U bent hier

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u bent twee jaar bevoegd voor het systeem van de dienstencheques en het valt mij op dat het lijstje met concrete initiatieven eigenlijk bijzonder kort oogt: focus op digitalisering, het afschaffen van de regel om 60 procent van de aanwervingen te doen bij leefloners en werklozen, in bredere zin een doelgroephervorming waardoor de loonkost voor laaggeschoolden is toegenomen. En twee jaar later zie je dan dat de instroom uit werkloosheid afneemt. Twee jaar later zie je dat we ook heel veel dingen niet weten. We weten tot op de dienstencheque hoeveel er elektronisch en op papier gekocht worden, maar van 30 procent van de instromers in de sector weten we niet waar ze vandaan komen. Dat kunnen huisvrouwen zijn die aan de slag gaan, dat kunnen geschorste werklozen zijn, dat kunnen vluchtelingen zijn, of dat kunnen mensen zijn die rechtstreeks uit het buitenland komen.

Dat voedt dan weer de suggestie dat de sector van dienstencheques in plaats van een diverse werkvloer, waar we voor zijn, verworden is tot een gesubsidieerd migratiekanaal, waar we evident tegen zijn. Dat staat dan weer in contrast met een representatieve enquête, waarbij 5 procent van de mensen in de sector zeggen dat ze voordien in het buitenland woonden. Dat is nogal verwarrend, en dat leidt op zijn beurt tot grote polemieken in de kranten tussen professoren. Dat leidt er op zijn beurt toe dat CD&V en Open Vld over elkaar heen rollen om u aan te sporen tot meer actie. En dat leidt dan tot u, die dat allemaal onzin vindt – ik vat een week kranten samen.

Minister, in zo’n belangrijke sector, waar heel veel mensen aan de slag zijn, waar heel veel mensen dienstencheques nodig hebben om de combinatie werk-gezin mogelijk te maken, wordt het tijd om klare wijn te schenken. U bent bevoegd. Bent u bereid om op basis van verbeterde cijfergegevens met alle stakeholders een evaluatie te maken, om met de hand op het hart te kunnen zeggen dat we de 1 miljard euro aan dienstencheques zo efficiënt mogelijk inzetten, namelijk om voor laaggeschoolde Vlamingen een job te creëren?

De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, ik heb een beetje een andere insteek. Ik kom terug op het debat dat zich maandag in de pers ontspon over de grote vertegenwoordiging van buitenlandse arbeidskrachten in ons stelsel van dienstencheques. Er was zelfs een titel in de krant ‘Eigen poetshulp eerst’, die ook onterecht onze fractie meesleurde in een zogenaamde roep om die jobs als poetshulp exclusief aan Vlaamse werkzoekenden toe te wijzen. Dat is voor alle duidelijkheid niet wat wij vragen. Een job als poetshulp, heeft men een allochtone of autochtone origine, dat is volledig naast de kwestie.

Wat ik wel vaststel, is dat heel wat Vlaamse werkzoekenden aangeven dat ze die job als poetshulp onaantrekkelijk vinden. Ze wijzen ook op de kloof tussen loon en uitkering die te klein is. Uiteraard zitten we dan op het debat van de beperking van de duur van de werkloosheid. Maar ook in Vlaanderen hebt u natuurlijk uw bevoegdheid voor de activering. Het is dan ook logisch dat we van VDAB en van u verwachten dat u die druk op onze werkzoekenden verhoogt, en zeker op de werkonwilligen, absoluut in een tijdperk waarin bedrijven kreunen onder de krapte op de arbeidsmarkt en we vaststellen dat een groot aandeel van onze werkzoekenden wel degelijk in aanmerking komt voor een job als poetshulp.

We moeten ook realistisch zijn. We zullen ook buiten de werkloosheid moeten kijken, zeker als we onze werkzaamheidsgraad van 76 procent willen halen. Ik heb het dan over die stille arbeidsreserve: mensen die nog nooit gewerkt hebben of die gestopt zijn met werken en die geen uitkering genieten. We hebben ook vluchtelingen die niet ingeschreven zijn bij VDAB. We hebben de NEET-jongeren (not in education, employment or training). Die mensen zult u ook moeten opsporen en aanmoedigen om aan de slag te gaan. Daarom is mijn vraag hoe u enerzijds die toeleiding van onze werkzoekenden nog sterker kunt activeren, en hoe u anderzijds die stille arbeidsreserve wakker kunt schudden. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Minister, dit jaar heeft wat mij betreft één constante: elke week staan er in de krant wel sectoren en experten die schreeuwen om hulp van u, vanwege de problemen op onze arbeidsmarkt. De krapte op onze arbeidsmarkt is heel voelbaar in elke sector.

Elke week sta ik hier om u te vragen en aan te moedigen om meer actie te ondernemen. Eigenlijk doet u dat ook in vele gevallen. Maar deze sector is iets speciaals, natuurlijk. De sector van de dienstencheques gaat over 670.000 gebruikers in Vlaanderen vorig jaar. Het zijn dus bijna 700.000 gezinnen die hiervan gebruikmaken om arbeid en gezin te kunnen combineren. Het gaat over bijna 90.000 werknemers in Vlaanderen die daarin aan de slag zijn. Het gaat over 1,3 miljard euro op onze Vlaamse begroting die wij elk jaar opnieuw investeren in deze maatregel.

In deze sector kunnen we dus iets meer verwachten. Die sector doet heel veel. 48 procent van de mensen die werken in de dienstenchequesector, is van allochtone origine. Het is een ideale opstap voor heel veel mensen die actief kunnen en willen worden op onze arbeidsmarkt. Toch stellen we vast dat er nog heel veel mensen blijven hangen, zowel bij de werklozen als bij het recordaantal leefloners, bij de langdurig zieken en bij NEET- jongeren, namelijk doelgroepen die collega Talpe daarnet ook al heeft vermeld.

Er zijn dus nog heel veel stappen te zetten, minister, om de toeleiding naar deze zeer belangrijke sector waar te maken, waarbij we er alles aan moeten doen om de dienstenchequesector te ondersteunen en levendig te houden en ervoor te zorgen dat er voldoende sterke mensen instromen in deze sector. Voor die mensen is dat een ideale opstap richting arbeidsmarkt. Minister, wat zult u extra doen om die toeleiding te verzekeren?

De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Voorzitter, minister, de collega's zijn al zeer uitvoerig op de inhoud van de actuele vraag ingegaan. Ik zou graag het jaarrapport 2016 van de dienstencheques erbij halen, dat aantoont dat het systeem van de dienstencheques groter is dan ooit. Ook toont het aan dat in verschillende lagen van de bevolking met het systeem gewerkt wordt. Het is vooral zeer populair bij dertigers en veertigers, met respectievelijk 18,3 procent en 22,2 procent. Dat toont aan dat het een hulp is voor de mensen die de combinatie van arbeid en gezin willen behouden. Ook blijkt dat heel wat 65-plussers gebruikmaken van het systeem, waardoor hun levenskwaliteit verhoogt.

De laatste dagen is er in heel wat mediakanalen kritiek gekomen, specifiek over de houdbaarheid van het systeem. Ook over de instroom van de buitenlandse werkkrachten kwamen er heel wat vragen.

Ik had een vraag om uitleg gesteld, maar het is een actuele vraag geworden. Ik heb dus een vraag aan u, minister: zijn de vooropgestelde doelstellingen van het systeem behaald?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Collega's, ik begin met de drie doelstellingen te herhalen, want van de heer Van Malderen heb ik er maar één gehoord. Hij heeft alleen gesproken over hoe we de activering kunnen krijgen van de laaggeschoolde en de uitkeringsgerechtigde werklozen. Dat is letterlijk door u gezegd, mijnheer Van Malderen. In uw vraag bracht u alleen dat punt naar voren. Er waren drie doelstellingen. De eerste is ook door mevrouw Van Eetvelde naar voren gebracht, namelijk ervoor zorgen dat werken en gezin beter kunnen worden gecombineerd. De cijfers die collega Van Eetvelde heeft geciteerd, zeggen dat 40 procent van de dertigers en veertigers er echt gebruik van maakt. Ik denk dat het daarom heel goed is dat we in het regeerakkoord hebben geschreven dat we de prijs zouden gelijk houden en de fiscale aftrekbaarheid tijdens deze legislatuur niet zouden aanpakken.

Ik denk dat die twee zaken ook heel belangrijk zijn voor de tweede doelstelling, en dat is dat we zwartwerk zouden tegengaan, ook om voor de mensen die in die sector werken een fiscale, een RSZ- en een pensioenopbouw te kunnen geven. Als je zwartwerkt, heb je dat niet en dan zit je in een illegaal circuit en bouw je geen rechten op. Daar gingen we ook voor zorgen. Daarvoor is het ook belangrijk dat de prijs en de fiscale aftrekbaarheid bewaard blijven.

Een derde element – en nu komen we bij wat de heer van Malderen naar voren bracht – is de activering van de laaggeschoolden. Ik zie dat ongeveer 50 procent van de werknemers laaggeschoold is en dat daarbovenop nog eens 46,2 procent middengeschoold is. Als we nog iets dieper kijken, dan zien we dat die middengeschoolden vaak jongeren zijn. Dat heeft ook te maken met het feit dat vandaag minder mensen laaggeschoold uitstromen uit het onderwijs dan dertig of veertig jaar geleden.

Als we die mensen ook meenemen in de richting van de dienstencheques, is dat een goede zaak.

We gingen er ook voor zorgen dat er meer uitkeringsgerechtigde werklozen aan bod zouden komen. Als je ook de uitkeringsgerechtigde werklozen en de inactieven waarover u, mevrouw Talpe, sprak, kom je aan 60 procent. Dat zijn mensen die een jaar tevoren uitkeringsgerechtigd of inactief waren. Ook die doelstelling bereik je daardoor, en zeker als je de werkzaamheidsgraad wilt verhogen, is dat een goede zaak. Nu nemen we ook de inactieven mee, die een jaar tevoren nergens in de RSZ-cijfers te vinden waren.

En dan is er de krapte. Wat is het grote probleem met de krapte? Dat we te weinig instroom hebben. Dan zijn er professoren die mij voorstelden om de premies van de werkgevers te verhogen. Ik begrijp dat niet goed. Die werkgevers vragen niets liever dan mensen te kunnen aanwerven. Ik moet hun geen premie geven om mensen die ze niet vinden aan te werven. Dat is geen oplossing.

Mijnheer Van Malderen, u zegt dat er te veel buitenlanders zijn in dat systeem. Ten eerste kan ik zeggen dat er geen arbeidskaarten zijn. Ten tweede heb ik de afgelopen dagen met verschillende werkgevers uit de dienstenchequebedrijven contact gehad. Ik hoor dat zij nergens actieve propaganda richten naar het buitenland om buitenlanders naar hier te halen. Zij doen dat niet. Ze zien er te veel problemen mee om daarmee te beginnen. Ook dat brengen we dus niet naar voren. Er is natuurlijk vrij verkeer van werknemers binnen de EU. Er zijn mensen die uit het buitenland van binnen de EU naar Vlaanderen willen komen om er te werken, maar er is geen actieve campagne van werkgevers in de dienstenchequebedrijven om mensen te ronselen in het buitenland. Dat is het dus ook niet.

Laat ons nu kijken naar de cijfers. Mijnheer Bothuyne, u hebt zelf gezegd dat 48 procent van de mensen die werken in een dienstenchequebedrijf van allochtone afkomst is. Ik denk dat men het daarover gehad heeft. Maar ik geloof niet dat er hier iemand is die vindt dat het geen goede zaak is dat die mensen via dienstenchequebedrijven aan het werk zijn en dat ze daar de opstap vinden om in het reguliere circuit aan het werk te zijn. Ik denk dus dat het ook daar geen probleem is dat zij langs daar die weg vinden.

Wat kunnen we dan wel nog doen aan de krapte op de arbeidsmarkt? Soms wordt de suggestie gedaan dat elke werkzoekende in een dienstenchequebedrijf aan het werk kan worden gezet en dat men die mensen daar met een opleiding kan brengen. Van de werkgevers hoor ik de reactie dat dat ook niet juist is. Je moet voor een deel zelfstandig kunnen werken. Je moet een weerbaarheid hebben. En laat ons eerlijk zijn: een aantal van die jobs vragen heel wat fysieke inspanningen. Die fysieke inspanningen kunnen niet zomaar door iedereen worden geleverd. Je hebt een aantal competenties en attitudes nodig om in een dienstenchequebedrijf aan het werk te zijn. Ik kom dus terug bij het probleem dat ze te weinig werknemers vinden.

Wat kunnen we nu doen om de instroom te verhogen? De acties die we in het begin van dit jaar zijn gestart: de screening op competenties en talenten van alle langdurig werklozen de komende twee jaar. Dat zal de instroom naar alle mogelijke jobs, dus ook naar dienstenchequebedrijven, kunnen verhogen. Daar moeten de nodige opleidingen aan worden gekoppeld. Mijnheer Bothuyne, u weet dat deze acties worden ondernomen om ervoor te zorgen dat we in knelpuntopleidingen – en heel wat beroepen in de dienstenchequebedrijven zijn knelpuntopleidingen – een tandje hoger schakelen door in een systeem van derde betaler te organiseren en door met mobiele opleidingen te werken. Die maatregelen zijn dus genomen. Ze moeten nog uitgerold worden, maar ze zijn genomen.

Ook voor de re-integratie van zieken hebben we iets extra’s gedaan. Met het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) hebben we de afspraak dat we vierduizend mensen vanuit een langdurige ziekte terug naar de arbeidsmarkt toeleiden.

Ten slotte zijn er de inactieven die vandaag al de weg hebben gevonden naar de dienstenchequebedrijven. Dat zal in de toekomst zeker ook verder werken.

Met de genomen maatregelen kunnen we dus de instroom versterken. Op die manier kunnen we een antwoord bieden aan de problemen die zich vandaag stellen, zoals voorzien is.

Mevrouw Talpe, er zijn natuurlijk nog andere mogelijkheden. U hebt er eentje vermeld, namelijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. U hebt dat naar voren gebracht, maar dat staat nu niet in een regeerakkoord. Ik ben altijd bereid hierover verder met u van gedachten te wisselen. (Applaus van Bart Somers)

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, eerst en vooral is er de vraag waarom wij op de laaggeschoolden focussen. Dat is heel eenvoudig. Net zij hebben het in de rest van de arbeidsmarkt het moeilijkst. Net een van de weinige maatregelen die u als bevoegd minister hebt gemaakt, maakt het voor hen moeilijker om in de sector aan de slag te gaan. We vragen u dan ook om hierop toe te zien en met de hand op het hart te kunnen stellen dat u het bedrag van 1 miljard euro dat u inzet ook op de juiste manier inzet voor diegenen die het het moeilijkst hebben.

Ik vind het onaanvaardbaar dat we van 30 procent van de instromers eenvoudigweg de achtergrond niet kennen. U hebt mijn vraag niet beantwoord. Ik vraag u gewoon om de achtergronden van die mensen uit te splitsen. Zo kunnen we alle andere verhalen voor eens en voor altijd uit de wereld helpen. Wij zijn voor een diverse arbeidsmarkt, maar wij zijn tegen gesubsidieerde migratiekanalen. Het lijkt me logisch dit te doen.

Na zo veel jaren lijkt het me nuttig dit systeem eens tegen het licht te houden en na te gaan wat we kunnen verbeteren. We hebben de bevoegdheid. Ik verwijs naar een persbericht uit 2011. Samen met huidig minister Jambon hebt u toen gesteld dat Vlaanderen zelf over zijn dienstencheques moest kunnen beslissen. Ondertussen bent u twee jaar bevoegd. Doe het eens. (Applaus bij de sp.a)

Minister, ik dank u voor het antwoord. Ik beaam uiteraard dat de dienstencheques minstens een triple win betekenen. De werkenden krijgen wat zuurstof en kunnen met een betaalbare poetshulp werk en privéleven combineren. Dat past volop in het werkbaar werk waar we volop naar streven. Het helpt laaggeschoolden aan de slag en het heeft, zoals u hebt vermeld, het zwartwerk aangepakt.

Wat de activeringsmaatregelen betreft, hebt u aan ons een medestander: we willen daar volop mee voor strijden. De puzzelstukken zijn er. Er zijn een aantal nieuwe maatregelen en plannen aangekondigd. The proof of the pudding is in the eating. Ik wil even aan de alarmbel trekken. Ik heb bij VDAB de recente cijfers van het invullingspercentage van de vacatures opgevraagd. We zitten op 70 procent, maar als we naar de details kijken, blijkt dat een derde van de vacatures is geannuleerd omdat de werkgevers geen mensen vinden. Dit betekent dat het reële invullingspercentage wat lager ligt. We moeten onderzoeken hoe we een tandje kunnen bijsteken voor alle vacatures, maar ook voor de vacatures die in de richting van de dienstencheques leiden.

Om te eindigen, heb ik nog een bijvraag. Waarom is de job van poetshulp zo onaantrekkelijk? Kunnen we hier iets aan doen? Zeker de mannen zijn daar ondervertegenwoordigd. Hoe kunnen we dat imago aantrekkelijker maken en meer mannen naar die jobs leiden? (Applaus bij Open Vld)

Minister, ik denk dat we blij kunnen zijn. Er is een kamerbrede steun voor het systeem van de dienstencheques en dat is bijzonder belangrijk. Dit is een belangrijke maatregel om arbeid en gezin te kunnen combineren die duidelijk zijn doelstelling bereikt. Eigenlijk stelt dit systeem bijna anderhalf miljoen Vlamingen in staat om arbeid en gezin te combineren. Wat ons betreft, kan die maatregel dan ook niet worden afgebouwd en al helemaal niet duurder worden gemaakt. Die maatregel moet integendeel worden versterkt door een versterkte toeleiding van mensen in de richting van de sector.

U hebt verklaard dat u al veel doet en nog meer zult doen. Dat is een goede zaak. U hebt verwezen naar de screening van de langdurig werkzoekenden, maar net vanwege de subsidiëring en de ondersteuning is er net voor deze sector nog gigantisch veel potentieel. De sector is het, bijvoorbeeld, gewend om met mensen van allochtone origine te werken. Er zijn op dit ogenblik 35.000 werkzoekenden ingeschreven die het Nederlands niet of nauwelijks machtig zijn. Daarvan zijn er 10.000 al meer dan twee jaar werkzoekend. Ik denk dat daar nog veel potentieel zit voor de dienstenchequesector.

U weet dat een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd een schijnoplossing is. U bepaalt zelf wie hoelang recht op een uitkering heeft. U moet die stok achter de deur gebruiken om werkzoekenden naar de dienstenchequesector te leiden.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Uit uw antwoord blijkt duidelijk dat de doelstellingen van dit systeem niet de mist ingaan. Ik blijf erbij dat het een ideaal systeem is om langdurig laaggeschoolde werklozen aan het werk te helpen.

Ik wil graag opmerken dat het beroep van poetshulp momenteel met een imagoprobleem kampt. Daar moeten we aan werken. We hebben dus werk om de aantrekkingskracht van het beroep poetshulp te versterken. Tevens moet VDAB de druk op de ketel blijven zetten en moet hij de werklozen die er nu nog zijn, blijven aanmoedigen, stimuleren en toeleiden naar de vele openstaande vacatures.

We kunnen niets veranderen aan de vrijheid van verkeer op de arbeidsmarkt. Het is nu eenmaal zo, we kunnen er echt niets aan doen. Maar als toch blijkt dat we die langdurig laaggeschoolde werklozen te moeilijk kunnen bereiken of te moeilijk kunnen aanzetten tot deze vacatures, dan ben ik het volledig eens met mevrouw Talpe dat we erover moeten nadenken om de beperking van die werkloosheidsuitkeringen in de tijd bespreekbaar te maken. Ik ben ervan overtuigd dat dat deels kan tegemoetkomen aan het tekort aan poetshulpen in deze sector.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Er werden een aantal terechte vragen gesteld. Hoe kunnen we meer mensen aantrekken? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er juiste arbeidsomstandigheden zijn, dat er een goede omkadering is?

We kunnen het debat misschien opentrekken. Ik denk dat er een andere sector is in de thuiszorg waar soms gelijkaardige taken gebeuren, waar soms gelijkaardige vraagstukken op tafel liggen, in verband met het vinden van mensen of de arbeidsomstandigheden. Dat is dan vaak specifiek voor ouderen met een zorgnood. Maar je ziet bijvoorbeeld ook dat mensen met een handicap sinds het nieuwe systeem dat uw collega Vandeurzen invoerde, steeds meer een beroep doen op dienstencheques om hun zorg te organiseren. Dat zal waarschijnlijk ook gebeuren zodra die systemen voor ouderen er komen.

En dus is mijn vraag aan u: bent u bereid om, samen met uw collega Vandeurzen, het geheel van die systemen vast te pakken – dus niet apart te onderzoeken, maar het geheel vast te pakken – en te bekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat we én voor goede arbeidsomstandigheden zorgen, voor toeleiding, én voor een goede combinatie van werk en gezin, én voor een goede ondersteuning van mensen met een zorgvraag? Ik denk dat we daarin echt stappen vooruit kunnen zetten.

Mevrouw Van den Brandt, we hebben steeds gezegd dat we een onderscheid willen maken tussen wat in een dienstenchequebedrijf kan en wat in de thuiszorg thuishoort. Ik dacht dat die scheiding vrij duidelijk was gesteld. Als u daarover vragen heeft, wil ik graag met mijn collega bekijken of daarrond nog specifieke initiatieven moeten worden genomen.

Ik heb een paar reacties voor de vraagstellers. Mevrouw Talpe, mevrouw Van Eetvelde, mijnheer Bothuyne, dank omdat jullie vinden dat de doelstellingen bereikt zijn. Ik ben het daarmee eens. Ik denk dat de doelstellingen goed bereikt zijn. Dat is een goede zaak. (Opmerkingen van Bart Van Malderen)

Ik heb goed begrepen dat de heer Bothuyne zegt: ‘Minister, screen op die competenties en sanctioneer als het moet.’ Ik ben dat ook van plan. De wetgeving is daarvoor gewijzigd. Vroeger was dat veel moeilijker. Met VDAB zetten we efficiënter en beter in op die sanctionering als laatste middel, want we willen eerst de mensen activeren.

En ja, we willen de mensen toeleiden, zoveel als we kunnen. We willen opleiding geven, zoveel als we kunnen. Zeker en vast. Jullie hebben beiden de aantrekkelijkheid van de sector naar voren gebracht. Wat mij betreft, is dat in eerste instantie een job van de sector zelf. Er zijn nog wel wat sectoren die kampen met onaantrekkelijkheid en die daardoor moeilijk mensen vinden. Ik vind dat de sector zelf een tandje mag bij steken om ervoor te zorgen dat ze profielen kunnen aantrekken. Ze kunnen de arbeidsomstandigheden ook zo maken dat ze aantrekkelijker worden, niet door meer vergoedingen te geven enzovoort, maar door het imago van de sector omhoog te trekken. Wat mij betreft, is dat in eerste instantie een job van de sector zelf.

En dan kom ik bij de heer Van Malderen. Hij heeft het een en ander gezegd. Voor mij is die doelstelling van de laaggeschoolden en van middengeschoolden zeker bereikt. Voor laaggeschoolden gaat het over 50 procent. Dat is zeer goed. En wat de middengeschoolden betreft, zal ik mijn uitleg van daarnet herhalen. Die middengeschoolden zijn vooral jongeren. Vaak zijn dat jongeren die elders niet aan de slag zouden kunnen gaan. Vaak zijn het ook, mijnheer Van Malderen, jongeren van allochtone afkomst. Dat zijn dus mensen die volgens mij hier een opstap kunnen nemen. Ik ga ervan uit dat u daar toch geen probleem mee hebt. 50 plus 46,2 is 96 procent van de dienstenchequewerknemers die laag- of middengeschoold zijn.

Op de vraag over de 30 procent inactieven heb ik wel geantwoord. Ik heb gezegd dat het niet gaat over mensen die van buiten Europa komen, want er zijn geen arbeidskaarten. Inzake mensen van binnen Europa is er vrij verkeer van werknemers. Verder is er geen enkel dienstenchequebedrijf dat specifiek die mensen gaat zoeken in het buitenland en naar hier aantrekken. Dat heb ik uitdrukkelijk gezegd. Dat zien we ook. Die 30 procent zijn mensen die niet bij de RSZ waren omdat ze het jaar voordien niet aan het werk waren. Dat zijn mensen die thuis waren of misschien in een ander circuit aan het werk waren, maar niet officieel. Dat zijn mensen zoals vluchtelingen bijvoorbeeld. Dat zijn de inactieven die ook mevrouw Talpe naar voren bracht en waarvan ze zei: probeer die toch ook verder te bereiken.

Wat ik vooral fantastisch vind, is dat u zegt dat ik niets beslist heb in deze sector. Wel, daar ben ik fier op. Ik ben daar ongelooflijk fier op! Mijn collega’s in Wallonië en Brussel hebben het voor de werkende Waal en de werkende Brusselaar duurder gemaakt om van die dienstencheques te kunnen profiteren. Ze hebben de prijs verhoogd, en de fiscale aftrekbaarheid aangepast. Ik ben er fier op dat deze Vlaamse Regering, en ik in het bijzonder, de goede combinatie van werk en gezin voor de werkende Vlaming, de dertiger en veertiger, dat we daar niets aan veranderd hebben, mijnheer Van Malderen. (Applaus bij de N-VA)

Bart Van Malderen (sp·a)

In de kranten is er een week lang ruziegemaakt en hier op woensdag komt u vertellen dat er geen probleem is, dat u niets moet doen. Dat is een beetje de samenvatting van dit verhaal. Wij houden hier terecht een pleidooi om de aantrekkelijkheid van de sector te vergroten.

Collega’s, denk eens na! Aan de ene kant zegt men dat het niet mag van Europa. Aan de andere kant krijgen we het andere cliché van de arbeidsmarkt, namelijk: ‘Pak hun dop af.’ De redenering is: pak hun dop af, en dan zullen ze wel gaan poetsen. Wat denkt u dat dat doet met de aantrekkelijkheid van een sector? Bij mensen thuis gaan poetsen, is een volwaardige job die kwaliteitsvol moet worden verricht. Dat is een job, geen sanctie! Alstublieft, hou op met die onzin om een job te beschouwen als een sanctie! U nekt zelf de aantrekkelijkheid van de sector, echt waar.

Meer dan 800.000 gebruikers vragen van ons kwaliteitsvol werk. 80.000 werknemers in de sector vragen een job met een goed statuut, een goede sociale bescherming, en dat kan beter dan vandaag het geval is. Minister, ik stel vast dat u niet bereid bent om uw bevoegdheid uit te putten. Wat we zelf doen, doen we niet beter, en dat is heel jammer. (Applaus bij sp.a)

Minister, ik neem graag uw uitnodiging aan om het debat te voeren over de beperking van de duur van de werkloosheidsuitkeringen. Het zal vast en zeker een cruciale rol spelen in de verhoging van de werkzaamheidsgraad. Maar terwijl we dat debat voeren, moeten we in Vlaanderen natuurlijk onze verantwoordelijkheid nemen en onze taken ten volle uitvoeren.

We zijn – voor alle duidelijkheid – conform het regeerakkoord niet voor een afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid van de dienstencheques. Het is heel belangrijk, zoals ik al heb aangehaald, voor de werkenden om dat werkbaar werk te ondersteunen.

Het is nu zaak om de Vlaamse werkzoekenden snel te screenen zodat we hen sneller kunnen toeleiden. Misschien moeten we wat dwingender optreden richting de dienstenchequesector. Het imago moeten we inderdaad oppoetsen om het met geijkte termen te zeggen. Vergeet zeker ook de mannen niet: die kunnen dat even goed.

Ik vraag u uiteraard ook om de onbetwiste meerwaarde uit die stille arbeidsreserve te halen. (Applaus bij Open Vld)

Minister, ik ben blij met uw antwoorden. Ik begrijp de heer Van Malderen niet goed, want het systeem haalt inderdaad de doelstelling. Arbeid en gezin kunnen vlotter worden gecombineerd dankzij de dienstencheques.

U geeft ook aan dat er veel meer nodig is dan vandaag om het systeem in de toekomst leefbaar te houden: screening van langdurig werkzoekenden, bijkomende opleiding en begeleiding, eventueel het gebruik van de stok achter de deur: het schorsen van werkzoekenden die niet mee willen in het systeem. Ik denk dat u daar op het juiste spoor zit.

Meer is mogelijk, ook naast de vloot aan werkzoekenden die we hier in Vlaanderen nog hebben, de leefloners, mensen die op dit moment inactief zijn. Er is bijvoorbeeld ook interregionale mobiliteit. Werkzoekenden uit Wallonië kunnen allicht ook hier in deze sector een nuttige rol spelen.

We hopen inderdaad dat u dat tandje bijsteekt, dat u meer dan een tandje bijsteekt om het dienstenchequesysteem in Vlaanderen effectief versterkt uit te bouwen. (Applaus bij CD&V)

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Mijnheer Van Malderen, uw eigen partijgenoot was ooit createur van dit systeem en nu legt dezelfde partij een bom onder een zeer goed systeem. Laat ons het kind niet met het badwater weggooien. We hebben de mond vol van werkbaar werk en wendbaar werk. We kampen uitzinnig met burn-outs. Dit systeem speelt zeer goed in op die problematieken. We komen daar zeker en vast aan tegemoet. We hebben heel veel maatregelen voor mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, voor mensen die moeilijk staan in het leven. Dat is zeer terecht, maar laat ons alstublieft dit voordeel behouden voor mensen die werken.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.