U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 25 april 2018, 14.02u

Voorzitter
van Björn Anseeuw aan minister Jo Vandeurzen
314 (2017-2018)
De voorzitter

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, steeds meer jongeren blijken op de spoedafdeling terecht te komen als gevolg van druggebruik. Daarbij vallen twee zaken op. Een daarvan is dat de waaier aan middelen die worden gebruikt, steeds groter wordt. Daarnaast zijn de patiënten die op de spoedafdeling terechtkomen ook steeds jonger. Wat ons betreft, is de opname van een dergelijke jongere op een spoedafdeling een signaal dat we eigenlijk nooit voorbij mogen laten gaan of mogen missen.

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de negatieve spiraal van druggebruik en -misbruik zo snel mogelijk moet worden gestopt. Dat betekent dat we voor de jongeren die zogezegd één keer uit de bocht gaan en op de spoed belanden, ook moeten voorzien in de nodige hulp en herkadering. We moeten vroeg ingrijpen bij die jongeren bij wie het gebruik ogenschijnlijk nog niet problematisch is, dat is een cruciale vorm van preventie. Tegelijk zien we ook dat nog te veel jongeren die hulpverlening missen of worden gemist door die hulpverlening. Dat is op zich ook niet zo verwonderlijk want wanneer zij op een spoedafdeling terechtkomen, wordt de acute situatie daar gehanteerd en aangepakt. Er is op die spoedafdelingen echter zelden veel ruimte voor een verdere aanpak of zelfs een doorverwijzing omdat de werkdruk daar natuurlijk al vrij hoog ligt. Spoedafdelingen zijn een federale aangelegenheid, maar aan die bevoegdheidsverdeling hebben de mensen op het terrein weinig boodschap, ook al is die heel belangrijk.

Minister, hoe ziet u de preventieve aanpak van die jongeren, zowel wat primaire als wat secundaire preventie betreft?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben blij dat ik hier nog even het woord mag nemen.

Uiteraard denk ik dat wij allemaal de visie delen dat we zeker binnen onze bevoegdheid moeten inzetten op het voorkomen van verslavingsrisico’s en als het kan ook op het vroeg detecteren ervan en het interveniëren. We hebben het tijdens het actualiteitsdebat gehad over crisishulpverlening, maar hier geldt uiteraard hetzelfde. We proberen, met onze beeldvormingsacties Te gek!? en andere acties, ook online, dat aanbod te versterken.

Op een aantal terreinen zijn we effectief aan het kijken hoe we dat aanbod en ook het preventieaanbod vanuit de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) kunnen versterken, met ‘leven zonder filter’-campagne enzovoort.

Wat kun je nu doen als je vanuit een moment op de spoed aanklampend moet kunnen zijn? Dat is toch de kern van de vraag. We kennen een situatie waarin we toch al enige ervaring hebben. Dat is met suïcidepogers. Met de sector, met de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s) zijn er een aantal protocollen waarvan we vragen aan ziekenhuizen om die te onderschrijven: als ze dit meemaken op de spoed, dan gaan ze zo handelen om een opvolging te kunnen verzekeren. Niet alle spoedgevallendiensten doen mee, maar op dit moment zitten ze toch zo goed als allemaal in dat systeem.

We zouden kunnen nagaan, als het gaat over verslavingsrisico's, of soortgelijke afspraken mogelijk zijn. Nu moet ik met twee woorden spreken, want zoals je terecht zegt, is de Vlaamse Gemeenschap niet bevoegd voor de financiering, laat staan voor de werking van de spoedgevallen. Ik heb gevraagd aan onze mensen om naar aanleiding van wat in de media stond, uit te zoeken of we in de ontwikkeling van circuits kinderen en jongeren, die nu gevormd zijn in de psychiatrische zorg onder impuls van federaal minister De Block, het gesprek kunnen voeren met de algemene ziekenhuizen.

Zijn er situaties denkbaar waarvan we kunnen zeggen: als je iets meemaakt op de spoed waarvan je echt denkt dat dit moet kunnen worden opgevolgd met alle beroepsgeheimen en privacy, dat is niet zo'n simpel verhaal? Ik zal vragen om na te gaan of daar zoiets denkbaar is en wat daar de modaliteiten van zouden kunnen zijn – dit om het moment op de spoed aan te grijpen om daarop in te gaan.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, het antwoord is inderdaad dat er op de spoedafdeling aanklampend kan worden gewerkt, dat daar ruimte voor wordt gemaakt. De bevoegdheidsverdeling is wat ze is. Ik wil u dan ook oproepen – u zei zelf dat u bereid bent om daar een voortrekkersrol in te spelen in Vlaanderen – om dat mogelijk te maken. U hebt aangegeven dat dat een mogelijkheid is om analoog te werken aan de aanklampende werking rond suïcidepogingen. Wat is daarvoor nodig? Binnen welk tijdsbestek zou een en ander mogelijk zijn om daar werk van te maken?

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Spoedartsen zelf maken zich vooral zorgen over het feit dat kinderen of jongeren niet altijd durven te vertellen wat ze hebben genomen. Om een gesprek op gang te brengen en te kunnen helpen, zouden ze het vertrouwen van de jongeren moeten kunnen krijgen. Ze zien daar een paar drempels. Op dat vlak is het misschien ook belangrijk om handvatten te kunnen meegeven aan hulpverleners, maar evengoed te wijzen op de manieren waarop jongeren kunnen worden gerustgesteld. Ze zijn bang dat dat in allerlei dossiers terechtkomt, dat de ouders dat dan misschien ook weten. Artsen merken dat dat toch een drempel vormt.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, er zijn al regio's waar de aansluiting tussen de spoed en de capaciteit vroegdetectie en -interventie die we financieren, beter wordt gemaakt. Ik kan helaas niet zeggen in welk tijdschema dat realiseerbaar is. Ik denk niet dat we onze ervaring inzake suïciderisico's zomaar kunnen overzetten naar dit soort problematiek, omdat dit wat breder gaat, en omdat het ook niet altijd duidelijk is waarover het concreet gaat. Als we dat gesprek tussen onze zorgcircuits, kinderen en jongeren, psychiatrie en de spoedgevallendiensten zouden kunnen faciliteren, kunnen we uitzoeken wat er kan. Als er op een bepaald moment bereidheid is, moet er misschien worden gezegd dat dat in een protocol, dat moet worden ontwikkeld, kan worden omgezet.

Ik vind het de moeite om dat te bekijken. Daarin – neem ik aan – zal het issue zitten dat als je als arts bepaalde vermoedens hebt, die daarom niet zo vanzelfsprekend bespreekbaar kunnen worden gemaakt. Als dat een issue is op de spoedgevallendienst, dan moeten we dat meenemen.

Nogmaals, ik spreek met twee woorden, want we zijn daar niet zo echt voor bevoegd. In de aansluiting op de zorgcircuits, waarin we zelf ook mee investeren, en de functies van vroegdetectie en -interventie, hebben we wel aanknopingspunten.

Ik stel voor dat we kijken of de netwerken het gesprek met de spoedgevallendiensten kunnen aangaan, en dat we proberen te zien wat de ervaringen zijn om na te gaan of we dat eventueel, al was het maar om een protocol te maken, projectmatig kunnen onderbouwen.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, ik ontwaar veel goede wil in uw antwoord. Ik begrijp dat u met twee woorden spreekt als het gaat over de bevoegdheidsverdeling. Ik wil u oproepen om daar een voortrekkersrol in te spelen. Als we de problematiek van druggebruik en -misbruik willen aanpakken, moeten we inzetten op preventie, wat in hoofdzaak een Vlaamse aangelegenheid is. Dat moet naadloos kunnen aansluiten op de behandeling en de repressie, die uiteindelijk weer moet toeleiden naar die behandeling. Het is belangrijk om daar een voorstrekkersrol in te spelen, voor onze jongeren maar ook voor de mensen die werken op de spoedafdelingen. Zij moeten voldoende middelen en methoden krijgen om daar op een goede manier mee om te gaan.

Er is veel werk aan de winkel. Zoals u zelf aangeeft, wordt het probleem alleen maar complexer en groter. Ik hoop dat het overleg tussen de verschillende actoren snel op gang kan komen.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Regeling van de werkzaamheden
van Joris Poschet aan minister Philippe Muyters
315 (2017-2018)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.