U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018, het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2018.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

De heer Bertels, verslaggever, heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Collega’s, de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting besprak op haar vergaderingen van 8, 15, 22 en 29 mei en 19 juni 2018 de hier vandaag voorliggende begrotingsdocumenten. Zoals de traditie het wil, zal ik samen met collega Maes verslag geven. Wat mij betreft, is dat een kort en gebald verslag.

Op 8 mei gaf de minister-president toelichting bij zijn bevoegdheden in de commissie. Voor de details verwijs ik u naar het verslag zelf. Er werden enkele vragen gesteld omtrent de Dienst van de Bestuursrechtscolleges, de uitbetalingen van het Rampenfonds en Vlaanderen Radicaal Digitaal. De details kunt u vinden in het verslag, dat u ongetwijfeld gelezen hebt.

Op 15 mei gaf minister Tommelein toelichting bij de begrotingscontrole. Hij stelt dat de Vlaamse begroting in 2017 weer aansloot bij een begroting die structureel in evenwicht is. Bij de begrotingsopmaak 2018 en de begrotingscontrole 2018 werd de structurele evenwichtsdoelstelling aangehouden, volgens de minister, mits een aantal correcties. Een aantal uitgaven zitten zoals bij de opmaak van de initiële begroting wel in de begroting, maar niet in de begrotingsdoelstelling. Die uitgaven worden buiten de begrotingsdoelstelling gehouden.

In vergelijking met de begrotingsopmaak 2018 stijgen de ontvangsten met 390,8 miljoen euro bij constant beleid, vooral door de toegenomen gemeenschapsmiddelen en de eigen ontvangsten van de instellingen. De uitgaven stijgen bij constant beleid met 361,7 miljoen euro. Dat is vooral een gevolg van afspraken betreffende de indexparameters, met een impact van 110,8 miljoen euro, en de actualisatie van de beleids- en betaalkredieten ter waarde van 251,6 miljoen euro.

De stijging van de uitgaven bij de instellingen is grotendeels een gevolg van de hogere eigen ontvangsten.

Daarnaast is er een negatieve bijstelling van de ESR-correcties ter waarde van 19,9 miljoen euro en een positieve bijstelling van de onderbenutting van 182,1 miljoen euro. In totaal is er een bijkomende budgettaire ruimte van 191,3 miljoen euro, wat, samen met het overschot van 11,5 miljoen euro bij de begrotingsopmaak, een totale beleidsruimte geeft van 202 miljoen euro geeft.

De minister ging vervolgens dieper in op de ESR-correcties bij de instellingen van het Vlaams Parlement, de DBFM Scholen van Morgen, het DBF-project Stelplaatsen Oostende, de A1/A3-ziekenhuisinfrastructuur en de Sluis Terneuzen. Die technische details zal ik u besparen.

Wat de onderbenutting betreft, wordt uitgegaan van de vastgestelde onderbenutting van de laatste twee uitgevoerde begrotingsjaren, in casu 2016 en 2017, gecorrigeerd voor eenmalige effecten. Dit resulteert in een onderbenuttingspercentage van 2,18 procent of 651,1 miljoen euro. Dit bedrag wordt aangevuld met een forfait van 90 miljoen euro aan verwachte onderbenutting op de kredieten van de zesde staatshervorming, wat volgens de minister verantwoordbaar is, gezien de onderbenutting op deze bevoegdheden in 2016 en 2017. Daarnaast leidt het effect van de volledige consolidatie van de hogescholen en universiteiten tot een bijkomende verhoging van de onderbenutting. In totaal bedraagt de onderbenutting dan 891,2 miljoen euro.

De 202 miljoen euro aan beleidsruimte wordt besteed aan een verhoging van de VAK/VEK-buffer ter waarde van 100 miljoen euro tot 147 miljoen euro, en aan 99,4 miljoen euro bijkomende uitgaven. Gelet op de sensitiviteit van de ontvangsten voor wijzigingen in de groei- en de inflatieparameters bepleit de minister ook een constante monitoring van de begroting. De totale ontvangsten bedragen bij deze begrotingscontrole 42,6 miljard euro, of 390,8 miljoen euro meer ten opzichte van de begrotingsopmaak 2018. De belangrijkste elementen in ontvangsten zijn het Vlaamse deel in de personenbelasting, de transfers vanuit de federale overheid en de gewestbelastingen.

De minister staat even stil bij de belangrijkste wijzigingen inzake de opcentiemen, de fiscale autonomie en de gewestbelastingen. Langs de uitgavenzijde nemen de beleidskredieten in totaal toe met 641,9 miljoen euro. De betaalkredieten stijgen met 561 miljoen euro. In totaal neemt het verschil tussen beleidskredieten en betaalkredieten lichtjes toe, waarbij de beleidskredieten nu 372 miljoen euro hoger liggen. Dit is een gevolg van de actualisatie van betaalkalenders bij ongewijzigd beleid en aanwending van de kredieten van de geconsolideerde instellingen.

De minister gaat vervolgens in op de totstandkoming van het vorderingensaldo, waarbij vier elementen die in de begroting staan, niet in rekening worden gebracht, zoals ook bij de initiële begroting. Het betreft de eenmalige correctie voor de afwijking van de autonomiefactor van 1005 miljoen euro, de impact van de bouwkost van Oosterweel ten belope van 76 miljoen euro, de potentiële impact van de ziekenhuisinfrastructuur A1/A3 die worden geschat op 40 miljoen euro, en tot slot de schuldovername van de gemeenten in het kader van de vrijwillige fusies ten belope van 97 miljoen euro.

De geconsolideerde bruto schuld bedroeg eind 2017 23,4 miljard euro. Hiervan wordt een toename met 1,4 miljard euro verwacht tegen het einde van het jaar 2018. De minister wijst erop dat het decreet betreffende de optimalisatie van het beheren van de financiële activa van de Vlaamse overheidsentiteiten ruw geschat een positieve impact van ongeveer 600 miljoen euro kan hebben op de schuld, waar bepaalde instellingen nu worden verplicht hun overtollige liquiditeiten te beleggen in directe schuld.

Tot slot wordt er inzake de financieringsbehoeften een bruto financieringsbehoefte van 725 miljoen euro geraamd, voornamelijk ten gevolge van het herfinancieren van aflopende schulden, het gecorrigeerd nominaal begrotingsresultaat en het ESR-8- en ESR-9-effect van bepaalde uitgaven, en tenslotte door het decreet inzake het beheer van financiële activa, zoals daarnet even kort toegelicht.

Tot daar de toelichting van de minister. Met betrekking tot de discussie geef ik het woord aan collega Maes. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Maes, verslaggever, heeft het woord.

Lieve Maes (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, ik stel nu het gebruikelijke verslag op de begrotingsaanpassing 2018 van het Rekenhof voor. De raadsheer van het Rekenhof, de heer Debucquoy, stelt dat het Rekenhof over het algemeen verheugd is over de begrotingssituatie. Er is eindelijk budgettaire ruimte en die is te danken aan de gunstige conjunctuur en de begrotingsinspanningen van de voorgaande jaren, zoals het wegwerken van overheidstekorten ingevolge de financiële en economische crisis, het opvangen de 2,5 miljard euro saneringsbijdrage die aan de gewesten werd gevraagd in het kader van de zesde staatshervorming en het wegwerken van het tekort voor de Vlaamse Gemeenschap dat het gevolg was van de weerslag van de federale taxshift op de middelen van de Vlaamse Gemeenschap.

Ook de Hoge Raad voor Financiën heeft in haar laatste advies het geleverde werk gewaardeerd. Nieuw in de positie van de Hoge Raad voor Financiën is dat ze nu van oordeel is dat de gewesten en gemeenschappen waar een begrotingsoverschot is gerealiseerd, de teugels enigszins mogen vieren en mogen evolueren naar een begrotingsevenwicht, en niet langer begrotingsoverschotten moeten nastreven.

De raadsheer behandelde achtereenvolgens de positieve evoluties sinds de begrotingsopmaak 2018, aanbevelingen bij begrotingsoverschotten, het respecteren van de prerogatieven van het Vlaams Parlement en een rubriek ‘diverse aandachtspunten’ en nog een aantal punctuele opmerkingen. Hij had het daarbij nog over de transparante raming van de ontvangsten, de optimalisering van kas- en schuldbeheer en het naleven van het Europees begrotingskader, ook voor strategische investeringen. Hij vermeldde wel dat de case rond Oosterweel zeer goed is uitgewerkt.

Minister Tommelein startte zijn repliek met het Rekenhof te bedanken voor zijn omstandig verslag omtrent de aanpassing van de begroting 2018 en concludeerde dat het Rekenhof het Vlaamse begrotingsbeleid in grote lijnen onderschrijft. Hij ging specifiek in op de lening aan de Warande, de aanleg van begrotingsbuffers, het buiten begrotingsdoelstelling houden van de Oosterweelverbinding, de financieringsovereenkomst met de nv BAM (Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel) en vestigde nog eens de aandacht op wat goed gaat.

Daarna startte het debat over het verslag van het Rekenhof. Er waren tussenkomsten van de heren Bertels, Rzoska, Diependaele, Somers, Van den Heuvel en Vandenbroucke in een eerste ronde. In een tweede ronde kwamen nog de heren Diependaele, Vandenbroucke en Van Rompuy tussen, waarop een repliek volgde van zowel raadsheer Debucquoy als minister Tommelein.

De heer Rzoska ging verder met de discussie, waarop een tweede repliek van minister Tommelein volgde. En er was nog een vraag van de heer Bertels over aanzuiveringskosten voor SOFI, waarop de minister in de volgende vergadering terugkwam met een technische verduidelijking. Voor de liefhebbers, SOFI staat voor Spin-Off FinancieringsInstrument en dat voor zowel strategische onderzoekscentra, als voor universitaire associaties. Het laatste deel van de besprekingen was een discussie tussen de heer Bertels en de minister over de fiscale regularisatie.

Op de vergadering van 19 juni 2018 werd gestart met de akteneming van de verslagen van de vakcommissies, waarop geen opmerkingen geformuleerd werden. Vervolgens werd overgegaan tot de artikelsgewijze bespreking en stemming van het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018. Er waren vier amendementen van de Vlaamse Regering. Ze werden alle vier aangenomen, het eerste eenparig, de andere met negen stemmen voor, twee tegen en één onthouding. Het aldus gewijzigd ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 wordt aangenomen met negen stemmen tegen drie.

Dan volgde de artikelsgewijze bespreking en stemming van het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018. Ook hierop waren een reeks amendementen, zowel ingediend door de oppositie als door de Vlaamse Regering. De zeven amendementen ingediend door de oppositie werden alle verworpen met acht stemmen tegen drie. De amendementen van de Vlaamse Regering werden alle goedgekeurd. De stemverhoudingen voor de amendementen en de artikels varieerden: een deel werd goedgekeurd met acht stemmen voor en drie tegen, andere met negen stemmen voor en twee tegen of met negen stemmen voor en twee onthoudingen, een deel met elf stemmen voor. Er waren nog twee andere combinaties. Het aldus gewijzigde ontwerp van decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2018 is  aangenomen met acht stemmen voor en drie stemmen tegen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Voorzitter, er is iets veranderd in vergelijking met het begin van de legislatuur. In het begin van de legislatuur luidde de boodschap vooral dat we de broeksriem moesten aanhalen en dat er moest worden bespaard. We moesten overal snoeien, vaak tot op het bot.

Sinds de zomer van 2017 lijkt er iets te zijn veranderd. Er wordt nu niet plots heel fundamenteel geïnvesteerd, maar bij de begrotingscontroles is er telkens geld over dat dan kan worden uitgedeeld. Vorig jaar werd de buffer van 135 miljoen euro op die manier opgemaakt met een dozijn kleinere uitgaven. Wat de huidige begrotingscontrole betreft, wordt de buffer van 100 miljoen euro aangesproken en opnieuw aan eenmalige uitgaven besteed.

We krijgen dan een regen aan cadeaus. Dat wordt netjes verdeeld onder alle ministers, die dan tegen 14 oktober 2018 Bongobonnen kunnen uitdelen. Sommige Bongobonnen zijn redelijk schaamteloos. Wat het meest in het oog springt, is een lening van 800.000 euro aan De Warande. Minister-president Bourgeois moet hebben gedacht dat hij er beter zelf iets kan hebben als hij een cadeau geeft, en dus krijgt die zakenclub een fikse lening die met lidkaarten wordt terugbetaald. Dat klinkt als salonpolitiek uit de vorige eeuw, maar dat is het beleid van de N-VA in 2018.

Niet alle cadeaus zijn even schaamteloos.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Mevrouw Van den Brandt, ik wil het niet volledig voorlezen, maar hebt u ooit de lijst goed bekeken van wat u hier cadeaus en Bongobonnen noemt? Ik denk dat u dan wel vier keer zou hebben nagedacht voor u dergelijke zaken zou zeggen.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mijnheer Diependaele, misschien moet u mij mijn volgende zin laten uitspreken.

Mevrouw Van den Brandt, ik zal het eerst voorlezen, want ik denk dat u al te veel hebt gezegd en dat u tot inkeer zult komen.

Er is de noodhulp aan het United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA), de vluchtelingenorganisatie van de VN, de afbouw van de lesopdracht van directeurs, de gelijkschakeling van de lonen van directeurs, de schoolbanken op de werkplek, de vorming van directeurs, de werking van het buitengewoon basisonderwijs, de werking van het gewoon basisonderwijs, de vergroening van de vloot van De Lijn met vijftig hybride bussen en vijf citybussen en ik kan zo nog even voortgaan. Er zijn uitgaven voor asbestverwijdering, energiearmoedeprojecten, innoverende hernieuwbare-energieprojecten, een actieplan voor brandveiligheid, de sociale economie en investeringsoproepen.

Eigenlijk is het leuk dit lijstje voor te lezen en u in het gezicht te gooien. Ik vind het beneden alle peil hoe u dit omschrijft. (Applaus bij de N-VA)

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik wil met plezier ingaan op een aantal puntjes op dat lijstje. Het eerste wat ik wilde zeggen, is dat niet al die cadeaus even schaamteloos zijn als de lidkaartenlening voor De Warande. Een aantal investeringen zijn de moeite waard. Dat staat zo op mijn blad, maar ik mocht niet uitspreken. Als het over zorg, onderwijs en openbaar vervoer gaat, geef ik toe dat het soms om hoeveelheden gaat die we met wat kwade wil bijna homeopathisch zouden kunnen noemen, maar er zijn in elk geval investeringen die goed zijn.

Het is zeer interessant op dat lijstje te bekijken hoe iedere minister hiermee omgaat. Ik zal met minister Vandeurzen beginnen. Samen met de heer Van Malderen heb ik in de commissie gevraagd de middelen die er zijn te gebruiken om de 14.000 mensen met een handicap die op wachtlijsten staan van die wachtlijsten te halen. Dat ging echter niet. De redenering van minister Vandeurzen is dat een eenmalig budget enkel voor eenmalige uitgaven kan worden gebruikt. Daar valt iets voor te zeggen, maar hij heeft ook verklaard dat hij volgend jaar wel een budget zal hebben en dat hij dat geld volgend jaar wel zal uitgeven.

Op die manier zegt hij tegen mensen met een handicap: je moet nog een jaar wachten, want het is technisch niet mogelijk om geld dat er nu is, en dat er ook volgend jaar is, nu al uit te geven. Dat is vooral vreemd omdat bijvoorbeeld minister Crevits net het omgekeerde doet. Bij minister Crevits is er geen meerjarenbegroting. De hervormingen zitten redelijk in het slop, maar zij slaagt er wel in om dat eenmalig geld uit te geven aan structurele zaken, bijvoorbeeld – u hebt ze aangehaald, mijnheer Diependaele – de 10 miljoen euro als eerste opstap voor de werkingsmiddelen voor kleuteronderwijs – nuttige zaken –, de 12 miljoen euro voor de loon- en werkvoorwaarden van directeurs voor basisscholen. Maar waarover gaat dat? Het zijn een soort zoethoudertjes in afwachting van de echte hervorming. Waar blijft het actieplan voor basisonderwijs? Waar blijft het pact voor de loopbaan van de leerkrachten? Dat zijn zinvolle investeringen, maar dat is een opstapje, en de echte hervormingen, het echte beleid blijft uit in die maatregelen.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Dit gaat over de begrotingscontrole. Ik begrijp dat u blijkbaar problemen hebt met het feit dat wij voorzichtig begroten, dat wij buffers aanleggen, en dat wij ervoor zorgen dat wij niet tot op het finale risicovolle punt zijn gekomen.

We maken een voorzichtige begroting op. We schakelen een buffer in. Als dan op het einde van de rit blijkt dat we door verschillende omstandigheden de buffer niet nodig hebben, dan kunt u nu wel doen alsof dat kan worden uitgegeven aan structurele zaken, maar dat is niet de bedoeling. Als u zegt dat minister Vandeurzen zijn werk niet doet: er is geen enkel departement dat in deze legislatuur zoveel verhogingen heeft gekend en zoveel investeringen heeft kunnen doen als Welzijn. Dat weet ik nu toevallig vanuit mijn positie als minister van Begroting. Dat betekent dat meer dan een kwart van de begroting naar Welzijn gaat, en dat dat budget ook structureel is verhoogd, en dat de meeste investeringen gebeuren.

De heer Diependaele heeft al een deel van het lijstje voorgelezen. We hebben inderdaad een aantal beslissingen genomen vanuit de verschillende ministeries en vanuit de verschillende kabinetten om ons geld ergens op in te zetten. Ik weet zeer goed, voor mij, wat ik daarmee heb gedaan: hernieuwbare energie, een stukje energiearmoede. Dat zijn zaken die nodig zijn, mevrouw Van den Brandt. Als u nu denkt dat we in de begrotingscontrole met een overschot van 200 miljoen euro op een totaalbudget van 42 miljard euro de structurele zaken in dit land kunnen oplossen, dan kan dat niet. Dat minister Crevits een bewuste keuze heeft gemaakt om een eerste opstap te doen en de rest, in de toekomst, uit de eigen middelen te financieren of mee te nemen in de begrotingsbesprekingen van volgend jaar, dat kan. Het is de verantwoordelijkheid van minister Crevits om dat te doen. Dat betekent dat de regering het daarmee eens is. We gaan echter met begrotingsoverschotten die eerder klein van aard zijn, bij een begrotingscontrole niet de structurele zaken in dit land oplossen. Wie dat de mensen probeert wijs te maken, doet eerlijk gezegd aan volksverlakkerij. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Het is niet verboden om ook bij een begrotingscontrole de afweging te maken: welke middelen zijn er? Zijn er eventueel middelen over? Zijn er dringende noden in de samenleving die we nu meteen willen lenigen in plaats van te wachten op de opmaak van de begroting volgend jaar? Minister, ik vind het logisch dat u een aantal middelen achter de hand houdt, bijvoorbeeld indexprovisies, en dergelijke meer. Als we de optelsom maken is er een indexprovisie van 100 miljoen euro, een buffer voor mogelijke tegenvallers van 147 miljoen euro, een buffer van 100 miljoen euro voor gebeurlijke uitgaven, er is nog meer dan 100 miljoen euro aan onbenutte middelen uit het Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven (FEU). Het Rekenhof heeft niet onterecht de opmerking gemaakt dat het Vlaams Parlement een begrotingscontrole dreigt goed te keuren waar toch wel heel wat onbestemde middelen in zitten. Ik vind dat mevrouw Van den Brandt een punt heeft. Het is ook een punt dat ik straks zal maken. Het is geen geheim – we hebben er al eerder over gedebatteerd – dat minstens een gedeelte van de buffermiddelen perfect kunnen worden aangewend voor dringende maatschappelijke noden. Dat kunnen we als parlement perfect beslissen.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, het is altijd een beetje een risico dat je je tussenkomst nu al brengt, maar ik ga het daar straks ook over hebben.

Ik ga niemand een geheim vertellen: er is niets leuker voor politici dan geld uitdelen. Het zou zeer leuk zijn om die noden te lenigen, echt waar, maar wij hanteren inderdaad het voorzichtigheidsprincipe, zoals de minister van Begroting heel duidelijk zegt. Daarvoor zijn redenen. Dat is trouwens te zien aan de cijfers van de Nationale Bank die nog maar recent zijn vrijgegeven, en waarin de economische groei al wordt bijgesteld met 0,1 procent. Dat is inderdaad omdat er bepaalde zaken mogelijks op ons afkomen.

Dat heeft te maken met de brexit. Dat heeft te maken met maatregelen die kunnen leiden tot een handelsoorlog, waarvan wij mogelijk de gevolgen zullen ondervinden. Dan denken we dat het verstandig is om daar voorzichtig in te zijn.

Een tweede punt is dat we met deze regering een duidelijke afspraak gemaakt hebben om geen lasten door te schuiven naar de volgende legislatuur en zeker niet naar de volgende generaties. Het is zeer gemakkelijk om op het einde van de legislatuur nog heel wat nieuw beleid op poten te zetten, met het vooruitzicht dat het de komende jaren nog zal toenemen met recurrente uitgaven. Die keuze maken we uitdrukkelijk niet. Er wordt ingezet op eenmalige uitgaven, ook al is er niets leukers dan geld uitgeven. We zouden dat gerust kunnen doen, maar dat lijkt ons niet verstandig en dat is volgens mij een zeer moedige keuze van deze regeringsploeg.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Nog leuker is natuurlijk nu geld oppotten om het dichter bij de verkiezingen te kunnen uitgeven, terwijl er vandaag noden zijn die dringend gelenigd moeten worden. (Opmerkingen)

Nogmaals, ik heb er geen probleem mee dat u middelen in provisies en buffers steekt, maar één van de opmerkingen van het Rekenhof is dat er in deze begroting nu wel bijzonder veel geld in allerlei buffers met zeer wazige namen gestoken wordt. Voorzichtigheid is geen probleem, maar dit is geen voorzichtigheid meer. Er dreigt een neiging naar onverantwoordelijkheid ten opzichte van al diegenen die aan het wachten zijn op de leniging van dringende noden.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Op dat laatste heb ik al gereageerd, maar uw eerste opmerking was nogal plat. Je kunt dat gewoon niet. Het is niet zo dat, als je dit jaar een buffer aan de kant zet, je die volgend jaar zomaar kunt uitgeven. U weet hoe een begroting technisch werkt. Dergelijke beweringen raken kant nog wal.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Vandenbroucke, u weet perfect wanneer buffers worden aangelegd en waarvoor. De eerste buffer die ik heb aangelegd moest onverwachte uitgaven in de ziekenhuissector opvangen. Als achteraf blijkt dat die onverwachte uitgaven er niet komen, dan wordt dat geld, in hetzelfde jaar, inderdaad vrijgegeven. In hetzelfde jaar gebeurt dat, want ik kan niet zomaar geld overhevelen naar een volgend jaar om het dan vlak voor de verkiezingen uit te geven.

Als we dit jaar een buffer hebben gemaakt, was dat omdat we geen zekerheid hadden over de indexsprong. We wisten niet wanneer die juist zou vallen. Voorzichtigheidshalve hebben we daarvoor een buffer ingebouwd. Mocht de indexsprong een maand eerder vallen dan verwacht, is er immers een probleem en is er geld tekort. Bij de begrotingscontrole hebben we een veel beter zicht op het tijdstip waarop die indexsprong zal vallen. Dan kunnen we inschatten wanneer we die buffer kunnen vrijgeven. Dan is er ruimte voor de collega’s om te zien waar ze dat geld met eenmalige uitgaven op willen inzetten. Het kan asbestverwijdering zijn, of energiearmoede, of elektrische bussen. Als u daar allemaal tegen bent, weet ik het ook niet meer. Dit gaat niet over het uitdelen van cadeautjes: het is geld dat voorzichtigheidshalve in een buffer wordt gestoken met een welomlijnde reden.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Minister, ik sluit mij aan bij wat u zegt. Mijnheer Diependaele, ik denk dat de heer Vandenbroucke zich heeft versproken. Hij heeft het achterste van zijn tong laten zien. We weten nu hoe de socialistische begrotingsopmaak in elkaar zit: oppotten en verkiezingscadeaus uitgeven. Wat u aan anderen verwijt, verraadt uw eigen intenties. (Applaus bij de N-VA)

Deze regering doet op een andere manier aan politiek. Ze heeft de kas op orde gebracht in het begin van de legislatuur. Ze gaat nu over tot investeringen in mobiliteit. We zagen begin deze week nog een groot investeringspakket in beweging komen rond Antwerpen. In elke Vlaamse gemeente wordt er de laatste maanden en jaren een nieuwe school gebouwd. Er zijn nog nooit zoveel woonzorgcentra gebouwd in Vlaanderen dan tijdens de voorbije maanden en jaren. Dit is een investeringsregering. U zegt dat het geld niet wordt uitgegeven, maar ik heb een heel ander gevoel. Zijn alle noden daarmee opgelost? Neen, we leven nu eenmaal niet in het land van melk en honing.

Deze regering doet wat moet. Ze houdt de kas op orde. Ze investeert, niet alleen in stenen maar ook in mensen, met budgetten die elk jaar stijgen. Ik wil het nog eens zeggen, mevrouw Van den Brandt: er is nog nooit zoveel geld naar Welzijn gegaan. Minister Tommelein heeft het ook gezegd: 27 procent van de Vlaamse begroting gaat naar Welzijn. Deze regering legt de juiste klemtonen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Er is één element waar ik wil op ingaan. Mevrouw Van den Brandt, u zegt dat er nog steeds geen loopbaanpact is. Ik veronderstel dat u weet hoe dat komt?

De sociale partners hebben zelf gevraagd dat er eerst een studie zou gebeuren over de taakbelasting. Pas nadien kunnen de gesprekken daarover voortgaan. U weet dat er ondertussen een cao afgesloten is, dat er afspraken zijn rond de lerarenplatforms, die zullen ingaan volgend schooljaar, met name op 1 oktober, en dit naast de punten die u reeds hebt aangehaald voor de extra middelen voor de lonen van de directies en de extra middelen voor het kleuteronderwijs.

Ja, mijn fractie blijft ook aandringen op een actieplan basisonderwijs, en zelfs het liefst legislatuuroverschrijdend.

Elke Van den Brandt (Groen)

En het liefst misschien nog in deze legislatuur. Het zijn plannen die allang worden beloofd en er nog steeds niet zijn.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik wil aanvullen: die plannen worden wel verkocht als structurele maatregelen. Het zijn nu eenmalige maatregelen die worden gerealiseerd met dat overschot, minister Tommelein. U zegt: ‘Wie dat structurele maatregelen noemt, doet aan volksverlakkerij.’ Met andere woorden, u hebt zonet minister Crevits beschuldigd van volksverlakkerij, daar komt het op neer.

De maatregelen zijn inderdaad absoluut niet structureel verankerd, en dat wordt verkocht als ‘bij de cao-onderhandelingen doen we iets aan het lerarentekort, gaan we de beginnende leerkrachten versterken, richten we die platformen op’. Maar dat zijn projectjes die worden verkocht als een ‘structureel lerarenloopbaandebat’. Net dat is pervers aan deze begroting. Net dat is pervers aan wat minister Crevits doet. Laat ons daar duidelijk over zijn.

Jos De Meyer (CD&V)

En de extra’s voor de directies?

Elke Van den Brandt (Groen)

Het is goed dat u voorzichtig bent, minister Tommelein. De heer Vandenbroucke verwijst naar een bedrag van 360 miljoen. U kunt dat socialistische politiek noemen. Als dat socialistische politiek is, moet ik vaststellen dat het Rekenhof de N-VA, CD&V en Open Vld beticht van socialistische politiek. Het is iets wat nieuw is in deze regering. Ik citeer uit het verslag. “Het Rekenhof waarschuwt ervoor om bij de besteding van de begrotingsoverschotten zeker de prerogatieven van het Vlaams Parlement te respecteren. Van het Vlaams Parlement wordt een soort van volmacht gevraagd ten bedrage van 360 miljoen euro vrij te bestemmen. (…) De provisie is onder de noemer onbestemd…” – het Rekenhof vindt dat een heel hoog bedrag – “Het parlement heeft dan geen zicht op de aanwending daarvan.”

Het Rekenhof zegt, met moeilijke termen maar heel duidelijk en onverbloemd, dat hier een blanco cheque aan de regering wordt gegeven. Het parlement wordt gepasseerd, voor een heel hoog bedrag, namelijk 360 miljoen euro. U kunt dan wel een socialistisch beleid voeren, het is het beleid dat deze regering aan het voeren is momenteel.

Collega’s, dat u voorzichtig bent, is nodig. Er zijn nu een paar buffertjes en die worden het ene al aan een beter project dan het andere, en een aantal heel frappante, uitgedeeld. Het zal daarom niet zo blijven.

De prille groei leek aanvankelijk positief te zijn, maar lijkt nu weer stil te vallen. De Nationale Bank en het Planbureau waarschuwen ervoor en voorspellen die negatieve budgettaire effecten. Er is 75 miljoen euro minder door de groeivertraging, en 50 miljoen euro minder door een voortijdige overschrijding van de spilindex. De tijd dat we rentemeevallers hadden en op die manier de overheidsschuld gemakkelijk konden wegwerken, is voorbij. De resterende buffer van 147 miljoen euro zult u nodig hebben. Alles opsouperen aan eenmalige uitgaven en aan projecten, aan cadeaus zoals ik het noem, is geen goed idee.

Collega’s, u vindt het goed dat u geen schulden maakt voor de volgende regering.

Ik ben niet helemaal zeker of ik u wel goed begrepen hebt. Enerzijds zegt u dat we dat geld moeten besteden aan noden. Nu geven we het volgens u aan Bongobons en cadeaus. Voor alle duidelijkheid: dat spreek ik uitdrukkelijk tegen. U zegt nu dat de Nationale Bank een vertraagde groei voorspelt en dat we daarom een deel van de middelen nodig zullen hebben en dus nog meer een buffer moeten aanleggen en dus nog minder de noden lenigen en dus niet investeren in wat u allemaal opnoemde: basisonderwijsondersteuning en het aankopen van die bussen. Daar pleit u nu tegen en u pleit ervoor een grotere reserve aan te leggen. Dat hebt u net toch gezegd?

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik zal dadelijk ingaan op die bussen.

U kunt nu wel zeggen: we hebben hier vlotjes geld en we besteden dat. Wat ik wil zeggen, is dat u voorzichtig moet zijn. Dat zal ik ook zeggen. Ik zal ook blijven zeggen dat u moet investeren en dat u ervoor moet zorgen dat er op een aantal domeinen, zoals het al aangehaalde Welzijn, extra geïnvesteerd wordt.

Ik hoor graag zeggen dat het historisch hoge budgetten zijn. Dat horen we hier met de regelmaat van de klok: er is nog nooit zoveel geld naar Welzijn gegaan. Op papier is dat waar. Er is ook een staatshervorming geweest, die ervoor zorgde dat die enveloppe toegenomen is. Er zijn extra investeringen. Maar het enige wat echt historisch hoog is op dit moment, zijn de wachtlijsten: 14.000 mensen met een handicap en 6000 jongeren die wachten op jeugdhulp. In de geestelijke gezondheidszorg nemen de wachttijden maand na maand toe. In de kinderopvang staan we nog ver af van het doel dat deze regering zichzelf gesteld heeft van 17.000 extra plaatsen. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

U kunt wel zeggen dat de budgetten historisch hoog zijn en dat het allemaal fantastisch is, maar in de buitenwereld is het niet zo fantastisch en zijn er nog maatschappelijke noden. Ja, dan zeggen wij dat u daarin moet investeren. Ja, dan zeggen wij dat het geven van leningen aan de Warande niet de juiste keuze is, dat dat een Bongobon is, een cadeautjespolitiek waar Groen niet achter staat.

Collega’s, ik was nog bezig met het antwoorden op een vorige tussenkomst. U zei: wat deze regering niet doet, is de factuur doorschuiven. Ik vind dat interessant, want we hebben verschillende maatregelen gezien die net dat doen. U zegt: wat we niet doen, is zeggen dat de volgende ploeg de factuur mag betalen. Maar de effecten van de federale taxshift worden niet aangerekend. De hervorming van de kooplasten en van de erflasten wordt niet aangerekend. Het achterblijven van inkomsten uit de fiscale renovatie: dat staat er niet in. Dat zijn wel zaken die er moeten zijn.

Er werd een sociaal akkoord afgesloten voor de social profit, helemaal op het einde van de legislatuur. Het is goed dat dat er is. Men is er vier jaar over bezig geweest. De factuur om dat akkoord uit te voeren, is echter voor de volgende ploeg. U doet het dus wel. U belooft nu wel aan de sociale partners koopkrachtversterking in de social profit op de factuur van de volgende regering. Zeg dus niet dat u dat niet doet, want u doet dat wel.

Collega’s, het mag niet over structureel beleid gaan, maar dat is wel de essentie van de politiek en van de keuzes die u gaat maken. Terwijl er cadeaus worden uitgedeeld, terwijl er beloftes worden gedaan met geld van de volgende regering, blijft een echt doortastend beleid uit.

Er werd hier al enkele keren verwezen naar de groene bussen van minister Weyts. Ik denk dat groene bussen een goede zaak zijn. Er zijn nog andere mooie voorstellen van de heer Weyts, zoals ledverlichting en trajectcontroles. Dat zijn goede zaken, die nodig zijn. Dat is echter niet het fundamentele, structurele, doortastende beleid dat heel Vlaanderen zal veranderen. Intussen blijft Vlaanderen namelijk wel de filekampioen.

Er was hier vorige week nog een debat over De Lijn. Volgens de N-VA verloopt alles goed en zal De Lijn fit en concurrentieel gemaakt worden. In de praktijk werd echter zoveel bespaard dat de reizigers afhaken.

Hetzelfde geldt voor het STOP-principe, dat hier gewoon bij het grof huisvuil gezet wordt. Het wordt buiten gezet. Combimobiliteit is het nieuwe woord: we gaan én voor de auto én voor de fiets én voor de voetganger. Maar als we er vandaag niet voor kiezen om in te zetten op die alternatieven, als we die voetgangers, die trappers en het openbaar vervoer vandaag niet vóór dat individueel autovervoer zetten, dan hebben we een probleem.

Er werd vandaag zowel in Antwerpen als in Brussel betoogd door honderdduizenden ouders die één vraag hebben: geef ons gezonde schoollucht. Zorg voor een centrumomgeving voor onze kinderen waar de lucht niet te vervuild is. Daar moet u maatregelen voor nemen. Als u die gezonde lucht wilt geven aan onze kinderen, waar ze recht op hebben, dan zult u vandaag wel voor dat STOP-principe moeten gaan. Dan zult u er vandaag wel voor moeten zorgen dat er minder ingezet wordt op autoverkeer. Dat is namelijk iets waar mensen echt van wakker liggen. Groene bussen zijn onvoldoende als antwoord op dat probleem.

Collega, die trendbreuk op het vlak van mobiliteit hebben we nodig om onze klimaatdoelen te halen. Ook daar zien we waar we staan: de afgelopen weken is Vlaanderen beschamend in de vuurlinie komen te liggen, omdat het op de rem gaat staan op Europese fora. Vlaanderen kiest voor Oost-Europese steenkoollanden, die de klimaatambities naar beneden willen halen. Op Vlaamse klimaattops worden mooie woorden gesproken en dure eden gezworen, maar als het erop aankomt, verdedigt de grootste partij hier de Voka-agenda rond kernenergie, rond hernieuwbare energie, rond de uitstoot van CO2.

Dan kunnen we zeggen: we hebben daarvoor linkse partijen nodig. Maar ook in Nederland slagen ze erin om met centrumrechts effectief een klimaatprogressief beleid te voeren. Dat is het voorbeeld dat we met Groen willen volgen. Dat is het voorbeeld dat we in Vlaanderen nodig hebben.

Collega’s, ik heb een aantal zaken aangehaald.

Voorzitter, er viel me net een rare term in het oor. Ik wil toch aan de spreker vragen of ik het nu goed heb begrepen dat Groen centrumrechts is geworden.

Elke Van den Brandt (Groen)

Neen, Groen stelt vast dat zelfs onder centrumrechtse regeringen, zoals in Nederland, er wel klimaatambities kunnen zijn.

En dat is waarbij u zich wilt aansluiten?

Elke Van den Brandt (Groen)

En die klimaatambities, dat is wat wij willen volgen. Ik hoop dat u me niet fout verstaat wat dat betreft.

Ik heb u goed gehoord. Dank u wel.

Elke Van den Brandt (Groen)

De dag dat we er hier in dit parlement van worden beticht centrumrechts te zijn, die wil ik nog meemaken, maar daar zijn we nog ver vanaf.

Er is hier sprake van een aantal maatregelen die voor ons wel degelijk gewoon cadeautjespolitiek zijn. Er zijn een aantal maatregelen die goed zijn, maar die veel te weinig structureel zijn, veel te weinig op lange termijn gaan, en vooral, we missen een doortastend beleid, we missen een beleid dat echt inzet op de toekomst en we zien vooral dat er facturen naar de toekomst worden doorgeschoven. Daarom zal Groen deze begroting niet goedkeuren. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, beste collega’s, voornamelijk dankzij de gunstige internationale economische conjunctuur beschikt de Vlaamse Regering over wat extra beleidsruimte om bijkomende investeringen te doen. Daarmee heeft de regering het net iets gemakkelijker dan de bijna honderdduizend Vlamingen die vorig jaar een afbetalingsplan moesten opstarten omdat ze hun energiefactuur niet meer konden betalen. Ik zal echter niet beweren dat het gros van dat extra budget niet nuttig wordt besteed. Geen enkele euro die extra wordt geïnvesteerd in ons onderwijs, is er immers één te veel. De extra investeringen in de opvang in de gemeenschapsinstellingen zijn absoluut nodig, en 5 miljoen euro extra voor de brandveiligheid van woningen is uiteraard ook een goede zaak.

Maar veeleer dan u lof toe te zwaaien over de bescheiden extra budgetten die worden doorgeschoven, denk ik dat het mijn taak is als lid van de oppositie om u te wijzen op de grote noden die blijven en waarvoor de toereikende budgetten blijkbaar niet worden gevonden om er een oplossing voor te bieden. Ik verwijs naar het toenemende aantal kinderen in armoede. We hebben het debat daarover recent nog gevoerd in de plenaire vergadering. De regering wilde de kinderarmoede halveren, maar dat lukt vooralsnog niet. Van alle kinderen tussen 0 en 3 jaar in Vlaanderen groeit intussen 13,8 procent op in armoede, en dat in een welvarende regio als Vlaanderen. Ook te veel mensen met een handicap blijven in de kou staan, omdat er nog steeds lange wachtlijsten zijn in de gehandicaptenzorg. Maar liefst 14.000 mensen met een handicap wachten op een persoonsvolgend budget dat hen in staat moet stellen om aangepaste zorg te financieren. Ook in de jeugdhulp zijn er wachtlijsten. Te veel kinderen en jongeren staan op een wachtlijst en krijgen dus geen aangepaste hulp en begeleiding. Er zijn ook de intussen alsmaar langer wordende wachtlijsten in de sociale huisvesting. Meer dan 120.000 mensen wachten inmiddels op een sociale woning, met een gemiddelde wachttijd van meer dan drie jaar. Er zijn, zoals ook al vaak besproken in dit parlement, de rusthuizen die steeds moeilijk betaalbaar worden voor onze ouderen, met hun naar Europese normen lage pensioenen.

Op onze wegen sneuvelt filerecord na filerecord: ook een dagelijks euvel voor heel wat Vlamingen. Het aantal uren dat de totale filelengte meer dan 100 kilometer bedroeg, is gestegen van 853 uur in 2011 tot 1400 uur zes jaar later, in 2017, maar de Vlamingen blijven de wagen verkiezen omdat het openbaar vervoer nu eenmaal nog té vaak kampt met een lamentabele kwaliteit en vele vertragingen. Ondertussen gaat ook met betrekking tot de kwaliteit van ons onderwijs de ene alarmbel na de andere af. De kennis van zowel het Nederlands als het Frans bij onze kinderen gaat erop achteruit, zo blijkt uit heel wat onderzoeken.

Collega’s, dit korte overzicht maar om duidelijk te maken dat er niet alleen reden is tot euforie over het zogenaamde begrotingsevenwicht, dat er in werkelijkheid zelfs niet eens een is, gezien de uitgaven die nog steeds buiten de begrotingsdoelstelling worden gehouden. Een gezond Vlaanderen kan er pas komen wanneer we worden verlost van het Belgische juk, dat een coherent beleid op maat van Vlaanderen nog steeds onmogelijk maakt, en bovendien verantwoordelijk is voor een jaarlijkse financiële aderlating van meerdere miljarden euro’s Vlaams geld.

De transferstudie die nu ongeveer een jaar geleden werd opgeleverd, ligt intussen ongeopend in de onderste schuif van het bureau van de minister-president. Ik heb zelfs niet de indruk dat die studie ooit het voorwerp heeft uitgemaakt van een gesprek binnen de Vlaamse Regering. Meer nog, recent liet diezelfde minister-president zelfs weten dat wat hem betreft de communautaire diepvries ook na 2019 niet geopend moet worden. Intussen blijven de miljardentransfers wel stromen.

Een gezond Vlaanderen kan er ook alleen maar komen wanneer we de massa-immigratie naar ons kleine landje een halt toeroepen. Hoezeer het politieke establishment het ook wil ontkennen, of het nu gaat over de wachtlijsten in de sociale huisvesting, de stadsvlucht en daarmee mee gepaard gaand het verdwijnen van onze open ruimten, de stijgende kinderarmoede of de dalende onderwijskwaliteit, veel problemen waarmee we in de huidige samenleving worden geconfronteerd houden voor een groot veel verband met het totaal ontspoorde immigratiebeleid. Enkel dus door de belangen van de Vlamingen opnieuw te laten primeren op Belgische machtsdeelname of politiek correcte dogma’s zullen meer Vlamingen die hulp nodig hebben daadwerkelijk kunnen worden geholpen en zullen we de uitdagingen van de toekomst het hoofd kunnen bieden. En dat is helaas ook niet met deze regering het geval. Daarom hebben wij de initiële begroting niet goedgekeurd en zullen wij ook deze begrotingsaanpassing straks niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, dames en heren ministers, u hebt het ons eigenlijk niet gemakkelijk gemaakt, minister Tommelein. Het is niet gemakkelijk om een halfuur te vullen over een begrotingsaanpassing wanneer daar eigenlijk niet zo veel in staat, wanneer die eigenlijk gewoon goed zit.

In de commissie was er bijzonder weinig debat. We hebben dat de laatste jaren telkens zien verminderen. Dat is maar door één zaak te verklaren en dat is dat deze begroting gewoon goed in elkaar zit. We zitten gewoon op koers. We hebben vier jaar geleden twee afspraken gemaakt, we hebben twee doelstellingen voor ogen gehouden.

Zoals mevrouw Van den Brandt daarnet aangaf, hebben we tijdens de eerste helft van de legislatuur de financiële boekhouding op orde gezet. Dat gebeurde voornamelijk door besparingen door te voeren, met het oog op investeringen in de tweede helft van de legislatuur. En dat is gelukt. Check.

De tweede doelstelling die we voor ogen hadden, was dat we geen lasten zouden doorschuiven naar een volgende regering, en al zeker niet naar volgende generaties. De begroting die vandaag voorligt en die structureel in evenwicht is, bewijst dat. Ook dat is gelukt. Ook hier dus een onderscheiding.

Deze begrotingsaanpassing ligt perfect in lijn van die twee doelstellingen. En daarmee valt dit debat ook samen te vatten in één zin, namelijk dat we op koers zitten.

Bij het opstellen van de begroting werd voor 374 miljoen euro nieuwe beleidsruimte gelanceerd en werd voorzien in een extra investeringsgolf van 610 miljoen euro. Structureel is de begroting in evenwicht. En ik verwijs in dezen graag nog eens naar de 2 miljard euro die we door de zesde staatshervorming verplicht recurrent hebben moeten besparen. Dat cijfer van 2 miljard euro onderstreept het huzarenstuk dat deze regering heeft verwezenlijkt om toch een begroting structureel in evenwicht voor te leggen. Ik kom straks nog terug op de belastingverlagingen die we ook hebben doorgevoerd.

Wat de begrotingscontrole betreft die we vandaag bespreken, zijn we gestart met een overschot van 207 miljoen euro. 100 miljoen daarvan leggen we bovenop de 375 miljoen van de initiële begroting voor bijkomende investeringen, 100 miljoen euro leggen we aan de kant als buffer. Want hoe vrolijk de economische cijfers er vandaag ook uitzien, er zijn wel degelijk wat donderwolken of toch op zijn minst wat wolkjes aan de lucht.

We zijn er ons zeer goed van bewust dat een open economie van een land als Vlaanderen erg afhankelijk is van onze buurlanden en de wereldeconomie in haar geheel. En niemand hier ontkent dan ook dat de huidige situatie mede daaraan te danken is. Maar we kunnen ook niet ontkennen dat we met ons beleid wel degelijk hebben kunnen inpikken op het mooie weer van de laatste jaren. En dat ligt wel degelijk mede aan het beleid van deze regeringsploeg. We hebben niet de fout gemaakt om bewegingsloos te staan kijken naar een voorbijrazende trein, maar we hebben de moed opgebracht om met strikte en doorgedreven hervormingen op die trein te springen.

En Vlaanderen deed dat voor een deel al in de vorige legislatuur. De federale overheid heeft iets langer gewacht, maar heeft sinds 2014 ook werk gemaakt van die grondige hervormingen.

En de resultaten mogen gezien worden, het meest duidelijk wat betreft tewerkstelling. Ik ga niet in op de cijfers. Het is u allemaal bekend.

Maar ik wil nog eens terugkomen op die lastenverlagingen. Naast een begroting in evenwicht, naast die extra investeringen, zijn we er ook in geslaagd om wel degelijk heel wat lastenverlagingen door te voeren. We hebben reeds een duit in het zakje gedaan wat betreft de taxshift. Dit jaar is dat 302 miljoen euro. Tegen 2020 loopt dat op tot 758 miljoen euro. Dat is niet min, absoluut niet min.

Maar we verlagen ook de erfbelastingen. Straks stemmen we het ontwerp van decreet tot modernisering van erf- en schenkbelasting – daarover zal straks nog een debat worden gevoerd – die moet ingaan op 1 september en die een lastenverlaging van 130 miljoen euro op jaarbasis zal betekenen.

Nu, collega's, Vlaanderen werkt en Vlaanderen hervormt. Er is al heel wat gebeurd. Dat staat echter niet in de weg dat we moeten erkennen – en dat is daarnet ook aangehaald – dat er in Vlaanderen inderdaad nog noden zijn. Geld uitgeven dat je niet eens hebt, is niet alleen de gemakkelijkheidsoplossing. Het is ook gewoon dom. Vroeg of laat komt die factuur. En het gaat hier nog steeds over belastinggeld van de Vlamingen. We hebben de plicht om elke cent die door onze handen gaat, twee keer om te draaien en geen hypotheken te leggen op de toekomst van die belastingbetaler.

En wij kiezen uitdrukkelijk niet voor de gemakkelijkste weg, die de miserie voor zich uit schuift. We hebben als overheid de plicht om onszelf voortdurend in vraag te stellen, om te kijken hoe we efficiënter kunnen werken om tegemoet te komen aan die noden die nog steeds leven in Vlaanderen. En net deze regering kan, naast die begroting in evenwicht, ook een mooi palmares voorleggen wat betreft die hervormingen.

Maar ik wil van de gelegenheid eerder gebruikmaken om naar de toekomst te kijken. Hoe zullen we onze welvaart de komende jaren overeind houden én vergroten? Ik haal een drietal zaken aan waaraan mijn partij heel veel belang hecht.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Mijnheer Diependaele, ik begrijp dat u deze speech ophangt. Maar ik zal toch twee elementen aanhalen waaruit blijkt dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is, voornamelijk met betrekking tot de investeringen waarnaar u hebt verwezen.

Ten eerste, u zegt dat het allemaal in orde is en dat niets wordt doorgeschoven naar de toekomst. Collega Van den Brandt heeft daar al deels naar verwezen. Het is een beetje technisch. Maar u weet wel waarom. Er zijn een aantal redenen voor. De schuldtoename toont aan dat er wel nog lasten worden doorgeschoven uit het verleden. En die schuldtoename is er niet alleen door de zesde staatshervorming, maar ook door de netto te financieren behoefte, om dat technisch woord te gebruiken.

Ten tweede, met betrekking tot het niet doorschuiven van facturen. U hebt ongetwijfeld gelezen – we hebben er al verschillende keren over gediscussieerd – hoe belangrijk openbare investeringen zijn. Publieke investeringen, die in Vlaanderen en België in het algemeen te laag zijn. U hebt deze week ook kunnen lezen dat de lokale investeringen, de investeringen van de gemeenten lager liggen dan ‘normaal’. De VVSG en de bank hebben dat verspreid. Een deel van de redenen daarvoor, mijnheer Diependaele – dat zullen vele lokale mandatarissen hier kúnnen, maar niet dúrven bevestigen – is omdat u een heel deel van de rekeningen hebt doorgeschoven naar de lokale besturen. We hebben de discussie daarover al gevoerd, onder andere met betrekking tot de taxshift, met materieel en outillage. U hebt een deel van de lasten gewoon verschoven naar een ander niveau.

Mijnheer Bertels, ik zal antwoorden op uw twee punten. Eerst en vooral is het niet zo dat wij doorschuiven naar de toekomst. Maar ik neem aan dat u verwijst naar dat 1 miljard euro, dat we nu eenmalig moeten slikken. Maar u weet zeer goed hoe dat komt. En dat is ook maar eenmalig. We hebben zeer duidelijk gemaakt dat we de begroting structureel in evenwicht willen. En dat is ook gelukt. Om dan nu te verwijzen naar dat 1 miljard euro… We weten hoe dat komt. Het is wel degelijk een gevolg van de zesde staatshervorming en alles wat daaruit voortvloeit. Maar structureel zijn we in orde.

Een tweede punt zijn de publieke investeringen. Daarover hebben we het al verschillende keren gehad, onder andere in de commissie ad hoc rond publiek-private samenwerking. We hebben daar heel boeiende discussies gevoerd. We hebben daar ook gezien dat we er wel degelijk in geslaagd zijn om die publieke investering de laatste jaren terug op te trekken. Het zijn de voorbije decénnia waarin die voortdurend zijn afgenomen, decennia waarin uw partij meestal mee aan de knoppen zat. U kent vast wel de uitspraak 'bakstenen betogen niet'. En daarom was het gemakkelijk om te gaan besparen op structurele infrastructuur, wegeninfrastructuur, schoolgebouwen enzovoort.

Als u spreekt van een last uit het verleden die we nog steeds meedragen, dan is die voor een groot deel te wijten aan het beleid van uw partij. Daar hebt u groot gelijk in.

Wat u zegt over de lokale besturen, als ik het goed heb gelezen, is de grootste last de pensioenen die ze meezeulen. Als ik mij niet vergis, gaat het over 750 miljoen euro, gecumuleerd voor alle gemeenten. Dat is inderdaad een grote last voor die gemeenten, maar ik ben ervan overtuigd dat we, in elk geval vanuit Vlaanderen, ervoor zorgen dat die investeringen opnieuw worden opgetrokken.

Wat de lokale besturen betreft, is het overduidelijk dat wij in de meeste gevallen bijvoorbeeld de vrijstellingen voor onroerende voorheffing compenseren, mijnheer Bertels. Wat het decreet betreft dat wij vorige week hebben goedgekeurd over winkelpanden en wonen boven winkelpanden, ook daar is de roerende voorheffing die wordt vrijgemaakt voor zulke investeringen, gecompenseerd. Als u het hebt over de schuld, kan ik alleen maar zeggen dat in 2017 de schuld met meer dan 400 miljoen euro naar omlaag is gegaan omdat het overschot op de begroting 2017 meer dan 400 miljoen euro was. Met andere woorden, de schuld wordt ook wel degelijk afgebouwd.

Ik wil reageren op de opmerking van de heer Bertels over de investeringen van de lokale besturen die gedaald zouden zijn. Ik neem aan dat u verwijst naar het gedeeltelijk rapport van Belfius dat recent is vrijgegeven? Ik kan u meegeven dat het absoluut niet waar is. Het volledige rapport verschijnt binnenkort. Wat heel duidelijk is, is dat de investeringen van de lokale besturen en in de lokale besturen wel degelijk zijn toegenomen, maar dat de investeringen van de autonome gemeentebedrijven en van bijvoorbeeld de OCMW-verenigingen daar niet bij zijn. Het geeft dus een heel vertekend beeld. De investeringen in de lokale besturen zitten meer dan snor.

Jan Bertels (sp·a)

De eigen lezing van mevrouw Homans is voor haar rekening. U mag het lezen zoals u wilt. De investeringen van de lokale besturen voor het laatste jaar van de begrotingscyclus, mevrouw Homans, zijn gedaald ten opzichte van 2012. U kunt het lezen zoals u wilt.

Mijnheer Bertels, bent u het eens met mij dat de investeringen die gedaan worden door autonome gemeentebedrijven en bijvoorbeeld OCMW-verenigingen, niet in de cijfers van Belfius zitten? Ja of neen?

Jan Bertels (sp·a)

Ze zitten in de algemene cijfers van Belfius.

Ja of neen, dat zullen we binnenkort wel kunnen uitzuiveren.

Ik ging een drietal zaken aanstippen die voor mijn partij zeer belangrijk zijn met het oog op de toekomst. Eerst en vooral is dat de volledige technologische evolutie die op ons afkomt of waar we eigenlijk al middenin zitten. Vlaanderen zal slim zijn. De technologische evolutie zal zich laten voelen in elke Vlaamse stad en gemeente. In onze centrumsteden zien we de eerste beloftevolle pilootprojecten rond smart cities met toepassingen gaande van slimme mobiliteit, efficiënte dienstverlening, optimale communicatie, slim afvalbeleid, duurzaam energiebeleid en ga zo maar door. De toepassingen zijn eindeloos. Via het Smart Flanders-programma in samenwerking met imec, ondersteunt de Vlaamse overheid dertien centrumsteden in hun evolutie naar een slimmere stad, gebaseerd op de formule van realtime open data. Een gecontroleerde uitwisseling van gegevens zal de sleutel zijn naar een geconnecteerde en beveiligde samenwerking.

De vierde industriële revolutie vindt vandaag plaats binnen onze ondernemingen inclusief de kmo's. De economie van de toekomst is digitaal, of we dat nu willen of niet. Als we dat slim aanpakken, kan en zal iedereen er wel bij varen. Het innovatiebeleid zet er dan ook terecht op in. Ik verwijs dan ook, naast Welzijn het tweede grote beleidsdomein waar deze regering heel sterk op heeft ingezet, naar Onderzoek en Innovatie dat ook heel wat middelen heeft bijgekregen, in de wijsheid dat kennis onze belangrijkste grondstof is in Vlaanderen.

Digitaal is het nieuwe slim, maar met slim maak ik intussen ook een bruggetje naar het onderwijs, wat volgens onze fractie de komende jaren heel belangrijk zal worden. Laten we onze eigen hersencellen vooral niet vergeten. Onze grondstoffen zitten niet onder de grond maar tussen de anderhalve en twee meter boven de grond. Het is goed dat hierover debat wordt gevoerd. Debat is positief. Debat is altijd positief, waarbij ik niet heb gezegd dat het ook een goed debat is, maar het debat voeren is positief.  

Het toont vooral aan dat dit elke Vlaming ook beroert. Vlamingen zijn wel degelijk bezig met het onderwijs van hun kinderen. We voelen allemaal aan dat we wat onderwijs betreft op een kruispunt staan: een punt waarbij we zeer goed moeten zoeken naar een juist evenwicht tussen welbevinden en ambitieus streven naar excellentie. Vlaanderen mag zich niet neerleggen bij een zesjescultuur. Dat is ook de speech die ik vrijdag ga houden als mijn kinderen met hun rapport thuiskomen.

Binnenkort wordt politiek gedebatteerd over de eindtermen. Wat moeten de kinderen en jongeren van nu kennen om het Vlaanderen van morgen vorm te geven? Wij kijken heel erg uit naar die debatten, ook en vooral in dit Vlaams Parlement.

Collega’s, een derde punt is eigenlijk een beetje een luxeprobleem. De laatste weken, en ook daarnet nog bij de actuele vragen, wordt er vaak gepraat over de zogenaamde arbeidsdeal. Deze morgen zat men daarover nog samen, blijkbaar elektronisch. Het is een goede zaak dat er gezocht wordt naar een manier om het federale beleid onze Vlaamse doelstellingen te laten ondersteunen. We zoeken naar een pact waarbij de verschillende inspanningen van de verschillende overheden elkaar versterken. Het is duidelijk dat vanuit Vlaanderen, vanuit minister van Werk Muyters en vanuit onze kabinetten, hard gewerkt wordt om dergelijke voorstellen op tafel te leggen. Maar ik deel de teleurstelling van de minister-president dat er nog geen federale maatregelen op tafel liggen, ondanks het harde werk van onze kabinetten. Al worden we daar ook geconfronteerd met een aloude breuklijn in dat federale beleid: het verhaal van twee verschillende ziektes waarop we proberen één medicijn toe te dienen. Ik geloof niet dat één aanpak voor heel België werkt. Daarvoor is de situatie in elk van de drie gewesten te verschillend. De politieke analyse wordt ook heel verschillend gemaakt in de verscheidene gewesten. Het probleem van Wallonië blijft een probleem van werkloosheid gerelateerd aan te weinig economische kracht. In Vlaanderen hebben we eerder een luxeprobleem zoals ik al zei, en moeten we blijven inzetten op activeren en de matching op de arbeidsmarkt.

Ik kan alleen maar hopen dat de federale overheid de moed opbrengt om de hervormingen door te voeren die de Vlaamse arbeidsmarkt broodnodig heeft, naast de bijsturingen die uiteraard ook vanuit Vlaanderen op tafel liggen, zoals daarnet bij de actuele vragen aan bod kwam.

Collega’s, ik besluit. Ik zei het al: deze regering heeft een koers uitgezet en blijft die volgen. We zitten op koers. Het is goed mogelijk dat de economische toestand, die vandaag zeer rooskleurig is, stilaan afzwakt. Ik wil absoluut geen doemdenker zijn, maar ik denk wel dat het nodig is dat we voorzichtig zijn en ons daarop voorbereiden. Extra recurrente uitgaven, zoals de leden van de oppositie al te graag zouden willen, lijken me dan ook het allerslechtste wat je op dit moment kunt doen. Mevrouw Van den Brandt, ik was dan ook aangenaam verrast dat u daarnet zei dat we wel degelijk omwille van de veranderende economische omstandigheden beter wat voorzichtig zijn. Ik neem dan ook aan dat u straks geen amendementen zult goedkeuren die in die richting zouden gaan. Bovendien is de wereldeconomie allerminst stabiel. De gevolgen van de brexit zijn nog allerminst duidelijk. Vanuit de Verenigde Staten riskeert een handelsoorlog ontketend te worden, waar een open economie zoals de Vlaamse op termijn enkel maar nadelen van ondervindt.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Mijnheer Diependaele, een aantal van de overwegingen die u geeft, herhaalt u nu al voor de tweede keer. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

Dat is het bewijs dat ik ook in het begin heb geluisterd. U herhaalt dat en dat leidt u tot de conclusie dat u geen nieuwe recurrente structurele uitgaven wenst te doen. Dat lijkt mij raar aangezien een andere minister – het is jammer dat minister Vandeurzen hier niet aanwezig is – vandaag eigenlijk al in het vooruitzicht stelt dat er volgend jaar opnieuw een groeipad zou zijn, dat volgens ons te klein is om de noden te dekken, in Welzijn. Ons amendement strekt ertoe om die uitgaven te vervroegen en te versnellen, om mensen sneller te helpen in afwachting van structureel verankerde middelen volgend jaar. Als ik u bezig hoor, dan plaatst u daar vandaag eigenlijk vraagtekens bij. Ik neem daar akte van. Als u zegt dat u bijkomende uitgaven wilt vermijden, dan wil ik u toch duiden dat er heel grote noden zijn in de zorgsector, dat we daar een zorgcrisis hebben en dat heel veel mensen naar ons kijken om hun zorgzekerheid te verschaffen. Ik vind het dan ook jammer dat u daar vraagtekens bij plaatst.

Mijnheer Van Malderen, ik denk dat de onduidelijkheid gemakkelijk weg te werken is door de titel van dit debat eens te lezen. Dit gaat over de aanpassing van de begroting van 2018. Dat is natuurlijk iets helemaal anders dan de begrotingsopmaak van 2019, waarmee we trouwens binnenkort beginnen. Niemand heeft gezegd dat er dan geen mogelijkheid is. Ik ken de cijfers nog niet. Ik denk dat het monitoringcomité pas volgende week of over twee weken komt. Er ligt een datum vast in de commissie. We weten dat nog niet. We zullen dan dat debat voeren. Maar dat is iets helemaal anders. Wij hebben het nu over de begrotingsaanpassing voor 2018, en pleiten er inderdaad voor om in dit begrotingsjaar geen nieuwe recurrente uitgaven meer op poten te zetten, en deze regering doet dat ook niet. Goed?

Bart Van Malderen (sp·a)

‘For the record’: niet goed.

Soit, ik heb gelijk.

Ik ben ervan overtuigd dat deze regering het schip klaar heeft gemaakt en op de juiste koers heeft gezet om die uitdagingen aan te gaan. Daarom zullen wij straks dan ook vol overtuiging ons vertrouwen geven aan deze begrotingsaanpassing. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, in het begin van deze legislatuur startte elke begrotingstussenkomst steevast met een verwijzing naar de moeilijke economische realiteit. Intussen blijft de economische groei al een tijdje relatief solide, en dat biedt kansen. Al blijft waakzaamheid geboden. Een aantal internationale fenomenen maken de economische zee de laatste maanden woeliger. Net als in de meeste Europese landen voorspelt de Nationale Bank een groeivertraging. Ook het risico op een handelsoorlog loert om de hoek. Er staat voor Vlaanderen, als open economie, op dat vlak heel wat op het spel. En er zijn ook nog de mogelijke economische gevolgen van de brexit. Intussen kondigt de Europese Centrale Bank aan de geldpersen voorzichtig stil te leggen, wat wellicht zijn weerslag zal hebben op de rentevoeten, die volgens analisten na de zomer zachtjesaan zullen beginnen te stijgen.

Dat weerhoudt de Vlaamse meerderheid er niet van om, net als de voorbije vier jaar, blijvend werk te maken van ingrijpende hervormingen en stevige investeringen op tal van domeinen, een trend die door de robuustheid van de genomen beslissingen ook de komende jaren kan worden aangehouden. De voorbije jaren werd een nooit geziene inhaalbeweging gemaakt voor de vernieuwing en modernisering van onze Vlaamse infrastructuur. Om er maar enkele te noemen: in zowat elke Vlaamse gemeente staat intussen een nieuw schoolgebouw of werden bestaande schoolgebouwen gemoderniseerd. In de ouderenzorg werden bijna tienduizend extra wooneenheden gecreëerd. Met de toegenomen budgetten voor mobiliteit werden zwarte punten en missing links over heel Vlaanderen weggewerkt. Investeren en waarborgen voor de toekomst inbouwen door een structureel budgettair evenwicht te bewaken – deze bestuursmeerderheid houdt koers. Het wordt nu zaak het strakke Vlaamse investeringsritme ook aan te houden, zeker nu blijkt dat heel wat lokale besturen het steeds moeilijker krijgen.

Met de nieuwe, erg belangrijke stap die deze week in het Oosterweeldossier werd gezet, toont deze meerderheid in elk geval aan niet aan ambitie in te boeten. Het is een dossier dat natuurlijk bij uitstek relevant is voor de Antwerpenaar, maar net zo belangrijk is voor de mobiliteit van elke Vlaming en iedereen die ons Vlaamse land doorkruist. Het is geen evidente investering, maar een waarvan we het doel altijd goed voor ogen moeten houden: de verhoging van de leefbaarheid van de Antwerpse regio en het terugdringen van het economische verlies door fileleed.

De levenskwaliteit van Vlamingen stap voor stap verhogen, is geen verhaal van asfalt en bakstenen alleen. Voorbij de gunstige investeringscijfers moet het natuurlijk vooral om mensen gaan. Daarom ook werden de welzijnskredieten bij de begrotingsopmaak 2018 opnieuw met meer dan 400 miljoen euro opgetrokken. De voorziene groeipaden voor zorg en ondersteuning van personen met een handicap werden aangehouden en ietwat versneld. Er werd bijkomend geïnvesteerd in thuiszorg en dagverzorging, in extra personeel om de toegenomen zorgzwaarte in onze woon- en zorgcentra op te vangen. Bij elke begrotingsopmaak en -controle komen er nog middelen bij, ook deze keer.

Ook nu is in de financiering voorzien voor zowel eenmalige als recurrente maatregelen, waarmee onder andere de pleegzorg wordt uitgebreid en de toenemende zorg wordt opgevangen.

Met de nieuwe cao in de social profit sloten de sociale partners na twee jaar onderhandelen een akkoord voor koopkrachtverhoging en jobcreatie. De versterking van de tweede pensioenpijler, een verhoging van de eindejaarspremie, een volwaardige dertiende maand tegen 2020, een betere arbeidsorganisatie, bijkomende arbeidsplaatsen, het zijn maar enkele van de maatregelen die onze mensen in de zorg de opwaardering geven die ze verdienen.

Ook onze onderwijsmensen kunnen met de nieuwe cao op extra erkenning rekenen. Die voorziet in koopkrachtverhogende maatregelen enerzijds, en een versterking van de jobzekerheid voor jonge startende leerkrachten door de introductie van de nieuwe lerarenplatformen anderzijds. Als we er daarnaast nog in slagen ons belastingsysteem billijker en rechtvaardiger te maken, dan plukt elke Vlaming mee de vruchten van dit beleid.

Met de nieuwe registratierechten en het terugdringen van de excessen in de erfbelasting maken we de Vlaamse fiscaliteit niet alleen een stuk rechtvaardiger, we vereenvoudigen ze ook zoals afgesproken. De komende tijd zullen we er ernstig over waken dat deze fiscale hervormingen geen kraters slaan in de Vlaamse begroting.

Kortom, deze Vlaamse meerderheid rijdt een sterk parcours, maar dat betekent overduidelijk niet dat de uitdaging om elke Vlaming optimale levenskwaliteit te bieden, achter de rug is. Dat de budgetten voor Welzijn sinds 2015 met meer dan 16 procent gestegen zijn tot ruim 12 miljard euro, is spectaculair en zonder voorgaande. Zolang we echter niet alle zorgbehoevenden van kwalitatieve zorg kunnen bedienen, mogen we niet op onze lauweren rusten. We moeten de ingezette systeemswitches budgettair blijven ruggensteunen, zodat ze onverkort worden doorgevoerd. Alleen zo breiden we onze zorg verder uit en houden we die betaalbaar in de toekomst.

Een onderwijsbudget van bijna 12 miljard euro over ruim een kwart…

Elke Van den Brandt (Groen)

Mijnheer Van den Heuvel, u zei hetzelfde als mijnheer Diependaele daarstraks. U zei: wat we niet doen, is facturen doorschuiven, en bij de belastingverlagingen kijken we bijvoorbeeld naar de erflasten. U zei net ook iets heel interessants: ‘We gaan erover waken dat we geen gaten slaan in de begroting van de toekomst.’

Ik heb de budgettaire cijfers hier bij me. Als een impact op kruissnelheid is, is dat 139 miljoen euro per jaar. De vraag werd dan gesteld waar we die som vandaan halen. De regering heeft daar een antwoord op gegeven: onder meer fiscale regularisatie ten bedrage van 75 miljoen euro. De stand van zaken vandaag is dat daar 10 miljoen voor is uitgetrokken, en dat we in het beste geval tot 24 miljoen euro kunnen komen. Tenzij een massa fiscale zondaars zich dit jaar nog aanmeldt, gaan we dat al niet halen. Hetzelfde als we kijken naar de andere elementen van de terugverdieneffecten. De Inspectie van Financiën noemt dit volkomen arbitrair, in ‘schoon Nederlands’: dat het niet ernstig te nemen is.

Wat u doet, is wel een gat slaan. Ik ben heel benieuwd – want u zegt dat u dat niet gaat doen – hoe u die 139 miljoen euro zult opvangen, zodat de volgende regering niet de factuur betaalt van uw zogenaamde belastingverlaging.

Het is heel duidelijk. Er wordt een stuk gecompenseerd door de inkomsten van de fiscale regularisatie. Mevrouw Van den Brandt, ik wil ook aan u graag een vraag stellen: vindt u het langer rechtvaardig dat er een aanslagvoet was van meer dan 60 procent op het doorstorten van erfenissen? In de commissie was er bijna unanimiteit om de erfbelasting eenvoudiger en billijker te maken. Deze hervorming past binnen de budgettaire ruimte. Er zijn inderdaad een aantal minderontvangsten, maar ik ben er ook zeker van dat dit in de mate blijft en dat we die een stuk billijker en rechtvaardiger maken.

Er wordt op verschillende vlakken ingegrepen. Er is de flexibele erfenis. Er zijn in de zijlijn een aantal onrechtvaardigheden die worden rechtgetrokken. Kortom, dit is een hervorming waar we volledig achter kunnen staan.

Een klein beetje zuiverheid in de debatten zou natuurlijk leuk zijn. De erfbelasting heeft helemaal niets te maken met de begroting 2018, en al helemaal niets met de begrotingscontrole 2018, met één uitzondering: dat de opbrengsten van de fiscale regularisatie die nu loopt, integraal naar de algemene middelen gaan, en helemaal niet naar de hervorming van de erfbelasting.

Dus, met andere woorden, de opbrengsten van 2017 zijn gewoon in de algemene middelen terechtgekomen en werden gebruikt voor de schuldafbouw. De middelen die vandaag worden opgehaald, gaan naar de algemene middelen van de begroting 2018.

Wat de erfbelasting betreft, daar zal ik straks, bij het volgende debat over het ontwerp, met heel veel plezier op ingaan.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik stel gewoon vast dat zowel de fractieleider van de N-VA als van CD&V daarover begint, en als voorbeeld aanhaalt dat geen facturen naar de toekomst worden doorgeschoven. U zegt dat we het met de fiscale regularisatie zullen doen, dat daarvoor in 75 miljoen euro is voorzien. Als ik heel optimistisch ben, gaat het om een derde. De rest is er niet. Er worden dus wel gaten geslagen. Ik wil gerust straks het debat opnieuw voeren als we het hebben over het ontwerp. Maar het heeft wel een impact. Het is niet omdat dit jaar de middelen die daarvoor worden verzameld naar de algemene middelen gaan, er geen gat voor de toekomst wordt geslagen.

U hebt in de commissie zelf gesteld – ik verwijs naar het verslag – dat het gat dat wordt geslagen, opgevuld moet worden uit de algemene middelen. U voert eigenlijk een belastingverlaging door die gepaard gaat met een kost via de erfbelasting. Dat is een keuze die u maakt. Deze regering kiest ervoor om de extra middelen daarop in te zetten. Door die keuze is er geen 140 miljoen euro extra om in te zetten in de zorg of in onderwijs. Groen zou inderdaad andere keuzes hebben gemaakt en voor een budgetneutrale hervorming zijn gegaan.

Voorzitter, ik vind dat echt niet correct. We discussiëren nu over de begrotingscontrole. Straks wordt het ontwerp van decreet inzake de erfbelasting behandeld. Mevrouw Van den Brandt voert nu de discussie die straks aan bod komt. Ik zeg u dat het enige positieve aan het verhaal van de regularisatie is, dat het allemaal naar de algemene middelen gaat, integraal. Het heeft niets te maken met de erfbelasting.

Mevrouw Van den Brandt, straks wil ik gerust de degens met u kruisen over die erfbelasting. U mengt echter alles doelbewust zodat niemand er nog iets van begrijpt. Dat is niet correct. De erfbelasting vandaag staat niet op de agenda. Ze zal geen enkele impact hebben op de begroting 2018. Geen enkele.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mag ik u dan uitnodigen het verslag te lezen? Dan zult u zien dat de heer Diependaele en de heer Van den Heuvel erover zijn begonnen. Niet ik, zij zijn daarover begonnen. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik denk dat het debat over de begrotingscontrole ook wat mag uitwaaieren naar de punten die op de agenda staan. Er is één zinnetje dat daarnaar heeft verwezen.

Ik was gekomen bij het onderwijsbudget.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik wil nog even ingaan op het thema Welzijn.

Mijnheer Van den Heuvel, zinnetjes zoals ‘We doen het heel goed, maar zolang er nog iemand wacht mogen we niet op onze lauweren rusten’, dat staat goed. Bovendien hebt u gezegd dat we de besliste systeemswitch onverkort dienen uit te voeren. Ik denk dat ik u vrij letterlijk citeer.

Dat zijn natuurlijk heel wenselijke gedachten. Alleen staan die op heel gespannen voet met de feiten. Laten we eens kijken wat in de zorgsector de werkelijkheid is. De vaststelling daar is dat de besliste systeemswitch op een nogal problematische manier wordt uitgerold. Daarnaast heeft minister Vandeurzen in de commissie – en we zullen hem daarover binnenkort opnieuw ondervragen – al aangegeven dat bijvoorbeeld de hervorming naar de persoonsvolgende financiering voor minderjarigen naar de Griekse kalenden wordt verwezen.

U stelt dat de systeemswitch moet worden uitgevoerd, maar daarnaast zet u een hervorming, die eigenlijk in een perspectiefnota staat, stil. En dat is problematisch. Want vanuit die stilstand wordt ook geargumenteerd dat de bestaande budgetten die aan die doelgroepen worden toegekend ook constant gehouden dienen te worden – en dus constant te laag zijn.

Collega’s, ik wil er u op wijzen dat in de sector van de gehandicapten vandaag drie op de vier aanvragen voor dringende zorg niet worden beantwoord, dat er jongeren zijn die vijftien jaar lang wachten. Collega Diependaele, dat zijn allemaal zaken die worden doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Er is een ongelijke financiering tussen voorzieningen, waardoor de ene het moet doen met 20 procent minder om dezelfde zorg te bieden dan de andere. Dat zijn allemaal zaken die beslist zijn, die door deze begrotingscontrole niet worden rechtgezet, wat wel had kunnen gebeuren. Ze worden doorgeschoven naar de Griekse kalenden, naar een volgende legislatuur. Wat u beweert over uitvoeren, wat u beweert over bijkomende middelen staat echt op gespannen voet met werkelijkheid.

Mijnheer Van Malderen, ik zit, samen met u, ondertussen ongeveer vijftien jaar in het Vlaams Parlement. Het probleem van de wachtlijsten gaat al langer dan vijftien jaar mee. Elk jaar hebben we dat probleem. (Opmerkingen van Joris Vandenbroucke)

Mijnheer Vandenbroucke, dat was ook zo gedurende de tien jaar van die vijftien jaar dat uw partij in de Vlaamse Regering zat. We hebben toen dezelfde discussie gevoerd. (Opmerkingen)

Ik stel enkel vast dat er de voorbije jaren grondige hervormingen zijn gekomen. De persoonsvolgende financiering is een grondige hervorming. We hebben de financiering van de gehandicaptenzorg losgekoppeld. We gaan van een aanbodfinanciering naar een vraagfinanciering. Dat is een revolutie op dat vlak die uw partij trouwens mee heeft goedgekeurd. (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Indien de budgetten niet zouden groeien of stabiel zouden blijven, zou dat kloppen. De budgetten zijn de voorbije jaren echter gestegen, in totaal met meer dan 16 procent tot meer dan 12 miljard euro.

De minister is heel voorzichtig. Enerzijds is hij fier op die grondige structurele hervormingen. Anderzijds is het werk natuurlijk niet gedaan. Het siert hem dat hij zegt dat we een beetje realistisch moeten zijn. Het kan niet allemaal met een vingerknip worden opgelost. We zetten ons in voor de strijd om die budgetten zo veel mogelijk te verhogen en op die manier de wachtlijsten te kunnen inkorten. Ik denk dat de minister nooit heeft beloofd of gezegd dat de wachtlijsten met een vingerknip kunnen worden opgelost.

Bart Van Malderen (sp·a)

Niemand beweert de wachtlijsten met een vingerknip te kunnen oplossen.

Mijnheer Van Malderen, u laat uitschijnen dat dit kan.

Bart Van Malderen (sp·a)

Mijnheer Van den Heuvel, ik heb net woordelijk het omgekeerde gezegd. U zou daar akte van moeten nemen. Het probleem is dat de wachtlijsten met de bestaande budgetten langer worden. De wachtlijsten zijn nooit langer geweest. Indien we een trendbreuk zouden zien en indien de wachtlijsten korter zouden worden, zouden we de mensen perspectief kunnen geven. Als we naar de aanvragen voor assistentiebudgetten voor minderjarigen kijken, blijkt dat het aantal nieuwe dossiers groter is dan het aantal toekenningen. Die wachtlijst wordt langer. De mensen wachten steeds langer. In plaats van u hier op de borst te kloppen met betrekking tot de stijging die er is, moet u kijken naar de noden en naar de tijd die mensen moeten wachten. Het was nooit langer en het waren er nooit zo veel.

Ik denk dat ik het heel duidelijk heb gezegd. We zijn fier op de structurele hervormingen en op de budgetverhogingen, maar ik heb in een adem ook gezegd dat het nog niet voldoende is. Ik heb letterlijk gezegd dat we eraan moeten werken en dat we niet op onze lauweren mogen rusten. Wie hier doet alsof alles in een handomdraai kan worden opgelost, doet de waarheid echter ook geweld aan.

Het onderwijsbudget van bijna 12 miljard euro, ruim een kwart van de totale uitgavenbegroting, is indrukwekkend. Zolang we er echter niet in slagen de kloof te dichten en elke jongere in Vlaanderen, ongeacht zijn achtergrond of thuissituatie, maximale kansen op talentontwikkeling te geven, mogen we onze ambitie niet temperen.

Met de economie trekt ook onze arbeidsmarkt aan. Het aantal vacatures boomt, maar daar hebben we niets aan als ze niet ingevuld geraken. Tot nu slagen we er onvoldoende in om het potentieel aan 55-plussers en Vlamingen met een migratieachtergrond aan te boren.

Er wordt geïnvesteerd in de mobiliteit. De fietsbudgetten ronden de symbolische kaap van 100 miljoen euro. Het Rekenhof heeft aangegeven dat we aan dit investeringsritme nog enkele tientallen jaren te gaan hebben vooraleer het Vlaams bovenlokaal fietsroutenetwerk af zal zijn. We staan nog ver af van de mobiliteitsswitch die meer dan ooit noodzakelijker wordt. Het voorbije jaar is de filezwaarte opnieuw toegenomen. Als we niet meer tempo maken met de ontwikkeling van volwaardige alternatieven, zoals de fiets en een groen, performant openbaar vervoer, leggen we een zware hypotheek op onze economie en onze gezondheid, die we niet zullen lichten door in het toekomstige mobiliteitsbeleid af te stappen van het STOP-principe (eerst stappers, dan trappers, dan openbaar en tot slot privévervoer). Dat is voor ons geen optie.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer Van den Heuvel, u besteedt veel aandacht aan mobiliteit en fietsen, wat zeer goed is. Ik wilde u hierover een vraag stellen, maar u bent er net zelf over begonnen.

Wat vindt u ervan dat minister Weyts het STOP-principe wil vervangen? Ik stel deze vraag gewoon uit nieuwsgierigheid, maar u kwam er zelf mee.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik heb het daarnet gezegd: voor ons is het absoluut geen optie om af te stappen van het STOP-principe in het toekomstige mobiliteitsbeleid.

Ingrid Pira (Groen)

Dan zijn jullie het niet met elkaar eens.

Ook de zorg voor onze leefomgeving moet blijvend prominent op de agenda. De middelen om ons ruimtegebruik te heroriënteren, de keuze voor statiegeld op plastic en blik om onze bermen en beken te vrijwaren van tonnen afval: voor ons evidente keuzes, die zich steeds dwingender opdringen.

Beste collega’s, het is overduidelijk dat de uitdagingen de komende jaren groot blijven. Zonder afbreuk te doen aan de resultaten die deze meerderheid voorlegt, moeten we de lat voor onszelf altijd hoger blijven leggen. Dat zijn we aan onze mensen verplicht. De weg vooruit is ondubbelzinnig kiezen voor een Vlaanderen dat zorg draagt voor elke mens die hier woont, zijn economie en zijn natuur. Dat is alvast onze drijfveer en het toetsingskader voor elke begrotings- en beleidsmaatregel. Deze begroting doorstaat ook na deze controle die toets. We zullen ze dan ook enthousiast goedkeuren. (Applaus bij CD&V, N-VA en Open Vld)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De vorige sprekers hebben al heel veel wijze en interessante zaken verteld, in de eerste plaats mijn collega’s van de meerderheid, maar ik vond dat er ook hier en daar zelfs bij de oppositie wijze, interessante tussenkomsten waren. Degene die me het meest is bijgebleven is die van mevrouw Van den Brandt, die zei dat we ons vandaag in een heel ander klimaat bevinden, dat we vijf jaar geleden inderdaad in een heel moeilijk klimaat zaten, een klimaat van besparen, een klimaat van economische neergang, een klimaat van grote budgettaire uitdagingen. Vandaag zijn we economisch in een heel ander klimaat terechtgekomen. Dat is uiteraard – we gaan daar niet flauw over doen – niet alleen de verdienste van de Vlaamse Regering, dat heeft ook te maken met de internationale conjunctuur. Alleszins is er vandaag een ander, veel hoopvoller, klimaat voor de mensen hier in Vlaanderen wanneer ze naar de arbeidsmarkt kijken, wanneer ze naar de economische groei kijken, als ze kijken naar hoeveel bedrijven er starten, naar de economische mogelijkheden vandaag.

Over de begroting zou ik eigenlijk heel kort kunnen zijn. Als ik kijk naar het begrotingswerk van de viceminister-president, minister Tommelein, dan kan ik alleen maar vaststellen dat er vandaag een structureel evenwicht is; er is extra geld voor investeringen; op een of andere manier heeft die minister zich een nieuwe titel toegeëigend, namelijk minister van belastingverlaging. Als ik de verschillende belastingverlagingen zie die de voorbije maanden zijn goedgekeurd, is dat een indrukwekkende lijst. Energieheffingen werden gedecimeerd, registratierechten zijn gevoelig verlaagd – voor bijna de helft van de woningen moet minder dan 5 procent registratierechten worden betaald, over de erfenisbelasting mag ik nog niet beginnen, want dat debat volgt straks, maar neven en nichten moeten minder belastingen betalen wanneer ze erven van ooms en tantes, en de langstlevende echtgenoot of echtgenote moet vandaag ook minder belastingen betalen. De registratierechten voor leegstaande panden, voor leegstaande winkels, zijn verlaagd. De personenbelastingen zijn zelfs verminderd door Vlaanderen, omdat Vlaanderen 300 miljoen euro van de federale taxshift heeft doorgerekend, met andere woorden: belastingverlaging na belastingverlaging, zuurstof na zuurstof voor de Vlaming. Ik wil daar de minister van Financiën mee gelukwensen.

Hier zou ik mijn uiteenzetting eigenlijk kunnen beëindigen en zeggen dat bij de begrotingscontrole alles op koers is, dat de cijfers kloppen, dat we een ongelooflijke ommekeer hebben gehad. Maar ik zou toch graag een stapje verder willen gaan, omdat hetgeen ons altijd bedreigt – het is ook een bedreiging die partijen in de meerderheid hebben, in de hevigheid en de ‘willingness’ om hun beleid te verdedigen – is dat we onze ogen soms beginnen te sluiten voor uitdagingen die er vandaag nog zijn.

Ik zou twee uitdagingen – eigenlijk één opportuniteit en één uitdaging – willen onderstrepen die belangrijk zijn in Vlaanderen.

Laat mij beginnen met de uitdaging waar de Vlamingen elke dag mee geconfronteerd worden: het is de filedruk die hun heel veel tijd kost. Deze regering heeft veel initiatieven genomen en veel plannen gemaakt. Ze is aan het werken aan diepgaande hervormingen. We zagen gisteren dat er heel veel investeringsmiddelen klaarliggen voor – ik krijg het maar moeilijk over mijn lippen – de grootste stad van Vlaanderen. Dat zijn belangrijke investeringen en het is een goede zaak.

Tegelijkertijd mogen we onze ogen niet sluiten voor de realiteit op het terrein. De mobiliteitsdruk is groot en mensen staan langer in de file. Het ergert de Vlamingen. Daar bestaat geen pasklare oplossing voor. Investeringen en hervormingen vragen tijd. Als je met de mensen praat, komt één zaak vaak naar voren: we moeten initiatieven nemen om vaker en sneller diepgaande oplossingen te vinden. In onze fractie werd gesuggereerd dat de minister misschien eens moet nadenken over een soort staten-generaal om te zien wat we op korte termijn kunnen doen aan het fileleed dat echt dramatisch wordt. Als we naar Brussel, Antwerpen, Gent of naar mijn stad of naar Leuven gaan, wordt het steeds moeilijker. Het heeft niet alleen een economische kostprijs, maar ook een menselijke. Ons pleidooi is dus om meer te doen op korte termijn. Dat is wat de Vlaming vraagt.

In de tweede plaats tekent zich een ongelooflijke opportuniteit af, waarmee we een wezenlijk verschil kunnen maken in Vlaanderen. Wat doet zich voor? Er is economische groei en het jobaanbod is zo groot dat vandaag veel bedrijven hun vacatures niet ingevuld krijgen. Er zitten ook nog altijd veel mensen in de werkloosheid. Opgelet, we hebben al ongelooflijke dingen gedaan. Er zijn 225.000 banen bijgekomen sinds 2014. In Vlaanderen is de werkloosheid gedaald van 250.000 naar 185.000. Dat wil zeggen dat er 65.000 mensen niet meer werkloos zijn, die dat wel waren bij het begin van deze legislatuur. Dat is meer dan de volledige actieve bevolking van een stad als Leuven of Mechelen. Dat is indrukwekkend. Dat zijn 65.000 gezinnen die niet meer van een uitkering afhankelijk zijn, maar die op eigen benen staan en een eigen inkomen verwerven.

Er zijn wel nog altijd 185.000 werklozen. Er is een grote mismatch op de arbeidsmarkt. Twee categorieën zijn niet voldoende actief: de 50-plussers en de mensen met een migratieachtergrond. Dat zijn de twee grote reservoirs van arbeidspotentieel in Vlaanderen. Als we die mensen aan de slag krijgen, zouden veel problemen opgelost geraken. Het zou leiden tot een verdere verbetering van onze financiële situatie. We zouden minder uitkeringen moeten betalen en al die mensen zouden belastingen betalen. Onze bedrijven zouden hun vacatures kunnen invullen zodat de economische groei op termijn niet gefnuikt wordt. Het grote gevaar van die mismatch is immers dat bedrijven geen arbeidskrachten vinden en dat er daardoor een vertraging komt in de economische groei.

Die opportuniteit, die tegelijk een mogelijke bedreiging van de economische groei inhoudt, moeten we aanpakken op de manier die John F. Kennedy voorstond. Hij zei: ‘Vraag niet wat de overheid voor jou kan doen, maar wat jij kunt doen.’ Wat kunnen wij doen? Als we nu een doorbraak realiseren voor de 50-plussers, creëren we een cultuurverandering, een mentaliteitsverandering. Als fractieleider van de liberale partij zeg ik dat bedrijven daar ook een grote verantwoordelijkheid in dragen. Ondernemingen zijn te terughoudend om die mensen in dienst te nemen. Het water staat hen nu aan de lippen. Als we nu maatregelen kunnen nemen om ze over de streep te trekken, gaan we echt een verschil maken. We zien vaak in onze samenleving dat eens het verschil is gemaakt, eens de dijkbreuk er is, het een vanzelfsprekendheid wordt. Als we er nu in slagen om die 50-plussers aan de slag te krijgen, stellen we ons binnen vijftien of twintig jaar de vraag hoe het kon dat wij als bedrijven en als samenleving zo terughoudend waren om die mensen in dienst te nemen.

Hetzelfde geldt voor mensen met een migratieachtergrond. Ook in dat verband is er nu een opportuniteit om eindelijk die mensen aan de slag te krijgen, als we die mismatch kunnen rechttrekken.

We moeten ons afvragen hoe we dat kunnen doen. We hebben de instrumenten. De meest klassieke weg, en het is niet het enige wat we moeten doen, is – evident – een belastingverlaging. We kunnen kortingen geven aan doelgroepen. Misschien moeten we ons op een moment van hoogconjunctuur eens die vraag stellen. We geven nog altijd ontzettend veel subsidies aan de bedrijven, en veel van de subsidies zijn gerechtvaardigd. Als we zoveel geld spenderen aan subsidies, moeten we dan niet een beweging inzetten? Moeten we van de subsidies dan geen fiscale maatregelen maken? Moeten we wat minder subsidies en meer lastenverlagingen doorvoeren? Moeten we niet tegelijk met het bedrijfsleven praten? Ik denk dat dat de weg is die we moeten uitproberen.

Het zou van moed getuigen, en ook van visie, als de Vlaamse Regering in het laatste jaar dat ze nog heeft, daar echt de focus op zou leggen, als ze daar zou proberen een verschil te maken. Het zou maatschappelijk verdorie heel relevant zijn.

De regering zou nog een probleem kunnen aanpakken, namelijk de armoede in Vlaanderen. Die moet ons irriteren, die mag ons niet onverschillig laten. Heel veel mensen hier zijn lokaal actief, en ze kennen die mensen. Voor veel mensen die lokale verantwoordelijkheid dragen, is armoede geen cijfer, het is een gezicht. Arbeid is niet de enige oplossing, werk is niet de enige oplossing om armoede uit te sluiten uit de samenleving. Dat is niet genoeg, maar het is verdorie een efficiënt instrument. Het zou verdorie heel wat mensen uit de armoede halen, structureel.

Die mismatch moet ons bezighouden. Daar moeten we werk van maken. We kunnen dat niet alleen. Ik val hier geen minister aan, de minister doet ter zake heel veel. Tegelijk is die mismatch daar.

We moeten ons niet alleen afvragen wat we goed doen, we moeten niet alleen uitleggen welke maatregelen we allemaal nemen, we moeten niet alleen zeggen dat ze op het federale niveau meer moeten doen, maar we moeten de krachten vinden bij onszelf en ons afvragen wat wij nog meer kunnen doen. Hoe kunnen we de middelen vinden, de ruimte, de argumenten en de beleidsmaatregelen om die 50-plussers en die mensen met een migratieachtergrond echt aan de slag te krijgen?

Vlaanderen zal er welvarender van worden. De sociale cohesie zal sterker worden. De economische groei zal meer worden ondersteund. We gaan minder belastingen moeten betalen. We gaan minder geld moeten uitgeven aan belastingen. Het zal Vlaanderen rechtvaardiger maken, en socialer. Daar ligt voor onze fractie alleszins een belangrijke uitdaging. Mevrouw Talpe heeft er al vaak over gesproken in dit parlement, daar ligt een zeer grote uitdaging om dat probleem aan te pakken. Ik hoop dat we dat de volgende maanden gaan doen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Ronse heeft het woord.

Voorzitter, mijnheer Somers, ik deel uw analyse ten volle. Op het vlak van 55-plussers en nieuwkomers zitten we nog met een ondervertegenwoordiging en enorm veel potentieel om die vele vacatures in te vullen.

De korting op de loonkost, elke verlaging op een loonkost, wordt door mijn fractie volledig toegejuicht. De vraag is natuurlijk – en die vraag is cruciaal, vandaar dat ik het woord gevraagd heb, mijnheer Somers – gaan we bedrijven kunnen overtuigen om meer 55-plussers en nieuwkomers aan te werven door die doelgroepenkorting op te drijven? Is het niet beter, mijnheer Somers, om ervoor te zorgen dat die 55-plussers, nieuwkomers en langdurig werklozen via opleiding en coaching effectief kunnen wat de bedrijven van hen verwachten? Ik denk dat u het nu iets te simplistisch voorstelt. Het is geen knopje waarop je kan duwen. Het heeft geen zin om weer een zak geld mee te geven om de RSZ-bijdrage te verlagen en te denken dat de 55-plussers en de nieuwkomers daardoor meer werk zouden hebben.

We hebben dat net gezien met de premie voor langdurig werklozen. Ik denk dat de situatie complexer is dan dat. U zegt, mijnheer Somers, dat er te vaak en te snel naar de overkant wordt verwezen. Ik hoop dat we in uw fractie toch een zeer enthousiaste – in de geest van John F. Kennedy – partner hebben om nu alles op alles te zetten voor die arbeidsdeal. Want daar zit het probleem net om die mensen te activeren. Heel wat 55- plussers zijn zelfs vrijgesteld van de zoektocht naar werk.

Heel wat mensen moeten, als ze ontslagen worden, heel hun opzegperiode doorlopen vooraleer ze opnieuw aan het werk kunnen. Daar zijn zoveel mogelijkheden. Ik hoop dat we daar, zeker nu, de komende weken, in dit laatste jaar van deze legislatuur, in uw fractie een bondgenoot hebben om daar keihard aan te werken.

Natuurlijk hebt u daarin aan ons een bondgenoot. U zegt dat ik wat simplistisch overkom. Ik heb net geprobeerd om dat te vermijden. Ik heb geprobeerd om te vermijden om stenen naar elkaar te gooien. U vraagt mij of lastenverlagingen kunnen helpen. Ja, natuurlijk kunnen die helpen. Maar dat is niet genoeg. Het is geen of-ofverhaal, het is een en-en-enverhaal.

Het tweede wat ik wil zeggen: als ik spreek over mensen uit de migratie, heb ik het niet alleen over de nieuwkomers. Van de nieuwkomers weten we dat ze taalkennis moeten verwerven, dat ze dat grondig moeten doen, dat ze opleidingen moeten volgen. Maar ik praat ook over een andere groep in onze samenleving: de tweede en de derde generatie, mensen die geboren en getogen zijn in Vlaanderen, naar onze scholen geweest zijn, onze taal spreken, vaak thuis al de taal spreken. Ook die groep is vandaag ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt. Ook dat is een complex verhaal. Ook dat is niet alleen een verhaal van lastenverlagingen, natuurlijk niet. Dat is ook een verhaal met heel veel andere dimensies. Maar als we het echt menen, dan zetten we daar nu al onze energie op in en dan is het geen of-of- maar een en-enverhaal.

Laten we alstublieft ook geen schrik hebben van het idee dat lastenverlagingen bedrijven kunnen aanmoedigen om extra werk te creëren. Dat is het succesverhaal van de voorbije vijf jaar geweest, van de combinatie van de Federale en Vlaamse Regering. We hebben de lasten naar beneden geduwd. Dus als we daar de lasten nog meer naar beneden kunnen duwen, dan zal dat zeker een van de bouwstenen zijn voor het aanpakken van die mismatch.

Elke Van den Brandt (Groen)

Mijnheer Somers, u zegt heel terecht: laten we niet met stenen gooien, laten we oplossingen zoeken. U wilt de hand reiken. U haalt twee thema’s aan. Het eerste is werk. Ik deel uw mening. Het schouwspel waarbij twee partijen verwijten heen en weer slingeren over wie al dan niet wil activeren, is beneden alle peil. We kunnen daar beter een beleid in voeren.

U zult ook, en dat wil ik u hier alvast meegeven, in Groen een bondgenoot vinden om zo’n doelgroepenbeleid te voeren. Als u een deftige kans wilt geven aan zowel nieuwkomers als aan migranten van de tweede en derde generatie en ervoor wilt zorgen dat er een goede arbeidsmarkt is, dan zult u daarvoor in ons een bondgenoot vinden. Hoe het nu uitgerold is, is volgens ons namelijk niet de juiste manier. Ik weet niet of we overeen zullen komen, maar we willen in ieder geval het debat aangaan.

Ik had eerder al het woord willen vragen. U gaf zelf een aantal antwoorden op de uitdagingen die u aanhaalde op het vlak van tewerkstelling. Op het vlak van mobiliteit haalde u ook een aantal uitdagingen aan. Ik dacht dat u een retorische vraag stelde. Ik dacht dat de antwoorden zouden volgen, maar dat gebeurde niet. U vroeg hoe de files verminderd konden worden. Ik wil u ook op dit vlak tegemoet komen en een aantal voorstellen geven. Groen vindt het evident om, in plaats van te besparen op De Lijn meer te investeren. De heer Van den Heuvel had het al over de fietspaden: aan het tempo waaraan we nu bezig zijn, komen we er niet. Dat tempo moet dus enorm versneld worden.

Het STOP-principe is bijna een taboe geworden. Dat STOP-principe mag echter niet in de vuilnisbak gegooid worden maar moet op een piëdestal gezet worden. Dat zijn maatregelen die volgens ons een impact zullen hebben, die het fileleed zullen doen dalen en waarin u in Groen een bondgenoot zult vinden.

Mevrouw Van den Brandt, ik heb inderdaad niet alleen een hoeraverhaal verteld, ik heb ook op uitdagingen gewezen. Het zou interessant zijn om vanuit de oppositie ook eens zo’n spiegelbeeld te horen. Als ik soms de tussenkomsten van de oppositie hoor, heb ik namelijk zin om antidepressiva in te nemen. Het beeld dat hier vanop de oppositiebanken soms geschetst wordt over de toestand van Vlaanderen, dat is echt iets waar ik gedeprimeerd van wordt. Ik moet daarna andere dingen doen om me er weer bovenop te helpen. Dat beeld staat volgens mij ook haaks op de realiteit in Vlaanderen. (Opmerkingen van Bart Caron)

Sorry, maar de lijstjes die ik hier krijg van de miserie in Vlaanderen: ik denk dat we daar ook nuances in moeten zoeken. Dat is de vraag die ik aan u stel. (Applaus bij Open Vld en de N-VA)

Daarmee bedoel ik niet dat we de problemen onder tafel moeten vegen. Ik heb daarom zelf het initiatief genomen om een aantal problemen op tafel te leggen. Ik geef u een voorstel dat de Vlaamse Regering zou kunnen doen. Ik zal dat doen als trotse ‘cumulard’. Wat zal er gebeuren na de gemeenteraadsverkiezingen? Na de gemeenteraadsverkiezingen worden er meerderheden gevormd in de gemeentebesturen. Die gemeentebesturen zijn verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle publieke investeringen in ons land. Dat zijn diegenen die de investeringen doen.

Wel, beeld u in dat Vlaanderen in de laatste maanden van zijn legislatuur probeert met die gemeentebesturen een staten-generaal te maken. Als elke gemeente nu eens een tandje bij zet op het gebied van fietspaden, op het gebied van infrastructuur, wat beantwoordt aan de ambitie die we hebben om weg te gaan van de wagen, waar mogelijk, en zo veel mogelijk over te schakelen op andere zaken, wat in elk verkiezingsprogramma van elke partij staat, met zijn nuances. Laten we ter zake nu eens de krachten bundelen. Laten we samen engagementen, doelstellingen op ons nemen, zonder de lokale autonomie aan te tasten, maar dat samen motiveren. Want wanneer worden die beslissingen genomen? Ik zal het u zeggen. Niet in 2020. Begin 2019 worden de beslissingen genomen voor de meerjarenplanningen. Dát zou een uitdaging zijn. Dat is een positieve benadering. Dat is wat wij samenwerkingsfederalisme noemen, maar dan ten opzichte van lokale besturen. Dat is een van de wegen die volgens mij echt een effect zouden kunnen hebben, zelfs op korte termijn, want in sommige steden en gemeenten kan men met een beperkt aantal investeringen óók het verschil maken. We zullen het sámen moeten doen. Ik sta volledig achter de diepgaande hervormingen die we bijvoorbeeld bij De Lijn aan het doorvoeren zijn. Die vervoersregio’s, dat is heel belangrijk. Tegelijkertijd stel ik echter vast dat het veel tijd vraagt om het in stelling te krijgen. Ik versta de moeilijkheden. We zaten zelf in een proefregio. Dat is niet gemakkelijk, het is een heel nieuwe manier van denken, maar het duurt lang, en voor de mensen te lang, in alle eerlijkheid. Dat is mijn pleidooi. Mijn pleidooi is niet elkaar zwartepieten toespelen, neen, het is creatieve oplossingen zoeken die ons vooruithelpen. Dat is wat de Vlamingen van ons vragen. (Applaus bij de meerderheid)

Elke Van den Brandt (Groen)

Als ik zeg dat ook Vlaanderen meer fietspaden moet aanleggen, dan staat dat zeker niet in tegenstelling tot wat lokale besturen kunnen doen, en ik vind dat persoonlijk een positief voorstel, want dat is iets dat Vlaanderen beter zal maken. Ik word niet depressief van het idee dat Vlaanderen veeleer meer dan minder fietspaden zou aanleggen. Ik word er ook niet depressief van dat Vlaanderen het STOP-principe volop zou verdedigen. Ik hoor ook graag uw mening daarover. Dat zijn geen zaken die ik negatief of pessimistisch vind. Neen, ik ben ervan overtuigd dat dat oplossingen zijn die onze regio beter en interessanter zullen maken.

Daarstraks heb u het cumuleren verdedigd. U hebt iets gezegd waardoor ik me eigenlijk persoonlijk een beetje beledigd voelde. U zei dat zij die cumuleren, weten wat dat is, dat ze die mensen in armoede kennen, dat ze de gezichten kennen achter die 12 procent kinderarmoede in stijgende lijn. Mijnheer Somers, ik cumuleer niet, maar ik beloof u dat ik ook in mijn stad die mensen ken. Ik wil dat niet de verdoemenis in spreken, maar die groep groeit, die groep heeft grote problemen en heeft antwoorden nodig. U mag zeggen dat de oppositie niet positief is, maar hiervoor zullen we op tafel blijven slaan tot die armoedecijfers dalen.

Mevrouw Van den Brandt, ik heb niet gezegd dat u het niet kent. Ik heb gezegd dat de menen die cumuleren, het wel kennen. Ik heb alleen daarstraks een fractieleider over postjespakkers horen spreken. Ik heb proberen aan te tonen dat een lokaal engagement soms ook een verschil kan maken in hoe je naar de samenleving kijkt. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega’s, goeienavond. Het verbaast me eerlijk gezegd dat ik als laatste spreker een voetbalmetafoor zal bezigen. Ik dacht dat er zeker iemand over voetbal zou beginnen in het kader van het WK, maar niemand heeft dat gedaan, dus ik zal het doen. Eén ding is zeker: het is een totaal onvoorspelbaar toernooi. Na de matchen die ik heb bekeken, het zijn er niet zo veel, of die we stiekem hebben gevolgd hier op de banken, weet ik dat het de moeite loont om met heel veel enthousiasme door te blijven spelen tot de allerlaatste minuut. Niet zelden wordt een match beslist in de allerlaatste minuut, soms zelfs met goals die in blessuretijd vallen, en daarmee komt dan misschien het toernooi in een andere plooi te liggen. In de spreekwoordelijke laatste minuten van dit begrotingsjaar, want het zal de laatste keer zijn dat we de kans hebben om aan die begroting iets te wijzigen, willen we die spreekwoordelijke bal in deze begrotingscontrole op de stip leggen om nog een verschil te maken.

Want we kunnen, als we dat willen, voor heel veel mensen een verschil maken met deze begrotingscontrole. En ik heb het dan in de eerste plaats over de vele duizenden Vlamingen die zorg nodig hebben en die daar op dit moment van verstoken blijven. Ik heb het dan ook over de vele duizenden Vlamingen die werken in de zorgsector onder zeer grote druk, laat ons eerlijk zijn, omdat op heel veel plaatsen de middelen niet toereikend zijn. En dat is geen nieuwe boodschap, ik heb het eens nagekeken: de afgelopen maanden zijn er in deze plenaire vergadering meer dan dertig vragen gesteld aan minister Vandeurzen. U kent de ‘usual suspects’. Uit mijn fractie hebben de heer Van Malderen, mevrouw Van den Bossche, de heer Bertels de minister herhaaldelijk ondervraagd over de tekorten hier en daar in de welzijnssector.

Daarbij stelden we ook vast dat zij daar nooit alleen stonden, er stonden ook altijd collega’s van de meerderheid. Ik herinner me de heer Parys die zich volop heeft gegooid in het debat over de jeugdhulp en die op een bepaald moment heeft erkend dat er bijkomende inspanningen gebeuren maar dat die niet volstaan en er dus meer inspanningen moeten gebeuren. Ik herinner me ook een tussenkomst van mevrouw Taelman die het samen met de heer Van Malderen betreurde toen op een bepaald moment duidelijk werd dat van een persoonsvolgend budget voor minderjarige gehandicapten wellicht geen sprake meer zal zijn in deze legislatuur. De heer Persyn heeft recent, intussen al een paar keer, zelfs een voorstel gedaan om dat nieuwe systeem verder uit te breiden naar bijvoorbeeld mensen met jongdementie, een zeer goed voorstel, trouwens.

En afgelopen zondag bij het voorzittersdebat in de Zevende Dag hoorde ik de voorzitter van CD&V, Wouter Beke zeggen: “Iedereen die een zorgvraag heeft, is er één te veel.” Ik neem aan dat de heer Beke de zorgvragen op zich geen probleem vindt, maar de niet-beantwoorde zorgvragen wel. Elke niet-beantwoorde zorgvraag is er één te veel. En zo zijn er helaas veel te veel.

De lijstjes hebben al gecirculeerd tijdens dit debat, maar ik wil het nog eens herhalen omdat het belangrijk is de realiteit te onderkennen, ook wanneer we over een begrotingscontrole spreken. Het gaat hier over 14.000 mensen met een handicap die op een wachtlijst staan om geld te krijgen voor zorg, drie op vier aanvragen voor dringende zorg van kinderen en jongeren met een handicap die worden geweigerd, 6000 kinderen en jongeren die op een of andere vorm van hulp in de jeugdhulp wachten, centra voor geestelijke gezondheidszorg die hun wachtlijsten zelfs hebben afgesloten.

Collega’s, u zou nu kunnen repliceren – minister Vandeurzen is er niet maar hij heeft in de commissie Welzijn al gereageerd en de heer Van den Heuvel heeft het daarstraks voor hem gedaan – met het traditionele antwoord van een lange lijst afgesproken budgetverhogingen, investeringen, bijkomende erkenningen, bijvoorbeeld in de ouderenzorg, maar de realiteit is wel degelijk dat, ondanks die inspanningen, de wachtlijsten langer zijn dan ooit. Ik heb er het verslag van de bespreking van de begroting in de commissie Welzijn op nagelezen en mevrouw Schryvers – en ik ben blij dat u hier zit –, u hebt daar op een bepaald moment een uitspraak gedaan over die wachtlijsten die ik eerlijk gezegd verbijsterend vond. U zei letterlijk: “Wie op een wachtlijst staat, krijgt bovendien al op een of andere manier zorg.” Ik vraag me af hoe cynisch we kunnen worden wanneer het gaat over wachtlijsten in de zorg, mevrouw Schryvers en collega’s van CD&V.

Over wie hebt u het wanneer u het hebt over mensen die op een wachtlijst staan en al een of andere vorm van zorg krijgen? Vier op tien jonge mensen komen na een suïcidepoging op de spoedgevallen terecht in onze ziekenhuizen en worden nadien onverrichter zaken naar huis gestuurd zonder perspectief op verdere begeleiding. We hebben verhalen gehoord van ouders van personen met een beperking die al meer dan vijftien jaar wachten op een budget om eindelijk zorg in te kopen en die dan maar hun leven op hun kop moeten zetten, stoppen met werken of deeltijds werken, om zelf die zorg op zich te nemen.

Als dat een of andere vorm van zorg is, collega Schryvers, dan vraag ik mij af, collega's van CD&V, waar de lat ligt. Is het een vorm van minimale dienstverlening in de zorg, die u wenst in te voeren? Want ik vind het beneden alle peil dat u dergelijke uitspraken doet.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Collega's, mijnheer Vandenbroucke, ik zou graag hebben dat u niet alles op één hoop gooit en dat u ook niet doet alsof het in de zorg alles of niets is. U weet heel goed dat wij, dat deze regering, onvoorstelbare inspanningen levert en dat de budgetten in welzijn enorm zijn toegenomen. Honderden miljoenen euro's. U weet dat heel goed. Het is een operatie zoals we die nog nooit hebben gekend.

Dat is wat ik heb willen zeggen. Er zijn inderdaad mensen die zorg nodig hebben en die die vandaag niet echt helemaal krijgen zoals ze zou moeten zijn. Wij wensen dat ook terug te schroeven. U hebt zelf onze voorzitter aangehaald, die tijdens het debat van dit weekend in De Zevende Dag heeft gezegd: “Elke zorgvraag die niet beantwoord is of niet 100 procent op maat beantwoord is, is er één te veel.” Dat onderschrijven wij absoluut. Het is in dezen heel moeilijk om alle zaken met elkaar te vergelijken, om bijvoorbeeld jeugdhulp te vergelijken met woonzorg of met de gehandicaptenzorg. Dat weet u heel goed. Maar het is niet omdat iemand zich bijvoorbeeld heeft ingeschreven om naar een woonzorgcentrum te gaan en daar wachtend is, dat hij ondertussen geen thuiszorg krijgt, of dat hij geen thuisverpleging krijgt of op een andere manier wordt ondersteund. En dat is het enige wat ik heb willen zeggen.

En ik vind het heel, heel spijtig dat u die zin op die manier uit zijn verband haalt, terwijl er nog nooit, maar dan ook nooit, zoveel bijkomende budgetten zijn geweest in de welzijnszorg en zo veel bijkomende mensen zijn geholpen. En akkoord, we moeten nog verder gaan en we zúllen daarin ook verder gaan. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Collega Schryvers, u geeft het antwoord dat we nu al een aantal keren hebben moeten aanhoren: ‘Er zijn nog nooit zo veel investeringen geweest.’ En dan dreunt u het lijstje correct af. Maar als die investeringen er alleen maar toe leiden dat de wachtlijsten vandaag langer zijn dan ooit, dat er meer dan ooit Vlamingen met een zorgnood langer dan ooit moeten wachten, dan kun je niet anders dan besluiten dat de Vlaamse Regering die wachtlijsten niet onder controle heeft. We spreken dan inderdaad van een zorgcrisis.

En de reden waarom wij dat woord in de mond durven te nemen, is dat er vandaag geen enkel perspectief is, ook niet in deze begrotingscontrole, waarbij je kunt zeggen dat binnen een aanvaardbare termijn voldoende mensen wel het antwoord krijgen op die vraag waarop ze al jaren wachten.

En daarom begrijpen we niet, collega's, dat hier straks een begrotingscontrole zou worden goedgekeurd, terwijl ik in de tabel van de minister van Financiën lees dat er voor maar liefst 561 miljoen euro extra uitgaven zijn, waarvan welgeteld 2,4 miljoen euro voor welzijn en zorg. Dat staat in de tabel van de minister van Financiën. Ik begrijp niet hoe je in die omstandigheden, met die realiteit, 200 miljoen euro netto beleidsruimte vindt en dat je daarvan 100 miljoen euro parkeert op een spaarrekening, op een buffer voor mogelijke tegenvallers.

Weet u wat een tegenvaller is, collega's? Dat is jaren aan een stuk op een van die wachtlijsten staan en elk jaar opnieuw een brief krijgen van de diensten van minister Vandeurzen waarin staat: ‘Wij erkennen uw zorgaanvraag. U hebt er recht op. Maar het geld is er niet om het te geven.’ Jaren aan een stuk. Dát is een absolute tegenvaller.

Ik begrijp het niet. Hoeveel tegenvallers van mensen die zorg nodig hebben, aanvaardt u nog alvorens u bereid bent om de middelen die u nu wegsteekt in allerlei buffers en provisies aan te wenden om vandaag, ik zeg niet álles op te lossen, maar minstens meer antwoorden te geven op de vragen die zich al jaren opstapelen?

Dat is onze boodschap: gebruik die middelen vandaag in plaats van ermee te wachten. Wij hebben drie concrete amendementen op de begrotingscontrole ingediend.

Wij vragen om uit die buffers en provisies 115 miljoen euro te halen om te investeren in de gehandicaptensector zodat er 2300 mensen van de wachtlijst van 14.000 mensen kunnen worden gehaald. Wij vragen om uit die buffers en provisies 50 miljoen euro te halen om te investeren in jongerenwelzijn om meer dan 500 extra opvangplaatsen te geven aan jongeren en kinderen die hulp en begeleiding nodig hebben. Wij vragen om 37,5 miljoen euro uit die buffers en provisies te halen om te investeren in de ouderenzorg zodat er meer mensen kunnen worden aangeworven om een antwoord te bieden aan de toenemende zorgvraag bij ouderen.

Collega's, zijn dat amendementen en voorstellen die alles oplossen? Neen, absoluut niet, en dat hebben wij ook nooit beweerd. Maar je kunt niet ontkennen dat je met die middelen hier en nu, in de blessuretijd van het begrotingsjaar, een groot verschil kunt maken voor verschillende duizenden mensen die recht hebben op zorg en er al jaren op wachten.

Collega's, ik zou u willen vragen, als het gaat over welzijn, als het gaat over tekorten in de zorgsector, om u niet te beperken tot het opsommen van wat er vandaag al gebeurt. Ik vind dat het tijd is om te erkennen dat voor te veel mensen in Vlaanderen zorg krijgen die ze nodig hebben, een kwestie is geworden van geluk, van een loterij, op tijd van een wachtlijst te geraken of van geld en van eigen middelen om het zelf te organiseren. Ik vind dat we samen de ambitie moeten tonen om stappen vooruit te zetten naar zorgzekerheid. Zorgzekerheid betekent voor ons dat we garanderen dat elke Vlaming met een zorgvraag een antwoord krijgt, op tijd, met zorg die kwaliteitsvol en betaalbaar is. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.