U bent hier

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, gisteren is in Brussel een groot proces gestart over een groot prostitutienetwerk dat het parket heeft opgerold waarin Nigeriaanse minderjarige meisjes werden geprostitueerd. Minister, we hebben vandaag in Vlaanderen geen adequate opvang voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die naar hier komen, hier uiteraard helemaal alleen zijn en niemand anders hebben dan de personen die hen uitbuiten.

In Wallonië heeft de Franse Gemeenschap wel geïnvesteerd in een dergelijk centrum. We zijn daar samen met Child Focus, Minor-Ndako en De Wissel uit Leuven op bezoek geweest. We hebben kinderen gezien van 6, 7, 8 jaar die daar worden opgevangen en die het slachtoffer zijn van uitbuiting. Minister, het zou goed zijn indien ook Vlaanderen zou investeren in aangepaste opvang. Traditionele jeugdhulp is niet het soort hulp dat deze kinderen en jongeren nodig hebben, ze hebben een bescherming nodig van de mensen die hen uitbuiten. We moeten hen eigenlijk op een manier afsnijden van dat netwerk. In Franstalig België gebeurt dat op een geheime locatie, kunnen de jongeren niet naar buiten en wordt er alleen maar getelefoneerd met de hulp van tolken om te zien of er geen interferentie is van die netwerken en dat er geen internet- of sociale mediatoegang is.

Minister, bent u het eens met mij dat het goed zou zijn om voor gepaste opvang te zorgen om de jongeren te beveiligen en er op die manier voor te zorgen dat we veel sneller die netwerken van mensenhandelaars kunnen oprollen in Vlaanderen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Het initiatief van De Wissel is uiteraard bekend, ik denk dat ik ook vrij snel heb aangegeven dat ik a priori vind dat het de moeite waard is om dit onderzoeken. Het is natuurlijk wel zo dat we intussen twee overeenkomsten hebben afgesloten wanneer het gaat over de gesloten of de beveiligde opvang van slachtoffers van tienerpooiers. Die overeenkomsten met die instellingen die ook een extra financiering hebben gekregen, bevatten ook een aantal onthemingsprojecten.

Voor deze heel specifieke situatie, het gaat over niet-begeleide minderjarigen, is het de moeite waard om te kijken of daarvoor een aangepaste setting operationeel moet worden gemaakt. De betrokken voorziening heeft natuurlijk een uitstekende reputatie, daar zal het niet aan liggen. Ik heb begrepen dat het gesprek met onze administratie daarover is gepland. Het is de bedoeling na te gaan hoe we goed kunnen aflijnen waarover het gaat en kunnen inschatten wat de budgettaire en juridische randvoorwaarden zijn. Maar a priori lijkt de vraag me zeer erg de moeite om te onderzoeken. We moeten kijken hoe dit kan worden ingepast in onze meer algemene benadering van slachtoffers van tienerpooiers.

Er is één aspect in uw vraag – en dat zal u niet verbazen – waar ik de puntjes op de i wil zetten. Het beleid ten aanzien van de daders moet in een ander parlement worden besproken. Ik ga me echt niet laten responsabiliseren of culpabiliseren voor het opsporings- en vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie en de actoren van Justitie. Ik ben het er wel mee eens, en dat hebben we op deze tribune al eens besproken naar aanleiding van de vraag over het 2.0-plan voor de tienerpooier en slachtoffers, dat de aanpak vanuit het opsporing- en vervolgingsbeleid in lijn moet zijn met wat wij kunnen doen voor de slachtoffers.

Vandaar dat hierover uiteraard met het Openbaar Ministerie en de actoren van Justitie moet worden gesproken. Wij gaan het gruwelijke fenomeen alleen maar verder ten gronde kunnen aanpakken als wij zorgen dat de geïntegreerde aanpak, die ook aan de basis lag van ons eerste plan voor slachtoffers van tienerpooiers, wordt doorgezet.

Ik ben, zoals gezegd, graag bereid om over deze specifieke groep, ook vanuit de administratie, het gesprek met de mogelijke initiatiefnemers op te nemen.

Minister, ik dank u voor uw positieve antwoord, en alleszins voor uw openheid om dit verder op te nemen en te bestuderen.

Minister, het was zeker niet mijn bedoeling om u enige verantwoordelijkheid aan te wrijven als het gaat over het opsporings- en vervolgingsbeleid dat het federale justitiële niveau bezigt. Het is uiteraard wel belangrijk dat er een goede samenwerking tussen politie, parket en welzijnsactoren is.

Minister, ik wil nog iets dieper ingaan op een element uit uw antwoord. Toen ik op bezoek ging in het centrum Esperanto, dacht ik dat we misschien twee vliegen in één klap zouden kunnen slaan. Zoeken naar gepaste opvang voor tienerpooiers, is dat niet heel gelijkaardig aan de vraag die hier leeft? Dat is een van de vragen die ik heb gesteld. Ze waren bij Esperanto zeer categoriek in hun antwoord dat we die twee categorieën niet met elkaar mogen vermengen. Ze zeggen dat het regime dat ze hanteren eigenlijk te streng is voor slachtoffers van tienerpooierschap die in België zijn ingebed en een netwerk hebben. Als men de twee groepen met elkaar mengt, dan zie je dat de ene groep het van de andere overneemt, wat dan weer nefast is.

Minister, ik wil u dan ook vragen om toch op die twee verschillende sporen te blijven inzetten wanneer het over tienerpooiers gaat en over slachtoffers van mensenhandel die niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zijn.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, wij vinden het goed dat er onderzoek wordt gedaan of ook in Vlaanderen zo'n centrum mogelijk is. Ik heb daarbij wel de vraag op welke manier er een zicht kan worden gekregen op welke jongeren, kinderen zelfs, slachtoffers zijn van mensenhandel. Er is de grote groep van niet-begeleide minderjarigen waarvoor in het kader van de toestroom in bijkomende middelen is voorzien: psychologische ondersteuning en begeleiding. Ik neem aan dat hier nu wordt geduid op een heel specifieke deelgroep daarvan. Op welke manier kan een onderscheid worden gemaakt? Wordt de ondersteuning voor de andere groep dan ook zeker gecontinueerd?

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, ik was blij dat u zelf zei dat u, als u zou onderzoeken, dat onderzoek ook meteen wou opentrekken naar de slachtoffers van tienerpooiers. Zelfs als ze een andere aanpak nodig zouden hebben dan de niet-begeleide minderjarige vluchtelingen die slachtoffers zijn van een netwerk mensenhandel, dan hebben zij bij uitstek een andere aanpak nodig dan die meisjes bij wie ze nu terechtkomen in instellingen en voorzieningen waar men totaal niet is gespecialiseerd in tienerpooierproblematieken.

Ik ben dus blij dat u dat onderzoek gaat voeren. Of u hen samen of apart wilt opvangen, laat het ons vooral weten, zolang u ook maar specifiek voor die heel kwetsbare doelgroep stappen vooruitzet in een heel specifieke setting.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, als het goed is, zeggen we het ook. Ik was tevreden met uw antwoord. Ik ga ervan uit dat het feit dat u het zult onderzoeken, ook een engagement inhoudt om, eenmaal het is onderzocht, ook uit te voeren. Ik ga er ook van uit dat het op gepaste snelheid gaat en dat we er binnenkort in het parlement over kunnen discussiëren.

Ik denk dat tienerpooiers en niet-begeleide minderjarigen die in prostitutienetwerken zitten, andere doelgroepen zijn, maar er zijn evidente linken als je ze apart opvangt. Wat voor beide groepen cruciaal is en voor beide hoort, is het feit dat ze aparte, afgezonderde opvangplekken nodig hebben. We hebben dat nog niet voor tienerpooierslachtoffers. Er zijn wel ontheemdingstrajecten, maar geen aparte opvangtehuizen. Als we het zouden kunnen doen voor de niet-begeleide minderjarigen en misschien ook voor de tienerpooiers, zouden we echt een uitbouw kunnen maken voor heel kwetsbare jongeren en zullen we niet langer meer wegkijken van een problematiek die we eigenlijk allemaal kennen.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, net omdat een aantal van de door u gestelde vragen inderdaad moeten worden uitgezocht en moeten worden afgelijnd, is overleg belangrijk. Dat overleg is vastgelegd, los van het feit dat ik hier vandaag op de tribune op uw vragen antwoord.

Het is inderdaad belangrijk om goed te kijken waarover we spreken, wat de randvoorwaarden zijn, wat de doelgroep is enzovoort. Zoals gezegd, zal dit ook ingebed moeten zijn in een goede strategie die is afgesproken met het Openbaar Ministerie. Dat lijkt mij in dezen cruciaal.

Los van het principe dat dit niet zomaar in een concept kan worden gestopt met de aanpak uit ons actieplan slachtoffers tienerpooiers, wil ik daar nog een belangrijke observatie bij maken. De afspraak uit het eerste actieplan tienerpooiers en slachtoffers van tienerpooiers was dat we een aantal voorzieningen zouden versterken waardoor die beveiligde opvang kunnen bieden aan minderjarige meisjes met bijvoorbeeld vluchtgedrag. In dat concept is uitdrukkelijk opgenomen dat er ook financiering is om met die slachtoffers ontheemdingstrajecten op te zetten. Die twee voorzieningen beschikken over de mogelijkheden en, als ik het goed heb begrepen, ook over de faciliteiten om de afzondering uit het milieu voor enige tijd te kunnen realiseren. Ze zijn daar volop mee bezig. Dat wordt geoperationaliseerd. Het is dus niet zo dat we op dat vlak geen concepten of geen instrumenten hebben.

Dat doet niets af aan de vraag dat dit misschien toch een andere situatie is met specifiekere randvoorwaarden. Ik wou alleen nog eens wijzen op het eerste actieplan, waarvan de acties zijn uitgevoerd. Ik ga ervan uit dat het overleg een aantal zaken kan helpen uitklaren. Dan zullen we inderdaad binnen onze budgettaire keuzes kijken hoe we een aangepaste opvang mee kunnen realiseren.

Minister, in Nederland is de bal al een tijdje geleden aan het rollen gegaan. Het rapport-Koolvis stelde vast dat er heel wat meisjes verdwenen uit opvangcentra. Het ging vaak om Nigeriaanse meisjes die ze dan terugvonden in prostitutienetwerken. Het gaat ook om kinderen die als kindbruid naar hier komen, om kinderen die in dievenbendes worden ingezet of om Roma die in georganiseerde bedelnetwerken terechtkomen. Het is een heel belangrijke problematiek. In Nederland schatten ze dat er zeker 85 minderjarigen per jaar zijn die hierdoor worden gevat.

Ik vind het heel positief dat we in Vlaanderen nu ook actie zullen ondernemen, want het gaat om kinderen zonder stem en zonder gezicht. Het is dan onze taak om hen veilig en correct op te vangen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.