U bent hier

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Voorzitter, collega's, maandag was er een oproep van een aantal taal- en letterkundigen van de Vrije Universiteit Brussel, gericht aan de minister maar ook aan alle beleidsmakers in onderwijs, om de problemen die zich voordoen rond taal, taalvaardigheid en de kennis van vreemde talen, ernstig te nemen. Ze halen er een aantal onderzoeken bij uit hun eigen praktijk om aan te tonen dat het op dat terrein steeds slechter gaat in Vlaanderen en dat de historische voorsprong die we hebben gehad en het bijna stereotiepe beeld dat we van onszelf hebben als polyglotten en als mensen die over de hele wereld kunnen reizen en de taal van de mensen daar kunnen spreken, aan het tanen is.

Die groep wetenschappers is niet de groep wetenschappers die elke week een opiniestuk schrijft. Je hebt er zo van wie ik denk: ‘Wanneer publiceren jullie eens iets anders dan een opiniestuk?’ Deze mensen zijn eigenlijk liever bezig met taal- en met letterkunde. Ze zouden liever geen opiniestuk schrijven en liever geen oproep willen doen, maar net daarom vind ik hun oproep een oproep die we ernstig moeten nemen.

Ze beperken zich niet alleen tot een soort klaagzang en een analyse van wat er fout loopt. Ze geven ook vijf heel concrete punten mee die moeten worden aangepakt. Ten eerste moet Vlaanderen vroeger starten met vreemdetalenonderwijs. Ten tweede moeten we in het basisonderwijs inzetten op functionele taalvaardigheid en durven les te geven in de doeltaal. Ten derde moeten Vlaamse scholen vroeger kunnen starten met Content and Language Integrated Learning (CLIL), dus een ander vak geven in het Frans of in het Engels of in het Duits zoals biologie of geschiedenis, ook in het basisonderwijs. Ten vierde pleiten ze voor een herwaardering van het literatuuronderwijs in het secundair onderwijs. Ten slotte, heel belangrijk ook in dit parlement, pleiten ze voor een betere kennis van het Nederlands en het versterken van het onderwijs.

Minister, de oproep is duidelijk, de aanbevelingen zijn duidelijk. Op welke manier overweegt u gevolg te geven aan deze urgente oproep?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega De Ro, ik ben eigenlijk bijzonder blij dat de allereerste actuele vraag van dit politieke jaar gaat over talen, iets wat ons allen heel erg beroert. Ik heb uiteraard de oproep gelezen, maar ik heb ook de speech gehoord van rector Caroline Pauwels, de rector van de universiteit waar de vier professoren lesgeven. Zij riep op om de hand in eigen boezem te steken. Het is heel makkelijk om altijd te zeggen wat er allemaal moet veranderen in het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Zij zegt ook dat men als universiteit zijn verantwoordelijkheid moet nemen en dat het aan hen is om een aantal finesses van helder wetenschappelijk taalgebruik bijvoorbeeld bij te brengen aan de studenten. Er is geen noodzaak om te wachten tot anderen het initiatief nemen.

Collega De Ro, ik ben eigenlijk best ook wel trots op wat we met deze regering realiseren. Wij zijn het die net zoveel aandacht geven aan een vroege kennis van het Nederlands, denk maar aan de premie voor kleuters om naar school te gaan, denk maar aan de basisgeletterdheid Nederlands, denk maar aan de nieuwe eindtermen waarvan de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) in zijn advies zegt dat sommige eindtermen misschien eerder uitbreidingsdoelen zijn. Je legt de lat dus wel heel erg hoog.

Wat de meertaligheid betreft, ken ik uw pleidooi al langer. Maar het is mede op uw aansturen dat we ervoor gezorgd hebben dat basisscholen en zelfs kleuterklassen vroeger kunnen starten met taalinitiaties Frans, Engels en Duits, en dat er heel wat mogelijkheden zijn.

Wat betreft het mogelijk maken van het CLIL-onderwijs in het basisonderwijs, verschillen we wat van mening. Voor mij is het absoluut van belang dat kinderen een voldoende basis Nederlands hebben en dat ze alles goed begrijpen vooraleer men vakken in een andere taal kan geven. Ik deel wel uw zorg en uw ambitie dat leerkrachten veel vaker dan nu in de taal die ze doceren ook kunnen lesgeven. Er worden nascholingsinitiatieven genomen.

Wat literatuur betreft - twee minuten is heel kort om deze vraag te beantwoorden –, ben ik bijzonder blij – en ik hoop dat het ook de professoren heel veel deugd zal doen – dat we in de nieuwe eindtermen ‘beleven’ weer hebben opgenomen. Literatuur zal dus een sterkere plaats dan vandaag krijgen, uiteraard van zodra de eindtermen worden uitgerold. Dat is normaal gezien vanaf volgend schooljaar.

Een marshallplan is altijd mooi, maar ik hou nogal van de concrete maatregelen die we nemen om op de twee sporen die de professoren heel terecht aankaarten – kennis van het Nederlands, maar ook de beleving van het Nederlands, en de kennis en de beleving van vreemde talen – stappen voorwaarts te zetten en de aandacht zeker niet te laten verslappen, integendeel, de aandacht ervoor sterker te maken. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, u zegt het terecht: het is net in deze legislatuur, in deze meerderheid, en ik denk zelfs op dat punt gesteund door het overgrote deel van de oppositie, dat in een decreet werd ingeschreven dat we formeel vroeger kunnen starten met vreemde talen in het basisonderwijs. We mogen sinds twee jaar starten met Frans in het lager onderwijs vanaf het derde leerjaar, met Engels en Duits in het curriculum vanaf het vijfde leerjaar.

Wat merk ik op het einde van vorig schooljaar? Dat de enige school in Vlaanderen die dat doet, in mijn stad gelegen is, en tot het stedelijk onderwijs behoort. Ik zou zeggen dat we daar in deze tijden van gemeenteraadsverkiezingen heel fier op kunnen zijn, maar ik vind het raar. Dan gaan we verder kijken. Wat is er aan de hand? Wat weerhoudt scholen ervan om ermee te beginnen? Men heeft mij een interne nota gestuurd. Ze is makkelijk te vinden op de website van de grootste onderwijskoepel van Vlaanderen. In die nota staat letterlijk te lezen – hou u vast, collega’s, het gaat over een decreet dat we hier hebben goedgekeurd –: “Hoewel de regelgeving” – ons decreet dus – “het toestaat, adviseren wij geen formeel vreemdetalenonderwijs Engels en Duits in de basisschool, en geen formeel vreemdetalenonderwijs Frans vroeger dan het vijfde leerjaar.”

Minister, ik vraag me af, als de grootste onderwijspartner in Vlaanderen dit publiceert ten aanzien van haar leerkrachten en directies, moeten we dat dan pikken? Wat vindt u, als uitvoerder van het decreet dat we hier hebben goedgekeurd?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

We kunnen alleen maar onderschrijven dat het belang van taalbeheersing, zowel van moderne vreemde talen als van het Nederlands, cruciaal is, zoals de heer De Ro zegt. Dat hebben we als N-VA steeds bepleit en krijgt nu stelselmatig op steeds meer terreinen bijval.

Heel dikwijls komt er naar voren dat in steden het Nederlands onder druk staat. U hebt het over Vilvoorde. Nu, bij ons in Sint-Gillis-Waas, een klein landelijk dorp, staat het Nederlands ook onder druk. Collega De Ro, u citeert uit een nota van het katholiek onderwijs. Uit diezelfde nota kan ik citeren dat men taalbaden Nederlands eigenlijk afraadt. Leerkrachten zitten dus met de handen in het haar.

Minister, mijn concrete vraag, ook in het licht van de Dag van de Leerkracht die eraan komt, op 5 oktober, is: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de leerkrachten zelf ook heel goed hun talen, hetzij Nederlands, hetzij moderne vreemde talen, beheersen? Immers, als zij die niet goed beheersen, wordt het niet evident om ze aan de leerlingen aan te leren.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, taalonderwijs is voor ons hoe dan ook een prioriteit. Minister, u hebt erop gewezen dat er deze legislatuur door u heel wat initiatieven zijn geweest om het taalonderwijs te versterken. Daar moeten we toch ook eventjes aan herinneren. Het is nu aan de scholen om alle kansen en opportuniteiten effectief te grijpen.

Tot slot zou ik er nog aan willen toevoegen, uit persoonlijke naam, dat taalbeheersing van het Nederlands hoe dan ook fundamenteel, essentieel en een eerste prioriteit is. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

We zijn het eens over de twee sporen die bewandeld moeten worden: dat in de eerste plaats een goede kennis van het Nederlands nodig is als basis om goed te kunnen functioneren in onze samenleving, maar ook dat vroeg starten met het aanleren van een vreemde taal – sommigen spreken ook thuis een vreemde taal – geen beletsel hoeft te zijn voor een goede kennis van het Nederlands.

Mijnheer De Ro, u weet dat ik de vrijheid van onderwijs een warm hart toedraag, maar gelet op een aantal opmerkingen over de waarde van adviezen die gegeven worden, zoals het advies dat u aanhaalt om niet vóór het vijfde leerjaar te starten met een vreemde taal, heb ik de bezorgde scholen geantwoord. Zoals mij gevraagd werd, heb ik aan alle scholen individueel nog eens laten weten wat er allemaal mogelijk is. Ik stel vast dat heel veel scholen in Vlaanderen gebruikmaken van die mogelijkheden en zeer goed weten dat een advies iets helemaal anders is dan een dwingende richtlijn. Voor mij is het meer dan perfect als scholen aan kinderen op heel jonge leeftijd al taalinitiatie geven in een andere taal, of zelfs vroeger met officiële lessen Frans starten, maar ik vind wel dat het kwaliteitsvol moet gebeuren.

Zo kom ik bij de zorg geuit door de heer Daniëls. Zeker als het over Frans gaat, is er wel een zorg. Het is niet voor niets dat ik nog maar een paar weken geleden een akkoord heb gesloten met Frankrijk om het voor leerkrachten uit de grensstreek mogelijk te maken om in Frankrijk een aantal maanden een onderdompeling te krijgen in het Frans en om zo de liefde voor het Frans te vergroten. Dat is ook de reden waarom we in de hervormde lerarenopleiding de aandacht voor taal hebben versterkt. Dat zijn allemaal zaken die er moeten toe bijdragen dat die vrees die op een aantal fronten en ook pedagogisch bestaat, wordt weggenomen. U vindt in mij een absolute medestander als u zegt dat er geen contradictie bestaat tussen het goed leren van het Nederlands en het goed beheersen van een vreemde taal.

Mijnheer De Meyer, u hebt, wat mij betreft, volledig gelijk als u wijst op het grote belang van het Nederlands. Dat is ook prioritair. Het is van belang dat we die boodschap ook met zijn allen uitdragen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Kinderen starten heel graag met een andere taal in het lager onderwijs. Steeds meer leerkrachten zijn tijdens hun lerarenopleiding op Erasmus gegaan en zouden bijvoorbeeld in het Engels of in een andere taal les kunnen geven. Onderzoekers zeggen dat het vijf voor twaalf is. Voka zegt dat trouwens ook over de talenkennis van nieuwe instromers op de arbeidsmarkt. In Vlaanderen bestaan er documenten – u noemt ze adviezen – die voor de directeur of de leerkracht die zoiets van zijn koepel krijgt, bijna de waarde hebben van een decreet. Ze krijgen geen Belgisch Staatsblad of uittreksels van het parlement, zij krijgen dit.

Minister Hilde Crevits

Maar ze krijgen wel mijn brieven.

Jo De Ro (Open Vld)

Ze krijgen uw brief, ja. Maar ik kan er niet bij dat de vrijheid van onderwijs in Vlaanderen anno 2018, in het Europa van vandaag gebruikt wordt om te zeggen: ‘In het Vlaams Parlement wordt het wettelijk mogelijk gemaakt om vroeger te starten met dat taalonderwijs, maar doe het toch maar niet.’ Ik heb maar één oproep aan al die basisscholen: denk aan het belang van de kinderen en niet langer aan het belang van de koepels. En geef gewoon les in vreemde talen in het lager onderwijs. De kinderen zullen erop vooruitgaan. (Applaus bij Open VLD)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.