U bent hier

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, op 12 maart heeft Vias een onderzoeksrapport gepresenteerd. Positief daarin is dat voor de leeftijdsgroep van 18 tot 24 jaar van 2006 tot 2015 het aantal verkeersdoden daalde met 52 procent en dat voor de leeftijdsgroep van 15 tot 17 jaar in hetzelfde tijdsbestek het aantal verkeersdoden daalde met 57 procent. Een pluim voor iedereen die zich in die periode mee heeft ingezet voor meer verkeersveiligheid. Heel wat mensen hebben zich daarvoor geëngageerd, maar toch blijft die jonge doelgroep de meest kwetsbare doelgroep. Zoals we hier al vaker hebben gezegd, blijven verkeersongevallen doodsoorzaak nummer 1 in die doelgroep. We moeten daar dan ook op blijven inzetten.

Een heel belangrijk probleem is dat jonge bestuurders in het verkeer onvoldoende ervaring hebben en de gevolgen van een bepaald risicogedrag onvoldoende kunnen inschatten. Minister, er is de hervorming van de rijopleiding en het rijexamen en er is het terugkommoment, maar welke bijkomende initiatieven wilt u nog ontwikkelen om het aantal verkeersdoden bij jongeren nog verder terug te dringen?

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

De heer Ceyssens heeft daarnet al gezegd dat we op de goede weg zijn, maar dat we bescheiden moeten blijven, zeker wanneer we in Europees perspectief kijken en vaststellen dat we helemaal achterin het peloton hangen wat de verkeersveiligheid betreft voor jongeren tussen 15 en 30 jaar.

Het is een interessant rapport dat Vias heeft uitgebracht dat ons een aantal dingen laat zien: heel veel ongevallen ’s nachts, buiten de kruispunten, buiten de bebouwde kom. De helft van de ongevallen zijn eenzijdige ongevallen. 70 procent van de ondervraagde jongeren zelf zegt ons, en dat zijn toch cijfers die ons tot nadenken moeten stemmen, dat ze heel af en toe tot dagelijks sneller rijden dan de snelheidslimiet buiten de bebouwde kom. 66 procent rijdt weleens wanneer ze zeer moe zijn en een derde zegt ook te bellen achter het stuur terwijl dat eigenlijk niet kan.

Het rapport gaat verder en biedt een aantal mogelijke oplossingen die ook door jongeren naar voren worden geschoven. Een daarvan gaat over nultolerantie wanneer het over alcohol gaat, zowel voor beginnende automobilisten als voor automobilisten in het algemeen. Minister, wat is uw standpunt daarover?

Een tweede oplossing die naar voren wordt geschoven, betreft evaluatiemomenten en feedback aan de hand van zwarte dozen die in auto’s worden geïnstalleerd. Ziet u heil in een van die oplossingen uit het rapport?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

In 2014 – de schande van de 400 verkeersdoden – hebben we aan de hand van die vaststelling gezien dat we het slechter deden dan heel wat buurlanden. Op basis daarvan hebben we het Vlaams verkeersplan uitgewerkt, ook specifiek gericht op jongeren. We hebben een slecht rapport wanneer het gaat over de verkeersdoden in het algemeen en een barslecht rapport wanneer het gaat over de specifieke doelgroep van de jongeren. Op dat vlak scoren we zo mogelijk nog slechter.

Ik zie nu wel dat de inspanningen die we hebben geleverd inspanningen afwerpen. Ik lees ook de aanbevelingen die worden gemaakt in dat rapport een beetje als de samenvatting van het Vlaams beleid. We hebben heel wat inspanningen gedaan op het vlak van de hervormingen van de rijopleiding, de risicoperceptietest die we hebben geïntegreerd, de verlenging van de rijopleiding, het opdoen van ervaring van drie naar negen maanden. Ervaring met een speciaal statuut – niet rijden tijdens het weekend en ’s nachts – helpt immers om van jongeren betere chauffeurs te maken. Ook het getrapt rijbewijs en het terugkommoment zijn aanbevelingen die in het rapport staan. Wij zijn dat aan het uitvoeren of hebben het al uitgevoerd. Het resultaat is er. De specifieke cijfers voor Vlaanderen voor wat de jongerencategorie betreft, zijn nog niet vrijgegeven. In de leeftijdscategorie van 18 tot 24 jaar is tussen 2014 en 2017 een daling van 34 procent vastgesteld.

Daarmee gaan we niet op onze lauweren rusten. We werken verder aan verschillende maatregelen, zoals de concrete invulling van het terugkommoment, dat volgend jaar start in oktober. We bereiden ook de hervorming van het rijbewijs op school voor. Het rijbewijs op school was heel sterk gericht op de laatstejaarsstudenten in specifieke scholen, om ze toe te leiden naar het behalen van een rijbewijs om met een auto te rijden. We willen dat verruimen. We willen alle jongeren bereiken en niet enkel de leerlingen van die specifieke scholen die inschrijven voor het rijbewijs op school. We willen dat breed benaderen en vanuit het oogpunt van verkeerseducatie.

We leggen de lat ook hoger als het gaat over de rijopleiders. Vandaag zijn er twee systemen, namelijk de rijscholen en de zelfstandige rijinstructeurs. We willen dat gelijkschakelen en de lat qua vereisten voor de rijinstructeurs even hoog leggen als voor de rijscholen.

Als ik even mag dromen en nog iets verder kijken, dan liggen er nog twee grote kansen open. De eerste is de integratie van verkeerseducatie in de eindtermen. Daar ben ik een grote voorstander van. Dat kunnen we heel eenvoudig zelf realiseren. De tweede is het rijbewijs met punten. Dit laatste moet natuurlijk wel op het federale niveau gebeuren. Over het rijbewijs met punten is er in heel Vlaanderen volgens mij een zo goed als kamerbrede consensus. Het komt er maar niet van en men blijft zich verstoppen achter allerhande nepargumenten. Als we mogen dromen, lijken mij dat, los van de maatregelen die we zelf invoeren, echt cruciale elementen om te gaan naar nog minder verkeersdoden, zeker bij de jongeren.

Minister, ik dank u voor uw antwoord, voor wat u al gedaan hebt en voor uw plannen en uw dromen. Nogmaals, sinds 2006 zijn de cijfers goed. Die verbetering van de cijfers hebben we kunnen doortrekken met ons eigen beleid in Vlaanderen. We hebben dus stappen in de goede richting gezet, maar we mogen inderdaad niet op onze lauweren rusten zolang er verkeerdoden blijven vallen.

Rond die verkeerseducatie heb ik nog een bijkomende vraag. In het verleden stelde ik al vragen over het niet meer voorzien van middelen voor kleinere initiatieven zoals ‘Drive up Safety’, waarbij nogal wat vrijwilligers betrokken waren. Op een gegeven moment namen we kennis van de afschaffing van verkeerseducatie op school. U meende dat dit te zeer naar de wagen toe leidde. Dat vind ik een valabel argument. U sprak toen al over het digitaal platform dat er vandaag is. In de begroting was daarvoor 820.000 euro voorzien. Wat doen we daar verder nog mee, buiten het platform dat er is voor de scholen?

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Iedereen in dit parlement vindt dat het rapport van VIAS inderdaad leest als een samenvatting en leidraad van wat we in Vlaanderen intussen gedaan hebben, met uitzondering van de twee projecten die u zelf genoemd hebt. Ik maak me wel zorgen. Het gaat om Belgische cijfers. Ik wil meteen vragen dat VIAS de Vlaamse cijfers ook beschikbaar zou stellen, zodat we de verkeersveiligheid in de verschillende gewesten kunnen opvolgen. Daar komt mijn zorg vandaan: als ik naar de website van GOCA ga, bots ik op de hervormde rijopleiding in het Brusselse Gewest. Nu blijkt dat je daar een soort ‘drive-in’-rijopleiding kan gaan volgen. Daarmee bedoel ik: dertig uren opleiding en dan word je onmiddellijk naar je rijbewijs toegeleid. In onze hervorming vragen wij dat mensen eerst negen maanden oefenen voor ze aan die fase toekomen.

Minister, wat gaat u doen als iemand in Brussel die dertig uren volgt en vervolgens probeert in Vlaanderen zijn rijbewijs te behalen?

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik wil de vraag van de vorige sprekers versterken. Verkeersveiligheid is van belang en het rapport van VIAS was op dat punt, zoals aangegeven, een stap vooruit. Ik wil terugkomen op twee aspecten. Het rapport geeft duidelijk aan hoe belangrijk de handhaving is en dat we de pakkans dringend moeten verhogen. Indertijd heb ik daar een schriftelijke vraag over gesteld. U wou het aantal controles verdubbelen. Het was mij niet helemaal duidelijk hoe u dat zou doen, want u gaf aan dat enkel de overtredingen worden vastgesteld en het aantal controles onbekend is.

In de tweede plaats wil ik terugkomen op het rijbewijs met punten. U blijft steevast de lijn hanteren van: ‘Dit zouden we kunnen doen, maar daarvoor ben ik niet bevoegd, dat is aan de overkant van de straat.’ Mijn plaat raakt misschien ook wel grijs gedraaid, maar de N-VA is wel de grootste partij, zowel aan deze kant van de straat als aan de overkant. Ik ben ervan overtuigd dat er een parlementaire meerderheid is, ook aan de overkant van de straat. Ik verwacht van u dat u dit via uw collega's in de Federale Regering doorduwt, want het rijbewijs met punten is inderdaad het sluitstuk om ervoor te zorgen dat die cijfers ook in de volgende jaren naar beneden blijven gaan. Minister, ik verwacht daadkracht, ook aan de overkant van de straat.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, collega's, minister, dit is een thema dat iedereen beroert. We moeten de pakkans verhogen, de handhaving moet nog performanter zijn, maar uiteraard begint het allemaal bij educatie en sensibilisering. Het is net al vermeld, meermaals.

Wie ooit een kind aanrijdt, laat staan doodrijdt, die zijn leven is ook voorbij. We moeten aan de mensen vooral het bewustzijn meegeven, aan iedere weggebruiker, jong en oud, dat bewegen in het verkeer risico's inhoudt. Dat besef moet leiden tot meer verantwoord rijgedrag en meer verkeersveiligheid.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik sluit me graag aan bij de vraag van de collega's. Als het over verkeersveiligheid gaat, spreken we met één stem in dit parlement. Dat moeten we zeker blijven doen.

Minister, ik erken graag dat er in deze legislatuur al heel wat inspanningen geleverd zijn, ook met een positief effect op de cijfers. Maar we zijn natuurlijk nog ver van het doel: geen doden in het verkeer, zeker geen jonge slachtoffers.

Ik geef de heer Rzoska volmondig gelijk: het puntenrijbewijs is het sluitstuk. Alle Vlaamse partijen zijn daar voorstander van. Er is maar één Franstalige coalitiepartner in de Federale Regering, de MR. Is het rijbewijs met punten nog altijd voorwerp van onderhandeling of overleg, politiek, federaal? Kunnen zij dat er nog door sturen voor het einde van deze legislatuur?

De debatten hier moeten in de eerste plaats toch gaan over onze bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Op dat vlak wordt het beleid kamerbreed gedragen, en dat is kordaat en resoluut. Ik wil geen debatten van de overkant overdoen. U hebt wel een punt, en ik onderschrijf het, maar we slagen er niet in om de MR tot enige daadkracht over te halen. Nu wordt zo ongeveer de studie van de studie gemaakt. Men gaat nog eens bekijken en bestuderen of het rijbewijs met punten dan toch geen negatieve effecten zou kunnen hebben.

Ik heb gezegd en blijf zeggen dat ik inzake het rijbewijs met punten alle mogelijke standpunten wil bekijken. We moeten dat niet in dezelfde vorm doorvoeren als men dat in het buitenland – in Frankrijk – heeft gedaan. Varianten en een bepaalde aparte aanpak voor professionele chauffeurs kunnen we bekijken. Maar ik denk dat het gewoon belangrijk is dat we het principe kunnen invoeren zodat men verkeersovertredingen niet meer kan afkopen zonder daar verder enig gevolg van te ondervinden. Daar moeten we van af, vandaar mijn pleidooi voor het rijbewijs met punten.

Wat educatie betreft, dat doen we vooral via de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV). Het budget voor de VSV wordt gevoelig verhoogd, onder andere voor een ruim platform dat niet alleen op jongeren gericht is, maar ook op alle leeftijdscategorieën. De bespreking in detail van andere initiatieven is voor de commissie.

We gaan de filosofie veranderen: het stopt niet op het moment dat men zijn rijbewijs haalt. Het is niet meer zo dat men voor de rest van zijn leven nergens meer toe gehouden is. Neen, we willen via zo'n platform mensen ertoe brengen dat ze zich laten bijscholen. Kennis bijspijkeren op alle vlakken gedurende de rest van ons leven, daar kunnen we allemaal wel bij varen, dat is de ratio erachter.

Tot slot, mijnheer Parys, de zesde staatshervorming heeft de zaken er niet bepaald eenvoudiger op gemaakt en heeft zelfs uitdrukkelijk shoppinggedrag mogelijk gemaakt. In de bijzondere wet staat dat het mogelijk moet zijn dat je het theoretisch rijexamen aflegt in een ander gewest, …  (Opmerkingen)

Neen, geen herfederalisering maar het doortrekken van de federalisering en consequent zijn. Als we een bevoegdheid overdragen, moeten we dat consequent doen, efficiënt, deftig, dan moeten we daar eens over nadenken. (Applaus bij de N-VA)

Als de rijopleiding wordt overgedragen, moet ook het rijbewijs worden overgedragen. Dat zou consequent zijn. De situatie waarin we ons nu bevinden, houdt effectief in dat wij verantwoordelijk zijn voor de rijopleiding, maar dat de federale overheid nog altijd verantwoordelijk is voor het rijbewijs. Daarnaast moeten we shopgedrag toelaten. Het wordt nog gekker. De Vlaamse overheid heeft de rijervaring van drie maanden tot negen maanden verhoogd. Dit betekent dat iemand die in Vlaanderen woont een rijbewijs pas kan krijgen na een periode van negen maanden na het afleggen van het theoretisch rijexamen. Iemand kan ergens anders, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of waar dan ook, een attest halen, maar hij moet uiteindelijk wel altijd aan het gemeentelijk loket terecht om het rijbewijs af te halen. In Vlaanderen kan hij dat enkel krijgen wanneer hij na het slagen in het theoretisch rijexamen een periode van negen maanden heeft doorlopen.

In mijn buurgemeente is afgelopen weekend een jonge bestuurder van 23 jaar verongelukt. We weten allemaal dat dit een drama is voor de familie, de vrienden en iedereen die achterblijft. We mogen dit debat niet laten verzanden in een debat over structuren en over de vraag wie voor wat bevoegd is. We moeten dit gewoon aanpakken, over de structuren heen.

Ik juich toe dat we goede cijfers halen, maar we mogen niet op onze lauweren rusten. Ik vind het goed dat het budget van de VSV is gestegen, maar mijn vraag blijft pertinent. Dat bedrag van 820.000 euro werd specifiek aan die jonge doelgroep besteed, en ik hoop dat het hieraan zal blijven worden besteed.

Minister, ik neem aan dat we hierover in de toekomst nog verder zullen kunnen discussiëren, maar mijn bezorgdheid blijft. We moeten over die jonge doelgroep waken, en we mogen niet rusten vooraleer we in de krant geen berichten over verkeersdoden meer lezen. Daarover zijn we het allemaal eens. (Applaus bij CD&V en Open Vld)

Minister, eerst en vooral ben ik blij met uw antwoord. U hebt verklaard dergelijk shopgedrag niet te zullen toelaten. Ik dank u omdat u niet zult toelaten dat mensen in Vlaanderen kunnen profiteren van wat ik de onveilige rijopleiding in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vind.

Ten tweede wil ik graag boter bij de vis. Het gaat om de verkeersveiligheid en niet om de structuren, maar soms staan die structuren de verkeersveiligheid in de weg. Daarnet is u gevraagd wat u zult doen om minister Bellot eindelijk tot actie aan te zetten in verband met de invoering van het rijbewijs met punten. Sp.a heeft verklaard met een stem te spreken als het om verkeersveiligheid gaat. Volgens CD&V moeten we de structuren overschrijden. Die partijen maken echter allemaal deel uit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en leveren soms zelfs de bevoegde minister. Zij moeten zorgen voor de onmiddellijke intrekking van de maatregel waardoor mensen na 30 uur rijopleiding en zonder rijervaring een rijbewijs kunnen krijgen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.