U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en de versterking van de lerarenopleidingen binnen de hogescholen en universiteiten.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Tine Soens (sp·a)

Het is positief, dat heb ik al in de commissie gezegd, dat hbo5 of de graduaatsopleidingen een volwaardig onderdeel worden van het hoger onderwijs en dat ook de studenten die die opleidingen volgen ook volwaardige studenten worden.

Een aantal bezorgdheden blijven over, onder andere rond de financiële impact, zeker voor de hogescholen. Vorige week heeft de minister nog de vakbonden en de hogescholen op haar kabinet ontvangen om dat te bespreken. Ze worden immers nog altijd ondergefinancierd. We willen daar aandacht voor blijven vragen. Ook de timing is volgens ons redelijk krap.

Net als andere commissieleden zijn we verder bezorgd over de inkanteling van de educatieve masters en de kwaliteit van de domeinmasters, zeker in de kunsten en de humane wetenschappen. Dat is in de commissie door alle fracties aangehaald. We vragen om dat blijvend goed op te volgen, zodat daar zeker geen kwaliteitsverlies optreedt.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Elke afgestudeerde leerkracht zal tijdens zijn of haar loopbaan een enorme impact hebben op een groot aantal leerlingen. Dit ontwerp van decreet is daarom niet enkel belangrijk voor de leerkrachten, maar ook voor alle kinderen en jongeren die vandaag schoollopen. We weten dat de uitdagingen in de klas groot zijn: leerlingen met zorgnoden, leerlingen met taalachterstand, leerlingen met gedragsproblemen stellen steeds meer de draagkracht van de leerkracht op de proef. Daarbovenop komt nog een heus lerarentekort en de vaak onterechte negatieve berichtgeving over leerkrachten in de pers. We hebben daarom de zware, maar boeiende opdracht om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken en de lerarenopleiding grondig te hervormen, zodat startende leerkrachten met een goede bagage aan hun carrière kunnen beginnen.

Een eerste belangrijke stap hebben we reeds gezet: de eerste resultaten van de niet-bindende toelatingsproef voor de lerarenopleiding zijn zeer positief. Studenten geven zelf aan dat deze proef zeer zinvol is en een beeld geeft van hun werkpunten. De overdracht van de lerarenopleidingen van de centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s) naar het hoger onderwijs is ondertussen al van start gegaan. Deze overdracht zal een nieuwe impuls geven aan onze lerarenopleidingen om de kwaliteit beter te bewaken. Het is nu de opdracht om die laagdrempeligheid, fijnmazigheid en flexibiliteit van de CVO’s mee te nemen in deze vernieuwingsoperatie. Voor ons is dat een belangrijk punt. We hebben zeer veel respect voor het kwaliteitsvol werk dat de lectoren van de CVO’s al die jaren hebben verricht, en dit voor een publiek met diverse achtergronden. We mogen deze rijke expertise niet verloren laten gaan bij de overdracht. Met dit ontwerp van decreet geven we het startschot om de structuur van de lerarenopleiding te hervormen. We creëren de mogelijkheid voor masterstudenten om hun opleiding te combineren met een traject naar het leraarschap, zodat studenten niet moeten inboeten aan inhoudelijke specialisatie, wat opnieuw de opwaardering ten goede komt.

Met de uitwerking van een nieuwe educatieve graduaatsopleiding voor het secundair onderwijs willen we ervoor zorgen dat ook praktijkleerkrachten hun weg vinden naar het secundair onderwijs. Voor onze fractie is het zeer belangrijk dat we die zij-instromers een dergelijk specifiek traject aanbieden.

De inbreng van concrete, recente beroepservaring op de klasvloer is van onschatbare waarde. Daarom waren wij als fractie al van in het begin voorstanders dit traject te lopen voor zijinstromers. Voor ons is het laagdrempelige karakter van die opleiding belangrijk, en we zullen dit in de toekomst van dichtbij blijven opvolgen.

Bij de besprekingen rond de lerarenopleiding heeft onze fractie altijd gepleit om naar de geest van het Vlaams Regeerakkoord vakinhoudelijke kennis, klasmanagement en vakdidactiek een prominente plaats te geven in de vernieuwingsoperatie van de lerarenopleiding. Binnen onze fractie bestaat hierover toch wat bezorgdheid, minister. We vragen dan ook vanuit de fractie om deze punten niet uit het oog te verliezen bij de praktische uitrol van dit decreet en samen met de hogescholen en universiteiten werk te maken van een inhoudelijke opwaardering.

Een tweede belangrijk onderdeel in dit decreet is de uitbouw van de graduaatsopleidingen of hbo5. Wij steunen uiteraard de ambitie om deze waardevolle opleidingen meer in de verf te zetten. Graduaatsopleidingen zijn tot op vandaag te weinig bekend en te weinig bemind op de arbeidsmarkt. Nochtans weten we dat veel knelpuntberoepen kunnen worden ingevuld met afgestudeerden uit het hoger beroepsonderwijs. Het gaat hier over praktijkgerichte profielen met een degelijke inhoudelijke kennis. Zeker voor generatiestudenten of studenten die niet tot hun recht komen binnen de professionele bacheloropleidingen, zijn de graduaatsopleidingen een waardevol alternatief. We weten allemaal waarom: dankzij de aanpak van de centra voor volwassenenonderwijs hebben deze opleidingen doorheen de jaren een heel laagdrempelig, praktisch, en ook flexibel karakter opgebouwd.

We zijn dan ook tevreden, minister, dat we via deze operatie graduaatsopleidingen een volwaardige plaats kunnen geven in ons onderwijs, als een volwaardige studiekeuze voor leerlingen met uiteenlopende profielen. Het is echt niet de bedoeling dat het ‘bachelors-light’ worden, maar dat ze hun eigen arbeidsmarktgerichtheid blijven gehouden.

Het zal overigens een belangrijke uitdaging worden om het doel en de inhoud van deze graduaatsopleiding duidelijk in de verf te zetten aan het brede publiek. De termen niveau 5, hbo5, graduaat, zijn begrippen die helaas nog te weinig gekend zijn. Ik vraag u dan ook om samen met uw collega-minister voor Werk te bekijken hoe we deze opleiding en de andere graduaatsopleidingen in het algemeen verder kunnen promoten in de verschillende sectoren.

Tot slot, minister, wil ik graag de oproep doen om erover te waken dat de oorspronkelijke doelgroep van hbo5, namelijk werkenden en werkzoekenden, hun weg blijven vinden. We zijn blij te lezen dat hogescholen deze opleidingen nog steeds kunnen aanbieden in de vestigingsplaatsen van de centra voor volwassenenonderwijs, zodat de fijnmazige spreiding en laagdrempeligheid kunnen worden behouden. Dit is positief. De expertise die men daar heeft opgebouwd, zal ook in de toekomst noodzakelijk blijven. Mocht blijken dat de graduaatsopleidingen minder aantrekkelijk worden voor die oorspronkelijke doelgroep, dan zullen wij er als fractie voor ijveren om de nodige maatregelen te nemen.

De voorzitter

De heer De Potter heeft het woord.

Jenne De Potter (CD&V)

Ik wil een aantal korte beschouwingen geven over dit bijzonder belangrijke decreet dat de lerarenopleiding wil versterken. De lerarenopleiding is uiteraard cruciaal bij de vorming van onze leerlingen.

Ik stip nog even aan dat de bepalingen waarover we straks zullen stemmen, uiteraard niet het eindpunt zijn, maar vaak de basis zijn om tegen 1 september 2019 de lerarenopleiding effectief te versterken. In dat opzicht is het dan ook goed om te zien dat hogescholen en universiteiten op dit moment eigenlijk al werk maken van aspecten ter versterking.

Er zijn een aantal belangrijke nieuwigheden, een aantal belangrijke verbeterpunten in dit decreet aangebracht. Ik som er een aantal op. Een eerste belangrijke bepaling is dat ten aanzien van alle lerarenopleidingen er wordt bepaald dat niet alleen een deel praktijk, maar ook vakinhoud, vakdidactiek en klasmanagement essentiële onderdelen moeten zijn. Uiteraard gaan we daarbij het grootste respect blijven betonen voor de autonomie en de deskundigheid van de hogescholen en universiteiten.

Samen met het beroepsprofiel en de herwerkte basiscompetenties die via dit ontwerpdecreet gelden als referentiekader, zorgt dit er ongetwijfeld voor dat er geen twijfels meer kunnen zijn over de kwaliteit van de opleidingen en dat de twijfels die er mogelijk waren over onderlinge kwaliteitsverschillen, echt tot het verleden zullen behoren.

Een ander kenmerk van dit ontwerpdecreet is het feit dat aandacht voor taalvaardigheid Nederlands, meertaligheid of voor de grootstedelijke context, samen met een praktijkluik eigen zal zijn aan iedere lerarenopleiding. Een andere belangrijke meerwaarde die wij in dit ontwerpdecreet zien, is dat er voor de graduaats- en lerarenopleiding voortaan geen twijfel meer is over hun statuut. In alle betekenissen maken deze opleidingen voortaan deel uit van het hoger onderwijs. De verantwoordelijkheid ligt voortaan bij de instellingen voor hoger onderwijs. Zonder onderscheid resulteert het succesvol afronden ervan in een diploma hoger onderwijs, waarvan de waarde uiteraard geborgd wordt door dezelfde principes van kwaliteitszorg die gelden voor alle andere opleidingen uit ons hoger onderwijs. Dat is toch wel een belangrijke meerwaarde en vernieuwing die door dit decreet worden aangebracht.

Tot slot is er ook een belangrijke democratiserende meerwaarde van dit ontwerp van decreet: voortaan geldt het recht op studiefinanciering voor alle studenten die een lerarenopleiding aanvatten, en hebben ze ook toegang tot studentenvoorzieningen, die we nog gaan versterken. Voor graduaatsstudenten is dat trouwens niet anders.

Gelet op al deze elementen die ik kort heb aangehaald en de vele andere die al in de commissie zijn bediscussieerd, zullen wij met onze fractie dit ontwerp van decreet met veel overtuiging goedkeren. Het zal effectief een verbetering en versterking zijn van onze lerarenopleiding. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Beste collega’s, ik ben zeer verheugd dat we het over het decreet Lerarenopleiding kunnen hebben. Minister, dat is niet alleen zo omdat ik zelf ooit het plezier gehad heb om lerares te zijn, maar ook omdat ik de dochter ben van een zeer goede lerares. Dit ontwerp van decreet ligt me dus zeer na aan het hart. We hebben er lang aan gewerkt, we hebben er veel tijd voor uitgetrokken en lang over gediscussieerd, en uiteindelijk kunnen wij allen tevreden zijn met wat hier vandaag voorligt.

Ik wil het eerst even hebben over de graduaatsopleidingen, want het gaat vandaag niet alleen over de lerarenopleiding maar ook over de graduaatsopleiding. Voor onze fractie is het een mooie zaak dat er nu drie toegangspoorten zijn tot het hoger onderwijs. Zoals collega De Potter daarnet al zei, krijgen de studenten ook toegang tot studentenvoorzieningen en hebben ze recht op een studietoelage. Met andere woorden, hbo5 zal zorgen voor meer sociale mobiliteit. Dat is voor onze liberale fractie ontzettend belangrijk. Hbo5 zal niet alleen de voortzetting zijn van zeer praktijkgericht onderwijs, het zal ook onderhevig zijn aan de kwaliteitszorg en de kwaliteitsbewaking van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Dat biedt toch een en ander aan garanties.

Een derde van de studieomvang is werkplekleren, en ook dat is een goede zaak. Het gaat over studenten die sterker in de praktijk willen staan dan vaak al het geval is of die op zoek zijn om zich sterker te kunnen verankeren in de arbeidsmarkt. Dit is voor hen dus een belangrijk decreet. Minister, ik wil u ook danken voor het budget dat meegekomen is voor de sociale voorzieningen en bijkomende studietoelagen. Zo voegen wij meteen de daad bij het woord. Wij zullen het mogelijk maken om van hbo5 in de toekomst een succesverhaal te maken.

Zijn er vanuit de hogescholen vragen geweest voor meer steun? Jazeker, dat is evident. Er komen heel wat studenten op af. Bepaalde hogescholen zien een zodanige studententoename dat er nieuwe infrastructuur bij moet komen. Dat alles heeft een prijs, maar de hogescholen kunnen rekenen op ons engagement om daar de komende jaren hard voor te ijveren.

Wat de lerarenopleiding betreft, komt er op niveau 5 een aangepast traject voor de praktijkleerkrachten. Ik denk dat dit een zeer goede zaak is, want ze staan op dit ogenblik niet in een rijtje aan te schuiven. Er is een lerarentekort voor bepaalde vakken en in bepaalde regio’s. De praktijkleerkrachten horen daar ook bij.

De educatieve bacheloropleidingen op niveau 6 worden inhoudelijk versterkt. Ik durf te stellen dat die modernisering nodig is. Dat zijn precies de opleidingen voor het kleuteronderwijs, het lager onderwijs en het lager middelbaar onderwijs. Daar moeten heel wat zaken worden aangekaart. Het gaat om de vakkennis die degelijk moet zijn, om de vakdidactische kennis, wat de wijze is om het vak te brengen, en om de pedagogische vaardigheden, want klasmanagement is zeer belangrijk om als leraar overeind te blijven voor een klas en gemotiveerd te kunnen blijven werken. Wie zich in het klasmanagement niet gesterkt voelt en veel te lijden heeft onder de praktijkkloof, zal het onderwijs te snel verlaten. We hopen dit probleem met de versterking van de lerarenopleiding in de toekomst beter te kunnen indijken.

Op niveau 7 verandert ook heel wat. Voor zij die niet thuis zijn in de technische onderwijsterminologie, wil ik voor alle duidelijkheid vermelden dat we de inschaling in het hoger onderwijs hebben op niveau 5, dat is hbo5, op niveau 6, dat zijn de professionele bachelors, en op niveau 7, dat is de universitaire lerarenopleiding.

Daar is zeker werk aan de winkel, want te weinig universiteitsstudenten kiezen voor de lerarenopleiding. Er zijn in het verleden wel degelijk al goede stappen gezet om die opleiding inhoudelijk vorm te geven. Het moet een solide opleiding zijn die er niet in bestaat snel even een cursus pedagogie en een paar uren stage aan te bieden. Er moet meer worden ingezet op vakdidactiek en op verschillende zaken die bij de lerarenopleiding komen kijken. Ook dat verheugt ons.

Mevrouw Soens, u hebt daarnet verwezen naar de bezorgdheden die er met betrekking tot de domeinmasters kunnen zijn. Ik denk dat we niet in een glazen bol kunnen kijken. Ik deel uw bezorgdheid. Ik heb destijds in de commissie gezegd dat het mogelijk is dat heel wat studenten toch liever zullen kiezen voor de domeinmaster en vervolgens voor een verkort lerarenopleidingstraject. Enkel de toekomst zal het uitwijzen.

Wat de educatieve master betreft, denk ik dat de universiteiten ondertussen hevig aan het curriculum per jaar schrijven. Ze maken al werk van een onderdeel lerarenopleiding in de bachelor. Vervolgens komt een een- of tweejarige master. We zijn het er allemaal over eens dat dit geen gemakkelijke oefening is. Een groot studiepakket moet in de educatieve master indalen. Het is de moeite waarde het te proberen en na te gaan of daadwerkelijk meer studenten voor de lerarenopleiding zullen kiezen. Indien binnen tien jaar zou blijken dat bitter weinig studenten voor de educatieve master kiezen en dat ze allemaal voor een domeinmaster gevolgd door een verkort traject kiezen, neem ik aan dat we niet koppig zullen zijn en dat zullen bijsturen. Het lijkt ons echter het proberen waard. Soms moeten we, in plaats van lang te blijven praten, beslissingen nemen en zaken uitproberen om te zien of ze succes oogsten. Ik maak liever deel uit van een meerderheid die dat probeert dan van een meerderheid die het tot de volgende legislatuur uitstelt. Als ik de universiteiten goed heb begrepen, willen ze hier werk van maken. Ze willen ook werk maken van vakdidactiek, wat een belangrijke zaak is.

Ik wil het hier ook specifiek hebben over de educatieve master in de kunsten. De verschillende instellingen hebben onderling een discussie gevoerd over welk soort lerarenopleiding het zou moeten worden. Voor onze fractie is het ontzettend belangrijk dat elke instelling vrij kan kiezen een domeinmaster gevolgd door een lerarenopleiding of een geïntegreerde educatieve master aan te bieden.

Omdat dit nog veel te weinig geweten is, wil ik nog eens onderstrepen dat onze schools of arts pareltjes zijn. We leveren topkwaliteit af. Ik vind dat we hier naar aanleiding van de bespreking van dit ontwerp van decreet ook wat aandacht voor mogen hebben.

Er zijn discussies geweest in het veld over de lerarenopleiding in de kunsten. En die discussies waren belangrijk om aan de oppervlakte te brengen hoe hard er wordt gewerkt in die domeinmasters in de kunsten. Onze studenten in de kunsten komen van overal. En dat heeft een reden. Waarom is de Academie van Antwerpen zo internationaal? Omdat de afgestudeerde studenten, de alumni van de Academie van Antwerpen, wereldwijd bekend zijn. Daarom. Ik denk dat we daarom ook respect moeten hebben voor wat die instellingen allemaal bewerkstelligen. Of het nu gaat over muziek, beeldende kunst, dans of mode: het zijn fantastische instellingen die heel degelijk werk leveren. Dus die masters, die domeinmasters, moeten absoluut overeind blijven. Ik ben ook zeer tevreden, minister, – en ik wil u daarvoor van harte bedanken – dat zij in de toekomst die middelen zullen kunnen behouden om dat degelijke werk af te leveren waarvoor ze wereldfaam genieten. Dat wilde ik nog even onderstrepen.

Wat voor ons ook belangrijk is, is dat de lerarenopleidingen aan hogescholen en universiteiten ook een rol zullen krijgen in de navorming en professionalisering van leerkrachten. Het is ontzettend belangrijk dat er een kruisbestuiving komt, een permanente wisselwerking, tussen de lerarenopleiders en de mensen die in het veld staan. Dat is belangrijk voor de lerarenopleidingen, om up-to-date te blijven, om te weten wat er allemaal leeft in dat werkveld en om daarop te kunnen inspelen. En het is eveneens belangrijk voor leerkrachten – dat moet veel meer gebeuren dan vandaag het geval is –,  om op de hoogte te blijven van alle nieuwe ontwikkelingen in het onderwijsdomein, in het onderzoek van het onderwijs.

Ik wil nog een aantal zaken onderstrepen die voor onze fractie zeer belangrijk zijn. Ik wil het met name hebben over de competenties van de startende leerkrachten. Het is niet alleen belangrijk om een goede leraar te zijn, om het te kunnen uitleggen en om een goed klasklimaat te kunnen creëren. Dat is uiteraard een conditio sine qua non. Maar voor onze fractie is ook de vakkennis essentieel. Soms wordt er al eens gezegd: vakkennis is wel belangrijk, maar je kunt je wel bijscholen, je kunt veel opzoeken en dergelijke. Dat is misschien allemaal waar in theorie. Maar de praktijk is dat, als je eenmaal voor de klas staat en je wekelijks al je lesuren moet geven aan grote groepen leerlingen, je nog weinig tijd, energie en moed rest om daarnaast nog grote pakketten vakkennis te verwerven. Daarom is het essentieel dat die startende leerkracht ook een goede vakkennis heeft.

En ik weet waarover ik het heb, collega's, want ik heb kunnen genieten van de ingewikkelde Vlaamse regelgeving als startende leerkracht. Met mijn diploma klassieke filologie had ik ook het voldoende geacht bekwaamheidsbewijs om Frans te geven. Nu, het toeval wil dat ik zeer welbespraakt was in het Frans. (Opmerkingen van minister Hilde Crevits)

In het Nederlands valt dat ook redelijk goed mee, denk ik. (Gelach)

Maar in het Frans was ik zeer welbespraakt en ik had ook al behoorlijk wat gelezen, minister. Nu, ik had nog nooit vakdidactiek gehad in het Frans. Mijn eerste plan was dan ook om, terwijl ik Frans en Latijn gaf, mij verder bij te scholen in dat Frans. Nu, ik kan u zeggen dat het geen makkelijke onderneming is om alles te combineren en dan nog de moed erin te houden om dagelijks voor de klas te staan. Het is doenbaar, hoor, om je bij te scholen. Maar eigenlijk kunnen we onze leerkrachten het meeste plezier doen door hun die meest complete vorming te geven alvorens ze voor de klas gaan staan.

Daarom hebben wij het belang onderstreept van de verschillende facetten van deze lerarenopleiding. Je kunt wel even gaan depanneren voor een vak dat niet meteen het jouwe is, maar het is toch wel iets anders dan het vak te geven waarin je jarenlang ondergedompeld bent geweest en waarvoor je ook de nodige vakdidactiek gekregen hebt. Dat lijkt mij de essentie.

Vandaar ook dat er in dit ontwerp van decreet gesproken wordt over het verband tussen de gevolgde vakdidactiek in de lerarenopleiding en het vereiste bekwaamheidsbewijs. Het is namelijk iets anders de vakdidactiek te hebben gevolgd voor Frans voor de eerste graad op het niveau van de professionele bachelor en dan te moeten lesgeven in de derde graad, waar je de leerlingen essays moet leren schrijven en Victor Hugo analyseren. Dat is andere koek dan het regeltje van de ‘passé composé’ leren. Ik kan u daarover getuigen, beste collega's.

Vandaar het belang van die competenties voor de startende leerkracht en het verband tussen vakdidactiek en het vereiste bekwaamheidsbewijs.

Nog een belangrijk punt voor Open Vld was een stage te kunnen volgen als student lerarenopleiding in een reële school en klascontext. Ook dat klinkt voor de niet-onderwijsspecialisten een beetje technisch en misschien een beetje droog. Waarover gaat het eigenlijk?

U bent afkomstig van een lyrisch Vlaams dorp waar het elke ochtend peis en vree is en waar de leerlingen thuis allemaal Nederlands spreken. U gaat studeren, u volgt een lerarenopleiding. Vervolgens wilt u in dat dorpje in de Kempen lesgeven, maar o wee daar is geen plek voor u, en u komt terecht in het bruisende Antwerpen bijvoorbeeld. Daar zien de klassen er natuurlijk enigszins anders uit dan in, ik zeg maar iets, Grobbendonk. Het lijkt ons belangrijk dat u als startende leerkracht kennis hebt gemaakt met de diverse contexten van de klassen in Antwerpen, Brussel of Gent. Daar spreken de leerlingen thuis geen Nederlands, komen ze misschien uit een gezin in kansarmoede, komen ze misschien uit een totaal andere culturele en etnische en religieuze achtergrond en brengen ze die achtergrond mee naar school met de problemen, discussies en uitdagingen die daarbij horen.

De leerkrachten die deze discussies en problemen met de leerlingen niet hadden zien aankomen, haken binnen de vijf jaar af. Dat verklaart de uitval van jonge leerkrachten, van jonge starters; niet alleen dat, er zijn nog aspecten waarover we het vandaag nu niet zullen hebben, wel wanneer het loopbaanpact wordt afgesloten. Dat is nog iets waar we naar uitkijken, minister, maar daar zal ik het nu niet over hebben. Volgens mij is het ontzettend belangrijk dat de leerkrachten met diversiteit weten om te gaan.

Al toen ik hier de eerste keer mocht spreken, heb ik aan de toenmalige minister van Onderwijs aandacht gevraagd voor het thema Nederlands aan anderstaligen; niet alleen de les Nederlands, maar simpelweg lesgeven, om het even welk vak, in de lagere school, in de kleuterschool, ook in het middelbaar, aan leerlingen die niet zo sterk zijn in de Nederlandse taal. Dat vergt een totaal andere didactische aanpak dan lesgeven aan kinderen die zeer taalvaardig zijn in het Nederlands.

Eindelijk – ik ben daar zeer verheugd over, minister – hebben we nu een minister van Onderwijs die die vraag wel meegenomen heeft en daar wel naar geluisterd heeft. Met het versterken van onze leerkrachten op dat punt, het Nederlands voor niet-Nederlandstalige leerlingen, willen we hen wapenen om sterker voor de klas te staan in Brussel, maar ook in Oostende en Genk en heel veel andere Vlaamse steden en gemeenten. Mijn dank daarvoor, minister. Het was urgent en het komt er eindelijk van. Ik hoop dat de leerkrachten daardoor, in plaats van ontmoedigd te zijn door een zeer diverse klas, dat kunnen zien als een interessante intellectuele uitdaging, wat het ook is, want iedereen kan Nederlands leren. De leerkracht zelf kan daarvoor de tools krijgen.

Nog een punt waar ik even op wil terugkomen, is de vrijheid die men geeft aan de lerarenopleiding om bepaalde zaken in te vullen, namelijk die inhoudelijke versterking. Dat is een goede zaak, zo kan men contextgericht gaan werken. We hebben daar het ontwerp van decreet niet te strak verder ingevuld. Het is vanuit mijn fractie wel een vraag om dit goed op te volgen zodat de inhoudelijke hervorming van de lerarenopleiding, de basiscompetenties die de leraren moeten hebben, geen letter op papier blijft, minister, maar dat het daadwerkelijk in de praktijk bewaarheid wordt.

Lieve collega’s, jullie hebben allen goed geluisterd. Jullie zijn ontzettend brave leerlingen, dus zelfs met de lerarenopleiding die ik snelsnel heb gehad twintig jaar geleden, kon ik dat hier redelijk goed managen, met de hulp van onze voorzitter, Jan Peumans. Dank voor uw aandacht. Minister, met heel veel plezier keuren wij dit ontwerp van decreet deze middag goed. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, ik wil kort ons stemgedrag van straks motiveren. Minister, wij zullen ons onthouden. Ik denk dat we bijzonder ambitieus moeten zijn wat een nieuwe lerarenopleiding betreft. Ik ben het daarover eens. Niet alleen wat de kwaliteit en de inhoud van die lerarenopleiding betreft, maar ook wat de kwantiteit betreft, want we zullen massaal leerkrachten moeten aantrekken naar het onderwijs. In Brussel alleen al, zo konden we een paar dagen geleden lezen op BRUZZ, zijn er 140 vacatures die moeten worden ingevuld. Directies daar bellen en proberen leerkrachten uit Oostende te overtuigen door te zeggen dat twee uurtjes op de trein niet zoveel is, dat dat zeer snel voorbijgaat en dat ze al heel wat kunnen verbeteren. Er worden dus inderdaad mensen van overal in het land naar Brussel gehaald omdat men daar tegen een leerkrachtentekort aankijkt van 250 leerkrachten tegen 2020.

Ook voor Vlaanderen komt dat leerkrachtentekort eraan, dus dan zullen we inderdaad een aantrekkelijke opleiding moeten maken, die ervoor zorgt dat zijinstromers ook tot het onderwijs worden aangetrokken, dat er voldoende praktijkleerkrachten zijn, met andere woorden, dat naast de kwaliteit ook het laagdrempelige aanbod nog steeds blijft vooropstaan. We moeten een meer divers publiek aantrekken. Er zullen ook inhoudelijk wat aanpassingen moeten zijn, want lesgeven in de maatschappij van vandaag is helemaal anders dan tien of zelfs nog maar vijf jaar geleden. Het publiek is superdivers, de uitdagingen zijn groter, de gedragsproblemen nemen toe enzovoort. We hebben het daar veel over in dit halfrond.

Minister, wat de structuurhervorming die voorligt betreft, en de inhoudelijke versterking met een aantal amendementen, we willen toch nog zien of dat op het terrein daadwerkelijk het beoogde ambitieuze plan voor die lerarenopleiding zal teweegbrengen. Daarom zullen we ons voorzichtigheidshalve toch onthouden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik dank de leden voor de dynamische tussenkomsten, althans van de meesten. Ik ben eigenlijk bijzonder blij dat we dit ontwerp van decreet aan u allen ter goedkeuring kunnen voorleggen. Ik heb hier en daar wat kritische bemerkingen gehoord, maar ik zou toch twee hoofdlijnen willen meegeven. Het ontwerp van decreet betreffende de graduaatsopleidingen biedt een enorme opportuniteit. We hebben het hier al heel vaak gehad over de herwaardering die nodig is van het beroeps- en het technisch onderwijs. Wel, door die graduaatsopleidingen nu in te kantelen in het hoger onderwijs creëren we een volwaardige derde toegangspoort tot dat hoger onderwijs, en dat is iets waarmee we met zijn allen blij kunnen zijn, denk ik.

Mevrouw Soens had wat opmerkingen over de financiering van het hoger onderwijs en die graduaatsopleidingen. Mevrouw Soens, ik heb vorige week inderdaad de vakbonden bij mij gehad, ik heb ook al rectoren van universiteiten bij mij gehad, en men is langzaam maar zeker aan het vragen om toch die financiering globaal te herbekijken. Je hebt het dossier waarbij wordt gevraagd of er genoeg is, maar ook het dossier waarbij wordt gevraagd of de gewichten vandaag goed verdeeld zijn, en ook wat dat betreft, vraagt men om het gesprek te hebben en om die historische evenwichten die zijn gezocht en gevonden, mee in vraag te stellen. Samen met die graduaatsopleidingen voorzien wij echter ook in extra budgetten. U weet dat ze open-end zijn vanaf de start, dat er 2,5 miljoen euro is voor studentenvoorzieningen, 2,7 miljoen euro extra door die neutralisering van die historische aftopping, en we reserveren 8 miljoen euro extra om jongeren ook studietoelagen te geven. Dat zijn, in tijden waarin goed moet worden nagedacht over elke euro, toch mooie budgetten die erbij komen.

De lerarenopleiding dan. Ik heb het al een paar keer gezegd: we leven in tijden waarin mensen soms bang zijn dat door artificiële intelligentie jobs zullen verdwijnen. Als er echter één job is die niet zal verdwijnen, waar het lichaam niet zal worden vervangen door de computer, dan is het net die van leraar. Kennisopdracht kan immers wel via een computer, maar voor persoonlijkheidsvorming heb je mensen nodig, mensen die het leraarschap met liefde uitoefenen.

Collega's, dit onderdeel van het ontwerp van decreet was het moeilijkste. Er zijn moeilijke discussies geweest, maar het is wel de allereerste keer dat we ook decretaal vastleggen dat het curriculum om leraar te worden, bestaat uit vakinhoud, vakdidactiek, klasmanagement en praktijk. Het is heel belangrijk dat we dit vastleggen. Ik denk dat we er ook samen, na de moeilijke discussies die er zijn geweest, goed zijn uitgeraakt.

Ik geloof rotsvast in deze hervorming. Ik geloof ook dat het goed is dat we verder inhoudelijk vertrouwen hebben in onze universiteiten, in onze hogescholen om vast te leggen wat je precies leert. Dat is een traditie die we al heel veel jaren hebben en die we ook in de toekomst moeten vasthouden.

Tot slot zou ik elkeen willen bedanken die bij de totstandkoming van dit ontwerp van decreet heel constructief is geweest. Eerst en vooral mijn twee rotsen op het kabinet, Simon en Sofie, die broederlijk of zusterlijk naast elkaar zitten op de tribune – niet Statler en Waldorf, dat zou ik niet durven te zeggen – en die soms ook gezond kritisch waren. Zeer veel dank. Dank ook aan de mensen van de administratie voor alle ondersteuning die werd geboden. Dank ook aan alle parlementsleden en fractiemedewerkers met een speciale vermelding voor collega Brusseel. Collega Brusseel, we hebben het gemerkt dat u een lerarenopleiding hebt genoten. We genieten er soms van op donderdag. Al wie er ook eens een van wil genieten, gelieve naar onze commissie te komen. U komt er veel te weten over het liefdesleven van mevrouw Brusseel en over hoe ze op het pad van het leraarschap is gekomen. Maar ik heb ook vastgesteld, collega Brusseel, dat je grootste critici ook wel je fans kunnen worden als je luistert naar kritiek en probeert om oplossingen te zoeken. Bij deze dus ook mijn dank aan alle collega's, ook aan zij die zich onthouden, want we hebben ook geprobeerd om jullie zover te krijgen om het goed te keuren en ook geluisterd naar een aantal van jullie opmerkingen die we hebben meegenomen.

Ik geloof er ook in dat we over een paar jaar zullen zeggen dat het een goede historische hervorming was die het leraarschap in Vlaanderen ook sterker heeft gemaakt. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1508/3)

– De artikelen 1 tot en met 199 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.