U bent hier

De heer Moyaers heeft het woord.

Vandaag las ik in meerdere kranten over een studie naar de evolutie van de levensverwachting in verschillende landen. Eigenlijk was dat positief, want tegen 2040 zou men in België bijna 83 jaar kunnen worden, 2 jaar meer dan het vandaag zou zijn. Tegelijkertijd was er de bedenking dat het in ons land minder goed vooruitgaat dan verwacht: we zakken van plaats 21 naar plaats 28 in de ranking, en onze buurlanden doen het bovendien veel beter.

Volgens gezondheidseconoom Lieven Annemans zou dit liggen aan het feit dat we minder inzetten op gezondheidspromotie en op ziektepreventie. De kwaliteit van de medische behandelingen die we in ons land hebben, is uitstekend. Die compenseert vandaag heel veel van het tekort dat we hebben aan preventie. We moeten ook toegeven dat Vlaanderen het beter doet dan Wallonië en Brussel, maar evenzeer is er ook voor ons nog werk aan de winkel. Er is een spreekwoord dat zegt: ‘Voorkomen is beter dan genezen’. Minister, welke maatregel zult u nemen om de verwachte stagnatie van onze levensverwachting, die vooral wordt veroorzaakt door obesitas, hart- en vaatziekten en ongezonde levensstijlen, tegen te gaan en de gezondheid van de Vlaming te verhogen?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Misschien toch eerst iets over die cijfers. Als ik goed ben geïnformeerd, gaat het voor België over de gegevens uit de Gezondheidsenquête van 2013. Er zijn een aantal hypothesen en parameters gehanteerd die op een horizon tot 2040 gigantische verschillen geven als je de hypothese ook maar licht wijzigt.

Om te meten of iets beter of slechter zal evolueren, gebruikt men blijkbaar de mate waarin er veranderingen optreden in de scholingsgraad van de vrouwen en in de beschikbaarheid van gezinsplanning. Dat zijn twee belangrijke parameters om in te schatten of iets zal verbeteren of verslechteren. Op die twee parameters scoort België behoorlijk goed als je dat internationaal vergelijkt, dat is ook de reden waarom we daarin tijdens de volgende jaren minder zullen verbeteren of evolueren. Om maar te zeggen dat men die cijfers toch met enige nuance moet bekijken.

Dan het tweede element: dat we in ons gezondheidssysteem een shift moeten maken van curatie naar een gezonde levensstijl, promotie van gezondheid en ziektepreventie, is natuurlijk een heel juiste observatie. Als de federale overheid een protocol afsluit met de mutualiteiten dan wordt daarin bevestigd dat de verzekeraars gezondheidsverzekeraars moeten worden. Dat wij dus in het globale van het gezondheidsbeleid en de toegang tot gezondheidszorg moeten schuiven, is, denk ik, een beleidskeuze die breed moet worden gedragen. Dat is in ons land natuurlijk ook een institutionele kwestie, daar zijn we het uiteraard mee eens, maar het is ook een globale tendens die we onder ogen moeten zien.

De gemeenschappen zijn bevoegd voor gezondheidspromotie en ziektepreventie. Dat is natuurlijk niet loepzuiver te scheiden van wat federaal in de terugbetalingen gebeurt. Als je naar die bevoegdheid kijkt, dan moeten we vaststellen dat bij de rapportage in deze studie en de manier waarop ons land daarin wordt meegenomen, er geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de cijfers van de verschillende gemeenschappen. Dat is voor mij een algemene observatie, ik heb het hier al meerdere keren gezegd: er wordt internationaal gebenchmarkt, maar voor de Vlaamse overheid is het soms frustrerend dat men dan over gemiddelden spreekt. Ik geef een voorbeeld: als je kijkt naar de darmkankerscreening van de laatste jaren in Vlaanderen, dan is er duidelijk een evolutie die een bepaalde snelheid heeft genomen. Dat is trouwens de reden waarom darmkanker in Vlaanderen volgens de cijfers van de ziekteverzekering sneller ontdekt en dus ook meer behandeld wordt. We kunnen dat dus moeilijk differentiëren aan de hand van deze cijfers, ofschoon die bevoegdheden zich in ons land in grote mate op het gemeenschapsniveau bevinden.

Kunnen we zeggen dat we veel of weinig doen? We hebben een aantal jaren geleden een grote gezondheidsconferentie gehad over levensstijl. Toen is er aan de hand van de beschikbare internationale cijfers grondig nagekeken waar we als land zijn gepositioneerd. De meest beschikbare cijfers waren die van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de conclusie van de onderzoekers die hebben bekeken waar men al die vergelijkingscijfers vandaan haalde, is dat de cijfers nauwelijks te vergelijken zijn. Andere landen stoppen in gezondheidspreventie andere issues dan ons land en het hangt er maar van af of je er de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) in stopt, of iets anders. Uit die OESO-cijfers blijkt dat we ons eigenlijk een beetje in het midden tussen onze buurlanden Nederland en Duitsland bevinden, maar het is heel moeilijk te meten.

Nog een laatste punt: van de gezondheidsrisico's die worden meegenomen om te kijken waarnaar de levensverwachting zal evolueren, werden er minstens acht expliciet meegenomen in de Vlaamse gezondheidsdoelstelling De Vlaming leeft gezonder in 2025. Hartaandoeningen, zwaarlijvigheid, alcohol enzovoort, kortom de zaken die te maken hebben met levensstijl en keuzes in levensstijl, hebben wij uitdrukkelijk geselecteerd als onze targets en prioriteiten om op in te zetten.

We zijn nu al twee jaar bezig om in alle levensdomeinen – het gezin, de lokale overheid, het werk, het onderwijs – alle stakeholders te betrekken en te appelleren om samen te werken om op die aspecten – voeding, bewegen, strijden tegen sedentair gedrag, verslavingsrisico's – in te zetten, precies om effectiever te kunnen zijn in onze gezondheidspromotie en het realiseren van onze doelstellingen. Als je kijkt naar de grote risico's in die cijfers, heb ik het gevoel dat wij, als Vlaamse Gemeenschap, in onze selectie van de dingen waarop we doorzetten, echt wel de juiste keuzes hebben gemaakt. Het zal de boodschap zijn om dat beleid consequent vol te houden en steeds scherper te maken, in de volgende jaren.

De heer Moyaers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, dat zeer uitgebreid is. Ik pik er vooral één ding uit. U zei dat het beter gaat bij de vrouwen. Maar ik wil net meer aandacht hebben voor de mannen. Het is nu misschien wel heel toevallig. Maar vandaag blijkt dat mannen onnodig vroeg sterven en dat dat niets te maken heeft met hun geslacht, maar vooral met hun ongezonde levensstijl en hun slechte gewoontes. Mannen zoeken bovendien veel minder snel hulp en zijn het niet gewoon om gebruik te maken van gezondheidsdiensten. Ze interpreteren allerhande symptomen ook helemaal anders en wachten liever af tot het te laat is. Bij ons thuis zie ik dat ook. Mijn vrouw doet, als ze een bepaald symptoom opmerkt, heel snel een beroep op dokter Google. Ik daarentegen wacht meestal veel te lang af.

Het meest hallucinante is dat hoogopgeleide mannen vaak de slechtste gewoontes hebben. Concreet betekent dat dat ik waarschijnlijk sneller naar de dokter zou stappen dan u, minister.

We moeten dus naar een manspecifieke aanpak gaan. Het lijkt me heel belangrijk dat er programma's zijn voor mannen, programma’s die niet te lang duren en die bovendien een hoop humor bezitten.

Minister, kan het Vlaams Instituut Gezond Leven een studie oprichten om ook die hoogopgeleide mannen, die toch een grote groep vormen, te bereiken?

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Minister, u sloot af met te zeggen dat u vindt dat de Vlaamse Regering de juiste keuzes maakt in haar gezondheidsbeleid. Maar er is één grote blinde vlek in dat gezondheidsbeleid van de Vlaamse overheid, namelijk alles wat te maken heeft met milieu en gezondheid.

De afgelopen maanden stonden iedere vrijdag ouders aan de schoolpoort om gezonde lucht te vragen. Het wetenschappelijke bewijs dat natuur in de buurt ongelooflijk belangrijk is voor de gezonde lucht, maar ook voor het mentale welbevinden van de mensen, om ervoor te zorgen dat mensen bewegen en sporten, is overduidelijk. En toch blijft dit een blanco in uw gezondheidsbeleid.

Minister, wanneer zult u milieu en gezondheid eindelijk opnemen als gezondheidsdoelstelling in uw Vlaams beleid? Want het is overduidelijk dat dit cruciaal is voor de gezondheid van alle Vlamingen en Brusselaars. (Applaus van Elisabeth Meuleman)

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Ik moet de heer Moyaers toch tegenspreken wanneer hij het heeft over mannen en vrouwen. Mannen hebben wel degelijk een verhoogd risico door hun man-zijn. Denk maar aan hart- en vaatziekten. Bovendien zorgt testosteron voor een verhoogd risicogedrag, maar dat kunnen we misschien buiten beschouwing laten.

We hebben het nu vooral over de levensverwachting. Wat voor mij vooral belangrijk is, is kwaliteit van leven. En daarover hebben we hier nog niet gesproken. Hoe lang leven we allemaal nog kwalitatief? Het aantal jaren is daarin toch heel belangrijk. We moeten ons vooral daarop focussen.

Het aantal mensen met diabetes en obesitas stijgt. Er zijn veel meer mensen met comorbiditeiten. Vroeger ging er inderdaad te weinig aandacht naar preventie. Ik denk dat we in Vlaanderen al goede stappen vooruitzetten op dat vlak, maar we kunnen zeker nog een tandje bij steken.

Mevrouw Godderis heeft het woord.

Minister, Vlaanderen investeert al fors in gezondheidspreventie. U vermeldde al het feit dat de Vlaming in 2025 gezonder zal leven. Maar het zal u niet verbazen, minister, dat mijn fractie graag de conclusies van de gezondheidsanalyse van The Lancet opsplitst volgens de deelstaten.

Bij de top tien van de knabbelaars aan onze levensverwachting worden heel wat aandoeningen gerekend. Mijn fractie blijft ijveren voor een betere suïcidepreventie en een gedegen screening van dikkedarmkanker. We pleiten ook voor een gestage uitbreiding van de populatie die wordt gescreend. Ik ben blij dat u het al had over dikkedarmkanker. Ik vind echter, samen met mevrouw Saeys, dat niet enkel de levensduur in ogenschouw moet worden genomen. We moeten het ook hebben over de kwaliteit van het leven. Ik pleit ervoor om fors te blijven inzetten op preventie, niet alleen om extra jaren op de teller te krijgen maar vooral om zo lang mogelijk een goede levenskwaliteit te behouden.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, dit is een breed debat. Ik zal proberen punctueel een aantal zaken aan te geven.

Als België rapporteert op het internationale forum, ben ik absoluut vragende partij, ook in het kader van de interministeriële conferentie, om intern de effecten en cijfers te kennen op het deelstatelijke niveau. We moeten weten welke specifieke invalshoeken en prioriteiten de gemeenschappen hebben en wat die opleveren als je internationaal rapporteert. Die internationale rapportages hebben jaren vertraging. Deze cijfers gaan over 2013. Ooit zal men de cijfers van 2017 en 2018 hebben, veronderstel ik. Maar ik maak me sterk dat de context in het parlement tegen dan ook al zal veranderd zijn. Er zit dus een zekere vertraging op. Maar u mag er wel op rekenen dat we dat consequent vragen. Als men rapporteert, moeten we het deelstatelijke niveau kunnen onderscheiden.

Wat betreft de levenskwaliteit, ben ik het er helemaal mee eens. Als we iets doen aan het Vlaamse welzijns- en zorgbeleid, dan is het wel het maken van de shift van een puur medisch model naar een breder model van levenskwaliteit. Naarmate we ook voor langdurige medische zorg en ondersteuning meer bevoegd zijn, is dat een evident kader waaraan je de doeltreffendheid van het beleid kunt afmeten.

Ik ben het er niet mee eens dat het milieubeleid geen deel uitmaakt van het Vlaamse gezondheidsbeleid. Die invalshoek is uiteraard een bevoegdheid van meerdere collega’s. Wij werken actief mee. Zelfs in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hebben wij met het Vlaams Instituut Gezond Leven tools gemaakt om in de lokale gemeenschappen te bekijken hoe je kunt streven naar een betere luchtkwaliteit, wat je aan de ‘walkability’ kunt verbeteren, en hoe je de publieke ruimte beter kunt inrichten. We bekijken met het milieubesluit ook de luchtkwaliteit in huis. We nemen op dat vlak wel degelijk een aantal initiatieven.

Mijnheer Moyaers, u pleit voor een specifieke aanpak van de hoger opgeleiden. Onze laatste Gezondheidsconferentie pleitte ervoor dat wij ons op settings zouden oriënteren. We hebben er bewust voor gekozen om te stoppen met het segmenteren van onze boodschappen. Als je op het einde van de levenscyclus van de vorige gezondheidsdoelstellingen een evaluatie maakte, kreeg je het volgende beeld: het zal je maar overkomen dat je in Vlaanderen een zwangere vrouw bent. Dan krijg je eerst een campagne over alcohol, dan iets over diabetesrisico’s, dan iets over roken. Eigenlijk komt dat allemaal neer op fundamenteel dezelfde keuzes met betrekking tot de levensstijl. Daarom werd ervoor gepleit om niet thematisch op dit soort van doelgroepen in te werken, maar wel naar levensdomeinen en met veel meer geïntegreerde boodschappen. Ik heb begrepen dat deze keuze van Vlaanderen ook internationaal als een zeer terechte keuze wordt beschouwd.

Voorzitter, ik weet niet hoe het voor u zit, maar tegen 2040 zal ik 60 zijn. Dan heb ik nog een levensverwachting van een kwarteeuw. Ik denk dat we vandaag inderdaad nog meer euro’s moeten durven te investeren in preventie dan nu al gebeurt. Het beleid van ‘health in all policies’, daar sta ik natuurlijk volledig achter. Ik heb het al vaker gezegd: elke euro die we vandaag in preventie investeren, zullen we tegen 2040 driedubbel kunnen terugverdienen omdat we die minder moeten uitgeven aan de medische sector. Met andere woorden, de uitdaging voor vandaag bestaat erin dat we niet langer zouden moeten uitblinken in medische behandelingen om ons tekort qua gezondheidspreventie te compenseren. (Applaus bij sp.a)

Mijnheer Moyaers, als ik in 2040 nog leef, ben ik 89 jaar.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.