U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de toepassing van het decreet betreffende het inschrijvingsrecht.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de kinderen die werden geboren in 2006 starten volgend schooljaar hun schoolloopbaan in het secundair onderwijs. In 2006 werden er 2,5 procent meer kinderen geboren dan in 2005. We weten dat al sinds 2006, en dan weten we ook dat we in 2012 2,5 procent meer plaatsen nodig hebben op basisscholen en dat we in 2018 ook 2,5 procent meer plaatsen nodig zullen hebben in het secundair onderwijs. Die stijging van de geboorten is zich blijven doorzetten.

Het gevolg is dat we de afgelopen jaren in het parlement al vaak hebben gedebatteerd over het capaciteitstekort in het basisonderwijs. Dat tekort verplaatst zich nu, en dus lijkt het erop dat de discussie zich zal verplaatsen en dat we nu met een probleem in het secundair onderwijs zullen zitten en we jaar na jaar zullen moeten debatteren over het capaciteitstekort in het secundair onderwijs als er niet dringend iets gedaan wordt. Eigenlijk is dit perfect te voorspellen en hoef je geen visionair te zijn om te zien wat er de komende jaren op ons afkomt.

Velen onder ons hebben kinderen en iedereen wil het beste voor zijn kind. Ik begrijp dan ook de ontgoocheling van ouders en kinderen. Naar de middelbare school gaan is een ongelooflijk belangrijke stap in het leven van een kind. Kinderen willen die overstap maken met klasgenootjes of kiezen voor een bepaald project: een school sterk in wetenschappen en techniek of sport. Door een gebrek aan capaciteit kan niet ieder kind naar de school van zijn of haar eerste keuze. Het recht op vrije schoolkeuze wordt belemmerd door een acuut gebrek aan capaciteit.

Minister, hoe gaan we daar nu mee om? Het is aan ons om met een aantal oplossingen te komen. Op korte termijn moet er gekeken worden wat we kunnen doen voor die kinderen die geen plek op de school van hun keuze kregen toegewezen. In Gent zijn ze daar volop mee bezig. Op lokaal niveau is er een overleg georganiseerd om te kijken hoe meer kinderen kunnen worden geholpen. Op dit moment zijn daar al 178 plaatsen bij gecreëerd in scholen waar wachtlijsten zijn. Dat is een goede zaak.

Minister, maandag hebt u overleg gehad met de onderwijsschepenen uit Gent en Antwerpen. U hebt beloofd dat er, naast die extra plaatsen, ook lesuren zullen komen. Normaal is het maar het daaropvolgend jaar dat er leerkrachten bijkomen, maar dat is voor die scholen niet te doen. U hebt dus beloofd dat u extra lesuren en leerkrachten zult vrijmaken. Minister, ik zou graag van u de bevestiging hebben dat dit effectief zal gebeuren. Een aantal scholen wacht nog met de creëren van extra plaatsen tot ze die bevestiging hebben dat er effectief  lesuren en leerkrachten zullen volgen en wat de criteria zullen zijn.

De scholen vragen zich af vanaf hoeveel leerlingen ze bijkomende lesuren zullen kunnen inrichten en bijkomende leerkrachten zullen krijgen. Is dat op het niveau van de school? Er zijn nog wat vragen en we zouden graag deze namiddag antwoorden krijgen, zodat op korte termijn heel wat meer mensen kunnen worden geholpen.

Op een iets langere termijn zult u het digitaal aanmeldingssysteem in heel Vlaanderen invoeren. U kunt dat systeem dan misschien verbeteren. U hebt in de pers laten uitschijnen dat er manieren zijn om nog meer kinderen de school van hun eerste keuze toe te wijzen. Ik zou graag van u horen hoe u dat zult doen en hoe het systeem volgens u nog kan worden verbeterd. Indien u voor heel Vlaanderen een gelijkaardig systeem wilt invoeren, zullen die aanpassingen nodig zijn.

Dat is een goede zaak, maar het aanmeldingssysteem is ook gebonden aan decretale criteria die het Vlaams Parlement in 2007 heeft goedgekeurd. We zullen die criteria moeten durven te herbekijken. Wat moet er gebeuren met kinderen met specifieke onderwijsbehoeften of met kinderen die een toelatingsproef voor een bepaalde sportrichting hebben afgelegd? Moet het decreet worden gewijzigd? Dat is een taak die u en de Vlaamse Regering ter harte moeten nemen.

Minister, u zult vooral de capaciteit moeten uitbreiden. Het moet duidelijk zijn dat daar de essentie van het probleem zit. Dat capaciteitstekort is al vastgesteld in 2015, toen de door de Vlaamse Regering bestelde capaciteitsmonitor werd voorgesteld. Daaruit is drie jaar geleden al zwart op wit gebleken dat er vanaf 2017 een sterke stijging van het aantal leerlingen in het secundair onderwijs zou zijn. In 2020 zou het in Gent om 1200 kinderen, in Antwerpen om 2400 kinderen en in Leuven om 1600 kinderen gaan. Ook voor Mechelen is een tekort van 1600 plaatsen voorspeld. In Sint-Niklaas gaat het om 1200 kinderen. Het probleem is er ook in Aalst, Hasselt, Lier, Ninove en zo kan ik nog doorgaan. Dat is allemaal perfect voorspeld in de capaciteitsmonitor van 2015.

U hebt afgelopen weekend aangekondigd te zullen voorzien in 150 miljoen euro voor capaciteit in het secundair onderwijs, maar wij laten ons niets wijsmaken. Dat is geen nieuw geld. Het gaat om een bedrag van 50 miljoen euro waarin voormalig minister Smet al jaarlijks had voorzien. U hebt dat structureel verankerd en vastgelegd voor een periode van drie jaar, van 2016 tot 2018. U hebt nu verklaard dit te zullen voortzetten en nog eens 50 miljoen euro per jaar structureel te verankeren voor de komende jaren, van 2019 tot 2021.

U hebt dat aangekondigd, maar het is te weinig en het is te laat. In Gent willen de schoolbesturen voor het secundair onderwijs in 2018 beginnen te bouwen. Ze willen de echte tekorten in 2020 voor zijn. Er ligt een lijst van tien projecten klaar. Wat echt nodig is, is dat u vanaf dit jaar voor minstens zes jaar voorziet in budgetten om te kunnen plannen en realiseren tot in 2025, wanneer de piek in het capaciteitstekort er echt zal zijn. U weet, net als ik, dat een school niet op twee jaar tijd wordt gebouwd.

Wat nu gebeurt, is dat de schaarste wordt verdeeld. Op dat vlak nemen de lokale besturen hun verantwoordelijkheid op. Aangezien dat zo niet langer kan, hebben we oplossingen nodig op korte, middellange en lange termijn. We hebben vooral oplossingen nodig op lange termijn met voldoende budgetten om iets aan het capaciteitstekort te doen, zodat deze situatie zich niet meer opnieuw voordoet. (Applaus bij Groen)

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, na uw toespraak moet ik zeggen dat ik de voorbije dagen toch wel ben geschrokken en verbaasd door het een en het ander. Wat we de voorbije dagen hebben gehoord over de eerste ervaringen met een aanmeldingsregister voor het secundair onderwijs in Gent vind ik hallucinant. Er staan niet enkel, zoals u hebt vermeld, 530 kinderen op een wachtlijst. Ik kom hier zo dadelijk op terug. Verschillende kinderen is een school toegewezen die niet hun voorkeursschool is. Ze zijn voorbijgestoken door kinderen voor wie die school de tweede of de derde keuze is. Een tweeling is naar twee verschillende scholen doorverwezen.

Begrijpe wie kan. Misschien speelt de dubbele contingentering hier een rol, ik laat het even in het midden. Maar de gevolgen zijn wel wat ze zijn.

Mijnheer Van Dijck, ik hoor u al in uw eerste zinnen enkele onwaarheden verkondigen. Het verhaal van die tweeling bijvoorbeeld klopt niet, die kinderen zitten ondertussen op dezelfde school. (Opmerkingen)

Bovendien, mijnheer Van Dijck, vraag ik mij af waarom u schiet op een systeem dat in Antwerpen zal worden uitgerold op exact dezelfde wijze, en op een systeem dat in Brussel is uitgerold en daar lichtjes anders is, maar met resultaten die absoluut niet beter zijn. De minister dacht dat er meer kinderen de school van hun eerste keuze zouden krijgen, dat is absoluut niet het geval: het werkt niet beter.

Welk systeem stelt u voor? Als er schaarste is, als er maar zes stukken taart zijn en er zijn tien kinderen die een stuk taart willen, hoe gaat u dan de taart verdelen? Dat is het probleem dat zich voordoet. Ik wil van u graag een oplossing.

Mevrouw Meuleman, ik zat nog maar in mijn inleiding en ik krijg de kans niet om mijn stelling uit de doeken te doen. Als u me even toestaat…

Als dat allemaal niet waar is, als het niet waar is van die tweeling, is het dan ook niet waar van die leerling die voor de topsportschool koos? Die leerling die een ingangsexamen deed of een toets…

Dat is decretaal.

En vervolgens geen plaats kreeg? Of de leerling die een kunstopleiding volgt en vervolgens naar een school gestuurd wordt waar die opleiding niet bestaat? Is dat allemaal niet waar?

Mijn aanvoelen was in elk geval dat tot voor kort het systeem van Gent – en dan ging het vooral over het basisonderwijs, laat ons daar een groot onderscheid in maken – altijd werd aanzien als het toonbeeld voor heel Vlaanderen. Wat blijkt nu? Nu er problemen zijn met het secundair onderwijs, nu is het ineens de schuld van Vlaanderen.

Het is de schuld van minister Crevits. Het is de schuld van deze meerderheid. Als het goed is, de pluimen op de hoed. Als het fout is, heeft de andere het gedaan. Wij kunnen in elk geval niet leven met het feit dat er op die manier keuzes worden gemaakt die men nu benoemt als zijnde anomalieën, een eufemisme waar wij geen vrede mee kunnen nemen.

Het capaciteitsprobleem, mevrouw Meuleman en anderen, bestaat. Het situeert zich op twee niveaus. Het eerste gaat over het aantal stoeltjes in een regio, in een stad. Er is nog een ander capaciteitsprobleem dat moeilijker oplosbaar is. Er zijn nu eenmaal populaire en minder populaire scholen. Er zal altijd een systeem zijn waar niet iedereen een toegang tot zijn of haar voorkeur krijgt. Dat is nu eenmaal zo.

Ik wil nog meegeven, collega's, dat het deze Vlaamse Regering is die serieuze tanden bij gestoken heeft. (Opmerkingen)

Maar ik ben antwoorden aan het geven op uw vragen. Laat me even mijn redenering afmaken. Het is deze regering die nu tanden bij gestoken heeft. Ja, het duurt lang om scholen te bouwen, maar tijdelijke ingrepen zijn ook al vaak toegepast. Sommigen doen daar minimalistisch over, maar tot op heden heeft nog nooit één kind geen stoel gekregen. (Opmerkingen)

Nog niet! Wij blijven daarin investeren en daarop inzetten! Er was een tijd, mevrouw Meuleman, dat de ministers de vragen kregen: waarom wordt er geen bijkomende capaciteit gebouwd? Waarom doen we niet aan scholenbouw? De heer De Meyer was op dat moment, twintig jaar geleden, ook aanwezig toen de stelling geponeerd werd: ‘Stenen betogen niet, mensen wel’. Dat was het adagium tot voor kort! Deze regering heeft wat dat betreft serieuze tanden bij gestoken.

In ieder geval, collega's, op welke manier kunnen we transparant aan de mensen, aan de kinderen een school toewijzen? We willen om te beginnen af van kampeertoestanden. Die toestanden zijn vaak niet eens nodig.

De voorbije weekends hebben mensen opnieuw dagen en nachten in de kou staan aanschuiven, hoewel bleek op de dag dat er moest worden ingeschreven dat er nog voldoende plaatsen waren. Laat ons dus dergelijke toestanden elimineren. Daartoe – en daarover ben ik het met velen eens – moeten wij de nodige initiatieven nemen. We moeten dat oplossen.

Ik blijf het tot vervelens toe zeggen dat ik wel degelijk geloof in een centraal aanmeldingsregister. We moeten daarbij drie onderscheiden maken. In het basisonderwijs zullen er andere regels moeten worden gehanteerd. Daar is de buurtnabijheid belangrijk. De school moet de weerspiegeling zijn van de buurt. Kinderen van de buurt moeten daarin aan bod kunnen komen, al dan niet met een sociale mix. Dat zal afhangen van hoe die buurt eruitziet. Het tweede onderscheid is zeer belangrijk voor het secundair onderwijs. Daar gaat het over de keuzes. Welke studiekeuze maak ik? Ik weet dat het voor sommigen soms te vroeg gebeurt. Zij willen die studiekeuze pas op 14-, misschien pas op 16-jarige leeftijd. Neen, de eerste stap naar het secundair onderwijs moet gebeuren op basis van keuze. Over het derde onderscheid zijn we het allemaal roerend eens en, mevrouw Meuleman, u hebt het ook aangehaald: het bijzonder onderwijs moet wel degelijk een aparte regeling kennen.

Collega’s, als we op die manier een transparant, objectief en vereenvoudigd – en dat is ook belangrijk, niet alleen voor de gebruikers maar ook voor ouders en kinderen – Inschrijvingsdecreet tot stand kunnen brengen waarbij – en daar ging het dit weekend over – bij de eerste voorkeur ook rekening kan worden gehouden met de keuze van pedagogisch project en van studierichting, dan vindt u, minister, in ons een bondgenoot om daar liever vandaag dan morgen werk van te maken. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Van Dijck, ik ben het met u eens: we hebben een aanmeldingssysteem nodig dat de vrije schoolkeuze voor zoveel mogelijk leerlingen zo goed mogelijk garandeert. Dat is inderdaad wat Gent heeft proberen te doen. Maar ik heb het al gezegd: dit is het verhaal van de taart. Als er te weinig plaatsen zijn, kun je dat niet doen.

Wat u nu hebt gedaan, is wat u op Terzake ook hebt gedaan: u hebt geprobeerd het capaciteitsprobleem te minimaliseren. U zegt dat het een kwestie is van enkele populaire scholen. Dat is exact wat Pascal Smet ook zei. Twee jaar later was het een algemeen probleem en waren er overal wachtlijsten. Dit is wat nu op ons afkomt in het secundair onderwijs: nu gaat het om een aantal populaire scholen, maar in Gent zitten al veertien van de achttien scholen helemaal vol. Binnen twee jaar zitten gegarandeerd alle scholen vol. Hoe gaat de N-VA dan de vrije schoolkeuze garanderen? En beter garanderen dan het nu gebeurt? Mijnheer Van Dijck, kunt u mij dat vertellen? (Applaus bij Groen)

In Terzake heb ik inderdaad voor een deel de capaciteitsproblemen in Gent geminimaliseerd. Maar ik had het over het eerste leerjaar. Ik las, de schepen citerend, dat er 3196 plaatsen waren voor 3004 kinderen, of zoiets. Ik kan u het citaat tonen, ik heb dat niet uit mijn duim gezogen. Wat het middelbaar onderwijs betreft, ben ik het roerend met u en anderen eens dat we tanden moeten blijven bijsteken. Wij zijn de eersten geweest om, samen met de coalitiepartners, met deze regering inderdaad de daad bij het woord te voegen. We zullen de capaciteit blijven uitbreiden.

Tweede opmerking: wie moet dat doen? De minister zegt dat ook dikwijls: wij bouwen geen scholen. We leggen qua regie een grote verantwoordelijkheid bij de steden en gemeenten. U weet net als ik wie de onderwijsverstrekkers zijn: het vrij onderwijs, het gemeenschapsonderwijs en – maar niet overal – ook steden en gemeenten. Van hen zal het inderdaad afhangen om die capaciteit uit te breiden. De steden en gemeenten, zoals Gent en Antwerpen, die zelf ook onderwijsverstrekker zijn, steken inderdaad serieuze tanden bij, tot eer van diegenen die het daar doen.

En net daarom, mijnheer Van Dijck, moeten er op de lange termijn voldoende middelen zijn. Een huis bouw je niet op een jaar. Daar doe je verschillende jaren over. Een school is groter, complexer, er zijn juridische procedures, er is een erfgoedonderzoek. Dat bouw je niet op twee jaar tijd. Dat heeft de minister ook ondervonden.

Er moeten nu dus voldoende middelen worden uitgetrokken om op lange termijn en tegen 2025 te kunnen plannen. Dan is de 150 miljoen euro die de minister opnieuw verkoopt als extra middelen, maar die allang waren gepland, onvoldoende. Er is 450 miljoen euro nodig. De minister zegt in een persbericht dat ze op dit moment met 371 miljoen euro 40.000 plaatsen heeft gecreëerd, en dat ze met 150 miljoen euro nog eens 50.000 extra plaatsen zal bijbouwen. Niemand stelt zich daar blijkbaar vragen bij. Die plaatsen worden dan plots drie keer goedkoper. Hoe leg je dat uit? Het budget van 150 miljoen euro volstaat niet om voldoende plaatsen bij te creëren. Dus zullen wij in de komende jaren tegen tekorten en persoonlijke drama's aankijken, tenzij de Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid opneemt. (Applaus bij Groen)

Collega Meuleman, ik kan u één ding zeggen: wat u nu vertelt, hebt u op identiek dezelfde manier verteld over het basisonderwijs. Het siert u dat u die grote bekommernis had en hebt. Daarstraks heb ik u duidelijk gezegd dat geen enkel kind zonder stoel is gevallen. Geen enkel.

3000 in Brussel.

Het blijft onze ambitie om er ook in het secundair onderwijs voor te zorgen dat kinderen krijgen wat hun toekomt.

De heer De Ro heeft het woord.

Mijnheer Van Dijck, ik heb uw redenering afgewacht. Uw inleiding was een 2 minuten durende aanval op collega's van een ander lokaal bestuur. Waarom zeg ik collega's? Omdat u zelf ook lokaal actief bent. U weet ook hoeveel moed er is getoond door de schepenen van Onderwijs in de afgelopen maanden en jaren om te doen wat op een ander niveau niet gebeurde. Het zijn inderdaad de collega's op het lokale terrein die hun nek hebben uitgestoken om zo'n systeem te bouwen. Nu vanuit dit parlement heel eenvoudig de lijn doortrekken die al een hele week op Twitter en Facebook wordt getrokken door verschillende mensen, niet alleen maar wel vooral van uw partij, om daartegen in te gaan, om die mensen nog meer in de wind te zetten, dat vind ik spijtig.

U blijft ook een aantal dingen zeggen alsof het in de toekomst pas mogelijk zal worden. Als wij hier in de komende dagen een nieuw Inschrijvingsdecreet zouden schrijven, lijkt het erop dat we vanaf dan de keuzevrijheid van de ouders pas voor het eerst in Vlaanderen zouden vooropstellen. Ik moet u dan toch herinneren aan het decreet dat u zelf met de collega's van sp.a, CD&V en de N-VA in dit halfrond hebt goedgekeurd in 2011, door heel duidelijk aan de lokale overlegplatforms de mogelijkheid te geven om keuzevrijheid centraal te stellen, samen met afstand in het lager onderwijs, samen met toeval in het secundair onderwijs.

Als ik sommige mensen lees – niet van de minste, geen gewone partijmilitanten, maar kandidaat-lijsttrekkers, parlementsleden, mensen die hooggeplaatst zijn in uw en andere partijen –, dan lijkt het alsof men in Vlaanderen een school kan worden opgedrongen door de communistische centrale overlegstructuur die in die gemeenten actief zou zijn.

Wel, ik heb de cijfers opgevraagd. Ik zal vandaag een primeur geven, de journalisten zitten er toch bij. De cijfers voor Antwerpen, Gent en voor mijn stad Vilvoorde zijn gekend. We weten nu hoeveel ouders een school hebben gekregen die ze nooit hebben gekozen, die werd opgelegd door de structuur. Het is heel eenvoudig: nul in Antwerpen, nul in Gent, nul in Vilvoorde. Zo werkt dat systeem niet. De school die je kiest, de scholen die je voorkeur hebben, duid je aan. Ofwel heb je geluk en wordt het een van de voorkeurscholen, soms de tweede, soms de derde, soms de vierde, maar wel een die door jou is aangeduid, ofwel heb je geen school.

Ha ja, mijnheer Van Dijck, maar dat hebt u er even niet bij gezegd in de afgelopen dagen. Dus ontstaat er weer zo'n sfeertje van fake news. We hebben iets gelanceerd en nu gaan we dat oplossen. Neen, de vrije keuze is gegarandeerd in ons land, die staat in het decreet van 2011. U zou dat moeten weten, want de EU heeft toen op dat groen knopje geduwd. Probeer het dan ook intellectueel eerlijk te houden. Dan zal dit debat voor veel kijkers ook aangenamer worden om te volgen. (Applaus bij Open Vld, sp.a en Groen)

Collega De Ro, ik ga dat debat intellectueel heel eerlijk voeren. We hebben dat in 2011 goedgekeurd. En de eerste vaststellingen zijn de verkiezingen in dit land geweest, mijnheer De Ro. En er is een regeerakkoord gesloten, mijnheer De Ro, waarin we duidelijk gestipuleerd hebben dat we naar een volledige objectivering willen en een maximale keuzevrijheid. En u noemt dat communistisch, wat wij zeggen. Welnu, mijn collega’s en ikzelf gaan af op getuigenissen. Leg het maar uit aan de mama die zegt: ‘Mijn kind heeft geen school, want ik heb een diploma, en had ik geen diploma, had ik wel toegang gekregen tot die school.’ (Opmerkingen van Jo De Ro)

Dat is allemaal window dressing. Dat is allemaal fake news. (Opmerkingen van Jo De Ro)

Degenen die zeggen: ‘Mijn kind krijgt zijn eerste keuze niet en moet naar zijn tweede keuze, en Jefke, zijn vriend, die het omgekeerde gekozen heeft, die krijgt ook het omgekeerde.’ Wel, dat zijn anomalieën die ik zal blijven hekelen, met alle respect voor mijn collega’s van lokale besturen. Maar ik weet ook dat die lokale bestuurders niet allemaal dezelfde mening hebben, collega De Ro. En dat is misschien maar goed ook. Ik, ook als lokaal bestuurder, hoed mij voor het maken van twee lijsten. Goedgekeurd in 2011, gewogen en te licht bevonden. En wij gaan voor: iedereen evenveel gelijke kansen. (Applaus bij de N-VA)

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, en in het bijzonder collega Meuleman, ik wil toch even ingaan op die capaciteit, want dit debat is uiteraard heel belangrijk. Voor heel veel mensen is de schoolkeuze van hun kind een van de belangrijkste keuzes die ze maken en waar ze ook heel zorgvuldig in zijn.

Daarnet bent u wel heel kort door de bocht gegaan, en redelijk agressief ten aanzien van Vlaanderen, en ik vind dat hopeloos onterecht. Ik heb eergisteren de schepenen gezien. De eerste vraag die ik gesteld heb, was of er een capaciteitsprobleem was in Gent en in Antwerpen. Beide schepenen hebben gezegd dat er voor het volgende schooljaar geen capaciteitsprobleem is. Er zijn in de scholen in Gent plaatsen genoeg voor de kinderen die naar het eerste middelbaar gaan. Laat ons dus alstublieft de discussie hygiënisch voeren.

Nu gaat de discussie over het feit dat niet iedereen de school van voorkeur heeft gekregen. Ik heb met hen lang gediscussieerd over de manier waarop ze het lokaal georganiseerd hebben. Ik heb mijn administratie ondertussen ook aan het werk gezet. En wat collega Van Dyck net zei, namelijk ouders die twee keer de tweede school van voorkeur hebben, kun je perfect oplossen met een extra algoritme binnen het decretale kader. Ik wil helpen om dat uit te werken, geen enkel probleem. Maar men heeft op dat vlak geen hulp gevraagd. Men wist wellicht dat men zo’n algoritme kon invoeren. Het is niet gebeurd. Het zal in de toekomst wellicht zo moeten.

En dan kom ik bij de middelen, collega Meuleman. Ikzelf en de vorige minister van Onderwijs hebben in totaal 371 miljoen euro vrijgemaakt om 40.000 plaatsen te creëren in het lager onderwijs. Ik bouw geen scholen. Weet u hoeveel plaatsen er effectief gerealiseerd zijn vandaag? 20.000. We hebben er nog 20.000 te gaan. Kom dan niet bij mij roepen dat het allemaal de schuld van Vlaanderen is. Er moet gebouwd worden op het terrein. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

En specifiek wat Gent betreft, mevrouw Meuleman: ik houd van die stad, ik heb daar gestudeerd, maar ik vind het ook niet fijn – en de schepen heeft dat voor alle duidelijkheid niet gedaan – dat men naar mij kijkt en zegt: ‘Ge zijt toch ziende blind, ge weet toch dat er meer capaciteit moet zijn?’ Gent weet dat ook. Weet u hoeveel huursubsidies de stad of de scholen tot op vandaag al aangevraagd hebben? Nul. Weet u, als we kijken naar de extra’s die nodig zijn, welke steden er gebruik van gemaakt hebben om met de huidige middelen al extra capaciteit te creëren in het secundair onderwijs? De stad Antwerpen. De stad Gent heeft dat niet gedaan tot op heden. Ik heb geen enkele van deze subsidies goedgekeurd.

Ik ben best wel bereid, mevrouw Meuleman, om te kijken waar we extra capaciteit bij kunnen steken in de komende jaren. U hebt daarnet gezegd dat er met 150 miljoen euro 50.000 bij komen, maar u hebt het artikel niet goed gelezen. We zijn nu in Gent op het aantal leerlingen van 2003. De leerlingenaantallen zijn de voorbije tien jaar gezakt. Nu beginnen ze weer te stijgen. Er is dus capaciteit in de Gentse scholen. De scholen weten dat ook. Maar men zegt nu: mogen we alstublieft een beetje plaatsen bij maken? Ja, maar dat had ook voorzien kunnen zijn. In het aanmeldingsdossier aan de Commissie Leerlingenrechten kon men gezegd hebben: mogen we misschien, als er toch plaatsen te kort zijn, in wat extra plaatsen voorzien?

Men heeft ervoor gekozen om dat niet te doen. Ik heb er geen probleem mee dat scholen nu in extra plaatsen voorzien waar dat mogelijk is. Maar het had ook mee in het systeem kunnen zitten. Er is dus iets dat ik niet aanvaard – en dat is de reden waarom ik hier tóch het woord neem, mevrouw Meuleman. Ik heb heel veel respect, heel veel respect, voor de manier waarop Gent en Antwerpen, maar ook Leuven en Brussel – als ik zo vrij mag zijn – het voortouw nemen in deze discussies en ook in het secundair onderwijs aanmelden. Maar stop alstublieft met zwartepieten richting één partij. Dat is helemaal verkeerd. (Applaus bij de meerderheid)

De heer De Meyer heeft het woord.

Voorzitter, ik wilde al een tijdje het woord nemen. Ik moet dus even teruggrijpen naar een element dat al vroeger ter sprake kwam in het debat.

De toekomst telt, het verleden is minder belangrijk. Maar het is wel zo, voorzitter, dat ik nog tot die generatie behoor dat ik, toen ik over schoolinfrastructuur sprak, behoorde tot de witte raven in dit parlement. Maar goed, dat is het verleden, de geschiedenis.

Mijn vragen waren eigenlijk – de minister is er ook al op ingegaan – de volgende. Mevrouw Meuleman, is de capaciteitsmonitor volgens u een goed instrument of niet? Waardeert u de 371 miljoen euro die reeds ingezet zijn voor capaciteit of niet? Is de 150 miljoen euro extra die er vandaag opnieuw zal bij komen een goede zaak of niet? Welke termijn plant u als er middelen worden toegekend ten opzichte van het moment dat deze scholen effectief moeten worden gebouwd? Mag dat volgens u ook een beetje sneller gaan?

Ten slotte is mijn vraag: als er in sommige steden noodsituaties zouden zijn, mogen er dan ook wat extra plaatsjes worden bij gecreëerd, zoals men in veel scholen in het basisonderwijs heeft gedaan, zonder nieuwbouw en zonder dat dat veel geld en middelen moet kosten? Dit alleen voor specifieke noodsituaties. Ik weet ook wel dat dit niet alle problemen oplost, maar dit kan wel mee wat soelaas bieden. 

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, ik val hier toch even van mijn stoel.

U zit er nog altijd op.

Ja, ik zit er nog altijd op. Dank u wel, voorzitter.

Ik val hier toch even van mijn stoel als hier mensen zeggen dat er niemand is, dat er nul mensen, ouders, leerlingen zijn, die niet de school van hun keuze hebben gekregen. Want als dat waar is, dan wil dat zeggen dat al die mensen in de kranten, de mensen die ons mails sturen, liegen. Dan liegen zij.

Ik stel vast – en dat is toch niet onbelangrijk, collega's – dat mensen ‘een’ school kiezen. Op de websites waar de mensen moeten aanmelden, wordt de tip gegeven om meerdere scholen aan te duiden. Maar die ouders, die willen geen meerdere scholen aanduiden. Zij zeggen, zeker wat het secundair onderwijs betreft: ‘Ik wil mijn kind naar díe school sturen, om allerlei redenen.’ En voor mij, collega's, zijn al die redenen evenveel waard. Het gaat over het pedagogisch project. Het gaat over wat er tijdens de middagpauze gebeurt. Het gaat erover dat ze er zelf hebben gezeten. Het gaat erover dat ze met de auto voorbij die school rijden. Het gaat over studierichtingen. Het maakt mij niet uit. Maar ouders willen díe school.

En als het dan een andere school wordt, dan kunt u inderdaad gemakkelijkheidshalve zeggen: ‘Het was ook een school die ze hadden opgegeven: de tweede, de derde, de vierde of de vijfde keuze. Ze hebben een school van hun keuze gekregen.’ Neen, ze hebben ‘een’ school gekregen, maar niet de school van hun keuze.

Ik ben het ermee eens dat we de capaciteit moeten uitbreiden. Maar, collega's, we moeten ook eerlijk zijn. Want de vraag stelt zich: zullen die scholen waar inderdaad al die ouders naartoe willen, de capaciteit uitbreiden, kunnen uitbreiden, willen uitbreiden?

Ik herinner mij nog situaties, bijvoorbeeld in Antwerpen, waarbij er nieuwe scholen bij kwamen in het basisonderwijs en dat er bij het begin van het schooljaar zeven leerlingen waren. Want ouders zeiden: ‘Dat is heel tof. Maar ik wil mijn kind niet naar die school sturen, ik wil naar een andere.’

Voorzitter, ik wil graag twee concrete suggesties doen. Eén, ik denk inderdaad dat het belangrijk is dat we hertellen wat betreft leerkrachten, in het basisonderwijs en het secundair onderwijs. Ik heb daarover zelf al het woord genomen. En twee, we moeten er alles aan doen om de capaciteit die er in schoolgebouwen is, te behouden. Vorig jaar is er in Gent nog een school verkocht aan een projectontwikkelaar, die daar nu appartementen aan het zetten is. Elke plaats die weg is... En dat is met gemeenschapsgeld gekocht. 60 à 70 procent subsidies en alle werkingsmiddelen. Ja, die plaatsen zijn voor eeuwig en altijd weg.

Maar kom hier alsjeblieft niet zeggen dat er geen mensen zijn die geen school van hun keuze hebben. (Applaus bij de N-VA)

De heer Janssens heeft het woord.

Mijnheer Van Dijck, ik kom uiteraard even terug bij u, want anders staat u daar helemaal voor niets vooraan op het podium. Eén ding is me niet helemaal duidelijk in uw betoog. U hebt gezegd dat wanneer we evolueren naar een nieuw systeem, dat voor de N-VA desnoods met een sociale mix is. Ik denk dat de meeste partijen het erover eens zijn dat het systeem van dubbele contingentering niet werkt en te complex is en dat we daar dus van af moeten. Ik denk dat de meerderheidspartijen het daarover eens zijn. Maar wanneer u spreekt over een sociale mix die u dan wilt invoeren, zullen we dan inderdaad kinderen toewijzen aan scholen op basis van socio-economische criteria? Want de minister heeft in de commissie en in de plenaire vergadering al herhaaldelijk gezegd dat zij vasthoudt aan die sociale mix en aan de maximale diversiteit in onze scholen. Dan is mijn vraag aan u: wat is de houding van de N-VA daarin? Zullen we inderdaad toegeven aan die door de overheid opgelegde diversiteit waarmee we dus de keuzevrijheid van heel wat leerlingen zullen beknotten? Gaat u daarin mee of hoe ziet u de sociale mix waarvoor u hebt gepleit?

Mijnheer Janssens, het antwoord zit eigenlijk in uw vraag. Wij willen niet meegaan in een systeem van voorrang. Wij willen ook geen systeem zoals het vroeger was – en we moeten elkaar geen Liesbeth noemen – waarbij scholen de keuzes maakten. Daar willen we ook van af. Wij zijn wel degelijk voor een centraal en objectief aanmeldregister. De vrije schoolkeuze is voor diegene die een keuze voor een school maakt. Sommigen pleiten ervoor de school te laten kiezen, maar daar ben ik het niet mee eens, want de scholen, en zeker de scholen die zijn erkend en gesubsidieerd, moeten ook aan een aantal voorwaarden voldoen die wij als decreetgever, denk ik, mogen opleggen. Daar ga ik dus niet in mee.

Wanneer je de eerste keuzevrijheid van ouders laat primeren, dan zal men dat in buurten waar er een serieuze sociale mix is, ook in de school zien. Dus geen twee lijsten, geen dubbele contingentering, maar één lijst en eerste voorkeur bepaalt. De feiten zullen uitwijzen dat die sociale mix, als die in de omgeving aanwezig is, ook in de school zichtbaar zal zijn.

Dat ziet men trouwens niet alleen in de steden maar ook op het platteland. Want wij doen alsof grotere kansarmoede zich alleen in de steden voordoet, maar dat is dus niet waar. Kinderen met schooltoelagen komen we in heel Vlaanderen tegen. Mama’s die geen diploma secundair onderwijs hebben, komen we in heel Vlaanderen tegen. In vele basisscholen in steden en op het platteland hebben we die mix. Wij vinden dat dit niet nog eens extra op een virtuele manier moet worden versterkt. Dat is immers niet transparant en niet eerlijk.

Wanneer die sociale mix inderdaad in een buurt aanwezig is, dan zal die normaal gezien op een natuurlijke manier in de scholen zichtbaar worden. Ik veronderstel dan ook dat dit de sociale mix is die u bedoelt: een spontane sociale mix zonder dat wij daarvoor nieuwe reglementen gaan opleggen, zonder dat wij aan leerlingen, ouders of scholen aparte voorwaarden gaan opleggen.

Ik neem dan ook aan dat u niet meegaat in het verhaal van de minister die absoluut diversiteit wil in de scholen. En ik noteer dat wat u betreft, er geen socio-economische criteria zullen gelden bij het toekennen van scholen aan bepaalde leerlingen of ouders.

Voorzitter, ik heb de indruk dat ik destijds een fout beroep heb gekozen. Als onderwijzer werd ik opgeleid om iets uit te leggen aan kinderen tot en met 12 jaar. Nog niet heel duidelijk, he? Ik zeg: eerste voorkeur van de ouders en ik heb geen enkel probleem met een sociale mix. Sommigen stellen voor de directeurs opnieuw te laten kiezen, maar ik zeg: neen, ik laat de directeurs niet kiezen, het zal het centraal aanmeldingsregister zijn dat de keuze bepaalt. Dat zeg ik, en ik laat me geen woorden in de mond leggen dat ik in tegenspraak zou zijn met de minister die voor de sociale mix is. Wanneer een buurt sociaal gemixt is, en heel Vlaanderen is zo, dan wil ik dat ook vertaald zien in de scholen, op een spontane manier. En ik denk dat ik dat woord ook al 4 jaar lang hanteer.

Er zit toch iets in de retoriek van de N-VA dat me niet helemaal duidelijk is. Zowel de heer Daniëls als de heer Van Dijck zegt dat elk kind naar de school van zijn eerste keuze moet kunnen gaan. Men kiest voor een pedagogisch project en men moet naar de school van de eerste keuze kunnen gaan. Leg me dan eens uit dat als er 100 plaatsen zijn en er 130 kinderen naar die school van hun eerste keuze willen gaan, hoe u dat zult doen.

Dat gaat niet.

Wat doet u met die 30 kinderen die er niet in kunnen? Wie kiest u dan? Welke kinderen laat u binnen en welke kinderen laat u niet binnen? Daar hebt u nog geen oplossing voor.

Men moet daar geen wiskundige voor zijn. Als er 40 plaatsen zijn en er zijn 60 kandidaten, dan zijn er 20 ongelukkig. Dat klopt. Ik kan dat niet veranderen. Zelfs met een capaciteitsuitbreiding gaan we dat niet kunnen veranderen. Zoals de heer Daniëls zegt, zullen er altijd scholen zijn waar bij wijze van spreken iedereen wil zitten. Hoe ga je dat dan oplossen? Niet op basis van ‘jij hebt een diploma en jij niet’. (Rumoer)

Het zal dan een stuk de willekeur zijn, een stuk de willekeur. Inderdaad. Wat is het nu? Wat was het tot nu? De chronologie, eerst komt, eerst maalt. Daar willen we van af. Vandaar dat centraal aanmeldregister. Dan ga je niet voorhebben dat je wordt voorbijgestoken door kinderen voor wie die school de tweede keuze was. Dan zal het tussen de eerste keuzes zijn, en daar zul je 40 gelukkigen hebben en 20 die dat niet zijn. Ik ben daar heel duidelijk in. Dat zul je met geen enkel systeem kunnen oplossen. Dat is nu eenmaal de realiteit. Dat is de wiskundige realiteit. Daar kan ik mee leven, met een wiskundige realiteit maar met geen andere.

Dat, mijnheer Van Dijck, is exact het systeem dat ontwikkeld is door Antwerpen en overgenomen en ingevoerd door Gent op dit moment. Dat is wat er is gebeurd. (Opmerkingen van Kris Van Dijck)

Niet door chronologie, maar door loting. Het is exact hetzelfde systeem als in Antwerpen. Het systeem is overgenomen en uitgerold in Gent. Het is het Antwerpse systeem dat is toegepast in Gent.

Wat zie je? Dat 88 procent van de kinderen hun eerste schoolkeuze toegewezen heeft gekregen. Men zal proberen om dat percentage nog naar omhoog te krijgen en zo hoog mogelijk te krijgen, want dat is de betrachting van iedereen in dit parlement. Maar 100 procent zul je niet krijgen omdat er in sommige scholen meer kinderen binnen willen dan dat er binnen kunnen. Men is nu aan het kijken om nog plaatsjes bij te maken in die scholen. Dat is wat de schepen nu aan het doen is, gelukkig geholpen door de minister die ervoor zal zorgen dat er leerkrachten kunnen komen in die scholen. Dat is exact wat er nu aan het gebeuren is in Gent. Ik begrijp niet dat u daar staat af te geven op een systeem dat ontwikkeld is in Antwerpen en dat het enig mogelijke systeem is. Het is inderdaad een stukje door toeval, door loting. De essentie is en blijft dat er voldoende plek moet zijn.

Minister, u hebt gezegd dat er nog geen capaciteitstekort is. Ik heb gezegd dat er 14 van de 18 scholen volledig vol zijn. Er zijn nog een aantal plaatsjes, maar tegen 2020 is er wel een groot capaciteitsprobleem. Tegen 2025 is er nog een groter capaciteitsprobleem. Men moet nu kunnen plannen om die scholen te kunnen bouwen en ervoor te zorgen dat die scholen er zullen staan. U verwijt de lokale besturen dat ze niet snel genoeg bouwen. Maar hoe snel bouwt de Vlaamse overheid? Hoe snel zit er een spade in de grond als de Vlaamse Regering beslist dat er in 2018 middelen voor een fietspad, een brug of een tunnel worden vrijgemaakt? Ligt die er dan volgend jaar? Ik denk het niet. Er is tijd nodig om te plannen, om te bouwen, om de procedures te doorlopen. Vandaar de vraag naar een langetermijnvisie en voldoende middelen. Dat is meer dan waarin u nu voorziet. (Applaus bij Groen)

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, wat die capaciteit betreft: ook een stad die samen met scholen onderhandelt, kan voorzienig zijn.

U zei daarnet dat Gent 10 projecten klaar heeft liggen. Dat is net de reden waarom Gent in het verleden zoveel middelen heeft gekregen om in het lager onderwijs in stoeltjes te voorzien, in plaatjes voor kinderen te voorzien, maar toch is er nog 10 miljoen euro waarvan er niets is gebruikt, waarvoor zelfs nog geen dossier is ingediend. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Wij weten perfect hoeveel kinderen er geboren zijn en hoe de kinderen zullen evolueren. Ikzelf heb beslist om een capaciteitsmonitor te maken voor het secundair onderwijs, maar het is wel aan de scholen en de steden om samen te kijken waar de beste projecten kunnen worden gerealiseerd.

Ik kijk al even naar mevrouw Van den Brandt want ze stak daarnet ook haar vinger op. Brussel heeft een paar schitterende projecten ingediend om nieuwe scholen secundair onderwijs te realiseren met middelen DBFM en met middelen huursubsidies. Men kijkt daar dus vooruit. We moeten dat samen doen. Het heeft echter geen zin dat u met het vingertje naar mij wijst of dat ik met het vingertje naar Gent wijs. We zullen die plaatsen samen moeten realiseren. Het is een gezamenlijke inspanning. Verwijt mij niet dat ik niet in de toekomst kijk, want dat doe ik.

Voorzitter, als u mij toelaat zou ik een klein misverstandje willen rechtzetten over wat hier gezegd werd over de systemen. Er is een verschil tussen wat Brussel doet en wat Gent en Antwerpen doen. In Brussel heeft men nu voor het eerst een nieuw systeem bedacht. Vroeger was dat chronologie, dit jaar is dat voor de allereerste keer als volgt. Eerst geeft men iedereen de school van eerste voorrang, dan gaat men kijken wie tweede voorrang krijgt, vervolgens wie derde voorrang krijgt. Dat geeft inderdaad de indruk dat meer kinderen eerste voorrang krijgen. Dat is goed voor die beperkte groep, maar die 20, 30 of 40 kinderen die de eerste voorrang niet krijgen, worden vaak geconfronteerd met scholen van tweede, derde of vierde voorrang die ook volzet zijn. Die vallen dan terug naar de vijfde of de zesde keuze. Om dat te vermijden hebben ze in Gent en in Antwerpen ervoor gekozen om alle scholen in de pot steken en vervolgens een lottrekking te doen. Dan krijgt iedereen de school van hoogste prioriteit. Maar wat niet in dat algoritme is voorzien, zijn de situaties die de heer Van Dijck daarnet kwam te melden: als ik mijn tweede keuze krijg en de heer Van Dijck ook zijn tweede keuze, waarom kunnen we dan niet wisselen? Je kunt perfect een computer dat laten doen en de volgorde van de lijsten volgen. Dat moeten we meenemen naar volgend jaar om dat te proberen oplossen.

Collega's, ik kom tot de dubbele contingentering en de sociale mix. Het is wel eens interessant om lang te praten met de schepenen. De stad Antwerpen heeft de resultaten van de voorbije twee jaar eens door de computer laten rollen zonder dubbele contingentering. Weet je wat het verschil was, collega's? Drie leerlingen op honderd zouden een andere school toegewezen gekregen hebben. Hoe komt dat? (Opmerkingen van Björn Rzoska)

Ja, dat is voor mij.

Minister Hilde Crevits

Dat is eigenlijk voor elk van de partijen. Ik wil de discussie ontmijnen. Ik zou dit dossier opgelost willen krijgen zodat we vooruit kunnen.

Hoe komt dat? In Antwerpen tikken sowieso al heel veel leerlingen aan als indicatorleerling. Je moet het ingewikkelde systeem van die dubbele contingentering niet meer toepassen, je krijgt spontaan die sociale mix als je werkt met de lottrekking.

Ik zie collega Meuleman bevestigend knikken.

Minister Hilde Crevits

Wel, collega's, geef dan voor dat principe een groot applaus en we kunnen weg. Het probleem is opgelost. (Applaus bij CD&V)

Ik denk dat dit onderwerp voldoende besproken is. (Opmerkingen van Bruno Tobback)

U vraagt de schorsing?

We zijn vanuit de oppositie constructief. Als de meerderheidspartijen zich een kwartiertje willen terugtrekken en dan met dat volledige applaus komen, dan zijn wij bereid daarop te wachten. Misschien is het dan effectief opgelost. Maar misschien ben ik te optimistisch.

Ik zie aan de non-verbale communicatie van de fractieleiders dat dat niet nodig is.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, er is al veel gezegd in het debat. Ik wil vooral aangeven hoe wij ertegenover staan vanuit onze fractie. We hebben de voorbije dagen opnieuw – dit doet zich spijtig genoeg jaarlijks voor – verhalen mogen lezen en horen van mensen die teleurgesteld zijn omdat ze niet de school van hun eerste keuze gekregen hebben voor hun kinderen. Wij hebben ook kunnen vaststellen wat de impact ervan is op kinderen die vol enthousiasme uitkijken naar een nieuwe school om van start te gaan en dan tot de vaststelling komen dat ze eigenlijk nog steeds wachtende zijn en in een periode van onzekerheid terechtkomen tot uiteindelijk een school wordt toegewezen. We moeten alle inspanningen doen om daar oplossingen voor te vinden. Ook voor ons is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders, het liefst allemaal, de eerste school van hun keuze kunnen krijgen. Wij hebben vandaag gelukkig heel veel gemeenten en steden waar dat ook het geval is. Maar we hebben in een aantal gemeenten en steden capaciteitsproblemen die we al verschillende jaren opvolgen en waar we extra middelen voor vrijmaken om aan die capaciteitsproblemen tegemoet te komen.

Wat we vaststellen, is dat met de middelen van de voorbije jaren – de minister heeft er al naar verwezen – men er op het terrein niet in slaagt om op korte termijn capaciteit bij te creëren, daar waar de vraag het grootst is. Minister, daarom vind ik het belangrijk dat we iedereen in dezen op hun verantwoordelijkheid wijzen, dat we de schoolbesturen erop wijzen dat het belangrijk is om hun capaciteit uit te breiden als ze vaststellen dat er veel kinderen bij hen op school een traject willen doorlopen, dat we ook de gemeenten vragen om inspanningen te doen om mee de schouders te zetten onder het creëren van extra capaciteit, daar waar nodig. Uiteraard stellen wij vanuit Vlaanderen middelen ter beschikking en hebben wij systemen uitgewerkt die een zeer grote ruimte en vrijheid geven aan de lokale besturen, aan de scholen ter plaatse, om met het systeem aan de slag te gaan. Maar belangrijk is dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt. Daarop wil ik vandaag toch de aandacht vestigen, want het creëren van voldoende capaciteit is eigenlijk de enige manier om echt tegemoet te komen aan de problematiek die zich stelt.

Door het feit dat dit vandaag niet overal lukt, hebben wij al veel jaren een systeem uitgewerkt waarin we vastleggen op welke manier we bij een tekort bepalen wie er dan wel en wie er niet wordt ingeschreven. We hebben bij het begin van deze legislatuur geoordeeld dat het belangrijk is om het systeem onder de loep te nemen en na te gaan op welke manier we dit kunnen verbeteren. Collega De Ro heeft het al beklemtoond: we hebben in Vlaanderen altijd de keuze van de ouders als eerste prioriteit vooropgesteld, en het is belangrijk om dat in de toekomst te blijven doen. Het huidige inschrijvingsrecht is daarop gebaseerd om de keuze van ouders te maximaliseren. Onze fractie vraagt ook om dat in de toekomst te blijven doen.

We hebben heel wat hoorzittingen georganiseerd waarin we samen naar het veld hebben kunnen luisteren en hebben kunnen vragen welke systemen goed werken en welke minder goed. Wat voor CD&V duidelijk is, is dat het belangrijk is om in de toekomst verschillende systemen te blijven uitwerken omdat het basisonderwijs niet hetzelfde is als het secundair onderwijs en het secundair onderwijs en het basisonderwijs ook niet hetzelfde zijn als het buitengewoon onderwijs. Alle niveaus verdienen een eigen aanpak, een eigen systeem, om te bepalen welke leerlingen kunnen worden ingeschreven en welke niet. Wij stellen voorop dat de keuzevrijheid van ouders gemaximaliseerd wordt en daarom vinden wij het ook cruciaal dat, daar waar we vaststellen dat de algoritmen nog niet geoptimaliseerd zijn in het systeem, die voor het volgende jaar worden geoptimaliseerd zodat de ruil die nu niet is opgenomen in het systeem, volgend jaar wel in het systeem is opgenomen zodat die kan worden toegepast en de keuze van ouders opnieuw kan worden gemaximaliseerd.

Het is heel duidelijk naar voren gekomen dat het hanteren van verschillende inschrijvingsperiodes in Vlaanderen niet optimaal is en heel veel vraagt van scholen en van ouders. Ook daar zijn wij vragende partij om meer eenvoud en meer uniformiteit te realiseren zodat wij een stap vooruit kunnen zetten.

Wij vragen ook om de kampeertoestanden in de toekomst weg te werken. Daarom vragen wij om volledig digitaal aan de slag te gaan en het aanmeldingssysteem op punt te stellen zodat het kamperen van de voorbije dagen in de volgende periode niet meer te zien zal zijn.

Wij vragen ook om voor de dubbele inschrijvingen, waardoor vele kinderen vele stoeltjes tegelijk bezetten, een oplossing te zoeken zodat op korte termijn meer capaciteit kan worden gerealiseerd.

Tot slot willen wij segregatie, uitsluiting en discriminatie vermijden. Vandaag hebben wij een instrument, de dubbele contingentering, om dat tegen te gaan. We hebben vorige week in deze plenaire vergadering heel duidelijk gesteld dat onze fractie niet getrouwd is met de dubbele contingentering, maar wij willen wel de sociale mix vooropstellen. Wij staan open voor alternatieve instrumenten die die sociale mix kunnen realiseren.

We hebben de vraag reeds op verschillende plaatsen gesteld om ons alternatieven aan te reiken. Tot vandaag zijn er nog niet zoveel suggesties binnengekomen, maar onze fractie is bereid om op zoek te gaan naar andere manieren waarop dit wel mogelijk kan zijn.

Dit zijn de verschillende opties die we vooropstellen, en we zijn bereid om samen op zoek te gaan naar de beste manier om het capaciteitsprobleem weg te werken en de eerste keuze voor ouders en leerlingen te maximaliseren. (Applaus bij NV-A en CD&V)

Kent iemand van u iemand die niet het beste wil voor zijn kinderen of kleinkinderen? Iedereen wil toch het beste onderwijs, de beste school, de beste leerkracht voor zijn of haar kind? De felle emoties van de afgelopen weken begrijpen we dan toch allemaal: de ontgoocheling als de inschrijving niet lukt via een centraal aanmeldingssyteem, de woede die men voelt als men geen vrijaf krijgt om te gaan aanschuiven, de wanhoop als men als alleenstaande mama of papa geen netwerk heeft om op terug te vallen om aan te schuiven, het gevoel van hulpeloosheid als men de indruk krijgt dat anderen meer informatie, meer rechten of meer kansen krijgen, kortom het gevoel gefaald te hebben als ouder voor de toekomst van jouw kind.

Ik ken die angst persoonlijk. Alle mama’s en papa’s hier in de zaal moeten zich maar eens inbeelden met welk gevoel van stress en onmacht ik mij op 5 juli 2015 haastte naar de school die om elf uur ‘s ochtends meedeelde dat er nog vijf plaatsen vrij waren voor de richting waar mijn zoon zijn zinnen had op gezet, na de grote ontgoocheling van een B-attest. Vijf plaatsen. Een speelplaats vol ouders. Welke andere ouders hebben een ticketje dat vóór het mijne komt? Hoeveel van die ouders gaan ook voor die richting en dat leerjaar? Het aftellen begon. Kunt u zich even inleven in het gevoel dat een ouder op dat ogenblik heeft? Hou dat gevoel even vast de rest van ons debat.

Om die emoties, die angst van ouders en leerlingen zoveel mogelijk weg te nemen is er de afgelopen jaren door de lokale besturen en inrichtende machten hard gewerkt om in capaciteitssteden aanmeldingssystemen uit te bouwen om zo kamperen overbodig te maken. Als ik dat hier zo zeg, dan klinkt dat eenvoudig. Maar dat is het niet. Ik meende het vorige week ook 100 procent toen ik zei dat de grootste moed in dit dossier niet vanop het Vlaamse niveau, niet vanuit het parlement, niet vanuit de regering of vanuit de administratie komt, maar op het lokale terrein nodig is.

De tijd dat een schepen van onderwijs diploma’s uitreikte en lintjes doorknipte is al lang voorbij. Dat weten Claude, Elke, Jef, Sofie, Loes, Katrien, Jo, Lut, Patrick, Eva, Marc, Mohammed en alle andere schepenen van onderwijs maar al te goed. Zij steken telkens weer hun nek uit en ze zijn de afgelopen week afgemaakt door de Twitter-stuurlui-aan-wal die het beter kunnen maar het zelf nooit moeten doen of moeten uitleggen. Dat is het gevoel van onmacht dat bij die schepenen leeft en daarvoor vraag ik hier van iedereen wat meer respect… (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

…ook vanop die banken die met één voorbeeld het werk van vele mensen neerhalen. Het zijn ook die lokale besturen die die schoolbesturen aan tafel krijgen en die naar de ministers gestapt zijn om meer middelen te hebben, maar die zelfs ook als lokale inrichtende macht de afgelopen jaren tussen de 100 en 150 miljoen euro bijgelegd hebben om die capaciteit te creëren, om gronden aan te kopen waar Vlaanderen geen geld voor heeft en om het bouwproces te begeleiden.

Een stelling die de laatste weken weer eens opgang maakte was: ‘Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat men die plaatstekorten niet zag aankomen, kon men dat dan niet opvolgen?’ Dat zegt men op lokaal vlak, maar vooral ook hier in Brussel. De heer Parys is er momenteel niet, maar hij en ik waren twee van de kandidaten die al in 2009, met betrouwbare cijfers en met de nodige acties, aandacht vroegen voor dit thema. De reactie van de toenmalige minister was dat het geen probleem zou zijn. De pers geloofde het en de publieke opinie geloofde het. Nu weten we meer.

Ik zeg dat nu niet met enig gevoel van trots omdat wij de slimsten waren en dat al hadden voorzien. Ik zeg dat vooral omdat we niet mogen vervallen in een situatie waarin we onderschatten hoe groot de problemen kunnen zijn of zijn. Een secundaire school wordt niet op dezelfde wijze gebouwd als een basisschool. Dat is complexer en kost meer geld. Vlaanderen geeft minder subsidies voor de bouw van een secundaire school. De lokale inrichtende machten zitten op hun tandvlees, want ze hebben zich al in de schulden gestoken voor de capaciteit in het basisonderwijs.

Vanuit onze lokale en Vlaamse ervaring zeggen wij dat er meer nodig is. Het gaat niet enkel om meer middelen dan die driemaal 50 miljoen euro.  We moeten er vooral voor zorgen dat we voor het zomerreces met al die partners rond de tafel zitten. We moeten zien waar die capaciteit er komt, wie zal bouwen en wie niet kan bouwen. We moeten de scholen bijstaan. Kunnen we die mensen helpen? Kunnen we Vlaamse ambtenaren naar de lokale besturen sturen om de omgevingsvergunningen in orde te brengen? De Vlaamse overheid kan onderhandelen met provincies en bedrijven die nog terreinen hebben. In de steden liggen niet veel terreinen meer. Iedereen wil die terreinen hebben. Dat moeten we doen.

Voor iedereen denkt dat ik het enkel over de capaciteit zal hebben, wil ik een tweede punt maken dat mogelijk nog persoonlijker en emotioneler is. We moeten vermijden dat we onze gemeenschappelijke strijd tegen segregatie en voor gelijke onderwijskansen on hold zetten tijdens onze zoektocht naar oplossingen voor het capaciteitsprobleem. We mogen niet stellen dat daar nu even geen tijd voor is en dat het nu eerst tijd is voor iets anders. Dat zou een cruciale fout zijn.

Mijnheer Van Dijck, het is de fundamentele verontwaardiging van veel Vlaamse volksvertegenwoordigers om het feit dat in Vlaanderen op het einde van de jaren 90 nog altijd kinderen werden geweigerd op basis van afkomst, religie of armoede die ertoe heeft geleid dat toenmalig minister Vanderpoorten een coalitie en een brede meerderheid van SP, Agalev, VLD en Volksunie heeft gezocht om de gelijke onderwijskansen te creëren. Hier zitten niet veel Vlaamse volksvertegenwoordigers meer die hier toen al waren, maar u bent daar zeker bij.

We moeten daar fier op zijn en dat koesteren. De afgelopen dagen is niet enkel de aanval ingezet op de dubbele contingentering. Wie dat denkt, heeft niet goed geluisterd. De aanval is ingezet door diegenen die het in 2002 ook al vervelend vonden dat het Vlaams Parlement bepaalde dat iedereen evenveel kansen had om een school binnen te komen en dat dit niet langer werd bepaald door de inrichtende macht of de directeur. Die strijd mogen we niet loslaten.

‘Samen leren leven’ is geen slogan van een ngo. Het is het belangrijkste preventieve advies dat onze burgemeesters, procureurs en terreurbestrijders op dit ogenblik geven. Het gaat om preventieve maatregelen waarover ze het nog niet zo lang geleden in onze commissie hebben gehad. Ik denk aan de directeur van het Orgaan voor de Coördinatie van de Analyse van de Dreiging (OCAD) of aan de heer Van Leeuw, de federale procureur voor terreurzaken, die ons heeft verteld dat hij symptomen kan bestrijden, maar dat wij het recht en het voorrecht hebben aan de basis aan preventie te werken. Wij moeten ervoor zorgen dat er geen segregatie komt. Wij moeten hier actief aan werken.

We moeten in het onderwijs niet enkel voorzien in capaciteit. We zullen daar de komende maanden met de steun van de minister van mijn fractie verdomme hard aan moeten werken. We zullen echter ook moeten strijden tegen segregatie en dat zullen we, eerlijk gezegd, harder moeten doen dan we de afgelopen vijftien jaar hebben gedaan. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, ik moet een bekentenis afleggen. Ik heb gehoord dat er in de meerderheid over twee zaken absoluut een consensus is. We moeten in capaciteit investeren en we zijn gehecht aan de sociale mix op school, want een school moet een afspiegeling van de samenleving zijn. Daar leren mensen samen te leven en samen te leren. We moeten daar vooral op inzetten.

Dames en heren, ik heb een vraag. Waarom hebben jullie dat de voorbije vier jaar niet gedaan? Hoe komt het dat er ouders bij de scholen kamperen? De reden is dat er niet overal een stoeltje voor elk kind is. Dat kan wel het volgende schooljaar of het schooljaar nadien het geval zijn.

Hoe komt het dat aan sommige scholen meer wordt gekampeerd dan aan andere? Sommige scholen zijn zogezegd populairder. Als men wil inzetten op capaciteit, dat men dan daar inzet op capaciteit waar de populariteit het grootst is.

Dan heb ik wel consensus gehoord hier: het is eigenlijk toch wel vaak een verhaal van de zwartepiet doorschuiven naar de inrichtende machten, naar de steden en gemeenten. Maar eigenlijk zou de consensus moeten zijn: we hebben de afgelopen jaren ons best gedaan maar het is onvoldoende. ‘Plus est en vous', collega's.

Er blijven wachtlijsten, dus moet er extra worden geïnvesteerd. Dus moet de inhaalbeweging van 1,2 miljard euro die deze legislatuur begint te renderen, het DBFM-systeem, samen met de 50 miljoen euro jaarlijkse capaciteitsmiddelen, nu worden voortgezet. Daarbovenop moeten er middelen worden vrijgemaakt, zo simpel is het. U had dat de voorbije periode kunnen doen. De vraag is: wanneer gaat u doen wat u zegt? ‘Put your money where your mouth is.’ (Applaus bij sp.a)

Ik hoor hier consensus over extra capaciteit, maar we weten allemaal, collega's, dat er vandaag in het buitengewoon onderwijs onvoldoende capaciteit is voor kinderen met bepaalde en specifieke problemen. Kinderen moeten soms tot twee of zelfs drie uur op een bus zitten om gewoon het recht op onderwijs te krijgen dat aansluit bij hun eigen specifieke problematiek. Ik heb daar niemand iets over horen zeggen. In een beschaafd land als het onze mag met een kind met een specifieke zorgnood niet worden gesold. Het mag niet de inzet zijn van het debat. Daar moet gewoon een oplossing voor komen. Elke zorgnood moet een plekje op school krijgen.

Niet alleen een plekje op school, collega's, want als er vandaag gekampeerd wordt bij zogenaamde populaire scholen en bij andere scholen niet, dan heeft dat niet alleen te maken met de kwaliteit van het onderwijs, maar vaak met het imago van bepaalde scholen. Laat ons daar niet flauw over doen.

Het is waar dat in het verleden sommige scholen de paraplu opentrokken en bijvoorbeeld de kinderen met minder dan 85 procent op hun rapport in het zesde leerjaar liever niet op hun school hadden. Of ze hadden de kinderen die thuis geen Nederlands spreken liever niet op hun school. Wel, daar moeten we van af. Daar kunnen we van af met dat centraal aanmeldingsregister. Iedereen is het erover eens, maar waar wachten we dan op? Sp.a heeft een voorstel van decreet ingediend met een centrale aanmelding. Waarom keuren we dat niet gewoon goed? ‘Put your money where your mouth is.’

Tot slot, collega's, eigenlijk zouden we die discussie niet moeten voeren, want de essentie van elk onderwijsdebat zou de kwaliteit van het onderwijs moeten zijn en gelijke kansen voor elk talent om zich te ontplooien. Waar zien we daar de hypotheek die wordt gelegd door deze Vlaamse Regering? Heel simpel, in een continue besparingsproblematiek. Men bespaart op de werkingsmiddelen. Men heeft onvoldoende middelen ingeschreven om het M-decreet succesvol in te voeren. Men maakt het scholen met een zwakke populatie elke dag moeilijker. Men heeft leerkrachten die jong zijn in scholen met de meest diverse populatie. Eigenlijk moeten we dat omkeren: de meest ervaren leerkrachten moeten in die moeilijke scholen lesgeven. Er moeten voldoende extra middelen voor die moeilijke klas staan. Ook daar heeft deze regering andere keuzes gemaakt.

Voor sp.a is het heel duidelijk; de kwaliteit waarborg je door de lat voor elke leerling hoger te leggen, met bindende eindtermen voor elk kind, door voor voldoende financiering te zorgen, door kinderen met een kansarmoede-achtergrond of met een andere thuistaal te financieren, door leerkrachten zo te vormen dat zij effectief uit elk kind halen wat erin zit, en dat is bij sommige kinderen moeilijker dan bij andere. Op elk van die terreinen: besparen, besparen, besparen. Bandbreedte: eerst besparen en dan een schamele aalmoes gooien.

Ik denk dat deze regering de voorbije vier jaar heel veel lippendienst heeft bewezen aan extra capaciteit en aan gelijke onderwijskansen, maar dat ze in de feiten compleet de verkeerde richting uit is gefietst, want de wachtlijsten en kampeertoestanden zijn er. Nochtans liggen in dit parlement de oplossingen klaar. De financiering is krakkemikkig, want op de scholen geven leerkrachten aan dat het water hun elke dag meer aan de lippen komt te staan. En tot slot: die sociale mix. Men zegt: ‘Ja we willen wel, maar elk instrument dat bestaat, moet naar de prullenmand worden verwezen.’ En, collega’s, als dan de vraag wordt gesteld hoe jullie het dan wel zouden doen, volgt, zoals wel vaker, de grote kakofonie, de grote leegte, het grote niets. Dat is eigenlijk de samenvatting van vier jaar discussie over het Inschrijvingsdecreet: het grote niets. De oplossingen liggen op tafel, maar deze meerderheid verzuimt het, wegens interne verdeeldheid, om ze gewoon in te vullen. Grote, grote, grote schande! (Applaus bij sp.a en Groen)

Bedankt voor die grote schaamte, mevrouw Gennez. Maar daarnet heeft de heer De Meyer terecht gezegd dat we niet te veel naar het verleden moeten kijken, dat we naar het nu en naar de toekomst moeten kijken. Uw partij heeft wat betreft de scholenbouw ook een verpletterende verantwoordelijkheid. Moge dat ook duidelijk zijn.

Wij hebben de vorige legislatuur 2,1 miljard euro extra geïnvesteerd.

Ik weet dat sommigen dromen van allesmaakbaarheid. Het heeft niets met inschrijvingen te maken, want u hebt heel breed gesproken over de thematiek waarover we het vandaag hebben. Maar één ding frappeerde mij, en ik ben er heel gevoelig voor: de bekwaamste leerkrachten voor de moeilijkste kinderen. Dat hebt u gezegd. Hoe gaat u dat bewerkstelligen?

Door voldoende te financieren, mijnheer Van Dijck.

Met een gedifferentieerde verloning?

Neen, mijnheer Van Dijck, wat volgens mij belangrijk is, en dat zit in ons onderwijsfinancieringssysteem, is dat de bandbreedte – u kent dat wel – verschilt naargelang van het type leerling. Het is moeilijker om les te geven in een school met veel kansarmoede en taaldiversiteit dan in een school waar die problemen niet aanwezig zijn. Het is ons pleidooi, en dat van vele scholen en inrichtende machten, om effectief scholen met een moeilijkere populatie nog meer dan vandaag extra middelen te laten genereren. En het staat in uw regeerakkoord om dat af te schaffen. U lijkt dat te vergeten, maar dat staat er zwart op wit! Gelukkig is er nog een oppositie, en gelukkig zijn er in de meerderheid nog een aantal partijen of een aantal verlichte zielen die dat niet ingevoerd willen zien. Dat is eigenlijk waar u naartoe wilt. Dat is gewoon in de foute richting fietsen voor elke grootstedelijke school en – u hebt gelijk – voor al de scholen op het platteland waar veel diversiteit en kansarmoede aanwezig zijn. Dat willen wij niet.

Maar hoe krijg je die leerkracht daar? Meer middelen, akkoord! Maar hoe krijg je die leerkrachten met dat profiel daar? Dat is mijn vraag.

Dat is een zaak van de inrichtende machten. Dat weet u, mijnheer Van Dijck. Dat is een zaak die vanuit het beleid moet worden gefinancierd. Zo simpel is het.

Ik ben blij dat de heer Van Dijck nog eens is tussengekomen, want, mevrouw Gennez, u zult waarschijnlijk willen antwoorden met een vorm van planeconomie, waarbij wordt gezegd dat die leerkracht dan maar daar moet gaan lesgeven. Ik vind het al te gemakkelijk dat u zegt dat de inrichtende machten dat dan maar moeten organiseren. Maar zij hebben vacatures. En de leerkrachten komen niet. U blijft daar maar rond de pot draaien.

Ik wou eigenlijk op iets anders reageren. Echt waar, ik ben het beu dat u uit het regeerakkoord één zinnetje haalt en dan al de rest vergeet. Wat staat er in het regeerakkoord over die werkingsmiddelen? We gaan naar meer gelijke werkingsmiddelen voor de leerlingen. En u maakt daarvan dat al de rest verdwijnt. We hebben al heel veel in de commissie en ook hier samengezeten: de rest verdwijnt niet. Mevrouw Gennez, u hebt ook het rapport van het Rekenhof gezien. U hebt ook het verslag van de inspectie over NT2 gezien. Weet u wat daarin stond? Met die centen die we geven, gebeurt er van alles, maar de doeltreffendheid is niet zo groot. Wat wij voorstellen, is niet besparen. Doordat u dat zo vaak herhaalt, is het blijkbaar wel uw idee, dat het zo zou zijn. Voor ons gaat het erom de middelen gericht in te zetten. Het is gebleken dat we het geld in de oceaan gieten zonder dat het doeltreffend is. Mevrouw Gennez, wij, de N-VA, willen aan de belastingbetaler zeggen dat we die 11,3 miljard euro voor ons onderwijs  gerichter willen inzetten.

Dat willen we inderdaad voor het M-decreet, om kinderen Nederlands te leren, voor hoogbegaafden. Daar gaat het over. Als je daartegen bent, moet je het gerust zeggen. (Applaus bij de N-VA)

Ik ben blij dat de interpretatie van het eigen regeerakkoord, voor alle duidelijkheid niet mee onderhandeld noch ondertekend door sp.a, door de grootste regeringspartij alvast is gewijzigd. (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Het staat zwart op wit dat men naar een gelijke financiering per kind wil gaan, terwijl vandaag het financieringssysteem effectief kinderen met bijzondere zorgnoden, kinderen met een andere thuistaal meer financiert. Wij willen dat graag zo houden, collega Daniëls, en er is uiteraard niets mis mee dat men controleert of die middelen renderen en of ze werkelijk een meerwaarde hebben. Daar pleiten we voor. Anders zou het dwaas zijn het systeem in stand te houden. In uw regeerakkoord staat wel het omgekeerde. Dat u vandaag voortschrijdend inzicht bekent, dat u dat niet van plan bent, daar kan ik eigenlijk alleen maar blij om zijn.

De moraal van het verhaal is: er ligt een voorstel van decreet klaar om het kamperen overbodig te maken, met een datum die centraal is voor heel Vlaanderen. Ik neem aan dat alle collega's ermee akkoord gaan, niet alleen in woorden, maar ook in daden.

Het is gewoon niet juist wat u zegt. Ik raad iedereen hier aan om de verslagen, ook van de commissievergaderingen, waarin ik dat al van 2014 zeg, na te lezen. Wij zeggen zeer duidelijk: de basistoelage – mevrouw Gennez, u staat niet te citeren, u leest maar half – de basiswerkingsmiddelen… Maar het gaat niet over wat je doet met de overschotten. Dat is de vraag. Daarvan zeggen wij met deze meerderheid niet dat we die weg gaan doen. We gaan die gerichter inzetten. Dan komen we op een beleid waarbij we werkelijk het belastinggeld dat we vragen aan die Vlaming, gericht gaan inzetten. Dat is net een van de problemen. U zit hier de hele tijd te zeggen dat er een aantal zaken zijn die we niet opgelost krijgen. Wel, dan moeten we zorgen dat de middelen daarvoor worden ingezet. Dat is de kern.

Ik wil nog wijzen op een laatste punt, want we draaien hier soms rond de pot. Als we het hebben over de dubbele contingentering, een gigantisch complex systeem met indicatoren die allerlei zaken uit de databank moeten halen, om van iets wat we beslissen – 60-40, 40-60 of 65-35 – constructies te maken, om dan tegen ouders te zeggen: er was nog wel een plaats, maar u behoorde niet tot het contingent waarvoor nog een plaats is. Wat staat er in het regeerakkoord? Eenvoudig transparant en met een centraal aanmeldingsregister (CAR) kunt u willekeur… Dat wil de N-VA ook niet. Wij willen geen willekeur. Dat willen wij niet. Jij bent Nahim, jij mag hier binnen. Jij bent Storm, jij mag hier niet binnen. Dat willen wij niet. Dat los je op met een CAR, want dan is alles geregistreerd. (Opmerkingen van Caroline Gennez)

Dat is absoluut waar de N-VA voor staat. Dat is dat het duidelijk is, het is geregistreerd en het kan niet zijn dat iemand langskomt die zegt: ik wil inschrijven in uw school, en dat je zegt: ik ben net vol, en nadien komt er iemand anders en je zegt: je hebt geluk, ik heb nog een plaats. Dat willen we ook niet. Daarvoor heb je geen ingewikkelde constructies van dubbele contingentering nodig. Wat maakt het uit? Heel die constructie voor 3 procent. Wat heb je daar wel voor nodig? Een CAR.

Mevrouw Gennez, het voorstel dat u hebt ingediend, is enkel een CAR invoeren en al de rest laat u bestaan. Ja, dat is natuurlijk geen oplossing. Dat is het complexe systeem behouden.

Ik hoor hier bij iedereen, ook bij uw partij, collega Daniëls, een gehechtheid aan een zekere afspiegeling van de samenleving op school. Mijn heel concrete vraag is: hoe gaan de meerderheidspartijen dat doen? Wij staan open voor elke suggestie. We zijn niet getrouwd met de dubbele contingentering, maar uit onderzoek blijkt tot op vandaag dat dat het enige systeem is met een beperkt positief resultaat. Als er andere systemen zijn met meer resultaat, met eerbied voor de vrije schoolkeuze, dan gaan we ons daar zeker niet tegen verzetten, integendeel.

Mijn vraag is, niet alleen vandaag, maar de voorbije vier jaar: hoe gaan jullie de sociale mix garanderen en tegelijk de dubbele contingentering afschaffen? Tot nu toe kreeg ik daar nog geen antwoorden op.

Collega Daniëls, u moet wel oppassen als u iets zegt als ‘inrichtende machten, met hun overschot, met hun rest aan werkingsmiddelen’. De minister is in onze stad op bezoek geweest, redelijk in het begin van de legislatuur. Ik hoef het hier niet zelf te zeggen, het waren de inrichtende machten, over de netten heen, die u toen zeiden: ‘Als alles uitgevoerd is van capaciteit en DBFM, dan hebben wij lokaal als inrichtende macht zoveel financiële last op onze rug dat er niets meer bij kan.’

We mogen hier dus niet de indruk laten ontstaan alsof er daar inrichtende machten zijn die op een ongelooflijke berg geld zitten. Mocht dat zo zijn, dan in ieder geval niet in mijn streek, maar misschien wel in die van u.

Collega De Ro, ik heb niet gezegd dat er een berg werkingsmiddelen over zijn. Waarover het wel gaat, is het zinnetje uit het regeerakkoord dat wij samen, met Open Vld,  CD&V en de N-VA, hebben afgesloten, waarin staat dat we de werkingsmiddelen meer gelijk gaan maken, de basiswerkingsmiddelen. Want de werkingsmiddelen bestaan uit twee potten. Die bestaan uit de basis per leerling, en het andere op basis van indicatoren. En het gaat over die basis meer gelijk maken. Het andere, collega De Ro, gaat over het gerichter inzetten van die werkingsmiddelen. Het gaat dus inderdaad niet over werkingsmiddelen die hier of daar op een berg liggen. Daar heb ik het absoluut niet over. Toch die verduidelijking, want ik denk dat we het daarover eens zijn.

De heer Janssens heeft het woord.

Collega’s, het debat heeft zich vandaag voornamelijk ontsponnen rond twee thema’s: capaciteitsuitbreiding en de sociale mix.

Wat de capaciteitsuitbreiding betreft, denk ik inderdaad dat er een behoorlijke consensus is. Maar als het over die sociale mix gaat, zie ik bij de meerderheidspartijen toch vooral nog nuanceverschillen. Als ik de eerste spreker van de meerderheidspartijen, de collega van de N-VA, hoorde, had hij het uitdrukkelijk over een spontane sociale mix die zich in de scholen moet organiseren. De spreekster van CD&V had het over instrumenten die ingezet zouden moeten worden om die sociale mix te bewerkstelligen. En de collega van Open Vld heeft zich daarbij aangesloten, om instrumenten in te voeren om de strijd tegen segregatie te maximaliseren. Ik ben benieuwd hoe men met die nuanceverschillen tot één akkoord gaat komen. Ik hoop in elk geval dat de N-VA zich in dezen aan haar woord houdt en dat men geen instrumenten gaat invoeren om die sociale mix te organiseren, maar dat dat inderdaad, mijnheer Van Dijck, alleen maar op een spontane manier kan en moet gebeuren.

Minister, ik wil namens mijn fractie een aantal klemtonen leggen in de discussie over het Inschrijvingsdecreet. Het aanmeldingssysteem, zoals we dat nu zien in Antwerpen en Gent, uitbreiden naar heel Vlaanderen, lijkt mij absoluut onwenselijk, zeker als je kijkt naar de kafkaiaanse toestanden die we de voorbije dagen in de krant hebben kunnen lezen met betrekking tot het Gentse aanmeldingssysteem, en die binnenkort waarschijnlijk ook nog eens herhaald zullen worden in Antwerpen. Als een tweeling in eerste instantie opgesplitst wordt tussen twee scholen, als een jongen slaagt voor een toelatingsproef voor een sportopleiding, maar uiteindelijk in een andere school moet worden ingeschreven en dergelijke meer, dan lijken mij dat zaken die niet aanvaardbaar zijn. Want dat heeft dan inderdaad niets meer te maken met keuzevrijheid.

We mogen niet de indruk wekken dat we met een centraal aanmeldingssysteem maar een hoop leerlingengegevens in een computer moeten stoppen en dat we dan op basis van wat hocus pocus en een aantal algoritmes het best mogelijke resultaat krijgen. De situatie in Gent heeft bewezen dat dat geenszins het geval is. Als we een dergelijk systeem, met de anomalieën die we intussen kennen, zouden uitbreiden naar heel Vlaanderen, zou de remedie alleen maar erger zijn dan de kwaal.

Minister, mijn fractie wil dat in het nieuwe Inschrijvingsdecreet de vrije schoolkeuze, en daarmee dus ook de vrijheid van onderwijs, maximaal wordt gerespecteerd. Het volstaat niet om met zijn allen enkel lippendienst aan die principes te bewijzen. Want als men via geforceerde maatregelen en geknoei aan de voorrangsregeling een sociale mix wil realiseren, door de overheid opgelegd, dan zal er de facto altijd een beknotting van de vrije schoolkeuze van sommige leerlingen zijn.

Dat bewijzen inderdaad de ervaringen met betrekking tot de contingentering en dat zal onvermijdelijk ook het geval zijn bij nieuwe regelingen die de sociale mix zouden moeten realiseren.

Ik heb het al gezegd en ik wil het herhalen om het te benadrukken: de enige sociale mix die voor het Vlaams Belang aanvaardbaar is, is die die zich spontaan realiseert, niet de sociale mix die men via overheidswege wil opleggen.

Collega's, mijn fractie kant zich an sich niet tegen een dergelijk centraal inschrijvingssysteem. Maar wij willen er wel voor waarschuwen dat ook zonder een voorrangsbeleid op basis van sociaal-economische criteria een aantasting van de keuzevrijheid om de hoek loert. Want ook wanneer men bijvoorbeeld de afstand tot de school als belangrijkste criterium zou nemen, zal men onvermijdelijk de vrije schoolkeuze aantasten van leerlingen die bijvoorbeeld kiezen voor het specifieke schoolproject van een school van een bepaald net of voor een bepaalde richting die zich net wat verder van de woonplaats bevindt.

Ik kom tot een volgend element. Wanneer we het aanmeldingssysteem willen uitbreiden naar die plaatsen waar het nodig is in Vlaanderen, dan is het inderdaad essentieel dat de anomalieën van de huidige systemen worden onderzocht en dat er uiteindelijk een deugdelijk systeem wordt ontwikkeld waarbij elk kind gelijk wordt behandeld.

Maar ook essentieel is – en dat hebben zowat alle fracties vandaag gezegd – dat er nog meer dan tot op heden wordt ingezet op de schoolcapaciteit.

Collega's, ten slotte heb ik nog een bedenking. Want waarover iedereen in dit debat al te vaak zwijgt, wat al te vaak de olifant in de kamer is, is uiteraard het feit dat de problematiek zich vooral stelt in steden waar bepaalde scholen door een te grote instroom aan slecht geïntegreerde immigranten het onderwijsniveau naar beneden hebben gehaald en waarbij Vlaamse ouders een wedren organiseren naar de overblijvende kwaliteitsscholen in hun omgeving. Dat element, dat is inderdaad, samen met het capaciteitstekort, de belangrijkste reden voor het schoolkamperen. En dus moeten niet de kamperende ouders met de vinger worden gewezen, maar wel de politici die het door hun lakse immigratiebeleid zover hebben laten komen.

Het zou wat mij betreft nuttig kunnen zijn om eens te onderzoeken waarom zoveel ouders hun kinderen naar bepaalde, wat men dan noemt ‘populaire’ scholen willen zenden. Wat is er mis met de andere scholen? Het wordt mijns inziens tijd dat men een einde maakt aan de doofpot met betrekking tot de dalende onderwijskwaliteit in sommige scholen, voornamelijk in de grote steden, en dat men daar orde op zaken stelt.

Kort samengevat, minister, collega's, wij willen een systeem dat de keuzevrijheid maximaal garandeert zonder voorrang op basis van socio-economische criteria, zonder voorrang op basis van afkomst of wat dan ook. Niet de overheid moet bepalen waar de kinderen naar school gaan, alleen de ouders moeten dat doen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega's, er is deze namiddag veel gezegd en hard gedebatteerd. Soms, aldus de Twittervolgers, een beetje met moeilijke woorden. Ook sommige aanwezigen hier hebben dat trouwens getweet. Maar dat is eigen aan onderwijs, veronderstel ik.

We staan voor enorme uitdagingen in ons onderwijs. Over alle banken zijn we het ermee eens dat er de komende jaren voluit zal moeten worden geïnvesteerd in extra plaatsen, ook in ons secundair onderwijs. Maar collega's, het heeft geen enkele zin om de verantwoordelijkheid van de ene naar de andere door te schuiven. We zullen dat investeren samen moeten doen.

De Vlaamse overheid – ik haal dat speciaal aan voor mevrouw Gennez – is erin geslaagd om van de federale overheid te verkrijgen dat de btw in scholenbouw van 21 naar 6 procent gaat. Niemand eerder is daarin geslaagd. Dat is een goede zaak. Het betekent, collega's, dat er meer zuurstof komt voor scholen om te investeren.

Deze Vlaamse Regering heeft een nieuwe publiek-private samenwerking opgezet voor 550 miljoen euro. Dat geeft de mogelijkheden aan scholen om te bouwen. En zo doen we maar verder.

Maar, collega's, het zal niet ik zijn, als Vlaams minister, die zal zeggen: ‘Die school of die school of die school wordt verplicht om te bouwen.’ 

Collega’s, en in het bijzonder mijnheer De Ro, die daarnet een bloemlezing heeft gegeven over de lokale inspanningen, ik ga ervan uit dat we dat in de toekomst ook zo houden. Onze steden en gemeenten zijn het best geplaatst om samen met de scholen te zoeken naar oplossingen. Ik wil gerust ambtenaren sturen naar de steden om na te gaan hoe we kunnen helpen, maar dé bevoegdheid om na te gaan hoe men extra zaken kan realiseren, ligt op het lokale niveau. En dat is de reden waarom de Vlaamse overheid middelen geeft aan steden en gemeenten die dan kunnen beslissen welke projecten moeten worden gerealiseerd.

U zei daarnet dat iedereen op zijn tandvlees zit, maar ik zie vooral enorm gemotiveerde schoolbesturen naar ons kabinet komen om te kijken op welke manier er toch kan worden geïnvesteerd in de toekomst. Huursubsidies zijn daar een oplossing voor, de manier waarop we met Brussel samenwerken, is daar een oplossing voor, en met de middelen die nu extra zullen worden geïnvesteerd, onder meer de nieuwe van 150 miljoen euro op lange termijn, zullen opnieuw heel wat extra plaatsen gerealiseerd kunnen worden.

Het is echter niet alleen een kwestie van capaciteit, sommige scholen zijn populairder dan andere, en dat zal altijd zo blijven. Dat is onder meer het gevolg van alle pedagogische projecten die er zijn in Vlaanderen. De ene school doet het zo, de andere school doet het anders, er is op dat vlak een enorme rijkdom en het is goed dat ouders bewuste keuzes maken. Maar we kunnen niet elk jaar containers gaan plaatsen in een andere school, afhankelijk van het extra aantal leerlingen dat naar die school wil gaan. Misschien wordt dat in de toekomst ooit mogelijk. Mijn dochter zit in haar laatste jaar Architectuur en is met een dergelijk project bezig om heel snel overal mobiele units te kunnen zetten. Misschien kan dat op termijn een oplossing zijn, maar nu zijn we nog niet zo ver dat we daarop kunnen inspelen.

Wat ik wel zeker wil doen, is voor de scholen die binnen hun bestaande gebouwen inbreiden, voorzien in extra capaciteit waardoor ze sneller extra leraren kunnen aanwerven. Dat is nodig. We hebben dat voor het lager onderwijs gedaan, en we zullen dat ook voor het secundair onderwijs doen.

Wat de sociale mix betreft, word ik net niet misselijk wanneer ik sommige collega’s hoor zeggen dat we daar niet meer in moeten investeren. En ik heb het dan in het bijzonder over u, mijnheer Janssens. Ik gruw van een onderwijssysteem waar geen inspanningen zouden worden geleverd om mensen, kwetsbare en niet-kwetsbare, samen naar school te laten gaan. (Applaus bij de meerderheid, sp.a en Groen)

Geen enkele partij van deze meerderheid en van de meeste partijen van de oppositie wil dat er geen sociale mix is in scholen; iedereen wil dat er inspanningen gebeuren. Maar we zien dat in grote steden als Antwerpen en Gent verhoudingsgewijs meer kwetsbare kinderen naar school gaan. Als men inderdaad het systeem zoals Gent het nu heeft gemaakt, toepast, betekent dit dat men spontaner een mix van kinderen krijgt. En dat zal ook in Antwerpen straks blijken. Het Antwerpse stadsbestuur heeft de oefening gemaakt of er al dan niet nog moet worden gewerkt met twee lijsten van kwetsbare en niet-kwetsbare kinderen. Wanneer die dubbele lijst niet wordt gebruikt, krijgt men ook die sociale mix en krijgt men ook kwetsbare en minder kwetsbare kinderen samen.

Collega’s, we staan voor enorme uitdagingen. Ik wil samen met jullie hard werken om tijdens de komende weken een oplossing te vinden die scholen op termijn zuurstof geeft. Ik heb hier veel reacties gehoord en ik denk dat het zelfs mogelijk moet zijn om over meerderheid en oppositie heen tot een consensus te komen. Iedereen wil één inschrijvingsdatum, iedereen vindt het goed dat het aanmelden centraal kan gebeuren, iedereen wil dat er lokaal vrijheid bestaat om keuzes te maken in de manier waarop dat gebeurt en niemand wil segregatie in ons onderwijs. Op basis van deze principes moet het lukken om het decreet zoals het vandaag bestaat, tijdens de volgende weken te verbeteren. (Applaus bij de meerderheid)

Minister, wanneer ik het had over tandvlees, ging het niet over de werkkracht die mensen nog over hebben, maar vooral over het financiële tandvlees. Er zijn inrichtende machten die de volgende jaren geen extra leningen meer kunnen aangaan. Nochtans zullen we op die inrichtende machten moeten rekenen om scholen te bouwen. Het is om die reden dat Brussels minister van Onderwijs Guy Vanhengel, boven op wat Vlaanderen geeft, extra middelen op tafel legt voor de inrichtende machten in Brussel die financieel niet altijd evenveel armslag hebben.

Niet op elke plaats in Vlaanderen kan zomaar worden gebouwd. In de steden die dichtbevolkt zijn en waar het capaciteitsprobleem zich het duidelijkst manifesteert, liggen er geen greenfields meer. Daar zijn geen terreinen meer waar men morgen de bulldozer kan laten beginnen om scholen te bouwen. Het gaat dan over ingewikkelde constructies van oude bedrijfsterreinen of in samenwerking met mensen die in immobiliën investeren.

Daar ga je met bedrijven moeten samenwerken. Er zullen publiek-private formules moeten worden gezocht, los van DBFM. Huursubsidies zijn daar een mogelijkheid. Het terrein van prospectie van gronden, samenwerken met andere partners, de omgevingsvergunning: dat is voor elke inrichtende macht niet zo eenvoudig. We moeten nagaan wat we daar kunnen doen om niet alleen de gemeenten bij te staan, maar vooral ook de lokale inrichtende machten.

Minister, u hebt mij persoonlijk aangesproken omdat u blijkbaar gruwt van het systeem waarbij leerlingen absolute keuzevrijheid moeten hebben en dat het niet aan de overheid is om verplicht wat dan ook voor sociale mix in bepaalde scholen op te leggen. U moet misschien toch eens kijken waar men precies kampeert, waar ouders kamperen om hun kinderen te kunnen inschrijven. Dat is niet aan concentratiescholen. Dat is niet aan de scholen die stilaan worden gedomineerd door leerlingen van allochtone afkomst, maar wel aan alle andere scholen.

Daarom gruw ik van een systeem waarbij de keuzevrijheid van de leerling beperkt zou worden. Daarom gruw ik van het systeem waarbij leerlingen zouden worden geselecteerd op basis van socio-economische criteria, op basis van afkomst en dergelijke meer, waardoor we uiteindelijk tot een resultaat komen dat Vlaamse leerlingen zich in een Vlaamse school niet meer zouden kunnen inschrijven omdat allochtone leerlingen voorrang krijgen door regels die door de overheid zijn opgelegd. Dat is een systeem waartegen ik mij wil verzetten. Daarom zullen wij nooit aanvaarden – ik hoop daarin een partner te vinden in de N-V A – dat er een door de overheid opgelegde sociale mix in onze scholen wordt georganiseerd. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Het Vlaams Belang kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 16.05 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

We hebben al samen met Groen een voorstel van decreet over dit onderwerp ingediend, voorzitter.

Het debat is gesloten.

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.