U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 2 mei 2018, 14.07u

Voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, vandaag verscheen er in de pers een artikel waarin Natuurpunt cijfers geeft over overreden dieren in Vlaanderen. Het artikel bevatte een aantal vaststellingen. Zo steekt Limburg er met kop en schouders bovenuit wat betreft het aantal overreden dieren. Verder verwacht Natuurpunt dat het aantal in de toekomst alleen maar zal stijgen. Belangrijk daarbij is ook dat men ervan uitgaat dat het aantal dieren dat is aangegeven maar het topje van de ijsberg is.

Het is natuurlijk jammer dat die dieren worden overreden, terwijl we in Vlaanderen net investeren in natuur. Een heel mooi – of eerder slecht – voorbeeld was natuurlijk toen er enkele weken geleden een wolf werd overreden in Vlaanderen.

Minister, ik heb het in het verleden al meerdere malen gezegd: het kan, als het gaat over grote zoogdieren, die ondertussen toch wel de weg naar onze contreien hebben gevonden, ook een absoluut gevaar betekenen voor de verkeersveiligheid.

Ik verwijs naar de uitgebreide vraag om uitleg die ik u daarover stelde in 2017. Ik vroeg toen cijfers op bij de verschillende politiezones. In 2015 werden er in Limburg alleen al 48 everzwijnen aangereden. In 2016 waren dat er 32.

Wat mij vooral is bijgebleven, is dat een van die inspecteurs die me die cijfers bezorgde, ook toen al zei: dit is maar een fractie van de ongevallen die gebeuren. Mensen die geen omniumverzekering hebben en geen recht hebben op een schadevergoeding, zullen, bij een lichte aanrijding, dat misschien niet rapporteren. Hij zei dat het zelfs niet uit te sluiten valt dat een ongeval, waarbij een wagen langs de weg was terechtgekomen tegen een boom, met catastrofale gevolgen, het gevolg was van een everzwijn dat de weg overstak.

Minister, ik heb er in het verleden al meerdere malen op gewezen dat dit een belangrijk probleem van verkeersveiligheid kan zijn in bosrijke gebieden.

Minister, plant u initiatieven om die aanrijdingen met wild op onze gewestwegen beter in kaart te brengen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

In de EU is het inderdaad zo dat het verkeer de belangrijkste onnatuurlijke doodsoorzaak is voor dieren. Vanzelfsprekend geldt dat in Vlaanderen, met zo’n dicht wegennet, nog veel meer dan in andere Europese landen. We hebben een indicatief rapporteringssysteem op basis waarvan we wel enige evolutie kunnen zien. Met de website www.dierenonderdewielen.be roepen we iedereen op, zowel privépersonen als steden en gemeenten, om de vaststelling van aangereden dieren te rapporteren. Het aantal meldingen neemt toe omdat men alerter is, maar ook omdat we ervoor zorgen dat al wie ingeschreven is bij FAST contractueel verplicht is om aangereden dieren te melden.

In 2010 waren er 3400 aangereden zoogdieren geregistreerd, in 2017 waren het er 3800. We zien dus een sterke stijging, alleszins van het aantal meldingen.

Wat doen we? Toegegeven, in het verleden was dat zeker geen prioriteit. Nu maken we daar stelselmatig steeds meer werk van. Het Agentschap Wegen en Verkeer volgt twee sporen. Voor de nieuwe wegen die we aanleggen zorgen we ervoor dat er voldoende passages zijn voor dieren. In de A11, die nieuw is aangelegd, zijn er over de twaalf kilometer negen passages, in de vorm van ecotunnels of ecoducten. Voor de bestaande wegen trachten we in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos in kaart te brengen waar er veel meldingen zijn en wat de problematische wegstukken zijn. In het geval van Limburg proberen we ad hoc telkens te bekijken hoe we dat kunnen oplossen, met rasters of geleidingswanden om de weg af te schermen voor overstekende dieren. Op bepaalde plaatsen worden openingen gemaakt, borden geplaatst en wordt er gewerkt met moderne technieken, zoals een nieuw wilddetectiesysteem op de N73 tussen Hechtel-Eksel en Leopoldsburg. Wanneer grotere zoogdieren daar de weg naderen, maakt een meldsysteem chauffeurs daarop attent. Zo proberen we dat volledig in kaart te brengen.

Ik heb begrepen dat dit thema in een gemeenschappelijke vergadering van de commissies Mobiliteit en Natuur zou worden bestudeerd, om te bekijken hoe we in de toekomst nog structureler kunnen optreden en of we lessen kunnen leren uit de ervaring in Nederland, waar de problemen nog acuter zijn, maar waar men ook al verder staat met het uittekenen van een concreet dierenwelzijnsbeleid op dat vlak. Ik wil daar zeker van leren en stappen vooruit zetten. Op jaarbasis investeren we nu in een vijftiental maatregelen op bestaande wegen met ecorasters, ecotunnels en ecoducten, terwijl dat vroeger nog niet de helft was.

Minister, het is goed dat er meer gemeld wordt, maar u zult het met mij eens zijn dat dit niet de enige oorzaak is van de stijging. Wat betreft de everzwijnenproblematiek, wordt bijvoorbeeld door iedereen erkend dat de populatie enorm gegroeid is. Dan hebben we het niet alleen meer over dierenwelzijn, maar ook over verkeersveiligheid. Het is goed dat er op nieuwe wegen maatregelen getroffen worden, zodat dieren de weg kunnen oversteken, maar die dienen natuurlijk tot niets als er geen rasters zijn: de dieren weten zelf niet waar ze moeten oversteken.

Op dat vlak blijf ik pleitbezorger om een extra tandje bij te steken. Er zijn nog heel veel wegen langs bossen. Daar is het dubbele gevaar dat de habitat van de dieren bijna tot op de weg komt en dat de bestuurder de dieren pas op het allerlaatste moment de weg ziet oversteken. Ik blijf pleitbezorger om die wegen toch in kaart te brengen.

Ik heb een bijkomende vraag: kunt u ook – want ik begrijp dat dat op dit moment niet het geval is – in extra budget voorzien voor rasters, om langs de bestaande wegen een inhaalbeweging te doen qua uitrastering? Met de groeiende populatie van zoogdieren is dat zeer te verantwoorden in functie van de verkeersveiligheid.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Er werd terecht op twee aspecten ingegaan. Een eerste aspect is hoe we naar een drempelverlaging kunnen gaan, waardoor er meer meldingen gebeuren, waardoor we beter kunnen inschatten welke trajecten, welke wegen het meest gevoelig zijn en prioritair moeten worden aangepakt. De minister heeft daarop een vrij omvattend overzicht gegeven van wat sowieso al gebeurt bij nieuwe wegen en wat ook gebeurt bij knelpunten die we kennen.

Eerder hebben we al de uitnodiging geformuleerd om er commissieoverschrijdend over na te denken hoe we de drempel om te komen tot beter en meer meldingen kunnen verlagen en hoe we investeringen en innovatieve technologieën kunnen aanwenden. Wat we in maart al hebben aangekondigd, zullen we voor een stukje ook moeten doen. Vandaar ons engagement om daar in de commissie op de eerstvolgende regeling van de werkzaamheden een aantal afspraken rond te maken.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Ik heb recent een gelijkaardige vraag gesteld in de plenaire vergadering. Aanrijdingen van dieren vormen inderdaad een probleem, zowel voor mens als dier. Het grote probleem in Vlaanderen is het dichte wegennet. Een wild dier komt ongeveer om de 300 meter een weg tegen. Grote dieren zoals reeën en everzwijnen, vormen een gevaar voor het wegverkeer.

Ik heb begrepen, bij mijn vraagstelling een tijdje geleden, dat er een engagement was, zowel bij de minister – waarvoor dank – als kamerbreed in dit parlement om dit thema op te nemen. Zoals collega De Bruyn zegt, denk ik dat we daar inderdaad de komende maanden werk van moeten maken en een aantal initiatieven moeten nemen.

Minister Ben Weyts

Op basis van die discussie in het parlement ben ik absoluut bereid om daar extra budgettaire middelen voor uit te trekken, zowel vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid als van dierenwelzijn, twee zaken die mij na aan het hart liggen.

Met dat laatste antwoord ben ik heel erg tevreden, want het blijft een vaststelling: de everzwijnpopulatie, die het grootste gevaar is voor de verkeersveiligheid, is enorm gegroeid. In Limburg, in Dilsen-Stokkem, werden al eens maatregelen genomen. Ik heb gehoord dat die veel geld hebben gekost, maar op verkeersveiligheid staat geen prijs. In Limburg en in Vlaanderen zijn heel wat bosrijke gebieden waar gewestwegen doorheen lopen, waar een extra budgettaire inspanning effect kan hebben op de verkeersveiligheid. Daar kunnen we allemaal alleen maar achter staan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.