U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, wat betreft de waarborgregeling voor het opsporen en winnen van aardwarmte in de diepe ondergrond.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Mijn tussenkomst dient niet zozeer om opnieuw het debat te voeren dat we in de commissie hebben gevoerd en dat wel heel correct is verlopen, maar eerder om ons stemgedrag te verduidelijken. Onze fractie zal zich onthouden, niet omdat we tegen geothermie zijn, integendeel. Wat we vooral willen, is dat er op termijn geen extra problemen zouden ontstaan met stimulansen die we misschien vandaag geven. De minister heeft zich duidelijk verantwoord dat er geen sprake kan zijn van misbruiken en dergelijke, maar toch zijn we er nog niet van overtuigd om voor te stemmen. Vandaar dat we ons zullen onthouden.  Het is duidelijk dat we zeker niet tegen geothermie zijn, maar bij de stimulansen die nu worden gecreëerd, stellen we ons toch nog wat vragen en hebben de antwoorden die in de commissie zijn gekomen, ons niet echt volledig overtuigd.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Groen is voorstander van geothermie. We zijn ervan overtuigd dat warmtenetten in de toekomst in Vlaanderen een vorm van energievoorziening zullen worden die er echt toe zal doen, maar dat wil niet zeggen dat we zomaar met alles akkoord gaan wat hier rond geothermie voor komt te liggen. Zo ook dit decreet. Er zitten zeker goede elementen in, maar we gaan ons onthouden om de reden dat een aantal vragen nog niet beantwoord zijn, net zoals de Inspectie van Financiën, de Raad van State en een aantal andere adviesverlenende instanties vragen hadden waarop niet allemaal antwoorden zijn gekomen.

Fundamenteel voor ons is dat we ons zorgen maken over de verdeling van de lusten en de lasten. Wij zijn bang dat de lusten vooral naar de privésector zullen gaan en de lasten naar de overheid. Dat is een model waarin we niet willen meegaan. De Inspectie van Financiën heeft dat ook gezegd: zij stellen zich vragen over de verdeling van de risico’s tussen de subsidiërende overheid en de private investeerder.

Er is ook gezegd dat we naar Nederland kunnen kijken, want daar zijn gelijksoortige regelingen van kracht, maar Nederland kunnen we op dit vlak niet vergelijken met Vlaanderen, omdat daar de kennis van de ondergrond veel beter is dan bij ons. Bijgevolg zijn de risico’s daar bij het uitrollen van geothermische toepassingen veel kleiner. Het gevolg zou dus zijn dat de risicopremies die bedrijven hier betalen, eigenlijk hoger moeten zijn omdat het risico in de feiten ook hoger is, wat niet het geval is.

Voilà, dat was in het kort waarom we ons zullen onthouden. Ik hoop dat dat bij dezen duidelijk is.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Wij ondersteunen uiteraard dit ontwerp van decreet, want iedereen weet ook dat daar ongeveer 3000 gigawattuur aan potentieel is. Dat is een gigantisch getal, beduidend meer dan al onze houtkachels van tegenwoordig, die nu negatief in het daglicht komen. Dat is dus in elk geval een beter alternatief. Het gaat over heel veel innovatie, het gaat over heel veel kapitaal. In tegenstelling tot Groen vinden wij niet dat de lusten en de lasten verkeerd zijn. Men spreekt hier over een premie van 7 procent voor een borg van 85 procent. In verzekeringstermen is dat veel geld, 7 procent moeten betalen voor 85 procent borg. Ik denk dus dat hier de lusten en de lasten correct zijn verdeeld.

We hebben in de commissie wel drie randbemerkingen gemaakt, laten we zeggen om het geheel nog beter te kunnen kaderen. Ten eerste, we hebben momenteel weinig kennis van de ondergrond. Dat is het verschil met Nederland. Daar heeft men dus een enorme kennis van de ondergrond. Daardoor is in principe het risico in Nederland ook minder groot dan bij ons, zodat bij ons de risicopremies die moeten worden betaald, ook hoger zijn.

Er is in het ontwerp van decreet ook heel duidelijk bepaald dat, als men intekent op zo’n waarborgregeling, de data die dan beschikbaar worden bij de boringen, ook openbaar worden. Ik heb me louter nog maar de kritische vraag gesteld wat we dan doen met de historische data die bijvoorbeeld de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) heeft kunnen verzamelen. Aangezien VITO toch een door de overheid gefinancierde instelling is, kunnen we die dan ook niet bemachtigen en concentreren in één databank, zodat we meer kennis van de ondergrond krijgen?

De derde kritische bemerking, waarmee men zeker rekening moet houden – en dat weet de minister ook zeer goed – betreft de discussie over de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Minister, u geeft zelf ook aan dat u daarmee rekening zult moeten houden. Dat gaat over de maximumbedragen en de vraag welk deel van het risico zal worden gedragen door de ondernemers. In elk geval is het zo dat we, althans volgens de Raad van State, in een ietwat grijze zone zitten. Moeten we toch een eenmalige Europese aanmelding doen, ja of neen? Mocht dat zo zijn, dan verliezen we bijna twee jaar, maar ik reken erop dat u in uw concrete uitwerking de bedragen en de risicopremies zo zult vastleggen dat we kunnen vermijden dat we een eenmalige Europese aanmelding moeten doen. Dan verliezen we immers enorm veel tijd.

Dat waren de drie kritische bedenkingen, maar voor de rest zijn we uiteraard voor honderd procent voorstander van iets dat zeer innovatief is en een steentje kan bijdragen tot de groene energie in Vlaanderen.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, beste minister, er is daarnet al naar verwezen: er is inderdaad een ongelooflijk potentieel dat diepe geothermie kan opleveren wat hernieuwbare energie betreft, voornamelijk ook gericht op warmte in eerste instantie. Een groot deel van de Antwerpse Kempen en Limburg zou hier dus een heel grote sprong voorwaarts mee kunnen maken op het vlak van hernieuwbare energie. Er werd naar verwezen: diepe geothermie zou 300 gigawattuur kunnen opleveren. Als we met andere woorden uitgaan van een warmteverbruik van 23.000 kilowattuur per gezin per jaar, dan wil dat zeggen dat we 130.000 gezinnen van warmte kunnen voorzien. Stel dus dat in Limburg of in de Kempen daadwerkelijk 130.000 gezinnen overstappen van klassieke verwarming op aardgas naar verwarming met warmte uit diepe geothermie, dan hebben we niet enkel duurzame warmte, maar dan zouden we ook nog eens de CO2-uitstoot in Vlaanderen met zo’n 370.000 ton verminderen.

Ik hoop dat hiermee iedereen overtuigd is dat diepe geothermie echt wel een belangrijke bijdrage kan leveren aan het realiseren van onze klimaatdoelstellingen. Dan heb ik nog geen rekening gehouden met de optimalisatie die mogelijk is in de geothermische systemen, waar men zelfs een vervijfvoudiging ziet van het potentieel.

Jammer genoeg is ten aanzien van Nederland, dat al een tamelijk goed beeld heeft van zijn ondergrond, de kennis van de ondergrond in Vlaanderen al groot, maar nog niet groot genoeg. Dat zorgt ook voor een aantal onzekerheden. Het is moeilijker om een goede afweging te kunnen maken over waar een boring naar diepe geothermische warmte succesvol zal zijn en waar niet.

Die onduidelijkheid creëert ook een zekere onzekerheid voor potentiële investeerders die we nodig hebben bij die diepe geothermie. Bovendien moeten we niet onder stoelen en banken blijven steken dat diepe boringen op zich al een uitdaging zijn. Het zijn grote investeringen met hoogtechnologisch materiaal en dus altijd met een bepaald risico.

Met de waarborgregeling die vandaag ter stemming voorligt, komt de Vlaamse Regering tegemoet aan een onzekerheid en willen we een drempel wegwerken om te investeren in die diepe geothermie. De waarborgregeling die via dit ontwerp van decreet wordt ingevoerd, is een soort verzekering. Als een boring minder of niet effectief het verhoopte rendement behaalt, wordt een gedeelte van de investeringskost met een bepaald maximum terugbetaald. Je kunt dan discussiëren over lusten en lasten, maar dat zal een evenwichtsoefening zijn. Die evenwichtsoefening is hier op een goede manier gebeurd. In de commissie hebben we gezegd dat ook deze nieuwe regeling, zoals elke nieuwe regeling, een goede monitoring en opvolging vergt en ook een evaluatie met zich moet meebrengen. Men kan zeggen dat lusten en lasten niet goed zijn verdeeld en dat we dat dus niet doen, maar het is te belangrijk om de drempels voor de investeringen weg te werken.

Positief is ook dat wie een beroep zal doen op die waarborgregeling, er zich toe verbindt om de kennis over de ondergrond die werd opgedaan tijdens het uitvoeren van de boring, ook effectief te delen, zodat onze kennis van die ondergrond op een ruimere schaal wordt gedeeld en dus misschien andere potentiële investeerders mee over de streep kan trekken.

Minister, na de goedkeuring van dit ontwerp van decreet zijn ook uitvoeringsbesluiten belangrijk. Die moeten volgen, en ik begrijp dat de teksten daarvan ondertussen op de tafels liggen. We hopen dat dat op een vlotte manier wordt vervolgd. Ook daar zijn er afwegingen op het Europese niveau en aanmeldingen. We hebben kennis van wat er in Nederland werkt. Daarover heeft Europa geen opmerkingen gegeven. Ik reken er dan ook op dat de uitvoeringsbesluiten op een vlotte manier kunnen volgen en dat potentiële investeerders effectief gebruik kunnen maken van die waarborgregeling. Er zitten immers potentiële investeerders te wachten.

Minister, afgelopen maandag is de nieuwe call groene warmte opgesteld met een budget van 15 miljoen euro. Dat wordt beschikbaar gesteld als financiële ondersteuning voor projecten met groene warmte, restwarmte of biomethaan. Ik zat daar al een tijdje op te wachten, dus u hebt me maandag gelukkig gemaakt. Aanvragen moeten tegen eind volgende maand zijn ingediend. Positief voor diepe geothermie is dat nu ook projecten vanaf 1 megawattuur in aanmerking komen voor die investeringssteun, zodat er met blokken kan worden gewerkt en zodat er bouwstenen en een heel netwerk kunnen worden uitgebouwd.

Minister, bedankt voor die 15 miljoen euro, en om de historisch opgebouwde middelen te vrijwaren voor die duurzame energie. In het verleden werden die niet volledig benut. Ik hoop dat we nu die 15 miljoen euro volledig kunnen benutten zodat we een sprong kunnen maken inzake duurzame warmte.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, ik heb niet deelgenomen aan het debat in de commissie, maar deze morgen hoorde ik op het radionieuws dat hernieuwbare energie geen synoniem is voor groene energie. De grote uitdaging blijft de reductie van CO2. Ik wil de verschillende sprekers, zeker degenen die dit ontwerp van decreet mee ondersteunen, bijtreden. Met dit ontwerp van decreet zet u een belangrijke stap.

Het is een belangrijke stap, waarbij de decreetgever volgt wat er op het terrein al aan het gebeuren is. Er zijn proeven gebeurd. Er zijn putten geboord, bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), bij Janssen Pharmaceutica in Beerse. Er ligt dus een mogelijkheid om hier inderdaad verder op door te gaan.

De enige boodschap die ik in dezen wil brengen, is dat we blij zijn dat dit ontwerp van decreet straks goedgekeurd kan worden. Ik kan u verzekeren, minister, dat lokale besturen, maar ook bedrijven in de regio, potentiële afnemers, echt zitten te wachten om deze niet alleen hernieuwbare, maar vooral ook groene energiebron ten volle te benutten, om daar waar men warmte nodig heeft, de warmte er ook uit te halen.

Er zijn mensen die spreken over risico’s van aardbevingen en noem maar op. Hier wordt niets aan de ondergrond onttrokken: hier wordt enkel warmte aan de ondergrond onttrokken, want elke liter water die opgepompt wordt, wordt ook weer geïnjecteerd, om vervolgens weer opgewarmd te worden.

Ik denk dat deze technologie, minister, ook een technologie is waarin nog heel wat vooruitgang kan worden geboekt. We hebben hier in Vlaanderen, en in het bijzonder in de Kempen, een potentieel dat we ten volle moeten benutten. Mijn dank gaat dan ook naar de collega’s die straks dit ontwerp van decreet mee zullen goedkeuren.

De voorzitter

Minister Tommelein heeft het woord.

Collega’s, bedankt voor de opmerkingen. Eerst en vooral ben ik tevreden dat uitgerekend vandaag duidelijk wordt aangetoond met dit ontwerp van decreet dat het de Vlaamse Regering wel degelijk menens is om de transitie te maken naar een koolstofarm systeem, maar ook andere problematieken die vandaag de kop opgestoken hebben, wat betreft uitstoot en fijn stof. Sommigen willen de indruk wekken dat noch ikzelf, noch mijn collega’s in de Vlaamse Regering daarmee bezig zijn, maar niets is minder waar. Dit ontwerp van decreet toont dat ook aan.

Wij hebben een Warmteplan, waar heel wat elementen in zitten, onder andere de uitbouw van warmtenetten, de stimulering van warmtepompen, maar ook diepe geothermie. Zoals de voorzitter van de commissie al gezegd heeft, is twee weken terug nog maar de call groene warmte op de ministerraad besproken, waarbij 15,4 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor projecten van groene warmte. Dat betekent dat wij de beweging in de richting van echt groene energie willen maken.

Uiteraard zijn er een aantal problemen. Ik ga die niet zomaar even onder de mat vegen. We moeten vaststellen dat de boringen die gepaard gaan met diepe aardwarmteprojecten zeer kapitaalintensief zijn. Ten tweede zijn er zeker ook gevolgen op het vlak van geologische onzekerheid op dergelijke grote dieptes. Er is immers altijd het risico op een veel lager dan verwacht thermisch vermogen. Het is net dat geologisch risico dat na uitvoering van een uitgebreid seismisch onderzoek de grootste hindernis blijkt om dergelijke projecten te ontwikkelen. En we willen dat die projecten wel degelijk worden ontwikkeld. De technische, operationele en vraaggerelateerde risico’s kunnen worden beperkt door het aangaan van een passende verzekering en een contract, maar ook door goede boorpraktijken na te leven.

Voor het geologische risico, beste collega’s, bestond er tot voor kort geen enkele oplossing, want er bestaat nu eenmaal geen private verzekeringsmarkt die een substantieel risico van een misboring als gevolg van deze geologische onzekerheid dekt. Daarom hebben wij dit decretale kader uitgewerkt wat betreft de waarborgregeling. Het is niet meer dan het in ruil geven voor een door de ontwikkelaar te betalen premie van een verbintenis van de overheid om de kosten die aan het project verbonden zijn, terug te betalen aan de ontwikkelaar, indien het gerealiseerde vermogen lager is dan het verwachte vermogen, vanwege het geologische risico.

Ik wil daar nog een aantal bemerkingen aan toevoegen. Op de eerste plaats meen ik dat het voorliggende ontwerp van decreet een win-winsituatie kan creëren voor zowel Vlaanderen als de ondernemers en de investeerders.

De waarborgregeling beoogt nieuwe diepeaardwarmteprojecten in Vlaanderen te stimuleren waarbij de ontwikkelaars daarvan de vruchten kunnen plukken. Ik denk dat er niets fout mee is dat investeerders een risico nemen en dat wij dat voor een stuk mee ondersteunen met een waarborgregeling, maar als het lukt, men daar dan ook de vruchten van kan plukken. Ik heb begrepen in de commissie dat daar wat twijfel over bestond, maar ik behoor nu eenmaal tot de groep in de samenleving die er geen probleem mee heeft dat er ook winst kan worden gemaakt.

Tegelijk zal ook de kennis over de Vlaamse diepe ondergrond worden vergroot en kunnen we de benutting van diepe aardwarmte gebruiken tot het behalen van de doelstellingen hernieuwbare energie. Ik geef eerlijk toe dat ik liever met deze elementen de doelstellingen hernieuwbare energie haal dan dat ik de discussie moet voeren van deze morgen over open haarden en houtkachels. Ik ben daar heel duidelijk in en ben daar ook vanmorgen heel duidelijk in geweest. Ik denk dat mijn collega-minister Schauvliege daar niets anders over denkt.

Op de tweede plaats zijn wij er ons uiteraard van bewust dat deze waarborgregeling moet overeenstemmen met de bestaande Europese staatssteunregels. Wij moeten dat niet aanmelden, wij moeten Europa daarvan in kennis stellen. Zo vereist ook de algemene Groepsvrijstellingsverordening dat de projectondernemers ook een deel van het risico dragen en dat er binnen bepaalde maximumbedragen wordt gebleven. We zullen daar ook rekening mee houden bij de nadere uitwerking in het besluit van de Vlaamse Regering.

Ten slotte wil ik aangeven voor de collega's die zich willen onthouden, dat de waarborgregeling allesbehalve een blanco cheque is voor de projectuitvoerders. Er zal immers aan de aanvragers worden gevraagd om een billijk premiebedrag te betalen. In het principieel goedgekeurde ontwerp van besluit is hiervoor, net zoals in Nederland, een premie van 7 procent van het gewaarborgde bedrag neergelegd. Men mag zeker niet zonder nuance stellen dat Nederland zoveel meer expertise heeft, want in de praktijk is het iets complexer. Het geologische risico is niet per se hoger in Vlaanderen dan in Nederland, maar Nederland heeft wel een aantal gemakkelijker voorspelbare reservoirs. Ook daar heeft men niet over alle ondergrond alle gegevens. Het is net de doelstelling om te kijken wat het geothermisch potentieel is.

Daarnaast zal bij de uitvoering van de waarborgregeling het ook van cruciaal belang zijn om de vermogens correct in te schatten. Collega's, het is altijd een inschatting. Dat betekent dat je nooit honderd procent zeker kunt zijn of die inschatting wel correct is. Dat is net zoals bij het opmaken van een begroting. Je maakt een inschatting, een prognose. Ik heb vandaag kunnen aankondigen dat die prognose van de Vlaamse Regering in 2017 iets te laag was, dat we het beter hebben gedaan, mijnheer Vandenbroucke, dan wat we hadden ingeschat. We zijn daar in de Vlaamse Regering tevreden mee.

Maar goed, de vaststelling van het verwachte vermogen moet ook gebeuren op basis van een gedegen geologische modellering, gebaseerd op realistische parameters. We moeten ook gebruikmaken van een aangeboden modelleerprogramma.

Ik zal besluiten met te stellen dat ik ervan overtuigd ben dat dit een belangrijke stap is, zeker voor die delen van het land, mijnheer Van Dijck en mevrouw Rombouts, waar het van groot belang is. Ook voor Limburg is dat niet van weinig belang. Daar zal meer potentieel zijn dan aan onze mooie Noordzee. Ik gun het u van harte. Op die manier zullen wij de transitie naar een koolstofarm energiesysteem versnellen. Ik hoop samen met u dat wij met de geothermie in de Kempen en in Limburg goede resultaten zullen behalen in het belang van iedereen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2017-18, nr. 1445/1)

– De artikelen 1 tot en met 6 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.