U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de motie van Yasmine Kherbache, An Moerenhout, Joris Vandenbroucke en Björn Rzoska tot onderzoek door het Rekenhof naar het beheer van het Agentschap Integratie en Inburgering.

De bespreking is geopend.

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

We hebben in de plenaire vergadering al herhaaldelijk gediscussieerd over de malaise bij het Agentschap Integratie en Inburgering. Dat is een belangrijke discussie, omdat inburgering en integratie heel belangrijk zijn. Daarvoor is een goed werkend agentschap broodnodig.

In die discussies hebben we vastgesteld dat de feiten over de malaise binnen het agentschap zich opstapelen. Het gaat dan over budgettaire problemen – de miljoenenput – waarbij er op papier geen klaarheid is gecreëerd over de redenen van die budgettaire problemen in het afbouwen van de dienstverlening. We weten dat het aantal inburgeringscontracten sinds 2014 enorm is gestegen, namelijk met 28 procent, zelfs na het dalen van het aantal contracten voor erkende vluchtelingen en asielzoekers. Het argument van de minister op dat vlak houdt absoluut geen steek. Bovendien is er ongelooflijk veel ongerustheid op het terrein, en een vertrouwensbreuk tussen het personeel en de directie omdat men een kwart van het personeel op straat zal zetten terwijl de werkdruk gigantisch hoog is. Het zijn allemaal kwesties die om klaarheid vragen.

We hebben in de commissie en ook in de plenaire vergadering geregeld om informatie gevraagd. Voorzitter, nadat u bij het kabinet de cijfers hebt opgevraagd over het aantal inburgeraars, konden we vorige week aantonen dat de argumenten van de minister op dat vlak geen steek hielden, dus dat de werkdruk wel groot is bij het Agentschap Integratie en Inburgering.

Er is ook gebleken dat er een grote nood is aan de cursus maatschappelijke oriëntatie. Daarvoor zijn er een 5000-tal wachtenden. Dat heeft de minister altijd ontkend. Er wachten een 1500-tal inburgeraars op een inburgeringscursus. Onbegrijpelijk, zou je denken. Wij zouden er alles aan doen om nieuwkomers meteen een inburgeringscursus te laten volgen. Meer dan een jaar wachten er 1500 nieuwkomers. Het argument dat we dan te horen krijgen is: 'Dat komt omdat ze een heel specifieke taal spreken en we wachten tot we voldoende cursisten hebben om die cursus aan te bieden.' Dat is een drogreden, want in het verleden konden de nieuwkomers meteen starten omdat er tolken waren. Nu zijn die ook afgebouwd.

Het totaalplaatje bevestigt dat het personeel terecht heel ongerust is, dat er op het terrein een grote nood is aan dienstverlening en dat de afbouw van het agentschap dus vragen oproept. Het is niet aan ons om hierover te discussiëren. We hebben aan het Rekenhof gevraagd om het agentschap te onderwerpen aan een audit door het Rekenhof zodat we met objectieve cijfers kunnen discussiëren. Dat is ook het voorwerp van de motie, om de welles-nietesdiscussie te overstijgen en het Rekenhof te vragen een doorlichting te doen, zowel van de financiële situatie, als van de personeelssituatie, als van de workload.

Vorige week is dan gezegd dat die herstructurering loopt, en dat je geen audit kunt toepassen als er een herstructurering loopt. Dat argument klopt niet, collega’s, want die reorganisatie is gespreid over verschillende jaren. En bovendien heeft de minister meteen ook al gecommuniceerd dat, mocht blijken dat er toch een nood is aan extra personeel, ze meteen ook weer in extra aanwervingen zou voorzien. Om die nood op een objectieve manier in kaart te brengen, heb je net zo’n audit nodig.

Onze vraag is dus om als parlement onze verantwoordelijkheid op te nemen. We zijn het er allemaal over eens dat inburgering en integratie zeer belangrijk is. We zijn het er ook allemaal over eens dat zo’n agentschap voor inburgering en integratie op een professionele manier moet worden gerund en ook op een professionele manier zijn dienstverlening moet aanbieden. Laten we er dan ook alles aan doen om dit ook in de feiten waar te maken. En de beste manier om dat te doen, is via een objectieve audit door het Rekenhof. Dat is een van dé kerntaken van het Rekenhof. Het argument dat het niet zou kunnen tijdens een herstructurering, klopt niet. Men heeft dat voor de andere agentschappen wel gedaan. Het is vreemd dat men dan voor het Vlaamse agentschap zo’n audit zou weigeren.

Het weigeren van een objectieve analyse en een objectieve audit versterkt trouwens het wantrouwen op het terrein en versterkt ook de indruk die men heeft dat men geen pottenkijkers wil. Waarom geen klaarheid scheppen, als men het er allemaal over eens is dat het belangrijk is dat het agentschap op een professionele manier zou worden gerund?

Voorzitter, de motie pleit ervoor om aan het Rekenhof een doorlichting te vragen, zodat we allemaal op een transparante en objectieve manier een klare kijk krijgen op het reilen en zeilen binnen het agentschap.

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Ook met Groen vragen we in deze motie een doorlichting van het Agentschap Integratie en Inburgering aan het Rekenhof. We vinden dat we daar gegronde redenen toe hebben.

Ten eerste is er de reden van ontstaan van het agentschap zelf. Het agentschap is eind vorige legislatuur opgericht door, toen nog, minister Bourgeois. Dat was tegen de wil van het veld in, maar de reden die toen aangehaald werd om het toch op te richten, waren de efficiëntiewinsten die beoogd werden. Vandaag wordt duidelijk dat die er niet zijn, integendeel. Er zijn inderdaad miljoenen aan tekorten in de begroting. Dat roept toch vragen op.

Ten tweede: de omvang van de malaise. Ik moet u niet vertellen dat al maanden de negatieve berichten over het agentschap de media beheersen, maar ook de werkvloer van het agentschap. Het is begonnen in de zomer van 2017, toen de voorzitter van de raad van bestuur opstapte wegens een gebrek aan transparantie. Een maand later kwamen de berichten over begrotingen in het rood, al jarenlang, tot 2 miljoen euro. In oktober kwam dan het harde nieuws dat er 170 mensen ontslagen zouden worden, waardoor het wantrouwen toenam. En vorige maand was het schering en inslag: stakingen, protestacties aan het kabinet van minister Homans en dergelijke. Het enige gevolg van maanden aan alarmerende berichten is het feit dat de onzekerheid is toegenomen, op de werkvloer, tussen top en personeel en dergelijke. Dat is het enige gevolg.

Ten derde, en dat is net een reden om een doorlichting te vragen en geen reden om de doorlichting niet te vragen: de toekomstsituatie. Het ziet er immers niet naar uit dat die situatie snel rooskleuriger zal worden. De meest recente prognoses spreken nog steeds over een tekort van 2 miljoen euro bij de volgende begroting. Bovendien wordt er nog steeds gewag gemaakt van nog meer herstructureringen en nog meer ontslagen.

De minister heeft recent, in antwoord op een schriftelijke vraag, bekendgemaakt dat de afvloeiingen gefaseerd gebeuren, dat een eerste groep volgende week zal afvloeien, de 28e, maar dat het plan van afbouw nog loopt tot 2019. Die alarmerende berichten gaan dus blijven komen, en dat is, zoals mijn collega zei, een reden om die audit wél te bestellen en niet om ons hoofd in de grond te steken en te doen alsof er niets aan de hand is.

Dames en heren, ik kan vanuit onze fractie alleen maar bevestigen dat inburgering en integratie voor Groen ook te belangrijk is, voor onze nieuwkomers, maar ook voor ons allemaal, voor onze samenleving. We mogen dat niet laten afbrokkelen. We moeten nu ingrijpen. Niets doen is geen optie.

Daarom vragen wij met een audit aan het Rekenhof objectivering en transparantie, want dat is volgens ons de enige manier om het roer om te gooien om die transparantie te krijgen, om antwoorden te krijgen, om het integratiebeleid opnieuw op het goede spoor te krijgen en om het zo belangrijke vertrouwen tussen het personeel en de top van het agentschap opnieuw te herstellen.

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat de standpunten van de verschillende partijen onderhand wel duidelijk zijn geworden, want we hebben ze hier al tot vervelens toe mogen uiteenzetten. Volgende week gaan we op werkbezoek naar het Agentschap Integratie en Inburgering. Ik denk dat dat het uitgelezen moment is om de vragen die op dat moment nog leven, te stellen.

Dit gezegd zijnde, vind ik deze motie een niet erg onderbouwde poging om het Agentschap Integratie en Inburgering in een slecht daglicht te stellen. Niet onderbouwd omdat de cijfers heel duidelijk bewijzen dat er een daling is in de instroom van inburgeraars. Mevrouw Kherbache, ik vind uw manier van argumenteren hoogst bedenkelijk, want u hebt dezelfde cijfers gekregen als wij en u spreekt over een stijging van 28 procent. Ik heb de cijfers hier voor mij liggen. In 2017 waren er 12.000 inburgeraars minder en het aantal inburgeringscontracten in 2017 is met 3000 gedaald. Ik zeg wel degelijk: een daling in de instroom.

Ondanks die daling is er in een hoger budget voorzien, ook in 2018, van 3,2 miljoen euro, om er zeker van te zijn dat alle trajecten kunnen worden uitgevoerd. Het merendeel van de afvloeiingen die gepland zijn in het agentschap, heeft uiteraard te maken met die daling van instroom. De betrokken personeelsleden waren uiteraard op de hoogte van deze operatie bij aanvang van hun werk.

Verder is er uiteraard ook nog de fusieoperatie. We moeten er geen tekening bij maken dat je zo een fusie uitvoert om uiteindelijk efficiëntiewinsten te boeken. Uiteraard is dat een moeilijke oefening voor iedereen, maar een audit vragen op een moment dat je midden in die herstructurering zit, is zeer bedenkelijk en bovendien nefast voor een verdere positieve uitbouw van de organisatie. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Collega Sminate, u hebt de cijfers voor u liggen en u zou moeten luisteren naar wat ik heb gezegd. Het argument van de minister is dat het aantal inburgeringscontracten gedaald is. Ze gebruikt de instroom van vluchtelingen als argument. Dat argument van de minister houdt geen steek, geen steek. Vluchtelingen zijn nooit de grootste groep geweest. U hebt de cijfers voor u. Wat ik heb gezegd, is dat we in de periode 2012-2014, de periode voor de instroom van vluchtelingen, zaten aan 17.166 inburgeringscontracten. Dan heb je een stijging door de instroom van vluchtelingen. In 2015 waren er 19.364 inburgeringscontracten, in 2016 waren er 25.619 en in 2017 waren er 22.050. Wij hebben altijd gezegd dat er uiteraard tussen 2015 en 2016 een fluctuatie was door de instroom van vluchtelingen, maar in vergelijking met de periode voor de instroom van vluchtelingen, zit je met 28 procent meer inburgeringscontracten. Je gaat dus op het moment dat je met 28 procent meer inburgeringscontracten zit, toch een kwart van het personeel ontslaan met het argument dat men naar het personeelsbestand wil gaan van 2014. Dat is de argumentatie van de minister.

In vergelijking met de periode van 2014 is er onvoldoende personeel, want we zitten nu met bijna een derde meer inburgeringscontracten. En dan houd ik nog geen rekening met de aangekondigde stijging van inburgering door de volgmigratie, door de stijging van de instroom van Europeanen en bovendien, vanaf 1 januari 2019, door het feit dat inburgering verplicht zal worden in Brussel. Ik neem aan dat we hopen dat we dan ook heel veel inburgeraars zullen hebben die kiezen voor het Vlaamse onthaalbureau, tenzij u wilt dat al die nieuwkomers Franstaligen worden, maar ik neem aan dat dat niet de bedoeling is. Je zit dus met een gigantische stijging.

Ik vind het onverantwoord om met de wetenschap dat, terwijl we nu al zitten met een onderbenutting, een tekort aan personeel om te voldoen aan die werkdruk, en er nog gigantisch veel contracten zullen bij komen, het enige wat de minister zegt is: ‘Ah ja, als de nood er is, zullen we wel opnieuw extra aanwerven.’ Dat is toch geen professionele manier van aanpakken?

Daarom stellen wij voor om eerst een goede planning te maken, de workload op een objectieve manier in kaart te brengen op basis van een – in dit geval – objectieve rechter: het Rekenhof. Niet het palaver en de welles-nietesdiscussie tussen ons. Jullie lezen de cijfers op een selectieve manier en jullie zullen die op een selectieve manier blijven lezen. Dat zal niet veranderen, daarover maak ik mij geen illusie. Maar ik weet wel dat het Rekenhof dat op een objectieve manier zal doen. Dan kunnen wij ons allebei bij die objectieve analyse neerleggen. Dat lijkt mij de enige manier om de werking van het Agentschap Inburgering en Integratie effectief te onderbouwen en om ervoor te zorgen dat er aan de noden wordt voldaan. Met alle respect, al die alarmkreten die wij vanop het terrein horen, komen van mensen die ongerust zijn. Dat zijn medewerkers die inburgering belangrijk vinden. Dat afdoen als indianenverhalen, vind ik echt ongepast.

Het minste wat we kunnen doen, is niet zelf te gaan discussiëren en de cijfers te betwisten, maar het Rekenhof te vragen om een objectieve en grondige audit.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, het debat hierover loopt al enige tijd. Dat is goed want zolang er voor bepaalde collega’s onduidelijkheid is, moeten er daarover mijns inziens parlementaire vragen kunnen worden gesteld. Het is net dat wat ik wil beklemtonen. Het is volgens mij een politiek-inhoudelijke discussie waarbij cijfers en uitspraken van de bevoegde minister worden gecontesteerd. Wat mij betreft, moet die discussie worden beslecht met die bevoegde minister. We hebben daartoe in dit parlement voldoende controle-initiatieven, om die minister keer op keer desnoods het vuur aan de schenen te leggen.

Ik zie dus op dit moment geen noodzaak, geen meerwaarde voor het onderzoek door het Rekenhof dat gevraagd wordt door de collega’s van sp.a en Groen. We hebben bovendien komende week, zoals al gezegd, een bezoek aan het betrokken en fel bediscussieerde agentschap. Indien dat werkbezoek op dat moment andere fundamentele elementen aan de oppervlakte zou brengen, elementen die de discussie in een nieuw licht zouden brengen en een onderzoek door het Rekenhof inderdaad zouden kunnen verantwoorden, dan wil ik dat op dat moment zeker herbekijken, maar vandaag zullen we deze motie niet goedkeuren.

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Mevrouw Sminate, ik heb u horen zeggen dat het merendeel van de afvloeiingen te maken heeft met de daling van het aantal nieuwkomers. ‘Het merendeel’, dat is een belangrijk woordje en het is de eerste keer dat ik het u horen zeggen. Dat klopt. Het is inderdaad zo dat één vierde van het personeel wordt afgedankt terwijl de asielmiddelen die erin zijn gegaan, één vijfde bedragen. Er wordt dus effectief bespaard. Daarna heb ik u horen zeggen dat het ten behoeve van efficiëntiewinsten is. Dat frappeert mij omdat de rest van uw argumentatie, net zoals die van de rest van de meerderheid, die vandaag zwijgt, om geen audit goed te keuren is dat we op een moment van herstructurering zitten. Dan zou het nefast zijn voor de organisatie, zoals u daarnet zei.

Ik heb in mijn oorspronkelijke toelichting gesteld dat dat het plan van afbouw tot eind 2019 loopt. Dat is heel de legislatuur. Dit betekent dat de periode tussen 2014 en 2019 ongeveer een verloren legislatuur was voor inburgering en integratie. In die legislatuur hebben we enkel negatieve berichten over wantouwen en stakingen gehoord en zijn tekorten in de begroting naar boven gekomen. Dat is ontzettend jammer. Het agentschap is eind 2013, tijdens de vorige legislatuur, opgericht. Het afbouwplan is dan voor het begin van de volgende legislatuur. Een verloren legislatuur is niet inburgering en integratie verdient. Dat is belangrijker dat ons met zijn allen genoegzaam bij de huidige situatie neer te leggen.

We betreuren ontzettend de passieve politiek inzake inburgering en integratie die gedurende deze legislatuur is gevoerd. Het is heel erg jammer dat er geen steun is voor de motie van mevrouw Kherbache en mezelf.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over de motie houden.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.