U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van Rik Daems, Jos Lantmeeters, Koen Van den Heuvel, Nadia Sminate, Peter Van Rompuy en Matthias Diependaele houdende wijziging van artikel 41 van het decreet van [...] over het lokaal bestuur, wat de verfijning van de belastingbevoegdheid van de gemeenteraad betreft.

Inmiddels heeft de Vlaamse Regering het ontwerp van decreet over het lokaal bestuur bekrachtigd en afgekondigd op 22 december 2017. Het opschrift en artikel 2 kunnen dus worden aangevuld met die datum.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, niet te veel paniek, ik zal hier niet veel van uw tijd in beslag nemen – ik zag sommige mensen al wat zuchten.

In eerste instantie kan ik u mededelen dat wij zeer verheugd zijn dat dit voorstel van decreet zal worden goedgekeurd. Ja, mijnheer Somers. Maar ik wil de kritiek wel voor zijn: wij weten dat er een nood is aan een ruimere aanpak van de belastingen op het onroerend goed. We zijn er ons van bewust dat de relatie tussen de netto verhuurwaarde en het kadastraal inkomen al jaren zoek is. Wij geven dan ook grif toe dat er werk van zal moeten worden gemaakt. Maar we zijn toch zeer tevreden dat we vandaag met dit voorstel van decreet kunnen aankomen.

Mijn eerste opmerking is dat de differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing een nuttig instrument kan zijn als er verstandig mee wordt omgegaan. Ik zou hier een oproep willen doen om er geen bron van inkomsten in te zien, maar eerder een sturend element om ervoor te zorgen dat onder andere stadsvlucht en verwaarloosde buurten worden tegengegaan. De differentiatie moet dus worden gebruikt om te stimuleren, zij mag zeker geen bron worden van fiscaliteit om inkomsten te verwerven. Dat mag hier toch wel als een grote oproep worden genoteerd.

Het is ook van belang dat hier een mogelijkheid wordt geschapen om een differentiëring te maken. Dat werd in de pers al door verschillende mensen verkeerd opgenomen. Het is een mogelijkheid die aan de gemeenten wordt gegeven, het is zeker geen verplichting. Als de gemeenten en steden gebruik willen maken van deze differentiatie, dan zal er verstandig mee moeten worden omgegaan en dan zal de gemeenteraad uitdrukkelijk objectief moeten motiveren waarom hij hier gebruik van maakt. Ik wil diegenen die hier gebruik van zouden willen maken, oproepen dat ze erover waken dat burgers en – zeer belangrijk – ook ondernemingen niet extra worden belast, om eventuele inkomsten te compenseren. Mijnheer Caron, u wou dat misschien gaan zeggen. Burgers en ondernemingen mogen niet extra worden belast waar anderen worden vrijgesteld.

Ik wil ook vragen dat diegene die gebruikmaakt van deze differentiatie, dat doet in coherentie met het beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

Ik denk dat ik hiermee kan afsluiten: het mag zeer duidelijk zijn dat de gemeenten hier dus een bijkomend instrument hebben dat deel mag uitmaken van een bepaald beleid, waarmee verstandig moet worden omgesprongen. En nogmaals: het mag een sturend element zijn. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik wil vanuit onze fractie toch ook nog even zeggen dat wij dit voorstel van decreet steunen, met enthousiasme. Vorige week nog hebben wij hier zeven fusiedecreten goedgekeurd.

Vanuit onze fractie hebben we toen gezegd: wij geloven heel sterk in dat lokaal bestuur om hedendaagse problemen aan te pakken. Het lokaal bestuur is het eerste aanspreekpunt. Het is ook het overheidsbestuur met het grootste vertrouwen. We moeten dat vanuit dit parlement erkennen en stimuleren.

Als we zeggen dat die lokale besturen krachtig en sterk genoeg zijn om die hedendaagse problemen aan te pakken, zoals betaalbaar wonen, maar ook voor gezellige buurten, zorgbuurten zorgen, net als voor een aangenaam openbaar domein, dan moeten we er natuurlijk voor zorgen dat die gemeenten en steden, die lokale besturen, over voldoende instrumenten beschikken om die uitdaging ook aan te gaan.

Ik ben dan ook heel blij dat we hier vandaag de goedkeuring kunnen geven om aan die lokale besturen een extra instrument te geven om daadwerkelijk die problemen aan te pakken. De heer Lantmeeters heeft al een aantal van die problemen genoemd. We hebben stadsvlucht, verwaarloosde buurten, er is ook leegstand. We moeten ook een beetje kunnen differentiëren om het mogelijk te maken dat sommige buurten worden opgetild, we moeten bepaalde buurten misschien als commercieel centrum extra stimulansen geven. Daarom is het dus nodig dat die lokale besturen voldoende vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen om dat daadwerkelijk aan te pakken. 

Het is natuurlijk ook zo dat de onroerende voorheffing inderdaad gebaseerd is op het kadastraal inkomen. En we weten allemaal dat dit intussen al een aantal jaren, om niet te zeggen decennia, niet geactualiseerd is. Op dat vlak hebben de lokale besturen nu dus toch wel een element om dat wat te corrigeren.

Het is inderdaad geen verplichting. Dat is ook heel duidelijk gezegd. Maar we willen wel de vrijheid geven aan de lokale besturen, aan de gemeenteraad van onze gemeenten en steden en de colleges, om dat instrument aan te pakken en op die manier problemen, zoals stadsvlucht en leegstand, aan te pakken en het geven van extra stimulansen aan buurten die het wat moeilijker hebben, voldoende te motiveren en te argumenteren. Ik ben er absoluut van overtuigd dat onze lokale besturen sterk genoeg en verantwoordelijk genoeg zijn, mijnheer Lantmeeters. We moeten vanuit het parlement niet met ons vingertje zwaaien en zeggen: het mag niet naar belastingverhogingen en inkomstenstijgingen gaan. Ik ben ervan overtuigd dat dit element een stimulerend element is om problemen van vandaag de dag zoals stadsvlucht en leegstand op een juiste en goede manier aan te pakken. Vandaaruit willen wij vanuit onze fractie met veel enthousiasme dit extra middel aan onze sterke lokale besturen geven, zodat zij dit probleem als eerste en op een goede manier kunnen aanpakken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Collega's, wij zullen ons onthouden bij de stemming van dit voorstel van decreet, om de volgende reden. Wij treden de bezorgdheid die aan het voorstel van decreet ten grondslag ligt volledig bij, maar wij vragen ons af of de differentiatie van de onroerende voorheffing wel het gepaste instrument is. Wij vragen ons af of een paar 100 euro meer door deze vrijstelling doorslaggevend is om voor een bepaalde buurt te kiezen.

Bovendien heeft het Steunpunt Financiën enkele jaren geleden onderzoek gedaan naar het voorstel – want dit voorstel heeft al meermaals de kop opgestoken – en is het tot de conclusie gekomen dat het financieel voordeel voor kopers van een woning of appartement in een stads- of gemeentekern zelfs bij volledige vrijstelling van onroerende voorheffing relatief beperkt zou zijn.

Anderzijds zouden steden en gemeenten flink wat minder inkomsten hebben als ze deze vrijstelling of verlaging langere tijd volhouden. Het is een terechte bekommernis, maar we betwijfelen of dit het gepaste instrument is. We denken dat er effectievere instrumenten zijn om stads- en dorpskernen aantrekkelijk te maken.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rik Daems (Open Vld)

Elke stad en elke gemeente is verschillend. Alleen zijn er een aantal instrumenten waar een stad of een gemeente over beschikt die dezelfde zijn. Tot vandaag is dat het geval met de onroerende voorheffing, omdat gemeenten alleen één en hetzelfde opcentiem kunnen heffen op die onroerende voorheffing, die vanuit het Vlaamse Gewest wordt opgelegd. Als we de mogelijkheid creëren dat een stad of een gemeente in functie van de eigen specifieke noden, die onroerende voorheffing naar beneden toe kan differentiëren, geef je een instrument in handen van de lokale autoriteiten om in functie van de specifieke problematiek van die stad of gemeente maatregelen te nemen. Los van de inhoud van dit voorstel, is het bij uitstek een voorstel dat meer lokale autonomie mogelijk maakt. Dat is toch waar we naar op zoek zijn. Als er één zaak is waar we het allemaal over eens zijn, is het wel dat elk beleidsniveau binnen zijn competentie een zo breed mogelijke autonomie zou moeten hebben om beleid te voeren. Dat geldt voor Vlaanderen en dat geldt evenzeer voor een stad of voor een gemeente. Een eerste punt, dat toch van belang is, mevrouw Pira, is dat dit een instrument is dat je niet verplicht moet gebruiken, maar dat je een mogelijkheid biedt, in functie van de specifieke kenmerken van een stad of gemeente, om in te grijpen via de gemeenteraad in de context van lokale autonomie.

Dit voorstel is al een aantal keren aan bod gekomen, en ik wil aangeven hoe het bij mij is ontstaan, achttien jaar geleden al. In de gemeenteraad van Leuven haalde ik de problematiek aan dat het erg was dat een gepensioneerde met een klein pensioen die een huis had in de stad, meer dan een maand van zijn pensioen moest afgeven om in zijn eigen woning te mogen wonen. Als je dat van nabij bekijkt, is de vraag hoe onvoorstelbaar asociaal een instrument, of het gebrek daaraan, kan zijn. Iemand met een pensioen van 1000 of 1100 euro moet in een stad als Leuven, een maand van zijn pensioen afgeven om in zijn eigen woning te mogen wonen! Dat was bij mij de oorsprong. Ik ben niet de vader van dit voorstel en hoef dat ook niet te zijn, maar daarop voortbouwend is de idee ontstaan om het vaststaand tarief te laten variëren in functie van specifiek lokaal beleid. Het voorbeeld van de gepensioneerde is er één uit vele.

Met dit voorstel van decreet en binnen de autonomie van de gemeenten zelf, kun je wel degelijk maatregelen nemen die een reële impact hebben en die betrekking hebben op onbewoonbaar verklaarde woningen die langdurig onbewoonbaar blijven, leegstaande ruimtes boven winkels, specifieke situaties zoals in mijn thuisstad Leuven, waar betaalbaar wonen echt wel een probleem is. We hebben de grootste instroom van jongvolwassenen die in Leuven komen, maar we hebben nog een grotere uitstroom van jonge gezinnen omdat die zich geen woning kunnen permitteren. De reden daarvoor is in 60 procent van de gevallen dat het gewoon te duur is. Het zou ook een aspect van sociaal beleid kunnen zijn voor mensen met een beperking, waar nota bene, als je het instrument van onroerende voorheffing goed kent, en hoe de Vlaamse Regering ermee omgaat er vandaag al een pak verminderingen en verlagingen zijn. Alleen kan enkel de Vlaamse regering dat nu en kunnen steden of gemeenten dat niet in functie van wat zij zien binnen bevolking. Nogmaals, het is geen verplichting, maar het geeft een mogelijkheid tot lokaal beleid.

Laat me dan meteen een heel praktisch voorbeeld geven, want men kan een decreet goedkeuren waarvan men vindt dat het leuk is, een goed idee is, waarmee men denkt politiek mee aan de slag te kunnen, waarmee men denkt de indruk te geven iets te doen voor de mensen, maar heeft het een reële impact?

De Vlaamse Regering heeft vorige week een maatregel genomen waarbij voor een onbewoonbaar verklaard pand gedurende vijf jaar een vrijstelling van onroerende voorheffing wordt verleend. De centen die de stad of de gemeente daardoor mist, krijgt ze nota bene terug. Een tweede maatregel die de Vlaamse Regering heeft genomen was, voor leegstaande ruimten boven een winkel, eveneens de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar kwijt te schelden, om te proberen daar bewoning te krijgen. Nu kom ik tot het punt van mevrouw Pira. De Vlaamse Regering heeft een maximum vastgelegd op 1000 euro per jaar. Je kan je dus de vraag stellen of 5000 euro een voldoende budget is om de ruimte boven een winkel bij wijze spreken bewoonbaar te maken. Ik ga een voorbeeld geven van wat dit instrument zou kunnen doen. Ik ga het alvast voorstellen. Het zou mogelijk zijn dat de stad die maatregel van de Vlaamse Regering voor een aantal onbewoonbare panden aangrijpt en verlengt. De stad zou de vrijstelling kunnen verlengen met tien jaar. Dan kom je aan een budget van 15.000 euro, en dat heeft wel een impact, want met 15.000 euro kan wel een aparte ingang aan een winkelpand worden gemaakt om een leegstaande ruimte boven een winkel bewoonbaar te maken. Met 15.000 euro is er wel een budget voor een keuken, een badkamer, dubbele beglazing voor de hele woning, voor een dak. Dat zijn budgetten die daar werkelijk voor nodig zijn. Dus ja, omdat we dit voorstel van decreet goedkeuren, maken we een instrument dat wel de impact kan hebben om ruimtes die vandaag niet worden gebruikt, wel te gaan gebruiken voor wonen.

Er is een bijkomend effect, waar zelden of nooit naar wordt verwezen. Men zegt altijd: betaalbaar wonen, dat is de markt. Ik ben een econoom. De markt is vraag en aanbod. Als men in een stad zoals Leuven 1000 ruimtes, van onbewoonbaar verklaarde panden tot ruimtes boven een winkel, bewoonbaar maakt, dan komen er duizend bewoonbare elementen meer op de markt. Het aanbod stijgt. Wat is het gevolg? Bij het minste zal de prijs milderen of zelfs dalen, omdat het aanbod is gestegen. Er is nog een bijkomend effect, financieel. Er wordt gezegd dat deze maatregel de gemeente geld zal kosten. Dat is juist, op korte termijn. Elk van die panden die morgen bewoond is, brengt wel op, en vandaag niet, tenzij er een of andere taks werd op geheven. Als men 1000 woningen bewoonbaar kan maken, in bijvoorbeeld een stad als Leuven met meer dan 100.000 inwoners, dan heeft men 1000 keer personenbelastinginkomsten. Dan heeft men 1000 keer andere inkomsten, van retributies en gemeentelijke belastingen. Het zou wel eens kunnen, als men de rekening juist maakt, dat het een maatregel is die niet eens kost, maar zelfs opbrengt. Maatschappelijk brengt hij in ieder geval wel op, want elke onbewoonbaar verklaarde woning in een stad is een klein kankervlekje dat moet worden weggewerkt. Elke ruimte boven een winkel die niet gebruikt is, is een opportuniteit die weg is.

Men zou nog verder kunnen gaan. Een stad heeft zijn eigen bouwverordening. Die zou op een of andere manier kunnen bepalen dat, als het gaat om ruimtes boven winkels, die ruimtes niet te groot moeten worden gemaakt. Dan heb je meteen ook een mogelijk instrument om de problematiek van wonen voor singles aan te pakken. In Leuven is dat een belangrijke problematiek: op 46 procent van de adressen in Leuven wonen singles. Heel weinig beleid wordt naar hen gevoerd. Dat is een typisch voorbeeld waar specifiek een beleid kan worden gevoerd naar de singles.

Dat zijn een aantal voorbeelden die ik geef om duidelijk te maken dat dit instrument binnen de lokale autonomie, met eigen beslissingen wel impact kan hebben en wel degelijk concreet resultaten zal kunnen geven.

In die zin, mevrouw Pira, denk ik dat u dat voorstel van decreet eigenlijk mee zou moeten goedkeuren. U moet niets, want wij zijn liberalen. Ik moet ook niet aandringen, anders hebben we politiek geen reden meer om op de groenen hun kap te zitten, want ze zijn tegen betaalbaar wonen. Als we dat simpel zeggen, is dat zo, maar ik zal dat niet zeggen. Hoewel, ik zal dat wel zeggen, want het zijn binnenkort verkiezingen.

Maar u zou toch eens moeten nadenken... (Opmerkingen)

Ik ben zo wel, ik geef het toe. Het zijn binnenkort verkiezingen, dus we gaan dat dan doen. Nee, nee.

Ik geef toch maar aan dat het eigenlijk een goed instrument kan zijn als het goed wordt ingevuld, en dat het impactvol kan zijn.

Voorzitter, collega’s, ik wil afsluiten met een kleine noot, met het bedanken van Jos en Koen. Ik wil Jos en Koen bedanken omdat ze dit voorstel mee hebben gedragen, en ik wil toch ook eens hebben gezegd dat het bijzonder aangenaam is in een parlement als je samen eenzelfde doelstelling nastreeft, als je zonder te zeveren tegen elkaar zegt: ‘Kijk, we hebben een doelstelling, het moet goed zijn, we moeten dat vragen aan de Raad van State en als het kan, dan gaan we dat doen.’ Ik heb het bijzonder aangenaam gevonden dat we daadwerkelijk in dit Vlaams Parlement decreten kunnen goedkeuren op voorstel van parlementsleden – het is niet alleen mijn voorstel – waarmee finaal zeker impactvol goede dingen kunnen worden gedaan voor de burger. Want daar is het uiteindelijk allemaal om te doen: hoe kunnen we betaalbaar wonen werkelijk in de praktijk brengen in elke stad en elke gemeente? Jos en Koen, bedankt voor uw steun, en ook aan het hele parlement dank voor het eventueel goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

Ingrid Pira (Groen)

Mijnheer Daems, ik vind het eigenlijk spijtig. In de commissie hebt u mij bedankt voor onze onthouding. (Gelach)

En nu staat u daar te zeggen dat wij eigenlijk tegen betaalbaar wonen zijn. Een typische politicus. (Opmerkingen. Applaus)

Maar goed, wij hebben enkel twijfels bij de effectiviteit van het instrument, maar wij staan volledig achter uw doelstelling, uiteraard.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1460/4)

– De artikelen 1 tot en met 4 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.