U bent hier

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, het ontwerp van decreet dat hier voorligt, zal een cruciale rol spelen in de haalbaarheid van de richting die we vandaag met ons onderwijs zijn ingeslagen. Het is onze verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat elk kind de kans krijgt om maximaal te leren en tot ontwikkeling te komen.

Vele jaren geleden hebben we verschillende pistes uitgebouwd om leerkrachten daarin te ondersteunen. Het oprichten van het buitengewoon onderwijs was een dergelijke piste, maar dus ook de opstart van de leerlingenbegeleiding. We kenden de psycho-medisch-sociale centra (PMS-centra) en het medisch toezicht (MST), die uiteindelijk zijn samengevloeid in het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) dat we vandaag kennen.

De CLB-audit en -review zijn kort geleden opgeleverd en de N-VA vond de uitvoering daarvan heel belangrijk. De audit en review tonen aan dat in de loop van de voorbije jaren een onduidelijkheid was ontstaan over de rol, de taakverdeling en de verantwoordelijkheid van deze CLB’s, en over de vraag of dit allemaal netgebonden moest gebeuren of beter netoverschrijdend.

Het is dan ook een van de verdiensten van dit ontwerp van decreet dat de rollen en opdrachten van de school, het CLB en de pedagogische begeleidingsdienst duidelijker worden uitgetekend. Elk van hen is een partner van de leerkracht en de school om ervoor te zorgen dat zij in staat zijn om het basisaanbod te kunnen bieden dat voldoende hoge eisen stelt, maar het ook mogelijk maakt om te differentiëren in functie van de individuele leerling. Elk van de partners heeft daarbij de verantwoordelijkheid om te oordelen of dit kan binnen het gewoon onderwijs of beter binnen het buitengewoon onderwijs.

De rol van het CLB in deze samenwerking situeert zich op vier terreinen: als aanbieder van preventieve gezondheidszorg, als draaischijf tussen welzijn en onderwijs, als medevormgever aan de keuzes die leerlingen maken in verband met hun onderwijsloopbaan, en als hulp voor leerlingen die moeilijkheden ondervinden in het onderwijsgebeuren.

Voortgaand op dit laatste is het heel belangrijk dat het CLB zich goed bewust is van zijn rol. Artikel 5 laat daar geen enkele twijfel over bestaan.

Ter versterking van de basiszorg heeft het CLB een signaalfunctie. Ter versterking van de verhoogde zorg heeft het CLB een consultatieve functie, en in de fase van de uitgebreide zorg bepaalt het CLB via handelingsgericht werken waar actie nodig is om de hulpvraag te beantwoorden. Hij of zij moet op dat moment durven om op basis van deskundigheid en de doorlopen stappen binnen het zorgcontinuüm waar ze steeds zijdelings bij betrokken zijn geweest, snel knopen door te hakken in functie van doorverwijzing voor ondersteuning vanuit de ondersteuningsnetwerken, of het instappen in het buitengewoon onderwijs. Dit proces mag op dat moment niet meer nodeloos lang aanslepen. De CLB-medewerker krijgt in het kader van dit ontwerp van decreet hiervoor duidelijke handvatten en mag zijn verantwoordelijkheid hierin niet wegschuiven achter nodeloze administratie.

Een tweede belangrijk aspect voor onze partij is dat in dit ontwerp van decreet duidelijk wordt gesteld dat het CLB de draaischijf is tussen Welzijn en Onderwijs. In het jaarverslag van het CLB dat zopas is verschenen, merken we daar ongerustheid over om de volgende reden. Nadat een leerling wordt aangemeld bij Welzijn, begint vaak een lange periode waarin de leerling moet wachten om te worden opgenomen tot de opstart van de jeugdhulp. We lezen in het jaarverslag dat de gemiddelde wachttijd op hulp in 2016 240 dagen bedroeg of zo’n 8 maanden. Daarbij zien we een onderscheid tussen voorzieningen aangestuurd door het Vlaamse Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) waar de wachttijd voor een verblijf van minderjarigen met een handicap gemiddeld 277 dagen telt, en een voorziening Jongerenwelzijn, bijvoorbeeld een verblijf in een pleeggezin, waar de wachttijd gemiddeld 198 dagen duurt of meer dan 6 maanden. Een leerling wacht gemiddeld 261 dagen op een begeleiding bij een dienst Jongerenwelzijn en 196 dagen op een verblijf bij een dienst Jongerenwelzijn.

Ondertussen blijven die leerlingen gewoon verder naar school gaan. Dat maakt de situatie op de school er niet eenvoudiger op. Veel actoren verwachten op dat moment dat het CLB zijn verantwoordelijkheid en zijn rol opneemt.

Het CLB beschikt over een aantal mogelijkheden, gaande van het bieden van een gesprek tot het opstarten van een handelingsgericht diagnostisch traject of een kortdurende begeleiding. Het doel van die kortdurende begeleiding is niet de wachttijd op te vullen, maar in te gaan op de noden die de leerling op dat moment heeft, met de bedoeling die leerling verder te helpen. Dat mag dus niet in afwachting worden gebruikt om toegang te hebben tot de jeugdhulp. Op dit moment wordt dat wel zo georganiseerd. Het CLB is vragende partij om te bekijken welke actor op het moment van de wachtperiode het best geplaatst is om hulp te verlenen.

In het voorliggende ontwerp van decreet staat in artikel 13 duidelijk aangegeven dat de Vlaamse Regering de verdere operationalisering van de kernactiviteit draaischijffunctie kan bepalen. Minister, wij vragen met aandrang om in het kader van de draaischijffunctie tussen Onderwijs en Welzijn snel duidelijke afspraken te maken met uw CD&V-collega, minister van Welzijn Vandeurzen. Ofwel neemt Welzijn bij doorverwijzing de begeleiding meteen op zich in afwachting van plaatsing, ofwel doet het CLB dit en is de vraag of vanuit Welzijn eventueel de nodige omkadering of middelen kunnen worden vrijgemaakt. Hierin moeten we partners zijn, of nog betere partners worden.

Een derde aspect waar we als partij in dit ontwerp van decreet zeer blij om zijn, is de netoverstijgende samenwerking die verder zal worden uitgebouwd via netoverstijgende regionale ondersteuningscellen (NROC’s). De netoverstijgende samenwerking is binnen de werking van de leerlingenbegeleiding niet nieuw: er zijn al tal van mooie voorbeelden waar netoverstijgend wordt samengewerkt tussen centrum en school.

We kennen de internettensamenwerkingscel van waaruit de vier onderwijsverstrekkers samenwerken om gemeenschappelijke standpunten in te nemen of netoverstijgende projecten uit te rollen en aan te sturen. Een paar mooie voorbeelden van netoverstijgende samenwerkingen zijn het onlineplatform CLBch@t en de Onderwijskiezer.

Bij de vorming van de netoverstijgende regionale ondersteuningscellen vinden we het wel belangrijk te benadrukken dat de huidige samenwerkingen kunnen blijven bestaan indien ze nu reeds aan die rationalisatienorm van 35.000 gewogen leerlingen voldoen. Ze hebben dan de keuze om zich nog meer regionaal te versterken of zo te blijven zoals ze zijn georganiseerd. Dat zal worden besproken met de nodige actoren. Het is echter wel belangrijk te beseffen dat wat bestaat en goed is, in dezen ook kan voortbestaan. Bij een eventuele verdere uitbreiding denken wij dat het heel belangrijk is om steeds het doel voor ogen te houden, namelijk die dienstverlening voor die leerling of voor die ouder. We denken dat daarbij aandacht moet worden gegeven aan het gegeven dat bijvoorbeeld de naschoolse uren die nu zullen worden ingevoerd, worden georganiseerd binnen die regionale samenwerking. Ook de mogelijkheden en beperkingen van dossierbeheer spelen daarbij dus een rol.

We hebben het daarstraks gehad over het digitale leerlingendossier. Dat kan in dezen natuurlijk ook mogelijkheden geven: ook de diverse CLB’s binnen het netwerk kunnen gemakkelijker in het dossierbeheer werken.

Collega’s, onze partij, de N-VA, is tevreden omdat dit ontwerp van themadecreet de verschillende rollen en actoren definieert. Het was immers broodnodig om de taken van het CLB over de verschillende centra en netten heen te harmoniseren en te stroomlijnen. Er zullen in de toekomst minder medische consulten plaatsvinden, dat is waar, maar de ouders zullen er nauwer bij worden betrokken, en dat is ook belangrijk. De openingstijden en -uren zullen worden uitgebreid en ook de opdrachten van de school en de pedagogische begeleiding inzake leerlingenbegeleiding worden duidelijker omschreven. Toch ook hier, minister, een herinnering aan uw engagement om de invulling hiervan door de pedagogische begeleidingsdiensten nauwgezet te volgen en te evalueren. Tot slot geven we de CLB’s, gespreid over vijf jaar, een uitbreiding van personeel, zodat ze hun rol met nog meer verve op zich kunnen nemen en kunnen uitvoeren. We hopen dan uiteraard vanuit alle hoeken van deze plenaire vergadering dat u allen uw goedkeuring geeft aan dit ontwerp van decreet. (Applaus bij de meerderheid)

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Voorzitter, namens onze fractie wil ik een paar inhoudelijke punten maken, maar allereerst wil ik toch wel de waardering uitdrukken die ik ook in de commissie heb uitgedrukt voor het werk van de mensen van de CLB’s. Al te vaak, en tot mijn scha en schande moet ik dat ook nog vaak in dit huis meemaken, leidt casuïstiek ertoe dat er nogal schamper wordt gedaan over het werk binnen de centra. Ik denk dat nogal wat collega’s kunnen getuigen dat die mensen niet alleen hun werk zeer grondig doen, maar vaak in zeer moeilijke omstandigheden dit werk met een ongelooflijke toewijding doen.

Dit decreet zal op een aantal punten ingrijpen. Collega Krekels heeft er ook al naar verwezen. Het staat ook in het verslag. Er zijn voor ons een aantal belangrijke pijnpunten of uitdagingen waaraan nu beter kan worden gewerkt.

Een, er komt een verduidelijking van het ambts- en beroepsgeheim. Dat is niet onbelangrijk als je de werking van de CLB’s kent, en de uitdagingen waarmee ze vaak worden geconfronteerd.

Twee, huisonderwijs zal nauwgezetter door hen worden opgevolgd. Mijn fractie is al regelmatig tussengekomen over onze bezorgdheid over een aantal aspecten van het huisonderwijs. Dat dat beter wordt opgevolgd, ook trouwens door de inspectie, is een belangrijk punt.

Drie, het unieke dossier van bij de eerste inschrijving zal de informatiedoorstroming bevorderen. Daar is daarstraks ook al over tussengekomen bij de actuele vragen. Dat zal daadwerkelijk ook meer recht doen aan het werk dat vele mensen besteden aan het aanleggen van een dossier, aan een goede aanpak.

Vier, en niet onbelangrijk, ik herinner me de eerste zitting van dit parlement. Bij de bespreking van de regeringsverklaring werden er vanuit de oppositie, terecht, bezorgd vragen gesteld over de SES-middelen (socio-economische status) in het gewoon onderwijs. Ik hoop dat de oppositie in haar tussenkomsten vandaag zal erkennen dat er in dit ontwerp van decreet een belangrijke stap is gezet, niet door SES weg te nemen, want voor CLB’s bestond dat niet binnen de financiering, maar door voor het eerst met SES rekening te houden, en wel voor 35 procent van die financiering. Ik hoop dat zij die het de afgelopen drieënhalf, vier jaren regelmatig hebben gehad over het hardvochtige beleid – quod non – van de Vlaamse Regering, hier toch ook zullen erkennen dat dit een belangrijke stap is.

Ik hoop namens onze fractie dat die extra middelen ertoe zullen leiden dat in de vaak stedelijke of randstedelijke gebieden met nogal wat uitdagingen extra mensen zullen worden aangeworven die ook andere profielen en achtergronden hebben om de uitdagingen waarmee CLB’s en scholen anno 2018 worden geconfronteerd, beter aan te pakken. Op kruissnelheid zullen de aan dit decreet gekoppelde middelen met 8,6 miljoen euro toenemen.

Tot slot is er nog een laatste punt dat voor ons niet onbelangrijk is. We komen daar op veel terreinen op terug. Voor ons is de netoverschrijdende samenwerking, waar net al naar is verwezen, een belangrijke stap. Het zal echter niemand verbazen dat dit voor onze fractie een tussenstap is. Het is een belangrijke stap, maar het is een tussenstap. Voor ons moet het uiteindelijk doel erin bestaan een centrum per regio te krijgen dat in alle onafhankelijkheid van netten en scholen kan werken. Dan zullen er geen steden of gebieden zijn waar drie of vier CLB’s actief zijn. Dat is voor ons de toekomst, en nu wordt met de bevordering van de netoverschrijdende samenwerking een belangrijke tussenstap genomen om dit mogelijk te maken.

Met de oplossing van een aantal knelpunten, het toekennen van extra middelen op basis van de SES-criteria is dit voor mijn partij een belangrijke stap. We zullen dit ontwerp van decreet straks met veel plezier goedkeuren.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen (CD&V)

Voorzitter, ook mijn fractie staat zeer positief ten aanzien van dit ontwerp van decreet. Het heeft vijftien jaar geduurd eer dit ontwerp van decreet in het Vlaams Parlement ter bespreking en goedkeuring werd voorgelegd.

Het is positief dat met betrekking tot de leerlingenbegeleiding vanaf vandaag decretaal niet enkel en alleen naar de CLB’s wordt gekeken, maar dat ook alle andere partners een duidelijke rol inzake leerlingenbegeleiding krijgen. Dat is een belangrijke stap vooruit. We hebben gemerkt dat in het decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding zelf is opgenomen dat de scholen inzake leerlingenbegeleiding een opdracht en verantwoordelijkheid hebben, maar dat dit decretaal niet van toepassing was in de decreten op hun eigen niveau. Dit krijgt nu een andere toepassing.

Het is positief dat de leerling in dit ontwerp van decreet centraal staat en op een integrale, holistische wijze wordt benaderd. Zo kunnen alle ontwikkelingsdomeinen in beeld worden gebracht en kunnen de leerlingen de begeleiding en de ondersteuning krijgen die voor hen noodzakelijk is. In dit ontwerp van decreet staat een duidelijke taakverdeling tussen de verschillende partners die zijn betrokken bij de leerlingen die begeleiding nodig hebben. De decretale verankering van het zorgcontinuüm vinden we een grote stap vooruit.

Het is uiteraard positief dat het subsidiariteitsprincipe in dit ontwerp van decreet wordt gehanteerd. Er wordt duidelijk gesteld dat de ouders en de school de eerste verantwoordelijken zijn om leerlingen te begeleiden en dat de CLB’s en de pedagogische begeleidingsdiensten een ondersteunende rol hebben. Het is voor ons zeer cruciaal dat het voeren van een beleid in de scholen inzake zorg en de begeleiding van leerlingen in dit ontwerp van decreet is opgenomen als een verkenningsvoorwaarde voor de toekomst. Dit zal scholen ertoe aanzetten in de toekomst veel inspanningen te leveren om leerlingen op een goede wijze te begeleiden. Dit betekent niet dat dit vandaag in veel scholen niet gebeurt, maar de decretale verankering is toch een duidelijk signaal aan de scholen dat het echt belangrijk is hier werk van te maken.

De multidisciplinaire werking van de CLB’s wordt in het ontwerp van decreet behouden. Dit is zeer positief, omdat dit altijd de kracht van de centra is geweest. Het is een bijzondere meerwaarde die de CLB’s in hun werking ten aanzien van de scholen kunnen creëren.

De stap die wordt gezet in de multidisciplinaire werking van de CLB’s om de medische discipline meer ruimte te bieden om deel uit te maken van de multidisciplinaire aanpak, is ook een bijzondere stap vooruit. Dat was aanvankelijk de bedoeling van het CLB-decreet maar vanwege de workload van de medische discipline en de grote aandacht van deze discipline voor de consulten die moeten worden uitgevoerd, is de vermindering van de consulten in de toekomstige werking een stap vooruit omdat er op die manier meer ruimte is om deel uit te maken van de integrale aanpak, van de holistische benadering, en omdat de discipline daardoor voluit een rol kan spelen in de multidisciplinaire werking.

Een laatste positief element is de keuze om de CLB’s zeer schoolnabij te laten werken, maar ook onafhankelijk. Het is belangrijk dat we dit in de toekomst ook opvolgen.

Naast al deze zeer positieve elementen, wil ik ook twee aandachtspunten en werkpunten voor de toekomst formuleren.

Het eerste belangrijke punt is de verankering van de pedagogische begeleidingsdiensten in het decreet Leerlingenbegeleiding. We hebben alle partners mee opgenomen in dit ontwerp van decreet, maar ook de pedagogische begeleidingsdiensten hebben een belangrijke ondersteunende rol voor scholen en ook inzake leerlingenbegeleiding. We hebben dat kunnen vaststellen uit het verslag van de CLB’s. Bijvoorbeeld het aantal leerlingen met gedragsproblemen neemt toe. Het ondersteunen van de scholen bij het voeren van een beleid met betrekking tot deze problematiek en in de aanpak ervan is een uitdaging voor de pedagogische begeleidingsdiensten. Daarvoor moeten zij in de toekomst een verankering krijgen in dit decreet Leerlingenbegeleiding.

Een tweede aandachtspunt voor de toekomst is de samenwerking met het welzijnsveld. Waar de CLB’s tijdens de vorige legislatuur een belangrijke opdracht kregen in het decreet Integrale Jeugdhulp, worden in dit ontwerp van decreet ook stappen vooruitgezet door de zeer specifieke aanpak die in het vroegere decreet was ingeschreven te verlaten. Met deze verruiming riskeren we echter om de CLB’s in een situatie te brengen waarin de vraag naar begeleiding voor hen veel groter is dan het aanbod dat ze kunnen realiseren, en waarbij ze mogelijk op vrij korte termijn in een situatie kunnen terechtkomen waarbij we vanuit het beleid duidelijk prioriteiten moeten aangeven waaraan zij in eerste instantie de aandacht moeten besteden en wat in tweede instantie in de aanpak van de leerlingenbegeleiding naar voren moet komen indien blijkt dat er onvoldoende aanbod aan leerlingenbegeleiding kan worden gerealiseerd. Ik heb dit al in de commissie gezegd, en ik wil het ook vandaag in de plenaire vergadering opnieuw als aandachtspunt voor de volgende maanden meegeven.

In het algemeen denk ik dat we na vijftien jaar van vragen en discussie een belangrijke stap vooruitzetten voor de leerlingenbegeleiding in Vlaanderen. Mijn fractie zal dit ontwerp van decreet vandaag met volle overtuiging goedkeuren. (Applaus bij CD&V)

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Collega’s, wij zullen ons in de stemming over dit ontwerp van decreet onthouden.

We zijn het uiteraard eens met de doelstellingen: een groter welbevinden van alle leerlingen op school en een geslaagde schoolcarrière. Wat het ontwerp van decreet aan zorgcontinuüm voorziet, vinden wij logisch. We vinden het ook terecht dat de school de primaire actor wordt voor een zorgbeleid op maat van elk kind. Samen met mevrouw Helsen vinden wij leerlingenbegeleiding als decretale erkenningsvoorwaarde een goede zaak.

Anderzijds zijn er nog een aantal bemerkingen en vragen die het decreet niet oplost. Iedereen vraagt een betere taakafbakening bij de verschillende actoren die betrokken zijn in de leerlingenbegeleiding. De CLB's werken op het snijpunt tussen welzijn en onderwijs. Het is niet altijd even evident om het onderscheid te maken in wie precies waarvoor bevoegd is. Ik herinner mij heel praktische discussies, bijvoorbeeld rond huiswerkbegeleiding, ook van kinderen in kansarme gezinnen: moet men eerder de welzijnsactoren vindplaatsgericht laten werken en hen de toeleiding laten organiseren of is huiswerkbegeleiding bij uitstek verbonden aan de schoolinterne werking en moet het een exclusieve onderwijsbevoegdheid zijn? Wij denken dat een decreet Leerlingenbegeleiding nog helderder zou moeten trancheren, zodat de schaarse middelen effectief kunnen worden ingezet op maat van de jongeren en dus voor een betere begeleiding van elke individuele jongere.

Wat naar ons gevoel ook onvoldoende wordt uitgeklaard in dit ontwerp van decreet is de taakverdeling tussen enerzijds de CLB's en anderzijds de pedagogische begeleidingsdiensten. We pleiten voor een evaluatie, temeer omdat er, zoals iedereen wel weet, een nieuw zorgondersteuningsmodel actief is en daar de rol van de CLB's in doorverwijzing cruciaal is en de taakverdeling ook moet worden uitgeklaard.

De CLB's hebben bij het begin van de regeerperiode lineair moeten besparen. Ze kennen, in tegenstelling tot de rest van ons leerplichtonderwijs, geen open-endfinanciering, maar ze krijgen wel bijkomende taken. De audit die Ernst & Young heeft uitgevoerd, besteld door de vorige regering, bevestigt de noodzaak aan bijkomende ondersteuning. De minister heeft aangekondigd dat er volgend schooljaar 88 vte’s bij komen. Dat is uiteraard positief, maar de benodigde bijkomende 180 vte’s die naar voren kwamen uit de audit, zijn uiteraard niet in het verschiet. Bijkomende middelen zouden dat moeten kunnen garanderen.

Ja, collega De Ro, we steunen vanuit sp.a het principe dat op basis van de sociaal-economischestatuskenmerken 35 procent van de omkaderingsgewichten verdeeld worden. Dat vinden we een positieve zaak. Dat hebben we ook aangehaald in de commissie. Dat is alvast een goed begin.

Minister, waar we wel voorstander van zijn, is een ambitieuzer preventief gezondheidsbeleid van school en CLB, met meer aandacht voor individuele opvolging van kinderen en jongeren, zeker uit kansengroepen. U hebt aangekondigd dat u het preventief gezondheidsbeleid, meer bepaald de screening, uitbreidt tot kinderen in huisonderwijs, maar tegelijkertijd wordt het voor kinderen in het leerplichtonderwijs een beperktere screening. Sommige kinderen en jongeren uit kansarme milieus, uit sociaal kwetsbare gezinnen of met psychosociale problemen hebben meer individuele begeleiding nodig die verder gaat dan een doorverwijzing naar een arts, zoals de CLB's vandaag doen. Wij denken dat ze een grotere rol te spelen hebben.

We denken dat niet alleen. We denken dat samen met de Strategische Adviesraad voor het Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid in zijn advies. Zij zeggen heel duidelijk dat de CLB-artsen beter zouden kunnen worden ingeschakeld in multidisciplinaire teams die beraadslagen over het psychosociaal functioneren van de kinderen, in het ondersteunen van leerkrachten voor kinderen met medische problemen en in een bredere medische aanpak, bijvoorbeeld van een maatschappelijk probleem als obesitas bij jongeren. Daarnaast zien wij zelf ook een grotere rol voor die dokters en de multidisciplinaire teams van het CLB in het bereiken van de eindtermen gezondheid op school.

Voorzitter, zoals ik al zei, zal de sp.a-fractie zich onthouden bij de stemming, hoewel het ontwerp van decreet goede elementen bevat, gebaseerd op de audit van de CLB's door Ernst & Young. Dat heb ik ook aangegeven. Maar we vrezen dat de financiering ontoereikend zal zijn, dat de rollen van de verschillende actoren in de leerlingenbegeleiding niet duidelijk genoeg zijn afgebakend en dat het preventieve gezondheidsbeleid vooral in het belang van kinderen uit kansarme milieus beter zou moeten worden uitgebouwd.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ook wij, vanuit de Groen-fractie, zullen ons onthouden, zoals we ook in de commissie hebben gedaan. Ook voor ons zitten er een aantal goede zaken in het ontwerp van decreet. Zo zijn er de basisprincipes, met de vier begeleidingsdomeinen die worden vastgelegd. Er is het zorgcontinuüm dat als principe wordt verankerd. De duidelijkere taakafbakening, waarbij de CLB’s nu echt de leerling centraal moeten stellen en de begeleiding van de leerling zullen moeten doen en niet de scholen, is een goede zaak. De SES-financiering (socio-economische status) is absoluut toe te juichen. Daarvan zijn we zeker grote voorstanders. Ook het feit dat er netoverschrijdend – want dat gebeurt al, ik heb het voorbeeld van Gent gegeven – kan worden samengewerkt, is goed. De aanzet daartoe in het ontwerp van decreet had wat ons betreft gerust wat verder mogen gaan, maar het is goed dat het mogelijk blijft. Dat zijn zaken die zeker goed zijn in het ontwerp van decreet en die we willen ondersteunen.

Maar wij denken ook dat er toch echt grote pijnpunten blijven, minister. Het inspectierapport dat voorafging aan het nieuwe decreet over leerlingenbegeleiding, hebt u toen een beetje als hoeraverhaal gepresenteerd. 50 procent van de scholen voldoet op het vlak van brede basiszorg. Maar dat betekent toch ook dat er heel wat scholen zijn die op dat vlak en op het vlak van zorg, nog niet voldoen als het gaat over lerarenbegeleiding? We moeten dan noch de CLB’s, noch de mensen op de scholen met de vinger wijzen. Maar dan is er toch wel een tekort op het vlak van beleidsmatige ondersteuning.  Het gaat dan niet alleen over basiszorg, maar ook over verhoogde zorg. Iedereen die de problemen met het M-decreet heeft opgevolgd, weet dat de zorgvragen daar ook onvoldoende kunnen worden beantwoord.

Ook zijn er knelpunten op het vlak van de overstap van het lager naar het secundair onderwijs. U hebt het leerlingenpaspoort voorgesteld. Dat is inderdaad een goede zaak en iets dat gedeeltelijk een oplossing zou kunnen zijn voor problemen en voor het doorgeven van informatie, maar nog niet voor een betere oriëntatie, voor een juiste oriëntering, ook zaken die tot de vier begeleidingsdomeinen van de CLB's behoren. Daar zitten dus nog knelpunten. Die knelpunten bleken uit het inspectieverslag.

Maar er zijn ook knelpunten die nu blijken uit het jaarverslag. De heer Grielens heeft in de krant een alarmkreet geslaakt. Hij doet dat zeer genuanceerd en als je de artikels leest, is de heer Grielens duidelijk geen man van kreten. De cijfers die hij naar voren schuift uit de jaarverslagen zijn toch wel verontrustend. Het aantal leerlingen met gedragsproblemen is de laatste jaren enorm toegenomen. Het aantal leerlingen dat spijbelt, is enorm toegenomen – en dat weten we al langer. Het aantal uitsluitingen van scholen, ook definitieve, is toegenomen. Ook de zorgnoden zijn toegenomen. Uit het jaarverslag blijkt dat het laatste jaar, de laatste twee jaren, de taken en de taaklast absoluut niet zijn verminderd bij de CLB's, wel integendeel. En dat zal met het nieuwe decreet ook niet het geval zijn. Laat dat duidelijk zijn. En dan weten we inderdaad dat, door al langere structurele onderfinanciering, door bijkomende besparing bij de CLB's, het onmogelijk is om de vragen die er zijn, te beantwoorden. Nu zien we dat er ook bij dit ontwerp van decreet onvoldoende extra capaciteit en ondersteuning komt en dat die knelpunten dus zullen blijven bestaan. 

Bovendien blijft een ontzettend groot knelpunt – en dat hadden wij opgelost willen zien en zien we niet opgelost in het ontwerp van decreet – de samenwerking met Welzijn. Het CLB moet inderdaad de draaischijf zijn en is de eerste lijn als het gaat om psychosociale begeleiding. Maar dan moet er snel kunnen worden doorverwezen als er problemen zijn. Want als dat niet het geval is, krijg je inderdaad een escalatie van gedragsproblemen die je nu ziet in de scholen, omdat er inderdaad na de eerste lijn niets meer is en het daar ontbreekt aan oplossingen voor jongeren om op de juiste manier de juiste zorg te krijgen en te worden begeleid. En dat wordt natuurlijk helemaal niet opgelost met dit ontwerp van decreet. En daar zit voor ons een groot knelpunt. En als dat niet wordt opgelost en als de samenwerking met Welzijn en met minister Vandeurzen en de taakverdeling daar niet beter wordt uitgeklaard, denk ik dat het ontwerp van decreet geen oplossing zal bieden voor de pijnpunten die naar voren kwamen in het jaarverslag.

Dus daarom, minister, onthouden wij ons bij de stemming over dit ontwerp van decreet: goeie principes, maar onvoldoende capaciteit om die ook waar te maken.

Minister Crevits heeft het woord.

Dank u wel, collega’s, voor alle pleidooien en voor de verklaring van de twee onthoudingen van sp.a en Groen, helemaal in lijn met wat jullie ook in de commissie gezegd hebben.

Ik wil een paar opmerkingen maken. Ten eerste vind ik dit een baanbrekend ontwerp van decreet, collega’s. U moet zich inbeelden van waar we komen. We komen van een audit, bij het begin van de legislatuur, met heel wat pijnpunten en heel wat troeven, en uit een budgettaire context die inderdaad bijzonder beperkt was. Nu, een paar jaar later, hebben we een ontwerp van decreet waarin we zuurstof geven aan onze centra voor leerlingenbegeleiding en waarin we, collega’s van de oppositie, richting 2021 jaarlijks bijna 7,5 miljoen euro extra investeren: 7.470.000 euro. Dat is een aanzienlijke extra financiële injectie, waarbij we de middelen bovendien ook gaan verdelen op basis van de kwetsbaarheidsfactoren die kinderen hebben, iets wat ook al lang gevraagd is, omdat we weten dat CLB’s in grote steden of CLB’s die verhoudingsgewijs meer kwetsbare kinderen hebben, ook een grotere workload hebben. We komen daaraan tegemoet.

Uiteraard groeien de budgetten niet tot aan de hemel en moeten wij blijven werken binnen een vast kader. Maar ik vind dit eigenlijk ook een goede zaak. Ik heb met heel veel interesse het jaarverslag van de centra voor leerlingenbegeleiding gelezen. U hebt wellicht ook de krantenartikelen gezien, maar als u het jaarverslag neemt, ziet u daar ook een pak positieve zaken in, goede evoluties, evoluties naar een modern CLB, waarin ook meer aandacht is voor het digitale. Ik hoop oprecht dat mijn antwoord op de actuele vraag van daarnet ook een stimulans kan zijn om wat werklast weg te nemen, waardoor misschien weer meer tijd zal kunnen worden gegeven aan het effectief helpen van kinderen, en niet aan het invullen van formulieren.

Alle collega’s hebben de zorg uitgedrukt om toch goed aan te sluiten op Welzijn. Ik erken – en dat heb ik ook in de commissie gedaan – dat die aansluiting effectief een zorgpunt is, maar wij zijn volop aan het investeren in die verbindingen. De netwerken ‘één gezin, één plan’, daar wordt effectief afstemming gezocht en overleg gepleegd. Aan de netwerken ‘Rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp’ heeft collega Vandeurzen 15 miljoen euro extra ter beschikking gesteld voor uitbreiding van de capaciteit. De centra voor leerlingenbegeleiding, collega’s, hebben de kans gekregen om daar een rol in te spelen. Ik zal u in het licht van deze plenaire vergadering ook nog eens mijn ontgoocheling uitdrukken over het feit dat niet alle centra voor leerlingenbegeleiding die kans gegrepen hebben. Als je weet dat je zo’n opportuniteit krijgt om middelen van Welzijn aan te wenden, dan zou het toch logisch zijn dat iedereen die kansen grijpt. Dat heeft niet iedereen gedaan. Er is dus ook bij de CLB’s zelf nog werk aan de winkel, collega’s, om die bruggen naar Welzijn te slaan.

Ik ben het zeker eens met de vragen om goed te monitoren en om een goed zicht te krijgen op de samenwerkingspraktijken in Vlaanderen. Maar, collega’s, het is van belang dat we op 1 september effectief van start kunnen gaan.

Alle positieve punten die opgesomd zijn door de collega’s, deel ik uiteraard. Ik denk echt dat we met dit nieuwe ontwerp van decreet de krijtlijnen trekken voor een slagkrachtige toekomst van onze centra voor leerlingenbegeleiding als hét aanspreekpunt in Vlaanderen voor jongeren die heel specifieke noden hebben en ook een stukje als gezondheids- of preventieadviseurs voor onze jongeren. Mijn dank, zoals klassiek, ook aan al wie aan de totstandkoming van dit ontwerp van decreet meegewerkt heeft, ook de mensen van onze administratie, die keihard gewerkt hebben, en de centra voor leerlingenbegeleiding zelf, die heel nuttige input gegeven hebben vanuit de dagelijkse praktijk, om een aantal verbeteringen door te voeren. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1498/1)

– De artikelen 1 tot en met 119 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.