U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de bespreking van de verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2019.

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dank u wel, voorzitter, om mij als eerste het woord te geven.

Beste collega’s, geachte leden van de regering, minister-president, u zit hier bijna aan het einde van uw termijn. Het is tijd om de rekening te maken. Wat hebt u waargemaakt? Waar mag de Vlaming u op afrekenen?

U bent, minister-president, in 2014 in unieke omstandigheden aan uw job kunnen beginnen. Nog nooit hadden een minister-president en zijn ploeg zoveel bevoegdheden bij de start van een legislatuur als deze ploeg. En u wordt in dit parlement geflankeerd door uw partij, de N-VA, met een ongeziene getalsterkte. Ik heb u afgelopen zondag in een interview in De Zevende Dag horen zeggen dat u zich bevoorrecht voelt dat u minister-president mag zijn. Ik vind dat schoon gezegd. En ik geloof ook echt dat u dat meent. Want iedereen moet erkennen dat u toch wel een bijzonder parcours hebt gelopen. U was op een bepaald moment een eenmansfractie, een eenmansoppositiefractie, in de Federale Kamer, en iets meer dan tien jaar later schopte u het tot minister-president. De vraag die vandaag voorligt, is: was het ook voor Vlaanderen een voorrecht om u als minister-president te hebben?

Om die vraag te beantwoorden, doen we wat normaal is in de politiek. We rekenen politici af op hun beloftes. Wat hebt u beloofd? Wat hebt u waargemaakt? Bij uw laatste Septemberverklaring kijk ik dan ook terug naar het begin van deze periode. Wat waren de beloftes toen? Wat staat er nog open? Waar gaan we naartoe met Vlaanderen? U bent iemand – we hebben dat afgelopen maandag duidelijk kunnen meemaken – die graag praat over getallen, over procenten, over euro’s. Dat was ook zo in 2014, toen u naar hier kwam om geld te halen.

U hebt toen gezegd dat iedereen zou moeten bijdragen. U hebt tarieven verhoogd, u hebt subsidies verlaagd. Uw belofte was om op dat moment allemaal bij te dragen omdat het alleen op die manier goed zou komen.

En vandaag, in 2018, verdeelt u een pak geld. De begroting is in veel betere doen dan in het begin van deze regeerperiode en daar zitten investeringen in die u hebt aangekondigd en die mijn fractie toejuicht. Maar u maakt uw belofte niet waar. Niemand twijfelt eraan dat de economische wind in uw richting blaast. De middelen die nu worden uitgegeven, worden vooral betaald door gewone Vlamingen. Ik wil dat toch in herinnering brengen: gewone Vlamingen, gezinnen die al vier jaar lang meer betalen voor water, voor energie, voor kinderopvang, voor hoger onderwijs, voor zorg, voor openbaar vervoer. De kinderbijslag is tweemaal niet geïndexeerd en de besparingen, bijvoorbeeld op middelen van scholen, ook die voelen Vlaamse gezinnen.

Minister-president, u beloofde dat het wel goed zou komen, dat de mensen de kosten en investeringen terug zouden zien. Nu is er betaald door de mensen en wordt er uitgegeven door u en uw ministers. Wat heeft dat tot op vandaag opgeleverd? Kunt u vandaag de Vlamingen in de ogen kijken en hun zeggen dat wie zorg nodig heeft, die gegarandeerd ook krijgt, op tijd, betaalbaar en kwaliteitsvol? Dat wie in de file staat, kan rekenen op een alternatief om sneller op het werk te komen. Dat de kinderarmoede daalt in plaats van te stijgen en dat wij klaar zijn voor de omslag naar een klimaatvriendelijke economie. Collega’s, het antwoord daarop is neen. Neen omdat er geen plan ligt, neen omdat er zonder visie is bespaard en uitgegeven. Ik begrijp dat een regering soms lastige keuzes moet maken, maar het is precies daarom zo belangrijk om een plan te hebben, om gericht te besparen en uit te geven. En wat u doet, maakt Vlaanderen niet sterker. Geld alleen is niet genoeg. U sprak maandag nog nooit zo lang, maar u hebt nog nooit zo weinig gezegd. (Applaus bij sp.a)

Visie is blijkbaar iets voor een volgende Vlaamse Regering. Ik zal een aantal voorbeelden geven en ik begin met welzijn. Welzijn is een topprioriteit, naar eigen zeggen, voor deze Vlaamse Regering sinds het begin van de legislatuur. Er is beloofd dat er een half miljard euro extra zou worden geïnvesteerd tegen het einde van de regeerperiode. Ik erken dat dat geld op tafel ligt maar bij elk debat, bij elke kritische vraag over de zorgcrisis, kregen wij als antwoord dat er budgetverhogingen zouden komen en dat er recordinvesteringen zijn. Waar staan wij echter vandaag? Ik zie dat er 14.000 mensen met een handicap op een wachtlijst staan. Ik stel vast dat er meer jongeren dan ooit in de jeugdhulp wachtende zijn, 6584. Ik stel vast dat afgelopen jaar gemiddeld één keer per week een jongere in nood de nacht heeft moeten doorbrengen in een politiecel door een gebrek aan opvangplaatsen. Dan is meer dan dubbel zoveel als twee jaar eerder. Dat zijn feiten, dat is de zorgcrisis, dat is wat u hebt bereikt zeven maanden voor het einde van deze regeerperiode. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik had op het kabinet gewed hoe lang het zou duren voor de woorden 'crisis' en 'wachtlijst' zouden vallen bij uw fractie, en het heeft inderdaad niet lang geduurd. U bent een beetje voorspelbaar.

Mijnheer Vandenbroucke, we bespreken vandaag de begroting voor 2019. Het is uiteraard uw volste recht hierbij allerlei bedenkingen te maken, maar ik wil ook wel tot 2014 teruggaan. Ik herinner me nog zeer levendig de debatten die hier toen, ook tijdens plenaire vergaderingen, zijn gehouden over wat de Vlaamse Regering had aangekondigd. Het ging om vogels in de lucht die nergens in de meerjarenramingen stonden en waarvan de budgetten niet zichtbaar waren. Het zou er eigenlijk allemaal nooit komen en het was allemaal window-dressing voor de mensen. Het laatste jaar is aangebroken en u hebt eigenlijk zelf toegegeven dat de Vlaamse Regering het engagement van bij de start van de legislatuur helemaal waarmaakt. (Applaus bij de meerderheid)

Indien we tijdens de komende maanden de balans van deze legislatuur zullen maken, zullen we met betrekking tot de welzijnssector aantonen dat de Vlaamse Regering nog behoorlijk wat meer heeft gedaan dan wat in verband met de recurrente stijging voor het zorgaanbod met 500 miljoen euro is aangekondigd.

Ik herinner me nog het moment waarop we hier over de meerjarenramingen voor de sector van de personen met een beperking hebben gesproken. Het cynisme steeg toen op. Het waren allemaal theorieën en dat geld zou er niet zijn. Dit geld zal tot de laatste euro worden besteed aan de zorg voor personen met een beperking. Er zal zelfs nog meer worden gedaan.

Ik herinner me nog het gesprek over het feit dat we de kinderbijslag niet zouden indexeren. Het gaat om de Belgische index en de Vlaamse index. Er was toen groot protest. Toen de Vlaamse Regering beloofde dat geld recurrent weer in de kinderbijslag te investeren om het nieuw systeem te starten, was dat allemaal volksverlakkerij. Op die manier is trouwens ook een belangrijke stap gezet voor de sociale toeslagen van de kinderen die onder het oude stelsel blijven vallen. Ook voor die gezinnen kan die bijslag meestrijden tegen de kinderarmoederisico’s. Vanaf 2019 steekt de Vlaamse Regering bovenop dat bedrag van 200 miljoen euro nog eens 170 miljoen euro recurrent in de kinderbijslag.

Ik heb nooit verklaard dat de Vlaamse Regering alle problemen in de zorg zou oplossen. Omdat ik niet van die slogans houd, zeg ik dat telkens tijdens de debatten. Ik ben me er zeer goed van bewust dat we nog heel wat zorgvragen moeten kunnen beantwoorden. U zegt nu dat de Vlaamse Regering weliswaar wel de centen heeft, wat jaren geleden zogezegd een leugen was maar nu toch is verworven, maar u verandert ook het geweer van schouder. Als ik u goed begrijp, komt het er nu op aan dat er geen plan is. Ik ben het daar absoluut niet mee eens.

Er zijn in de welzijnssector heel wat strategische hervormingsbewegingen aan de gang die ertoe moeten leiden dat de zorg meer op maat wordt verstrekt, dat het stuur meer in handen komt van diegenen die met dit budget zelf hun zorg kunnen inrichten, dat de zorgzwaarte meer kan doorwegen voor de zorg in onze woonzorgcentra, dat de kinderbijslag fors inzet op de ondersteuning van jonge, startende gezinnen en dat in de jeugdhulp stappen vooruit worden gezet om alle hokjesdenken tussen kinderpsychiatrie, bijzondere jeugdzorg, gehandicaptensector enzovoorts te vermijden of te overstijgen. We willen immers vertrekken vanuit de zorgvraag van de jongeren.

Er zijn in de jeugdhulp nog nooit zo veel zorgvragen beantwoord. In de woonzorgsector zijn nog nooit zo veel plaatsen uitgerust, ook voor mensen met zware zorgnoden. In de gehandicaptensector hebben nog nooit zo veel mensen een handicapspecifieke ondersteuning gekregen. We zullen dat beleid en die hervormingsbeweging uiteraard voortzetten.

Mijnheer Vandenbroucke, indien u tijdens het debat over de begroting voor 2019 een balans van de voorbije vijf jaar wil maken, is dat uw volste recht. Indien we bij het begin van de legislatuur hadden verklaard dat de kinderbijslag zou worden hervormd en operationeel zou worden, dat de kinderbijslag een bijdrage tot de strijd tegen de armoederisico’s zou leveren, dat we het bijkomend ondersteuningspad voor personen met een beperking consequent zouden doorzetten, dat we de aanbodfinanciering tot een vraagfinanciering zouden hervormen, dat we een aantal van die hervormingen aan dit tempo zouden doorvoeren en dat we een sociaal akkoord met de sector zouden afsluiten, zouden veel mensen, zeker in de oppositie, hebben gezegd dat dit allemaal praat voor de vaak was.

Het is allemaal gerealiseerd en de begroting van 2019 vertegenwoordigt de grootste budgettaire stijging in het welzijnsbudget uit de geschiedenis van de Vlaamse Gemeenschap. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

We zijn hier het debat aan het voeren over de algemeen maatschappelijke toestand van Vlaanderen, zo staat in de titel. Over de begroting gaan we in detail debatteren in december. U zou toch moeten weten hoe het parlementaire jaar in elkaar zit. Ik maak de toestand op in uw beleidsdomein. U hebt precies geïllustreerd wat ik heb gezegd. U hebt nog eens een trein aan bijkomende budgetten, aan inspanningen en investeringen, opgesomd. Ik ontken die ook niet, maar ontkent u dat er, ondanks de extra middelen die al geïnvesteerd zijn, nog altijd 40.000 mensen met een handicap wachten op een budget? Ontkent u dat er in de jeugdhulp meer jongeren en kinderen op een wachtlijst staan? Ontkent u dat er in 2017 twee keer zoveel jongeren in nood in een politiecel hebben overnacht dan twee jaar ervoor? Ontkent u dat? Neen, dat kunt u niet ontkennen.

Minister Jo Vandeurzen

Wij zullen en wij kunnen in onze commissie over die cijfers discussiëren, want er is echt wel wat te zeggen over die cijfers. Maar als ik dat zou analyseren op een manier en zou interpreteren en zeggen hoe u die cijfers moet lezen, dan zou u zeggen dat ik me ook nog begin te verschuilen achter gecijfer en rekenen om de kern van het debat te maskeren. Ik wil dat debat niet maskeren. Er zijn natuurlijk nog veel zorgvragen. De waarheid gebiedt te zeggen dat in deze samenleving, in de hectiek van deze samenleving, het aantal mensen met kwetsbaarheden dat op steun moet rekenen, er niet kleiner op wordt. Het is echt niet de verdienste van de minister van Welzijn dat een aantal vragen naar hulp en ondersteuning in een samenleving toenemen. Dat is echt niet de schuld van de politiek of van het beleid op dit ogenblik. Daar zijn diepe fundamentele oorzaken voor. U weet dat ook maar al te goed.

Als u verslagen leest, ziet u dat wij erin slagen meer jongeren te bereiken. Wij slagen erin meer mensen te ondersteunen. Wij slagen erin om mensen ook meer kansen te geven om die ondersteuning met eigen inzicht in te vullen. Wij zijn op tal van terreinen niet alleen in kwantitatieve termen, maar ook in kwalitatieve termen een stap aan het zetten. Is het daarmee opgelost? U speelt de bal terug van het investituurdebat bij de start van deze regering. U hebt mij nooit horen zeggen dat deze regering met één knip en zelfs met veel geld al die problemen zou oplossen. Dat heb ik nooit gezegd, omdat de waarheid is dat dat een veel fundamentelere maatschappelijke beweging is. Ik hoop, en ik zal de eerste zijn in mijn partij om dat te doen, dat, als we naar de volgende Vlaamse verkiezingen gaan, iedereen ook nog eens zegt hoeveel budget er voor de volgende legislatuur nodig is. U mag er echt wel op rekenen dat de huidige minister van Welzijn alles zal doen om, binnen zijn partij en aan de kiezer, te zeggen dat we die budgettaire inspanning nog jaren zullen moeten volhouden, willen we op een aantal terreinen al die zorgvragen op een goede manier kunnen aanpakken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik hou ervan als u zo combattief de sector verdedigt. Dat is goed, dat is belangrijk, dat is nodig. Ik hou er niet van dat u ons als oppositie woorden in de mond legt die ik nooit heb gebruikt. We hebben u met Groen in het begin van de legislatuur niet verweten dat u geen plan had om de mensen met een handicap voldoende zorg te geven. We hebben ook niet beweerd dat er niet in een budget was voorzien. Wat we hebben beweerd, is dat het plan dat u hebt opgemaakt, een half miljard duurder was dan de middelen waarin u had voorzien, en we hebben de wachtlijsten die er vandaag zijn, vijf jaar geleden aangekondigd. Die wachtlijsten zijn er nog steeds. Dat geldt voor mensen met een handicap, maar ook voor de jeugdzorg. U zegt heel trots dat er nog nooit zoveel jongeren in de jeugdzorg hulp hebben gekregen. Wel, we hebben vorige week het jaarverslag gehad. Voor het eerst zijn er minder jongeren ingestroomd in de jeugdzorg dan voordien. Dat is omdat er steeds meer jongeren langer in de jeugdhulp blijven, tot latere leeftijd, omdat jongeren vaak zwaardere problemen hebben. De situatie op het terrein verbetert dus niet. Ouders die kinderen met psychische problemen hebben, moeten steeds langer toekijken op de wachttijd. Meisjes met psychische problemen die zes maanden wachten voor ze hulp krijgen: dat is de realiteit, minister. Ja, dat zullen we u blijven verwijten tot het einde van de legislatuur omdat het een realiteit is die onhoudbaar is in een warm Vlaanderen in 2018.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er is nog nooit zoveel geïnvesteerd in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Als we spreken over een plan, dan is de shift die we willen maken naar snellere interventies en vroegtijdige detectie om zo de escalatie van problemen te vermijden, een zeer fundamentele keuze geweest. Het aantal jongeren dat een beroep doet op de rechtstreeks toegankelijke hulp stijgt gestaag. Het aantal jongvolwassenen dat in de jeugdhulp blijft, is op twee jaar tijd met 20 procent gestegen. Dat heeft alles te maken met het feit dat onze jeugdhulp aanklampend is en de jongeren niet loslaat. Dat zijn fundamentele trends die wij met ons beleid ook effectief hebben ondersteund.

Ik wil een kleine voetnoot plaatsen, zonder onnodig te willen provoceren. Het moet mij wel even van het hart. Deze eerste replieken zijn in dat verband belangrijk. Tot deze morgen werden volgens mij in deze speech ook nog de woonzorgcentra en de wachtlijsten vermeld. Plots is er dan die ING-studie en ineens is dit geen issue meer. Uw partij zei nochtans twee of drie jaar geleden nog dat er 160.000 mensen op een wachtlijst stonden voor een plaats in een woonzorgcentrum. Nu is het probleem plotseling verdwenen. Waarom? Niet omdat de minister van Welzijn gezegd heeft dat de ervaring leert dat met de uitbreiding van de capaciteit, de huidige levensverwachting en de ambities van de senioren zelf, het ritme van de uitbreiding voldoende is om de vraag te beantwoorden. Dat zeg ik immers al een jaar of zelfs twee jaar. De heer Bertels heet dat in de commissie ook bevestigd. Maar dat is dus geen nieuws. Nu uit een studie van ING blijkt dat dit wel degelijk de realiteit is, wordt het issue wachtlijsten in de residentiële ouderenzorg even gedimd. Er zijn best nog wel wat vragen en er kan nog gediscussieerd worden over de kwaliteit of de betaalbaarheid, daar ben ik mij van bewust. Maar in de media is nu verschenen dat die wachtlijsten niet zo’n groot probleem waren. Welnu, dan is dat omdat we dat ook hebben opgelost. Die pluim mogen we ook op onze hoed steken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister Vandeurzen, toen we vijf jaar geleden zeiden dat er wachtlijsten waren bij de rusthuizen, dan was dat omdat er toen wachtlijsten waren bij de woonzorgcentra. Het is waar dat er in de woonzorgcentra plaatsen zijn bijgekomen en dat die wachttijden sterk zijn gedaald en op veel plaatsen zelfs weg zijn. Maar – en u mag er de parlementaire verslagen van de afgelopen drie jaar op nalezen – wat we u de afgelopen drie jaar gevraagd hebben is om die rusthuisfactuur betaalbaar te maken, om de kwaliteit in die woonzorgcentra eindelijk op te trekken zodat mensen daar deftige zorg krijgen, en om in te zetten op alternatieven. Waarom zijn er minder mensen in die rusthuizen? Omdat mensen langer thuis willen blijven. Dat is hun volste recht. Dat is een goede zaak en we moeten dat ondersteunen. Maar de hoeveelheid thuiszorg die mensen kunnen krijgen, is afgenomen. De gemiddelde tijd aan beschikbare thuiszorg is met een halfuur verminderd in vergelijking met het gemiddelde toen deze legislatuur begon. U moet dus niet enkel die woonzorgcentra uitbouwen maar ook die alternatieve zorg, zodat de mensen die thuis willen blijven, ook thuis kunnen blijven. Dat is onvoldoende gebeurd.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, wat betreft die plaatsen en het aantal bedden in de woonzorgcentra, hebt u inderdaad een punt. Er zijn voldoende bedden en we hebben allemaal voorspeld dat die uitbreiding zou volstaan. Het probleem, waar u nu omheen fietst, heeft te maken met het soort bedden dat u financiert. De wachtlijsten mogen dan wel weg zijn, maar u verwees er zelf al naar, er zijn nog issues met betrekking tot de kwaliteit van de zorg en de betaalbaarheid van de factuur. Het probleem is dat de mensen die nu naar een woonzorgcentrum gaan veel meer zorgbehoevend zijn, dat weet u even goed als ik, of zelfs beter. Uw financiering volgt die zorgzwaarte niet. U doet daar elk jaar enkele milliliters bij, terwijl de hoeveelheid zwaar zorgbehoevend er als het ware met de liter bij komen. Dat u die trend niet volgt met de financiering is het grote probleem. U moet dat maar eens vragen aan uw sectorgenoten, die dat al jaren verkondigen. Het gaat dus niet om het aantal bedden, maar om het soort bedden dat u financiert.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, volgend jaar zullen we meer dan 31 miljoen euro besteden, niet aan bijkomende woongelegenheden in de residentiële ouderenzorg, maar aan de verhoging van de personeelssterkte om de stijgende zorgzwaarte te beantwoorden.

Mijnheer Bertels, daarvan zal 22 miljoen euro gebruikt worden om nieuwe rvt-statuten te creëren. U weet dat dit een ongekend hoog bedrag is.

De waarheid gebiedt te zeggen dat met de krapte op de arbeidsmarkt de sector behoorlijk wat inspanningen zal moeten doen. Het beleid zal er mee zijn schouders onder moeten zetten om dat ingevuld te krijgen. Zo snel stijgt dat budget om de zorgzwaarte te financieren. Zo snel gaat dat. Dat budget is niet alleen een beleidsprioriteit, het is ook verankerd in een sociaal akkoord met werkgevers en syndicale organisaties. Dat is toch een ongelooflijke stap.

Sinds de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is geworden voor de financiering van de zorg in de residentiële ouderenzorg is die sector in een razendsnel tempo aan het transformeren van verzorgingstehuizen naar zorg- en leefgemeenschappen. Dit jaar nog wordt de mogelijkheid gecreëerd om de erkenningen van de volgende vijf jaar vast te leggen. Om ook op die manier de stijgende vergrijzingseffecten te kunnen opvangen, gaan we de kans geven om niet alleen in te zetten in klassieke woongelegenheden, maar ook in andere vormen van zorg. Er worden ook dagverzorgingscentra uitgebaat, er wordt meer gezinszorg ingericht.

Het is heel interessant om te lezen in de studie van ING hoe het verschil in de aanpak tussen de diverse gemeenschappen in dit land heeft geleid tot een andere situatie in de ouderenzorg. In Vlaanderen is door de inzet van zoveel dingen in de thuiszorg, de creatie van de assistentiewoningen – ook een onderdeel van het Vlaamse beleid – en het aantal mogelijkheden buiten de residentiële ouderenzorg in al die jaren eindelijk serieus toegenomen. Daardoor is voor velen de noodzaak om te kijken naar een goede opvang in een woonzorgcentrum uitgesteld of vermeden. Daar zit ook de ziekteverzekering voor een deel tussen. Dat is het effect van het Vlaams beleid dat daarin doorspeelt.

Ik maak nooit graag een zwart-witverhaal van dat beleid. Uiteraard zijn er uitdagingen. Ik houd absoluut niet van een soort euforische taal, alsof dat allemaal is opgelost. In de ouderenzorg heeft deze Vlaamse Regering met nieuwe bevoegdheden een enorme beweging ingezet die helemaal beantwoordt aan wat de Vlaamse senioren van het Vlaamse beleid verwachten, en dat kunt u moeilijk ontkennen.

De studie is in dat opzicht interessant. Een gemeenschap in het zuiden van het land heeft het anders aangepakt dan de Vlaamse Gemeenschap, en aan de resultaten van die studie ziet u wat dat verschil op het terrein concreet betekent. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega's, minister Vandeurzen heeft het al meermaals benadrukt: er wordt opnieuw een fors extra budget van 200 miljoen euro op tafel gelegd. Dat is een goede zaak. Ik herken het bedrag trouwens. Het is hetzelfde bedrag dat in ons amendement stond in juni bij de begrotingscontrole. Ik ben blij dat het geld nu wel is gevonden.

Onze concrete vraag is: welke garanties hangen daar nu aan vast? Minister, ik heb vastgesteld dat er al veel extra budgetten zijn geïnvesteerd, maar tegelijk zie ik dat heel wat wachtlijsten en noden niet worden ingevuld, en groter worden. Dan vraag ik: hoeveel mensen gaan er af van welke wachtlijst met deze extra middelen? Welke wachttijden worden ingekort? Kunt u garanderen dat het met die middelen in Vlaanderen gedaan is met jongeren in een noodsituatie in een politiecel te laten overnachten? Die garanties geeft u niet en die durft u ook niet te geven.

U belooft extra geld in welzijn te stoppen, maar dat volstaat niet. De belofte waarover wij het allemaal eens zouden moeten zijn, is zorgzekerheid, maar die is niet van vandaag op morgen realiseerbaar. U moet toch weten dat we daarnaartoe moeten gaan: zorgzekerheid, de garantie dat in onze rijke regio Vlaanderen wanneer mensen zorg nodig hebben, ze die ook krijgen op het moment dat de zorgnood zich voordoet aan een betaalbare prijs en aan topkwaliteit. Dat is de belofte die ik graag uit uw mond zou horen, maar die ik opnieuw niet hoor.

Ik geef een volgend voorbeeld: het mobiliteitsbeleid. Dat is een gelijkaardig verhaal. Minister Weyts kan opnieuw uitpakken met recordinvesteringen in onze mobiliteit, maar elke recordinvestering wordt gevolgd door een nieuw filerecord, elk jaar opnieuw.

Er staan vandaag mensen stil, in de file, op plaatsen en tijdstippen waar dat vier jaar geleden niet het geval was. En, o ironie, collega's, diezelfde files worden dan in een krantenadvertentie door de directie van De Lijn aangegrepen als reden waarom hun bussen en trams steeds vaker stilstaan. Dus hoe meer geld, hoe meer files, hoe langer de mensen moeten wachten op hun bus en tram. Bus en tram, waarvoor ze wel 35 procent meer moeten betalen.

En wat is dan het resultaat? Het resultaat is dat de mensen minder dan ooit tevreden zijn over de dienstverlening van De Lijn. Die tevredenheid is afgelopen jaar gezakt van meer dan 70 procent naar 64 procent. Er is hier maandag gesproken over de zesjescultuur waar we van af moeten. Wel, blijkbaar is wat het openbaar vervoer betreft een zes goed genoeg voor deze Vlaamse Regering. (Applaus bij sp.a en Groen)

Het hoofdvak – om in onderwijstermen te blijven – minister Weyts, dat u zichzelf hebt opgelegd, is woon-werkverkeer, de mensen verleiden om de alternatieven te gebruiken. Als we gaan neuzen in de onderzoeken die u zelf laat uitvoeren over het verplaatsingsgedrag in Vlaanderen, stel ik vast dat het aandeel van het openbaar vervoer op tien jaar tijd gehalveerd is: vandaag is het de helft van tien jaar geleden.

En ik verwijs naar tien jaar geleden, omdat u dat zelf ook graag doet. Als wij u vragen wanneer we eindelijk resultaten zien, dan komt u vaak af met: ‘Ja maar, de socialisten zitten daar voor iets tussen.’ Dat is geen ernstig argument, gelet op het feit dat de laatste socialist op uw post bijna tien jaar geleden is afgezwaaid.

Maar ik wil u gerust meenemen naar een plek waar socialisten besturen. Naar mijn stad Gent, waar wij besturen met liberalen en met groenen, waar uw partij in de oppositie zit. Collega's, op één jaar tijd – één jaar tijd! –: een kwart meer fietsers, 10 procent meer mensen die bus en tram nemen, 30 procent minder ongevallen. En, tegen alle trends in, daalt het autobezit daar al drie jaar op rij. Hoe komt dat, minister? Wij hebben een visie, wij hebben een plan en wij boeken resultaten. (Applaus bij sp.a en Groen)

En ik zou graag zeggen: deel gerust in de vreugde. Maar helaas is het niet dankzij, maar ondanks u. U hebt de keuze gemaakt. U hebt de keuze gemaakt om inderdaad nieuwe bussen, nieuwe trams aan te kopen – waarvoor dank –, maar ook om te besparen op de middelen waarmee die bussen en trams moeten rijden. En het resultaat in mijn stad, waar wij zoveel resultaten boeken, is dat we anderhalve kilometer tramspoor kwijt zijn door gebrekkig onderhoud. Nu, sinds vorige week weten we van uw lokale lijsttrekker dat dat blijkbaar de bedoeling is en dat er nog veel andere sporen in Gent zullen volgen, dat er nog veel zullen verdwijnen. (Rumoer. Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, u hebt het over delen in de vreugde. Het is voor u, na vijf jaar, blijkbaar nog altijd even moeilijk om eens te delen in de vreugde van een Vlaamse Regering die investeert in het openbaar vervoer. Wat is daar nu zo moeilijk aan? U probeert nu al vijf jaar op rij op dezelfde nagel te kloppen en ik snap echt niet wat u daarmee bedoelt.

We hebben van vorige regeringen een erfenis gekregen – inderdaad, een erfenis gekregen – waarbij bepaalde tramlijnen werden aangelegd, maar er fijntjes werd vergeten dat er ook in exploitatiebudgetten moest worden voorzien.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

De regeringen waarvan u ook deel uitmaakte, bedoelt u die regeringen? De twee vorige regeringen, waarvan uw partij ook deel uitmaakte? U zat mee aan tafel! (Applaus bij sp.a en Groen)

Gaat u rustig verder. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Dat is gemakkelijk, hoor: mevrouw Van Brempt die heel leuk uitpakt met tramkilometers en nadien vergeet in de exploitatie en het onderhoud te voorzien. Dat is plezant, hoor. Dan is het plezant om te communiceren aan de mensen.

Er is nooit zoveel geld in openbaar vervoer geïnvesteerd als door deze regering. Het gaat over meer dan 1 miljard euro, 1,2 miljard euro.  Is het dan zo moeilijk om te zeggen: ‘Proficiat. Goed gedaan.’?

De extra middelen die nu worden uitgetrokken om versneld die vergroening te realiseren: meer dan duizend bestellingen in de komende jaren van hybride elektrische bussen en trams. Is het dan zo moeilijk om te zeggen: ‘Goed gedaan.’?

Het doorstroomfonds is nog nooit zo hoog geweest, er is nog nooit zoveel geïnvesteerd om net de bussen en de trams uit de files te halen. Is het dan zo moeilijk om te zeggen: ‘Goed gedaan.’?

Zien we die effecten al voldoende? Neen. Geloven wij erin dat het de komende jaren de omslag zal kennen en dat we naar een betaalbaar, efficiënt en goed werkend openbaar vervoer kunnen gaan? Absoluut. Ik verwacht na vijf jaar eens een klein beetje steun. Ik zou verwachten dat u daar staat en zegt: ‘Fantastisch, minister Weyts, schitterend gedaan met de investeringen in het openbaar vervoer.’ (Applaus bij de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Mevrouw De Ridder, ik kan even niet volgen. Nu zegt u dat de socialisten destijds nieuwe tramlijnen hebben aangelegd. Dat klopt, we hebben nieuwe tramlijnen aangelegd. U zegt dat we vergeten hebben om exploitatiemiddelen te plannen. Excuseer, maar ik hoor al vijf jaar uit uw mond en die van minister Weyts dat het een schande is dat de exploitatiemiddelen toen maal drie zijn gegaan. Dat zijn de middelen waarop u bespaart. Het resultaat is dat sporen niet worden onderhouden. Er is anderhalve kilometer minder tramspoor in mijn stad onder uw bestuur, terwijl wij in de oppositie zitten. Dat is zeer duidelijk.

Kijk maar naar de feiten. Kijk naar de reizigers. Kijk naar de mensen die elke dag de bus en de tram nemen in Vlaanderen. (Applaus bij sp.a)

Hun rapport luidt: 64 procent. Tien jaar geleden was dat 72 procent. Er is 10 procent af. Een dikke 6 voor het openbaar vervoer is onvoldoende volgens de minister-president, meer dan goed genoeg volgens u en minister Weyts. Ik vind dat een schande. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, bent u rond met uw mobiliteitsluikje? Want anders wil ik wel … Bent u rond? (Joris Vandenbroucke knikt van nee)

Nog niet? (Opmerkingen)

Pf, ja, het zal ongetwijfeld kort zijn.

Ik wil wel eens het debat ten gronde voeren. U hebt gelijk, er is een toename van de files. We stellen vast dat het aantal aangekochte wagens toeneemt. Het aantal afgelegde kilometers neemt ook toe in zijn totaliteit. Dat heeft te maken met de democratisering van de wagen. (Opmerkingen)

Dat is op zich een positief gegeven. (Opmerkingen)

Het is op zich een positief gegeven dat mensen die toegang willen hebben tot een wagen, iets meer toegang krijgen tot een wagen. Maar dit resulteert in een stijgend aantal afgelegde kilometers en een toename van de files. De vraag is hoe we dat gaan oplossen.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Kijk naar Gent. Wij lossen dat op.

Ik was aan het woord. Op dat vlak verschillen we natuurlijk wel wat van mening. U zegt, de socialisten zeggen, links zegt, dat we het allemaal eens zijn dat we moeten investeren. Jullie zeggen dat we enkel moeten investeren in alternatieven voor de wagen. Wij zeggen dat we moeten investeren in weginfrastructuur en alternatieven voor de wagen, én in fietsinfrastructuur én in openbaar vervoer. Dat is de fundamentele tegenstelling.

Wij gaan uit van een realistisch beleid, van een realistische vaststelling. We weten dat iedereen die wagen nog wel zal blijven gebruiken, dat men die wagen nodig heeft voor bepaalde taken voor en na het werk en dat men bepaalde afstanden af zal leggen. Dus zetten we maximaal in op investeringen in de weginfrastructuur en in alternatieven, vooral vanuit de visie van combimobiliteit. We trachten mensen ervan te overtuigen om de wagen te laten staan. Ze moeten dat niet doen voor het volledige woon-werkverkeer, voor dat hele traject, maar minstens voor een deel van dat woon-werkverkeer. Ze kunnen makkelijk de overstap maken. Daarom investeren we zo massaal in combiparkings, overstapparkings, rond Brussel, waar men gemakkelijk de overstap kan maken van de wagen naar alternatieven, naar openbaar vervoer, naar de fiets of omgekeerd.

U blijft natuurlijk heel dogmatisch. U wilt enkel nog investeren in alternatieven! We hebben dat debat al een paar keren gevoerd. Je mag nog enkel investeren in alternatieven! Je mag niet meer investeren in weginfrastructuur. Dan krijg je natuurlijk toestanden waarbij u inzet op 100 procent azijnbeleid. U gaat de mensen dwingen om de wagen te laten staan. U gaat hen koeioneren. U gaat hen pesten. U gaat hen uit die wagen ranselen. Dat is uw 100 procent azijnbeleid. (Applaus bij de N-VA. Opmerkingen)

En u haalt het voorbeeld van Gent aan. Je mag een stedelijke context natuurlijk niet vergelijken met een totaal Vlaams beleid, met een Vlaams mobiliteitsbeleid. Het is wel heel eenvoudig als je zegt dat je op die oppervlakte alle auto's verboden hebt om binnen te rijden en dat het fietsverkeer en het openbaar vervoer zijn toegenomen. Als je geen ander alternatief meer hebt, is het toch de evidentie zelve dat er een toename is van het alternatief voor de wagen. (Applaus bij de N-VA)

Als je gewoon zegt dat je niet meer binnen mag met de wagen, dan is het toch de evidentie zelve dat er een toename is van de alternatieven.

Wij zeggen heel duidelijk dat we willen investeren in én de weginfrastructuur én alternatieven voor die weginfrastructuur. Op dat vlak doen we het wel zeer goed. Dank u wel, we doen het zeer goed. We investeren in zowel de weginfrastructuur waarbij de budgetten zijn verhoogd met 30 procent en miljarden euro’s erbovenop voor de dossiers die u niet vlot getrokken hebt gekregen en enkel stokken in de wielen hebt proberen te steken, zoals de Oosterweelverbinding, de ring rond Antwerpen en de ring rond Brussel. Het is prima verlopen. Die investeringsbudgetten zijn vrijgemaakt. We hebben inzake fietsinfrastructuur historisch hoge investeringsbudgetten. We zitten intussen boven de 110 miljoen euro. Bedankt daarvoor.

Heel concreet over De Lijn en het openbaar vervoer. U zei daarstraks: "U hebt geen visie. U durft niet." Als we met iets bewezen hebben dat we visie aan de dag hebben gelegd, dan is dat net met De Lijn en het openbaar vervoer. We zijn vertrokken van de vaststelling dat het budget van De Lijn in 1999 gestegen is van 300 miljoen euro naar meer dan 1 miljard euro, waarbij het marktaandeel van De Lijn in de totale verplaatsing eigenlijk gelijk is gebleven. Wat hebben wij gezegd? We gaan erop ingrijpen. We gaan twee belangrijke oefeningen doen: enerzijds een rechtvaardige tarievenpolitiek, afschaffing van uw gratis beleid, en anderzijds ervoor zorgen dat er meer efficiëntie is in die organisatie, het administratieve waterhoofd aanpakken. Ook daar zijn we in geslaagd. Het was niet gemakkelijk maar we zijn erin geslaagd om de belastingdotatie naar beneden te halen. Uw recept is altijd meer belastinggeld, meer belastinggeld. Belastingen verhogen en dan kan je nog meer geven aan De Lijn en je moet niet werken aan de interne efficiëntie. Dat moet je niet doen. Het resultaat daarvan zou zijn dat in 2020 wanneer er zal worden geoordeeld of De Lijn mag blijven voortbestaan als interne operator, zeg maar als monopolist van het openbaar vervoer, De Lijn met uw beleid grandioos zou falen. We hebben dus gezorgd voor meer efficiëntie zodat De Lijn een toekomst heeft en kan blijven bestaan als interne operator tegen 2020. U wou gewoon meer belastinggeld geven, dat blijft u herhalen.

Nog nooit hebben we zoveel geïnvesteerd in het openbaar vervoer, net dankzij de efficiëntie die we doorvoeren, net dankzij allerhande investeringen die we doen. Het aanbod wordt verhoogd. Eind dit jaar hebben we nog het aanbod verhoogd met maar liefst 10 miljoen euro extra aanbod. We verhogen de investeringen in rollend materieel, in bussen en trams. We hebben al 110 trams besteld en 880 bussen. Dat is inderdaad maal drie in vergelijking met de periode van mevrouw Van Brempt. Dat is juist. (Applaus bij de N-VA)

We hebben nu beslist om nog eens extra te gaan investeren namelijk in maar liefst 1200 groene bussen. Extra investeringen. Als u supportert voor het openbaar vervoer en voor investeringen in de fietsinfrastructuur, dan bent u bij deze regering aan het goede adres. (Applaus bij de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Wanneer de retoriek het overneemt van de feiten, minister… (Opmerkingen)

Neen, ik zal u van repliek dienen. Uw beleid kennen we: meer belastinggeld dat u kunt uitgeven, én meer files, én meer trams en bussen die steeds meer minder stipt rijden, waardoor mensen die bussen en trams steeds minder nemen.

Ons én-én-énbeleid. Ik nodig u uit om eens naar Gent te komen. U mag trouwens met de auto komen. U kunt tot in het centrum van de stad rijden. Er zijn vijf parkings. U kunt er perfect parkeren.

Dan kunt u zien dat er meer ruimte is gemaakt voor fietsers en voetgangers, dat uw bussen en trams daardoor ook sneller rijden en stipter zijn geworden, dat de lucht properder is geworden en dat de filedruk niet is toegenomen. Dat is compleet het tegenovergestelde. Dat zijn resultaten! (Applaus bij sp.a en Groen)

Dat is het punt dat ik ook hier wil maken. Geld uitgeven is niet moeilijk, maar de belofte die u hier zou moeten maken, minister, is niet alleen dat u recordinvesteringen doet maar dat u er ook voor zult zorgen dat er een beter, betrouwbaarder en sneller alternatief is voor de auto, waartoe heel veel mensen helaas veroordeeld zullen blijven door uw beleid.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Beste collega, u vergeet dat de lokale economie enorm afziet in Gent. Er sluiten winkels. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Hallo, mag ik ook iets zeggen?

Het verkeer verplaatst zich naar de rand van Gent. U wilt onmogelijke knippen behouden. Dat vergeet u erbij te zeggen. U spreekt enkel over een aantal positieve zaken, maar tel eens hoeveel winkels er al zijn gesloten in Gent. Dat zijn niet de grote ketens, maar de kleine, lokale handelaars waarvan wij allemaal leven. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Ik zal mij niet mengen in een boksmatch tussen links en rechts, maar ik wil toch de puntjes op de i zetten. Wat zijn de cijfers in Gent op economisch vlak? 16.000 nieuwe jobs op vier jaar tijd. Daarmee de beste stad van heel Vlaanderen. (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

5400 nieuwe ondernemingen netto die er zijn bijgekomen, het laagste aantal faillissementen, het grootste aantal starters. Ik denk dat het tijd is voor een liberale burgemeester in Gent! (Gelach. Applaus bij Open Vld)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dat waren, voor alle duidelijkheid, resultaten van de socialistische burgemeester. (Applaus bij sp.a. Gelach)

Dank u, Mathias. (Gelach)

De voorzitter

Waar is de tijd dat het hier altijd over Antwerpen ging? (Gelach. Applaus)

Ik denk dat de heer De Clercq een aantal cijfers door elkaar haalt.

De voorzitter

We ronden het debat over Gent af en gaan terug naar de begroting 2019.

Mijnheer De Clercq, u haalt cijfers aan die gaan over groot-Gent, inclusief de haven. We hebben het over de kern van Gent waar winkels sluiten omdat ze het niet meer redden doordat het verkeer er niet meer door mag.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dames en heren, ik sluit dit hoofdstuk af.

Minister-president Geert Bourgeois

Om het toch op niveau te houden, kunnen we het misschien ook nog hebben over Brugge, Oostende, Torhout, Izegem, Roeselare, Hasselt en Genk. Daarvoor zijn we hier toch wel bijeen. Voorzitter, mag ik er even aan herinneren dat dit een debat is over de begroting van de Vlaamse Regering die we indienen voor 2019.

De voorzitter

Minister president, ik heb hier niet aan de volksvertegenwoordigers te zeggen waarover ze het moeten hebben. (Applaus)

Met alle respect, ik zal dat niet aan de volksvertegenwoordigers zeggen. Ik zal niet aan de heer De Clercq zeggen dat hij over Gent bezig is en dat hij zijn mond moet houden omdat we over een ander onderwerp zullen beginnen. Het is niet aan mij om dat te beoordelen. Vroeger vond men dat men hier een halfuur over Antwerpen moest discussiëren, en nu discussieert men over Gent. Dat is de keuze die de volksvertegenwoordigers maken. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister-president Geert Bourgeois

Ik wou even opmerken welke keuze de volksvertegenwoordigers maken in dit Vlaams Parlement.

De voorzitter

Ze moeten zelf verstandig en groot genoeg zijn om te weten wat ze hier zeggen.

Mijnheer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister-president, maak u geen zorgen: zodra u uw begroting effectief ingediend hebt in het parlement, zullen we daarover het debat starten. Ik verwijs naar uw Septemberverklaring, naar afgelopen maandag.

Toen werd gezegd dat Vlaanderen erop vooruitgaat, dat Vlaanderen er beter voorstaat dan aan het begin van de legislatuur. Ik heb de plicht erop te wijzen dat die uitspraak niet voor iedereen in Vlaanderen geldt. Ik wil daarvoor verwijzen naar 18 juni 2016, toen minister van Armoede Homans – we zijn in Antwerpen beland – bezwoer dat ze de kinderarmoede zou halveren en dat we haar daarop mochten afrekenen. Ik stel vast dat die belofte niet meer wordt herhaald, en ik weet natuurlijk ook waarom, want in plaats van te dalen is de kinderarmoede in Vlaanderen gestegen. We staan nu dichter bij een verdubbeling dan bij een halvering, ondanks alle hervormingen, investeringen, sociale correcties en noem maar op. En dan, minister-president, legt u de hervormde kinderbijslag op tafel, met de belofte dat die de kinderarmoede zal doen dalen, niet met 50 procent, zoals minister Homans beloofde, maar met 10 procent.

Ik wil daar graag twee kanttekeningen bij maken. Beste collega’s van de meerderheid, hoeveel hefbomen van 3 miljard euro denkt u nog te zullen kunnen inzetten om alsnog aan die halvering te geraken? En die 10 procent, u beseft toch dat die er pas afgaat wanneer alle kinderen in Vlaanderen in dat nieuwe systeem zitten. Uw plan is dus om de armoede die er in deze regeerperiode bij is gekomen, er pas binnen vier legislaturen af te laten gaan. Ik ben voor langetermijndenken, maar inzake dit onderwerp had ik nu toch wel sneller actie verwacht, een duidelijkere visie en grotere ambities. (Applaus bij sp.a)

Minister Jo Vandeurzen

Collega, om toch de puntjes op de i te zetten als het gaat over het effect van het groeipakket, van de nieuwe Vlaamse kinderbijslag op de armoederisico’s, wij gaan met dat nieuwe systeem, óók voor de kinderen die onder het oude systeem blijven, het beter doen. We gaan méér doen in de strijd tegen de armoederisico’s, ook voor die gezinnen met kinderen die eigenlijk continuïteit van het toeslagsysteem zullen kennen wanneer het nieuwe systeem in werking treedt. Het is dus niet waar dat het effect van het groeipakket pas over twintig jaar zichtbaar zal zijn. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Het zal over twintig jaar substantieel zijn. Toen we hier voor de eerste keer de conceptnota bespraken, toen was er een groot bezwaar: men beweerde dat de effecten op de kinderarmoederisico’s niet zo groot waren als wij op dat moment claimden. We hebben dan aan een universiteit gevraagd om die berekeningen opnieuw te doen, en het is wel gebleken dat dat allemaal werd bevestigd. De armoedekloof wordt zelfs nog iets beter aangepakt dan we waarschijnlijk oorspronkelijk hadden ingeschat. Het unieke van het systeem is dat óók gezinnen met kinderen die rechten behouden in het oude kinderbijslagstelsel, sociale toeslagen zullen krijgen. Er zullen er dus zijn die, zelfs met het feit dat ze hoe dan ook in het oude systeem blijven, met verworven rechten, en er dus voor hen niets afgaat, het beter zullen hebben. We hebben immers gekozen voor een extra injectie van 170 miljoen euro in 2019. Die 170 miljoen euro komt er dus in 2019 bij in de kinderbijslag, om ervoor te zorgen dat niet alleen kinderen onder het nieuwe stelsel een goede start kunnen maken. Ook gezinnen die onder een bepaald inkomen zitten, zullen tóch sociale toeslagen krijgen die ze, mocht het oude systeem gewoon blijven bestaan, niet zouden hebben. Het is dus volstrekt juist te beweren dat het nieuwe stelsel vanaf 2019 een impact zal hebben, ook voor de bestaande gezinnen. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister, ik heb de studie van Decoster en Vanheukelom, want daar verwijst u naar, natuurlijk ook gelezen. Ik lees dat de totale impact van heel uw pakket 10 procent zal zijn wanneer iedereen in dat nieuwe pakket is ingetreden, en dat is niet eerder dan over twintig jaar. Ik ontken niet dat er in die aanloop naar die twintig jaar ondertussen ook een impact zal zijn, maar sta me toe om als oppositielid de dure eed van de bevoegde minister van Armoede te citeren, haar belofte van 50 procent, en vast te stellen dat de minister-president afgelopen maandag kwam zeggen er 10 procent af te zullen doen over twintig jaar. Dat is iets helemaal anders dan wat was beloofd. (Applaus bij sp.a)

Minister Jo Vandeurzen

Iedereen doet nu misschien alsof het vanzelfsprekend is, maar ik zeg u: het is een huzarenstuk dat deze regering het kinderbijslagstelsel heeft kunnen saneren en eenvoudiger maken, een link heeft kunnen leggen met de kinderopvang, met de participatie in het kleuteronderwijs, met de schooltoelage. Het is een geïntegreerd model, het is een model dat helemaal aansluit bij de visie op een goede gezinsondersteuning. Het is dus ook een keuze voor een sterkere ondersteuning voor startende en jonge en kwetsbare gezinnen. Het zal zijn effect hebben vanaf de start, vanaf het eerste moment.

Ik ga daar nog één opmerking aan toevoegen. Ik zal het niet meer herhalen, maar ik wil het toch graag nog eens zeggen. Hoeveel jaren hebben socialisten op het Belgische niveau de kinderbijslag mogen besturen? Wij zijn bevoegd geworden, en zelfs voor de kinderen die hun rechten behouden zoals ze die hadden in het oude systeem, zullen we de kinderarmoederisico's aanpakken vanaf het jaar 2019. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u noemt het een huzarenstuk en vervolgens somt u elk van de elementen op die het politieke compromis gemaakt hebben dat het huidige decreet Kinderbijslag is geworden. U verwees daarnet naar de discussies rond de conceptnota. We hebben dat debat kunnen volgen. We hebben gezien hoe de tegenstellingen binnen de regering op scherp werden gezet. We hebben gezien hoe elk van de coalitiepartijen een verlanglijstje heeft neergelegd, waarbij de ene een fetisj had over de participatie in het kleuteronderwijs, waarbij een andere een hoog basisbedrag vroeg. En dat noemt u vandaag een huzarenstukje. Misschien is het een huzarenstukje om die tegenstellingen bij elkaar te leggen en een compromis te maken, maar met goed beleid heeft het niets van doen.

U had de unieke kans om meer dan 3 miljard euro daadwerkelijk in te zetten om in dit land iets te doen aan gezinsbeleid en het terugdringen van kinderarmoede. En wat hebt u gedaan? In plaats van te halveren, gaan we 10 procent van 13 procent nemen. Dat is 1,3 procent die u zult halen. Dat is misschien een politiek huzarenstukje, maar met sociaal beleid heeft dit niets van doen, minister. (Applaus bij sp.a)

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, ik wil toch even interveniëren, want wat sp.a brengt, dat is het molentje dat elk jaar opnieuw gedraaid wordt en dat ingaat tegen de feiten. Collega Vandenbroucke, u pleit tegen de cijfers. Ik heb hier de armoedecijfers. Vlaanderen heeft een armoedecijfer van 10,5 procent in 2016. In 2017 daalt dat tot 9,8 procent. In Wallonië, waar de socialisten aan de macht zijn, is dat 19,4 procent. In Brussel, waar uw eigen partij mee aan de macht is, zitten we aan 30,9 procent. Bij ons in Vlaanderen daalt de armoede met deze regering.

Dat zint u blijkbaar niet. U wilt die feiten blijven ontkennen. Maar dat zijn cijfers. Het kinderarmoederisico daalt. Zoals collega Vandeurzen heeft aangetoond, daalt het met de nieuwe kinderbijslag. En de sociale toeslagen zullen, in tegenstelling tot wat u blijkbaar insinueert, ook van toepassing zijn op die mensen die nog in het oude stelsel zitten.

Het is zo’n slecht systeem dat Wallonië het ongeveer copy-paste overneemt en Brussel het ook ongeveer copy-paste overneemt, met hier en daar wat nuanceverschillen. Zo slecht is dat systeem. Zoals collega Vandeurzen zegt: wij hebben in één regeerperiode het systeem dat we binnengekregen hebben, hervormd met enorm sociale klemtonen.

Ik wil een einde maken aan die riedel van de socialisten dat het hier een sociaal kerkhof is. Wij zijn binnen Europa de tweede beste, na Tsjechië. Het Europese gemiddelde inzake armoede is 17 procent. Wij zitten in 2017 aan 9,8 procent.

Elke arme is er een te veel en wij doen er alles aan om daar ook een oplossing voor te vinden. Wij krijgen ontzettend veel meer mensen aan het werk. Bekijk de armoedecijfers. De armoede doet zich maar voor bij 4,7 procent van de werkenden, en doet zich voor 45,9 procent voor bij niet-werkenden. Het is dus duidelijk dat je meer mensen aan het werk moet krijgen. En dat doen we ook. We zetten daar massaal op in, met op lange termijn de effecten van de modernisering, de nieuwe stappen die we gezet hebben inzake onderwijs, met het nieuwe arbeidsmarktbeleid, met de individuele beroepsopleidingen, met het opleiden op de werkvloer.

Minister Muyters haalt voor de nieuwkomers cijfers van 45 procent mensen die aan het werk zijn. In Duitsland is dat maar 27 procent. We zetten daar massaal op in en dat lukt ook. Er was een grote instroom van nieuwkomers en aan u, die de minister van Armoede daarover hebt gekapitteld en beweerde dat dat helemaal onjuist is, zal ik een antwoord geven uit een recent interview in De Morgen van een zekere Johan Vande Lanotte: “Toename werklozen en leefloners ligt niet aan laks beleid maar aan de vluchtelingencrisis. Het is gewoon een waarheid als een koe. Vroeger waren er in Oostende 300 werkloze vreemdelingen, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis waren het er 3100. Een groot verschil, niet?”

Dit is gewoon een feit, er zijn massaal veel mensen ingestroomd die niet geschoold en in een aantal gevallen zelfs analfabeet waren. We hebben dat aangepakt met goed resultaat. (Applaus bij de N-VA)

Ik weet dat het u steekt. Het budget van minister Homans voor sociale woningen bedraagt 3,8 miljard euro. Dat is 50 procent meer dan de 2,5 miljard euro van vroeger. Dat cijfer is nooit bereikt met een regering waarin socialisten zaten. Het budget van minister Vandeurzen – u hebt nog een amendement ingediend om het budget te laten stijgen met 200 miljoen euro – is ook gestegen. We hebben dat aangekondigd in 2014 en we hebben ook woord gehouden. We hebben gezegd dat dat budget zou stijgen met een half miljard euro. Welnu, het sluitstuk is daar. Als u dan durft te beweren dat daar geen visie in zit, dan hebt u het totaal verkeerd. U hebt minister Vandeurzen gehoord. Er is een visie inzake mensen met een handicap om zelfredzaam te worden. We hebben massaal geïnvesteerd in nieuwe rvt-bedden zodat er inderdaad misschien een probleem zal zijn om voldoende mensen te vinden om die zorg toe te dienen, terwijl zolang dit een federale bevoegdheid was met mevrouw Onkelinx, er vanaf 2013 geen enkel rvt-bed meer is bijgekomen. Onze visie is om in de zorg in te zetten op de zwaar zorgbehoevenden en dat doen we ook. Het capaciteitsprobleem schijnt daar onder controle te zijn, maar het is inderdaad zo dat de zorg groeit.

En het zal u inderdaad steken dat wij erin zijn geslaagd om het armoederisico te doen dalen, wat zich met sp.a onder geen enkele regering heeft voorgedaan. Onder geen enkele regering is het armoedecijfer gedaald toen u bestuurde. (Applaus bij de meerderheid)

U hebt hier gezegd dat wij de zwaksten doen betalen. Welnu, ik kan u zeggen dat voor elk van de tarieven, voor de waterfactuur, voor de energieheffing, voor mobiliteit enzovoort, telkens ofwel een nultarief, ofwel een zware korting is ingevoerd voor de meest kwetsbare mensen. Daar hebben wij zorg voor gedragen omdat wij een warme samenleving willen, en daar slagen we ook in.

Helemaal in het begin, in 2014, heeft uw partij ervoor gepleit om de belastingen te verhogen. Wel, wij hebben er samen met de federale overheid voor gezorgd dat de mensen met de laagste lonen 100 euro netto meer hebben per maand, dat is een maandloon op jaarbasis. Daar verminderen wij de armoede ontzettend veel mee.

Dat zijn de ingrepen die wij hebben doorgevoerd. U wilt hier het beeld scheppen alsof het een sociaal kerkhof is, alsof alles kommer en kwel is in Vlaanderen – en elke arme is er een te veel – terwijl we top zijn in Europa en erin slagen om de armoede terug te dringen. We krijgen veel meer mensen aan het werk, de welvaart groeit, er komen jobs bij en we investeren in de toekomst. Het gaat niet alleen over welzijn, er zijn ook prioriteiten in onderwijs, in MOW, in de woonzorgcentra, in de welzijnssector en in de sociale huisvesting. We investeren ook veel in de industrie van de toekomst met onderzoek en ontwikkeling waar we ook een half miljard euro meer hebben dan in 2014. Daarmee maken we de jobs van de toekomst, we geven daarmee een perspectief aan Vlaanderen om het nog beter te doen. En ik heb nooit gezegd, ook niet in de Septemberverklaring, dat we de besten zijn, dat we zelfgenoegzaam zijn, ik heb gezegd dat het beter kan maar dat Vlaanderen in goede staat is en dat wij ervoor gaan zorgen dat het nog beter wordt. (Applaus bij de meerderheid)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Minister-president, indien in de samenleving wordt geïnvesteerd, juichen wij dat toe. U moet me niet kwalijk nemen dat ik u afrekenen op de resultaten die daarmee vandaag worden geboekt. U hebt afgelopen maandag een vol uur gesproken over de staat van Vlaanderen. U hebt verklaard dat we er met zijn allen op vooruitgaan. Ik zie het als mijn plicht erop te wijzen dat dit niet zo is. Indien u beweert dat al die tariefverhogingen geen enkel effect hebben op de betaalbaarheid van heel wat zaken voor de  gezinnen, staat u niet met de voeten in de realiteit. Dat is op het wereldvreemde af. U moet maar kijken naar de cijfers. Er zijn mensen die moeite hebben om hun water- en energiefacturen te betalen. Goed dat er in Vlaanderen voedselbanken zijn. Ze krijgen een recordaantal mensen over de vloer. Dat zijn mensen die u blijkbaar bent vergeten en die erop achteruit zijn gegaan. Ik vraag u maatregelen te nemen en een visie te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat iedereen er effectief op kan vooruitgaan. (Applaus bij sp.a)

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Vandenbroucke, de meest kwetsbare mensen krijgen een korting van 80 procent op de waterfactuur. Voor de meest kwetsbare mensen bedraagt de energieheffing 0 euro. Voor een jaarabonnement van De Lijn betalen de meest kwetsbare mensen 40 euro. Andere mensen betalen 200 tot 311 euro voor een heel jaar. Ik kan u een hele reeks maatregelen opsommen, van de crèche, de participatietoeslag voor het kleuteronderwijs, de studietoelage in het lager onderwijs, de studietoelage in het secundair onderwijs, de studiebeurzen in het hoger onderwijs en de geboortepremies tot de verhoogde kinderbijslag die we uitkeren. We zorgen ervoor dat er een goede omkadering is en dat er veel steun is voor de mensen die het moeilijk hebben.

Ik betwist niet dat er armen zijn. Daarover zijn we het allemaal eens. Wanneer zult u echter eens toegeven dat het onder deze Vlaamse Regering veel beter is geworden dan het in 2014 was? (Applaus bij de N-VA en CD&V)

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister-president, op deze manier wordt het een spelletje goochelen met cijfers. U vertelt natuurlijk wat u goed uitkomt. U kijkt slechts naar een beperkt publiek in de samenleving. Als de heer Vandenbroucke hier stelt dat er een grote groep is bij gekomen die het door uw beleid moeilijker heeft gekregen, heeft hij gelijk. De cijfers bewijzen dat ook.

De energiearmoede is vorig jaar met 25 procent gestegen. U zegt dat u in verband met de waterfactuur genoeg doet, maar dat is niet zo. Het aantal aanvragen van betalingsuitstel is op een jaar tijd met 22 procent gestegen. Dat is de hoogste stijging in vijf jaar. Het aantal ingebrekestellingen is sinds dat wordt berekend nog nooit zo hoog geweest. Het aantal afbetalingsplannen is op een jaar tijd verdubbeld. Dat zijn de cijfers die er op een jaar zijn bijgekomen. Die cijfers zijn er omdat het een groep mensen betreft die net geen sociale correcties krijgen en die op de rand balanceren om op het einde van de maand de rekeningen al dan niet betaald te krijgen. Die mensen hebben allemaal een hogere water- en stroomfactuur gekregen. Hierdoor zijn ze in de problemen geraakt en u doet daar weinig of niets aan. Dat betreuren we heel erg. (Applaus bij sp.a)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Wat visie betreft, is er een punt waarover we het tweeënhalf jaar geleden kamerbreed al eens waren, namelijk het klimaatbeleid. We hebben toen een resolutie voor een sterk Vlaams klimaatbeleid goedgekeurd. We hebben twee jaar moeten wachten, maar deze zomer was het eindelijk prijs. Misschien heeft de hittegolf een handje geholpen. We hebben twee jaar moeten wachten voor de Vlaamse Regering een energie- en klimaatplan voor 2030 heeft ingediend.

Minister-president, als het over het klimaatbeleid gaat, vormt de Septemberverklaring in zekere zin een geruststelling. Als ze al uw goede voornemens uitvoert, zal de volgende Vlaamse Regering effectief een beter klimaatbeleid voeren dan uw Vlaamse Regering. We steunen met veel plezier de geformuleerde doelstellingen met betrekking tot de nieuwe zonnepanelen die er moeten bij komen, de duizenden zonneboilers en warmtepompen en de honderden nieuwe windmolens in Vlaanderen.

Maar het ligt er wel dik op dat al die grote doelstellingen een poging zijn om te verbergen dat Vlaanderen er inzake klimaatbeleid niet beter voor staat dan vier jaar geleden. Wij moeten tegen 2020 15,7 procent verminderde uitstoot van broeikasgassen hebben. In het beste geval komen we aan 5 procent, en de afgelopen vier jaar is die daling tot stilstand gekomen.

Als het gaat over de milieudossiers, over zowat alle grote milieudossiers – de klimaatdoelstellingen, de fameuze betonstop, het zwerfvuil, het bosbeleid, de bescherming van kwetsbare natuurgebieden: vier jaar lang heeft uw regering daarover gekibbeld, vier jaar lang heeft het beleid op dat vlak stilgestaan.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, u haalt, bewust, denk ik, een aantal zaken door elkaar, wanneer u zegt dat het klimaat- en energieplan twee jaar op zich heeft laten wachten. Wij hebben natuurlijk al een energiebeleids- en klimaatbeleidsplan dat loopt, tot 2020. Dat plan is deze zomer goedgekeurd en wordt nu ook in een federaal plan gegoten. Dat gaat over de periode van 2020 tot 2030. Ik vind het nogal erg dat u doet uitschijnen alsof wij vier jaar geen beleid hebben gevoerd. Het tegendeel is waar, als je kijkt naar de budgetten. We hebben een klimaatfonds. Dat bestond voordien niet. We hebben dat opgericht. Daar komt nu, bij deze begroting, nog eens extra 114 miljoen bij om heel concrete, interne maatregelen te nemen in Vlaanderen. Een voorbeeld werd daarnet door minister Weyts aangehaald: zorgen dat de bussen van De Lijn klimaatneutraal worden. Als we daarin investeren zal dat enorm veel effect hebben. Sociale huisvesting, gebouwen, … zijn allemaal prioriteiten waar we die middelen kunnen besteden. We hebben een daling van de CO2-uitstoot en we zetten daar verder op in. We geven daar ook versterking.

Wat ik nogal kras vind, is dat u zegt dat er op vlak van natuurbeleid, van de bescherming van kwetsbare natuur, eigenlijk niets gebeurd is. Als ik kijk naar de budgetten, is het historisch wat wij investeren. Er komt nu terug extra 10 miljoen bij. We zitten aan 105 miljoen euro die we investeren in natuur- en bosbeleid. Nog nooit zijn zoveel natuurgebieden erkend. Nog nooit is er zoveel geïnvesteerd in bosuitbreiding. Nog nooit hebben wij het natuurbeleid zo gedemocratiseerd. Wat bedoel ik daarmee? Het betekent dat iedereen in aanmerking komt om subsidies en ondersteuning te krijgen om aan natuurbeleid te doen. Dus doen alsof er niets gebeurd is tijdens deze legislatuur, vind ik echt kras. Ik vind het eigenlijk bijna een karikatuur, maar ze is wel een beetje mislukt, want ze komt helemaal niet overeen met de werkelijkheid. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Uiteraard is het, wat energie betreft, ook niet het geval dat dit gewacht heeft tot vandaag; u hebt samen met mij het Energieplan besproken. Dat is ondertussen al twee jaar geleden. We hebben een zonneplan, we hebben een windplan, we hebben een warmteplan. Dat zijn allemaal zaken die worden uitgevoerd, en de resultaten zijn er ook. We hebben op het vlak van zon en wind onze resultaten in de voorbije jaren gehaald. De doelstellingen zijn bereikt. Niet voor niets heb ik een aantal experts deze week in de media horen zeggen dat op het Vlaamse niveau, het beleid op het vlak van energie effectief vooruitgang boekt en dat het Vlaamse niveau de zaken gedaan heeft die het moet doen. Als we deze zomer effectief een klimaat- en energieplan hebben gemaakt, dan is dat de uitvoering van het Energiepact dat we hadden afgesloten met de andere gewesten en met het federale niveau. Ook daar hebben wij doelstellingen waarvan we honderd procent zeker zijn dat ze kunnen worden behaald. Ik voel me dus absoluut niet aangesproken, alsof wij zouden getreuzeld en gewacht hebben met het Energieplan in Vlaanderen. U hebt het trouwens zelf mee goedgekeurd. De Stroomversnelling is iets wat trouwens door alle actoren, door alle lagen en door alle verenigingen in het land mee is ondersteund, en wat trouwens op het terrein resultaten oplevert. In het klimaatplan, waarvoor we meer middelen uittrekken, zijn effectief ook warmtenetten.

Dat is heel belangrijk voor de toekomst. Zowel in Antwerpen als in Oostende zullen we woningen kunnen aansluiten op die warmtenetten en effectief grote stappen zetten op het vlak van de afbouw van fossiele brandstoffen. Het gaat over aanzienlijke bedragen die daarin geïnvesteerd worden. Ik denk dat u dat enkel kunt toejuichen.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Bent u zeker dat de Vlaamse Regering nu even gedaan heeft?

Ministers Schauvliege en Tommelein, u bent allebei met hetzelfde bezig als wat minister Weyts altijd doet, namelijk wanneer we geconfronteerd worden met toenemende problemen, zoals de stijgende temperatuur, het niet dalen van de uitstoot van broeikasgassen en de steeds snellere afname van, bijvoorbeeld, bossen in Vlaanderen, zeggen dat we daaraan heel veel geld uitgeven. U verstaat het dus niet goed.

Niemand betwist dat u een hoop geld uitgeeft. Ik betwist zelfs niet, minister Tommelein, dat u een aantal stapjes vooruitzet inzake hernieuwbare energie. Proficiat daarvoor. Dat hebben we al meermaals gezegd. Maar wanneer de minister-president ons uitdaagt door te zeggen dat in de vier jaar dat hij aan het besturen is, Vlaanderen erop vooruit is gegaan, zult u ons moeten excuseren omdat we vaststellen dat we er, bijvoorbeeld inzake de uitstoot van broeikasgassen, eigenlijk niet op verbeterd zijn en dat het nettoresultaat van de voorbije vier jaar, ondanks het feit dat u een hoop geld hebt uitgegeven, nul is.

Dat er doelstellingen in uw energieplan voor 2030 staan, mijnheer Tommelein, welja, dat klopt. Dat zijn stappen vooruit, maar wel stappen waarmee we eigenlijk al in 2020 klaar hadden moeten zijn en waaraan u de voorbije vier jaar veel meer had moeten doen. Met andere woorden: u hebt wel zaken gedaan, maar absoluut niet genoeg. Idem voor het klimaatbeleid in het algemeen en ook wat betreft de grote doelstellingen die u nu zelf vooruitschuift in uw klimaat- en energieplan. Al wat u daarin vooropstelt, moet bereikt worden tegen 2030, namelijk door de volgende twee regeringen, maar de helft daarvan had al gerealiseerd moeten zijn in 2020 en dat had het resultaat moeten zijn van uw beleid, dat over twee jaar moet worden afgerekend. Daar gaat u in de verste verte, met al uw miljoenen, niet komen. Absoluut niet. In plaats van dus altijd te zeggen dat u honderden miljoenen belastinggeld uitgeeft – want dat doet u inderdaad – zouden we het beter hebben over datgene waarvoor u aan de Vlamingen verantwoording moet afleggen, namelijk het resultaat dat u daarmee boekt.

Minister Schauvliege, het resultaat is dat onze broeikasgasuitstoot niet gedaald is de voorbije vier jaar, dat de oppervlakte aan bossen in Vlaanderen niet is gestegen maar gedaald, dat er nog altijd 6 hectare grond per dag wordt ingenomen en dat u onder dit beleid ook met die betonstop nergens bent gekomen, integendeel zelfs. Met andere woorden, het nettoresultaat van al wat u op die domeinen de voorbije jaren hebt gedaan ten koste van vele miljoenen belastinggeld, is negatief. Dat is schrijnend. U moet zich daar niet voor op de borst kloppen.

Minister-president, als u ons vraagt te zeggen dat Vlaanderen erop vooruitgegaan is, dan zeg ik: Vlaanderen is er op die vlakken onder uw beleid jammer genoeg niet op vooruitgegaan. U hebt een ambitieus plan geschreven voor de volgende twee regeringen en ik mag hopen dat die daar meer werk van zullen maken dan u. Daarvoor moet ze misschien wel een andere samenstelling krijgen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Tobback, dit is pure sfeermakerij. U vertelt nonsens. U doet naar de buitenwereld alsof wij in Vlaanderen geen resultaten behalen. Niets is minder waar. Als ik op internationale fora kom, krijg ik felicitaties omdat wij in Europa, op het vlak van zonne-energie tweede gerangschikt staan. Onze regio legt en plaatst op dit moment het grootste aantal vierkante meter zonnepanelen. We boeken vooruitgang en onder andere Nederland, bijvoorbeeld, is daar gewoon jaloers op. En we doen dat zonder oversubsidiëring. Als u het hebt over geld uitgeven, welnu, wie geld heeft uitgegeven, dat was u en niet ik. (Applaus bij de meerderheid)

Er is in de pers ook geregeld veel te doen over windmolens, maar ook wat dat betreft, staan we in Europa derde gerangschikt. We behalen dus wel degelijk resultaten, en die doelstellingen worden bereikt. Wat u daarnet zei, namelijk dat de doelstellingen voor 2020 gewoon worden doorgeschoven naar 2030, is manifest onjuist. Dat is praat tegen de vaak. We halen onze doelstellingen en we staan in Europa prima gerangschikt wat betreft de doelstelling hernieuwbare energie. Als het aan mij ligt, gaan we gewoon op dat elan verder, of versnellen we het zelfs nog een beetje.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Als u echt kunt versnellen, minister Tommelein, dan zou ik heel graag hebben dat u dat ook doet. Bovendien zou ik ook graag hebben dat u reageert op wat ik zeg, en niet op wat u probeert te doen geloven dat ik zeg. Ik heb zelfs gezegd dat u inderdaad versnelt inzake zonnepanelen en inzake wind. We hebben u daar trouwens al meermaals voor gefeliciteerd. Ziezo.

Ik zeg dit nog eens voor het verslag zodat iedereen het zeker en vast goed heeft gehoord. U doet dingen. Maar ik kan toch alleen maar vaststellen dat met wat u hebt voorgelegd in uw energie- en klimaatplan voor 2030, we aan ongeveer 13 procent hernieuwbare energie zullen komen.

Nu, 13 procent hernieuwbare energie, dat is onze doelstelling voor 2020. Minister, onze Europese doelstelling voor 2030 – dat zou u moeten weten, dat weet u even goed als ik, want u hebt daar mee over onderhandeld en u hebt dat ondertekend – is minstens 21 procent hernieuwbare energie. Dus u komt meer dan 8 procent te kort met wat u hier nu hebt opgelegd. Bovendien moet ik er u op wijzen dat ook de doelstellingen 2030 bindende doelstellingen zullen zijn. Dat wil zeggen dat er financiële sancties tegenover zullen staan op het Europese niveau. U haalt die niet ondanks het feit dat er inderdaad vooruitgang is. Maar in plaats van uzelf te bewieroken en voor uzelf wind te maken, maak nu toch eens voor de Vlamingen in dit parlement een nuchtere analyse van de stand van zaken, van de realiteit en ga daarmee aan de slag in plaats van uzelf heel de tijd op de borst te kloppen met magere resultaten. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik wil even reageren op dit laatste punt. We hebben de regering hier al veel horen verdedigen – de ene minister al iets succesvoller dan de andere. Een ding moeten jullie misschien toch niet proberen, en dat is doen alsof jullie een groene regering zijn. Als er iets is wat de Vlaming niet gelooft, dan is het dat deze regering een groene regering is, die groene maatregelen neemt en die de maatschappij in Vlaanderen voorbereidt op de toekomst.

Minister Schauvliege, dat u nog probeert om uw natuur- en bosbeleid te verdedigen, dat gaat er bij mij echt niet in. Vlaanderen is vandaag de dag een netto ontbosser. Er wordt in Vlaanderen nog steeds meer bos gekapt dan dat er bijkomt. Er is een rush op het kappen van kwetsbare, waardevolle bossen. Er worden meer vergunningen verleend voor die bossen die eigenlijk op de boskaart moesten staan, de boskaart die er niet is gekomen in deze legislatuur. Onze meest kwetsbare, waardevolle bossen worden aan een hoog tempo gekapt. Er komen geen stadsbossen bij. Dat is nog nooit zo stilgevallen als in de laatste zeven jaar, het aantal stadsbossen, toegankelijke bossen bij verstedelijkt gebied, waar mensen nood aan hebben om de lucht te zuiveren rond de stad, om aan recreatie te kunnen doen, om te fietsen en spelen met de kinderen op zondag, dat is compleet stilgevallen onder uw beleid.

Dus, alsjeblieft, kom ons hier niet vertellen dat u de laatste jaren een bosbeleid hebt gevoerd. Er mogen hier en daar wat centen zijn bijgekomen, maar er is geen extra natuur, geen extra bos voor de Vlaming bijgekomen. Dit wil ik toch graag even rechtzetten.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Onafhankelijke)

Minister-president, wat de milieubalans betreft, met de doelstellingen die worden geformuleerd via de plannen, is echt niets mis, zowel wat het klimaatplan betreft, als de gezondheidsnormen van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die staan in het luchtkwaliteitsplan. Bravo daarvoor. Alleen is er een grote kloof met de realiteit. Dat moeten we toegeven, dat zijn gewoon de feiten dat er inzake milieu een aantal zorgwekkende trends zijn. De broeikasgasuitstoot daalt totaal onvoldoende, die stagneert bijna.

Minister, misschien nog zorgwekkender is dat voor een aantal vervuilende stoffen – niet de minste zoals zware metalen en cadmium, kankerverwekkende stoffen zoals benzeen – de uitstoot zelfs stijgt in de laatste drie, vier jaar. Ik wou dat het anders was. Ik kijk natuurlijk uit naar een reactie van de regering of van de bevoegde minister: wat gaan we daar nu precies aan doen? Dit zijn gewoon feiten. Gewoon een doelstelling formuleren is natuurlijk onvoldoende. De vraag is: hoe ga je die trend keren?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Sanctorum, ik ben blij dat u de politieke en intellectuele eerlijkheid opbrengt om te zeggen dat de doelstellingen die we formuleren, correct zijn en kloppen. Ik wil wijzen op wat minister Schauvliege ook al heeft gezegd: Europa vraagt nu dat de lidstaten eind van dit jaar hun plannen indienen. We hebben de Vlaamse plannen goedgekeurd op 20 en 21 juli, ministers Schauvliege en Tommelein bespreken die interfederaal, dat gaat naar Europa en er komt een terugkoppeling. Als er wordt gezegd dat er te weinig hernieuwbare energie zou zijn in 2030, uiteraard. Minister Tommelein op kop, maar wij allemaal, zijn het erover eens dat als het meer kan, we meer gaan doen.

We voeren daarin een zeer voluntaristisch beleid. Maar we kennen de beperkingen in Vlaanderen. We voeren een maximaal beleid. De ons omringende landen – collega Tommelein heeft ons daarop gewezen – zijn jaloers op een aantal van de resultaten die we halen.

Collega, onze doelstelling is – dat staat ook in de Visienota 2050 – om duurzame, economische groei te blijven hebben in een koolstofarme samenleving. We zullen onze industrie niet sluiten. We zullen ArcelorMittal, dat tot de top van de wereld behoort inzake klimaat en energie-efficiëntie, niet laten verhuizen naar China, waar de normen lager liggen. We zullen die welvaart hier houden. Hetzelfde geldt voor onze chemische industrie. 120.000 jobs: die zullen we niet wegsaneren.

We hebben in de zomer, in het zomerakkoord, niet alleen zeer ambitieuze doelstellingen gemaakt, maar ook maatregelen getroffen. Hadden we dat niet gedaan, dan zou u een punt hebben. We hebben sterke maatregelen getroffen. Voor hernieuwbare energie hebben we de doelstellingen geformuleerd. Voor de uitstoot van broeikasgassen ook: min 35 procent. Voor energie-efficiëntie: min 24,9 procent.

Welnu, voor elk van de sectoren nemen we ook maatregelen. De industrie moet het tegen 2030 41,9 procent beter doen. Dat is een ontzettend zware inspanning. De energiebeleidsovereenkomsten zullen enorm moeten worden uitgebreid om daartoe te komen. De gebouwensector: min 42,1 procent. Landbouw: min 25,7 procent. De transportsector, met de kilometerheffing: min 29,4 procent. De afvalsector: min 36,4 procent.

We hebben dus niet alleen ambitieuze doelstellingen, we nemen ook ambitieuze maatregelen. En die zullen dus inderdaad kunnen worden gerealiseerd in de loop van de jaren. Dat is de afspraak die werd gemaakt. Dat zijn de doelstellingen die werden geformuleerd en de maatregelen die we hebben getroffen. En die moeten worden uitgevoerd.

Nogmaals, we zullen dat doen op een manier waarbij we de tak van de welvaart niet doorzagen. We zullen dat doen op een manier waarbij we gaan voor duurzame groei in een koolstofarme samenleving. En bij economische groei is dat een uitdaging. We hebben het geluk gehad dat onze economie de laatste jaren gegroeid is. Dat heeft ertoe geleid dat er ook meer uitstoot is, op alle mogelijke manieren.

Wel, we pakken elk van de sectoren aan. Kijk naar onze gebouwen. Het gaat over 2050, want tegen 2050 zal ongeveer – hoeveel is het ook alweer, collega? – 85 of 90 procent van de gebouwen van eigenaar veranderen. (Minister Bart Tommelein knikt bevestigend)

Bij elke transactie van elk gebouw moeten er van zes maatregelen die ingrijpend zijn, minstens drie worden gerealiseerd binnen de drie jaar. Twee daarvan moeten betrekking hebben op de buitenschil: dakisolatie, ramen, vloerisolatie, noem maar op. Wel, dit zijn doordachte maatregelen. Het zijn verstandige maatregelen, die ook haalbaar zijn, maar die zeer ingrijpend zijn, op elk van de sectoren. Dat is het pad dat we bewandelen. Dat zijn ambitieuze en ook moedige keuzes inzake de maatregelen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Minister-president, u zegt dat u maatregelen neemt, maar u somt vooral een aantal doelstellingen op. Inderdaad, de doelstellingen zijn er. En hoe verder die in de tijd zijn, hoe grootser en hoe beter die zijn. Maar hoe dichterbij ze komen, hoe moeilijker ze te realiseren zijn. Die maatregelen blijven inderdaad uit. In de plannen waarnaar u verwijst, het energieplan en het klimaatplan, staan heel wat mooie intenties, dingen die we zouden kunnen doen, maar niets wat we zullen doen. En dat mis ik: wat zullen we concreet doen om die doelstellingen te halen? Dat implementatietraject ontbreekt volledig. En dat vind ik heel cruciaal. Dat ontbreekt.

Minister Schauvliege, u zegt dat we goed bezig zijn op vlak van het klimaat. Ik ben ondertussen al een aantal jaren bezig in dit métier. Ik ben nog maar heel weinig mensen tegengekomen die dit klimaatbeleid super vinden, die dit oké vinden, en de laatste jaren steeds minder. Op het einde zie ik alleen maar in dit halfrond nog een aantal mensen die uw beleid ondersteunen.

Op het vlak van de doelstellingen in verband met gebouwenefficiëntie, transport en landbouw – de drie meest hardnekkige klimaatsectoren – worden nauwelijks resultaten geboekt. U hebt een aantal interessante doelstellingen vooropgesteld voor de komende jaren. Maar de maatregelen die u zult nemen om die doelstellingen te halen, ontbreken volledig. Ik vraag mij echt af wat u daaraan zult doen. 

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, zo wordt het natuurlijk een dovemansgesprek. Ik heb hier net gezegd welke concrete maatregelen ik wil nemen wat betreft de gebouwen, waarover u het hebt. Zegt u mij eens hoe u het verouderd gebouwenpatrimonium in Vlaanderen, dat inderdaad een sterke bijdrage levert aan de broeikasgasemissie, dat weinig energie-efficiënt is, hoe u dat gebouwenpark in Vlaanderen, dat verouderd woningenpatrimonium, in een handomdraai, in een vingerknip zult transformeren tot een performanter gebouwenpark, woningenpark op het vlak van energie-efficiëntie, op het vlak van CO2-uitstoot?

Wij hebben de maatregel genomen dat binnen de vijf jaar na elke verandering van eigendom, hetzij door erfenis, hetzij door verkoop, maatregelen moeten worden genomen. Dat is een verstandige maatregel en die moet dat uitrollen. Op die manier gaan we er gaandeweg voor zorgen – dat is trouwens ook de vraag van de bouwsector – dat het woningpatrimonium op dat vlak verbetert. Voor de industrie doen we hetzelfde, met de energiebeleidsovereenkomst enzovoort. Beweren dat daar geen maatregelen tegenover staan, dat is gewoon, voorzitter, de waarheid geweld aandoen.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, ik heb heel goed geluisterd naar de heer Tobback. Eén zinnetje heeft mij heel hard doen schrikken. Mijnheer Tobback, u zegt dat als we een goed klimaatbeleid willen voeren, het tijd is voor een andere samenstelling van de regering. Maar u weet dat het huidige Klimaatbeleidsplan werd goedgekeurd in de vorige regering, waar u zelf bij zat. Dat is het plan dat wij op dit moment uitvoeren en we hebben resultaat. Jaar na jaar daalt de CO2-uitstoot. Het klopt dat we er nog niet zijn, dat we bijkomende inspanningen moeten leveren en daarom heeft deze Vlaamse Regering voor de begroting 2019 nog eens extra 114 miljoen euro uitgetrokken om heel concrete interne maatregelen te nemen in Vlaanderen om de CO2-uitstoot nog meer naar beneden te halen. We sturen jaar na jaar bij. We hebben de middelen.

In een interview op de radio hoorde ik dat dit toevallig zou zijn. Deze Vlaamse Regering zou heel veel geluk hebben dat er plotseling in het Klimaatfonds meer geld komt. Dat is geen geluk dat we hebben, dat is een duidelijk beleid, dat ook Europees gevoerd wordt en waar we binnen Europa sterk op aangedrongen hebben. Er wordt op een andere manier met die veilingsrechten omgegaan, waardoor die duurder worden en het minder aantrekkelijk is om ze aan te kopen. Op die manier komt er inderdaad meer geld binnen om een klimaatbeleid te voeren.

Wat het natuurbeleid betreft, heb ik de indruk dat het voor sommigen lastig is om het cijfer van 105 miljoen euro te horen. Dat is een historisch bedrag dat wordt geïnvesteerd. Het klopt niet dat er geen resultaat mee wordt geboekt. Ik heb net gezegd, en ik zeg het nog een keer, mevrouw Meuleman: nog nooit zijn er zoveel natuurgebieden beschermd en erkend. Je kunt daar niet naast kijken. Nog nooit zijn er zoveel subsidies gegaan naar lokale besturen voor bosaanplant. Nog nooit zijn er in zoveel scholen subsidies gegeven om betonnen speelplaatsen weg te halen en daar groene speelplaatsen van te maken. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ook in de begroting 2019 zijn er nog eens bovenop de middelen die er zijn, middelen vrijgemaakt om in te zetten op die lokale vergroening.

Wat het globale milieubeleid betreft, daag ik u uit om te kijken naar alle jaarrapporten, verslagen op het vlak van milieubeleid, zowel wat luchtkwaliteit betreft als wat waterkwaliteit betreft. Je ziet dat dat jaar na jaar verbetert. Dat komt door de inspanningen die wij met zijn allen leveren.

Zijn we er dan al? Moeten we dan niets meer doen? Neen, we moeten verder die weg bewandelen en verder inzetten op nog betere lucht, nog betere waterkwaliteit, en er zijn nog tal van zaken die nog beter kunnen. Zeggen dat er geen resultaten zijn, dat klopt niet. Jaar na jaar zijn de parameters beter. Je kunt dat niet betwisten. Je ziet dat ook in de verschillende rapporten die jaar na jaar worden ingediend en die ook verschijnen en die we telkens in de commissie kunnen bespreken. Doen alsof er geen milieu- of natuurbeleid wordt gevoerd, dat klopt helemaal niet. Dat blijkt uit de cijfers, dat blijkt uit de budgetten.

Ik heb de indruk dat de oppositie wat verwarring probeert te zaaien. Eerst en vooral, nog eens, gaat het over de doelstellingen 2020. We zitten daar volledig op koers, collega's.

Mijnheer Tobback, u laat uitschijnen dat de doelstellingen 2030 bindend zijn, dat we met boetes zullen worden bestraft. Niets is minder waar. U kent blijkbaar uw dossiers niet. Het is duidelijk dat Europa een algemeen objectief heeft gesteld en nu aan de lidstaten vraagt om hun bijdrage te leveren om die doelstellingen op Europees niveau te halen. Die doelstellingen zijn niet bindend. Die doelstellingen zijn helemaal niet bindend, in tegenstelling tot wat u daarnet...

Dat betekent niet dat we die ambitie niet hebben om onze bijdrage te leveren die we moeten leveren. We hebben een Vlaams energie- en klimaatplan gemaakt voor 2030. We hebben daarvoor onze doelstellingen geformuleerd. Deze moeten een bijdrage zijn aan de federale doelstellingen die naar Europa moeten gaan tegen eind dit jaar. We zitten daar op koers. We leveren de bijdragen die we moeten leveren. De doelstellingen zijn geformuleerd. Ze zijn wat mij betreft realistisch, betaalbaar en haalbaar, mijnheer Tobback.

Bij alle maatregelen die we nemen, of het nu gaat over erfbelastingen of schenkbelastingen, zetten we in op energie-efficiëntie. Als we een aantal maatregelen nemen, zorgen we er altijd voor dat energie-efficiëntie vooropstaat. We hebben met grote bedrijven afspraken gemaakt over energiebeleidsovereenkomsten (EBO's). De doelstellingen worden behaald. Ik hoorde daarnet voortdurend zeggen dat doelstellingen niet worden gehaald, dat er geen realisaties zijn. De grote bedrijven in Vlaanderen halen wel degelijk de doelstellingen die worden geformuleerd. Ook de mini-EBO’s die we hebben afgesloten met een aantal sectoren, zijn op de goede weg.

Wat de gebouwen betreft, is er een woningpas die we straks zullen invoeren. Er is het EPC+ (energieprestatiecertificaat) dat we straks zullen invoeren. Er zijn labels die we zullen invoeren. Er gaat geen maatregel voorbij over gebouwen, over transport, over energie-efficiëntie, of we zorgen ervoor dat die effectief tot resultaat zullen leiden.      

Er worden inderdaad maatregelen genomen, maar het is nog maar de vraag of ze tot resultaat zullen leiden. Tussen 2005 en 2016 is de CO2-uitstoot nauwelijks gedaald. De laatste jaren is er ook een stabilisatie op dat vlak en zijn we helemaal niet goed bezig. Het is nog maar de vraag of we de doelstellingen tegen 2020 gaan halen. Het is een heel belangrijke factor. Ik begrijp niet waarom u nu zegt dat we de doelstellingen zullen halen. Ik betwijfel dat sterk maar ik hoop natuurlijk van wel en ik vrees er een beetje voor.

De renovatiegraad van de gebouwen is heel belangrijk. Minister, ik weet dat u probeert om die renovatiegraad op te krikken, maar de laatste jaren blijft hij op een heel laag pitje. De bouwsector en de armoedeverenigingen maken zich daar heel grote zorgen over. Op dat vlak wordt er bijzonder weinig vooruitgang geboekt. U hebt doelstellingen tegen 2050 naar voren geschoven, maar 2050 is wel heel ver weg en u weigert intussen om tussentijdse doelstellingen naar voren te schuiven omdat u weet dat u ze niet zult halen.  

Zonder in herhaling te vallen, minister, maar volgens u zijn er nog nooit zoveel inspanningen gedaan. Om te parafraseren: sinds de laatste ijstijd is er in Vlaanderen nog nooit zo weinig bos geweest en zoveel oppervlakte verhard geweest. Het zou uw schuld nog niet zijn als het intussen ook nog aan het verbeteren is, maar in de praktijk is die ontbossing verder aan het gaan, zelfs versneld onder uw bewind, en is die verharding nog altijd verder aan het gaan, zelfs versneld in de laatste maanden.

Minister-president, u zegt dat u goede voornemens hebt. Ja, u had ook goede voornemens aan het begin van deze legislatuur. Ze waren misschien iets minder duidelijk geformuleerd maar u had ook goede voornemens in het begin van deze legislatuur. U had zelfs een goed klimaatplan van de vorige regering overgeërfd, dat u jammer genoeg niet hebt uitgevoerd. Nog eens: de broeikasuitstoot in dit land is onder deze regering met geen jota gedaald.

Minister-president, de vraag is heel simpel. Waarom zouden we u, bij die vaststelling, dan geloven wanneer u zegt dat het nu wel gaat lukken, maar dan onder de volgende regering? Er is geen enkele reden waarom wij u op dat vlak nog zouden geloven.

Minister, u somt een aantal budgetten op, maar een groot deel daarvan is gegaan naar de aankoop van bestaande natuurgebieden. Dat betekent natuurlijk dat er geen extra natuur of bos bij komt, en dat is onze grote vraag en eis. Vlaanderen is een van de bosarmste regio's. U zegt dat u subsidies geeft om bossen aan te planten, maar er worden er meer gekapt dan er worden aangeplant. Dat is het probleem van deze Vlaamse Regering.

Voor het Vlaams Luchtkwaliteitsplan hanteert u inderdaad de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie, maar welke datum stelt u voorop om die te bereiken? 2050, minister. Wat zijn de kinderen in Brussel daarmee? Om dan nog maar te zwijgen over het verpakkingsplan van deze zomer, een plan dat inderdaad geen statiegeld invoert, dat vooral op maat van de industrie is geschreven. Dat typeert een beetje het milieubeleid van deze Vlaamse Regering.

Het groene beleid is absoluut de achillespees van deze Vlaamse Regering, minister, en daar bent u verantwoordelijk voor.

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Voorzitter, collega's, ik voel me toch genoodzaakt om even iets te zeggen over de landbouw. Er wordt gesteld dat de landbouw te weinig inspanningen heeft gedaan. Ik kan u verzekeren, en het is ook in kaart gebracht, dat de landbouw de afgelopen jaren een van de sectoren is die de meeste inspanningen heeft gedaan om de uitstoot te reduceren. Ik denk ook dat vanuit deze regering de nodige ondersteuning wordt gegeven. Ik denk aan de maatregelen van minister Schauvliege om het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek onderzoek naar nog meer reductie te laten doen.

Ik denk aan het asbestplan waarbij in groep asbestdaken van bepaalde gebouwen zullen kunnen worden verwijderd. Ik denk ook aan het wegnemen van verharding. Ik denk ook aan de intentie van minister Tommelein om een energiecharter af te sluiten met de land- en tuinbouwsector. Elke sector moet een inspanning doen, maar de land- en tuinbouwsector wil daar zeker zijn steentje toe bijdragen.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Dames en heren, ik ben zeer benieuwd naar de onderwerpen die de vijf andere sprekers na mij zullen aansnijden, want ik kom stilaan tot het slot van mijn betoog.

Geachte leden van de regering, minister-president, ik vat samen: er zijn veel inspanningen gevraagd in 2014, en deze regeerperiode wordt nu afgesloten met de belofte dat uw ministers veel extra geld mogen uitgeven, maar ik stel ook vast dat daar geen garanties aan vasthangen voor de toekomst. Die zijn er niet. Er wordt immens veel huiswerk doorgeschoven naar een volgende Vlaamse Regering. Geld is er dankzij de offers van anderen, visie is er des te minder. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Voorzitter, het tapijt is hier een beetje versleten door de heer Vandenbroucke die hier lang heeft staan schilderen. Mijnheer Vandenbroucke, ik vind trouwens dat u die zendtijd moet aangeven in uw verkiezingsuitgaven. (Gelach)

Bijna twee uur debat en ik heb, in alle eerlijkheid, eigenlijk maar twee zaken geleerd. Eerst en vooral, je hebt geen socialisten nodig om een sociaal beleid te voeren. (Applaus bij de N-VA)

Het is al heel duidelijk naar voren gekomen dat we wel degelijk op de punten die u aanhaalt, een mooie repliek hebben en een mooi palmares kunnen voorleggen met deze regering.

Ten tweede – en dat is misschien nog fundamenteler – is er een heel grote ‘position switch’ gekomen in de argumenten die u gebruikt in vergelijking met het begin van deze legislatuur. Ik herinner mij toen vooral de argumentatie dat de begroting op los zand was gebouwd. Ik herinner mij toen vooral de uitdrukking ‘een fantoombegroting’. We gingen het nooit halen. We waren de Vlamingen blaasjes aan het wijsmaken. Het klopte niet. We deden ze pijn. Een sociaal bloedbad. Uiteindelijk heb ik nu alleen nog maar gehoord dat u toegeeft dat we er inderdaad in geslaagd zijn om middelen vrij te maken om vandaag te investeren. Dat leert mij dat zelfs met de socialisten in de regering we waarschijnlijk niet zoveel sociaal en ander beleid hadden kunnen voeren dan dat we nu doen. Daar ben ik heel blij om.

Minister-president, u bent afgelopen maandag exhaustief geweest en dat is ook goed. We hebben ongeveer alle onderwerpen gehad. Ik zal dan ook mijn best doen om mij te beperken tot de essentie en tot die zaken die voor mijn partij, mijn fractie belangrijk zijn.

Laat me beginnen met iets dat helemaal niets met de begroting of de Septemberverklaring te maken heeft. Over tweeënhalve week gaat Vlaanderen naar de stembus om nieuwe lokale besturen te kiezen. Mijnheer Somers, ik zal niet iedereen succes wensen want dat zou niet oprecht zijn. We willen natuurlijk allemaal die verkiezingen winnen. Ik wil wel mijn waardering uitspreken voor iedereen die zich daarbij kandidaat stelt. Het maakt niet uit op welke lijst en of dit op de eerste, de elfde of de eenendertigste plaats is. Het vergt veel moed om de nek uit te steken in deze tijden. Het vergt veel moed om zich in te zetten en bij te dragen of te willen bijdragen aan de samenleving. Voor parlementsleden is dat misschien evident, maar ik zie veel mensen bij alle partijen die dat belangeloos doen en zich met volle overtuiging engageren. Dat verdient naar mijn bescheiden mening alle waardering. Dat mag ook eens worden gezegd. (Applaus)

Minister-president, het debat dat we vandaag voeren, kun je een beetje vergelijken met het laatste oudercontact op school voordat de eindexamens beginnen. Ik zal mijn betoog beperken tot een paar verwezenlijkingen van de voorbije jaren. Ik zal daarmee beginnen en ze zijn wel degelijk heel talrijk. Ik zal dan proberen iets te zeggen over het examen zelf, namelijk de begroting die we grondig zullen bespreken over enkele weken. Ik probeer ook al vooruit te blikken – dat doe je ook op een laatste oudercontact – naar wat er de komende jaren nog op ons afkomt, naar welke uitdagingen er nog op ons afkomen.

We hebben immers wel degelijk al veel gedaan. We hebben met deze regering absoluut heel wat omslagen gemaakt, heel wat richtingen uitgezet, maar dat betekent natuurlijk niet – en dat hebt u ook aangegeven – dat we zelfgenoegzaam mogen zijn, dat we op onze lauweren zouden mogen rusten. Absoluut niet, er is nog veel werk de komende periode, de komende jaren.

De kern van het regeerakkoord op basis waarvan we nu reeds vier jaar beleid voeren, was eigenlijk: door vertrouwen te geven aan alle actoren in onze samenleving, zullen we een duurzame economische groei en welvaart bestendigen. En iedereen weet dat we om onze welvaart in stand te houden, erin moeten slagen om de kosten daarvan te dragen. Mijnheer Vandenbroucke, ik heb uw betoog van daarnet gehoord. Ik ben eigenlijk zeer blij dat er ter zake nog altijd een groot verschil is tussen de keuzes die wij maken, die deze meerderheid maakt, en die u zou maken. Wij zullen wel degelijk aandacht hebben voor het opbrengen van dat geld dat je nodig hebt om die sociale zekerheid overeind te houden, om die welvaart, dat welzijn te behouden. Uiteraard hangen we voor een groot deel af van de wereldwijde economische omstandigheden, en daarmee zit het nog steeds behoorlijk goed, maar we zijn er als overheid ook stevig in geslaagd om op die omstandigheden in te spelen, we zijn erin geslaagd om ons wagonnetje aan die trein vast te hangen, en dat is niet zo evident. Er zijn andere regio’s, andere landen in Europa die daar veel minder goed in slagen. Wij doen dat wel, met 145.000 nieuwe jobs en een steeds toenemende uitvoer. Dat zijn de mooiste voorbeelden die afgelopen maandag zijn gegeven.

Ik ben zelf geen econoom, godzijdank, maar ik las vorige week dat er blijkbaar zoiets bestaat als een 'donuteconomie'. Dat is een term om aan te geven dat we eigenlijk geen economische groei nodig hebben om tevreden te zijn. Ik begrijp natuurlijk wel het pleidooi voor duurzaamheid en voor levenskwaliteit. Dat is een pleidooi dat ik absoluut deel, maar de idee dat we zonder economische groei zouden kunnen, is in mijn ogen niet meer dan dagdromen, wat ook wel leuk kan zijn, maar vooral naïviteit. Het lijkt me trouwens ronduit gevaarlijk. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat, nog meer dan de politieke samenwerking binnen de Europese Unie, nog meer dan de militaire samenwerking binnen de NAVO, het eigenlijk het handelsbeleid, de vrijhandel is die ervoor heeft gezorgd dat we al zo lang in vrede leven in de westerse wereld. Net met betrekking tot die vrijhandel denk ik dat we de komende maanden zullen worden geconfronteerd met enkele uitdagingen, die de minister-president ook heeft aangebracht in zijn Septemberverklaring. Dat zijn natuurlijk de brexit en de beschadigde handelsrelaties tussen diverse economische grootmachten in de wereld.

Ik keer echter terug naar de Vlaamse Regering. Voor deze Vlaamse Regering is het vooral een verdienste dat we een correct evenwicht houden tussen de nodige investeringen in onze economische slagkracht en de langetermijnuitbouw van ons welzijn. Vanaf de start van deze meerderheid was de dragende constructie van het beleid om concreet uitgevoerd 500 miljoen euro te geven aan welzijn en 500 miljoen euro richting onderzoek en ontwikkeling. Volgens mij is dat hét grote evenwicht, dé grote sterkte binnen deze meerderheid. We zijn er ook daadwerkelijk in geslaagd om voor volgend jaar dat beleid in werking te zetten, om die belofte waar te maken. Alle loze verwijten van zelfgenoegzaamheid ten spijt hebben we dat kunnen verwezenlijken, en dat is in een bijzonder moeilijke context gebeurd. In dat verband vernoem ik zeer graag nog eens de zesde staatshervorming. Die ruimte voor bijkomende investeringen is er immers niet vanzelf gekomen. We hebben bij de start van de regeerperiode duidelijke keuzes gemaakt, die ons de ruimte hebben gegeven om die belofte om tegen het einde van de legislatuur te investeren, ook waar te maken. Sterker nog dan dat, we hebben ons niet beperkt tot besparingen. We hebben ook de broodnodige hervormingen doorgevoerd, en die hervormingen hebben ervoor gezorgd dat op het einde van de maand, ondanks die besparingen, de Vlaming ook meer overhoudt. De koopkracht van de Vlaming ging er volgens het Planbureau tijdens deze legislatuur wel degelijk op vooruit, met 7 procent. De realiteit is in dezen onze absolute bondgenoot. We zijn erin geslaagd om het de Vlaming beter te laten hebben.

Met het risico in herhaling te vallen ten opzichte van de Septemberverklaring, wil ik enkele van die grote hervormingen die voor ons van belang zijn, naar voren brengen, en dat gaat écht niet om centen alleen. Ik begin met het meest gevoelige, een debat waarin volgens mij wat meer sereniteit op haar plaats is. Ik denk dat we allemaal wel eens hebben moeten praten met ouders van een in het verkeer verongelukt kind. Ik denk dat dat een van de zwaarste dingen is, in alle eerlijkheid, die ik zelf ooit heb moeten doen. Als je zo’n gesprek hebt gehad, moet je dan ook bekennen dat het van onschatbare waarde is dat we met deze Vlaamse Regering wel degelijk keihard hebben ingezet op verkeersveiligheid.

En natuurlijk is elk slachtoffer – gewonde of dode, maakt niet uit – er een te veel, maar we hebben hier wel degelijk stappen vooruit gezet. De cijfers met betrekking tot de verkeersslachtoffers en de verkeersveiligheid zijn iets om trots op te zijn. Dat betekent niet dat we niet nog verder moeten werken. Dat betekent niet dat het werk daar af is, absoluut niet. Maar het mag gezegd zijn, en dat verdient alle lof, dat we daar goede cijfers neerzetten. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Rzoska, voordat u het woord krijgt, ga ik u daar eerst op kapittelen, want ik heb u afgelopen maandagavond op TV OOST, toen het over fietspaden ging, horen spreken over de ‘moordstrookjes’ van de minister. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ronduit gechoqueerd ben door die uitspraak. Als u ook maar iets geeft om wat die mensen meemaken, wat sereniteit in dit debat vraagt, hebt u zichzelf in dit debat helemaal gediskwalificeerd. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, tot daar dan bedankt voor het serene debat. (Opmerkingen)

Ik heb inderdaad die uitdrukking gebruikt, nog voor dat het accident van een paar dagen geleden daar gebeurd is. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

Ja, uiteraard. Maar ik zal u zeggen waarom ik dat gezegd heb. Ik vind dat het triomfalisme van maandag in de Septemberverklaring over het dalen van het aantal verkeersdoden een stukje misplaatst is. Het is voor mij geen enkel probleem om te zeggen: hoe minder slachtoffers op de weg, hoe beter. Maar waar het mij om gaat, is dat het bij fietsers absoluut niet zo'n rooskleurig beeld is. Daar zijn de cijfers bloedrood. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Ik heb afgelopen zomervakantie zelf gefietst langs een aantal gewestwegen waar men geen alternatief heeft. Ik heb met mensen gesproken die rond die gewestwegen wonen en die zelf aangeven dat als zij met de fiets buiten moeten, ze die gewestweg moeten gebruiken. In het beste geval lag er nog een fietspad, mijnheer Diependaele. Maar ik heb ook op gewestwegen gefietst – ik wist zelfs niet dat ze nog bestonden in Vlaanderen – waar geen fietspad naast ligt, zelfs geen stippellijn. Als je dan met een aantal mensen fietst, terwijl naast je het verkeer voorbijraast met 70 kilometer per uur, dan denk ik dat dergelijke situaties niet meer zouden mogen voorkomen in Vlaanderen.

Daarom zeg ik: let op met dat triomfalisme. We moeten meer mensen op de fiets krijgen. Daar ben ik van overtuigd. Daar zijn we met zijn allen van overtuigd. Maar dan moeten we er ook voor zorgen dat die infrastructuur in orde is, want anders gaan we nog al te veel en al te vaak hetzelfde debat voeren. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Rzoska, ik wil op elk moment dat debat met u aangaan. Wat ik vooral wil benadrukken, is dat deze Vlaamse Regering van verkeersveiligheid, dus ook voor fietsers, een prioriteit gemaakt heeft en dat er resultaten zijn. Ik wil dat debat op elk moment aangaan, maar je kunt niet spreken over ‘moordstrookjes’. Dat gaat erover. En als ik u een beetje ken, mijnheer Rzoska, denk ik dat u dat in uw binnenste ook wel beseft.

Ik wist niet dat zich de afgelopen week zo’n taalgebruik heeft voorgedaan, maar ik moet zeggen dat ik daar ook wel ongelooflijk van schrik. Want we hebben met deze regering, met zijn allen, inderdaad immense inspanningen gedaan, met doortastende maatregelen, met niet altijd prettige maatregelen – altijd ‘shit’: meer controles, meer camera's, meer trajectcontroles, soms ook een verhoging van de boetes. Maar dat leidt wel tot resultaten. En het is echt niet eerlijk als u zegt dat het ten aanzien van de fietsers bloedrode cijfers zijn. Dat is niet waar.

Ik neem even de cijfers voor fietsers erbij, op 10 jaar tijd: in 2008 was het aantal doden ter plaatse 68, in 2017 waren het er 32. Van 68 naar 32, dat is meer dan een halvering. En elke dode is er nog een te veel. En ja, we hebben vorig jaar een ongelooflijk succesjaar gehad, met een totale daling van het aantal verkeersdoden met zo’n 25 procent. Dit jaar is er in de eerste zes maanden van het jaar ook een serieuze daling van het aantal verkeersdoden, maar bij de fietsers is het inderdaad minder positief. Dat was het enige negatieve in het verhaal van de eerste zes maanden van dit jaar, met weer een lichte stijging. Dat is waar.

Maar daarom nu zeggen dat het aantal fietsdoden de afgelopen tien jaar is toegenomen, is een pertinente leugen. Als u meer mensen wilt motiveren om te kiezen voor de fiets, dan zal het niet helpen de zaken te verdraaien, verkeerde cijfers te vermelden en leugens te gebruiken. Zo zult u geen mensen op de fiets krijgen. (Applaus bij de meerderheid)

En toch, minister, zal ik dit aan de kaak blijven stellen, want u hebt gelijk wanneer het gaat over het aantal doden ter plaatse, maar u weet zeer goed dat dat een on-registratie is, dat bijna-ongevallen niet worden geregistreerd in Vlaanderen. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Wanneer ik vaststel dat in een recente enquête bij ouders die hun kinderen naar school brengen, een op de twee mensen zegt dat ze dat met de wagen doen omdat ze het niet helemaal vertrouwen op het vlak van verkeersveiligheid, dan hebben we nog een pak werk te doen. En ik moet eerlijk zeggen, minister, dat mijn eigen ervaring deze zomer dat ook heeft aangetoond. In het verleden zijn hier al vragen gesteld over de toestand van de fietspaden langs de gewestwegen. We hebben de volgende jaren eigenlijk 450 miljoen euro nodig om dat op te lossen. We moeten dat dringend oplossen want dit zal een omslag zijn en blijven in uw duurzaam en veilig transport naar school.

Minister, ik ben naar die 22 historische punten gefietst en ik zag onderweg wegen waar je geen fietsers meer over kunt sturen. We moeten die punten prioritair aanpakken. Ik heb een aantal punten gezien waarvan ik niet goed begrijp hoe het komt, en dat is niet enkel uw verantwoordelijkheid, dat ze al twintig jaar op die lijst staan. Vorige week nog is op een van die zwarte punten een bijna-ongeval gebeurd met een overweg. Blijkbaar geraakt men er met Infrabel niet uit om die sporen recht te leggen. Fietsers vallen daar op een gewestweg. En dus ja, mijnheer Diependaele, ik zal blijven op die nagel kloppen. (Opmerkingen van minister-president Geert Bourgeois)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

En ik heb inderdaad een forse uitspraak gedaan en ik blijf daarachter staan. Wanneer wij inzake fietsveiligheid in Vlaanderen een stap vooruit moeten zetten, dan zal dat zijn op het vlak van forse investeringen, ook in fietspaden langs gewestwegen. En dan is 100 miljoen euro niet voldoende, minister. (Applaus bij Groen)

Minister-president Geert Bourgeois

Ik ben gechoqueerd dat de man naast mij zijn woorden niet terugtrekt. (Applaus bij de N-VA)

Moord is het opzettelijk doden van mensen. Mijnheer Rzoska, wik uw woorden voor u dergelijke taal spreekt. Dit is er totaal over. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Ik sluit me volkomen aan bij de woorden van de minister-president. Minister Weyts is geen minister van mijn partij. Ik vind het debat over verkeersveiligheid een heel belangrijk debat, ook als lokaal verantwoordelijke kom ik vaak in contact met mensen die slachtoffer zijn geworden in het verkeer. Dat is iets wat iedereen hier raakt, over de partijgrenzen heen. We kunnen discussiëren over de middelen en over de manier om het aantal verkeersslachtoffers te verminderen, maar wanneer we de woorden hanteren die de heer Rzoska gebruikt, dan doen we onrecht aan dit parlement en hebben we geen respect voor elkaar. Dat is beneden het peil van een normaal functionerende democratie, en ik betreur dat ten zeerste. (Applaus bij de meerderheid)

Een gezond financieel beleid beperkt zich niet tot een begroting in evenwicht. We hebben de crisis ook aangegrepen om de hand in eigen boezem te steken en voor onszelf als overheid de nodige hervormingen door te voeren, te beginnen met het afbouwen van het  overheidsapparaat zelf, evenwel zonder de dienstverlening aan de burgers in gevaar te brengen. En evengoed op zijn plaats hier is het feit dat de medewerkers zelf van de Vlaamse overheid, dat heel wat topambtenaren zelf, niet altijd in gemakkelijke omstandigheden, daar het meest werk in hebben verzet. Aan hen is de verantwoordelijkheid gegeven om die doelstellingen na te komen, en zij verdienen ook alle lof dat ze daarin zijn geslaagd.

Daarnaast hebben we natuurlijk zelf de provincies afgeslankt en hebben we voortgezet wat tijdens de vorige legislatuur al in gang is gezet. We hebben het aantal politieke mandaten in de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden sterk verlaagd. Zoals in het Vlaams regeerakkoord is afgesproken, wordt werk gemaakt van een hervorming van het ambtenarenstatuut. De onderhandelingen lopen momenteel en ik geef ze graag alle ruimte.

Een onderdeel hiervan is de hervorming van het ziekteverlof. Het systeem zou worden gelijkgeschakeld met het systeem voor contractuelen. Vorige week heeft mevrouw De Ridder tijdens een debat al opgemerkt dat na die hervorming eigenlijk slechts een beroepsgroep tijdens ziekte nog een volledig loon krijgt uitbetaald en dat zijn wijzelf, als Vlaamse volksvertegenwoordigers. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het ermee eens is dat we zelf het goede voorbeeld moeten geven. We moeten de komende maanden de koppen bij elkaar steken om hiervoor een oplossing te vinden. We moeten het principe dat we op anderen toepassen ook op onszelf durven toepassen. We zullen initiatieven nemen om hieraan te werken.

Ik heb al verwezen naar de bijkomende middelen die de voorbije jaren zijn vrijgemaakt om op cruciale onderdelen van onze samenleving in te zetten. Het gaat dan bij uitstek om welzijn en om onderzoek en ontwikkeling.

Ik denk dat welzijn daarnet al zeer uitvoerig aan bod is gekomen. Ik wil namens mijn partij het belang van de Vlaamse sociale bescherming en van de persoonsvolgende financiering onderlijnen, maar ik zal niet in herhaling vallen met betrekking tot wat al aan bod is gekomen.

Wat het tweede onderdeel, onderzoek en ontwikkeling, betreft, zitten we nu dichter in de buurt dan ooit van de 3 procentnorm die ons door de Europese Commissie wordt opgelegd. Dat is een streven dat reeds jaren op de politieke agenda staat. Ook tijdens de vorige legislatuur vormde het een rode draad doorheen de werking van de commissie.

We staan er nu dichtbij, maar het gaat er niet enkel om geld uit te geven. Dat is een bezorgdheid die ik al verschillende keren heb herhaald. We willen ook dat het geld op de juiste plaatsen terechtkomt. Ik vind het absoluut een goede keuze dat we hierbij aandacht besteden aan het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast komen we echter ook tegemoet aan een opmerking die onder andere de Europese Commissie al jaren maakt. We gaan voor de oprichting van het Flanders Future Tech Fund, een fonds dat erop is gericht de ideeën die in de strategische innovatie- en onderzoekscentra ontspruiten effectief te ontwikkelen. Het is een zeer goede zaak dat we die doorwerking nu met onze eigen middelen proberen te volbrengen.

Tot slot klop ik natuurlijk ook graag op de nagel van waterstof als de drager van de toekomst. Ik denk dat er op dit vlak nog heel wat onderzoek kan worden verricht. We hebben in Vlaanderen al heel wat onderzoeksgroepen. In samenwerking met Nederland nemen we nu al het voortouw. De overheid moet hier verder op inzetten.

Minister-president, met betrekking tot de begroting verwijs ik graag naar de gigantische bijkomende investeringen in de sociale woningbouw en in de sociale economie. In die zin sluit ik me graag aan bij uw woorden. Het hebben van werk is veel meer dan het genereren van een inkomen. Ik ben ervan overtuigd dat we, naast de 145.000 nieuwe jobs, ook voor de meer dan 1730 extra doelgroepmedewerkers in de sociale economie niet enkel voor een inkomen hebben gezorgd. We hebben ook gezorgd voor eigenwaarde en voor de sociale ladder in onze samenleving.

Tijdens een laatste oudercontact voor de examens is het natuurlijk ook goed eens vooruit te kijken. Het is mijn overtuiging dat de Vlaamse Regering heel goed werk heeft geleverd en dat de komende maanden ook nog tot de laatste dag zal blijven doen. Dit betekent echter niet dat Vlaanderen niet nog enkele uitdagingen voor zich heeft waarvan we de komende jaren verder werk moeten maken en waar de volgende regeringsploeg de schouders onder moet zetten.

Het is volgens mij trouwens een goede gewoonte zich als overheid voortdurend in vraag te stellen. Goede economische tijden en hoge inkomsten ontslaan ons absoluut niet van de plicht aan een efficiëntere en zuinige overheid te blijven werken. Dat moet een voortdurend aandachtspunt zijn. Ik wil een drietal zaken aanstippen waar we de komende jaren nog aan moeten werken.

In de eerste plaats moeten we verder werken aan het efficiënter maken van onze administratieve processen. We mogen zuinig zijn in de begroting en geld in onze infrastructuur en onze samenleving willen investeren, maar als we dat geld ten gevolge van doodlopende administratieve en andere processen niet besteed krijgen, zijn dat inspanningen voor niets. Ik denk dat we die bezorgdheid allemaal, over de partijgrenzen heen, delen. Dit is immers al verschillende keren aan bod gekomen in de Commissie voor alternatieve financiering van overheidsinvesteringen. Dit heeft absoluut niets te maken met een inperking van de inspraak: dit heeft alles te maken met een correcte afweging van algemene en particuliere belangen.

Een tweede uitdaging – die is daarnet ook al aan bod gekomen – blijft natuurlijk het klimaatbeleid, dat de voorbije legislatuur de bulk van onze aandacht opslorpte. Ook in de toekomst zal het een opdracht blijven om te blijven werken aan een koolstofarme economie en een koolstofarme samenleving. Dat zal gaan over ruimtelijke ordening, en het afvalplan moet rigoureus uitgevoerd worden. Er zijn op het vlak van klimaat al heel wat zaken in de Septemberverklaring en daarnet tijdens het debat aan bod gekomen. De richtingen zijn ingezet, de doelstellingen zijn gezet. Het zal er nu vooral op aankomen om die doelstellingen effectief te halen.

Een derde en laatste punt is onderwijs. Als politicus spreek je daar altijd met een dubbele tong over, in die zin dat je er niet alleen als politicus over praat, maar ook altijd als bezorgde ouder. Ik ben er zeker van dat iedereen onder jullie die bezorgdheid deelt. Ik wil twee punten aanhalen. Eerst en vooral betreft het de kennis van het Nederlands. Nederlands is niet zomaar een vak tussen al de rest. Het is een middel, een instrument dat je mensen aanreikt om deel te nemen aan onze maatschappij. Het is een manier om op te klimmen op de sociale ladder. Het is een manier om te zorgen dat je je plaats kunt opeisen in onze samenleving. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het loslaten van het Nederlands een foute zaak is, dat we absoluut moeten blijven inzetten op de kennis van het Nederlands om mensen sterker te maken, om te zorgen dat ze meekunnen in onze maatschappij. Een tweede punt is de algemene kwaliteit van ons onderwijs. De minister-president heeft er uitdrukkelijk naar verwezen, door te verwijzen naar de zesjescultuur. Niemand onder deze koepel stelt de vrijheid van onderwijs in vraag, maar het is onze verdomde plicht om blijvend aandacht te hebben voor de kwaliteit van dat onderwijs. Het is onze plicht om ervoor te zorgen dat de centen die we in ons onderwijs investeren, terechtkomen in de klas en niet op allerlei tussenniveaus blijven hangen.

Natuurlijk moeten de eindtermen worden gehaald. We moeten daarbij vooral aandacht hebben voor de ondersteuning van leerkrachten in de klassen zelf. We moeten vooral aandacht hebben, niet alleen voor de vakinhoud zelf, maar ook voor de motivatie van leerlingen, om effectief te zorgen dat we het beter doen dan die zesjescultuur.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik wil toch een woordje zeggen over die zesjescultuur. Voor ons is kwaliteit van onderwijs uitzonderlijk belangrijk en een prioriteit. Excellente studenten aanmoedigen is essentieel. Anderzijds moeten we proberen alle studenten zo ver mogelijk te krijgen. Voor sommige studenten is een zes een enorme prestatie. Dat moeten we ook respecteren, en we moeten hen aanmoedigen om nog meer inspanningen te leveren. Graag wat meer respect voor elke student. Voor ons is vertrouwen in leerkrachten en vertrouwen in ouders fundamenteel. Ik sta bijzonder kritisch en wantrouwig tegenover zogenaamde staatspedagogen, waar ze zich ook bevinden – in het onderwijsveld, in de tussenstructuren of in het parlement, laat dat duidelijk zijn.

Een laatste punt dat ik in die zin wil maken: elke ouder wil natuurlijk dat zijn kind zich goed voelt. Dat spreekt voor zich. Ik ben ervan overtuigd dat een kind dat zich goed voelt, het ook automatisch beter kan doen op school. Maar je mag dat niet in de plaats zetten van het feit dat een school vooral de taak heeft – en dat is een bezorgdheid die ik uitspreek als ouder en als politicus – om onze kinderen voor te bereiden op het latere leven, dat een school vooral de taak heeft om kennisopbouw te doen, om vaardigheden te ontwikkelen. Mijnheer De Meyer, dat gaat vooral over vaardigheden, voor alle lagen, om elk kind zijn eigen talent te laten ontwikkelen. Dat is wat in een school moet gebeuren. Vandaar de oproep voor blijvende aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs. Ik weet dat we die bezorgdheid hier delen.

Minister-president, zelfgenoegzaamheid is nooit goed, maar dat betekent niet dat u niet trots zou mogen zijn op het werk dat tot nu toe reeds is gedaan. Ik schakel mezelf en mijn fractie graag in in uw voornemen om tot de laatste dag verder te regeren en verder te werken. We houden de ogen strak op de uitdagingen van de toekomst om de gekozen richting die we nu hebben ingezet, verder te zetten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister-president, u zwaaide – terecht in mijn ogen – in uw Septemberverklaring met heel wat lof: mensen uit de theaterwereld, uit de dans en de klassieke muziek, zowat iedereen die de afgelopen maanden een medaille mocht opspelden na een sportprestatie, passeerde in uw verklaring van maandag de revue. Het is wellicht te wijten aan een kleine vergetelheid van uwentwege dat de Rode Duivels ontbraken aan uw lijstje. U zult het vermoedelijk toch met mij eens zijn dat een bronzen medaille op een WK voetbal een historische prestatie mag worden genoemd. (Applaus bij Groen, sp.a en Open Vld)

De meeste lof had u voor uw eigen werk en dat van uw Vlaamse Regering, en daarbij maakte u meteen een soort testament op. Over de afgelopen vier jaar was uw conclusie – ik haal ze bijna letterlijk uit uw verklaring – : Vlaanderen en de Vlamingen staan er beter voor dan vier jaar geleden. U bent ervan overtuigd dat u Vlaanderen klaargemaakt hebt voor de toekomst. En ik moet u ontgoochelen, want met Groen vinden we dat we ver zijn van waar we zouden moeten zijn. We zijn dus verre van overtuigd dat Vlaanderen en de Vlamingen er beter voorstaan dan vier jaar geleden, en ik maak u ook meteen duidelijk waarom.

Maandag trok u uw neus op voor de zesjescultuur en u riep iedereen op om te excelleren. Met Groen delen we uw optimisme over de troeven van Vlaanderen, over de creativiteit en de ondernemingszin van vele Vlamingen, want vele Vlamingen geven inderdaad blijk van een grote inzet en grote veerkracht. Heel wat mensen excelleren ook, zelfs tot op het internationale speelveld en daar moeten we verder op inzetten. De vraag die ik mij stel is: heeft uw Vlaamse Regering geëxcelleerd? Is het zomerakkoord, waar u maandag wat over zweeg, inderdaad historisch? Maakt het Vlaanderen klaar voor de toekomst? Of bent u toch op een aantal domeinen blijven steken in een middelmatige zesjescultuur?

Als ik u een beetje van uw wolk mag halen, niet alle Vlamingen zijn erop vooruitgegaan onder Bourgeois I. We hebben daarnet het fundamentele debat gevoerd rond armoede en de armoedecijfers. Ik ga die cijfers niet contesteren, maar u hebt maandag ook het Pact 2020 aangehaald om een aantal doelstellingen te halen. Ik wijs u erop dat de doelstelling voor 2020 wat betreft armoede een halvering was. De algemene armoedecijfers zijn licht gecorrigeerd naar beneden en wat betreft de kinderarmoede zijn we er helemaal niet, want er zitten nu meer kinderen in armoede. Minister-president, we moeten toch opletten dat we iedereen meenemen in het warme Vlaanderen waaraan we allemaal willen werken. De recente Panoreportage op de VRT liet zien hoe armoede heel wat kwetsbare Vlamingen in een positie brengt waardoor ze met hun inkomen moeilijk rondkomen. De energiefactuur is gestegen en ook de prijzen van de bus- en tramtickets. U zegt dan wel dat die mensen voor 40 euro een heel jaar het openbaar vervoer kunnen gebruiken, maar ook 40 euro is voor hen, boven op al de rest, soms een te hoge drempel om te kunnen participeren aan de samenleving. Ik vind dat dit een topprioriteit is als we zeggen dat we in Vlaanderen met zijn allen willen vooruitgaan. We moeten dit aanpakken en we mogen ons daar niet bij neerleggen. De cijfers zijn immers indrukwekkend.

12.000 Vlamingen, 12.000 Vlaamse gezinnen worden met uithuiszetting bedreigd. 800 kinderen dreigen zo op straat te komen. Dat zijn toch zeer straffe cijfers. Dat is in mijn ogen toch niet helemaal het warme Vlaanderen waar we voor staan. Het is voor mij ook niet de kracht van verandering. De koopkracht waar u het over hebt – ik contesteer die cijfers niet –, is voor die Vlaamse gezinnen een verre droom. Het is echt een verre droom.

Dit moet mij toch wel van het hart: als u het hebt over een warm Vlaanderen en over inclusie, waarin we iedereen willen meenemen, dan stel ik vast dat Vlamingen van vreemde afkomst toch nog altijd zeer moeilijk een plaats vinden op de arbeidsmarkt. Die cijfers zijn niet goed. We vinden dat heel wat van die mensen te maken krijgen met drempels op de huurmarkt, waar het toch niet zo gemakkelijk is om een woning te verwerven.

Een tweede punt waar we dat warme Vlaanderen toch een pak minder zien – ik moet zeggen dat ik een zeer combattief minister Vandeurzen heb gezien –, is dat de wachtlijsten in de zorg niet alleen langer zijn geworden, het duurt soms ook langer voor je aan de gepaste zorg geraakt. Het gaat hier ook over een begrotingsdebat en de algemene toestand in Vlaanderen zoals het in het reglement staat, en ik zie dat er extra budgetten worden bij gestoken, dat de groeipaden worden gehaald, maar die zijn ook broodnodig. Op dit moment komen heel wat kwetsbare mensen terecht op lijsten en ze kampen met zorgnoden waarop we een antwoord moeten bieden. We zijn er nog lang niet, en ik onderken dat u zeer terecht hebt gezegd dat er nog veel werk moet worden verzet.

Wat mij wel opvalt, is dat zelfs mensen die niet in een kwetsbare positie zitten, me voortdurend aanspreken over hun elektriciteitsfactuur. Het is voor heel wat mensen bijna een tweede belastingbrief geworden. Mensen begrijpen niet dat ze meer moeten betalen terwijl ze vaak zuiniger omgaan met de energie bij hen thuis. Daar moeten we voor opletten. Ik weet ook wel dat niet alle parameters op het Vlaamse niveau zitten, maar we moeten er echt voor opletten dat we op die tweede belastingbrief fundamenteel ingrijpen.

Ik ben tevreden met de minister van Energie, die voluit blijft staan achter de kernuitstap en die het vermoedelijk niet al te gemakkelijk heeft binnen deze meerderheid om een aantal van zijn ambities te realiseren. Het zomerakkoord leert mij dat u, minister Tommelein, een pak ambitieuzer was dan uw collega's, dat u veel verder wilde gaan met de doelstellingen voor 2030. Als ik het plan dat u toen hebt gecommuniceerd naast het zomerakkoord leg, is er aan die ambitie geschaafd naar beneden. Dat is niet willen excelleren, dat is niet willen aan de kop lopen van Europa, dat is met andere woorden dreigen – ik zeg niet dat het zal gebeuren – met de zesjescultuur.

Minister, daarmee wil ik niet gezegd hebben dat u op het vlak van energie geen stappen vooruit hebt gezet. U hebt het investeringsklimaat doen kantelen, maar we zijn er nog lang niet. Ik hoop dat u het daarmee toch eens bent.

Minister-president, als u zich vorige maandag op de borst klopte over het verminderde armoederisico, de inclusieve samenleving, dan komt dat ook voor mij wereldvreemd over. Ik stel voor dat u geregeld eens aan tafel gaat zitten met mensen die in een precaire situatie zitten. Ik heb soms de indruk dat er een grote kloof bestaat tussen het Vlaanderen dat u maandag hebt geschetst, en de grote impact voor een deel van de Vlamingen, van de gevolgen van het beleid van uw regering dat ze toch elke dag ervaren.

En dan, collega's, verkeersveiligheid. Ik weet dat het er de dag van vandaag in een politiek discours vaak hard aan toe gaat, dat ik misschien iets te snel en iets te scherp formuleerde. Minister, ik weet het, het zijn niet uw gewestwegen, u hebt ze niet aangelegd. Ik had het beter anders geformuleerd. Maar wat ik wel vind, minister, is dit: we moeten dit probleem echt oplossen. Ik weet dat er zeer veel mensen in dit halfrond geregeld de fiets gebruiken, en dat is een goeie zaak.

En ik hoop dat we steeds meer Vlamingen ervan kunnen overtuigen om die fiets te gebruiken. Maar ik ben op plaatsen geweest – en ik weet dat u die weet liggen – waarvan ik vind dat er eigenlijk geen mensen mogen oversteken. We moeten dat samen oplossen. En misschien ben ik inderdaad te scherp geweest. (Applaus)

Vlaanderen excelleert, wat mij betreft, ook niet als het gaat om luchtkwaliteit. De heer Tobback heeft er al op gewezen. We hebben metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij. En dit weekend zal ook CurieuzeNeuzen van De Standaard naar buiten komen met zijn resultaten. We weten allemaal dat de luchtkwaliteit in Vlaanderen op sommige plaatsen oké is, maar op heel wat andere plaatsen echt niet oké. En dat is inderdaad deels gekoppeld aan het verkeer, het drukke verkeer en aan een aantal andere fenomenen die zich voordoen. Door enkel wat losse schoolstraten te subsidiëren, lossen we het probleem niet op. Want we weten sowieso dat, als het verkeer terugkeert in het centrum van de stad, op die manier of op dat moment bij wijze van spreken die luchtkwaliteit weer onder druk staat.

Ik wil even stilstaan bij de tweede vraag die u stelde, minister-president. Is Vlaanderen klaar voor de toekomst?  Op de superministerraad van juli presenteerde u een hele reeks plannen en decreten die Vlaanderen volgens u klaar moeten maken voor die toekomst. We hebben ze intussen stuk voor stuk doorgenomen. En wat ons betreft, wat Groen betreft, is er van een grote, onomkeerbare omslag echt geen sprake, alvast niet in deze regeerperiode. U schuift systematisch de verantwoordelijkheid door naar de volgende regering of volgende regeringen, of zelfs de regering daarna. En wat mij betreft, is het geen historisch zomerakkoord, zoals u het zelf ooit omschreef. Uw regering geeft blijk van een chronisch uitstelgedrag omdat de dash ontbreekt om op korte termijn nog knopen door te hakken die echt voor verandering kunnen zorgen.

Ik geef enkele voorbeelden. Ze zijn ook al door collega’s aangehaald. De betonstop, minister-president. Mooie beloftes over het behoud van open ruimte. U hebt er zelf in 2016 mee uitgepakt. 100 procent vergoeding van de eigenaars. Maar waar in het budget – want het gaat over de begroting 2019 – zijn er middelen begroot om die omslag waar te maken op het terrein? U komt – en dat zeggen leden uit uw eigen meerderheid als reactie op het zomerakkoord – na twee jaar aankondiging nog steeds niet verder dan een strategische nota. Dat is pijnlijk, want Vlaanderen heeft eigenlijk nood aan die omslag. Ook dat stellen we met z'n allen dagelijks vast. 

Woonuitbreidingsgebieden: jammer genoeg komt er geen positieve en geen negatieve lijst op Vlaams niveau. Het zijn de gemeenten zelf die het moeten organiseren. En dat geeft vaak aanleiding tot zeer grote debatten. Ik vind dat de Vlaamse Regering, als ze werk wil maken van die betonstop, daarin eigenlijk een stuk verder had moeten staan. Wat kwetsbare bossen betreft, heeft mevrouw Meuleman al aangegeven dat er geen garanties komen op bescherming. We hadden graag die boskaart gezien, zeker wat betreft die historisch kwetsbare bossen.

En het moet u toch ook wel storen dat – mevrouw Meuleman bracht het vorige week nog uit – er op dit moment wel degelijk kapvergunningen worden afgeleverd op bossen die normaal gezien op die boskaart moesten staan. Dat is toch niet het beleid waarvan de Vlaamse Regering kan zeggen: 'Hierop excelleren we, hier zitten we boven de zesjescultuur.' Dit dossier kwam eigenlijk al uit de vorige legislatuur. Iedereen heeft beloofd dat ze dit zouden oplossen, maar in een – laat ik het maar noemen – diplomatiek incident tussen de minister-president en de bevoegde minister is het gewoon verdwenen. Het zou van moed getuigen dat jullie aan tafel gaan zitten om dat op te lossen, om dat écht op te lossen.

Wat betreft het energieplan heb ik al gezegd, minister, dat de ambities op het vlak van windenergie tegen 2030 ondertussen jammer genoeg werden teruggeschroefd. U was veel ambitieuzer, maar u hebt geen groen licht gekregen binnen uw meerderheid.

Minister, ik vind het vreemd dat in een klimaatplan het aantal vrachtwagenkilometers stijgt met 14 procent. Ik vind het vreemd om dat te zien. Lage-emissiezones: mevrouw Meuleman heeft een voorstel ingediend om een kaderdecreet te maken, om ervoor te zorgen dat lokale besturen, gemeenten en steden een kader hebben om zoiets in te voeren. Gemeenten moeten hun plan trekken. We hebben geen meerderheid gevonden.

Slimme kilometerheffing voor personenwagens: een dossier waarin er nu toch bijna kamerbreed steun is om stappen vooruit te zetten.

Het komt er ten vroegste tegen 2024. Dat is dan, denk ik, regering-Bourgeois III, maar ik heb geen glazen bol. Dat laat ik aan anderen over, dat is niet mijn ambitie. (Opmerkingen)

Het asbestplan, minister Schauvliege, ik had er naar uitgekeken maar… (Opmerkingen. Gelach)

Het asbestplan gaat niet over maatregelen op korte termijn, zoals in Nederland, we hebben daar nochtans een zeer goed voorbeeld, maar uw regering mikt op 2040 en legt enkel de regels op aan publieke gebouwen. De budgetten die nu zijn vrijgemaakt in uw begroting 2019, zijn een druppel op een hete plaat. Iedereen die in Vlaanderen rondrijdt, ziet het probleem, ziet het probleem fysiek. Wat mij betreft, is ook dat eigenlijk een zesjescultuur. We willen niet excelleren op dat domein. Nochtans is de mosterd niet zo ver te halen.

Toch een van de strafste voorbeelden is het verpakkingsplan. We hebben er een actualiteitsdebat over gehouden, waarbij u zelf of iemand uit uw buurt het plan op een of andere manier in de pers had gekregen. U had zelf in de pers gezegd dat u voor dat statiegeld was. U had niet enkel de steun van dit, of toch een meerderheid ervan, parlement, maar ook van heel wat Vlamingen. Meer dan 80 procent van de Vlamingen stoort zich aan dat zwerfvuil en vindt de invoering van dat statiegeld echt wel de moeite waard om te proberen. Geen statiegeld! Er komt een evaluatie in 2023. Dat is uitstelgedrag. Dat is niet excelleren, dat is zesjescultuur.

Met andere woorden, op uitdagingen die we ook in Vlaanderen zien, niet enkel in Europa, inzake open ruimte, bos, propere lucht en afval, excelleert u eigenlijk allerminst. Op papier blinkt de inkt, maar op het terrein is er nauwelijks impact.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, het klopt niet, we hebben in de zomer op het vlak van ruimtelijke ordening zeer verregaande beslissingen genomen. We hebben het strategisch plan goedgekeurd. We hebben vier concrete decreten goedgekeurd die we hier voor behandeling aan het parlement zullen bezorgen. Het gaat over het Instrumentendecreet, dat zal toelaten om uitvoering te geven aan dat strategisch beleidskader. Dat gaat over het Bosdecreet, dat zeer goede mechanismen bevat om de meest kwetsbare bossen te beschermen en te behouden. Dat gaat over de bestemmingsneutraliteit en over de woonreservegebieden die we bij prioriteit gaan onttrekken aan de woonuitbreiding.

De ambitie is heel duidelijk. De 6 hectare open ruimte die we innemen per dag gaan we terugschroeven tot de helft daarvan in 2025 en tot 0 in 2040. Wie dit niet ernstig benadert, kan inderdaad zeggen: ‘Dat moet sneller gaan, dat kan in een handomdraai gebeuren’. Welnu, dat kan niet, collega's. Dit vergt een doordachte aanpak. Dit vergt een meerjarenbudget dat de volgende regering zal moeten vrijmaken van 2020-2040. Dat vergt overleg met de lokale besturen. Wie gaat de beslissing nemen daarover? Zullen dat gemeenten apart zijn? Of samen? Gaat dat een bovenlokaal niveau zijn als ze er niet uit geraken? Dat zijn allemaal zaken die nu in een volgende fase aan bod zullen komen.

Bovendien zie ik op het terrein, en mijn waardering daarvoor, dat een aantal gemeenten nu al een terugschroeving doen en de woonuitbreidingsgebieden niet meer aansnijden. U ziet dat die mentale omslag aan het gebeuren is. Dat is een zeer grote verdienste en realisatie.

Dit is een plan richting 2040, net zoals het klimaat- en energieplan, dat nog naar Europa moet. Het is een plan op langere termijn en waarvoor dus maatregelen moeten worden genomen.

Inzake het verpakkingsplan, collega Rzoska, hebben we afspraken gemaakt met een zeer verantwoordelijke sector. Ik was blij om zo een verantwoordelijke sector te ontmoeten. De heer Diependaele heeft er terecht op gewezen de hele draad in dit regeerakkoord er een is van vertrouwen geven. Als een sector komt en zegt: 'We gaan ons engageren om zeer vergaande doelstellingen te halen en u mag daar sancties aan vast knopen', dan ben ik een tevreden minister-president. De sector engageert zich om tegen 2022 90 procent van de drankverpakkingen te gaan recycleren. Dat is meer dan het gidsland Noorwegen, dat vaak wordt aangehaald.

Tegen 2023 – en dat is zeer zwaar – zou 65 procent van de plasticverpakkingen worden gerecycleerd. Momenteel zitten we nog maar aan 41 procent. Tegen 2030 zou dat 70 procent moeten zijn. Tegen 2030 vraagt de Europese Unie maar 55 procent. De sector engageert zich om in twee stappen tegen 2030 aan 70 procent te komen waar de Europese Unie maar vraagt om 55 procent te doen. De sector engageert zich om van alle huishoudelijke verpakkingen 95 procent te doen tegen 2025 waar de Europese Unie maar 70 procent vraagt tegen 2030. Het zijn dus veel verregaandere engagementen en veel snellere engagementen en vroeger in de tijd dan wat de Europese Unie vraagt. We hebben bovendien gezegd dat, als men die normen niet haalt, we er zware boetes aan vastkoppelen. Niet langer boetes van een paar duizend euro maar boetes in de orde van grootte van 2 tot 3 miljoen euro. De bedrijven hebben gezegd dat zij er zich van bewust zijn dat ze engagementen aangaan en dat, als ze het niet halen, er sancties tegenover moeten kunnen staan.

We gaan de pmd-zak uitbreiden naar alle huishoudelijke plasticverpakkingen. En we gaan een verbod invoeren op gratis kassazakjes. Hier beweren dat er geen maatregelen zijn genomen, klopt absoluut niet. Het zijn zeer verregaande engagementen die de mensen toelaten om verder met een pmd-zak te werken, om de inhoud van die pmd-zak nog te gaan verruimen.

Als sluitstuk is er natuurlijk een aanpak van die onverlaten die vuil achterlaten, die het zich permitteren om blikjes, om plastic, om sigarettenpeuken en allerlei andere troep achter te laten, wat mij – en ik hoop u en ons allen hier – uitermate stoort. Er moet dus ook een veel strikter handhavingsbeleid komen. (Applaus bij de N-VA)  

Minister-president, u laat het klinken alsof u een fantastisch rapport toont, maar eigenlijk bent u de ‘zesjes’ aan het uitleggen. Om één voorbeeld te geven: u hebt het over 90 procent ophalingsgraad. Nogal wat Europese landen, waaronder een aantal omliggende, komen intussen al aan 95 procent. U kiest uw gidslanden nogal selectief. U zegt dat de industrie zich bereid heeft verklaard om 90 procent te doen, 95 is mogelijk. Het is de taak van deze regering – van eender welke regering die dit serieus neemt – om de leiding te nemen en niet om er achteraan te huppelen en tevreden te zijn met minder dan kan. Dat is eigenlijk een voorbeeld van de zesjescultuur wat u demonstreert.

Hetzelfde met de woonuitbreidingsgebieden en de betonstop. Er zijn inderdaad gemeenten die het voortouw nemen en op eigen initiatief dingen beginnen te schrappen. Ze doen dat niet alleen op eigen initiatief, maar ook op risico van eigen kosten want vanuit uw regering komt er geen enkele garantie – en ook geen middelen – dat de risico's die zij er financieel mee lopen, ook gedekt zullen zijn. Het heeft tot gevolg dat er naast de goede voorbeelden evengoed slechte voorbeelden zijn van gemeenten die precies het omgekeerde doen en nog zo snel mogelijk zoveel mogelijk vergunningen proberen af te leveren omdat hun dat financieel hoe dan ook op termijn beter zal uitkomen. De twee bestaan. De realiteit is dat uw regering dat eigenlijk gewoon laat bestaan, laat kabbelen en achterna huppelt.

Uw beleid is geen beleid van de Vlaamse Regering. Het is volgen van wat mensen zeggen dat ze graag willen doen en dan stopt het. Dat is geen leiding geven. Dat is niet regeren, dat is niet besturen, dat is notaris zijn. Met alle sympathie en respect, minister, dat is zesjescultuur en daarmee boekt u ook zesjesresultaten. Dat blijkt keer op keer, of het nu over afval gaat of over de betonstop of over het klimaat. Uw resultaten zijn in het beste geval zes.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister-president, het probleem is niet de visie, het probleem zijn niet de maatregelen die u neemt, het probleem zijn niet de engagementen die u neemt. Het probleem is de traagheid en het niet doorpakken.

Hier is het betonrapport van Natuurpunt. Natuurpunt heeft elke gemeente een betonrapport gegeven. Daaruit blijkt dat de laatste jaren het aantal inwoners per hectare van 36 naar 25 is gedaald, terwijl we net de andere richting moeten uitgaan. We moeten gaan naar kernversterking, naar verdichting. We evolueren echter naar verdunning.

Zoals de heer Tobback zegt, zijn er een aantal gemeenten die het voortouw nemen. 45 van de 308 gemeenten hebben de omslag naar verdichting gemaakt. Al de rest gaat nog steeds de andere richting uit. Als we dan als klap op de vuurpijl moeten meemaken dat er al onder minister Muyters sprake was van een positieve en negatieve lijst van al dan niet te ontwikkelen woonuitbreidingsgebieden en dat acht jaar later minister Schauvliege op 20 juli beslist om af te stappen van die positieve en negatieve lijst en af te wachten wat de gemeenten aan initiatief zullen nemen, dan heeft de minister alle regie om iets te doen aan de betonversnelling losgelaten. Het is dan maar de vraag in welke mate u uw doelstelling voor 2025 zult halen om van nu 6 hectare naar 3 hectare open ruimte die we verliezen per dag, te gaan. Volgend jaar is 2019 en zitten we met een nieuwe regering. Ik kan me niet voorstellen dat we met de toestand die Natuurpunt schetst, in 2025 naar 3 hectare zullen gaan. Dat is de mensen blaasjes wijsmaken. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Vandenberghe heeft het woord.

We hebben het afvalplan voor het reces besproken en ook in de eerste commissievergadering Leefmilieu na het reces. De regering heeft bevoegd minister Schauvliege al zoveel bochten laten nemen dat het ongelooflijk is dat ze nog niet uit de bocht is gevlogen. De minister stond volledig achter statiegeld. We hebben daarover maanden gedebatteerd. Er is nooit vanuit de regering een andere beslissing gekomen om 40 procent van het zwerfvuil te verminderen. Ik vind dat ook niet terug in het afvalstoffenplan. Statiegeld vermindert het zwerfvuil met 40 procent. Minister Tommelein is deze zomer in Bredene geweest toen die surfer uit Nederland kwam. We hebben toen heel lang gesproken met specialisten en burgerbewegingen die daar dagelijks mee bezig zijn. Er zijn heel wat argumenten geformuleerd waarom statiegeld wel belangrijk is. Minister Tommelein heeft dat waarschijnlijk wel meegenomen, maar u blijft van mening verschillen.

Over welke cijfers heeft de minister-president het? Minister Tommelein spreekt over een nulmeting. Volgens het jaarverslag 2017 van Fost Plus halen we die procenten, zoals de heer Tobback ook zei, maar zijn dat de juiste cijfers? Een onderzoek van de KU Leuven en Recycling Netwerk zegt dat de metingen van onze recyclagecijfers over het totaalpakket niet juist zijn. Dat zijn cijfers van Fost Plus. Op basis van welke gegevens zult u de producenten straffen als zij die doelstelling niet halen? En dan straalt dat plan niet al te veel ambitie uit.

Inzake plastic zakjes kiest Vlaanderen, in tegenstelling tot Wallonië en Brussel, voor de invoering van de lichtst mogelijke maatregel. U voert dus geen verbod op plastic zakjes in, maar wel een verbod op gratis plastic zakjes. De andere regio's en ook het buitenland gaan daar veel verder in. Ik kan nog vijf voorbeelden opsommen, maar ik zal dat niet doen. Minister-president, u stelt het plan veel rooskleuriger voor dan het in werkelijkheid is. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Pira, ik heb van u gehoord dat we de juiste visie en de juiste ambitie hebben en dat we de goede maatregelen nemen. Ik wil u daarvoor bedanken. U hebt natuurlijk in dezelfde zin ook verwezen naar de studie van Natuurpunt over het al of niet verder bebouwen van de open ruimte. Die studie van Natuurpunt bevestigt juist dat we met deze regering de juiste beslissingen hebben genomen. Die studie verzamelde de cijfers van de lokale besturen tot 2016. Er is tot 2016 gekeken naar de evolutie. Deze Vlaamse Regering heeft de omslag gemaakt en heeft de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goedgekeurd, maar heeft daarnaast heel concrete maatregelen genomen, die nu al in tal van gemeenten worden uitgevoerd, om de open ruimte veilig te stellen. Er is niet alleen de beslissing die we in juli hebben genomen. We hebben hier een paar jaar geleden al in het parlement de aanpassingen goedgekeurd aan de Codex Ruimtelijke Ordening. Een aantal vergunningen kunnen dus veel beter dienen om ervoor te zorgen dat er een verdichting is, een verwevenheid en dergelijke meer.

U verwijst naar de woonreservegebieden. Ik heb dat hier al een paar keer gezegd: uw vraag is – en daar gaan wij niet mee akkoord –, dat deze Vlaamse Regering een lijst neemt, een rode balpen neemt en van hieruit, van bovenaf een aantal van die woonreservegebieden gewoon schrapt. Wij vinden dat geen goed beleid. We hebben ervoor gekozen om daarover samen te werken, niet om dat alleen aan de lokale besturen over te laten. Daarom werken we met twee trappen. We vragen eerst de visie van de lokale besturen. Zij zeggen welke gebieden niet goed zijn gelegen en ze niet zullen ontwikkelen, en welke andere gebieden, die inbreiding zijn, die aansluiten bij de kern, wel nog kunnen worden ontwikkeld. Dan zal de Vlaamse Regering bekijken of dat voldoet aan de criteria van de Vlaamse Regering. Het is pas als er een dubbel positief advies, een dubbele positieve visie is, dat die gebieden nog kunnen worden aangesneden.

Verder wordt hier systematisch verzwegen dat de Vlaamse Regering ook het engagement is aangegaan dat, als die gebieden worden geschrapt, de eigenaars op een correcte manier worden vergoed, met 100 procent schadevergoeding, en daarnaast dat de Vlaamse overheid dat bedrag ten laste zal nemen. De eigenaars worden dus correct vergoed. De lokale besturen moeten niet opdraaien voor de kosten. Ik denk dat dat een bijzonder goed engagement is. Dat is goedgekeurd door de regering. Dat moet nu nog een tweede keer. Dat ligt nu bij de adviesraden en zal nadien ook naar het Vlaams Parlement gaan.

Men doet alsof deze regering het alleen houdt bij een bepaalde ambitie, te traag gaat. Je moet een realistische visie hebben. Je kunt van vandaag op morgen niet met één rode balpen woongebieden, woonreservegebieden gaan schrappen. Dat gaan we níet doen. Daarom gaan we stap voor stap, is er 100 procent schadevergoeding en nemen we ook het engagement.

Er is zelfs nog meer: dit jaar, in 2018, hebben we nog 5 miljoen euro ter beschikking om ontharding te financieren. Als er mooie projecten zijn, zullen wij die nu al betalen. Ook volgend jaar is daarvoor in de nodige budgetten voorzien. We nemen dus niet alleen de beslissingen, we voeren ook daadwerkelijk op het terrein uit. Ik ben het er volledig mee eens dat je op het terrein voelt dat dit leeft, dat de lokale besturen daarmee bezig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we dat ook zeker zullen terugvinden in de volgende beleidsvisies van de nieuwe lokale besturen.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik ben het uiteraard volledig eens met wat collega Schauvliege zegt. Ik herhaal nog eens dat dit iets is dat je moet aanpakken met voldoende lokaal draagvlak, en dan moet je daarover in dialoog gaan met de lokale besturen wil je niet in de kortste keren op de klippen lopen. Wij zijn echter klaar, met vier ontwerpen van decreet die nog in dit werkjaar naar het parlement komen en waarvan we hopen dat het parlement ze ook zal afhandelen in die periode.

Wat de cijfers betreft, 95 procent qua huishoudelijke verpakkingen, we weten dat het hierbij tot nu toe alleen gaat over de cijfers die we hebben van wat Fost Plus op de markt brengt. Wel, wij gaan verder. Het moet gaat over álle producten die op de markt komen in dit land, niet alleen over wat de Fost Plusleden op de markt brengen. We gaan ervan uit dat het recyclagepercentage vandaag maar 82,2 procent is, en niet bijna 90 procent. U hebt dus gelijk: eerst die cijfers juist zetten, monitoren, controleren. De ambitie is naar 95 procent van het huishoudelijk afval te gaan. Mijnheer Tobback, als u zegt dat dat zesjescultuur is: Europa vraagt 55 procent tegen 2030 en wij gaan naar 70 procent. Dat is ver boven het gemiddelde.

Tot slot is er het zwerfvuil. Ik wil nog eens herhalen dat het zwerfvuil níet het probleem is van de verantwoordelijke burger die recycleert, die zijn pmd-zak vult. Collega’s, ik heb deze zomer honderden kilometers gewandeld, waarvan enkele honderden in bergstreken. Wel, ik heb in de bergstreken één keer een blikje moeten oprapen en meenemen, één keer, omdat alle mensen daar de verantwoordelijkheid namen voor het meenemen van hun troep. (Applaus bij de N-VA)

Wel, die onverlaten die dat niet doen, moeten we aanpakken.

De voorzitter

Minister-president, was dat op 5000 meter hoogte of zo? (Gelach)

Minister-president Geert Bourgeois

Maak u geen zorgen, het was waar heel veel mensen kwamen. Ik zie ook aan onze kust en elders een verbetering. Ik zie dat heel veel kustgemeenten om de 100 meter vuilnisbakken plaatsen en dat de mensen stilletjesaan door beginnen te hebben dat die vuilnisbakken dienen om hun afval daarin te deponeren.

Voorzitter, het was in Spanje, maar daar mag u niet meer binnen, als ik de krant vandaag goed heb gelezen. (Gelach)

Minister-president, u legt wat mij betreft eigenlijk gewoon de vinger op de wonde. U hebt heel wat gewandeld deze vakantie, op hoogte, dus niet hier in Vlaanderen, naar ik vermoed. (Opmerkingen)

Ja, ook naar beneden. Alles wat naar omhoog gaat, moet ook naar beneden komen, dat weet ik ook wel.

We komen dezer weken allemaal veel op straat, we lopen rond. En dan moet het mij van het hart: het is in Vlaanderen toch wel godgeklaagd, er ligt zeer veel zwerfvuil langs de weg. Ik had gehoopt dat u daar ook op wou excelleren en, zelfs al vraagt Europa het niet, toch een stap vooruit zetten. U hebt fel geluisterd naar de industrie en hebt daar al dan niet bindende afspraken mee gemaakt, maar 87 procent van de Vlamingen vroeg u ook om die stap te zetten, om de moed te hebben om dat te doen. Ik zou in uw plaats een stap verder hebben gezet, zeker als je bekijkt hoe groot het probleem vandaag is. Het gaat in dat zwerfvuil nu net heel veel om dingen die je op een andere manier bij elkaar kunt halen.

Mijnheer Diependaele, ik heb de begroting uiteraard ook bekeken. Het doet mij altijd deugd om eens terug te gaan naar 2014 en te kijken wat er tot nu gebeurd is in die begroting, want die bespreken we ook voor een stuk vandaag. Minister-president, u hebt ook maandag weer het mantra van het recordaantal investeringen herhaald. Voor alle duidelijkheid: ik ga daar niet over discussiëren. We steunen ook de extra middelen die er zijn in de welzijnssector en het extra geld voor basisonderwijs dat erbij komt, hoewel ik het altijd vreemd vind dat dat in de werkingsmiddelen bij ‘eenmalige’ staat. Ik zou dat liever bij de structurele of de recurrente zien staan. Ik vind dat altijd vreemd, want op de werkingsmiddelen hadden we al een stuk ingeteerd, dus je verwacht dat eerder bij de structurele of de recurrente, en niet bij de eenmalige. Maar daar ga ik dus niet over discussiëren. Er is ook de O&O. Het was een van de grote drijfveren van mijn voorganger in dit parlement om daar voortdurend op te wijzen. We zijn op weg naar die 3 procent. Ik ben het met u eens wat betreft de investeringsnorm. We moeten nog een pak werk verzetten, want we zouden toch nog een pak hoger moeten kunnen gaan dan die 3 procent. Maar op dat vlak is er geen enkel probleem.

Wat ik maandag wel een probleem vond, is dat u wat blind blijft voor het totale plaatje. We zijn in 2014 begonnen met 2 miljard euro structurele besparingen. Dat betekent dat dat jaarlijks terugkomt, dat dat recurrent is. Als ik uw cijfers van de afgelopen jaren naast elkaar leg, zowel wat betreft nieuw beleid als wat betreft investeringen, dan komen we in 2019 op het hoogste niveau: 1,8 miljard euro, als je die twee samentelt. Ik baseer het ook voor een stuk op cijfers die minister Tommelein gegeven heeft aan een collega in het Vlaams Parlement, waarbij hij die cijfers netjes oplijst in een tabel. En dan moet het mij toch van het hart: u spreekt over recordinvesteringen, maar we zitten nog altijd met zo’n 200 miljoen euro minder dan de besparingen waar we mee begonnen zijn in 2014, want die besparingen werken elk jaar door, want die zijn structureel geweest.

Ik besef zeer goed dat een regering vaak weinig impact heeft op de economische omstandigheden, maar grootse recordinvesteringen over de afgelopen vier jaar, dat vind ik een beeld dat niet helemaal klopt. Maar u bent het daar duidelijk niet mee eens.

Neen, mijnheer Rzoska. Ik heb een beetje schrik dat het begrotingstechnisch ingewikkeld gaat worden, maar ik denk dat u zich misrekent. Het is niet zomaar een plus en een min en een optelsommetje. U moet er ook rekening mee houden dat de Bijzondere Financieringswet een impact gehad heeft op onze inkomsten. Als ik mij niet vergis, zal het voornamelijk zijn door het feit dat Vlaanderen 25 procent van de taxshift mee betaalt, en dat daardoor onze inkomsten vanuit die Financieringswet in 2018 met 530 miljoen euro zijn gezakt en tegen 2020 met achthonderd-en-zoveel miljoen euro.

Daar zit dus het verschil. Je kunt die twee niet zomaar naast elkaar leggen. Je moet ook kijken naar waar het verschil zit in de inkomsten en waar het verschil zit in de uitgaven.

Minister-president Geert Bourgeois

Dat is natuurlijk een manke redenering, collega Rzoska. Dat is niet één op één. Denkt u dat er bij de lopende uitgaven geen noden waren, dat er geen leningen bij gekomen zijn in het onderwijs waardoor de begroting voor onderwijs moest stijgen, dat er niet meer zorgpersoneel moet zijn enzovoort? Er zijn ook een aantal recurrente uitgaven, lopende uitgaven, gestegen. U zegt: spaar 2 miljard, stop die volledig in investeringen. Dan zou u de eerste zijn om hier te staan klagen dat er geen geld is voor een aantal noodzakelijke lopende uitgaven.

Minister-president, ik wil alleen maar het beeld wat bijstellen, omdat u die 2 miljard euro recurrente besparing gemakkelijkheidshalve vergeet op het moment dat u het volledige plaatje maakt. Ik erken dat we nu weer op niveau aan het komen zijn, maar als ik de cijfers bekijk wat betreft investeringen en nieuw beleid de afgelopen vier jaar uit de tabel van minister Tommelein, en ook nu in de eerste grote lijnen van de begroting 2019, dan zitten we nog niet helemaal op het niveau waar we moeten zitten. Dat is wat ik zeg.

Ik vond ook in het centenboekje, maar ik zal minister Tommelein daarover bij de begroting interpelleren, een post overflow van meer dan 500 miljoen euro positief. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de uitleg in het centenboekje 24 keer heb gelezen maar ik begrijp niet waar die post overflow van meer dan 500 miljoen euro in 2019 precies vandaan komt. Ik zie de heer Vandenheuvel knikken. Ik krijg een vrij cryptische omschrijving dat dit te maken heeft met boekhoudkundige regels van Europa. We moeten het daar in de commissie nog eens over hebben, want ik moet eerlijk zeggen dat ik het spoor een beetje bijster ben. Het gaat niet over een klein bedrag, meer dan 500 miljoen euro is in mijn ogen toch een substantieel bedrag.

Wat de catalogus betreft die u maandag hebt voorgelezen, minister-president, van de nieuwe uitgaven, valt me op dat wanneer het goed gaat, er heel wat middelen versnipperd worden over verschillende domeinen en posten. Daarbij lijkt het soms dat al uw ministers wat snoepgoed en lekkers krijgen en mogen rondstrooien om wat mij betreft de ergste noden te lenigen en de effecten van die opgebouwde besparing van de voorbije jaren voor een deel af te vlakken. Ik had gehoopt dat er een omvattend investeringsprogramma zou zijn dat duidelijke keuzes maakt, dat middelen concentreert en prioriteiten aangeeft voor een sociale en ecologische transitie zoals we die in Vlaanderen nodig hebben. Ten opzichte van die grote uitdagingen waarvan u zelf zegt dat we Vlaanderen daarop moeten voorbereiden, had ik toch iets meer focus verwacht op de middelen en de manier waarop u ze besteedt.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik vind het zeer denigrerend om het over snoepjes te hebben. We hebben van meet af aan, van bij de start van de regering, gezegd dat er twee grote investeringspolen zijn: een van een half miljard euro voor welzijn en een van hetzelfde bedrag voor O&O die we ook halen. Dat zijn duidelijke focussen. Daarnaast is er in mobiliteit en openbare werken, in scholenbouw en in sociale huisvesting enorm veel geïnvesteerd. Dat zijn geen snoepjes, dat zijn noodzakelijke investeringen waar we best trots op zijn.

Ik zal een aantal voorbeelden geven, dan maak ik het ook meteen duidelijk. Ik zal het eerst hebben over het Klimaatfonds. De minister heeft daarnet zeer duidelijk toegelicht hoe het komt dat daar meer middelen in zitten, en dat is een goede zaak, we zijn daar ook voorstander van. De extra middelen worden echter niet gericht op grote uitdagingen. Ik geef het voorbeeld van energierenovatie bij gezinnen. Het is nog altijd een uitdaging om ervoor te zorgen dat gezinnen in Vlaanderen de energierenovatie aan hun huis kunnen doen. En dan heb ik het niet over de gezinnen die een lening kunnen afsluiten, maar wel degelijk over mensen die vaak in de minst kwalitatieve woningen wonen. Die gezinnen moeten worden ondersteund, want daar valt een zeer grote winst te boeken wat de energierenovatie van woningen betreft. Dat is helemaal niet te zien in de extra middelen in het Klimaatfonds.

Minister-president, u hebt het daarnet gehad over de betonstop. Minister Schauvliege heeft gezegd dat ze al 5 miljoen euro heeft vrijgemaakt voor 2019 om aan die ontharding te werken. 5 miljoen euro vind ik echt wel peanuts. Op een moment dat gemeenten, zoals de heer Tobback zei, concrete stappen zetten om woonuitbreidingsgebieden te schrappen die slecht of in waterziek gebied liggen, had ik toch wel een veel substantiëler bedrag willen zien in die begroting. Ik zou verwachten daar duidelijke sporen van te zien zijn in de begroting 2019, maar die zijn er niet.

Een tweede voorbeeld betreft alles wat te maken heeft met het droogteplan. De minister kondigt dat al heel lang aan. Maandag heeft de minister-president gezegd dat daar 4 miljoen euro voor wordt vrijgemaakt. In de betalingskredieten van 2019 zit echter 400.000 euro.

Tijdens de afgelopen droge zomer zijn heel wat problemen naar boven gekomen. Er is een droogteplan aangekondigd, maar in de concrete middelen staat slechts een bedrag van 400.000 euro. Er is een machtiging van 4 miljoen euro, maar daarmee zullen we, met alle respect, in Vlaanderen geen omslag maken en aan de oorzaken van de droogte werken. Het kan in mijn ogen nochtans anders.

Mijnheer Rzoska, het verbaast me een beetje dat u vindt dat we niet op energetische innovatie inzetten. De Vlaamse Regering kan bijna geen enkele maatregel nemen zonder dat de energetische innovatie er op een of andere manier deel van uitmaakt. Ik geef een voorbeeld.

De registratierechten voor de aankoop van de eerste woning zijn tot 7 procent gedaald, maar er is ook een korting indien de energetische renovatie wordt aangepakt. In het Vlaams Klimaatfonds zetten we in op warmtepompboilers en op het warmtenet. Dat zijn effectief maatregelen die tot resultaten moeten leiden. Op het vlak van de sociale huisvesting kan minister Homans dit beter uitleggen dan ik. Ook met betrekking tot de onderwijsgebouwen zijn een pak maatregelen genomen die hiermee te maken hebben. We weten dat gebouwen effectief een probleem zijn. Ik heb het dan nog niet over de sloop- en heropbouwpremie die we zullen invoeren. We maken die keuze voor de Vlamingen die in een zeer energie-inefficiënte woning wonen die ze willen slopen en als nieuwbouwwoning heropbouwen. De energienormen liggen dan een stuk hoger.

Ik denk dat wat u zegt niet juist is. Het is inderdaad een bekommernis. Het is noodzakelijk dit in het innovatieplan 2050 in de gaten te houden, maar ook in onze begroting nemen we op verschillende fronten en terreinen rekening met de energie-efficiëntie en met renovatie. Dit gebeurt in de kortingen op de onroerende voorheffing en dergelijke, maar ook in het EPC+. Ik heb net al aangekondigd dat we in verband met de woningpas maatregelen zullen nemen die de mensen aansporen om een aantal zaken niet meer fragmentarisch aan te pakken, maar zo veel mogelijk door middel van een totaalrenovatie.

Mijnheer Rzoska, ik wil er u nog attent op maken dat de cijfers in verband met totaalrenovaties die we ontvangen, uitstekend zijn. Vorig jaar ging het om 500 renovaties, maar nu zitten we al aan meer dan 1800 renovaties. Dat betekent dat de mensen hun renovaties nu meer in totaliteit dan met individuele maatregelen aanpakken.

Mijnheer Rzoska, als u over woningen en vooral over woningen van kwetsbare mensen spreekt, denk ik in eerste instantie aan sociale woningen. U hebt dit jammer genoeg niet opgesomd, maar u weet dat dat voor 2019, net als de voorbije jaren, nog een extra machtiging van 285 miljoen euro is toegekend. Ik ga ervan uit dat u dit een goede maatregel vindt. Zo komen we voor deze legislatuur tot een bedrag van 3,8 miljard euro, wat 53 procent meer is dan het bedrag van 2,5 miljard euro tijdens de vorige legislatuur. Dit bedrag gaat niet enkel naar nieuwbouwwoningen of naar vernieuwbouwwoningen, maar ook naar zeer ingrijpende energetische renovaties. Dit is natuurlijk goed voor de sociale huurders, want hierdoor betalen ze natuurlijk een lagere energiefactuur.

Ook met betrekking tot de overheidsgebouwen hebben we heel wat inspanningen geleverd en investeringen gedaan. Daar wonen nu niet de zwakste huurders, maar daar zitten de diensten van de Vlaamse overheid. Ik doe dat in eerste instantie omdat de overheid het goede voorbeeld moet geven.

Wat de meest kwetsbare gezinnen betreft, denk ik vooral aan de mensen die in sociale woningen wonen. Hun energiefactuur zou natuurlijk significant kunnen dalen. Indien u vindt dat u weinig maatregelen ziet, moet ik u toch tegenspreken. Ik hoop dat u en uw fractie deze bijkomende machtiging van 285 miljoen euro, waardoor we in deze legislatuur tot een historisch recordbedrag komen, enkel zal toejuichen.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Voorzitter, er wordt veel over energierenovatie en over maatregelen gesproken. Het klopt dat hiervoor wat geld wordt uitgetrokken, maar de uitdagingen zijn zo gigantisch groot dat die middelen en die maatregelen eigenlijk niet voldoen. De renovatiegraad in ons land of in Vlaanderen blijft onder 1 procent. We hebben meer dan honderd jaar nodig om onze woningen op een goed peil te houden.

Ik heb daarnet al gezegd: we hebben doelstellingen tegen 2050, maar u durft geen tussentijdse doelstellingen stellen, omdat u weet dat u ze niet zult halen, minister Tommelein. In Vlaanderen zijn er nog steeds honderdduizenden woningen zonder dakisolatie en zonder dubbele beglazing. Op dat vlak zijn de uitdagingen gigantisch groot, is het werk heel erg groot. Er zijn inderdaad maatregelen genomen, er wordt heel erg veel over gepraat, er wordt ‘gestoefd’ met centen en met eenheden en met honderden of tweeduizend gebouwen die worden gerenoveerd, maar er zijn honderdduizenden gebouwen in Vlaanderen die gerenoveerd moeten worden. Om die uitdaging aan te gaan, zie ik geen beleid dat daartegenover staat.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik stel vast dat er niet wordt geluisterd. Ik heb daarstraks heel uitdrukkelijk gezegd dat we concrete maatregelen nemen waardoor bij elke eigendomsoverdracht van ons – inderdaad – verouderd  woningpatrimonium, ons energetisch zeer slecht woningpatrimonium, binnen de vijf jaar energetische maatregelen moeten worden genomen. Dat is een zeer verstandige maatregel. We gaan mensen die in een huis wonen nu, oudere mensen enzovoort, niet dwingen om plots maatregelen te nemen, om plots investeringen te doen, maar bij elke eigendomstransactie zal dat gebeuren, waardoor we gaandeweg het oude bestaande woningpatrimonium gerenoveerd zullen zien, ook op energetisch vlak. Daarnaast komt er, zoals collega Tommelein heeft gezegd, een premie om onmiddellijk te slopen en vernieuwbouw te zetten, die dan natuurlijk moet beantwoorden aan onze zeer ambitieuze e-normen die we voor nieuwbouw hebben ingevoerd. Het is de bedoeling om de EPC-norm, die nu in Vlaanderen, als ik me niet vergis, gemiddeld 400 is, tegen 2050 terug te brengen naar 100. De meest doordachte manier om dat te doen, is die maatregel op te leggen bij elke eigendomsoverdracht, en dat doen we ook.

Ik wou vandaag eigenlijk niet tot dat operationele niveau komen, maar ik zal het toch doen omdat u mij daartoe dwingt, minister-president. De maatregelen waarnaar u al twee keer verwezen hebt, zijn maatregelen die gewenst worden, die facultatief zijn, die niet bindend, niet verplicht zijn. Dat maakt de hele maatregel heel kwetsbaar en maakt het een lege doos. Bij de eigendomsoverdracht worden inderdaad drie energetische maatregelen gevraagd, maar die zijn facultatief, die zijn niet bindend, want minister Tommelein houdt niet van verplichten en dus mogen mensen kiezen of ze die maatregelen uitvoeren of niet.

Over de slooppremie, het slopen en opnieuw opbouwen, de zogenaamde vernieuwbouw, is al heel vaak gezegd dat men zal proberen ze uit te breiden over heel Vlaanderen. Op de website staat dat nog altijd zo vermeld. Nu heb ik eergisteren gehoord dat u een premie wilt invoeren voor de rest van Vlaanderen, maar het zou veel interessanter zijn als bij het slopen van slechte woningen en heropbouw, dat generiek over Vlaanderen aan 6 procent btw kan gebeuren. Op die manier gaan we echt het verschil kunnen maken. Met deze maatregelen zal dat niet het geval zijn. Ik weet dat u dat niet graag hoort, maar het is wel zo.

Mijnheer Danen, u weet perfect waarover u het hebt. Ik zou ook graag, en ik zou heel veel graag, maar tussen iets willen en er ook voor bevoegd zijn… Ik heb de laatste weken al vele malen vastgesteld dat over zaken waarvoor ik niet bevoegd ben, men nogal vaak met een beschuldigende vinger naar mij of naar de Vlaamse Regering wijst. Over zaken waarvoor we niet bevoegd zijn, wordt gezegd dat we ze moeten doen. Btw is een federale bevoegdheid, waarvoor men ook de toestemming moet hebben van Europa. Ik heb dat al verschillende malen ter sprake gebracht bij de bevoegde Europese commissarissen. Ik heb dat nog gedaan toen commissaris Cañete een paar weken geleden ons land heeft bezocht. Ik heb hem vorige week trouwens ook nog in Oostenrijk gezien. Hij vindt dat een interessante piste, maar daarmee is de maatregel er nog niet. Vandaag geldt in dertien steden het btw-tarief van 6 procent, en in al de rest van Vlaanderen niet. Met de maatregelen die de Vlaamse Regering nu neemt, kunnen eigenaars die hun woning willen slopen en heropbouwen, dat nu doen, buiten die dertien steden die daar nu al van genieten. De mensen in Torhout, in Zottegem, in Vilvoorde en in Lanaken zullen tevreden zijn dat ook zij een slooppremie kunnen krijgen, die in feite de btw-korting die in Oostende, Brugge, Gent en andere steden wel bestaat, vervangt.

Ik besef inderdaad dat het veel leuker zou zijn als we dit allemaal naar een tarief van 6 procent zouden kunnen brengen. Als ik daar niet voor bevoegd ben, kan ik dat ook niet invoeren. U zou moeten zeggen dat de Vlaamse Regering dit absoluut wil en dat als we die bevoegdheid niet hebben, we dat op een andere manier moeten doen. Dus, mijnheer Danen, als ik u was, zou ik me toch niet zo ontevreden tonen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister-president, ik besluit en ik wil u een woord van dank toesturen. Ik weet dat u het werken aan een inclusieve samenleving hoog in het vaandel voert. Iets wat u oprecht nauw aan het hart ligt. Dat weet ik. U staat voor bepaalde waarden en voor een overtuiging. Als u spreekt over een warme en inclusieve samenleving, waar alle Vlamingen zich thuis voelen, dan meent u dat ook. U bent niet de man van polarisatie of van haatcampagnes die het sociaal weefsel van Vlaanderen uit elkaar halen. Gelukkig maar. Want er is nood aan een Vlaamse Regering die hard optreedt tegen racisme en discriminatie. Die, zoals u maandag deed, ook werkgevers oproept om hun verantwoordelijkheid te nemen op vlak van integratie. Ook ik ben ervan overtuigd dat je via werk, een woning, de taal, heel veel stappen vooruit kunt zetten. Maar ik vind het jammer dat niet iedereen binnen uw Vlaamse Regering op dezelfde lijn zit op dat punt. Als we daarnet vanuit de oppositie om de oren worden geslagen met onderzoeken waar we rekening mee moeten houden, dan vind ik ook dat wanneer onderzoek aantoont dat er een probleem is voor mensen met een vreemde achternaam op de huurmarkt, uw regering daarop moet reageren, zeker wanneer een van uw ministers dat onderzoek van tafel veegt. Daarover had ik u graag wat duidelijker gehoord. Soms is zwijgen geen optie.

Wat betreft de inhoud van uw Septemberverklaring, de inhoud van uw begroting, de twee vragen die aan het begin van mijn tussenkomst zaten, ben ik er niet van overtuigd, en de Groenfractie met mij, dat heel wat Vlamingen er beter af zijn dan vier jaar geleden. En op fundamentele terreinen hebt u een papieren omslag gemaakt die Vlaanderen absoluut niet heeft klaargemaakt voor de toekomst. De Groenfractie zal u daarom het vertrouwen niet geven.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ministers, collega’s, tien maanden scheiden ons van een nieuwe legislatuur: hét moment om een balans op te maken van wat deze Vlaamse Regering aan resultaten kan voorleggen en aan te stippen wat er nog op de plank ligt voor het komende jaar. Het feit dat de Vlaamse Regering haar begroting in evenwicht heeft, lijkt stilaan een constante. Maar een evidentie is dat hoegenaamd niet. Rekeningen die kloppen zijn een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor een welvaartsvaste toekomst. Pas wanneer het evenwicht in die rekeningen ook inhoudt dat investeringen de levenskwaliteit van elke Vlaming, zonder onderscheid, waarborgen, mag je ervan uitgaan dat Vlaanderen op de weg vooruit zit.

Ik neem u even mee langs een aantal domeinen waarin deze begroting het verschil maakt, en die voor CD&V cruciaal zijn om die garantie op meer levenskwaliteit hard te maken. In eerste instantie is er onze economie. Dat die in goede conditie is, is natuurlijk een factor van groot belang. Het is de motor die Vlaanderen in staat stelt te blijven ontwikkelen. Naast een ondernemingsvriendelijk klimaat zijn publieke investeringen een solide basis voor een stabiele economische omgeving. De voorbije jaren dreef Vlaanderen zijn investeringsvolume alvast stevig op. We hopen dat dit een stimulans zal zijn voor de andere entiteiten van ons land om hetzelfde te doen. De investeringen in scholenbouw zijn historisch hoog. Deze en vorige legislatuur werd een inhaaloperatie ingezet om onze schoolinfrastructuur eindelijk de 21e eeuw binnen te loodsen.

In nagenoeg alle Vlaamse gemeenten staat er nu al een nieuwe of een vernieuwde school. 20.000 extra plaatsen worden gerealiseerd. Dit jaar stijgen de reguliere investeringskredieten tot een nooit geziene 420 miljoen euro. (Applaus bij CD&V)

De Vlaamse Regering trok sinds 2014 al meer dan 3,8 miljard euro uit voor de nieuwbouw en renovatie van sociale woningen. Sinds 2014 kwamen er in totaal ongeveer 13.000 extra nieuwbouwwoningen bij en werden bijna 20.000 panden in Vlaanderen gerenoveerd. De komende jaren wordt jaarlijks 230 miljoen euro uitgetrokken voor rioleringsinfrastructuur, waarvan 130 miljoen euro voor het gemeentelijke niveau. Ook de investeringen in wegen en waterwegen nemen sterk toe.

Ook op het lokale niveau blijven impulsen nodig. De steeds grotere financiële uitdagingen waarvoor onze lokale besturen staan, maken dan ook dat in de komende legislatuur de volgehouden aangroei van het Gemeentefonds een belangrijke economische en sociale factor blijft. We moeten de opportuniteit blijven creëren om onze dorps- en winkelkernen te herwaarderen en te versterken. De leefbaarheid van onze Vlaamse steden, maar ook en zeker en vast van onze Vlaamse dorpen en ons lokale handelsapparaat als noodzakelijke hefboom voor sociale cohesie, hangt daarvan uitdrukkelijk af.

Duurzaam bouwen aan een stabiele economie is ook volgehouden investeren in de enige grondstof die Vlaanderen echt rijk is: onze kennis. Het groeipad dat deze regering zoals beloofd in onderzoek en ontwikkeling realiseert, heeft onze volledige steun.

Het fundament van onze welvaart en het welbevinden van toekomstige generaties leggen we natuurlijk vroeger, in ons onderwijs. Onder deze legislatuur groeit het onderwijsbudget aanzienlijk. De extra middelen die ook nu weer worden uitgetrokken, versterken de talentontwikkeling van alle kinderen en jongeren. De toelatingsproeven in het hoger onderwijs, de hervorming van de lerarenopleiding, het volwassenenonderwijs, het akkoord over het Inschrijvingsdecreet, de lerarenplatformen, de budgettaire versterking van het basisonderwijs, de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs, de nieuwe eindtermen, de extra middelen voor het M-decreet: het onderwijs van de toekomst staat inderdaad in de steigers. (Applaus bij CD&V)

Een pad naar meer levenskwaliteit betekent ook investeren in sociale versterking. Wat deze begroting op het sociale vlak presteert, is onmiskenbaar. Wie zorg nodig heeft, moet die zo snel mogelijk kunnen krijgen. Daarom stelde deze Vlaamse Regering bij haar aantreden een groeipad in Welzijn voorop van 500 miljoen euro aan extra recurrente middelen voor ondersteunings-, zorg- en hulpverleningsaanbod in Vlaanderen.

Ik herinner me nog levendig hoe in het begin van deze legislatuur de oppositie dit weglachte als onhaalbaar. Wel, dat groeipad is ondertussen zelfs aangevuld van 500 tot 900 miljoen euro. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

Nooit eerder nam het budget Welzijn zo spectaculair toe, met maar liefst 2 miljard euro aan extra middelen voor investeringen en lopende uitgaven sinds het begin van de legislatuur. Die aanhoudende aandacht voor de uitbouw van een netwerk dat zorg op maat garandeert, werpt stilaan vruchten af. Onze jeugdhulp zal komend jaar minstens drieduizend gezinnen, kinderen en jongeren extra kunnen ondersteunen. In 2019 zal elke gemeente in Vlaanderen een Huis van het Kind hebben. Het groeipakket neemt een aanvang op 1 januari en komt voor elk kind tegemoet in de kosten van opvoeding, en zo wordt kinderarmoede  bestreden.

– Peter Van Rompuy, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

We houden het groeipad extra ondersteuning voor personen met een beperking aan en we bereiden ons voor op het vergrijzingshoogtepunt. Gisteren nog berichtten de kranten over de eerste resultaten van het investeringstraject in woongelegenheden in woonzorgcentra. We doen er alles aan om tijdig een antwoord te kunnen bieden om de steeds toenemende zorgzwaarte en het thuiszorgaanbod te verbreden.

Ook kwaliteitsvol en betaalbaar wonen is een belangrijke barometer voor het sociaal welbevinden. Daarom werd de voorbije jaren sterk geïnvesteerd in sociale huisvesting. Met de huurwaarborglening in het nieuwe systeem van huursubsidies heeft CD&V er alvast mee voor gezorgd dat de huurmarkt wordt versterkt zonder de zwakste huurders nog kwetsbaarder te maken.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Collega, u was een beetje snel met de brug naar het beleidsdomein Wonen, want ik wilde u nog een vraag voorleggen met betrekking tot het vorige thema, met name uw steeds oplopende opsomming van bedragen in het welzijnswerkveld.

U zegt: ‘Stilaan begint dat vruchten af te werpen.’ En u noemt dan een aantal dingen die door iedereen worden omschreven als zonder meer positief: de Huizen van het Kind enzovoort. Maar waar ik u jammer genoeg niets over heb horen zeggen en wat ons al lang bijzonder zorgelijk stemt, is het feit dat bijvoorbeeld in de sector van personen met een handicap 14.000 mensen wachten, dat in de jeugdhulp 6000 jongeren wachten op hulp en dat we die wachttijden ook zien oplopen. In Vlaanderen wachten 20.000 jongeren en mensen met een handicap op de gepaste zorg.

U zegt: ‘Stilaan zien we de vruchten.’ Ik zou eigenlijk willen dat ik die ook zie. Alleen zie ik die wachttijden oplopen. Het laatste rapport Jongerenwelzijn wijst ook in die richting. Ik zie ook de wachttijden voor mensen met een handicap oplopen.

De begroting die voorligt, loopt af op 31 december 2019, een dag voor we allemaal wakker worden in 2020. In 2020 hebben we een aantal heel belangrijke vervaldata en gegevens vastgelegd in verschillende decreten. Het zou toch wel nuttig zijn om die decreten eens goed na te kijken. Want we hebben bijvoorbeeld gezegd dat we inzake kinderopvang in 2020 elk kind dat daar nood aan heeft, een kinderopvangplaats geven. We hebben vastgelegd in een decreet, door u en door mij goedgekeurd, met de handtekening van de minister eronder, dat we in 2020 zorggarantie bieden aan elke persoon met een handicap.

Mijnheer Van den Heuvel, mijn vraag is: met het lijstje dat u hebt voorgelegd, kunt u met de hand op het hart zeggen dat u in 2020, op het einde van deze begroting, op het einde van wat we bespreken en wellicht in december zullen goedkeuren, die doelstellingen haalt die in die decreten staan, waar u voor hebt gestemd, waar wij voor hebben gestemd, waar de handtekening van de minister onder staat? Want dat is de toetssteen waarop we deze regering kunnen afrekenen. Dat moet de inzet zijn van dit debat vandaag en is de vraag of deze legislatuur geslaagd is of niet.

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ja, maar het is een beetje gemakkelijk om die vraag aan iemand uit het parlement te stellen als u uiteraard verwijst naar de handtekening van de minister. Ik heb er geen enkel probleem mee, wij zullen in de aanloop naar de verkiezingen ruim de tijd krijgen om te discussiëren over de vraag of een aantal doelstellingen worden bereikt.

Het is mijn overtuiging dat we de grote shift die we hebben gemaakt van een aanbodfinanciering naar een vraaggestuurde financiering in de sector personen met een beperking, nog een hele tijd zullen moeten verteren. Want er komen heel wat issues aan bod als je zo'n fundamentele hervorming doet. We zullen dat groeipad ook moeten aanhouden. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we de ambities van dat Perspectief 2020 effectief zullen bereiken. Met de evaluaties die we doen, ook in onze commissie, zullen we wellicht aantonen dat de zorggaranties die we hebben voor de automatische toekenningen, de prioriteiten, de manier waarop we ook daar zicht krijgen op de data waarop de mensen geprioriteerd zijn enzovoort, dat het systeem ons wel degelijk veel meer greep geeft om die ambities ook waar te maken.

Dat de volgende regering nog inspanningen zal moeten doen om dat nog verder te ontwikkelen, heb ik nooit verzwegen. Integendeel, bij de start van dit debat heb ik dat nog bevestigd. Trouwens, als ik hoor wat uw partij daarover allemaal belooft, wordt dat werkelijk ‘a walk in the park’, wanneer u mee mag onderhandelen wat dat betreft.

En voor de kinderopvang geldt hetzelfde. Er zijn nu al regio's in Vlaanderen waarvan we weten dat er echt geen acuut probleem is in de kinderopvang. Dat verschilt van regio tot regio.

We zijn die evaluatie-instrumenten aan het maken. We gaan die capaciteit nog uitbreiden. Zoals gezegd, ik heb er absoluut geen probleem mee dat we dat tegen het einde van deze legislatuur sector per sector evalueren. Dat moet wel met de nodige ernst en nuancering gebeuren. Want u hebt een aantal dingen gezegd die niet allemaal zo in het decreet staan.

In het decreet over de kinderopvang staat: 'voor die gezinnen die kinderopvang nodig hebben binnen een redelijke termijn en een redelijke afstand'. Daar staat niet in dat elk kind in Vlaanderen in een kinderopvang moet terechtkunnen. Er staat: 'gezinnen die kinderopvang nodig hebben binnen een redelijke termijn en een redelijke afstand'. Het zijn de nuances die we daar moeten inbrengen.

In de jeugdhulp, mijnheer van Malderen, – daar gaan we volgende week in de commissie over spreken – kunnen we spreken over de betekenis en nuancering van die cijfers. U weet natuurlijk dat heel wat mensen die als ‘wachtend’ geregistreerd staan, eigenlijk al in de jeugdhulp zitten. Men zit bijvoorbeeld al in een residentiële setting of in de pleegzorg en wacht op een aangepaste woonvorm en staat geregistreerd als ‘wachtend’, maar heeft natuurlijk al ondersteuning enzovoort.

Ik wil dat debat hier zelfs nog niet voeren omdat dat niet de kern van de zaak is. We zien heel goed dat het aantal jongeren dat wordt geholpen, echt stijgt. De keuze voor de rechtstreeks toegankelijke hulp komt nu met de begroting 2018 op kruissnelheid. Dat werkt en, daar zijn we van overtuigd, zal in de komende periode nog meer doorwerken. Het is geen enkel probleem om daar een kritisch debat over te voeren.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik zou het heel redelijk vinden, minister, dat een welvarende regio als Vlaanderen op een aantal essentiële dingen zoals welzijn garanties kan bieden. Ik heb de vraag gesteld aan collega Van den Heuvel aangezien ze door dit parlement zijn vastgelegd in decreten. Voor mij is een decreet zeer belangrijk, het is geen vodje papier en we moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat we realiseren wat we neerschrijven en mensen voorhouden.

De minister heeft een lang antwoord nodig gehad om te zeggen dat de doelstellingen wellicht in deze legislatuur – schrap wellicht – niet zullen worden gehaald. Ik vraag naar een gedegen evaluatie en ik krijg als antwoord de aankondiging van nieuwe verkiezingsbeloften. Ik hoop oprecht dat als die onderhandelingen er komen, minister, er dingen effectief worden gebetonneerd en we een zorggarantie gaan bieden.

We gaan de doelstellingen niet halen, en dat is het gevolg van keuzes. Dat is het gevolg van de keuze, minister, om bijvoorbeeld bij het begin van de legislatuur minderjarigen niet mee te nemen in de hervorming. Dat is een gevolg van het feit dat u bijvoorbeeld het advies van uw eigen administratie naast zich neerlegt. Want u kunt zich op de borst kloppen met bijkomende bedragen, maar uw eigen administratie heeft u eind vorige legislatuur voorgerekend dat u eigenlijk 750 miljoen euro nodig hebt om de hervorming te laten slagen. U zit vandaag nog niet aan de helft en dus is het logisch dat die wachtlijst vandaag ook niet zakt. Ik vind dat bijzonder jammer en ik hoop, minister, dat een volgende regering wel werk maakt van die zorggarantie.

Mijnheer Van Malderen, ontkent u dat er in Vlaanderen ooit al zo'n groot budget naar de zorgsector is gegaan? Ontkent u dat er in Vlaanderen ooit al zoveel mensen met een zorgnood inderdaad begeleiding hebben gekregen? Ik heb de minister nog nooit horen zeggen dat die wachtlijsten met een vingerknip zijn opgelost. Ik denk dat niemand hier in dit halfrond dat beweert. Ik vind het een beetje kort door de bocht van u om te zeggen dat hier te weinig gebeurt. Het engagement is heel duidelijk, en ook dit jaar gebeurt dat door deze regering: het zorgbudget stijgt met meer dan 2 miljard euro. De zorggarantie ook na deze legislatuur garanderen, zal, zoals de minister daarnet zei, een grote uitdaging zijn bij het begin van de volgende legislatuur en om een voldoende sterk groeipad te lanceren.

Minister Jo Vandeurzen

Wat in de sector ‘personen met een beperking’ in budgettaire termen als groeipad is uitgetrokken, is het resultaat van het decreet dat we nog samen goedgekeurd hebben. Daarin staat dat elke nieuwe Vlaamse Regering bij haar aantreden in dit halfrond moet aangeven hoe dat groeipad voor de sector in die legislatuur er zal uitzien. Die mechaniek heeft gewerkt.

Ik heb debatten meegemaakt bij de vorige Vlaamse verkiezingen waarbij ook uw partij vertegenwoordigd was. Er werd u gevraagd, wetende wat het decreet bepaalde aan procedure, hoeveel u zou uittrekken voor de handicapspecifieke zorg.

Ik ben er vrij zeker van dat mijn geheugen mij niet in de steek laat en dat het bedrag dat toen door uw partij werd aangehaald voor de periode 2014-2019 absoluut niet de 330 miljoen euro was die we uiteindelijk in het Vlaams regeerakkoord hebben ingeschreven. U zult een nieuwe kans krijgen, want het systeem is natuurlijk van dien aard dat de partijen opnieuw zullen worden uitgenodigd om zich uit te spreken over dat groeipad voor de volgende legislatuur.

Omdat het mechanisme in onze welzijnssector gewerkt heeft doordat er inderdaad ook goede, sluitende en transparante afspraken over zijn gemaakt, wordt diezelfde techniek toegepast wanneer het gaat over de uitbreiding van de Vlaamse sociale bescherming. Het decreet is door dit parlement goedgekeurd. Aan de hand van behoefteramingen gaan wij opnieuw duidelijk maken welk groeipad je nodig hebt om de vergrijzing, de shift van de zorg naar langdurige vormen van zorg, naar chronische zorg, naar thuiszorg te kunnen doorzetten.

Ik heb daarnet gehoord dat we geen visie hebben. Als er iets is wat ik denk dat belangrijk is, ook in de budgettaire keuzes voor de volgende jaren, dan is het dat we nu tenminste een kader hebben waarbinnen we effectief het politieke debat kunnen voeren. Nogmaals, de decreten waarnaar u verwijst, zullen ook tot gevolg hebben dat bij de start van de nieuwe legislatuur de volgende regering kleur zal moeten bekennen en de prioriteiten heel duidelijk met het parlement zal moeten bespreken.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, met dat laatste ben ik het eens. Ik denk dat het op zich ook een goede zaak is. Maar zeggen dat het mechanisme heeft gewerkt, dat vind ik een beetje een zure boodschap aan al diegenen die vandaag nog aan het wachten zijn. Wat is de waarheid? Uw eigen administratie, het VAPH, heeft u bij het einde van de vorige legislatuur in de voorbereiding van het vastleggen van de meerjarenbegroting en de raming, voorgerekend dat, om die hervorming te laten slagen, er 750 miljoen euro nodig was. U hebt dat advies op dat moment minstens gedeeltelijk niet gevolgd, en daar zien we vandaag de resultaten van. U hebt meer middelen, maar u bent nog niet halfweg van wat u nodig hebt en dat zien we op het terrein.

Voorzitter, voor mijn part hoeven we dit debat niet te herhalen. Ik denk dat het punt is gemaakt. Ik denk dat zeggen dat het mechanisme heeft gewerkt een nogal zure boodschap is aan al diegenen die wachten. 

Ook kwaliteitsvol en betaalbaar wonen is een belangrijke barometer voor het sociaal welbevinden. Daarom werd de voorbije jaren sterk geïnvesteerd in onze sociale huisvesting. Met de huurwaarborglening en het nieuwe systeem van huursubsidies heeft CD&V er alvast mee voor gezorgd dat de huurmarkt wordt versterkt zonder de zwakste huurders nog kwetsbaarder te maken. De gemiddelde huurpremie gaat van 150 naar 180 euro. De doelgroep voor de huursubsidies werd door het verhogen van de inkomensgrenzen bovendien gevoelig uitgebreid. Bijna dubbel zoveel Vlaamse gezinnen zullen er gebruik van kunnen maken. De nieuwe regelgeving inzake de renovatie- en aanpassingspremie vereenvoudigt het premiestelsel aanzienlijk en maakt het breder toegankelijk. We maken het ook mogelijk dat private investeerders mee bouwen aan een sociaal verhuurstelsel.

Collega's, met gezonde financiën behoeden we toekomstige generaties voor een onoverzichtelijke schuldenlast. Maar onze kinderen en kleinkinderen een gezonde leefomgeving nalaten, is een zo mogelijk nog belangrijkere uitdaging. De klimaatopwarming en het daarop gestoelde Klimaatakkoord van Parijs maken duidelijk dat ook Vlaanderen voor een gigantische uitdaging staat. Die nemen we ter harte. Onze luchtkwaliteit verbetert en de zorg voor milieu en natuur neemt toe. Het budget voor natuur en bos bereikt met 110 miljoen euro in 2019 een recordpeil. Deze legislatuur werd maar liefst 400 miljoen euro aan bijkomend klimaatbeleid gespendeerd. Met het zomerakkoord van 21 juli werd alvast een forse stap vooruitgezet in de bescherming van onze open ruimte en de ontharding van Vlaanderen. Er werd goedkeuring gegeven aan de strategische visie van het BRV, en de ontwerpen van decreet voor de concretisering ervan zullen dit werkjaar nog aan het Vlaams Parlement worden voorgelegd.

Deze begroting tikt aan op elk van deze cruciale domeinen, collega's, maar dat is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Want onszelf op de borst kloppen en laten uitschijnen dat de omslag definitief is gemaakt, getuigt van weinig respect voor die Vlamingen die nog onvoldoende deel hebben aan de bijkomend gecreëerde levenskwaliteit in Vlaanderen.

Sta me toe daarom even stil te staan bij de voor mijn fractie belangrijke werkpunten voor de komende maanden en jaren.

Laat ik opnieuw starten met de economie. Onze werkzaamheidsgraad neemt hand over hand toe, waardoor de klemtoon verschuift naar een heel andere uitdaging. Volgens Agoria zullen er tegen 2021 meer vacatures zijn dan werkzoekenden in Vlaanderen. Inzake economische migratie en opleidingsincentives werden al belangrijke stappen voorwaarts gezet. Het is vooral het grote potentieel bij de groep niet-actieven dat nog onvoldoende wordt aangeboord, zoals bij langdurig zieken, 55-plussers en mensen met een migratieachtergrond. Er ligt een unieke kans op meer welvaart voor mensen die het doorgaans erg moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. We hebben nog slechts een paar jaar de tijd om onze instrumenten voor herscholing en activering maximaal te ontwikkelen. Dat is kort dag, maar meer dan ooit broodnodig. Ons arbeidsmarktbeleid moet op dit punt de volgende jaren verder versterkt worden.

Met de geplande extra budgetten voor lager en kleuteronderwijs, die niet waren opgenomen in het regeerakkoord, erkent deze Vlaamse Regering het belang van ons onderwijs aan de allerkleinsten, een engagement dat voor CD&V ook de volgende jaren moet worden doorgetrokken en versterkt. We zullen leerkrachten en directies sterker ondersteunen en hun alle ruimte geven om bezig te zijn met hun pedagogische kernopdracht. (Applaus bij de meerderheid)

Zolang niet iedereen verzekerd is van gepaste zorg, is er geen reden om te juichen, ondanks de spectaculaire groei van de welzijnsbudgetten. Ook toekomstige regeringen zullen vergelijkbare inspanningen moeten leveren om onze zorggarantie sluitend te maken.

Ondanks alle inspanningen blijven veel Vlamingen het nog steeds moeilijk hebben om een kwalitatieve en betaalbare plaats op de woningmarkt te vinden. Daarom blijven we hameren op een snelle uitwerking van de verzekering gewaarborgd wonen tegen inkomensverlies van huurders en het huurgarantiefonds dat uithuiszettingen moet voorkomen. Deze instrumenten lijken dan wel aanvaard als principe, hun uitwerking stokt.

Ook inzake het opwaarderen van de woningkwaliteit trappelen we ter plaatse. De resultaten van het Renovatiepact dat eind 2014 werd gesloten, blijven uit. De renovatiegraad stijgt niet, wat dan weer de strijd tegen energiearmoede bemoeilijkt. De nieuwe premie voor sloop of heropbouw van woningen die niet onder de 6 procentregel vallen en de renovatieverplichting bij koop, erfenis of schenking vanaf 2021, bieden wellicht soelaas tijdens de volgende jaren. 

De recente berichtgeving dwingt ons trouwens om alert te blijven voor elke vorm van discriminatie op onze woningmarkt. Dit bagatelliseren bedreigt de geloofwaardigheid van het inclusieve project dat deze regering voorstaat.

De armoede in Vlaanderen blijft een andere belangrijke uitdaging. Er worden belangrijke stappen voorwaarts gezet, maar het vaak beschamende welles-nietesspel over armoedecijfers kan niet de essentie verhelen. Ook al doen we het in Europa zeer goed, een nog te grote groep van kinderen en hun ouders krijgen niet de levenskwaliteit die mag verondersteld worden in een welvarende regio als Vlaanderen. Onze armoedeaanpak moet de volgende jaren dan ook verder en gevoelig worden versterkt.

Onze luchtkwaliteit verbetert, maar dat elk jaar duizenden Belgen vroegtijdig overlijden aan de gevolgen van fijn stof, is onaanvaardbaar. Daarom pleiten we ervoor om de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie te hanteren voor de toekomstige beleidsplanning.

Dieselmotoren zijn een belangrijke bron van fijn stof. Om ons transportsysteem tegen 2050 volledig emissieloos te krijgen, is meer ambitie nodig. De beslissing om in voldoende middelen te voorzien voor de vergroening van De Lijn tegen 2025, komt dan ook geen moment te vroeg. Vandaag rijden er amper waterstof- of elektrische bussen rond in Vlaanderen, terwijl het buitenland massaal Vlaamse technologie inkoopt.

De invoering van de slimme kilometerheffing en de fastlane voor elektrische mobiliteit, zoals voorgesteld door onze fractie, zijn dan weer concrete en haalbare voorstellen voor een snelle vergroening van ons transportsysteem.

Salariswagens blijven een oud zeer. Door al vanaf 2020 geen nieuwe dieselwagens meer toe te laten als salariswagen en vanaf 2025 zero-emissievoertuigen te verplichten, kunnen we ons wagenpark versneld vergroenen.

De voorbije twee jaar nam de filezwaarte in Vlaanderen nog maar eens toe. De OESO schat de filekosten op jaarlijks 8 miljoen euro, of zowat 2 procent van het bbp. De impact op onze economie, op onze leefomgeving en op onze balans tussen werk en gezin is stilaan onhoudbaar. De omslag naar een mobiliteitsbeleid waarin het openbaar vervoer en Koning Fiets centraal staan, blijft uit. Nochtans liggen de innovaties voor het grijpen. De elektrische fiets wint aan belang in het woon-werkverkeer, maar de ombouw van onze infrastructuur mist nog voldoende ambitie. Het toegenomen budget voor fietsinvesteringen kan niet verhelen dat men fietsend Vlaanderen nog lang niet het comfort garandeert dat meer Vlamingen over de streep kan trekken om voor de fiets te kiezen.

Ik vind het een heel interessante toespraak, maar hoor ik goed dat u zegt dat de renovatiegraad niet stijgt, dat de luchtkwaliteit slecht blijft en dat het met de zuivere voertuigen in ons land ook niet de goede weg opgaat? Ik vind dat een beetje bizar. Ik ben het met u eens als u dat inderdaad zegt, maar de jongste Vlaamse Regering heeft plannen in die richting gesmeed, om het op dat vlak beter te doen. Zegt u dan ook dat die plannen niet zullen volstaan om de doelstellingen die u vooropstelt, te halen?

Mijnheer Danen, u hebt mij duidelijk verkeerd gehoord, want ik heb duidelijk gezegd dat onze luchtkwaliteit verbetert, maar dat we voldoende ambitieus moeten blijven. Het fijn stof moet verder worden teruggedrongen. De plannen zijn gemaakt, maar we moeten doorgaan op die weg en dat durven versterken voor de volgende legislatuur.

Ik vind het toch wel vreemd, want de plannen zijn net gemaakt. Op 20 juli heeft de regering beslissingen genomen daarover, over luchtkwaliteit, over zuiver transport, over energierenovatie. Ik vind het dan toch vreemd dat u hier komt zeggen dat we op dat vlak een tandje moeten bijsteken. De plannen zijn net gemaakt. Mijn vraag is dan: volstaan ze niet om de doelstellingen die u wilt halen, te halen?

Ik heb duidelijk gezegd dat de luchtkwaliteit verbetert ten opzichte van de voorbije jaren, maar we zijn er nog niet. De plannen zijn gesmeed en we moeten de volgende jaren niet alleen plannen smeden, maar die ook daadkrachtig uitvoeren, en ik denk dat daar daadwerkelijk sterk werk van maken een zeer belangrijke uitdaging is voor de volgende jaren, voor de volgende legislatuur.

Meer en betere fietspaden, conflictvrije kruispunten, een netwerk aan fietssnelwegen. Het Vlaamse mobiliteitsbeleid wordt nog te vaak vanuit het voorruitperspectief vormgegeven, in plaats van door een fietsbril. Dat accent moet de komende jaren ingrijpend veranderen. We hebben dringend nood aan een coherent mobiliteitsplan. Gelukkig hebben we het idee om het STOP-principe (eerst stappers, dan trappers, dan openbaar en tot slot privévervoer) te laten varen als uitgangspunt voor ons mobiliteitsbeleid in de kiem kunnen smoren. Nu de fietsbarometer aangeeft dat in de eerste helft van dit jaar een derde meer fietsers zijn omgekomen in het verkeer, zou het STOP-principe verlaten een kapitale blunder zijn geweest. Kinderen moeten veilig naar school kunnen: kleine verkeerslichten op ooghoogte van kinderen, lagere begroeiing, schoolstraten, het uitbreiden van de zone 30 naar de ruimere schoolomgeving, conflictvrije infrastructuur, het weren van vrachtverkeer bij het begin en het einde van de schooltijd. Het voorstel van de Gezinsbond om een kindnorm in te voeren in het verkeer heeft alvast onze uitdrukkelijke steun. (Applaus bij CD&V)

En dan is er nog het energievraagstuk. Het feit dat het afschakelplan deze winter mogelijk in werking moet treden, bewijst dat er nood is aan een stabiel kader dat door alle, álle beleidsverantwoordelijken wordt onderschreven. Wie onzekerheid blijft zaaien over de noodzakelijke en dringende omschakeling naar een duurzame energiemix zonder kerncentrales, bedreigt al op relatief korte termijn onze energiezekerheid.

Collega’s, ik wil tot slot nog één aspect van levenskwaliteit aanstippen, en dat is het gevoel mee te tellen. Wat je als overheid ook doet, wanneer dat in een klimaat van verzuring en polarisering gebeurt, pluk je daar als samenleving nooit de vruchten van. Het constante ‘zondebokken’ in de huidige politieke arena is vooral een bewijs van een gebrekkig leiderschap, dat niet bij machte is om bruggen te bouwen over tegenstellingen.

– Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

Het eigen grote gelijk verhindert het herstel van vertrouwen tussen politici en tussen bevolkingsgroepen. Elk van ons heeft de verantwoordelijkheid te verhinderen dat extreem gedrag en extreem taalgebruik resulteren in de ontmanteling van ons sociaal weefsel en onze democratie. Collega’s, wij worden betaald om oplossingen te zoeken, niet om problemen uit te vergroten of ruzie te maken. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

De weg vooruit voor Vlaanderen is samen, of is niet. Comfortabel wonen, kwaliteitsvolle zorg, een gezonde leefomgeving, duurzame economische groei, alle garanties op een voorspoedige toekomst en een sociale omgeving die elke Vlaming zonder onderscheid het gevoel geeft erbij te horen, zijn de af te vinken indicatoren op het scorebord van deze en volgende Vlaamse Regering. Er is veel werk verzet, maar we zijn er nog niet. Dit laatste jaar mag geen uitboljaar worden. De weg vooruit naar meer levenskwaliteit voor elke Vlaming vraagt constante alertheid en een blijvende daadkracht. Mijn fractie heeft alvast de ambitie om het werk stevig voort te zetten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren collega’s, leden van de regering, minister-president, ik denk dat u intussen begrepen hebt dat de oppositie er nogal aanstoot aan neemt dat u maandag herhaaldelijk hebt gezegd dat Vlaanderen er beter voor staat dan vier jaar geleden. U hebt dat, als ik mij niet vergis, tot driemaal toe herhaald. Misschien moest u het net zo vaak herhalen om ook uzelf ervan te overtuigen. Want ook ik ben er inderdaad niet zo zeker van, ondanks de traditionele lange waslijst van uitgevoerde of aangekondigde maatregelen die we eergisteren mochten aanhoren.

Als ik mijn oor te luister leg bij Vlamingen, stel ik vast dat velen niet het gevoel hebben er beter voor te staan dan vier jaar geleden, integendeel zelfs. En waarom niet? Omdat fundamentele problemen geen of onvoldoende oplossing kregen en het leven er voor een deel van de Vlamingen bovendien duurder op werd.

Zonder in herhaling te willen vallen in deze reeds vergevorderde namiddag, noem ik een aantal punten op die nog niet aan bod zijn gekomen. Bijvoorbeeld op institutioneel vlak staat Vlaanderen er niet beter voor dan vier jaar geleden. België is en blijft een institutionele knoeiboel die goed, coherent beleid in de weg staat, een kunstmatige constructie die enkel overeind blijft dankzij de jaarlijkse diefstal van miljarden Vlaams geld naar Wallonië. Deze Vlaamse Regering stond en staat erbij en kijkt ernaar. Ook in deze Septemberverklaring was het tevergeefs speuren naar enige Vlaamse reflex. Op het einde van deze legislatuur toont deze Vlaamse Regering zich nog steeds slaafs onderdanig ten opzichte van de op federaal niveau afgesproken communautaire stilstand.

De Vlaamse Regering pronkt nu inderdaad met het begrotingsevenwicht dat, laten we wel wezen, ook niet in geringe mate de verdienste is van de werkende Vlaming. Maar ondertussen zien we jaarlijks nog steeds zo’n 7 miljard euro Vlaams belastinggeld naar Franstalig België verdwijnen. Dat bleek trouwens uit de studie van de KU Leuven, die nu stof ligt te vergaren in een kast van de minister-president. Die miljarden geld hebben we nochtans broodnodig om buffers aan te leggen voor de periode dat het eventueel economisch bergaf zou gaan. Kortom, de voorbije vier jaar werd er op institutioneel vlak kostbare tijd verloren. Op institutioneel-communautair vlak zijn we er dus zeker niet beter aan toe dan vier jaar geleden.

Vlaanderen staat er ook niet beter voor dan vier jaar geleden, omdat de gedeeltelijke omvolking, waarbij de autochtone bevolking, vooral in de Limburgse mijngemeenten en de grotere steden, vervangen wordt door immigranten, zich de voorbije vier jaar in ongezien tempo heeft voortgezet.

Vlaanderen is de voorbije vier jaar inderdaad in snel tempo verder vervreemd en geïslamiseerd door het opengrenzenbeleid, het falende immigratiebeleid en de hoge geboortecijfers onder islamitische allochtonen. Samen met de bevolkingsvervanging in voornamelijk de grootsteden zet ook de ontnederlandsing van Vlaanderen zich door. In vier jaar tijd is het aantal anderstalige leerlingen in ons onderwijs toegenomen van 17 procent tot 20 procent. In 13 procent van de scholen van het basisonderwijs zijn Nederlandstalige leerlingen al in de minderheid. In het secundair onderwijs is dat bijna 10 procent.

In de Vlaamse Rand rond Brussel zijn inmiddels liefst twee gezinnen op drie anderstalig door de verfransing en de massale intocht van vreemdelingen. We verliezen stilaan onze Vlaamse Rand.

De islamisering van Vlaanderen zette zich ook door tijdens de voorbije vier jaar. Niet minder dan een kwart van de leerlingen van het officiële onderwijs volgt inmiddels islamles als levensbeschouwelijk vak. In verschillende steden waaronder helaas ook in mijn eigen stad Genk, is er zelfs sprake van het inrichten van islamscholen. Her en der schieten megamoskeeën als paddenstoelen uit de grond met de bereidwille medewerking dan nog van de bewindsvoerders, van de machtspartijen die zelfs met subsidies over de brug komen. Een nieuwe geplande megamoskee in Kortrijk, een nieuwe megamoskee in Gent, een nieuwe megamoskee in Hasselt, enzovoort. Dat in die moskeeën waarden worden gepredikt die haaks staan op onze eigen waarden lijkt van geen tel.

De tikkende tijdbom die de vervreemding en de islamisering zijn, werd tijdens deze bestuursperiode niet ontmanteld, zelfs niet vertraagd. De klok van de tijdbom werd door het beleid van de huidige Federale en Vlaamse Regering nog wat verder gedraaid.

We kunnen ook eens aan de man en de vrouw in de straat vragen of zij van mening zijn dat we er beter voor staan dan vier jaar geleden. Aan de mensen bijvoorbeeld die dagelijks in de alsmaar aanzwellende files staan. In 2011 stond er op een gemiddelde werkdag bijna 280 kilometer file. In 2017 was dit al verdubbeld tot 570 kilometer. Intussen mogen de automobilisten wel fors in de buidel tasten door de verhoogde accijnzen en wil de minister van Mobiliteit het rekeningrijden voor personenwagens invoeren.

Misschien kunnen we aan alle mensen die op een wachtlijst staan eens vragen of zij er vandaag beter voor staan dan vier jaar geleden – aan de meer dan 120.000 gezinnen die op de wachtlijst staan voor een sociale woning bijvoorbeeld. En wat moeten de 14.000 mensen met een handicap die op de wachtlijst staan voor hulp denken van het triomfalisme van deze Vlaamse Regering? Of wat vinden al die oudere Vlamingen met hun schamele pensioenen die niet eens volstaan om de rusthuisfacturen te betalen van een dergelijke goednieuwsshow?

Wat de minister-president en deze Vlaamse Regering al te vaak vergeten, is hoezeer het leven van de modale burger duurder is gemaakt. Het is deze namiddag al meermaals herhaald met betrekking tot mobiliteit, energie, drinkwater, onderwijs, kinderopvang enzovoort.

Voorzitter, collega’s, deze regering realiseert inderdaad een begrotingsevenwicht, ook met dank aan de inspanningen van de hardwerkende Vlaming en van Oosterweel dat buiten de begroting werd gehouden. Deze regering doet inderdaad investeringen en trekt budgetten inzake welzijn op. Maar deze regering is geen regering die garant staat voor onze toekomstige veiligheid en welvaart. De demografische veranderingen bedreigen onze identiteit en onze veiligheid. De besparingen van de Vlaamse Regering voelen de Vlamingen in hun zak. En de institutionele stilstand en de jaarlijkse miljardendiefstal Vlaams geld zorgen ervoor dat Vlaanderen in de problemen zal geraken wanneer het economisch weer wat slechter gaat. Enige bescheidenheid zou de minister-president en de hele Vlaamse Regering dus sieren.

De lofbetuigingen laat ik deze middag graag aan de applausmachines van de meerderheid.

Minister-president, van ons krijgt u geen voldoende. Volgens mij en volgens vele Vlamingen staan we er op dit moment helaas niet beter voor dan vier jaar geleden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

Voorzitter, nu het debat zich met een steeds stijgende spankracht heeft opgebouwd, ben ik blij dat ik als laatste het woord mag voeren in een poging het debat op een nog hoger niveau te brengen. U moet begrijpen dat dit voor mij niet eenvoudig is. Ik heb deze namiddag heel aandachtig geluisterd en de verschillende sprekers hebben de Septemberverklaring op een verschillende manier benaderd.

De heer Vandenbroucke sprake over een rekening. De heer Diependaele had het iets meer schoolmeesterachtig over een rapport. De heer Rzoska had het over een testament, maar begon onmiddellijk daarna over de regering-Bourgeois III. Op de banken van de N-VA heb ik hiervoor zowel een zeker enthousiasme, maar bij sommigen ook een zekere verslagenheid gezien. Ik moet eerlijk zijn. De heer Van den Heuvel sprake in een klassieke CD&V-benadering over een balans. De heer Janssens hield een klaagzang.

Nu rest mij enkel nog een bilan, een terugblik, een evaluatie, een review, een track record of een prijs. Ik onthoud, alle gekheid op een stokje, uit dit debat een aantal belangrijke lijnen die ik even wil samenvatten.

Ten eerste zijn we het, met hier en daar een nuance, eens over de feiten. In 2014 was de economische situatie in Vlaanderen heel moeilijk. De begroting stond er niet goed voor en de economie stond er niet goed voor. Nu, bijna vijf jaar later, gaat het economisch goed met Vlaanderen. De werkloosheid daalt. Er komen jobs bij en de economische groei heeft zich hersteld. Er dient zich zelfs een nieuwe uitdaging aan, namelijk de vraag hoe we voldoende arbeidskrachten zullen vinden om alle vacatures in te vullen.

Ten tweede zijn de Vlaamse financiën in orde. De Vlaamse Regering levert al drie jaar op rij een begroting in evenwicht af.

Ten derde investeert de Vlaamse Regering massaal. Ik ben blij dat de oppositie dit met enige nuances, zoals het hoort, en met enige vraagtekens, zoals het mag, tijdens het debat heeft erkend. Er wordt geïnvesteerd in scholen, in onderzoek en ontwikkeling, in onze bedrijven, in de jeugdhulp, in zorg enzovoort. Dat zijn noodzakelijke investeringen.

Ten vierde is de Vlaamse Regering niet de enige investeerder, maar ze zorgt er wel voor dat mensen geld terugverdienen en dat die mensen meer koopkracht krijgen en kunnen investeren. Niemand zal het me kwalijk nemen dat ik minister Tommelein en zijn ondertussen indrukwekkende lijst belastingverlagingen vermeld. De registratierechten en schenkingsrechten zijn verlaagd. Er zijn billijke erfenisrechten en hij ondersteunt de federale taxshift volledig. Het gaat, kortom, om een koopkrachtverhoging met 7 procent.

Ten vijfde heeft de Vlaamse Regering een aantal belangrijke hervormingen doorgevoerd die allemaal al zijn opgesomd. Daarover zijn we het eens.

Aangezien ik begrijp dat het verkiezingstijden zijn en sommige mensen liever op het terrein zijn, probeer ik beknopt te zijn. We zijn het eens over de feiten, de successen en de vooruitgang. De Vlaamse Regering mag terecht fier zijn op haar werk.

We zijn het er ook over eens dat we niet euforisch moeten zijn. Er zijn deze namiddag een aantal interessante debatten gevoerd over thema’s waarover we enerzijds over alle banken heen erkennen dat er duidelijk vooruitgang is geboekt, maar in verband waarmee het anderzijds evident is dat het werk nog niet gedaan is.

Voorzitter, er is een debat over de zorg gevoerd. Indien ik vandaag de Prijs Jan Peumans mag uitreiken, gaat die prijs naar minister Vandeurzen. U kent de prijs voor de snedigste toespraak. Ik vind dat hij zijn beleid op een zeer krachtige, combattieve en geloofwaardige manier heeft verdedigd. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

Daarmee weet u meteen welk afscheidscadeau u krijgt, een speciale prijs die elk jaar wordt uitgereikt door het Bureau.

Alle gekheid op een stokje: op het vlak van zorg erkennen we over de partijgrenzen heen dat er nog altijd veel werk aan de winkel is. Niemand in dit halfrond is blind voor mensen die nog op de wachtlijst staan, mensen die vandaag nog in armoede leven, mensen die het vandaag moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, mensen die een beroep moeten kunnen doen op meer ondersteuning. Tegelijkertijd dwingt de intellectuele eerlijkheid ons ook te zeggen dat op dit vlak de Vlaamse Regering een indrukwekkend traject heeft afgelegd, dat we veel verder staan dan enkele jaren geleden.

Ook een interessant debat was de mobiliteit. Er is het spanningsveld tussen enerzijds het massaal investeren – dat doen we zowat voor elke vervoersmodus – en anderzijds de realiteit op het terrein, waar mensen vandaag nog te vaak in de file staan. Dat tast de levenskwaliteit aan en is ook een bedreiging voor onze economie. Het is belangrijk dat de geplande investeringen op korte termijn worden doorgevoerd.

Als ik hier een noot aan mag toevoegen: we hopen ook dat met de vervoersregio’s, waar we sterk in geloven, een aantal mobiliteitsproblemen beter zullen kunnen worden aangepakt. Dat vraagt ook in de toekomst een Vlaamse overheid en een lijn – De Lijn – die niet alleen probeert te domineren, maar ook veel meer probeert te faciliteren, daar waar lokale besturen vragende partij zijn. Ook dat hebben wij in elke gemeente gehoord, dat we van De Lijn meer mogen vragen. Ik moet in dezen mijn respect uitspreken – dat zeg ik in alle ernst en met veel genegenheid – voor de manier waarop de heer Rzoska vandaag weer heeft laten zien waarom hij ver boven de middelmaat in het halfrond uitsteekt.

We hebben dus een aantal boeiende debatten gevoerd. We erkennen dat we heel veel stappen vooruit hebben gezet, maar dat er voor een aantal maatschappelijke uitdagingen nog werk aan de winkel is. Gelukkig maar, of anders was onze job hier afgelopen en moesten we volgend jaar niet meer terugkomen.

Ik wil het vandaag eigenlijk niet hebben over de materiële uitdagingen. Het derde onderdeel van mijn betoog heeft betrekking op iets immaterieels. Het gaat economisch goed met Vlaanderen, maar de vraag die ik me stel, als ik de voorbije weken en maanden zoals velen van jullie huisbezoeken heb gedaan en met de mensen heb gepraat, intenser dan anders, is: gaat het wel goed met onze samenleving? Ik herinner me de jaren negentig. Het waren jaren van hoop, van optimisme. Het ging toen economisch heel goed. De Berlijnse muur was gevallen, de Koude Oorlog was gedaan, de Europese Unie kreeg een eigen munt, de internationale handel werd vrijgemaakt, er heerste veel optimisme: jaren van voorspoed, jaren van hoop.

Vandaag is het maatschappelijke klimaat anders. De internationale samenwerking staat onder druk. Staten en leiders plooien terug op zichzelf. Vrijhandel – de heer Diependaele heeft ernaar verwezen – moet plaatsmaken voor hogere invoerheffingen. De Europese Unie moet haar bestaan verdedigen tegen frontale aanvallen van populisten van links en rechts. Ook in de Vlaamse samenleving is er onder de mensen – dat moeten we erkennen – niet echt een hoerastemming, ondanks de economische hoogconjunctuur, ondanks het feit dat er veel jobs bij komen en veel kansen worden gecreëerd. Integendeel, ik heb het gevoel dat er veel onzekerheid heerst, dat de angst om welvaart te verliezen, om erop achteruit te gaan, vaak zwaarder weegt dan het geloof dat we die welvaart verder kunnen versterken. Dat is misschien de grootste anomalie van deze tijd. Nooit ging het ons zo goed, en tegelijkertijd waren we nooit zo onzeker.

Om het nog scherper te stellen: in onze samenleving is er vandaag enorm veel engagement. Meer dan ooit zijn er mensen die zich willen inzetten voor anderen op tal van manieren. De actiecomités zijn bijna niet te tellen. In tegenstelling tot wat criticasters vaak beweren, bestaat het overgrote deel van die actiecomités uit constructieve mensen, die veel meer willen zijn dan de belichaming van een nimbygevoel. Ze zoeken nieuwe wegen om onze samenleving beter te maken. Ze hebben vaak goed onderbouwde voorstellen, schuwen de dialoog niet, en zijn bereid om compromissen aan te gaan.

Die positieve energie bestaat in onze straten, buurten en dorpen. Maar maatschappelijk botst die lokale energie op een landelijk en internationaal discours van angst en onzekerheid. Dit tijdsgewricht, onze samenleving lijkt door twijfel gegrepen, het geloof in zichzelf en in de capaciteit om uitdagingen die op ons afkomen aan te pakken en op te lossen, verloren. Onze samenleving verandert snel, verstedelijkt, verkleurt, digitaliseert. Sociologisch leven we in een andere realiteit. In Vlaanderen worstelen we daarmee. En die onzekerheid lijkt de ideale voedingsbodem voor hen die willen polariseren, die mensen tegen elkaar willen opzetten, die een klimaat van afgunst willen creëren en versterken, die willen scoren op de kap van een ander.

Hier ligt een belangrijke taak weggelegd voor alle beleidsverantwoordelijken, voor de Vlaamse Regering, eigenlijk voor ons allemaal. Want onze welvaart versterken en veilig stellen – en dat zegt een liberaal – doen we niet alleen door belastingen te verlagen of hervormingen door te voeren, maar ook door mensen opnieuw hoop en vertrouwen te geven, hen ervan te overtuigen dat het morgen nog beter kan zijn dan vandaag, door hen te motiveren met de simpele waarheid dat als iedereen vooruitgaat, iedereen erbij hoort, we allemaal sterker worden.

Er is nood aan het herijken van de Vlaamse grondstroom naar een grondstroom die opnieuw hoop uitdraagt, twijfel overwint, mobiliseert en de positieve energie van zovele mensen inbedt en versterkt, waar we in de eerste plaats elkaar opnieuw als medestander zien, de medeburger, een bondgenoot, waar we nieuwe maatschappelijke zekerheden voor Vlaanderen gieten, niet op basis van een imaginair verleden, maar op basis van een gezamenlijke toekomst: inclusief, verantwoordelijk, optimistisch. Vlaanderen heeft zo’n voluntaristisch maatschappelijk offensief van hoop en vertrouwen nodig, dat vooroordelen overwint, onzekerheid wegneemt. Vandaag zijn we te verdeeld, we moeten meer verenigen. We gaan te gemakkelijk mee in een maatschappelijk discours waarbij we anderen beleren en met de vinger wijzen, terwijl echt leiderschap er niet in bestaat de mensen naar de mond te praten, maar hun net de vraag te stellen: wat kunnen jullie, wat kunnen wij doen om ons samenleven tot een succes te maken? Mensen in Vlaanderen snakken naar zo’n discours. Ze zijn het oppoken door sommigen van verzuring, van negativiteit beu.

Minister-president, daarom waardeer ik uw oproep aan werkgevers om werkzoekenden meer kansen te geven, heel sterk. Om minder selectief te zijn. Een oproep die ik graag ondersteun, maar meteen ook wil verruimen. Misschien moeten we allemaal wat minder selectief zijn. En zo iedereen de kans geven om erop vooruit te gaan, bijvoorbeeld om een woning te kunnen huren. Dat grijpt mij persoonlijk aan, want mensen komen het mij vertellen. Als uit een onderzoek blijkt dat heel wat kandidaat-huurders, in Vlaanderen geboren en getogen, maar met een allochtone naam, worden gediscrimineerd, dan is daar maar één woord voor: ‘be-scha-mend’. En dan moeten alle politieke verantwoordelijken dat fel veroordelen. We moeten samen klaar en duidelijk zeggen dat discriminatie op basis van afkomst in onze westerse en democratische samenleving onaanvaardbaar is, dat dat ingaat tegen een van onze fundamentele waarden, dat dit niet het Vlaanderen is dat wij willen. Een politicus die dat doet, die neemt zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid, die gaat in tegen het hokjesdenken en tegen polarisering en afgunst, en werkt zo mee aan een beter Vlaanderen waar er plaats is voor iedereen, waar niemand tweederangsburger is, waar iedereen gelijke kansen krijgt. Een verbindend, hoopvol maatschappelijk project is het enige juiste antwoord op angst, polarisering en onzekerheid. Zo’n boodschap, sterk uitgedragen, zal mensen vrijer maken, meer energie geven. Het zal Vlaanderen sterker maken en beter voor iedereen. Ik dank u. (Applaus bij Open Vld, N-VA, CD&V, sp.a en Groen)

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Voorzitter, collega's, we zijn inderdaad aan het einde van het debat over de laatste Septemberverklaring van deze regeerperiode. Collega Somers, als ik even op uw badinerende toon mag doorgaan – u hebt nogal wat adjectieven en kwalificaties rondgestrooid, ik zou zeggen, we hebben zonet een predikant aan het woord gehoord –, ik kan u verzekeren dat uw laatste boodschap de politiek is van deze Vlaamse Regering. Die gaat voor een inclusieve samenleving, die gaat voor mensen die met een verschillend verleden gaan voor een gedeelde toekomst, waar we iedereen warm insluiten, waar we werk maken daarvan met het integratiebeleid en met het tewerkstellingsbeleid.

Ik heb op de cijfers gewezen die zijn behaald in de proefprojecten van minister Muyters, waaruit blijkt dat we een enorm aantal mensen, 47 procent als ik me niet vergis, aan de slag krijgen door de volgorde om te draaien en mensen op de werkvloer of tijdens de werkopleiding Nederlands te leren, wat hen toeleidt tot een job. Dat zijn cijfers die bij anderen bewondering opwekken, waardoor ze uit de Scandinavische landen zelfs komen kijken hoe we dat hier doen. Dat is de samenleving waar we voor gaan. Dat is de samenleving waarin we de dag na de aanslagen mensen van diverse levensbeschouwingen, religieuze en niet-religieuze, hebben samengebracht aan de Beurs, waar ze hand in hand hebben gestaan om de boodschap te onderschrijven: we delen die ene publieke cultuur.

Ik wil eraan toevoegen: het is niet genoeg om te zeggen dat we niet overgaan tot discriminatie. We moeten een positief beleid voeren van gelijke kansen en van stimuleren, maar tegelijk wil ik beklemtonen dat die gedeelde toekomst alleen kan worden opgebouwd als de publieke waarden van de verlichting die ons verenigen, in Europa en de hele Europese Unie worden onderschreven. Dus, geen plaats voor sharia, gelijkheid tussen man en vrouw, alle waarden, rechten en vrijheden even goed respecteren. (Applaus bij de meerderheid)

Voorzitter, wat het debat betreft, ik had wat meer debat over hoofdlijnen en wat minder over lokale toestanden gewild. Maar zoals u zegt – en dat leidt niet tot enig conflict tussen ons beiden, want blijkbaar hebben journalisten dat verkeerd opgepikt –, er is freedom of speech en het staat iedereen vrij om zijn lokale bezorgdheden en verwezenlijkingen en al dan niet successen hier in de verf te zetten. Ik had alleen stilletjes gehoopt dat we iets meer over de staat van Vlaanderen, over de toekomstige lijnen die we trekken en over de begroting hadden kunnen spreken. Het stond mij ook vrij om mijn mening daarover te uiten, en dat heb ik ook gedaan.

Collega's, ik blijf erbij: Vlaanderen is in goede staat. Ik heb op geen enkel moment gezegd dat we zelfgenoegzaam mogen zijn. Ik heb op geen enkel moment opgeschept over waar we staan, integendeel. Ik heb gezegd dat we beter moeten doen. Ik heb gezegd dat de ambitie van Vlaanderen moet zijn om zich te meten met de besten in de Europese Unie. Dat is de boodschap die we meegeven. We zijn er beter aan toe dan in 2014.

Mijnheer Rzoska, ik ben blij dat u hebt bevestigd dat de koopkracht met 7 procent stijgt, dat het lot van de mensen beter is, maar ik heb op geen enkel moment gezegd dat we de ambitie los mogen laten. We excelleren op een aantal vlakken, en gelukkig maar. Laat ons daar ook eens trots op zijn. Ik ben mijn toespraak begonnen met te zeggen dat we trots mogen zijn op heel veel mensen, op gezelschappen, individuen, atleten, kunstenaars enzovoort, die performeren, die naam en faam hebben in het buitenland. U komt allen net als ik in het buitenland. Daar hoor je telkens opnieuw met bewondering spreken over die mensen. Wij moeten die lijn durven door te trekken op alle vlakken van het maatschappelijke leven.

Daarom trekken we die grote lijnen. Daarom hebben bij de start van de regering gezegd dat we twee grote sporen willen trekken, waarbij we op een ongeziene manier investeren in welzijn, in een warme samenleving. Ik heb begrepen dat minister Vandeurzen de ‘prijs Jan Peumans’ krijgt voor de combattieve manier waarop hij zijn beleid hier verdedigd heeft, maar ook met een visie, collega’s, met een heel goede visie achter dat beleid, dat wil ik heel sterk beklemtonen.

Tegelijk hebben wij gezegd: we zullen een even groot spoor trekken voor onderzoek en ontwikkeling. Ik kom, net als u, op andere plaatsen in de wereld. Ik zie hoeveel er geïnvesteerd wordt in innovatie: in Israël, in Zuid-Korea, in China, in de VS, in diverse andere landen, die verder staan dan Vlaanderen. Wel, wij staan bovengemiddeld op Europees vlak. Wij halen 2,7 procent van ons bnp inzake onderzoek en ontwikkeling. Dat is meer dan 120 procent van het Europese gemiddelde. Maar het is onze ambitie om naar 3 procent te gaan en verder, omdat dit, collega's, de jobs van de toekomst zijn. En ik kan het niet genoeg beklemtonen: geen zelfgenoegzaamheid. De wereld wacht niet op ons. Het is aan ons om die lijnen te trekken, aan ons om de juiste investeringen te doen.

Ik ben trots op die investeringen. We hebben niet alleen in welzijn, niet alleen in onderzoek en ontwikkeling geïnvesteerd. We hebben een recordbedrag aan investeringen gedaan in schoolgebouwen, ongelooflijk veel schoolgebouwen. Minister Crevits zegt terecht dat ongeveer in elke stad, in elke gemeente in Vlaanderen er nieuwe scholen tot stand gekomen zijn. We hebben evenzeer enorm veel geïnvesteerd in sociale huisvesting, en niet het minst in mobiliteit en openbare werken.

Dat was een van de thema's hier vandaag. Ik heb er met heel veel aandacht naar geluisterd. Ik wil alleen nogmaals benadrukken dat het probleem van de mobiliteit alleen kan worden aangepakt met tal van maatregelen, met gecombineerde maatregelen, met combimobiliteit, maar ook met een gedragsverandering. We investeren zeer zwaar in die infrastructuur. Ik ben er trots op dat minister Ben Weyts een doorbraak heeft bereikt in het dossier van de Oosterweelverbinding, een twintig jaar oud dossier. Welnu, 50 procent van de files in Vlaanderen doet zich voor op de ring rond Antwerpen en op de ring rond Brussel. Dat zijn de twee grote dossiers die wij nu eindelijk aanpakken, met massief veel budget daarvoor. Maar we zullen die kosten doen, we zullen die inspanningen doen.

We investeren daarnaast historisch veel in fietssnelwegen, in fietsinfrastructuur. Er is hier gepraat over gewestwegen en niet-afgescheiden fietspaden. Dat is een erfenis van het verleden, collega's. U hoeft niemand daarvoor met de vinger wijzen. Dat heeft te maken met onze ruimtelijke ordening. Dat heeft te maken met onze 'verlinting'. In Nederland zijn de verbindingen tussen steden en gemeenten, tussen twee dorpen, bouwvrij, op een uitzondering na. Daar kun je dus afgescheiden fietspaden aanleggen. Daarom is het zo belangrijk dat dat Beleidsplan Ruimte Vlaanderen gerealiseerd wordt en dat je die omslag maakt. Maar dat doe je niet met een vingerknip, dat doe je niet op één dag.

We investeren massaal in de binnenwateren. Er is een recordaantal goederenvervoer dat nu gebeurt over de binnenwateren. Dat is ontzettend belangrijk. Op de lancering of de voorstelling van het investeringsplan – niet investeringspact – van Michel Delbaere en zijn CEO’s en ‘captains of industry’ heb ik gezegd dat er inderdaad ook op het vlak van spoor meer moet worden geïnvesteerd, indien wij het publieke transport, de publieke transportmiddelen meer willen gebruiken.

Collega's, ik herhaal dat Vlaanderen in goede staat is. We hebben een budget in evenwicht. Dat kan vanzelfsprekend lijken. Kijk rondom u, kijk naar andere landen, kijk binnen België wie een structureel evenwicht heeft. Wij hebben een structureel evenwicht. En meer nog, we hebben geld vrijgemaakt om enorm veel investeringen te doen. We hebben daarbovenop een slankere overheid, een efficiëntere overheid, die meer en meer evolueert naar een kennisoverheid. We hebben een enorme belastingverlaging doorgevoerd. De korting op de personenbelasting die wij meebetalen, heeft enorm veel effect. De minst verdienende mensen hebben 100 euro netto meer per maand. En we hebben, zoals ik al zei, een recordbedrag aan investeringen. We hebben een recordaantal hervormingen doorgevoerd, veel te veel om op te sommen. Maar ga elk van de beleidsdomeinen na, van elk van de collega's: in elk van die domeinen is een grote omslag gebeurd, zijn er nieuwe keuzes gemaakt, zijn er toekomstgerichte keuzes gemaakt.

Dat is de boodschap die ik wil meegeven. Met deze begroting gaan wij door op dat elan. We gaan door op de gerichte keuzes die we gemaakt hebben. We gaan door op die visie. We doen dat met het oog op 2050 en met het oog op de wereld rondom ons, die niet stilstaat. We weten dat we competitief moeten zijn en de ambitie moeten hebben om bij de beste te zijn. Dat is het spoor dat we trekken.

Dat is ook mijn slotwoord, collega's. Deze begroting, de laatste begroting van deze regeerperiode, is een werkbegroting. We gaan blijven werken met die regering. We gaan blijven werken tot de laatste dag om er uitvoering aan te geven, om verder de basis te leggen van meer welvaart, meer welzijn voor alle Vlamingen. We gaan de sporen trekken – tegelijk – die ons allemaal samen met bijna 7 miljoen Vlamingen begeleiden naar die toekomst die, wat mij betreft, moet excelleren, ambitieus moet zijn, innovatief moet zijn, die sociaal moet zijn, die inclusief moet zijn. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

De voorzitter

Hoofdelijke stemming

Dames en heren, aan de orde is de hoofdelijke stemming over de verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2019.

Stemming nr. 1

Ziehier het resultaat:

101 leden hebben aan de stemming deelgenomen;
  71 leden hebben ja geantwoord;
  30 leden hebben neen geantwoord.

Dientengevolge keurt het Vlaams Parlement de verklaring goed.

Ingekomen documenten en mededelingen
Mededeling van de voorzitter

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.