U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 juni 2018, 13.59u

Voorzitter
van Bart Dochy aan minister Philippe Muyters, beantwoord door minister Geert Bourgeois
389 (2017-2018)

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, fiber to the home, oftewel een razendsnel internet voor iedereen, bedrijf of particulier, in Vlaanderen via een glasvezelkabel, dat is ook uw ambitie. Dat gaf u al aan in het verleden.

Vandaag stellen we vast dat Vlaanderen op het vlak van een beperkte toegang tot het internet, met 30 megabits per seconde, nog altijd leider is in Europa. Als we een hogere snelheid kiezen als criterium, bijvoorbeeld 100 megabits per seconde, dan zijn we op twee jaar tijd van de tweede naar de achtste plaats getuimeld. Het is beangstigend dat Roemenië ons op dat vlak aan het voorbijsteken is. Het is in elk geval de betrachting te komen tot een gebiedsdekkend netwerk in heel Vlaanderen. Er zijn verschillende operatoren actief: Proximus is bezig een aantal stedelijke centra uit te rusten, Infrax is bezig met een aantal proefprojecten in de meer landelijke gebieden.

U zei vorig jaar te willen optreden als een soort coördinator en indien nodig, mocht het netwerk dat wordt aangelegd, onvoldoende performant zijn, zou u misschien een Vlaams overheidsbedrijf oprichten met steun van PMV en GIMV. Wat is de stand van zaken? Hoever staat het hiermee, gelet op het feit dat gesuggereerd werd dat na de zomer de eerste kabel in de grond zou worden gestoken?

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Mijnheer Dochy, het is juist dat ik de ambitie heb om koploper te zijn op dit gebied. We zijn nu nog wel bij de kopgroep, maar ik wil dat we ook aan de kop blijven. We moeten effectief in heel Vlaanderen een supersnel digitaal netwerk hebben. Ik heb nooit gezegd hoe dat precies moet gebeuren, met fiber of op een andere manier. Dat is mij om het even, het is aan de operatoren en aan de specialisten om dat te realiseren.

U stelt het juist voor, ik wil eerst zien of de marktspelers ons die toekomstgaranties kunnen geven. Als dat niet lukt, kunnen we desnoods als overheid verder initiatief nemen en daar misschien zelfs mee in investeren. Die toekomstvisie wil ik aan vier punten toetsten. Het moet supersnel zijn en de capaciteit moet hoog genoeg zijn. Ik spreek dan in termen van gigabites per seconde. Het moet gebiedsdekkend zijn, fysiek waar het kan en draadloos waar het moet voor de laatste procenten. Het moet een open systeem zijn, zodat je in een innovatief ecosysteem terechtkomt, waar nieuwe zaken uitgeprobeerd kunnen worden, zonder te veel te moeten betalen. Ten slotte moet het betaalbaar zijn voor de Vlaming.

Met dat pakket ben ik aan de slag gegaan, en ik heb aan een extern onafhankelijk expert gevraagd of hij de toekomstplannen van de operatoren kon toetsen aan die vier punten. Hij is vragen gaan stellen aan die twee operatoren en heeft mij een rapport opgeleverd. Met de resultaten van dat rapport ben ik opnieuw in discussie gegaan met de operatoren, om te kijken hoe we de vaste garantie kunnen krijgen dat we klaar zijn voor de toekomst. Die gesprekken zijn nu bezig. Een mondelinge toezegging vind ik niet voldoende, we moeten garanties hebben dat ze klaar zullen zijn voor de toekomst. Ik hoop die gesprekken binnenkort af te ronden en het resultaat voor te leggen aan de Vlaamse Regering. We zullen dan zien of al dan niet aan die vier punten is voldaan en of de Vlaamse Regering en Vlaanderen zelf nog initiatieven moeten nemen, dan wel of we akkoord kunnen gaan met de voorstellen van de verschillende operatoren.

Minister, we weten dat de aanleg van zo’n net veel tijd in beslag zal nemen. We spreken over een periode van twintig jaar. Het is belangrijk om zo snel mogelijk van start te gaan om niet achterop te hinken op het Europese peloton.

Twee, we moeten in elk geval gebiedsdekkend werken, want de landelijke gebieden zouden er tussenuit kunnen vallen. Men noemt dat ‘cherry picking’. Men zal de dichtst bevolkte gebieden voorzien van een glasvezelnetwerk en waar het iets duurder is om per aansluiting een kabel te realiseren, zou men het kunnen vergeten. Het is belangrijk om ook daar garanties te bieden.

De heer Diependaele heeft het woord.

Ik denk dat niemand in deze zaal overtuigd moet worden van de noodzaak van zo’n netwerk. Ik deel volledig de analyse. Ik erger me soms aan uitspraken als zouden wij nu op een heel goede positie zitten. We hebben nu voorsprong. Zoals u zegt, moeten we daarvoor opletten.

De vraag is of we die voorsprong over tien jaar nog zullen hebben. Daar werkt u aan, minister. We zijn nu bezig om over tien jaar nog altijd die voorsprong te hebben. We zullen die tien jaar nodig hebben om dat netwerk uit te bouwen. We beginnen er dan ook op tijd aan. Ik ben eerder gerustgesteld, maar het mag geen argument zijn dat we nu op een goede positie staan in vergelijking met de rest van Europa om op onze lauweren te rusten.

De grote uitdaging zal inderdaad zijn om zo gebiedsdekkend mogelijk te zijn. Er zijn natuurlijk verschillende technologieën voor. Je moet niet bij iedereen binnen in huis met die glasvezel gaan. Er zijn ook andere manieren. We zullen er in elk geval voor moeten zorgen dat we iedereen in onze maatschappij daar kunnen blijven bij betrekken. Die hogedatanoodzaak zal niet alleen voor bedrijven zijn, niet alleen voor de steden, dat zal voor iedereen thuis zijn. We moeten ervoor zorgen dat we effectief in die huiskamers geraken. Ik denk dat we daartoe op de juiste piste zitten.

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

We zijn het over een aantal zaken zeker eens. Dat hogesnelheidsinternet moet in Vlaanderen zeker komen. De voorwaarde, minister, is duidelijk: het moet zo efficiënt mogelijk gebeuren. De buitengebieden, de ‘last mile’ zoals men dat noemt, moeten kunnen worden gegarandeerd.

De vraag is hoe dat moet worden uitgevoerd. Is hier wel een rol voor de overheid weggelegd? Ik maak me een beetje zorgen over een averechts effect van de twee andere spelers. Stel dat uw rapport niet goed uitdraait, want ik hoor dat u nog altijd in overleg bent met die andere spelers. Zou dan niet het risico bestaan dat die twee – het gaat voor hen over zeer grote bedragen, 3 miljard euro voor Proximus gespreid over tien jaar, dat is niet weinig – zich terugtrekken omdat ze geen toekomst of geen zekerheid meer hebben over het slagen van hun investeringen?

Ik zou u nog het volgende willen meegeven. Er is nog het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT). Dat moet om de zoveel jaar een telecommarktanalyse maken, dat is zijn opdracht. Ze moeten ingrijpen als er te weinig concurrentie is, dat is in het verleden al gebeurd. Binnen een paar weken komt er opnieuw zo’n marktanalyse uit. Zou het niet beter zijn om die eerst af te wachten en dan overleg te plegen met uw federale collega?

Minister Philippe Muyters

Ik blijf bij de vaststelling dat iedereen het eens is met het basisprincipe. We moeten dat supersnel digitaal netwerk hebben. Mijn vier voorwaarden zijn nog altijd: dekkend voor al wat hier vandaag naar voren is gebracht. U spreekt van efficiënt, mevrouw Vanwesenbeeck, als het betaalbaar moet zijn, zal men het efficiënt moeten organiseren. Ik denk dat dat er nog altijd in zit.

U vraagt opnieuw dat het gebiedsdekkend wordt. Ik heb gezegd: fysiek voor elke Vlaming waar het kan, draadloos waar het moeilijk is. De laatste procenten, als het fysiek niet meer kan, kan het wel draadloos. Het principe dat iedereen – ik zeg maar wat – aan een supersnel digitaal netwerk en alles wat daarmee samenhangt zoals thuiswerk, virtual reality, onderwijs op afstand, moet kunnen deelnemen, is voor mij vanzelfsprekend. Het derde principe ‘voor elke Vlaming’ dat ik naar voren schuif, blijft essentieel. Dat hoort daarbij. Dat is een van de vier punten die we bespreken.

Ik heb niet de indruk dat de marktspelers door deze discussies nu zullen terugtreden, helemaal niet. Ik vind wel dat we garanties moeten krijgen.

Als zij namelijk de indruk hebben dat er nog tien jaar rustig verder gewerkt kan worden met wat er nu ligt, dan zullen wij er elk jaar op achteruitgaan. Ik wil dus garanties. Zoals de heer Diependaele al zei, moeten er garanties zijn, niet voor vandaag maar voor de toekomst. Ik wil er zeker van zijn dat we over tien jaar een supersnel digitaal netwerk hebben dat de capaciteit heeft die we over tien jaar nodig hebben en dat dan ook supersnel is. Dan zitten we in een heel andere situatie.

Ik wil hen ertoe dwingen mee te gaan in de vier punten die ik naar voren heb gebracht. Die gesprekken lopen. Op het moment dat ik het gevoel heb dat we niet meer vooruit geraken, sluit ik die gesprekken af en zal ik voorstellen formuleren aan de regering. Vandaag heb ik echter de indruk dat we samen stappen vooruit zetten om ertoe te komen dat die vier punten gerealiseerd worden.

Ik blijf bij wat u daarnet herhaald hebt en wat ik in oktober ook al zei: als we het met de marktspelers kunnen, waarom niet? We leggen de straat geen drie keer open als dat niet hoeft. Als de marktspelers echter niet meedoen en ons niet de garantie geven dat we een open, supersnel en betaalbaar netwerk zullen hebben voor elke Vlaming, dan moeten we iets achter de hand hebben. Dan moeten we een alternatief klaar hebben. Dan wil de Vlaamse Regering eventueel zelfs nagaan welke investeringen Vlaanderen daarvoor kan doen. Ik denk dat dit de juiste weg is. Die besprekingen zijn niet gemakkelijk. De marktbelangen zijn enorm groot. Ik heb er geen schrik voor om de gesprekken te voeren zoals we dat vandaag doen. Ik denk dat ze op een goede manier gevoerd worden. Ik merk dat er effectief samengewerkt wordt.

Die marktanalyse is een element. We zijn hierover in gesprek. Ik denk niet dat dit iets fundamenteels zal veranderen. Dat gaat over het aspect ‘open zijn’. Daar werden in het verleden standpunten over ingenomen. Ik vraag net dat men open is, zodat we innovatie op dat supersnel digitaal netwerk kunnen toelaten zonder dat er marktremmingen zijn. We moeten niet wachten op die studie maar gewoon de discussie verder voeren. Het zal ons alleen maar versterken, als die marktanalyse er nog bij komt.

We zijn dus hard aan het werk en blijven hier volop om vragen.

Dank u, minister. Ik wil nog een vijfde ambitie of vijfde voorwaarde suggereren. U spreekt terecht over het voorkomen dat een straat drie keer opengelegd moet worden. Als Vlaamse en gemeentelijke overheid moeten we dat kunnen regelen. Zoals u weet bestaat er veel discussie over het eigenaarschap van het fibernetnetwerk. Misschien kan er gedacht worden aan een regulerend orgaan, vergelijkbaar met de VREG, waarbij de toegang tot eenieders netwerk opengesteld kan worden zodat iedereen op hetzelfde netwerk op dezelfde plaats gebruik kan maken van elkaars infrastructuur.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.