privésector aangetrokken moeten worden.

De interparlementaire klimaatcommissie vindt dat ons land op de 24e Conference of the Parties (COP24), die binnenkort van start gaat, aandacht moet vragen voor de sociaal-economische gevolgen voor alle mensen die bij de klimaattransitie betrokken zijn. Hierbij denken we zowel aan werknemers als aan werkgevers. Maar er moet ook rekening gehouden worden met de genderdimensie van de gevolgen van klimaatverandering, en er moet een proactieve houding worden aangenomen ten opzichte van het groeiende probleem van bevolkingsgroepen die zich verplaatsen als gevolg van de klimaatverandering.

Ons land moet op de COP24 ook zoveel mogelijk landen aanmoedigen om een duurzame en koolstofarme economie te ontwikkelen. Hiertoe moeten we bijvoorbeeld landen overtuigen om, net als België, toe te treden tot de ‘Power Past Coal Coalition’, en binnen de Europese Unie moeten we ervoor ijveren om zo snel als mogelijk steenkool- en bruinkoolvrij te gaan werken. We moeten ook pleiten voor een circulaire economie, voor het tegengaan van ontbossing en voor duurzame landbouw. In verband met het afbouwen van de financiële investeringen in fossiele brandstoffen pleit het interparlementair klimaatoverleg voor een ‘carbon stress test’, op basis waarvan ingeschat kan worden hoe, en in welke mate, activa worden blootgesteld aan de risico’s die samengaan met klimaatverandering.

Op Europees niveau moeten we een onderzoek opstarten naar een ‘carbon border adjustment tax’ op producten met een grote koolstofvoetafdruk, die afkomstig zijn uit landen die uit het klimaatakkoord van Parijs zijn gebleven, of die het niet meer onderschrijven. Via duurzaamheidscriteria moeten we ook garanderen dat het milieu en de mensenrechten worden gerespecteerd. Het interparlementair klimaatoverleg is van mening dat ons land, conform het principe ‘de vervuiler betaalt’; binnen Europa moet ijveren voor een koolstofheffing. Zo kan men de verschillende sectoren ertoe aanzetten om duurzamer te werken en hun uitstoot op een duurzame manier te verminderen.

In dit verband is het interparlementair klimaatoverleg van mening dat een zero-emissiescheepvaart tegen 2050 een doelstelling moet zijn, en dat de luchtvaartsector een roadmap met concrete engagementen moet opmaken om haar uitstoot te verminderen. Ik zou mijn betoog kunnen verderzetten met wat ik hier eind 2016 reeds zei, bij de bespreking van de resolutie voor een sterker Vlaams klimaatbeleid. Want het is duidelijk dat bijkomende inspanningen nodig en noodzakelijk zijn als we de doelstellingen voor 2030 en 2050 willen waarmaken. Volgens ons mag hiervoor niet naar één specifieke groep of één sector gekeken worden. Het moet gaan om een brede inspanning door iedereen en door alle sectoren – burgers, de overheid, de transportsector, de bedrijven, de energiesector, de gebouwen en de landbouw.

Daarbij mag ook de impact van ruimtelijke ordening op het klimaat niet onderschat worden. Binnen al deze sectoren moeten de gewestelijke en federale entiteiten een stappenplan opmaken dat verschillende legislaturen overschrijdt. Elk van die stappenplannen zou gebaseerd moeten zijn op een kosten-batenanalyse per sector, en zou becijferde streefdoelen en tussendoelstellingen moeten omvatten.

Ik ga hierna kort in op een aantal punten die de interparlementaire commissie via haar resolutie extra wil onderstrepen. Met betrekking tot mobiliteit vraagt het interparlementair overleg aan de verschillende regeringen om te komen tot een ambitieuzer mobiliteitsbeleid. Dat moet gericht zijn op verplaatsingen te voet, met de fiets, met het openbaar vervoer of andere alternatieve verplaatsingsmodi.

Dit kan volgens het interparlementair klimaatoverleg bijvoorbeeld via kernversterking, een aangepaste inrichting van de openbare ruimte en door een actief fietsbeleid te ondersteunen.

Net zoals we ook al stelden in onze klimaatresolutie moet ons land op de COP24 pleiten voor een verbod op termijn op het gebruik van personenwagens met een verbrandingsmotor met traditionele fossiele brandstoffen.

Met betrekking tot energie vraagt het interparlementair klimaatoverleg om zo snel mogelijk betrokken te worden bij de opmaak van het nationaal energie-en klimaatplan. We steunen de federale energiestrategie die rekening houdt met de federaal besliste kernuitstap en we pleiten onomwonden voor een omslag naar meer hernieuwbare energie en voor meer nadruk op energie-efficiëntie.

Qua huisvesting vraagt het interparlementair klimaatoverleg een duidelijk afbouwscenario voor verwarming met fossiele brandstoffen en daarnaast een volledige afbouw van fossiele brandstoffen als energiebron voor verwarming tegen 2050.

Het interparlementair klimaatoverleg is verder van mening dat nieuwbouwwoningen op termijn geen impact meer mogen hebben op het klimaat. Dat vraagt onder andere een beleid inzake recycleerbaarheid van gebruikte bouwmaterialen.

Tot slot vraagt het interparlementair klimaatoverleg dat de landbouwsector nog efficiënter en duurzamer wordt. Dit vraagt onder andere een landbouwbeleid dat steunt op de korte keten en op landbouwvormen die kwaliteitsproducten voortbrengen, de bodem duurzaam beheren en agrarische coproducten nuttig gebruiken.

Collega’s, als we het mondiaal echt menen met het klimaatbeleid, moeten op de COP24 ambitieuze standpunten ingenomen worden met betrekking tot ons klimaatbeleid. Het is de vraag van de interparlementaire klimaatcommissie aan de delegatie van ons land om binnen de Europese Unie echt te pleiten voor dat ambitieus standpunt. Inzake klimaatambities en -beleid moet Europa een koploper zijn in de wereld, België een koploper in Europa en Vlaanderen een koploper in België. Dat alles vergt een goed gecoördineerd beleid en een goed gecoördineerde standpuntbepaling. We zijn ervan overtuigd dat dit voorstel van resolutie daartoe kan en zal bijdragen. Dit voorstel van resolutie wordt op dezelfde manier voorgelegd en gestemd in elk parlement in dit land en vormt op die manier een sterk signaal, zowel ten aanzien van onze regeringen als ten aanzien van de buitenwereld.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, de historiek bestond er inderdaad in dat in de Senaat werd gediscussieerd over een ‘burden sharing’. Op een aantal mensen na waren de specialisten van de verschillende parlementen daar niet bij betrokken. Ere wie ere toekomt: onze voorzitter heeft toen het initiatief genomen om in samenspraak met de andere voorzitters van de gewestelijke parlementen en de Kamer een interparlementaire commissie energie en klimaat op te starten.

De N-VA heeft niets tegen strengere doelstellingen. De vraag is enkel hoe we daartoe komen, hoe we die realiseren. Voor ons zijn een aantal parameters daarbij heel belangrijk: haalbaar, betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam. We moeten vermijden dat de discussie alleen gaat over grote principes, een grote visie en grote communicatie, er moet dus ook over heel concrete maatregelen worden gesproken. Dat hebben we vanmorgen nog ondervonden in de commissie Energie waar de grote visie inzake bijvoorbeeld digitale meters dan toch plots botst op een aantal technische moeilijkheden.

Drie zaken zijn voor ons belangrijk. In artikel 18 staat dat de ETS-inkomsten (Emissions Trading System) volledig moeten worden besteed aan het klimaatbeleid. Er is een decreet klimaatfonds, met andere woorden, de drie gewesten kunnen dat anders invullen. Wij hebben dat heel duidelijk op een bepaalde manier ingevuld, wij willen dat gebruiken voor de organisatie van en bijdrage aan klimaatveilingen, voor een inter-Vlaams klimaatbeleid bijvoorbeeld voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van schoolgebouwen en zorginstellingen, voor internationale steun en voor de compensatie van het competitiviteitsverlies door het EU-klimaatbeleid, noem het de indirect carbon leakage (ICL). Voor ons is het belangrijk dat dit een geheel vormt binnen het klimaatbeleid.

Ten tweede: in verband mat artikel 45, waar we in samenspraak met de sectoren spreken, rijst natuurlijk de vraag van tussendoelstellingen en becijferde streefdoelen. Dit is een heel goed principe. Nu kijkt men naar een periode van twintig tot dertig jaar of zelfs van twintig tot vijftig jaar, maar eigenlijk zou je elk jaar of om de twee of drie jaar moeten kunnen bekijken wat we afspreken en hoe we daar kunnen geraken.

De enige fout die we niet mogen maken, is de sectoren te klein te benoemen. Want dan creëer je het effect dat bepaalde sectoren het heel lastig hebben en dat het andere sectoren beter gaat, en dat je niet de globale ‘bubbel’ bekijkt. Voor ons zijn er twee grote sectoren: de non-ETS-sector en de ETS-sector. Binnen die non-ETS-sector kunnen er ook verschuivingen zijn. Soms kan het zijn dat we op het vlak van woningen meer kunnen doen, maar het kan ook zijn dat, indien de industrie of economie groeit, het daar moeilijk is om de individuele parameters te halen.

Ten derde: wat is op zich de doelstelling? We hebben hier heel lang over gediscussieerd. En er was een vraag om hier een getal op te plakken: 45 procent, 50 procent, 55 procent, sommigen boden zelfs meer. Uiteindelijk is het afgetopt op meer dan 40 procent. Ik zou u allemaal willen uitdagen om iets te doen wat de voorzitter normaal niet toestaat: download de app van electricityMap. Die app geeft weer hoe elk land vandaag zijn energie produceert. Als we naar België kijken, dan importeren we momenteel ongeveer 35 procent van onze behoeften. Onze eigen productie is dan het saldo, waarvan een heel klein pakketje zonne- en windenergie is. Het grootste deel komt van gascentrales. We zien ook dat de prijs tussen 80 en 100 euro per megawattuur op de day-ahead market ligt.

We zien ook dat onze uitstoot CO2-equivalent per kilowattuur ongeveer een kleine 350 gram bedraagt. Die 350 gram betekent dat we vandaag 4000 ton CO2 uitstoten. Over die uitstoot zeggen specialisten dat dit een Europese boekhouding, een Europees verhaal is. Als wij in de toekomst meer gas zullen produceren, dan hebben we op andere plaatsen misschien minder steenkoolcentrales en blijft alles ongeveer in evenwicht.

Zoals ik net zei, moet een doelstelling die je vooropstelt, voldoen aan vier parameters. De eerste parameter is de haalbaarheid. Ik geef dit gewoon mee en we kunnen hier altijd over debatteren, maar als je weet dat Europa momenteel voor 8 procent van de globale mondiale uitstoot verantwoordelijk is en dat Europa bijna alleen op dit vlak de strijd aangaat, dan moeten we ook opletten dat we onszelf in een mondiale geglobaliseerde wereld niet de markt uit prijzen.

Ten tweede is er ook door Vlaanderen afgesproken dat we tegen 2030 35 procent minder zullen uitstoten. Volgens onze cijfers van 2016 halen we daar 0,5 procent van. Dat is heel weinig, maar dat komt omdat we ons nog altijd dagelijks verplaatsen en hier vandaag nog altijd op de trappen noodverlichting voorzien, die volgens mij totaal geen zin heeft. Dat komt omdat we nog altijd aan de overkant liften verplaatsen en dus een pak koude lucht binnen blazen. Dat komt omdat onze woningen en gebouwen nog altijd onvoldoende energie-efficiënt zijn. Maar niet alleen wij hebben dat probleem. Ook Duitsland heeft dit probleem. Duitsland lost niet in een-twee-drie het probleem van zijn 40 gigawatt kolencentrales op, integendeel.

Haalbaarheid gaat ook over technische haalbaarheid. U kunt onze regio niet vergelijken met Wallonië. U kunt België zelfs niet vergelijken met landen als Oostenrijk, dat maar 9,5 miljoen inwoners heeft tegenover onze 11,5 miljoen. U kunt ons land zelfs niet vergelijken met Noorwegen.

Met andere woorden: de technische haalbaarheid, die kostenefficiënt is, kun je inderdaad niet vergelijken van land tot land.

Dan kom ik tot het tweede aspect: duurzaamheid. Ik heb het daarnet gezegd: wij stoten momenteel per geproduceerd kilowattuur 344 gram uit. Dat komt uiteraard doordat een aantal kerncentrales momenteel stilliggen. Daar kom ik straks nog op terug. Dat betekent echter wel dat onze uitstoot momenteel 50 procent hoger ligt dan in andere maanden. Dit is wel heel belangrijk om te beseffen. We kunnen niet zeggen dat we dit beschouwen als een energetische energieboekhouding op Europees niveau. Neen, beste mensen, die centrales staan wel hier bij ons. Zelfs als we in 2025 zullen moeten discussiëren over de toekomst van de kerncentrales en over de vraag of we de huidige centrales gefaseerd uitschakelen of niet, is het een verkeerd signaal om dan te zeggen dat we dan gascentrales zullen bijbouwen omdat we daarmee de kolencentrales wel uit de markt zullen duwen, waardoor onze Europese uitstoot op hetzelfde niveau blijft.

Ik denk dat onze ambitie moet zijn om Europees onze CO2-uitstoot zelfs te verlagen. Dat is wat ook Maarten Boudry zegt. Dus moet je ook open durven denken. Dat staat ook in het rapport van het IPCC: wat doen we in de toekomst zelfs met reactoren van de derde en vierde generatie? We steken momenteel heel veel geld van de federale overheid in het MYRRHA-project. Is dat dan niet meer voor de toekomst? Wat doen we met de derde generatie, de kleine modulaire reactoren tot 200 megawatt? Laten we die zomaar links liggen? Met andere woorden: ook die discussie moeten we in zijn globaliteit kunnen aangaan.

De derde parameter is betrouwbaarheid.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Ik had collega Gryffroy beloofd dat ik zou tussenkomen. Hij verwijst zelf naar de vier parameters haalbaarheid, duurzaamheid, betaalbaarheid enzovoort. Voorzitter, ik moet eerlijk zeggen dat ik geprobeerd heb om die resolutie in een paar uur tijd te doorworstelen. Zoals collega Gryffroy zelf aangeeft, gaat die uit van een aantal principes, een aantal algemeenheden, een aantal veronderstellingen, maar weinig concreets. Het is natuurlijk gemakkelijk om iedereen wat te gunnen en een resolutie te vullen met elf pagina’s vol veronderstellingen en met weinig concrete elementen. Ik wil trouwens ook zeggen dat onze fractie, net zoals we gezegd hebben bij de bespreking van de vorige klimaatresolutie, niet meedoet aan het doemdenken van ‘morgen zal de wereld vergaan’.

Ik ga wel akkoord met u, collega Gryffroy, dat er een aantal goede zaken in staan. Er staan echter ook een aantal vaagheden en algemeenheden in. U vroeg het zonet al: wat zullen we doen met de kerncentrales? Wat zullen we doen met de kernreactoren? Ik heb gelezen in de resolutie dat er, net als bij de vorige resolutie, uitgegaan wordt van de kernuitstap, beslist door de Federale Regering. U komt dat hier toch opnieuw wat in vraag stellen, als ik u goed beluisterd heb. Ik zou u dus de volgende vraag willen stellen. Blijft uw fractie, bij monde van uzelf maar ook bij monde van uw voorzitter, de kernuitstap eigenlijk in vraag stellen? Zo ja, hoe zal dat dan verder gaan? Wat betekent dit voor deze resolutie en misschien in de algemeenheid ook voor de collega’s? In deze resolutie staan grote woorden van de Verenigde Naties en zo, maar we slagen er nog niet in om een eigen energiebeleid op te maken. We slagen er zelfs niet in om, zoals u zelf gezegd hebt, de uitrol van een digitale meter uit te voeren. Zo zijn er een aantal zaken. Hier worden wel allemaal grote woorden geschreven, maar laten we op zijn minst toch eerst proberen om een eigen Vlaams energiebeleid en een nationaal energiebeleid en klimaatbeleid op poten te zetten.

Ik stel me trouwens ook de vraag – en dat staat ook niet in de resolutie – wat dit allemaal zal kosten. Wie zal dit allemaal betalen? Zal het opnieuw, zoals regelmatig het geval is, de burger zijn die dit allemaal zal betalen?

Een laatste punt nog. Ik dacht dat het collega Bothuyne was, die zei: ‘Europa, wij moeten op kop lopen. België, wij moeten op kop lopen.’ Zo is het altijd hetzelfde. U hebt gezegd: ‘Europa is slechts verantwoordelijk voor 8 procent van de koolstofuitstoot, terwijl de rest van de wereld eigenlijk niets doet.’

U weet net zo goed als ik dat een aantal grote landen weinig of geen inspanningen doen wat betreft klimaatbeleid. Dus vraag ik mij af of het aan ons is om altijd te moeten zeggen dat we de koppositie nemen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Op een aantal aspecten kom ik straks nog terug, collega Sintobin, maar ik wil toch inpikken op uw vraag over de kerncentrales as such. Ik denk dat het geen geheim is, dat het hier ook altijd verkondigd geweest is, voor zover het paste in het debat in het Vlaams Parlement – maar hier gaat het over klimaatresoluties en gaat het over verschillende parlementen – dat wij het federale Energiepact onderschrijven en dat er daar een aantal voorwaarden in staan. Als die voorwaarden vervuld zijn, dan kunnen we dat federaal Energiepact onderschrijven, waar dus duidelijk instaat wat we al dan niet doen met de kerncentrales.

U spreekt over de bestaande kerncentrales. Ik heb het hier over eens verder over het muurtje kijken en eens in de toekomst kijken. Zoals ook het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) aanraakt: kerncentrales hebben de laagste CO2-uitstoot. Met andere woorden, ik probeer hier duidelijk te maken dat wij momenteel een van de hoogste uitstoten van CO2 hebben. Als u die app downloadt, gaat u dat zien. Dit is omdat kerncentrales door onderhoud stilliggen en we op 4 gigawatt gas draaien, en nog eens gaselektriciteit en bruinkoolelektriciteit invoeren. Vandaar dat wij momenteel in Europa een slechte leerling zijn. Of je dat nu leuk vindt of niet, die app liegt niet.

Als we het hebben over betrouwbaarheid, dan wil ik het eigenlijk niet moeten hebben over stroomboten, of over afschakelplannen. Het geeft aan ons, als geïndustrialiseerde regio, een zeer slecht imago, en we kunnen dit niet aanvaarden en ons er niet bij neerleggen.

En dan kijk ik naar ENGIE, en niet naar het FANC. Het is ENGIE die verantwoordelijk is om de onderhoudsplanning op te maken. Als zij die onderhoudsplanning zodanig opmaken dat inderdaad straks slechts één centrale draait, dan verwijt ik hun daarvoor roekeloos gedrag en een zeer vreemde timing. Het FANC is enkel maar verantwoordelijk om de toelating te geven om terug op te starten.

Dan wil ik het over de betaalbaarheid hebben. Zoals ik daarnet gezegd heb, zijn wij ook voor ambitieuze doelstellingen. De vraag is op welke manier, en of je daar nog veel bovenop moet gaan leggen. In 2017 is in Europa beslist dat we tegen 2030 40 procent minder uitstoten ten overstaan van 1990. Er is ook in 2018 beslist voor 32 procent hernieuwbare energie en 32,5 procent energie-efficiëntere. Ik merk op dat Europa vroeger had vooropgesteld om tegen 2020 voor 20 procent minder te gaan.

En om die 40 procent te halen, zijn er twee factoren. De eerste factor is: het non-ETS-gebeuren. Dit betekent 30 procent minder ten overstaan van 2005, die dan verdeeld wordt over de lidstaten – burden sharing – op basis van het bruto binnenlands product. Dit betekent dat België niet 30 procent minder moet gaan, maar 35 procent minder. Studies wijzen ook uit dat dit veel meer is dan kostenefficiënt mogelijk is, want de kostenefficiëntie zou gaan over 28 procent. Die 35 procent ligt vast, en zal waarschijnlijk in een volgend akkoord tussen de gewesten gelijkmatig verdeeld worden, 35-35-35, over de drie gewesten, en niet zoals nu, waar Vlaanderen meer moet doen dan zelfs Brussel.

Een tweede parameter om tot die min 40 procent te komen is, is niet enkel maar wat gebeurt op non-ETS, maar ook op de ETS, dus de grote industrie, de productie van elektriciteit. Men heeft gezegd dat om tot die globale min 40 procent te komen, die groep tot min 43 procent moet gaan. We zien dan ook dat bij grote bedrijven, die in een combinatie van kopen en krijgen van emissierechten zitten, op voorwaarde dat ze een energiebeleidsovereenkomst afsluiten, er vanaf 2021 minder emissierechten zullen zijn om aan te kopen, en zien we dat het overschot dat vanaf 2019 in een buffer gestopt wordt, vanaf 2023 vernietigd zal worden.

Dat alles heeft ertoe geleid dat onze prijs voor CO2-uitstoot per ton in plaats van 5 euro in 2017 momenteel 20 euro is. U zult zeggen: ‘Fantastisch, de vervuiler betaalt’. Maar de combinatie met de hogere aardgasprijzen zorgde er ook voor dat momenteel de burger 120 euro per jaar meer zal betalen per gezin voor een gemiddeld verbruik en dat een bedrijf zoals ArcelorMittal momenteel 45 miljoen euro per jaar zal bijbetalen voor dit fenomeen. De vraag is dan: hoe ver kun je gaan zodat de burger zich nog comfortabel voelt om daarom een prijsstijging te betalen? Hoe ver kun je gaan zodat de economie dat nog kan verwerken? Want die prijsstijging is zeer snel, op zes maanden tijd, gebeurd en bedrijven kunnen niet op zo een snelle manier investeren in nieuwe technologieën om minder te gaan uitstoten waardoor ze dit fenomeen gedeeltelijk kunnen wegwerken.

Heel concreet zie je ook weer op de ‘electricity app’, als je kijkt naar de omliggende landen de voorbije dagen, dat dit niet alleen een Belgisch probleem is. Dit probleem doet zich voor in Frankrijk, Duitsland, Nederland enzovoort. De prijs is gestegen van 40 euro naar 70 euro op de markt. Hoe komt dat? Omdat we een klein jaar terug de doelstelling opgetrokken hebben naar -40 procent. Dan wil ik wel weten, voor we de nieuwe getallen vastpinnen, wat dan het effect zal zijn op de CO2-prijs.

Wat zal dan het effect zijn op de prijs voor de burger? Wat zal dan het effect zijn op de economie? Zolang we ook geconnecteerd zijn met de andere landen via onze interconnectie, zie je dat die prijzen afvlakken ten overstaan van de verschillende landen, maar ze stegen wel van 40 naar 70 euro. Dat staat totaal los van de andere discussie die we hebben. Door het feit dat alle kerncentrales momenteel in onderhoud zitten, creëren we inderdaad momenteel een tekort, geraken we gedisconnecteerd, waardoor tijdelijk bij ons ook de prijs stijgt tot 100, 150, 200 euro, beduidend meer dan in de omliggende regio's. Deze prijsstijging, waarvan soms in de pers wordt gezegd dat ze door één zaak wordt veroorzaakt, is er door een combinatie van twee factoren: wij hebben een ambitieuze doelstelling opgelegd, waardoor de prijs stijgt, en daarnaast hebben we nog eens een bevoorradingsprobleem.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Mijnheer Gryffroy, ik vind het heel interessant wat u allemaal vertelt. Ik heb die dingen trouwens al een paar keer gehoord, maar de andere collega's misschien niet. Maar de vraag die ik mij stel is: staat u eigenlijk wel achter uw eigen voorstel van resolutie? Want u geeft eigenlijk alleen maar kritiek. U stelt dingen voor waarom het eigenlijk niet kan. Ik stel me dan de vraag of u er wel achterstaat.

Ik denk dat u niet goed geluisterd hebt naar mijn eerste woorden. Wij staan uiteraard achter dit voorstel van resolutie. Mijn eerste woorden waren heel duidelijk. Ik heb duidelijk gezegd dat wij niets hebben tegen strengere doelstellingen, de vraag gaat over de manier hoe je daar geraakt. Dan gaat het niet alleen over grote visies en grote communicatie, maar over concrete maatregelen. Wij willen dat de manier waarop je daar geraakt, haalbaar, betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar is. Dat is wat wij vragen. En we vragen, voor we discussiëren over nog hogere doelstellingen, dat er eerst een impactanalyse gebeurt. Dat is mijn conclusie. (Applaus bij de N-VA en Johan Danen.)

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Ik had dezelfde bedenking als collega Danen toen ik u bezig hoorde, mijnheer Gryffroy. Ik ben daar toch een beetje ongerust over. Het voorstel van resolutie dat hier voorligt, is op zich een belangrijke stap omdat het de eerste keer is dat we dit interparlementair doen. In een land dat al jaren ruzie maakt, conflicten heeft en met zijn voeten sleept in het vinden van interne overeenkomsten hierover, is dit een belangrijke symbolische stap. Alleen dat al is belangrijk om te onderstrepen in dit Vlaams Parlement.

Zoals u zelf zei, zijn de doelstellingen die erin staan inderdaad verregaand, maar ze zijn niet nieuw. Ze zijn in lijn met wat ook de regering waarvan u deel uitmaakt, heeft goedgekeurd in het Akkoord van Parijs en in de opeenvolgende bevestigingen daarvan. Ondertussen zijn dat er al redelijk wat. De doelstellingen zijn misschien ambitieus maar ze zijn echt niet zo fantastisch nieuw en zelfs wat hierin staat, zal waarschijnlijk nog niet helemaal genoeg zijn om daar te komen waar we moeten zijn.

Ze zijn ook noodzakelijk, want wie de afgelopen weken en maanden het nieuws en de weersevoluties heeft gevolgd, weet dat er dingen gebeuren. Vandaag of gisteren las ik in de krant dat men in de Verenigde Staten tornado’s blijkbaar toeschrijft aan het werk van God. Aangezien wij toch allemaal samen zeggen dat we geloven in de verlichting, weten we dat God daar weinig mee te maken heeft, dat het wel degelijk op wetenschappelijke basis grotendeels onze eigen creatie en onze eigen schuld is. Alleen onze Trump ‘van den Aldi’ heeft daar nog moeite mee, maar daar gaan we ons verder niet druk over maken. (Opmerkingen van Stefaan Sintobin)

Nee, nee, ik heb toen ook al gezegd dat dat helemaal niks te maken heeft met de Aldi. Ik neem dat terug. Volgens de reclame zijn de producten bijna even straf. Al wat ik aan de heer Trump wil verwijten, alle dommigheid, alle dwazigheid, alle radicaliteit en onzin die uit Trump komt, mogen anderen gerust… Als hij graag van de Delhaize wil zijn, mag dat voor mij ook.

Collega's, het verbaasde mij een beetje dat de heer Gryffroy, geconfronteerd met al die nood en al die reële uitdagingen en al die akkoorden die we zelf hebben onderschreven, hier toch weer een heel twijfelachtig verhaal komt ophangen. Mijnheer Gryffroy, ik vind dat een beetje jammer. Eigenlijk zou dit een stap moeten zijn naar een oefening: we can talk the talk, want dat kunnen we allang. We zeggen allemaal al jaren dat het belangrijk is. Maar: can we walk the walk? Daar zijn we bijlange nog niet zo goed in.

De meerwaarde voor sp.a van dit voorstel van resolutie is dat we inderdaad over alle parlementen heen een aantal verregaande ambities naar voren schuiven, maar ook een aantal vrij concrete engagementen naar voren schuiven rond reductiedoelstellingen die inderdaad boven de 40 procent zullen liggen. En ja, we zijn er niet akkoord over geraakt of het 41 of 45 of 46 of 55 procent moet zijn, maar boven de 40 procent, dat is wel klaar en duidelijk in dit voorstel van resolutie. Ook voor wie dit goedkeurt: u zult dit goedkeuren.

Wat klimaatfinanciering betreft, zowel naar reductie als naar opvang van alle mogelijke problemen door de klimaatverandering in ontwikkelingslanden en vluchtelingenstromen, staan hier duidelijke engagementen in die ook door de Vlaamse Regering zullen moeten worden gehonoreerd, indien we ons als parlement en indien we onze stemmingen serieus nemen.

Er staan ook nogal wat opportuniteiten in. Er staan opties in om economisch en sociaal vooruit te gaan dankzij klimaatbeleid. U weet dat dit mij ongelooflijk aan het hart gaat en dat het een van mijn stokpaardjes is, maar het is een ongelooflijke opportuniteit om in een aantal nieuwe sectoren nieuwe activiteiten en nieuwe jobs te creëren.

Ik ben ook bijzonder blij dat er tegelijk in staat dat bij het nemen van maatregelen er aandacht moet zijn voor de sociaal-economische gevolgen van die maatregelen, de positieve, maar ook de negatieve. Het is allemaal leuk en goed als we erin lukken om steenkoolmijnen te sluiten en mazoutketels te bannen, maar dat betekent ook dat we de verantwoordelijkheid moeten nemen om oplossingen te vinden voor de steenkoolmijners en de plaatsers van mazoutketels en verdelers van mazout om de sociaaleconomische gevolgen, de transitie draaglijk en zelfs positief te maken. Ik ben blij dat dat bijzonder expliciet in dit voorstel van resolutie staat, want dat is iets wat we vaak te weinig zeggen. Laat ons dat alstublieft doen.

Collega Gryffroy, laat ons dat wel doen in een kader waarin we samen vooruitkijken. Niet meer remmen, zoals we in dit land te vaak hebben gedaan, niet onszelf op Europees en wereldniveau belachelijk maken door een kleine, rijke zakdoek te zijn waarop we bezig zijn met de lasten en de risico's naar elkaar door te schuiven in plaats van ze samen aan te pakken. Dat is het verhaal van de afgelopen tien jaar inzake klimaatbeleid in dit land. Laat ons voortrekkers zijn, ambitieuze voortrekkers.

Met het alternatief voor het vooruitkijken worden we vandaag al geconfronteerd. Ik herinner me dat we ooit een wet hebben gestemd waarin we in 2025 de kerncentrales zouden sluiten. We hebben tot 2018, en eigenlijk nog altijd, systematisch een politieke oorlog daarrond gevoerd en geprobeerd om af te remmen en gas te geven met als gevolg dat zoals het er nu naar uitziet, eigenlijk al in 2018 de kerncentrales gesloten zullen zijn.

Wat er vandaag gebeurt met de onbeschikbaarheid van zowat alle nucleaire energie in dit land, creëert echter problemen, omdat het op een ongecontroleerde en onbegeleide manier gebeurt. De maatregelen die nodig en mogelijk zijn om de sluiting van de kerncentrales op te vangen, staan vandaag niet klaar, omdat we aan het remmen waren in plaats van de problemen op te lossen en vooruit te kijken. Laat ons dus hopen dat een resolutie zoals deze ertoe kan leiden dat we stoppen met ons anker uit te gooien, in het verleden te blijven hangen, enkel en alleen de bestaande belangen te verdedigen en bang te zijn voor de mogelijke toekomst en risico’s. Laat ons hopen dat ze ertoe leidt dat we in staat zijn en ook bereid zijn om samen de bestaande kansen te grijpen, de risico’s te beheersen en vooruit te gaan. We mogen niet telkens opnieuw geconfronteerd worden met de vaststelling dat we te laat gereageerd hebben, niet genoeg vooruit gekeken hebben en te veel schrik hebben gehad en daardoor nu misschien in de shit zitten.

Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik zou me hier vanop dit spreekgestoelte enkel aan de regeringspartijen kunnen richten – de Federale Regering is tenslotte precies dezelfde als de Vlaamse –, maar ik ga dat niet doen. Het is een kenmerk van ons allemaal. Ik ben me bewust van de relatieve aard van parlementaire resoluties, maar als ik het de moeite vind en vond om tijd te steken in een voorstel van resolutie zoals dit en om de onderhandelingen daarrond te voeren – onderhandelingen die, zoals u weet, voorzitter, op interparlementair niveau niet altijd even soepel, helder en eenvoudig verlopen, zeker voor iemand met beperkte diplomatieke talenten als ik –, dan is het omdat we ooit eens over onze eigen schaduw moeten durven te springen en stappen vooruit moeten zetten, in plaats van principes vooruit te schuiven en dan gedurende twintig minuten uit te leggen waarom het allemaal zo moeilijk zal zijn en dat we toch voorzichtig moeten zijn. Ja, mijnheer Gryffroy, het zal moeilijk zijn, ja, het zal geld kosten, ja, het zal inspanningen kosten, maar het zal ook opbrengen en het zal ons een hoop miserie besparen in de toekomst, al was het alleen maar voor ons.

Beste collega’s, we zullen dit voorstel van resolutie met de sp.a-fractie met heel overtuiging goedkeuren. We zullen met evenveel overtuiging hopen dat iedereen die het zal goedkeuren, het ook zal menen en de resolutie zal uitvoeren. Dat is het belangrijkste. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Collega’s, ik zal het kort houden als u dat goedvindt. (Applaus)

Er is vandaag al heel veel gezegd waarmee ik het eens ben, maar er is ook heel veel gezegd waarmee ik het niet eens ben. Ik zal vandaag niet herhalen over welke elementen het gaat.

Het klimaatbeleid vandaag is vooral een kwestie van handelen, durven en doen. Dat is heel cruciaal, want, zoals u weet, moet de opwarming van de aarde onder 1,5 graden Celsius blijven. Zo niet dreigen catastrofale gevolgen voor mens en dier. Het is nog maar twee weken geleden dat het VN-klimaatpanel een nieuw en ditmaal verontrustend rapport publiceerde met de duidelijke boodschap dat de toestand zeer ernstig, maar niet hopeloos is.

We debatteren hier heel vaak over het klimaat. Daar zijn regelmatig actuele vragen over, maar er zijn toch twee momenten die ik even in herinnering wil brengen. Twee jaar geleden keurden we hier in het Vlaams Parlement een resolutie goed over alle partijen heen en vorig jaar hielden we een actualiteitsdebat rond de Vlaamse klimaatdoelstellingen. Vandaag geven we ook een sterk signaal, met name dat we over alle parlementen heen tot deze tekst gekomen zijn.

Dat geeft aan dat samenwerken loont en dat we met zijn allen dit thema heel erg belangrijk vinden. Ik ben vooral fier op de volgende elementen – en ik ga niet exhaustief zijn. Eerst en vooral: het feit dat we met dit voorstel van resolutie oproepen dat België in de Europese klimaatkopgroep zal plaatsnemen en daar zal ijveren voor een verhoging van de Europese 2030-doelstellingen. Ik ben ook fier op het feit dat we ons met dit voorstel van resolutie inschrijven in de aangescherpte Europese klimaatdoelstellingen, en aldus ook een hogere reductie van de CO2-doelstelling naar voren schuiven dan 40 procent tegen 2030. Er is ook aandacht voor de ondersteuning van de minst ontwikkelde landen om via mitigatie en adaptatie de nefaste gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. Daartoe wordt gepleit voor een billijke en stijgende bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering. Ook vind ik het heel erg belangrijk dat we in dit voorstel van resolutie een oproep doen om de openbare ruimte nieuw en evenwichtig in te richten ten voordele van openbaar vervoer, fiets en voetgangers.

Er wordt in dit voorstel van resolutie ook geijverd voor een koolstofheffing, waarbij de vervuiler betaalt. En de scheepvaart en luchtvaart worden hier ook voor het eerst gevat. Het voorstel van resolutie is ook ‘future proof’. Ik ben begonnen met te verwijzen naar het klimaatrapport van het IPCC van vorige week. In dit voorstel van resolutie wordt daar ook naar verwezen. Er wordt duidelijk gesteld dat ons land het klimaatbeleid en de klimaatambities op grond van die conclusies opnieuw tegen het licht moet houden. En die conclusies waren, zoals gezegd, alarmerend. Een sterker beleid dringt zich bijgevolg op.

Het is belangrijk dat we dit voorstel van resolutie vandaag goedkeuren, nog voor de top van Katowice, opdat onze regering inderdaad met een ambitieus onderhandelingsmandaat aan die top kan en zal deelnemen.

Collega’s, ik rond af. De strijd tegen klimaatverandering verdient een prominente plaats, niet alleen in de debatten, niet alleen in de parlementen, maar vooral ook in de regering en in de uitvoering. Collega’s, we kennen het probleem, we kennen de oplossingen en er is in de verschillende parlementen politieke wil. In de lijn van dit voorstel van resolutie roep ik de regering dan ook op om werk te maken van een sterk en ambitieus klimaatbeleid. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Collega’s, ik mag het woord nemen in plaats van collega Willem-Frederik Schiltz, die wegens ziekte uitgevallen is.

Bij alles in de politiek moet je het momentum grijpen op het ogenblik dat het zich voordoet. Ik ken zelf heel goed het verschil tussen weer en klimaat, maar we hebben het de afgelopen weken allemaal meegemaakt toen we huis-aan-huisbezoeken deden en we dat zelfs in de eerste en de tweede week van de maand oktober konden doen zonder overjas, zonder jas, met opgestroopte hemdsmouwen. Zelfs in de vroege avond had je nog temperaturen boven de 20 graden. Mensen begonnen zelf spontaan te zeggen: burgemeester, het is toch niet normaal dat we vandaag de dag nog zomers weer hebben, terwijl we al een eindje in de herfst zitten. Ik denk dat mensen vandaag meer dan ooit beseffen dat er iets aan de hand is met het klimaat, dat het klimaat op drift is en dat we daar samen inspanningen voor moeten leveren.

Dit voorstel van resolutie is waard wat het waard is. Je kunt daar ironisch en zelfs cynisch over doen, maar ik denk dat je dat ook positief kunt plaatsen en het kunt zien als een leidraad voor je toekomstige beleid. Daaruit spreekt voluntarisme. Het feit alleen al dat we er in dit complexe land in slagen om met één tekst te komen die de verschillende parlementen op het niveau van de deelstaten en van de federatie bindt, is een belangrijk politiek signaal. Dat we ons ten tweede in lijn zetten met onze naaste buurlanden, is dat evenzeer.

De ambities zijn al uitgesproken door de vorige sprekers. Ik denk altijd dat het goed is om bij beleid zowel de wortel als de stok te hanteren – bijvoorbeeld op Europees vlak ervoor ijveren om een einde te maken aan financiële steun voor fossiele brandstoffen, of op Europees niveau pleiten voor de invoering van een ‘carbon adjustment tax’. Wij zijn tegen taksen, maar dit is een corrigerende belasting: landen die niet toetreden tot het klimaatverdrag van Parijs, worden aan die taks onderworpen, net om te vermijden dat Europa of West-Europa alleen het leed van de wereld op het vlak van de strijd tegen klimaatverandering moet dragen. Op die manier responsabiliseer je ook de rest van de wereld.

Inderdaad, op korte termijn, in december te Katowice, is er al een VN-top die te maken heeft met de strijd tegen de klimaatverandering. Dit is een belangrijke leidraad voor het optreden van ons land op die VN-top. Ook intern moeten we alle krachten bundelen. Ik denk dat de geesten in Vlaanderen wat dat betreft rijp zijn.

Vandaag is Joke Schauvliege de minister bevoegd voor het klimaat. Ze doet haar best en ze doet dat goed. Zij kan putten uit de EU-emissieveilingen om een aantal stappen te zetten in haar beleid. Het zou goed zijn mocht ook haar collega bevoegd voor de energie, minister Tommelein, daarop kunnen terugvallen. Al was het maar dat projecten dan versneld op touw kunnen worden gezet in de strijd tegen de klimaatverandering.

Ik wil graag positief eindigen – ‘never waste a good crisis’ – met het in beeld brengen van de opportuniteiten. We kennen allemaal het verhaal dat de strijd tegen klimaatverandering goed is op het ecologische vlak. Al is het maar, voorzitter, collega’s, omdat we dan misschien een meer zuivere en propere lucht krijgen, om een voorbeeld te geven. Maar ook op economisch vlak zou dat goed zijn. Dat is dan de universiteit van het leven. In de Audifabriek in Vorst wordt vandaag de elektrische versie van de Audi, dat succesvolle automerk, ontworpen. Als men daarvoor kiest, is dat op economisch vlak een grote opportuniteit. Je bouwt namelijk een stuk kennis en ervaring op. Het maakt je ook een stuk sterker op het vlak van je economisch weefsel. Dat past in het kader van de strijd die er op dat vlak moet worden geleverd, inzake het veroveren en behouden van een aantal economische markten. Binnen de Verenigde Naties zijn dat soort dingen al vaker bepleit. Je ziet in de praktijk ook dat het niet alleen een kwestie is van wensdromen, maar dat de wereld zich wat dat betreft ook concreet op dat vlak ontwikkelt. Het voorbeeld van Vorst en Audi vind ik wat dat betreft sprekend.

Voorzitter, goede collega’s, het is duidelijk: Open Vld zal deze klimaatresolutie met volle overtuiging goedkeuren. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.