U bent hier

De heer Sintobin heeft het woord.

Deze morgen raakten de resultaten van een enquête bekend die de Vlaamse Automobilistenbond (VAB) had gedaan bij ongeveer 2400 autobestuurders. Daaruit kunnen we een aantal zaken afleiden. Het goede nieuws is, en dat is ook al gebleken in de commissie bij een eerdere gedachtewisseling, dat de staat van de autosnelwegen verbeterd is de afgelopen jaren, maar er zijn toch nog wel wat problemen met de gewestwegen en de lokale wegen. Dat heeft volgens de enquête voor een groot stuk te maken met de onderhoudsachterstand en natuurlijk met de winterschade.

Men is een beetje bevreesd dat tijdens de zomermaanden, wanneer er normaliter toch een aantal grote werken op autosnelwegen worden gepland, en gelet op het aantal belangrijke infrastructuurwerken die worden gepland, onder andere in de provincie Antwerpen, en met het inhalen van de achterstand en het herstel en de aanpak van de nieuwe winterschade, de alternatieve routes ook zullen dichtslibben.

Vandaar dat de VAB een aantal voorstellen, een aantal suggesties heeft gedaan. Men wil meer preventief onderhoud van de wegen. Men wil een betere afstemming tussen de verschillende werken, wat toch ook wel een probleem is, men wil betere communicatie over de werken, men wil vooral ook een betere signalisatie van de onderhoudswerken en men is ook voorstander van een centraal bestand van alle wegenwerken.

Minister, vandaar mijn vraag: wat is uw reactie op de resultaten van de enquête van VAB?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het is vanzelfsprekend dat er bij VAB een grote gevoeligheid leeft met betrekking tot de staat van de wegen. Het is zo dat ook het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) zelf op jaarlijkse basis de staat van de wegen monitort, en daar trouwens ook over rapporteert in het parlement. U zegt het correct: we hebben een inhaalbeweging gedaan wat de staat van de autosnelwegen betreft. Verleden jaar bevond – ik denk dat het nu al beter zal zijn – ongeveer 85 procent van de autosnelwegen zich op het niveau voldoende tot zeer goed. Wat de gewestwegen betreft, is dat maar 69 procent. Dat wil dus zeggen dat we daar een inhaalbeweging moeten doen. We hebben daarvoor ook de nodige budgettaire middelen vrijgemaakt. In concreto is dat een historisch hoog budget van 230 miljoen euro per jaar voor het onderhouden en herstellen van gewestwegen. Om u een idee te geven, in 2014 was dat 170 miljoen euro, dus relatief gezien een aanzienlijk verschil. Per jaar hebben we ongeveer 130 miljoen euro nodig voor het louter in stand houden van gewestwegen en autosnelwegen, wat maakt dat we een resterend budget hebben van 100 miljoen euro per jaar om de achterstand goed te maken. Die achterstand heeft men ook uitgedrukt in euro’s: de achterstand die we zullen moeten inlopen, bedraagt ongeveer 660 miljoen euro. Als we dus per jaar 100 miljoen euro extra hebben om die achterstand te kunnen inlopen, dan wil dat zeggen dat op zeven jaar tijd, ruim genomen, de historische achterstand zou moeten kunnen zijn ingelopen, dankzij dat historisch hoge budget.

Het andere element is het afstemmen van de wegenwerken. We hebben een meerjarenprogramma, waarin we alle wegenwerken in kaart brengen. Je vindt die ook terug op de website van AWV. We communiceren daar ook over, maar daar is het probleem wel degelijk dat we de problemen aanpakken. Als je weet dat er enige achterstand is, en in de wetenschap dat we ook nog supplementair nieuwe werken zullen doen, bijvoorbeeld in en rond Antwerpen en in de toekomst ook op en rond de ring rond Brussel, dan weet je natuurlijk dat je enige hinder veroorzaakt overal waar je gaat werken. Hoe meer je werken doet, hoe meer je de problemen gaat aanpakken, hoe meer hinder je ook veroorzaakt. De omelet wordt niet gebakken zonder die eieren te breken. We proberen maximaal die hinder te beperken en zelf te coördineren, maar ik moet toegeven dat soms meer investeren een beetje meer hinder geeft op korte termijn. Zo zorgen we er echter voor dat we op lange termijn van veel hinder verlost zijn.

Minister, het is in ieder geval een goede zaak dat de afgelopen jaren een inhaalbeweging werd gedaan wat het onderhoud van de snelwegen betreft. Ik ben ook wel blij dat er een aantal budgetten worden vrijgemaakt om nog verder achterstand in te halen, maar ik denk dat voor de automobilist zelf het grootste probleem natuurlijk de afstemming is van de werken op elkaar, op gewestwegen, lokale wegen, autosnelwegen. Ik spreek uit eigen ervaring. Ik heb soms de indruk dat zelfs lokale besturen er niet echt van op de hoogte zijn welke werken door jullie diensten worden gepland. Ook wat de signalisatie, wat omleidingen en dergelijke betreft, is er toch heel wat ergernis bij de automobilisten. Ik denk dat daaraan op een of andere manier nog zou moeten worden gewerkt. Vandaar ook mijn bijkomende vraag: hoe kunt u ook de lokale besturen meer en beter betrekken bij een en ander, bij de organisatie van werken, bij de signalisatie van omleidingswegen en dergelijke? Hoe houdt u de lokale besturen op de hoogte van de werken die u plant?

De heer Keulen heeft het woord.

De problematiek die collega Sintobin hier aansnijdt, is er een die leeft in de straat. Voor de mensen is dat eigenlijk iets dat op het eerste gezicht logisch is. Overheden moeten toch met elkaar kunnen overleggen en bepalen wanneer grote projecten worden uitgevoerd. Voorzitter, ik herinner aan een beeld dat ik heb gebruikt. Vlaanderen is het Vaticaan: wij werken voor de eeuwigheid. Collega Sintobin, bij grotere projecten op gewestwegen praat je over een uitvoeringstermijn, een realisatietermijn van tien jaar, omdat het over zoveel verschillende overheden gaat, van de nutsbedrijven tot de onteigeningen, de Vlaamse Milieumaatschappij voor de rioleringen, AWV, de bouwvergunningen en alles wat te maken heeft met ruimte- en omgevingsvergunningen, dat dat eigenlijk heel moeilijk op voorhand te bepalen valt.

Minister, wat een casus lijkt en waar we met een structureel probleem worden geconfronteerd, moeten we proberen dat minder verkokerd aan te pakken en meer vanuit één hand, om op die manier de realisatietermijnen te verkorten en daardoor de overzichtelijkheid in de planning veilig te stellen.

De heer Van Campenhout heeft het woord.

Collega Sintobin, bedankt voor uw terechte bekommernissen over coördinatie, communicatie en afstemming van de werken. In de provincie en in het bijzonder de stad Antwerpen wordt wel wat gewerkt, en zijn er enkele initiatieven om dat in goede banen te leiden, in alle betekenissen van het woord. Er is het overlegplatform impactmanagement, waarin AWV zit, de stad, de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), De Lijn, De Vlaamse Waterweg, de politie en nutsmaatschappijen. Er is het Generiek Informatieplatform Openbaar Domein (GIPOD), waarin alle organisaties, ook nutsmaatschappijen wegenwerken moeten invoeren. En er is de communicatie over grote werven en andere reizigersinformatie op Slim naar Antwerpen. Dat zijn toch een pak initiatieven.

Ook het centraliseren van de signalisatievergunningen en een sperperiode voor nutsbedrijven zorgen er, samen met het gewest in Antwerpen, waar veel wordt gewerkt, voor dat er coördinatie is en dat de werken worden afgestemd en naar de gebruikers gecommuniceerd.

Minister Ben Weyts

Een casus dient om in de praktijk te kunnen bewijzen hoe we er op een coördinerend niveau in kunnen slagen om zulke omvattende werken in goede banen te leiden. U zegt dat lokale overheden niet op de hoogte zijn. Wel, er zijn verschillende gremia, regionale zoals de regionale mobiliteitscommissie (RMC), en de Provinciale Commissie Verkeersveiligheid (PCV). Bij alle projecten die het Agentschap Wegen en Verkeer aanvat, wordt er altijd een nieuwsbrief opgemaakt. De lokale besturen worden er vanzelfsprekend altijd betrokken. Om in de toekomst nog een grotere betrokkenheid te kunnen realiseren, is net het concept van de vervoersregio's essentieel.

Vandaag gebeurt het overleg – daar heb je wel een punt – tussen lokale besturen en alle mobiliteitsadministraties op ad-hocbasis, maar niet structureel. De vervoersregio moet net daar verandering in brengen, zodat op weerkerende basis de lokale besturen aan tafel zitten met De Lijn, met AWV, de administratie en het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, zelfs met de NMBS en desgevallend ook met de andere federale entiteiten. Structureel moet er regelmatig overleg zijn tussen lokale besturen en de administraties die te maken hebben met mobiliteit. Op dat vlak zult u een heel andere sfeer creëren van betrokkenheid en van partnerschap.

Minister, de lokale besturen gebruiken dit soms als excuus om het ongenoegen van de automobilist af te wentelen op het gewest. Mij is het erom te doen dat de automobilist kan rijden. Er zijn problemen met het openbaar vervoer, de NMBS rijdt niet stipt, er zijn problemen met De Lijn, met de auto geraken we ook al niet meer waar we willen. Het gewest plant werken en in dezelfde omgeving plannen ook lokale overheden werken, en alles komt vast te zitten. Ik kan goed begrijpen dat automobilisten …

Deze morgen heb ik zelf vier uur in de file gestaan. Wanneer automobilisten van de ene omleiding naar de andere moeten rijden, kan ik goed begrijpen dat het ongenoegen zeer groot is en dat het openbaar vervoer geen alternatief biedt. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.