U bent hier

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, de voorbije dagen hebben we weer schandelijke verhalen gehoord over inwoners van rusthuizen aan wie euthanasie werd geweigerd. Ik ben dat beu, echt waar! Ik ben het beu om telkens in kranten te moeten lezen over zulke situaties. Men spreekt over vroegtijdige zorgplanning. Prima! Ik ben er absoluut een heel groot voorstander van dat men met mensen tijdens hun laatste fase bekijkt wat ze wel of niet willen, en daar hoort euthanasie óók bij, maar wat voor zin heeft vroegtijdige zorgplanning als de wensen van de inwoners gewoon niet worden nageleefd, als men die naast zich neerlegt? De wet is de wet! Er is een wet inzake euthanasie goedgekeurd die duidelijk zegt dat er sprake is van een arts-patiëntrelatie, waarin geen rusthuis moet interfereren. Integendeel, die moeten zich daar volledig buiten houden. Dat is het recht van elke patiënt!

Ik heb het zelf meegemaakt. Een patiënt van 85 jaar, een fiere, prachtige dame, vroeg euthanasie omdat ze in haar terminale fase zat. Het rusthuis zei ‘ah neen, niet hier, dat willen we niet’. We zijn verplicht geweest om die persoon naar het ziekenhuis te brengen, waar die dame dan wel euthanasie heeft gekregen. Het is echt schandalig dat mensen tijdens hun terminale fase nog moeten worden verplaatst naar een ziekenhuis!

U hebt de middelen, de mogelijkheden om in het Woonzorgdecreet in te schrijven dat woonzorgcentra zich niet mogen bemoeien met de wet inzake euthanasie. Ik vraag u dus heel duidelijk: wanneer zult u daar actie tegen ondernemen? (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

De heer Persyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik sta hier altijd met veel schroom als het over het levenseinde gaat. Ik denk dat dat de nodige voorzorg en sereniteit verdient. We hebben dat debat hier al een paar keer gehoord. Ik zie collega De Gucht die drie jaar geleden, bijna week op week, de enquête van de socialistische mutualiteiten aanhaalde en collega Bertels deed dat in de commissie. We hebben de discussie daar ook gevoerd.

Die zorg voor de laatste fase blijkt nogal eens te wensen over te laten, waarbij niet wordt ingegaan op de wilsbeschikking van personen en waarbij soms ook de palliatieve zorg te wensen overlaat. In de commissie hebben we de discussie uitvoerig gevoerd en was er de vraag om in het beleid van de woonzorgcentra eerder proactief op te treden en te gaan naar duidelijke richtlijnen en duidelijke afspraken zowel naar bewoners alsook naar het beleid van het woonzorgcentrum.

U hebt terecht aangegeven, minister, dat het project van de kwaliteitsindicatoren daar al rekening mee houdt. De cijfers die deze week de ronde doen, komen juist uit de indicatoren. Dat is een stap in de goede richting. We zijn minstens al aan het meten. We weten waar we voor staan. Maar zoals collega Saeys het met de gedrevenheid en de vurigheid die haar kenmerkt, zegt, laat het inzake de laatste fase van het leven in veel rusthuizen nog te wensen over.

Minister, wat hebt u recent nog gedaan en wat kunt u in de nabije toekomst nog doen om ervoor te zorgen dat die zorg voor het levenseinde als een noodzakelijk deel van de totaalzorg in de woonzorgcentra gegarandeerd kan worden?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, wat wij aan het doen zijn met betrekking tot vroegtijdige of tijdige zorgplanning en levenseinde, staat in de beleidsbrief. Dat wil zeggen dat we met onze zorgcentra een traject afleggen om te kunnen inzetten op vroegtijdige zorgplanning, op palliatieve zorg en levenseindezorg. Dat laatste gaat dan onder meer over palliatieve sedatie en euthanasie.

Wat is het issue? Wij hebben regelgeving. Een deel daarvan hebben we geërfd met de bevoegdheid die overgekomen is. Een stukje regelgeving waarin aandacht gevraagd wordt voor de totale zorg voor de bewoners, staat in ons Woonzorgdecreet. Wij hebben regelgeving die overgekomen is naar aanleiding van de rvt-regelgeving. De coördinerend raadgevend arts heeft in het woonzorgcentrum bepaalde taken en mogelijkheden. We hebben een stuk financiering van de palliatieve functie waarin ook een stuk regelgeving mee is overgekomen naar de Vlaamse Gemeenschap.

U weet dat we met onze residentiële ouderenzorg een heel traject afleggen, veel meer naar het concept van zorg- en leefgemeenschap en ook naar betere financiering in functie van de zorgzwaarte. We weten allemaal dat van de mensen die in het woonzorgcentrum verblijven, een aantal van hen uiteraard daar ook zullen overlijden. Dat zal ook geen plots overlijden zijn. Je kunt echt wel inzetten op goede, kwaliteitsvolle zorg, ook in het levenseinde.

De indicator is daar een van de instrumenten om dat met de sector beter te kunnen aanpakken. Die kwaliteitsindicator is een beetje anders dan de vroegere metingen. Hij bestaat eigenlijk uit drie elementen. Ten eerste: heb je met de bewoners gesproken over een mogelijke vertegenwoordiging als hij of zij niet meer in staat is om zelf een mening uit te drukken? Ten tweede: heb je gesproken over de visie van de bewoner op hoe hij zijn zorg en zijn levenseindezorg ziet? Heb je daar voldoende tijd voor uitgetrokken? Dat is uiteraard een heel communicatief proces en een dynamisch proces. En ten derde: heb je ook gezorgd dat er dan in functie van de inzichten van de bewoner, ook een plan is opgesteld met betrekking tot de zorg, ook in het levenseinde?

Die drie elementen worden in de indicator vervat. Die is inderdaad klaar. De tweede meting is klaar. Daaruit blijkt dat ongeveer 48 procent van onze woonzorgcentra daar echt mee aan de slag is. Als je dat vergelijkt met vroegere cijfers, voor zover je dat kunt vergelijken, is dat een verbetering. Maar uiteraard zijn we nog niet waar we moeten zijn. Als je het nader bestudeert, zie je een verschil tussen de openbare en de vzw's die daar toch iets meer op inzetten dan andere types van organisatoren in de residentiële ouderenzorg. Die indicator wettigt in ieder geval dat we daar meer op inzetten. Dat moeten we beter kunnen doen met sector.

Welke initiatieven nemen we dan ondertussen? U weet ondertussen dat er een nieuw decreet onderweg is met betrekking tot woonzorg. Daarin wordt het perspectief van een tijdige zorgplanning, inzetten op palliatieve zorg en levenseindezorg uitdrukkelijk beter en concreter benoemd.

In het uitvoeringsbesluit over de palliatieve functie wordt ook het tijdig zorgplanningsconcept meer benadrukt als we het hebben over de voorwaarden waaraan je moet voldoen om dat beperkt forfait te kunnen krijgen.

We zijn uiteraard, zoals in de beleidsbrief wordt aangegeven, met de ouderenraad, met de federatie palliatieve zorg, met LEIF, met de voornaamste stakeholders en onze Zorginspectie en het agentschap een traject aan het bewandelen om een kwaliteitskader te definiëren dat ook kan worden gebruikt als de Zorginspectie ter plaatse komt en handhaaft.

We zijn ondertussen ook met de universiteiten van Brussel en Gent aan het kijken om een zelfevaluatie-instrument te maken, zodat de woonzorgcentra ook in staat zijn om zichzelf te positioneren en te kijken of ze goed bezig zijn met deze belangrijke thema's. Ook dat is operationeel. We zijn ook aan het kijken, aan de hand van wetenschappelijk onderzoek, of we met een groter pakket woonzorgcentra, het traject van meer aandacht voor dat thema kunnen bewandelen.

Kortom, dit is een zeer pertinente aangelegenheid. We proberen met de sector die stappen te zetten omdat we vanuit het perspectief van en met respect voor de bewoners, in een modern woonzorgcentrum dat aan onze verwachtingen beantwoordt over die thema's, een duidelijk en consequent beleid moeten voeren. Wat mij betreft betekent dat onder meer – en misschien zelfs iets uitdrukkelijker dan we vroeger deden – ook inzetten op vroegtijdig en in voldoende overleg met de betrokkene zorgplannen, want wat hij of zij wenst, is toch wel het referentiepunt waarvan je moet vertrekken.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik heb u niets horen zeggen over hoe u het gaat aanpakken dat euthanasie niet meer kan worden geweigerd in woonzorgcentra. (Applaus bij Open Vld)

Ik heb u horen praten over vroegtijdige zorgplanning, absoluut. Ik heb dat ook al gezegd, ik ben daar een absoluut voorstander van. Het is zeer belangrijk dat men op voorhand weet wat de wensen zijn van inwoners tijdens hun laatste levensmomenten. We weten allemaal dat de meerderheid van mensen sterft in woonzorgcentra, maar ik vraag u uitdrukkelijk iets te doen aan de schrijnende gevallen waarover ik lees in de kranten, over mensen die euthanasie worden geweigerd. Minister, ik stel voor dat u eens meegaat naar mensen die terminaal zijn en smeken om euthanasie, en dat u moet zeggen: ‘Ah neen, dat krijg je niet, hier niet, neen, absoluut niet.’ Dat doen wij nog niet met beesten, minister. Dus ik vraag u: hoe gaat u dit in het Woonzorgdecreet integreren? (Applaus bij Open Vld)

Collega's, minister, iedereen herinnert zich nog de casus van twee jaar geleden over de twee Limburgse zusters die hun moeder te elfder ure moesten verplaatsen omdat ze geen uitvoering kon krijgen van haar wens voor euthanasie. Toen was er een vraag vanuit de commissie om naar meer proactief beleid te gaan en dat mensen bij opname daar veel beter over worden gebrieft, dat ze de mogelijkheden bij opname duidelijk zouden kennen.

Als we spreken over vroege zorgplanning, dan begint dat natuurlijk veel vroeger dan die opname zelf. Tal van mensen hebben wellicht al eens nagedacht over hun wilsbeschikking. Ik denk dat we daar veel vroeger mee moeten beginnen. Minister, ik wil u vragen om buiten het Woonzorgdecreet in de hele hervorming van de eerste lijn en de geïntegreerde zorgplanning, te gaan naar een veel vroegere sensibilisering van de eerste lijn en alle tussenschakels, zodat niet pas in die laatste kritische fase, wanneer mensen heel kwetsbaar toekomen in het woonzorgcentrum, vaak licht dementerend, vaak heel zwaar zorgbehoevend, de dialoog wordt aangegaan. We moeten ook de andere echelons inzetten bij het mobiliseren. Die bal ligt nu ook in het Vlaamse kamp.

De heer Bertels heeft het woord. 

Minister, in de keten van de zorgplanning is het opmaken van een zorgplan levenseinde ook een belangrijke, en dikwijls de laatste schakel. U hebt het zelf gezegd, de kwaliteitsindicatoren geven cijfers, maar ze geven ook aan dat het veel te traag en veel te weinig vooruitgaat.

We hebben hier al verschillende discussies over gehad. Euthanasie is een democratisch recht. Het is geen geluksspelletje dat afhangt van in welk woonzorgcentrum je toevallig terechtkomt.

We moeten ervoor zorgen dat de kwetsbare ouderen, de meest kwetsbaren onder ons, dat democratisch recht kunnen en mogen uitoefenen.

Minister, we discussiëren hier dikwijls over. We zien een woonzorgcentrum als een verlengstuk van de eigen woning. Dat recht moet correct worden gebruikt. We mogen ons niet mengen in de levenswil van een bejaarde die in de eigen woning euthanasie wil. Een woonzorgcentrum mag zich hier niet in mengen. Ik vraag u dan ook hoe u een correcte levenseindebegeleiding in de woonzorgcentra zult garanderen, niet alleen in theorie, maar vooral ook in de praktijk? (Applaus bij sp.a, Open Vld en Groen)

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Saeys, een waardig leven betekent ook een waardig levenseinde. Dat betekent dat iemand zelf mee kan bepalen hoe hij dat levenseinde ziet. Dat is, zoals u heel overtuigend hebt gezegd, een recht van mensen en vooral een kwestie van respect voor mensen.

Minister, u hebt een percentage aangehaald. Na de eerste meting waarover u beschikt, gaat het om 48 procent. Dat is minder dan de helft. Het is misschien beter dan voordien, maar het is minder dan de helft. Ik heb u horen zeggen dat u een aantal zaken beter zult benoemen en beklemtonen. U hebt verwezen naar zelfevaluatie. Dat zijn allemaal heel zachte instrumenten.

Mevrouw Saeys, ik onderschrijf uw vraag dat het ook tijd is voor harde instrumenten. Het goede nieuws is dat het ontwerp van decreet betreffende de woonzorgcentra naar het Vlaams Parlement komt. Indien de Vlaamse Regering dit niet in het ontwerp van decreet inschrijft, nodig ik u uit om de bescherming van het recht op euthanasie vanuit het Vlaams Parlement volwaardig in het nieuw ontwerp van decreet in te schrijven. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Minister, dit is geen gemakkelijk thema om hier naar aanleiding van een actuele vraag te bediscussiëren. Ik heb de cijfers van het Vlaams indicatorenproject woonzorgcentra gehoord. Er is reeds een grote verbetering. De heer Bertels heeft hierover een schriftelijke vraag gesteld. In 2013 zorgde 22 procent van de woonzorgcentra voor vroegtijdige planning en informatie. In 2016 ging het om 44 procent en nu is dat tot 48 procent gestegen.

Ik denk, zoals u zelf hebt aangegeven, dat het inschrijven van de uitwerking van een goed kwaliteitskader en van de zelfevaluatie van het personeel van de woonzorgcentra de juiste weg vormen. Bij de opname moet vooral duidelijk worden gemaakt dat in de vroegtijdige zorgplanning eigenlijk ook verder wordt gewerkt aan de levenseindezorg. Dit moet bij het begin worden ingeschreven.

Minister, ik denk dat u reeds gedeeltelijk op mijn vraag hebt geantwoord. U wilt daartoe komen, maar hoe zullen we dit percentage verder laten stijgen, zodat iedereen weet waar hij aan toe is als het moment is gekomen?

Minister Jo Vandeurzen

Mijnheer Bertels, als ik over een grotere aandacht voor de levenseindezorg in de woonzorgcentra spreek, benoem ik uitdrukkelijk het thema van de tijdige of vroegtijdige planning. Ik benoem het thema van de palliatieve zorg en uiteraard het thema van de levenseindezorg. Als over de levenseindezorg wordt gesproken, heb ik expliciet verwezen naar palliatieve sedatie en naar euthanasie. Dat is voor mij het kader.

Ik zou, samen met u, een heel juridisch betoog kunnen opzetten, maar eigenlijk is dat niet de kern van de zaak. De kern van de zaak is dat onze woonzorgcentra momenteel plekken zijn waar mensen wonen, maar vaak ook sterven. Dat gebeurt meestal niet op een onverwachte manier. Dit betekent dat we aandacht moeten hebben voor dit thema. Daar gaat de kwaliteitsvolle zorg in de woonzorgcentra om. Het uitgangspunt is het respect voor wat mensen voor zichzelf hebben uitgemaakt.

In de beleidsbrief 2017-2018 heb ik uitdrukkelijk opgenomen dat we tot een kwaliteitskader moeten komen om ook dit thema als een onderdeel van de kwaliteitsvolle zorg in de handhaving te kunnen opnemen. Ik heb bewust vermeld welke partijen daarvoor met ons rond de tafel moeten zitten. De vertegenwoordigers van de ouderenorganisaties, zoals de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen, en een aantal relevante partijen moeten mee bespreken hoe we dat concreet moeten invullen. Ik ben van plan met hen dat traject zonder taboes te doorlopen. We zullen proberen dit op die manier binnen ons kader en binnen onze mogelijkheden om te zetten in iets wat we kunnen handhaven. Het gaat dan om de erkenningsnormen en de kwaliteitszorg die we van woonzorgcentra mogen vragen en waar we hen op mogen afrekenen.

Dat traject loopt, we werken rond zelfregulatie, rond de normen en we werken daar ook aan in het Woonzorgdecreet. U zult alle tijd en ruimte krijgen om dat te bespreken. We gaan dat in de regelgeving benoemen, maar voor mij is het wel essentieel dat we vertrekken vanuit een zorginhoudelijke benadering en vanuit het perspectief van de bewoner. Vanuit dat perspectief moeten we kijken welke stappen we zullen zetten inzake financiering en kwaliteitsnormen. Wat mij betreft is dit een traject dat we zonder taboes zullen afleggen en dat ik niet zal laten sturen door zaken die in de media komen en waarvan het exacte waarheidsgehalte niet altijd goed te achterhalen is. Het is een zeer belangrijk maatschappelijk thema en we zullen daarmee aan de slag gaan met betrokkenheid van al wie daar met recht en reden hun zeg moeten hebben.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Als arts heb ik zelf persoonlijk ervaring met het feit dat in het woonzorgcentrum dat in de media is geweest een patiënt in de terminale fase verplaatst moest worden naar het ziekenhuis omdat ze anders geen euthanasie kreeg. Vroegtijdige zorgplanning is zeer goed en zeer mooi, maar niet op een hypocriete manier, waarbij men de wensen die mensen hebben uitgedrukt en op papier hebben gezet, uiteindelijk aan zijn laars lapt. Dat kan echt niet. Zoiets moet gehandhaafd worden en ik roep u op om dat in te schrijven in het Woonzorgdecreet, zodat zoiets niet meer kan gebeuren. (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

De heer Persyn heeft het woord.

Minister, ik dank u omdat u zorg draagt voor de levenseindezorg, maar ik hoop ook dat we in de toekomst dergelijke schrijnende toestanden zullen kunnen vermijden. Vandaar die vraagverheldering. Voor mensen die op het einde van hun leven naar een instelling gaan moet dit geëxpliciteerd worden. Dat is net zo aan de aanbodzijde: de instelling zelf moet open kaart spelen bij opname met de vertrouwenspersoon of met de familie. Langs beide kanten is er nog een hele weg te gaan en ik stel voor dat we daar extra op inzetten. Zo kunnen we de hier geschetste toestanden in de toekomst vermijden.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.