U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Jean-Jacques De Gucht, Marius Meremans, Karin Brouwers, Katia Segers en Bart Caron houdende wijziging van het Kunstendecreet van 13 december 2013.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Van de Wauwer, verslaggever, heeft het woord.

Collega's, in 2004 is het eerste Kunstendecreet goedgekeurd. Het was toen een grote vernieuwing omdat er voor het eerst een open en samenhangend kader werd gecreëerd voor alle kunstvormen. Door het veranderende kunstlandschap was dat decreet ook snel aan vernieuwing toe. In 2013 is dan het tot nu toe huidige Kunstendecreet goedgekeurd en vandaag ronden we opnieuw een uitgebreid evaluatie- en vernieuwingstraject af.

Ook aan dit wijzigingsdecreet is een heel grondig participatief traject met alle betrokkenen voorafgegaan. In de commissie Cultuur hebben we op geregelde tijdstippen gereflecteerd over de toepassingen en de uitvoering van dit belangrijke Kunstendecreet, samen met de minister maar ook met de betrokken actoren in het kunstenveld. Het blijkt een heel goede methodiek voor een decreetsevaluatie, maar ook om tot een nieuwe, sterk gedragen en aangepaste regelgeving te komen.

Dat bleek ook tijdens de hoorzitting die we hielden in de commissie Cultuur, waar we ook de Sectorraad Kunsten en Erfgoed van de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC), de Adviescommissie Kunsten en de werkgeversorganisatie oKo hebben gehoord. Er werden nog wel een aantal bekommernissen meegegeven, maar die gingen eerder over implementatie dan wel over de grond van dit wijzigingsdecreet.

De wijzigingen die we met dit voorstel van decreet aanbrengen, hebben tot doel om het sterke Kunstendecreet van 2013 te verbeteren op basis van de ervaringen bij de toepassing van het decreet sinds 2014. Het voorstel sluit dus aan bij de traditie die we hebben binnen de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media om permanent te evalueren en bij te sturen. Het is met andere woorden niet de eerste aanpassing van het Kunstendecreet en zal wellicht ook niet de laatste zijn. Collega Coudyser gaat straks kort in op de belangrijkste wijzigingen.

Ik wil ook benadrukken dat de wijzigingen er zijn gekomen na een heel goede samenwerking met de collega's van de meerderheid en van de oppositie, alsook met minister Gatz en zijn kabinet, de administratie Kunst en de kunstensector.

Met de wijzigingen aan het Kunstendecreet willen we de kunstensector alle succes toewensen, want dit blijft de doelstelling van het Kunstendecreet: een adequate regelgeving die het mogelijk maakt dat professionele kunstenaars en kunstorganisaties artistieke producties en projecten kunnen maken waar de Vlamingen, en hopelijk ook de rest van de wereld, door worden ontroerd, verwonderd, betoverd en verward.

De voorzitter

Kunt u dat laatste nog eens herhalen? Want dat was mooi gezegd.

We willen met dit Kunstendecreet alle Vlamingen ontroeren, verwonderen, betoveren en verwarren. (Applaus)

De voorzitter

Mooi.

Mevrouw Coudyser, verslaggever, heeft het woord.

Ik wil als verslaggever heel kort ingaan op de wijzigingen die we doorvoeren. We willen werk maken van een concretere visienota door een kwantitatief onderbouwde landschapstekening die gebaseerd is op een goede inventarisatie van feiten en waarnemingen van het huidige landschap.

Voor de rest is het codewoord ‘vereenvoudiging’, zowel van de adviezen als van de herschikking van de verhaal- en repliekprocedure waarmee we een schrapping van de verhaalprocedure doen, maar de repliekmogelijkheid behouden. Daardoor wordt eigenlijk de echte bedoeling van de repliekprocedure tot haar oorspronkelijk doel teruggebracht, namelijk de mogelijkheid om feitelijke onjuistheden te corrigeren.

Verder werken we ook aan een kennisverhoging van de commissieleden van de beoordelingscommissies, werken we ook verder aan een planlastenvermindering, stimuleren we de innovatie bij kunstinstellingen door onder andere mandaatfuncties te introduceren voor artistieke en zakelijke eindverantwoordelijken.

Een laatste wijziging is een sterkere positie van de kunstensector binnen de Vlaamse Regering doorvoeren door een verschuiving van de beslissingsdatum voor werkingssubsidies naar 1 oktober. Ik denk dat de collega's daar bij de bespreking per fractie ook verder zullen op ingaan.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Collega's, de vorige sprekers hebben ook al aangehaald dat dit voorstel van decreet het resultaat is van een grondige evaluatie door de verschillende stakeholders, die ook gehoord zijn in de commissie.

Met dit voorstel van decreet voeren we een aantal wijzigingen door aan het Kunstendecreet. We zijn ervan overtuigd dat de wijzigingen zullen bijdragen tot een versterking van het kunstenlandschap door meer transparantie en een vermindering van de administratieve werklast.

Ik wil kort stilstaan bij enkele wijzigingen. Een eerste wijziging zorgt voor een meer kwantitatief onderbouwde landschapstekening en strategische visienota. De landschapstekening moet zowel kwalitatieve als kwantitatieve elementen bevatten, met als doel te komen tot een kwantitatief beter opgebouwde landschapstekening – het kunstenveld ‘as is’– op basis waarvan een heldere en meer richtinggevende strategische visienota voor de toekomst – het kunstenveld ‘to be’ – kan worden geschreven.

Een volgende wijziging is een vereenvoudiging en heeft een directe impact op de werklast van de administratie, zoals reeds aangegeven. De evaluatie heeft aangetoond dat er onvrede bestaat omtrent de huidige praktijk om op basis van twee autonome adviezen, het artistieke en het zakelijke, te komen tot een adviesconclusie. Om daaraan tegemoet te komen, gaan we uit van een globaal advies waarin alle decretale criteria aan bod komen. Dit draagt bij tot de leesbaarheid, vergroot de eenduidigheid en zorgt uiteraard voor een vermindering in de werklast voor de administratie. Het zakelijk advies verandert dus, maar valt niet weg. De expertise van de administratie wordt nog steeds meegenomen.

Nog een belangrijke wijziging die bijdraagt tot de versterking van het kunstenlandschap gaat over de kennisverhoging van de commissieleden. In plaats van te werken zoals vroeger met een steeds wisselend systeem zullen we uitgaan van een systeem met enkele vaste leden. Maar door een evenwicht tussen vaste en wisselende leden zorgen we ervoor dat er geen machtsoverwicht komt van de vaste leden.

Ik ben er tot slot van overtuigd dat we met deze wijzigingen tegemoetkomen aan de verzuchtingen die naar boven kwamen tijdens de evaluatie. Ook binnen de commissie en tijdens de hoorzittingen was er een breed draagvlak over de verschillende wijzigingen die hier naar voren worden gebracht. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Coudyser heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het woord nemen in naam van de heer Meremans die ondertussen naar zijn gemeenteraadszitting is vertrokken, maar ik heb dit dossier ook van nabij opgevolgd. Ik neem het graag van hem over.

Met het Kunstendecreet van 2013 was er, over de partijgrenzen heen, een mooie oefening gemaakt om te zorgen voor een beter kunstenlandschap. Maar rekening houdend met de eerste subsidieronde en de input van stakeholders en beoordelaars voeren we nu toch enkele wijzigingen door. Ook hierover is een kamerbrede consensus gevonden.

Met de voorgestelde wijzigingen willen we de beoordelings- en beslissingsprocedure op een aantal cruciale punten verbeteren om te komen tot een meer werkbare, consequente en transparante besluitvorming bij het toekennen van subsidies aan kunstenorganisaties en kunstenaars.

Met de N-VA kunnen we ons helemaal vinden in deze wijzigingen. Belangrijk voor ons is het verminderen van de werklast door de schrapping van de verhaalprocedure en de jaarlijkse actieplannen. We maken het bovendien mogelijk dat de adviescommissie rekening houdt met het budget en het landschap van het kunstenveld, zodat we tot meer gedragen beslissingen kunnen komen, ook inzake financiële ondersteuning. We focussen ook op het artistieke bij de beoordeling, met een degelijk zakelijk beheer als minimumvoorwaarde. Als laatste willen we de nadruk leggen op het creëren van een sterkere onderhandelingspositie voor de cultuurminister om meer geld naar de kunstensector te trekken.

Samengevat, we creëren met de wijzigingen meer ruimte en aandacht voor de kunsten en we besteden minder aandacht aan het papierwerk.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Ik wil eerst de verslaggevers bedanken voor de uitgebreide en zorgvuldige verslaggeving en alle andere leden van meerderheid en oppositie voor de zeer goede samenwerking bij de totstandkoming van de wijziging aan het Kunstendecreet.

Het Kunstendecreet is een onmisbaar instrument in de kunstensector. Het bestaat al sinds 2004 en er zijn sindsdien een aantal wijzigingen doorgevoerd. Die zijn elke keer in de richting gegaan van een beter decreet, van een beter kader. We moeten het toegeven: zonder dat Kunstendecreet van 2004 hadden we nu niet hetzelfde sterk geprofessionaliseerde, uitmuntend kwalitatieve kunstenveld waar men ons in het buitenland om beroemt.

We zijn verheugd dat de samenwerking met de collega's, de sector en het kabinet zo vlot is verlopen om te komen tot deze verbeterde, vernieuwde versie zoals ze nu op tafel ligt.

Het traject dat we afgelegd hebben – collega Van de Wauwer verwees er al naar – was een zeer intens participatief traject. De sector werd in verschillende fases nauw betrokken door middel van hoorzittingen. Het was belangrijk om dat op deze manier te doen.

De sp.a-fractie is verheugd en positief dat de wijzigingen maximaal – misschien niet allemaal voor 100 procent, zeker inzake de indieningsdatum blijven we nog met wat voorbehoud zitten – tegemoetkomen aan de noden die er waren in de sector. Hiermee worden zaken opgevangen en verbeterd als de duidelijkheid van de landschapstekening en de positie daarvan, de nood aan een betere kennisopbouw bij de beoordelaars en een te hoge werklast. We gaan ook een stukje terug naar het oorspronkelijke decreet. Het gaat om checks and balances en we hopen dat het kunstenveld daarmee aan de slag kan. Wij zijn alvast tevreden over het traject dat afgelegd is bij de totstandkoming van dit voorstel van decreet.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Voorzitter, collega’s, dit voorstel van decreet situeert zich eigenlijk in een soort van historische continuïteit. Collega Segers verwees naar het Kunstendecreet van 2004, dat op zijn beurt een opvolger was van eerdere initiatieven, decreten en reglementen die sinds de heer Dewael, lang geleden minister van Cultuur, tot vandaag eigenlijk een soort van continuïteit vertonen. Er zijn wat accentverschillen en er zijn vooral beleidstechnische evoluties en inzichten gegroeid. Het succes van het Vlaamse kunstenveld, wat men internationaal ‘de Vlaamse Golf’ noemt, is groot, en dat is te danken aan die continuïteit van ondertussen meer dan dertig jaar doorgezet beleid. Dit voorstel van Kunstendecreet bevat een aantal nodige verbeteringen, zeg maar lessen die we getrokken hebben uit het recente verleden. Tijdens de vorige legislatuur werd het Kunstendecreet wat grondiger bijgewerkt. Toch werden er nog een aantal lessen getrokken. We blijven evalueren en we blijven verbeteren.

De lessen werden al aangehaald door de collega’s. Ik wil nog drie elementen beklemtonen. Ten eerste is er de positie van de visienota in het besluitvormingsproces van de minister die zelf zijn beleidsintenties moet meegeven. Dat zal de toekomstige minister iets scherper moeten doen dan vandaag het geval is. Dat is ook nodig. Positief is het invoeren van de hoorzitting bij de beoordeling, waardoor aanvragers gehoord worden door een beoordelingscommissie en ook mondeling en niet alleen op papier kunnen toelichten wat ze willen doen in de toekomst. Ook positief is het schrappen van de jaarlijkse actieplannen door het Kunstendecreet, wat – oef! – leidt tot wat minder regelneverij en in ieder geval tot wat minder administratieve overlast.

Ik wil wel één kritische bedenking meegeven, collega’s. Ik vind dat mijn plicht. We hebben dat ook gedaan gedurende het proces van de opmaak van en de discussie over het voorstel van decreet, met meerderheid en oppositie samen. De beslissingsdatum van de regering over de vijfjarige subsidies is verschoven van 1 juli naar 1 oktober. Dat is gebeurd, zo werd ook eerlijk gezegd, omdat de regering meestal in de vroege herfst of de late zomer de begroting opmaakt voor het komende jaar en die op de politieke beslissingstafel wil leggen. Collega’s, als een organisatie pas op 1 oktober weet of ze na 1 januari nog voor vijf jaar mag verdergaan, en er zijn mensen in dienst met pakweg vijf of tien jaar anciënniteit, hoe kunnen dan die opzegvergoedingen uitbetaald worden? Joost mag het weten. Dat creëert heel veel onzekerheid bij organisaties. Ze zullen noodgedwongen hun personeel in vooropzeg zetten, ver voor een beslissingsdatum, en op die manier ook de continuïteit van hun eigen werking in het gedrang brengen. Dat is jammer . Ik begrijp de politieke reden. Daarom vallen we deze tekst niet af. We begrijpen de politieke reden maar vinden het jammer dat het belang van de regering hier boven het belang van de organisaties in het kunstenveld staat. Ik wil dat gezegd hebben. Ik heb het ook gezegd tijdens de bespreking in de commissie.

Niettemin vinden we het goede verbeteringen.

Tot slot wil ik nog twee dingen zeggen. Even voor mezelf sprekend, ben ik blij dat ik sinds het ontstaan op een of andere manier als indiener heb mogen meewerken aan alle versies van het Kunstendecreet.

Ten tweede wil ik ook uitdrukkelijk minister Gatz bedanken. Het gebeurt niet veel dat men dit doet vanop de oppositiebanken. Hij is er nu niet, maar ik hoop dat hij het zal vernemen via de streaming of via iemand van zijn kabinet.

Er is een goede samenwerking in dit voorstel van decreet tussen de uitvoerende en de wetgevende macht, het gebeurt niet zo vaak dat dit het geval is, maar dit onderstreept het belang van het Kunstendecreet. Ook bij het vorige decreet, toen minister Schauvliege minister van Cultuur was, was dat het geval, ook met meerderheid en oppositie en ook in een goede samenwerking. Dat maakt dat het kunstenveld een stevig fundament heeft en dat het breed wordt gedragen over alle politieke partijen heen. Ik hoop dat dat nog lang zo zal blijven.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1591/4)

– De artikelen 1 tot en met 35 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.