U bent hier

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, de arbeidsmarkt staat in brand. Dat zeg ik niet alleen. Dat heeft Fons Leroy, de VDAB-baas gezegd. Dat zeggen Voka en UNIZO. Dat zegt Stijn Baert, arbeidsmarkteconoom aan de UGent. Het gaat nu niet meer om jobs, jobs, jobs, maar om volk, volk, volk. Op dagen zoals vandaag moeten we allemaal bezig zijn met dat vraagstuk: hoe krijgen we die vacatures ingevuld? Hoe zorgen we ervoor dat iedereen in dit land zijn talent kan ontplooien?

Ieder doet dat op zijn manier. Het ABVV in Ronse – Ronse dan nog – publiceert een affiche met ‘Hoe behoud ik mijn werkloosheidsuitkering?’, maar gelukkig zijn er ook nog mensen, organisaties en politici die het op een andere manier doen. De premier heeft een initiatief genomen om een arbeidsdeal te sluiten en heeft een nota gelanceerd. Van die nota zou je verwachten dat die echt ingaat op de uitdagingen waar we voor staan, op de vraag waarom we nog altijd duizenden mensen met brugpensioen sturen – al heet dat het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – op de vraag waarom bijvoorbeeld mensen die hier een opleiding volgen om opnieuw aan werk geraken, daarvoor federaal worden belast, op de vraag waarom hier nog mensen van een uitkering kunnen genieten die onbeperkt is in de tijd, als enige land in de wereld.

Die zaken stonden niet in de nota. Er stonden gelukkig wel andere zaken in, zaken waarover u deze ochtend een overleg hebt gehad, samen met een aantal andere excellenties.

Minister, wat is er daar overlegd? Wat hebt u daar ingebracht? En hoe ziet u dat verder verlopen?

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, het gaat goed met onze economie. De motor draait op volle toeren. Maar, minister, de motor draait zo hard of zo goed dat we stilaan brandstof dreigen te verliezen. Ik verwijs dan naar de 80.000 vacatures die openstaan. Dat zijn ook 80.000 kansen die onbenut zijn, voor bedrijven om te groeien, maar ook voor onze werkzoekenden om aan de slag te gaan. Het blijft een bevreemdende vaststelling dat we in Vlaanderen, ondanks de constante daling van de werkloosheid, toch zo'n 200.000 werkzoekenden hebben, en nog meer in Brussel en Wallonië. Er is ook de werkzaamheidsgraad, waarbij we de doelstelling van 76 procent vandaag nog niet halen.

Premier Michel heeft dat goed begrepen. Hij vraagt om, samen met de federale overheid en de gewesten, tot een arbeidsplan te komen. Dat initiatief moeten we constructief benaderen. We mogen geen rondje zwartepieten.

Het moet mij van het hart dat ik het onbehoorlijk vind dat er daarover deze morgen een communautair sausje werd gegoten. Want daarmee helpen we de noch de werkzoekenden, noch de bedrijven en daarmee zullen we de arbeidskrapte zeker niet oplossen.

Ik hoop dat u zo meteen ook de titel 'Vlaamse boycot' stellig zult weerleggen. Ik denk dat Vlaanderen absoluut nog een tandje moet bij steken. 

Maar het mag ook gezegd: Vlaanderen doet het beter dan Brussel en Wallonië. Dat betekent niet dat we op onze lauweren mogen rusten en dat we geen ambitie moeten tonen. Er zijn namelijk echt meer mensen nodig om die vele vacatures in te vullen, zowel uit onze eigen arbeidsreserve van werkzoekenden, als uit de stille arbeidsreserve, die vandaag nog te groot is. En dan zijn er ook nog de mensen uit andere regio's.

Het probleem is er. Het staat recht voor onze neus. We horen het ook elke dag. We mogen ons nog niet op de borst kloppen. We moeten het probleem oplossen.

Minister, hoe plant u met Vlaanderen, in het kader van dit plan, extra maatregelen te nemen om de krapte op de arbeidsmarkt te bezweren? (Applaus bij Open Vld)

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, minister, de arbeidsmarkt doet het inderdaad goed. Ze draait op volle toeren. Toen u deze legislatuur begon als minister van Werk, hadden we tien werkzoekenden per vacature, vandaag zijn dat er nauwelijks vijf per vacature. En het wordt steeds moeilijker om geschikte mensen te vinden om die jobs in te vullen. Het is een uitdaging waar we allemaal voor staan. U hebt als minister van Werk heel wat nuttige stappen gezet. Maar ook de Federale Regering heeft daarin al heel wat nuttige stappen gezet, collega's. Ik denk dat we op die weg willen doorgaan.

Dat is ook wat de premier wil. Charles Michel heeft zijn aanbod gedaan. Hij heeft de hand uitgestoken om een arbeidsdeal te maken. Een deal wil zeggen dat we allemaal samen een aantal zaken willen inbrengen om stappen vooruit te zetten, om de weg vooruit te kiezen.

Het zou op dat vlak gepast zijn dat Vlaanderen die hand aanneemt en niet afketst, zoals u en de minister-president blijkbaar hebben gedaan door een lange opsomming te doen van wat we nu al doen en hoe goed we wel bezig zijn, maar in tegenstelling daarmee ook nog eens een lange lijst van eisen op tafel te leggen ten aanzien van het federale niveau. Het moet iets meer zijn, het moet ook een eigen inbreng zijn.

Ik verwacht van u, als minister van Werk, om tot een goede arbeidsdeal te komen met het federale niveau, met Wallonië en Brussel: eigen inbreng, eigen nieuwe initiatieven die u op tafel legt. Want we hebben heel wat achterstand op een aantal doelgroepen op onze arbeidsmarkt. Het gaat over 55-plussers, over mensen van allochtone origine, over mensen die nu als niet-toeleidbaar worden gekwalificeerd door VDAB, over de hele grote groep inactieven die zich nog op of over de rand van onze arbeidsmarkt bevinden.

Er is dus nog heel wat werk aan de winkel. Ik hoop dat u met uw eigen initiatieven, samen met de premier, tot een goede arbeidsdeal komt. Ik ben benieuwd welke initiatieven u wilt nemen. (Applaus bij CD&V)

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, de drie voorgaande sprekers vormen langs Vlaamse zijde de Federale Regering. Als je ze bezig hoort en als je de verklaringen in de media gisteren en vandaag hebt gehoord en gelezen, is dat misschien niet altijd even duidelijk.

Als het gaat over het plan van de Federale Regering, van de federale premier, dan zegt de ene: dat is een geweldig plan, en zegt de andere: er staat helemaal niets in, we kunnen helemaal niks met dat plan. Je vraagt je dan toch af: wat doen die Vlaamse partijen daar in de Federale Regering? Worden ze volledig weggeblazen door de Waalse premier, waar ze nu eenmaal voor hebben gekozen? Wordt het niet besproken op een kernkabinet? Wordt zo'n plan niet besproken binnen de Federale Regering, waar de grootste regeringspartij een Vlaamse is, waar de CD&V-minister van Werk van een Vlaamse partij is? Dan komt men uiteindelijk toch met een plan dat helemaal op maat is geschreven van Wallonië.

Geheel terzijde, wat de Franstaligen betreft en van hun 'eigen volk eerst'-beleid, daar kent men wel wat van in Wallonië. Helaas is dat aan Vlaamse zijde veel minder het geval. In elk geval toont dit gekrakeel binnen de federale meerderheidspartijen dat er binnen het Belgische kader helemaal geen coherent tewerkstellingsbeleid meer mogelijk is, dat er inderdaad nog altijd cruciale hefbomen op het federale niveau zitten. Erger nog, minister, ook uw partij heeft ervoor gekozen om die hefbomen federaal te laten.

Minister, dan kun je alleen maar concluderen dat dit schouwspel, dit spelletje zwartepieten van de voorbije dagen, de bedrijven waarvan de vacatures niet ingevuld geraken, niet vooruithelpt. Wat is dat nu met die arbeidsdeal van de federale premier? Is dat nu een plan? Is dat een goed plan of staat er helemaal niks in, zoals minister-president Bourgeois heeft gezegd? Wat is de houding die u ten aanzien van dit plan zult aannemen? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, ik ben blij dat ik vier vragen krijg, dan heb ik wat tijd om een antwoord te geven. Net zoals jullie het eens zijn over één ding, met name de analyse dat er krapte is, waren we het deze morgen ook eens over één ding, met name dat er krapte is en dat we daar best iets aan kunnen doen.

Zowel minister Crevits, als minister-president Bourgeois, als ikzelf hebben onze verwondering geuit over de nota, omdat daar heel wat maatregelen en voorstellen en uitdagingen in staan waarover we in Vlaanderen al maatregelen hebben genomen, in Onderwijs en op Werk. Die verwondering hebben we naar buiten gebracht door een aantal van de maatregelen, die u waarschijnlijk niet kent omdat ze recent genomen zijn, toe te lichten.

Eén maatregel is al negen jaar geleden genomen, en dat is het matchen op basis van competenties. Degenen die mee op bezoek zijn geweest naar VDAB ,weten dat er een tool wordt ontwikkeld om vacatures vrij automatisch om te zetten in competenties en niet meer op basis van diploma's enzovoort. Dat vond ik al heel belangrijk om toe te lichten. Voor de rest heb ik mij gehouden aan de maatregelen – collega Bothuyne, u vraagt bijna elke week welke nieuwe maatregelen ik heb en welke nieuwe maatregelen ik dit jaar in gang heb gezet, welke nieuwe maatregelen dit jaar zijn gerealiseerd en gestart of beslist en nog moeten worden uitgevoerd.

Die maatregelen heb ik naar voren gebracht, maar zelfs niet allemaal. Ik zal er u enkele opsommen. Een: het wijk-werken. Van de werkloosheidsval die duidelijk was bij PWA, zijn we overgestapt naar het wijk-werken. Twee: een standje bij steken – ook een term die hier vaak wordt gebruikt – bij knelpuntopleidingen. We hebben er niet alleen voor gezorgd dat er meer online knelpuntopleidingen komen, we hebben er ook voor gezorgd dat er ondertussen een derde-betalerssysteem is. Drie: als VDAB zelf geen opleiding kan geven, kan de werkzoekende naar een derde gaan, die betaald wordt door VDAB, om die opleiding te volgen. Vier: we zijn ook aan het uitzoeken hoe we de mobiele opleidingen dichter bij de werkzoekende kunnen brengen.

Wat we ook hebben gedaan, is een overeenkomst sluiten met de werkgeversorganisaties met vier punten: het screenen van langdurig werklozen – ik ga daar nu niet dieper op in, maar in september wordt daar nog een externe mankracht voor ingewonnen –, meer competentiegericht matchen bij de werkgevers promoten, afspraken over de sollicitatiefeedback en ten slotte het vereenvoudigen van de wetgeving op de individuele beroepsopleidingen, de opleidingen op de werkvloer en naar meer stages en plaatsen op de werkvloer gaan. Het is een van de voorbeelden die in de nota stond en wat onmiddellijk moest gebeuren, maar waarvoor de actie dus al genomen is.

Ik heb ook heel ons nieuw dienstverleningsmodel naar voren gebracht, waar VDAB aan werkt. Dat hebben jullie ook gezien bij jullie bezoek aan VDAB. Hiermee gaan we veel meer op maat en veel nauwgezetter volgen wat de werkzoekende doet. Daarbij zal ook artificiële intelligentie worden gebruikt om een nog betere match te verkrijgen tussen de werkzoekenden en de werklozen.

Ik wilde vanmorgen de collega's niet te veel het woord ontnemen en te lang aan het woord zijn – ik moest daar iets meer uitleg geven dan bij jullie, want jullie kennen al die maatregelen – anders had ik er nog aan kunnen toevoegen dat ik net een akkoord heb met de sociale partners over de automatische matching voor 55-plussers. Ik had eraan kunnen toevoegen dat er een nieuw samenwerkingsakkoord is met Forem en dat we over een nieuw samenwerkingsakkoord met Actiris aan het onderhandelen zijn. Ik had eraan kunnen toevoegen dat we ten aanzien van de digitale skills van jongeren een aantal maatregelen hebben genomen en een aantal acties ondersteunen zoals CoderDojo, zoals CodeFever of CodesCool, waar we ondertussen al meer dan 10.000 jongeren mee bereiken. Ik had er ook aan kunnen toevoegen dat we op basis van een advies van de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) economische migratie aan het vereenvoudigen zijn. Dat zijn allemaal zaken die ik niet heb kunnen toelichten omdat het wat veel zou zijn geworden.

Als u me vraagt welke nieuwe ik ga doen, collega Bothuyne: dit zijn er allemaal die dit jaar gestart zijn, zoals het wijk-werken, of dit jaar nog moeten worden uitgevoerd. Ben ik dan niet bereid om te zien of er nog iets is? Als iemand met een aantal goede voorstellen komt op die werkgroepen die er gaan komen, dan ben ik altijd bereid om te zien wat we daar nog mee kunnen doen. Maar ik heb vandaag niets meer in de schuif. Wij hebben geprobeerd om te realiseren wat we dachten dat nodig was en wat heel vaak door de parlementsleden ondersteund en naar voren gebracht is en wat ondersteund wordt door de hele Vlaamse Regering.

Ik wil daar nog verder op ingaan door te zeggen wat we ook nog op tafel hebben gebracht. We hadden ook nog wel wat vragen en problemen met de nota die voorlag vanwege het feit dat er eindelijk voor de Federale Regering maar twee acties in stonden, en dat waren twee dingen die men ging onderzoeken. En dat terwijl wij als Vlaamse Regering een aantal punten, een aantal maatregelen die in Vlaanderen bestaan, hadden waar we echt van denken vanuit de filosofie van een copernicaanse revolutie, dat de federale overheid die goed zou kunnen ondersteunen. Zowel minister Crevits, minister Vandeurzen als ikzelf hadden zo een aantal maatregelen die we naar voren konden brengen.

Collega Crevits, die aanwezig was, en ikzelf hebben die ook naar voren gebracht. Ik kan er snel twaalf naar voren brengen zonder in detail te treden, die wij op de tafel leggen van de besprekingen die komen. Ten eerste: de beroepsinlevingspremie compatibel maken met de werkloosheidsuitkering, iets dat vorige week in de commissie nog werd gevraagd. Ten tweede: laat ons de bovengrens voor het wijk-werken dat vandaag in aantal beperkt is, schrappen. Ten derde: laat ons iemand die werkloos wordt, die ontslagen wordt, sneller activeren, sneller inschrijven bij VDAB, niet op het einde van zijn opzegtermijn maar onmiddellijk, en laat ons daarvoor de wet-Renault wijzigen. Dat was de vierde maatregel. Ten vijfde: zouden we niet kunnen komen naar meer verloning op basis van competenties? Ten zesde: kunnen we een opleidingskrediet voor een langere opleiding niet langer maken? Vandaag is het opleidingskrediet beperkt tot drie jaar, maar bijvoorbeeld een bachelor verpleegkunde is vier jaar. Waarom zouden we dat niet met een jaar kunnen verlengen? Ten zevende: het verhogen van de toegelaten arbeid voor mensen met een handicap. Ten achtste, ook een vraag uit het parlement: indien je meedoet aan een welzijnswerktraject, kan dan de degressiviteit van de werkloosheidsuitkering gestopt worden? Dat is een vraag waarvan jullie mij vragen om aan de federale collega te stellen. Ten negende: de transitiepremie die we in Vlaanderen hebben voor 45-plussers wanneer die ondernemer worden, vrijstellen van belasting. Anders geven wij een premie die terugvloeit naar de federale middelen. Ten tiende: fiscale drempels wegwerken bij duaal leren. Ten elfde: een voorstel om fiscale maatregelen te onderzoeken voor investeringen die bedrijven doen in scholen rond ICT en technische infrastructuur. Ten slotte – er zijn er nog meer maar ik heb me beperkt tot twaalf, de twaalf werken van de Vlaamse Regering: als iemand zijn diploma in de zorg heeft gehaald en dan vacatures heeft, geen extra drempels daarbij opwerpen.

Dat zijn twaalf maatregelen die wij op tafel willen leggen bij de Federale Regering om samen te zien hoe het beleid dat we in Vlaanderen voeren, versterkt kan worden. Ik noem dat geen rondje zwartepieten. Ik denk open om nieuwe voorstellen te doen. Langs de andere kant hebben we wel wat vragen. De elementen die ik naar voren heb gebracht, staan soms gewoon in het federale regeerakkoord, maar die zouden ons helpen om ons beleid in Vlaanderen voor welzijn, voor onderwijs of voor werk te verbeteren.

Wat is er uiteindelijk beslist? Dat we gewoon akte nemen van de nota, dat er werkgroepen starten waar zeker federale maar ook regionale maatregelen kunnen worden bediscussieerd. Er zijn misschien ‘good practices’. U hebt gelijk, collega Talpe, de resultaten in Vlaanderen zijn een stuk beter dan in Wallonië. Niet zo lang geleden heeft Waals minister-president Borsus in het Waals Parlement gezegd dat hij denkt dat Wallonië veertien jaar achterloopt op Vlaanderen.

Wij zijn niet klaar, ik ben het met u eens. Wij moeten ook verder werken en hard werken, maar met alle maatregelen die ik heb opgesomd, denk ik dat we continu het werk aan het verbeteren zijn. We hebben net de afspraak gemaakt dat we dat in die werkgroepen brengen, samen zullen onderzoeken, proberen van elkaar te leren en daar sta ik helemaal voor open, en dat we op zeer korte termijn terug naar het overleg zullen gaan met een aantal conclusies. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik ben heel blij dat u, de minister-president en minister Crevits duidelijk op tafel hebben geklopt en hebben gesteld dat het voor Vlaanderen belangrijk is dat er in de nota dingen komen die er toe doen en die onze arbeidsmarkt effectief vooruithelpen. U hebt er twaalf opgesomd. U hebt ook opgesomd waar we nu mee bezig zijn en waar er nog groeimarge is. Dat is de lijn die we moeten volgen. Ik snap niet goed waarom men daar kritiek op zou hebben of dat men dat zwartepieten kan noemen. Ik denk dat dit gewoon een minister en een regio zijn die hun verantwoordelijkheid nemen en gewoon zeggen waar het op staat. U hebt dat ook op een constructieve manier gedaan en dat heeft geleid tot een concreet afsprakenkader: werkgroepen opstarten en dingen doen.

Voka heeft een 27-tal maatregelen opgelijst die ze uitgevoerd willen zien. Ik heb ze allemaal onderzocht. Het zijn bijna allemaal federale maatregelen, maar er zijn er toch nog twee voor u die onder gerichte arbeidsmigratie vallen. Men vraagt om veel meer in te spelen op actieve arbeidsmigratie, talent van elders aan te trekken, een soort van snelwegprocedure voor arbeidskaarten B en een dynamische knelpuntberoepenlijst te creëren.

Minister, zijn dat dingen waarmee u in dit huis zult afkomen en waaraan u zult werken?  

Minister, ik had uiteraard verwacht dat u een opsomming zou geven van hervormingen en van inspanningen die al geleverd zijn, maar we mogen absoluut niet op onze lauweren rusten. Ik hoor van uw kant toch voluntarisme om de vinger aan de pols te houden, want de krapte op de arbeidsmarkt wordt alsmaar nijpender. Ik hoor elke dag over vacatures die niet worden ingevuld. Er zijn extra maatregelen nodig. Ik weet dat u focust op vorming en opleiding en maximaliseren van talenten, maar ik heb vorige week ook gezegd dat het een en-enverhaal moet zijn en dat we de financiële ondersteuning voor de werkgevers ook heel belangrijk vinden. Daarom stellen we voor om toch na te denken over een extra korting voor bedrijven, een loonkostenverlaging, en om dat ook zeker mee te nemen naar de onderhandelingstafel en de werkgroepen die zijn gepland.

Minister, ik wil graag nog eens van u formeel horen of u dit zeker zult meenemen, want ik denk dat het heel belangrijk is dat we onze werkgevers ook een financiële stimulans geven.

Minister, ik heb gezegd dat zowel de Vlaamse als de Federale Regering, als het gaat over arbeidsmarktbeleid, belangrijke stappen vooruit hebben gezet. We steunen uw beleid op dat vlak ten volle, en zowel op Vlaams als federaal niveau zijn er belangrijke hervormingen ingezet en die hebben ook nu al resultaat.

Alleen mogen we inderdaad niet op onze lauweren rusten en mogen we ons op dat vlak niet vergelijken met prestaties van Wallonië of van Brussel of met het Europese gemiddelde. Neen, we moeten zoals in de tijd van Kris Peeters, kijken naar de Europese topregio's. We moeten ons meten met de Europese top. Als het gaat over die Europese top en de arbeidsmarkt, dan kunnen we wel degelijk zelf nog stappen vooruitzetten. U zegt dat u niets meer in de schuif hebt – het is ‘het’ schuif, minister – maar ik denk dat er zeker nog zaken zijn die u kunt doen.

Een goede deal tussen het federale niveau en de deelstaten zal inbreng vergen van zowel de deelstaten als het federale niveau. Ik hoop dus dat u werk maakt van bijvoorbeeld het wegwerken van de taalachterstand van 35.000 werkzoekenden die het Nederlands niet of nauwelijks machtig zijn. Ik hoop dat u werk maakt van de versterking van de bestaande loonlastenverlaging voor ouderen, voor mensen met een handicap en voor jongeren, maar ook van een uitbreiding van de loonlastenverlaging naar langdurig werkzoekenden zoals we al een tijdje vragen. Ik hoop dat u werk maakt van een versterking van de interregionale mobiliteit. Met Wallonië is er al een akkoord, met Brussel moet er nog een komen. Ook inzake economische migratie kunnen we stappen vooruitzetten. 

Hetzelfde geldt voor de werking van VDAB wanneer het gaat over het betrekken van leefloners, RIZIV-cliënten en andere mensen die momenteel niet actief zijn op onze arbeidsmarkt. We kunnen dus wel degelijk stappen vooruit zetten. (Opmerkingen)

In het schuif of de schuif, of laten we het op de lade houden: in uw lade zitten wel degelijk nog dingen om te realiseren en om voorstellen te doen. Ik hoop dat u die ook doet en constructief meewerkt aan de deal die vandaag op tafel ligt. (Applaus bij CD&V)

Minister, misschien eerst een dienstmededeling voor de mensen van het verslag. Toen u het had over 'een standje bij steken', bedoelde u ongetwijfeld 'een tandje bij steken', hoewel ik moet toegeven dat ik die van u ook wel een originele beeldspraak vind.

Dat is activerend. (Gelach)

Voor sommige mensen kan dat inderdaad activerend zijn. Ik weet niet of u dat wilt stimuleren op onze arbeidsmarkt, maar desalniettemin.

Minister, even ter zake. We willen inderdaad onze werklozen activeren en de vele openstaande vacatures invullen. U hebt twaalf punten opgesomd die u wilt meenemen naar het Overlegcomité, ik geef er u graag nog twee meer mee.

We hebben het in de eerste actuele vraag gehad over de allochtone werkloosheidscijfers. Twee op drie allochtone vrouwen zijn volgens recente cijfers van de SERV niet aan de slag. Koppel daaraan dat 70 procent van de OCMW-steuntrekkers niet van Belgische oorsprong is. Ik wil u de suggestie geven om te kijken naar de Oostenrijkse regering en het voorstel in overweging te nemen om steun aan migranten te verminderen wanneer zij onvoldoende inspanningen doen om zich te integreren, om aan werk te geraken. Focus daarnaast, als men kijkt naar de vele vacatures en de vele knelpuntberoepen die er zijn, ook op een deel van de werkloosheidsuitkering in functie van de heroriëntering naar knelpuntberoepen.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, enerzijds had ik het gevoel dat ik naar een herhaling aan het kijken was van FC de kibbelkampioenen. De ene week is het gekibbel binnen de Vlaamse Regering, de andere week binnen de Federale Regering, deze week is het tussen de Vlaamse en de Federale Regering. Ik moet zeggen dat de werkzoekende, de werkgever en de werknemers daar allemaal niets aan hebben. Stop daar dus mee! U mag van mij zoveel kibbelen als u wilt maar dat zal een oplossing niet dichterbij brengen.

Anderzijds zie ik hier nu een minister, in tegenstelling tot gisteren en vanmorgen, die heel duidelijk zegt dat hij niet op zijn lauweren zal rusten maar de zaken verder wil aanpakken. Over tal van de zaken die u hebt opgesomd, verschillen wij van mening, daar hebben wij ideologisch een andere insteek, maar op zijn minst zegt u dat u niet zult rusten en dat u voortgaat.

Vanmorgen las ik in De Tijd dat u aangeeft dat het doelgroepenbeleid, waarvan Groen altijd heeft gezegd dat het onvoldoende is zoals u dat nu uitrolt, de mensen die de grootste afstand hebben tot de arbeidsmarkt, niet bereikt. Vanmorgen hebt u gezegd dat u bereid bent om dat indien nodig verder uit te breiden. Is dat zo? Hebt u concrete plannen? Zult u daar werk van maken? Hebt u het licht gezien, minister?

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, u hebt een hele opsomming gegeven van wat u allemaal doet om onze arbeidsmarkt beter te doen werken en de mismatch op te lossen, die inderdaad zeer groot is. De alarmsignalen van de werkgevers en de vraag van werknemers en werkzoekenden om meer kansen te krijgen, zijn er al een tijd. U zegt dat u van alles doet en dat men u onterecht met de vinger wijst. Het gaat hier niet over zwartepieten, ik treed de heer Annouri bij wanneer hij het heeft over dat gekibbel: daar zit niemand op te wachten.

Ik heb eens gekeken naar de voorgaande economische periode van heropleving, 2007-2008. Toen daalden de algemene werkloosheidscijfers gemiddeld met 7,5 procent en de langdurige werkloosheid met 17,5 procent. Vandaag, in eigenlijk betere omstandigheden en met een grotere krapte op de arbeidsmarkt, zien we dat de algemene werkloosheid daalt met 7,8 procent en de langdurige werkloosheid met 5,5 procent. Dat zegt alles, minister. U moet een tandje bij steken, te beginnen met het afschaffen van de loonkostverhoging die u hebt doorgevoerd door de doelgroepmaatregelen voor langdurig werkzoekenden af te schaffen. Dat was een kapitale vergissing.

Mevrouw Kherbache, het zou u sieren als u zou zeggen dat er verschillende cijfers zijn. Wie als oudere beschikbaar moet zijn voor de arbeidsmarkt, was toen compleet anders dan nu het geval is. U vergelijkt dus appelen met peren.

Verschillende vraagstellers hebben het over het doelgroepenbeleid gehad. Ik zal herhalen wat de Vlaamse Regering heeft afgesproken. Het doelgroepenbeleid is enerzijds een voortzetting van de doelgroepen uit het verleden, wat we uitdovend maken, en anderzijds, conform het Vlaams regeerakkoord, de start van een doelgroepenbeleid ten aanzien van drie doelgroepen.

Het is mogelijk dat er tijdens die oefening marge komt en centen vrijkomen. Als er voor de ene doelgroep een snelle daling is en er voor de andere doelgroep geen snelle start is, komt er marge vrij. We zullen dan zien op welke manier we de doelgroepenmaatregelen, conform het Vlaams regeerakkoord, verder voor de drie doelgroepen kunnen inzetten.

Ik zal heel eerlijk zijn. De langdurig werklozen zijn daar niet bij. Er zijn natuurlijk veel langdurig werklozen die ook oudere werklozen zijn of die in een andere groep zitten, maar ze vormen hier geen extra groep. Ik neem heel veel maatregelen en het aantal langdurig werklozen zakt ook. De essentie is dat we hen werkervaring geven. Het hele traject start met het wijk-werken en dan volgt nog een traject van twee jaar. Dat is wat die mensen nodig hebben en wat de arbeidsmarkt vraagt dat ze kunnen om de stap te zetten.

Het is een oefening om te zien hoe het staat met de uitdoving van de maatregelen uit het verleden en met de start. De vraag is of er een marge is. Indien we zien dat er recurrent extra middelen zijn, zullen we dat geld uiteraard inzetten om het doelgroepenbeleid nog te versterken. Op een bepaald ogenblik zal ik dan met een aantal voorstellen naar de Vlaamse Regering stappen.

Mijnheer Bothuyne, u hebt een vraag over de taalachterstand gesteld. Ik wil nog eens herhalen dat er in verband met de taalopleidingen geen enkele wachtlijst is. U komt hier vaak op terug, maar ik wil het nog eens herhalen. Het gaat niet enkel om opleidingen in de klas, maar ook om taalopleidingen op de werkvloer, terwijl iemand een vak leert. Hierdoor ontstaat misschien de indruk dat we minder doen, maar dat is niet het geval. Ik herhaal dat er misschien mensen zijn die nog altijd een taalachterstand hebben, maar we werken eraan en we hebben geen wachtlijsten.

Mijnheer Janssens, ik stap enkel naar de Federale Regering met voorstellen waarover er in de Vlaamse Regering een consensus is. Ik denk dat dit de werkwijze is die in een regering werkt. We hebben voorstellen, waarvan ik er twaalf heb vernoemd, waarover we het in de Vlaamse Regering eens zijn.

U hebt nog een suggestie gedaan, namelijk de werkloosheidsuitkering te laten afhangen van de keuze voor een knelpuntopleiding of een knelpuntberoep. Voor ons is het eigenlijk nog eenvoudiger. We maken een afspraak met de werkzoekende op maat van zijn competenties en mogelijkheden. We zullen dat ook doen met alle langdurig werklozen. We maken afspraken met de werkzoekende en hij moet dat pad dan verder volgen. We moeten voor hem en voor ons hopen dat dit uiteindelijk tot een job in het economisch circuit leidt. Dat kan een knelpuntberoep of een andere job zijn, maar het zal een job zijn in functie van wat die persoon kent en kan. U wilt dit koppelen aan knelpuntopleidingen, maar die persoon is misschien niet geschikt voor een knelpuntopleiding. We zouden hem dan belonen omdat hij de opleiding volgt of straffen omdat hij de opleiding niet volgt. Dit lijkt me geen goede werkwijze. We doen beter aan maatwerk. We leiden absoluut maximaal naar de knelpuntopleidingen, maar iemand moet de talenten en de competenties hebben om die opleidingen te kunnen volgen.

Mijnheer Ronse, ik heb dat ook gezien. Ik heb direct uitgezocht welke maatregelen ik nog moet nemen. Met betrekking tot economische migratie zijn de snelweg en de dynamische knelpuntenlijst elementen die ook in het advies van de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) staan. We kijken na hoe we dit kunnen omzetten. Beide elementen zitten in de pijplijn om tot een hervorming te komen.

Minister, ik wil besluiten met drie opmerkingen.

In de eerste plaats is er de discussie over de uitbreiding van de doelgroepenkorting. We moeten de zaken juist stellen. Als ik met werkgevers spreek, hoor ik dat ze een lineaire loonlastenverlaging willen. Alle loonlasten moeten lager, eender wie ze tewerkstellen, en alle mensen die ze tewerkstellen, moeten netto meer overhouden van wat ze verdienen. Dat is voor hen belangrijk. De doelgroepenkorting is een tegemoetkoming of compensatie voor de iets verminderde productiviteit van werknemers. Indien we dit debat voeren, moeten we het zo zuiver voeren als het is.

Twee, uw twaalf werken, ik hoop echt dat u, de minister-president en minister Crevits erin slagen om de Federale Regering en de andere regio's te overtuigen om die twaalf werken erdoor te krijgen. Dat is de essentie. Dat zijn dingen die we op korte termijn kunnen realiseren.

Drie, ik ben een jong parlementslid, ik droom er wel eens van om premier Michel te zijn. Als ik dan die nota zou mogen maken, zou daar toch in staan: alsjeblieft, laat ons mensen niet meer afschrijven in brugpensioen. Mensen met talent van 56 of 60 jaar, laat ons die niet meer verstoppen in die stelsels. Er zou in staan: laat ons ervoor zorgen dat mensen een loonvorming krijgen op basis van wat ze kunnen, en niet op basis van hun leeftijd of diploma. Er zou in staan: laat ons ervoor zorgen dat mensen die langdurig ziek zijn en die nog willen terugkeren naar de arbeidsmarkt, niet onmiddellijk al hun rechten kwijt zijn en bang zijn om iets te doen. Ja, er is op federaal niveau nog bergen werk te verzetten. Ja, laat ons ons verenigen om die bergen te verzetten en die arbeidsdeal echt een arbeidsdeal te maken.

Minister, het staat buiten kijf dat we voluntaristisch moeten meewerken aan dit overkoepelende arbeidsplan. Dat is wat onze bedrijven en onze werkzoekenden van ons verwachten. Daar moeten we alles voor geven.

We hebben u steeds gesteund bij de vele hervormingen en inspanningen die u in het verleden al hebt geleverd. We mogen de focus niet verliezen.

Het federale pingpongspel komt de bedrijven en de arbeidsmarktkrapte natuurlijk niet ten goede. U kunt dat ontkennen, maar dat vond ik toch bijzonder onaangenaam om te horen. De boodschap aan de Vlaming, de bedrijven, de werkzoekenden is met ruis belast.

Heel wat sleutels liggen op het federale niveau, maar Vlaanderen mag niet in een hoekje staan kniezen. We moeten doen wat we zelf kunnen en onze hefbomen maximaliseren. Ik ben blij dat u zegt dat u een bijsturing van de doelgroep zult bekijken. Dat is een belangrijke sleutel om onze werkgevers een financiële stimulans te geven. Minister, smeed de ijzers die in het vuur liggen. Grijp de uitgestoken hand van de premier. Laat ons samen en het liefst zo snel mogelijk de krapte op de arbeidsmarkt bezweren.

Minister, ik ben blij. Ik ben blij met de minister van Werk die ik hier vandaag zie staan en de voluntaristische manier waarop u antwoordt en voorstellen doet. Dat is een andere minister van Werk dan deze die vanochtend in de krant stond. Hij reageerde wat gecrispeerd op het initiatief van de federale premier. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters en minister-president Geert Bourgeois)

Ik vind dat u de juiste houding aanneemt en werk gaat maken van die arbeidsduur in het belang van onze arbeidsmarkt, onze bedrijven en onze werkzoekenden, die allemaal nood hebben aan extra ondersteuning.

Er gebeurt heel wat, mijnheer Ronse. Een lineaire loonlastverlaging van 8 miljard euro werd gerealiseerd door de Federale Regering, door minister Peeters, door minister Van Overtveldt. Op basis van dat beleid kunnen wij verder werken en stappen zetten, zowel op het federale als het Vlaamse niveau. Werk samen en boek resultaten.

Minister, die hele arbeidsdeal van de Federale Regering van premier Michel was mijns inziens een schoneschijnplan om zichzelf en zijn regering nog enig belang aan te meten. Ik denk dat we daar niet te veel rekening mee moeten houden, en dat we vooral moeten focussen op ons beleid hier in Vlaanderen. Er zijn nog heel wat uitdagingen en er is nog heel wat werk op de plank. De werkzaamheidsgraad moet absoluut nog naar omhoog. We moeten niet kijken naar Brussel en Wallonië, maar naar regio's en omliggende landen die het beter doen: Nederland en Duitsland.

De knelpuntvacatures moeten absoluut beter worden ingevuld. Voor de knelpuntberoepen moeten ook nog bijkomende inspanningen worden gedaan. Laten we dus geen tijd verliezen aan allerlei federale deals, maar gewoon focussen op een beleid op maat van onze Vlaamse bedrijven.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.