U bent hier

De heer Parys heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil graag Child Focus citeren. Ze waren dit weekend bijzonder duidelijk in een aantal artikels: “De strijd tegen tienerpooiers in ons land faalt.” Ze zeggen verder dat “u het fenomeen van tienerpooiers helemaal verkeerd aanpakt”. Ten slotte zeggen ze dat “cijfers bewijzen dat de huidige aanpak niet deugt”. Samengevat noemt Child Focus “tienerpooierschap in Vlaanderen een soep en uw aanpak een vork”. Tot goede resultaten, minister, leidt zoiets zelden.

Bent u het eens met Child Focus?

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Een meisje van 16 wordt verliefd op een gast die een paar jaar ouder is. Hij geeft haar aandacht, affectie en cadeaus. Hij verleidt haar. Helaas niet met de juiste bedoelingen, integendeel, met heel foute bedoelingen. Hij overtuigt haar tot seks met hem, met vrienden, tot prostitutie, tot verkrachtingen. Het is een praktijk die op georganiseerde schaal gebeurt in ons land.

Minister, u hebt vorig jaar besloten om dit walgelijke monster in de ogen te kijken. U hebt een studie laten doen en een actieplan opgezet. We hebben u daar vanuit Groen een pluim voor gegeven omdat dat nodig en moedig was. Tegelijkertijd hebben we toen ook gewezen op een aantal hiaten in uw actieplan. U volgde een aantal voorstellen van Child Focus niet, bijvoorbeeld een apart opvanghuis voor die meisjes, afgezonderd, los van die wereld.

We hebben hier verschillende debatten over gehad. We zijn nu een jaar verder. Vandaag zegt Child Focus dat er veel is gebeurd, maar dat de aanpak niet voldoende is. Onze strijd tegen die tienerpooiers slaagt niet. Wat er nodig is, volgens hen, is meer centralisatie van politie, van justitie, van de aanpak en een apart opvanghuis, los van de gemeenschapsinstellingen, los van de bewoonde wereld, zodat de meisjes worden losgerukt van die aantrekking, van die afhankelijkheid van die gasten, van die pooiers, van die criminelen en zodat we echt aan de slag kunnen gaan om die meisjes uit hun klauwen te lossen.

Zult u uw beleid in de strijd tegen tienerpooiers over een andere boeg gooien? Zult u zo'n apart opvanghuis oprichten?

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, wat mij is opgevallen in de communicatie van Child Focus, is niet enkel dat er 40 nieuwe meisjes zijn gevonden die slachtoffer zijn geworden van een tienerpooier, maar ook dat die 39 andere meisjes van het jaar ervoor nog steeds in het circuit zitten.

Dat toont natuurlijk aan dat de aanpak faalt. Enerzijds bij justitie en politie: die tienerpooiers kunnen rustig voortdoen. Er is een groot probleem. Anderzijds lijkt ook de zorg die Vlaanderen de slachtoffers biedt, onvoldoende want zij raken maar niet uit de klauwen van die tienerpooiers.

Child Focus schuift twee belangrijke maatregelen naar voren die volgens mij allebei haalbaar zijn. Een gaat over de communicatie: een centraal meldpunt zodat, als een meisje vlucht in West-Vlaanderen en toekomt in Antwerpen, men dat zowel in West-Vlaanderen als in Antwerpen weet, meer nog, ook in Nederland want deze problematiek gaat vaak de grens over. De eerste vraag is eenvoudig te realiseren.

De tweede vraag: een vluchthuis, een plek erg afgelegen waar die meisjes specifieke zorgen krijgen. Wat zien we nu? Dat ze in gemeenschapsinstellingen andere kwetsbare meisjes ronselen om, wanneer die buiten gaan, ook voor die tienerpooiers aan de slag te gaan. Ze maken zelf nieuwe slachtoffers. We moeten ze lostrekken van die andere kwetsbare meisjes, in een aparte omgeving zetten, en maandenlang laten afkicken, zoals Child Focus het noemt, en hun op die manier een nieuwe kans geven en een nieuwe start.

Minister, zult u, voor uw deel van de verantwoordelijkheid, zorgen voor de communicatie via het centrale meldpunt en zult u zorgen voor aparte opvang in een vluchthuis, specifiek voor deze slachtoffers?

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het fenomeen van de tienerpooiers is een van de meest verwerpelijke fenomenen dat zich spijtig genoeg ook bij ons voordoet. Wij hechten daar heel veel belang aan – ook u, minister, er is al verwezen naar het actieplan dat vorig jaar is besproken – en dat blijkt ook uit het feit dat wij dat al regelmatig hebben besproken.

De collega's hebben er al naar verwezen. Child Focus komt nu opnieuw met een studie en vraagt twee dingen: het gecentraliseerd meldpunt waar alle informatie samenkomt die dan beschikbaar is voor zowel politie, hulpverleners als mensen die er nood aan hebben, en een aangepaste locatie zodat de slachtoffers afgezonderd kunnen zitten en aangepaste hulp kunnen krijgen zodat het risico klein is dat zij opnieuw in aanraking komen met de daders.

Minister, wat is uw reactie op de beschuldigingen van Child Focus?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega's, voor alle duidelijkheid, ik heb dat zeker niet geïnterpreteerd als beschuldigingen en ik vind de teneur van hoe dit allemaal wordt geframed, echt niet gelukkig.

Enige tijd geleden – trouwens ook op suggestie van enkele collega's uit het parlement – is Vlaanderen de eerste geweest om in dit land aan te geven dat men een geïntegreerd plan wou in de strijd tegen het fenomeen van wat men toen nog ‘loverboys’ noemde en die we nu beter ‘criminelen’ noemen die zich schuldig maken aan vormen van mensenhandel. We hebben toen een plan gemaakt. We hebben eerst aan Child Focus gevraagd om in kaart te brengen hoe we dat fenomeen in Vlaanderen moesten inschatten. Op basis daarvan, en met de medewerking van Child Focus uiteraard, hebben wij een actieplan gemaakt.

Dat actieplan bestond uit vier grote stukken. Als je nu, iets meer dan anderhalf jaar later, terugkijkt, mag je zeggen dat dat zo goed als geïmplementeerd is. Er was een stuk rond preventie, waar we het nu niet over gaan hebben. Er waren flyers bij die naar die mensen moesten gaan die die signalen misschien konden herkennen; er was de website. Er was een stuk rond het aanbod, de hulpverlening, waarover ik straks nog iets meer ga zeggen. Er was een stuk rond ‘prosecution’, vervolging en het gerechtelijke aspect waar een pleidooi werd gehouden om de kwalificatie ‘mensenhandel’ beter te gebruiken. Dat is uitgevoerd. Het fenomeen is geïntegreerd in de integrale kadernota ‘veiligheid’. Er zijn in het college van procureurs-generaal afspraken gemaakt. Ook in de interdepartementale aanpak van mensenhandel is het fenomeen ingebracht. De afstemming tussen jeugdparketmagistraten en de referentiemagistraten mensenhandel zijn federaal ook mee opgenomen. Er zijn dus, wat dat betreft, dingen gebeurd. Het vierde advies was dat er veel meer afspraken, integratie en samenwerking moest komen. Een van de dingen om dat laatste op het Vlaamse niveau waar te maken, is de oprichting van een stuurgroep die in maart bijeenkomt. Die stuurgroep is geïnstalleerd om de opvolging van het actieplan mee te realiseren.

Ik ga ervan uit dat de bedenkingen over de bijsturingen, nu we anderhalf jaar verder zijn, daar uiteraard ter sprake kunnen komen. Daarvoor dient die stuurgroep ook. En we zullen uiteraard ook nagaan hoe we vanuit de Vlaamse Gemeenschap mee onze verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Ik lees ook veel zaken die te maken hebben met de coördinatie. Dan neem ik aan dat iedereen beseft dat dit betekent dat op het niveau van het openbaar ministerie en de politie misschien een aantal zaken moeten gebeuren.

Child Focus spreekt ook over het land, dus ook over Wallonië en Brussel, neem ik aan. Er zijn een aantal aspecten waarvoor ik absoluut bereid ben te bekijken welk traject wij hebben afgelegd in grote consensus en na te gaan wat daar beter kan. Ik kan me voorstellen dat men vanuit de ervaring op het terrein overtuigd kan zijn dat het beter kan. Ik wil dat best aanvaarden en daar mee mijn schouders onder zetten, maar wat ik niet zal doen, is nu de indruk wekken dat we nog geen weg hebben afgelegd.

Wat het luik hulpverlening betreft, hebben we ons toen in het parlement geëngageerd om het private aanbod extra te versterken om juist voor deze slachtoffers adequate en geïndividualiseerde hulpverlening mogelijk te maken met psychiatrische zorg en alles wat daarbij hoort. De regering heeft met het zoeken naar partners, het aanpassen van regelgeving, het maken van de budgettaire keuzes enzovoort eind november 2017 twee beheersovereenkomsten gesloten met twee voorzieningen die daarvoor extra geld krijgen en die dat aanbod vanaf december/januari hebben uitgerold. Groot is dan ook mijn verbazing dat nu al wordt beoordeeld of dat aanbod al dan niet adequaat is. Bovendien staat in de overeenkomsten die ik ondertekend heb dat dit aanbod ook moet dienen voor onthemingstrajecten voor de betrokken slachtoffers, dat wil zeggen: ver verwijderd van de plaats die de tienerpooiers frequenteren.

Die twee voorzieningen bevestigen mij dat ze zelfs in het buitenland langdurige en middellangdurige onthemingstrajecten voor deze slachtoffers kunnen en zullen organiseren. Ze hebben daar ook de financiering voor gekregen. Het gaat om een concept dat dus wel degelijk in het contract staat dat die twee voorzieningen met onze overheid bindt.

Indien zou blijken dat Payoke of Child Focus vindt dat die onthemingsprojecten met psychiatrische ondersteuning en met Vlaamse begeleiding, op middellange en lange termijn, in binnen- en buitenland, niet beantwoorden aan wat men langdurige verblijven elders in het kader van een ontheming noemt, dan moet dat in de stuurgroep worden besproken. We zijn nog niet vertrokken met dat concept of er wordt al verteld dat het niet adequaat is. Dat vind ik niet oké.

Ik ben absoluut bereid om de evaluatie in de stuurgroep te beluisteren, anders had ik dat thema niet tot mij getrokken en beslist daarop in te grijpen. Ik ben ook bereid om opnieuw aan de tafel te zitten met de federale overheid om na te gaan wat we nog kunnen doen. Ik neem aan dat het juist is dat er een strakkere coördinatie moet zijn, een beter zicht vanuit de helikopter en een sturing. Ik wil absoluut bekijken hoe wij daaraan kunnen meewerken, maar ik hoop toch ook dat men de intellectuele eerlijkheid heeft om het aanbod waarin wij intussen hebben voorzien – en het gaat dan over 140.000 euro per slachtoffer dat we begeleiden – op zijn merites te beoordelen. Ik hoop dat zij die kritisch zijn ook willen bekijken wat daar intrinsiek mogelijk is. Blijkt dat niet goed te zijn, dan zullen we dat in de stuurgroep kunnen bespreken.

De kritiek van Child Focus was zeker niet dat u niets doet maar wel dat wat u doet, niet werkt, en dat is toch wel belangrijk. U hebt gezegd dat het plan is geïmplementeerd, maar wat is het effect? Als we dan kijken naar de vier elementen uit dat plan waaronder preventie, dan zeggen zij dat de slachtoffers uit 2017 dezelfde zijn als de slachtoffers uit 2015.

Als het gaat over bescherming, zeggen ze: 'De meisjes lopen weg uit de plekken die wij voor hen hebben gecreëerd.' Als het gaat over vervolging zeggen ze: 'Er zijn tienerpooiers die met een enkelband om gewoon blijven verder werken'. Als het gaat over samenwerking met Justitie en politie en over informatie-uitwisseling, dan is het zo dat als er meisjes weglopen in Antwerpen en in een instelling in West-Vlaanderen terechtkomen, er niet over kan worden gecommuniceerd. Ik ben blij dat u zegt dat u openstaat om een aantal aanpassingen te doen. Mijn vraag aan u is: hoe zult u uw aanpak concreet veranderen om nu al in te gaan op een aantal van de kritieken die Child Focus en Payoke hebben geformuleerd?

Je kunt op een hometrainer heel snel fietsen, maar dat wil niet zeggen dat je vooruitgaat. U werkt hard, u doet veel, er zijn maatregelen genomen, maar de vraag die we vandaag moeten stellen is: is er vooruitgang geboekt? Gaan we vooruit? De kritiek die we geven op het uitblijven van een apart onthaalhuis, slaat niet op die onthemingstrajecten. Die zijn goed, die zijn nodig. En daar moeten we best niet te veel over weten, want het is de essentie ervan dat ze een zekere verborgenheid hebben. Maar de realiteit is dat heel veel van die meisjes vandaag niet in een onthemingstraject komen, maar in gemeenschapsinstellingen, waar zij in een setting komen waar ze samen met daders zitten, waar ze in een setting komen die ze als een sanctie aanvoelen, waar niet altijd de nodige hulp en de psychologische begeleiding is. Niet alle meisjes die vandaag  uit die klauwen worden gehaald, krijgen de nodige zorg. Ze komen soms in open voorzieningen, waarvan ze gewoon weglopen. Die gasten, die daders, die pooiers staan hun soms op vrijdag op te wachten aan de uitgang van een voorziening. Momenteel is het niet voldoende en kunnen niet alle meisjes op de beste manier uit die klauwen weggehaald worden. De vraag is wat u extra gaat doen om ervoor te zorgen dat ieder meisje dat we uit de klauwen weghalen, eruit weg blijft.

De reden waarom Child Focus nu, inderdaad vrij kort nadat een aantal maatregelen zijn genomen, toch aan de alarmbel trekt, is heel eenvoudig: die meisjes die we al kenden in 2015, zijn nu stilaan 17. We hebben nog een aantal maanden de tijd om hen uit de klauwen van die pooiers te krijgen. Want wat gaat u nog doen de dag dat zij 18 worden? Hoe kunnen wij hen helpen, nu en snel, op de meest effectieve manier, om te vermijden dat ze niet meer uit dat circuit geraken, om ervoor te zorgen dat, op het moment dat u nog jeugdhulp kan organiseren, die ook werkelijk helpt. Daarom is het belangrijk dat u zich niet aangevallen voelt vanwege de inspanningen die u zich hebt getroost. U hebt er inderdaad veel gedaan, maar als wij zien dat dezelfde meisjes slachtoffer blijven, en dat zij stilaan meerderjarig worden, dan moeten we versnellen. Dat staat los van uw inspanningen. Dat is gewoon uw verantwoordelijkheid en uw opdracht. Wij vragen dat u die neemt.

Wij zijn natuurlijk altijd grote voorstander geweest van het actieplan en we hebben er ook onze volle medewerking aan verleend. U hebt daar inderdaad uw verantwoordelijkheid genomen, maar dat neemt niet weg dat er altijd nog verbeterpunten mogelijk zijn. Ik wil inzoomen op twee zaken. Ten eerste, u zegt terecht dat het openbaar ministerie een federale aangelegenheid is. Gaat u dan contact opnemen met uw collega, minister Geens, om op de geijkte plaatsen over de oprichting van een centraal meldpunt te spreken? Ten tweede, het is inderdaad te vroeg om resultaten te verwachten van de beheersovereenkomst, maar daarover heb ik wel een concrete vraag: garanderen ze voldoende plaatsen om te vermijden dat de meisjes, de slachtoffers, nog in aanraking komen met de pooiers? Op dit moment is dat wel nog het geval, wat natuurlijk nefast is voor hun herstel.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Natuurlijk is het heel belangrijk dat meisjes die het slachtoffer zijn van tienerpooiers de nodige hulpverlening krijgen en dat er heel kordaat wordt opgetreden tegen daders. Maar ik moet zeggen dat de teneur van de vragen me toch wel een beetje verwondert, want het is nauwelijks twee jaar geleden dat naar aanleiding van een aantal meldingen er hier een aantal actuele vragen werden gesteld, dat de minister een rapport heeft besteld bij Child Focus en dat uit dat rapport een actieplan is afgeleid, gebaseerd op vier pijlers. De implementatie daarvan is dus nog niet lang bezig. Ik denk dat jullie dat allemaal erkennen.

Dus, het is nog wachten op de resultaten daarvan, maar ik denk dat iedereen hier toch wel moet erkennen dat er daadwerkelijk middelen worden geïnvesteerd en dat er momenteel een kordaat beleid wordt uitgezet en geïmplementeerd.

Minister, dan is mijn vraag aan u inderdaad: hoe zal blijvend worden gemonitord wat de resultaten zijn van dat beleid? En nog een andere vraag: op welke manier wordt in de voorzieningen omgegaan met mogelijk ontvluchtingsgedrag? Dat is immers een specifiek risico.

We stellen altijd maar één vraag volgens het reglement. We kunnen natuurlijk twintig vragen aan de minister stellen. De minister krijgt al zo veel vragen. Eén vraag, dat is het reglement. Anders moet u het reglement veranderen.

De heer Depoortere heeft het woord.

Voorzitter, minister, Child Focus legt inderdaad de nadruk op de gedeelde verantwoordelijkheid. Je hebt de hulpverlening. Dat is een bevoegdheid van u. Je hebt echter ook de aanpak van de daders. Dat is federale bevoegdheid, een bevoegdheid van de minister van Justitie. Child Focus haalt terecht aan dat er bij die daders van heel wat recidivisme sprake is, en vraagt dus ook een hardere aanpak. Alle maatregelen inzake hulpverlening zijn immers eigenlijk dweilen met de kraan open als men niet naar een hardere bestraffing gaat van die daders. Minister, daarom mijn vraag: zult u zeer binnenkort overleg plegen met de minister van Justitie om ook daar een gestroomlijnd beleid te kunnen voeren, waarbij de daders veel harder worden bestraft, niet met een enkelband, maar met een harde straf, zodat recidivisme wordt uitgesloten in deze strijd tegen de tienerpooiers?

Minister Jo Vandeurzen

Nogmaals, ik denk in alle bescheidenheid dat we met ons plan, op advies en suggestie van onder meer Child Focus, stappen hebben gezet, maar ik ben de eerste om te erkennen dat, als je een aantal casussen analyseert en ziet hoe breed het fenomeen is, er zeker punten zijn waarop de aanpak kan en moet verbeteren. Je kunt daar vanuit een helikopter naar kijken, wat Child Focus wellicht beter kan dan de Vlaamse Gemeenschap. We zien bijvoorbeeld dat er onder meer in Antwerpen toch een vrij goede praktijk is ontwikkeld met parket en rechtbanken, met samenwerking. Het kan natuurlijk niet zijn dat dat zich zal beperken tot Antwerpen. Dat moet over heel het land uitgaan. Dat gaat ook niet alleen over de Vlaamse kant daarvan. Er zijn dus ongetwijfeld signalen en overtuigingen ter zake die we ernstig moeten nemen. Daarvoor werd ook een stuurgroep geïnstalleerd, precies om die dingen te kunnen capteren en daar ook, door de aanwezigheid van de betrokkenen, de engagementen te benoemen die moeten worden genomen om het steeds beter te doen. Ik herinner me nog goed dat we toen zelfs op advies van Child Focus moesten suggereren om meer met de kwalificatie ‘mensenhandel’ te werken, want ook dat was zelfs voor het Openbaar Ministerie op dat moment zeker niet overal evident. We moeten afstemming hebben, en wellicht in een aantal arrondissementen nog beter maken, tussen jeugdmagistraten en de referentiemagistraten mensenhandel.

Er zijn dus zeker zaken te doen. Ik vind het echter niet correct om te doen alsof nu plotseling is vastgesteld dat datgene wat twee jaar geleden werd geadviseerd om te doen, niet deugt. Neen, dat moet voor een stuk zelfs nog zijn implicaties krijgen op het terrein. Ik geef u het voorbeeld van de twee voorzieningen die we met een bijzondere financiering ook hier een bijzondere opdracht hebben gegeven.

Bovendien zal het niet afhangen van de Vlaamse Gemeenschap alleen. Dit moet geïntegreerd worden aangepakt. Er zijn dingen die moeten worden afgesproken, met het Openbaar Ministerie, maar ook met de zetelende magistratuur. Ik hoor sommigen van u maatregelen suggereren die kunnen worden genomen ten opzichte van een minderjarige. Als die minderjarige zich niet vrijwillig onderwerpt aan de jeugdhulp, dan is een gerechtelijke maatregel noodzakelijk, en dan gaat dat tot 18 jaar, in het beste geval. Dat betekent dat ook de problematiek van slachtoffers die meerderjarig worden, een aspect van de zaak is. We moeten dus met die partijen, die we dan ook precies in die stuurgroep hebben samengebracht, aan tafel om uit die ervaringen te leren en te zien wat moet worden bijgestuurd. Dan zullen we daar uiteraard ook de federale overheid op aanspreken. Ik heb uiteraard met de collega bevoegd voor de justitie daarover contact opgenomen, maar we zullen wellicht ook met de Franse Gemeenschap moeten spreken. Child Focus kijkt nu immers naar ons, maar als ik aan Child Focus vraag hoe het dan in de rest van het land zit, dan wordt toch niet gezegd dat dat overal met dezelfde snelheid en dezelfde prioritering zijn beslag krijgt. We moeten dus met iedereen over dat thema spreken. Er mag echter geen misverstand over bestaan. Ik realiseer me het volgende goed. We hebben stappen gezet, we hebben het probleem benoemd, we hebben voorzieningen en capaciteit daarop georiënteerd.

We gaan nu graag met de betrokkenen aan tafel zitten om de ervaringen te delen en te bekijken hoe we kunnen optimaliseren en verbeteren, hoe we het netwerk rond de daders strakker kunnen maken zodat we het risico op dat fenomeen nog beter kunnen aanpakken.

Ten slotte, het is geen gemakkelijk fenomeen. Als ik het allemaal goed lees en begrijp en als ik de getuigenissen hoor, dan klopt het wat sommigen onder u hebben gezegd: je kunt wel in een gemeenschapsinstelling verblijven op beschikking van een rechter – dan heeft de gemeenschap daar niet over beslist –, maar de bereikbaarheid door pooiers die zich voor de deur installeren … Er zijn heel veel zaken die hier aan de orde zijn. Voor elke situatie apart moeten we proberen voor het meisje een adequaat traject te vinden. Ik realiseer me zeer goed dat dit een zeer goede, geïntegreerde en gesloten netwerkaanpassing vereist. Er mag geen twijfel bestaan over onze bereidheid om daaraan mee te werken.

Minister, twee jaar geleden hebt u lof gekregen van alle fracties in het parlement omdat u met een plan bent gekomen. Als vandaag blijkt dat dat plan niet werkt volgens de experts op het terrein, dan moet u bijsturen. Het zal altijd te vroeg zijn, zelfs voor sommige mensen om sommige effecten van de Franse revolutie te beoordelen, maar we mogen niet wachten als we zien dat iets niet werkt, om dat anders aan te pakken.

Minister, het gaat hier om mensenlevens. Luister, pas uw aanpak aan en onderneem actie. U hebt daarvoor de steun van het voltallige parlement. Wij vragen gewoon dat u luisterbereidheid toont en dat u uw aanpak bijstuurt om effect te sorteren op het terrein.

Minister, ik ben blij dat u in uw tweede repliek antwoordt dat u bereid bent om aanpassingen te doen. Ik had het gevoel dat u eerst heel gepikeerd reageerde op de kritiek. Het is kritiek, dat is waar, die niet alleen vanuit het parlement komt, maar ook vanuit Child Focus en Payoke. Als die organisaties, die het actieplan op het terrein uitvoeren en die toch kunnen weten of het goed gaat of niet, het signaal geven dat ze meer centralisatie nodig hebben, dat ze een apart opvanghuis nodig hebben om te zorgen dat die meisjes niet meer naar de gemeenschapsinstellingen gaan, dan moeten we daarnaar luisteren en dan moet daar een antwoord op komen.

Ik herhaal, er zijn stappen gezet, het is positief dat u het monster in de ogen hebt gekeken en een actieplan hebt opgezet, maar we moeten durven kijken naar wat beter kan in het belang van die meisjes. Er kan veel beter. We mogen niet toekijken dat jaar na jaar dezelfde meisjes in dezelfde klauwen in datzelfde netwerk blijven. (Applaus bij Groen en sp.a)

Minister, u gaat evalueren in een stuurgroep en zo. Ik snap dat wel: iedereen samenzetten, samen handelen. Maar zou u alstublieft de urgentie die we allemaal aanvoelen en die hier ook is, willen overbrengen, waardoor we niet starten met een of andere evaluatie die weer maanden en maanden zal duren tot die meisjes 16, 17 en 18 jaar zijn en uit onze handen vallen. Zou u voor dit thema, omdat we zo weinig tijd hebben om die meisjes te redden, en ondanks de eerdere inspanningen die u hebt gedaan en waarvan u vindt dat u er te weinig waardering voor hebt gekregen, zou u toch willen versnellen en extra willen inzetten op die heel kwetsbare doelgroep en uw deel van dat werk keihard in handen willen nemen, ook al zijn het andere dingen dan voordien die nu worden gevraagd?

Doe dat gewoon, probeer die meisjes uit de klauwen van die pooiers te redden, vraag aan uw federale collega's om ze vast te zetten zodat ze geen nieuwe slachtoffers kunnen maken. Ondanks al uw inspanningen, minister, doe er nog wat bij, want het was onvoldoende. (Applaus bij sp.a en Groen)

Minister, ik ben blij met uw engagement en ook het engagement van ons hier allemaal dat we de slachtoffers die zichzelf – dat is natuurlijk ook de kern van dit probleem – dikwijls niet zien als slachtoffer, niet loslaten. Ervaringen in het buitenland leren dat soms een heel langdurige begeleiding en opvolging van de slachtoffers nodig is. Gevallen van meisjes van 13, 14 jaar die nu 17 worden en soms jarenlang in de klauwen van die tienerpooiers zitten, lijken niet gered te zijn. De ervaring leert ons dat als we hen niet loslaten en als we blijven aanklampen, dat ze na jaren soms nog op hun pootjes terechtkomen. Dat verdienen ze allemaal. Laat ons allemaal dat engagement blijven nemen voor die slachtoffers. (Applaus bij Open Vld)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.